46-04-08 Groningse-praktijken
Tekst van het document
Een analyse van (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in de gemeente Groningen
Edward van der Torre Pieter Tops
1
IN HOUDS OPGAVE 1. Inleiding 1.1 Over ondermijning 1.2 Onderzoeksvragen 1.3 Onderzoeksactiviteiten 1.4 Leeswijzer 2. Ondermijning: gelegenheidsstructuren 2.1 Situationeel 2.1.1 Een sub-infrastructuur voor (drugs)criminelen 2.1.2 Regiofunctie 2.1.3 Groningse criminelen: in de luwte 2.2 Economisch 2.2.1 De economische onderkant van Groningen 2.2.2 Macht- en vastgoedposities: een Gronings fenomeen 2.2.3 Veel bedrijventerreinen: weinig oog voor ondermijning 2.2.4 Risico-branches: verdachte Groningse netwerkjes 2.3 Cultureel 2.4 Gemeentelijk beleid: trage agendering van ondermijning 2.5 Afsluiting 3. Ondermijnende praktijken 3.1 Drugsproductie: Groningen als hennepstad 3.2 24/7-drugshandel: op straat, online en profijtelijk 3.3 Vastgoed: schadelijke effecten 3.4 Mensenhandel 3.5 Groningse broken windows: de prijs van repercussieloosheid 3.6 Overige fenomenen 3.7 Tot slot: Groningse grilligheid
3 4 5
6 7
8 9 10
12 13
15 16
17 18 21 24 26 30 31 33
4. Intermezzo - Woonwagencentrum (“kamp”) De Kring: een veelzeggende casus 4.1 Over het kamp: lange historie en wisselende beelden 4.2 Wat is het kamp (zeker) niet? 4.3 Wat lijkt op hoofdlijnen (qua ondermijning) vast te staan? 4.4 Waarom veelzeggend?
35
5. De gemeentelijke aanpak van ondermijning 5.1 Veiligheid als pijler in grote steden (2000-2017): Groningen blijft achter
42
5.2 Coalitieakkoorden: veiligheid van terzijde naar ontwikkelpunt
44
5.2.1 Akkoord 2014-2018: Groningen als veilige stad, geen oog voor criminaliteit 5.2.2 Akkoord: 2019-2022: agendering van ondermijning 5.3 Groningse veiligheidsplannen 5.3.1 Kadernota Integrale Veiligheid: 2015-2018 5.3.2 Programma Veiligheid (2020): vier deelprogramma’s en zestien thema’s 5.3.3 Beleidskader Veiligheid (2021-2024) 5.4 Barrières en vooruitgang 5.4.1 Barrières 5.4.2 In de actiestand 5.5 Afsluiting
45
6. In antwoord op de onderzoeksvragen 6.1 Criminele gelegenheidsstructuren 6.2 Criminele fenomenen 6.3 De bestuurlijke aanpak van ondermijning 6.4 Aanbevelingen
56 57 58 61
Bijlage 1 Korte toelichting op politieregistraties
65
36 37 38 40
43
46
47 48 51 55
63
Colofon
2
IN LEI DING 1.1 Over ondermijning Ondermijnende criminaliteit of ‘ondermijning’ wordt, kort samengevat, door ons opgevat als georganiseerde misdaad met schadelijke lokale effecten. Deze misdaad komt dichtbij voor burgers, lokale bestuurders, politiemensen en gemeenteambtenaren (Tops en Van der Torre, 2015). Ondermijning betreft dus niet alleen strafbare feiten, zoals drugsproductie, drugshandel, witwassen, illegaal gokken of illegale prostitutie. Het gaat namelijk ook om de sociale schade vanwege dergelijke criminele praktijken. Bijvoorbeeld uitbuiting, waarbij criminele netwerken misbruik maken van afhankelijkheden.
1
Schuldenposities worden niet alleen benut door criminelen, maar ook opgebouwd. Bijvoorbeeld door diensten aanvankelijk gratis ter beschikking te stellen (zoals woonruimte of drugs) en daarna wederdiensten op te eisen. De criminele wereld lijkt aantrekkelijk vanwege de kans om veel of gemakkelijk geld te verdienen, al is dat vaak schijn. Het is een harde wereld met concurrentie, allerhande risico’s en intern geweld. De aantrekkingskracht van de criminele wereld ondermijnt sociaal overheidsbeleid, gericht op arbeidsparticipatie en onderwijs. Waarom enkele jaren studeren en vervolgens arbeid verrichten met een pover maandloon als met criminele diensten in korte tijd (beduidend) meer kan worden verdiend?
