instemmingsbesluit-winningsplan-nedmag-2018-2023 geredigeerd
Tekst van het document
> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag
Nedmag Billitonweg 1 9641 KZ Veendam
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000
Datum Betreft
24 januari 2023 Instemmingsbesluit winningsplan Nedmag 2018 (2023)
T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Behandeld door T 070 @minezk.nl
1. Aanvraag
Ons kenmerk PDGGO-DTDO / 22543048 Uw kenmerk
Op 30 november 2018 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat Bijlage(n) (hierna: de minister) een aanvraag ontvangen, gedateerd 28 november 2018, van Nedmag B.V. (hierna: Nedmag) tot instemming met het winningsplan 2018 Nedmag. Ter aanvulling van deze aanvraag heeft Nedmag op 21 februari 2019, 25 april 2019, 29 mei 2019, 29 juli 2019 en 16 september 2019 addenda op het winningsplan bij de minister ingediend. De bevoegdheid tot instemmen met een winningsplan is nu belegd bij de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat (hierna: de staatssecretaris). Het winningsplan beschrijft de winningsactiviteiten van Nedmag vanuit de bestaande winningslocaties van magnesiumzout nabij de dorpen Borgercompagnie en Tripscompagnie. De winningsactiviteiten liggen geografisch gezien in de provincie Groningen, binnen de grenzen van de gemeenten Veendam en MiddenGroningen en het verzorgingsgebied van het waterschap Hunze en Aa’s. De winningsactiviteiten van magnesiumzout in Veendam zijn in 1972 gestart in Borgercompagnie. Het magnesiumzout in Veendam zit in de Zechstein III 1b, 2b en 3b lagen op een diepte van 1300 tot 1800 meter. Nedmag wint het zout uit meerdere cavernes via de putten: • TR-1 tot en met TR-9; • VE-1 tot en met VE-4. Het winningsplan betreft een actualisering van het vigerende winningsplan voor deze winningsactiviteiten.
Het instemmingsbesluit bij het winningsplan uit 2013 bevat het voorschrift dat Nedmag vroegtijdig vóór het bereiken van een bodemdaling van 50 cm (vanaf 1977) een geactualiseerd winningsplan indient. Nu een bodemdaling van 50 cm eind 2018 bereikt is, is de voorliggende actualisatie van het winningsplan nodig geworden. De bodemdaling is mede een gevolg van beheersmaatregelen die moeten worden genomen naar aanleiding van een in april 2018 plaatsgevonden incident in het zoutveld Tripscompagnie waarbij kortstondig pekel is weggestroomd. Het winningsplan bevat een beschrijving van activiteiten die verband houden met de afwikkeling van het incident. Nedmag vraagt toestemming om: • door te mogen gaan met actief winnen uit twee putten (TR-9 en VE-3); • vier nieuwe putten te mogen aanleggen (VE-5 tot en met VE-8) en daaruit te winnen. Pagina 1 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Daarnaast beschrijft Nedmag drie putten af te sluiten (VE-1, VE-2 en TR-2). Nedmag geeft aan dat de in het winningsplan beschreven winning een verwachte einddatum van productie heeft in 2045.
PDGGO-DTDO / 22543048
Het gewonnen magnesiumzout wordt gebruikt als grondstof voor diverse industriële toepassingen, zoals voor additieven voor de kunststof producerende en -verwerkende industrie en voor vuurvaste stenen die gebruikt worden bij de productie van staal en cement. De beschrijving van het winningsplan op hoofdlijnen, de uitgebrachte adviezen en de beoordeling kent een andere opzet dan de meeste instemmingsbesluiten met een winningsplan, omdat het winningsplan Nedmag 2018 naast voortzetting en uitbreiding van de huidige winning ook de afwikkeling van een incident beschrijft. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de afwikkeling van het incident en winningsactiviteiten. Dit onderscheid wordt gemaakt omdat, los van beoordeling van de winningsactiviteiten, het deel van de activiteiten dat verband houdt met de afwikkeling van voornoemd incident zonder meer dient te gebeuren. De effecten van deze activiteiten zijn daarmee onvermijdelijk en worden als een vaststaand gegeven in deze procedure meegenomen. Dit zal hierna verder worden toegelicht.
2. Beleid zoutwinning in Nederland In de brief van de minister aan de Tweede Kamer van 27 september 2018 (Kamerstukken II 2018-19, 32849, nr. 136) met een reactie op het rapport 'Staat van de sector zout' van Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM), beschrijft de minister dat het huidige beleid voor de zoutwinning dezelfde strenge voorwaarden kent die ook gelden voor de andere mijnbouwsectoren. Zoutwinning is een economische activiteit die al ruim 100 jaar plaatsvindt in verschillende regio’s in Nederland alwaar het bijdraagt aan de werkgelegenheid en de economie. Zout is een grondstof die in het binnen- en buitenland onder andere wordt gebruikt voor de chemische-, medische- en de voedingsmiddelenindustrie. In Nederland gebruiken we zout voor de industrie, landbouw, consumptie en als strooizout. De winning van zout kan plaatsvinden in Nederland als dat veilig kan en de risico’s beheersbaar zijn. Net als bij andere activiteiten zijn risico’s niet volledig uit te sluiten. Sinds 1 november 2021 behandelt de Commissie Mijnbouwschade ook meldingen van schade door zoutwinning. De bewijslast wordt daarmee door de Commissie Mijnbouwschade opgepakt en daarmee wordt de burger ontzorgd.
3. Juridisch kader 3.1 Mijnbouwregelgeving Een winningsplan dient te worden getoetst aan de Mijnbouwwet (hierna: Mbw) en de daarop gebaseerde regelgeving. De artikelen 34, 35 en 36 van de Mbw en artikel 25 van het Mijnbouwbesluit (hierna: Mbb) vormen het juridisch kader waaraan het winningsplan wordt getoetst.
Pagina 2 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Alvorens op basis van de Mbw over te mogen gaan tot winning is, op grond van artikel 34, derde lid, van de Mbw, de instemming vereist van de minister met een winningsplan. Het winningsplan geeft concreet inzicht in de wijze waarop de winning wordt uitgevoerd en de effecten daarvan en dient te voldoen aan de eisen genoemd in artikel 35 van de Mbw. Artikel 25 Mbb bevat een aantal nadere eisen die aan een winningsplan worden gesteld. Het winningsplan dient onder meer een beschrijving te bevatten van de verwachte hoeveelheid aanwezige delfstoffen, de hoeveelheden jaarlijks te winnen delfstoffen, de bodembeweging ten gevolge van de winning en de maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging.
PDGGO-DTDO / 22543048
Ter beoordeling of met een winningsplan kan worden ingestemd, wordt het winningsplan getoetst aan artikel 36, eerste lid, van de Mbw. De minister kan slechts geheel of gedeeltelijk instemming weigeren: a. indien het in het winningsplan aangeduide gebied door Onze Minister niet geschikt wordt geacht voor de in het winningsplan vermelde activiteit om reden van het belang van de veiligheid voor omwonenden of het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; b. in het belang van het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte, andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; c. indien nadelige gevolgen voor het milieu ontstaan; d. indien nadelige gevolgen voor de natuur worden veroorzaakt. Artikel 36, tweede lid, van de Mbw bepaalt voorts dat de minister de instemming kan verlenen onder beperkingen of daaraan voorschriften kan verbinden, indien deze gerechtvaardigd worden door een grond als genoemd in artikel 36, eerste lid Mbw.
