CConstaterende datVeenendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Omgevingsvisie gemeente Veenendaal

Beeldvormende avond 30 augustus 2022, gemeente VeenendaalBij agendapunt: Parallelsessie 2: Ruimte (locatie gemeentehuis, raadzaal)25.785 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Omgevingsvisie | 71

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

9.2 De leefomgeving biedt bescherming tegen blootstelling aan schadelijke stoffen/effecten. We behouden of verbeteren de kwaliteit van het milieu • We nemen maatregelen om de luchtkwaliteit te verbeteren, voor Veenendaal zijn wegverkeer en houtrook de belangrijkste bronnen die belastend zijn voor de luchtkwaliteit. Hierbij hebben de meest effectieve maatregelen in de zin van kosten/ baten verhouding de voorkeur; • We stellen eisen aan geluidniveaus, aan trillingen, geur, licht. Bij de keuze voor maatregelen nemen we ook het aantal gehinderden mee. Voor de blootstelling aan geluid worden op industrieterreinen waar nodig geluidproductieplafonds vastgesteld. Op industrieterreinen met veel geluid houden we rekening met cumulatie van geluid; • Het aantal woningen met hoge geluidbelasting willen we zo laag mogelijk houden. Bij woningen met hoge geluidbelasting worden aanvullende eisen gesteld; • De gemeente faciliteert horeca, evenementen en (bouw)activiteiten op bepaalde locaties, waarbij de hinder van geluid beheersbaar wordt gehouden voor de omgeving; • We nemen bij de inrichting van openbare ruimten en op- en inrichten van gebouwen zo mogelijk maatregelen die het roken, gebruik van alcohol en andere genotsmiddelen tegengaan;

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

• We nemen, indien nodig, maatregelen tegen ernstige geluidoverlast, gezondheidsrisco’s en schade door vuurwerk; • We verminderen zo mogelijk de milieuhinder in woon- en leefgebieden veroorzaakt door industriële bedrijven. We streven naar en waar mogelijk ondersteunen we het verplaatsen van de industriële bedrijven in woonwijken naar bedrijventerreinen, zoals Lantor, Trivium en Carbogen. Dit geldt ook voor de afronding van de herstructurering van het Stationskwartier tot aan de Groeneveldselaan naar woningbouw; • De nadelige gezondheidseffecten van de milieuaspecten worden zoveel mogelijk voorkomen door het nemen van lokale maatregelen. Bij het nemen van maatregelen geldt de voorkeursvolgorde: a. maatregelen bij de bron; b. maatregelen gericht op de overdracht; c. maatregelen bij de ontvanger.

Wegverkeerslawaai Omgevingsvisie | 72

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

9.3 De bodemkwaliteit gaat niet achteruit en wordt waar mogelijk en/ of nodig verbeterd We zorgen dat de bodemkwaliteit niet achteruit gaat en waar mogelijk of nodig verbetert • Nieuwe bodemverontreiniging wordt voorkomen of –indien toch ontstaan- zo spoedig mogelijk ongedaan gemaakt; • We anticiperen op nieuwe verontreinigende Contouren grondverontreinigingen stoffen in de bodem;

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

• De bodem wordt bij aanwezigheid van historische verontreiniging functiegericht geschikt gemaakt voor de nieuwe functie; • De bodem en ondergrond worden zo mogelijk benut om bij te dragen aan een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving, zoals warmtewinning. Hierbij vindt een afweging plaats tussen bijdrage aan maatschappelijk nut en mogelijke risico’s:

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

oo Er is zo min mogelijk risico voor gebruikers van de bodem bij aanwezigheid van verontreiniging; oo Afstemming met provincie, waterschap en drinkwaterbedrijf is nodig over een goede balans tussen beschermen van drinkwater enerzijds en benutten van grondwater voor energietransitie anderzijds.

Contouren grondwaterverontreinigingen Veenendaal

Contouren grondverontreinigingen Veenendaal

Nazorglocatie bodem Nazorglocatie Nazorglocatiebodem bodem

Nazorglocatiegrondwater bodem Nazorglocatie

Voormalige stortplaatsen

Voormaligestortplaatsen stortplaatsen Voormalige

Contouren bodemverontreinigingen

Contouren grondwaterverontreinigingen

Nazorglocatie bodem

Voormalige stortplaatsen Contouren bodemverontreinigingen

Contouren bodemverontreinigingen

RUD Status locatiecontour

RUD Status locatiecontour

Status RUD Status locatiecontour Ernstig, spoed, saneren voor 2015 Urgent, san binnen 4 jaar Urgent, san binnen 5-10 jaar Ernstig, geen risicos bepaald Ernstig, geen spoed Ernstig, niet urgent Ernstig, urgentie niet bepaald Potentieel verontreinigd Potentieel spoed Potentieel ernstig, niet urgent Niet ernstig Niet ernstig, plaatselijk sterk verontrein Niet ernstig, licht tot matig verontrein Niet verontreinigd GEEN STATUS

0

400

800

Status

RUD Status locatiecontour Ernstig, spoed, saneren voor 2015 Urgent, san binnen 4 jaar Urgent, san binnen 5-10 jaar Ernstig, geen risicos bepaald Ernstig, geen spoed Ernstig, niet urgent Ernstig, urgentie niet bepaald Potentieel verontreinigd Potentieel spoed Potentieel ernstig, niet urgent Niet ernstig Niet ernstig, plaatselijk sterk verontrein Niet ernstig, licht tot matig verontrein Niet verontreinigd GEEN STATUS

0

1200m

30-01-2019

Grondverontreinigingen

400

800

1200m

30-01-2019

Grondwaterverontreinigingen

Omgevingsvisie | 73

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

9.4 Voorkomen risico’s door sturen op externe veiligheid We zorgen dat risico’s van activiteiten19 beheersbaar zijn • De risico’s voor de omgeving door het gebruik en vervoer van risicovolle stoffen en materialen bij activiteiten en nieuwe ontwikkelingen, zoals duurzame energie, zijn beheersbaar; • We houden rekening met het aantal personen dat wordt blootgesteld aan deze risico’s; • Een risico is onaanvaardbaar als de mogelijkheden van zelfredzaamheid en beheersbaarheid van een ramp ontoereikend worden geacht; • Nieuwe risicobedrijven staan we slechts toe op de aangewezen bedrijventerreinen; • We stellen aandachtsgebieden vast waar extra risico is op explosie, brand en/of gifwolk en stellen hiervoor regels op; • We vinden het niet wenselijk dat zich objecten ten behoeve van personen met een verminderde zelfredzaamheid/zeer kwetsbare objecten zich bevinden in het aandachtsgebied van risicobronnen. Voor bestaande situaties streven we naar het verbeteren of opheffen van de risico’s; • We vinden het belangrijk dat de rampenbestrijding en de beheersbaarheid van een ramp op orde zijn. Daarom betrekken we de Veiligheidsregio bij de start van een ruimtelijke ontwikkeling in de buurt van een risicobron.

