2.b 2023-10-09 beleidregel geluid bij evenementen - maart 2018-Amsterdam
Tekst van het document
Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam - Beleidsregel
Inhoud 1. Inleiding 1.1. Aanleiding 1.2. Bevoegdheden 1.3. Doel en reikwijdte 1.4. Verantwoording 2. Normenstelsel 2.1 Best Beschikbare Technieken 2.2 Grenswaarden 2.3 Preventie gehoorschade 2.4 Planvorming geluid 2.5 Aantal evenementdagen met muziekgeluid 2.6 Begin- en eindtijden muziekgeluid 2.7 Soundcheck 2.8 Op- en afbouw 2.9 Geluidmonitoring 2.10 Informeren bewoners en afhandeling meldingen van overlast 3. Stappenplan toezicht en handhaving
Bijlagen I. II.
Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam BBT-Lijst 18 Evenementengeluid in Amsterdam
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
1 Inleiding Evenementen horen bij de stad. Ze dragen bij in het aanbod van activiteiten voor zowel bezoekers als bewoners van Amsterdam. Tegelijkertijd veroorzaken ze overlast voor omwonenden. Dit is tot op zekere hoogte onvermijdelijk. In de nota Uitgangspunten voor een nieuw evenementenbeleid (mei 2016) wordt deze spanning door het college van B&W onderkend. Bij de hernieuwde invulling van het geluidbeleid voor muziekevenementen wil het college een betere balans vinden tussen het beperken van de geluidoverlast voor omwonenden en goed georganiseerde en voor bezoekers aantrekkelijke evenementen. In de beleidsregel ‘Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam’ (de beleidsregel) zijn de nieuwe kaders en regels vastgelegd voor evenementen met versterkte muziek in Amsterdam. Daarmee treedt het in plaats van het beleid (handboek milieu (2015) en beleid van stadsdelen) dat gold voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel.
1.1 Aanleiding De vernieuwing van het geluidbeleid voor evenementen vindt haar aanleiding in het volgende:
Een toename van het aantal (grote) muziekevenementen in de stad en daarmee een toename van de belasting van het aantal inwoners van Amsterdam; De veranderingen in de muzieksoort en de daarbij gebruikte geluidinstallaties waarbij steeds meer bastonen worden geproduceerd; het zijn met name deze lage tonen die een nieuw soort overlast veroorzaken; De complexiteit van het fenomeen geluidoverlast als zodanig; niet alleen objectief vast te stellen zaken spelen een rol, zoals geluidniveaus en bijvoorbeeld effectiviteit van de afscherming, maar ook factoren die door mensen verschillend worden beleefd, zoals de duur van de blootstelling, het soort muziek, het aantal keer per jaar, de eindtijd et cetera. De constatering dat het oude beleid, vastgelegd in het handboek milieu (2015) en in veel gevallen nog lokaal vertaald, voldoende aanknopingspunten biedt voor verbetering: meer eenduidige regels, onderbouwing op basis van nieuwe inzichten, meer stimulansen voor het terugdringen van overlast en het gebruik van nieuwe technologieën .
1.2 Bevoegdheden Voor het houden van een evenement is een vergunning van de burgemeester vereist (artikel 2.40 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, hierna: de APV). De wettelijk grondslag voor dit artikel is te vinden in artikel 174 van de Gemeentewet, dat bepaalt dat de burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht.
2
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
De burgemeester kan de evenementenvergunning weigeren als naar zijn oordeel een van de weigeringsgronden van artikel 2.43 APV zich voordoet. Voor dit geluidbeleid zijn de volgende gronden het meeste van belang: a. het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden; c. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats op waar het wordt gehouden; f. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is; h. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement, gelet op de hiervoor genoemde belangen; Evenementen met geluid kunnen bijvoorbeeld een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat opleveren of zich niet verdragen met het karakter van de plaats waar het wordt gehouden. Indien een van de weigeringsgronden zich voordoet, kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning (artikel 2.44 APV) en de vergunning alsnog verlenen. Omdat de burgemeester bevoegd is een aanvraag voor een evenementenvergunning te verlenen of te weigeren, heeft de burgemeester ook de bevoegdheid om over deze afweging beleidsregels op te stellen (op basis van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht).
Binnen de door de APV gestelde regels over de evenementen, heeft de burgemeester een grote mate van beleidsvrijheid. Door beleidsregels op te stellen, is het voor iedereen duidelijk waarom voor het ene evenement wel en voor het andere evenement geen vergunning wordt verleend of waarom bepaalde voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Met het onderhavige beleid wordt op deze wijze specifiek duidelijkheid gegeven over de regulering van geluidbelasting bij evenementen.
1.3 Doel en reikwijdte Het doel van het geluidbeleid voor evenementen is:
De geluidbelasting van muziekevenementen voor omwonenden te beperken, onnodige en overmatige hinder voorkomen; Eenduidige normen en (meet- en reken)regels te verschaffen voor alle betrokken partijen; Maatwerk te kunnen leveren voor evenementenlocaties;
In de beleidsregel wordt een onderscheid gemaakt tussen evenementen waar het spelen en/of ten gehore brengen van muziek een primaire activiteit is (lees: muziekevenementen, bijvoorbeeld concerten of dancefestivals) en evenementen waarbij muziek een secundaire en ondersteunende functie heeft (bijvoorbeeld sportevenementen).
1.4 Verantwoording Dit geluidbeleid voor evenementen is tot stand gekomen op basis van onderzoek naar de werking van het oude beleid in Amsterdam en elders (Het GeluidBur0, 2016, Geluid bij evenementen). Daarnaast is de vernieuwing van het beleid uitgebreid besproken met zowel vertegenwoordigers van omwonenden als met vertegenwoordigers vanuit de evenementenbranche. 3
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
Ten behoeve van de uitwerking van een aantal technisch inhoudelijke onderdelen (bijlage I: Meet- en rekenprotocol en bijlage II: BBT lijst 2018) is een Expertgroep Geluid ingesteld met daarin deskundigen van verschillende geluidadviesbureaus en met inbreng vanuit de TU Eindhoven. Voor evenementenlocaties waarin de afgelopen jaren meer dan drie muziekevenementen hebben plaatsgevonden, zijn, rekening houdend met specifieke locatiekenmerken en met gebruikmaking van een rekenmodel, geluidlocatieprofielen opgesteld (Het GeluidBuro 2017, Locatieonderzoek evenementenlocaties Amsterdam). Deze profielen zijn input geweest voor het bepalen van het maximaal aantal dagen met een bepaalde geluidbelasting. Voorts is 2017 is benut als overgangsjaar. Dat wil zeggen dat een aantal nieuwe elementen in het beleid zijn uitgeprobeerd bij evenementen die in 2017 plaatsvonden. De resultaten daarvan zijn onderzocht (ODNZKG, Evaluatie evenementen Amsterdam 20-17, Meetwaardenonderzoek) ). In dit onderzoek is gekeken naar welke meetwaarden feitelijk zijn opgetreden bij een 15-tal. Daarnaast is onderzoek gedaan naar belevingswaarden onder omwonenden (Soundappraisal, rust en reuring, onderzoek naar geluidbeleving 2017). Beide evaluaties van het evenementseizoen 2017 zijn input geweest bij de definitieve invulling van het beleid.
Tenslotte zijn de Beleidsregel Geluid bij evenementen in Amsterdam en de nieuwe locatieprofielen voor evenementen ter inspraak gelegd. Ook de inspraakreacties zijn betrokken bij de definitieve invulling van het beleid.
4
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
2 Normenstelsel Het geluidbeleid voor evenementen in de stad is een bouwwerk van akoestisch en niet akoestisch gerelateerde normen en afspraken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen generieke regels die gelden voor de hele stad en locatiegebonden maatwerk voor een aantal als zodanig aangewezen evenementenlocaties.
2.1 Best Beschikbare Technieken Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op omliggende woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo laag mogelijk is. Om dat te bereiken zal de organisator van het evenement:
Niet meer geluid produceren dan nodig is voor het betreffende evenement;
Geluidreducerende / -sturende maatregelen treffen die minimaal voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT).