3.2 Gecoördineerde behandeling instemming met winningsplan en omgevingsvergunningen De minister heeft bij besluit van 21 december 2018 (kenmerk DGETM / 18325576) besloten om op grond van artikel 3:21, lid b, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) de aanvraag voor een omgevingsvergunning met kenmerk OLO 3000245 en de aanvraag voor een omgevingsvergunning met kenmerk OLO 3554325 gecoördineerd te behandelen met de instemming op het gewijzigd winningsplan. Zo worden de samenhangende besluiten gecoördineerd voorbereid (artikel 3:26 van de Awb), de besluiten gelijktijdig bekend gemaakt en ter inzage gelegd (artikel 3:27 van de Awb) en kan beroep worden ingesteld tegen de besluiten bij dezelfde bestuursrechter (artikel 3:29 van de Awb). Om zout te kunnen winnen heeft Nedmag niet alleen een winningsplan nodig waarmee is ingestemd, maar ook omgevingsvergunningen voor de inrichting waarbinnen of het mijnbouwwerk waarmee de daadwerkelijke zoutwinning en daarmee verband houdende werkzaamheden plaatsvinden. Nedmag heeft op 30 mei 2017 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning (kenmerk OLO 3000245). De vergunning is benodigd voor de aanleg van én de winning uit twee Pagina 3 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
nieuwe cavernes vanuit Borgercompagnie. Een ontwerpbesluit voor deze vergunning heeft eerder ter inzage gelegen. De minister heeft een gewijzigd ontwerpbesluit opgesteld. Dit gewijzigd ontwerpbesluit heeft het eerdere ontwerpbesluit vervangen. Omdat er een omgevingsvergunning benodigd is voor het uitvoeren van diepboringen, heeft Nedmag op 27 maart 2018 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het uitvoeren van 2 zoutboringen (kenmerk OLO 3554325). Omdat de twee nieuwe cavernes niet passen in het huidige winningsplan zijn de vergunningaanvragen aangehouden tot voorliggend winningsplan is ingediend. De ontwerpbesluiten voor beide omgevingsvergunningen zijn gecoördineerd met het ontwerp van dit instemmingsbesluit ter inzage gelegd.
PDGGO-DTDO / 22543048
3.3 Voorbereidingsprocedure Nedmag heeft op 30 november 2018 een verzoek tot instemming met het gewijzigde winningsplan, gedateerd 28 november 2018, ingediend bij de minister. Ter aanvulling van deze aanvraag heeft Nedmag de volgende addenda op het winningsplan bij de minister ingediend: • Beantwoording vragen van SodM zoals verwoord in de memo "NEDMAG VEENDAM - Vragen voor Nedmag rond winningsplan" d.d. 21 februari 2019; • Beantwoording vragen van SodM over ref. 10 (Hydraulic Connections between Nedmag caverns) van het Nedmag Winningsplan 2018 d.d. 25 april 2019; • Evaluatie van de ontwikkeling van een eventuele fracture tijdens actieve winning uit VE-5 en VE-6 d.d. 29 mei 2019; • Gevolgen van de bodemdaling door zoutwinning voor de waterhuishouding, 29 juli 2019; • Verbijzondering en onzekerheidsanalyse bodemdalingsprognose, het risico van caverneverbindingen en vergelijking bodemdalingsprognoses met praktijkmetingen d.d. 16 september 2019. Gelet op artikel 34, vierde lid, van de Mbw is dit besluit tot instemming met het winningsplan voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Awb.
Er is advies gevraagd aan SodM (artikel 127, eerste lid onder b van de Mbw), de Technische commissie bodembeweging (hierna: Tcbb) (artikel 35, tweede lid en artikel 114, tweede lid onder a, van de Mbw), aan alle betrokken decentrale overheden (artikel 34, vijfde lid, van de Mbw) en de Mijnraad (artikel 105, derde lid, van de Mbw). Om de betrokken decentrale overheden te ondersteunen bij het opstellen van hun advies heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een informatiesessie georganiseerd specifiek voor het winningsplan, waarbij ook Nedmag aanwezig was. Deze specifieke informatiesessie heeft op 16 oktober 2019 plaatsgevonden in Groningen. Voor deze informatiesessie waren naast medewerkers van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat en Nedmag, medewerkers van de provincies Groningen en Drenthe, de gemeenten Veendam, Midden-Groningen, Aa en Hunze en Tynaarlo en het waterschap Hunze en Aa’s uitgenodigd. Om omwonenden te informeren over dit instemmingsbesluit en het winningsplan van Nedmag is er tijdens de ter inzagelegging van het ontwerpinstemmingsbesluit door het ministerie van Economische Zaken en Klimaat een Pagina 4 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
informatiebijeenkomst georganiseerd waar eenieder informatie kon inwinnen over het besluit. De informatiebijeenkomst was op dinsdag 30 juni 2020 in Theater vanBeresteyn te Veendam.
PDGGO-DTDO / 22543048
Er zijn 110 ontvankelijke zienswijzen ingediend, waarvan 37 unieke. De ontvankelijke zienswijzen en reacties zijn in een nota van antwoord opgenomen en beantwoord. De nota van antwoord, met kenmerk DGKE-WO / 20210692, is als bijlage bij dit besluit gevoegd. Op donderdag 29 april 2021 is aan alle indieners van een zienswijze een brief verstuurd en wordt de kennisgeving van dit instemmingsbesluit gepubliceerd in de Staatscourant. Op vrijdag 30 april 2021 vond kennisgeving van het besluit plaats langs elektronische weg op www.nlog.nl en www.mijnbouwvergunningen.nl, waarna het instemmingsbesluit, de nota van antwoord en alle onderliggende stukken digitaal toegankelijk zijn. Ook is op woensdag 28 april 2021 een kennisgeving van het instemmingsbesluit geplaatst in De Koerier, De Regiokrant, De Oostermoer en De Schakel, en op woensdag 5 mei 2021 in De Veendammer.
Het instemmingsbesluit met alle onderliggende stuken lag van vrijdag 30 april 2021 tot en met donderdag 10 juni 2021 op de volgende locaties ter inzage: • www.mijnbouwvergunningen.nl/zoutwinningnedmag; • www.nlog.nl/ter-inzage-legging-nedmag; • Gemeentehuis van de gemeente Veendam, Raadhuisplein 5 te Veendam; • Gemeentehuis van de gemeente Midden-Groningen, Gorecht-Oost 166 te Hoogezand; • Gemeentehuis van de gemeente Aa en Hunze, Spiekersteeg 1 te Gieten; • Gemeentehuis van de gemeente Tynaarlo, Kornoeljeplein 1 te Vries; • Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Bezuidenhoutseweg 73 te Den Haag.
3.4 Uitspraak Rechtbank Den Haag De rechtbank Den Haag heeft in de uitspraak van 1 november 2022 ECLI:NL:RBDHA:2022:11263) overwogen dat het besluit van 30 april 2021 niet met de vereiste zorgvuldigheid is voorbereid en op diverse punten onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank heeft de tegen het besluit van 30 april 2021 ingediende beroepen gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Met onderhavig besluit wordt voldaan aan de opdracht van de rechtbank. De onderdelen met betrekking tot hervatting van de winning uit caverne TR-9, de gevolgen van de bodemdaling voor de waterhuishouding, schade als gevolg van bodemdaling en natuur en milieu zijn nader gemotiveerd. De staatssecretaris heeft artikel 4 ambtshalve gewijzigd, waardoor het Nedmag niet is toegestaan om langer dan 6 jaar en 6 maanden na herstarten van de actieve winning uit TR-9 actief zout te winnen uit de caverne TR-9. De staatssecretaris heeft dit uitgebreider gemotiveerd. De staatssecretaris heeft artikel 5 anders geformuleerd. In artikel 5 worden de aan te leggen putten niet bij naam genoemd. De herformulering blijft in overeenstemming met het advies van de Mijnraad op dit punt. Pagina 5 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
4. Adviezen naar aanleiding van de aanvraag
PDGGO-DTDO / 22543048
Over het winningsplan Nedmag 2018 hebben de volgende adviseurs, op verzoek van de minister, advies uitgebracht: • SodM heeft bij brief van 27 juni 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 19155562). SodM heeft bij brief van 26 september 2019 een aanvullend advies uitgebracht (kenmerk: 19220091). Voor de beoordeling van het winningsplan heeft SodM advies gevraagd aan TNO voor de verificatie van de berekeningen op de bodemdalingsprognose; • De Tcbb heeft bij brief van 14 augustus 2019 advies uitgebracht (kenmerk: TCBB/ 19203012). De Tcbb heeft bij brief van 5 november 2019 een aanvullend advies uitgebracht (kenmerk: TCBB/19261555); • Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (hierna: de provincie Groningen) heeft bij brief van 20 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 2019-099413/47/A.16); • Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe (hierna: de provincie Drenthe) heeft bij brief van 19 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 47/5.1/2019002166); • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam (hierna: de gemeente Veendam) heeft bij brief van 22 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 93597); • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente MiddenGroningen (hierna: de gemeente Midden-Groningen) heeft bij brief van 15 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 2019-033548); • Het college van burgemeester en
wethouders van de gemeente Aa en Hunze (hierna: de gemeente Aa en Hunze) heeft bij brief van 26 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 728903); • Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tynaarlo (hierna: de gemeente Tynaarlo) heeft bij brief van 26 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 238617); • Het dagelijks bestuur van waterschap Hunze en Aa’s (hierna: Waterschap Hunze en Aa’s) heeft bij brief van 13 november 2019 advies uitgebracht (kenmerk: 19-2337); • De Mijnraad heeft bij brief van 10 maart 2020 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/20071010). TNO heeft bij brief van 21 april 2020 (kenmerk AGE 20-10.038) advies uitgebracht over cumulatieve bodemdaling als gevolg van mijnbouw in het gebied westelijk van Veendam. In aanvulling op het winningsplan hebben de betrokken decentrale overheden de adviezen van SodM, TNO en de Tcbb ontvangen.