Zie voetnoot 5

19

Omgevingsvisie | 74

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

10. Centrum Veenendaal zet in op een compacte, complete en aantrekkelijke binnenstad. Winkelen is nog steeds belangrijk. Maar meer dan voorheen worden wonen, werken, cultuur, ontspanning, genieten en maatschappelijke functies in het centrum toegevoegd. Hippe koffie- en eetgelegenheden met gezellige terrassen en vernieuwende horecaconcepten dragen bij aan een aantrekkelijke en gastvrije stad. Meer groen zorgt voor een nog prettiger verblijf en hogere kwaliteit van de binnenstad. Het centrum versterkt de regionale aantrekkingskracht. Belangrijkste opgaven 1. Een vitale binnenstad; 2. Meer levend groen in het centrum; 3. Reguleren van horeca en uitgaansvoorzieningen; 4. Stimuleren toerisme en recreatie; 5. Optimaliseren warenmarkt; 6. Andere kijk op mobiliteit in het kernwinkelgebied.

Omgevingsvisie | 75

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

10.1 Inleiding

De leisure sector groeit gestaag, doordat consumenten meer vrije tijd krijgen (vergrijzing). Met leisure bedoelen we bowlingbanen, kartbanen, sauna’s en fitness. Leisure activiteiten trekken bezoekers aan en vormen een welkome aanvulling op ons kernwinkelgebied. We zetten in op het auto- en fietsluw maken van de binnenstad. In de huidige situatie concurreren verkeer, parkeren en verblijfsruimte met elkaar in het compacte kernwinkelgebied. Veenendaal wil de warenmarkten behouden. De warenmarkten vormen een wekelijks evenement

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

in de binnenstad en op het Bruïneplein. Zij trekken extra bezoekers en vormen een plek voor ontmoeting en verbinding. Maar de locatie en opstelling van de warenmarkten is niet ideaal en door vergrijzing neemt het aantal kooplieden sterk af. Bovendien is de uitstraling onvoldoende. Ook geven bezoekers aan dat andere marktijden wenselijk zijn. Op de vorige pagina staan de zes opgaven voor het centrum. Deze zijn in de aansluitende paragrafen vertaald naar doelstellingen. Per doelstelling is aangegeven hoe we dat concreet vorm geven. We gaan hierbij uit van het huidige beleid. Waar we een nieuwe doelstelling of inspanning hanteren, is dat vermeld.

Omgevingsvisie | 76

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

10.2 Een vitale binnenstad Een vitale binnenstad. Veiligheid, gezondheid en duurzaamheid staan daarbij voorop • We bieden meer ruimte aan kleinschalige kantoorfuncties, flexruimten en ICT- hubs in het centrum; • We scheppen meer ruimte voor vrijetijdfuncties, maatschappelijke dienstverlening, ambachten, kunst en cultuur in ons centrum; • De pleinfuncties worden door ons versterkt. We stimuleren beleving en ontmoeting; • De samenhang tussen de gebieden Duivenweide, Markt en Hoofdstraat/Kerkewijk versterken we; • Het stimuleren van inwoners om activiteiten en evenementen voor elkaar te organiseren in de binnenstad; • Bij nieuwe ontwikkelingen die bijdragen aan verlevendigen van het centrum wordt rekening gehouden met de impact die dit heeft op de bewoners in het centrum. We staan activiteiten in de binnenstad toe onder voorwaarde dat de hinder voor bewoners beheersbaar is; • Ruimte geven aan initiatieven om het kernwinkelgebied te verlevendigen; • We geven ruimte aan ontwikkelingen in de detailhandel die het kernwinkelgebied kunnen versterken, zoals webwinkels, afhaalpunten.

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

We willen in het centrum alleen nog grootschalige functies die bijdragen aan de vitale binnenstad • We stimuleren grootschalige detailhandelsvestigingen vanuit de Schoolstraat te vertrekken naar de overige GDV/PDV locaties in Veenendaal; • We gebruiken de vrijgekomen ruimte in het centrum voor het toevoegen van woningen, groen en andere functies die bijdragen aan een vitale binnenstad. We stimuleren leisure activiteiten in het centrum • Leisure activiteiten met een publiekaantrekkende werking horen thuis in het centrumgebied, bij voorkeur in het kernwinkelgebied; • Leisure die door zijn omvang niet in bestaande panden in het kernwinkelgebied past, plaatsen

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

we erbuiten. Maar wel bij voorkeur dichtbij het kernwinkelgebied in verband met de publiekaanzuigende werking; • Veenendaal biedt ruimte aan grootschalige concepten op de bedrijventerreinen, woonboulevards of op daartoe bestemde delen van de Groeneveldselaan.

10.3 Meer levend groen in het centrum We zetten in op vergroening van de binnenstad gericht op belevingswaarde, klimaatadaptatie en tegengaan van hittestress • Vergroening van het kernwinkelgebied: meer zichtbaar fysiek groen in de winkelstraten, langs de gevels, in de gracht en op de pleinen; • Vergroening van het gebied Duivenweide; • Verbindende groenstructuren tussen centrumgebied en de parken.

Omgevingsvisie | 77

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

10.4 Reguleren van horeca en uitgaansgelegenheden We staan horeca in het centrum toe in de horeca concentratiegebieden en op de overige daartoe aangewezen locaties • We bieden ruimte aan vernieuwende concepten, waardoor verrassende combinaties van horecafuncties en voorzieningen mogelijk zijn. Zoals een galerie of een boekwinkel met een koffiecorner (menging functies in één pand); • We sturen op een goede balans, waardoor wonen, werken en horeca elkaar niet hinderen en de veiligheid niet in het geding komt. We sturen daarbij op openingstijden en categorisering van de horeca, waarbij de mate waarin hinder kan worden ervaren mede bepalend voor het horecaprofiel is; • We bieden ruimte voor het realiseren van terrassen voor de gevel en op aanpalende pleinen waardoor de levendigheid van het gebied wordt versterkt. Er zijn veiligheid- en leefbaarheid bepalende criteria voor de toegewezen terrasruimten; • We ondersteunen initiatieven die gezond eten bevorderen en het drankgebruik onder jongeren beperken. We bieden ruimte aan aantrekkelijke uitgaansvoorzieningen • In het centrum kunnen, op diverse daartoe aangewezen plekken, evenementen worden georganiseerd. In de wijken is ruimte voor kleine evenementen (op daartoe aangewezen plekken).

Speciaal voor grote evenementen, die te groot zijn om te accommoderen in het centrum, is een evenemententerrein buiten het centrum gerealiseerd; • Waar wonen, horeca en evenementen elkaar raken kan eerder geluids-, geur- en verkeeroverlast worden ervaren. We zorgen dat de effecten van horeca en evenementen beheersbaar zijn voor de omwonenden; • In het centrum is ruimte voor een divers horeca aanbod.

Omgevingswet | 78

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

10.5 Stimuleren toerisme en recreatie We stimuleren toerisme en recreatie We verleiden toeristen de binnenstad van Veenendaal te bezoeken voor een ommetje, een dagje winkelen, een fietstochtje, horeca-, leisure- of bezoek aan een culturele voorziening of evenement. Dit doen we door een levendige binnenstad, aantrekkelijk voor bewoners en bezoekers.