3
Georganiseerde criminelen gebruiken sociale problemen, onder meer door kwetsbare personen te rekruteren voor eenvoudig crimineel werk of te werven als klant van illegale goederen. Er werd lang gedacht dat het wegnemen van achterstanden daarom - wat het lokaal bestuur betreft - volstond bij criminaliteitsbestrijding. Dat beleidsperspectief miskent dat criminaliteit niet alleen een bedreiging is, maar ook kansen biedt (Noordanus e.a., 2021). Criminele inkomsten maken families, groepen of netwerken min of meer autonoom, waardoor ze niet of minder afhankelijk zijn van de overheid, van onderwijsinstellingen of van werkgevers. Kortom, criminaliteit vervult op een perverse manier sociale functies.
De gemeentelijke aanpak van georganiseerde criminaliteit De bestuurlijke aanpak van de georganiseerde criminaliteit heeft sinds het begin van deze eeuw een belangrijke ontwikkeling doorgemaakt. De eerste stap bestond uit het tegengaan van misbruik door criminele organisaties van de bestuurlijke infrastructuur. Daartoe werd in 2003 de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (BIBOB) ingesteld. Doel is dat gemeenten, provincies, waterschappen en ministeries de integriteit van houders en/of aanvragers van vergunningen en subsidies kunnen toetsen, in eerste instantie door zelf onderzoek te doen en om bij twijfel daarna het landelijk bureau BIBOB te kunnen inschakelen. De tweede stap bestond uit het bij elkaar brengen van vertegenwoordigers van politie, OM, belastingdienst (FIOD), gemeenten en andere organisaties in zogenoemde Regionale Informatie en Expertise Centra. In de kern functioneren deze RIEC’s op basis van een convenant dat de aangesloten organisaties in staat stelt onderling informatie uit te wisselen en op basis daarvan actie te ondernemen. De derde en laatste stap tot nu toe bestaat uit de ontwikkeling van een brede aanpak van ondermijning. Zo’n aanpak bestaat niet alleen uit de inzet van controlerende instrumenten (zoals artikel 13b Opiumwet of de Wet BIBOB) en is ook niet alleen de verantwoordelijkheid van de afdeling veiligheid.
Het betreft een gemeentebrede inzet, waarbij bijvoorbeeld ook de afdelingen bevolking (in- en uitschrijving BPR), sociale
zaken (uitkeringen, sociaal beleid), onderwijs (startkwalificaties), economie (werk) en wonen (vastgoed) een belangrijke rol spelen. Deze stap naar de ontwikkeling van een gemeente-brede aanpak is inmiddels in veel gemeenten in ontwikkeling.
1.2 Onderzoeksvragen Deze studie heeft het signatuur van ‘bestuurskundige criminologie’. Er wordt op basis van inzicht in ondermijning én in de huidige aanpak beredeneerd in hoeverre beleidsaanscherpingen wenselijk of noodzakelijk zijn. Wat beleid en organisatie betreft ligt de nadruk op de gemeente, al heeft de aanpak van ondermijning integrale aspecten. We beantwoorden de volgende onderzoeksvragen: 1. W at zijn belangrijke elementen van de stedelijke criminele gelegenheidsstructuur? 2. Wat zijn belangrijke criminele fenomenen in Groningen en welke effecten hebben deze fenomenen? 3. H oe geeft de gemeente, organisatorisch en inhoudelijk, gestalte aan de aanpak van ondermijning? 4. W elke aanbevelingen kunnen worden geformuleerd voor de gemeentelijke aanpak van ondermijning?
