13. Bijlage 11 Bijlage 8 bij BP - Water
Tekst van het document
F. v
Vierde watervoerend
Drenthe
pakket
F. v Peize
Vierde watervoerend
Waalre
pakket
F. v
Hydrologische basis
Waalre *
De veenlaag is lokaal afgegraven en lokaal is er een ophooglaag zand aanwezig
**
Veenlaag is 0,5 tot 1,5 m dik en niet overal aanwezig (locaties mogelijk afgegraven)
2.2
Grondwaterstanden en stijghoogten
De grondwaterstanden en stijghoogten zijn bepaald met peilbuizen afkomstig uit het DINOloket. In tabel 2.2 en tabel 2.3 zijn de meetgegevens van deze peilbuizen opgenomen, evenals de statistieken van het grondwaterregime (GHG, GLG en gemiddelden). In Dinoloket zijn alleen peilbuizen aanwezig in het eerste en derde watervoerende pakket. Gegevens van freatische peilbuizen en peilbuizen in het tweede watervoerende pakket zijn niet voorhanden. De situering van de peilbuizen is weergegeven in bijlage 3. De globale grondwaterstroming is bepaald op basis van isohypsenkaarten van de gemiddelde stijghoogten (1990-2006) voor het eerste en tweede watervoerende pakket van de provincie Utrecht (figuur 2.1 en figuur 2.2). Dit is een geïnterpoleerde isohypsenkaart op basis van een combinatie van meetgegevens en resultaten van het model Hydromedah. Tabel 2.2 Meetgegevens stijghoogtes WVP1. Peilbuis
Filter
Maaiveld (m NAP)
Meetperiode / datum
(m NAP)
B39E0422
+1,34 tot 0,34
+5,03
Van 16-02-1987
GLG
GG
GHG
(m
(m
(m
NAP)
NAP)
NAP)
+4,65
+4,81
+4,93
+5,15
+5,33
+5,97
+5,07
+5,25
+5,62
+5,11
+5,30
+5,58
+4,97
+5,12
+5,39
+5,00
+5,14
+5,38
+4,69
+4,86
+5,17
tot 29-05-2019 B39E2809
+3,94 tot +2,94
+6,42
Van 28-01-2007 tot 30-09-2019
B39E2831
+4,47 tot +3,47
+6,30
Van 04-12-2012 tot 30-10-2019
B39E2832
+4,56 tot +3,56
+6,35
Van 29-10-2012 tot 30-09-2019
B39E2833
+4,99 tot +3,99
+6,38
Van 04-12-2012 tot 30-10-2019
B39E2840
+4,36 tot +3,36
+5,69
Van 14-12-2012 tot 30-10-2019
B39E2847
+4,25 tot +3,25
+5,97
Van 04-12-2012 tot 30-10-2019
4/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Tabel 2.3 Meetgegevens stijghoogtes WVP3. Peilbuis
Filter
Maaiveld (m NAP)
Meetperiode / datum
(m NAP)
B39E0422
-8,53 tot 9,53
+5,03
Van 16-02-1987
GLG
GG
GHG
(m
(m
(m
NAP)
NAP)
NAP)
+4,83
+4,96
+5,08
tot 29-05-2019
Figuur 2.1 Globale gemiddelde grondwaterstroming 1WVP (1990-2006)
5/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Figuur 2.2 Globale gemiddelde grondwaterstroming 2WVP (1990-2006)
Op basis van het isohypsenpatroon van figuur 2.1 en figuur 2.2 is zichtbaar dat het grondwater aan weerzijden van noordoost en van zuidwest globaal naar het lager gesitueerde gebied en de Grift stroomt. Ter plaatse van de locatie is een globale grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket van noord naar zuid zichtbaar. Het ondiepe grondwater kan lokaal afwijken van de globale grondwaterstroming, door de aanwezigheid van oppervlaktewater. Op basis van gebiedskennis en peilbuis B39E0442 betreft dit een kwel gebied. Op basis van de isohypsenkaart (figuur 2.1) ter plaatse van de verdiepte ligging is de gemiddelde stijghoogte van het eerste watervoerend pakket circa +5,0 m NAP. De kaart is gebaseerd op metingen en modelresultaten, zodat lokaal de stijghoogte kan afwijken van dit patroon. De gemiddelde stijghoogte van de peilbuizen onder de deklaag (tabel 2.1) varieert nabij de locatie van +4,81 tot +5,33 m NAP. Op basis van de aanwezige peilbuizen en de globale grondwaterstroming zal de gemiddelde stijghoogte onder de deklaag circa +5,2 m NAP zijn. Op basis van de isohypsenkaart (figuur 2.2) ter plaatse van de verdiepte ligging is de gemiddelde stijghoogte van het tweede watervoerend pakket circa +6,25 m NAP. De kaart is gebaseerd op metingen en modelresultaten, zodat lokaal de stijghoogte kan afwijken van dit patroon.
De diepe peilbuis B39E0422 (tabel 2.2) komt niet overeen met de isohypsenkaart van het tweede watervoerende pakket (figuur 2.2). Op basis van de aanwezige peilbuizen en de globale grondwaterstroming (het verhang) zal de gemiddelde stijghoogte van het tweede watervoerende pakket circa +5,75 m NAP zijn.
6/15
Kenmerk
2.3
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Oppervlaktewater
In de omgeving van de onderzoekslocatie is oppervlaktewater aanwezig. Het dichtstbijzijnde oppervlaktewater zijn de watergangen WL 10966, WL 105776 en WL 105690. Richting het zuiden is de Grift (WL_105034, WL_15032 en WL_17870) gesitueerd op een afstand van circa 90 m van de locatie. Op basis van het peilbesluit zijn de waterpeilen als volgt (bron: legger Waterschap Vallei & Veluwe): • Het oppervlaktewater aan de oostzijde heeft een (dynamisch) streefpeil van +4,8 m NAP (met een bovengrens van +5,0 m NAP en ondergrens van +4,6 m NAP) • •
Het oppervlaktewater aan de westzijde heeft een (dynamisch) streefpeil van +4,8 m NAP (met een bovengrens van +5,0 m NAP en ondergrens van 4,6 m NAP) De Grift heeft een streefpeil van +4,3 tot +4,5 m NAP
Op basis van de oppervlaktewater streefpeilen en de stijghoogtes in het eerste watervoerende pakket is zichtbaar dat kwel in het gebied optreedt. Een groot deel van deze kwal zal naar het oppervlaktewatersysteem toestromen. De grondwaterstand zal sterk worden bepaald door de waterpeilen van het drainerende oppervlaktewatersysteem.
7/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
3 Effecten 3.1
Methode
Om het te verwachten opstuwend effect van de damwanden en het te verwachten bemalingsdebiet te bepalen is een grondwatermodel gemaakt in GMS Modflow (Aquaveo, versie 10.4.5, 2019). Het model heeft een grootte van circa 6,6 x 8,1 km, om randeffecten uit te sluiten. Ter plaatse van de werkzaamheden is de celgrootte verfijnd tot 2 x 2 m. Richting de modelranden neemt dit toe tot een celgrootte van 200 x 200 m. De modelschematisatie en afwijking met de peilbuizen is weergegeven in bijlage 5. De situering van de verdiepte ligging van de N233 is weergegeven op de ontwerp tekeningen (zie ook bijlage 1): • N233-17.001-VO-SIT_70KM_v0.2-K01, 18-11-2019, provincie Utrecht • •
N233-17.001-VO-SIT_70KM_v0.2-K02, 18-11-2019, provincie Utrecht N233-17.001-VO-SIT_70KM_v0.2-K03, 18-11-2019, provincie Utrecht
In het grondwatermodel is de bodemschematisatie, zoals weergegeven in Tabel 2.1, verwerkt. De geohydrologische uitgangspunten voor de berekening van de opstuwing en het bemalingsdebiet van de ontgraving zijn vermeld in Tabel 3.1. De verwachting is dat de bodemopbouw en grondwaterstanden op locatie kunnen afwijken. Momenteel is uitgegaan van regionaal beschikbare gegevens om een effectbepaling van het conceptontwerp te doen. Het oppervlaktewater is in het model meegenomen op basis van de legger en het peilbesluit van Waterschap Vallei en Veluwe. Tabel 3.1 Uitgangspunten grondwatermodel (zie ook bijlage 5) Parameter
Waarde
Maaiveldhoogte
circa +6,5 m NAP
Freatische grondwaterstand
circa +5,2 m NAP
Stijghoogte watervoerend pakket
circa +5,2 m NAP
Stijghoogte tweede pakket
circa +5,75 m NAP
Geohydrologische schematisatie (laagdiktes en bodemparameters)
Zie tabel 2.1
3.1.1
Uitgangspunten bepalen effect damwanden
Om het effect van de damwanden te bepalen is gekozen om verschilkaarten te maken van de situatie met damwanden (toekomstige situatie) en zonder damwanden (huidige situatie). Er is nog geen vastgesteld schetsontwerp en de diepte van de verdiepte ligging is daarmee nog niet helemaal zeker. De inschatting is dat het diepste punt op ongeveer 6 m- mv zal zijn (+0,5 m NAP). Aangenomen wordt dat de damwanden drie keer de ontgravingsdiepte zijn (18 m - mv). De maatgevende civieltechnische uitgangspunten voor de berekening van het effect van de damwanden zijn vermeld in tabel 3.2.
