CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

46-04-08 Groningse-praktijken

Gemeenteraad 18 december 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 4633.745 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Ad d.) Criminele generalisten Er zijn onder respondenten weinig aanwijzingen (signalen) dat Groningse henneptelers doorgroeien naar grootschalige drugsproductie op andere drugsmarkten. Ze tonen zich eerder criminele generalisten met een lokale of regionale actieradius. Er wordt gewezen op drugshandel, op investeringen in bedrijven (in risicobranches) en op allerhande fraude, zoals bijstandsfraude. Zo nu en dan wordt geconstateerd dat synthetische

Tabel 3.1: Presentatie van geregistreerde drugs-gerelateerde incidenten in het BVH-systeem van de politie Sub-tabel 1. Totaal aantal geregistreerde drugs-gerelateerde incidenten in de drie basisteams in de stad Groningen, in de periode van 2016 tot en met half november 2021

Drugscriminaliteit Bezit harddrugs (lijst 1)

Basisteam Basisteam Basisteam Totaal Zuid Centrum Noord 83 216 114 413

Bezit softdrugs (lijst 2)

77 128 80 285

Handel e.d. harddrugs (lijst 1)

71 206 149 426

Handel e.d. softdrugs (lijst 2)

40 48 45 133

Vervaardigen harddrugs (lijst 1)

4 4 4 12

Vervaardigen softdrugs (lijst 2)

211 76 275 562

Sub-tabel 2. Geregistreerde drugs-gerelateerde incidenten in de drie basisteams in de stad Groningen, per jaar en in 2021 tot en met half november 2021

Drugscriminaliteit 2016 2017 2018 2019 2020 2021 deels* Bezit harddrugs (lijst 1) 68 65 91 91 63 35 Bezit softdrugs (lijst 2)

55

56

66

47

36

25

Handel e.d. harddrugs (lijst 1)

115

105

86

53

59

14

Handel e.d. softdrugs (lijst 2)

29

33

15

22

22

12

Vervaardigen harddrugs (lijst 1)

1

4

1

1

5

0

Vervaardigen softdrugs (lijst 2)

123

122

128

111

52

26

Noot* Cijfers tot en met half november 2021

24

3.2 24/7-drugshandel: op straat, online en profijtelijk

klanten de dealers in de horeca wegvielen. In en rondom de Nieuwstad zijn straatdealers van Antilliaanse komaf actief, al lijkt deze categorie diverser te worden.8

De Groningse drugshandel is veelzijdig, winstgevend en veroorzaakt sociale schade vanwege klantenwerving en rekrutering. De volgende (elkaar niet uitsluitende) patronen worden door respondenten genoemd:

Naast deze locatie wordt straathandel waargenomen in de kwetsbare wijken in Groningen, aan de noordkant van het centrum.9 De afstanden die dealers hier afleggen zijn wat groter en daarom gebeurt dit door eenvoudige loopjongens op de fiets (“tegenwoordig met een elektrische fiets”) of per scooter. De aantallen zijn niet duidelijk. Een politierespondent stelt wel dat vijftien unieke straatdealers zijn aangehouden. Ze leveren aan jongeren, maar ook heroïne aan oudere verslaafden. De eenvoudige (Antilliaanse) straatdealers lijken te worden aangestuurd door enkele kopstukken. In die aansturende laag kan goed worden verdiend, zeker bij toegang tot aanvoerlijnen van drugs, omdat de winstmarge dan ruim is. In de Antilliaanse criminele wereld in Groningen is een omwenteling gaande, waarbij de jonge generatie nu de positie overneemt.

A. O  p straatniveau: straatlocaties, horecahandel en mobiele handel B. D  ealers van buitenaf: invasie in de jaren negentig (en restanten) C. Klassieke doorgroeiers: van aangiftedelicten tot drugshandel D. Moderne doorgroeiers: digitale fraude als basis E. I nternethandel F. F  lorerende handelaren: kopstukken en netwerken Ad a.) Op straatniveau: straatlocaties, horecahandel en mobiele handel De meest centrale straatlocatie voor drugshandel is gesitueerd in en rondom de Nieuwstad, waar ook de raamprostitutie is geconcentreerd. Hier wordt onder meer drugs (cocaïne en “ook nog wel heroïne”) verkocht aan archetypische verslaafden: junkies die een groot deel van hun inkomen spenderen aan drugs. We observeerden hoe een verslaafde tevergeefs een fiets probeerde te stelen, want de fiets werd uit zijn handen getrokken en teruggezet. Deze open drugsscene is, met de raamprostitutie, door de stad verschoven in de afgelopen decennia. Het is nu geconcentreerd op de zogenoemde “gele loper”.7 Dat is een route vanaf het hoofdstation, over het Gedempte Zuiderdiep, tot aan de Hoekstraat, plus (zij)straatjes met raamprostitutie en horeca. Naast klassieke verslaafden wordt drugs verkocht aan mensen vanuit het Ommeland die de stad bezoeken, bijvoorbeeld om te stappen of voor prostitutiebezoek, maar ook aan studenten of (andere) elite-klanten.

Dit laatste kreeg een impuls door de lockdown, omdat voor een categorie

Mobiele drugshandelaren rijden op scooters en in leaseauto’s. Klanten worden geworven met flyers en via social media. De dienstverlening is goed: 24/7-bezorging aan huis of op een andere (horeca)locatie. Wie flyers uitdeelt in de horeca, met een prijslijst en een 06-nummer dat 24 uur actief is, blijft buiten bereik van opsporingsonderzoeken die niet zo snel worden opgestart (“helaas”). De actieradius van de mobiele handel is groter dan van de straathandel: door de stad en - deels voor tussenhandel - ook over snelwegen rond Groningen, onder andere richting de grens, al hebben respondenten daar minder zicht op. Verspreid over de stad wordt in horecazaken drugs verkocht. Hoe dit precies in elkaar steekt, is minder scherp in beeld dan de straathandel en dan de stedelijke mobiele handel. Het heeft een meer afgeschermd karakter, zeker als horecamedewerkers passief faciliteren (drugshandel gedogen) of daarbij betrokken zijn. Een voormalige horecamedewerker komt in beeld als een grote handelaar, onder meer op het internet.

7 Zie over deze drugslocatie: Muijnck e.a., 2021. 8 In deze overzichtsstudie over ondermijning hebben we ons niet verdiept in de actuele situatie van de dealer- of klantenpopulatie (op locaties) in de stad. Dat vergt etnografisch veldwerk en dossierstudie. 9 Respondenten spraken vaak in algemene termen over kwetsbare wijken in Groningen Noord of ze noemden één of enkele wijken, maar doelden deels ook op belendende wijken. Wat betreft drugshandel (en jeugdproblemen) werd voornamelijk gewezen op Lewenborg of Paddepoel, soms in combinatie met Beijum of andere wijken (waar een wijkenaanpak wordt gefinancierd door het Rijk; zie hoofdstuk 5), namelijk Vinkhuizen, Selwerd, Tuinwijk, Indische Buurt, De Hoogte, de Professorenbuurt en de Oosterparkwijk. Sommige van deze wijken (zoals de Oosterparkwijk) zijn meer en meer in trek gekomen als woonplaats.

26

Respondenten wijzen op de opkomst van lounges, waar ze zien dat criminelen elkaar daar ontmoeten in de nacht, onder meer “handelaren en subdealers”. In de periode van 2016 tot en met half november 2021 registreerde de politie in de gemeente Groningen 559 keer drugshandel: 426 keer harddrugs en 133 keer softdrugs. De meeste registraties werden in basisteam centrum geteld (254), gevolgd door basisteam Noord (194). In basisteam Zuid kwam de teller uit op 111. Zie tabel 3.1. Ad b.) Dealers van buitenaf: Randstad-invasie in de jaren negentig (en restanten) In de jaren negentig trekken criminele Marokkaanse groepen vanuit de Randstad – uit Utrecht, Rotterdam en Gouda – naar Groningen. Het gaat aanvankelijk deels om jonge tieners (tussen de twaalf en vijftien jaar oud) en vooral om late tieners en jongvolwassenen met huurauto’s. Ze pleegden inbraken, al stortten ze zich vooral op de handel in populaire drugssoorten. Al snel reden ze niet meer op en neer, maar vormden ze in Groningen een bruggenhoofd door pandjes te huren of door in te trekken bij kwetsbare verslaafden: in het centrum en in Groningen-Noord en GroningenWest. In het centrum opereerden ze op de Grote Markt en op het Martinikerkhof. Een aantal tieners dat op die manier actief wordt op de Groningse drugsmarkt, groeit later door tot in de toplaag van de Nederlandse en internationale drugscriminaliteit.

