2.b 2023-10-09 beleidregel geluid bij evenementen - maart 2018-Amsterdam
Tekst van het document
Het is dus mogelijk dat bij hogere windsnelheden tijdens een evenement hogere geluidniveaus worden geproduceerd in de omgeving dan berekend. De organisator zal het (de) geluidniveau(s) op het evenemententerrein moeten reduceren ten einde aan de grenswaarde te kunnen voldoen.
4.7 Best Beschikbare Techniek Bij prognoseberekeningen in een akoestisch onderzoek moeten voorzieningen worden betrokken om de geluidoverdracht naar de omgeving zo veel mogelijk te beperken. Hiervoor moet gebruik gemaakt worden van de Best Beschikbare Technieken, zoals vastgelegd in de meest recente BBT-Lijst van de gemeente Amsterdam. Deze BBT-Lijst wordt jaarlijks samengesteld door de Stedelijke Expertgroep Geluid.
5 Eisen akoestisch onderzoek 5.2 Categorie I ( 1.500 bezoekers) Voor evenementen binnen categorie I dient voorafgaand een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden, dat bij de vergunningsaanvraag wordt ingediend. Het onderzoek dient te voldoen aan het Meet- en rekenprotocol van de gemeente Amsterdam en de HMRI voor de onderdelen waar naar de HMRI verwezen wordt of waarin het protocol niet in voorziet. Het onderzoeksrapport dient helder en doelmatig opgesteld te zijn, waarbij de volgende indeling wordt gevolgd:
Inleiding
Korte en bondige inleiding van het onderzoek
Activiteiten evenement
Omschrijving (type) evenement, aantal bezoekers, tijden, type muziek, et cetera
Overzichtstekening inrichting en grens van het terrein
Opgaaf aantal podia, omschrijving en specificaties geluidsystemen
Omschrijving omgeving
Luchtfoto met bebouwing uit het BAG-register en hierin aangeduid de ligging van het evenement en de woningen en andere geluidgevoelige gebouwen
Bondige omschrijving van de meest relevante omgevingskenmerken
Akoestisch rekenmodel
Omschrijving toegepaste rekenmethodiek en software
Verwijzing naar het Meet- en rekenprotocol
Overzicht ingevoerde geluidbronnen met bronvermogens en spectrale verdeling
Varianten podia-opstellingen voor de meest gunstige speelrichtingen
Overzicht toegepaste maatregelen en beoogde reducties op basis van de BBT-Lijst
Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of mogelijk worden geacht, dient dit onderbouwd te worden
Rekenresultaten
Overzicht geluidbelasting op de beoordelingspunten in dB(C) inclusief gehanteerde correcties
Altijd een rekenpunt op het Front of House in dB(A) en dB(C) (afstand afhankelijk van omvang FoH-gebied).
Conclusie
Bondige conclusie met toetsing geluidbelasting aan grenswaarden
Opgaaf hoogste geluidbelasting op het maatgevende beoordelingspunt
Advies locatie meetpunten tijdens het evenement
Bijlagen
Plot met ligging bronnen en rekenpunten in het rekenmodel en plot ingezoomd op de bronnen
Uitdraai rekenmodel met rekenresultaten
Overzicht met invoergegevens, inclusief eigenschappen, rekenmodel met: o Geluidbronnen o Schermen o Bodemgebieden Tekening indeling evenement
Het rekenmodel dient als losse digitale bijlage ter controle meegestuurd te worden
5.3 Categorie II en III (< 1.500 bezoekers en niet-muziekevenementen) Voor evenementen binnen categorie II en III dient voorafgaand een eenvoudig geluidplan opgesteld te worden, dat bij de melding/aanvraag van het evenement wordt ingediend. Het geluidplan dient helder en doelmatig opgesteld te zijn, waarbij de volgende indeling wordt gevolgd:
Omschrijving evenement
Omschrijving (type) evenement, aantal bezoekers, type muziek, tijden et cetera
Overzichtstekening inrichting en grens van het terrein
Opgaaf aantal podia, omschrijving en specificaties geluidsystemen
Omschrijving omgeving
Luchtfoto of kaart met ligging evenement en woningen
Bondige omschrijving van de meest relevante omgevingskenmerken
Maatregelen (BBT)
Overzicht toegepaste maatregelen en beoogde reducties op basis van de BBT-Lijst o Richting van podium / podia o Omschrijving en aantallen speakers o Positionering en hoogte van de speakers o Maatregelen in techniek en afscherming Indien bepaalde maatregelen niet doelmatig of mogelijk worden geacht, dient dit onderbouwd te worden
Metingen en controle
Opgaaf wie tijdens het evenement verantwoordelijk is voor het uitvoeren van geluidmetingen
Bijlagen
Overzicht toegepaste audio, indien dit niet in het plan kan worden verwerkt
Tekening indeling evenement, indien dit niet in het plan kan worden verwerkt
6 Eisen monitoren en/of meten geluidniveaus 6.2 Categorie I ( 1.500 bezoekers) Tijdens evenementen binnen categorie I wordt het geluidniveau op de gevels van omliggende woningen continu gemeten, waarbij de volgende aanwijzingen gelden:
Er wordt op voldoende beoordelingspunten gemeten om de maximale grenswaarde te waarborgen. Voor het aantal meetpunten en de locaties van de meetpunten wordt het advies uit het akoestisch onderzoek en/of de aanwijzingen uit het locatieprofiel zo veel mogelijk gevolgd.
