instemmingsbesluit-winningsplan-nedmag-2018-2023 geredigeerd
Tekst van het document
Hoewel niet vaststaat dat de bodemdaling door zoutwinning schade kan veroorzaken aan bijvoorbeeld woningen en infrastructuur, begrijpt de gemeente Veendam wel de zorgen die inwoners hierover hebben en vragen hiervoor aandacht. De gemeente Veendam adviseert een nieuw en onafhankelijk onderzoek te laten uitvoeren naar de nieuwe te verwachten bodemdaling en de bovengrondse effecten daarvan op het gebied van veiligheid en risico op schade aan gebouwen en infrastructuur. Gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen stelt dat inwoners die wonen in het gebied dat met deze bodemdaling te maken heeft, vrezen voor schade aan hun woningen en andere gebouwen. De gemeente Midden-Groningen stelt dat inwoners met schade vrezen van het kastje naar de muur te worden gestuurd. Advies waterschap Hunze en Aa’s Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat onzekerheid naar de toekomst moet worden weggenomen door ondubbelzinnige en heldere afspraken te maken over de afhandeling van onder andere kosten, verzekeringen, omgang met schade en het onafhankelijk veiligstellen van financiële middelen buiten Nedmag. Tussen het waterschap Hunze en Aa’s en Nedmag moet een nieuwe overeenkomst worden opgesteld. Nedmag moet hierin het initiatief nemen en zich proactief opstellen.
De overeenkomst zal recht moeten doen en inhoud moeten geven aan alle gevolgen ten gevolge van bodemdaling met betrekking tot het watersysteem die terug te leiden zijn op de bodemdaling door zoutwinning van Nedmag. Naar de toekomst Pagina 38 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
toe is het uitermate onzeker of er zich geen onvoorziene ontwikkelingen zullen voordoen die van invloed zullen zijn op het functioneren van het watersysteem. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de risico’s van zoutwinning volledig voor rekening zijn van de veroorzaker. Als Nedmag niet meer in bedrijf is moet de totale rekening zijn voldaan omdat deze niet ten laste van het waterschap mag komen.
PDGGO-DTDO / 22543048
Advies Mijnraad De Mijnraad stelt dat door de verschillende mijnbouwactiviteiten in het gebied, zowel zout- als aardgaswinning, het aantonen van de oorzaak van de schade en daardoor ook de aansprakelijkheid zal worden bemoeilijkt. De Mijnraad ziet een rol weggelegd voor de ingestelde Commissie Mijnbouwschade.
6.4.4 Beoordeling schade door bodembeweging Voor de zoutwinning in Veendam geldt dat het risico op schade ten gevolge van bodemdaling en bodemtrilling beperkt is. De maximaal verwachte bodemdaling van 95 cm door de zoutwinning door Nedmag en de cumulatieve maximale bodemdaling tot 1,1 m ontstaat geleidelijk. Daardoor leidt deze naar verwachting niet tot schade aan bebouwing maar sluit de staatssecretaris het ontstaan van schade ook niet op voorhand uit. Als gevolg van de bodemdaling door zoutwinning zijn er geen schadegevallen bekend. Mocht de periodiek gemeten bodemdaling door zoutwinning afwijken van de huidige voorspelling dan mag Nedmag de winning niet voortzetten op basis van dit winningsplan. Bij de beoordeling van de schade door bodemdaling houdt de staatssecretaris ook rekening met de bovengrondse omstandigheden en de bebouwing en infrastructuur in de omgeving van de zoutwinning. Voor de kans op schade is niet het diepste punt van de bodemdalingskom relevant, maar de bodemdaling ter plaatse van infrastructuur en gebouwen. Hierbij is de afstand van de bebouwing en infrastructuur tot het diepste punt van de bodemdalingskom van belang, en zettingsverschillen en horizontale rek.
De bodemdaling, die direct door zoutwinning aan de oppervlakte ontstaat, ter plaatse van de aanwezige infrastructuur en gebouwen is zo gelijkmatig dat de zettingsverschillen en horizontale rek ver onder de grenswaarden blijven. Boven deze grenswaarden kan de bodemdaling tot schade aan infrastructuur en gebouwen leiden. TU Delft stelt in haar rapport “Onderzoek naar de oorzaken van bouwkundige schade in Groningen” het falsificatiecriterium voor gebouwvervormingen vast: een horizontale rek van 0,2 ‰ en een hoekvervorming van 0,4 ‰. Als gevolg van de bodemdaling door zoutwinning door Nedmag bedraagt de maximale, van de bodem naar het gebouw overgedragen, horizontale rek 0,011 ‰ en de maximale hoekvervorming van de 0,0098‰. De staatssecretaris constateert dat SodM en de Tcbb het aannemelijk vinden dat het risico op bevingen en door de daardoor veroorzaakte schade beperkt is. Daarmee onderschrijven SodM en TNO de conclusie van Nedmag. Gelet hierop stelt de staatssecretaris dat het belang van de veiligheid voor omwonenden niet in het geding is. De berekeningen van de ontwateringsdiepte laten in het stedelijk gebied zien dat ten opzichte van de peilen van het peilbesluit geen toename van de ontwateringsdiepte optreedt met uitzondering van één locatie in het zuidelijk deel van Veendam. Daarmee zijn er in principe geen zettingseffecten te verwachten in Pagina 39 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
het bebouwd gebied. Als maatregel voor de genoemde locatie in het zuidelijk deel van Veendam verlaagt het waterschap het peil hier met maximaal 5 cm of knipt het waterschap het vak op.
PDGGO-DTDO / 22543048
Voor de infrastructuur, kabels en leidingen geldt dat de ligging ten opzichte van de grondwaterstanden ongewijzigd blijft, waarmee geen effecten te verwachten zijn. Gelet op het gewijzigd winningsplan, het toetsingskader uit de Mbw, en de adviezen van de adviseurs meent de staatssecretaris dat het passend is dat Nedmag geen extra maatregelen voorstelt ter voorkoming van schade door bodembeweging in het gewijzigd winningsplan. SodM houdt toezicht op de naleving van de algemene bepalingen en regels ter voorkoming van schade door bodembeweging als gevolg van de zoutwinning op basis van het gewijzigd winningsplan. In het geval dat (onverwacht) zorgen zouden ontstaan bij de toezichthouder SodM over de zoutwinning, kan SodM de zoutwinning stilleggen en een onderzoek instellen. De staatssecretaris vindt het belangrijk dat in een voorkomend geval de decentrale overheden van een dergelijke situatie op de hoogte worden gesteld. Adequate schaderegeling en onafhankelijk orgaan voor afwikkeling schade als gevolg van zoutwinning. De staatssecretaris ziet voor de zoutwinning geen aanleiding voor het instellen van een onafhankelijk orgaan voor de afwikkeling van schade, anders dan de Commissie Mijnbouwschade.
Het is echter van het grootste belang dat er zowel bestuurlijk als voor omwonenden inzicht is in het vaststellen van de oorzaak van schades en afhandeling daarvan door de Commissie Mijnbouwschade. Met betrekking tot het advies van SodM om de afhandeling van schade als gevolg van de zoutwinning zo snel mogelijk onder te brengen in het landelijk schadeloket mijnbouw stelt de staatssecretaris, zoals aangegeven in de brief van 9 juni 2020 aan de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2019-20, 32849, nr. 202) dat de Commissie Mijnbouwschade sinds 1 juli 2020 operationeel is. De Commissie Mijnbouwschade heeft als taak de onafhankelijke afhandeling te borgen van alle mijnbouwschades in Nederland, met uitzondering van de schades door de gaswinning uit het Groningenveld en Norg. De minister deelt ook de behoefte aan een adequate uitvoeringsorganisatie ter ondersteuning en onder aansturing van de Commissie Mijnbouwschade en draagt hier ook zorg voor. Er is één meldpunt (commissiemijnbouwschade.nl). Bij betrokken instanties - zoals gemeenten, provincies en waterschappen- en mogelijke gedupeerden is hieraan bekendheid gegeven. Voor burgers die schade willen claimen betekent dit dat zij bij één meldpunt terecht kunnen en zelf niet hoeven na te gaan welke mijnbouwactiviteit mogelijk oorzaak is van hun schade.
