CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Concept Ontwerp Omgevingsplan, deel I - Omgevingsplan, deel 1

Raadscommissie 17 juni 2021, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Consultatie Concept Ontwerp Omgevingsplan56.486 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 6

Omgevingsplan deel I - Verordeningen omgevingsplan

INHOUDSOPGAVE Regels

3

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen

4

Artikel 1.1 Begripsbepalingen

4

Hoofdstuk 2 Doelen

8

Afdeling 2.1 Doel omgevingsplan [gereserveerd]

8

Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [gereserveerd]

8

Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [gereserveerd]

8

Hoofdstuk 3 Programma's [gereserveerd]

9

Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving [gereserveerd]

10

Hoofdstuk 5 Activiteiten

11

Afdeling 5.1 Inleidende bepalingen

11

Afdeling 5.2 Benutten van de fysieke leefomgeving

11

Afdeling 5.3 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten

15

Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten

19

Afdeling 5.5 Activiteiten in openbaar toegankelijke ruimte

22

Afdeling 5.6 Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed

36

Afdeling 5.7 Activiteiten met betrekking tot planten en dieren

41

Afdeling 5.8 Activiteiten met betrekking tot afval

43

Hoofdstuk 6 Beheer en onderhoud

48

Afdeling 6.1 Onderhoud- en instandhoudingsverplichtingen

48

Afdeling 6.2 Gedoogplichten

48

Hoofdstuk 7 Financiële bepalingen

49

Afdeling 7.1 Kostenverhaal

49

Afdeling 7.2 Nadeelcompensatie

49

Hoofdstuk 8 Procesregels

50

Afdeling 8.1 Voorbereiding van besluiten

50

Afdeling 8.2 Gemeentelijke projecten van publiek belang

53

Afdeling 8.3 Advies

53

Afdeling 8.4 Maatschappelijk draagvlak

53

Afdeling 8.5 Andere bestuursorganen

53

Hoofdstuk 9 Handhaving

54

Afdeling 9.1 Strafbepalingen

54

Afdeling 9.2 Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving

54

Hoofdstuk 10 Monitoring en informatie

55

Afdeling 10.1 Monitoring

55

Hoofdstuk 11 Overgangsrecht

56

Afdeling 11.1 Overgangsrecht

56

Afdeling 11.2 Bruidsschat

57

1

Hoofdstuk 12 Slotbepalingen

58

Afdeling 12.1 Uitvoerbaarheid en evaluatie

58

Afdeling 12.2 Overige bepalingen

58

Toelichting Algemene Toelichting

59 60

1 Inleiding

60

1.1 Toelichting op hoofdlijnen

60

1.2 Omgevingsplan, deel I (OPI)

60

1.3 Structuur Omgevingsplan deel I

61

2 Toelichting op artikelen

61

3 Programma’s

64

4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving

64

5 Activiteiten

64

6 Beheer en onderhoud

64

7 Financiële bepalingen

64

8 Procedureregels

64

9 Handhaving

64

10 Monitoring en informatie

65

11 Overgangsrecht

65

12 Slotbepalingen

65

Artikelgewijze Toelichting

66

2

REGELS

3

Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen Artikel 1.1 Begripsbepalingen aansluitleiding het particulier riool, de ontstoppingsput en de perceelaansluitleiding tezamen. aansluitpunt 1. Bij gemengde en gescheiden rioolstelsels het punt, waar de perceelaansluitleiding is aangesloten op de ontstoppingsput. Uitzondering zijn buizen met een andere diameter dan ø125 of ø160 voor hemelwaterafvoer. Het aansluitpunt bij deze buizen wordt gevormd door het punt gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt aangesloten. 2. Bij een drukriool het punt waar het particulier riool wordt aangesloten op de pompput. autodate het herhaald en opeenvolgend gezamenlijk gebruik van motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke personen en een aanbieder of tussen natuurlijke personen uit meer dan één huishouden. autodateplaats een parkeerplaats aangewezen voor een motorvoertuig bestemd voor autodate. bewoner een persoon die blijkens de BRP ingeschreven staat in de gemeente Veenendaal. bromfiets hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994. bronneringswater grondwater, onttrokken ten behoeve van tijdelijke verlaging van de grondwaterstand.

collectieve festiviteit festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal locaties waar een milieubelastende activiteit plaatsvindt, is verbonden. Commissie Ruimtelijke Kwaliteit gemeentelijke adviescommissie zoals aangewezen door de raad. drukriool het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater waarbij het transport door het riool plaats vindt door middel van met pompinstallaties veroorzaakte druk. eigenaar van een gemeentelijk monument de natuurlijke of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een gemeentelijk monument. evenement elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop- en theatervoorstellingen; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en artikel 5:22; c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. activiteiten als bedoeld in de artikelen 2:9 en 2:39; g. sportwedstrijden.

4

geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten ruimte binnen een woning voor zover die kennelijk als slaap-, woon-, of eetkamer wordt gebruikt of voor een zodanig gebruik is bestemd, alsmede een keuken van ten minste 11 m2. gemengd stelsel het openbaar riool voor de gezamenlijke afvoer van afvalwater en hemelwater. gescheiden stelsel het openbaar riool voor de gescheiden afvoer van afvalwater en hemelwater. handelsreclame iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. hemelwaterriool het gedeelte van het openbaar riool bestemd voor de afvoer van hemelwater. houder van een motorvoertuig degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens of degene die door middel van een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bezitter is van het motorvoertuig dat tijdens het parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het hiervoor bedoelde register was ingeschreven. incidentele festiviteit festiviteit die verbonden is aan één of een klein aantal locaties waar een milieubelastende activiteit plaatsvindt.

