15.f Bijlage 5 W132 Franse Gat Veenendaal Stedenbouwkundige Randvoorwaarden DEFINITIEF LQ
Tekst van het document
het FRAnse GAT VEENENDAAL ↓ STEDENBOUW KUNDIGE RANDVOOR
WAARDEN Project
‘t Franse Gat Veenendaal Stedenbouwkundige randvoorwaarden Datum
05–10–2021
Opdrachtgever
Patrimonium Woonservice Gemeente Veenendaal
Inhoudsopgave 1. Inleiding en aanleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Inleiding Vernieuwing deelgebied Zuid Bestaande kwaliteiten en knelpunten Omgevingsvisie Veenendaal 2030 Gebiedsvisie het Franse Gat Aanpak Patrimonium
2. Visie en stedenbouwkundige randvoorwaarden 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Inleiding en visie Een aangepaste stedenbouwkundige hoofdopzet Stedenbouwkundige randvoorwaarden bebouwing Delftse stoep: marge strook voor de woningen Stedenbouwkundige randvoorwaarden openbare ruimte Profielen
3. Aanvullende randvoorwaarden 3.1
3.2
3.3
3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9
2
Verkeer 3.1.1 Inleiding 3.1.2 Auto 3.1.3 Bevoorradingsverkeer 3.1.4 Fietsen 3.1.5 Wandelen 3.1.6 Openbaar vervoer Parkeren 3.4.1 Inleiding 3.4.2 Nieuwe aanpak parkeren 3.4.3 Elektrisch opladen 3.4.4 Beheerparkeerplaatsen en binnenterreinen 3.4.5 Fietsparkeren Klimaatadaptatie en groen 3.3.1 Inleiding 3.3.2 Klimaatadaptieve maatregelen 3.3.3 Groenstructuur 3.3.4 Waterberging en infiltratie Sociale veiligheid Ondergrondse infrastructuur Openbare verlichting Afvalinzameling Natuur inclusief bouwen Energie en samenvatting energie verkenning
4. Beeldkwaliteit 4.1 4.2
4.3
Inleiding Beeldkwaliteit bebouwing 4.2.1 Grondgebonden woningen 4.2.2 Appartementengebouwen Beeldkwaliteit openbare ruimte
5. Indicatieve uitwerkingen 5.1 5.2 5.3 5.4
5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11
Inleiding Veld 1: Mr. Heemskerkstraat oostzijde Veld 2a: tussen Heemskerk- en Colijnstraat Velden 2b en 2c: tussen Colijn- en Klaas Katerstraat (inclusief Beeremansstraat) Velden 2d en 2e: ten zuiden Bruïneplein tussen Colijn- en Klaas Katerstraat Speelse Straat Klaas Katerstraat - fietsstraat Veld 3a: tussen Hovystraat en Klaas Katerstraat Veld 3b: tussen Bruïneplein en Savornin Lohmanstraat Veld 3c: Klaas Katerstraat oostzijde tussen Nicolaas Beets- en Dr. De Visserstraat Veld 3d: tussen Mr.Dr. Schokking- en Dr. De Visserstraat
3
W.C. Beeremansstraat
01 inleiding & Paginatitel
AANLEIDING 6
7
Inleiding en aanleiding 1 Inleiding en aanleiding 1.1 Inleiding Nadat in 2020 de Gebiedsvisie voor het Franse Gat is vastgesteld, is deze visie verder uitgewerkt tot de Stedenbouwkundige Randvoorwaarden. Deze Stedenbouwkundige Randvoorwaarden geven op hoofdlijnen nader invulling aan de stedenbouwkundige hoofdstructuur van de wijk en de vernieuwing van het deelgebied Zuid. Stedenbouwkundige randvoorwaarden zijn spelregels voor de inrichting van de openbare ruimte en voor de bebouwing. Deze staan in hoofdstuk 2. De spelregels bestaan uit tekeningen en tekst. Er zijn profielen (met name voor de openbare ruimte) en bouwvlakken met maatvoering. Naast de tekeningen zijn ook geschreven spelregels voor bebouwing en openbare ruimte opgesteld, bijvoorbeeld over het uiterlijk (beeldkwaliteit), het parkeren etc. In de hoofdstukken 3 en 4 is beschreven hoe deze thema’s een plek moeten krijgen in de vernieuwde stedenbouwkundige hoofdopzet: de hoofdstukken met aanvullende randvoorwaarden en de beeldkwaliteit. In hoofdstuk 5 zijn indicatieve uitwerkingen opgenomen. Deze laten zien wat er mogelijk is binnen de gegeven spelregels. Zo is er een verkavelingsplan opgenomen voor het eerste deelgebied aan de westzijde van de Meester Heemskerkstraat.
8
1.2 Vernieuwing deelgebied Zuid In het Franse Gat wordt door veel bewoners prettig gewoond, de meeste mensen willen hier graag blijven wonen. Toch is de bouwkundige staat van veel van deze naoorlogse woningen niet meer zo goed en zou het onevenredig veel kosten om de woningen te verduurzamen. In het deelgebied Zuid zullen daarom de komende jaren de woningen worden vervangen door nieuwbouw, grofweg tussen het Bruïneplein en de Meester Doctor Schokkingstraat en tussen de Meester Heemskerkstraat en de Klaas Katerstraat, vanaf de Patrimoniumlaan tot aan de Doctor de Visserstraat. Vernieuwing biedt ook kansen. Niet alleen om nieuwe, duurzame woningen te bouwen die voldoen aan de wensen van deze tijd, maar ook om verbeteringen aan te brengen in de stedenbouwkundige structuur van de wijk. Met meer groen in de straat, meer ruimte voor voetgangers en fietsers en (groene) ontmoetingsplekken in de wijk. Deze verbeteringen zijn gebaseerd op de onderwerpen die zijn beschreven in de volgende paragrafen.
1.3 Bestaande kwaliteiten en knelpunten De wijk is vlak na de oorlog gebouwd, naar ontwerp van de bekende architect en stedenbouwkundige Van Embden. Hem stond een moderne tuinstad voor ogen, met een combinatie van eengezinswoningen en portieketagewoningen. Een belangrijk deel van de architectonische waarde zit in de samenhang tussen de gebouwen en de openbare ruimte: de wijk is een stedenbouwkundige eenheid met enkele bijzondere plekken. Zie de kaart met architectonische ensembles hiernaast.
Stedenbouwkundige ensembles in het Franse Gat
9
Bestaande kwaliteiten en knelpunten Een andere kwaliteit van de wijk is de heldere ruimtelijke opzet met lange noord-zuidgerichte lijnen (straten) en haaks daarop enkele structurerende lijnen. Binnen dit raamwerk van structurerende lijnen liggen buurten. Zie de afbeelding hiernaast. De woningen werden gebouwd in een tijd dat bouwmaterialen schaars waren en arbeid ruim voldoende aanwezig. De woningen zijn dan ook met eenvoudige, sobere materialen gemaakt. Maar de architectonische kwaliteit is ontstaan door aan het ontwerp van de woningen net wat extra aandacht te geven, denk aan de patronen in het metselwerk in kopgevels, de sierlijke balustrades, de eenvoudige betonnen luifeltjes en het ritme van de gootklossen onder de strak tegen de gevel aan gedetailleerde dakgoten. De wijk onderscheidt zich daarmee als typische jaren ’50 wijk en heeft een heel ander karakter dan de typische jaren ’30 woningen zoals we die bijvoorbeeld hier en daar langs de Kerkewijk aantreffen. Naast de kwaliteiten zijn ook knelpunten te benoemen. Met de herstructurering ontstaat de mogelijkheid deze aan te pakken. Hieronder zijn enkele kort beschreven. • Een belangrijke aanleiding voor de herstructurering is de staat van de woningen. Veel woningen zijn gedateerd en toe aan verbetering of vervanging: lage energielabels, gedateerde indeling, technische en functionele gebreken.
Bij de zij- en achtertuinen is sprake van verrommeling met schuttingen, aan- en uitbouwen. De aanblik en inrichting van de binnenterreinen zijn in de loop der jaren veranderd. Aanvankelijk waren de terreinen open en hadden zij een openbaar karakter, kenmerkend voor de periode waarin de wijk tot stand kwam. Tegenwoordig zijn terreinen 10
veelal in compartimenten verdeeld en de overgang naar de privéterreinen is dichtgezet met schuttingen en bijgebouwen. • Ooit opgezet vanuit de moderne tuinstad gedachte, is ’t Franse Gat in de loop van de jaren een stuk minder groen geworden. Straten werden voorzien van meer parkeerplaatsen, tuinen die deels bedoeld waren voor een eigen moestuin zijn volgebouwd en voortuinen zijn in veel gevallen helemaal bestraat. Dat zorgt niet alleen voor een stenig beeld met weinig groen, het zorgt ook voor hittestress (de warmte bouwt zich op in de zomer met al dat steen) en het water kan niet goed weg bij hevige regenbuien. Bij hevige regenval en een hoge grondwaterstand met een constante afvoer van kwelwater ontstaat wateroverlast. • De buurt is in de jaren ’50 van de vorige eeuw tot stand gekomen. In die tijd waren veel minder auto’s in Nederland aanwezig dan op dit moment. Het gevolg hiervan is dat in bepaalde straten (te) weinig bruikbare parkeerplaatsen aanwezig zijn. Hierdoor is niet voor iedereen een parkeerplaats in de nabije omgeving van de eigen woning, waardoor de bewoners die dit overkomt een stukje moeten lopen voordat ze thuis of bij hun auto zijn. Om toch dicht bij huis te kunnen parkeren hebben bewoners oplossingen verzonnen: parkeren in de voortuin en in de achtertuin. Voortuinen zijn verhard en ingericht als parkeerplaats.