Met de komst van de website commissiemijnbouwschade.nl is het Landelijk Loket Mijnbouwschade komen te vervallen. In tegenstelling tot het Landelijk Loket Mijnbouwschade geeft de Commissie Mijnbouwschade niet alleen informatie over waar gedupeerden zich kunnen melden met schade, maar is de Commissie Mijnbouwschade het loket waar schademelders hun schade kunnen melden en waar de commissie hun melding behandelt. Sinds 1 november 2021 adviseert de Commissie Mijnbouwschade ook over schades door zoutwinning. De staatssecretaris onderschrijft het belang van een transparante, onafhankelijke en eenduidige wijze van schadeafhandeling. Een transparante en eenduidige wijze van schadeafhandeling zorgt voor een onafhankelijke beoordeling van de schade. Pagina 40 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De Commissie Mijnbouwschade werkt volgens het vastgestelde schadeprotocol. Zodoende is er geen aanleiding om dat in het instemmingsbesluit voor te schrijven.
PDGGO-DTDO / 22543048
Met betrekking tot het advies van SodM om uit te gaan van het bewijsvermoeden zoals dat nu ook al gebeurt bij het winnen van gas uit het Groningenveld merkt de staatssecretaris op dat voor omwonenden van het Groningen gasveld een wettelijk bewijsvermoeden (artikel 6:177a BW) geldt. In het advies van Raad van State van 7 oktober 2015 op amendementen op de Mbw stelt de Raad dat de bewijslast voor mijnbouwschade als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld in eerste instantie bij het mijnbouwbedrijf komt te liggen. De Raad van State geeft aan dat de staatssecretaris hiertoe kan overgaan, maar dat dan wel wordt afgeweken van een hoofdregel die doorwerkt in de bestaande procesposities van partijen. Zo'n afwijking moet daarom goed kunnen worden gemotiveerd, waarbij zwaardere eisen gelden naarmate de reikwijdte ervan groter is. In het belang van rechtszekerheid en ter voorkoming van onevenredige lasten is ook noodzakelijk dat de reikwijdte van het bewijsvermoeden helder afgebakend is. Ten aanzien van het Groningenveld geldt dat van een groot aantal gelijke schadegevallen vaststaat dat verreweg het grootste deel aan één bepaalde oorzaak moet worden toegeschreven. Daaraan wordt het vermoeden ontleend dat ook de overige (vergelijkbare) gevallen, waarin die oorzaak niet is aan te tonen maar ook niet is uit te sluiten, aan die oorzaak moeten worden toegeschreven.
Deze situatie doet zich in andere delen van Nederland niet voor (Kamerstukken II 2015/2016, 34348, nr. 6). Alleen het feit dat er een kans op schade bestaat is onvoldoende voor het invoeren van een wettelijk bewijsvermoeden. Bovendien is de kans op schade ten gevolge van de zoutwinning klein. Ten overvloede wordt opgemerkt dat dit alleen bij wet kan worden geregeld en niet door middel van een vergunningvoorschrift. De staatssecretaris bewerkstelligt zoals aangegeven in de brief aan de Tweede Kamer van 25 juli 2019 (Kamerstukken II 2018-19, 32849, nr. 188) dat de ongelijkheid tussen burger en mijnbouwonderneming wordt verminderd en dat een gedupeerde in deze procedure maximaal wordt ontzorgd. Dit gebeurt door het instellen van een onafhankelijke partij die zelf onderzoekt wat de schadeoorzaak is en ook de hoogte van de mijnbouwschade vaststelt. Dit betekent een aanzienlijke verlichting van de vereiste inspanning van de gedupeerde en draagt bij aan zijn ontzorging. Met de afhandeling van schade door de Commissie Mijnbouwschade wordt in praktische zin hetzelfde bereikt. De bewijslast wordt door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee weggehaald bij de burger.
Financiering van maatregelen in het waterbeheer als gevolg van de bodemdaling De staatssecretaris stelt dat de financiering van maatregelen in het waterbeheer ter voorkoming van schade als gevolg van de bodemdaling in eerste instantie een privaatrechtelijke aangelegenheid is tussen het waterschap en Nedmag. Waterschappen hebben op grond van artikel 1, eerste lid van de Waterschapswet de waterstaatkundige verzorging van een bepaald gebied ten doel. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat om dit doel te handhaven extra kunstwerken nodig zijn als gevolg van de bodemdaling die veroorzaakt wordt door de activiteiten die beschreven worden in het winningsplan. De aanleg van deze kunstwerken is mogelijk. Nedmag is op grond van artikel 6:177 van het BW aansprakelijk voor de kosten voor de aanleg van deze kunstwerken en eventuele andere maatregelen die ten gevolge van de bodemdaling door de zoutwinning moeten worden getroffen. Kosten voor het treffen van maatregelen als gevolg van de zoutwinning dienen daarom door Nedmag te worden vergoed. Pagina 41 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Aan een instemmingsbesluit kunnen uitsluitend voorschriften worden verbonden die vallen onder de gronden van artikel 36, eerste lid, van de Mbw. Volgens jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van Raad van State (hierna de Afdeling) kunnen daarom aan een instemmingsbesluit met een winningsplan geen voorschriften met betrekking tot de vaststelling en afwikkeling van schade worden verbonden. Dit is bevestigd door de Afdeling in de uitspraak over de gaswinning Gaag-Monster (ABRvS 31 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:660, r.o. 16.1). Daarnaast is van belang dat artikel 46 van de Mbw een afzonderlijke grondslag biedt om Nedmag financiële zekerheid te laten stellen ter dekking van aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van bodembeweging door de zoutwinning. Gelet op het voorgaande zal in het definitieve instemmingsbesluit, anders dan in het ontwerpbesluit, geen voorschrift worden opgenomen over een financiële waarborg ter vergoeding van de schade die het waterschap zal lijden ten gevolge van de winning.
PDGGO-DTDO / 22543048
Het feit dat de staatssecretaris de winning zoals beschreven in het winningsplan als veilig beoordeelt, betekent niet dat de staatssecretaris onverschillig staat ten aanzien van een goede financiële afwikkeling van eventuele schade voor de regio. Het staat buiten kijf dat een bedrijf dat op grond van een publiekrechtelijke vergunning schade veroorzaakt, deze ook moet vergoeden. Ter invulling van deze aansprakelijkheid hebben de overheden binnen het actuele effectgebied en Nedmag een overeenkomst gesloten op basis waarvan alle kosten van de te nemen maatregelen ten gevolge van de bodemdaling die in het vorige winningsplan was voorzien, worden vergoed. Deze overeenkomst tussen Nedmag, de gemeenten Veendam en Midden-Groningen en het Waterschap Hunze en Aa’s heeft een looptijd van 20 jaar en loopt tot eind 2022 en functioneert goed. Voor de navolging van verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst heeft Nedmag al zekerheid gesteld in de vorm van een bankgarantie.
De staatssecretaris stelt vast dat er ter opvolging van bovengenoemde overeenkomst een nieuwe overeenkomst is gesloten tussen Nedmag, de gemeenten Veendam en Midden-Groningen en het Waterschap Hunze en Aa’s, afzonderlijk van de instemming met het winningsplan 2018 en waarin afspraken zijn gemaakt over afhandeling van de kosten van de bodemdaling door de zoutwinning, opdat deze overheden in staat zijn de blijvende effecten van de bodemdaling door zoutwinning adequaat te beheersen. De staatssecretaris kan, zoals hiervoor aan de orde kwam, op grond van het artikel 46 Mbw financiële zekerheid stellen voor de dekking van aansprakelijkheid voor schade in het geval partijen er onderling niet uitkomen. Een besluit op grond van artikel 46 Mbw is een zelfstandig besluit dat de staatssecretaris op elk gewenst moment kan nemen en staat los van het instemmingsbesluit met het winningsplan. Zienswijzen Een reactie op de zienswijzen is gegeven in de nota van antwoord onder punt 4. Gelet op zienswijzen met betrekking tot schade door bodembeweging zijn er gronden om het ontwerp-instemmingsbesluit winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen. Voorschrift 11 wordt uit het instemmingsbesluit verwijderd.