1.3 Onderzoeksactiviteiten We hebben de volgende onderzoeksactiviteiten verricht om de geformuleerde vragen te beantwoorden: wee groepsinterviews (als startbijeenkomst): één T met medewerkers van Vergunningen, toezicht en handhaving (VTH) en één bij Burgerzaken. e hebben (groeps-)interviews - met maximaal W drie respondenten – afgenomen van in totaal 37 respondenten. Het betreft zestien respondenten bij de gemeente (burgemeester; chef team OOV; 4
twee ondermijnings-specialisten, waaronder een analist; twee ambtenaren die o.a. zijn belast met Bibob-toetsing; een sociaal rechercheur; twee ambtenaren belast met drugsbeleid; twee handhavers; een medewerker van VTH; twee ambtenaren belast met mensenhandel; en twee ambtenaren actief met ruimtelijke ordening / ontwikkeling); twee respondenten bij het Openbaar Ministerie; elf respondenten bij de politie; een respondent bij de Belastingdienst; twee respondenten van het RIEC NoordNederland; twee medewerkers van de Financial intelligence Unit (FIU); een medewerker van WIJ Groningen; een externe deskundige; en een journalist. p locaties die in de interviews werden benoemd O vanwege ondermijnende praktijken, is door tenminste één onderzoeker (kort) geobserveerd, om een beeld te krijgen van de omgeving waarover respondenten hadden gesproken. e onderzoekers hebben een politiechef twee D keer gesproken, waarbij het tweede gesprek werd gekoppeld aan een stadswandeling, zodat we deels letterlijk konden zien waarover werd gesproken.
We hebben geen dossiers bestudeerd. Daarnaast baseren onze respondenten zich op subjectieve aanwijzingen, vermoedens of verdenkingen. Hoewel het gaat om professionals met veel materie- en locatiekennis, verstrekten ze ook informatie over mogelijke criminaliteit die niet is bewezen. Zo dient de hele tekst dus steeds te worden gelezen, namelijk als een weergave van professionele ervaringen, inzichten en inschattingen wat betreft (ondermijnende effecten van) georganiseerde criminaliteit. Daarnaast vertelden respondenten over criminele kansen. Dit was relevant, want criminele kansen bestaan onder meer vanwege het bescheiden niveau van toezicht, controle en handhaving. Daardoor hebben respondenten eerder kennis over criminele kansen dan over criminele praktijken. Voor zover het gaat om sociale schade vanwege ondermijning zijn dossiers of juridische trajecten minder geschikte bronnen dan directe waarnemingen en ervaringen van respondenten, met niet zelden jarenlange observaties en ervaringen in de stad. Respondenten zijn uiteraard ook bevraagd over de beleidsmatige gang van zaken. Sterker, daar ligt het zwaartepunt van dit onderzoek.
Een onderzoeker heeft een bedrijventerrein bezocht met twee handhavers.
1.4 Leeswijzer
e politie heeft informatie verstrekt over D geregistreerde drugscriminaliteit, de FIU heeft informatie aangeleverd over verdachte transacties en vanuit het project Zicht op Ondermijning kregen we informatie over vastgoed in Groningen.
Hoofdstuk 2 presenteert en analyseert de criminele gelegenheidsstructuren, zowel in de stad Groningen als in het (onlosmakelijk daarmee verbonden) Ommeland. In hoofdstuk 3 worden ondermijnende praktijken in Groningen beschreven. Hoofdstuk 4 is een intermezzo. Het beschrijft woonwagencentrum De Kring, omdat dit veel leert over de situatie in Groningen. Hoofdstuk 5 is bestuurskundig van aard en analyseert de gang van zaken vanaf 2010, met de nadruk op de huidige collegeperiode. Hoofdstuk 6 beantwoordt de onderzoeksvragen en kan worden gelezen als samenvatting.
Een concepttekst van dit rapport is, ter controle op feitelijke onjuistheden, van commentaar voorzien door de gezags-driehoek (gemeente, justitie en politie) en door het RIEC NoordNederland. De beschrijving van ondermijning in Groningen is met name gebaseerd op informatie en inschattingen van respondenten, in het bijzonder professionals die werken in het veiligheidsdomein en in het ambtelijk apparaat. De door respondenten verstrekte informatie is deels gebaseerd op strafrechtelijke of bestuurlijke dossiers en/of op concrete ervaringen bij controles of bij sociaalpreventieve inspanningen.