Voor de metingen wordt gebruik gemaakt van de best beschikbare apparatuur die voldoet aan de eisen zoals omschreven in paragraaf 2.4.
Er moet gebruik gemaakt worden van apparatuur die een correlatie kan leggen tussen het geluid bij de bron (FoH) en bij de ontvanger (woning en andere geluidgevoelige gebouwen).
Alle meetdata moet real-time uitgelezen kunnen worden via een website. Zowel de organisatie als de gemeente dient inzage te krijgen in de real-time meetwaarden. De meetdata moet lokaal en/of op een server worden opgeslagen zodat deze achteraf benaderd kan worden.
In de software van de meetapparatuur moeten drempelwaarden ingevoerd worden, inclusief de vooraf vastgestelde correcties. Bij overschrijding van de drempelwaarden dient het meetsysteem een waarschuwing te geven aan de technicus, de organisatie en de gemeente.
Bij een (dreigende) overschrijding van de grenswaarde dient het geluidniveau op het evenemententerrein direct afdoende teruggebracht te worden.
Op locaties waar een meetsysteem van de gemeente staat opgesteld mag de organisator gebruik maken van dit systeem. Het meetsysteem van de gemeente beperkt zich altijd tot meetstations in de omgeving. De organisator dient zelf zorg te dragen voor meetstations op het evenemententerrein. Ook deze meetdata moet real-time uitgelezen kunnen worden via een website. Zowel de organisatie als de gemeente dient inzage te krijgen in de real-time meetwaarden.
Voor het begeleiden van de metingen en het beheren van de apparatuur wordt iemand van of namens de organisatie aangewezen. De gegevens van deze persoon worden voorafgaand aan het evenement doorgegeven aan de behandelend ambtenaar van de gemeente. Binnen vier weken na het evenementen wordt een meetverslag overlegd overeenkomstig paragraaf 3.7 van dit protocol. In dit verslag dient ook aangetoond te worden dat het geluidniveau onder de 40 Hz is afgefilterd conform de eisen uit de BBT-Lijst.
Zowel de gemeente als de organisator dienen elkaar vrije toegang te verschaffen tot de originele meetdata.
Een constatering van een overschrijding kan worden vastgesteld met behulp van meetstations in de omgeving, die toebehoren aan de gemeente. Indien de meetstations in de omgeving toebehoren aan de
organisator, dient een constatering te worden vastgesteld door een daartoe bevoegde ambtenaar met een eigen geluidmeter.
6.3 Categorie II en III (< 1.500 bezoekers en niet-muziekevenementen) Tijdens evenementen binnen categorie II en III wordt het geluidniveau op de gevels van omliggende woningen minimaal twee keer per uur handmatig gemeten, waarbij de volgende aanwijzingen gelden:
Tijdens het evenement worden op regelmatige basis handmatig geluidmetingen verricht met ten minste een klasse 2 geluidmeter met een log-/opslagfunctie (in afwijking op de eisen uit paragraaf 2.4). Bij een (dreigende) overschrijding van de grenswaarde dient het geluidniveau op het evenement direct afdoende teruggebracht te worden. Voor het uitvoeren van de metingen wordt iemand van of namens de organisatie aangewezen. De gegevens van deze persoon worden voorafgaand aan het evenement doorgegeven aan de behandelend ambtenaar van de gemeente. De meetresultaten worden opgeslagen in de geluidmeter en ten minste vier weken bewaard. Bij controle of navraag dient inzage in de meetgegevens gegeven te worden.
BBT-Lijst 18 Evenementengeluid in Amsterdam Overzicht Best Beschikbare Technieken voor het evenementenseizoen 2018
2018 Versie 1.3
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
Samengesteld door: Stedelijke Expertgroep Geluid In opdracht van: Stedelijk Evenementenbureau Amsterdam © 2018 Gemeente Amsterdam
- 33 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
INHOUD 1.
INLEIDING
35
1.1 1.2 1.3 1.4
BEGRIP DOEL STEDELIJKE EXPERTGROEP GELUID VASTSTELLING
35 36 36 36
2.