10.6 Optimaliseren warenmarkt We kiezen voor een optimalisatie van de warenmarkt • We doen onderzoek naar de juiste locatie en opstelling van de warenmarkten, zodat zij optimaal tot hun recht komen en een positieve samenwerking bieden met evenementen, detailhandel en horeca; • In overleg met de Stichting Warenmarkten verbeteren we de

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

uitstraling van de waren-markten en maken we deze aantrekkelijk voor jonge kooplieden; • Desgewenst bieden we ruimte aan andere markttijden; • We stimuleren dat er evenementen in samenspraak met de warenmarkt, detailhandel en horeca en professionele marketing plaatsvinden tijdens marktdagen.

10.7 Een andere kijk op mobiliteit in het kernwinkelgebied We zetten in op het auto- en fietsluw maken van de binnenstad (nieuw) • De fietstoegankelijkheid van de binnenstad beperken in ruimte en tijd. Dit gebeurt in nauwe relatie met het bieden van voldoende fiets

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

parkeergelegenheid;

• Het probleem van verspreid fietsparkeren pakken we aan door de oplossing te zoeken in het aanbieden van geconcentreerde fietsparkeervoorzieningen; • We blijven inzetten op het bereikbaar houden van de binnenstad met alle vervoersmiddelen. We stimuleren eigen inwoners om met de fiets

Omgevingsvisie Omgevingswet | 79

1. Inleiding 5. Bouwen en wonen

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

6. Groen, natuur en water

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

7. Mobiliteit

5. Doelstellingen per thema

8. Economie

11. Uitvoering 9. Milieu

Bijlagen 10. Aanvullende doelstellingen centrum

te komen; • We zoeken naar meer ruimte voor fietsparkeren; • We ondersteunen duurzame bevoorrading van winkels in het centrumgebied.

Omgevingsvisie | 80

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening in het fysieke domein Met de Omgevingsvisie brengt de gemeente meer samenhang in de lokale regelgeving, wordt het gemakkelijker om in Veenendaal initiatieven te realiseren en worden besluitvormingsprocessen sneller en beter. Lees hoe Veenendaal deze ambities vorm geeft.

Omgevingsvisie | 81

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

De Omgevingsvisie biedt samenhang in beleid en een afwegingskader voor nieuwe ontwikkelingen. Maar de Omgevingswet beoogt meer dan dat. Het Rijk gaat er ook van uit dat de gemeente meer samenhang brengt in de lokale regelgeving, dat het gemakkelijker wordt om in Veenendaal initiatieven te realiseren en dat besluitvormingsprocessen sneller en beter worden. Dit is in de Kaderstellende notitie Omgevingsvisie20 in algemene zin al opgenomen. Hoe Veenendaal die ambities praktisch vormgeeft, is hieronder uitgewerkt. Uitgangspunten voor de dienstverlening Veenendaal krijgt met de Omgevingswet de keuze voorgelegd over hoe we met initiatiefnemers en belanghebbenden in het fysieke domein omgaan: meer regulerend, participerend, uitnodigend, terugtredend, faciliterend of een combinatie daarvan. Dit alles binnen vooraf door de gemeente gestelde kaders. Deze kaders zijn met name gericht op doelstellingen die bijdragen aan een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal. Dat betekent ook nieuwe mogelijkheden voor het inrichten van onze dienstverlening, de klantprocessen en onze manier van werken in het fysieke domein. Die nieuwe omgevingswetdienstverlening geven wij (de komende jaren) stapsgewijs vorm aan de hand van vijf uitgangspunten.

Uitgangspunt 1 Inzichtelijker, voorspelbaarder en gemakkelijker te gebruiken regelgeving De Omgevingsvisie zorgt voor meer samenhang in het gemeentelijk beleid. Dit beleid wordt de komende jaren verder uitgewerkt in samenhangende regelgeving in het Omgevingsplan. Eén van de uitgangspunten van de Omgevingswet is een gelijke informatiepositie voor initiatiefnemers, belanghebbenden en overheid. Daarom zorgen wij ervoor dat de informatie uit de Omgevingsvisie en het Omgevingsplan begrijpelijk wordt gepresenteerd en beter vindbaar zal zijn voor initiatiefnemers en belanghebbenden. Zij kunnen snel en gemakkelijk zelf inzicht krijgen in wat er op een bepaalde plaats in Veenendaal wel of niet mogelijk is, welke regels daarvoor gelden en waarom.

In paragraaf 3.2 uit de Kaderstellende notitie Omgevingsvisie (mei 2018), vastgesteld door de raad. Toepasbare regels zijn juridische regels die begrijpelijk zijn verwoord in een beslisboomstructuur. Door het beantwoorden van de vragen daarin kan iemand eenvoudig checken of er voor een bepaald initiatief regels gelden en of er toestemming nodig is van de gemeente.

Ook wordt duidelijker hoe mensen invloed kunnen uitoefenen op voorgenomen ontwikkelingen. Om dit voor elkaar te krijgen, is de komende jaren een flinke slag nodig in het toepasbaar21 opschrijven van de gemeentelijke regelgeving. We investeren in de digitale verwerking en verbeelding van die regels in het Digitaal Stelsel Omgevingswet. Uitgangspunt 2 Fysieke leefomgeving centraal bij de benadering van vraagstukken In het fysieke domein waren er voor de komst van de Omgevingswet veel verschillende wetten en regelingen, elk met hun eigen (soms ingewikkelde) procedure(s), planning en regels en uitgevoerd door verschillende overheden. Daar worstelden inwoners en ondernemers vaak mee wanneer zij een initiatief wilden realiseren of wanneer zij geconfronteerd werden met de gevolgen van een initiatief.

20 21

Omgevingsvisie | 82

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

Het stelsel van de Omgevingswet stelt niet de regels, maar de leefomgeving centraal. De Omgevingsvisie biedt daarvoor het belangrijkste afwegingskader: dragen initiatiefnemers met hun plannen bij aan een gezond, duurzaam en veilig Veenendaal? Maar ook: wordt voorzien in maatschappelijke behoeften? Die focus wordt de komende jaren vertaald naar de dienstverlening in het fysieke domein, door de leefomgeving van initiatiefnemers en belanghebbenden nog meer centraal te zetten bij de afwegingen over vraagstukken, ontwikkelingen en initiatieven. Zo kan de gemeente beter inspelen op ontwikkelingen in de samenleving en waar mogelijk meer ruimte bieden voor initiatieven. Dit doen we o.a. door het stimuleren van burgerinitiatieven en wijkloketten (zie hoofdstuk 12).

de GGD regio Utrecht. De Omgevingswet gaat uit van één loket per initiatief en van uniforme kwaliteit van werken in het gehele proces, ook al zijn meerdere organisaties en disciplines betrokken. Dat vereist een goede (digitale) uitwisseling van uitgangspunten en regelgeving, maar ook regelmatig overleg met de andere overheden.

andere manier van denken en werken: creatief en integraal meedenken in mogelijkheden. De rol van de gemeente verschuift deels van toetsen naar adviseren. De raad zal in en met het Omgevingsplan de lokale regels en regelruimte opnemen, waarin dit uitgangspunt tot uitdrukking komt.

