1.b Bijlage bij inspraak - Bouwplannen t Goeie Spoor - Rapport
Tekst van het document
ADVIES NIEUW VOORZORGBELEID ELEKTRICITEIT EN GEZONDHEID Een nieuwe wijze van omgaan met magneetvelden bij het elektriciteitsnet, tot stand gekomen met inbreng van stakeholders en kennisinstellingen
Hoofdrapport Kenmerk Lysias: A19RVO-100
Opdrachtgever:
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Samenstellers:
Jos Benner Pieter van Eijsden Esther Slinkman
Datum:
19 oktober 2020
Lysias Advies
T: 033 464 70 70
IBAN: NL18 ABNA 0574 2170 53
Soesterweg 310d
E: info@lysiasadvies.nl
KvK: 30166304
3812 BH Amersfoort
www.lysiasadvies.nl
BTW: NL809282471B01
Inhoud Voorwoord
4
Literatuur
29
Bijlagen
30
Bijlage 1
Overzicht ondersteunende rapportages
30
Bijlage 2
Terminologie
31 33
Essentie van het advies
5
Bijlage 3
Kamerbrief
1.
Context en aanpak
8
Bijlage 4
Typen netcomponenten en hun AMM-afstanden 37
1.1.
Voorgeschiedenis
8
Bijlage 5
Aansluiting bij eerdere adviezen
1.2.
Deelopgaven en scope
8
1.3.
Samenhang in de aanpak
9
Verkenning mogelijke maatregelen
11
2.1.
Invalshoeken
11
2.2.
Groslijsten met maatregelen
11
Afweging mogelijke maatregelen
13
3.1.
Afwegingsafstanden
13
3.2.
Afwegingscriteria
14
3.3.
Scoring van de maatregelen
15
2.
3.
4.
5.
Aanbevelingen Lysias
17
4.1.
Drie hoofdcategorieën van maatregelen
17
4.2.
Specifieke uitwerking veranderende situaties
21
4.3.
Suggesties aanvullende maatregelen
24
Doorkijk naar de borging en communicatie
25
5.1.
Borging van het beleid
25
5.2.
Communicatie
26
5.3.
Opleiding
27
5.4.
Overige punten van aandacht
28
39
Voorwoord Dit rapport bevat een onderbouwd advies van Lysias Advies over de wijze waarop de overheid en andere betrokkenen om kunnen gaan met magneetvelden bij de openbare elektriciteitsvoorziening. Het is een onafhankelijk advies voor aanpassing en uitbreiding van het bestaande voorzorgbeleid, opgesteld op basis van de beschikbare kennis en inzichten en rekening houdend met de bezorgdheid en onrust in de samenleving over deze velden. De benodigde informatie voor het advies is mede ingebracht door een brede werkgroep van stakeholders en kennisinstellingen. In het advies vermelden wij geen individuele opvattingen of meningen van geconsulteerde personen of organisaties. Wij danken alle partijen die wij hebben geraadpleegd voor hun medewerking. Dat geldt in het bijzonder voor de leden van de werkgroep, die via open en constructief overleg en concrete ondersteuning hebben geholpen om de beschikbare en relevante informatie op tafel te krijgen.
|4
Essentie van het advies
Ruimtelijke afweging Naast de bronmaatregelen is de meest doeltreffende maatregel het
Het advies van Lysias voor het nieuwe voorzorgbeleid zet in op de
houden van afstand tussen de netcomponenten en gevoelige
reductie van blootstelling aan magneetvelden op momenten dat dit
bestemmingen. Lysias beveelt aan dat het bevoegd gezag bij de
logisch kan. Centraal staat een combinatie van technische bron-
planvorming en vergunningverlening voor deze bestemmingen het
maatregelen en een ruimtelijke afweging over zogenoemde gevoelige
aspect magneetvelden meeweegt in de bredere ruimtelijke afweging
bestemmingen nabij het net. Beide voor nieuwe en verand erende
als beoogd in het kader van de Omgevingswet. Wij adviseren om
situaties en beide uit voorzorg. In bestaande situaties zijn genoemde
daarbij twee afwegingsafstanden te hanteren; de binnenste en
maatregelen aan de orde zodra zich daar een geschikt moment
buitenste AMM-afstand. Binnen de eerste afstand is de magneet-
voordoet. Daardoor neemt ook daar in de loop van de tijd de
veldsterkte jaargemiddeld vrijwel zeker hoger dan 0,4 μT. De tweede
blootstelling af. Enkele aanvullende maatregelen betreffen de
afstand begrenst de band waarbinnen de magneetveldsterkte
bewustwording en informatievoorziening.
jaargemiddeld hoger kan zijn dan 0,4 μT, maar ook lager. Buiten deze
Technische bronmaatregelen
band behoeft geen afweging te worden gemaakt. De tabel geeft de per type netcomponent aanbevolen afstanden.
Lysias beveelt aan dat netbeheerders bij de aanleg, aanpassing en vernieuwing van het elektriciteitsnet standaard enkele maatregelen treffen aan de bron. Deze maatregelen worden genomen ongeacht de aanwezigheid van gevoelige bestemmingen bij het net. Bestaande situaties worden aangepakt zodra zich een natuurlijk moment voordoet.
De technische bronmaatregelen die voor alle nieuwe en veranderende situaties worden geadviseerd zijn: • In driehoek leggen van kabels of benutten driefasenkabels • Faseoptimalisatie, bij aanwezigheid van meerdere circuits; • Verkleinen van de afstand tussen geleiders, zover als mogelijk; • Zoveel mogelijk vermijden van geleiders langs muren en plafonds van stations en middenspanningsruimten (transformatorstations), zeker als deze direct kunnen grenzen aan gevoelige bestemmingen.
|5
Het principe van de ruimtelijke afweging bij nieuwe en veranderende
kunnen de bevoegde gezagen vasthouden aan eerder berekende
situaties geldt generiek voor alle netcomponenten. Voor een aantal
specifieke magneetveldzones.
typen componenten is de afwegingsafstand echter effectief nihil. Voor de binnenste AMM-afstand bevelen wij aan om vanuit het Rijk het advies te geven hier gevoelige bestemmingen – uit voorzorg – zoveel als redelijkerwijs mogelijk te vermijden. Dit betekent dat er binnen die afstand een zwaardere ruimtelijke afweging aan de orde is.
Afwegingskader en lijsten mogelijke maatregelen Aan de drie bovengenoemde hoofdelementen van het nieuwe voorzorgbeleid liggen onder meer een afwegingskader en lijsten met mogelijke maatregelen ten grondslag. Deze zijn opgenomen in ondersteunende rapportages. Lysias heeft - gebruikmakend hiervan
Daar waar bij de afweging mogelijk wordt gemaakt dat er gevoelige
en met input van de werkgroep – het maatregelpakket uit dit advies
bestemmingen binnen een AMM-afstand komen, dient dit te worden
opgesteld. Bij het bepalen van de afwegingsafstanden is de
gemotiveerd en dienen burgers die deze bestemmingen willen
advieswaarde van 0,4 μT uit het huidige voorzorgbeleid in het oog
betrekken te worden geïnformeerd over het potentiële risico voor de
gehouden, maar in verruimde zin.
gezondheid. Bij bestaande situaties vindt een afweging plaats zodra
Borging en communicatie
daarin een verandering aan de orde is .
Het advies besluit met aanbevelingen voor de verdere borging en
Overige geadviseerde maatregelen / werkprincipes
communicatie van het nieuwe beleid. Geadviseerd wordt om deze
Lysias adviseert om informatie over het nieuwe beleid eenvoudig
waar mogelijk te integreren met ander beleid met betrekking tot
toegankelijk te maken voor geïnteresseerden. Wij bevelen aan de bestaande Netkaart aan te passen naar de beide AMM-afstanden (in plaats van huidige magneetveldzones) en de kaart uit te breiden naar
hinder en risico’s in de leefomgeving via de Omgevingswet, en/of in het bredere beleid voor magneetvelden (zoals 5G) en voor de energietransitie.
de andere magneetveldbronnen in de hoogspanning (in plaats van alleen lijnen). Voor de midden- en laagspanning volstaat de lijst met afstanden.
Het advies is gebaseerd op de best beschikbare data op dit moment.