BEST BESCHIKBARE TECHNIEKEN
37
2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
ORGANISATORISCH GELUIDNIVEAUS ELECTRO-AKOESTISCH AF-FILTEREN INPAKKEN EN AFSCHERMING INNOVATIES
37 37 39 41 42 42
3.
BBT-LIJST 17
43
3.1 3.2
BBT VOOR CATEGORIE I ( 1.500 BEZOEKERS) BBT VOOR CATEGORIE II EN III (< 1.500 BEZOEKERS)
43 43
4.
BBT IN DE PRAKTIJK
44
4.1 4.2
PROGNOSEBEREKENINGEN CONTROLE TIJDENS EVENEMENTEN
44 44
- 34 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
1 INLEIDING De ‘Beleidsregel Evenementengeluid in de Stad’ (de Beleidsregel) omvat kaders en regels voor het verlenen van vergunningen voor het organiseren van evenementen met geluid. De Beleidsregel is een uitwerking van het proces te komen tot een betere balans tussen een stad waar goed georganiseerde evenementen kunnen plaatsvinden en het inperken van geluidoverlast voor bewoners. Een van de belangrijkste uitgangspunten van het evenementenbeleid zoals verwoord in de Beleidsregel is dat de geluidbelasting vanwege evenementen in de omgeving te allen tijde zo laag mogelijk moet zijn. Om dit te bereiken wordt van organisatoren verlangd dat zij de ‘Best Beschikbare Technieken’ (BBT) inzetten. In deze notitie is opgenomen wat verstaan wordt onder BBT en welke BBT-maatregelen verwacht worden van evenementenorganisatoren. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in drie categorieën evenementen: I Muziekevenementen met 1.500 of meer bezoekers II Muziekevenementen met minder dan 1.500 bezoekers III Evenementen waarbij muziek een ondergeschikte rol speelt De expertgroep beseft zich dat een aantal van de omschreven maatregelen ten koste kan gaan van de geluidkwaliteit. Voor de bescherming van bewoners in een stedelijk gebied zijn deze maatregelen echter nodig.
Note: De gemeente Amsterdam draagt graag bij aan de ontwikkeling van evenementbeleid in andere steden en stelt de BBT-Lijst dan ook beschikbaar als leidraad of voorbeeld. Bedenk daarbij wel dat elke stad en locatie anders is en wellicht een eigen aanpak verlangt.
1.2 Begrip Het begrip ‘Best Beschikbare Technieken’ (BBT) - voorheen bekend als ‘As Low As Reasonably Achievable’ (ALARA) - is afkomstig uit de milieuwetgeving. Op grond van artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient bij de verlening van een vergunning in acht genomen te worden dat tenminste voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Voor de inhoud van het beginsel van BBT kan worden aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wabo. In artikel 1.1, eerste lid, van de Wabo wordt het begrip BBT als volgt omschreven: ‘de voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu meest doeltreffende technieken om de emissies en andere nadelige gevolgen voor het milieu, die een inrichting kan veroorzaken, te voorkomen of, indien dat niet mogelijk is, zoveel mogelijk te beperken, die -kosten en baten in aanmerking genomen - economisch en technisch haalbaar in de bedrijfstak waartoe de inrichting behoort, kunnen worden toegepast, en die voor degene die de inrichting drijft, redelijkerwijs in Nederland of daarbuiten te verkrijgen zijn; daarbij wordt onder technieken mede begrepen het ontwerp van de inrichting, de wijze waarop zij wordt gebouwd en onderhouden, alsmede de wijze van bedrijfsvoering en de wijze waarop de inrichting buiten gebruik wordt gesteld’ Onnodige geluidsemissie moet zoveel mogelijk
worden voorkomen door het treffen van BBT-maatregelen. Voor evenementen zijn geen specifieke BBT-referentiedocumenten (BREFs) van toepassing waarin specifieke eisen aan de geluidsemissie worden gesteld. Zodoende is besloten deze BBT-Lijst op te stellen.
- 35 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
1.3 Doel Het doel van deze BBT-Lijst is:
Het vastleggen van de beste organisatorische en fysieke maatregelen die getroffen kunnen worden om de geluidbelasting vanwege muziekgeluid bij evenementen zoveel mogelijk te beperken. Daarbij wordt gekeken naar de stand der techniek en de praktische toepasbaarheid, met inachtneming van een zeker financieel en uitvoeringstechnisch realisme; Het verschaffen van informatie voor onder andere evenementenorganisatoren, akoestisch adviseurs, vergunningverleners en handhavers; Het verschaffen van handvatten voor het controleren van BBT-maatregelen in akoestische onderzoeken en in de praktijk tijdens evenementen.