Een respondent arresteerde zo’n doorgroeier verschillende keren en zag dat een ander (later) kopstuk de stad veelvuldig bezocht. De Randstaddealers doen goede zaken. Ze bezorgen drugs met een goede prijs-kwaliteitverhouding door de hele stad, trekken zich weinig aan van reeds aanwezige dealers en verdienen goed. Al is er een duidelijke pikorde, want loopjongens worden geregeld onder armetierige omstandigheden aangehouden in flatjes. De politie brengt de netwerken in kaart en leert de namen én bijnamen kennen. De meesten verdwijnen uit beeld, al zijn er relaties en patronen blijven bestaan. De broer van een Utrechts kopstuk is enkele jaren geleden met drugs gesignaleerd, in een Groningse achterstandswijk. Een andere respondent constateert dat de “invasie” voorbij is,

maar dat “clustertjes” uit de Randstand actief zijn in Groningen. Ad c.) Klassieke doorgroeiers: van aangiftedelicten tot drugshandel In Groningen komt een geijkte criminele loopbaan in beeld, namelijk de stap van jongeren en jongvolwassenen vanuit een kansarm sociaal netwerk (vriendenkring of jeugdgroep) naar de drugswereld. De criminaliteit begint met vermogenscriminaliteit, waaronder agressieve delicten, zoals straatroven of ripdeals op hennepkwekerijen. Er wordt (lokaal zichtbaar) territoriaal geweld gebruikt, zoals intimidatie en bedreiging. Door het verdiende geld, en via opgedane criminele inzichten en contacten, wordt de stap gezet naar drugscriminaliteit. De pakkans is lager en de opbrengsten kunnen hoger zijn. Deze beweging is (of was) een ongunstige verklaring voor de afname van geregistreerde jeugdcriminaliteit. Overigens is de stap naar de drugswereld niet voor alle jongeren mogelijk of (financieel) succesvol. Wie handelt, werkt voor opdrachtgevers die veel geld opstrijken en/of krijgt te maken met straatconcurrentie, onder andere van Randstaddealers en (andere) mobiele dealers. De stap naar de drugswereld is mede daarom niet altijd definitief, volledig, in zekere zin succesvol of mogelijk. Recent kwamen, in de wijken Paddepoel en Lewenborg en in de dorpen Hoogkerk en Haren, jeugdgroepen in beeld vanwege veelzijdige criminaliteit.

Het betreft wapenbezit, straatroven, diefstal en mishandelingen. Los van de vraag hoe deze groepen zich ontwikkelen, zien respondenten dat de ruimte die is ontstaan door de uitstroom van de Randstaddealers is opgevuld door lokale jongeren en jongvolwassenen. Daaronder bevinden zich moderne instappers: personen die bijna meteen (ook) actief worden in de lokale drugshandel, met klusjes of al enigszins aansturend vanwege drugscriminelen in gezin of familie. Serieus geld wordt verdiend in de laag of lagen boven de zichtbare handelaren. Ad d.) Moderne doorgroeiers: digitale fraude als basis Er komt een modern patroon in beeld. Het betreft een inmiddels omvangrijk netwerk, met als sleutelfiguren enkele Groningers die startten met digitale fraude, om vervolgens na enkele jaren in

27

te stappen in drugshandel en drugstransporten. In die periode wordt, langs digitale weg (in stad en Ommeland) een netwerk van ruim vijfhonderd Groningse jongeren en jongvolwassenen opgebouwd.10 Het start met marktplaatsfraude. Als de koper, zogenaamd ter verificatie, een eurocent overmaakt, wordt het mobiel bankiersysteem van deze klant overgenomen. Met het buitgemaakte geld worden transacties uitgevoerd in een Groningse winkel (in een risico-branche); een zogenoemde cash out. Er wordt ook een andere werkwijze ingezet, namelijk spoofing: daders gebruiken het telefoonnummer van de bank en via misleiding krijgen ze toegang tot de bankrekening van een slachtoffer. Ook komen drugstransporten in beeld, vanuit een bescheiden winkel elders in het land naar Groningen. Dat legt de basis voor drugshandel. Waarschijnlijk wordt dit betaald met fraude-inkomsten, al is dat niet in kaart gebracht. Daders van het eerste uur hebben nu een sturende rol, plus aanzien in Groningse wijken vanwege hun inkomsten en bezittingen. Fysiek is het netwerk met name gesitueerd in Paddepoel, Lewenborg en het centrum, maar ook in het Ommeland, onder meer in Delfzijl en Hoogezand. In het netwerk worden geldezels geronseld (personen die hun bankrekening ter beschikking stellen om misdaadgeld op te storten) en jongeren die pinnen met de bankpassen van de ezels.

Ad e.) Internethandel Er wordt in drugs gehandeld via onlinemarkten. Dit kan via het ‘oppervlakte-web’ en via het ‘darkweb’: een versleuteld netwerk waar (ver)kopers hun identiteit verbergen. Klanten kunnen kiezen uit aanbieders en reviews lezen. De onlinehandel groeit, al lijkt deze nog beperkt in vergelijking met offline handel. Toch wordt de digitale trend ook zichtbaar in Groningen. Er komen twee casus in beeld, waarbij de hoofdrolspelers een geheel andere achtergrond hebben: een loner en een Groninger met een uitgebreid lokaal (horeca) netwerk. De eerste man verstuurde postpakketjes, bij elkaar opgeteld “enorme hoeveelheden”. Hij had in een klein pand een cameraopstelling die werd benut om allerhande soorten drugs te presenteren. De andere online-handelaar verkocht ook een breed assortiment drugs, met name party drugs, en daarnaast onder meer viagra-

pillen. De politie kwam de man bij toeval op het spoor. De politie vindt joints, hennep, restanten van een hennepkwekerij en wapens. Er komen reisbewegingen in beeld naar landen van waaruit drugs wordt getransporteerd naar Nederland. De handelaar had onder meer elitaire klanten in Groningen. Ad f.) Florerende handelaren: kopstukken en netwerken Het aansturen en organiseren van systematische straathandel kan veel opleveren, namelijk als de stap wordt gezet van inkoop tegen scherpe prijzen (bij importeurs/groothandelaren) naar verkoop tegen gangbare prijzen bij detailhandel of tussenhandel. Dat levert aanzienlijke winstmarges op. Dergelijke organiserende handelaren zijn in de stad actief. De eerste categorie betreft ‘lokale helden’ die bij toeval worden opgemerkt (bijvoorbeeld bij een controle) of die de aandacht op zich vestigen met verdachte gedragingen, soms na eerdere veroordelingen. Ze maken een forse omzet, maar hoe ver hun drugsnetwerk reikt, blijft onduidelijk. Dit soort handelaren wordt - via een innovatieve methode (zie hoofdstuk 5) - vervolgd vanwege witwassen, in casu van inkomsten uit het gronddelict drugshandel. Een tweede categorie maakt volgens regionale politieanalyses deel uit van bovenlokale netwerken.

Wat bij drugsproductie in de stad Groningen niet of nauwelijks in beeld komt, wordt wel zichtbaar bij drugshandel, namelijk samenwerking met “echt grote jongens” die op landelijk niveau (in de Randstad) actief zijn in de internationale drugshandel. Respondenten wijzen op de volgende patronen en voorbeelden: Twee samenwerkende gezinsleden kopen kilo’s drugs in de Randstad en laten in Groningen mensen voor zich dealen. Enkele kopstukken verkopen en transporteren tientallen of honderden kilo’s drugs naar Scandinavische landen. Kopstukken in de Antilliaanse criminele wereld hebben toegang tot drugsleveranciers op Curaçao, waarbij ze inkopen. Er wordt onder meer gebruik gemaakt - direct of indirect - van zogenoemde bolletjesslikkers die via passagiersvluchten drugs naar Nederland smokkelen. Dit Groningse drugscircuit staat

10 Om misverstanden te voorkomen. Het gaat dus niet om vijfhonderd jonge criminelen, maar om jongeren en jongvolwassenen die in dit netwerk kunnen worden benaderd, ook door de criminele of verdachte kern.

28

onder meer in verbinding met die in Rotterdam en Delfzijl. Bij een jongeman met onverklaarbare bezittingen, inkomsten en uitgaven, wordt een partij softdrugs aangetroffen en een bescheiden hoeveelheid harddrugs, plus informatie over een “importlijntje” van drugs vanuit Zuid-Europa.

