15.f Bijlage 5 W132 Franse Gat Veenendaal Stedenbouwkundige Randvoorwaarden DEFINITIEF LQ
Tekst van het document
Een aandachtspunt is de overgang van achtertuinen naar binnenterreinen en besloten groen- of speelplekken. Het is wenselijk om aandacht te besteden aan de
erfafscheidingen en bijgebouwen op de erfgrens langs zo’n gebied. Die zullen een robuuste (beeld) kwaliteit moeten hebben om stand te houden op langere termijn (en verrommeling tegen te gaan). Zij bepalen in hoge mate de uitstraling van zo’n besloten gebied. Een ander aandachtspunt betreft de zijdelingse erfafscheidingen die grenzen aan openbaar gebied. Ooit stonden hier hagen en waren hiervoor strikte regels. Anno 2021 zijn de zijdelingse erfafscheidingen heel divers in uitstraling en kwaliteit. Bij de herstructurering is het noodzakelijk om hier robuuste zijdelingse erfafscheidingen te plaatsen - met materiaal dat mooi verouderd en tegen een stootje kan. Uitgangspunt zijn erfafscheidingen die samen met de woning ontworpen en gerealiseerd worden. Het zijn deze erfafscheidingen die het beeld in de openbare ruimte kunnen verbeteren of alle moeite van een herstructurering te niet doen. Concreet betekent werken aan sociale veiligheid bij de herstructurering van het Franse Gat: • Het realiseren van robuuste erfafscheidingen waar deze direct aan de openbare ruimte grenzen, zoals bij eindwoningen die aan de aansluiting met een zijstraat liggen.
• Het maken van een robuuste overgang van achtertuinen naar de binnenterreinen met parkeerplaatsen door op de erfgrens elementen te plaatsen die tegen een stootje kunnen en op de lange duur hun uitstraling behouden, zoals schuren, schuttingen, carport, etc. Dit geldt ook voor besloten groen- en speelplekken achter de woningen; • Waar nodig het plaatsen van robuuste hekwerken die op lange termijn degelijk blijven en geen vervallen uitstraling
hebben; • Het beperken van het aantal toegangen tot binnenterreinen, voor auto’s en voor voetgangers. • In overleg met gemeente en Patrimonium nagaan of en hoe doorgaande achterpaden moeten worden voorkomen en/of afsluitbaar zijn; • Waar woningen met de zijgevel grenzen aan een parkeerkoffer, binnenterrein of plantsoen zorgen voor ramen in die zijgevel. • In de openbare ruimte zorgen voor overzichtelijkheid en duidelijke grenzen. Denk hierbij aan opgaand groen, maar ook aan de overgang tussen openbare en private ruimte. • De toegang van de binnenhoven architectonisch vormgeven zodat er een visuele hiërarchie ontstaat in de openbare ruimte. Zo betreedt men de hoven in plaats van dat de hoven voortborduren op de straten.
77
Ondergrondse infrastructuur, verlichting, afvalinzameling en natuurinclusief 3.5 Ondergrondse infrastructuur Het is druk in de ondergrond. Hier liggen riolering (droogweerafvoer en hemelwaterafvoer), permanente afvoer van grondwater en een hoop kabels en leidingen voor water, elektra etc. Kabels en leiding komen aan bod in de volgende paragraaf over energie. Riolering Basis voor de herstructurering is het behouden van aanwezige riolering. Verwijderen en vervangen zouden hoge, onnodige kosten betekenen. Vandaar dat de lijnen van de huidige straten intact blijven, maar soms bovengronds een andere functie krijgen. Een goed voorbeeld hiervan is de W.C. Beeremansstraat. De straat verdwijnt, in plaats daarvan komt hier een plantsoen waar langs gewoond wordt, maar het riool blijft liggen. In de nieuwe oostweststraat (Speelse Straat) zal een riolering moeten worden aangelegd, zowel droogweerafvoer (dwa) als hemelwaterafvoer (hwa). 3.6 Openbare verlichting Voor openbare verlichting is dynamische, energiezuinige verlichting uitgangspunt. Verlichting is ook gewenst op de binnenterreinen en bij parkeerkoffers ten behoeve van sociale veiligheid.
78
3.7 Afvalinzameling De afvalverwerking moet voldoen aan het gemeentelijk regime. Per deelgebied zal dit in het stedenbouwkundig plan verwerkt worden. Het huidige regime is gericht op toewerken naar 100% circulair in 2050. Met als strategie: bronscheiding is het uitgangspunt. Dat houdt in dat: • Bij laagbouw inzameling met minicontainer: per huishouden 1x rest, 1x gft, 1x papier, 1x PMD. Plaatsing op eigen terrein. Benodigde openbare ruimte 1 m2 opstelruimte per huishouden. Deze ruimte is te gebruiken voor wandelen en spelen op de 6 dagen dat de container niet aan de weg staat; • Bij hoogbouw: per 80 huishoudens 1 KTZ rest (16 m2), 1 KTZ papier (16 m2) , 2 gf+e (4 m2 per stuk) en verzamellocatie PMD in zakken (20m2); • Per huishouden is dit 0,60 m2. De ruimte voor PMD zakken is 6 dagen per week te gebruiken voor andere (niet permanente functies; • Een aantal KTZ rest en oud papier staat al in het gebied. Onderzocht moet worden in hoeverre deze in te zetten zijn met acceptabele loopafstanden.
3.8 Natuurinclusief Om de leefbaarheid voor alle gebruikers van de wijk de waarborgen, zal ruimte worden gemaakt om ook de kleinste bewoners te huisvesten. Met natuurinclusieve maatregelen kan de biodiversiteit in de gebouwde omgeving worden gestimuleerd. De voorzieningen richten zich voornamelijk op de bedreigde soorten die voorkomen in de gebouwde omgeving. De natuurinclusieve maatregelen moeten worden geïntegreerd in de architectuur van de woningen en de vormgeving van de openbare ruimte. Gedacht kan worden aan vleermuiskasten als keramische metselwerk elementen, zwaluwnestkasten in de buitenwand of dakpannen met ruimte voor mussen. Gemiddeld genomen wordt elke woning voorzien van ten minste twee passende en mee ontworpen voorzieningen.
Voorbeelden van natuurinclusieve maatregelen.
79
Energie en de samenvatting energieverkenning het Franse Gat 3.9 Energie Nieuwe woningen worden niet meer aangesloten op gas. Dat betekent dat voor die woningen een nieuw energieconcept moet komen, gericht op warmte, elektra etc. De woningcorporatie Patrimonium en de gemeente Veenendaal werken samen aan een visie op energie in het Franse Gat. De drie opties zijn: een warmtenet, all-electric en groen gas. Zie voor meer informatie de Samenvatting Energieverkenning Franse Gat op de volgende pagina. Dat betekent dat voor de Stedenbouwkundige Randvoorwaarden nog geen duidelijkheid is over het te kiezen energieconcept. De verwachting is dat een en ander zal moeten gebeuren met het elektriciteitsnet en dat het verstandig is om voor te sorteren op deze onzekerheid. Dit kan door: • Als uitgangspunt voor nieuwe trottoirs een minimale breedte te hanteren van 2.20 meter conform gemeentelijk beleid; • Rekening te houden met meer trafostations. Aantal en spreiding hangen af van het aantal woningen, maar ook van maximale kabellengtes. Zo mogen bijvoorbeeld bij woningen met PV-panelen de kabels niet langer zijn dan 200 meter. Op basis van een globale berekening blijkt dat in de wijk circa 10 trafostations nodig zijn, afhankelijk van aantallen woningen. Voor deelplan Zuid is al zeker dat het all-electric wordt en is - binnen marges - nu aan te geven hoeveel woningen gerealiseerd zullen worden.