Pagina 6 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
5. Afwikkeling incident van 20 april 2018
PDGGO-DTDO / 22543048
5.1 Wat is er voorgevallen? Op de locatie waar uit het Tripscompagnie-veld zout wordt gewonnen, is eind april 2018 een plotselinge drukverlaging geconstateerd in de zoutwinningsputten van het cluster Tripscompagnie. Deze drukverlaging is waarschijnlijk veroorzaakt doordat er in de diepe ondergrond op ongeveer 1,5 km diepte een scheur is ontstaan in de bovenliggende zoutlaag (cavernedak), waardoor er een lekkage van pekel en mogelijk dieselolie is opgetreden naar bodemlagen boven de zoutlaag. Door pekel uit de caverne te laten stromen (het zogenoemde aflaten) wordt de druk in de caverne laag gehouden. Door de lage druk heeft de bovenliggende zoutlaag zich weer gesloten en lekt er geen pekel weg.
5.2 Maatregel ter afwikkeling van het incident Naar aanleiding van het incident in april 2018 heeft Nedmag na overleg met SodM de maatregel genomen om niet langer actief te winnen uit het cavernecluster (bestaande uit de cavernes TR-1 tot en met TR-8 en VE-4) en de pekel zoveel mogelijk te laten uitstromen uit de bestaande cavernes om te voorkomen dat de pekel weer op te hoge druk komt en het pad van april 2018 weer open gaat staan. SodM stelt in haar advies op het winningsplan dat met deze activiteiten en maatregelen Nedmag, gegeven de omstandigheden die het incident heeft gecreëerd, vormgeeft aan de meest veilige en duurzame manier van afwikkelen van het incident van april 2018. Nedmag verwacht dat met dit aflaten het grootste gedeelte van de aanwezige pekel uit het cluster zal worden gehaald. Het aflaten van de pekel leidt tot bodemdaling. Er zit echter onzekerheid in de hoeveelheid pekel die afgelaten kan worden. Nedmag verwacht dat het aflaten van het cluster nog tientallen jaren duurt. SodM heeft ten aanzien van het aflaten in haar advies op het winningsplan geadviseerd om Nedmag alleen activiteiten toe te staan die tot verdere bodemdaling in het kerngebied leiden wanneer die noodzakelijk zijn voor de afwikkeling van het incident.
Daarnaast dient Nedmag volgens SodM deugdelijke afspraken te maken met, en een adequate financiële bijdrage te leveren aan de lokale overheden, opdat deze in staat zijn de blijvende effecten adequaat te beheersen. De staatssecretaris merkt op dat Nedmag een overeenkomst heeft met de lokale overheden voor de afhandeling van kosten van bodemdaling door Nedmag. Partijen hebben desgevraagd aangegeven dat deze afspraken goed worden nageleefd. Deze overeenkomst staat los van de vergunningen die de staatssecretaris afgeeft voor zoutwinning. In december 2022 is een nieuwe onderlinge overeenkomst afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt met de decentrale overheden, opdat deze in staat zijn de blijvende effecten van de zoutwinning zoals beschreven in het winningsplan Nedmag 2018 adequaat te beheersen. Pagina 7 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Ook bij cavernes VE-3 en TR-9 wordt op aanschrijven van SodM de cavernedruk laag gehouden om te voorkomen dat eenzelfde incident met scheurvorming in deze cavernes kan plaatsvinden. Cavernes VE-3 en TR-9 staan niet in verbinding met het cavernecluster. Naast het laag houden van de cavernedruk heeft Nedmag plannen om extra zout op te lossen, dit wordt beschreven en beoordeeld in het navolgende onderdeel van dit besluit.
PDGGO-DTDO / 22543048
5.3 Effecten van de maatregel De maatregel die verband houdt met de afwikkeling van het incident van 20 april 2018 dient naar het oordeel van de staatssecretaris zonder meer plaats te vinden vanwege de veiligheid. Het incident en deze maatregel veroorzaken bodemdaling en zijn daarom in het winningsplan opgenomen. De bodemdaling als gevolg van deze activiteiten is echter onvermijdelijk. De staatssecretaris heeft deze bodemdaling niet separaat beoordeeld maar integraal meegenomen in de verdere beoordeling van het winningsplan. Voor het onderscheid met de andere in het winningsplan aangevraagde winningsactiviteiten worden de effecten van de maatregel voor de afwikkeling van het incident hier beschreven. Bodemdaling Nedmag stelt in het winningsplan dat de bodemdaling als gevolg van de beheersmaatregel in 2045 op het diepste punt als meest waarschijnlijke waarde 80 cm bedraagt ten opzichte van het niveau in 1977. Het meenemen van de onzekerheidsmarge resulteert in een bodemdaling van minimaal 71 cm en maximaal 87 cm.
Naast deze bodemdaling vindt er ook bodemdaling als gevolg van gaswinning in de regio plaats, waardoor er ook zonder verdere actieve winning door Nedmag rekening moet worden gehouden met een cumulatieve bodemdaling als gevolg van de beheersmaatregelen en gaswinning tot maximaal 102 cm in het diepste punt van de bodemdalingskom vanaf 1972 (het referentiejaar voor de gaswinning). Sinds 1977 heeft tot indiening van de aanvraag ruim 50 cm bodemdaling plaatsgevonden. Het eerste deel van de toekomstige daling, komt binnen enkele jaren tot stand. Dit in verband met het snel dichtvloeien van de diepe delen van het cavernestelsel als gevolg van het aflaten. SodM heeft een onzekerheidsanalyse uitgevoerd. SodM stelt dat de geprognostiseerde bodemdaling (in de periode 2018-2045) als gevolg van het doorgaan met het aflaten van het cavernecluster en de cavernes VE-3 en TR-9, 30 cm bedraagt en een forse onzekerheid kent. SodM geeft aan dat naast het inventariseren van de benodigde beheersmaatregelen een flexibele planning van de uitrol daarvan en doorgaande monitoring en evaluatie nodig zijn. Het dichtvloeien van de cavernes leidt tot vermindering van de risico’s op onvoorziene bodemdaling op een later moment. Daarmee zijn er, buiten de voorziene bodemdaling, geen additionele consequenties te verwachten van dit deel van het winningsplan.
Decentrale overheden verzoeken Nedmag om, gezamenlijk met het waterschap Hunze en Aa's, te komen tot nieuwe werkafspraken voor de waterhuishoudkundige maatregelen. Dit gecombineerd met een actief en adequaat peilbeheer. Decentrale overheden verzoeken op voorhand om een financiële waarborging voor bovengenoemde maatregelen, zodat het waterschap Hunze en Pagina 8 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Aa's in staat is de vereiste werkzaamheden als gevolg van de door Nedmag veroorzaakte bodemdaling, ook naar de toekomst toe, te bekostigen.