3.3 Vastgoed: schadelijke effecten Investeringen in vastgoed veroorzaken schadelijke effecten in Groningen. Het betreft in het bijzonder grootschalige opkooppraktijken van panden die geschikt zijn voor kamerverhuur. Bij elkaar opgeteld heeft het een ernstige vorm aangenomen, al is onduidelijk in welke netwerken (en in welke mate) een relatie bestaat met (georganiseerde) criminaliteit. Een categorie huisjesmelkers is opportunistisch en benut bestaande regels en omstandigheden, maar houdt criminaliteit op afstand. Respondenten maken daarnaast grofweg onderscheid tussen vier categorieën (zie opsomming) waarbij criminaliteit in het spel lijkt te zijn, al deinzen (op de eerste categorie na) de meeste van hen terug om hier namen van (recht) personen aan te koppelen of om op casusniveau een signaal als ‘hard’ te typeren. Daarom moeten we een slag om de arm houden met betrekking tot de onderstaande opsomming. De volgende vier categorieën worden genoemd:  pportunistische vastgoedeigenaren annex O huisjesmelkers die actief waren en zijn op legale markten, dus in de bovenwereld. Hun vastgoedpraktijken gaan echter gepaard met (mogelijk systematische) regelovertredingen en/of lichte strafbare feiten, zoals bedreiging, oplichting (b.v. borg niet terugstorten) of betalingen met zwart geld.

Ondernemers die de stap lijken te hebben gezet van de onderwereld (bijvoorbeeld drugscriminaliteit) naar de legale vastgoedmarkt. Hoe het ook zij, vandaag de dag zijn ze actief op een legale markt, waardoor volgens respondenten de precieze historie (van de eerste investeringen) in feite geen beleidsrelevantie meer heeft. Op de legale markt kunnen vervolgens wel

overtredingen en/of lichte strafbare feiten worden begaan, zoals bij de eerste categorie. Personen die met vastgoedpraktijken actief zijn in de bovenwereld en die deel uitmaken van Groningse netwerkjes, waarbinnen ze in sociale zin op goede voet staan met personen (ook kopstukken) die actief zijn in de onderwereld. De criminele of verdachte praktijken in het netwerk betreffen onder meer drugscriminaliteit, witwassen of illegaal gokken.  en bijzondere categorie betreft vastgoedE bezitters of projectontwikkelaars die bij forse financieringen geld lenen (of op de één of andere manier verkrijgen) van vermogende (rechts)personen. Het gerucht of verhaal gaat dat langs die route onder andere (witgewassen) misdaadgeld uit de Randstad of uit NoordBrabant in Gronings (horeca)vastgoed is geïnvesteerd. Geen professionele respondent weet dit echter zeker. Er zijn verklaringen waarom het lastig is om de relatie tussen vastgoed en criminaliteit aan te tonen. Het betreft: Strafrechtelijke onderzoeken worden qua objecten en subjecten vaak afgebakend tot uitvoerende criminelen, waardoor de laag die aanstuurt en financiert buiten beeld blijft. Als de herkomst van het geld dat is geïnvesteerd in vastgoed wordt onderzocht, valt eventueel witwassen vaak niet of nauwelijks vast te stellen.

Dit komt bijvoorbeeld door verzamelhypotheken en/of door de grote stroom wit geld vanwege huurinkomsten en/of vastgoedverkoop.  anneer in een pand van een omstreden W vastgoedbezitter strafbare feiten worden geconstateerd (bijvoorbeeld drugsproductie, drugsopslag of illegaal gokken), wordt de huurder aangesproken. Vermoedens over actieve facilitering door de vastgoedbezitter van dergelijke praktijken worden niet hard gemaakt, ook niet als respondenten daaromtrent wel vermoedens hebben. Als onderzoeken worden opgestart op basis van beschikbare justitiële informatie, blijven Groningse drugsnetwerkjes vaak buiten beeld, mede omdat ze niet (lijken te) zijn aangehaakt bij bovenregionale criminele netwerken waarover wel 29

of meer informatie beschikbaar is. Het is redelijk gemakkelijk om bij verbouwingen en doorverkoop van vastgoed geld wit te wassen, zonder dat de Belastingdienst daar de vinger op kan leggen. Bijvoorbeeld contant geld betalen aan aannemers of onderhandse contante betalingen van een deel van de verkoopsom. Zie tabel 3.2 voor informatie over zogenoemde ‘doorsluishuizen’. Als de eigenaar van een woning iemand is met een buitenlands adres, stuit de overheid op beperkingen om te achterhalen wat er (bij de financiering) precies aan de hand is. Het is namelijk - zo constateert het project Zicht op ondermijning - “niet eenvoudig” om zicht te krijgen op de vermogenspositie van de eigenaar of om na te gaan of het pand daadwerkelijk in handen is van de persoon die als eigenaar staat geregistreerd. In het centrum, Oud-Zuid en Noordwest komen bijna vijfhonderd van dergelijke panden in beeld. Zie tabel 3.2.

Het betreft veroordelingen voor misdrijven. Met 3,5% (190 woningen) scoort de wijk Centrum zeven maal zo hoog als het landelijk gemiddelde. Als bij het profiel ‘veroordeelde eigenaar (tevens eigenaar van een woning)’ bij het kenmerk ‘Subselectie bestuurder’ wordt gekozen voor bestuurders van stichtingen, scoort de gemeente Groningen drie maal zo hoog scoort als landelijk gemiddeld. Het landelijk gemiddelde op dit profiel en kenmerk bedraagt (afgerond) 0% over de gekozen periode. In de gemeente Groningen is dat 0,3%. Dat betreft 200 woningen. In de wijk Centrum zien we dat 60 woningen in eigendom zijn van iemand die in de gekozen periode voor een misdrijf is veroordeeld en die tevens bestuurder van een stichting is. Bij het profiel ‘eigenaar met een buitenlands adres’ is het aantal in de gemeente Groningen beduidend hoger dan het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde is 0,5%. Groningen scoort 0,8% Dat zijn 870 woningen. Hiervan staan er 180 in het Centrum, 70 in de wijk Oud-Zuid en 120 in de wijk Noordwest.

Tabel 3.2: Gegevens op basis van het zogenoemde dashboard Zicht op Ondermijning (19 juli 2021) over vastgoed in de gemeente Groningen. 11

Het profiel ‘doorsluishuizen’ toont hoe vaak een woning binnen een bepaald tijdsbestek veelvuldig wordt verkocht. Met dit soort transacties wordt vaak veel geld verdiend. Hoewel dit op zichzelf niet illegaal is, kunnen doorsluishuizen op verschillende manieren een rol spelen in het illegale circuit. Ten eerste kan er bij doorsluishuizen sprake zijn van onvolledige of onjuiste voorlichting en misleiding van kopers. Ten tweede kunnen doorsluishuizen gebruikt worden bij witwaspraktijken. Voor de aankoop van een woning wordt dan zwart geld ingezet. Wanneer de woning snel na de aankoop weer verkocht wordt, is geld witgewassen, zelfs als het verkoopbedrag lager ligt dan het oorspronkelijke aankoopbedrag. Het percentage doorsluishuizen in de gemeente Groningen over de jaren 2016, 2017 en 2018 ligt twee

11 Bijna letterlijk geciteerd uit aangeleverd bronbestand.

Wat opvalt, is een lange lijst van schadelijke effecten vanwege opportunistische vastgoedbezitters in Groningen die zich niet aan de regels houden. De stad wordt door journalisten getypeerd als “het Mekka van de Nederlandse huisjesmelkers”, waarbij wordt gedoeld op de categorie regel-overtreders.12 Het goede nieuws is dat dit verschijnsel inmiddels krachtig is geagendeerd en heeft geresulteerd in beleidsaanpassingen. Zie hoofdstuk 5. Respondenten sommen een lange lijst op van misstanden in de vastgoedsector. Daarbij wordt onder andere verwezen naar de website www.sikkom.nl: een op de stad gerichte journalistieke website die concrete misstanden in de vastgoedwereld al jarenlang in rake taal aan de orde stelt.

keer zo hoog als het landelijk gemiddelde; 0,2%. Het betreft 120 woningen. Ten aanzien van het profiel

Een (onvolledige) opsomming:

‘veroordeelde eigenaar (tevens eigenaar van een woning)’ scoort de gemeente Groningen twee keer zo hoog dan het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde over de gekozen periode ligt op 0,5% van alle woningeigenaren. De gemeente Groningen scoort hier 1%. In totaal zijn dat 650 woningen.