Belangrijke werkprincipes bij het geadviseerde beleid zijn dat het
Gebleken is dat er nog veel onbekend is, zeker over de ma atregelen
bevoegd gezag en de netbeheerders verantwoordelijk zijn voor het
bij de midden- en laagspanningsdelen van het elektriciteitsnet. Door
afwegen en treffen van maatregelen en de kosten daarvan. Er wordt voorgesteld het nieuwe beleid van toepassing te verklaren op
aan de slag te gaan met het nieuwe beleid neemt het inzicht hierin de komende jaren toe.
toekomstige plannen en besluiten. Voor reeds lopende processen
|6
Terminologie kort (zie ook Bijlage 2)
Technische (bron)maatregelen Maatregelen van technische aard die leiden tot een opbouw van het
Hieronder worden enkele in het advies veel voorkomende begrippen
net waarbij de mogelijke blootstelling aan magneetvelden wordt
beknopt toegelicht. Voor een algemeen begrip van het advies volstaat
gereduceerd.
deze aanduiding ons inziens. Een uitgebreidere beschrijving staat in bijlage 2.
Niet-technische maatregelen Communicatieve
Magneetvelden Extreem laagfrequente elektromagnetische velden die samenhangen met de elektriciteitsvoorziening. Het advies betreft alleen velden van bronnen ‘voor de meter’, niet die van elektrische apparat uur ‘in huis’. Netcomponenten De onderdelen van het elektriciteitsnet en de configuraties waarin deze voorkomen. Dit zijn de bronnen van de magneetvelden. Gevoelige bestemming Plaats waar zich langjarig en langdurig kinderen kunnen bevinden. In het bestaande beleid, en in dit advies, betreft het woningen, scholen en kinderdagverblijven / crèches.
en
organisatorische
maatregelen
waarmee
de
(onbewuste) blootstelling aan magneetvelden wordt beperkt. Redelijke en proportionele maatregelen Maatregelen die uitvoerbaar zijn, juridisch houdbaar en een positieve verhouding hebben tussen hun effectiviteit en kosten . Bestaande, nieuwe en veranderende situaties In een bestaande situatie zijn de bebouwing en h et net al aanwezig. Bij nieuwe situaties zijn beiden nieuw. Een veranderende situatie betreft een structurele verandering in een bestaande situatie. Stakeholders en kennisinstellingen Partijen vertegenwoordigd in de werkgroep die heeft gewerkt aan de ontwikkeling van het nieuwe voorzorgbeleid.
Magneetveldzone Het gebied rond een netcomponent waarin de magneetveldsterkte jaargemiddeld 0,4 µT of hoger is. AMM-afstanden ( Afweging Mogelijke Maatregelen) Vaste afstanden tot een netcomponent waarbinnen het toestaan van gevoelige bestemmingen door het bevoegd gezag RO ruimtelijk moet worden afgewogen, als alternatief voor de magneetveldzone.
|7
1. Context en aanpak
Daarin is geconstateerd dat het bestaande beleid de zorgen in de samenleving niet wegneemt, dat het wordt ervaren als inconsistent
1.1. Voorgeschiedenis
en dat er buitenproportionele maatregelen zijn getroffen, doordat de
Sinds 2005 is er in Nederland voorzorgbeleid bij nieuwe situaties
heeft de minister het verstandig geacht het voorzorgbeleid te blijven
rond hoogspanningslijnen. Dit adviseert om bij de vaststelling van
voeren, maar de inconsistenties en disproportionaliteit van de
streek- en bestemmingsplannen en van de tracés van bovengrondse
uitvoeringspraktijk aan te pakken. Daarbij wordt het beleid uitgebreid
hoogspanningslijnen, dan wel bij wijzigingen in bestaande plannen of
naar alle bronnen van magneetvelden in de openbare elektriciteits-
van bestaande hoogspanningslijnen, zo veel als redelijkerwijs moge -
voorziening. De kamerbrief van de minister hierover is als bijlage 3
lijk, te vermijden dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen
bij deze rapportage gevoegd.
streefwaarde van 0,4 μT is verworden tot norm. Op basis hiervan
langdurig verblijven in het gebied rond deze lijnen waarbinnen het jaargemiddelde magneetveld hoger is dan 0.4 µT (de magneetveldzone). Achtergrond hiervan is dat de Wereldgezondheidsorganisatie en de Gezondheidsraad aanwijzingen zien voor een verband tussen de langdurige blootstelling aan magneetvelden met deze sterkten en de kans op leukemie bij kinderen tot 15 jaar. In 2018 heeft de Gezondheidsraad geconcludeerd dat er ook voor hersentumoren aanwijzingen zijn voor een oorzakelijk verband met de blootstelling, zij het dat deze zwakker zijn dan bij leukemie. Er is geen sprake van een waarschijnlijk of bewezen oorzakelijk verband. Ook andere factoren kunnen de oorzaak zijn, al worden de magneetvelden aangeduid als de meest waarschijnlijke. Om die reden is er gekozen voor voorzorgbeleid. Mocht in de toekomst bewezen worden dat magneetvelden inderdaad tot gezondheidsrisico’s leiden, dan is zo veel mogelijk voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan zijn. Het bestaande voorzorgbeleid is geëvalueerd [literatuurlijst, 3 - 5] en
1.2. Deelopgaven en scope Lysias Advies is gevraagd een onderbouwd advies uit te brengen over de wijze waarop het nieuwe voorzorgbeleid kan worden vormgegeven. Lysias kon hierbij gebruik maken van de expertise van stakeholders en kennisinstellingen, verzameld in een werkgroep. Deze groep bestond uit vertegenwoordigers van vier ministeries (Economische Zaken en Klimaat, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Infrastructuur en Waterstaat), Netbeheer Nederland, GGD GHOR Nederland, RIVM, VNG,
IPO,
GGD
Amsterdam
en
het
Kennisplatform
EMV.
Agendaleden waren Aedes, Bouwend Nederland en NEPROM. Op verzoek van VNG hebben ook vertegenwoordigers van het Platform Hoogspanning en van de gemeenten Veenendaal en Zaanstad geparticipeerd en vanwege hun werk aan de AMM-afstanden nam ook DNV-GL enkele malen deel.
in 2019 heeft Verdaas op verzoek van de Minister van Economische Zaken en Klimaat advies uitgebracht over herziening van het beleid . |8
Ter onderbouwing van het advies van Lysias is met hulp van de
vaak dichter bij mensen. Verder gaat de energietransitie naar
werkgroep:
verwachting leiden tot meer elektrische infrastructuur, een gemiddeld
1.
Een overzicht opgesteld van de magneetveldbronnen (en
intensiever (slimmer) gebruik van het elektriciteitsnet en tot nieuwe
typische configuraties) in het elektriciteitsnet;
bronnen in de gebouwde omgeving, zoals laadinfrastructuur voor
Een overzicht opgesteld van te hanteren afstanden per magneet-
elektrisch
veldbron waarbinnen maatregelen moeten worden afgewogen;
schakelinstallaties
Een inventarisatie gemaakt van alle potentiële maatregelen, om
componenten en naar verwachting ook de gemiddelde belasting van
de blootstelling aan een magneetveld binnen de vastgestelde
het net nemen de komende jaren toe.
2. 3.
vervoer bij
en
converters,
transformatoren
grote
zonnedaken.
Kortom,
het
en aantal
afstanden te beperken of om hierover te informeren; 4.
Een
afwegingskader
geformuleerd,
waarmee
kan
worden
bepaald of potentiële maatregelen redelijk en proportioneel zijn voor een specifieke situatie, waarbij het ALARA-principe (as low as reasonably achievable) uitgangspunt is.
van
bestaande
situaties
is
de
In de aanpak zijn zes procesonderdelen onderscheiden, die zijn gevisualiseerd in de onderstaande figuur. De blokken en hun onderlinge samenhang worden kort beschreven in dit hoofdstuk. In
Door de uitbreiding van het complete elektriciteitsnet en het meenemen
1.3. Samenhang in de aanpak
scope
van
de volgende hoofdstukken worden ze verder uitgewerkt.
het
voorzorgbeleid fors verbreed. Afgelopen 15 jaar heeft het beleid een rol
gespeeld
bij
enkele
honderden
kilometers
bovengrondse
hoogspanningslijn. Door de uitbreiding van het beleid naar alle andere boven- en ondergrondse hoogspanningsverbindinge n en alle kabels
voor
de
midden-
en
laagspanning
komen
daar
honderdduizenden kilometers verbinding bij. En ook 600 stations voor
de
hoog-
en
tussenspanning
en
bijna
130.000
logisch,
omdat
middenspanningruimten (‘transformatorhuisjes’). Aandacht
voor
deze
netcomponenten
is
magneetvelden zich niet beperken tot de hoogspanning. De omvang van de elektrische stromen (en daarmee de magneetveldsterkte) is in de hoogspanning bij de bron veelal wel het hoogst, maar de midden- en laagspanningsinstallaties en -verbindingen bevinden zich |9
Afweging Voorstel AMM-afstanden
Gebruikmakend van het afwegingskader is een advies opgesteld over
De magneetveldbronnen binnen het elektriciteitsnet zijn geclusterd in
de redelijkheid en proportionaliteit van het treffen van maatregelen in
kenmerkende configuraties. Aan deze configuraties zijn afstanden
specifiek benoemde situaties. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen
gekoppeld waarbinnen maatregelen afgewogen dienen te worden: de
bestaande, nieuwe en veranderende situaties, omdat de redelijkheid
AMM-afstanden (AMM=afweging mogelijke maatregelen). DNV-GL
en proportionaliteit van maatregelen wezenlijk kan verschillen. In het
heeft in opdracht van het ministerie van Economische Zaken en
advies van Lysias zijn de inzichten en inschattingen van de
Klimaat een onderbouwing van deze afstanden opgesteld. Op het
werkgroep betrokken.
concept hiervan heeft het RIVM een reflectie gegeven. Lysias is op basis van de bevindingen van DNV-GL en RIVM gekomen tot een
Aansluiting op eerder advies
aanbeveling voor de bij het nieuwe beleid te hanteren afstanden.