In plaats daarvan zal de staatssecretaris gaan beoordelen of er zekerheid gesteld gaat worden op grond van artikel 46 van de Mbw (aansprakelijkheid voor schade) en op grond van artikel 47 (kosten abandonneren). De rapportageverplichting voor Nedmag uit voorschrift 9 is uitgebreid, zodat de lokale overheden telkens de relevante informatie voorhanden Pagina 42 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
hebben op basis waarvan zij eventuele maatregelen tijdig kunnen plannen en zodoende onnodige schade kunnen voorkomen.
PDGGO-DTDO / 22543048
6.5 Natuur en milieu 6.5.1 Winningsplan Nedmag verwacht geen nadelige effecten op natuur en milieu door bodemdaling of bodemtrilling, op grond van de bodemdaling en de kleine kans op een beving. Directe effecten van bodemdaling op beschermde natuur is niet aan de orde omdat de activiteit plaatsvindt in de ondergrond. Wel kan de zoutwinning en bijkomende bodemdaling indirecte gevolgen hebben voor beschermde natuurwaarden doordat bodemdaling de waterhuishouding aan het oppervlak kan beïnvloeden. Het relatieve waterpeil wordt beïnvloed door de bodemdaling als gevolg van de zoutwinning. Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem in het beheersgebied. Wanneer het beheer onvermijdelijk te maken meerkosten met zich meebrengt als gevolg van de zoutwinning, dan rust op Nedmag de verplichting deze overeenkomstig de regels van het burgerlijk recht te vergoeden. De verwachte bodemdaling door de zoutwinning bedraagt volgens het winningsplan Nedmag minder dan 95 cm sinds 1977. De dichtstbijzijnde natuurgebieden zijn de Natura 2000-gebieden Zuidlaardermeer en de Drentsche Aa. Het bodemdalingsgebied met een maximale bodemdaling van 95 cm strekt zich niet uit tot deze Natura 2000-gebieden, waardoor er geen effecten op natuur te verwachten zijn.
In de verleende omgevingsvergunning zijn de bovengrondse gebouwen en installaties en de beheersing van bijbehorende milieuaspecten opgenomen. Voor het uitvoeren van een diepboring is een separate omgevingsvergunning vereist. De risico’s van verontreiniging van drink- of oppervlaktewater en/of bodem door het gebruik van diesel als dakolie zijn onderzocht, zowel bij bestaande als bij nieuw te ontwikkelen cavernes. Uit onderzoeken naar de risico’s van het gebruik van diesel bij de ontwikkeling van de nieuw te realiseren bronnen VE-5 tot en met VE-8 blijkt dat de diesel na het abandonneren zeer waarschijnlijk achterblijft in het Zechstein zout. In de beoordeling van de risico’s van het gebruik van diesel bij de ontwikkeling van VE-5 tot en met VE-8 is uitgegaan van netto 2500 m3 dieselolie per caverne. Per caverne kan naar verwachting 250 m3 dieselolie worden teruggewonnen.
6.5.2 Adviezen Advies SodM SodM ziet geen onoverkomelijke bezwaren voor mens of milieu ten aanzien van de nieuwe cavernes bij VE-5/6 en VE7/8. SodM adviseert de hoeveelheid mijnbouwhulpstof (zoals diesel) sterk te verminderen ten opzichte van het in het winningsplan vermelde gebruik. Er dient Pagina 43 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
een gedegen vergelijking en risicobeoordeling van alternatieve stoffen voor dakbescherming te worden opgesteld. Alleen een middel dat hieruit als aantoonbaar veilig en als meest gunstige optie (qua risico’s voor mens en milieu) naar voren komt, kan worden gebruikt als dakbescherming.
PDGGO-DTDO / 22543048
Advies provincie Groningen De provincie Groningen stelt dat de uitkomsten van het onderzoek dat plaatsvindt binnen het kader van het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw en dan in het bijzonder het onderzoek naar pekeloverdruk in zoutmijncavernes en mogelijke lekkage-mechanismen, resultaten daarvan die eind 2019 beschikbaar zouden komen, betrokken moeten worden bij de besluitvorming in 2020. De provincie Groningen stelt dat Nedmag in het winningsplan nog uitgaat van het gebruik van dieselolie als mijnbouwhulpstof bij de ontwikkeling van de nieuwe cavernes. Nedmag heeft inmiddels een onderzoek afgerond naar een milieuvriendelijker alternatief voor het gebruik van dieselolie als mijnbouwhulpstof. Het voorstel voor deze alternatieve mijnbouwhulpstof met bijhorende onderbouwing is door Nedmag inmiddels ingediend bij SodM. Mocht SodM met betrekking tot dit voorstel positief adviseren dan gaat de provincie Groningen ervan uit dat de minister het gebruik van het alternatief in de besluitvorming zal vastleggen. Overigens ziet de provincie Groningen het onderzoeken van alternatieven en het verminderen van het gebruik van mijnbouwhulpstoffen als een continue verplichting voor Nedmag en gaat er ook vanuit dat een dergelijke verplichting in het instemmingsbesluit zal worden opgenomen.
De provincie Groningen stelt dat het blijven beschermen van de integriteit van het dak van een caverne ook voor de toekomst van belang is. Dit kan de provincie Groningen alleen maar onderschrijven en of dit nu gebeurt met dieselolie of bij voorkeur met een milieuvriendelijker alternatief. Deze keuze ligt vooralsnog bij de minister. Hierbij ziet de provincie Groningen het minimaliseren van het dieselolieverbruik wel als zeer noodzakelijk. De provincie Groningen stelt dat Nedmag zich aan de Europese Reach-regelgeving dient te houden met betrekking tot het gebruik van mijnbouwhulpstoffen, waarvan dan dieselolie of een milieuvriendelijker alternatief in het bijzonder. De provincie Groningen is in afwachting van de beoordeling van de door Nedmag aangeboden informatie aan SodM en de minister en gaan ervan uit dat dit bij de besluitvorming wordt betrokken. Advies gemeente Veendam De gemeente Veendam stelt dat voor de bescherming van de integriteit van zoutcavernes Nedmag gebruik maakt van dieselolie. Inwoners zien het gebruik van diesel, zeker in de door Nedmag gebruikte hoeveelheden, als potentieel risico voor mens en milieu. De gemeente Veendam deelt deze zorgen. Nabijgelegen waterwinpunten zouden bij een grote lekkage verontreinigd kunnen raken door het uitstromen van dieselolie.
De gemeente Veendam adviseert daarom een biologisch afbreekbaar alternatief voor diesel te laten gebruiken door Nedmag. Daarnaast ziet de gemeente Veendam de noodzakelijke waterhuishoudkundige maatregelen als risico voor het inklinken of veranderen van de ondiepe ondergrond, zoals veenrestoxidatie. De gemeente Veendam adviseert de volgende verplichtingen op te nemen: • Laat Nedmag een milieuvriendelijk alternatief product gebruiken voor diesel als mijnbouwhulpstof; • Laat onderzoek uitvoeren naar de effecten van vernatting en verdroging in relatie tot de bodemdaling en de noodzakelijke maatregelen als gevolg van de zoutwinning. Pagina 44 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Advies gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen stelt dat het winnen van zout uit de ondergrond geen duurzame activiteit is. De bodemdaling is onomkeerbaar en vereist eeuwigdurend beheer. De zoutwinning en -productie vergen veel energie. Er zijn aanzienlijke lozingen op de Waddenzee. Er blijven miljoenen liters dieselolie achter in de diepe ondergrond, die volgens de gemeente op termijn naar andere lagen zullen weglekken. Met alle onzekerheden die er al zijn over de ontwikkeling in de diepe ondergrond, vindt de gemeente Midden-Groningen dit een onverantwoord proces.