 uisbazen die de woonruimte van huurders open H breken en goederen (zoals een laptop) stelen (of die dit laten doen); Woonruimte-bemiddelaars die hoge bedragen rekenen voor geringe diensten;

31

 uisbazen die bij een huurconflict woonruimte H leeg laten ruimen en zo bezittingen van huurders stelen; Een huurder die tijdelijk wordt opgesloten in de gehuurde kamer; Bedreiging of intimidatie van huurders. Een citaat van een huisbaas tegenover een assertieve student-huurder: “Je mag blij zijn dat ik alleen je laptop heb gejat. Ik kan je hele leven kapot maken.”13 Borg wordt onterecht niet terugbetaald. Het wegpesten van huurders die (bij de huurcommissie) bezwaar maken tegen de praktijken van een verhuurder, zoals: arbeidsmigranten huisvesten in een studentenwoning of sanitair onbruikbaar maken. Intimidatie tegenover journalisten, bijvoorbeeld door grote honden op hen af te sturen. Bedreigingen aan het adres van een Sikkomjournalist worden in verband gebracht met een vastgoedeigenaar.  egelovertreding bij verbouwingen, zoals het R bouwen van een extra etage. Bemiddelaars die (alleen?) contante betaling accepteren. Op een dieper niveau komen lange termijneffecten in beeld van de omvangrijke huismelkerij en vastgoedportefeuilles, namelijk: 1. Een fysieke machtsbasis, gebaseerd op de afhankelijkheid van gemeente, universiteit, hogeschool, inwoners en woningzoekenden (zoals studenten) voor huisvesting. 2. Een sociale machtsbasis vanwege aanzien, werkverschaffing en weldoenerij. 3.

Een financiële en op kennis en adviseurs gebaseerde machtsbasis die het mogelijk maakt om strategisch te reageren op gemeentelijk beleid inzake kamerverhuur of via Bibob-toetsing, zoals stromanconstructies of investeringen in bedrijfspanden, appartementen of studio’s in Groningen of in panden in andere gemeenten. 4. Legitimiteitsaantasting van de overheid door opzichtig onaantastbaar en uitdagend gedrag door een categorie vastgoedbezitters, onder andere in de vorm van denigrerende uitlatingen over bestuurders.

12 Bron: https://www.sikkom.nl/video-foute-boel-sbs6-jaagtop-groningse-huisjesmelkers-de-vries-menting-en- vos/ 13 Bron: https://www.sikkom.nl/video-foute-boel-sbs6-jaagtop-groningse-huisjesmelkers-de-vries-menting-en- vos/

3.4 Mensenhandel Het strafrechtelijke begrip mensenhandel wordt van oudsher gericht op misstanden in de seksindustrie. Sinds 2005 is mensenhandel buiten de seksindustrie strafbaar gesteld. Het betreft kortweg vormen van gedwongen arbeids- of dienstverlening zonder seksuele component. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen arbeidsuitbuiting (uitbuiting op het domein van werk en inkomen), criminele uitbuiting (personen onder dwang strafbare feiten laten plegen) en gedwongen dienstverlening (diensten onder dwang laten verricht, zoals misbruik van een bankrekening). De kern is steeds dat dwang wordt uitgeoefend op personen. Daarin schuilt een risico en (strafrechtelijk) dilemma. In die zin dat het nou juist bij effectieve dwang uitermate lastig is om mensenhandel vast te stellen, omdat slachtoffers bepaald niet snel verklaringen afleggen (LIEC, 2019). Dat komt door geweld of doordat afhankelijke mensen elementaire zaken dreigen kwijt te raken, zoals inkomen en/of huisvesting. Het gevaar bestaat - zo benadrukken ook respondenten in onze interviewronde - dat slachtoffers instemmen met de gang van zaken of zich daar (na verloop van tijd) maar bij neerleggen. Vanwege het risico van acceptatie van onwettige praktijken geldt binnen het strafrechtelijk kader het zogenoemde nonconsent-principe: toestemming van het slachtoffer is niet relevant (Boerman e.a., 2017).

Dit blijkt in de praktijk vaak een theoretisch-juridische redenering, want als slachtoffers instemmen, worden door hen nauwelijks of geen meldingen of aangiften gedaan. Mensenhandel is in strafrechtelijke zin een ‘haaldelict’. Het vergt informatie over een afgeschermde wereld om het vast te kunnen stellen. De consequentie is dat strafrechtelijke vervolging ingewikkeld is. Tegenover de strafrechtelijke blik staat een soort leken-perspectief op “uitbuiting”: personen staan onder druk, verkeren in een penibele situatie en daar zou wat aan moeten gebeuren, los van de vraag of mensenhandel kan worden aangetoond. Op die manier komen de volgende patronen in beeld met (mogelijke) uitbuiting: 32

A. Jongeren: rekrutering en criminele druk B. Uitbuiting in stedelijke risicobranches C. Illegale huisvesting van arbeidsmigranten D. Voorbij arbeidsuiting: instroom in Groningse netwerken E. Dekmantelbedrijven voor prostitutie F. Blinde vlekken: illegale en vergunde prostitutie Ad a.) Jongeren: rekrutering en criminele druk Het onderzoek ‘Jongeren en drugscriminaliteit’ (Oosterhof en Roosma, 2020) constateert dat in de Groningse drugswereld criminele uitbuiting van jongeren wordt waargenomen. Rekruterende drugscriminelen misbruiken hun status en invloed door jongeren, als katvanger, het vuile werk op te laten knappen. Dealers verleiden jongeren onder andere door merkkleding en drugs ter beschikking te stellen. Het is het soort patroon dat onze respondenten herkennen. Jongeren krijgen het één en ander gegund, bijvoorbeeld een scooter (voor het bezorgen van drugs), maar daar wordt disproportioneel veel voor teruggevraagd. Namelijk criminele hand- en spandiensten met een hoge pakkans. In dat stadium gaat het eerder om verleiding dan om dwang, al kan die dwang later gemakkelijk ontstaan vanwege de ongelijkheid tussen aan de ene kant een rekruterende of organiserende crimineel, en aan de andere kant het voetvolk. Er wordt ingespeeld op lage straffen in het jeugdstrafrecht.

Rekruterende criminelen kunnen hier op wijzen en jongeren zien met eigen ogen dat een categorie arrestanten al snel weer terugkeert op straat. Het onderzoeksrapport (Oosterhof en Roosma, 2020) constateert dat drugshandelaren bewust kwetsbare jeugdigen benaderen, met een laag opleidingsniveau en/of gedragsstoornis. Rekruterende criminelen voelen aan wie voor het karretje kan worden gespannen. Dit zijn voor onze respondenten herkenbare constateringen. Hier kunnen vier observaties aan worden toegevoegd die de aandacht vestigen op criminele sluwheid en innovatie. In de eerste plaats zoeken rekruterende criminelen niet alleen naar vatbare en (met excuses voor de term) ‘domme’ uitvoerders, maar wordt ook crimineel talent gescout. Bijvoorbeeld jongeren die beschikken over een goed netwerk en overredingskracht en/of die veel uren beschikbaar zijn, zodat ze in staat zijn veel drugs te slijten. In de tweede plaats is er voor lang niet alle jeugdige wanne be criminelen plaats in de

drugshandel op straatniveau. Het is in Groningen een markt die wordt geclaimd of toegeëigend, ook met (territoriaal) geweld. In het recente verleden door Randstaddealers (afkomstig uit of op weg naar het milieu van de zwaarste criminaliteit) en door georganiseerde Antilliaanse (familie)netwerken. De oudere generatie Antilliaanse drugsdealers wordt thans uitgedaagd door een agressieve nieuwe generatie dealers in achterstandswijken. De gedeeltelijke criminele bescherming van de drugsmarkt op straatniveau lijkt een deelverklaring voor een andere trend, namelijk criminele jeugdgroepen die straatroven plegen. Al kan dit een opstap zijn naar (zelfstandige) drugactiviteiten, mede omdat ze de agressieve inslag hebben die daartoe nodig is. In de derde plaats worden kwetsbare en beïnvloedbare jongeren niet alleen gerekruteerd voor uitvoerend werk in de drugswereld. Sterker, we denken te zien dat vatbare jongeren niet zozeer/ alleen met ‘kostbare drugs’ op pad worden gestuurd (al komt dat absoluut voor), maar eerder/ook voor simpeler zaken worden ingezet. Bijvoorbeeld als geldezel (een bankrekening ter beschikking stellen, zodat er misdaadgeld op gestort kan worden), om telefoonabonnementen af te sluiten of om geld te pinnen of betalingen te doen met pinpassen die geldezels hebben verstrekt.