8/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Tabel 3.2 Uitgangspunten berekening effect damwanden Parameter
Waarde
Oppervlakte (l x b) bouwput
355 m x 20 m
Diepte damwanden
-11,5 m NAP (18 m - mv)
De damwanden zijn in het model ingevoerd als horizontale barrières, met een lekverlies van circa 1000 dagen. Deze waarde is gebruikelijk voor dit soort wanden. Een hoger lekverlies zal leiden tot meer lekdebieten in de damwandconstructie en minder opstuwing. De resultaten zijn uitgewerkt in paragraaf 3.2. 3.1.2 Uitgangspunten bemalingsdebiet Om het bemalingsdebiet te bepalen zijn op basis van de ontwerptekeningen de uitgangspunten voor de bemalingsberekening van de ontgraving bepaald. Er is uitgegaan van een ontgravingsdiepte van 6 m-mv (+0,5 m NAP) en een benodigde drooglegging van 0,5 meter onder de ontgravingsdiepte. De maatgevende civieltechnische uitgangspunten voor de berekening van het bemalingsdebiet zijn vermeld in tabel 3.3. Tabel 3.3 Uitgangspunten bemalingsberekening
*
Parameter
Waarde
Oppervlakte (l x b) bouwput
355 m x 20 m
Damwanden
-11,5 m NAP (18 m - mv)
Bemalingsduur
*
Bemalingswijze
Deepwells
Ontgravingsdieptes
+0,5 m NAP (6 m - mv)
Gewenste grondwaterstand
+0,0 m NAP (6,5 m - mv)
Gewenste grondwaterstandverlaging
5,2 m
onbekend, aangenomen wordt langer dan een halfjaar
Om het effect van de damwanden te bepalen is gekozen om verschilkaarten te maken van de situatie met damwanden en bemaling en damwanden zonder bemaling. De resultaten zijn uitgewerkt in de uitvoeringsfase paragraaf 3.3.
3.2
Verdiepte ligging N233 (ongelijkvloerse kruising Prins Clauslaan)
De aanleg van de verdiepte ligging N233 (ongelijkvloerse kruising Prins Clauslaan) kan leiden tot opstuwing van het grondwater. Er wordt uitgegaan dat permanente damwanden worden toegepast. Er is nog geen vastgesteld schetsontwerp en de diepte van de verdiepte ligging is daarmee nog niet helemaal zeker. Het huidige maaiveld ligt op ongeveer +6,5 m NAP ter plaatse van de rotonde Prins Clauslaan. Er is uitgegaan dat de damwanden tot een diepte van circa -11,5 m NAP reiken. Hoe langer de damwanden zijn, hoe meer opstuwend effect. Bij kortere damwanden is de opstuwing minder. In het grondwatermodel is het effect van de wanden uitgerekend. De resultaten voor het eerste watervoerende pakket staan in figuur 3.1 en de resultaten voor het tweede watervoerende pakket in figuur 3.2.
9/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Figuur 3.1 Effecten op grondwaterstanden in WVP1
Figuur 3.2 Effecten op grondwaterstanden in WVP2
10/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Figuur 3.1 en figuur 3.2 wijzen uit dat de effecten van de damwanden het grootst zijn aan de noordwestzijde en de effecten minimaal zijn aan de zuidoostzijde van de constructie. De stromingsrichting van het grondwater is in zuid/zuidwestelijke richting (zie paragraaf 2.2 en figuren 2.1 en 2.2). Daarom vindt opstuwing plaats aan de westzijde van de wand. De verwachte opstuwing in het freatisch pakket is maximaal circa 16 cm en in het WVP maximaal circa 8 cm direct naast de damwand. Door deze beïnvloeding wordt gesteld dat de wanden aan de noordwestzijde in de directe nabijheid een effect op de omgeving hebben maar door de afstand (circa +50 m) tot bebouwing minimaal zal zijn. Aan de zuidoostzijde treedt een beperkte verlaging van de grondwaterstand. De verwachte verlaging in het freatisch pakket is maximaal circa 6 cm en in het WVP maximaal circa 3 cm direct naast de damwand. Door deze beperkte beïnvloeding wordt gesteld dat de wanden aan de zuidoostzijde een verwaarloosbaar effect op de omgeving hebben.
3.3
Bemalingsaspecten uitvoeringsfase
3.3.1 Opbarstrisico Vanwege de aanwezige klei- en veenlagen zijn opbarstberekeningen uitgevoerd. De veenlaag gesitueerd op circa -1,4 m NAP en de kleilaag gesitueerd op circa 5,1 m NAP en de kleilaag -17 m NAP worden niet doorgraven. Indien de stijghoogtedruk aan de onderzijde van de klei- en veenlaag groter is dan de neerwaartse gronddruk kan opbarsting voorkomen. Om vast te stellen of het opbarstgevaar zich voordoet, is dit uitgerekend. De berekeningen zijn uitgevoerd conform de NEN 9997-1, 2017. De bodemparameters zijn conservatief gekozen en rekening is gehouden met een partiële factor van 0,9 (reductiefactor van positief werkende krachten, conform NEN99971+C1:2017; Bijlage A) voor de bodemopbouw. De veiligheidsfactor (neerwaartse druk : opwaartse druk) dient groter te zijn dan 1,0 om het risico van opbarsten te voorkomen. De berekeningen zijn uitgevoerd voor de verdiepte ligging, voor een ontgravingsdiepte van 6 m. In bijlage 4 zijn de berekeningen van het opbarstgevaar opgenomen. De resultaten van de opbarstberekeningen en de benodigde grondwaterstandsverlaging om opbarstgevaar te voorkomen zijn weergegeven in tabel 3.4. Op basis van de berekeningen blijkt dat het verticaal evenwicht wordt verstoord (veiligheidsfactor < 1,0) voor de eerste en tweede scheidende laag. Er is sprake van opbarstrisico van deze lagen.