Het begrip ‘Beste Beschikbare Technieken’ (BBT) - voorheen bekend als ‘As Low As Reasonably Achievable’ (ALARA) - is afkomstig uit de milieuwetgeving. Op grond van artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient bij de verlening van een vergunning in acht genomen te worden dat tenminste voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Voor de inhoud van het beginsel van BBT kan worden aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wabo. Door het treffen van BBT-maatregelen wordt onnodige geluidsemissie zoveel mogelijk voorkomen. Voor evenementen zijn geen specifieke BBT-referentiedocumenten (BREFs) van toepassing waarin specifieke eisen zijn opgenomen. Om vast te stellen welke maatregelen en voorzieningen als BBT gezien mogen worden, is een Expertgroep Geluid opgericht. In de Expertgroep nemen deel: onafhankelijke akoestische adviseurs, een akoestisch adviseur namens de brancheorganisaties, technische producenten/leveranciers, de Omgevingsdienst en het Stedelijk Evenementenbureau. De Expertgroep Geluid zal de ‘BBT-lijst’ jaarlijks updaten die de gemeente vervolgens zal verspreiden. In bijlage II is de BBT-lijst 2018 opgenomen.
2.2 Grenswaarden Voor de geluidniveaus die tijdens evenementen maximaal worden toegestaan op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen, zijn drie categorieën geformuleerd. Tijdens muziekevenementen mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 85 dB(C) beToelichting: Onder muziekevenementen verstaan wij evenementen waarbij het ten gehore brengen van muziek de primaire doelstelling is. Voor al deze evenementen geldt de doelstelling om de geluidoverlast voor de omgeving te beperken. De 85 dB(C) op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen of andere geluidgevoelige objecten is daarbij het gestelde maximum. De keuze voor een grenswaarde van 85 5
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
dB(C) op de gevel is gebaseerd op akoestisch onderzoek naar geluidniveaus op de gevel en naar waarden in huis. Vanuit het oogpunt van het voorkomen van spraak- en slaapverstoring is het uitgangspunt een binnenwaarde van maximaal 50 dB(A), bij een gemiddelde geluidwering van 20 dB(A). Uit akoestisch onderzoek (Het GeluidBuro (2016), Geluid bij evenementen en ODNZKG, Evaluatie evenementen Amsterdam 2017, Meetwaardenonderzoek) blijkt dat met een gevelwaarde maximaal 85 dB(C) beneden het 50 dB(A) niveau wordt gebleven in woningen. In vergelijking met het oude beleid, waarin een maximale waarde van 70 dB(A) aan de gevel dikwijls als maximale waarde werd vergund, is de norm van maximaal 85 dB(C) strenger en beter gericht op het beperken van overlast door lage tonen. Onder het oude beleid kon de geluidbelasting in dB(C) oplopen tot 90 à 95 db(C). 1. Tijdens evenementen waarbij muziekgeluid een secundaire rol speelt mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 75 dB(C) bedragen. Toelichting: Om de geluidoverlast van evenementen voor de omgeving terug te dringen wordt de norm voor evenementen waarbij muziek niet de primaire activiteit is, gesteld op maximaal 75 dB(C). Voorbeelden zijn evenementen waarbij een sportactiviteit centraal staat. 2.
Tijdens evenementen met een hoog maatschappelijk belang mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 95 dB(C) bedragen. Toelichting: Voor evenementen “met een hoog maatschappelijk belang” geldt net als bij andere evenementen de doelstelling om de overlast voor de omgeving te beperken. Voorbeelden van evenementen met een hoog maatschappelijk belang (vanwege het nationale karakter, het belang van de boodschap die wordt uitgedragen en/of de samenhang met de rol van Amsterdam als hoofdstad) zijn de viering van Koningsdag en de Pride Amsterdam. De situering van deze evenementen in de binnenstad van Amsterdam - met veel relatief smalle locaties waar muziek ten gehore wordt gebracht - maakt dat een geluidniveau van maximaal 85 dB(C) te veel ten koste zou gaan van de belevingswaarde voor bezoekers van het evenement. Om die reden wordt voor deze categorie een uitzondering mogelijk gemaakt en de gevelwaarde op maximaal 95 dB(C) gesteld. Het jaarlijkse eenmalige karakter van deze evenementen maakt dat een uitzondering op de basisnorm tot maximaal 95 dB(C) aanvaardbaar wordt geacht. 3. Voor (indoor) evenementen die plaatsvinden in de nachtelijke uren (na 23.00 óf 24.00 uur) zal in deze beleidsregel eveneens een grenswaarde worden gesteld.
Uit zowel de literatuur als de huidige praktijk in Amsterdam blijkt dat het moeilijk is voor deze categorie op dit moment tot eenduidige grenswaarden te komen. Om die reden wordt voor het evenementenseizoen (2018) nog uitgegaan van het oude beleid (Handboek evenementen, bijlage milieuzorg). In 2018 zal op basis van meer onderzoek en een gedegen belangenafweging een normenstelsel geformuleerd worden waarbij naast een generieke grenswaarde ook ruimte is voor maatwerk per locatie, afhankelijk van de isolatiewaarde van de inrichting en de omliggende bebouwing. In het oude beleid waren geen generieke grenswaarden gesteld voor evenementen die in de 6
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
nachtperiode (na 23.00 of 24.00 uur) plaatsvinden. De grenswaarden voor evenementen die in gebouwen plaatsvinden werden per locatie bepaald, afhankelijk van de ‘akoestische staat van het pand, de ligging van het pand t.o.v. geluidsgevoelige bestemmingen, de periode waarin het evenement plaatsvindt’. Voor een aantal locaties worden reeds meerdere jaren vergunningen worden afgegeven met maatwerk grenswaarden. Voor deze en nieuwe locaties geldt in 2018 dat zoveel mogelijk normneutraal zal worden vergund, waarbij te allen tijde geldt dat organisatoren zich inspannen voor een zo laag mogelijke belasting van de omgeving. Het Meet- en rekenprotocol en de BBT-Lijst is ook voor deze categorie vanaf inwerking treden van dit beleid van kracht. Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uit het akoestisch onderzoek vooraf blijkt dat sprake is van een normoverschrijding bij een beperkt aantal geluidgevoelige objecten. In die situaties kan een organisator van een evenement trachten een overeenkomst te sluiten met individuele bewoners van deze objecten door hen te compenseren voor die tijdelijke hogere mate van geluidoverlast. Het bestuur wil deze mogelijkheid niet op voorhand uitsluiten en zal overeenkomsten met die strekking toetsen op dat:
deze altijd per individuele bewoner met de aanvrager moet zijn overeengekomen; alle bewoners van de woningen die te maken gaan krijgen met een gevelwaarde boven de grenswaarde meedoen (doet er eentje niet mee dan is dat een reden om op de aanvraag negatief te beschikken); het duidelijk is om welke geluidbelasting en tijdsduur het gaat; bij de vergunningsaanvraag dient uit akoestisch onderzoek (conform het Meet- en rekenprotocol) te blijken welke geluidbelasting verwacht wordt op de betreffende woningen; de compensatie proportioneel is. Voor een compensatie van 24 uur beschouwt de gemeente een richtbedrag van 150 euro per persoon als redelijk.