kabels en leidingen een kabel of leiding die is bedoeld voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen of van energie. Dit betreft bijvoorbeeld elektriciteitskabels, drinkwaterleidingen, gasleidingen, warmtenetten en rioolbuizen. Telecommunicatiekabels vallen niet onder deze definitie. Monumentenwacht Utrecht particuliere instelling die met regelmaat de onderhoudstoestand van een monument of beeldbepalend pand en inspecteert door middel van een bouwkundig inspectierapport inzicht verschaft in de technische toestand van het monument of beeldbepalende pand. netbeheerder de natuurlijke persoon handelende in de uitoefening van een beroep of een bedrijf dan wel de rechtspersoon onder wiens verantwoordelijkheid een kabel of leiding wordt aangelegd, beheerd of geëxploiteerd. normaal onderhoud van een monument noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde van een monument. omgevingsvergunninghouder de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een omgevingsvergunning is verleend. onderhoud van gemeentelijke monumenten noodzakelijke reguliere werkzaamheden die gericht zijn op het behoud van monumentale waarde. ontstoppingsput een door de gemeente ter hoogte van de erfgrens op particulier terrein te plaatsen put in de aansluitleiding, waarin de werking van de rioolaansluiting onderzocht kan worden. onversterkte muziek

5

muziek die niet elektronisch is versterkt. openbaar riool het gedeelte van het riool dat bij de gemeente in eigendom en beheer is en dat wordt gebruikt voor inzameling en transport van afvalwater, hemelwater of drainagewater, met inbegrip van de daartoe behorende putten, rioolgemalen, persleidingen en werken en installaties van overeenkomstige aard. openbaar water wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn. openbare plaats hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties daaronder wordt verstaan. parkeerapparatuur parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, centrale computer en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan. parkeerapparatuurplaatsen parkeerplaatsen waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur. parkeerplaatsen voor vergunninghouders parkeerplaatsen die zijn aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 of gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd. parkeren parkeren als bedoeld in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. particulier riool de rioolleidingen binnens- en buitenshuis binnen de kadastrale grenzen van het perceel waarop de aan te sluiten woning of inrichting staat.

Het betreft de leidingen en alle bijbehorende voorzieningen - zoals een ontstoppingsput - tot aan het aansluitpunt. rechthebbende degene die over een zaak zeggenschap heeft krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht. rijksmonumentenregister register als bedoeld in artikel 3.3 van de Erfgoedwet. standplaats het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel. Hieronder wordt niet verstaan een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet en een vaste plaats op een evenement. Veenendaalse criteria criteria zoals vastgesteld door de raad op 9 december 2004. werkzaamheden van niet ingrijpende aard i. het aanbrengen of verwijderen van leidingen in reeds aangebrachte voorzieningen waarbij geen opbrekingen noodzakelijk zijn; ii. aanbrengen van of reparaties aan het openbare elektronische communicatienetwerk met een lengte van minder dan 20 meter en/of een oppervlak kleiner dan 10 m2 en gelegen in een tegelvoetpad, in een gazon of in een berm; iii. aanbrengen van of reparaties aan kabels of leidingen met een lengte van minder dan 20 meter en/of een oppervlak

6

van maximaal 10 m2 en gelegen in een tegelvoetpad, in een gazon of in een berm. iv. het maken van één huisaansluiting; v. proefsleuf; vi. lasgat of samenstelling van lasgaten tot een maximum van 10 m2. indien de werkzaamheden.

7

Hoofdstuk 2 Doelen Afdeling 2.1 Doel omgevingsplan [gereserveerd] Artikel 2.1 Gemeentelijke omgevingsdoelen Dit omgevingsplan is, met het oog op de doelen van artikel 1.3 van de Omgevingswet, gericht op: a. het waarborgen van de veiligheid; b. het beschermen van de gezondheid; c. het beschermen van het milieu; d. het duurzaam veiligstellen van de openbare drinkwatervoorziening; e. het beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden; f. het behoud van cultureel erfgoed; g. de natuurbescherming; h. de kwaliteit van bouwwerken; i. een evenwichtige toedeling van functies aan locaties; j. het behoeden van de staat en werking van infrastructuur voor nadelige gevolgen van activiteiten; k. het beheer van infrastructuur; l. het beheer van watersystemen; m. het beheer van natuurgebieden; n. het gebruik van bouwwerken; en o. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen.

Afdeling 2.2 Verplichte omgevingswaarden [gereserveerd] Afdeling 2.3 Facultatieve omgevingswaarden [gereserveerd]

8

Hoofdstuk 3 Programma's [gereserveerd]

9

Hoofdstuk 4 Aanwijzingen in de fysieke leefomgeving [gereserveerd]

10

Hoofdstuk 5 Activiteiten Afdeling 5.1 Inleidende bepalingen Artikel 5.1 Normadressaat Aan dit hoofdstuk wordt voldaan door degene die de activiteit verricht, tenzij anders bepaald. Diegene draagt zorg voor de naleving van de regels over de activiteit.

Artikel 5.2 Specifieke zorgplicht Degene die een activiteit verricht als bedoeld in dit hoofdstuk en weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor de doelen, met het oog waarop de regels in de betreffende afdelingzijn gesteld, is verplicht: a. alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen tevoorkomen; b. voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan temaken; en c. als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt: die activiteit achterwege te laten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Afdeling 5.2 Benutten van de fysieke leefomgeving Paragraaf 5.2.1 Algemeen Artikel 5.3 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het beschermen van het gemeentelijk rioolstelsel b. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; c. het beperken van hinder; d. het voorkomen of opheffen van overlast of schade aan de openbare gezondheid; en e. het waarborgen van de veiligheid.

Paragraaf 5.2.2 Aanleggen en gebruik riolering Artikel 5.4 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. het aanleggen van riolering; b. het gebruik van riolering; en c. het beheer en onderhoud van riolering.