Dus kan nu al aangegeven worden hoeveel trafostations minimaal en maximaal toegevoegd moeten worden en in welke zoekgebieden die gerealiseerd moeten worden. Het is wenselijk om deze exercitie komende maanden al met Stedin uit te voeren. • Verder is gewenst om algemene uitgangspunten te formuleren voor de stedenbouw80
kundige inpassing van de trafostations: bij voorkeur in de openbare ruimte, alleen inpandig in appartementencomplexen alleen als ze benodigd zijn voor het volledige complex; bij kleinere appartementencomplexen zijn ze zeer moeilijk in te passen door de eisen van Stedin en de parkeerplaatsen, de bergingen en het woonprogramma die ook al op de begane grond nodig zijn. • Bij verdere planvorming is een meer definitieve berekening nodig voor de hoeveelheid en spreiding van trafostations, alsmede naar de opslagmogelijkheden van energie. Want die laatste zouden nog wel eens ruimte nodig kunnen hebben. • Bij toepassing van zonnepanelen, gelden de uitgangspunten die staan geformuleerd bij de eisen aan Beeldkwaliteit voor gebouwen. • Let op grootteklasse bomen in relatie tot oriëntatie en ligging zonnepanelen. Met name in de oostwest gerichte straten van belang. Zorg dat schaduw niet leidt tot verminderde opbrengst van zonnepanelen en daarmee mogelijke klachten van bewoners. Oplossingen bijvoorbeeld door een asymmetrisch profiel; lagere bomen aan noordzijde straat of hogere bouwlagen aan noordzijde.
Deze samenvatting van het document ‘Verkenning Plus Franse Gat’ is een weergave van een proces dat in 2020 en begin 2021 is doorgelopen tussen de gemeente Veenendaal en Patrimonium woonservice ondersteund door Atriensis projecten. De gemeente Veenendaal en onder andere Patrimonium woonservice hebben in samenwerking de gebiedsvisie voor het Franse Gat opgesteld, deze is in september 2020 goedgekeurd. De gebiedsvisie is het toekomstbeeld van de wijk. Ook bij de uitvoering zullen de gemeente Veenendaal en Patrimonium woonservice nauw samenwerken. Patrimonium woonservice start in 2021 met de vernieuwing van zo’n 1.100 woningen in het Franse Gat. De Verkenning Plus Franse Gat is een eerste studie naar de (technische) kansen en mogelijkheden voor de energietransitie in het Franse Gat. Een belangrijk resultaat is een ‘houtskoolschets’ van de mogelijkheden en richting voor de energietransitie in deze wijk. Dit moet houvast geven om zowel voor plannen op de korte als de lange termijn de kansen voor de energietransitie inzichtelijk te maken, zodat stappen die op korte termijn genomen worden niet negatief uitpakken op de lange termijn.
Kaders De strategie waarmee de gemeente Veenendaal wil werken aan de warmtetransitie in de periode 2022-2025 is vastgelegd in de Transitievisie Warmte 1.0. De gemeente Veenendaal doet dit door gelijktijdig op drie ‘sporen’ aan een aardgasvrij Veenendaal te werken: • Spoor A: Wijken en buurten waarvoor we vóór 2025 een uitvoeringsplan opstarten • Spoor B: Wijken waarvoor een integrale gebiedsvisie de weg wijst richting aardgasvrij • Spoor C: Algemene aanpak voor overige wijken De energieverkenning Franse Gat maakt onderdeel uit van spoor B. Warmtevisie ‘Houtskoolschets’ Op basis van het doorlopen interne traject en uitgevoerde berekeningen zijn er door Atriensis een tweetal hoofdscenario’s geschetst, namelijk: Scenario 1, overwegend Warmtenet (WN) met aanvullend Groengas (GG) en Allelectric (AE), zie linker figuur Scenario 2, overwegend All-electric (AE) met aanvullend Warmtenet (WN), zie rechter figuur
81
Samenvatting energieverkenning het Franse Gat In het kader van de analyse is het Franse Gat opgedeeld in een aantal deelgebieden met een ongeveer vergelijkbare woningtypologie: Algemene aandachtspunten/termijnen voor de twee hoofdscenario’s zijn: Het streven is alle woningen te isoleren conform de landelijke standaard- en streefwaarden, zowel corporatiebezit als particulieren. Daarbij is met name aandacht nodig voor het stimuleren van de particuliere woningbezitter. Indien de warmtevisie GG wordt, dan ligt het voor de hand de woningen te isoleren conform standaard- en streefwaarden tot 2040. Installatietechnisch heeft een hybridesysteem gecombineerd met groen gas de voorkeur van de gemeente. Met name voor particuliere woningeigenaren is dit een oplossing die veel gas bespaard. Het beslismoment voor de keuze GG dient uiterlijk 2030/2035 plaats te vinden in verband met eventuele installatietechnische aanpassingen in de woningen (no-regret). Indien de warmtevisie AE wordt bij bestaande bouw, dan ligt het voor de hand de woningen te isoleren conform de standaard- en streefwaarden tot 2040/2050. Het beslismoment voor de keuze AE dient tevens tussen 2030/2035 plaats te vinden.
82
Op basis van de twee hoofdscenario’s zijn de volgende kaders van de ‘Houtskoolschets’ zichtbaar, namelijk: Een grootschalig WN in deelgebied A en B is onwaarschijnlijk, voor de eengezinswoningen in deze gebieden zou een voor de hand liggende visies AE individueel zijn, voor de meergezinswoningen van Patrimonium is een collectieve AE oplossing mogelijk ook kansrijk. Hierbij kunnen meerdere complexen/bouwblokken worden gekoppeld op een bron/installatie. Op deze manier ontstaat er een ‘mini’ AE WN De gemeente gaat verder onderzoeken of de bestaande meergezinswoningen in deelgebied A en B als ‘start’ kunnen dienen voor de uitrol van de warmtevisie in de wijk. Dit kan dan een WN zijn dat aangesloten is op een aangrenzende wijk in Veenendaal, maar ook een kleinschalig/lokaal WN wat mogelijk technisch realistischer is. Daar waar sloop/nieuwbouw plaatst gaat vinden binnen 5 jaar wordt de warmtevisie AE, dit betreft in ieder geval deelgebied C. Ontwikkeling van een warmtenet is hier uitgesloten vanwege de langere benodigde aanloopfase
83
Samenvatting energieverkenning het Franse Gat Voor de deelgebieden D, E en F is het verstandig om op korte termijn (<10 jaar) in te zetten op goed isoleren conform de standaard- en streefwaarden. De woningen zijn dan voorbereid op een AE oplossing of hybridesysteem in combinatie met GG. Het betreft hier hoofdzakelijk particuliere woningbezitters Naar aanleiding van deze houtskoolschets zijn de volgende vervolgstappen geadviseerd door Atriensis: Nader onderzoek uitvoeren naar de mogelijkheden en kansen voor een warmtenet ter plaatse van de meergezinswoningen aan de westelijke en noordelijke rand van gebied A en B. Gemeente Veenendaal neemt dit mee in een groter vraagstuk Veenendaal breed, dit vraagstuk gaat specifiek over hoe de gemeente in de bestaande bouw warmtenetten kan ontwikkelen Energietransitieontwikkelingen en nieuwbouw in het Franse Gat tijdens de verder uitvoering en uitrol van de plannen blijvend goed afstemmen met alle disciplines (stedenbouw, infra etc.) om koppelkansen te benutten en deelplannen actief te toetsen op de koppelkansen. Dit vraagt om een goede coördinatie en afstemming binnen de gemeente. Het aanstellen/werven van een nieuwe projectcoördinator energietransitie moet hier zorg voor dragen.