Bij de uitvoering van de werkzaamheden dient hier rekening mee gehouden te worden en zal spanningsbemaling nodig zijn. Mogelijke alternatieven zijn het toepassen van onderwaterbeton, een bodeminjectie en/of een andere bouwmethode. Dit dient in een vervolgfase nader te worden uitgewerkt in een bemalingsadvies. Tabel 3.4 Opbarstberekeningen Scheidende
Onderzijde
Waterstand
Stijghoogte
Gronddruk
Waterdruk
Veiligheids-
Benodigde
laag
laag
ontgraving
WVP
(kN/m²)
(kN/m²)
factor
stijghoogte-
(m NAP)
(m NAP)
(m NAP)
verlaging (m)
1
-3,4
+0,5
+5,75
52,2
91,5
0,57
3,95 (WVP2)
2
-8,2
+0,5
+5,75
122,4
139,5
0,88
1,75 (WVP3)
3
-21
+0,5
+5,75
342,0
267,5
1,28
-
11/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Geadviseerd wordt om voor aanvang van de realisatiefase de bodemopbouw en soortelijk gewichten van de verschillende bodemlagen op locatie te bepalen. 3.3.2 Indicatieve bemalingsberekeningen De benodigde onttrekkingsdebieten om in den droge te kunnen ontgraven zijn met het grondwatermodel berekend (GMS Modflow, Aquaveo 2020). De maximale verlaging bedraagt circa 5,2 m (0,5 m onder de putbodem). Op basis van de opbarstberekeningen is een stijghoogteverlaging van 3,95 m in het tweede watervoerende pakket en een stijghoogteverlaging van 1,75 m in het derde watervoerende pakket nodig. Vanwege de te verwachten realisatietijd zal de grondwaterverlaging in deze periode naar een stationaire verlaging zal gaan. Er is gerekend met een lekweerstand van 1000 dagen voor het lekverlies van damwanden door de damwandsloten en of lekkages door aansluiting damwanden met de betonvloer. De uitgangspunten van de bodemopbouw en de bijbehorende doorlaatfactoren zijn vermeld in tabel 2.1 en tabel 3.3. In tabel 3.4 zijn de berekende debieten weergegeven. Tabel 3.4 Berekende bemalingsdebieten en waterbezwaren WVP1
Verlaging stijghoogte
Debiet
Debiet
3
3
Debiet
(m)
(m)
(m /uur)*
(m /dag)*
(m3/maand)*
WVP1
5,20
1
23
690
WVP2
3,95
**
**
**
WVP3
1,75
36,5
875
26.250
37,5
900
27.000
Totaal 3
*
afgrond op 0,5 m
**
Verlaging wordt behaald door de verlaging in WVP1 en WVP3
Het totale berekende bemalingsdebiet bedraagt circa 40 m³/uur (1.000 m³/dag). De maximale grondwaterstandverlaging aan de onderzijde van de damwanden (WVP3) bedraagt circa 1,75 m (circa -4,0 m NAP). Deze maximale verlaging neemt af met toenemende afstand tot de bemaling. Het stationair berekende hydrologisch beïnvloedingsgebied voor WVP1, WVP2 en WVP3 (5 cmverlagingscontour) is gepresenteerd in figuur 3.3. WVP1 en WVP2 zijn afgesloten door de damwanden, zodat de toestroming naar de bouwput beperkt is. WVP3 wordt niet geheel afgesloten door de damwanden, zodat de effecten van de bemaling het grootste zijn in deze laag (geen barrièrewerking van de damwanden).
12/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Figuur 3.3 Effect bemaling
De verwachting is dat de realisatietijd langer is dan een half jaar. Wanneer voor een open bemaling wordt gekozen zal het om deze reden een vergunningsplichtige bemaling zijn. Voor een bemalingsvergunning moeten de effecten op de omgeving nader worden onderzocht en de grondwaterkwaliteit op locatie worden bepaald. Voor de bemaling van grondwater is de Keur Waterschap Vallei en Veluwe van toepassing. Een afweging voor het lozen van bronneringswater moet nog worden uitgevoerd. Het is mogelijk om op de nabij gesitueerde waterlopen te lozen of retourbemaling toe te passen.
13/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
4 Conclusies en aanbevelingen 4.1
Opstuwing verdiepte ligging
De belangrijkste conclusie is dat opstuwing van het grondwater aan de noordwestzijde van de toekomstige constructie te verwachten zal zijn. Het verlagende effect van de toekomstige constructie aan de zuidoostzijde op het grondwaterregime zal minimaal te verwachten zijn. De opstuwing aan de noordwestzijde zal lokaal en alleen direct nabij de damwanden zijn. De verwachte effecten liggen in de orde grootte van enkele centimeters aan de zuidoostzijde en maximaal circa 16 cm aan de noordwestzijde. In het voorlopig ontwerp is uitgegaan van een damwand diepte van NAP -11,5 m. Voor het ontwerp van de constructie is dit een reële aanname, gebaseerd op vergelijkbare onderdoorgangen. Voor het nauwkeurig bepalen van de effecten op het grondwater wordt aangeraden om lokaal bodemonderzoek uit te voeren en grondwater lokaal te monitoren om het uiteindelijke ontwerp door te rekenen.
4.2
Veldwerk
Geadviseerd wordt om veldwerk te doen op locatie en onderzoek te doen naar de bodemopbouw, grondwaterkwantiteit (plaatsen peilbuizen) en grondwaterkwaliteit. Voor de start van de bouw wordt geadviseerd een nul-situatie te bepalen om het effect op het grondwater te kunnen monitoren. Geadviseerd wordt om aan weerszijden van de toekomstige verdiepte ligging een set peilbuizen te plaatsen, met filterstellingen in de verschillende watervoerende pakketten. Tevens wordt geadviseerd om in samenspraak met het geotechnisch ontwerp sonderingen te plaatsen met kleef en waterspanning, om zo de lokale bodemopbouw in beeld te krijgen.
4.3
Opbarstberekeningen
Op basis van de beschikbare bodem en grondwater informatie is er opbarstgevaar geconstateerd voor de eerste en tweede scheidende lagen (tabel 2.1). Om de mate van opbarstgevaar te bepalen word geadviseerd nader bodemonderzoek te doen om lokaal de bodemopbouw en het soortelijke gewicht van de bodemsoorten te bepalen.
4.4
Invloed op Natura2000-gebied Binnenveld
Ten zuiden van de verdiepte ligging is het Natura2000-gebied Binnenveld gelegen. Hier is sprake van grondwaterafhankelijke natuur. Op basis van de effectberekening (zie figuur 3.3) worden er tijdens de aanlegfase in het ondiepe freatische grondwatersysteem geen grondwaterstandsverlagingen verwacht van meer dan 5 cm. Echter in het diepere grondwater worden wel grondwaterstandsverlagingen verwacht. Als gevolg hiervan kan er een kwelfluxvermindering naar het topsysteem plaatsvinden. Op basis van een weerstand van de eerste scheidende laag van 400 dagen, wordt een afname van de kweldruk tussen de freatische grondwaterwater en het diepere grondwater in het eerste watervoerend pakket berekend van 0,13 mm/dag. Uit de ecologische beoordeling van deze kwelvermindering is naar voren gekomen dat bij een dergelijke onttrekking negatieve effecten op het Binnenveld niet uit te sluiten zijn, vanwege deze
14/15
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
kwelafname (zie achtergrondrapport natuur). Door het toepassen van andere bouwmethoden voor de verdiepte ligging (zoals onderwaterbeton) en/of het toepassen van bewezen maatregelen (zoals retourbemaling en onderafdichtingen) kunnen effecten op het Natura2000-gebied het Binnenveld voorkomen dan wel gemitigeerd worden.