In de vierde plaats is de rekrutering deels verplaatst van de hangplek op straat, het schoolplein en de horecazaak naar de digitale wereld. Wat dat betreft spreekt een grote zaak die is geanalyseerd boekdelen. Marktplaatsfraudeurs die aanvankelijk uitvoerende activiteiten verrichtten, klimmen in enkele jaren tijd op naar organiserende fraudeurs die actief zijn in de digitale en fysieke wereld. Het frauderen zet door en daartoe worden digitaal (via social media) geldezels geworven, net als personen die zendingen ophalen of betalen. Tegelijkertijd benutten ze een kleine winkel (in een risicobranche) elders in het land om drugstransporten naar Groningen op te zetten. Voor uitvoerende criminele activiteiten kan een digitale wereld worden benut waarop honderden personen zijn aangesloten. Zowel in achterstandswijken (Paddepoel en Lewenborg) en het Groningse centrum als in onder meer Delfzijl en Hoogezand. Fysieke wijk-gebonden netwerken van politiemensen of sociale professionals (wijkteam of jongerenwerker) volstaan dus niet meer om zicht te krijgen op vormen van rekrutering en op 33

(mogelijke) criminele uitbuiting. Dat vereist ook digitale netwerkvorming en inzicht op criminele praktijken in de digitale wereld. Ad b.) Uitbuiting in stedelijke risicobranches Er is vanaf 2019 een reeks controles (integrale handhavingsacties) uitgevoerd bij bedrijven uit risicobranches, namelijk kapperszaken, schoonheidssalons, (auto)garagebedrijven en growshops. Daarnaast is gecontroleerd bij horecazaken met (vaak) een bezorgdienst, zoals shoarmazaken, pizza-afhaalzaken en snackbars. Deze sectoren hebben met elkaar gemeen dat er een overaanbod is. De onverklaarbare hoge aantallen roepen de vraag op wat het verdienmodel is, in het bijzonder van zaken met weinig aanloop. Bijvoorbeeld kappers met lege stoelen (en soms wel rondhangende figuren die geen klant zijn) en garagebedrijven die in de ochtend geen intake hebben van reparatieauto’s. Of medewerkers van een schoonheidssalon die verbaasd reageren, en moeten passen, als een bezoeker naar de prijslijst informeert. De Nieuw Ebbingestraat is circa zevenhonderd meter lang en telt (ongeveer) zestien kappers- en schoonheidssalons: “zo ijdel zijn Groningers niet.” Deze incongruenties wekten het vermoeden dat geld werd witgewassen, waardoor het bedrijfsmodel niet is gericht op betalende bezoekers.

Daartoe werden de nodige signalen gevonden (zie ook paragraaf 3.6), al viel vooral op dat er meer (harde) aanwijzingen waren voor (de combinatie van) fraude en uitbuiting. De rode draad was de volgende. Er wordt veel grijs gewerkt, in die zin dat een werknemer een contract heeft, al wordt hij of zij (waarschijnlijk voor relatief veel uren) zwart betaald. Of enkele aanwezige medewerkers hebben een (klein) arbeidscontract, maar anderen niet. Die laatste categorie gaat er snel vandoor, of probeert dat, als wordt gecontroleerd. Zwart of grijs werk levert fraude op als de werknemer bijstand ontvangt. Een expert constateert dat door shoarmazaken en pizza-afhaalzaken op grote schaal zwart en grijs wordt gewerkt, met name door mensen met een uitkering. Dit lijkt nog te (kunnen) stoelen op vrijwilligheid van de werknemer, al worden aanwijzingen gevonden voor misbruik. Er worden kwetsbare personen aangetroffen – zoals personen uit een AZC en uit een zogenoemde bedbad-brood voorziening - die (erg) slecht betaald worden. Er wordt vermoed dat er een netwerk is, rondom voormalige AZC-bewoners, dat binnen

deze kwetsbare categorie personen rekruteert voor dit soort baantjes, bijvoorbeeld bij simpele horecazaken. Een AZC-bewoner die bij een controle werd aangetroffen, verdiende ongeveer twee euro per uur. Dergelijke omstandigheden kunnen - en dat maakt het triest - worden ervaren als een welkome afwisseling op de sleur in het AZC. Door fors en illegaal de personeelskosten naar beneden te schroeven, bestaat voor een categorie bedrijven mogelijk een verdienmodel, ondanks povere klandizie. Het lijkt op casusniveau te gaan op keutercriminaliteit. Om tenminste vier redenen - nog los van uitbuiting - dient de schadelijke impact niet te worden onderschat: Het is (deels) een structureel verschijnsel. Lokale experts wijzen op straten waar dergelijke kwesties - grijs en zwart werk in combinatie met uitkeringsfraude - al tientallen jaren worden aangetroffen. Een categorie Groningers uit het granieten-bestand (personen met een langdurige uitkering) vult zo het inkomen aan. Bij een categorie bedrijven worden - ook buiten controles om - niet alleen aanwijzingen voor uitbuiting aangetroffen, maar ook voor andere ondermijnende praktijken of criminele functies, zoals: criminele ontmoetingsplaatsen; witwassen (bijvoorbeeld geen inkoopregister en/of geen kassa, klaarblijkelijk vanwege een voorkeur voor contant geld); of drugscriminaliteit (criminele afspraken en soms een hennepkwekerij).

 r blijken verdachte of criminele netwerken te E kunnen schuilen achter kleine zaakjes. Zo kwam een Aziatisch familienetwerk in beeld. Naast extreem lage betaling (uitbuiting) in een zaakje, bleek dat de familie een wirwar van (steeds wisselende) bedrijven op haar naam had staan en investeert in vastgoed: horeca en woningen die worden of zijn verbouwd, plus vastgoed in Amsterdam. Dit alles werd gekoppeld aan frequente bezoeken aan Duitsland en aan het moederland.  e afwijkende bedrijfsvoering (geen klanten), D de monocultuur (veel dezelfde zaken) en de vaak slordige uitstraling doen afbreuk aan het stadsbeeld. Bovendien zullen burgers en ondernemers zich ook (kritisch) afvragen wat zich nou precies afspeelt in dit soort bedrijven. 34

Ad c.) Illegale huisvesting van arbeidsmigranten Er bestaat in de provincie Groningen vraag naar goedkope arbeidskrachten, onder meer in de Eemshaven. De huisvesting en uitbuiting van grote aantallen arbeidsmigranten zijn in de stad Groningen geen vraagstuk dat door respondenten wordt geprioriteerd. Er wordt wel gewezen op illegale bewoning van arbeidsmigranten, met name uit Polen of Bulgarije. Het springt minder in het oog dan huisjesmelkerij richting studenten, al komen door de stad heen wel panden in beeld vanwege illegale bewoning door arbeidsmigranten. Deels betreft het woningen, maar ook bedrijfspanden waar dit lang tamelijk ongemoeid werd gelaten. Op het netvlies staat de heldere boodschap van het Aanjaagteam Arbeidsmigranten (de ‘commissie Roemer’): van meet af aan (bij werving in het buitenland) verkeren veel arbeidsmigranten in een afhankelijkheidspositie, waarna dit in Nederland wordt gecontinueerd doordat werken en wonen aan elkaar worden gekoppeld. Als slechte arbeidsomstandigheden (gevaarlijk, onderbetaling, lange dagen) niet langer worden geaccepteerd, verliezen ze hun woonruimte. En omgekeerd. Die woonruimte is vaak pover en duur. De huisvesting van arbeidsmigranten is herkenbaar aan het af- en aanrijden van busjes voor het woon-/werkverkeer. Dit wordt door respondenten gespot, maar er is geen helder overzicht van dergelijke locaties in de stad.

In 2018 zagen ambtenaren een aantal adressen met over-bewoning door onder andere Bulgaren en Roemenen. Dat is net zo dun als de informatie anno 2021 op dit punt. Arbeidsuitbuiting en de huisvesting van arbeidsmigranten zijn een blinde vlek en dat vergt informatieverzameling, al staat het in Groningen wat respondenten betreft niet in de top-5 van ondermijnende praktijken. De gemeente overweegt wel analyses van de uitzendbranche, om zo informatie-gestuurd gestalte te geven aan controles die een licht werpen op de situatie van arbeidsmigranten. Bij observaties valt nog een ander patroon op, waar ook respondenten op wijzen. In Groningen gehuisveste arbeidsmigranten passen (lang) niet allemaal in het geschetste stramien, dat wil zeggen het beeld van arbeidsmigranten die met georganiseerd vervoer naar de werkplek worden gebracht. Het betreft deels ook OostEuropese migranten die los-vast blijken te werken, bijvoorbeeld als aannemer of klusjesman.