84
Deelgebieden
Particulieren stimuleren en informeren over de mogelijkheden van vastgoedingrepen ‘De Standaard en Streefwaarden’ hanteren bij verduurzamen van woningen zowel woningcorporaties als particulieren Indien de wijk een AE oplossing krijgt dienen er naar verwachting meer trafohuisjes geplaatst te worden, belangrijk is hier tijdig een goed beeld van te hebben. De gemeente en de vastgoedeigenaren zijn in overleg met Stedin Verdere uitwerking van een overkoepelende communicatie- en participatiestrategie voor de energietransitie in geheel Veenendaal. Op wijkniveau (Franse Gat) dienen de lokale initiatieven en kansen benut te worden met vooral een persoonlijke benadering Als onderdeel van de uitvoering van de Transitievisie Warmte wordt dit de komende jaren verder uitgewerkt.
85
04 Beeld-
kwaliteit
4.1 Beeldkwaliteit 4.1 Inleiding Beeldkwaliteit Om de beeldkwaliteit van de vernieuwing van ’t Franse Gat in goede banen te leiden en de eenheid in de wijk te bewaken, zijn enkele spelregels opgesteld voor zowel de architectuur als de inrichting van de openbare ruimte. Daarmee kunnen zowel de ontwerpers van de nieuwe gebouwen als de openbare ruimte hun ontwerpen opstellen. Architectuur Het karakter van ’t Franse Gat zit voor een belangrijk deel in de architectuur. Deze is typerend voor de gebouwen uit de jaren ‘50. Sober, doelmatig en met aandacht voor subtiele details die de architectonische verschijningsvorm boven het gewone uit laten stijgen. De gevels bestaan veelal uit metselwerk, de flauwe daken uit rode pannen. Daken sluiten nauw aan op de gevel, de overstekken zijn minimaal. Hierdoor ontstaat het beeld van een archetypisch huis, met een gemetselde schoorsteen in het midden van het dak. In de kopgevels en rondom de voordeuren zijn vaak eenvoudige verbijzonderingen aangebracht, meestal alleen door een afwijkend patroon in het metselverband. De opgave van toen en nu verschillen niet veel van elkaar. Na de oorlog was de woningbehoefte groot en moesten – met name corporatiewoningen – met eenvoudige middelen zoveel mogelijk comfort en kwaliteit opleveren.
In deze tijd is de woningbehoefte ook groot, zowel nationaal als lokaal, en zal wederom een heel groot deel van de woningen gerealiseerd gaan worden voor sociale huur. De nieuwste bouwmethoden zullen worden ingezet om met bescheiden middelen zoveel mogelijk comfort en kwaliteit te realiseren. De uitstraling van de 88
woningen zal sober en doelmatig zijn, maar door de aandacht voor subtiele details, die refereren aan de bestaande gebouwen in ’t Franse Gat, zal een bijzondere vernieuwing van de wijk gaan plaatsvinden. De nieuwe woningen zullen ook moeten voldoen aan de eisen van de huidige tijd en ook als zodanig herkenbaar zijn. Dat vraagt om een herinterpretatie van het typische jaren ‘50 huis uit ’t Franse Gat, geschikt voor de bewoner van de 21e eeuw.
Bestaande woningen met verbijzonderingen in het metselwerk in de gevel in het Franse Gat. Het patroon in bovenstaande zijgevel is gemaakt met normale en gesinterde bakstenen. De foto rechtsonder is genomen in het nooordelijk deel van het Franse Gat, maar representeert de karakter van de architectuur voor de gehele wijk.
89
4.2 Beeldkwaliteit architectuur 4.2 Beeldkwaliteit bebouwing 4.2.1 Grondgebonden woningen De grondgebonden woningen worden vormgegeven als 21e eeuwse herinterpretatie van de archetypische jaren ‘50 woning uit de 20e eeuw. Voorgevel De voorgevel van de bebouwing is nadrukkelijk georiënteerd op de straat c.q. de openbare ruimte. Entrees worden gearticuleerd door verbijzondering in het metselwerk en/of door een (eenvoudige) luifel. Overgang privé-openbaar voorzijde De overgang van het privedomein en het openbaar gebied wordt ingericht als zogenaamde ‘margestrook’. De strook van minimaal 1,5 meter in afwijkende bestrating zorgt voor afstand tussen passanten en de voorgevel (privacy) en geeft de bewoner de ruimte om deze zone flexibel in gebruik te nemen met (los) meubilair, bloempotten en/ of plantenbakken en als speelplek voor kinderen. Op de erfgrens wordt een bouwelement mee ontworpen (maximaal 1,0 meter diep haaks op de gevel en maximaal 40 cm hoog), zodat de basis voor een gevarieerde erfafscheiding wordt aangeboden aan de bewoners. Gedacht kan worden aan een bloembak of zitelement. Daken Daken van grondgebonden woningen krijgen een nok parallel aan de straat. Ter plaatse van de aansluiting van het dak op de gevel (zowel voor-, achter- als zijkant) is het overstek van het dak minimaal.
De dragers van de goot zijn medebepalend voor de ritmiek in het architectonisch ontwerp van de gevel. 90
In het geval van toepassing van zonnepanelen op een hellend dak gelden de volgende richtlijnen, welke worden getoetst door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK): 1. het legplan wordt vanuit de nok naar beneden ontworpen, voor beide dakzijden, 2. de panelen worden tot maximaal 0,5 meter van de zijkant dak en dakgoot aangebracht, 3. per bouwblok wordt dezelfde eenduidige vorm, oplossing en oriëntatie toegepast en 4. de toegepaste panelen hebben een effen en rustige uitstraling. Als aan deze richtlijnen wordt voldaan dan zijn de zonnepanelen niet in strijd met redelijke eisen van welstand. Is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel of aan de richtlijnen wordt voldaan dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de CRK worden voorgelegd.
Voorbeelden van eenvoudige kap en gevel compositie.