4.5
Bemalingsaspecten
Op basis van indicatieve bemalingsberekeningen met spanningsbemaling komt het waterbezwaar uit op circa 1.000 m3/dag. Op basis van het waterbezwaar, de bodemopbouw en de ontgravingsdiepte en vooral ook de mogelijk negatieve effecten op kwelafhankelijke natuur in het Binnenveld wordt geadviseerd om alternatieven te bedenken voor de uitvoer, om de effecten op de omgeving zoveel als mogelijk te beperken. Alternatieven kunnen zijn: • • •
Retourbemaling Toepassen onderwaterbeton Toepassing van onderafdichtingen (waterglas injecties)
•
Andere bouwmethoden
15/15
Kenmerk
Bijlage 1
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Technische tekening
9A-9C
11-11A
14
4141
5 5-7
13 17
1-1C
13A
9
3-3E
13
16
5A
1D
5B
Inductorstraat
5B/01
Inductorstraat
18-18M
18C-18H
44
8-8A
32-36
24-26A
16
De Smal le Zijde
5C/01
5C
W
D e De SmallSemaZlle Zijde ijde
5D/01
5D
15
20
5E/01
5E k
20A
Legenda r
vb
18
abts plav
abts plav
450.000
250.000
r
vb k
7
150.000
As weg Beplanting
k
r
Haag
hm
r
k
Grondwerklijn kruin
r wwl l rr
vb
k
vb
hm
hm
hm
vb
vb
vb
vb
hm
vb
Grondwerklijn teen
hm vb
ri. Rhenen
500.000
vb
Oostelijke Randweg N233 hm
hm
vb
k
400.000
vb
hm
vb
vb
300.000
vb
r
vb
200.000
vb
vb
100.000
vb
vb
0.000
Oostelijke Randweg N233
Schanskorf
ri. A12
Wand Perceelsgrens
vb
P
k
hm
Duiker
k
r
k
vb
Bebouwing Kantopsluiting
k
r
r
ZIE BLAD 1B
vb
abts plav k
abts plav
vb
Trottoirband 130/150 mm
vt
BR
RWS trottoirband 110/220 mm Voorkantband
17-17A
k
Verharding
vb
48
gas
22-22B
9A
9
Stootband verharding 24
24A
28
32-46
k
Langsstreep 1-1 (0.15) Langsstreep 1-3 (0.45)
13
Wagening
Langsstreep 0.30-2.70 (0.10)
selaan
Langsstreep 3-3
Ronduutweg Kernreactorstraat
De Smalle Zijde
Langsstreep 3-3 (0.15) Langsstreep 3-9 (0.15) 10
20
30
40m
1A1A
0
Langsstreep doorgetrokken (0.15)
Schaal 1:1000 15-15E
13/01-13A
Puntstuk
Industriela an
3B
60
6-6D
Industrielaan
bkvt
3A
r
vb
bk
vt
r
1000.000
vb
r r
800.000
k k
700.000
tel
k
k
r
2
m
vb
vt
r wwl l rr
hm
k
vb
vb
vb
hm
hm
hm
tel
hm
vb
hm
vb
ri. Rhenen r
vb
vb
ri. A12
wl
bk vt
1B
hm
vb
hm
vb
vb
Oostelijke Randweg N233
1100.000
hm
vb
vb
k
vb
vb
1000.000
Rondweg Oost
900.000
vb
vb
800.000
hm
hm
700.000
hm
vb
600.000
vb
Oostelijke Randweg N233
vt bk
k
k vb
1A
aat
str wl
k
k
r
vt
gas
vbtk
250
500
750
1000m
Schaal 1:25000
8
ZIE BLAD 2
k
Wageningsela an
16
Natura 2000 gebied
vb k
24
ZIE BLAD 1A
0
4 3 2 1 code
omschrijving
datum
getekend
gecontroleerd
N233 VEENENDAAL - OCHTEN Wagenings
10
elaan
aan
Wageningsel
Kernreactorstraat
Oostelijke rondweg Veenendaal Voorlopig ontwerp, voorkeursvariant 2x2 70 km/u Situatietekeningen Gedeelte De Smalle Zijde - Wageningselaan/Industrielaan
1A 1
TEKENINGNUMMER N233-17.001-VO-SIT_70KM
STATUS Concept
VERSIE 0.2
SCHAAL 1:1000
FORMAAT A1
GETEKEND J.J.Bekkink
GECONTROLEERD -
DATUM VAN UITGAVE 18 november 2019
BLAD 1 van 3
DOCUMENT Tekening
10
PROJECTCODE N233-17.001
8
0
10
20
30
40m
Schaal 1:1000
www.provincie-utrecht.nl ©
Provincie Utrecht | Alle rechten voorbehouden
Legenda As weg Beplanting 11
Haag Grondwerklijn kruin Grondwerklijn teen 3
Schanskorf
1G
39
13-15
Wand 41
3A 10
Perceelsgrens
P 43 45
Duiker 67
47
Bebouwing
65
12
63
5
61
59
1
Kantopsluiting
57
14
3
Trottoirband 130/150 mm
55
53
3
51 49
RWS trottoirband 110/220 mm
1-99
16
Voorkantband
7 5
Verharding 18 70 48-
Stootband verharding
7
Langsstreep 1-1 (0.15)
Prins Clauslaan
2
106
4
9
Langsstreep 0.30-2.70 (0.10)
6
Langsstreep 3-3 8
9 19 1-
10
Langsstreep 3-3 (0.15)
30
10
Bened en
12
Langsstreep 3-9 (0.15)
26
20
k
vb vb
vb
7
13
9 k
11
tel
Puntstuk
r
vb
k
k
k
hm k
r
vb
100.000
15
17
19
21
23
25
k
hm
vb
vb
vb
hm
k
vb vb vb vri
vri
k
k vb plaats vb
vb vri
vb vri
k
vb
vri
vb
k
r
k
k
100.000
vb vb vb vri vb k
vb
vri
vb vb
vb vb vb k
k k
48
k vb
vb
r
k hm k hm
k
149
151
155
153
157
159
161
163
165 k r
k k
Buurtlaan
oost
k
k k k
76
78
74A
80
82
84
86
88
82A
Willem Barentszstraat
1
k
k
3
vb vb
hm
2
hm
5 k
k
14 4
12 10 8
7
6 k k
1
17
9
15 13
11 3
k
k
r
r
23
Cornelis de Houtmanstraat
vb
hm
vb
0.000
vb
k
4
5
k
7
38
42
40
44
9
46
hm
vb hm
k
48
27
50
29
56 54
52
vb
31
k
k
100.000
200.000
r
k
k
hm
k
vb
k
2000.000
vb
vb
vb
k
1800.000
hm
k
1900.000
vb
vb
vb
vb
vb
k
0.000
1700.000
hm
k
k
1600.000
hm
1500.000
hm
vb vri
k
46
42
44
147
33
hm
k
k
hm
hm
1400.000
hm
1300.000
hm
1200.000
hm
ri. A12
Oostelijke Randweg N233
3B
27
tel
hm
hm
hm
vb
200.000
24
Langsstreep doorgetrokken (0.15)
22
vb
3
18
5
1740.000
1550.000
1400.000
1970.000
1
eind
3A
16
200.000
m
14
0.000
vt
28
ri. Rhenen Oostelijke Randweg N233
72-
9
Langsstreep 1-3 (0.45)
2
39
37
35
k
k
vb
hm
k
k
k
k
r
vb tvrabat s
2
4
6
8
10
12
14
16
k
1
18
3
5
20
7
22
24
9
11
26
13
28
30
15
32
17
34
k
hm
19
21
23
25
27
29
31
33
35
k
r
k
k
hm k
11
vb
k
hm
vb
vb
k vt bk r r k k
r
k k
k
k k
k
k
12 k k
k
k
€ €
€
€
r hm k k
k k
k
10
k
hm
k
ABRI
r
k
k
63
k
69
71 77
65
79
67 73
75 81 k hm
ABRI k r
Grenadiersweg
4
6 8
10
12
14
Nordenheem
1
3
Grenadiersweg
2
5
54 2
16
k
7
9
k
11
13
1
3
5
7
9
Spiesheem
11
13
15 17
Kozakkenweg 19 k
6
8
Kozakkenweg
2
4
10 12
14
21
k
23
hm
25
27
29 31 7 1
3
9
11
13
5
15
Stuivenbergheem
k k
Lansiersweg
Lansiersweg
17
19
3A 2
4
8
6
21
10
r
12
r
23
25
38
27
40
k
1
29
3
42
k
5
7
9
11
44
13
Hootsenheem
hm
41
39
37
35
31
33
29
27
46
Herautenweg
23
25
15
48
21
19
17
15
13
11
9
7
4
2
52