In kaart is gebracht waar het nieuwe beleid aansluit op het advies Verdaas [literatuurlijst, referentie 2] en waar het afwijkt. Dit is
Inventarisatie mogelijke maatregelen
meegewogen in het advies en de aanbevelingen voor de verdere
Onderzocht is welke maatregelen er mogelijk zijn om inhoud te geven
borging en communicatie.
aan het voorzorgbeleid. Er zijn groslijsten opgesteld met alle denkbare technische en niet-technische maatregelen (ruimtelijk,
Advies Lysias en aandachtspunten nieuwe beleid
organisatorisch, communicatief). De afweging welke maatregelen
Het rapport besluit met een onderbouwd advies van Lysias over de
proportioneel en redelijk worden geacht is later gemaakt (zie volgend
wijze waarop de overheid het nieuwe voorzorgbeleid kan invullen: de
onderdeel). Bij de inventarisatie is onder meer gekeken naar
AMM-afstanden, de proportioneel geachte maatregelen en een kader
ervaringen in andere landen en naar andere voorbeelden van
waarmee verdere afwegingen kunnen worden gemaakt. Tevens geeft
voorzorgbeleid.
het aandachtspunten voor de borging en communicatie. We spreken in het advies niet over ALARA-maatregelen, maar over
Afwegingskader
proportioneel geachte maatregelen. De term ALARA vinden wij
Parallel aan de voorgaande acties is een afwegingskader ontwikkeld
minder duidelijk voor een breder publiek.
om de maatregelen te toetsen op hun redelijkheid en proportionaliteit. Aan het begin van het proces is met de werkgroep afgesproken dat bij
de
afweging
factoren
als
effectiviteit,
kosten,
juridische
houdbaarheid en technische uitvoerbaarheid centraal zouden staan.
Het advies is gebaseerd op de nu best beschikbare data. Gebleken is dat er nog veel onbekend is, zeker over de mogelijke maatregelen voor de midden- en laagspanningsdelen van het elektriciteitsnet. Het inzicht hierin zal groeien door hiermee nu aan de slag te gaan.
Zo is het kader ook ingevuld. | 10
2. Verkenning mogelijke maatregelen
verloop van de belasting en dat profiel verschilt per locatie. Bijlage 4 geeft
een
overzicht
van
de
componentclusters
die
worden
Ter onderbouwing van het advies is onderzocht welke maatregelen
onderscheiden in dit advies. Dit overzicht is gebaseerd op een
er mogelijk zijn om inhoud te geven aan het nieuwe voorzorgbeleid.
analyse van DNV-GL om voor de uitvoeringspraktijk te komen tot een
Er is toegewerkt naar een groslijst met alle denkbare technische en
hanteerbaar aantal clusters.
niet-technische maatregelen. In die lijst staan dus ook maatregelen
Technisch / niet-technisch
die niet in het latere advies zijn opgenomen , omdat ze daarvoor niet
Bij de verkenning van de mogelijke maatregelen is een onderscheid
als voldoende redelijk en/of proportioneel zijn beoordeeld. Bij het
gemaakt tussen twee categorieën: technische en niet-technische
samenstellen van de lijst is onder meer gekeken naar ervaringen in
maatregelen.
andere landen en naar andere voorbeelden van voorzorgbeleid. De
De eerste categorie betreft maatregelen die fysiek de contouren van
resultaten van de inventarisatie zijn voorgelegd aan de werkgroep en
het magneetveld beïnvloeden door aanpassingen aan de netcompo-
zijn onderschreven door de netbeheerders en gemeenten. Hieronder
nenten of hun onderlinge positionering. De niet-technische maat-
wordt ingegaan op de gehanteerde invalshoeken en de resulterende
regelen focussen op ruimtelijke, organisatorische en communicatieve
groslijst. Voor verdere details verwijzen wij naar de deelrapportages,
activiteiten om onbewuste blootstelling aan magneetvelden te
als vermeld in bijlage 1.
beperken. Dat kan bijvoorbeeld via de ruimtelijke ordening en het ontsluiten van informatie.
2.1. Invalshoeken Netcomponenten / -configuraties
2.2. Groslijsten met maatregelen
Het elektriciteitsnet bestaat uit vele componenten en configuraties
Werkend vanuit deze invalshoeken zijn groslijsten opgesteld voor de
(de onderlinge positionering van componenten ten opzichte van
technische en niet-technische maatregelen, per type component en
elkaar). Bij de verschillende typen componenten en configuraties
per type activiteit. De korte versies van de groslijsten staan hieronder
passen specifieke mogelijke maatregelen.
weergegeven.
De bestaande elektriciteitsvoorziening is in vele tientallen jaren
onderbouwing zijn te vinden in separate deelrapporten, die zijn
opgebouwd door verschillende netbeheerders, die elk hun eigen
opgenomen als bijlage 6 tot en met 10.
De
uitgewerkte
versies,
achtergronden
en
aanpak hadden. Dit heeft geleid tot veel verschillende configuraties, elk
met
een
eigen
magneetveldprofiel
en
andere
mogelijke
maatregelen. Daarbij wisselt het magneetveld in de tijd met het
| 11
Technische maatregelen Hoogspanningslijnen TL1 TL2
Verleggen tracé hoogspanningslijn (afstand vergroten) Verhogen masten; hoger ophangen geleiders
TL3
Verkleinen afstand van geleiders (binnen/tussen circuits)
TL4
Masttype, met geoptimaliseerde ophanging geleiders
TL5
Faseoptimalisatie over de circuits
TL6
Fasesplitsing (meer geleiders, zelfde stroom)
TL7
Verkabelen van de hoogspanningslijn
TL8
Plaatsen afschermingsconstructie, bij gevoelige bestemmingen
TS3
Verkleinen afstanden tussen rails
TS4
Verkleinen afstanden tussen kabels
TS5
Geen geleiders langs buitenwanden
TS6
Faseoptimalisatie over de circuits
TS7
Ander installatietype, met BBT afscherming
TS8
Plaatsen metalen afschermplaat
TS9
Plaatsen actieve afscherming
Niet-technische maatregelen Voorkomen / beëindigen blootstelling
Opstijgpunten
NV1
Aanpassen ruimtelijke planning en vergunningverlening
TO1
Doordacht positioneren opstijgpunten (afstand houden)
NV2
Uitkopen binnen AMM-afstand (generiek)
TO2
Verkleinen afstand tussen geleiders
NV3
Uitkopen binnen AMM-afstand (situaties met kinderen)
TO3
Faseoptimalisatie over de circuits
Bieden informatie en handelingsperspectief
Kabels
NI1
Opstellen Netkaart met AMM-afstanden voor hele net
TK1
Verleggen tracé kabels (afstand vergroten)
NI2
Opstellen Netkaart alleen voor hoogspanningsdeel van het net
Dieper leggen of boren van kabels
NI3
Actief informeren van mensen binnen de AMM-afstand
TK3
Verkleinen afstand tussen kabels (binnen/tussen circuits)
NI4
Invoeren onderzoekplicht (bewustwording)
TK4
Kabels in driehoek leggen i.p.v. plat vlak
NI5
Aanbieden van advies over inrichting (bewustwording)
Faseoptimalisatie over de kabelcircuits
NI6
Aanbieden uitkoopregeling of urgentie bij verhuizing (generiek)
TK6
Ander kabeltype, met BBT afscherming
NI7
Aanbieden uitkoopregeling of urgentie bij verhuizing
TK7
Fasesplitsing (meer aders, zelfde stroom)
TK8
Driefasenkabel i.p.v. losse fasekabels (niet bij hoogsp anning)
TK9
Kabelmantel doorverbinden
TK10
Kabels leggen in metalen buis
TK11
Plaatsen metalen afschermplaat
TK12
Plaatsen actieve afscherming
TK2
TK5
Stations en transformatorruimten TS1
Doordacht plaatsen stations (afstand vergroten)
TS2
Verkleinen afstanden tussen installaties, binnen stations
(alleen voor situaties met kinderen of kinderwens)
Bieden van compensatie NC1
Uitkeren waardevermindering
NC2
Verlagen kosten netbeheer
NC3
Verlagen WOZ waarde
NC4
Inrichten Omgevingsfonds
NC5
Vergoeden kosten verhuizing / inrichting (huurders)
| 12
3. Afweging mogelijke maatregelen
beleid,
Parallel aan de verkenning van de maatregelen is een kader
niveau’. De afstanden zouden dan grofweg tweemaal zo groot
ontwikkeld om deze te wegen op hun redelijkheid en proportionaliteit.
worden als bij 0,4 µT. Vanwege een logische aansluiting op de
Voor de afweging is van belang binnen welke afstand vanaf het net
bestaande praktijk en op de eerdere advisering (Verdaas) is hiervoor
deze moet worden gemaakt en welke criteria bij de afweging worden
niet gekozen.
gehanteerd. Dit hoofdstuk gaat in op deze aspecten.