Materialisatie In het Franse Gat worden materialen gebruikt die mooi verouderen. Per gebouw wordt voor de gevel één steenachtig hoofdmateriaal toegepast en daarnaast maximaal twee andere materialen, zodat een harmonieus en rustig geheel ontstaat. Gevels en aftimmeringen mogen niet worden voorzien van kunstvezelplaten. De kleuren worden afgestemd op de huidige kleuren. Voor het metselwerk is dat (gemêleerd) rood-bruin en voor de daken is dat (gemêleerd) rood-oranje. Voorbeelden van margestroken Voorbeelden van verbijzondering in het metselwerk, lijsten om deuren en ramen
91
4.2 Beeldkwaliteit architectuur NB. Bij een uitzonderlijk (hoogwaardig) ontwerp kan gemotiveerd en in overleg met het bevoegd gezag afgeweken worden van de spelregels.
Eindwoningen Een eindwoning heeft een zijgevel die overgaat in de zijdelingse erfafscheiding c.q. een (tuin)muur, zodat een bebouwde kavelgrens ontstaat. Zijgevels worden als voorkanten behandeld, waardoor een tweezijdige oriëntatie op de openbare ruimte tot stand komt. Een raam op openbare ruimte is essentieel om sociale veiligheid te waarborgen. Blinde gevels zijn daarnaast ook niet toegestaan. Naast een gevelopening kan een architectonische gebaar een doorlopende verbinding maken tussen de zijgevel, erfafscheiding en bijgebouw.
erfafscheiding is mogelijk, maar in verband met kosten zal veelal gekozen worden voor een eenvoudiger oplossing. Voor een zorgvuldige oplossing op de achterste perceelsgrens zijn diverse mogelijkheden, zoals een draagconstructie voor opgaand groen, standaard berging voor alle woningen, plek voor kliko’s, etc. Bij de binnenterreinen met een gemeenschappelijk parkeerterrein kunnen parkeerplaatsen gerealiseerd worden in de achtertuinen. Deze zijn vaak in te passen met opgaand groen en een (standaard) berging. Zie de referentiefoto’s voor diverse mogelijkheden met of zonder parkeerplek in de achtertuin.
Erfafscheidingen: zij- en achterkant Alle kavelgrenzen (inclusief de achterste perceelsgrens) zijn duidelijk afgebakend. Zijtuinen die grenzen aan het openbaar gebied (of een gemeenschappelijk parkeerterrein) worden gemarkeerd met een gemetselde erfafscheiding. De muur moet minimaal 0,6 meter hoog zijn en voorzien zijn van een (draad)stalen draagconstructie voor opgaande beplanting. De erfscheiding mag maximaal 2 meter hoog zijn. De opgaande beplanting staat en groeit in de achtertuin. (Zie ook bovenstaande tekst over Eindwoningen en de referentiefoto’s hiernaast.) In de achtertuin is de berging onderdeel van de erfafscheiding. Daar waar achtertuinen grenzen aan het openbaar gebied (of een gemeenschappelijk parkeerterrein) moet deze overgang zorgvuldig ontworpen worden. Deze moet robuust, sociaal veilig en duurzaam zijn c.q. op termijn moet de ruimtelijke kwaliteit stand houden. Een gemetselde 92
Referenties ter illustratie van het gewenste beeld. Maatvoeringen en uitvoering volgens opgestelde regels.
Voorbeeld van een parkeerplaats opgenomen in een draagconstructie voor opgaand groen tussen de bergingen in de architectuur van de woning.
Parkeerplaats optioneel in de achtertuin, al dan niet opgenomen in een draagconstructie voor opgaand groen.
93
4.2 Beeldkwaliteit architectuur 4.2.2 Appartementengebouwen De nieuwe appartementengebouwen worden alzijdig vormgegeven als 21e eeuwse herinterpretatie van de archetypische jaren ‘50 portieketagewoningen uit de 20e eeuw. Voorgevel De voorgevel van de bebouwing is nadrukkelijk georiënteerd op de straat c.q. de openbare ruimte. Entrees worden gearticuleerd door verbijzondering in het metselwerk en/of door een (eenvoudige) luifel. Het bellentableau en de brievenbussen maken integraal onderdeel uit van de gevel. Op de begane grond worden zoveel mogelijk openingen in de gevel gemaakt (ramen en deuren) voor ogen op de straat (sociale controle). Blinde (kop)gevels aan de openbare ruimte zijn niet toegestaan. Overgang privé-openbaar voorzijde De overgang van het privé-domein en het openbaar gebied wordt ingericht als zogenaamde ‘margestrook’. De strook van minimaal 1,5 meter in afwijkende bestrating zorgt voor afstand tussen passanten en de voorgevel (privacy) en geeft de bewoner de ruimte om deze zone flexibel in gebruik te nemen met (los) meubilair, bloempotten en/ of plantenbakken en als speelplek voor kinderen. Daken De typische naoorloge architectuur dient als inspiratie voor de vormgeving van de daken. Platte daken of kappen met flauwe hellingen zonder grote overstekken is het devies.
wordt dezelfde eenduidige vorm, oplossing en oriëntatie toegepast, 3. de toegepaste panelen hebben een effen en rustige uitstraling. Als aan deze richtlijnen wordt voldaan dan zijn de zonnepanelen niet in strijd met redelijke eisen van welstand. Is er sprake van een bijzondere situatie of gerede twijfel of aan de richtlijnen wordt voldaan dan kan de bouwaanvraag voor advies aan de CRK worden voorgelegd. Materialisatie In het Franse Gat worden materialen gebruikt die mooi verouderen. Per gebouw wordt één steenachtig hoofdmateriaal toegepast en daarnaast maximaal twee andere materialen, zodat een harmonieus en rustig geheel ontstaat. Gevels en aftimmeringen mogen niet worden voorzien van kunstvezelplaten. De kleuren worden afgestemd op de huidige kleuren. Voor het metselwerk is dat (gemelleerd) rood-bruin en voor de daken is dat (gemelleerd) rood-oranje. NB. Bij een uitzonderlijk (hoogwaardig) ontwerp kan gemotiveerd en in overleg met het bevoegd gezag afgeweken worden van de spelregels.
Referentiebeelden van o.a. M3H architecten, Architect Hans van der Heijden, KAW architecten en Geurst en Schulze architecten. Metselwerk kleurstelling van referenties is niet leidend.