1.4 Stedelijke Expertgroep Geluid Voor het vaststellen van de BBT-Lijst is een werkgroep samengesteld (Expertgroep Geluid), bestaande uit een aantal deskundigen binnen het ‘werkveld evenementengeluid’, aangestuurd door het Stedelijk Evenementenbureau van Amsterdam. Voor het vaststellen van deze BBT-Lijst bestond de werkgroep uit de volgende deelnemers:
Berend Temme - Stedelijk Evenementenbureau
Peter de Groot - Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied
Lennard Duijvestijn - Het GeluidBuro
Jan Bril - Het GeluidBuro Merlijn van Veen - Merlijn van Veen Sound Consultant
Ron Westerveld - Westerveld Advies
Peter van der Geer - Event Acoustics
Maarten Hornikx - TU Eindhoven
1.5 Vaststelling Het vaststellen van de nieuwe BBT-Lijst geschiedt jaarlijks, voorafgaand aan het nieuwe evenementenseizoen.
- 36 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
2 Best Beschikbare Technieken 2.2 Organisatorisch Locatie: In beginsel mag op vrijwel elke plek in de stad een bepaald aantal keer per jaar een evenement georganiseerd worden. De ene locatie is echter geschikter dan het andere. Uiteraard ook afhankelijk van het type evenement. In Amsterdam zijn circa 21 specifieke evenementenlocaties. Van deze locaties zijn profielen gemaakt waarin staat voor welk type evenement de locaties geschikt zijn. Bij de wens om een evenement op een bepaalde locatie te organiseren, dient heel goed beoordeeld te worden of die locatie ook geschikt is. Speelrichting: FoH-systemen (speakers) stralen naar de voorzijde meer geluid uit dan naar de zijkanten en achterzijde. Tevens geldt: hoe hoger de speakers worden geplaatst, hoe verder het geluid de omgeving in gaat. Op elke locatie dient zodoende gezocht te worden naar de meest ideale speelrichting, waarbij de geluidbelasting op de omliggende woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) zo laag mogelijk is. De speelrichting van het FoH-systemen (tevens richting van het podium) is een van de basale voorzieningen, waar in de praktijk niet altijd afdoende oog voor is.
Voorbeeld richtingwerking
Bij de opstelling dient ook rekening gehouden te worden met zuidwesten wind als overwegende windrichting.
2.3 Geluidniveaus Geluidniveaus: Hoe meer geluid er op het evenemententerrein gemaakt wordt, hoe meer geluid er in de omgeving over blijft. Het beperken van het geluidniveau beperkt dus ook mogelijke hinder. Elk type evenement heeft een bepaald minimaal geluidniveau nodig om tot zijn recht te komen en om de bezoekers te laten ervaren waar ze voor komen. Een belangrijke regel in het Amsterdamse evenementenbeleid is dat het geluidniveau op het terrein niet luider is dan strikt noodzakelijk. Anderzijds is het ook niet de bedoeling dat het geluidniveau lager is dan passend bij het evenement, waardoor bezoekers ontevreden zijn over de geluidbeleving. Dit kan leiden tot het harder zetten van het geluid met meer geluid in de omgeving en een overschrijding van de geluidnormen, of tot orde- en veiligheidsproblemen door ontevreden festivalbezoekers. Het bronvermogen (van het FoH-systeem) dat nodig is om een bepaald geluidniveau te kunnen genereren is afhankelijk van de omvang van de area met publiek, of het FoH-gebied. In het ‘Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in de stad’ wordt hier nader op ingegaan. Onderstaande tabel geeft een overzicht van bronvermogens die realistisch worden geacht, waarbij een marge mogelijk is van plus of min 3 dB, afhankelijk van de situatie.
Op deze bronvermogens worden in de berekening vervolgens reducties ingevoerd die overeenkomen met de uitstralingskarakteristieken van de betreffende speakers.