Het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft DNV-GL
3.1. Afwegingsafstanden
te
kiezen voor
een
magneetveldsterkte
van
0,1
µT
jaargemiddeld. Deze waarde wordt beschouwd als ‘achtergrond-
opdracht gegeven een onderbouwd voorstel te doen voor de te hanteren afstanden. De rapportage van DNV-GL is gebaseerd op een
Het bestaande voorzorgbeleid (bovengrondse hoogspanningslijnen)
inventarisatie van alle hen bekende rapportages over berekeningen
geldt binnen de magneetveldzone met 0,4 µT jaargemiddeld als
en metingen aan de magneetvelden bij het elektriciteitsnet . Dit is een
advieswaarde. De breedte van de magneetveldzone wordt per
vrijwel zeker niet-representatieve steekproef uit alle voorkomende
praktijksituatie berekend op basis van een handreiking van het RIVM.
netsituaties, maar de beste informatiebron over de praktijk die er nu
Het advies van Verdaas [literatuurlijst, referentie 2] voor het nieuwe
is. Vanwege spreiding in de bevindingen komt DNV -GL niet tot één
voorzorgbeleid was om bij de afweging van maatregelen uit te gaan
afstand per netcomponent, maar tot een bandbreedte met een
van een vaste afstand en de magneetveldsterkte van 0,4 µT als
minimale en maximale afstand. Op het conceptrapport van DNV-GL
criterium los te laten.
heeft het RIVM gereflecteerd.
Bij het uitwerken van het nieuwe beleid zijn de afwegingsafstanden
AMM-afstanden
toch – zij het indicatief - gebaseerd op de advieswaarde van 0,4 µT
De AMM-afstanden (AMM = afweging mogelijke maatregelen) zijn
jaargemiddeld. Dit bij gebrek aan een passend alternatief om tot
vaste afstanden vanaf een magneetveldbron, horizontaal op 1,5
onderbouwde afwegingsafstanden te komen. De advieswaarde van
meter boven het maaiveld. Soms moeten de afstanden ook verticaal
0,4 µT is internationaal gaan gelden als referentie en wordt – als
worden gehanteerd, bij bijvoorbeeld inpandige transformatorruimten.
ijkpunt binnen een bredere range – genoemd door de WHO en de
Door te werken met vaste afstanden per type netcomponent behoeft
Gezondheidsraad in hun adviezen. Deze veldsterkte is daarom
er niet per geval te worden gerekend of gemeten aan het magneet-
gebruikt bij het onderbouwen van de afwegingsafstanden en het
veld. Een overzicht van de afstanden die op grond van de
differentiëren van de afstanden naar type netcomponenten. Er is
beschikbare
overwogen om bij het bepalen van de afstanden, net als in het Duitse
netcomponenten is opgenomen in de onderstaande tabel. Hierbij
data
zijn
vastgesteld
voor
de
verschillende
wordt een onderscheid gemaakt tussen meerdere AMM-afstanden: | 13
minimum, mediaan en maximum. In de uitwerking van het advies
3.2. Afwegingscriteria
(hoofdstuk 4) geven we aan welke afstand wordt geadviseerd. Meer details, achtergronden, onzekerheden en de kanttekeningen van het RIVM bij het conceptrapport van DNV-GL zijn opgenomen in bijlage 4. De volledige reflectie van RIVM op het conceptrapport van DNVGL is te vinden in Bijlage 10.
Lysias heeft bij de afweging van de redelijkheid en proportionaliteit van de technische en niet-technische maatregelen getoetst op vijf criteria: 1.
Effectiviteit van de maatregel Gedefinieerd ten opzichte van ‘de maatregel niet nemen’ en als de mate van door de maatregel te realiseren kleinere magneetveldzone: 0-25% / 25-50% / 50-75% /75-100% / >100%.
2.
Meerkosten van de maatregel Gedefinieerd ten opzichte van de kosten in de bestaande praktijk (bij aanleg van verbindingen lokaal beschouwd, niet over het gehele tracé); vijf categorieën: 0-5% / 5-30% / 30-65% / 65-100% / > 100%.
3.
Technische uitvoerbaarheid van de maatregel Is de maatregel met thans beschikbare en bewezen technieken uitvoerbaar? Hierbij zijn twee mogelijke antwoorden: ja of nee.
4.
Aansluiting van een maatregel bij bestaande wet- en regelgeving Past de maatregel binnen de bestaande wet- en regelgeving of NEN-normen? Hierbij zijn twee mogelijke antwoorden: ja of nee. Zo nee: is een eventuele strijdigheid met de wet- en regelgeving of normen te repareren?
5.
Bijverschijnselen van de maatregel Is de maatregel vrij van (substantiële) bijkomende effecten, zoals meer maatschappelijke onzekerheid of onrust bij de bewoners / gebruikers van de gevoelige bestemming? Ook hier zijn er twee mogelijke antwoorden: ja of nee. Zo nee: zijn de onbedoelde bijverschijnselen te voorkomen of repareren ?
| 14
Met name de uitvoerbaarheid en kosten van maatregelen verschillen
3.3. Scoring van de maatregelen
wanneer deze worden toegepast in een bestaande situatie of in een nieuwe of veranderende situatie. Bij een bestaande situatie zijn de bestemming en het net fysiek al aanwezig of is de bestemming qua vergunning ruimtelijk al mogelijk gemaakt. Bij nieuwe situaties zijn zowel het net als de bestemming nieuw. Bij een veranderende situatie verandert of het net of de gevoelige bestemming. Deze aanduiding van nieuwe situaties wijkt af van die in het huidige beleid. Het verschil zit er in dat veranderende situaties in het huidige beleid niet apart worden onderscheiden en in dit advies wel.
Door de maatregelen te scoren op de bovengenoemde criteria k on een eerste afweging worden gemaakt. Lysias heeft daarbij de drie criteria met ja/nee-antwoorden gehanteerd als ‘knock-out’-criterium. Maatregelen waarvan ten minste één knock-out-criterium een ‘nee’ scoorde zijn verder niet in beschouwing genomen. De overige maatregelen zijn afgewogen op hun redelijkheid en proportionaliteit. Lysias heeft dit gedaan op basis van de verhouding tussen de effectiviteit en meerkosten. Dit is uitgewerkt in het onderbouwende document ‘Aanpak afweging mogelijke maatregelen’. Op verzoek van de stakeholders in de werkgroep is waar mogelijk
Netcomponent
een generieke afweging gemaakt. Voor het bevoegd gezag biedt dat
Nieuw Bestaand
Bestemming
Nieuw Nieuwe situatie (nieuw net en nieuwe bestemmingen, bijv. nieuwe woonwijk) Veranderende situatie 1 / nieuw net bij bestaande bestemming (netbeheerder) verantwoordelijk)
Bestaand
het voordeel van een landelijk uniforme aanpak, waarbij maar beperkt
Veranderende situatie 1 /
per specifieke situatie keuzen behoeven te worden gemaakt. Voor de
nieuwe bestemming bij bestaand net (bevoegd gezag verantwoordelijk)
netbeheerders helpt standaardisering van maatregelen bij het vermijden van eventuele discussie met het bevoegd gezag over de afweging en motivatie van maatregelen. Onderstaande schema’s tonen de uitkomst van de afweging voor
Bestaande situatie (bestaand net en bestaande bestemmingen
respectievelijk bestaande en nieuwe situaties. In de schema’s zijn de proportioneel geachte maatregelen groen aangeduid en de andere maatregelen rood. Hierbij is de verhouding tussen de effectiviteit en de meerkosten bepalend. Deze is berekend op basis van de middens van de cellen in het schema (>1 groen / < 1 rood). De verklaring van de codes staat in hoofdstuk 2.