In de achtertuinen zijn door bewoners parkeervoorzieningen (garages) gerealiseerd die bereikbaar zijn via brandgangen c.q. achterpaden, die daar echter nooit voor bedoeld waren.
Raamwerk van structurerende lijnen met daarbinnen de verschillende buurten
11
Omgevingsvisie 1.4 Omgevingsvisie Veenendaal 2030 In de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 maakt de gemeente een bewuste keuze voor de kwaliteit van de leefomgeving, om ook in de toekomst een aantrekkelijke woon- en werkgemeente te blijven. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling en initiatief moeten afwegingen worden gemaakt. Voor Veenendaal staan hierbij gezondheid, duurzaamheid en veiligheid voorop. Gezond In 2030 is in Veenendaal gezond gedrag logisch gedrag. De leefomgeving levert een belangrijke bijdrage aan het verleiden tot een gezondere leefstijl (bewegen in de openbare ruimte, ontspannen, rookvrije gebieden). Veenendalers kunnen lang zelfstandig blijven wonen in hun vertrouwde omgeving. Woningen en buurten zijn levensloopbestendig of zorggeschikt en de basisvoorzieningen zijn in de buurt. Veenendaal is in 2030 groener dan in 2021. Meer groen en meer divers groen in de stad biedt kansen voor ontmoeten, bewegen, ontspannen, een betere luchtkwaliteit, meer biodiversiteit en klimaatadaptatie. We stimuleren bewegen door ‘ommetjes in de wijk’ en door groene wandel- en fietsverbindingen tussen de binnenstad en de omgeving. De fiets is een snelle manier om je binnen Veenendaal te verplaatsen. Een groener Veenendaal levert een bijdrage aan het tegengaan van wateroverlast en hitte in de stad.
Dit bereiken we door minder verstening in de openbare ruimte en het stimuleren van groene daken en gevels, tijdelijke wateropvang en een natuurvriendelijke inrichting van particuliere terreinen en tuinen.
Duurzaam De grootste uitdagingen in de duurzame ontwikkeling van Veenendaal liggen bij de energietransitie, klimaatverandering en grondstoffenschaarste. Voor duurzame stedelijke ontwikkeling is ruimte nodig voor duurzame energieopwekking, maar ook inzet op energiebesparing, smart mobility, circulaire economie en klimaatadaptatie. Door slim te combineren, leidt toevoeging van nieuwe functies tot zo min mogelijk extra ruimtebeslag én tot een groener, klimaatbestendiger Veenendaal. Op die manier creëren we een onderscheidend vestigingsklimaat voor wonen en werken dat bijdraagt aan een gezonde, duurzame en veilige omgeving. Circulaire economie krijgt daarbij een steeds prominentere plek. Veilig Veiligheid is een van de basisbehoeften in het leven. Inwoners en bezoekers voelen zich veilig in Veenendaal. Buurtbewoners kennen elkaar van de ontmoetingsplekken in de buurt die niet alleen voor kinderen en jongeren zijn ingericht, maar ook voor hun ouders en ouderen. Door ontmoeting in de wijken, ontstaat sociaal toezicht. Dit vergroot de sociale veiligheid. De fysieke leefomgeving wordt, in samenwerking met omwonenden, zo veilig mogelijk ingericht. Meer ruimte voor lopen en fietsen draagt bij aan veilig verkeer.
De inrichting van de leefomgeving is veilig door aandacht te hebben voor prettige en veilige plekken in de buurt, veilige gebouwen, voldoende straatverlichting en voor beschermende veiligheids- en milieunormen bij risicovolle bedrijfsactiviteiten.
Hierboven een verbeelding van de thema’s uit de Omgevingsvisie: Gezond, Duurzaam en Veilig
Thorbeckesingel
Jan Steenlaan
12
13
Gebiedsvisie 1.5 Gebiedsvisie Franse Gat De herstructurering van het zuidelijke deel van het Franse Gat moet aansluiten op de vastgestelde beleidskaders. Een van deze kaders is de Gebiedsvisie Franse Gat(vastgesteld op 17-09-2020) In die visie is beschreven wat en hoe gemeente en woningcorporatie Patrimonium Woonservice de herstructurering van het Franse Gat willen aanpakken. In dit hoofdstuk staan enkele tekstfragmenten met belangrijke uitgangspunten en opgaven. Meer informatie is te vinden in de Gebiedsvisie Franse Gat. In de afgelopen jaren zijn door alle betrokken partijen voorbereidingen getroffen voor een gecombineerde wijkaanpak door sociale en leefbaarheidsmaatregelen en onderhoud, renovatie en verduurzaming van de woningen (met name voor het bezit van Patrimonium, circa 1.100 woningen). Bij het vaststellen van de gebiedsvisie in 2020 zijn de te vernieuwen woningen van Patrimonium in het Franse Gat ingedeeld in 3 deelplannen: • Deelplan Rand: circa 350 woningen, vooral portiekflats aan westelijke en noordelijke rand van de wijk. Hier is een reeks renovaties gepland. • Deelplan Noord: circa 500 woningen in het noordelijke deel van de wijk. Pas rond 2030 wordt hier een grote vernieuwingsingreep uitgevoerd.
Nu krijgen de woningen eerst nog een onderhouds- en herstelbeurt met beperkte verbeteringen • Deelplan Zuid: circa 250 eengezinswoningen in het centrale en zuidelijk deel van de wijk.
Op basis van bouwkundig en constructief onderzoek heeft Patrimonium bepaald in hoeverre woningen vernieuwd konden worden met renovatie. Bij een groot deel van de woningen is dit technisch en/of financieel niet haalbaar. De betere en meer toekomstbestendige oplossing is dan herstructurering door middel van sloop en nieuwbouw. Voor heel deelplan Zuid is dit het uitgangspunt. Hier start in de komende jaren de herstructurering van de wijk.
Voorbeelden van schade aan metselwerk in deelplan Zuid
14
15
Gebiedsvisie Herstructurering biedt de kans om het stedenbouwkundige raamwerk van het Franse Gat te verbeteren op het gebied van openbare ruimte, mobiliteit en veiligheid, klimaatadaptatie en duurzame energie. Binnen dit nieuwe raamwerk zullen bestaand én nieuw, gedifferentieerder woonprogramma, samen met welzijn, zorg en andere voorzieningen, de invulling zijn. De visie in de Gebiedsvisie Franse luidt: “Een wijk aan de slag. We werken aan een toekomstbestendige wijk, waar het prettig, wonen, werken en samenleven is. Toekomstgericht, maar met behoud van eigen identiteit en karakter. We doen dat samen met de bewoners en alle bedrijven en organisaties uit de wijk.”
In de gebiedsvisie zijn het karakter van de wijk, de kwaliteiten en de problemen beschreven. Voor de herstructurering is een verbeelding van de gebiedsvisie gemaakt. Deze geeft richting aan de ruimtelijke ontwikkelingen in de wijk. Hierop is te zien dat het Rondje Franse Gat een centrale rol speelt in de oriëntatie en organisatie van de wijk. Dit rondje wordt versterkt met groen ontmoetingsplekken, hogere bebouwing en vernieuwing van de Rembrandtlaan. Uitgangspunt is dat de fietser en de voetganger meer ruimte krijgt, wat zich vertaalt in de nieuwe inrichting van de Klaas Katerstraat en de W.C. Beeremansstraat.
Om dit te bereiken, zijn 5 strategische doelen geformuleerd: 1. We realiseren een krachtige inclusieve samenleving, waarin iedereen meedoet: iedereen is aan het werk, in opleiding of maatschappelijk betrokken. 2. We werken aan een aardgasloze wijk in 2050. 3. We realiseren een klimaatadaptieve wijk, voorbereid op verdere klimaatveranderingen. 4. We realiseren een wijk met een gezond leefklimaat en een veilige, gezondheidsbevorderende leefomgeving. 5. We realiseren een wijk met een gedifferentieerder woningaanbod voor alle doelgroepen, met comfortabele en levensloopbestendige woningen.