Herautenweg
17
50
6
19
8
10
54
21
Diepeveenheem
k
56
23
Schotheem
k
Ruiterijweg
58
60
25
1
5
3
27
7
9
13
11
17
15
19
21
23
25
29
27
29
31
33
Gaasbeekheem
4
2
74
72
70
68
66
64
62
6
8
10
12
14
16
1
18
20
22 10
12
k
14
k
16
18
hm
1
3
5
7
9
11
13
15
17
19
21
26
24
23
25
27
29
31
Dijkhorstheem
18
k
k k
Henri Dunantstraat
2
4
k
6
k
8
k
10 12
14 16
18
MacBridestraat
16 12 k
Engelaanhof k
77 hm
75
76
19
17
15
13
74
73
11D
11C
72
71 70 69
1 5
68
3
7
9
11
13
66 2
64
Faberhof
k
62
4 1
k
3
Moeder Theresastraat
5
7
60
67
9
6
11
8
2
4
6
65
8
Hensenhof vb
58
61
56 54 2
4
6
8
MacBridestraat
52
10
12
14
k
16
50 k
48 hm
46
53 43
vb
45
47
44
41
1
51
42
49
1A
3
3A
5
7
9
40
11
13
72-106 k
vb
38
k
36 2
2A
4
34
Faberhof
30
4A
6
6A
De Manhof 8
8A
32
10
12
28
30 28
26
Albert Schweitzerstraat
k
26
24 r
24
k
22
22
1
vb hm
20
2
3
5
7
9
11
20
r
13
vb
15
17
4
18
k
hm
6
8 10
k
14
12
Buitenhuishof 18 16 k
14 2
12
Prins
4
6
tel
Clauslaan
8
56
14
16
12
58
10
vb
10
vb
k
8
Van E
k
48-70
16
2
10
63
59
57
55
39
vb
6
vb k
1-99
4 k vb vbvb
2
vb
Faberhof
22
20
4
18
16
14
12
6
10
8
vb
74
72
70
k
68
66
64
62
60
vb
vb k
Bosmahof vb
101-199 hm k
vb straat vb
vb
k vb vb k hm
vb vb r
10
14 12
16
Hugo de Grootstraat
18 r
vb
Van Essenlaan
k
vb
1 k
3 3
1 3
vb
5
9
7
5
3A
7 k hm
9
5
Thomas Morestraat
11 vb
hm
k
2
7
15 k
19
Rondweg-oost
17
9
21 vb
23 vb
3
25
de
27
Grootstraat
Benedeneind Hugo
k
hm
hm
m
k
2
k
k
k
vb
15
hm
Benedeneind
hm
vt
3A
1 13-15
11
hm
Groeneveldselaa
2
74
an
ssenla
13 1G
n
ZIE BLAD 1B
vb
ZIE BLAD 3A
k
61
59
hm
10
tel
5
hm
hm
4
72
hm
hm
hm
hm
3
1-1B
vb
70
5
1A hm
15
hm
vb
2B vb
13
6
68
hm
vb
Wageningsela
an hm
vb
vb
r r wl
r
hm vb
vb hm vb k vb
Inductorstraat
k
bk
r
vt vb vb
6-6D
k r
vb
1B
r
r
k
r
vb
66
vb
vb
k
k
straat
vb
k
k
8
k
k
r
vb
vt bk
72
vb
k
hm
Inductorstraat
vb
hm
Wageningsela
an
8
16
45
10
hm
Wageningsela hm
an
16-18A k
43B
43A
64
43
60
41 vb
5B
Buit
hm
hm
vb
10
vb
44 8
enh
5A
vb
hm
17
Kernreactorst
uish
raat Kernreactorst
1
11 24
32-36
Inductorstraat
10
raat
hm
13
1A
24A
9A-9C
of
vb
9
vb
24-26A vb
5-7 hm
hm
3 1A
3-3E
1-1C 28
Natura 2000 gebied
5-7A
1D
16
13A
Smalle
7-9F
8-8A
11-11A
9C
9-9A
12
1A
6A
Zijde
9B 9D
18
9E
13
32-46
62
De
8-10
vb
Inductorstraat
13/01-13A
11G
hm
13B
11F 13C
11E
13D
r
11D
13E
15
14
11H
12
11I
hm
10A
rwl r
11C
13F 11B
De
Smalle
16
Zijde
11A
11
48
r
r
12
vb vb
15-15E
18-18M
plaats vb
vb
r
3A
vb
hm
k
k
20
vb
plaats vb
k
r
vb
k
vb
hm
17-17A
r
at
60
k
Kernreactorstra
vb
18C-18H
k
20A
vb
vb
r
r
vt
k
plaats vb k
vb
vb
gas
vb
k k vb
k plaats vb
k
k vb
vb vb
22-22B vb
5B/01 vb
hm
5C/01 5
5A 5D/01 5E/01
De
24
5B
Smalle Zijde
5C
Ronduutweg
vb vb r
58
5D
5E vb
7
14
0
hm
9A
9
13A
250
500
750
1000m
13
56
16
Schaal 1:25000
5
4 3 2 1 code
omschrijving
datum
getekend
gecontroleerd
N233 VEENENDAAL - OCHTEN Oostelijke rondweg Veenendaal Voorlopig ontwerp, voorkeursvariant 2x2 70 km/u Situatietekeningen Gedeelte Wageningselaan/Industrielaan - Prins Clauslaan
0
10
20
Schaal 1:1000
30
40m
PROJECTCODE N233-17.001
TEKENINGNUMMER N233-17.001-VO-SIT_70KM
STATUS Concept
VERSIE 0.2
SCHAAL 1:1000
FORMAAT A1.0
GETEKEND J.J.Bekkink
GECONTROLEERD -
DATUM VAN UITGAVE 18 november 2019
BLAD 2 van 3
DOCUMENT Tekening
www.provincie-utrecht.nl ©
Provincie Utrecht | Alle rechten voorbehouden
12
k
k
14
r
100 .00 0
64
13
vb
38
40
44
46
42
48
52
54
50
56
58
62
60
2 0 0 0.0 00
hm
Va n
k
Es se n laa n
k vb
16 18
100 .0 0 0
ri.
k
Oos
Rhe
nen
tel
ijke
Ran
k
2
dw
1
2
vb
4
eg
1
2
6
N23
59
hm
8
3
2 1
2
4
k
4
3
3
4
63
4
5
6
18
0.0 00
3
16
000
14
61
vb
12
210 0.
10
5
6 6
k
5
6 65
1
8
22
8
7
24
7
k
67
8
26
.000
7
200
20
72
2 2 0 0.0 00
74
8
9
10
9
10
28
70
10
32
30
2
9 69
34
68
10
36 k
12
14
k
14
42
k
44
75
k
15
2
16
2315 .00
k
48
7
46
5
77
50 k
52 54
2A
9
10
58
As weg
0
56
79
D2
73
13
k
k
40
3
8
60
2 2 0 0.0 00
1
6
62
29
4
11
Beplanting
25
58
27
12
56
BLA
11
12
13
64
81
13
15
17
19
21
23
k
1
4A
Haag
60
6
ZIE
71
11
hm
2 2 6 0.00 0
38
11
12
4
66
Legenda
62
1A
hm
14
k
18
66
16
Grondwerklijn teen
15
17
19
21
23
25
27
29
k
70
3A
68
8
72
5
8A
13
2300 .000
3
64
6A
Grondwerklijn kruin
2700.000
1
3
5
7
9
11
13
r
Wand Perceelsgrens
P
k
2400. 0
hm
3
4
10
2550.000
k
k
1
2
2790.000
17
19
23
25
27
29
31
76
21
15 17
2500.000
74
Schanskorf
7 k
19
6
12
Duiker k r
ABRI k
r
k
16
17
5
8
00
9
Bebouwing
k
k
Oostelijke Randweg N233
k
7
10
11
Kantopsluiting k
k
hm
ABRI
r
€
2800.000
k
Brandstof projzen
hm
k
k
k
k
5
Trottoirband 130/150 mm RWS trottoirband 110/220 mm
k
k
k
k
2
13
11
2600.000
hm
k
9
16
2700.000
k
3
15
14
2500.000
hm
1
12
13
12
1
4
Voorkantband
€
Peil=0
1250- peil
7
Winkelcentrum
ri. A12
9 k
k
€
3
6
Verharding
k
5 k
€
8
11
11D
r
Stootband verharding
12
41
7
13
11C
6
4
2
8
k
10
39
37
12
11
17
35
14 13
33
19 15
16
31
21 17
18 20
19
29
23
27
21
22
25
0
10
20
30
40m
Langsstreep 1-3 (0.45)
ZIE BLAD 3B
Spitsbergenweg
9
15
Langsstreep 1-1 (0.15)
Langsstreep 0.30-2.70 (0.10) Langsstreep 3-3 Langsstreep 3-3 (0.15)
25
Langsstreep 3-9 (0.15)
27
Langsstreep doorgetrokken (0.15)
23
29
23
Schaal 1:1000
21
31
Puntstuk
15 78
54 8
151 48
44 153
46
13
37
80
46
52 82 vb vri
k vb vri
vri
k vb plaats vb
vb vri
vb vri
k
vb
vri
vb vb vb vb vri vb
46
k
vb
vri 42
vb vb
vb vb vb k
k k
44 48
k vb
vb
r
k hm k hm
k
147
149
151
155
153
157
159
161
163
165 k r
6
k k
Buurtlaan
oost
2
k
k k k
76
78
74A
80
82
84
86
88
82A