1
Een veranderende situatie betreft een structurele verandering in een bestaande situatie. Daarbij kan het gaan om een uitbreiding of renovatie of verzwaring van het elektriciteitsnet binnen bestaande bebouwing of om het realiseren van nieuwe
gevoelige bestemmingen of (vergunningplichtige) renovatie van bestaande gevoelige bestemmingen nabij een bestaand elektriciteitsnet.
| 15
Bij de (meer)kosten van de maatregelen zijn alleen de directe kosten
Bij veranderende situaties zijn in beginsel dezelfde maatregelen
ingeschat. In de praktijk zullen de totale kosten veelal hoger
denkbaar als in een nieuwe situatie. De effectiviteit en kosten zullen
uitpakken, zeker als deze worden getroffen in bestaande situaties .
echter afwijken (soms weinig en soms sterk), onder meer als gevolg
Dit als gevolg van benodigd maatwerk en extra consequenties in de
van
bedrijfsvoering.
belemmeringen) en andere factoren die niet veranderen. De
ruimtelijke
gegevenheden
(beschikbare
ruimte,
fysieke
meerkosten vallen dan hoger uit dan in een nieuwe situatie of het effect is minder, omdat de maatregelen niet volledig op de beoogde wijze kunnen worden gerealiseerd. Welke van de maatregelen dan nog redelijk en proportioneel zijn moet per geval worden vastgesteld.
| 16
4. Aanbevelingen Lysias Voor bestaande situaties achten wij het, zonder verdere aanleiding, Het advies van Lysias voor het nieuwe voorzorgbeleid is gebaseerd
treffen van technische bronmaatregelen niet proportioneel. Dit
op de analyses als beschreven in de voorgaande hoofdstukken. We
vanwege de kosten (investeringen en consequenties voor netbeheer
onderscheiden drie hoofdcategorieën: technische bronmaatregelen,
en bewoners) en de vaak beperktere effectiviteit van de maatregelen
ruimtelijke afwegingen en de overige geadviseerde maatregelen.
(zie ook paragraaf 3.3). Bij renovatie of netuitbreiding zijn technische
Daarnaast gaan we in op de uitwerking in specifieke situaties en de
ingrepen veel eerder proportioneel.
betekenis voor de verschillende stakeholders.
4.1. Drie hoofdcategorieën van maatregelen 4.1.1. Technische bronmaatregelen
4.1.2. Ruimtelijke afweging Naast de bronmaatregelen is de meest doeltreffende maatregel om de blootstelling aan magneetvelden te beperken, het houden van afstand tussen de netcomponenten en gevoelige bestemmingen.
Lysias beveelt aan dat netbeheerders bij de aanleg, uitbreiding of
Daarbij speelt vooral het bevoegd gezag RO een rol, maar daarnaast
renovatie van het elektriciteitsnet standaard een aantal maatregelen
ook de verhuurders, projectontwikkelaars en bouwers.
treffen aan de bron. Deze maatregelen kunnen worden genomen
Lysias beveelt aan dat het bevoegd gezag in bestemmingsplannen
ongeacht of er in de directe omgeving van het net (gevoelige)
en bij de vergunningverlening voor nieuwe projecten het aspect
bestemmingen zijn of kunnen komen zonder aanpassing van het
magneetvelden, bij alle netcomponenten, meeweegt in de bredere
ruimtelijke plan. Door deze bronmaatregelen te treffen neemt de
ruimtelijke afweging, zoals deze wordt beoogd in het kader van de
blootstelling aan magneetvelden bij het net op termijn in Nederland
Omgevingswet.
af, ook in bestaande situaties.
Wij adviseren om bij deze afweging twee AMM-afstanden te hanteren. De ‘binnenste AMM-afstand’ begrenst de band waarbinnen
De technische bronmaatregelen die voor alle nieuwe en veranderende situaties worden geadviseerd zijn: • In driehoek leggen van kabels of benutten driefasenkabels • Faseoptimalisatie, bij aanwezigheid van meerdere circuits • Verkleinen van de afstand tussen geleiders, zover als mogelijk • Zoveel mogelijk vermijden van geleiders langs muren en plafonds
van stations en middenspanningsruimten (transformatorstations) zeker als deze direct kunnen grenzen aan gevoelige bestemmingen
de jaargemiddelde magneetveldsterkte vrijwel zeker hoger is dan 0,4 μT. Gelet op het advies van de Gezondheidsraad om langdurige blootstelling van gevoelige bestemmingen aan deze magneet veldsterkte, uit voorzorg, zoveel als mogelijk te vermijden , is het ruimtelijk mogelijk maken en realiseren van nieuwe gevoelige bestemmingen hier minder wenselijk en zou alleen aan de orde moeten zijn als het niet anders kan. | 17
De ‘buitenste AMM-afstand begrenst de band waarbinnen de jaargemiddelde magneetveldsterkte hoger kan z ijn dan 0,4 μT, maar ook lager, uitgaande van de beschikbare data en van de netbelasting. Binnen deze band past het meenemen van het potentiële risico van de magneetvelden in een bredere ruimtelijke afweging, met bepaling van de proportionaliteit van het toestaan van gevoelige bestemmingen in relatie tot andere ruimtelijke mogelijkheden. Buiten de buitenste band is de jaargemiddelde magneetveldsterkte vrijwel altijd lager dan 0,4 μT. Daar behoeft geen afweging te worden gemaakt op het aspect magneetvelden. De figuur illustreert deze afstanden.
Toelichting bij de tabel Voor de hanteerbaarheid van de aanpak zijn spanningsniveaus die relatief dicht bij elkaar liggen geclusterd en zijn met name alle grotere afstanden afgerond op vijftallen. Dit neemt de schijn weg van een absolute nauwkeurigheid, die er niet is.
Om het beleid helder en hanteerbaar te houden stellen wij voor de
De binnenste AMM-afstanden zijn ontleend aan de minimale waarden
netcomponenten te clusteren als in de onderstaande tabel en de
uit de eerder in paragraaf 3.1 gepresenteerde tabel, die is gebaseerd
daarbij aangegeven AMM-afstanden te hanteren.
op de bevindingen van DNV-GL. Omdat wij voor de binnenste afstand
De afweging over mogelijk maken van ruimtelijke ontwikkelingen met
het zwaarste regime voorstellen is deze afstand beperkt tot de laagste
gevoelige bestemmingen binnen de aangegeven AMM -afstanden zal
waarde voor het betreffende cluster. Disproportionele maatregelen
(decentraal) plaatsvinden door het bevoegd gezag ruimtelijke ordening .
worden op deze wijze zoveel als mogelijk voorkomen. De buitenste AMM-afstanden zijn ontleend aan de maximale waarden uit de eerder gepresenteerde tabel.
| 18
Wij adviseren om, waar gevoelige bestemmingen binnen alle AMMHierbij maken we de kanttekening dat de maximale afstanden uit de
afstanden
rapportage van DNV-GL gelden voor huidige praktijksituaties waarbij
zorgdragen voor een expliciete motivering en voor het informeren van
de technische bronmaatregelen nog niet zijn toegepast. De afstand
burgers die daar een gevoelige bestemming overwegen te betrekken.
wordt kleiner zodra deze maatregelen worden genomen, wat conform
Het bevoegd gezag zorgt er ook voor dat dit wordt vastgelegd in
het advies gaat gebeuren. Bij hoogspanningslijnen gaat het dan
vergunningen en andere documenten voor stakeholders.
bijvoorbeeld om het toepassen van faseoptimalisatie, waardoor de afstand vanaf de lijn, waar de veldsterkte 0,4 µT jaargemiddeld kan zijn, afneemt. Omdat deze bronmaatregelen in de toekomst standaard
worden
toegestaan,
het
bevoegd
gezag
te
laten
Voor bestaande situaties achten wij het, zonder verdere aanleiding, maken van een ruimtelijke afweging niet proportioneel. Bij een
worden, is hierop bij de voorgestelde afstanden al, enigszins,
vergunningplichtige
geanticipeerd.
bestemmingen (ofwel een veranderende situatie) adviseren wij wel
renovatie
of
uitbreiding
van
gevoelige
Voor middenspanningsruimten (MSR’s; ook wel aangeduid als trans -
een ruimtelijke afweging te maken.
formatorruimten of distributiestations) is aangesloten op de bestaande Nederlandse praktijkrichtlijn [ref. 7], waarin bij inpandige MSR’s wordt aanbevolen de direct naastgelegen ruimten niet te bestemmen voor
Voor een goede en herkenbare werking van het voorzorgbeleid - binnen het
langdurig verblijf. Dit hebben wij geïnterpreteerd als 2 tot 4 meter.
kader van de Omgevingswet - acht Lysias het van belang dat er landelijk
Combilijnen zijn in de tabel niet opgenomen. De magneetveldzone is
geharmoniseerde criteria komen voor de invulling van de motiverings- en
hier dermate afhankelijk van de feitelijke combinatie dat wij adviseren
informatieplicht, op in elk geval de volgende punten:
de afwegingsafstand per concrete situatie te bepalen.
a.