- 37 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
Tabel 2.1 Richtlijn samengestelde bronvermogens Categorie en type FoH-systeem 1
I
I - II
FoH-gebied / area 2
Bronsterkte LW 3
10.000 m2 / 20.000 personen
Groot FoH-systeem met delay-speakers
157 dB(C)
2
5.000 m / 10.000 personen
154 dB(C)
2.500 m2 / 5000 personen
151 dB(C)
Middelgroot FoH-systeem
2
1.000 m / 2000 personen
147 dB(C)
2
II - III - IV
Klein FoH-systeem
500 m / 1000 personen
144 dB(C)
250 m2 / 500 personen
141 dB(C)
1)
Omvang FoH-systeem gerelateerd aan categorieën evenementen Omvang FoH-gebied of area direct voor het podium. Bij evenementen met meerdere area’s kunnen de oppervlaktes en vermogens worden verdeeld. 3) Totale bronsterkte gebaseerd op de geluidafstraling richting het publiek (exclusief reducties zij- en achterkant), waarbij de verdeling van de energie over de verschillende frequenties verschilt, per type evenement. 2)
Spectra: Een eengetalswaarde dB(A) of dB(C) geeft slechts zeer beperkte informatie over het geluidniveau. 100 dB(A) klassieke muziek is iets totaal anders dan 100 dB(A) housemuziek. Dit heeft te maken met de verdeling van de energie in de verschillende frequenties, het spectrum. Voor muziekgeluid wordt in Nederland over het algemeen gewerkt met een aantal standaardspectra zoals vastgelegd in de ‘NSG Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven’, zie ook het Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in de Stad. Het belangrijkste verschil in dit kader tussen de verschillende spectra is de hoeveelheid energie in de lage tonen. 100 Achtergrond 95
Pop Dance
90
House 85 Ultra Bas 80 75 70 63
125
250
500
1000
2000
4000
Voorbeelden spectra verschillende muziek bij 100 dB(A)
Om geluidhinder vanwege lage tonen zo veel mogelijk te beperken, worden in het evenementenbeleid van Amsterdam geluidnormen gegeven in dB(C). De dB(C) ‘weegt’ in tegenstelling tot de dB(A) de lage tonen goed mee. Hoe meer lage tonen geproduceerd worden, hoe sneller de maximale grenswaarde in dB(A) bereikt wordt. Het is dus van belang de hoeveelheid lage tonen zo veel als mogelijk te beperken, zonder dat de geluidbeleving té ernstig wordt aangetast. Het toepassen van het juiste spectrum in het akoestisch onderzoek kan daar behulpzaam bij zijn.
- 38 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
2.4 Elektro-akoestisch Een goede inrichting van een festival- of evenemententerrein in open air situaties begint bij een goed ontwerp van het FoH-systeem) in combinatie met de posities en oriëntatie van de podia, zoals eerder genoemd. Met een goed ontworpen FoH-systeem kan het geluid zeer gericht op het publiek worden geprojecteerd, waarbij in andere richtingen zo min mogelijk geluid wordt geprojecteerd. De richtwerking is sterk afhankelijk van de eigenschappen en opstelling van het FoH-systeem en de instellingen daarvan. Line-arrays: De uitstralingskarakteristiek van individuele speakers en geclusterde speakers zoals line-arrays kan worden voorspeld op basis van meetgegevens die worden aangeleverd door de leverancier. In de basis kan worden gesteld dat opstellingen met kortere of langere line-arrays (zie afbeelding hiernaast) respectievelijk in mindere of meerdere mate gericht worden in verticale richting. Daarnaast kan door de toepassing van speakers met een cardioïde uitstralingskarakter, de uitstraling naar achteren en/of de zijkanten sterk worden verminderd. Het toepassen van line-arrays is niet in alle situaties de beste techniek. De bundeling van geluid aan de voorzijde van het systeem, bedoeld om het publiek zo gelijkmatig te bedienen, vindt eveneens aan de achterzijde plaats in tegenovergestelde richting. Daarbij hangen speakers per definitie hoog.
Hierdoor kan het geluid in potentie ook verder de omgeving in gestuurd worden, zeker op locaties met een open karakter en in combinatie met hogere windsnelheden. Point sources: Speakers die gezamenlijk geen specifieke sturing meekrijgen (puntbronnen), stralen desalniettemin aan de achter- en zijkanten minder geluid uit dan aan de voorzijde. In tegenstelling tot linearrays worden deze speakers gestapeld (stacks). Het nadeel van deze systemen is dat ze minder goed een gelijkmatig geluidniveau kunnen genereren waardoor grote verschillen ontstaan in het niveau vlak bij de speakers en achterin een area. Het voordeel van deze meer conventionele speakers is dat ze doorgaans lager bij de grond opgesteld worden en minder ver naar de omgeving uitstralen. Zowel bij gestapelde point source speakers als bij line-arrays wordt gebruik gemaakt van delays-speakers als de area te groot wordt om alleen met het hoofdspeakersysteem te bedienen. Cardioïde subswoofers en sub-arrays: Voor het produceren van de laagste frequenties in de muziek wordt gebruik gemaakt van subwoofers. Doorsnee subwoofers hebben een vrijwel omnidirectionaal uitstralingskarakter waardoor de bassen, waar juist de meeste hinder van wordt ervaren, alle kanten op gestuurd worden. De ontwikkelingen in de techniek om ook de lage frequenties enigszins te sturen worden steeds beter, maar de effecten zijn beperkt.
Onder het toverwoord ‘cardioïde’ subwoofers vallen verschillende technieken met elk hun eigen technische specificaties, resultaten en beperkingen. De overeenkomst tussen de technieken is dat gestreefd wordt naar minder geluid aan de achterkant (en zijkanten) van de speaker zelf, en/of aan de zijkanten van het publieksveld. Uitdoving van het geluid aan de achterzijde wordt verkregen door in tegenfase energie te sturen naar juist die achterzijde.