PDGGO-DTDO / 22543048
Bodemtrilling Nedmag beschrijft in het winningsplan of het wegstromen van hoeveelheden vloeistof door het dak kan resulteren in voelbare trillingen. De vloeistof zou dan in bestaande breuken moeten stromen. Deze breuken zijn echter niet of zeer beperkt toegankelijk voor vloeistof. Daarom wordt dit scenario onwaarschijnlijk geacht. Tijdens het incident van 20 april 2018 heeft het KNMI dan ook slechts zeer kleine, nauwelijks meetbare trillingen waargenomen. Nedmag geeft in het winningsplan aan dat ten tijde van het incident van 20 april 2018 door het KNMI zeer lichte bodemtrillingen zijn gedetecteerd. Nedmag heeft vanwege het incident en de daarbij waargenomen bodemtrillingen een geofoon laten aanleggen in de directe omgeving van het caverneveld. Deze geofoon is opgenomen in het monitoringssysteem van het KNMI. Met dit meetstation is volgens het KNMI een oorzaak van de trilling te onderscheiden en worden trillingen met een magnitude van M = 0,2 of groter gedetecteerd.
6. Beschrijving winningsactiviteiten op hooflijnen, adviezen, zienswijzen en beoordeling De onderdelen van het winningsplan die ten behoeve van een instemmingsbesluit beoordeeld worden, zijn de winningsactiviteiten. De voorgenomen winningsactiviteiten van Nedmag zijn te onderscheiden in voortzetting van de winning uit bestaande cavernes en de winning uit nieuw aan te leggen cavernes. Hieronder wordt per onderwerp op winningsactiviteit en op het geheel de hoofdlijnen beschreven wat Nedmag hierover in het winningsplan heeft opgenomen. Daarna volgt (indien van toepassing) het advies van de adviseurs per winningsactiviteit of op het geheel en de beoordeling, waarbij op basis van een integrale afweging beargumenteerd wordt of het advies of de aanbeveling wordt overgenomen.
6.1 Planmatig beheer 6.1.1
Winningsplan
Nedmag verwacht een productieduur tot en met het jaar 2045. Hierbij verwacht Nedmag een zoutproductie te kunnen realiseren van 3,7 miljoen ton. 6.1.1.1 Voortzetten winning VE-3 en TR-9 Nedmag beschrijft de voortzetting van de actieve winning van magnesiumchloride uit de cavernes TR-9 en VE-3 door injectie van water en productie van pekel. Tijdens de actieve winning wordt de druk in de cavernes geleidelijk verlaagd tot de gewenste caverneconvergentie optreedt, die mede zorgt dat het maximum Pagina 9 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
gewenste volume vrije pekel niet overtreden wordt. Na het einde van de periode van actieve winning zal de vrije pekel zo veel mogelijk worden afgelaten. Het maximaal volume aan vrije pekel in de caverne TR-9 betreft 0,7 miljoen m3.
PDGGO-DTDO / 22543048
6.1.1.2 Vier nieuwe cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 Nedmag beschrijft in het winningsplan de aanleg van vier nieuwe cavernes. Na het boren van een winningsput wordt water geïnjecteerd en tegelijkertijd pekel geproduceerd. Omdat de caverne klein is, is de pekel meestal niet direct voldoende verzadigd. Nedmag beschrijft dat na de aanleg van de put, de ontwikkeling van de caverne ongeveer 2 jaar in beslag neemt. Hierbij is een mijnbouwhulpstof nodig om het logen van zout in horizontale richting te sturen en te voorkomen dat de caverne ongecontroleerd omhoog groeit. Nedmag beschrijft in het winningsplan hiervoor diesel als mijnbouwhulpstof gebruiken. Vervolgens heeft Nedmag een voorstel voor een alternatieve wijze van aanleg voorgelegd waarbij het gebruik van diesel drastisch wordt beperkt. De aanleg van de caverne duurt daardoor wel 2 keer zo lang. De voorgestelde alternatieve aanlegwijze is ook meegenomen in de beoordeling van de aanvragen voor omgevingsvergunningen met kenmerk OLO 3000245 en OLO 3554325. Tijdens de periode van actieve winning heeft de pekel in de caverne een hoge verzadiging en kan het dak van de caverne niet meer opgelost worden. Het gebruik van een mijnbouwhulpstof is dan niet meer nodig om het dak van de caverne te beschermen. In deze periode zal waarschijnlijk caverne VE-6 aan de hoger gelegen VE-5 groeien en caverne VE-8 aan VE-7.
De laatste fase van pekelwinning vindt plaats door de cavernes af te laten. Met het dichtkruipen van de cavernes komt de pekel vanzelf via de putten omhoog. De snelheid van het dichtkruipen neemt in de loop van de tijd af en daarmee ook de winning van pekel. De vrije pekel die zich in de onderste cavernes bevindt zal gedurende 5 tot 10 jaar kunnen worden afgelaten omdat de aflaatsnelheid hier redelijk groot is. Tijdens de ontwikkeling van de nieuwe cavernes VE-5 tot en met VE-8 zal de pekel nog niet verzadigd zijn met magnesiumzout en nog kalium en natrium bevatten. Nedmag is van plan deze pekel te injecteren in het TR-cluster om de zuiverheid en concentratie te verbeteren. Nedmag beschrijft dat als er tijdens de fase van actieve winning toch een opening in het dak van een caverne zou ontstaan, de gevolgen hiervan beperkt blijven door de kleinere omvang van de cavernes. Het volume aan vrije pekel in de cavernes betreft 1,2 miljoen m3 voor het cavernepaar VE-5-6 en 0,9 miljoen m3 voor het cavernepaar VE-7-8. 6.1.1.3 Abandonneren cavernes Nedmag beschrijft in het winningsplan dat de cavernes (met uitzondering van de caverne VE-2) zoveel mogelijk worden afgelaten voorafgaand aan abandonnering. Winning uit de cavernes VE-1 en VE-2 is beëindigd. Winningsput VE-2 is voorzien van een plug en kan niet verder afgelaten worden.
Nedmag houdt in bodemdalingsberekening rekening met het aflaten van alle vrije pekel uit alle bestaande en nieuwe cavernes. De bodemdalingseffecten tot en met het abandonneren zijn daarom meegewogen in het winningsplan. Er zit echter
Pagina 10 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
onzekerheid in de hoeveelheid pekel die afgelaten kan worden. Nedmag verwacht dat het aflaten van de cavernes nog tientallen jaren duurt tot 2045. Als de hoeveelheid pekel geminimaliseerd is, wordt voor de daadwerkelijk afsluitende handelingen een sluitingsplan opgesteld. Niet alle winningsputten zullen gelijktijdig worden afgesloten, voor iedere bron blijven één of enkele winningsputten nog jarenlang open om de laatste hoeveelheid vrije pekel af te laten en de druk te monitoren.
PDGGO-DTDO / 22543048
6.1.2 Adviezen Advies SodM SodM geeft aan dat Nedmag in het kerngebied tegen de grenzen van beheersbare winning is opgelopen. SodM geeft in het aanvullende advies aan dat uiterst voorzichtig moet worden omgegaan met extra cavernes laten vastgroeien aan het cluster. Bij VE-3 is de verwachting dat het verbonden raakt met het cluster als met actieve winning wordt doorgegaan. Bij TR-9 is er ook een niet verwaarloosbare kans dat dit gebeurt. De gevolgen van het ontstaan van verbindingen van VE-3 en/of TR-9 met het beschadigde cavernecluster blijven onzeker. SodM stelt dat Nedmag praktische maatregelen beschrijft die genomen worden om de pekel op een veilig drukniveau te houden. SodM stelt dat met de voorgestelde preventieve en verdere reactieve drukaanpassing van Nedmag de kans op een lekkage wordt verkleind. En mocht er toch een lekpad ontstaan, maakt Nedmag het aannemelijk dat verwacht mag worden dat de lekkage beperkt zal blijven tot de diepe ondergrond. De kans op schade voor het milieu is daarmee vermoedelijk zeer klein. Verder merkt SodM in algemene zin op dat tegelijkertijd het begrip van het gedrag van de ondergrond verre van volledig is. SodM adviseert de grootte van een enkele of gecombineerde caverne in termen van vrij pekelvolume te maximeren op 1,5 miljoen m3. Advies Tcbb De Tcbb adviseert om niet in te stemmen met een actieve winning uit de bronnen TR-9 en VE-3.