5
ONDER MIJNING: GELEGEN HEIDS STRUC TUREN
2
Inleiding
Nederland
Dit hoofdstuk gaat in op de criminele gelegenheidsstructuren. De analyse attendeert onder meer op elementen van beleid en organisatie die kunnen worden verbeterd, zodat de criminele kansen afnemen. Hoofdstuk 5 gaat in op het gevoerde gemeentelijke beleid, al neemt dit hoofdstuk een schot voor de boeg. Tot voor kort golden andere prioriteiten dan ondermijning. Criminele gelegenheden liggen ook besloten in de fysieke nabijheid van een omvangrijk buitengebied, met economische achterstanden, en in de nabijheid van illegale markten in Duitsland en Scandinavië. Het valt op dat grootschalige drugsproductie voor de internationale markt wordt gezien als ‘iets van de Randstad of Noord-Brabant’ of als een verschijnsel dat omvangrijker is in (delen of steden in) Friesland of Drenthe. Hoewel hierin een kern van waarheid schuilt, bestaan er ook bovenlokale relaties tussen drugscriminelen in de stad Groningen en drugsproducenten of -importeurs in het Ommeland en in andere grote steden, inclusief de Randstad. Hier komt bij dat de stad andere interessante illegale of semilegale markten en verdienmodellen kent dan drugsproductie, in het bijzonder vastgoed en drugshandel. Achtereenvolgens wordt ingegaan op situationele (2.1), economische (2.2), culturele (2.3) en beleidsmatige (2.4) elementen van de Groningse criminele gelegenheidsstructuren.
Nederlandse drugscriminelen zijn actief op alle belangrijke drugsmarkten. Ze zijn internationaal gericht en lokaal verankerd in netwerken. Mondiaal is de vraag naar drugs gegroeid. Nederlandse criminelen weten daar op in te spelen, in de afgelopen jaren met de opkomst van de productie van methamfetamine. Nederland is wat georganiseerde drugscriminaliteit betreft de belangrijkste logistieke draaischijf in de EU en vervult daarbij internationale functies: ‘Main producer’ van mdma (xtc) en amfetamine, met België; ‘Main distribution hub’ voor cannabis; ‘Main entry point en distribution hub’ voor cocaïne, met België en Spanje; en ‘Main distribution hub’ voor heroïne (EMCDDA & Europol, 2019; Noordanus e.a., 2020). De criminele drugsindustrie profiteert van de Nederlandse fysieke infrastructuur – wegen, spoornetwerk, maritieme sector en luchtvaart - die tot de absolute top in de wereld behoort. Hier komt een sterke handelsgeest bij. Dat is terug te zien in beperkingen aan controle en toezicht, want die mogen het handelsverkeer niet te veel verstoren. De Douane hanteert bij controles een uitgekiende werkwijze, al wordt het overgrote deel van de goederen die in Nederland de EUgrens passeren niet gecontroleerd (Van Wijk e.a., 2020). Bovendien ligt de focus op controle van binnenkomende goederen, hetgeen kansen biedt om drugs uit te voeren.
Het goederen- en personenverkeer binnen de EU wordt nauwelijks gecontroleerd. Hierdoor zijn, vanuit een crimineel perspectief, drugstransporten binnen de EU relatief veilig (Van der Torre e.a., 2021). Internationale zeehavens en luchthavens kennen in Nederland een uitgebreide publiek-private veiligheidsorganisatie. Het heeft geleid tot systematische infiltratie, met name via goedkope arbeidskrachten die (via toegangspassen) toegang hebben tot (beveiligde) gebieden en goederen. De Nederlandse infrastructuur kent echter enkele achterdeuren die worden benut door criminelen, zoals kleinere (zee) havens in de regio (Noordanus e.a., 2020).
2.1 Situationeel 2.1.1 Een sub-infrastructuur voor (drugs)criminelen Als verreweg de grootste stad in Noord-Nederland is Groningen, met ruim 230.000 inwoners, het middelpunt van de regionale infrastructuur. NoordNederland combineert stedelijkheid (Groningen, Assen, Emmen en Leeuwarden) met een omvangrijk buitengebied, enkele zeehavens en een goede ontsluiting over weg, water en spoor, ook richting Duitsland en Scandinavische landen. Dit is binnen Nederland een sub-infrastructuur met legale economische mogelijkheden die ook worden benut door de criminele (drugs)industrie. Drugscriminelen die groot zijn geworden in de Randstad en in de zuidelijke grensstreek, zijn met productie of handel ook actief in Noord-Nederland.