2.3 Preventie gehoorschade Een organisator van een muziekevenement wordt geacht zich te conformeren aan het Convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector (ministerie van VWS, V.V.E.M, vereniging van Nederlandse poppodia en festivals, 2014). Aanvullend op dit convenant en ongeacht de hierboven beschreven geluidnormen op de gevels van omliggende woningen, mag het equivalente A-gewogen geluidniveau (LAeq) gemeten over 15 minuten, ter plaatse van de mengtafel niet meer bedragen dan 100 dB(A). In het Meet- en rekenprotocol wordt het exacte meetpunt nader omschrijven. Ten opzichte van hetgeen afgesproken in het Convenant is het beleid hier 3 dB(A) strenger. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. Voor kortdurende evenementen (maximaal 3 uur), waarbij live-band(s) optreden, kan een uitzondering worden gemaakt tot 103 dB(A). Bij de aanvraag dient dit gemotiveerd te worden. Toelichting: Deze norm van 100 dB(A) is strenger dan hetgeen landelijk afgesproken (maximaal 103 dB(A) FoH) in het Convenant. Maar in de praktijk blijkt dit haalbaar voor veruit de meeste evenementen en hoeft het niet ten koste te gaan van de muziekbeleving. Voor optredens van live-band(s), waarbij meer midden en 7
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
hoge tonen worden geproduceerd en de dB(A)-waarde daarom hoger is, kan deze norm echter te beperkend werken. De FoH-norm geldt ook voor (APV) vergunningplichtige evenementen in binnenlocaties. Voor situaties waar een inrichting een ontheffing nodig heeft (wat binnen Amsterdam 2 keer jaar mogelijk is) bestaat de wens dit op termijn in lijn te brengen met het evenementenbeleid door aanpassing van de APV. De haalbaarheid daarvan wordt in 2018 onderzocht.
2.4 Planvorming geluid De organisator van een groot muziekevenement (meer dan 1500 bezoekers op het hoogtepunt) of een evenement met een hoog maatschappelijk belang, dient bij de vergunningsaanvraag een akoestisch onderzoek te overleggen. Dit onderzoek moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam; Uit het onderzoek moet blijken dat alle organisatorische en technische maatregelen zijn getroffen om de geluidbelasting op de omliggende woningen (en andere geluidgevoelige gebouwen) te beperken. Het onderzoek wordt inhoudelijk getoetst aan de vereisten en aan de meest recente BBT-Lijst. De organisator van een evenement kleiner dan 1500 bezoekers of waarbij het muziekgeluid een additionele rol speelt, dient bij de vergunningsaanvraag in een geluidplan te specificeren op welke wijze en met welke middelen het geluid wordt geproduceerd en beheerst. Deze specificatie moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in de Amsterdam.
2.5 Aantal evenementendagen met muziekgeluid Naast het geluidniveau is het aantal evenementdagen een belangrijke factor in overlast die door omwonenden kan worden ervaren. In beginsel kan op elke plek in Amsterdam een evenementvergunning worden aangevraagd. In hoeverre en onder welke voorwaarden deze wordt vergund zal van geval tot geval worden getoetst op grond van artikel 2.43 APV (zie eerder onder 1.3). In de praktijk zijn er grote verschillen in hoe vaak er op verschillende locaties evenementen plaatsvinden. 1. Er zijn evenementenlocaties in de stad waar het maximum aantal dagen met een gevelbelasting tot maximaal 85 dB(C) mede is gebaseerd op onderzoek naar de relatieve geschiktheid van de locatie. Deze dagennorm is vastgelegd in de locatieprofielen van de betreffende locaties. 2. Voor de evenementaanvragen op andere locaties geldt:
Binnen de S100 is maximaal 1 evenementendag toegestaan met een maximaal vergunbare grenswaarde van 85 dB(C) toegestaan per locatie. Hiervan zijn de evenementen met een ‘hoog maatschappelijk belang’ (zie onder 2.2) uitgesloten; In de rest van de stad zijn maximaal 3 evenementendagen toegestaan met een maximaal vergunbare grenswaarde van 85 dB(C) per locatie.
Toelichting:
8
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
Voor 20 locaties gold dat er in de afgelopen jaren meer dan 3 dagen muziekevenementen hebben plaatsgevonden. Voor deze evenementenlocaties is locatieonderzoek gedaan naar de relatieve geschiktheid van de betreffende locatie voor muziekevenementen (GeluidBuro, 2017, Locatieonderzoek evenementenlocaties Amsterdam). Mede op basis van het inzicht in de relatieve geschiktheid per locatie is het maximaal aantal dagen bepaald dat vergund kan worden. Deze zijn vastgelegd in de betreffende locatieprofielen. Naast deze locaties zijn er in 2017 nog 47 locatieprofielen (opnieuw) gemaakt en vastgesteld (zie Locatieprofielen voor evenementen, 2017). In deze locatieprofielen is het maximaal aantal toegestane evenementendagen en dagen met een muziekbelasting tot aan 85 dB(C) vastgelegd (maximaal 3 dagen). De locatieprofielen moeten beschouwd worden als een nadere invulling van regels die gelden voor evenementen op die betreffende locatie en zullen onderdeel gaan uitmaken van de omgevingsplannen (in het kader van de nieuwe Omgevingswet). In de locatieprofielen is rekening gehouden met nieuwbouwplannen rondom betreffende locaties op midden lange termijn (koers 2025). De profielen worden één keer per 5 jaar geactualiseerd, tenzij daar als gevolg van evaluaties van evenementen of andere ontwikkelingen eerder aanleiding toe is.
Voor evenementen op andere locaties is het begrip ‘per locatie’ opgenomen om te voorkomen dat bewoners belast worden met meer dan het toegestane aantal evenementen(dagen) doordat de geluidcontouren van verschillende evenementen elkaar ‘overlappen’, maar slechts voor één dag tellen. In hoeverre sprake is van eventuele overlap wordt bepaald door een 75 dB(C) contour te trekken rondom evenementenlocaties die in elkaars buurt liggen. Als in de overlap van de contouren geluidgevoelige objecten zijn gesitueerd, dan zullen de evenementen op beide locaties meetellen. In hoeverre hier sprake van is zal van geval tot geval door de vergunningverlener worden beoordeeld, mede op basis van advies vanuit de omgevingsdienst.
2.6 Begin- en eindtijden muziekgeluid Muziekgeluid tijdens evenementen is toegestaan vanaf 11.00 uur tot uiterlijk 23.00 uur. Op dagen dat een weekenddag of een nationaal vastgestelde vrije dag volgt, kan de eindtijd tot maximaal 24.00 uur verlengd worden. Bij meerdaagse evenementen op dezelfde locatie moet er tussen de eindtijd van de ene dag en de begintijd een volgende minimaal 12 uren zitten. Een verzoek voor een eindtijd tot 24.00 uur wordt van geval tot geval beoordeeld, waarbij het belang van het woon- en leefmilieu zwaar wordt meegewogen. Daarin spelen de duur en de aard van de belasting een grote rol. Evenementen met een dance-achtig muziekprofiel worden op voorhand uitgesloten van de ruimere eindtijd vanwege de continue aard en de mate van de belasting.
9
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
2.7 Soundcheck Soundchecks moeten bij voorkeur plaatsvinden op de dag van het evenement zelf en duren niet langer dan 30 minuten per podium/area. Indien het organisatorisch onvermijdbaar is kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 10.00 uur en niet na 22.00 uur gehouden. Voor soundchecks geldt hetzelfde maximale geluidniveau als in de vergunning is opgenomen.
2.8 Op- en afbouw Om overlast voor bewoners voor en na een evenement te beperken dient de op- en afbouwperiode zo kort mogelijk te zijn. Aangezien niet elk evenement en elke locatie dezelfde aanpak vergt, gelden onderstaande richtlijnen: a. De op- en afbouw van een evenement dient altijd zo kort mogelijk te zijn; b. De op- en afbouw dient veilig plaats te vinden en schade aan het terrein dient zoveel mogelijk te worden voorkomen; c. De op- en afbouw vindt niet plaats na 23 uur óf voor 7 uur (geluidsarme activiteiten uitgezonderd); d. Tijdens de op- en afbouwperiode dient het gebruik van de openbare ruimte in de directe omgeving zo lang mogelijk toegankelijk te blijven voor publiek; om dit te realiseren en toch ook veilig te kunnen werken, worden voorzieningen getroffen; e. De op- en afbouw van evenementen tot 2000 bezoekers mag niet langer dan 3 dagen duren; f. De op- en afbouw van evenementen met meer dan 2000 bezoekers mag niet langer duren dan 10 dagen; g. De organisator dient bij zijn aanvraag een op- en afbouwschema aan te leveren en daarmee aan te tonen dat sprake is van een efficiënte en veilige op- en afbouw; h. Afwijkende aanvragen voor wat betreft het aantal dagen worden van geval tot geval beoordeeld door de vergunningverlener in afstemming met de terreinbeheerder.