Willem Barentszstraat
4
k
k
3
vb vb
82A
hm
2
hm
5 k
k
14 4
12 10 8
7
6 k k
1
17
9
15 13
11 3
3B k
k
r
r
23
Cornelis de Houtmanstraat
48
155
23
11
1
4
5
k
7
38
42
40
44
9
46
hm
50
vb hm
k
48
27
157
50
29
56 54
52
vb
31
33
k
39
37
35
k
vb
hm
k
k
35
k
k
r
2
4
6
8
10
12
14
16
k
1
18
3
5
20
7
22
24
9
11
26
13
28
30
15
32
17
34
k
hm
19
21
23
25
27
29
31
33
35
18
19
k
r
k
9
k
4
2
1
hm k
11
vb
k
21
20
23
22
hm
3
vb
4
159
k vt bk r r k k
r
k k
k
k k
k
k
12 k k
k
k
€ €
€
€
r hm k k
k k
5
3
161
k
k
33
ABRI
1
6
hm
k
r
5
24
k
k
63
k
69
k
25
k
61
71 77
79
59 65
67
7
7
73
75 81 k hm
ABRI k r
Grenadiersweg
4
6 8
10
12
8
27
14
Nordenheem
1
3
Grenadiersweg
2
5
54 2
16
k
7
9
k
11
13
1
3
5
7
9
Spiesheem
11
13
15
19 k
8
Kozakkenweg
2
6
10 12
14
21
k
23
hm
25
27
29
1
9
9
29
31 7 3
9
11
13
5
k
15
Stuivenbergheem
27
26
17
Kozakkenweg
4
1
k
Lansiersweg
Lansiersweg
17
19
3A 2
4
8
6
21
10
r
12
r
23
25
38
27
40
k
1
29
3
42
k
5
7
9
11
44
Hootsenheem
hm
41
39
37
35
31
33
29
27
Herautenweg
46
25
15
48
23
21
19
17
15
13
11
9
7
4
2
52
Herautenweg
17
50
6
19
8
10
54
21
Diepeveenheem
k
56
23
58
60
Schotheem
k
Ruiterijweg
31
10
28
29
163
13
25
1
5
7
27
9
17
15
19
21
23
25
27
29
31
33
Gaasbeekheem
4
2
74
11
5
11
13
7
3
29
72
70
68
66
64
62
6
8
10
12
14
16
1
18
20
22 10
12
k
14
k
3
16
18
hm
3
5
7
9
11
13
15
17
19
21
23
25
27
29
31
Dijkhorstheem
k k
2
4
k
6
k
8
k
10 12
14 16
18
MacBridestraat
16 12 k
Engelaanhof k
77 hm
75
76
19
17
15
13
74
73
11D
11C
72
71 70 69
1 5
68
3
7
9
11
13
66 2
64
Faberhof
k
62
4 1
k
3
Moeder Theresastraat
5
7
60
67
9
6
11
8
2
4
6
65
8
Hensenhof
10
vb
63
58
61
56
59
54 2
4
6
8
52
MacBridestraat
57
10
12
14
k
16
50 k
48 55 hm
46
53 39
41
43
vb
45
47
44
51
1
42
49
1A
3
3A
5
7
9
40
11
13
72-106 k
vb
38
k
36 2
2A
4
34
k
30
4A
6
6A
De Manhof 8
8A
32
Faberhof
48-70
10
12
28
30 28
26
Albert Schweitzerstraat
k
26
24 r
24
k
22
22
1
vb hm
20
2
3
5
7
9
11
20
r
13
vb
15
17
4
18
k
hm
8
16
6
10
k
14
12
Buitenhuishof 18 16
14
k
2
12
4
6
tel
Clauslaan
8
56
14
16
12
58
10
vb
10
Prins
vb
8
k vb
6
vb k
1-99
4 k
2 Faberhof
vb
74
72
70
k
68
66
64
62
60
vb
vb k
Bosmahof vb hm k
vb straat vb
vb
k vb vb k hm
vb vb r
14 12
16
Hugo de Grootstraat
18 r
vb
Van
k
Essenlaan
vb
1 k
3 3
1 3
vb
5
9
7
5
3A
7 k hm
9
5
Thomas Morestraat vb
hm
k
7
13
15 k
19
Rondweg-oost
17
9
21 vb
23 vb
3
25
Benedeneind
de
27
Hugo
k
hm
hm
m
k
2
k
k
k
vb
15
hm
Benedeneind
hm
vt
3A
13-15
plaats vb
11
hm
n
k
3210.000
3480.000
11
2
1G
Groeneveldselaa
16
17
3080.000
11
2975.000
2810.000
zstraa t
vb vbvb
vb
101-199
10
Grootstraat
k
34
14
32
35
15
33
Lorent
13
165
12
30
31
Buurtlaan Oost
1
18
k
Henri Dunantstraat
hm
10
tel
5
hm
hm
hm
hm
k
k
hm
3
k
vb
vri
5
1A
k
k
hm
hm
vb
k
2B vb
13
r
k
hm
k
k
r
hm
k
r
k
k
hm
vb
Wageningsela
an
vb
k
k
k
Brandstof prijzen
vb vri
k
k
r
k
r
k
k k
hm
k
hm
1-1B
hm
vb
vb
r r wl
k
k
k
r
hm vb
vb hm vb k vb
Inductorstraat
k
ri. Rhenen
bk
r
vt vb vb
6-6D
k r
vb
1B
r
r
k
r
vb
vb
vb
vb
k
k
straat
vb
k
k
k
k
r
vb
vt bk
72
vb
k
hm
Inductorstraat
vb
hm
Wageningsela
an
8
vb vri
16
10
hm
Wageningsela hm
an
16-18A k
43B
43A
43
60
41 vb
hm
5B hm
vb
vb
10
vb
44 8
5A
vb vri
vb
hm
Kernreactorst
17
raat
hm
raat
13 Kernreactorst
1
11 Inductorstraat
32-36 1A
24A
9A-9C vb
24-26A vb
5-7 hm
1A
3-3E
1-1C
5-7A
28
1D
16
13A
De
Smalle
6A
Zijde 7-9F
9B
8-8A
11-11A
9C
9-9A
9D
9E
32-46
13
vb
11H
13/01-13A
hm
11G
13B
11F 13C
11E
13D
11D
13E
15
r
rwl r
11C
13F 11B
De
Smalle
Zijde
11A
11
48
r
r
12
vb vb
15-15E
18-18M
plaats vb
vb
r
vb
3A
k
r r
hm
k
k
vb vri
k
16
hm
k
k
20
vb
plaats vb
k
r
vb
vb
k
k
vb
hm
18C-18H
17-17A
r
at
k
14
11I
hm
12
Kernreactorstra
k k
18
8-10
10A
ri. A12
k
20A
vb
vb
r
r
vt
k
r
k
k
k
plaats vb k
vb
vb
gas
vb
k k vb
k plaats vb
k
k vb
vb vb
vb
hm
5C/01
5A 5D/01 5E/01
De
24
5B
12
3600.0 00
22-22B vb
5B/01
5
Smalle Zijde
5C
vb
Ronduutweg
k
vb
hm
Inductorstraat
k
hm
k
24
vb
9
3
1A
k
3500.000
eg N233
45
e Randw
vb
r
3300.000
vb hm
3400.000
vb
vb
vb
3200.000
k
hm
k
3100.000
hm
k
3000.000
hm
vb
vb
k
bk vt
2900.000
hm
k
k
Oostelijke Randweg N233
Oostelijk
vb r
5D
5E vb
7
hm
9A 13A
vri
k
k
k
k
vb vri
9
13
0
250
500
750
1000m
k vb
k
vri
Schaal 1:25000
vb
4 3 2 1 code
vb
vb
vb
k
86
vb
datum
getekend
gecontroleerd
PROJECTCODE N233-17.001
TEKENINGNUMMER N233-17.001-VO-SIT_70KM
STATUS Concept
VERSIE 0.2
SCHAAL 1:1000
FORMAAT A1.0
GETEKEND J.J.Bekkink
GECONTROLEERD -
DATUM VAN UITGAVE 18 november 2019
BLAD 3 van 3
DOCUMENT Tekening
vb
N233 VEENENDAAL - OCHTEN
vb
ZIE BLAD 3A
84
omschrijving
k
Oostelijke rondweg Veenendaal Voorlopig ontwerp, voorkeursvariant 2x2 70 km/u Situatietekeningen Gedeelte Prins Clauslaan - Lorentzlaan
88
0
10
20
30
40m
Schaal 1:1000
www.provincie-utrecht.nl ©
Provincie Utrecht | Alle rechten voorbehouden
Kenmerk
Bijlage 2
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Situering boringen DINOloket
Bodeminformatie DINOloket
B39E2363
2
B39E2367 B39E2384 B39E2385
B39E2765 B39E2767 B39E2764 B39E2362 B39E0436 B39E2361 B39E0212 B39E2369
B39E2368 B39E2386
B39E2387
B39E2360 B39E2356
B39E0193 B39E2184 B39E2190 B39E2191
B39E2207
´
Legenda Bodeminformatie DINOloket ( !
Boringen Verdiepte ligging N233 Projectgebied
B39E2176 0
100
200 m
1:5000 1271416_10011U.MXD
Kenmerk
Bijlage 3
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Situering peilbuizen DINOloket
Peilbuizen Dinoloket ( !