PDGGO-DTDO / 22543048
Advies gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stelt dat er nader onderzoek moet worden gedaan naar de effecten op het milieu in relatie met maatschappelijke opgaven en ambities op het terrein van wonen, water, natuur en landschap, recreatie, toerisme en cultuurhistorie. Advies waterschap Hunze en Aa’s Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de bodemdaling door zoutwinning averechts werkt op het streven van het waterschap Hunze en Aa’s om watersystemen robuuster en ecologisch gezond te maken en daarbij de uitwisseling van soorten tussen de peilgebieden te bevorderen en de gestelde doelen uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) te halen. Nadelige effecten ontstaan door de verdere opsplitsing in kleine peilgebieden op alle waterlopen en waterlichamen voor de KRW-doelen. Een KRW-opgave die minimaal tot een standstill situatie dient te leiden voor een gezond functioneren van aquatische ecosystemen. In welke mate nadelige effecten hierop plaats vinden, is echter niet onderzocht en er wordt ook geen aandacht aan gegeven in het Winningsplan 2018. Het waterschap Hunze en Aa’s dringt eropaan om Nedmag nader onderzoek te laten verrichten en compenserende maatregelen voor te schrijven voor het verlies aan biodiversiteit, leefgebieden en waterkwaliteit.
Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat voor een bodemdaling tot 95 cm met een vergaande impact in gevolgen naar de bovengrond, er vooraf geen enkele vorm van een milieueffectrapportage is uitgevoerd. Het waterschap Hunze en Aa’s adviseert, voordat tot gunning wordt overgegaan, onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten van de bodemdaling door zoutwinning op mens en milieu aan de bovengrond. Het waterschap Hunze en Aa’s stelt dat de te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling gevolgen hebben voor de natuur en het milieu en daardoor voor de klimaatvoetprint van het waterschap. Advies Mijnraad De Mijnraad adviseert om een gebiedsproces te starten waar met inbreng van alle betrokkenen wordt onderzocht of en zo ja hoe, delfstofwinning en landgebruik zich samen toekomstbestendig kunnen ontwikkelen. De zoutwinning vormt dan mede aanleiding om de grote opgaven in het landelijk gebied (klimaat-, milieu- en biodiversiteitsopgaven, agrarische transitie, leefbaarheid) te adresseren en zo nodig met inzet van gebiedsontwikkeling of herverkaveling tot win-win situaties te komen. De Mijnraad stelt dat wat betreft de milieueffecten verschillende alternatieven in een plan-MER met elkaar kunnen worden vergeleken.
De Mijnraad onderschrijft het advies van SodM voor het belang van een onderzoek naar milieuvriendelijke alternatieven voor diesel als hulpmiddel voor de stabilisatie Pagina 45 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
van het dak van een caverne. De Mijnraad heeft vernomen van SodM dat er een onderzoek loopt naar milieuvriendelijke alternatieven voor diesel als hulpmiddel voor de stabilisatie van het dak van een caverne. De Mijnraad verwacht dat de uitkomsten naar alternatieven uit het onderzoek kunnen leiden tot een nieuwe stand der techniek. De Mijnraad beveelt aan in dat geval deze nieuwe techniek op te nemen in winningsplan Veendam.
PDGGO-DTDO / 22543048
6.5.3 Beoordeling natuur en milieu Het winningsplan wordt beoordeeld op mogelijke gevolgen voor natuur en milieu. Van de onderdelen die in het winningsplan beoordeeld worden kan het onderdeel bodembeweging mogelijk gevolgen hebben voor natuur en milieu. Bij de beoordeling van de effecten op natuur en milieu door bodembeweging houdt de staatssecretaris rekening met de bovengrondse omstandigheden en de natuur in de omgeving van de zoutwinning. Bodembeweging is de verzamelnaam voor bodemdaling en bodemtrillingen. Voor wat betreft mogelijke effecten van bodemtrillingen op natuur en milieu kan in algemene zin gesteld worden dat alleen uitzonderlijk zware trillingen gevolgen zouden kunnen hebben voor natuur en milieu. Dat is bij de zoutwinning door Nedmag niet aan de orde. De staatssecretaris stelt in algemene zin dat een effect van bodemdaling kan zijn dat het grondwaterpeil in relatieve zin wordt beïnvloed, dat wil zeggen dat het water hoger kan komen te staan ten opzichte van het maaiveld. Dit kan leiden tot vernatting en daarmee tot nadelige (en voordelige) gevolgen voor natuur en milieu. Het waterschap kan deze gevolgen tegengaan door het waterpeil aan te passen.
Gezien de bodemdaling die wordt verwacht als gevolg van de zoutwinning door Nedmag waarmee is ingestemd van maximaal 93 cm in het diepste deel van de bodemdalingskom en de maximale cumulatieve bodemdaling van 1,08 m, worden er zeker effecten op de waterhuishouding als gevolg van de bodemdaling door de zoutwinning verwacht. De cavernes en de bodemdalingskom strekken zich niet uit tot een Natura 2000-gebied of ander milieubeschermingsgebied, zoals een grondwaterbeschermingsgebied of waterwingebied. Gezien de bodemdaling in 2045 van 95 cm ten opzichte van 1977 en de voldoende afstand tot Natura 2000gebieden en grond- en drinkwaterbeschermingsgebieden verwacht de staatssecretaris, geen nadelige effecten op natuur in deze gebieden door de zoutwinning door Nedmag. Op basis van het rapport van RoyalHaskoningDHV (referenties 23) strekt de verandering van de grondwaterstanden en stijghoogte zich niet uit tot de natuurgebieden Zuidlaardermeer, het Hunzedal en het grondwaterbeschermingsgebied Onnen. Hiermee zijn geen effecten te verwachten op de natuurgebieden en de drinkwaterwinning. De maatregelen die het waterschap met betrekking tot de waterhuishouding moet treffen kunnen invloed hebben op de KRW-doelstellingen van de aangewezen waterlichamen en de overige wateren binnen het bodemdalingsgebied.
De waterlopen in het invloedgebied van de bodemdaling betreffen niet prioritaire wateren waarvoor het waterschap het stand-still hanteert , inhoudende dat de huidige toestand niet verder mag verslechteren
Pagina 46 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Het mogelijk plaatsen van nieuwe kunstwerken heeft een negatief effect op de sleutelfactor ‘Verspreiding’. Door het plaatsen van kunstwerken kunnen vissen minder goed naar andere gebieden zwemmen. Het is echter ook zo dat de wateren in het gebied van de bodemdaling niet als prioritaire waterlopen voor vismigratie aangewezen zijn. Verder zijn de vissoorten in het gebied in minder sterke mate afhankelijk van migratie naar andere gebieden. Het is mogelijk om met de nieuw te realiseren kunstwerken vismigratievoorzieningen te maken om dit effect op te heffen. Voor de sleutelfactor ‘Habitatgeschiktheid’ bieden de voorgestelde maatregelen mogelijk kansen voor de aanleg van natuurvriendelijke oevers gecombineerd met de aanleg van kunstwerken. De aanleg van natuurvriendelijke oevers heeft mogelijk een positief effect op de waterkwaliteit. Gelet op het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de maatregelen, mits visvriendelijk uitgevoerd, geen verslechtering vormen van de situatie en dat het stand-still principe daarmee wordt gerespecteerd.