16
17
Aanpak Patrimonium het Franse Gat 1.6 Aanpak Patrimonium het Franse Gat Vanaf 2020 is Patrimonium gestart met de renovaties in deelplan Rand (Thorbeckesingel) en de onderhouds- en herstelbeurten in deelplan Noord. In juni 2021 heeft Patrimonium het voornemen bekend gemaakt om heel deelplan Zuid te vernieuwen door middel van sloop en nieuwbouw. Daarbij is toegelicht dat Patrimonium graag woningen wil verhuren die comfortabel en energiezuinig zijn en die voldoen aan de woonwensen van nu en van de toekomst: goed geïsoleerd en geventileerd, energiezuinig en zonder gas verwarmd, met ruimere woningplattegronden. Met renovatie kunnen de huidige woningen niet zo gemaakt worden. De constructie van de woningen kan de benodigde vernieuwingen niet aan. Zo zou een nieuw geïsoleerd dak met zonnepanelen een te zware belasting zijn voor de constructie. De kosten van renovatie zouden te hoog worden, waardoor gekozen is voor nieuwbouw.
belangrijk deel van hen is sterk aan het Franse Gat gebonden en geeft aan in de wijk te willen blijven of terugkeren. Voor de eerste deelgebieden geldt dat zij eerst met urgentie een andere woning moeten vinden en daarna desgewenst in de nieuwbouw kunnen terugkeren. Het aanbod van goedkope eengezinswoningen in Veenendaal is echter laag. Daarom kan hooguit gestart worden met enkele kleinere sloopgebieden. Pas als de eerste vervangende nieuwbouw wordt opgeleverd komen er kansen om direct te verhuizen van een te slopen woning naar een nieuwbouwwoning. Pas als die verhuistrein op gang gebracht kan worden, kunnen grotere aantallen woningen tegelijk gesloopt worden en vervangen door nieuwbouw. De eerste fases van nieuwbouw betreffen om die reden grotendeels of geheel sociale woningbouw, voornamelijk eengezinswoningen. Pas later in de herstructurering ontstaat ruimte om voor andere doelgroepen te bouwen.
Binnen deelplan Zuid zijn 3 deelgebieden onderscheiden met elk een eigen planning: • Deelgebied 1: Mr. Heemskerkstraat even zijde. Nu 20 woningen - sloop en start nieuwbouw eind 2022/begin 2023 • Deelgebied 2: tussen Mr Heemkerkstraat oneven zijde en Klaas Katerstraat even zijde. Nu 134 woningen – sloop en start nieuwbouw in twee fases, in de periode 2023 – 2025 • Deelgebied 3: Klaas Katerstraat overige blokken en Dr. de Visserstraat nu 95 woningen – sloop en start nieuwbouw in periode 2025 – 2029
Bij deelgebied 1 gaat het om slopen en terugbouwen van 20 eengezinswoningen. Hiervoor is geen uitgebreide bestemmingsplanprocedure nodig. Hier kan dus het snelst gestart worden met de nieuwbouw. Voor deelgebied 2 is de bestemmingsplanwijziging naar verwachting relatief eenvoudig. Deze procedure kan nog goed komend jaar ingezet worden (vóór inwerkingtreding van de Omgevingswet). Voor deelgebied 3 zou dat niet meer lukken, vandaar dat deze als laatste binnen deelplan Zuid is gepland.
Bij deze indeling en volgorde is rekening gehouden met de herhuisvestingsmogelijkheden voor de huidige huurders en met de benodigde ruimtelijke planprocedures. Het betreft huurders van eengezinswoningen, een 18
19
JAM* JAM*
Klaas Katerstraat
02 Visie en randPaginatitel
voorwaarden 22
23
Overzicht deelgebied Zuid
Bruïneplein Klaas Katerstraat
W.C. Beeremansstraat
Meester Heemskerkstraat Doctor Colijnstraat
Meester Doctor Schokkingstraat
Doctor de Visserstraat
24
25
Visie en randvoorwaarden 2 Visie en randvoorwaarden 2.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft het speelveld waarbinnen de herstructurering van het zuidelijke deel van het Franse Gat stapsgewijs vormt krijgt. Te beginnen met een korte schets van de aangepaste stedenbouwkundige hoofdopzet van het gebied. Daarna volgen randvoorwaarden voor de bebouwing en voor de openbare ruimte. de profielen zijn onderdeel van de randvoorwaarden en staan om die reden in dit hoofdstuk. 2.2 Een aangepaste stedenbouwkundige hoofdopzet Het doel van de visie is de stedenbouwkundige opzet van de wijk te behouden en tegelijkertijd te vernieuwen met nieuwe woningen en aangepaste openbare ruimten. Het Franse Gat wordt klaar gemaakt voor de toekomst met meer groen, auto’s minder prominent in het straatbeeld, voldoende parkeerplekken, meer ruimte voor voetgangers en fietsers, opvang van regenwater en duurzame woningen. Een belangrijk verschil met het verleden is het aanbrengen van meer diversiteit in de wijk met diverse woningtypen, gevarieerde woonplekken en verschillende openbare ruimten. Het stedenbouwkundig plan uit de vorige eeuw was gericht op uniformiteit van woningen en openbare ruimte: veelal rijtjeswoningen gelegen aan lange doorgaande straten. De visie is gericht op het doorbreken van de uniformiteit en het mogelijk maken van meer diversiteit - van mensen, woningen en openbare ruimte.
Waar nu alle woningen aan straten met autoverkeer staan, zijn in de nieuwe situatie verschillende woonplekken voorzien: wonen aan een plantsoen, aan een autovrije straat, aan een fietsstraat of aan een woonstraat vergelijkbaar met de huidige straten. 26
In grote lijnen volgt de vernieuwing het huidige stratenpatroon. Het Franse Gat bestaat uit een raamwerk van lijnen en velden. De lijnen (de straten) vormen een raster van lange noord-zuid gerichte straten. Maar naast de huidige inrichting gericht op autoverkeer komt binnen het herstructureringsgebied meer groen in de woonstraten. De Mr. Heemskerkstraat, Dr. Colijnstraat en Klaas Katerstraat blijven lange doorgaande lijnen. In de Mr. Heemskerkstraat en Dr. Colijnstraat komt naast de bestaande straat ruimte voor groen en (volwaardige) trottoirs. Om het fietsen te stimuleren wordt de Klaas Katerstraat ingericht als fietsstraat – de auto is hier te gast. Het stratenpatroon wordt aangevuld met een nieuwe oostwestverbinding tussen Mr. Heemkerkstraat en Klaas Katerstraat. Deze nieuwe autovrije straat verbindt oude en nieuwe groene plekken: een nieuw plantsoen op de plaats van de W.C. Beeremansstraat en de bestaande groene ruimte tussen Mr. Heemskerk-, Bruïne- en Dr. Colijnstraat. In de tijd dat de wijk gebouwd werd, waren in Nederland nog niet zoveel auto’s als vandaag de dag. Het Franse Gat is niet ingericht voor de hoeveelheid auto’s die nu een parkeerplek nodig hebben in de wijk. In de nieuwe opzet voor deelgebied Zuid wordt daarom rekening gehouden met meer parkeervoorzieningen voor de bewoners. In de straten blijven ook parkeerplaatsen aanwezig.
Maar een auto parkeren in de voortuin zal in de toekomst niet meer mogelijk zijn.
Verbeelding stedenbouwkundige uitganspunten
27
Stedenbouwkundige randvoorwaarden De nieuwe, aangepaste hoofdopzet en ruimtelijke ingrepen zijn mogelijk door: • Het verbreden van straten. Veel nieuwe woningen komen niet op dezelfde plek terug, maar staan (als het ware) verder naar achteren. Dit schept ruimte in de straten voor groen en trottoirs. In sommige straten ontbreken nu volwaardige trottoirs. Trottoirs moeten voldoen aan gemeentelijke eisen en voldoende breedte hebben gericht op het stimuleren van wandelen, om afstand te hebben tot de voorgevel in verband met privacy, voorbereid te zijn op aanpassingen van kabels en leidingen in de toekomst en om afstand te houden tussen (bestaande) bomen tot de voorgevel en tot kabels en leidingen; • In plaats van voortuinen komen voor de woningen zogeheten margestroken of Delftse stoepen: een zone van 1,5 meter voor de woning met verharding waar bewoners een stoel, tafel, bloempot of iets anders kunnen plaatsen; • Het maken van collectieve parkeerterreinen. Dat kan in de vorm van zogeheten ‘parkeerkoffers’: een cluster parkeerplaatsen voor bewoners en bezoekers, direct bereikbaar vanaf openbare weg, deels omsloten door bebouwing. Een andere manier is parkeren op een binnenterrein: een parkeerterrein omsloten door bebouwing met parkeerplekken voor de omliggende woningen.
verbinding. Het is een autovrij gebied gericht op verblijf. Deze nieuwe verbinding, maakt ook het verborgen plantsoen tussen de Dr. Colijnstraat en de Mr. Heemskerkstraat veel meer onderdeel van de openbare ruimte. Deze bestaande plek wordt een zichtbare en beleefbare groene plek in de wijk.