2.9 Geluidmonitoring De organisator van een muziekevenement of een evenement met een hoog maatschappelijk belang, dient de geluidbelasting op de omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen tijdens het evenement continue te monitoren, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. Op de evenementenlocaties waar reeds een meetsysteem aanwezig is, kan de organisator gebruik maken van dit systeem. De organisator dient een meetverslag te (laten) maken, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. Dit verslag moet binnen vier weken na het evenement worden ingediend bij de vergunningverlener.
10
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
De organisator van een evenement waarbij muziekgeluid een additionele rol speelt, dient de geluidbelasting op de omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen te meten, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam.
2.10 Informeren bewoners en afhandeling meldingen van overlast Ten aanzien van het informeren van omwonenden en de meldingen van overlast geldt het volgende:
Organisatoren informeren vooraf omwonden over de aard en duur van het evenement, over de tijden voor op- en afbouw en eventuele ‘soundchecks’ (bij evenementen > 1500 bezoekers op het piekmoment); Omwonenden worden door de organisator én door de gemeente (algemeen) geïnformeerd dat zij meldingen van overlast rondom evenementen kunnen doen via 14020 of via de gemeentesite. Organisatoren zijn primair verantwoordelijk voor een spoedige afhandeling van de meldingen van overlast; om deze rol waar te maken zullen zij zo snel mogelijk in kennis worden gesteld van de overlastmeldingen; Toezichthouders van de gemeente controleren de afhandeling van de meldingen van overlast; in het geval de afhandeling te lang op zich laat wachten treden zij in contact met de organisator om een en ander te bespoedigen en/of nemen zij de afhandeling (deels) over.
11
Gemeente Amsterdam Beleidsregel geluidbeleid voor evenementen
3 Stappenplan toezicht en handhaving Bij een constatering van een overschrijding van de geluidnorm is de handhaving gericht op onverwijld terugbrengen van het geluidsniveau tot de toegestane waarde(n). Stap 1: Constatering: Bij constatering van een overschrijding van de geluidsnormen wordt organisator geïnformeerd. De organisator wordt verzocht er direct voor te zorgen dat het geluidniveau tot het toegestane niveau wordt teruggebracht. Stap 2: Hercontrole en voortbestaan overtreding en last onder dwangsom: Indien een tweede overschrijding van de geluidsnormen wordt geconstateerd wordt een maatregel opgelegd. Dit zal doorgaans een last onder dwangsom zijn. Dit besluit is gericht aan de vergunninghouder. De verbeuring geldt per overtreding (dit wordt telkens vastgesteld doormiddel van een controle). Voorafgaand aan het besluit wordt het voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom aan de vergunninghouder uitgereikt. De mogelijkheid tot horen bestaat direct ter plaatse of telefonisch. Stap 3: Invorderingsbeschikking: Bij een derde constatering, na de begunstigingstermijn, wordt een invorderingsbeschikking uitgereikt. Stap 4: Tijdelijk dan wel definitief intrekken evenementenvergunning: Indien de opgelegde last niet het gewenste sorteert, kan besloten worden tot tijdelijke dan wel definitief intrekken van de evenementvergunning.
Verdere gevolgen overtredingen Naast de bovenstaande stappen die tijdens het evenement worden ondernomen, kunnen ernstige overtredingen consequenties hebben voor volgende edities van het evenement of andere evenementen van dezelfde organisator. Dit zal per geval worden beoordeeld. Voor evenementen met minder dan 1500 bezoekers waarbij stap 3 en/of 4 genomen moest worden, zullen voor volgende evenementen de onderzoeks- en meetverplichtingen worden opgelegd die gelden voor evenementen met meer dan 1500 bezoekers. Nadere uitwerking: De exacte handelingen en tijdspaden die gevolgd worden bij het hierboven omschreven stappenplan, zullen nader uitgewerkt worden in werkprotocollen voor Toezicht en Handhaving.
12
Bijlage I: Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam 2018 Versie 1.4
13
Samengesteld door: Stedelijke Expertgroep Geluid Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied Het GeluidBuro BV Haarlem In opdracht van: Stedelijk Evenementenbureau Amsterdam © 2018 Gemeente Amsterdam
INHOUD 1.
INLEIDING
16
2.
ALGEMEEN
17
2.1 2.2 2.3 2.4
BEOORDELINGSPUNTEN BEOORDELINGSGROOTHEID AFRONDING GETALEN APPARATUUR
17 17 17 18
3.
UITVOEREN GELUIDMETINGEN
19
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
MEETMETHODE VEREIST KENNISNIVEAU BEOORDELINGS- EN MEETHOOGTE MEETTIJD EN AANTAL METINGEN STOORGELUID GEVELREFLECTIE METEOCONDITIES MEETVERSLAG
19 19 19 19 20 20 21 23
4.
UITVOEREN BEREKENINGEN
24
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
REKENMETHODE VEREIST KENNISNIVEAU REKENSOFTWARE VOORBEELDBEREKENING METEOCONDITIES BEST BESCHIKBARE TECHNIEK
24 24 24 25 28 29
5.
EISEN AKOESTISCH ONDERZOEK
29
5.1 5.2
CATEGORIE I ( 1.500 BEZOEKERS) CATEGORIE II EN III (< 1.500 BEZOEKERS EN NIET-MUZIEKEVENEMENTEN)
29 30
6.
EISEN MONITOREN EN/OF METEN GELUIDNIVEAUS
31
6.1 6.2
CATEGORIE I ( 1.500 BEZOEKERS) CATEGORIE II EN III (< 1.500 BEZOEKERS EN NIET-MUZIEKEVENEMENTEN)
31 32
1 INLEIDING Dit meet- en rekenprotocol (het protocol) is van toepassing op alle geluidversterkte evenementen die binnen de gemeente Amsterdam gehouden worden. Het protocol is opgesteld om een eenduidige en heldere manier te bieden hoe gemeten en gerekend wordt met evenementengeluid, met de nadruk op muziekgeluid. Dit protocol is een onlosmakelijk onderdeel van de beleidsregel ‘Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam’ van de gemeente Amsterdam. Het protocol zal periodiek worden bijgewerkt op basis van ervaringen en voortschrijdende inzichten. Voor bepaalde onderdelen in het protocol wordt, net als in de Beleidsregel, een onderscheid gemaakt in de omvang van evenementen, waarbij drie categorieën zijn geformuleerd: I Muziekevenementen met 1.500 of meer bezoekers II Muziekevenementen met minder dan 1.500 bezoekers III Evenementen waarbij muziek een ondergeschikte rol speelt De basis voor het meten en rekenen voor geluid op en rondom evenementen is de Handleiding meten en rekenen industrielawaai 1999 (HMRI). Het toepassen van de HMRI (en de voorloper de IL-HR-13-01) wordt in Nederland wettelijk voorgeschreven voor alle akoestische onderzoeken en metingen voor onder andere industrielawaai en horecageluid. Ook bij evenementengeluid wordt de HMRI doorgaans gebruikt, ook al is dit niet wettelijk geregeld.
De HMRI is echter niet onverkort geschikt voor het rekenen met en meten aan evenementengeluid. Zodoende is een meet- en rekenprotocol opgesteld. De bepalingen in dit protocol zijn leidend. Indien het protocol ergens niet in voorziet dan geldt de HMRI. Op het moment dat er een opvolger van de HMRI wordt uitgebracht en/of nieuwe (Nederlandse of Europese) wet- en regelgeving hier aanleiding toe geeft, zal dit protocol waar nodig worden bijgewerkt. Note: De gemeente Amsterdam draagt graag bij aan de ontwikkeling van evenementbeleid in andere steden en stelt dit Meet- en rekenprotocol dan ook beschikbaar als leidraad of voorbeeld. Bedenk daarbij wel dat elke stad en locatie anders is en wellicht een eigen aanpak verlangt.