PDGGO-DTDO / 22543048
Bodemdaling heeft mogelijk effect op het peilbeheer rondom de voormalige stort aan de Veendammerweg. Als gevolg van de zoutwinning treedt er ter plaatse van de voormalige stort bij uitvoering van dit winningsplan een verdere bodemdaling op. De bodemdaling heeft effect op de afvoer van schoon water in zuidelijke richting. Hiervoor legt het waterschap volgens het opgestelde uitvoeringsplan een gemaal aan ter plaatse van de huidige stuw richting Borgerswold. Daarnaast treedt extra kwel op naar de watergangen en drainagesystemen. Zowel de schoonwater- als afvalwatersystemen hebben voldoende capaciteit om dit op te vangen. Naar aanleiding van de adviezen van SodM, de provincie Groningen en de gemeente Veendam dat ter voorkoming van nadelige gevolgen voor natuur en milieu het wenselijk is de hoeveelheid diesel sterk te verminderen ten opzichte van het in het winningsplan vermelde gebruik stelt de staatssecretaris dat op een efficiënte wijze gebruik van hulpstoffen moet worden gemaakt in het kader van planmatig beheer van de ondergrond. Het gebruik van vloeistof reduceren is beter en kansrijker dan meer terugwinnen. De terugwinbaarheid is zeer beperkt door de hellingshoek van de zoutlaag en de labyrintstructuur van de cavernes.
Nedmag heeft op verzoek van SodM onderzoek gedaan naar alternatieven voor het gebruik van diesel die beter afbreekbaar zijn, veiliger voor mens en dier zijn en een hoger vlampunt hebben dan de cavernetemperatuur. De staatssecretaris stelt dat Nedmag een hulpstof moet gebruiken die aan deze voorwaarden voldoet en moet voldoen aan de EG-verordening registratie, evaluatie en autorisatie van chemische stoffen (EU 1906/2007; Registratie, beoordeling en Autorisatie van Chemische stoffen (REACH). De staatssecretaris is het met SodM en de decentrale overheden eens dat het gebruik van dakolie moet worden verminderd. Nedmag heeft in een presentatie toegelicht dat door initieel met water en dakolie alleen een gebied rondom de verbuizing zoutvrij te maken, waardoor zich geen ongewenste flowrestricties en vast zout in de directe nabijheid van de verbuizing bevindt het verbruik van dakolie wordt beperkt tot naar verwachting 10% van de 2750 m3 dakolie per caverne welke in het winningsplan wordt vermeld. Door vervolgens niet met water maar met een oplosmiddel waarin geen NaCl oplost de caverne te ontwikkelen is daarna geen extra dakolie meer nodig. Gekozen wordt voor een mix van fabriekspekel en NaCl-pekel. In feite wordt het proces in volwassen cavernes nagebootst. In de cavernepekel neemt het MgCl2-gehalte toe ten opzichte van het Pagina 47 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
oplosmiddel en het NaCl-gehalte af. Afhankelijk van het meng- en oplosproces in de caverne, geologie en positionering van de verbuizing is initieel zeer beperkte oplossing van NaCl mogelijk. Het pekelwater uit de caverne wordt na verdunning met water weer fabriekspekel. Op deze manier wordt MgCl2 opgelost en NaCl vrijwel niet. Naarmate de caverne groeit wordt de NaCl-toevoeging verlaagd en water toegevoegd. De gewijzigde methode kan gevolgen hebben voor de wijze van aanleg van de cavernes. De staatssecretaris schrijft daarom voor dat Nedmag voorafgaand aan de aanleg van de cavernes een rapport indient bij SodM, met een afschrift aan de staatssecretaris, om deze methode toe te passen voor de ontwikkeling van de nieuwe cavernes VE-5 t/m VE-8. De staatssecretaris acht het noodzakelijk dat Nedmag periodieke metingen van de cavernes VE-5 tot en met VE-8 uitvoert tijdens initiële caverneontwikkeling van de cavernes en tijdens het begin van de fase van actieve winning zolang dit bijdraagt aan vergroting van het begrip van het logingsproces of de rol en de effectiviteit van stoffen voor dakbescherming. Wijzigingen aan de mijnbouwinrichting als gevolg van de gewijzigde caverneontwikkeling zijn beoordeeld in de omgevingsvergunning OLO 3000245.
PDGGO-DTDO / 22543048
Om zout te kunnen winnen heeft Nedmag immers niet alleen een winningsplan nodig waarmee de staatssecretaris heeft ingestemd, maar ook een omgevingsvergunning voor de inrichting waarbinnen, of het mijnbouwwerk waarmee de daadwerkelijke zoutwinning en de daarmee verband houdende werkzaamheden plaatsvinden (de zogenaamde installatie). Voor wat betreft het winningsplan vindt de afweging van de bovengrondse gevolgen op de winningslocatie en de daaraan gerelateerde werkzaamheden voor natuur en milieu plaats in het kader van de omgevingsvergunningen voor de zoutwinningsinstallaties. Nedmag beschikt over een vigerende omgevingsvergunning. Nedmag heeft op 30 mei 2017 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning (kenmerk OLO 3000245). De vergunning maakt uitbreiding van de mijnbouwlocatie en de aanleg van en winning uit twee nieuwe cavernes vanuit Borgercompagnie mogelijk. Omdat als gevolg van de inwerkingtreding van de gewijzigde Mbw een omgevingsvergunning benodigd is voor het uitvoeren van diepboringen, heeft Nedmag op 27 maart 2018 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het uitvoeren van 2 zoutboringen (meer specifiek boring VE5 en VE6, kenmerk OLO 3554325). De effecten van de (bovengrondse) installaties worden hierin afgewogen.
De staatssecretaris stelt dat onderzoek naar de effecten van de bodemdaling door zoutwinning op natuur en milieu een onderdeel uitmaakt van het winningsplan. De staatssecretaris ziet geen aanleiding nader onderzoek voor te schrijven. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage bestaat er geen verplichting om bij het winningsplan een MER op te stellen. Als onderdeel van het gebiedsproces kan een plan-MER worden uitgevoerd. De staatssecretaris constateert dat het waterschap en de gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo aangeven dat extra onderzoek noodzakelijk is voor instemming. Het waterschap adviseert voordat tot instemming wordt overgegaan onderzoek te laten uitvoeren naar de benodigde compenserende maatregelen voor het verlies aan biodiversiteit, leefgebieden en waterkwaliteit. Deze onderwerpen worden (voor zover deze onderdeel zijn van de indieningsvereisten van een winningsplan) geadresseerd in de rapporten van RoyalHaskoningDHV (referenties 22 en 23 bij het winningsplan). De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo adviseren voordat tot instemming wordt overgegaan onderzoek te laten uitvoeren naar de effecten op het milieu in relatie met maatschappelijke opgaven en ambities op het terrein van wonen, water, natuur en landschap, recreatie, toerisme en cultuurhistorie. De Pagina 48 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
staatssecretaris stelt dat het winningsplan volledig is en voldoende informatie (volgens de artikelen 24 en 25 van de Mbb) bevat om een instemmingsbesluit te nemen. De door de adviseurs gewenste onderzoeken moeten in een breder perspectief geplaatst worden dan enkel de zoutwinning door Nedmag. De staatssecretaris stelt daarom dat de betrokken decentrale overheden in het kader van het in te richten gebiedsproces hier onderzoek naar kunnen (laten) doen.
PDGGO-DTDO / 22543048
Met betrekking tot het advies van het waterschap Hunze en Aa’s stelt de staatssecretaris dat de te nemen maatregelen als gevolg van de bodemdaling door het waterschap en de gevolgen daarvan voor de klimaatvoetprint van het waterschap geen onderdeel uitmaken van de beoordeling van het winningsplan. Als de te nemen maatregelen gevolgen hebben voor de natuur en het milieu en daardoor de klimaatvoetprint van het waterschap Hunze en Aa’s vergroten, is dit een onderwerp waarover het waterschap met Nedmag afspraken moet maken. Dit kan mogelijk door een wijziging van de overeenkomst betreffende afhandeling kosten van bodemdaling door zoutwinning tussen Nedmag en lokale overheden. Zienswijzen Een reactie op de zienswijzen is gegeven in de nota van antwoord onder punt 5. Gelet op zienswijzen met betrekking tot natuur en milieu zijn er geen gronden om het ontwerp-instemmingsbesluit winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen.