De Klaas Katerstraat wordt getransformeerd tot een fietsstraat, waar de auto te gast is. Fietsers en groen krijgen meer ruimte in deze fietsstraat. Het zuidelijke deel van de W.C. Beeremansstraat verandert in een plantsoen met woningen aan het groen. Tussen de Mr. Heemskerkstraat en de Klaas Katerstraat komt een nieuwe oost-west
Margestrook
28
3a 13m
De inrichting van Mr. Dr. De Schokkingstraat bestaat uit het aanvullen van het bestaande profiel met een volwaardig trottoir aan de noordzijde en diverse aanpassingen, die nodig zijn om de nieuwe bouwvelden bereikbaar te maken voor fiets en auto.
3a 13m
13m
In aansluiting op de wens om te verdichten in de nabijheid van het ‘rondje Franse Gat’ uit de Gebiedsvisie, zijn de kansen voor gestapelde bouw (appartementen) aangegeven. Het gebied rond het Bruïneplein en tussen Hovystraat en Klaas Katerstraat biedt kansen voor appartementen dichtbij voorzieningen, zoals winkels. Het gebied ten zuiden van het plein en bestaande winkels (en ten noorden van de nieuwe oostwest verbinding) valt binnen de invloedssfeer van voorzieningen en sluit aan op het rondje Franse Gat.
1/2 26m 1/2 16m
16m
3b 2d
8m
2a
Legenda Stedenbouwkundige Randvoorwaarden Plangebied Zuid
1
13m
13m
2e 13m
11m
11m
11m
2a
2b
2c
5m
3b
11m
Deelgebied 1
12m
Deelgebied 2
3c
Deelgebied 3 Fietsstraat Nieuwe dwarsverbinding
11m
Rooilijn
3d
Parkeerhof Parkeerkoffer
3c
Accent Ontwikkeling derden Toegang parkeerterrein 8m
maximale bouwhoogte: 8m N
Legenda Stedenbouwkundige Randvoorwaarden
Stedenbouwkundige Randvoorwaarden
0
25
50
100
29
Stedenbouwkundige randvoorwaarden Ruimtelijk en programmatisch kunnen kleine complexen met appartementen ook op andere plekken ingepast worden in de nieuwe hoofdopzet. Het zal dan gaan om bijzondere plekken, zoals een hoek of aan een groene verblijfsplek, en om complexen met een beperkte omvang en hoogte (3 tot 4 bouwlagen). Deze complexen zijn daarmee onderdeel van de straatwanden met eengezinswoningen en kunnen een bijzondere plek markeren. 2.3 Stedenbouwkundige randvoorwaarden bebouwing De woningen worden gefaseerd gesloopt. De vernieuwing vindt stapsgewijs plaats in zogenoemde bouwvelden. Per bouwveld zijn de volgende onderdelen vastgelegd: • Een bouwvlak: het bouwvlak geeft de grens tussen openbaar gebied en uitgeefbaar terrein weer. Het bouwvlak is de plek waar de nieuwe woningen komen. Bij de bouwvlakken zijn er twee mogelijkheden. Namelijk een bouwvlak met daarbinnen een parkeerterrein of een bouwvlak voor een strook aaneengesloten bebouwing; • Een rooilijn waar woningen met hun voorzijde gericht zijn op de openbare ruimte. De ruimte voor de rooilijn is de margestrook: doorgaans maximaal 1,5 meter diep. In overleg met de stedenbouwkundige mag gemotiveerd afgeweken worden tot maximaal 2 meter diepte, bijvoorbeeld voor een betere aansluiting op het bestaande profiel; • De bouwhoogte van de hoofdgebouwen is in meters op de kaart aangegeven.
Veelal een bouwhoogte van 11 meter - hier binnen zijn grondgebonden woningen en appartementen van 3 bouwlagen mogelijk. Hogere bebouwing is eveneens in de tekening 30
Bouwenveloppen nieuwe situatie in vogelvlucht
aangegeven, bijvoorbeeld langs de Klaas Katerstraat en bij Bruïneplein; • De parkeeroplossing, bijvoorbeeld parkeren in de parkeerkoffer tussen woningen of een parkeerhof op een binnenterrein; • Globale ligging van de ontsluiting voor parkeren, bijvoorbeeld op binnenterreinen en in parkeerkoffers.
De volgende spelregels zijn niet aangegeven op de kaart, maar zijn van toepassing voor de nieuwe bebouwing: • Voordeuren: deze komen rechtstreeks uit op de straat of in de margestrook. Bij eindwoningen bestaat de keuze om de voordeur aan de voor- of zijgevel te plaatsen; • Vanaf de eerste verdieping mogen onderdelen als balkons, erkers, loggia’s tot 1,50 meter uit de rooilijn van de bebouwing uitsteken;
• Hoofdgebouwen mogen in de zijdelingse perceelsgrens gebouwd worden, zodat de zijgevel van de eindwoning in het verlengde staat van de perceelsgrens van de aangelegen straat cq de straat en bebouwing om de hoek.
31
Stedenbouwkundige randvoorwaarden 2.4 Voorstoep: margestrook voor de woningen Waar de voortuin ooit bestond uit planten, bloemen en een haag, zijn plaatselijk voortuinen verhard met tegels, grind en dergelijke, of in gebruik als parkeerplaats. Veel diepe achtertuinen zijn in de loop der jaren eveneens ingrijpend veranderd. Er is meer verharding en er zijn diverse aan- en bijgebouwen gerealiseerd door bewoners. Het loslaten van strikte regels voor de inrichting van de tuinen past bij deze tijd. Tegenwoordig richt iedereen zijn tuintje naar eigen inzichten in. Soms met zorg, soms met minder aandacht voor groen. De hoeveelheid verharding in de tuinen is sterk toegenomen en draagt niet bij aan het tegengaan van wateroverlast en hittestress. Om de wijk groener te maken en dit groen te behouden zal een groter aandeel openbaar groen worden gerealiseerd. Om ruimte te maken voor meer openbaar groen, volwaardige voetpaden en parkeerplaatsen zullen achtertuinen minder diep worden: in plaats van 30 – 35 meter worden de achtertuinen circa 10 – 15 meter. Bij de nieuwe woningen komen geen voortuinen, maar een ‘marge-strook’ die bewoners zelf kunnen inrichten.
Een zogeheten Delftse stoep. Van oudsher is de Delftse Stoep, ook in het Franse Gat, een manier om het huis persoonlijk te maken. Je kunt er zitten, eten, een drankje doen, een praatje maken met de buren en kijken hoe je kinderen veilig in de straat spelen. De Delftse stoep is een verlengstuk van de woning. De margestrook is doorgaans maximaal 1,5 meter diep. In overleg met de stedenbouwkundige mag gemotiveerd afgeweken worden tot maximaal 2 meter diepte, bijvoorbeeld voor een betere aansluiting op het bestaande profiel. De margestrook is een gebiedje voor de woning waar bewoners een stoel, tafel, bloempot of iets anders kunnen plaatsen. De margestroken liggen voor de grondgebonden woningen en appartementen. Hier ligt ook de voordeur van de woning. Bewoners plaatsen diverse elementen op de margestrook voor hun huis, maar ze mogen de verharding en gebouwde elementen niet verwijderen en vervangen. Een duidelijk verschil in uiterlijk tussen het trottoir en de Delftse stoep is gewenst. Bewoners weten hoe groot ‘hun domein’ is en tot waar ze spullen kunnen neerzetten. Voorbijgangers kunnen duidelijk zien wat het
trottoir is en waar ze ongestoord kunnen wandelen. Verschil kan gemaakt worden door een andere verharding en een klein hoogteverschil. Het trottoir bestaat uit grijze 30x30 tegels, dus een verschil is snel te maken met een kleine tegel of klinkers in een andere kleur. Aanvullende elementen kunnen de stoep een eigen karakter geven, zoals (betonnen) paaltjes om de overgang naar trottoir te benadrukken, een zitelement dat bij iedere woning toegepast wordt, toevoegen van opgaand groen, etc. De vormgeving en verharding van de Delftse stoep mag bij ieder bouwveld anders zijn – zodat ieder bouwveld een eigen karakter krijgt. Per bouwveld komt er één soort margestrook – de margestrook is een eenheid. Verplicht voor iedere margestrook zijn: 1. Bestrating die afwijkt van het trottoir en de verharding in de Speelse Straat, in combinatie met een duidelijke opsluitband; 2. Een met de woning mee ontworpen bouwelement, haaks op de gevel - maximaal 1 meter diep (gemeten vanaf de voorgevel) en niet hoger dan 40 centimeter. Bijvoorbeeld een bloembak. Mogelijk aanvullende elementen zijn: • Een bijzonder element langs of aan de voorgevel, zoals een bank, poef of iets dergelijks; • Een element dat de overgang naar openbaar gebied markeert, zoals een laag hek.