Een categorie verblijft in panden van huisjesmelkers en wordt bij klusjes door hen ingezet. Zie het volgende punt. Ad d.) Voorbij arbeidsuiting: arbeidsmigranten ingebed in Groningse netwerken In Groningen komen arbeidsmigranten in beeld zonder vast woon- en werkritme die zijn gehuisvest in pandjes van huisjesmelkers of die illegaal wonen, bijvoorbeeld op een bedrijventerrein. Andere arbeidsmigranten zijn gehuisvest in het Ommeland, ten oosten van de stad, en werken voor Groningse netwerkjes van ondernemers. Dit wijst op een patroon. In netwerkjes rondom verschillende lokale ondernemers – niet alleen vastgoed, maar ook andere lokale ondernemers in andere risicobranches – worden arbeidsmigranten ingezet voor klusjes. Bijvoorbeeld bij verbouwingen of bij onderhoud van vastgoed. Ze worden als pion naar voren geschoven door huisbazen, bijvoorbeeld bij intimidatie van huurders, zoals studenten die als lastig worden bestempeld omdat ze op hun strepen gaan staan wat betreft huurprijs of (achterstallig) onderhoud. Arbeidsmigranten worden soms in studentenpanden geplaatst, klaarblijkelijk om zo studenten weg te jagen of af te schrikken. Een categorie arbeidsmigranten fungeert als ‘sterke arm’. Hier komt bij dat voor sommige panden met arbeidsmigranten opmerkelijke auto’s staan, namelijk wagens met zware motoren, geschikt om grote afstanden af te leggen, ook naar Polen of Bulgarije.

De bewoners en auto’s komen en gaan op onregelmatige tijdstippen. Waarom dit zo is, blijft onduidelijk. Onderdrukte arbeidskrachten, zoals beschreven in rapporten over arbeidsuitbuiting, zijn het niet. Het is onduidelijk hoe zelfstandig ze zijn en hoe ze hun geld verdienen. Ad e.) Dekmantelbedrijven voor prostitutie Het is bekend dat massagesalons en bedrijven in de beautysector worden gebruikt als dekmantel voor illegale prostitutie (Vgl. Gemeente Utrecht, 2020). Het betreft een gesloten wereld, met - in Aziatische netwerken - grote verschillen in de pikorde. Dat resulteert in een dilemma. De mogelijkheden tot uitbuiting (arbeidsuitbuiting en/ of seksuele uitbuiting) zijn groot, maar de bewijslast is zwaar (Bottenberg en Janssen, 2012). Er zijn in Groningen onder professionals vermoedens dat in massagesalons buitenlandse vrouwen illegaal te werk worden gesteld. 36

Illegale prostitutie lijkt aannemelijk, op basis van een rondleiding door de stad door een politierespondent en bij observaties rondom enkele zaken. Indien het inderdaad gaat om prostitutie, is de entree tot zo’n zaak discreter voor de klant (en voor een categorie daarom aantrekkelijker) dan bij de open en blote raamprostitutie in de Nieuwstad. Af f.) Blinde vlekken: vergunde en (andere) illegale prostitutie De werksituatie van prostituées bij vergunde (raam) prostitutie heeft enkele voordelen ten opzichte van het illegale circuit. Er worden controles uitgevoerd en de gemeente voert een intakegesprek, om af te tasten of (voornamelijk Oost-Europese) dames vrijwillig naar Nederland zijn gekomen om - vaak in de formele hoedanigheid van ZZP’er – te starten met prostitutie. Hier staan enkele zorgen tegenover. Er bestaat een haast uniforme werkwijze, namelijk ZZP-prostituées die op een beperkt aantal adressen worden ingeschreven. Vervolgens combineren ze in de Nieuwstad werken en wonen, waardoor hun leerwereld klein is en ze continu in de gaten (kunnen) worden gehouden. Het is lastig, zo niet onmogelijk, om het werkelijke verhaal en motief van een prostituée te achterhalen.

Een respondent die het gebied en de raamprostitutie op zijn duimpje kent (we doelen niet op de ambtenaar die het beleidsmatig in portefeuille heeft), is er niet gerust op: “Ik ben van mening dat het merendeel van de dames daar niet vrijwillig zit. Het is mijn optiek voor het grootste gedeelte gedwongen prostitutie, uitbuiting en mensensmokkel. Prostituées die verhaal gaan halen, worden onderling nog steeds verkocht. Met name uit Oost-Europa blijft het criminaliteit.”

3.5 Groningse broken windows: de prijs van repercussieloosheid De zogenoemde these van de broken windows leert dat systematische tekorten bij alledaagse handhaving en bij onderhoud in eerste instantie resulteert in klein ongemak en beperkte verloedering. Vervolgens grijpt het om zich heen, omdat dit vernielzucht en slordigheid aantrekt (Kelling & Coles, 1995). De gedachte is dat onderhoud, aangevuld met handhaving wat betreft overtredingen of lichte strafbare feiten,

een preventief effect heeft op veel voorkomende overtredingen of misdrijven zoals vandalisme en openbare dronkenschap. In Nederland werd en wordt, langs deze redeneerlijn, vaak ‘schoon, heel en veilig’ bepleit. Het risico van die termen is dat kan worden gedacht dat een goede schoonmaakploeg volstaat bij misdaadbestrijding. Dat is niet het geval. Bovendien kan de lijn worden doorgetrokken naar ondermijnende praktijken. Nette ondernemers vestigen zich niet snel op een locatie met een overdaad aan slordige zaakjes die allemaal min of meer hetzelfde verkopen en waar duistere figuren rondhangen. Of ze hebben er last van als in hun omgeving dit soort verloedering optreedt. Het risico bestaat dat zo locaties ontstaan waar vooral malafide bedrijven zich thuis voelen en andere ondernemers (en hun klanten) steeds minder. Veel respondenten wijzen op jarenlange - en zelfs decennialange - tekortschietende handhaving bij opzichtige overtredingen, zoals illegale bewoning, illegale bebouwing (een etage te veel), strijdigheid met het bestemmingsplan, rondzwervende autowrakken (op bedrijventerreinen) of milieuovertredingen. Dit systematische handhavingstekort heeft niet alleen geresulteerd in stedelijke slordigheid, maar hier en daar ook in semi-vrijplaatsen, namelijk: O  ude bedrijventerreinen: soms een puinhoop. Er is regelovertreding en verval zichtbaar op oude bedrijventerreinen.

We stonden, bij observaties, ronduit versteld van de puinhoop, nog los van indicaties voor mogelijke ondermijning, zoals bewaakte panden en bedrijven die klanten allerminst op prijs stellen, getuige handelswaar met een dikke laag stof erop of een ontvangstcomité van gevechtshonden. Bijvoorbeeld op en rondom de Duinkerkenstraat, met indicaties voor illegale bewoning, rondslingerende wrakken en ongedierte. Een respondent wist meteen om welke panden het ging. Er zijn echter weinig of geen bouwinspecteurs beschikbaar, want die storten zich op nieuwbouw (zie hoofdstuk 5). De consequentie is een soort niemandsland op bepaalde (straten op) bedrijventerreinen.  roblemen met volkstuincomplexen. Op twee P volkstuinlocaties, namelijk Bruilweering en Tuin en Recreatievereniging Stadspark, wordt illegaal gewoond. Dit vervult een functie, zo constateert een respondent, want een categorie mensen 37

past niet in een reguliere woonwijk of voelt zich er thuis. Personen die zich wensen te verbergen - waaronder verdachte of criminele personen – gebruiken de locaties als vluchtheuvel. Tussen 2008 en 2014 waren er incidenten op Bruilweering: illegale bewoning, meldingen voor de politie en criminaliteit. Vanaf ongeveer 2014 verbeterde de situatie, maar de problemen keren inmiddels terug. In het Stadspark - dit complex is omheind en niet toegankelijk voor derden zijn tussen 30 oktober en 1 april overnachting en bewoning niet toegestaan, maar dat gebeurt toch. Zo verliest de overheid de controle, concludeert een respondent, al ziet hij ook dat een categorie er graag verblijft of verbleef, getuige perfect onderhouden tuinhuisjes. W  oonwagencentrum De Kring: geen goed beeld. In het verleden bekommerde een stichting (‘De Grote Trek’) zich om het lot van de bewoners van woonwagencentrum De Kring. In de eerste vijftien jaar van deze eeuw organiseerde de politie, soms met het leger, enkele grote invallen die (grootschalige) hennepteelt en forse sommen contant geld aantoonden. Anno 2021 bestaat er geen eenduidig beeld over de situatie op het kamp, hetgeen resulteert in een patstelling. Hoofdstuk 4 maakt de balans op.