6.6 Overige adviezen De staatssecretaris is zich bewust van de omgeving waarin mijnbouwactiviteiten plaatsvinden en onderschrijft het belang van de in deze paragraaf opgenomen adviespunten. Bij de beoordeling van de overige adviezen is van belang te weten dat de af te wegen belangen en relevante feiten in het licht staan van het volgens de wet te nemen besluit. De aanvraag inclusief de adviezen worden getoetst en gewogen in het licht van de in de Mbw opgenomen toetsingsgronden. Uitsluitend die onderdelen van een advies die relevant zijn voor de beoordeling van een aanvraag aan de hand van de in de Mbw opgenomen gronden, kunnen door de staatssecretaris bij zijn besluit worden betrokken en kunnen eventueel leiden tot voorschriften aan het besluit. Onderdelen van een advies die zien op andere zaken dan waar de toetsingsgronden op zien, kunnen formeel juridisch geen rol spelen in het besluit van de staatssecretaris en leiden niet tot het opnemen van een voorschrift in het besluit.
6.6.1
Financiële waarborg
Adviezen SodM, de provincies en gemeenten en het waterschap adviseren om als randvoorwaarde aan Nedmag op te leggen om een juridisch en financieel los gepositioneerd schadefonds aan te leggen. SodM adviseert dat de middelen die in dit fonds komen ook dienen om de afhandeling van eventuele toekomstige schade aan gebouwen te waarborgen.
Pagina 49 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Beoordeling De staatssecretaris merkt allereerst op dat als een oorzakelijk verband tussen de schade en de zoutwinning van Nedmag wordt vastgesteld, Nedmag deze schade moet vergoeden (artikel 6:177 van het Burgerlijk Wetboek). Zou Nedmag hier door faillissement niet (meer) toe in staat zijn, dan vindt vergoeding plaats uit het Waarborgfonds mijnbouwschade aan natuurlijke personen (artikel 137 e.v. van de Mbw). Deze verplichting vloeit direct voort uit de wet en kan niet bij voorschrift in een besluit geregeld worden. De zoutsector, waaronder Nedmag, heeft moeten bijdragen aan de vorming van het initiële vermogen van het waarborgfonds. Deze bijdrage is vastgelegd in artikel 121 van het Mijnbouwbesluit. Nedmag zal worden aangesproken wanneer het waarborgfonds moet worden aangevuld. De hoogte van dit bedrag is afhankelijk van de voorschotten die in het voorafgaande kalenderjaar ten laste van het waarborgfonds in verband met de activiteiten van Nedmag zijn betaald.
PDGGO-DTDO / 22543048
Los van de aansprakelijkheid en het Waarborgfonds Mijnbouwschade hebben de decentrale overheden en Nedmag een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten om de onvermijdelijke financiële verplichtingen in de toekomst te borgen.
6.6.2
Communicatie
Adviezen De provincie Groningen stelt dat de instemming met dit gewijzigde winningsplan gepaard moet gaan met goede communicatie met de inwoners ter plaatse, zodat duidelijk is dat de winning van zouten alleen plaatsvindt onder strikte voorwaarden, waarbij eventuele nadelige gevolgen adequaat worden gemonitord en zoveel mogelijk worden voorkomen. De provincie Drenthe stelt dat tijdig en uitgebreid met de inwoners in het gebied gecommuniceerd moet worden. Met tijdig bedoelt de provincie Drenthe een eerder moment dan de gebruikelijke informatiemarkt tijdens de terinzagelegging van het ontwerp-instemmingsbesluit. In 2020 heeft tweemaal bestuurlijk overleg plaatsgevonden over de plannen van Nedmag om nieuwe bronnen aan te boren. De decentrale overheden zijn al redelijk op de hoogte van de ontwikkelingen. Voor draagvlak en rust in het gebied is het van groot belang ook de betrokken inwoners tijdig en uitgebreid te informeren en in de gelegenheid te stellen vragen te stellen of een inbreng te leveren. De provincie Drenthe stelt dat uitgebreid, in duidelijk voor derden te begrijpen taal, de hiertoe door Nedmag te nemen maatregelen uiteen te zetten in het instemmingsbesluit. Het is voor inwoners belangrijk, dat duidelijk is wat het effect is van deze maatregelen en dat ze genomen zullen worden. De gemeente Veendam stelt dat de communicatie tussen de gemeente en Nedmag goed verloopt.
Nedmag is transparant over zijn bedrijfsvoering en reageert snel op incidenten. Zij communiceren actief met de omgeving, echter heeft dit tot op heden niet bijgedragen aan een verbetering van het draagvlak. Dit kan komen doordat de wijze van communiceren soms complex is. Hierdoor ontstaat wellicht onduidelijkheid en zorgen bij inwoners. Helder en actief communiceren, draagt bij om de focus op de feiten te houden en te voorkomen dat er onjuiste aannames worden gedaan. De gemeente Veendam vindt het daarom van groot belang dat er op een heldere en actieve wijze wordt gecommuniceerd door Nedmag richting inwoners en andere betrokken partijen. Pagina 50 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De gemeente Veendam adviseert bij een eventueel instemmingsbesluit de verplichtingen op te nemen dat Nedmag helder en actief moet communiceren richting de inwoners en andere betrokken partijen. De gemeente Veendam stelt dat het belangrijk is dat de inwoners van de gemeente Veendam actief betrokken worden bij de besluitvorming over het winningsplan van Nedmag. De gemeente Veendam gaat ervan uit dat de minister hiervoor in het vervolg van dit proces aandacht voor heeft.
PDGGO-DTDO / 22543048
Beoordeling De staatssecretaris is zich bewust van de omgeving waarin de zoutwinning plaatsvindt en onderschrijft het belang dat Nedmag helder en actief moet communiceren richting de inwoners en andere betrokken partijen, zodat duidelijk is dat de winning van zouten alleen plaatsvindt onder strikte voorwaarden, waarbij eventuele nadelige gevolgen adequaat worden gemonitord en zoveel mogelijk worden voorkomen. De staatssecretaris stelt dat het van belang is dat het voor inwoners duidelijk is wat het effect is van de zoutwinning is en welke maatregelen er genomen zullen worden. De staatssecretaris is zich ervan bewust dat onderdelen van het winningsplan en instemmingsbesluit van technische aard zijn en niet voor iedereen even toegankelijk. De staatssecretaris zorgt gedurende de terinzagelegging voor omwonenden een mogelijkheid om informatie in te winnen over het winningsplan en het instemmingsbesluit. De staatssecretaris zorgt voor een publieksvriendelijke samenvatting van het instemmingsbesluit. Het winningsplan bevat een samenvatting op pagina 3-5. De staatssecretaris wijst erop dat goede, open en transparante communicatie en contact met de belanghebbenden en de omgeving belangrijk is.
Nedmag dient zorg te dragen voor het beschikbaar stellen van informatie en het contact met belanghebbenden te onderhouden in alle fasen van de activiteiten, waarbij belanghebbenden bij relevante projectwijzigingen of inzichten actief worden geïnformeerd.
6.6.3 Maatschappelijk draagvlak Adviezen De provincie Groningen en de gemeente Midden-Groningen stellen dat inwoners en bewonersorganisaties in het desbetreffende gebied zich grote zorgen maken over de veiligheid van de zoutwinning en de grote impact van de bodemdaling wat betreft schade aan hun woningen. Er heerst maatschappelijke onrust in dit al kwetsbare gebied mede ten gevolge van de cumulatie van effecten door verschillende mijnbouwactiviteiten, waaronder ook de winning van zouten. Het draagvlak voor deze activiteiten is broos en er is angst voor aantasting van de leefomgeving en de leefbaarheid nu en in de toekomst. Het waterschap en de provincie Groningen en de gemeenten Veendam en MiddenGroningen beschrijven dat er een bredere maatschappelijke en ruimtelijke afweging nodig is. Deze adviseurs benadrukken net als de gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo dat het besef maatschappelijk doordringt dat de problematiek van bodemdaling door delfstofwinning een gezamenlijk en maatschappelijk probleem is van alle betrokkenen.