- 39 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
Onderstaand is een overzicht gegeven van diverse sub-opstellingen met een impressie van de richtwerking in de 50Hz-frequentie. De weergaven stellen een veld voor met een subwoofer opstelling in het midden en rechts het publieksveld.
L+R configuratie met 2 omnidirectionale subwoofers
1)
L+R configuratie met 2 cardioïde subwoofers
Endfire opstelling met 2 omnidirectionale subwoofers achter elkaar
Sub-array met 4 cardioïde subwoofers, met richtingshoek van 35o tussen de buitenste 2 subs1)
Dit betekent dat de subs zijn opgesteld in een licht gebogen lijn of virtueel gebogen lijn d.m.v. delay instellingen.
Voorbeeld richtw erking diverse sub opstellingen (50 Hz)
Een probleem dat zich in de praktijk voordoet is dat bepaalde technieken wel effect behalen op korte afstand van de speakers, maar dat dit effect op grotere afstanden (deels) verloren gaat. Dit geldt bij zogenaamde ‘end fire’ opstellingen en configuraties waarbij te weinig speakers in tegenfase worden geplaatst. Daar komt bij dat de technische uitvoering van deze technieken moeilijk is. Een gerichte uitstraling in de lage frequenties met niet-cardioïde subwoofers vereist een specifieke opstelling en juiste configuratie van de instellingen. In de praktijk blijkt dat de intentie er wel is, maar de feitelijke werking uitblijft. Ook wordt opgemerkt dat het frequentiebereik van uitdoving bij bepaalde technieken beperkt is. De Stedelijke Expertgroep Geluid is van mening dat alleen gewerkt moet worden met ‘echte’ cardioïde opstellingen in een verhouding van maximaal 1:2. Dit betekent dat er voor elke twee subwoofers ten minste een subwoofer gebruikt wordt in tegengestelde richting. Opstellingen als ‘end fire’ en andere alternatieven moeten geweerd worden, tenzij een gelijkwaardige werking is bewezen. Analoog aan de ontwikkeling van bepaalde muziekstromingen en de wens nog meer bassen te ervaren, wordt op festivals geregeld gebruik gemaakt van zeer zware subwoofers, waarmee frequenties van 20 tot 80 Hz op hoge volumes geproduceerd kunnen worden.
Dit type subwoofers zou in stedelijk gebied niet toegepast moeten worden. Subwoofers met een grotere diameter dan 21” zijn niet nodig. Cardioïde opstellingen moeten in ieder geval toegepast worden als er zich woningen bevinden binnen 25 meter aan de achterzijde van de speakers en als de toepassing een reductie heeft van minimaal 5 dB op enige woningen in de omgeving. En vanzelfsprekend als dit nodig is om aan de maximale grenswaarde te kunnen voldoen. Cross-over / kantelpunt: De overgang in frequenties tussen de subwoofers en de topkasten (line-array) wordt de cross-over of het kantelpunt genoemd. Dit is geen harde scheidslijn, maar er zijn overlappende frequenties die overvloeien. Het kantelpunt ligt doorgaans tussen de 63 en 125 Hz. Om overlast van lage tonen zo veel mogelijk te beperken, is het van belang zo min mogelijk lage tonen uit de topkasten / line-array te sturen.
- 40 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
2.5 Af-filteren Een zichtbare (of beter, hoorbare) trend in de elektronische dancemuziek is dat steeds meer lagere tonen worden toegevoegd aan de muziek. Deze ontwikkeling vanuit artiesten, de muziekindustrie en festivalbezoekers staat helaas in schril contrast met de navenante toename van overlast vanwege deze noglagere-tonen. Een maatregel om hinder van (zeer) lage tonen te verminderen is het zogenaamde ‘af-filteren’. Dit betekent dat het geluidsniveau onder een bepaalde frequentie verminderd wordt. Hiervoor wordt een filter gebruikt die naarmate de frequentie lager wordt het geluidniveau steeds verder reduceert. Af-filteren onder een bepaalde frequentie betekent dus niet dat er onder die frequentie geen geluid meer wordt geproduceerd. Dat is technisch niet mogelijk en heeft tevens een te groot hoorbaar effect op de muziekkwaliteit. De BBT-Lijst is bedoeld voor een stedelijke omgeving alwaar de (zeer) lage bassen een grote impact hebben op de bewoners rondom evenementen. De gemeente heeft als duidelijke wens uitgesproken de overlast van ‘onnodig’ lage en harde bassen te willen verminderen. Het verplicht af-filteren van bepaalde frequenties kan tot gevolg hebben dat bepaalde type evenementen niet in de stad georganiseerd kunnen (of zullen kunnen) worden.