De wijze waarop de magneetvelden worden meegewogen in de integrale ruimtelijke afweging en waarop deze afweging wordt gemotiveerd;
b.
worden toegestaan binnen de afstand waarvoor wordt geadviseerd deze
Vanuit het voorzorgprincipe bevelen wij aan om voor de binnenste AMM-afstand vanuit het Rijk het advies te geven hier gevoelige bestemmingen zoveel als redelijkerwijs mogelijk te vermijden. Dit
Kwaliteitscriteria voor de motivering wanneer gevoelige bestemmingen te vermijden. De criteria zullen hier strenger zijn dan bij a;
c.
Beschrijving van de (gestandaardiseerde) wijze waarop burgers dienen te worden geïnformeerd in de gevallen a en b.
betekent dat bij het mogelijk maken van gevoelige bestemmingen
Om te waarborgen dat de criteria werkbaar zijn voor het bevoegd gezag
binnen de binnenste AMM-afstand er sprake zal moeten zijn van
bevelen wij aan dat VNG en IPO een centrale rol spelen bij het formuleren
zwaarwegende argumenten (lees ‘noodzaak’). Dat kan bijvoorbeeld
ervan, samen met het Rijk, vergelijkbaar met hoe dit is gebeurd bij de invulling
aan de orde zijn bij een tracé voor een nieuwe hoogspanningslijn,
van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Om te waarborgen dat de criteria tijdig
waar geen beter alternatief mogelijk blijkt .
tot stand komen bevelen wij aan dat de minister van EZK – als probleemeigenaar - hierbij de regie neemt, ook die binnen het Rijk zelf.
| 19
4.1.3. Overige geadviseerde maatregelen / werkprincipes
bevoegd gezag, als indicatie waar nieuwe situaties met gevoelige
In aanvulling op de bovengenoemde kernonderdelen van het advies
bestemmingen bij voorkeur worden vermeden en waar soms
noemen wij in deze paragraaf enkele maatregelen en werkprincipes
specifieke magneetveldberekeningen aan het magneetveld gemaakt
die de nieuwe aanpak completeren.
worden, om vast te stellen waar de grens ligt van de specifieke magneetveldzone.
Geïnteresseerden faciliteren
Wij adviseren de Netkaart aan te passen naar beide AMM-afstanden
Burgers kunnen zelf ook het nodige doen aan hun blootstelling aan
(in plaats van indicatieve zones) en de kaart uit te breiden naar de
magneetvelden en aan de mate waarin zij hierover geïnformeerd zijn.
andere magneetveldbronnen in de hoogspanning , te weten onder-
De beschikbaarheid van eenvoudig toegankelijke informatie helpt
grondse kabels, stations en opstijgpunten. Bij deze componenten zijn
geïnteresseerden en biedt soms handelingsperspectief. Vanwege de
de afstanden substantieel, waardoor een visuele presentatie kan
uitbreiding van het voorzorgbeleid naar het hele net en het actief
helpen. Het lijkt ons logisch dat bij de visuele aanduiding van de
attenderen van burgers binnen alle AMM-afstanden, bij nieuwe en
AMM-afstanden op de kaart qua ‘hardheid’ een helder onderscheid
veranderende situaties, zal de informatiebehoefte naar verwachting
wordt gemaakt tussen de binnenste en de buit enste afstand
toenemen. In paragraaf 4.3 doen wij de suggestie het attenderen op
(bijvoorbeeld de buitenste gestippeld).
magneetvelden – binnen alle AMM-afstanden – ook op te nemen in
Omdat de binnenste AMM-afstanden altijd kleiner zijn dan de huidige
de onderzoek- en mededelingsplicht bij (ver)koop van gevoelige
indicatieve zones op de Netkaart is geen berekening nodig, hetgeen
bestemmingen. Ook daardoor kan de informatiebehoefte stijgen.
de uitvoeringspraktijk vereenvoudigt.
Wij bevelen aan de huidige passieve wijze van informatievoorziening voort te zetten, maar deze aan te passen op het nieuwe belei d en de extra informatie en inzichten die daarbij beschikbaar zijn gekomen. Het verdient aanbeveling dat gemeenten, netbeheerders en GGD’en , samen met het Rijk, de vraag naar informatie goed monitoren en voorbereid zijn op uitbreiding van de informatiecapaciteit. Netkaart Voor het huidige voorzorgbeleid is door RIVM een Netkaart opgesteld voor alle bovengrondse hoogspanningslijnen in ons land en de bijbehorende indicatieve zones. Deze zones zijn van belang voor het
In de midden- en laagspanning zijn – zeker de binnenste AMM afstanden nihil of klein. Lysias stelt daarom voor deze spanningsniveaus niet op te nemen in de Netkaart, maar een lijst te publiceren met beide AMM-afstanden voor elk van de netcomponenten. Initiatiefnemer overweegt en treft maatregelen Als uitgangspunt voor het nieuwe voorzorgbeleid is in het advies van Verdaas en door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat meegegeven dat de initiatiefnemer van een nieuwe of veranderende situatie verantwoordelijk moet worden gehouden voor het afwegen en treffen van de maatregelen en dat deze de kosten daarvan draagt. Duidelijk is geworden dat daarbij als mogelijke initiatiefnemers werd | 20
gedoeld op het bevoegd gezag dan wel de netbeheerder. Lysias heeft
4.2. Specifieke uitwerking veranderende situaties
dit uitgangspunt overgenomen. In deze paragraaf werken we kort enkele veel voorkomende typen Wederkerigheid
van veranderende situaties uit en gaan we in op de betekenis voor
De voorgestelde aanpak is zo opgesteld dat n etbeheerders aan hun
de verschillende typen stakeholders .
zijde van de problematiek doen wat in redelijkheid en proportion eel van hen kan worden verwacht. Daarmee doelen we op het treffen van
4.2.1. Veel voorkomende typen veranderende situaties
technische bronmaatregelen bij nieuwe en veranderende situaties.
Nieuw elektriciteitsnet nabij bestaande bestemmingen
Daartegenover zorgt het bevoegd gezag RO er bij deze situaties voor
Bij het realiseren van nieuwe infrastructuur of bij vervanging van
dat binnen alle AMM-afstanden een ruimtelijke afweging wordt
bestaande componenten (bijvoorbeeld kabeltracés of stations) in het
gemaakt en er bij het mogelijk maken van gevoelige bestemmingen
net treft de netbeheerder het standaardpakket aan technische
binnen de AMM afstanden de passende maatregelen worden
bronmaatregelen. De kosten van de maatregelen worden gedragen
genomen.
door de netbeheerder. De netbeheerder tracht bij de netaanleg – in overleg met het bevoegd
Bestaande zones blijven van kracht Lysias beveelt aan het nieuwe beleid van toepassing te verklaren op toekomstige plannen en besluiten, zoals dat ook werd gedaan bij introductie van het voorzorgbeleid in 2005. M agneetveldzones die al zijn berekend en vastgelegd in ruimtelijk beleid blijven dan relevant, ook als de betreffende component nog niet is gerealiseerd. Diverse stakeholders hebben de wenselijkheid hiervan benadrukt en het lijkt Lysias logisch dat situaties waarvoor al ruimtelijk beleid is gemaakt niet behoeven te worden herzien. De ‘oude’ afstanden sluiten daarbij
gezag – te voorkomen dat er gevoelige bestemmingen – of gebieden waar gevoelige bestemmingen ruimtelijk mogelijk zijn gemaakt (in het bestemmingsplan) - binnen een AMM-afstand terecht komen; zeker binnen de binnenste AMM-afstand. Wanneer dit onvermijdelijk blijkt is binnen alle AMM-afstanden de motiverings- en informatieplicht aan de orde voor het bevoegd gezag. Gevoelige bestemmingen die wel ruimtelijk mogelijk zijn (in het bestemmingsplan), maar nog niet gerealiseerd zijn, kunnen alsnog worden wegbestemd, indien de reeds gemaakte afspraken daar de ruimte voor laten.