2 Algemeen 2.2 Beoordelingspunten
De grenswaarden voor evenementengeluid gelden op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen (zoals ziekenhuizen, verpleeghuizen en scholen).
Een (blinde) gevel waarin zich geen ramen en deuren bevinden behoeft niet als beoordelingspunt beschouwd te worden.
Een (dove) gevel waarin zich geen te openen delen bevinden wordt wel als beoordelingspunt beschouwd, tenzij dit in een locatieprofiel anders is vastgelegd.
De beoordeling vindt plaats op alle verdiepingen van een gebouw waarop zich geluidgevoelige ruimten bevinden. In het akoestisch onderzoek dienen daarvoor rekenpunten opgenomen te worden op alle relevante verdiepingen. Geluidmetingen kunnen zich beperken tot een aantal maatgevende beoordelingspunten die blijken uit het akoestisch onderzoek. Indien gewenst kan om praktische redenen beoordeling plaatsvinden op referentiepunten, waarbij berekend moet worden elk geluidniveau aldaar als grenswaarde aangehouden moet worden. Er wordt beoordeeld op een hoogte van 5 meter.
2.3 Beoordelingsgrootheid De grenswaarden voor evenementengeluid worden in Amsterdam gesteld in LCeq (het equivalente C-gewogen invallende geluidniveau). Bij het vaststellen van de beoordelingsgrootheid gelden de volgende correcties, die verderop in het protocol nader worden toegelicht:
een stoorgeluidcorrectie Cstoor tot maximaal 3 dB.
een gevelreflectiecorrectie Cg van 3 dB. geen bedrijfsduurcorrectie Cb.
geen toeslagen voor muziek-, tonaal- en impulsgeluid (respectievelijk K1, K2 en K3).
in de regel geen meteocorrectie Cm (uitzonderingen zijn per locatie mogelijk)
De beoordelingsgrootheid LCeq wordt bepaald door het over 3 minuten gemeten geluidniveau, indien nodig, te corrigeren met de correctie voor stoorgeluid, gevelreflectie en meteocorrectie. LCeq,3min - Cstoor - Cg - Cm = beoordelingsniveau LCeq
2.4 Afronding getalen De rekenkundige tussenresultaten worden gepresenteerd tot één cijfer achter de komma. De beoordelingsgrootheden worden opgegeven in hele dB's. Deze getallen worden afgerond conform NEN 1047. Hierbij geldt dat indien het af te ronden getal op een 5 eindigt deze wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele even getal. Dit betekent bijvoorbeeld dat 40,5 dB(C) wordt afgerond naar 40 dB(C) en 45,5 dB(C) naar 46 dB(C).
2.5 Apparatuur Voor het verrichten van metingen dient de organisator, akoestisch adviseur en/of vergunninghouder en handhaver minimaal te beschikken over de volgende apparatuur:
Een precisie geluidniveaumeter volgens de specificaties van IEC-publicatie 651: 1979, type I met een rondomgevoelige microfoon; Een voorziening voor de bepaling van het equivalente geluidniveau op basis van continue integratie van het signaal (`real time').
Octaafbandfilters (of tertsbandfilters) volgens de specificatie van IEC-publicatie 1260: 1995. De middenfrequenties van de octaafbanden dienen gekozen te worden overeenkomstig ISO 266: 1997 en de banden 31,5 Hz tot en met 8000 Hz te omvatten.
Een windkap of een windbol.
Een microfoonstatief tot 5 meter hoogte
Ook mogen digitale analyse- of monitoringssystemen worden gebruikt die door snelle bemonstering van tijdsignalen geluidsdrukken kunnen meten. De microfoons, voorversterkers en functionaliteit van de software dienen overeenkomstig de eisen van de genoemde IEC-publicatie te zijn. Zie hiervoor ook hoofdstuk 7 ‘Eisen monitoren en/of meten geluidniveaus.
Voor en na iedere serie metingen dient het gehele meetsysteem, inclusief microfoons en kabels, op de voor de apparatuur voorgeschreven wijze te worden gekalibreerd met een akoestische ijkbron, die binnen een marge van 0,5 dB een constant signaal geeft. Indien na afloop van de meetserie bij het kalibreren blijkt dat het meetsysteem niet betrouwbaar is (de afwijking ten opzichte van het constante signaal is groter dan 0,5 dB), dienen de desbetreffende metingen, indien mogelijk opnieuw uitgevoerd te worden.
Bij meerdaagse metingen dient het meetsysteem tevens tussendoor nog eens gekalibreerd te worden.
Bij het gebruik van een verlengkabel wordt de kalibratie voor en na de metingen uitgevoerd inclusief de verlengkabel.
Het gehele meetsysteem, inclusief ijkbron(nen), dient tenminste iedere twee jaar uitgebreid en controleerbaar te worden getest.
Meetsystemen die permanent of een groot deel van de tijd buiten staan opgesteld dienen minimaal 4 keer per jaar gecontroleerd en onderhouden te worden.
Voor metingen die door of namens organisatoren van evenementen in de categorie III en IV worden verricht gelden afwijkende eisen. Zie hiervoor hoofdstuk 7 ‘Eisen monitoren en/of meten geluidniveaus.
3 Uitvoeren geluidmetingen 3.2 Meetmethode Geluidmetingen tijdens evenementen worden uitgevoerd volgens Methode II.1 van de HMRI, met toevoegingen en/of uitzonderingen zoals in dit protocol beschreven. Dit zijn immissiemetingen die direct nabij de woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen) worden verricht. Op sommige locaties zal op een dichterbij gelegen referentiepunt worden gemeten, bijvoorbeeld vanwege de grote afstand tot de meest nabijgelegen woningen. In die gevallen is dit referentiepunt tevens het beoordelingspunt en geldt aldaar de geluidnorm. De geluidoverdracht naar de woningen is dan al in een akoestisch onderzoek bepaald.
3.3 Vereist kennisniveau Van personen die geluidmetingen verrichten namens de gemeente of namens een organisator van een evenement binnen categorie I en II, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze metingen deugdelijk, betrouwbaar en conform dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid / Akoestiek, Specifieke gemeentelijke cursussen meten evenementengeluid, werkzame jaren bij een Omgevingsdienst of akoestisch adviesbureau).
3.4 Beoordelings- en meethoogte
De beoordeling van het invallende LCeq vindt plaats op de gevels van woningen op de hoogte alwaar zich geluidgevoelige ruimten bevinden. Er wordt zoveel mogelijk gemeten op de beoordelingspunten, waarbij uit praktische overwegingen in eerste instantie gemeten wordt op 5 meter hoogte. Als gemeten wordt op een referentiepunt, vindt de beoordeling plaats op 5 meter hoogte.
Indien een meethoogte van 5 meter praktisch niet uitvoerbaar is, kan hiervan worden afgeweken.
3.5 Meettijd en aantal metingen
Het gemiddelde C-gewogen geluidniveau (LCeq) wordt bepaald over een (zuivere meet)tijd van 3 minuten (ondanks het feit dat evenementengeluid een fluctuerende bron is en volgens de HMRI net zo lang gemeten moet worden dat de meettijd geen invloed meer heeft op de meetwaarde). Bij het monitoren van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, tekens over de laatste 3 minuten. Bij handmatige metingen ter controle van monitorstations of ten behoeve van een constatering, dienen ten minste 2 metingen verricht te worden van elk 3 minuten, waarbij tussen de metingen een tijdsperiode van 5 minuten wordt aangehouden.
3.6 Stoorgeluid Stoorgeluiden kunnen de geluidmetingen sterk beïnvloeden. Tijdens het uitvoeren van geluidmetingen dient hier dan ook aandacht aan besteed te worden. Het beoordelen van stoorgeluid kan door gebruik te maken van stille(re)momenten tijdens het evenementen en/of door tegelijkertijd onder identieke omstandigheden het stoorgeluid te meten op een punt, dat verder van de bron verwijderd is (bijvoorbeeld verder langs de storende verkeersweg).