Artikel 5.5 Specifieke zorgplicht De zorgplicht, bedoeld in Artikel 5.2 houdt in ieder geval in dat: a. Het afvalwater geen stoffen mag bevatten die het materiaal van de rioleringen kunnen aantasten of het zuiveringsproces van de rioolwaterzuiveringsinstallatie kunnen verstoren, dat betekent dat: 1. Er geen vaste stoffen, verontreinigende stoffen en schadelijke stoffen die in het gebruik vrijkomen, met behulp van versnijdende apparatuur op de riolering worden geloosd; 2. Er geen verboden vaste, vloeibare of opgeloste stoffen te lozen welke verstoppingen of beschadiging van het rioolstelsel worden veroorzaakt. b. Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden aan een op het openbaar riool aangesloten perceel, door

11

de rechthebbende rechthebbende zodanige voorzieningen aan het particulier riool moeten worden getroffen dat schade aan of verzanding of verstopping van het openbaar riool of de perceelaansluitleiding wordt voorkomen, zulks ter beoordeling van de gemeente; c. Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan hetgeen onder b. dan wel dat er aan de aansluitleiding of aan het openbaar riool schade ontstaat, de gemeente de bevoegdheid heeft de aansluiting op het openbaar riool af te sluiten en het aansluitriool op openbaar terrein te verwijderen.

Artikel 5.6 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning een aansluiting van een particulier riool op het openbaar riool tot stand te brengen, te wijzigen of te beëindigen.

2 De vergunning kan worden verleend voor: a. de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is bij bestaande woningen; b. de afvoer van afvalwater naar het vuilwaterriool, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is; c. de afvoer van hemelwater naar het hemelwaterriool, indien ter plaatse een gescheiden stelsel aanwezig is; d. de afvoer van afvalwater indien ter plaatse een drukriool aanwezig is.

3 Er wordt één vergunning per kadastraal perceel verstrekt, waarin alle aansluitingen voor het betreffende perceel afzonderlijk worden vermeld.

4 Het is verboden zonder omgevingsvergunning bronneringswater op het hemelwaterriool te lozen, als het gaat om meer dan: a. 40 m3 per uur; b. 5 mg ijzer per liter; of c. 50 mg onopgeloste stoffen per liter.

5 Het is verboden zonder omgevingsvergunning bronneringswater op het vuilwaterriool te lozen, als het gaat om meer dan: a. 5 m3 per uur; of b. 300 mg onopgeloste stoffen per liter.

Artikel 5.7 Bijzondere aanvraagvereisten Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning en het verzoek tot aanleg of wijziging van de perceelaansluiting(en) worden de volgende gegevens door de rechthebbende verstrekt: a. de door rechthebbende gewenste datum van uitvoering b. de ligging van het aan te sluiten perceel:

12

1. aan de hand van straat en huisnummer of, indien nog geen huisnummer is toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het betreffende perceel; en 2. aangegeven op een situatieschets 1:500 of grotere schaal. c. voor zover het lozing van afvalwater van een locatie betreft waar een milieubelastende activiteit is toegestaan, de aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen, waarbij wordt aangegeven of niet verontreinigd water, zoals regen- of koelwater, of verontreinigd water, zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden afgevoerd; d. of het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater betreft, of dat er daarnaast hemelwater zal worden afgevoerd; e. van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten minste de volgende gegevens: 1. de dimensionering; 2. de plaats van de afvalwater- en hemelwaterafvoerleidingen, waarbij op de situatieschets een duidelijk verschil in kleur, tekst of symbolen tussen de leidingen is aangebracht.

Artikel 5.8 Beoordelingsregels 1 Een omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.

2 Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de hoogteligging van het particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt afwijkt van de door burgemeester en wethouders opgegeven hoogte; c. de bovenzijde van een lozingtoestel lager is gelegen dan 150 mm boven de kruin van de straat, tenzij maatregelen worden getroffen om terugvloeien van het water in een lozingstoestel te voorkomen; d. door de aansluiting gemeenschappelijke lozing zou plaatsvinden van afvalwater, bronneringswater of hemelwater op een gescheiden stelsel; e. het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding volgens burgemeester en wethouders niet over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren; f. het lozing van drainagewater betreft; g. de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels retourbemaling kan worden afgevoerd; h. het afvalwater dat naar het drukriool wordt afgevoerd hemelwater bevat; i. lozingsvoorzieningen zoals een septic-tank of beerput geen onderdeel uitmaken van een aansluitleiding; j.

vanuit een nieuwe woning regenwater en afvalwater niet gescheiden worden gehouden tot aan de ontstoppingsput.

Artikel 5.9 Intrekken of wijzigen van de omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden ingetrokken of worden gewijzigd als: a. ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; b. de bepalingen van dit omgevingsplan of de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften niet zijn of worden nagekomen; c. het gebruik van een aansluiting waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft, wordt beëindigd; d. het gebruik van de aansluiting niet overeenkomstig de bij de verkrijging van de omgevingsvergunning verstrekte gegevens is; e. er wijzigingen optreden in de aard en het type water (afvalwater, hemelwater, bronneringswater) dat wordt afgevoerd;

13

f. de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de omgevingsvergunning nog geen verzoek heeft ingediend de aansluiting of wijziging van de aansluiting te realiseren.

Artikel 5.10 Meldingsplicht 1 Indien de lozing niet omgevingsvergunningplichtig is, wordt een melding gedaan, waarbij geldt dat: a. als er minder dan acht weken bronneringswater geloosd wordt, de melding minimaal vijf werkdagen van tevoren wordt ingediend; b. als er langer dan acht weken bronneringswater geloosd wordt, de melding minimaal vier weken van tevoren wordt ingediend.

2 Een melding bevat: a. de hoeveelheid te lozen bronneringswater; b. het aantal milligram ijzer per liter; c. het aantal milligram onopgeloste stoffen; en d. de duur van de lozing.

Artikel 5.11 Informatieplicht 1 Als het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt beëindigd stelt de rechthebbende burgemeester en wethouders hiervan in kennis.

2 Bij het ontdekken van gebreken aan de aansluitleiding, is de omgevingsvergunninghouder verplicht hiervan onmiddellijk kennis te geven aan de gemeente.

Artikel 5.12 Maatwerkvoorschriften Het bevoegd gezag kan maatwerkvoorschriften stellen over Paragraaf 5.2.2.

Paragraaf 5.2.3 Hinderlijke of schadelijke dieren Artikel 5.13 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het houden van hinderlijke of schadelijke dieren.