3
B39E2787
B39E2819 ! (
B39E2793 ! (
( B39E2825 B39E2802! ! (
B39E2809 ! (
B39E2831 ! (
B39E2832 ! ( B39E2847 ! ( B39E2833 ! (
B39E2840 ! (
Legenda pb_model ( !
B39E2813 ! (
B39E0422 ( ! B39E0412 B39E0412 ( B39E0412 ! B39E2613 ( (! B39E0415B39E0414 ! ( ! B39E0411 B39E0415 B39E0410 ( ! B39E0419 ! ( B39E0410 ! ( B39E2618 ( ! B39E0416 B39E0416! ( ( ! B39E0385 B39E0421 B39E2614 ( ! ( ! B39E2615 ! (( ! ( B39E0417 ! B39E2617B39E0417 B39E0223 ( !
´
pb_model Verdiepte ligging N233 Projectgebied
B39E2841 ( !
0
500
1.000 m
1:20000 1271416_10011U.MXD
Kenmerk
Bijlage 4
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Opbarstrisico
Tauw Rotterdam Rhijnspoor 209 Postbus 6, 2900 AA Capelle a/d IJssel telefoon 010-2886100 fax 010-2886166
Versie 1.5.5
Project: Effecten verdiepte ligging N233 Projectnr: 1271416 Onderdeel: geohydrologie Datum 14-2-2020 Berekend 14-2-2020
Opbarsten Invoer grondsoort en parameters gunsat;gem code soort 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
kN/m3 19.0 20.0 14.0 15.0 16.0 17.0 18.0 13.0 10.0 11.0 12.0 11.0 18.0
dikte [m] <= MV 1.00
laag code
laag type
g.unsat;gem [kN/m3]
g.sat;gem [kN/m3]
1
zand, los
17.0
19.0
1.00
9
veen, slap
10.0
10.0
5.90
2
zand, matig
18.0
20.0
2.00
9
veen, slap
10.0
10.0
1.75
2
zand, matig
18.0
20.0
3.00
3
klei, slap
14.0
14.0
8.85
2
zand, matig
18.0
20.0
4.00
6
klei, matig 2
17.0
17.0
3.00
2
zand, matig
18.0
20.0
44.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
zand, los zand, matig klei, slap klei, zwak zandig klei, matig 1 klei, matig 2 klei, sterk zandig klei, organisch veen, slap veen, matig slap veen, matig klei / veen aanvulling zand
Invoer laagopbouw niveau bovenzijde laag [m;NAP] 6.50
gsat;gem
3
kN/m 17.0 18.0 14.0 15.0 16.0 17.0 18.0 13.0 10.0 11.0 12.0 11.0 16.0
5.50 4.50 -1.40 -3.40 -5.15 -8.15 -17.00 -21.00 -24.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00
Opbarstberekeningen
1/3
14-2-2020 23:32
Tauw Rotterdam Rhijnspoor 209 Postbus 6, 2900 AA Capelle a/d IJssel telefoon 010-2886100 fax 010-2886166
Versie 1.5.5
Project: Effecten verdiepte ligging N233 Projectnr: 1271416 Onderdeel: geohydrologie Datum 14-2-2020 Berekend 43875
Controle opbarsten conform NEN 9997-1 situatie 1: ontgraven situatie
materiaalfactor vol. massa grond: 0.90
ontgraven situatie ontgravingsniveau ok afsluitende laag
Geen partiële factoren op waterstand of stijghoogte toegepast => invoer dient al rekenwaarde te zijn
niveau [m NAP]
dikte [m]
laag code
ws ontgraving stijghoogte 1e wvp
laag type
water in bouwkuip/watergang:
dikte [m]
g.sat;laag [kN/m3]
0.00
10.0
0.500 m NAP -3.400 m NAP 0.000 m NAP 5.750 m NAP (hoogste stijghoogte) g.sat x d [kN/m2] 0.0
situatie 2: situatie naast ontgraving. (Voor open, smalle ontgraving met meename gewicht grondlagen aan weerszijden)
situatie naastgelegen maaiveld maaiveldniveau 6.500 m NAP ok afsluitende laag -3.400 m NAP gws stijghoogte 1e wvp
dikte [m]
g.sat;laag [kN/m3]
0.00
10.0
5.200 m NAP 5.750 m NAP
g.sat x d [kN/m2]
0.0 kN/m²
0.0 0.0 kN/m²
6.50 1.00
1
zand, los
0.00
19.0
0.0
1.00
19.0
19.0
1.00
9
veen, slap
0.00
10.0
0.0
1.00
10.0
10.0
5.90
2
zand, matig
1.90
20.0
38.0
5.90
20.0
118.0
2.00
9
veen, slap
2.00
10.0
20.0
2.00
10.0
20.0
1.75
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
3.00
3
klei, slap
0.00
14.0
0.0
0.00
14.0
0.0
8.85
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
4.00
6
klei, matig 2
0.00
17.0
0.0
0.00
17.0
0.0
3.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
44.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
5.50 4.50 -1.40 -3.40 -5.15 -8.15 -17.00 -21.00 -24.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 grondgewicht:
58.0 kN/m²
167.0 kN/m²
grondgewicht rekenwaarde:
52.2 kN/m²
150.3 kN/m²
opwaartse waterdruk:
91.5 kN/m²
91.5 kN/m²
(Gwater;d + Ggrond;d) / Pwater = opbarstveiligheid (minimaal 1,00):
Opbarstberekeningen
(Gwater;d + Ggrond;d) / Pwater = 0.57
2/3
1.64
14-2-2020 23:32
Tauw Rotterdam Rhijnspoor 209 Postbus 6, 2900 AA Capelle a/d IJssel telefoon 010-2886100 fax 010-2886166
Versie 1.5.5
Project: Projectnr: Onderdeel: Datum Berekend
Effecten verdiepte ligging N233 1271416 geohydrologie 14-2-2020 43875
a / d2 = b / d2 =
0.03 1.03
Berekening opbarstveiligheid volgens NEN 9997-1, art. 10.2 figuur 10b (smalle bouwput)
Geometrie
Vormfactor
(= breedte talud. Is d 1 bij taluds 1:1)
a= b= d2 = d1 =
0.10 4.00 3.90 6.00
[m] [m] [m] [m]
f= g2;d * d2;d =
0.17 52.20
[-] [kN/m2]
(= halve breedte bouwkuip) (= totale dikte bouwkuipbodem) (= totale diepte van de bouwkuip)
(zie ook NEN 6740, art. 14.3.1, figuur 16) (= totale gewicht (rekenwaarde) grondlagen deklaag onder ontgraving, inclusief gewicht van eventueel aanwezig water in de ontgraving) 2 [kN/m ] (= totale gewicht (rekenwaarde) grondlagen aan weerszijden van ontgraving, g1;d * d1;d = 98.10 verschil tussen grondspanning naast de sleuf en onder de sleuf) Pz;d <= g2;d * d2;d + f * g1;d * d1;d = 68.87
Waterdruk NEN : opbarstveiligheid (minimaal 1,00):
Pz;d =
91.50
[kN/m2]
Ggrond;d =
68.87
[kN/m2]
U.C. =
0.75
(<1,00 en dus onvoldoende)
10 8
ab maaiveld is NAP 6.50 zand, los NAP 6.50
6
Stijghoogte NAP; 5.75 d1
veen, slap NAP 5.50 zand, matig NAP 4.50
4 2
NAP 0.50
0
d2
NAP 0.00 veen, slap NAP -1.40
-2 zand, matig NAP -3.40
-4 -6 -11
-10
Opbarstberekeningen
-9
-8
-7
-6
-5
-4
-3
-2
3/3
-1
0
1
2
3
4
5
6
7
14-2-2020 23:32
Tauw Utrecht Australiëlaan 5 Postbus 13015, 3502 GA Utrecht telefoon 030-2824824 fax 030-2889484
Versie 1.5.5
Project: Effecten verdiepte ligging N233 Projectnr: 1271416 Onderdeel: geohydrologie Datum 14-2-2020 Berekend 14-2-2020
Opbarsten Invoer grondsoort en parameters gunsat;gem code soort 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13
kN/m3 19.0 20.0 14.0 15.0 16.0 17.0 18.0 13.0 10.0 11.0 12.0 11.0 18.0
dikte [m] <= MV 1.00
laag code
laag type
g.unsat;gem [kN/m3]
g.sat;gem [kN/m3]
1
zand, los
17.0
19.0
1.00
9
veen, slap