Hoewel drukverlaging in de caverne mogelijk is bij het waarnemen van versnelde bodemdaling, is het niet uitgesloten dat een incident als dat in april 2018 opnieuw zal optreden. Advies Provincie Groningen De provincie Groningen stelt dat Nedmag in het winningsplan de volledige levenscyclus beschrijft van de vorming en het later zoveel mogelijk verdwijnen van het volume aan vrije pekel en dat daarmee een belangrijke vermindering van de onzekerheden wat betreft de bodemdalingsprognose wordt bereikt. De provincie Groningen stelt dat SodM toeziet op de gehele levenscyclus van de putten dan wel cavernes, zowel de bestaande als de nieuwe. De provincie Groningen stelt dat dit winningsplan mogelijk wel eens het laatste winningsplan van Nedmag zou kunnen zijn. De provincie Groningen adviseert een plicht tot periodieke actualisering van dit plan in het instemmingsbesluit te formuleren. Een toekomstige actualisering kan dan mogelijk mede op basis van beschikbaar gekomen informatie uit een meet- en monitoringsprotocol dan wel anderszins plaatsvinden. Pagina 11 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De provincie Groningen stelt dat een zogenaamde drukpuls ten gevolge van aangroei van caverne VE-3 dan wel TR-9 afzonderlijk dan wel beide aan het TRcluster te allen tijde moet worden voorkomen.
PDGGO-DTDO / 22543048
De provincie Groningen geeft aan dat door de relatief grote afstand van de nieuw te vormen cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 ten opzichte van het TR-cluster het risico van aangroei met dit cluster zeer klein is. Verder ziet de provincie Groningen het winnen van magnesiumzouten uitsluitend uit de diepste laag bij de nieuwe cavernes als een goede preventieve maatregel om ondergrondse lekkages te voorkomen, omdat daarmee de dikte van het toekomstige dak van een caverne met honderden meters toeneemt ten opzichte van de bestaande cavernes, met uitzondering van TR-9, ook deze caverne is alleen ontwikkeld in de onderste laag en heeft daarmee al een dik dak. Mede daarom kan de provincie Groningen adviseren in te stemmen met het ontwikkelen van deze vier nieuwe cavernes. De provincie Groningen stelt dat het zacht insluiten van de cavernes, door het zoveel mogelijk aflaten van het openstaand volume, voordat de putten daadwerkelijk worden afgesloten en verwijderd, als de beste manier om een caverne te verlaten. Dit heeft Nedmag ook als zodanig in zijn winningsplan beschreven. De provincie Groningen stelt dat in het bijzonder het verlaten en afsluiten van de cavernes voor de veiligheid van groot belang is. De provincie Groningen vertrouwt erop dat dit toezicht op een adequate wijze en strikt wordt uitgevoerd.
De provincie Groningen gaat ervan uit dat zij bij toekomstige sluitingsplannen betrokken zal worden. Advies provincie Drenthe De provincie Drenthe stelt dat de beperking opgenomen moet worden dat actieve winning uit de bronnen VE-3 en TR-9 uitsluitend is toegestaan ter overbrugging van de periode waarin Nedmag zonder deze bronnen minder zout kan winnen dan minimaal benodigd is. De provincie Drenthe stelt dat de te verlaten bronnen en winlocaties nog tijdens het in bedrijf zijn van Nedmag opgeruimd moeten worden. Op deze wijze wordt gegarandeerd dat er voldoende gelden beschikbaar zijn voor het opruimen en dat de desbetreffende locaties veilig en schoon achtergelaten worden. Advies Gemeente Veendam De gemeente Veendam adviseert op basis van de adviezen van SodM en de Tcbb om geen medewerking te verlenen voor actieve winning uit de cavernes VE-3 en TR-9. De gemeente Veendam adviseert, mede met inachtneming van de adviezen van SodM en de Tcbb, in te stemmen met de winning van zout uit de nieuwe cavernes VE-5 t/m VE-8. Advies Gemeente Midden-Groningen De gemeente Midden-Groningen adviseert niet in te stemmen met de aangevraagde productie uit TR-9 en VE-3. Advies Gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo De gemeenten Aa en Hunze en Tynaarlo stellen dat er een toekomstvisie moet zijn inclusief de afbouw van de zoutwinning op termijn.
De gemeenten adviseren om niet in te stemmen met de aangevraagde actieve winning uit de bestaande putten VE-3 en TR-9.
Pagina 12 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
Advies Waterschap Hunze en Aa’s Het waterschap adviseert om provincies en gemeenten de opdracht te geven om onderzoek te verrichten naar alternatieven voor het grondgebruik die kunnen leiden tot integrale en meer duurzame oplossingen voor het grondgebruik en het ondersteunende watersysteem. Het waterschap adviseert om niet in te stemmen met de aangevraagde actieve winning uit de bestaande putten VE-3 en TR-9. Het waterschap adviseert, mede met inachtneming van de adviezen van SodM en de Tcbb, in te stemmen met de winning van zout uit de nieuwe cavernes VE-5 t/m VE-8. Het waterschap ziet wel bezwaren voor het waterbeheer.
PDGGO-DTDO / 22543048
Advies Mijnraad De Mijnraad stelt dat caverne VE-3 binnen een afzienbare tijd zal doorbreken naar het andere cluster. De Mijnraad adviseert daarom te stoppen met de winning uit deze caverne. Caverne TR-9 zal over - naar verwachting - negen jaar mogelijk kunnen doorbreken. De Mijnraad adviseert om de productie hier vooralsnog voort te zetten, maar deze caverne te monitoren en op tijd maatregelen te treffen om doorbreken te voorkomen. De Mijnraad adviseert om een gebiedsproces te starten waar met inbreng van alle betrokkenen wordt onderzocht of, en zo ja, hoe delfstofwinning en landgebruik zich samen toekomstbestendig kunnen ontwikkelen. De zoutwinning vormt dan mede aanleiding om de grote opgaven in het landelijk gebied (klimaat-, milieu- en biodiversiteitsopgaven, agrarische transitie, leefbaarheid) te adresseren en zo nodig met inzet van gebiedsontwikkeling of herverkaveling tot win-win situaties te komen. De Mijnraad noemt het gebiedsproces in Franekeradeel als referentie.
6.1.3 Beoordeling planmatig beheer Bij planmatig gebruik en beheer dient er sprake te zijn van een efficiënte winning van de delfstof, waarbij de wijze waarop, het tempo waarmee en de hoeveelheid te winnen delfstof van belang zijn. De beoordeling draait enerzijds met het oog op de ondergrond om de vraag of de door de mijnbouwonderneming in het winningsplan aangegeven winbaarheidsfactor reëel is, gezien de technische parameters en geologische omstandigheden van het winningsgebied. Daarnaast dient een andere gebruiksvorm van de ondergrond door de winning niet ongewenst onmogelijk gemaakt te worden. De staatssecretaris stelt vast dat Nedmag beschrijft dat de zoutwinning efficiënt uitgevoerd zal worden. Het winningsgebied betreft een bestaande zoutwinning binnen een bestaande vergunning. De laag waaruit Nedmag zout wint bevindt zich in zoutlagen op ongeveer 1500 meter diepte, ver boven de gasvelden Groningen (ten noorden van het zoutwingebied) en Annerveen (ten zuiden van het zoutwingebied) die op ca. 3000 meter diepte liggen. Zoutwinning uit het winningsgebied Veendam past dan ook in het planmatig gebruik van de ondergrond. Nedmag verwacht een zoutproductie te kunnen realiseren van 3,7 miljoen ton. De druk in de zoutcavernes en omstandigheden waaronder Nedmag werkt, hebben de belangrijkste invloed op de veiligheid in het gebied, en niet de hoeveelheid gewonnen zout.