Wellicht is een dergelijke maatregel op het nieuw te ontwikkelen evenemententerrein N1, of op andere locaties buiten de stad, niet strikt nodig, waardoor op die locatie(s) een bredere programmering plaats kan vinden. Naast een eventuele afbreuk aan de artistieke uiting en de muziekbeleving, speelt er nog een aantal technische discussies over het af-filteren onder bepaalde frequenties: Onder welke frequentie: Een reeds vaak genoemde frequentie waaronder af-gefilterd kan worden is 40 Hz. Bij het overgrote deel van concerten en festivals zijn de frequenties onder de 40 Hz niet strikt nodig voor een kwalitatief goede beleving van de muziek. Een belangrijk verschil in de praktische formulering is: ’40 Hz en lager’ of ‘onder de 40 Hz’ hetgeen betekent dat het geluidniveau in de 40 Hz zelf respectievelijk wel of niet verlaagd wordt. De Expertgroep is van mening dat bij evenementen binnen de stedelijke omgeving frequenties onder de 40 Hz in bepaalde mate af-gefilterd kunnen worden. Het af-filteren van hogere frequenties zou voor kleinere evenementen waarbij muziekgeluid een minder grote rol speelt mogelijk zijn. Het verval: Hoe snel daalt het geluidniveau naarmate de frequentie lager wordt? Dit wordt ook wel de ‘stijlheid’ van het filter genoemd. De technisch realistische uitvoering verschilt per geluidinstallatie en type filter dat wordt toegepast (of toegepast kan worden).
De Expertgroep heeft gezocht naar een verval waarvan geacht wordt dat dit breed inzetbaar is, en is gekomen tot de volgende formulering:
Een afname van het geluidniveau van 6 dB per elke lagere tertsband (18 dB per octaafband) of hoger.
Let op: Dit is een doelmaatregel. Oftewel, het maakt niet uit hóe het beoogde resultaat technisch bereikt wordt, maar dát het bereikt wordt!
- 41 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
2.6 Inpakken en afscherming De geluidoverdracht vanaf de bron (de speakers) naar de omliggende woningen kan worden beperkt door afscherming. Hiervoor dient ten minste de zichtlijn tussen de bron en de ontvanger te worden doorbroken. Daarnaast dient de afschermende constructie een zekere isolerende en absorberende eigenschap te bevatten. En als laatste dient de afschermende constructie dermate groot te zijn dat het geluid dat om de afscherming heen gaat (wat altijd het geval is) het effect van de afscherming niet tenietdoet. In de regel geldt: hoe dichter de afschermende constructie bij de bron staat, hoe hoger de afschermende werking, en: hoe verder weg de woningen, hoe lager de afschermende werking. Tevens is een massa nodig van ten minste circa 10 kg/m2 om enige afscherming te creëren in de lage frequenties. De combinatie van massa en absorptie verhoogt het effect van de afscherming. Afscherming kan onder andere worden bereikt met behulp van: (zee)containers, baffles zoals TexLnt of Wentex, geluidschermen, houten beplating, verzwaarde zeilen. Maar ook bijvoorbeeld een grote vrachtwagen kan soms effectief worden ingezet als tijdelijk geluidscherm. Niet op alle locaties is afscherming mogelijk en/of effectief. Op een zachte bodem, zoals in parken, is het plaatsen van grote zware constructies niet mogelijk.
Bij zeer grote stages met grote gevlogen speakers / linearrayss zouden de schermen dermate groot gedimensioneerd moeten worden met zeer hoge kosten tot gevolg, dat dit financieel niet haalbaar geacht kan worden. Het is zodoende niet mogelijk eenduidige maatregelen te formuleren voor alle evenementen. In het akoestisch onderzoek dient te worden berekend en beoordeeld welke maatregelen effectief en mogelijk zijn. Hieronder volgt een mogelijkheid waarmee afscherming gerealiseerd kan worden.
De geluidreductie die met afscherming behaald kan worden is circa 6 tot 8 dB in lagere tonen en circa 15 in de midden en hogere tonen.
2.7 Innovaties De Stedelijke Expertgroep Geluid zal ontwikkelingen en innovaties in de markt die een bijdrage zouden kunnen leveren aan het reduceren van geluidhinder rondom evenementen goed in de gaten houden. In deze editie van de BBT-Lijst zijn nog geen innovaties opgenomen. Voor de volgende BBT-Lijst staat dit wel op het programma, met als doel organisatoren, leveranciers en producenten te prikkelen met innoverende ideeën te komen die de geluidbeleving voor het publiek optimaliseren en de mogelijke overlast in de omgeving te minimaliseren. In het najaar van 2017 wordt door de Stedelijke Expertgroep Geluid een test- en demonstratiedag georganiseerd waarop makers en leveranciers van audiosystemen worden uitgenodigd hun apparatuur te laten meten op reducerende prestaties. Een belangrijk onderdeel van die dag is ook het delen van informatie over hoe een FoH-systeem het beste ingeregeld kan worden.