In het geval van toepassing van zonnepanelen op een vlak dak gelden de volgende richtlijnen, welke worden getoetst door de commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK): 1. de panelen worden een halve meter (0,5 m) vanuit de dakrand of binnen 15 graden vanaf de dakrand aangebracht, 2. Per bouwblok 94
95
4.3 Beeldkwaliteit openbare ruimte 4.3 Beeldkwaliteit openbare ruimte 4.3.1 Algemeen De vormgeving en de uitstraling van de openbare ruimte sluit aan op het karakter van het Franse Gat. De wijk is gerealiseerd in een tijd waar materialen schaars waren. De soberheid van materialen en kleuren vormen het uiterlijk van de wijk. Er is geen sprake van overdadige en luxe verhardingsmaterialen (zoals natuursteen), maar wel van goed uitgevoerde verbijzonderingen met de toen voorhanden zijnde materialen. 4.3.2 Verharding De basis voor de openbare ruimte bestaat om die reden uit grijze 30x30 tegels voor trottoirs en voor de rijbanen (gebakken) klinkers met een kleur die aansluit bij de huidige en toekomstige woningen. Op enkele specifieke plekken kan het basismateriaal verrijkt worden met andere verhardingsmaterialen om het bijzondere karakter van dergelijke plek te benadrukken. Een zekere terughoudendheid in kleur en sfeer is dan nog steeds gewenst om aan te sluiten bij de oorspronkelijke inrichting van de wijk. Uitzondering op deze terughoudendheid is de nieuwe oost-west verbinding. Daar mag het afwijken en ‘sprankelen’, zonder de verbinding met de sfeer van de andere straten te doorbreken. (Zie hiervoor ook het hoofdstuk 5.6 over de Speelse Straat.)
De groene ruimten en elementen zijn geschikt voor alle leeftijden en nodigen uit tot verblijf en spelen. Het groen in plantsoenen bestaat met name uit gras en bomen. Desgewenst aangevuld met hagen, plantvakken, speeltoestellen, etc. Het groen in de straten – in boomvakken en bermen – is een combinatie van bomen, onderbegroeiing en opgaande planten. Bij verdere uitwerking zal een beplantingsplan worden gemaakt. Inspiratie hiervoor is te vinden bij de ontwerpen van de landschapsarchitecte Mien Ruys, die in veel naoorlogse wijken openbaar groen heeft ontworpen.
4.3.3 Groen De groene ruimtes, zoals plantsoenen en bermen krijgen een nadrukkelijk aanwezige rand. De overgang naar de naastgelegen verharding dient duidelijk te worden gemarkeerd, bij voorkeur met een opsluitband en een (gering) hoogteverschil.
96
97
05 Indicatieve Paginatitel
uitwerkingen Veld 1, 2 en 3 98
99
JAM*
JAM*
JAM*
Mr. Heemskerkstraat
JAM*
Veld 1. Meester Heemskerkstraat, westzijde 5.1 Inleiding In dit hoofdstuk staan indicatieve uitwerkingen (schetsen) van de bouwvelden in fase 1 en 2 en een eerste idee voor fase 3. De tekeningen in dit hoofdstuk zijn indicatief en daarom kunnen geen rechten aan de voorbeelduitwerkingen ontleend worden. 5.2 Veld 1: Mr. Heemskerkstraat westzijde Huidige situatie De start van de wijkvernieuwing zal plaatsvinden aan de westzijde van de Meester Heemskerkstraat (de even nummers). De huidige bebouwing bestaat uit 4 korte stroken. In de nieuwe situatie worden dat 3 korte stroken, met daartussen parkeerkoffers. De Mr. Heems kerkstraat krijgt in de nieuwe situatie een breder profiel met meer ruimte voor groen en voetgangers. De woningen krijgen een margestrook aan de voorzijde (1,5 meter) en een tuin achter het huis, die grenst aan de groenstrook tussen de woningen een appartementen aan de Thorbeckesingel.
Foto historische situatie
102
103
Veld 1. Meester Heemskerkstraat, westzijde, nader uit te werken
Vogelvluchtperspectief van de bestaande situatie
Vogelvlucht van de toekomstige situatie (even zijde)
104
105
Veld 1. Meester Heemskerkstraat, westzijde
Overzicht van de bestaande situatie
Beeld van de huidige inrichting van de Meester Heemskerkstraat
Overzicht van de toekomstige situatie (even zijde)
Beeld van de toekomstige inrichting van de Meester Heemskerkstraat (even zijde)
106
107
Veld 2a: tussen Mr. Heemskerk- en Dr. Colijnstraat 5.3 Veld 2a: tussen Mr. Heemskerk- en Dr. Colijnstraat Uitgangspunt voor dit bouwveld is het maken van straatwanden aan alle zijden, dus langs de Mr. Dr. Schokkingstraat, Heemskerk- en Colijnstraat en langs de bestaande groene ruimte. Met dit laatste sluit dit bouwveld aan op de nieuwe oost-west verbinding: de Speelse Straat (zie 5.5). Belangrijk is dat de Speelse Straat in een niet onderbroken lijn aansluit op de Heemskerkstraat. De openbare ruimte c.q. de verbinding moet overzichtelijk zijn en de bestaande groene ruimte moet makkelijk te bereiken zijn. De Speelse Straat gaat langs de bestaande woning Colijnstraat 30. Tussen de Speelse Straat en de woning Heemskerkstraat 15 is er een mogelijkheid voor bebouwing in de vorm van een zogeheten ‘special’: een speciale bouwopgave die aansluit op de bestaande woning, de Speelse Straat en nieuwbouw op veld 2a. Een belangrijk element dat behouden moet blijven, maar geen invloed heeft op het bouwveld 2a, is het behouden van de ontsluiting van de achtertuinen van de woningen aan de Heemskerk-, Bruïne- en Colijnstraat. Het bouwveld 2a ligt deels op het bestaande groen. Het zuidelijke deel van het bestaande groen wordt bebouwd en deels vervangen door de Speelse Straat. Het gaat om circa xx m2 en enkele bomen. De bestaande speelplekken in het groen blijven intact.
mogelijk. Met een maximale bouwhoogte van 3 bouwlagen sluiten zij aan op de bestaande en nieuwe grondgebonden woningen in de directe omgeving. De exacte invulling en opzet van woningen en appartementen is nog variabel, maar moet passen binnen de spelregels voor het bouwvlak en de architectuur. Het merendeel van de parkeerplaatsen ligt binnen het bouwveld op een aaneengesloten parkeerterrein. Waar mogelijk blijven parkeerplaatsen in de aanliggende straten bestaan. Bij verdere uitwerking zal duidelijk moeten worden hoe het parkeerterrein exact wordt ingericht. Bijvoorbeeld met een rijbaan gelegen langs de achtertuinen of juist parkeerplaatsen grenzend aan de achtertuin. Deze keuze is bepalend voor de bereikbaarheid van de achtertuin met de auto en dus eventueel een parkeerplek in de achtertuin. Te allen tijde moet worden voldaan aan de parkeernormen van gemeente Veenendaal. De special op de hoek van de Mr. Heemskerkstraat en de nieuwe Speelse straat geeft de inleiding naar de Speelse straat. Het woonblok geeft ruimte aan een bijzonder woningtype, denk aan compacte woningen voor starters. De maximale bouwhoogte voor dit blok is 8 meter. Het parkeren zal aan de achterzijde, mogelijk deels overbouwd, plaats kunnen vinden.