Uitgangspunt 3 Optimale benutting van de bestuurlijke afwegingsruimte De Omgevingswet vraagt van gemeenten om meer ruimte te bieden voor initiatieven binnen duidelijke gemeentelijke kaders. Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie in het Omgevingsplan kunnen we dus meer dan voorheen onze regelgeving afstemmen op de specifieke kenmerken van (gebieden in) Veenendaal.

De leefomgeving centraal stellen, heeft daarnaast gevolgen voor de manier waarop Veenendaal samenwerkt met andere overheidsorganisaties, zoals de provincie Utrecht, de buurgemeenten, waterschap Vallei en Veluwe, de Omgevingsdienst regio Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht en

Het Rijk gaat ervan uit dat de gemeente inwoners en ondernemers beter gaat uitleggen wat de gemeentelijke visie is waaraan nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen, in plaats van het strak inkaderen van ontwikkelingen via regels. Dit vraagt van de gemeentelijke organisatie een

Uitgangspunt 4 Procesinrichting rondom initiatiefnemers en belanghebbenden Bij de landelijke uitwerking van klantreizen in het fysieke domein22 is duidelijk geworden dat initiatiefnemers en belanghebbenden verschillende frustraties hebben bij het contact met hun gemeente. • Initiatiefnemers hebben vooral last van langdurige en ondoorzichtige processen, zij ervaren de gemeente als een black box. • Belanghebbenden missen tijdig inzicht in ontwikkelingen in hun directe omgeving en weten onvoldoende hoe zij daarop invloed kunnen uitoefenen.

Programma Aan de slag met de Omgevingswet (Rijk, VNG, IPO en Unie van Waterschappen) Dit is onderdeel van het nog door de raad vast te stellen Omgevingsplan deel I en II. De raad weegt daarbij af of regels losgelaten kunnen worden of dat de vergunningplicht kan vervallen. 24 Uit: Kaderstellende notitie Omgevingsvisie (mei 2018), paragraaf 3.3 22

23

Omgevingsvisie | 83

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

De Omgevingswet in het algemeen en het digitale stelsel in het bijzonder bieden mogelijkheden om de gemeentelijke processen in het fysieke domein beter in te richten rondom de behoeften van inwoners en organisaties. Daarom zet Veenendaal waar mogelijk in op: • Kortere doorlooptijden. Niet alleen voor complexere vergunningen – waarvoor de wettelijke maximale doorlooptijd van 26 naar 8 weken gaat – maar ook voor eenvoudige vergunningen willen we optimaal gebruik te maken van de eerder genoemde toepasbare regels, digitale afhandeling en procesversnellingsmogelijkheden. Op die manier kunnen we de afhandeling van niet complexe vergunningsaanvragen verhelderen, versimpelen en verkorten. • Loslaten van regels en/of een vergunningplicht. Het Rijk beoogt dat er meer vergunningsvrij gebouwd kan worden. Als dat in Veenendaal mogelijk is , moeten we wel voor alle betrokkenen glashelder weergeven wat wel en niet mag. Ook worden toezicht, handhaving en monitoring dan belangrijker. Let wel, deregulering is geen doel

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

op zich. We dereguleren als dat nodig is om gemeentelijke (dienstverlenings)doelstellingen in het fysieke domein te kunnen halen. Daarbij mogen andermans belangen of het algemeen belang natuurlijk niet worden geschaad. In Veenendaal gaan we uit van “dereguleren, mits …” . • Omgevingstafel voor complexe initiatieven. Voor complexe ontwikkelingen verstevigen we het voortraject voor de vergunningsaanvraag. Dat sluit aan bij het landelijk ontwikkelde concept van de omgevingstafel. Door nauwer overleg met initiatiefnemers, meer transparante en gestroomlijnde processen en een integralere afweging van initiatieven maken we ook voor deze ontwikkelingen een slag in onze dienstverlening.

kunnen uitoefenen. Daarbij denken wij niet alleen aan concrete plannen, zoals een verleende vergunning of een voorgenomen ontwikkeling. Het is bijvoorbeeld ook van belang dat inwoners en organisaties tijdig invloed kunnen hebben op de ontwikkelingen die het Omgevingsplan wel en niet mogelijk maakt in hun buurt. Kortom, met de Omgevingswet wil de gemeente haar inwoners en organisaties ruimte bieden voor inbreng, wijziging en verbetering van plannen, beleid en ontwikkelingen. Voor de afweging hoe en wanneer dat zinvol is, is een afwegingskader opgesteld. Dit is te lezen in hoofdstuk 12 Participatie na invoering van de Omgevingswet.

Uitgangspunt 5 Besluitvorming over beleid en ontwikkelingen samen met inwoners en organisaties We beogen dat (potentiële) belanghebbenden glasheldere informatie krijgen over wat er in hun omgeving verandert en hoe zij daarop invloed

Omgevingsvisie | 84

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet De samenleving verandert voortdurend. De behoeften, de ideeën en de kracht in de samenleving staan centraal in de aanpak van maatschappelijke opgaven. ‘Samen maken we de stad Veenendaal’.

Omgevingsvisie | 85

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

“De samenleving verandert voortdurend. De behoeften, de ideeën en de kracht in de samenleving staan centraal in de aanpak van maatschappelijke opgaven. De samenleving toont initiatief en het gemeentebestuur stimuleert initiatieven vanuit de samenleving. Plannen komen per definitie tot stand op basis van inbreng vanuit de samenleving. Partijen die initiatieven nemen, krijgen vertrouwen. Dat kan leiden tot het overdragen van taken en het ter beschikking stellen van budgetten door de gemeente aan de initiatiefnemers. In dat geval faciliteert de gemeente.” (Passage uit het raadsprogramma 2018-2022) De wetgever gaat ervanuit dat onder de Omgevingswet participatie plaatsvindt. Deze Omgevingsvisie zelf is daardoor mede tot stand gekomen25. Als de wet van kracht is, zullen er twee vormen van participatie zijn. Ten eerste tussen de gemeente en haar inwoners, ondernemers, organisaties en andere (sociale) partners. Ten tweede zal er participatie plaatsvinden tussen initiatiefnemers en andere belanghebbenden. In deze Omgevingsvisie gaan we in op de eerste vorm van participatie. Bij het door de raad vast te stellen Omgevingsplan zal de raad regels vaststellen voor de tweede vorm26.

Bij participatie tussen de gemeente Veenendaal en de lokale samenleving geeft Veenendaal, daar waar het kan en zinvol is, ruimte voor inbreng, wijziging en verbetering van gemeentelijke plannen/beleid en ontwikkelingen. Dit is een belangrijk uitgangspunt in de participatievisie “Samen maken we de stad” 27. In dit hoofdstuk geven we aan wat dit betekent voor de uitvoering van de Omgevingswet.