Artikel 5.14 Specifieke zorgplicht De rechthebbende op herkauwende en eenhoevige dieren of varkens (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, draagt er zorg voor dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

Artikel 5.15 Algemene regels verboden In Bebouwde komgrens is het verboden om de in het Aanwijzingsbesluit inzake het houden van hinderlijke of schadelijke dieren of dienst rechtsopvolger aangeduide dieren aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van

14

de door het burgemeester en wethouders in het aanwijzingsbesluit gestelde regel.

Artikel 5.16 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning duiven uit te laten vliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in een door het burgemeester en wethouders te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart en 1 juni.

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waar overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg.

3 Het verbod als bedoeld in lid 2 geldt niet indien op een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen te voorkomen.

4 Het verbod als bedoeld in lid 2 onder a geldt niet voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.

Artikel 5.17 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning PM

Artikel 5.18 Beoordelingsregels omgevingsvergunning PM

Artikel 5.19 Maatwerkvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over Paragraaf 5.2.3.

Paragraaf 5.2.4 Sloten en andere wateren Artikel 5.20 Specifieke zorgplicht Sloten, andere wateren, niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Afdeling 5.3 Bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten, sloopactiviteiten Paragraaf 5.3.1 Algemeen Artikel 5.21 Oogmerken De regels in deze Afdeling over bouwactiviteiten, aanlegactiviteiten en sloopactiviteiten zijn gesteld met het oog op:

15

a. het waarborgen van de veiligheid; b. het garanderen van een goede bodemkwaliteit voor de beoogde functie of activiteit; c. de doelmatige verdeling van de ondergrondse ruimte; d. het beperken van hinder; e. het beschermen van de gezondheid; f. het veilige en doelmatige gebruik van het openbaar gebied; en g. het beschermen van in de grond aanwezige kabels, leidingen en ondersteunende werken.

Paragraaf 5.3.2 Brandveilig gebruik Artikel 5.22 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het brandveilig gebruik van bouwwerken.

Artikel 5.23 Maatwerkregel melding brandveilig gebruik In afwijking van artikel 6.7, lid 2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, wordt het aantal personen zoals bedoeld in de tabel bij artikel 6.6 onder 7a (logiesfunctie) gesteld op 4.

Paragraaf 5.3.3 Bodemonderzoek Artikel 5.24 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het uitvoeren van een bodemonderzoek.

Artikel 5.25 Algemene regels bodemonderzoek 1 Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport bedoeld in artikel 22.35 onder j, indien bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.

2 Het bevoegd gezag kan gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingstermijn, als bedoeld in bijlage 1 bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, indien uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en naar de bodemgesteldheid blijkt, dat de locatie onverdacht is dan wel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen.

3 Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.

Paragraaf 5.3.4 Werkzaamheden kabels en leidingen Artikel 5.26 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, wijzigen of verwijderen van kabels en leidingen.

Artikel 5.27 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten

16

Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning werkzaamheden uit te voeren in of op openbare grond inzake de aanleg, instandhouding of opruiming van kabels en leidingen.

Artikel 5.28 Bijzondere aanvraagvereisten 1 Bij de aanvraag voor een vergunning wordt een uitvoeringsplan gevoegd.

2 Het uitvoeringsplan omvat in ieder geval: a. een omschrijving van de kabels en leidingen die worden aangelegd, in stand gehouden of opgeruimd, alsmede een omschrijving van de voorzieningen die worden medegebruik of voor medegebruik worden aangelegd; b. de locatie van de werkzaamheden; c. een omschrijving van de werkzaamheden die worden uitgevoerd; d. een projectcode of nummer waaronder het project in het kader van de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse- en ondergrondse netten en netwerken (WIBON), ook wel genoemd grondroerdersregeling, bij de netbeheerder bekend is; e. de contactgegevens van degene onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden worden verricht, inclusief contactgegevens van aannemers en onderaannemers die gedurende de uitvoering van de werkzaamheden de gehele dag bereikbaar zal zijn; f. de contactgegevens van de eigenaar van de kabels en/of leidingen; g. een opgave van het voorgenomen tijdvak waarbinnen de werkzaamheden zullen plaatsvinden en, indien van toepassing, een opgave van de fasering binnen dit tijdvak; h. een aanduiding van de wijze waarop omwonenden en andere belanghebbenden vooraf in kennis worden gesteld van de werkzaamheden; i.

een omschrijving van de maatregelen die om reden van openbare orde, veiligheid, het voorkomen of beperken van overlast, de bereikbaarheid van gronden of gebouwen, dan wel ondergrondse ordening zijn voorgenomen; j. één of meerdere tekeningen, op maximale schaal van 1:500, waarop in ieder geval de aan te leggen, in stand te houden of te verwijderen kabels en leidingen en de daartoe te verrichten werkzaamheden staan aangeduid; k. een tekening met voorgestelde verkeersmaatregelen of aanduiding van te nemen maatregelen conform CROW publicatie 96b.

3 In afwijking van het eerste lid worden bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden van niet ingrijpende aard de volgende gegevens verstrekt: a. naam, adres van de netbeheerder, de naam en het adres van de (onder)aannemers(s), en de naam en het telefoonnummer van de uitvoerder; b. de locatie van de werkzaamheden; c. de lengte van de sleuf die wordt opengebroken; d. het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken.

Artikel 5.29 Beoordelingsregel De omgevingsvergunning kan door burgemeester en wethouders worden geweigerd als de belangen bedoeld in Artikel 5.3 onevenredig worden geschaad en in het belang van: a. de openbare orde; b. de bereikbaarheid van gronden en gebouwen.

17

Artikel 5.30 Wijzigen, intrekken of verlengen vergunning 1 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning wijzigen, intrekken of verlengen, als: a. de netbeheerder niet binnen een jaar na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning de werkzaamheden als omschreven in de omgevingsvergunning heeft afgerond; b. de in de omgevingsvergunning benoemde werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van zes maanden stil liggen; c. de omgevingsvergunning is verleend ten gevolge van onjuiste of onvolledige gegevens; d. de omgevingsvergunning in strijd met enig wettelijk voorschrift is afgegeven; e. de netbeheerder het bepaalde bij of krachtens dit omgevingsplan of de vergunningvoorschriften niet naleeft; f. dit noodzakelijk is vanwege de uitvoering van werken.