- 42 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
3 BBT-Lijst 18 In dit hoofdstuk wordt per categorie evenement een overzicht gegeven van de maatregelen die ten minste getroffen moeten worden om het geluid in de omgeving van een evenement zo veel mogelijk te beperken.
3.2 BBT voor Categorie I ( 1.500 bezoekers)
Podia en speakers worden in de meest optimale richting opgesteld
Gevlogen speakers worden zo laag mogelijk opgehangen
Speakers dienen zo goed mogelijk gericht te zijn op het publiek
Gevlogen subwoofers zijn niet toegestaan
Het kantelpunt / de cross-over tussen subs en topkasten ligt op of boven de 80 Hz
Er wordt gebruik gemaakt van cardioïde opgestelde subs in een 1:2 verhouding indien: o dit nodig is voor het kunnen voldoen aan de geluidnorm; o dit een reductie van ten minste 5 dB(A) oplevert op de gevel van enige woning, ongeacht of reeds aan de geluidnorm voldaan wordt; o er woningen zijn gelegen binnen 25 meter van de achterzijde van een podium.
Zogenaamde ‘end fire’ technieken zijn niet toegestaan
Subwoofers groter dan 21” zijn niet toegestaan
Het geluid onder de 40 Hz wordt afgefilterd met een verval van 6 dB per tertsband
Indien het met de gebruikte apparatuur niet mogelijk is een filter toe te passen, dient een gelijkwaardige reductie bereikt te worden door het juist inregelen van de equalizer
Speakers worden afgeschermd en/of ingepakt indien: o dit nodig is voor het kunnen voldoen aan de geluidnorm; o dit een reductie van ten minste 5 dB(A) oplevert op de gevel van enige woning, ongeacht of reeds aan de geluidnorm voldaan wordt; o er woningen zijn gelegen binnen 25 meter van de achterzijde van een podium. Het equivalente geluidniveau ter plaatse van het publiek wordt zo laag als redelijkerwijs mogelijk gehouden en bedraagt sowieso nooit meer dan 100 dB(A), gemeten over 15 minuten op 25 meter FoH (als het FoHgebied kleiner is dan 25 meter geldt deze waarde aan het einde van het FoH-gebied).
3.3 BBT voor Categorie II en III (< 1.500 bezoekers) De BBT-maatregelen zoals omschreven bij categorie I gelden ook voor categorie II en III, met de volgende aanvulling:
Het equivalente geluidniveau ter plaatse van het publiek wordt zo laag als redelijkerwijs mogelijk gehouden en bedraagt sowieso nooit meer dan 95 dB(A) en 105 dB(C), gemeten over 15 minuten op maximaal 25 meter FoH (als het FoH-gebied kleiner is dan 25 meter geldt deze waarde aan het einde van het FoHgebied).
- 43 -
Gemeente Amsterdam BBT-Lijst 18
4 BBT in de praktijk 4.2 Prognoseberekeningen De omschreven BBT-maatregelen worden verwerkt in het akoestisch onderzoek of het geluidplan dat bij de aanvraag of melding wordt ingediend. De wijze waarop BBT berekend en inzichtelijk gemaakt moet worden is omschreven in het ‘Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in de Stad’ van de gemeente Amsterdam.
4.3 Controle tijdens evenementen Om direct voorafgaand aan of tijdens een evenement te kunnen controleren of de juiste BBT-maatregelen zijn getroffen is een eerste checklist gemaakt die door de betreffende inspecteur van de gemeente Amsterdam wordt gecontroleerd. De checklist wordt tijdens het komende evenementenseizoen verder ontwikkeld, in samenwerking met vergunningverleners en handhavers. Een belangrijk aspect hierbij is het vergroten van het kennisniveau van vergunningverleners en toezichthouders (en zoals eerder gezegd geluidtechnici). Bij de geluidcursussen en –trainingen zal hier aandacht aan besteed moeten worden. Tabel BBT-Checklist per FoH-s ysteem / area BBT-Maatregel
Opgenomen in vergunning Ja
Nee
Uitgevoerd in praktijk Ja
Optimale podiumrichting Hoogte gevlogen speakers Richtwerking speakers Geen gevlogen subwoofers Frequentie cross-over Cardioïde opstelling subwoofers Toegepaste techniek Effect gemeten op 25 m achter speakers Geen subwoofers groter dan 21” Af-filteren onder de 40 Hz Afscherming toegepast Geluidniveau op 25 m FoH
- 44 -
Nee
Opmerkingen