Op grond van artikel 10.7 uit het Omgevingsbesluit. De wijze van participatie is vormvrij. Conform Artikel 16.55 met betrekking tot de aanvraagvereisten voor een vergunning 27 Vastgesteld door de raad (december 2019). 25

26

Omgevingsvisie | 86

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

12.2 ‘Samen maken we de stad!’ We willen dat zoveel mogelijk mensen in Veenendaal meedoen. De keuze om inwoners, ondernemers en andere en belanghebbenden meer zelf verantwoordelijk te maken voor hun leef- en werkomgeving betekent dat we ruimte bieden aan mensen om initiatieven tot ontwikkeling te brengen, om (mee) te beslissen en om bepaalde gemeentelijke taken zelf uit te voeren (Right to Challenge). We gaan uit van een gelijkwaardige samenwerking tussen belanghebbenden en de gemeente. Er is niet alleen ruimte voor invloed vanuit de samenleving, maar de samenleving is ook bereid de bijhorende verantwoordelijkheden te dragen. Burgerparticipatie staat of valt in algemene zin met de ruimte die college en raad willen geven aan bewoners. We bieden bewoners meer mogelijkheden om zeggenschap uit te oefenen over onderwerpen in hun directe leefomgeving. Bijvoorbeeld de inrichting van pleinen en speelplekken, zorg en veiligheid in de wijk, energiebesparing in de buurt, groen in de wijk, gezondheid en veiligheid. En de mogelijkheid om mee te praten en beslissen over ‘grotere’ onderwerpen, zoals bouwontwikkelingen in een wijk, de inrichting van de stad en de visie op de toekomst van de stad.

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

5. Doelstellingen per thema

13. Kerninstrumenten Omgevingswet

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

12.3 Participatie dichtbij de eigen belevingswereld Het is belangrijk dat ambtenaren, bestuurders en raadsleden het gesprek dichtbij bewoners of belanghebbenden en hun leefomgeving voeren: in de straat, buurt of wijk. De wijze van communiceren is daarbij: open, toegankelijk, deskundig en betrouwbaar. Deze sluit aan bij de rol van de overheid als deskundige en betrouwbare partner en bij de faciliterende houding van de gemeente.

12.4 De Omgevingsvisie nodigt uit tot participatie Uitgangspunt van de Omgevingsvisie is een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving in verregaande samenwerking met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties. De Omgevingsvisie nodigt uit tot participatie. Let wel: participatie is geen doel op zich. Het moet een duidelijke toegevoegde waarde hebben. Er moet ruimte zijn voor externe inbreng. En het is altijd maatwerk. We stellen ons daarom altijd eerst de vraag: is participatie zinvol?

Omgevingstafel is de werktitel voor een integraal beleidsteam dat samen met de initiatiefnemer het initiatief bespreekt (soort intake) alvorens het formeel in behandeling te nemen. Een dergelijk team zal in het kader van de Omgevingswet nog een duidelijke vorm en werkwijze krijgen

28

Omgevingsvisie | 87

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

2.5 Wanneer is participatie zinvol? Vier randvoorwaarden: Het gesprek dat de gemeente voert of het participatietraject dat we volgen moet relevant zijn. Dat wil zeggen: zinvol voor de deelnemers en aansluiten bij hun leefwereld. Het participatietraject voldoet aan de volgende vier randvoorwaarden: 1. Participatie draagt bij aan het ontwikkelen van beleid of een betere leefomgeving, aan het creëren van draagvlak of een democratisch proces. Hierbij is de raad/college bereid een actieve bijdrage te leveren; 2. Het onderwerp is voor de deelnemers relevant en sluit aan bij hun belevingswereld; 3. De deelnemers hebben werkelijk een stem; 4. Er is voldoende (voorbereidings)tijd, ambtelijke tijd en budget om participatie te faciliteren. Is het antwoord op een van deze vier voorwaarden ‘Nee’, dan is participatie geen optie.

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

Daarnaast vindt participatie plaats binnen een, vooraf te bepalen, kader en spelen draagvlak en het algemeen belang een rol.

12.6 Hoe gaan we om met participatie in kader van de Omgevingswet? De raad heeft in het raadsprogramma 2018-2020 de ambitie uitgesproken om “ruimte te geven aan inbreng, wijziging, verbetering of co-creatie door de Veense samenleving.” De raad zoekt actief samen met belanghebbenden naar de beste oplossingen voor Veenendaal. Bij de ontwikkeling van nieuw beleid en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen, doorlopen we het ‘Veense stappenplan Participatie’ om tot een weloverwogen participatieplan te komen. Door het stappenplan te volgen en de vragen te beantwoorden, kan het advies variëren van: informeren, tot inventariseren tot verdiepen en samen doen (zie de Visie op participatie in Veenendaal, sept 2019).

12.7 Participatie bij bewonersinitiatieven Nemen inwoners, ondernemers of anderen een initiatief en dienen ze een voorstel in bij de gemeente? Dan toetst het wijkteam (op buurt- en wijkniveau) of de Omgevingstafel28 (groter initiatief met grotere, maatschappelijke impact) eerst het initiatief aan de Omgevingsvisie. Hiervoor is het afwegingskader in hoofdstuk 2 goed te gebruiken. Als het initiatief een positieve beoordeling krijgt, doorloop dan vervolgens het ‘Veense stappenplan Participatie’ om te bekijken of participatie gewenst is. En zo ja, hoe de initiatiefnemer de participatie gaat vormgeven. Hierbij wordt het kader bepaald waarbinnen geparticipeerd kan worden. Draagvlak en het algemeen belang spelen eveneens een rol. De initiatiefnemer stelt samen met de gemeente een participatieplan op of legt het plan voor aan de gemeente. De gemeente neemt een faciliterende rol aan en bepaalt zelf per initiatief hoe ver ze daar in wil gaan. Hoe groter de maatschappelijke impact van een initiatief, hoe groter de betrokkenheid en rol van de gemeente.

Omgevingsvisie | 88

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

13. Kerninstrumenten Omgevingswet Omgevingsvisie | 89

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

De Omgevingswet biedt gemeenten vier kerninstrumenten die in samenhang met elkaar richting geeft aan de gewenste fysieke leefomgeving van Veenendaal: 1. Omgevingsvisie (raad); 2. Omgevingsplan (raad); 3. Omgevingsprogramma (college); 4. Omgevingsvergunning (college). In dit hoofdstuk wordt de relatie tussen deze kerninstrumenten uitvoeriger uiteengezet.

1. Omgevingsvisie De Omgevingsvisie is één van de twee instrumenten waarmee de raad het beleid in de fysieke leefomgeving vormgeeft. Deze Omgevingsvisie is het strategische plan en langetermijnvisie voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Veenendaal. In hoofdstuk 1 is de juridische context terug te vinden. Deze visie is het kader waarbinnen de raad het Omgevingsplan en het college omgevingsprogramma’s kan opstellen. Daarmee wordt uitvoering gegeven aan dit gemeentelijk beleid.