Groningen De stad Groningen is over het spoor (vanuit Zwolle) en via de snelweg (over de A6 en A7 of A28) goed bereikbaar. De sub-infrastructuur in het Noorden kan worden benut voor invoer, uitvoer en doorvoer van drugs en andere verboden goederen. 8
Over de weg is Duitsland goed bereikbaar, net als Scandinavische landen. Scandinavië is van oudsher - reeds vanaf de opkomst van de amfetamineproductie in de jaren zeventig - een serieuze afzetmarkt voor Nederlandse drugsproducenten (Tops e.a., 2018). Politieexperts wijzen op drugsexport naar Duitsland en naar Scandinavië over de weg, omdat dit een veilige en gemakkelijke route is. In hoeverre het vervoer over water wordt benut voor de invoer of uitvoer van drugs, is onduidelijk, al bestaat daartoe een riante gelegenheidsstructuur. De publiekprivate veiligheidsorganisatie in de Noordelijke zeehavens – Eemshaven, Delfzijl, Lauwersoog en Harlingen – heeft namelijk weinig om het lijf. Er zijn weinig controles. Er is, zeker in de nachtelijke uren, nauwelijks toezicht (Struiksma e.a., 2020). De consequentie is dat overheidsorganisaties niet weten hoe het is gesteld met de georganiseerde criminaliteit. Het lage veiligheidsniveau creëert een criminele achterdeur, omdat in grote zeehavens juist wordt geïnvesteerd in veiligheidsmaatregelen. De Noordelijke zeehavens hebben daarentegen bijna een openbaar karakter. Er ontstaat een vicieuze cirkel. De Noordelijke zeehavens hebben geen prioriteit en daarom komt er geen goede informatie boven water.
Er zijn vervolgens geen gerichte controles en acties die verdachte zaken aan het licht brengen, waardoor de lage prioriteit overeind blijft (Struiksma e.a., 2020). Politieexperts zien in beschikbare inlichtingen geen informatie over drugsimport of -export via de havens. Het valt voor ons niet te beoordelen of dat gunstig (bescheiden criminaliteit) of ongunstig (een informatietekort over criminaliteit) nieuws is. Naast de havens biedt de Waddenzee criminele kansen. Respondenten hebben daar beter zicht op. Er worden pakketten met drugs (cocaïne) over boord gezet, waarna samenwerkende vissersboten de drugs uit zee vissen en afvoeren. Tot slot, valt op dat de bloemenveiling in Eelde niet wordt benoemd als risicofactor. Recent onderzoek naar - de omgeving en routes rondom - drie van de vier bloemenveilingen van Royal Flora Holland (namelijk in Westland, Katwijk en Aalsmeer, dus niet in Eelde) - typeren de greenport (de sierteeltsector én veilinglocaties) als een regelrechte mainport, met massale en hoogfrequente vervoersstromen. Met riante kansen voor (drugs)smokkel en fraude, juist omdat het niveau van handhaving en toezicht - net als in de Noordelijke havens - op
een laag niveau liggen. Echter, de havens zijn en worden geagendeerd. Terwijl de criminele kansen in de noordelijke sierteelt een blinde vlek zijn, hoewel drugstransporten over de weg wel worden gesignaleerd. Zie tabel 2.1. Tabel 2.1: Criminele gelegenheidsstructuren in de sierteeltsector (gebaseerd op onderzoek naar – routes naar en vanaf – de bloemenveilingen in Westland, Katwijk en Aalsmeer). Bloemenveilingen bevinden zich in de tweede linie, op fysieke afstand van (controles aan) de EU-grens. Veiligheid was lange tijd geen prioriteit, omdat het er op en rondom de bloemenveilingen ordelijk aan toegaat. Er is een bescheiden private veiligheidsorganisatie en de overheid was en is niet systematisch (dagelijks) aanwezig op deze locaties. Er is vrije toegang tot de terreinen. De sierteeltsector is tegelijkertijd een gesloten wereld van kwekers, handelaren en transporteurs. Drugs die via een zee- of luchthaven (over de EU-grens) naar Nederland komt, of die hier zijn geproduceerd, worden doorgevoerd via onder meer vervoer over de weg, zoals bloementransport. De sierteeltsector maakt deel uit van de kansenstructuur die de fysieke infrastructuur in Nederland biedt voor internationale (drugs)criminaliteit. Per bloementransport is vrijwel elke locatie in Europa goed bereikbaar en dan vaak als periodieke pendeldienst.