De beoordeling van stoorgeluid dient bij voorkeur spectraal uitgevoerd te worden.
Indien het stoorgeluidniveau 10 dB of meer onder het signaalniveau ligt, mag ervan worden uitgegaan dat het stoorgeluid de meting niet beïnvloedt en is Cstoor gelijk aan 0.
Indien het stoorgeluid minder dan 3 dB onder het signaalniveau ligt, dient de meting als niet betrouwbaar geacht te worden.
Indien het stoorgeluidniveau tussen de 3 en 10 dB onder het signaalniveau ligt, dient een stoorgeluidcorrectie (Cstoor) te worden toegepast, door het stoorgeluid energetisch af te trekken van het gemeten geluidniveau.
De stoorgeluidcorrectie is beperkt tot 3 dB op het totale geluidniveau of 7 dB in een octaafband. In het laatste geval mag door deze correctie het totale niveau niet met meer dan 3 dB gecorrigeerd worden. In het meetverslag (zie paragraaf 3.7) dient te allen tijde omschreven te worden in welke mate stoorgeluiden zijn waargenomen en hoe hiermee om is gegaan.
Tabel 3.1 Correcties op basis van verhouding signaal- versus stoorgeluid Verschil tussen signaal- en stoorgeluid [dB]
3
4
5
6
7
8
9
10
Toe te passen correctie [dB]
3
2
2
1
1
1
1
0
3.7 Gevelreflectie Een deel van het geluid dat op een gevel terechtkomt reflecteert. Hierdoor kan er een verhoging van het geluidniveau optreden voor de gevel. De mate van reflectie is onder andere afhankelijk van de hoek van inval, de materialisatie van de gevel en het spectrum van het geluid. De geluidnormen zijn gerelateerd aan het invallende geluidniveau op de gevel. Dit betekent dat als er in de praktijk gemeten wordt inclusief reflectie van de gevel, er gecorrigeerd moet worden voor deze reflectie. Ondanks dat de mate van reflectie kan variëren is gekozen voor één correctiewaarde van 3 dB.
Bij voorkeur wordt het invallende geluidniveau gemeten zonder reflectie, bijvoorbeeld op een punt direct naast een woongebouw, op gelijkwaardige afstand van de bron. Er wordt dan geen correctie toegepast.
Indien nodig wordt het invallende geluidniveau direct voor de gevel van de betreffende woning gemeten.
Als het geluidniveau voor een gevel moet worden bepaald, wordt op een afstand van 2 meter voor het verticale vlak gemeten.
Indien dit niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij een vaste monitorstation, dan wordt gemeten op een afstand die praktisch haalbaar is. Alle vlakken met een elevatie van = 70 graden of meer worden als verticaal beschouwd. Indien de elevatie minder dan 70 graden is, wordt er procedureel van uitgegaan dat er geen reflectie plaatsvindt en wordt geen gevelcorrectieterm toegepast. Waar gemeten wordt met reflectie, wordt een correctie van -3 dB toegepast op de meetwaarde.
Situaties waar meerdere reflecties optreden zo veel mogelijk vermijden.
Voor het meten van het C-gewogen geluidniveau wordt bij handmatige metingen het statief rustig heen en weer gezwaaid over een afstand van circa 1,5 meter
3.8 Meteocondities Door meteorologische omstandigheden kan de geluidoverdracht sterk variëren, met name over grotere afstanden (> 50 meter). Gezien het kortdurende karakter van evenementen kan met deze weersomstandigheden slechts zeer beperkt rekening worden gehouden.
De weersomstandigheden kunnen een betrouwbare werking van de apparatuur belemmeren. Metingen die verricht worden bij (zware) regenval, sneeuw, ijs of onder hoge temperaturen dienen extra goed beoordeeld te worden op de nauwkeurigheid. De handleiding en specificaties van de betreffende apparatuur dient hiervoor geraadpleegd te worden.
Windgeruis moet ten minste 5 dB onder het signaal liggen. Bij gebruik van het C-filter is de geluidmeting extra gevoelig voor windgeruis op de microfoon. Zodoende moet te allen tijde een windbol gebruikt worden. Tabel 3.2 geeft de geluidniveaus die minimaal gemeten moeten worden in relatie tot de windsnelheid om nog betrouwbaar geacht te worden.
Tabel 3.2 Maximaal toegestane w indsnelheid op microfoonhoogte Windsnelheid tijdens de meting kleiner dan Geluidniveau hoger dan
1 2
[m/s]
2
4
6
8
10
12
14
1
[dB(A)]
30
40
50
60
70
-
-
[dB(C)]2
40
50
60
70
80
90
100
Conform tabel A.6.1 uit de HMRI Op basis van praktijkmetingen (nu nog ongefundeerde inschatting)
Tijdens evenementen hoeft niet onder ‘meteoraamcondities’ zoals in de HMRI vermeld gemeten te worden, ook niet bij metingen op grotere afstanden dan 50 meter. In de regel wordt bij de beoordeling van het geluid geen meteocorrectie toegepast.
Voor locaties waar in het locatieprofiel is vastgelegd dat er wel een meteocorrectie mag worden toegepast geldt het volgende: o Bij metingen op een afstand van meer dan 50 meter vanaf de grens van het evenemententerrein, wordt een correctie van 3 dB toegepast, indien onder meewindconditie (bij windsnelheden vanaf 0,3 m/s in een hoek van +/- 60o) gemeten wordt. o Bij metingen die onder tegenwindcondities of bij windstilcondities verricht worden, wordt geen correctie toegepast.
Voor de situaties waarin een meteocorrectie mag worden toegepast, dient bij voorkeur tijdens het evenement continue de windrichting gemeten te worden. o Deze metingen vinden plaats op de meest geschikte locatie, bij voorkeur in het open veld op een hoogte van 10 meter, met een minimale hoogte van 5 meter. o De gemiddelde windrichting wordt bepaald uit een gemiddelde van 10 minuten. Indien er geen windmeter op locatie is geldt de actuele weersinformatie van het KNMI.
Onvoorziene en zeldzame weersomstandigheden die de geluidoverdracht in extreme mate beïnvloeden, zoals inversie in bepaalde luchtlagen kunnen de geluidbelasting significant meer verhogen dan de hierboven genoemde 3 dB meteocorrectie. Inversie kan in de zomer in de avond of nacht optreden op heldere dagen. De overdracht is dan naar alle beoordelingspunten in de omgeving hoger. De geluidbelasting wordt hoger bij een gelijkblijvend bronniveau. De organisatie zal in deze omstandigheden het geluidniveau op het terrein zo ver als verantwoord is reduceren om toch aan de geluidnorm te kunnen voldoen. Het handhavingsprotocol van de gemeente bevat een bepaling hoe omgegaan wordt met een normoverschrijding in deze zeldzame situatie. Ter informatie is onderstaande tabel opgenomen met een overzicht van windkracht, windsnelheid en de benaming. Tabel 3.3 Windkracht en w indsnelheid Kracht
Benaming
Windgemiddelde snelheid over 10 minuten [km/uur]
Windgemiddelde snelheid over 10 minuten [m/s]
Uitwerking boven land en bij de mens
0
stil
0-1
0-0,2
rook stijgt recht of bijna recht omhoog
1
zwak
1-5
0,3-1,5
windrichting goed af te leiden uit rookpluimen
2
zwak
6-11
1,6-3,3
wind merkbaar in gezicht
3
matig
12-19
3,4-5,4
stof waait op
4
matig
20-28
5,5-7,9
haar in de war, kleding flappert
5
vrij krachtig
29-38
8,0-10,7
opwaaiend stof hinderlijk voor de ogen, gekuifde golven op meren en kanalen en vuilcontainers waaien om
6
krachtig
39-49
10,8-13,8
paraplu's met moeite vast te houden
7
hard
50-61
13,9-17,1
lastig tegen de wind in te lopen of fietsen
8
stormachtig
62-74
17,2-20,7
voortbewegen zeer moeilijk
9
storm
75-88
20,8-24,4
schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg, kinderen waaien om
10
zware storm
89-102
24,5-28,4
grote schade aan gebouwen, volwassenen waaien om
11
zeer zware storm
103-117
28,5-32,6
enorme schade aan bossen
12
orkaan
>117
>32,6
verwoestingen
Bron: Weergaloos Nederland. Uitgeverij Kosmos/Z&K, Utrecht, 1997/2004
3.9 Metingen preventie gehoorschade Voor metingen in het kader van preventie gehoorschade gelden de volgende regels:
Het gemiddelde A-gewogen geluidniveau (LAeq) wordt bepaald over een (zuivere meet)tijd van 15 minuten.