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

2. Omgevingsplan In het Omgevingsplan wordt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties geregeld. Dit betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Deze regels houden meer in dan alleen het bestemmen zoals in een bestemmingsplan. Denk bij een functie bijvoorbeeld aan een netwerkfunctie (kabels en leidingen) of waterbergende functie (milieu). Daarnaast kan de gemeente in het omgevingsplan regels stellen over activiteiten. Dit kan alleen als het Rijk en de provincie die activiteiten niet al heeft geregeld in een van de AMvB’s of in de omgevingsverordening. De gemeente kan regels stellen in de vorm van: • Toestaan of niet toestaan van bepaalde activiteiten (bijv. bouwen, bedrijfsactiviteiten, enz.) in bepaalde gebieden. • Direct werkende algemene regels. Burgers en bedrijven moeten zich aan deze regels houden als ze activiteiten uitvoeren. • Direct werkende algemene regels met meldingsplicht. Initiatiefnemers moeten melden voordat ze met een activiteit beginnen.

• Vergunningplicht voor bepaalde activiteiten. De gemeente stelt dan ook beoordelingsregels vast. Met beoordelingsregels beschrijft de gemeente hoe ze een vergunningaanvraag voor activiteiten inhoudelijke zal beoordelen. • Omgevingswaarden. Een voorbeeld hiervan is dat de gemeente een maximale omgevingswaarde voor geur vaststelt. • De programmatische aanpak. De programmatische aanpak is een bijzondere vorm van het instrument programma. Namelijk een variant waarbij de gemeente aan een algemene regel in het omgevingsplan een programma koppelt. Bijvoorbeeld een programma voor het bereiken van de vastgestelde omgevingswaarde geur. Dat zou dan de ‘programmatische aanpak geur’ kunnen heten. • Een alternatief voor algemene regels opnemen in het omgevingsplan, is de projectprocedure toepassen. Dit alternatief kan de gemeente alleen gebruiken als de aanpassing van het omgevingsplan nodig is voor een project met een publiek gemeentelijk belang. De raad kan met de projectprocedure de regels in het omgevingsplan wijzigen. Bijvoorbeeld voor een project voor de aanleg van een rondweg.

Omgevingsvisie | 90

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

De regels in het lokale Omgevingsplan zijn een vertaling van de lokale Omgevingsvisie. Bijvoorbeeld: de raad besluit dat er meer groen in wordt nagestreefd. Dan kan de raad regels opstellen over bijvoorbeeld het minimum aan m2 groen per locatie of de herintroductie van de kapvergunning.

3. Omgevingsprogramma Voor het uitoefenen van de wettelijke taken en bevoegdheden, zoals het beheer van de infrastructuur, waarborgen voor veiligheid, tegengaan klimaatverandering, etc. kan/moet het college gebruik maken van (on)verplichte programma’s. Programma’s bevatten: 1. een uitwerking van het te voeren beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud daarvan; 2. maatregelen om aan een of meer omgevingswaarden te voldoen of een of meer andere doelstellingen voor de fysieke leefomgeving te bereiken.

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

In geval er kosten verbonden zijn aan het programma, heeft de raad het budgetrecht. In ieder geval kunnen het huidige GVVP, Integraal Beheerplan en het Gemeentelijk Water- en Rioleringsplan tot deze categorie gerekend worden. Maar dit geldt ook voor bijvoorbeeld het Programma Energieneutraal 2035 of het Programma Winkelstad. Het Omgevingsprogramma gaat op inhoud “een laag dieper”, dan de Omgevingsvisie. Om te blijven bij het voorbeeld van toename van groen in Veenendaal zoals beschreven bij het Omgevingsplan: het college kan in zijn Omgevingsprogramma aangeven door middel van welke activiteiten de openbare ruimte vergroend wordt om een bijdrage te leveren aan deze doelstelling uit de Omgevingsvisie. De toename van groen in Veenendaal wordt dan bewerkstelligd door zowel de lokale regels (in het Omgevingsplan) als het gemeentelijk beheer (in het Omgevingsprogramma).

De raad zal pas bij het opstellen van het Omgevingsplan bepalen of hij gebruik wil maken van deze mogelijkheid uit de Omgevingswet.

29

5. Doelstellingen per thema

Een programma is verplicht voor geluid (bij overschrijding normen) én voor door de raad in het Omgevingsplan vastgestelde omgevingswaarden waarvan bekend of aannemelijk is dat er niet aan voldaan wordt29.

4. Omgevingsvergunning Voor meer maatwerk en flexibiliteit kunnen delen van het Omgevingsplan worden gedelegeerd naar het college. Dat betekent dat niet kan worden volstaan met algemene regels, maar dat in die gevallen een vergunningstelsel geldt. De afweging vindt dan plaats in het kader van de omgevingsvergunning. Echter, de regels moeten voldoende rechtszekerheid bieden voor initiatiefnemers en voldoende toetsbaar zijn voor vergunningverlening.

Omgevingsvisie | 91

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

14. Grondbeleid en economische uitvoerbaarheid Omgevingsvisie | 92

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

5. Doelstellingen per thema

13. Kerninstrumenten Omgevingswet

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

14.1 Inleiding

Bij de ontwikkeling in en van de fysieke leefomgeving kan er sprake zijn van (na te streven) effecten met een economische component. In sommige gevallen is het van belang dat de gemeente daarbij zelf handelt (door middel van grondbeleid) met oog voor de financiële uitvoerbaarheid. In andere gevallen leidt het voornemen van een initiatiefnemer om een locatie te ontwikkelen tot extra druk op bestaande voorzieningen (zoals bijvoorbeeld infrastructuur). In dat geval willen we (een deel van) de extra kosten verhalen op de initiatiefnemer. 14.2 Grondbeleid

14.3 Economische uitvoerbaarheid

Een belangrijke les van de afgelopen jaren is dat een keuze voor óf facilitair óf actief grondbeleid niet volstaat. Van belang is te bepalen in hoeverre een ruimtelijke ontwikkeling bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen. Een belangrijk uitgangspunt is dat Veenendaal het grondbeleid situationeel vormgeeft: niet per definitie actief of passief, maar per (ruimtelijke) ontwikkeling wordt maatwerk geboden. Afhankelijk van de situatie ter plekke en het belang voor het doel of prioriteit voor de gemeente, wordt de mate van activiteit bepaald. Via overzichten met geplande ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de huidige programma’s en het Projectenboek, zal jaarlijks de strategie op hoofdlijnen door de raad worden vastgesteld. Nieuwe opgaven, zoals energietransitie en klimaatadaptatie, kunnen we ondersteunen door een actief grondbeleid.