De Delftse stoep In de vijftiende en zestiende eeuw was de stoep vaak privé-eigendom. De gegoede burgerij in de steden lieten bij hun woning een stukje stoep aanleggen. Sander van der Ham vertelt dat deze strook vooral bedoeld was als bufferzone tussen privé en de openbare weg. Het stadsleven – met rijtuigen – moest niet te dicht langs de gevel plaatsvinden. De gemeente Delft vond vervolgens als eerste gemeente dat er beleid moest komen om wildgroei tegen te gaan en stelde regels op waar een stoep voortaan aan moest voldoen. Uitzonderingen daargelaten mocht de stoep niet breder zijn dan 1,25 meter. Bron: www.bewustnieuwbouw.nl/nodigt-de-stoep-bij-uw-nieuwbouwhuis-uit-tot-ontmoeten/
Voorbeelden van margestroken
32
33
Stedenbouwkundige randvoorwaarden 2.5 Stedenbouwkundige randvoorwaarden openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte is de basis voor plandeel Zuid. De inrichting is een mix van aanvullen en opnieuw inrichten van bestaande profielen en nieuwe openbare ruimtes. De profielen in paragraaf 2.6 geven inzicht in maatvoering en inrichting. De volgende straten worden aangevuld met groen en trottoirs: Mr. Heemskerkstraat, Dr. Colijnstraat en de Mr. Dr. Schokkingstraat. Voor de nieuwe groenstroken zal een beplantingsplan gemaakt worden met ruimte voor (bestaande) bomen. De trottoirs moeten breed genoeg zijn – om afstand te hebben tot de voorgevel in verband met privacy, voorbereid te zijn op aanpassingen met kabels en leidingen in de toekomst en om afstand te houden tussen (bestaande) bomen tot de voorgevel en tot kabels en leidingen. Trottoirs moeten voldoen aan gemeentelijke normen en zijn gericht op het stimuleren van wandelen. Straten die veranderen in beeld en functie zijn de Klaas Katerstraat en de W. C. Beeremansstraat. De Klaas Katerstraat wordt een fietsstraat waar nieuw en bestaand groen ingepast worden. De W.C. Beeremansstraat wordt een plantsoen met aan weerszijden woningen. De inrichting van de nieuwe oost-westverbinding is een combinatie van verharding en groen.
De inrichting is gericht op verblijf met ruimte voor zogeheten calamiteitenverkeer (ambulance, brandweer, etc.) en een duidelijke overgang naar de margestrook voor de woningen. Zie voor meer informatie de paragraaf over de Speelse Straat. Bij de verdere planvorming zal in overleg met de gemeente gekeken worden naar verdeling en bereikbaarheid van speelplekken. Een belangrijk aandachtspunt bij de verdere 34
planvorming zijn de opstelplekken van kliko’s in de openbare ruimte - de ligging, bereikbaarheid en de hoeveelheid. Een onderdeel dat hier mee samenhangt zijn de achterpaden. Deze zijn bij voorkeur geen eigendom van gemeente. Achterpaden mogen niet doorlopend zijn in verband met inbraakveiligheid en bijbehorende ontsnappingsroutes. Bij ‘particuliere’ paden is Politiekeurmerk Veilig Wonen van toepassing, met een minimale breedte van 1,50 meter. Indien gemeentelijke bezit dan is de breedte minimaal 1,80 meter. Belangrijk voor de nieuwe inrichting is overzichtelijkheid en zichtbaarheid. Bij de inrichting van de openbare ruimte en het plaatsen van de woningen gaat het om overzicht, zien en gezien worden. Een aandachtspunt is de inrichting van de gemeenschappelijke parkeerterreinen, zowel de parkeerkoffers als de binnenterreinen. Ook hier is groen gewenst en zijn maatregelen tegen wateroverlast nodig. Bij de aanleg van gemeenschappelijke parkeerterreinen moeten infiltratie- of bergingskoffers aangelegd worden. Parkeerplaatsen worden bij voorkeur aangelegd met waterpasserende bestrating.
Legenda Stedenbouwkundige Randvoorwaarden
Stedenbouwkundige Randvoorwaarden openbare ruimte
35
Stedenbouwkundige randvoorwaarden 2.6 Profielen Om inzicht te geven in de ruimtelijke werking van de stedenbouwkundige uitgangspunten zijn over verschillende woonblokken profielen opgesteld. Deze geven maatvoering aan corresponderend met de schetsverkaveling.
E
D J C
I
F
B
G
H
36
Overzicht profielen
A
37
Profiel A en B: Klaas Katerstraat, zuidzijde
Bestaand
Nieuw 38
39
Profiel C en E: Klaas Katerstraat midden en noord
Bestaand
Nieuw 40
41
Profiel D: Bruïneplein en Klaas Katerstraat
Bestaand
Nieuw 42
43
Profiel F: Mr. Heemskerkstraat
Bestaand
Nieuw 44
45
Profiel G: Colijnstraat
Bestaand
Nieuw 46
47
Profiel G: W.C. Beeremansstraat
Bestaand
Nieuw 48
49
Profiel H: Mr. Doctor Schokkingstraat
Bestaand
Nieuw 50
51
Profiel H: Speelse straat
Bestaand
Nieuw 52
53
Profiel I: Dr. Colijnstraat en W.C. Beeremansstraat
Bestaand
Nieuw 54
55
Profiel J: Speelse straat en Doctor Slotemaker de Bruïneplein
Bestaand
Nieuw 56
57
03 aanvullen-
de randvoorwaarden
Verkeersstructuur 3.1 Verkeer 3.1.1 Inleiding In de Gebiedsvisie ‘t Franse Gat is de ervaren verkeersproblematiek beschreven. Bij het opstellen van de Stedenbouwkundige Randvoorwaarden kunnen enkele knelpunten opgelost worden. De problemen komen in het kort neer op: • Bevoorradingsverkeer van winkels dat niet de gewenste routes rijdt, waardoor dit verkeer onnodig door de buurt rijdt. Bevoorradingsverkeer vanuit Rhenen rijdt daardoor over de Bilderdijkstraat, terwijl de gewenste route hiervoor via de Dr. Slotemaker de Bruïnestraat is. • Automobilisten die door de buurt rijden houden zich niet altijd aan de maximale snelheid. Het verkeer wat door de buurt rijdt en geen bestemming heeft wil snel van A naar B, en zal het daarom minder nauw nemen met de geldende snelheidslimieten. Dit leidt tot verkeersonveilige situaties in de buurt. Bijvoorbeeld op de Rembrandtlaan/-park. Omdat dit een busroute is, zijn snelheid remmende maatregelen, zoals drempels, hier onwenselijk. De keerzijde hiervan is dat verscheidene ongelukken zijn gebeurd op de plek waar het solitaire fietspad de Rembrandtlaan kruist. • In bepaalde straten zijn (te) weinig bruikbare parkeerplaatsen aanwezig. Hierdoor is niet voor iedereen een parkeerplaats in de nabije omgeving van de eigen woning.
Om toch dicht bij huis te kunnen parkeren hebben bewoners oplossingen verzonnen: parkeren in de voortuin en in de achtertuin. Voortuinen zijn verhard en ingericht als parkeerplaats. Daarnaast zijn door bewoners parkeervoorzieningen (garages) in achtertuinen gerealiseerd die bereikbaar zijn via brandgangen c.q. 60
achterpaden, die daar echter nooit voor waren bedoeld. 3.1.2 Auto Het netwerk voor de auto wijzigt op een aantal vlakken. Daar waar woningen gesloopt worden en nieuwe woningen gebouwd worden, zijn kansen te verzilveren om de verkeersstructuur aan te passen. In de te onderscheiden gebieden zijn verschillende aanpassingen mogelijk. Een mogelijkheid is het maken van een autoluw gebied. (In de tekening aangeduid met tekst ‘autoluw’.) In een dergelijk gebied kan de parkeeroplossing aan de randen gerealiseerd worden of op een binnenterrein. Het autoverkeer wordt gebundeld, om het betreffende gebiedje heen. Dit biedt ruimte in zo’n gebiedje voor wandelen, fietsen, ontmoeten, spelen, groen en klimaatadaptatie. In het zuidelijke deel van het Franse Gat gaat het om een deel van de W.C. Beeremansstraat en de nieuwe oost-west verbind ing ten zuiden van het wijkwinkelcentrum Bruïneplein.