2 Burgemeester en wethouders gaan niet over tot intrekking of wijziging van de omgevingsvergunning om redenen genoemd onder lid 1 onder a t/m f dan nadat burgemeester en wethouders de omgevingsvergunninghouder hebben gehoord.

3 Burgemeester en wethouders trekken de vergunning in als de netbeheerder schriftelijk bij burgemeester en wethouders heeft verklaard van de omgevingsvergunning geen gebruik meer te willen maken.

4 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning verlengen met een maximale duur van 6 maanden.

Artikel 5.31 Meldingsplicht 1 Het verbod als bedoeld in Artikel 5.27 geldt niet: a. voor spoedeisende werkzaamheden ten gevolge van een ernstige belemmering of storing; en b. als in ieder geval 48 uur voor aanvang van de werkzaamheden een melding is gedaan.

2 Indien de spoedeisende werkzaamheden zodanig ernstig zijn dat direct ingrijpen noodzakelijk is, dan kan de melding direct na uitvoering of uiterlijk de eerstvolgende werkdag voor 10.00 uur doorgegeven.

Artikel 5.32 Maatwerkvoorschriften 1 Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan het bepaalde Paragraaf 5.3.4.

2 De voorschriften hebben slechts betrekking op: a. de plaats van de werkzaamheden;

18

b. het tijdstip van de werkzaamheden, waarbij dat het toegestane tijdstip van aanvang, behoudens zwaarwichtige redenen van publiek belang, niet later mag liggen dan 12 maanden na de datum van verlening van de omgevingsvergunning; c. de wijze van uitvoering van de werkzaamheden; d. het bevorderen van medegebruik van voorzieningen; e. het afstemmen van de voorgenomen werkzaamheden met beheerders van overige in de grond aanwezige werken; f. beperkte geldigheidsduur bij werkzaamheden ten behoeve van voorzieningen welke in gebruik zijn bij bouwactiviteiten derden, inclusief plicht tot verwijderen van de voorzieningen binnen de gestelde termijn.

Afdeling 5.4 Milieubelastende activiteiten Paragraaf 5.4.1 Algemeen Artikel 5.33 Oogmerken De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het voorkomen en beperken van hinder en overlast; en b. het beschermen van het milieu.

Paragraaf 5.4.2 Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting Artikel 5.34 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. de collectieve en festiviteiten; b. het ten gehoren brengen van onversterkte muziek; en c. het veroorzaken van geluidhinder.

Artikel 5.35 Algemene regels collectieve festiviteiten 1 De geluidsnormen bedoeld in paragraaf 22.3.4.2 van dit omgevingsplan (bruidsschat) en artikel Artikel 5.36 gelden niet voor een door burgemeester en wethouders aan te wijzen collectieve festiviteit gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2 De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in paragraaf 22.3.22 van dit omgevingsplan (bruidsschat) gelden niet een voor door burgemeester en wethouders aan te wijzen collectieve festiviteit gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

3 Burgemeester en wethouders maken de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend.

4 Burgemeester en wethouders kunnen wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

19

Artikel 5.36 Algemene regels onversterkte muziek 1 Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek op de locatie waar de milieubelastende activiteit mag worden verricht, is de onder e opgenomen tabel van toepassing, waarbij: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. de beoordeling plaatsvindt aan de hand van de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai (december 2004); e. Tabel (LAr,LT staat voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveau):

LAr,LT op de gevel van gevoelige gebouwen

7.00 – 19.00 uur

19.00 – 23.00 uur

23.00 – 7.00 uur

55 dB(A)

50 dB(A)

40 dB(A)

40 dB(A)

35 dB(A)

25 dB(A)

LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen

2 Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek.

3 Het eerste lid geldt niet indien Artikel 5.35 of Artikel 5.40 van toepassing is.

Artikel 5.37 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning buiten locaties waar milieubelastende activiteiten zijn toegestaan handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

2 Bij de beoordeling of er sprake is van geluidhinder gelden de geluidsnormen zoals aangegeven op de door burgemeester en wethouders [dynamische verwijzing vastgestelde geluidsnormeringskaart voor bedrijven of diens rechtsopvolgers. De beoordeling vindt plaats aan de hand de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai (december 2004) of diens rechtsopvolgers.

3 Het verbod is niet van toepassing op: het gebruik van openbare sport- en speelvoorzieningen en terreinen voor zover het betreft de uitoefening van sport- en

20

speelactiviteiten; a. collectieve festiviteiten als bedoeld in artikel Artikel 5.35; b. incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel Artikel 5.40.

Artikel 5.38 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning PM

Artikel 5.39 Beoordelingsregels PM

Artikel 5.40 Informatieplicht 1 Het is toegestaan om maximaal vier incidentele festiviteiten per kalenderjaar te houden op de locatie waar de milieubelastende activiteit mag worden verricht, waarbij de geluidsnormen als bedoeld in paragraaf 22.3.4.2 van dit omgevingsplan (bruidsschat) en Artikel 5.36 niet van toepassing zijn, als: a. het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de festiviteit op de gevel van geluidgevoelige gebouwen niet meer dan 20 dB(A)hoger zijn dan de reguliere geluidsnorm; b. de houder van de locatie waar de milieubelastende activiteit mag worden verricht, ten minste tien werkdagen voor aanvang van de festiviteit de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: ◦ de locatie waar de festiviteit plaatsvindt; en ◦ de voorgenomen tijdsduur van de festiviteit.

2 enHet is toegestaan om tijdens 4 incidentele festiviteiten per kalenderjaar op de locatie waar de milieubelastende activiteit mag worden verricht, de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij paragraaf 22.3.22 van dit omgevingsplan (bruidsschat) niet van toepassing is, als ten minste tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. de locatie waar de festiviteit plaatsvindt; en b. de voorgenomen tijdsduur van de festiviteit.