De investeringsruimte is voor de gemeente niet oneindig. Voor elk ruimtelijk project wordt vooraf de economische uitvoerbaarheid aangetoond. Bij (grotere) projecten wordt bij voorkeur vooraf een overeenkomst gesloten met de betrokken initiatiefnemers. Zodoende liggen de afspraken over het project vast, evenals de rechten en plichten wederzijds. Een onderdeel daarvan is hoe met de kosten van een project wordt omgegaan. Bij ruimtelijke projecten met een plicht tot kostenverhaal wordt in principe in een anterieure exploitatieovereenkomst vastgelegd dat deze kosten door de initiatiefnemer aan de gemeente worden vergoed.

14.4 Nota Bovenwijkse voorzieningen (nieuw) De gemeente investeert in voorzieningen waar iedereen in Veenendaal van profiteert. Het is dan ook logisch dat iedereen bijdraagt aan de financiering van die voorzieningen. Dit geldt zowel voor de al ingerichte leefomgeving (hierbij draagt de gemeente bij voor bestaande woningen en bedrijven) als bij nieuwe ontwikkelingen (bijdrage door private ontwikkelingen en gemeentelijke grondexploitaties). De systematiek voor een eenduidige en transparante bijdrage wordt vastgelegd in een (op te stellen) Nota Bovenwijkse Voorzieningen.

Omgevingsvisie | 93

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

15. Samenwerken, evaluatie en monitoring Omgevingsvisie | 94

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

15.1 Inleiding

Na de vaststelling van de Omgevingsvisie moet deze uitgewerkt worden en voor de uitvoering moeten afspraken gemaakt worden met diverse betrokkenen. In dit hoofdstuk staat hoe we gaan samenwerken, evalueren en monitoren. 15.2 Samenwerken In de Omgevingsvisie staat centraal dat wij door het combineren van de verschillende doelen en het maken van slimme combinaties willen bijdragen aan de opgaven voor de gebiedsontwikkeling. Dit kunnen we niet alleen; samenwerking is hierbij belangrijk. Onze rol kan in die samenwerking verschillen van regisseur tot facilitator. De in te nemen rol is afhankelijk van de ontwikkeling en de te bereiken doelstelling. Bij elke ontwikkeling zoeken wij naar de beste rolverdeling tussen alle partijen. Samen met inwoners, bedrijfsleven en kennisinstellingen willen wij werken aan gemeenschappelijke doelen en opgaven. Samenwerking met de regio Foodvalley, de provincie Utrecht en onze uitvoeringsorganisaties (ODRU, VRU en GGD) maakt hier deel van uit.

15.3 Uitvoering via Omgevingsplan en omgevingsprogramma’s De Omgevingsvisie vormt een samenhangend geheel met het toekomstige Omgevingsplan en de nog op te stellen Omgevingsprogramma’s. Delen van de Omgevingsvisie vinden hun uitwerking in Programma’s. Welke delen dat zijn is nog niet bepaald. Daarnaast heeft de gemeente een aantal bestaande Programma’s: • Programma Vitale Binnenstad • Programma ICT Campus • Programma Energie Neutraal Veenendaal 2050

Programma In de Omgevingsvisie kan worden vermeld hoe de uitwerking en uitvoering door de gemeente zal worden vormgegeven, waarbij Programma’s kunnen worden aangekondigd of tegelijkertijd met de visie worden uitgebracht. Deze Programma’s zijn meer uitvoeringsgericht en richten zich op de kortere termijn. Indien nodig met een programmatische aanpak.

Omgevingsvisie | 95

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

11. Uitgangspunten voor de dienstverlening

3. Het verhaal van Veenendaal

12. Participatie na invoering van de Omgevingswet

Onderzoeken gepubliceerd

Dit zijn op dit moment in formele zin geen Omgevingsprogramma’s, maar hebben wel fysieke onderdelen die aangemerkt kunnen worden als onderdelen van een Omgevingsprogramma. Bij de verdere uitwerking van de Omgevingsprogramma’s en het Omgevingsplan wordt bepaald welke doelstellingen vertaald worden naar welk instrument. Daarnaast zijn we bezig met het Omgevingsprogramma Openbare Ruimte(OPOR), waarin de thema’s vanuit de openbare ruimte uitgewerkt worden. De Programma’s zijn een nieuw instrument. De ervaring moet leren op welke wijze dit instrument bij kan dragen aan het realiseren van de doelstellingen uit de visie. De Programma’s dienen als monitoringsinstrument voor de Omgevingsvisie. De volgende thema’s hebben monitoring nodig: • Groen: in de OPOR • Aantal en soorten woningen: in een op te zetten woningbouwmonitor • Modal split, mobiliteit: in de OPOR • Klimaatadaptatie: in de OPOR • Energie: binnen het bestaande programma Energie Neutraal Veenendaal 2050 • Gezondheid: 1 maal per 4 jaar door de GGD Bij de monitoring maken we gebruik van data en informatie, en BI (Business Intelligence) en wellicht

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig 13. Kerninstrumenten Omgevingswet

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

14. Grondbeleid en economische 15. Samenwerken, evaluatie Onderzoeken met doorloop 2019 uitvoerbaarheid en monitoring

AI (Artificial Intelligence) om ontwikkelingen te duiden, te initiëren en te verantwoorden. In de Omgevingsvisie is het beleid geformuleerd in doelstellingen met concrete inspanningen. Dit vraagt om verdere (thematische) uitwerking in beleidsprogramma’s en uitvoeringsprogramma’s. De beleidsprogramma’s zijn thematisch of bundelen enkele thema’s en geven inhoudelijke verdieping en detaillering aan de hoofdlijnen van beleid in de Omgevingsvisie. De Uitvoeringsprogramma’s geven aan hoe uitvoering wordt gegeven aan de beleidskaders en kunnen thematisch (al dan niet gebundeld) of gebiedsgericht zijn. Voor de Gebiedsvisie Franse Gat is zo een programmatische gebiedsgerichte aanpak wenselijk. De uitwerking in programma’s is een opgave die op de visie volgt. Voor een aantal thema’s zal de discussie nog gevoerd moeten worden of een programmatische aanpak wenselijk is. Voor ieder programma vindt jaarlijkse tot tweejaarlijkse monitoring plaats om te kunnen bepalen of de doelen van de programma’s tijdig worden bereikt. Als dit niet het geval is, passen we de programma’s hierop aan.

15.4 Flexibiliteit in beleid en evaluatie We willen dat onze Omgevingsvisie en de bijbehorende programma’s actueel zijn en dat ze voldoen aan de wensen van de samenleving en

onze inwoners. Ook willen we dat ze meebewegen met maatschappelijke veranderingen en wenselijke opgaven. Het zorgen voor een flexibele en adaptieve aanpak is van belang om te kunnen inspelen op nieuwe kansen en ontwikkelingen. De Omgevingsvisie wordt maximaal eenmaal per coalitie-periode (eenmaal per vier jaar) herzien. Omdat deze instrumenten vanuit de wet nieuw voor ons zijn, houden we het eerste jaar de vinger aan de pols en zullen we uiterlijk twee jaar na inwerkingtreding van de visie rapporteren over de uitvoering en de monitoring. Wanneer er sprake is van ontwikkelingen die vragen om tussentijdse bijsturing, dan zal dit aan de raad voorgelegd worden. Bijvoorbeeld indien blijkt dat elementen uit de visie in de uitvoering niet of onvoldoende werken of indien we doelstellingen onvoldoende belicht hebben. De programma’s worden tweejaarlijks op basis van de monitoring herzien. Naast het monitoren van doel- en effectbereik, is het ook van belang de werking van ons Omgevingsbeleid regelmatig te evalueren om zo de werking te kunnen verbeteren. De resultaten hiervan kunnen effect hebben op het gehele samenhangende pakket van visie, plan en programma’s.