3.6 Overige fenomenen Naast de hiervoor beschreven fenomenen worden andere praktijken en fenomenen benoemd of juist niet, waardoor het een blinde vlek blijft: A. Witwassen B. Verdachte transacties C. Illegaal gokken D. Jeugdcriminaliteit E. Z  orgfraude: verwevenheid met criminaliteit als blinde vlek Ad a.) Witwassen In risicobranches (met een overschot in de stad) werden bij controles minder indicaties voor witwassen aangetroffen, dan vooraf werd gedacht. Zie paragraaf 3.4. Toch worden aanwijzingen voor witwassen aangetroffen bij een categorie bedrijven, zoals ontbrekende kassa’s of ontbrekende (inkoop)

registraties, hetgeen ruimte geeft voor contant geldverkeer. Absurd hoge omzetcijfers werden niet aangetroffen. Voorts worden contante betalingen - met mogelijk zwart geld en/of misdaadgeld vermoed bij verbouwingen van vastgoed. Er kan ook (bijvoorbeeld na verbouwing) worden witgewassen als vastgoed voor een beduidend hogere prijs wordt verkocht. Er worden met regelmaat panden (door)verkocht binnen en tussen Groningse netwerkjes van vastgoedhandelaren. Respondenten leggen echter uit dat onder dergelijke omstandigheden witwassen lastig valt aan te tonen, waardoor zij een slag om de arm houden of het gebeurt en in welke mate, al onderstreept het de gelegenheidsstructuur. Er worden zogenoemde ABC-transacties vermoed. Hierbij wordt een onroerende zaak binnen een relatief kort tijdsbestek via minimaal drie partijen doorverkocht. Met andere woorden: A levert aan B, waarna B de onroerende zaak direct doorverkoopt aan C. Een signaal voor witwassen betreft een lastig of niet te verklaren prijsstijging in korte tijd, vaak nadat verbouwingen zijn uitgevoerd. Respondent typeren de witwasgevoelige vastgoedmarkt in Groningen als een soort monopolie-bord, met geijkte spelers en een bord vol kansen. Voorts hebben politie en justitie, met een officier van justitie als trekker, een methode ontwikkeld om te vervolgen voor witwassen bij verdenkingen omtrent onverklaarbaar vermogen.

Bijvoorbeeld als een persoon is aangehouden met een hoeveelheid drugs en beschikt over bezittingen die vragen oproepen. Dit heeft tot de nodige veroordelingen geleid, waarbij tijdens het onderzoek vaak aanwijzingen werden aangetroffen voor drugscriminaliteit als gronddelict. Ad b.) Verdachte transacties In 2020 zijn in heel Nederland bij de Financial Intelligence Unit Nederland (verder: FIU) in totaal 722.247 ongebruikelijke transacties gemeld door 1.914 verschillende instellingen. In dat kalenderjaar zijn 103.947 transacties (gebundeld in 19.114 dossiers) verdacht verklaard en gedeeld met de (bijzondere) opsporings-, inlichtingen en veiligheidsdiensten. Die verdachte transacties hadden bij elkaar een waarde van bijna 15 miljard euro.14 In de gemeente Groningen komt de teller in dat jaar, wat betreft de waarde van al de verdachte transacties, uit op 30,3 miljoen euro. Voor de gehele Provincie betreft het 47,7 miljoen euro. 38

In de gemeente Groningen wordt verreweg het hoogste totaalbedrag geregistreerd in 2018, met 133,1 miljoen euro aan verdachte transacties. De banken melden veruit de hoogste bedragen wat betreft verdachte transacties, gevolgd door (in de gemeente Groningen) notarissen en accountants. Zie verder tabel 3.3. We beschikken louter over verdachte transacties op jaarbasis (ongebruikelijke transacties zijn geheim) en over de verdeling wat betreft meldergroepen, zonder dat bedragen zijn uitgesplitst naar sectoren.

Zo’n verdiepingsslag kan door het RIEC wel worden gemaakt. Daarbij is dan een logische ‘Groningse vraag’ in hoeverre geregistreerde verdachte transacties betrekking hebben op de vastgoedsector. De bovenstaande gegevens agenderen ook andere vragen. Waarom is het Groningse aandeel (in gemeente en Provincie) wat betreft de waarde van de geregistreerde verdachte transacties zo laag in vergelijking met landelijke cijfers? En is dit een gunstig teken of juist ongunstig, bijvoorbeeld omdat er weinig wordt gemeld?

14 Bron: https://www.fiu-nederland.nl/nl/publicatie-jaaroverzicht-2020-fiu-nederland

Tabel 3.3: Verdachte transacties in de gemeente en provincie Groningen Sub-tabel 1: Sub-tabel 1: Verdachte transacties in de provincie Groningen in de periode van 2011 tot en met 2020: top-3 meldersgroepen en totaal

Meldersgroep

Provincie 2011 t.m. 2020

Accountant

€ 87.520.368,-

Bank

€ 246.681.455,-

Notaris

€ 47.767.991,-

Eindtotaal

€ 398.731.280,-

Sub-tabel 2: Totaal aantal verdachte transacties in de gemeente Groningen in de periode van 2011 tot en met 2020, per jaar en totaal

2011 - € 417.625,- 2012 - € 5.797.049,2013 - € 3.534.335,2014 - € 36.607.254,-

2015- € 4.283.254,2016 - € 14.153.306,2017 - € 6.322.361,2018 - € 133.103.828,-

2019 – € 16.278.246,2020 – € 30.332.037,Totaal: € 250.829.299,-

Sub-tabel 3: Sub-tabel 2: Totaal aantal verdachte transacties in de gemeente Groningen in de periode van 2011 tot en met 2020, per jaar en totaal

Meldersgroep Accountant Advocaat Bank Belastingadviseur Betaaldienstverlener Betaaldienstverlener - PSP Douane - Aangifteplicht Handelaar - Edelstenen Handelaar - Goederen overig Handelaar - Voertuigen Niet Bank - Creditcards Niet Bank - Verstrekken leningen Notaris Speelcasino Wisselinstelling Eindtotaal

Piekjaar 2018 2020 Totaal 2011-2020 € 295.000,- € 254.100,- € 24.174.050, € 900.000,- € 2.202.702,- € 130.470.816,- € 17.808.260,- € 182.023.283,€ 5.000,- € 5.000,€ 487.205, € 552.417,- € 3.588.314,€ 68.735,- € 16.427,- € 91.163,€ 33.490,- € 44.422,- € 185.052, € 59.856,- € 95.456,€ 20.000,- € 64.375,- € 96.400, € 167.412,- € 464.046, € 36.097,- € 381.156, € 3.521,- € 3.521,€ 1.641.200,- € 9.808.503,- € 35.912.276,€ 82.380,- € 616.645,- € 1.602.765, € 4.112,€ 133.103.828,- € 30.332.037,- € 250.829.299,40

Ad c.) Illegaal gokken Respondenten wijzen op illegaal gokken. Daarbij gaat het voornamelijk om illegale pokertoernooien. Het is onduidelijk of dit nu een verdienmodel op zich is of (ook) een manier voor opportunisten of criminelen om plezier te hebben, elkaar te treffen en al doende zaken te doen. Op één locatie, die inmiddels ‘uit de lucht is’ en waar een ‘vastgoedjongen’ de scepter zwaaide, kwamen zware criminelen uit Duitsland. Dat werd de Groningers te gortig en nu is deze locatie opgedoekt en verplaatst. We kregen nauwelijks signalen over zaken waar illegaal kon worden gegokt, bijvoorbeeld op sportwedstrijden, met aanloop van stedelingen. Ad d.) Jeugdcriminaliteit In de vorige paragrafen is als deelonderwerp op verschillende punten ingegaan op jeugdcriminaliteit, met jongeren als dader en - vanwege rekrutering - als slachtoffer of als dader-en-slachtoffer. Groningen heeft aan aanpak voor jeugdcriminaliteit die een harde en zachte benadering combineert. Een speerpunt daarbij zijn (ongeveer vier) jeugdgroepen met circa veertig personen, gesitueerd in Paddepoel, Lewenborg, Hoogkerk en Haren. In de zomer van 2019 werden 26 jongeren opgepakt vanwege straatroven, diefstal en mishandeling, in de leeftijd van dertien tot twintig jaar.15 Eind 2019 werden in het noorden van de stad dertien straatroven gepleegd, volgens de politie door middelbare tieners.