Pagina 51 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Beoordeling De staatssecretaris is zich er bewust van dat inwoners en bewonersorganisaties in het gebied zich zorgen maken over de veiligheid van de zoutwinning en de impact van de bodemdaling wat betreft schade aan hun woningen. Een deel van de zorgen zien op gevreesde gevolgen voor natuur en milieu en de toekomst van het gebied en een deel ziet op zorgen over schade aan de gebouwen. De staatssecretaris komt de omwonenden tegemoet in deze zorgen door een zo goed mogelijke weergave van de feiten en de beoordeling daarvan. Ten aanzien van de zorgen over cumulatie van effecten door verschillende mijnbouwactiviteiten merkt de staatssecretaris op dat TNO een regionale overzichtskaart heeft gemaakt, inclusief alle gasvelden en andere mijnbouwactiviteiten van de in de regio actieve mijnbouwondernemingen die mogelijk een effect op bodembeweging kunnen hebben, waarbij de cumulatieve bodemdaling veroorzaakt door zoutwinning en door gaswinning in omliggende velden inzichtelijk wordt gemaakt. De staatssecretaris werkt aan een landelijke aanpak afhandeling mijnbouwschade specifiek voor zoutwinning en verbeterde communicatie hierover. De schadeafhandeling wordt daarin anders geregeld. Ook hiermee wordt tegemoetgekomen aan de zorgen die maatschappelijk onrust tot gevolg hebben.
6.6.4
PDGGO-DTDO / 22543048
Procedurele coördinatie
Adviezen De gemeente Veendam en de provincie Groningen adviseren om procedures voor de 4 nieuwe putten niet langer te coördineren met het winningsplan. Deze adviseurs willen hiermee een langdurige procedure en de beperkte winningsmogelijkheden in de tussentijd voor Nedmag als gevolg van het incident verkorten. Beoordeling De staatssecretaris stelt dat Nedmag naast het winningsplan ook aanvragen voor omgevingsvergunningen onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht heeft ingediend in 2017 en 2018. Gelet op de nauwe samenhang tussen de aanvragen voor omgevingsvergunningen en het winningsplan en de onomkeerbare effecten, ligt coördinatie naar analogie van artikel 34, zevende lid van de Mbw in de rede. De staatssecretaris heeft met het coördinatiebesluit van 21 december 2018 (kenmerk DGETM / 18325576) besloten deze verzoeken gecoördineerd te behandelen. De staatssecretaris ziet in de ontvangen adviezen geen aanleiding om van deze coördinatie af te zien.
6.6.5
Werkgelegenheid
Adviezen De gemeente Veendam stelt dat behoud en uitbreiden van werkgelegenheid en het verbeteren van het opleidingsniveau belangrijke voorwaarden zijn om verbetering te brengen in de slechte score van Oost-Groningen in de brede welvaartsindicator 2019. De ongeveer 150 hooggeschoolde arbeidsplaatsen bij Nedmag zelf en enkele honderden afgeleide banen bij betrokken sectoren zijn voor Veendam en de regio Oost-Groningen belangrijk. Nedmag is een aanjager bij het creëren van nieuwe werkgelegenheid, zoals de lnnovatieHub Oost-Groningen, waar ook belangrijke bedrijven als Hempflax en Avebe in vertegenwoordigd zijn. Pagina 52 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Deze werkgelegenheid en innovatie zijn voor de gemeente Veendam belangrijke argumenten om positief te adviseren op de voorgenomen nieuwe magnesiumwinning van Nedmag. Nedmag heeft zich bewezen als een belangrijke maatschappelijke partner bij culturele instellingen, sportverenigingen en allerhande evenementen. Nedmag draagt op deze manier hun steentje bij aan de leefbaarheid en sociale cohesie in onze regio. De gemeente Midden-Groningen stelt dat stoppen met de zoutwinning in de toekomst leidt tot banenverlies. Werkgelegenheid is vanzelfsprekend een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente Midden-Groningen, maar weegt niet op tegen nieuwe onzekerheid en aantasting van de leefbaarheid in de gemeente Midden-Groningen.
PDGGO-DTDO / 22543048
Beoordeling De staatssecretaris stelt dat de zoutwinning door Nedmag voorziet in werkgelegenheid in de regio. Werkgelegenheid is vanzelfsprekend een belangrijk aandachtspunt voor dit gebied. De staatssecretaris is zich ervan bewust dat de regio Oost-Groningen niet hoog scoort in de welvaartsindicator 2019. Behoud en uitbreiden van werkgelegenheid is een belangrijke voorwaarde om hier verbetering in aan te brengen. De werkgelegenheid is echter geen onderdeel van het toetsingskader van het winningsplan en speelt dan ook geen rol in het besluit tot instemming met het winningsplan. Zienswijzen Een reactie op de zienswijzen is gegeven in de nota van antwoord onder punt 6. Gelet op de overige zienswijzen zijn er geen gronden om het ontwerpinstemmingsbesluit winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen op dit punt.
7. Eindbeoordeling Gelet op het winningsplan en de adviezen komt de staatssecretaris samenvattend tot de volgende beoordeling van het winningsplan. De staatssecretaris constateert dat met uitzondering van de gemeente Midden-Groningen vrijwel alle adviseurs, adviseren om positief op een of meerdere onderdelen van het winningsplan in te stemmen. Planmatig beheer Bij planmatig gebruik en beheer dient er sprake te zijn van een efficiënte winning van de delfstof zonder dat een andere gebruiksvorm van de ondergrond ongewenst onmogelijk wordt gemaakt. De staatssecretaris stelt vast dat SodM concludeert dat op basis van het winningsplan de voorgestelde zoutwinning naar de huidige kennis en technieken efficiënt uitgevoerd zal worden. Het winningsgebied betreft een bestaande winning binnen een bestaande vergunning. Er worden geen andere gebruiksvormen van de ondergrond beïnvloed. Zoutwinning zoals beschreven in het winningsplan 2018 Nedmag past dan ook in het planmatig gebruik van de ondergrond. Gelet hierop stelt de staatssecretaris dat het winningsplan overeenstemt met de principes van planmatig beheer. De staatssecretaris stemt niet in met voortzetting van de winning uit en/of herinjectie in de caverne VE-3, omdat deze kan samengroeien met het TR-cluster. Het is niet toegestaan om langer dan 6 jaar en 6 maanden actief zout te winnen uit de caverne TR-9.
De staatssecretaris stelt de maximale productie van 3,7 miljoen ton magnesiumzout (op basis van 100 % magnesiumchloride), zoals beschreven in het winningsplan bij naar 3,5 miljoen ton magnesiumzout, rekening houdend met het niet actief mogen winnen uit VE-3. Pagina 53 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De maximale cavernedruk voor deze cavernes bedraagt 15 bar boven de laagste gemeten gemiddelde druk per jaar, vanaf het moment dat een maximaal pekelvolume van 450.000 m3 in de caverne is bereikt. De staatssecretaris stelt dat er aandacht besteed dient te worden aan de hoeveelheid gebruikte dakolie in het kader van het planmatig beheer van de ondergrond. De beperking van de hoeveelheid mijnbouwvloeistof wordt opgenomen als voorschrift in het instemmingsbesluit.