Omgevingsvisie | 96

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

Bijlage 1: Totstandkoming Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

5. Doelstellingen per thema

Bijlage 2: Overwegingen, kansen en dilemma’s

11. Uitvoering

Bijlagen

Bijlage 3: Reactie op aanbevelingen vormvrije m.e.r. -beoordeling

Bijlage 1: Totstandkoming Omgevingsvisie Omgevingsvisie | 97

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

Bijlage 1: Totstandkoming Omgevingsvisie

Dialooggroep Omgevingsvisie De raad heeft op 20 september 2018 het kader vastgesteld voor het tot stand komen van de Omgevingsvisie. Onderdeel hiervan zijn enkele procesafspraken over participatie en tussentijds informeren van de raad. De raad is aangehaakt bij het tot stand komen van de visie door de dialooggroep Omgevingsvisie met vertegenwoordigers van bijna alle raadsfracties. Er zijn regelmatig bijeenkomsten geweest van het regieteam Omgevingswet met de Dialooggroep om bij te praten en de raadsleden op informele wijze mee te nemen bij het tot stand komen van de Omgevingsvisie. Daarbij was nadrukkelijk sprake van dialoog: elkaar informeren, bevragen en adviseren. De dialooggroep leden informeerden op hun beurt de eigen fractie over de voortgang van de Omgevingsvisie en de veranderende rol van de raad: • De Omgevingswet verlangt van de raad een nieuwe inspanning om al aan de voorkant – bij

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

5. Doelstellingen per thema

11. Uitvoering

Bijlagen

Bijlage 2: Overwegingen, kansen en dilemma’s

Bijlage 3: Reactie op aanbevelingen vormvrije m.e.r. -beoordeling

de omgevingsvisie en bij het omgevingsplan - alle mogelijke belangen die de fysieke leefomgeving van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere stakeholders raken, tegen elkaar af te wegen; • De wet stelt nieuwe vragen aan de raad: Hoe verhoudt participatie zich tot de kaderstellende en besluitvormende rol van de raad?

later moment (31 januari 2019) zijn ook inwoners uitgenodigd om mee te denken en praten over de verder uitgewerkte thema’s. Alle opgehaalde input, wensen en ideeën zijn meegenomen bij het schrijven van de conceptversie van de Omgevingsvisie.

Stakeholders als eerste aan zet, daarna ook inwoners Het bestuur heeft ervoor gekozen om in eerste instantie met experts (stakeholders), beleidsmedewerkers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen de thema’s te bespreken, uit te diepen en ideeën op te halen. Op een

In gesprek over de doelstellingen, kansen en belemmeringen op de dialoogavond van 10 april 2019 zijn 5 belangrijke (doel) stellingen aan de stakeholders en inwoners voorgelegd. Daarbij zijn meningen, gevoelens en voorkeuren van de samenleving op belangrijke Veense thema’s en vraagstukken opgehaald.

Omgevingsvisie | 98

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

Bijlage 1: Totstandkoming Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

5. Doelstellingen per thema

Bijlage 2: Overwegingen, kansen en dilemma’s

Participatietraject Omgevingsvisie Hieronder staat een beknopt overzicht van participatie activiteiten: 2017 23 november 12 december

– Raadsbesluit Startnotitie Omgevingsvisie – Collegebesluit instellen Dialooggroep Omgevingsvisie

2018 11 januari 7 februari 14 februari 7 maart 11 april

– – – – –

18 april 26 mei 11 juni 19 juni 20 september 1 oktober 9 oktober 31 oktober

– – – – – – – –

17 december

–

Beeldvormende Avond Inspiratiebijeenkomst Groen Dialooggroep Omgevingsvisie Dialoogavond met externe stakeholders Vergadering Dialooggroep Omgevingsvisie (nieuwe samenstelling na verkiezingen) Dialoogbijeenkomst met externe stakeholders Raad op zaterdag, waaronder Omgevingswet Dialooggroep Omgevingsvisie Consultatie raadscommissie: erfgoed Raadsbesluit kaderstelling Omgevingsvisie Bespreken voorstel voor ontwerp met portefeuillehouder Memo ter informatie naar het college Dialooggroep omgevingsvisie: notitie hoogbouw en participatie Interne bijeenkomst met collega’s (opzet is dezelfde als externe bijeenkomst op 31 januari 2019) met als doel input op te halen en te testen of de opzet volstaat

2019 16 januari 31 januari 5 februari 4-8 maart 7 maart 3 april 10 april

20 mei 18 september

2020 4 februari 7 april 12 mei 28 mei

11. Uitvoering

Bijlagen

Bijlage 3: Reactie op aanbevelingen vormvrije m.e.r. -beoordeling

 pzet stakeholdersbijeenkomst bespreken met – O dialooggroep Omgevingsvisie. – Dialoogavond in het CSV Het Perron – Beeldvormende Avond Omgevingswet en Omgevingsvisie – Schrijfweek Omgevingsvisie op basis van Scrum methode – Dialooggroep Omgevingsvisie: Kijkje in de keuken van de Schrijfweek – Dialooggroep Omgevingsvisie: kansen, bedreigingen en ontwikkelvragen Omgevingsvisie – Dialoogavond externe stakeholders en inwoners: verdiepingsbijeenkomst kansen, bedreigingen en ontwikkelvragen – Werkbijeenkomst Raad en college Omgevingsvisie: veranderende rol raad en college, burgerparticipatie – Werkbijeenkomst Raad Omgevingsvisie: inhoudelijke voorbereiding op behandeling van het ontwerp Omgevingsvisie

 ialooggroep Omgevingsvisie: hoofdlijnen concept – D Omgevingsvisie – Behandeling definitieve versie Omgevingsvisie in college – Beeldvormende Avond Omgevingswet en Omgevingsvisie – Vaststelling Omgevingsvisie door de raad

Omgevingsvisie | 99

1. Inleiding

2. Kern van de Omgevingsvisie

Bijlage 1: Totstandkoming Omgevingsvisie

3. Het verhaal van Veenendaal

4. Doelstellingen Gezond, Duurzaam en Veilig

5. Doelstellingen per thema

Bijlage 2: Overwegingen, kansen en dilemma’s

11. Uitvoering

Bijlagen

Bijlage 3: Reactie op aanbevelingen vormvrije m.e.r. -beoordeling

Bijlage 2: Overwegingen, kansen en dilemma’s Omgevingsvisie | 100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11743520/1