Alle woningen in het bouwveld hebben aan de voorzijde een margestrook, die aansluit op het trottoir. Een verandering is een volwaardig trottoir langs de Mr. Dr. Schokkingstraat en woningen gericht naar deze straat. Aan de noordzijde van het bouwveld, tegenover het bestaande groen, zijn appartementen 108
109
5.4 Velden 2b en 2c: tussen Dr. Colijn- en Klaas Katerstraat 5.4 Velden 2b en 2c: tussen Dr. Colijn- en Klaas Katerstraat (inclusief Beeremansstraat) Uitgangspunt voor deze bouwvelden is het maken van straatwanden aan alle zijden, dus langs de Mr. Dr. Schokking-, Dr. Colijn- en Klaas Katerstraat, het nieuwe W.C. Beeremansplantsoen en de nieuwe oost-west verbinding: de Speelse straat. Het zijn twee bouwvelden die in opzet op elkaar lijken: een bouwveld met een binnenterrein voor parkeren. Elk bouwveld heeft een gemeenschappelijk parkeerterrein - achter de bebouwing en achtertuinen. De ontsluiting van de terreinen ligt aan de Mr. Dr. Schokkingstraat. De ontsluitingen zijn niet te breed: een rijbaan met eventueel aan beide zijden een schrikstrook langs de nieuwe woningen van minimaal 0,40 tot maximaal 1 meter. De ontsluitingen liggen globaal tegenover de entrees van het terrein met garageboxen aan de zuidzijde van de Mr. Dr. Schokkingstraat. Aan de noordzijde van deze straat komt een volwaardig trottoir. Een ingrijpende verandering is het verdwijnen van de W.C. Beeremansstraat – hier komt een autovrij plantsoen. De nieuwe woningen grenzen met de margestrook aan een pad en vervolgens aan het plantsoen. De eindwoningen die grenzen aan de openbare ruimte en aan de ontsluiting van het parkeerterrein zijn voorzien van een robuuste erfafscheiding, zoals omschreven in hoofdstuk 4.
gericht). De woningen aan de oost-west gerichte straten staan in de zijdelingse perceelsgrens. De noordzuid gerichte rijen staan achter die zijgevel (namelijk 1,50 meter, de diepte van de margestrook) of de rooilijn ligt gelijk aan de zijgevel, zodat de margestrook uitsteekt ten opzichte van de zijgevel. Bij verdere planvorming van parkeerterrein en woningen zal dit uitgewerkt worden.
Afhankelijk van de inrichting van het gemeenschappelijke parkeerterrein en de benodigde hoeveelheid parkeren is een parkeerplek in de achtertuin mogelijk. De rooilijnen en margestroken van de nieuwe noordzuid gerichte rijwoningen zijn afgestemd op de rooilijnen van woningen van de haaks daarop staande woningen (oostwest 110
111
5.5 Velden 2d en 2e: ten zuiden Bruïneplein tussen Colijn- en Klaas Katerstraat 5.5 Velden 2d en 2e: ten zuiden Bruïneplein tussen Colijn- en Klaas Katerstraat Deze velden sluiten aan op het zogeheten Rondje Franse Gat en liggen dicht bij voorzieningen, zoals winkels. Om die reden zijn deze bouwvelden geschikt voor appartementen. Afhankelijk van de opzet zal de maximale bouwhoogte is de bouwhoogte voor veld 2d 4 bouwlagen en voor veld 2e 3 bouwlagen. De lagere bouwhoogte sluit aan op de ligging tussen winkels met bovenwoningen en de Speelse Straat. De velden hebben ieder een eigen ontsluiting voor de auto. Veld 2d wordt ontsloten vanaf de Dr. Colijnstraat, via de straat ten zuiden van Dr. Colijnstraat 23. Om autoverkeer hier goed af te kunnen wikkelen is een bredere straat nodig dan de huidige één richtingstraat. Daarmee komt de nieuwe bebouwing ook op afstand te staan van de huidige woningen ten noorden van deze straat. De westelijke rooilijn van veld 2d ligt in het verlengde van de noordelijke grondgebonden woningen. Hierdoor ontstaat er ruimte om de Dr. Colijnstraat opnieuw in te richten met groen en parkeren. De oostelijk rooilijn ligt in het verlengde van de winkels aan het Dr. Slotemaker de Bruineplein. Bij bouwveld 2d zijn er drie zijden waar bebouwing gewenst is om de straat te begeleiden: west-, zuid- en oostzijde.
Aan die zijden hebben de woningen een margestrook als overgang naar de openbare ruimte. Het bouwveld moet tevens de hoek naar het Bruïneplein afsluiten. De positie van (gemeenschappelijke) entrees en bergingen zullen moeten bijdragen aan de stedenbouwkundige inpassing van het bouwblok. De bouwhoogte van veld 2d is afhankelijk van: • De parkeerbalans: er moeten voldoende parkeerplaatsen worden gemaakt binnen 112
het bouwveld. De herinrichting van de Dr. Colijnstraat kan bijdragen aan een positieve parkeerbalans; • Het woonprogamma: een ontwikkeling met alleen appartementen is mogelijk, maar ook een ontwikkeling met grondgebonden woningen aan de Dr. Colijnstraat en overig appartementen is een optie; • De positie van de bebouwing: het bouwveld kan bestaan uit een zogeheten gesloten bouwblok, maar kan ook deels open zijn aan een zijde – bijvoorbeeld aan de noordzijde. Hierdoor zullen noordelijke woningen/bewoners minder overlast ervaren van de nieuwe bebouwing. Veld 2e deelt de ontsluiting voor auto’s met de bevoorrading van de winkels – de auto’s rijden via het Bruïneplein naar het parkeerterrein. De woningen op de begane grond hebben hun voordeur aan de Speelse Straat, via de eigen Delftse stoep. De bovengelegen appartementen hebben een balkon aan de zuidzijde. De hoeveelheid woningen is afhankelijk van de hoeveelheid parkeerplekken, bergingen en positie van entree en vluchttrap. Een gedeelde entree met veld 2d is een optie, waarbij galerijen over openbaar gebied beide gebouwen verbinden – een architectonische verbijzondering.
render invoegen: blok 2d en 2e
113
5.6 Speelse Straat 5.6 Speelse Straat De Speelse Straat is de nieuwe oostwest autovrije straat tussen Klaas Katerstraat en Heemskerkstraat. Zij kruist de W. C. Beeremansstraat en Colijnstraat.
Om het verblijfskarakter van de Speelse Straat te benadrukken wisselen de smalle verharding en strook voor hulpdiensten. Ze komen ‘om en om’ te liggen: soms smal aan de zuidzijde, soms smal aan de noordzijde.
De straat is niet alleen nieuw, maar is ook andere straat dan de bestaande straten. Het is een autovrije straat, waar bewoners uit die straat aan kunnen verblijven en voorbijgangers rustig kunnen wandelen. Langs de straat staan woningen en appartementen. Alle woningen hebben een ‘margestrook’ of balkon aan de voorzijde die de woning met de straat verbindt. De ‘margestrook’ is een strook voor de woning van 1,50 meter diep waar bewoners kunnen zitten, een bloempot of planten kunnen neerzetten. De margestrook -Delftse stoep- verbindt het huis met de straat. Om de voordeur te voet te kunnen bereiken komt er geen aaneengesloten (openbaar) groen voor de marge-strook. De marge-strook is altijd bereikbaar via verharding in de Speelse Straat. Die verharding bestaat uit een smalle strook van 1,20 meter breed voor de marge-strook en een vrije ruimte van 3.50 – 4 meter voor hulpdiensten, zoals ambulance, politie en brandweer. Met dit principe worden kleine stukken openbaar groen voorkomen (zogeheten ‘snippergroen’). Tussen de verharding is er ruimte voor een andere inrichting met groen of iets anders.