Pagina 13 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
De staatssecretaris houdt bij de beoordeling van het planmatig beheer en gebruik van de ondergrond rekening met de bovengrond. De veiligheid en de gevolgen voor het beheer en gebruik van de bovengrond betrekt de staatssecretaris hierbij. Planmatig beheer en gebruik van de ondergrond vraagt om een benadering waarbij de verschillende lagen in de ondergrond en het gebruik van de bovengrond in samenhang worden bezien. Dit vraagt om een samenspel tussen alle overheden, waarbij elke overheid vanuit een eigen rol en bevoegdheden bijdraagt aan het zoeken naar oplossingen voor enerzijds het bieden van ruimte voor ondergrondse activiteiten en anderzijds de kwaliteit van de leefomgeving en veiligheid voor de bewoners.
PDGGO-DTDO / 22543048
Als onderdeel van de beoordeling van het planmatig beheer van de ondergrond, beoordeelt de staatssecretaris ook het efficiënt gebruik van hulpstoffen in de ondergrond. Er is sprake van efficiënt gebruik van hulpstoffen wanneer er met zo min mogelijk hulpstoffen een caverne in de ondergrond wordt aangelegd. Onnodig gebruik van hulpstoffen moet worden vermeden. In de periode na indiening van het winningsplan heeft Nedmag een gewijzigde methode van caverneontwikkeling uitgewerkt waarmee Nedmag het gebruik van hulpstoffen wil beperken. Deze gewijzigde methode heeft tot gevolg dat de caverneontwikkeling langer duurt. De staatssecretaris heeft mede vanwege de vele adviezen over het gebruik van de hulpstof het beperken ervan zwaarder laten wegen dan de langere duur van de caverneontwikkeling. Bij het onderdeel natuur en milieu gaat de staatssecretaris verder in op de adviezen van adviseurs met betrekking tot het gebruik van de hulpstof. Gebiedsproces De staatssecretaris stelt vast dat er maatregelen getroffen kunnen worden ten aanzien van het waterbeheer waardoor alle bestaande functies in het gebied behouden kunnen blijven. De staatssecretaris stelt dat afgaande op de verwachtingen in het winningsplan en de ervaringen tot nu toe er sprake is van planmatig beheer van de ondergrond in relatie tot de bovengrond.
De staatssecretaris stelt vast dat de bodemdaling in de komende jaren fors zal toenemen en dat het gros van die bodemdaling onlosmakelijk samenhangt met de zoutwinning in het verleden en het veilig achterlaten daarvan door het aflaten. Om die reden is de staatssecretaris het met SodM, het waterschap en de Mijnraad eens dat een gebiedsproces gestart zou kunnen worden waar met inbreng van alle betrokkenen wordt onderzocht hoe delfstofwinning en landgebruik zich samen toekomstbestendig kunnen ontwikkelen. In het gebiedsproces kan onderzoek worden verricht naar alternatieven voor het grondgebruik die kunnen leiden tot integrale en meer duurzame oplossingen voor het grondgebruik en het ondersteunende watersysteem. Dit gebiedsproces is een opgave voor de decentrale overheden. Om te kunnen voorzien in planmatig beheer van de ondergrond in relatie tot de bovengrond is belangrijk dat betrokken overheden actief worden geïnformeerd over de effecten van de zoutwinning. Om te zorgen dat overheden op de bodemdaling kunnen anticiperen zodat voorkomen wordt dat er onverwachte schade ontstaat, schrijft de staatssecretaris voor dat Nedmag zorgt voor aanbieding van een statusrapport bodemdaling aan de decentrale overheden binnen 12 weken na indienen van het meetregister bij SodM na iedere uitgevoerde waterpassing. Het meetplan Veendam beschrijft een tweejaarlijkse waterpassingcampagne.
Overigens kan een gebiedsproces invulling geven aan het advies van het waterschap Hunze en Aa’s dat de provincies en de gemeenten een onderzoek verrichten naar alternatieven voor het grondgebruik die kunnen leiden tot Pagina 14 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
integrale en meer duurzame oplossingen voor het grondgebruik en het ondersteunende watersysteem. Als onderdeel van het gebiedsproces is het mogelijk dat de milieueffecten van de gevolgen van de bodemdaling in het gebied worden onderzocht waarbij zowel de effecten aan het oppervlak als die voor de grondwaterhuishouding worden onderzocht. Als onderdeel van het gebiedsproces kan worden besloten een planMER uit te voeren. De staatssecretaris verwacht dat de ambtelijke werkgroep bodemdaling Nedmag een goede rol kan spelen in het gebiedsproces. In deze ambtelijke werkgroep overlegt Nedmag sinds 2002 met de gemeente Midden-Groningen, de gemeente Veendam en het waterschap Hunze en Aa’s, samen met het SodM en de provincie Groningen over de actuele en verwachte bodemdaling en over de te nemen maatregelen.
PDGGO-DTDO / 22543048
6.1.3.1 Voortzetten winning VE-3 en TR-9 De staatssecretaris constateert dat de Tcbb, gemeenten Veendam, MiddenGroningen, Aa en Hunze en Tynaarlo, provincie Groningen en het waterschap het advies van SodM volgen om niet in te stemmen met de aangevraagde actieve winning uit de bestaande putten VE-3 en TR-9. De provincie Drenthe adviseert wel actieve winning uit de bronnen VE-3 en TR-9 toe te staan onder voorwaarde dat dit is toegestaan ter overbrugging van de periode waarin Nedmag zonder deze bronnen minder zout kan winnen dan minimaal benodigd voor hun voortbestaan. Aaneengroeien cavernes SodM geeft aan dat samengroei van de cavernes VE-3 en TR-9 met het TR-cluster onwenselijk is. De staatssecretaris begrijpt uit het advies van SodM dat bij eventuele samengroei van de VE-3 en TR-9 cavernes aan het TR-cluster het cavernecluster vergroot wordt. Daarmee wordt ook het volume dat in verbinding staat met het gebied waar de scheurvorming heeft plaatsgevonden groter. Voorkomen dient te worden dat er opnieuw een scheur in het cavernedak van het cluster ontstaat. Daarom dient voorkomen te worden dat bij een eventuele verbinding van TR-9 er een grote pekelstroom naar het cluster gaat en daardoor druktoename in het cluster ontstaat. Nedmag heeft ten behoeve van het winningsplan een analyse van de historie van verbindingen tussen cavernes gemaakt (referentie 10 van het winningsplan).
De maximale verbindingssnelheid op basis van historische verbindingen is 65 meter per jaar (hierna: m/j). Op basis hiervan heeft Nedmag berekend dat de minimale tijd die nodig is om een verbinding te maken tussen de bestaande caverne TR-9 en het TR-cluster vanaf de start van de actieve zoutwinning minimaal 17 jaar is. Gegeven de start van actieve zoutwinning van caverne TR-9 in juli 2012 zal de verbinding bij continue winning op zijn vroegst in 2029 plaatsvinden. Er heeft echter geen actieve winning uit TR-9 plaatsgevonden na 2016. Er is zodoende minder dan 5 jaar zout gewonnen uit caverne TR-9. Nedmag beschrijft in het winningsplan winning uit TR-9 en VE-3 tot en met eind 2025 uitgaande van start van de winning medio 2019. Dit komt overeen met nog 6,5 jaar actieve winning, boven op de periode dat er reeds zout gewonnen is. Gegeven een gemiddelde oplossnelheid van 38 m/j met een maximum van 65 m/j is het onwaarschijnlijk dat caverne TR-9 verbinding zal maken met het TR-cluster gedurende deze 6 jaar en 6 maanden. Het beperken van de duur van winning is daarmee een preventieve maatregel die invulling geeft aan het advies van SodM Pagina 15 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
dat aangeeft dat samengroei van de cavernes met het cavernecluster moet worden voorkomen. De tijd die nodig is voor de hydraulische verbinding tussen de bestaande caverne VE-3 en het TR-cluster is door Nedmag berekend op minimaal 17 jaar. Gegeven de start van de winning uit caverne VE-3 in 1992 is samengroei van VE-3 met het TR-cluster op korte termijn echter wel reëel.