Interessant en zorgelijk zijn drie patronen die hiervoor reeds aan bod kwamen: 1.) het werven en rekruteren van jongeren verplaatst van de straat naar de digitale wereld; 2.) jongeren en jongvolwassenen worden voor het karretje gespannen als dader en/of slachtoffer - het onderscheid is diffuus; en 3.) een categorie jongeren ontpopt zich als agressieve criminele stijger, niet alleen of zozeer met (pakkansgevoelige) straatroven, maar ook door gevestigde dealernetwerken in Lewenborg e.o. uit te dagen. Ad e.) Zorgfraude: verwevenheid met criminaliteit als blinde vlek In (steden) in het hele land wordt fraude met jeugdzorg en (vooral) Wmo-zorg geconstateerd.16

Frauderende zorgaanbieders verdienen in korte veel geld doordat ze meer of duurdere zorg factureren dan wordt geleverd. Frauderende aanbieders werven (ronselen) cliënten die niet moeilijk doen of snel tevreden zijn, ondanks opzettelijke kwalitatieve zorgtekorten. Frauduleuze zorg is niet gericht op resultaten, maar op cliënten die gebrekkige resultaten en inspanningen accepteren (Heijkoop en Van der Torre, 2020). Respondenten wijzen op signalen van zorgfraude. Recent inventariseerde RTL landelijk indicaties voor zorgfraude door in jaarrekeningen te zoeken naar afwijkende patronen (bijvoorbeeld een hoge winst en/of lage personeelskosten). Daarbij kwamen drie aanbieders in beeld die actief zijn in de stad Groningen.17 Of zorgfraude in Groningen gepaard gaat met ondermijnende criminaliteit (b.v. drugscriminaliteit), zoals door het IKZ (2021) in Oost-Nederland werd aangetoond, is niet benoemd en door ons niet nader onderzocht.

3.7 Tot slot : Groningse grilligheid Groningse ondermijnende praktijken hebben een grillig en in veel opzichten lokaal of provinciaal karakter. Het lijkt vooral te gaan om tamelijk kleine netwerken, rondom enkele sleutelfiguren. Er is hennepteelt, maar dat is niet de route geweest naar de toplaag van de regionale of landelijke drugscriminaliteit, voor zover bekend. De drugshandel in de stad ligt op een stevig niveau, maar in hoeverre zich dat uitstrekt op bovenlokaal niveau is niet helder, al zijn er rondom netwerkjes of sleutelfiguren (ook harde) aanwijzingen voor inkomende drugstransporten. Het vastgoed is een machtsbasis voor investeerders en dat heeft schadelijke effecten in de stad, maar de (omvang van de) invloed van criminaliteit in deze netwerken is niet helder. Wel is duidelijk dat Groningse netwerkjes invloed hebben op de stad: door het drugsaanbod, door investeringen in panden en bedrijfjes en doordat een categorie ‘vrije jongens’ met veel vastgoed simpelweg een factor van betekenis is in de stad. Of dit laatste bij een categorie ooit is begonnen met drugscriminaliteit

15 Zie: https://www.rtvnoord.nl/nieuws/714525/gemeente-maakt-zich-zorgen-om-problematische- jeugdgroepen 16 Zie een reeks journalistieke reportages, onder meer van Follow the Money (https://www.ftm.nl/dossier/zorgcowboys) en RTL (https://www.rtlnieuws.nl/onderzoek/artikel/5262080/dubieuze-zorgbedrijven-fraude-ondermijning- witwassen). 17 Bron: https://www.rtlnieuws.nl/onderzoek/artikel/5262080/dubieuze-zorgbedrijven-fraude-ondermijning- witwassen, plus een journalist.

41

lijkt niet eens zo relevant meer. Dat wordt het pas of weer als actuele criminele geldstromen worden blootgelegd. Wel wordt gewezen op eenvoudige manieren om juist met vastgoedinvesteringen geld wit te wassen. Hoewel dat meer algemene kennis is dan Groningse casuïstiek, maken respondenten zich wat dit betreft zorgen. Voorts is van belang dat de schadelijke effecten jonge mensen raken: studenten die bij huisvesting in een lastig parket komen en kansarme tieners en jongvolwassenen die als dader en/of slachtoffer in meer of mindere mate terecht komen in een criminele omgeving. Deze jonge mensen verdienen beter.

42

INTER MEZZO Woonwagencentrum (“kamp”) De Kring: een veelzeggende casus

4

44

Inleiding In de interviewronde kwam in vrijwel elk gesprek (ook ongevraagd) woonwagencentrum De Kring ter sprake. In formele termen is De Kring een woonwijk, bij de Peizerweg. Elke respondent sprak over een “kamp” en wij nemen deze spreektaal over. Het is een groot kamp, met in 2017 in totaal 82 woonwagenstandplaatsen en 57 huizen. Het gaat in feite om het kamp en de directe omgeving. Er bestaan familiebanden tussen bewoners van het kamp en mensen die er pal naast wonen. Voorts hebben bewoners bedrijven in de directe omgeving, in het bijzonder autobedrijven. De Kring ligt aan de westkant van de stad, tussen het Stadspark en Hoogkerk, grenzend aan een nieuwbouwwijk (De Buitenhof), al ligt er een natuurlijke (water) en sociale grens tussen deze wijk en het kamp. Het kamp heeft als uithangbord een voetbalclub die op hoog niveau voetbalt, namelijk de Peizerweg Kring Combinatie 83: PKC’83. Dit hoofdstuk gaat kort in op de historie van het kamp en op de uiteenlopende beelden onder respondenten over de situatie wat betreft ondermijning (paragraaf 4.1).

Vervolgens worden drie thema’s behandeld, te weten: wat zeker niet wordt aangetroffen op het kamp, namelijk topcriminaliteit, terwijl er juist wel grote onderlinge verschillen bestaan (paragraaf 4.2); wat min of meer lijkt vast te staan over criminaliteit (paragraaf 4.3); en lessen die op basis van deze casus over (ondermijning in) de stad kunnen worden getrokken (paragraaf 4.4). In menig opzicht neemt het kamp niet zo’n heel bijzondere plaats in, omdat het eerder laat zien wat er in de stad aan de hand is.

4.1 Over het kamp: lange historie en wisselende beelden Het huidige omvangrijke kamp krijgt in de jaren ’60 en ’70 gestalte.18 In de jaren zestig wordt het rondtrekken van woonwagenbewoners door de Rijksoverheid min of meer onmogelijk gemaakt. Rondtrekken werd vervangen door regionale kampen, waarvan er twee in de provincie Groningen moesten komen, namelijk in Veendam en Groningen. Op dat moment was op de huidige

locatie al een kamp gevestigd, op een stuk grond van 1,13 hectare, met 52 standplaatsen en een parkeerterrein. Er was, sinds 1955, in de gemeente Groningen een stichting (‘De Grote Trek’) die zich bekommerde om het lot van de bewoners van dit kamp. Dat was nodig, want de voorzieningen waren miserabel. De stichting stelde voor om een modern kamp te realiseren en daartoe was meer ruimte een voorwaarde. Er werd besloten om pal naast het bestaande kamp 6,61 hectare grond aan te kopen. Dat resulteerde in een lastig traject, omdat de grondbezitter een goede onderhandelaar bleek te zijn. De stichting wilde zeventig standplaatsen. Dat is het hoogste aantal dat als “leefbaar en hanteerbaar” werd ingeschat. Het kamp is in 1977 gereed en telt voorzieningen, zoals een school en een clubhuis. Er komen uiteindelijk tien plaatsen voor trekkers en zestig woonwagens die er al stonden, dus van de beoogde concentratie van trekkers komt weinig terecht. In de kern blijft de situatie zo vanaf dat moment. Wel komen er wat standplaatsen bij (ten westen van het kamp) en realiseert een woningcorporatie tussen 2006 en 2009 bijna dertig woningen, bestemd voor de doelgroep (“kampers” in de volksmond). De stichting De Grote Trek krijgt in 1996 geen subsidie meer van de gemeente, omdat minderhedenbeleid niet meer nodig of opportuun werd gevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13578882/1