Autoverkeer
Bevoorrading
Een aantal wegen kan (gedeeltelijk of in z’n geheel) komen te vervallen voor autoverkeer, namelijk het Rembrandtpark/-laan, de Verbindingsweg en de W.C. Beeremansstraat. Dit biedt ruimte voor wandelen, fietsen, parkeren, groen en klimaatadaptatie. Voor de delen die het betreft staan kruisjes op de kaart. Naast deze wegen wordt overwogen om een deel van de Aart de Gelderstraat, De Clerqstraat en Jan Steenlaan om te vormen tot wandel en/of fietsverbinding. Deze locaties staan aangegeven met vraagtekens. Het overgrote deel van de woonstraten blijft ongewijzigd (voornamelijk in het oosten en het zuiden van de wijk).
61
Verkeersstructuur 3.1.3 Bevoorradingsverkeer De hoofdstroom van het bevoorradingsverkeer dient te gaan via de Dr. Slotemaker de Bruïnestraat, -plein, Patrimoniumlaan en Adriaen van Ostadelaan. Daarnaast is nog een aantal straten waar ook laad- en losactiviteiten plaatsvinden en bevoorradingsverkeer aanwezig is, zoals de Hovystraat, de Binnenronde en de Dr. Colijnstraat. Het is de bedoeling dat de overige straten in Franse Gat geen bevoorradingsverkeer meer hoeven te verwerken. 3.1.4 Fietsen De fietser kan in principe in elke woonstraat fietsen. Langs de Rondweg-West ligt een belangrijke noord-zuid fietsverbinding in de vorm van een fietsstraat. De Kerkewijk, ten oosten van het Franse Gat, is een andere belangrijke noord-zuid fietsverbinding. In het hart van Franse Gat wordt een nieuwe fietsstraat gerealiseerd over de Frans Halslaan, Klaas Katerstraat en Van Limburg Stirumstraat. Hiermee ontstaat een goede fietsverbinding van Franse Gat naar het kernwinkelgebied in het centrum van Veenendaal. Een aanvullende optie is de Jan Steenlaan als fietsstraat in te richten. Hiermee ontstaat een oost-west verbinding van de Klaas Katerstraat naar (treinstation) Veenendaal West.
62
3.1.5 Wandelen In het hart van de wijk komt een ‘rondje door ‘t Franse Gat’ dat voorzieningen met elkaar verbindt. Met het deels sluiten voor auto’s van Rembrandtlaan/-park, ontstaat op die plek een mooie wandelroute door het park van NS-station naar Rondweg-West. Hiermee ontstaat een route die voor meerdere functies te gebruiken is, zoals recreatie, spelen, ontmoeten en verblijven. Een groot verkeersveiligheidsknelpunt, ter hoogte van de kruising met het fietspad bij het Rembrandtcollege, vervalt hiermee. Waar op de kaart Autoverkeer (pagina 55) ‘autoluw’ als nieuwe ingreep staat, ontstaan kansen om wandelroutes te realiseren. Deze routes zijn ook multifunctioneel te gebruiken voor recreatie, spelen, ontmoeten en verblijven. Hiermee ontstaan nieuwe wandelroutes die ook richting het IKC Franse Gat gaan, zodat kinderen uit de buurt veilig naar school kunnen lopen. Een aantal straten (of delen hiervan), waarover nog een standpunt moet worden ingenomen, kan omgebouwd worden tot wandelroutes. Het gaat hierbij om Aart de Gelderstraat, De Clerqstraat en Verbindingsweg.
Fietsstructuur
Wandelroutes
63
Verkeersstructuur en parkeren 3.1.6 Openbaar vervoer Het vervallen van de doorgaande verbinding via Rembrandtlaan/-park betekent dat de busroute van lijn 83 verschoven moet worden naar ’t Goeie Spoor. Om het Franse Gat aan de noordzijde te voorzien van busvervoer, zal gekeken moeten worden naar nieuwe haltes aan ’t Goeie Spoor en Rondweg-West. Op Rondweg-West lijkt de bestaande tijdelijke halte ‘Westerhof’ (aansluiting Rembrandtpark op Rondweg-West) een goede locatie waar mensen in- en uitstappen. Voor ’t Goeie Spoor lijkt een halte nabij de fietstunnel een logische keuze. Bewoners van Molenbrug (ten noorden) en van het Franse Gat (ten zuiden) kunnen gebruik maken van deze nieuwe halte. De halte ligt daarnaast strategisch tussen Rembrandtcollege en Het Perron, zodat ook scholieren hier gebruik van kunnen maken. Dit betekent dat de bestaande haltes ‘Rembrandtpark’ en ‘Jan Vermeerstraat’ komen te vervallen. De omgeving van treinstation Veenendaal Centrum verdient een optimalisatie. De opgave is om een multifunctioneel knooppunt te maken door het bus- en treinstation te combineren met OV-fietsen, deelauto’s en reisinformatie. Een mogelijkheid is het combineren van alle bus opstapplekken op één locatie aan de zuidzijde van het treinstation. Binnenkort wordt begonnen met een onderzoek naar het optimaliseren van het treinstation en omgeving.
3.2 Parkeren 3.2.1 Inleiding In de huidige situatie zetten automobilisten hun auto’s op allerlei (on)mogelijke plekken: netjes in de parkeervakken op straat, op niet bestemde plekken op straat, in de voortuin en in de achtertuin. Om de auto in de tuin te kunnen zetten zijn brandgangen ‘verbreed’ en wordt knap gemanoeuvreerd om aanwezige obstakels. Dat de auto overal aanwezig is, heeft te maken met de sterke wens van bewoners om de auto zo dicht mogelijk bij huis te parkeren. Het Franse Gat is ontworpen en gerealiseerd in een tijd dat er nog niet veel auto’s waren. In de loop van de jaren is de openbare ruimte aangepast om parkeren mogelijk te maken. Gevoelsmatig zijn er te weinig parkeerplaatsen, zeker als mensen dichtbij de woning willen parkeren. Want vaak is de straat ‘vol’, maar is om de hoek nog voldoende ruimte. Openbaar vervoer
Referentiebeeld met parkeren achter de tuin, tussen de bergingen.
Meer informatie over parkeren van de fiets en auto en aanverwante zaken staat in de notitie parkeernormen Veenendaal 2020.
Referentiebeeld met overbouwd parkeren.
64
65
Parkeren 3.2.2 Nieuwe aanpak parkeren Bij de herstructurering van het Franse Gat is het realiseren van voldoende parkeerplekken een belangrijk uitgangspunt. Het doel is het goed regelen van parkeren in de herstructureringsgebieden op daarvoor aan te leggen parkeervoorzieningen, zodat een hogere (leef)kwaliteit ontstaat in de wijk. Om dit mogelijk te maken is een andere aanpak nodig. Immers alle auto’s in de straat voor de eigen woning parkeren is niet haalbaar. Een rekenvoorbeeld: een eengezinswoning is circa 5 tot 5,50 meter breed, een langsparkeerplaats is 6 meter lang en per woning geldt 1,4 parkeerplek. Dus blijft per woning altijd 0,4 plek tekort over. In het geval van appartementen valt de rekensom nog ongustiger uit.
Bij appartementen is voor het bewonersparkeren een gemeenschappelijke parkeervoorziening op eigen terrein gewenst, tenzij het een doelgroep betreft waarvoor een verlaagde parkeernorm geldt (zoals kleine starterswoningen of zorggeschikte woningen). Uitgangspunt hiervoor is dat dit terrein niet vanaf alle zijden zichtbaar is vanaf die openbare ruimte. Door de hoge grondwaterstand en hoge kosten voor verdiepte aanleg zullen de parkeerplekken (hoogstwaarschijnlijk) op het maaiveld liggen. Overkappen met bebouwing is mogelijk, maar geen vereiste. Overkappen vergroot wel het ruimtegebruik.
Bij de nieuwe aanpak komen voor de bewoners gemeenschappelijke parkeerterreinen (op binnenterreinen of tussen de woningen, zogeheten ‘parkeerkoffers’). In de straten blijven parkeerplekken, maar soms minder dan in de huidige situatie. De parkeerplaatsen in de straten zijn vooral voor bezoekers. Dit past in het streven naar een andere mobiliteit waarbij het uitgangspunt is dat de bewoner of bezoeker eerst gestimuleerd wordt om te wandelen, dan te fietsen en daarna pas de auto te gebruiken. Ruimtelijk betekent dit dat de auto niet altijd meer bij de voordeur van de woning geparkeerd wordt in de openbare ruimte, maar op een gemeenschappelijke parkeerterrein kan staan op korte afstand van de woning. Op de binnenterreinen is de mogelijkheid om aansluitend aan de rijbaan een parkeerplek in de achtertuin te maken. Dit gaat ten koste van de eigen tuin, maar biedt dan wel een plek dichtbij de woning. Dit principe is niet bij alle achtertuinen mogelijk.