PDGGO-DTDO / 22543048
Bodemdaling Met betrekking tot bodemdaling stelt de staatssecretaris dat de te verwachten cumulatieve bodemdaling in het gebied in 2045 maximaal 1,08 m bedraagt, waarvan maximaal 93 cm door de zoutwinning door Nedmag in het diepste deel van de bodemdalingskom. Als de bodemdaling in praktijk lager uitvalt, mag de bodemdaling niet meer worden door het winnen van een groter volume zout. De staatssecretaris stemt in met aanleg van derde en vierde caverne onder voorwaarde dat de gemeten bodemdaling gelijk is aan of minder is dan de bodemdalingsprognose, zoals opgenomen in het winningsplan 2018 van Nedmag. De bodemdaling ter plaatse van de nieuwe cavernes mag niet groter worden dan beschreven in het winningsplan. Nedmag dient als onderdeel van haar zorgplicht een meet- en regelprotocol te ontwikkelen en past deze toe. Gezien de te verwachten bodemdaling als gevolg van de zoutwinning door Nedmag van maximaal 93 cm en de cumulatieve bodemdaling van maximaal 1,08 m in 2080 in het diepste deel van de bodemdalingskom, worden er effecten na de actieve winning op de waterhuishouding als gevolg van de bodemdaling door zoutwinning verwacht. Bodemtrilling In het winningsplan wordt door Nedmag aangegeven dat het zeer onwaarschijnlijk is dat door de zoutwinning bodemtrillingen geïnduceerd worden.
De staatssecretaris onderschrijft de conclusie van Nedmag en acht het zeer onwaarschijnlijk dat door de winning van magnesiumzout bodemtrillingen geïnduceerd worden. Door SodM en de Tcbb wordt het veiligheidsrisico van bodemtrillingen als gevolg van zoutwinning verwaarloosbaar geacht en worden er geen aanvullende voorwaarden geadviseerd door SodM en de Tcbb. Trillingen die zijn voorgekomen in naburige gasvelden hebben geen directe invloed gehad op de zoutcavernes in de nabijheid van de bevingen. Het is onwaarschijnlijk dat er een zodanig grote trilling zou voorkomen dat deze direct invloed zou hebben op de zoutcavernes. De staatssecretaris stelt op basis van de adviezen van SodM en de Tcbb dat de kans op bodemtrilling als gevolg van de zoutwinning zeer klein is. Met betrekking tot dit criterium kan de staatssecretaris daarom instemmen met dit winningsplan, waarbij de staatssecretaris voorschrijft dat Nedmag seismische meetapparatuur dient te plaatsen ten zuiden van caverne VE-8 waardoor bij een eventuele bodemtrilling de locatie van deze bodemtrilling kan worden toegewezen aan een specifiek(e) caverne(paar). Schade door bodembeweging Bodembeweging bestaat uit bodemdaling en bodemtrilling. Nedmag concludeert in het winningsplan dat er geen schade aan gebouwen wordt verwacht door bodemdaling als gevolg van de zoutwinning.
SodM vindt de kans op lichte schade als gevolg van mogelijke (geïnduceerde) bodemtrilling door de zoutwinning uiterst klein. De Tcbb onderschrijft het advies van SodM. De staatssecretaris stelt vast dat uit het winningsplan en de uitgebrachte adviezen volgt dat de kans op beven door zoutwinning door Nedmag uiterst klein is en er geen maatregelen nodig zijn om schade te voorkomen. De bodemdaling als gevolg van de activiteiten van Pagina 54 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Nedmag ontstaat zeer geleidelijk. De kans op schade aan bouwwerken als gevolg van deze bodemdaling is zodoende klein. Het waterschap dient waterhuishoudkundige maatregelen te treffen om schade aan bouwwerken te voorkomen door een te hoog grondwaterpeil. Nedmag is aansprakelijk voor de kosten als gevolg van de zoutwinning evenals voor de kosten indien zich schade zou voordoen aan bouwwerken of infrastructuur.
PDGGO-DTDO / 22543048
Natuur en milieu De staatssecretaris is, mede op basis van het advies van SodM, gebleken dat er geen nadelige effecten op natuur en milieu worden verwacht als gevolg van de zoutwinning waarmee in dit instemmingsbesluit wordt ingestemd. Conclusie De staatssecretaris ziet geen aanleiding om, met uitzondering van voortzetting van de actieve winning uit caverne VE-3, de instemming met het winningsplan te weigeren om één van de volgende redenen: • In het belang van de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; • In het belang van planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, of • De nadelige gevolgen voor milieu of natuur.
8.
Besluit
Gelet op de inhoud van het door Nedmag B.V. ingediende winningsplan inclusief addenda en de hierover ingewonnen adviezen, en overwegende dat de winning door Nedmag B.V. conform artikel 34, eerste lid, van de Mbw plaats dient te vinden overeenkomstig het ingediende winningsplan, inclusief addenda, verleent de staatssecretaris de gevraagde instemming, met uitzondering van de voortzetting van de actieve winning uit caverne VE-3, onder het stellen van de in het besluit genoemde voorschriften. Gelet op de artikelen 34, derde lid, en 36, tweede lid, van de Mbw; Artikel 1 Het door Nedmag B.V. op 28 november 2018 ingediende winningsplan, inclusief addenda met een looptijd tot en met 31 december 2045 en een maximale productie van 3,5 miljoen ton magnesiumzout (op basis van 100 % magnesiumchloride), verkrijgt de instemming als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet, met in achtneming van beperkingen en voorschriften, zoals opgenomen in de navolgende artikelen in dit besluit. Artikel 2 De staatssecretaris stemt niet in met de voortzetting van de actieve winning uit caverne VE-3. Artikel 3 Het maximaal volume vrije pekel bedraagt per caverne(paar): caverne TR-9: 0,7 miljoen m3; cavernepaar VE-5 en VE-6: 1,2 miljoen m3; cavernepaar VE-7 en VE-8: 0,9 miljoen m3.
Pagina 55 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Artikel 4 Het is niet toegestaan om langer dan 6 jaar en 6 maanden na herstarten van de actieve winning uit TR-9 actief zout te winnen uit de caverne TR-9.
PDGGO-DTDO / 22543048
Artikel 5 Nedmag B.V. dient een analyse van de effecten van de winning uit de eerste 2 nieuw aan te leggen cavernes te overleggen aan de staatssecretaris. Nedmag B.V. mag de ontwikkeling van volgende cavernes uitsluitend aanvangen indien Nedmag B.V. met deze analyse aannemelijk maakt dat de bodemdaling ten gevolge van de totale winning zoals opgenomen in het winningsplan niet zal worden overschreden. Artikel 6 Nedmag B.V. dient tijdens de fase van actieve winning uit een caverne de maximale cavernedruk voor de caverne maximaal 15 bar boven de laagste jaargemiddelde cavernedruk te houden, vanaf het moment dat een pekelvolume van 450.000 m3 in de caverne is bereikt. Artikel 7 a. Herinjectie in het TR-cluster van pekelwater uit de cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 is alleen toegestaan als naverzadiging in andere cavernes niet mogelijk is b. Nedmag B.V. dient de noodzaak en veiligheid voor aanvang van herinjectie in het TR-cluster aan te tonen in een bij de inspecteur-generaal der mijnen in te dienen onderbouwing. Uit deze onderbouwing moet volgen dat de tijdens het incident van april 2018 ontstane scheur in het TR-cluster niet gereactiveerd wordt en geen nieuwe scheuren ontstaan. Artikel 8 a. Nedmag B.V.
legt de cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 aan zodanig dat: - Per caverne max 500 m3 aan dakolie wordt toegepast; - Een alternatief voor diesel als dakolie wordt toegepast dat beter afbreekbaar is dan diesel en een hoger vlampunt heeft dan de cavernetemperatuur. b. Nedmag B.V dient voorafgaand aan de aanleg van de cavernes een rapport in bij de inspecteur-generaal der mijnen, met een afschrift aan de staatssecretaris, waaruit blijkt dat voorgenomen methode van caverneontwikkeling niet leidt tot verminderde dakintegriteit. Artikel 9 Nedmag B.V. zorgt voor het aanbieden van de volgende gegevens, aan het waterschap Hunze en Aa’s, de provincies Groningen en Drenthe en de gemeenten Veendam, Midden-Groningen, Aa en Hunze en Tynaarlo: - na uitvoering van iedere waterpassing het actuele statusrapport van de bodemdaling binnen 12 weken na het indienen van het meetregister bij de inspecteur-generaal der mijnen; - een 4-jaarlijks statusrapport ten aanzien van de winning in relatie tot de bodemdalingsprognoses in het winningsplan .