De inrichting van het ‘vlak’ in de Speelse Straat kan met: 1. Groen zoals gras of beplanting en waar mogelijk (kleine, lage) bomen. 2. Een invulling met groen door bewoners in te richten en te onderhouden; 3. Een klimaatadaptieve inrichting gericht op het opvangen van hemelwater (van de straat, maar ook van de daken van de woningen) 4. Zichtbaar maken van kwelwater aan de oppervlakte. Dit is zuiver water afkomstig van de Utrechtse Heuvelrug dat nu ‘dag en nacht’ weggepompt wordt uit de wijk. 5. Combinatie van hierboven.
114
Inspiratie voor bestrating(patroon) van de Speelse straat: herinrichting in Nagele door bureau BOOM landscape.
115
5.6 Speelse Straat Enkele aandachtspunten bij de inrichting en het ontwerp van de openbare ruimte zijn: • Op de kopse kanten van de vakken met groen komen bijzondere elementen van maximaal 0,50 meter hoog. Deze onderbreken het platte vlak en ‘sturen’ wandelaars langs het inrichtingsvlak. Het element kan een bank, haag, mozaïek, plantenbak met betonnen rand of iets dergelijks zijn. Het moet hufterproof en robuust zijn; • Het is wenselijk kleine, lage) bomen te plaatsen, tegen hittestress en voor een aangenaam beeld. De plaats hiervan moet zo zijn dat bewoners geen overlast ervaren, de bomen geen schaduw op zonnepanelen werpen en er ruimte in de ondergrond is voor riolering, kabels en leidingen; • De aansluitingen en kruisingen met bestaande straten moeten nog nader uit werken worden: Mr. Heemskerkstraat, Dr. Colijnstraat, Beeremansstraat en Klaas Katerstraat; • De aansluiting met het bestaande groen en speelterrein tussen Dr. Colijn- en Mr. Heemskerkstraat. Deze plek komt door de Speelse Straat meer in het zicht en is beter toegankelijk; • Voorkomen moet worden dat automobilisten de autovrije straat gaan gebruiken, dit kan voor elementen aan het begin en langs de Speelse Straat. In overleg kunnen er zogeheten klappaaltjes komen, waarvan bewoners eventueel gebruik kunnen maken. Dit zal verder onderzocht moeten worden; • De woning Dr.
Colijnstraat 30 ligt met de zijdelingse erfgrens aan de Speelse Straat. In overleg met de bewoners is een kwalitatieve en robuuste erfafscheiding hier wenselijk.
116
Voor de bestrating zijn er tal van mogelijkheden. Een uitgangspunt is het aansluiten op het karakter van het Franse Gat. Daarom geen natuursteen in de Speelse Straat, maar (gebakken) bakstenen, die in kleur en materiaal aansluiten bij overige straten en de (nieuwe) woningen. Om de straat een eigen karakter te geven is het aanbrengen van een patroon mogelijk. dat kan door het gebruik van twee kleuren baksteen.
117
Kruising Dr. de Visserstraat en Klaas Katerstraat
5.7 Klaas Katerstraat - fietsstraat 5.7 Klaas Katerstraat - fietsstraat In de Gebiedsvisie staat het al beschreven: de Klaas Katerstraat wordt een fietsstraat. Een fietsstraat is een straat die ingericht is als fietsroute, maar waarop tevens auto’s zijn toegestaan. Dit autogebruik wordt echter beperkt door het karakter en de inrichting van de fietsstraat. Een fietsstraat is te herkennen aan het bord ‘fietsstraat – auto te gast’. Dit bord geeft dus aan dat de automobilist te gast is. De kleur van het asfalt is rood, ook wel de rode loper genoemd en de maximale snelheid is hier 30 km per uur. In Veenendaal zijn er enkele fietsstraten, zoals Westersingel en Stationsstraat. In dit boekwerk over het zuidelijke deel van het Franse Gat gaat het om het zuidelijke deel van de Klaas Katerstraat: tussen Patrimoniumlaan en Dr. De Visserstraat. De straat voor de fietsers komt globaal te liggen op de plek van de huidige rijbaan. Dat heeft alles te maken met een kostenbewuste herinrichting, namelijk met behoud van het huidige riool.
Andere belangrijke ingrediënten voor de fietsstraat zijn: • Rijbaan voor twee richtingen autoverkeer minimaal 5,10 meter breed; • Aan weerszijden trottoirs realiseren van voldoende breedte - minimaal 2,20 meter; • Een ‘groenere’ uitstraling van de straat met openbaar groen dan nu het geval is; • Zo veel als mogelijk bestaande bomen inpassen. Dit kan langs de nieuwe verharding, maar ook tussen de langsparkeerplaatsen; • Realiseren van langsparkeerplekken met voldoende breedte en lengte aan weerszijden van de straat; • Het gewenste profiel voor de fietsstraat is breder dan de huidige ruimte tussen voorgevels. Om ruimte te maken voor het gewenste profiel zullen de nieuwe woningen naar achteren geplaatst worden ten opzichte van de huidige plek. De sloop en nieuwbouw maken dit mogelijk; • De woningen langs de straat krijgen een zogeheten margestrook voor de woning. Dit is de overgang tussen woning en trottoir; • Bij de herinrichting zullen diverse verkeerskundige maatregelen verder uitgewerkt worden, zoals snelheidsverlagende maatregelen (bijvoorbeeld drempels) en de aansluitingen van zijstraten.
Referentiebeeld van een fietsstraat met langsparkeren
120
121
5.7 Klaas Katerstraat - fietsstraat Beschrijving van verloop van de fietsstraat De tekening geeft een eerste opzet voor een mogelijke inrichting als fietsstraat. Bij de verdere uitwerking kunnen nog onderdelen aangepast worden. De beschrijving gaat van noord naar zuid. Ten zuiden, aansluitend op de Patrimoniumlaan, is de ruimte beperkt. Immers aan weerszijden zijn panden aanwezig die blijven staan. De combinatie van beperkte ruimte en aan weerszijden langsparkeerplekken vraagt om nader onderzoek. Ter hoogte van de Hovystraat ontstaat er ruimte door sloop en nieuwbouw van de woningen aan de oostzijde van de Klaas Katerstraat. Dit biedt ruimte om aan de westzijde een trottoir aan te leggen en de langsparkeerplaatsen te verbreden. Aan de oostzijde van de fietsstraat komen langsparkeerplaatsen, groen en een trottoir aansluitend op de nieuwbouw. Bij verdere uitwerking zullen meerdere bomen worden geplaatst tussen parkeerplaatsen of in het groen, zodat er voldoende afstand is tot de (nieuwe) bebouwing. Een aandachtspunt zijn grotere voertuigen, zoals afvalinzamelwagens en brandweer. Dit heeft gevolgen voor bochtstralen van dwarsstraten. Langs een fietsstraat zijn haaksparkeerplaatsen niet gewenst. De bestaande parkeerplaatsen langs de winkels en op het Bruïneplein zullen aangepast moeten worden en zo mogelijk gecompenseerd.
en eventuele drempels komen aan de orde bij verdere uitwerking van de fietsstraat. De plek van de nieuwe bebouwing ten opzichte van bestaande voorgevels varieert – van nagenoeg op dezelfde plek tot circa 1,50 – 2 meter naar achteren. De haaksparkeerplaatsen naast de hoek Dr. Visserstraat – Klaas Katerstraat passen niet bij een fietsstraat: hier komen langsparkeerplaatsen. Bij de verdere uitwerking zal het aantal benodigde langsparkeerplaatsen onderzocht moeten worden. Dit hangt samen met het aantal parkeerplaatsen dat in de aanliggende bouwvelden uit fase 2 en 3 gemaakt wordt.