Bij het meten van het geluid wordt het voortschrijdende gemiddelde (lopend gemiddelde) bepaald, tekens over de laatste 15 minuten.
Metingen worden uitgevoerd ter plaatse van de mengtafel, op een hoogte van 2 meter boven het vloerveld. Met ‘ter plaatse van de mengtafel’ wordt hier bedoeld een punt in het FoH-gebied, recht tegenover het podium, op maximaal 25 meter uit het podium (of het FoH-systeem), ongeacht waar de mengtafel zich feitelijk bevindt. Als een FoH-gebied kleiner is dan 25 meter, bijvoorbeeld bij kleinere festivals of in tenten,
dan wordt het einde van het FoH-gebied aangehouden als meetpunt.
3.10 Meetverslag In het meetverslag dat wordt opgesteld moeten in ieder geval de volgende onderdelen worden opgenomen:
Naam, datum en omschrijving van het evenement
Verwijzing naar de vergunning en dit protocol
Situatieschets of luchtfoto met de ligging van het evenement en de meetpunten
Overzicht meetposities, adressen en meethoogtes Omschrijving stoorbronnen per meetpositie / meting
Omschrijving weersomstandigheden
Toegepaste correcties met onderbouwing
Overzicht meetresultaten, afgerond in hele getallen, per meetpositie
Overzicht metingen ten behoeve van preventie gehoorschade
Bij verslagen van monitoring: o grafieken van het verloop per meetlocatie, per drie minuten (leesbaar) o grafieken van het verloop van de windsnelheid en -richting (indien van toepassing) Overzicht gebruikte apparatuur
Directe uitdraaien geluidmeter / monitorstation(s) als bijlage
4 Uitvoeren berekeningen Dit gedeelte van het protocol geeft een handleiding op welke wijze de geluidbelasting in de omgeving geprognotiseerd kan worden in een akoestisch onderzoek (categorie I evenementen). De meest recente BBTLijst van de gemeente Amsterdam dient daar eveneens bij betrokken te worden. Het doel van de berekeningen is het inzichtelijk maken of het evenement passend is bij de betreffende locatie en of de best beschikbare technieken worden toegepast. Erkend wordt dat evenementengeluid niet op de 1 dB nauwkeurig is te prognosticeren. Het modelleren van evenementengeluid is zeer complex en geeft slechts een grove benadering van de werkelijkheid. Geen van de gangbare rekensoftware wordt als uitermate geschikt geacht. Innovaties op dit gebied zijn dan ook welkom. Het uitgangspunt van het akoestisch onderzoek moet zijn dat het geluidniveau ter plaatse van het publiek niet harder gaat dan nodig (en nooit harder dan 100 dB(A) op 25 meter FoH) maar ook niet dusdanig zacht waardoor de geluidbeleving ernstig aangetast wordt. De onderstaande uitwerking moet gezien worden als een voorbeeld hoe met een van de gangbare rekenpakketten (GeoMileu, module IL) een zo goed mogelijke inschatting gemaakt kan worden van de geluidbelasting tijdens een evenement.
4.2 Rekenmethode Voor de prognose van de geluidbelasting die tijdens een gepland evenement zal optreden wordt een akoestisch rekenmodel opgesteld. Dit model berekent de geluidoverdracht van een bron naar de ontvanger. De berekeningen dienen uitgevoerd te worden overeenkomstig methode II.8 van de HMRI, met inachtneming van de toevoegingen en uitzonderingen van dit protocol.
4.3 Vereist kennisniveau Van personen die berekeningen uitvoeren namens een organisator van een evenement binnen categorie I en II, wordt verwacht dat zij aantoonbaar gedegen kennis en ervaring hebben om deze berekeningen deugdelijk, betrouwbaar en conform dit meet- en rekenprotocol uit te voeren. Deze kennis en ervaring kan bijvoorbeeld blijken uit een gevolgde relevante opleiding in combinatie met adequate werkervaring (PHB Milieugeluid / Akoestiek en werkzame jaren bij een akoestisch adviesbureau).
4.4 Rekensoftware Er zijn verschillende softwarepakketten die gebruikt worden voor het rekenen met geluid. Hierbij is er vrijwel altijd een onderscheid tussen software voor het berekenen van elektro-akoestische parameters en voor het berekenen van de geluidoverdracht. Eenvoudig gezegd is het ene pakket bedoelt voor hoe het FoH-systeem kan worden geconfigureerd voor het beste geluid en het andere voor het prognosticeren van de geluidbelasting in de omgeving. Helaas zijn de functionaliteiten van de diverse beschikbare pakketten nog niet optimaal voor het rekenen aan evenementengeluid.
Ten tijde van het opstellen van het Meet- en rekenprotocol wordt het rekenprogramma GeoMilieu, module IL van DGMR als het meest toegepaste programma gezien voor het berekenen van de geluidoverdracht van evenementengeluid. Om praktische overwegingen wordt het rekenprogramma GeoMilieu aangehouden als de ‘standaard’ om prognoseberekeningen mee uit te voeren. Indien een ander rekenprogramma gebruikt wordt, dan dient aangetoond te worden dat dit programma minimaal gelijkwaardig is aan GeoMilieu, c.q. dat de berekeningen zijn uitgevoerd overeenkomstig het protocol. Projecten die berekend worden met alternatieve pakketten worden beoordeeld door de Stedelijke Expertgroep Geluid. Na goedkeuring kan het pakket eventueel met toelichting toegepast worden.
4.5 Voorbeeldberekening 4.5.1 Opzet en terminologie Het gebied voor het podium, voor de speakers, wordt Front of House (FoH) genoemd. De mengtafel staat meestal recht voor het podium. De afstand tussen het podium en de mengtafel kan variëren, afhankelijk van de grootte van het FoH-gebied of de area. Vaak wordt 25 meter FoH aangehouden als afstand waarop de mengtafel staat, of als referentiepunt voor metingen. De grootte van het FoH-gebied is weer afhankelijk van de hoeveelheid bezoekers die voorzien moeten worden van muziekgeluid met een bepaald volume (luidheid). Het FoH-gebied kan opgedeeld worden in zones, zoals weergegeven in onderstaande figuur.
Podium
Zone 1: 100 dB(A) 2,5 pers./m2
Zone 2: 95 dB(A) 1,5 pers./m2
Buiten FOH-gebied: < 90 dB(A)
Uitgangspunten FOH-gebied / area verhouding breedte : diepte ≈ 2:3 oppervlakte zone 1 ≈ oppervlakte zone 2 In zone 2 gemiddeld circa 5 dB lager geluidniveau dan zone 1 Figuur 4.1 Uitgangspunten FOH -gebied
Voor de bezoekers in de eerste zone wordt gemiddeld het hoogste geluidniveau geproduceerd, passend bij het evenement. In Amsterdam is dit maximaal 100 dB(A). Het geluid wordt zo goed mogelijk verdeeld, maar verloopt in de zone doordat de afstand tot de speakers overal anders is. De hoeveelheid bezoekers is per
vierkante meter in de eerste zone het hoogst, met gemiddeld circa 2,5 bezoeker per vierkante meter. In de tweede zone is het geluidniveau circa 5 dB afgenomen. Hier bevinden zich gemiddeld 1,5 bezoekers p/m2. De derde zone ligt buiten het FoH-gebied. Hier is het geluidniveau weer circa 5 dB afgenomen. Uiteraard bevinden zich in deze zone en op de rest van het evenemententerrein ook bezoekers. Hoe groter het FoH-gebied(en) of de area(s), hoe meer bezoekers en dus ook hoe meer bronvermogen nodig is om deze bezoekers te voorzien van de juiste hoeveelheid geluid.