ook voldoende aan op de intenties van het voorgestelde beleid. Kleine aanpassingen van het net, zoals het aansluiten van een laadpaal worden niet beschouwd als een veranderende situatie waarbij de bronmaatregelen aan de orde zijn.
| 21
Nieuwe bestemmingen nabij bestaand elektriciteitsnet
Beperkte wijziging bestemming nabij bestaand elektriciteitsnet
Bij het ruimtelijk mogelijk maken van nieuwe gevoelige bestemmin-
Bij een vergunningplichtige wijziging aan een bestaande gevoelige
gen (zoals een uitbreiding van een bestaande woonwijk) zorgt het
bestemming, die binnen een AMM-afstand komt (of blijft) maakt het
bevoegd gezag RO er via een ruimtelijke afweging voor dat deze
bevoegd gezag een ruimtelijke afweging. Dit achten wij relevant
bestemmingen, zo veel als redelijkerwijs mogelijk, niet binnen de
omdat de voorgestelde beleidslijn is dat bestaande situaties worden
AMM-afstanden komen; zeker niet binnen de binnenste AMM-
aangepakt zodra zich daarvoor een geschikt moment voordoet. Een
afstand. Wanneer een gevoelige bestemming binnen een AMM-
vergunningplichtige wijziging beschouwen wij als zo’n moment. Op
afstand ruimtelijk mogelijk wordt gemaakt en de netbeheerder ter
dit moment kan mogelijk iets worden gedaan aan de blootstelling. Het
plaatse nog niet de technische bronmaatregelen heeft getroffen, dan
is daarbij niet de intentie om een bestaande gevoelige bestemming
doet deze dat op dit moment, op verzoek van het bevoegd gezag. Het
die al binnen een AMM-afstand ligt te belasten met maatregelen, laat
bevoegd gezag draagt daarvan de kosten en berekent deze
staan deze weg te bestemmen, ook niet binnen de binnenste AMM -
desgewenst door aan de partij die het project realiseert.
afstand. Het is wel de intentie te toetsen of de beoogde aanpassing
Het bevoegd gezag motiveert bij het bestemmingsplan en/of de
mogelijk extra blootstelling oplevert en om de betrokkenen te
omgevingsvergunning waarom het mogelijk maken van de gevoelige
informeren over het potentiële risico. Dit zal stringenter zijn indien de
bestemming binnen de AMM-afstand proportioneel (buitenste AMM-
wijziging speelt binnen de binnenste AMM-afstand. Op deze wijze
afstand) dan wel noodzakelijk (binnenste AMM-afstand) wordt geacht
wordt onbewuste (vergroting van de) blootstelling tegengegaan.
en zorgt ervoor dat burgers, die binnen beide AMM-afstanden (willen
Het bevoegd gezag motiveert waarom de wijziging binnen de AMM-
gaan) verblijven, worden geïnformeerd over het potentiële risico van
afstand proportioneel dan wel noodzakelijk
het magneetveld.
informeert de betrokken burgers over het potentiële risico van de
wordt geacht en
aanwezigheid van het elektromagnetische veld. In de regel is het Voorbeelden van deze situatie zijn het inbreiden van woningen of het
treffen van technische bronmaatregelen hier niet aan de orde.
herbestemmen van een kantoorgebouw tot woon -, school- of crèchefunctie, binnen de AMM-afstand. In zo’n situatie moeten de technische
Bij deze categorie gaat het om relatief beperkte aanpassingen aan één
bronmaatregelen worden getroffen in het ter plaatse al aanwezige
enkele gevoelige bestemming. Als natuurlijk verandermoment is een
elektriciteitsnet. Het bevoegd gezag draagt daarvan de kosten. Zij kan
ruimtelijke afweging aan de orde. Het treffen van technische
deze doorberekenen aan de partij die het project realiseert.
bronmaatregelen is hier in de regel niet aan de orde.
| 22
4.2.2. Betekenis per betrokken partij In deze paragraaf wordt de betekenis van het door Lysias aanbevolen beleid indicatief uitgewerkt per partij. Het betreft aanbevolen activiteiten, waarover nog beleidskeuzen moeten worden gemaakt. Rijk Het Rijk stelt het nieuwe beleid met AMM-afstanden en adviezen over het treffen van maatregelen vast. Daaraan wordt een concrete uitwerking gekoppeld met wat verwacht wordt van de verschillende stakeholders, inclusief een handreiking / richtlijn voor de wijze waarop de ruimtelijke afweging – en de motivering daarbij – geacht wordt aan te sluiten op de (te verwachten) uitvoering van de Omgevingswet. De handreiking / richtlijn is belangrijk om te komen tot een landelijk uniforme invulling van de uitvoering. De handreiking wordt bij voorkeur opgesteld in samenwerking met, of zelfs door de uitvoerders (zie hierna ook onder bevoegd gezag), vergelijkbaar met hoe dit is gebeurd bij de invulling van het Besluit Kwaliteit Leefomgeving. Om te waarborgen dat de criteria tijdig tot stand komen bevelen wij aan dat de minister van EZK hierbij de regie neemt, ook voor de coördinatie van de inbreng vanuit het Rijk zelf. Incidenteel is het Rijk zelf bevoegd gezag RO (zie daarvoor onder bevoegd gezag). Netbeheerders De netbeheerders treffen bij nieuwe en veranderende situaties de in paragraaf 4.1.1 beschreven technische bronmaatregelen.
Overal waar de netbeheerder het initiatief neemt voor aanleg of verandering van een netcomponent draagt deze hiervan de kosten. In andere
gevallen zijn de kosten voor het bevoegd gezag. De netbeheerders spelen verder mogelijk een rol bij het opstellen van de nieuwe Netkaart. Bevoegd gezag RO, gemeenten en provincies Het bevoegd gezag RO (gemeenten, provincies en incidenteel het Rijk) maakt bij alle nieuwe en veranderende situaties , binnen alle AMM-afstanden, de beschreven ruimtelijke afweging.
Als het
bevoegd gezag een (wijziging van een) bestemmingsplan overweegt, en daarmee een gevoelige bestemming binnen de binnenste AMMafstand ruimtelijk mogelijk maakt, moet zij motiveren waarom dat noodzakelijk is en welke zwaarwegende argumenten daarbij spelen. Dat geldt ook bij het verstrekken van een omgevingsvergunning voor een dergelijke situatie. Tussen de binnenste en de buitenste AMMafstand geldt ook een afweging en motivering, maar minder streng. Het bevoegd gezag draagt de kosten van technische maatregelen als deze nog niet eerder zijn getroffen en het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat burgers binnen alle AMM-afstanden geïnformeerd worden over het potentiële risico. Om te bevorderen dat de uitvoering landelijk soepel en uniform kan worden ingevuld bevelen wij aan dat de landelijke koepelorganisaties VNG en IPO, samen met het Rijk, het initiatief nemen om te komen tot een handreiking voor de uitvoering. Projectontwikkelaars, bouwers en verhuurders Deze partijen volgen de aanwijzingen van het bevoegd gezag ten aanzien van de ruimtelijke afweging en informatie naar hun klanten. Zij streven er naar om – zoveel als redelijkerwijs mogelijk – nieuwe en veranderende gevoelige bestemmingen buiten de AMM-afstanden te houden. Naast eventuele nieuwbouw nabij hoogspanningslijnen | 23
zullen zij vooral te maken hebben met bestemmingen bij het laag- en
van blootstelling aan magneetvelden. Het is belangrijk die onrust te
middenspanningsdeel van het net. De te hanteren AMM-afstanden
onderkennen en zoveel als mogelijk weg te nemen, bijvoorbeeld via
zijn daar nihil of klein. De meest relevante maatregel lijkt het
duidelijke voorlichting en/of een persoonlijk gesprek. Wij roepen de
vermijden van een gevoelige bestemming direct tegen een inpandige
stakeholders op om in die situaties te doen wat – redelijkerwijs en
transformator-ruimte (gewenste afstand van minimaal 2 meter).
proportioneel – mogelijk is om op basis van beschikbare feiten de
GGD’en / RIVM
beleefde risico’s te kanaliseren en te minimaliseren. .