PDGGO-DTDO / 22543048
Cavernedruk Tijdens de fase van actieve winning moet de maximale cavernedruk in cavernes maximaal 15 bar boven de laagste jaargemiddelde cavernedruk blijven. Dit is beschreven in paragraaf 4.1 van het winningsplan en naleving hiervan wordt geborgd door artikel 6 van dit instemmingsbesluit. Deze maatregel voorkomt grote drukstijging in cavernes. Naast het voorkomen van samengroei heeft SodM ook aangegeven dat moet worden voorkomen dat er een drukgolf kan ontstaan wanneer er onverhoopt toch samengroei zou ontstaan. Pekel stroomt in theorie na het eventuele ontstaan van een verbinding van een caverne met een hogere druk naar een caverne waar de druk lager is. Dit stopt wanneer de drukken gelijk zijn. De begindruk in en de compressibiliteit van het cluster en de caverne die er verbinding mee maakt bepalen het uitgewisselde pekelvolume en de drukveranderingen in de cavernes. Bij een lage druk in het cavernecluster is er geen kans dat de druk oploopt tot druk waarbij het ontstaan van een scheur mogelijk is. Een drukstijging als gevolg van een eventuele verbinding mag niet te groot zijn. De drukveranderingen bij een eventuele verbinding hangen niet alleen af van de drukken in TR-9 en het cluster maar ook van hun compressibiliteiten.
In het meet- en regelprotocol zoals beschreven in artikel 10 van dit besluit moet het voorkomen van een te grote drukstijging in het cluster worden meegenomen bij de bepaling van de maximum druk in TR-9. De totstandkoming van de bestaande acht verbindingen van het TR-cluster is altijd geleidelijk gegaan. Plotselinge drukstoten en schades zijn daarbij niet opgetreden. Verbindingen zijn geconstateerd door een geleidelijk veranderend gedrag van cavernedrukken. Nedmag kan mitigerende maatregelen treffen voordat TR-9 verbinding kan maken met het cluster door de cavernedruk in TR-9 te verlagen. Cavernevolume TR-9 Los van het voorkomen van het risico van aaneengroeien met het cluster dient TR-9 als alleenstaande caverne niet te groot te worden. De omvang van de caverne TR-9 is op basis van het winningsplan in termen van vrij pekelvolume maximaal 0,7 miljoen m3. Oordeel winning VE-3 en TR-9 De staatssecretaris stelt vast dat de maximale grootte van caverne TR-9 in termen van vrij pekelvolume kleiner is dan het door SodM geadviseerde maximum van 1,5 miljoen m3. De maximale omvang van de caverne TR-9 (0,7 miljoen m3 in termen van vrij pekelvolume) komt niet in de buurt van deze grenswaarde. De staatssecretaris concludeert dat met de voorgestelde preventieve beperking van de winningsduur de kans op een verbinding met het cavernecluster klein is.
Mocht er onverhoopt toch een verbinding ontstaan, dan is het door de in het winningsplan beschreven drukaanpassing van Nedmag onwaarschijnlijk dat hierdoor een scheur in het cavernedak kan ontstaan of de eerdere scheur weer
Pagina 16 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
opent met mogelijke lekkage in de diepe ondergrond tot gevolg. Naleving van de drukaanpassing wordt geborgd door artikel 4 van dit instemmingsbesluit. De kans op schade voor het milieu is daarmee zeer klein. De staatssecretaris is zich evenals SodM bewust van het feit dat het begrip van het gedrag van de ondergrond niet volledig is, maar door het voorschrijven van maximale cavernevolume (artikel 3), beperking in tijd (artikel 4) maximale drukstijging (artikel 6) en een meet- en regelprotocol (artikel 10) is er een verwaarloosbaar risico op schade. De staatssecretaris zal de actieve winning uit TR-9 beperken tot maximaal 6 jaar en 6 maanden. De staatssecretaris volgt daarmee het advies van SodM dat samengroei van caverne VE-3 en TR-9 met het cluster moet worden voorkomen en komt tot de volgende beoordeling:
PDGGO-DTDO / 22543048
De staatssecretaris stemt niet in met de voortzetting van de actieve winning uit caverne VE-3. De staatssecretaris stemt niet in met het langer dan 6 jaar en 6 maanden na herstarten van de actieve winning uit TR-9 actief zout te winnen uit de caverne TR-9. De staatssecretaris stemt enkel in met de actieve winning bij caverne TR-9 onder de in paragraaf 4.1 van het winningsplan beschreven condities ten aanzien van cavernedruk en cavernevolume en volgt hierin het advies van de Mijnraad. Dit betekent dat de maximale omvang van caverne TR-9 0,7 miljoen m3 vrij pekelvolume bedraagt en dat Nedmag tijdens de fase van actieve winning uit caverne TR-9 de maximale cavernedruk voor caverne TR-9 maximaal 15 bar boven de laagste jaargemiddelde cavernedruk dient te houden. 6.1.3.2 Vier nieuwe cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 De staatssecretaris constateert dat SodM adviseert om wel in te stemmen met de uitbreiding door het ontwikkelen van nieuwe putten VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8. De Tcbb en de provincies Drenthe en Groningen en de gemeente Veendam volgen het advies van SodM. Het waterschap ziet wel bezwaren voor het waterbeheer. De staatssecretaris stelt vast dat de maximale grootte van caverneparen VE-5-6 en VE-7-8 in termen van vrij pekelvolume kleiner is dan het door SodM geadviseerde maximum van 1,5 miljoen m3.
Zodra in de cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 het berekende volume pekel van 450.000 m3 is bereikt mag de cavernedruk maximaal 15 bar boven het laagste jaargemiddelde van de cavernedruk stijgen. Dit drukregime is bedoeld voor behoud van integriteit van het cavernedak. Als een winningsput eenmaal is aangelegd, wordt in deze fase water geïnjecteerd en tegelijkertijd pekel geproduceerd. Omdat de caverne klein is, is de pekel meestal niet direct voldoende verzadigd met magnesiumzout en niet altijd geschikt voor verdere verwerking of levering aan klanten. De pekel wordt dan geherinjecteerd in andere bronnen zodat naverzadiging plaatsvindt. Zonder nadere onderbouwing is de caverne TR-9 een geschikte opties voor naverzadiging. Voor herinjectie van pekel uit de laatste 2 nieuwe cavernes zijn de eerste 2 nieuwe cavernes ook geschikt. Herinjectie in het TR-cluster van pekelwater uit de cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 is alleen toegestaan als uit onderbouwing blijkt dat naverzadiging in andere cavernes niet mogelijk is. Mocht naverzadiging in deze andere cavernes niet mogelijk zijn dan dient Nedmag een onderbouwing te overleggen aan SodM. Reactiveren van de in 2018 ontstane scheur in het TRcluster en het ontstaan van nieuwe scheuren dient voorkomen te worden. Pagina 17 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
6.1.3.3 Abandonneren cavernes Het is wenselijk om cavernes na afloop van de winning daaruit te abandonneren en putten te verwijderen om reden van het belang van planmatig beheer van de ondergrond. Nedmag beschrijft in het winningsplan dat voordat cavernes worden geabandonneerd deze zoveel mogelijk worden afgelaten. De staatssecretaris stelt mede op grond van het feit dat SodM het aflaten voorschrijft in het TR-cluster dat er daarmee sprake is van een verantwoord verlaten. Het zonder af te laten insluiten van de winningsputten, door het plaatsen van een cement plug in de verbuizing is bij deze cavernes niet wenselijk.