Bronvermogens De speakers van het FOH-systeem kunnen worden beschouwd als een verzameling puntbronnen met een maximale geluiduitstraling richting het publiek. De bronsterkte LW wordt per frequentie bepaald op basis van de volgende formule voor een puntbron in het vrije veld: LW = LI + 20*log(R) + 11 Hierbij stelt LI de geluidintensiteit op een bepaalde afstand ‘R’ tot de bron voor. De afstand tussen het centrum van de speakers van het midden van de voorste zone van het FOH-systeem (zone 1) wordt aangehouden. Voor de 63 Hz octaafband wordt ervan uitgegaan dat het geluidniveau op het FOH-gebied 3 dB hoger uitvalt als gevolg van bodemreflecties. Voor de hogere octaven (125 Hz t/m 4000 Hz) wordt geen rekening gehouden met toe- / afname vanwege reflecties (of andere overdrachtseffecten). Uitgaande van een gewenst geluidniveau met een specifiek muziekspectrum in het midden van het FOH-gebied kan het benodigde bronvermogen met de volgende formules worden teruggerekend: LW = LP + 20*log(R) + 8 (63 Hz octaafband) LW = LP + 20*log(R) + 11 (125 Hz t/m 4000 Hz octaafbanden) Bij het berekende bronvermogen is dan nog geen rekening gehouden met een lagere geluiduitstraling in alle overige richtingen (anders dan het publiek / het FOH-gebied).
Voor de geluiduitstraling naar de omgeving zal de immisierelevante bronsterktes LWr moeten worden verlaagd met de reductie van het FoH-systeem in die specifieke richting. Zie paragraaf BBT. De bronvermogens die ingevoerd worden dienen passend te zijn voor het betreffende evenement en de omvang van het FoH-gebied. Het vermogen wordt bepaald op basis van het gewenst/benodigd aantal dB’s op een bepaald oppervlak van het FoH-gebied. Hierbij dient tevens rekening gehouden te worden met het maximaal toegestane geluidniveau van 100 dB(A) ter plaatse van de mengtafel (beleidsregel 2.3 Preventie gehoorschade). Met ‘ter plaatse van de mengtafel’ wordt hier bedoeld een punt in het FoH-gebied, recht tegenover het podium, op maximaal 25 meter uit het podium (of het FoH-systeem), ongeacht waar de mengtafel zich feitelijk bevindt. Als een FoH-gebied kleiner is dan 25 meter, bijvoorbeeld bij kleinere festivals of in tenten, dan wordt het einde van het FoH-gebied aangehouden als meetpunt. Onderstaande tabel geeft een overzicht van bronvermogens die toegepast kunnen worden, waarbij een marge mogelijk is van plus of min 3 dB, afhankelijk van de situatie. Op deze bronvermogens worden in de berekening
vervolgens reducties ingevoerd die overeenkomen met de uitstralingskarakteristieken van de betreffende speakers. Tabel 4.1 Richtlijn samengestelde bronvermogens Categorie en type FoH-systeem 1
I
FoH-gebied / area 2
Bronsterkte LW 3
10.000 m2 / 20.000 personen
Groot FoH-systeem met delay-speakers
157 dB(C)
2
154 dB(C)
2
151 dB(C)
2
1.000 m / 2000 personen
147 dB(C)
500 m2 / 1000 personen
144 dB(C)
5.000 m / 10.000 personen 2.500 m / 5000 personen
I - II
II - III - IV
Middelgroot FoH-systeem
Klein FoH-systeem
2
250 m / 500 personen
141 dB(C)
1)
Omvang FoH-systeem gerelateerd aan categorieën Omvang FoH-gebied of area direct voor het podium, Bij evenementen met meerdere area’s kunnen de oppervlaktes en vermogens worden verdeeld. 3) Totale bronsterkte gebaseerd op de geluidafstraling richting het publiek (exclusief reducties zij- en achterkant), waarbij de verdeling van de energie over de verschillende frequenties verschilt, per type evenement. 2)
Er zijn evenementen die niet eenduidig in deze verdeling passen zoals bijvoorbeeld de Parade, de Pride Amsterdam, Koningsdag of de Uitmarkt. In die situaties kan onderbouwd worden afgeweken.
Muziekspectra De verdeling van het geluid over de verschillende octaafband middenfrequenties dient dusdanig te zijn dat ter plaatse van het publieksveld (25 meter Front of House) een bij het evenement passend spectrum optreedt. Hierbij dient een keuze gemaakt te worden uit het spectrum Pop, Dance, House of Ultra bass uit de NSG Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven. 0 -5
Correcties in dB
-10 -15 -20 -25 -30
63
125
250
500
1000
2000
4000
Pop
-27
-14
-9
-6
-5
-6
-10
Dance
-20
-11
-8
-5
-6
-8
-12
House
-13
-8
-8
-7
-7
-9
-10
Ultra bass
-6
-5
-8
-10
-11
-11
-9
Figuur 4.2 Relevante spectra uit de NSG Richtlijn muziekspectra in horecabedrijven
Van A naar C Niet alle rekenpakketten (zoals GeoMilieu) zijn in staat de geluidbelasting in dB(C) te berekenen. Om niet alle rekenresultaten spectraal te hoeven omrekenen van dB(A) naar dB(C), is het mogelijk hiermee bij het invoeren van de bronvermogens reeds rekening te houden. Onderstaande correctiewaarden kunnen hiervoor gebruikt worden. Tabel 4.2 Correctiew aarden van een A - naar een C-gew ogen spectrum Octaafband middenfrequentie [Hz]
63
125
250
500
1000
2000
4000
Toe te passen correctie van A naar C [dB]
-25,4
-15,9
-8,6
-3,2
0
1,4
1,8
Opdelen bronnen De geluidbronnen dienen dusdanig opgedeeld te worden dat deze representatief zijn voor de toegepaste speakers. Zo dienen subwoofers en sub-arrays separaat gemodelleerd te worden van topkasten of line-array speakers. Dit geldt voor zowel voor de hoogte, als voor links en rechts en delay-speakers. Meerdere bronnen (speakers) met gelijkwaardige specificaties kunnen geclusterd worden, zolang dit geen effect heeft op de geluidbelasting.
Uitstralingshoeken FoH-systemen (speakers) stralen het geluid rondom niet gelijkwaardig uit. Puntbronnen in rekenprogramma’s doen dit in de basis wel. In het rekenprogramma GeoMilieu kan wel een horizontale openingshoek en uitstralingsrichting ingevoerd worden. Bij het modelleren van FoH-systemen en speakersystemen dienen voor een representatieve uitstraling ten minste 4, maar bij voorkeur 8, bronnen per speaker (sub-array of line-array) te worden ingevoerd met elk een andere openingshoek en richting waardoor de voor, zij- en achterkant separaat ingevoerd kan worden, overeenkomstig de specificaties van het toe te passen FoH-systeem. Zie ook de meest recente BBT-Lijst.
Reducties verwerken De richtingswerking van het FoH-systeem wordt benaderd door reducties in te voeren zodat beoogde effecten inzichtelijk zijn. Zie ook de meest recente BBT-Lijst.
4.6 Meteocondities Er wordt gerekend onder gunstige overdrachtsomstandigheden, zonder meteo-invloed. In het rekenprogramma GeoMilieu, module IL dient hiervoor de Li waarde aangehouden te worden. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat de berekende overdracht gelijk is aan de overdracht in de praktijk bij een zwakke tot matige meewind van circa 3 m/s. Zoals in paragraaf 2.2 en 3.6 benoemd wordt er geen meteocorrectie toegepast, tenzij uitdrukkelijk anders is omschreven in het locatieprofiel van een evenementenlocatie. In dat laatste geval is in het locatieprofiel tevens omschreven welke correctie maximaal mag worden toegepast.