Ten zuiden van het Bruïneplein is het verloop van de fietsstraat zodanig dat bestaande bomen kunnen worden ingepast. In de tekening gebeurt dit op twee manieren: in een berm tussen parkeerplaatsen en trottoir en soms tussen twee langsparkeerplaatsen. In het verloop zijn een aantal as-verspringingen aanwezig vanwege inpassen van de bomen. De aansluitingen van dwarsstraten 122
123
5.8 Veld 3a: tussen Hovystraat en Klaas Katerstraat 5.8 Veld 3a: tussen Hovystraat en Klaas Katerstraat Veld 3a: Ter hoogte van de Hovystraat bestaat het bouwveld uit twee te bebouwen delen en een stuk nieuw groen. De nieuwbouw staat naar achteren ten opzichte van bestaande woningen aan de oostzijde van de Klaas Katerstraat. Deze plek leent zich voor appartementen, ze ligt immers dichtbij voorzieningen, zoals Bruïneplein en bij de Patrimoniumlaan. De nieuwe appartementen zijn 4 bouwlagen hoog en hebben een flauwe kap zodat de nok op circa 15 meter ligt. Het parkeren komt aan de achterzijde van de nieuwe bebouwing – deels binnen het gebouw en deels langs de Hovystraat. Binnen deze bouwhoogte is het ook mogelijk om grondgebonden woningen te realiseren op deze plek. Voor deze plek zal het gewenste woonprogramma te zijner tijd worden bepaald.
124
125
5.9 Veld 3b: tussen Bruïneplein en Savornin Lohmanstraat 5.9 Veld 3b: tussen Bruïneplein en Savornin Lohmanstraat Veld 3b ter hoogte van het Bruïneplein leent zich voor appartementen, ze ligt immers dichtbij voorzieningen aan het Bruïneplein. De nieuwe bebouwing aan het plein is maximaal 7 bouwlagen hoog, met aansluitend aan de zuidzijde ruimte voor bebouwing van maximaal 5 bouwlagen en nog een rij grondgebonden woningen naast de Nicolaas Beetsstraat (goot- en nokhoogte 6 en 11 meter). De voorgevel van de nieuwe appartementen staat op dezelfde plek als de huidige bebouwing. Een groot verschil met de huidige situatie is het verdwijnen van de doodlopende Bart Poesiatstraat en de woningen aan die straat. De exacte plek en diepte van het appartementencomplex moeten nog bepaald worden. Een aandachtspunt hierbij is de privacy van woningen aan de De Savornin Lohmanstraat. De benodigde parkeerplekken voor de appartementen komen aan de achterzijde van de nieuwe bebouwing en grenzen aan de achtertuinen van woningen
126
aan de De Savornin Lohmanstraat. De nieuwe grondgebonden woningen, naast de Nicolaas Beetsstraat staan circa 1,50 – 2 meter achter de rooilijn van de huidige woningen.
127
5.10 Veld 3c: Klaas Katerstraat oostzijde tussen Nicolaas Beets- en Dr. De Visserstraat 5.10 Veld 3c: Klaas Katerstraat oostzijde tussen Nicolaas Beets- en Dr. De Visserstraat Veld 3c grenst aan de oostzijde aan de huidige volkstuinen. De plek van de nieuwe bebouwing ten opzichte van bestaande voorgevels varieert – van nagenoeg op dezelfde plek tot circa 1,50 – 2 meter naar achteren. De grondgebonden woningen hebben een maximale nokhoogte van 11 meter. Het benodigde parkeren zal of aan de achterzijde van de nieuwbouw een plek krijgen of in zogeheten parkeerkoffers tussen de woningen.
Parkeren moet deels inpandig en/of achter de nieuwe bebouwing opgelost worden;
Veld 3d ligt op de hoek Klaas Katerstraat en Dr. De Visserstraat, tegenover een plantsoen. Gezien de ligging is hier een afwijkend en markant gebouw mogelijk. De rooilijn van de nieuwe bebouwing staat circa 1,50 – 2 meter naar achteren ten opzichte van de bestaande bebouwing. De maximale nok- en bouwhoogte is 9 en 12 meter. Binnen deze maten zijn ook grondgebonden woningen mogelijk.
128
129
5.11 Veld 3d: tussen Mr.Dr. Schokking- en Dr. De Visserstraat 5.11 Veld 3d: woningen langs de Dr de Visserstraat ten oosten van Klaas Katerstraat Veld 3e is een rij woningen aan de Dr. De Visserstraat, waarvan een eindwoning verkocht is. In het rijtje van 4 zijn er dus 3 in eigendom van Patrimonium. De keuze voor sloop-nieuwbouw moet nog gemaakt worden.
130
5.10 Veld 3d: tussen Mr.Dr. Schokking- en Dr. De Visserstraat Veld 3f ligt aan de westzijde van Klaas Katerstraat tussen Meester Doctor Schokkingstraat en Dr. De Visserstraat. De locatie grenst aan de achterzijde aan garageboxen. De woningen aan de Klaas Katerstraat komen in dezelfde rooilijn te staan, maar leveren wel een grote voortuin in. Net als bij de andere nieuwe woningen komt hier een zogeheten margestrook. De woningen aan het plantsoen aan de Dr. De Visserstraat hebben de rooilijn van de huidige woningen. Hier komen geen margestroken, maar net als de overige woningen aan het plantsoen voortuinen. De grondgebonden woningen hebben een maximale nokhoogte van 11 meter. Het benodigde parkeren zal ergens op straat of op afstand moeten worden gerealiseerd.
131
Colofon
JAM* architecten bv Panamalaan 6-A 1019 AZ Amsterdam www.jamarchitecten.nl jam@jamarchitecten.nl 020 66 99 425
Onderzoek Strategie Onderwijs Publicaties
Samenstelling kernteam Jeroen Mensink Paul van Sorge Salomé Suarez Vilas Luuk Tondeur Inge Paessens Sijvert Commandeur Fotografie Kees Hummel Grafisch ontwerp Jan Willem van den Ban
www.jamarchitecten.nl
Architectuur Stedenbouw Interieur Infrastructuur
Onderzoek Strategie Onderwijs Publicaties
www.jamarchitecten.nl