66
Referentiebeeld van gebouwd parkeren op maaiveld niveau en met parkeren op waterdoorlatende verharding.
Overzicht bestaande parkeerplaatsen ‘t Franse Gat
67
Parkeren 3.2.3 Elektrisch opladen Bij parkeerplekken zal elektrisch opladen op termijn mogelijk moeten zijn. Het elektrisch rijden is in ontwikkeling en het aantal voertuigen dat elektrisch rijdt zal toenemen. Het Franse Gat moet daarop voorbereid zijn: • Oplaadpunten voor elektrisch laden in de straten kunnen worden aangesloten op het bestaande netwerk; • Elektrisch laden in de parkeerkoffers en op de binnenterreinen kan worden aangesloten op het netwerk voor openbare verlichting. Dat betekent dat openbare verlichting op die terreinen aanwezig moet zijn.
68
3.2.4 Beheer parkeerplaatsen en binnenterreinen Van belang voor beheer en onderhoud van deze terreinen is het eigendom. Wie wordt eigenaar van deze terreinen: de gemeente of de woningcorporatie Patrimonium? Beide hebben voor- en nadelen. De uitgangspunten voor de binnenterreinen zijn, in beide gevallen: • In verband met handhaving en beheer moet vooral duidelijk zijn wie de eigenaar is; • Te allen tijde moet worden voldaan aan de parkeernormen van gemeente Veenendaal. Uitwisselbaarheid van openbare parkeerplekken draagt bij aan het voldoen aan die normen. Afsluiten van een parkeerterrein en/of het toewijzen van vaste plekken is mogelijk, maar heeft gevolgen voor de parkeerbalans. Er gelden dan andere parkeernormen en er zijn meer parkeerplekken nodig. De eventuele parkeerplek die bewoners in de eigen achtertuin aanleggen is natuurlijk wel privé; • Bij de aanleg van het terrein moeten infiltratie- of bergingskoffers aangelegd worden. Als het terrein eigendom van Patrimonium is, kunnen zij hiermee voldoen aan de waterbergingseis voor de woningen.
3.2.5 Fietsparkeren Binnen Veenendaal ligt alles binnen 15 minuten fietsafstand. De gemeente wil wandelen en fietsen stimuleren door heldere, aantrekkelijke en groene routes, maar ook door voldoende stallingsplekken. Uitgangspunt voor mobiliteit is eerst wandelen, dan fietsen en dan pas de auto. Op strategische locaties zullen extra fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd worden. Binnen de buurt zijn dat het treinstation, de basis- en middelbare scholen, het wijkwinkelcentrum, gebouwen met gestapelde appartementen en bushaltes. Tevens dienen bij appartementen en grondgebonden woningen voldoende stallingsmogelijkheden te zijn. Liefst op een plek waardoor wandelen en fietsen gestimuleerd wordt. Stallen van fietsen bij grondgebonden woningen vindt plaats in een berging van tenminste 5 m2 op eigen terrein. Meer informatie over fietsenstallen en aanverwante zaken staat in de notitie parkeernormen Veenendaal 2020.
69
Klimaatadaptatie en groen 3.3.1 Inleiding Klimaatverandering leidt tot meer regenval in korte tijd met wateroverlast als gevolg. Daarnaast leidt klimaatverandering ook tot verdroging en een sterke stijging van de temperatuur (‘hittestress’). Op hete dagen is de temperatuur in een stedelijke omgeving vaak hoog en wordt deze warmte lang vastgehouden. Voldoende water, waterberging en groen (onder andere door minder steen) in de omgeving kunnen helpen deze gevolgen van klimaatverandering binnen de perken te houden. Hieronder staan kansen voor het inzetten van maatregelen die reeds genoemd zijn in de Gebiedsvisie: 1. Op bewoners-/kavelniveau: voorlich¬ting gericht op onder andere vergroening (ontstening) van tuinen; 2. Bij herinrichtingssituaties: daar waar een gebied (ingrijpend) op de schop gaat (woning-, riool-, wegreconstructies, herinrichting (openbare) ruimten); 3. Bij nieuwbouw/herstructurering, zoals in het Franse Gat.
Ingenieursbureau BOOT heeft in opdracht van de gemeente Veenendaal een globaal onderzoek gedaan naar de mogelijkheden voor klimaatadaptieve maatregelen in het Franse Gat. Belangrijke conclusies waren: • Regenwater zakt op de Utrechtse Heuvelrug in de bodem en stroomt ondergronds richting het lagergelegen Veenendaal. Deels komt dit onder het Franse Gat weer naar boven als kwelwater; • De ondergrond in het Franse Gat wisselt sterk, maar bestaat vooral uit slecht waterdoorlatende lagen die het wegzakken van water in de ondergrond vertragen. Dit leidt tot hoge grondwaterstanden; 70
• Grootschalige infiltratie van regenwater is niet mogelijk. Op lokaal niveau kan infiltratie in veel gevallen wel toegepast worden; • Vanwege de grondwaterstroming vanuit de Utrechtse Heuvelrug is het Franse Gat minder gevoelig voor droogte; • Het Franse Gat is voor een groot deel verhard en is daardoor gevoelig voor hitte; • BOOT stelt voor om groene verbindingen te realiseren tussen relatief koele gebieden, met name door noord-zuid georiënteerd groen langs bijvoorbeeld de Klaas Katerstraat en Colijnstraat. Dit is verwerkt bij de opzet van het groen c.q. de groenstructuur in paragraaf 3.3.3.
3.3.2 Klimaatadaptieve maatregelen In het stedenbouwkundig raamwerk zijn de volgende kansen aanwezig: • In plaats van grote achter- en voortuinen waar de mate van groen afhankelijk is van bewoners, is gekozen voor ondiepere achtertuinen, een zogeheten margestrook voor de woning en meer groen in de openbare ruimte. Door deze keuze is het groene karakter tot in lengte van dagen vastgelegd en niet meer afhankelijk van bewoners die soms kiezen voor groen en soms voor veel verharding en bijgebouwen in de achtertuin; • In de straten is meer ruimte voor groen in de vorm van vakken met beplanting en bomen. Bijvoorbeeld in de Mr. Heemskerkstraat met een circa 3 meter brede, nieuwe groene berm; • Waar mogelijk worden de plantvakken rond bestaande bomen vergroot. Bijvoorbeeld bij de herinrichting van de Klaas Katerstraat tot fietsstraat; • Aanpakken wateroverlastsituaties in het noorden van het Franse Gat door meer groen en opvang in het zuiden. Dit heeft alles te maken met afstroom van hemelwater van zuid naar noord.
In het Franse Gat is namelijk een hoogteverschil van 3 meter aanwezig over een lengte van 1,14 kilometer: het maaiveld ligt in het zuiden op 8,2 meter en ligt in het noorden op 5,2 meter NAP; • Een maatregel die met verkeerskundigen en beheerders van de openbare ruimte onderzocht moet worden, is het sturen van waterstromen op straat (‘punaises’ in plaats van verkeersdrempels); • De nieuwe gemeenschappelijke parkeerterreinen worden ingezet voor waterberging (en afhankelijk van de bodemopbouw en aanwezige grondsoorten ter plekke voor infiltratie). Waterberging is
op verschillende manieren mogelijk, onder andere met waterdoorlatende stenen of voegen; • Bij alle openbare ruimte kan onderzocht worden of het mogelijk is water te bergen op of onder pleinen en wegen; • In aansluiting op het vorige punt wordt onderzocht hoe de nieuwe oostwest straat (Speelse Straat) ingezet kan worden voor vergroenen, wateropvang en wellicht het zichtbaar maken van hemelwater. Deze autovrije straat is circa 10 meter breed. Op het niveau van perceel en woning zijn nog aanvullende maatregelen mogelijk, zoals: • Groene daken op woningen en/of bijgebouwen; • Particulieren stimuleren om water te bergen op eigen terrein en om te ontstenen en te vergroenen (minder verharding in tuinen); • Zichtbaar maken van afvoer- en opvang van (hemel)water. Bijvoorbeeld door hemelwater via een regenpijp en goten bovengronds af te voeren naar de nieuwe groene ruimten in de straten.
71
Klimaatadaptatie en groen 3.3.3 Groen Om de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren en het groene karakter van het oorspronkelijke plan te herstellen, worden straten bij vernieuwing met meer groen ingericht, worden standplaatsen van bomen waar mogelijk vergroot en worden de verborgen groene plekken in de wijk beter aangesloten op de openbare ruimte van de wijk. Het kaartje laat het bestaande groen en het gewenste groen zien voor de wijk. Dit hoofdstuk zoomt in op het groen in het te herstructureren zuidelijke deel. In de Omgevingsvisie 2030 staat dat Veenendaal in 2030 groener is dan nu. Meer groen in de wijk Franse Gat en in het algemeen draagt bij aan: • Klimaatadaptatie: groene ruimten nemen hemelwater op, waardoor wateroverlast in de wijk kan afnemen, en deze plekken gaan samen met bomen ‘hittestress’ tegen; • Stimuleren van bewegen: groen in de woonomgeving nodigt uit tot verblijven, wandelen en fietsen. Tijdens de coronacrisis gingen veel mensen wandelen in hun buurt, liefst langs groen of naar en in een park. In het Franse Gat is groen aanwezig in de openbare ruimte en in de tuinen. Het groen in de tuinen staat onder druk; veel bewoners kiezen voor een onderhoudsvriendelijke tuin, met andere woorden ‘veel verharding’. Kenmerkend voor de wijk waren ooit de ligusterhagen langs de voor- en zijtuinen. Deze zijn merendeels verdwenen.