Artikel 5.41 Algemene regels incidentele festiviteiten 1 Tijdens een incidentele festiviteit als bedoeld in het Artikel 5.40 lid 1 wordt het ten gehore brengen van muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in paragraaf 22.3.4.2 van dit omgevingsplan (bruidsschat) en Artikel 5.36 – van zondag tot en met donderdag om uiterlijk 23.00 uur en op vrijdag en zaterdag om uiterlijk 24.00 uur beëindigd.

2 De geluidsnorm als bedoeld in Artikel 5.40 eerste lid onder a geldt voor het bebouwde gedeelte van de locatie waar de milieubelastende activiteit mag worden verricht en niet voor de buitenruimte.

3

21

Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 5.42 Maatwerkvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over Artikel 5.36 Algemene regels onversterkte muziek - Lid 1 en Artikel 5.40 Informatieplicht - Lid 1.

Afdeling 5.5 Activiteiten in openbaar toegankelijke ruimte Paragraaf 5.5.1 Algemeen Artikel 5.43 Oogmerken

De regels in deze afdeling zijn gesteld met het oog op: a. het behoeden van de staat en werking van de openbare weg en het openbaar water voor nadelige gevolgen van activiteiten op of rond die weg of dat water; b. het bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; c. het beperken van hinder; d. het beschermen van het aanzien van de openbare ruimte; en e. het beschermen van het openbaar groen. f. het verdelen van schaarse ruimte. g. het wenselijk is regels te stellen aan het parkeren in verband met de parkeerregulatie in het centrum en de ring daarbuiten; h. het waarborgen en bevorderen en van de verkeersveiligheid; i. het waarborgen en bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte; j. de natuurbescherming; en k. het beschermen van het milieu.

Paragraaf 5.5.2 Objecten plaatsen op de weg Artikel 5.44 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het plaatsen van objecten op de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 5.45 Algemene regels Het is toegestaan een uistalling te plaatsen als wordt voldaan aan de regels zoals gesteld in Regels uitstallingen of diens rechtsopvolger.

Artikel 5.46 Aanwijzing vergunningplichtige activiteiten 1 Het is verboden de weg of een weggedeelte zonder omgevingsvergunning anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als: a. het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; b. het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.

22

2 Het is verboden zonder omgevingsvergunning tijdelijke reclame-uitingen op of aan de weg te plaatsen.

3 Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: a. een evenement; en b. een standplaats.

Artikel 5.47 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of ingetekende luchtfoto verstrekt met daarop de locatie van het object; b. de lengte, breedte en hoogte van het object aangegeven; en c. de voorgenomen tijdsduur van het plaatsen vermeld. d. een verkeersplan, als het fietspad, voetpad of de rijbaan geheel of gedeeltelijk wordt geblokkeerd.

Artikel 5.48 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als: a. de belangen, bedoeld in Artikel 5.43, onevenredig worden geschaad. b. niet wordt voldaan aan het Beleid tijdelijke reclame-uitingen of diens rechtsopvolger.

Artikel 5.49 Maatwerkvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over Paragraaf 5.5.2

Paragraaf 5.5.3 Vergunning parkeren Artikel 5.50 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het parkeren van motorvoertuigen, aanhangwagens en fietsen op de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 5.51 Algemene regels aanwijzing parkeren 1 Burgemeester en wethouders kunnen in de werkingsgebieden A en B weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door omgevingsvergunninghouder. Burgemeester en wethouders kunnen hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in Artikel 5.55 eerste lid.

2 Burgemeester en wethouders kunnen de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.

Artikel 5.52 Algemene regels verboden 1

23

Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen.

2 Het is verboden een (brom)fiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd.

Artikel 5.53 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning gedurende de tijden waarop het parkeren op een parkeerplaatsen voor vergunninghouders of een autodateplaats slechts aan omgevingsvergunninghouder is toegestaan daar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden.

2 Het verbod geldt niet voor: a. een motorvoertuig van een gehandicapte, voor zover deze beschikt over een duidelijk zichtbaar aangebrachte geldige Europese Gehandicapten Parkeerkaart; b. als zodanig herkenbare politievoertuigen; c. als zodanig herkenbare brandweervoertuigen; d. als zodanig herkenbare ambulances; e. als zodanig herkenbare dierenambulances; f. als zodanig herkenbare dienstvoertuigen van de gemeente Veenendaal.

Artikel 5.54 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning [Burgemeester en wethouders kunnen bijzondere aanvraagvereisten stellen aan een aanvraag omgevingsvergunning [dynamische verwijzing naar uitvoeringsbesluit uitgifte vergunningen].

Artikel 5.55 Beoordelingsregel omgevingsvergunning 1 Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het parkeren op parkeerplaatsen voor vergunninghouders of parkeerapparatuurplaatsen aan: a. een houder van een motorvoertuig die woont in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door omgevingsvergunninghouder te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie I); b. een houder van een motorvoertuig die een beroep of bedrijf uitoefent in een gebied waar belanghebbendenplaatsen of mede door omgevingsvergunninghouder te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn en die aantoont dat het in het belang van diens beroep- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat gebied een motorvoertuig te parkeren (categorie II); c. een houder van een motorvoertuig voertuig die voor het verlenen van zorg, hulp of (onderhouds)werkzaamheden op één of wisselende plaatsen aanwezig moet zijn binnen een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of mede door omgevingsvergunninghouder te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie III); d. een houder van een motorvoertuig bestemd voor autodate, waarvan de autodateplaats is gelegen in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of mede door omgevingsvergunninghouder te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie IV); e.

een bewoner die woont in een gebied waar parkeerplaatsen voor vergunninghouders of mede door omgevingsvergunninghouder te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn (categorie V).

24

2 Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ook een omgevingsvergunning verlenen aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het eerste lid genoemde categorieën.