10.0
10.0
5.90
2
zand, matig
18.0
20.0
2.00
9
veen, slap
10.0
10.0
1.75
2
zand, matig
18.0
20.0
3.00
3
klei, slap
14.0
14.0
8.85
2
zand, matig
18.0
20.0
4.00
6
klei, matig 2
17.0
17.0
3.00
2
zand, matig
18.0
20.0
44.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
0.00
2
zand, matig
18.0
20.0
zand, los zand, matig klei, slap klei, zwak zandig klei, matig 1 klei, matig 2 klei, sterk zandig klei, organisch veen, slap veen, matig slap veen, matig klei / veen aanvulling zand
Invoer laagopbouw niveau bovenzijde laag [m;NAP] 6.50
gsat;gem
3
kN/m 17.0 18.0 14.0 15.0 16.0 17.0 18.0 13.0 10.0 11.0 12.0 11.0 16.0
5.50 4.50 -1.40 -3.40 -5.15 -8.15 -17.00 -21.00 -24.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00
Opbarstberekeningen2
1/3
11-3-2020 15:35
Tauw Utrecht Australiëlaan 5 Postbus 13015, 3502 GA Utrecht telefoon 030-2824824 fax 030-2889484
Versie 1.5.5
Project: Effecten verdiepte ligging N233 Projectnr: 1271416 Onderdeel: geohydrologie Datum 14-2-2020 Berekend 43875
Controle opbarsten conform NEN 9997-1 situatie 1: ontgraven situatie
materiaalfactor vol. massa grond: 0.90
ontgraven situatie ontgravingsniveau ok afsluitende laag
Geen partiële factoren op waterstand of stijghoogte toegepast => invoer dient al rekenwaarde te zijn
niveau [m NAP]
dikte [m]
laag code
ws ontgraving stijghoogte 1e wvp
laag type
water in bouwkuip/watergang:
dikte [m]
g.sat;laag [kN/m3]
0.00
10.0
0.500 m NAP -8.150 m NAP 0.000 m NAP 5.750 m NAP (hoogste stijghoogte) g.sat x d [kN/m2] 0.0
situatie 2: situatie naast ontgraving. (Voor open, smalle ontgraving met meename gewicht grondlagen aan weerszijden) situatie naastgelegen maaiveld maaiveldniveau 6.500 m NAP ok afsluitende laag -8.150 m NAP gws stijghoogte 1e wvp
dikte [m]
g.sat;laag [kN/m3]
0.00
10.0
5.200 m NAP 5.750 m NAP
g.sat x d [kN/m2]
0.0 kN/m²
0.0 0.0 kN/m²
6.50 1.00
1
zand, los
0.00
19.0
0.0
1.00
19.0
19.0
1.00
9
veen, slap
0.00
10.0
0.0
1.00
10.0
10.0
5.90
2
zand, matig
1.90
20.0
38.0
5.90
20.0
118.0
2.00
9
veen, slap
2.00
10.0
20.0
2.00
10.0
20.0
1.75
2
zand, matig
1.75
20.0
35.0
1.75
20.0
35.0
3.00
3
klei, slap
3.00
14.0
42.0
3.00
14.0
42.0
8.85
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
4.00
6
klei, matig 2
0.00
17.0
0.0
0.00
17.0
0.0
3.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
44.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
0.00
2
zand, matig
0.00
20.0
0.0
0.00
20.0
0.0
5.50 4.50 -1.40 -3.40 -5.15 -8.15 -17.00 -21.00 -24.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 -68.00 grondgewicht:
135.0 kN/m²
244.0 kN/m²
grondgewicht rekenwaarde:
121.5 kN/m²
219.6 kN/m²
opwaartse waterdruk:
139.0 kN/m²
139.0 kN/m²
(Gwater;d + Ggrond;d) / Pwater = opbarstveiligheid (minimaal 1,00):
Opbarstberekeningen2
(Gwater;d + Ggrond;d) / Pwater = 0.87
2/3
1.58
11-3-2020 15:35
Tauw Utrecht Australiëlaan 5 Postbus 13015, 3502 GA Utrecht telefoon 030-2824824 fax 030-2889484
Versie 1.5.5
Project: Effecten verdiepte ligging N233 Projectnr: 1271416 Onderdeel: geohydrologie Datum 14-2-2020 Berekend 43875
Berekening opbarstveiligheid volgens NEN 9997-1, art. 10.2 figuur 10b (smalle bouwput)
Geometrie
Vormfactor
a / d2 = b / d2 =
(= breedte talud. Is d 1 bij taluds 1:1) (= halve breedte bouwkuip) (= totale dikte bouwkuipbodem) (= totale diepte van de bouwkuip)
a= b= d2 = d1 =
0.10 4.00 8.65 6.00
[m] [m] [m] [m]
f= g2;d * d2;d =
0.48 121.50
[-] [kN/m2]
0.01 0.46
(zie ook NEN 6740, art. 14.3.1, figuur 16) (= totale gewicht (rekenwaarde) grondlagen deklaag onder ontgraving, inclusief gewicht van eventueel aanwezig water in de ontgraving) [kN/m2] (= totale gewicht (rekenwaarde) grondlagen aan weerszijden van ontgraving, g1;d * d1;d = 98.10 verschil tussen grondspanning naast de sleuf en onder de sleuf) Pz;d <= g2;d * d2;d + f * g1;d * d1;d = 168.27
Waterdruk NEN : opbarstveiligheid (minimaal 1,00):
Pz;d =
139.00
[kN/m2]
Ggrond;d =
168.27
[kN/m2]
U.C. =
1.21
(>1,00 en dus voldoende)
10
8
ab maaiveld is NAP 6.50 Stijghoogte NAP; 5.75 d1
zand, los NAP 6.50
6
veen, slap NAP 5.50 zand, matig NAP 4.50
4 2
NAP 0.50
0
d2
NAP 0.00 veen, slap NAP -1.40
-2
zand, matig NAP -3.40
-4
klei, slap NAP -5.15
-6 -8
zand, matig NAP -8.15
-10 -11
-10
-9
Opbarstberekeningen2
-8
-7
-6
-5
-4
-3
-2
3/3
-1
0
1
2
3
4
5
6
7
11-3-2020 15:35
Kenmerk
N002-1271416SPJ-V03-mdg-NL
Bijlage 5
Schematisatie grondwatermodel
Software Om de modelstudie uit te voeren is gebruikgemaakt van GMS Modflow (Aquaveo, versie 10.4.5, 2019). Dit modelleerpakket rekent de grondwaterstromen en stijghoogtes uit op basis van eindige differenties en is een schil om Modflow heen. Modelbegrenzing en gridverfijning De modelgrenzen zijn gekozen op een afstand groter dan 3x de spreidingslengte: 3*√(kD*c). Op basis van dit uitgangspunt blijkt dat de modelgrens op minimaal 4 km afstand van de bemalingslocatie dient te liggen: 3*√(360*5000) = 4.025 m. Om randeffecten te voorkomen is uiteindelijk gekozen op een modelgrootte van circa 6,6 x 8,1 km. In het model is gerekend met tien modellagen. De parameters per modellaag staan in onderstaande tabel. Modellaag
Bovenkant
Onderkant
laag
laag
(m NAP)
(m NAP)
1
AHN
+4,5
2
+4,5
3
-1,4
4 5
Geohydrologische eenheid
khorizontaal
kverticaal
(m/dag)
(m/dag)
Deklaag
0,01
0,05
-1,4
Eerste watervoerend pakket
20
10
-3,4
Eerste scheidende laag
0,01
0,005
-3,4
-5,1
Tweede watervoerend pakket
20
10
-5,1
-8,1
Tweede scheidende laag
0,01
0,005
6
-8,1
-11,5
Derde watervoerend pakket
20
10
7
-11,5
-17
Derde watervoerend pakket
20
10
8
-17
-21
Derde scheidende laag
0,001
0,001
9
-21
-24
Vierde watervoerend pakket
20
10
10
-24
-68
Vierde watervoerend pakket
75
50
Het grid is vervolgens samengesteld met een celgrootte van circa 2 m ter plaatse van de verdiepte ligging. Naar de randen toe is het grid grover, tot een celgroottes van circa 200 x 200 m. In onderstaand figuur zijn de modelgrenzen en het grid weergegeven.