De GGD’en en het RIVM hebben een minder directe rol in het nieuwe
Fonds optimale ruimtelijke inpassing transitie
beleid. Wel kunnen zij dit goed ondersteunen via hun advisering aan
Op basis van de gedachtewisseling in de werkgroep geeft Lysias het
het bevoegd gezag en bij het verstrekken van informatie aan
Rijk in overweging een fonds te creëren voor het ruimtelijk optimaal
geïnteresseerden en het adresseren van zorgen van burgers. Het
inpassen van energietransitie-elementen, waar versterking van het
RIVM speelt een rol bij het mogelijk aanpassen van de Netkaart.
elektriciteitsnet deel van uitmaakt. Idee is dat lokale betrokkenen zelf kunnen bepalen hoe zij het fonds willen inzetten om de ruimtelijke
4.3. Suggesties aanvullende maatregelen Onderzoek- en mededelingsplicht Wie een bestemming wil kopen, heeft de plicht onderzoek te doen naar de bouwkundige en de juridische staat hiervan. Ook de verkoper heeft een plicht: de mededelingsplicht. Lysias doet de suggestie om het aspect ‘aanwezigheid van magneetvelden’ toe te voegen aan de bestaande onderzoek- en mededelingsplicht. Dit gaat tegen dat mensen onbewust een gevoelige bestemming kopen binnen een AMM-afstand.
inpassing te optimaliseren. De financiële middelen voor zo’n fonds kunnen worden gerelateerd aan de brede energietransitie en de wijze waarop daarvoor nu al middelen worden vrijgemaakt. Er kan ook worden gedacht aan aansluiting op lokale fondsen voor ruimtelijke ontwikkeling
of
een
aparte
toeslag
op
de
kosten
van
het
elektriciteitsgebruik. Vanwege het specifieke eigen karakter van zo’n fonds en om vertraging in de realisatie te vermijden, beveelt Lysias aan
de
opzet
van
een
dergelijk
fonds
buiten
het
nieuwe
voorzorgbeleid te houden.
Aandacht voor risicobeleving Zoals eerder aangegeven is er op grond van nu beschikbare kennis geen sprake van een waarschijnlijk, laat staan bewezen oorzakelijk verband tussen magneetvelden en leukemie bij kinderen of andere effecten op de gezondheid. Tegelijk kunnen we er niet omheen dat er desondanks bij een aantal mensen onrust bestaat over de risico’s | 24
5. Doorkijk naar de borging en communicatie
normerend. Die laatste afweging betreft vooral de binnenste afwegingsband.
Het voorgaande advies biedt naar onze overtuiging een effectieve
In onze optiek doet het Rijk er goed aan duidelijk vast te leggen wat
aanpak, waarmee de blootstelling aan magneetvelden wordt beperkt
wordt verwacht van de netbeheerders en van het bevoegd gezag RO.
met proportionele inspanningen en kosten. De aanpak is gebaseerd
Om te komen tot een landelijk uniforme uitvoering past daarbij een
op de data die nu beschikbaar zijn, zowel over de gezondheidsrisico’s
handreiking / richtlijn met de criteria die worden gesteld aan het
als over de kosten en effectiviteit van maatregelen. Door aan de slag
meewegen van de magneetvelden in de integrale ruimtelijke
te gaan met het nieuwe beleid zal het inzicht hierin de komende jaren
afweging en aan de wijze waarop deze afweging wordt gemotiveerd.
toenemen.
Dat geldt zeker voor de (zwaardere) motivering in gevallen waar lokaal gevoelige bestemmingen worden toegestaan binnen de
Het werken met het nieuwe beleid vereist nieuwe routines bij netbeheerders, bevoegd gezag en andere stakeholders. Deze lijken goed uitvoerbaar, maar de betrokken medewerkers moeten wel de juiste instructies krijgen. Verder is een deel van de geadviseerde maatregelen gericht op informatievoorziening over het nieuwe beleid. Ook daarvoor is actie vereist.
afstand waarvoor wordt geadviseerd deze te vermijden (de binnenste AMM-afstand) en voor de aansluiting op de Omgevingswet. Zoals eerder aangegeven wordt deze handreiking bij voorkeur opgesteld in samenwerking met, of zelfs primair door de bevoegde gezagen die het beleid gaan uitvoeren. De minister van EZK kan hierbij de regie nemen (ook die binnen het Rijk) om te waarborgen
Dit hoofdstuk gaat in op deze benodigde vervolgstappen. Op zichzelf
dat de criteria tijdig en adequaat tot stand komen.
maakten de borging van en de communicatie over het nieuwe voor-
Aansluitend hierop past het bieden van een aanduiding / voorbeeld
zorgbeleid geen deel uit van het project, maar de uitvoerbaarheid en
voor de - bij voorkeur landelijk gestandaardiseerde - wijze waarop
communiceerbaarheid zijn wel steeds in het oog gehouden . Daarbij
burgers vooraf dienen te worden geïnformeerd.
zijn aandachts- en aanknopingspunten naar voren gekomen die we
Lysias realiseert zich – mede gelet op de ervaring met het huidige
benoemen in dit hoofdstuk.
voorzorgbeleid – dat het dringende advies van de Rijksoverheid voor de binnenste AMM-afstand in de praktijk kan verworden tot een soort
5.1. Borging van het beleid Beleidskeuzen Voor de introductie van het nieuwe beleid moet het Rijk een aantal beleidskeuzen maken en een vorm kiezen waarin aan het beleid gestalte wordt gegeven; met name adviserend of deels ook
nieuwe norm. Dat is niet de intentie, maar beschouwd vanuit het potentiële risico en de daarbij passende voorzorg zien wij daarin geen reden voor een ander advies. Voor de buitenste AMM-afstand achten wij dit risico kleiner en kan dit via de communicatie naar verwachting worden voorkomen.
| 25
Start met draagvlak
praktijk functioneren. Met name in de midden- en laagspanning is het
In het voorgestelde nieuwe beleid hebben de netbeheerders en het
jaarlijkse aantal veranderende en nieuwe situaties zo groot dat dan
bevoegd
de uitwerking in de praktijk op meerdere tientallen cases beschouwd
gezag
RO
een
centrale
rol.
Om
die
reden
zijn
vertegenwoordigers van deze partijen betrokken bij het traject dat
zal kunnen worden.
aan dit advies voorafging. Het zou ons inziens passend zijn wanneer deze partijen ook de volgende stappen, zoals de kamerbrief die zal moeten worden opgesteld, onderschrijven. Daarbij denken we met name aan Netbeheer Nederland, VNG en IPO. Voorafgaand hieraan lijkt het wenselijk de praktische uitwerking van het nieuwe beleid aan de hand van enkele concrete cases door te nemen met een testgroep met ‘uitvoerende’ medewerkers van gemeenten (en mogelijk ook provincies of andere stakeholders), om te bevestigen dat het nieuwe beleid in de praktijk inderdaad werkbaar en proportioneel is. Een dergelijke praktijktoets / botsproef is ook gesuggereerd door de stakeholders in de werkgroep. Monitoring en bijsturing De uitvoeringspraktijk kan worden benut om het beleid de komende jaren te beproeven, te verfijnen en aan te passen. Daarvoor dient de uitvoering te worden gemonitord, geëvalueerd en bijgestuurd. Daarbij zal de dataset met betrekking tot de kosten, effectiviteit en uitvoerbaarheid van maatregelen zich ontwikkelen. Dat kan reden geven voor bijstelling van de afweging van de proportionaliteit van maatregelen. Het is aan te bevelen direct bij het van kracht worden van het nieuwe beleid duidelijkheid te bieden over de wijze waarop de uitvoering zal worden gemonitord, geëvalueerd en bijgestuurd. Lysias beveelt aan uiterlijk na twee jaar een eerste evaluatiemoment te voorzien.
Dan moet duidelijk worden of alle stakeholders de geadviseerde routines hebben geïmplementeerd en of deze in de
5.2. Communicatie Communicatie bij de introductie van het nieuwe beleid De introductie van nieuw beleid vraagt altijd communicatief aandacht. In dit geval speelt dat extra omdat eerder over het oude / bestaande beleid is geconstateerd dat dit de zorgen in de samenleving niet wegnam, dat het werd ervaren als inconsistent en dat het leidde tot buitenproportionele maatregelen. Het voorgestelde nieuwe beleid is meer consistent en leidt naar verwachting minder tot disproportionele maatregelen, door de landelijk uniforme aanpak van de gehele elektriciteitsvoorziening en de daarop aansluitende ruimtelijke afwegingen, met maatregelen op natuurlijke momenten en strikte afwegingsafstanden. De zorgen in de samenleving zal het niet volledig weg kunnen nemen. Het verdient aanbeveling bij de bekendmaking goed duidelijk te maken wat er wordt geadviseerd, hoe zich dat verhoudt tot het bestaande beleid en hoe wordt omgegaan met de resterende onzekerheden. Centraal daarin staat wat ons betreft de boodschap dat het nieuwe beleid de blootstelling aan magneetvelden geleidelijk overal vermindert, via de gerichte maatregelen aan de bron en de ruimtelijke afweging bij nieuwe situaties en wanneer zich natuurlijke momenten voordoen. Verder verdient de keuze voor het werken m et twee afstanden aandacht.