3 Een omgevingsvergunning wordt voor ten hoogste één kalenderjaar verleend.

4 Burgemeester en wethouders kunnen, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven omgevingsvergunningen per adres en per categorie vaststellen (vergunningenplafond)

5 Burgemeester en wethouders kunnen aan een omgevingsvergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. Aan een omgevingsvergunning voor categorie IV kunnen burgemeester en wethouders voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, waaronder mede wordt begrepen het stimuleren van selectief autogebruik.

6 Burgemeester en wethouders weigeren een omgevingsvergunning als: a. niet wordt voldaan aan de voorwaarden, zoals gesteld bij of krachtens dit omgevingsplan; b. het vergunningenplafond van het desbetreffende adres is bereikt; c. niet wordt voldaan aan het {dynamische verwijzing naar uitvoeringsbesluit uitgifte vergunningen}.

Artikel 5.56 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen plaatsen voorwerp Het is verboden zonder omgevingsvergunning enig voorwerp, niet zijnde een voertuig, te plaatsen of te laten staan: a. op een parkeerapparatuurplaatsen; b. op een parkeerplaatsen voor vergunninghouders.

Artikel 5.57 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning PM

Artikel 5.58 Beoordelingsregels PM

Artikel 5.59 Overdragen, intrekken of wijzigen vergunning 1 De omgevingsvergunning is niet overdraagbaar.

25

2 Omgevingsvergunninghouder is verplicht elke wijziging in de omstandigheden die relevant zijn voor het verlenen van een omgevingsvergunning, onmiddellijk aan burgemeester en wethouders kenbaar te maken.

3 Wijziging van het motorvoertuig of van het kenteken van het motorvoertuig, van bedrijfsnaam of -adres van omgevingsvergunninghouder worden onmiddellijk aan burgemeester en wethouders te worden doorgegeven.

4 Burgemeester en wethouders kunnen de omgevingsvergunning intrekken of wijzigen wanneer: a. de omgevingsvergunninghouder daarom verzoekt; b. de omgevingsvergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de omgevingsvergunning is verleend; c. er zich een wijziging voordoet in één van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de omgevingsvergunning; d. voor het betreffende gebied het stelsel van omgevingsvergunningen komt te vervallen; e. de omgevingsvergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn omgevingsvergunning heeft voldaan; f. de omgevingsvergunninghouder handelt in strijd met de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften; g. blijkt dat bij de aanvraag van de omgevingsvergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; h. er redenen zijn van openbaar belang.

Artikel 5.60 Maatwerkvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen aan het bepaalde Paragraaf 5.5.3.

Paragraaf 5.5.4 Het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg Artikel 5.61 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.

Artikel 5.62 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.

2 Het verbod is niet van toepassing voor zover in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam werkzaamheden worden verricht.

Artikel 5.63 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening of foto met daarop de gewenste wijziging van de weg; en

26

b. een foto van de bestaande situatie.

Artikel 5.64 Beoordelingsregels omgevingsvergunning De omgevingsvergunning wordt alleen geweigerd als de belangen, bedoeld in Artikel 5.43, onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 5.5.5 Het maken of veranderen van een uitrit Artikel 5.65 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf gaat over het aanleggen van een uitrit naar de openbare weg in beheer bij de gemeente.

Artikel 5.66 Algemene regel verbod Het is [in werkingsgebied 2] verboden een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen.

Artikel 5.67 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is [in werkingsgebied 1] verboden zonder omgevingsvergunning een uitrit aan te leggen naar de openbare weg of een bestaande uitrit te veranderen.

2 Het eerste lid geldt niet, als: a. het om een eerste uitrit gaat; b. er geen wijziging van de openbare ruimte nodig is; c. er voor de aanleg van de uitrit geen bomen op particuliere grond worden verplaatst of verwijderd waarvoor een omgevingsvergunning voor kappen als bedoeld in Artikel 5.136 nodig is; d. de uitrit niet wordt aangelegd ter plaatse van een openbare parkeerplaats of een object in de openbare ruimte; e. er geen voet- of fietspad tussen de uitrit en de openbare weg ligt; f. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht op de openbare weg ten minste 5 meter is; en g. de ruimte om de uitrit aan te leggen op het perceel ten minste 5 meter lang, in diepte gemeten vanaf de openbare weg, en ten minste 2,5 meter breed is.

Artikel 5.68 Bijzondere aanvraagvereisten omgevingsvergunning Bij de aanvraag om een omgevingsvergunning worden de volgende gegevens en bescheiden verstrekt: a. een tekening met daarop de gewenste ligging van de uitrit en de locatie van de uitrit aan het voor-, zij- of achtererf, door middel van de maatvoering; b. een foto van de bestaande situatie; c. de afmeting van de nieuwe uitrit of de te veranderen bestaande uitrit en de beoogde verandering daarvan; en d. de aanwezigheid van obstakels die in de weg staan voor het aanleggen of het gebruik van de uitrit.

Artikel 5.69 Beoordelingsregel omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan alleen worden geweigerd, als: a. door de uitrit een verkeersonveilige situatie kan ontstaan;

27

b. de aanleg van de uitrit ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. er een wijziging van de openbare ruimte nodig is; d. het perceel al door een andere uitrit wordt ontsloten, en de aanleg van de tweede uitrit ten koste gaat van het openbaar groen; e. de afstand van de uitrit tot een kruising of bocht op de openbare weg minder is dan 5 meter; f. de ruimte om de uitrit aan te leggen op het perceel minder dan 5 meter lang, in diepte gemeten vanaf de openbare weg, of minder dan 2,5 meter breed is; of g. er voor de aanleg van de uitrit één of meerdere bomen verplaatst of verwijderd moeten worden, zonder dat daarvoor een benodigde omgevingsvergunning voor kappen als bedoeld in Artikel 5.136is verleend.

Paragraaf 5.5.6 Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen Artikel 5.70 Algemene regels verboden handelsreclame Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.

Artikel 5.71 Algemene regels winkelwagens 1 Een winkelier die winkelwagens ter beschikking stelt is verplicht deze: a. te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander herkenningsteken; en b. direct te verwijderen of te doen verwijderen uit de omgeving van dat bedrijf.