PDGGO-DTDO / 22543048
In het document Staat van de Sector Zout (d.d. 31 mei 2018) heeft SodM de risico’s van zoutwinning benoemd. SodM gaat in op het abandonneren van cavernes en er staat beschreven hoe SodM haar toezicht hierop gaat aanpassen. De staatssecretaris stelt dat de Staat van de Sector Zout in een bredere context geplaatst moet worden dan enkel dit winningsplan en van toepassing is op de zoutwinning in Nederland in het algemeen. Voor het buiten gebruik stellen van een mijnbouwwerk dient de uitvoerder op grond van artikel 39 van het Mbb bij de staatssecretaris een sluitingsplan in te dienen uiterlijk één jaar na het staken van het winnen. Dit sluitingsplan behoeft instemming van de staatssecretaris. Gelet hierop zal de staatssecretaris in de voorschriften van dit besluit niet het indienen van het sluitingsplan voorschrijven, omdat dit aspect geborgd is in het kader van het Mbb. De staatssecretaris stelt dat Nedmag met het aanleggen van de putten ook verantwoordelijk is voor de kosten voor het abandonneren van putten. De staatssecretaris constateert naar aanleiding van het advies van de provincie Drenthe dat de wens bestaat dat de te verlaten bronnen en winlocaties tijdens het in bedrijf zijn van Nedmag opgeruimd moeten worden.
De staatssecretaris constateert dat meerdere adviseurs de zekerheid missen dat er voldoende financiële middelen zullen zijn om de putten bij abandonnering te verwijderen. De wetgeving voor het verwijderen van mijnbouwwerken is op 1 januari 2022 in werking getreden. Er is met deze wetswijziging een mogelijkheid tot het stellen van financiële zekerheid voor het opruimen van mijnbouwwerken (op land) en ook voor mijnbouwwerken die gebruikt worden voor zoutwinning. Voor de sector zout heeft de minister een zelfstandige bevoegdheid om in voorkomend geval op grond van artikel 47 van de Mbw financiële zekerheid voor de nakoming van de verwijderingsverplichting te vragen. Een besluit op grond van artikel 47 Mbw is een zelfstandig besluit dat de staatssecretaris op elk gewenst moment kan nemen en staat los van het instemmingsbesluit met het winningsplan. Gelet daarop hoort het onderwerp financiële zekerheid ten behoeve van kosten van abandonneren niet thuis in een instemmingsbesluit. Zienswijzen Een reactie op de zienswijzen is gegeven in de nota van antwoord onder punt 1. Gelet op de zienswijzen met betrekking tot planmatig beheer zijn er gronden om het ontwerp-instemmingsbesluit met het winningsplan Nedmag 2018 inhoudelijk te wijzigen.
De staatssecretaris zal voorschrift 11 over het treffen van een financiële voorziening voor de kosten voor abandonneren van cavernes niet opnemen in dit instemmingsbesluit, maar separaat oordelen over een besluit op Pagina 18 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
grond van artikel 47 van de Mbw. Daarnaast zal de staatssecretaris de formulering van voorschrift 8 wijzigen door ‘waar mogelijk een alternatief voor diesel’ te vervangen door ‘een alternatief voor diesel’.
6.2
PDGGO-DTDO / 22543048
Bodemdaling
6.2.1 Winningsplan In het winningsplan beschrijft Nedmag de verwachte bodemdaling veroorzaakt door de zoutwinning uit het Tripscompagnie-cluster en het Veendam-cluster. De bodemdalingsprognose door zoutwinning op grond van alle beschreven activiteiten in het winningsplan zal 88 cm (vanaf 1977) bedragen in het diepste punt van de bodemdalingskom, aan het einde van de winningsperiode in het jaar 2045. De verwachte bijdrage aan de bodemdalingsprognose in het diepste punt van de bodemdalingskom per activiteit staat in onderstaande tabel weergegeven. Uit een integrale onzekerheidsanalyse ten aanzien van de in het winningsplan opgenomen bodemdaling blijkt dat aan de prognose van 88 cm een nauwkeurigheid van -9 en +7 cm toegekend dient te worden. Tabel: Opsplitsing bijdragen aan bodemdalingsprognose in het diepste punt van de bodemdalingskom na aflaten bij volumes aanwezig in juni 2018 en na de productie van 1,7 miljoen ton zout Bijdrage Daling na aflaten aanwezige Daling als Daling na pekel (in cm t.o.v. 1977) gevolg van aflaten en productie (in productie (in cm) cm t.o.v. 1977) TR-cluster 75 n.v.t. 75 TR-9 2 2 4 VE-3 2 2 4 VE-1 en VE-2 1 n.v.t. 1 VE-5+6 n.v.t. 1 1 VE-7+8 n.v.t. 2 2 Naverzadiging n.v.t. 1 1 Totaal 80 8 88 Nedmag heeft op 16 september 2019 een aanvulling op het winningsplan ingediend.
De aanvulling bevat een integrale onzekerheidsanalyse ten aanzien van de in het winningsplan opgenomen bodemdaling. Hieruit blijkt dat aan de prognose van 88 cm een nauwkeurigheid van -9/+7 cm toegekend dient te worden. Als gevolg hiervan varieert de bodemdaling van minimaal 79 cm tot maximaal 95 cm. De bodemdalingsprognoses in het winningsplan hebben als startpunt juni 2018. In de periode juni 2018 tot en met juni 2020 is ongeveer 10,5 cm bodemdaling opgetreden, gemeten met gps en met satellietmetingen. Deze gemeten daling is in overeenstemming met de prognose in het winningsplan. Het bij de bodemdalingsprognoses gehanteerde volume is aan de conservatieve kant. Geconcludeerd wordt dat de bodemdalingsprognoses in het winningsplan voldoende nauwkeurig zijn en dat de gehanteerde veiligheidsmarge volstaat. Pagina 19 van 57
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond
6.2.1.1 Voortzetten winning VE-3 en TR-9 Uit een opdeling van de bodemdaling in bijdragen van de diverse cavernes blijkt dat actieve winning uit TR-9 en VE-3 voor beide cavernes tot 2 cm daling op het diepste punt van de kom leidt. Zodoende is de bijdrage van de voortzetting van de winning 4 cm in het diepste deel van de bodemdalingskom.
PDGGO-DTDO / 22543048
6.2.1.2 Vier nieuwe cavernes VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 Door de ontwikkeling van de cavernes van VE-5, VE-6, VE-7 en VE-8 en herinjectie ontstaat er een bodemdaling van 3 cm in het diepste deel van de bodemdalingskom en de bodemdalingskom verbreedt. Door herinjectie van pekel uit deze cavernes in andere cavernes ontstaat er een bodemdaling van 1 cm in het diepste punt van de bodemdalingskom.
6.2.2 Adviezen Advies SodM SodM stelt dat bodemdaling een voorspelbaar en onvermijdelijk effect van de winning is. Bodemdaling is een bekend en verwacht verschijnsel bij het weghalen van stoffen uit de ondergrond. Bij Nedmag is sprake van de sterkste door mijnbouw veroorzaakte bodemdaling in Nederland. SodM geeft aan dat de effecten van bodemdaling in directe zin vooral zichtbaar zijn als een invloed op het relatieve peil van het grond- en oppervlaktewater. SodM stelt dat het waterschap bij hen heeft aangegeven dat bij 80 cm bodemdaling de limiet bereikt is voor wat zij redelijkerwijs verwacht te kunnen doen om de nadelige effecten te beperken. Voor de putten VE-3 en TR-9 geldt, dat deze vrij dicht bij het centrum van de huidige bodemdalingskom liggen en daardoor vooral een effect op de maximale diepte hebben. In haar aanvullend advies van 26 september 2019 geeft SodM aan dat het hervatten van de actieve winning uit cavernes VE-3 en TR-9 tot een additionele verdieping zou leiden van het diepste punt met ongeveer 4 cm. De onzekerheid van deze prognose is klein. In een ongunstig scenario zou de totale bodemdaling door zoutwinning uitkomen op 95 cm. SodM stelt in haar aanvullend advies dat Nedmag in haar aanvullende informatie de onzekerheidsmarge goed heeft onderbouwd.