Bij de herstructurering in het zuidelijk deel komt meer groen in en langs de bestaande straten, in combinatie met het aanleggen 72
van volwaardige trottoirs. De straten binnen het herstructureringsgebied krijgen een make-over, met name door ingrepen naast de bestaande straat. Waar nodig wordt de straat aangepast. Voorbeelden hiervan zijn: 1. De aanpak van de Mr. Heemskerkstraat. Naast de huidige ‘straat’ komt aan beide zijden een volwaardig trottoir, aan de oostzijde een berm van circa 2,50 meter breed en aan de westzijde een groene ruimte van circa 3 meter breed. Dit nieuwe profiel stopt bij de overgang naar het deel van de straat met koopwoningen. Daar komt een opening in de straatwand, waardoor een verbinding ontstaat met het verborgen groen tussen de Mr. Heemskerken de Dr. Colijnstraat. Deze opening is het begin van de nieuwe oost-west verbinding: de Speelse Straat; 2. De Klaas Katerstraat wordt een fietsstraat waarbij bestaand groen (en bomen) zo veel mogelijk wordt ingepast en waar zo mogelijk bermen, beplanting en bomen worden toegevoegd; 3. In de Dr. Colijnstraat komt aan weerszijden een volwaardig trottoir en aan één zijde ruimte voor een berm met opgaand groen; 4. Langs de Mr. Dr. Schokkingstraat komt aan de noordzijde, aansluitend op de herstructurering, een volwaardig trottoir. Waar mogelijk zal ‘groen’ worden toegevoegd. 5. De W.C. Beeremansstraat verdwijnt als ‘straat’. Het zuidelijke deel is in de toekomst een autovrij plantsoen met aan weerszijden woningen; 6.
Een nieuwe oost-west verbinding zorgt voor meer zichtbaar- en toegankelijkheid van het verborgen binnenterrein tussen Mr. Heemskerkstraat en Dr. Colijnstraat. Voorheen stond op dit groene speelterrein een peuterschool. De oost-west verbinding is autovrij en krijgt een verblijfskarakter
Hoofdlijnen van groenstructuur het Franse Gat
73
Klimaatadaptatie en groen mogelijkheden om de verbindingen duidelijker en zichtbaar te maken. Het streven is om deze ‘groene ommetjes’ te vervolgen in het noordelijk deel van het Franse Gat.
met openbaar groen; 7. Behouden van de uitstraling van het Bruïneplein met het aanzicht van de grote platanen. 8. De grotere groene ruimtes worden met elkaar verbonden. Bij de verdere plannen en inrichting zal gezocht worden naar
2 7
6 1
3 5 4
Participatie De (nieuwe) groene plekken kunnen te zijner tijd in samenspraak met (toekomstige) bewoners ingericht worden. BOSS principe. Om bewegen, ontmoeten, spelen en sporten te bevorderen zorgen we voor voldoende locaties van degelijk formaat waar mensen kunnen spelen en/of sporten. Deze plekken verbinden we met elkaar om zo tot fijne beweegroutes door de wijk te komen. Daar waar mogelijk combineren we deze routes met een groene openbare ruimte die al bestaat of die we ontwikkelen. Hoe iedere locatie wordt ingevuld en in sommige gevallen zelfs nog waar een locatie komt stemmen we af met de buurt. Zo creëren we een breed aanbod voor de verschillende doelgroepen. Uit de analyse is gebleken dat een uitbreiding van de mogelijkheden om de spelen en sporten in het Franse Gat noodzakelijk is om in de toekomst geen overlast te krijgen van hangjongeren en voor zover deze overlast er al is, deze te verminderen. Een ander aspect uit de analyse is de grote hoeveel toestellen voor de jongere kinderen. Door met de gehele buurt te kijken naar wat er nodig en waar het ongeveer moet komen zorgen we ervoor dat we niet per speelplaats bepalen wat er komt en dus niet meer heel veel hetzelfde aanbod hebben in de hele buurt. Deze samenspraak met de buurt voeren we (afhankelijk van goedkeuring van het omgevinsprogramma openbare ruimte) uit in 2022 of 2023.
Regels uit het verleden De Voorschriften van het Uitbreidingsplan uit 1943 zijn zeer gedetailleerd. Daarin is precies beschreven op welke plekken erkers zijn toegestaan en wat de maximum toegestane omvang is. Zo is ook de plaatsing van achteruitbouwen en bijgebouwen nauwkeurig vastgelegd. Het vrijhouden van berm, groenstrook en plantsoenen, plaats en omvang van dakvensters is eveneens vastgelegd.
Onder de paragraaf Bijzondere Bepalingen is beschreven dat “de bij een woning behorende grond met worden afgescheiden door een levende haag […] met een maximum hoogte van 1.20 meter aan de wegzijde en 1.80 meter voor de overige erfafscheidingen.”
Een belangrijke plek wordt het schoolplein van het nieuwe IKC in de wijk. Naast een centrale ligging zal het ook een plek worden waar veel kinderen kunnen spelen (en sporten). Uitsnede van groenstructuur het Franse Gat
74
75
Waterberging en sociale veiligheid 3.3.4 Waterberging en infiltratie Waterberging heeft als doel het water korte tijd vast te houden, zodanig dat de pieken van de regenwaterafvoer worden afgevlakt en daardoor minder kans op wateroverlast is. De berging moet binnen afzienbare tijd weer ter beschikking komen (bijvoorbeeld binnen 1 of 2 dagen), zodat het opnieuw weer pieken kan afvlakken. Waterberging is te combineren met infiltratie, wanneer de bodem daarvoor geschikt is (of is gemaakt) en de grondwaterstanden niet al te hoog zijn. Met infiltratie wordt water vastgehouden in de bodem. Bij ruimtelijke ontwikkelingen wil de gemeente in contact komen met de initiatiefnemer om te spreken over eventueel te nemen maatregelen ten behoeve van het watersysteem, zoals bijvoorbeeld het realiseren van extra waterberging. Dit is in de vorm van een klimaattoets opgenomen in de Omgevingsvisie Veenendaal 2030. In de nabije toekomst wil de gemeente bij nieuwbouw ook van bewoners en bedrijven vragen op hun terrein een bijdrage te leveren aan de waterberging in de vorm van aanvullende waterberging. Dit gaat onderdeel worden van het Omgevingsplan deel II, dan wordt het pas verplicht.
Referentiebeeld van toegang tot binnenterrein met parkeren (Stedenbouwkundige Randvoorwaarden Blok 32, IJburg, JAM* architecten)
76
3.4 Sociale veiligheid Een van de aandachtspunten bij de herstructurering is de sociale veiligheid. In de Omgevingsvisie Veenendaal 2030 zijn richtlijnen opgenomen om toe te passen bij ruimtelijke ontwikkelingen. In dit hoofdstuk gaat het met name over gebieden binnen het plangebied die minder in het zicht van woningen en bewoners liggen, zoals achterpaden, specifieke achter-terreinen (binnenterrein tussen Mr. Heemskerkstraat en Colijnstraat, speelterrein tussen Mr. Heemskerkstraat en Thorbeckesingel en de bedrijven aan de Hovystraat). Maar het gaat ook over de nieuwe gemeenschappelijke parkeerterreinen, zoals de parkeerkoffers en de binnenterreinen. Enkele vuistregels bij ruimtelijke plannen zijn: 1. Zorg voor overzichtelijkheid en zichtbaarheid: zien en gezien worden, horen en gehoord worden, kennen en gekend worden. 2. Zorg voor eenduidige en duidelijke zonering van territoria: door vorm en inrichting duidelijkheid creëren over verblijfsruimte of doorloop of verkeer. 3. Zorg voor toegankelijkheid of juist ontoegankelijkheid: de gebouwde omgeving moet voor gewenst en bedoeld gebruik en voor hulpdiensten goed toegankelijk zijn, terwijl deze waar nodig ontoegankelijk moet zijn voor onbedoeld en ongewenst gebruik. 4. Zorg voor een aantrekkelijke omgeving met onder andere esthetische kwaliteit, goed onderhoud en beheer, technische duurzaamheid (robuust en vandalismebestendig).