2 De winkelier kan verplicht worden voorzieningen te treffen om te voorkomen dat winkelwagens onbeheerd achtergelaten worden.

Artikel 5.72 Algemene regels voorzieningen voor verkeer en openbare verlichting De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

Artikel 5.73 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. het plaatsen of wijzigen van reclameobjecten; b. het maken van handelsreclame; c. het gebruik van winkelwagens; en d. het treffen van voorzieningen ten behoeve van verkeer en openbare verlichting.

Artikel 5.74 Specifieke zorgplicht De specifieke zorgplicht voor de bruikbaarheid, het uiterlijk aanzien en het veilig gebruik van openbare plaatsen houdt in ieder geval in dat: a. winkelwagens na gebruik niet onbeheerd op een openbare plaats worden achter gelaten; b. beplanting of een voorwerp niet worden aangebracht dan wel te houden op zodanige wijze dat aan het

28

wegverkeer het vrije uitzicht wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder of gevaar ontstaat; en c. een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening niet worden geopend, onzichtbaar worden gemaakt of worden afgedekt door een persoon die daartoe niet bevoegd is.

Artikel 5.75 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen Het is verboden zonder omgevingsvergunning een (verlicht) reclameobject, dat zichtbaar is vanaf de openbare weg, op of aan een bouwwerk te plaatsen of te wijzigen.

Artikel 5.76 Bijzondere aanvraagvereisten PM

Artikel 5.77 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning kan in ieder geval worden geweigerd, als niet voldaan wordt aan redelijke eisen van welstand.

Paragraaf 5.5.7 Openbaar water Artikel 5.78 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het plaatsen, aanbrengen of hebben van voorwerpen in of op openbaar water.

Artikel 5.79 Algemene regels verboden 1 Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

2 Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van openbare wateren, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente in beheer zijn.

Artikel 5.80 Melding 1 Het is verboden een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, zonder dit ten minste twee weken voor het begin ervan te melden.

2 Bij de melding wordt in ieder geval een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp verstrekt.

Paragraaf 5.5.8 Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden

29

Artikel 5.81 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het rijden of zich bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard binnen publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen.

Artikel 5.82 Algemene regels verboden Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel met een motorvoertuig of een bromfiets te crossen buiten wedstrijdverband.

Artikel 5.83 Aanwijzing vergunningplichte activiteiten 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets, een snorfiets, een fiets of een paard.

2 Het verbod is niet van toepassing op motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: a. ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde minister aangewezen hulpverleningsdiensten; b. die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld; c. die worden gebruikt in verband met werken die krachtens wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; d. van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid bedoeld; e. voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van de onder d. bedoelde personen.

3 Het verbod is voorts niet van toepassing: a. op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde gebieden of terreinen; of b. binnen de bij of krachtens de omgevingsverordening van de provincie Utrecht aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

Artikel 5.84 Bijzondere aanvraagvereisten PM

Artikel 5.85 Beoordelingsregels PM

Artikel 5.86 Maatwerkvoorschriften Burgemeester en wethouders kunnen maatwerkvoorschriften stellen over het gebruik van de terreinen als bedoeld in

30

Artikel 5.82 en Artikel 5.83 Aanwijzing vergunningplichte activiteiten - Lid 1. a. in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; b. in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; c. in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het Artikel 5.82 bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.

Paragraaf 5.5.9 Vuurverbod Artikel 5.87 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op het verbranden of anderszins vuurt aan te leggen, te stoken of te hebben in de openlucht buiten locaties waar milieubelastende activiteiten mogen plaatsvinden.

Artikel 5.88 Aanwijzing vergunningplichtige gevallen 1 Het is verboden zonder omgevingsvergunning in de openlucht afvalstoffen te verbranden of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben buiten locaties waar milieubelastende activiteiten mogen plaatsvinden.

2 Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op: a. verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke; b. sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, voor zover geen afvalstoffen worden verbrand; en c. vuur voor koken, bakken en braden.

Artikel 5.89 Bijzondere aanvraagvereisten PM

Artikel 5.90 Beoordelingsregels De omgevingsvergunning kan worden geweigerd als de belangen, bedoeld in Artikel 5.43 onevenredig worden geschaad.

Paragraaf 5.5.10 Het voorkomen van overlast, gevaar of schade Artikel 5.91 Aanwijzing activiteiten Deze paragraaf is van toepassing op: a. plaatsen van fietsen, snorfietsen of bromfietsen; b. het los laten lopen van honden; c. het zich bevinden met een hond in openbaar gebied; en d. het doen van een natuurlijke behoefte.

Artikel 5.92 Algemene verboden plaatsen fiets 1 Het is verboden om: a. in door burgemeester en wethouders aangewezen gebieden een fiets, snorfiets of bromfiets buiten de daarvoor

31

bestemde ruimten of plaatsen te laten staan [dynamische verwijzing aanwijzingsbesluit]; b. fietsen, snorfietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in verwaarloosde toestand verkeren, op de weg te laten staan; c. in door burgemeester en wethouders aangewezen [dynamische verwijzing aanwijzingsbesluit] gebieden een fiets, snorfiets of bromfiets langer dan vier weken onbeheerd in een fietsenstalling achter te laten.

2 Bij overtreding van het verbod kan de fiets, snorfiets of bromfiets weggehaald worden.

Artikel 5.93 Algemene verboden loslopende honden 1 Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte speelruimteplek of op een andere door burgemeester en wethouders aangewezen plaats; en b. binnen de Bebouwde komgrens en een openbare plaats indien de hond niet is aangelijnd.

2 Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing in Hondenlosloopgebieden.

3 De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond.

Artikel 5.94 Algemene regels verontreiniging door honden 1 Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft, is verplicht: a. middelen bij zich te dragen om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; en b. ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond onmiddellijk worden verwijderd.

2 Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond, sociale hulphond of gezelschapshond laat begeleiden en niet in staat is de middelen te hanteren om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren; of b. die vanwege een blessure niet in staat is de middelen te hanteren om eventuele uitwerpselen van de hond te verwijderen en af te voeren.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10197344/1