Vanwege de kwetsbaarheid van bloemen en het economisch belang van de handel zijn beperkingen gesteld aan de mate van controle en toezicht. Bovendien worden fraude (o.a. onder-facturering), arbeidsuitbuiting, oplichting en sigarettensmokkel goed afgeschermd, waardoor het de statistieken vaak niet haalt. Bron: E.J. van der Torre e.a., Mainport in de tweede linie. Over sierteelt en ondermijning, februari, 2021 (in opdracht van het Programma Weerbare Sierteeltsector).
2.1.2 Regiofunctie Groningen vervult een regiofunctie met onder andere een riant aanbod van horeca, detailhandel, evenementen, onderwijsinstellingen (universiteit en hogeschool) en betaald voetbal. Dit creëert levendigheid en gezelligheid.
9
De 24/7-opening van de horeca is een Gronings handelsmerk. Bezoekers zijn letterlijk altijd welkom. De aantrekkelijke kanten van de stad dragen eraan bij dat de criminaliteit niet zo opvalt. De stad heeft echter ook aantrekkingskracht vanwege illegale prostitutie, pokertoernooien en drugs. Er is naast de coffeeshops een goed georganiseerd illegaal aanbod van drugs. De horeca heeft een 24/7-karakter en daarmee de drugsmarkt. Veel respondenten wijzen op normalisatie van drugsgebruik, onder meer onder een categorie studenten, jonge Groningers en personen die frequent de horeca bezoeken. De grote vraag naar drugs trekt dealers aan, ook van buitenaf. In de jaren negentig trokken criminele groepen vanuit de Randstad – onder andere uit het (latere) topsegment - naar (pandjes in) Groningen, waar ze zich onder andere stortten op drugshandel. De grootste stad in het Noorden is een plaats waar mensen elkaar ontmoeten. Dit geldt ook voor criminelen die elkaar fysiek treffen. Bij criminele ontmoetingen wordt geprofiteerd van de 24/7-opening van de horeca. Afspreken kan letterlijk altijd, ook na sluiting van de horeca in de Randstad of elders in Noord-Nederland. Als criminele ontmoetingsplaats wordt niet alleen gebruik gemaakt van horeca (in het centrum, in de Nieuwstad en wijkgerichte horeca), maar ook van bedrijfspanden en sportwedstrijden.
Een categorie rijk geworden Groningse criminelen of opportunisten - het onderscheid is ingewikkeld organiseert legale of illegale evenementen, zoals pokertoernooien. Criminele ontmoetingsplaatsen zijn locaties waar vraag en aanbod elkaar vinden. Er komen kopstukken, maar ook regelaars, specialisten en uitvoerders. Het is karakteristiek voor Groningen dat er locaties zijn waar het onderscheid tussen onderwereld en bovenwereld vervaagt, ook door de ogen van goed ingevoerde respondenten. Er worden in geijkte kringen onderling (soms hele blokken met) panden verkocht. In opeenvolgende transacties schuilen kansen om geld wit te wassen.
2.1.3 Groningse drugscriminelen: in de luwte Er bestaan onder respondenten verschillende beelden over het dominante patroon wat betreft de georganiseerde drugscriminaliteit in Groningen (stad en provincie) en die in Friesland en Drenthe. Wat de stad Groningen betreft valt op wat, op basis van beschikbare justitiële informatie, niet wordt gesignaleerd, namelijk grootschalige drugsproductie in samenwerking met drugscriminelen uit de Randstad of NoordBrabant. De regionale Groningse infrastructuur wordt wel benut. Er wordt gewezen op criminele samenwerking tussen stad en Ommeland. Bijvoorbeeld netwerkjes uit Groningen die op het omringende platteland drugs produceren. Vooral hennep en soms synthetische drugs. Kopstukken uit de Groningse onderwereld zijn voor zover bekend niet opgeklommen naar de toplaag van de regionale drugsproductie. Er wordt wel op grote schaal verdiend aan bijna onophoudelijke drugshandel in de stad. In Friesland en Drenthe zien respondenten grootschaliger en beter georganiseerde drugsproductie dan in de stad Groningen. Criminele netwerken uit de Randstad en uit Noord-Brabant zetten hier vaker grote drugsproductielocaties op. Deels als zelfstandige activiteit en deels wordt samengewerkt met lokale criminele netwerken. Zo haakt de regionale drugsinfrastructuur aan op de landelijke, al staan nationale spelers hoger in de pikorde dan die in Noord-Nederland.
De organisatiegraad en know how van criminele drugsnetwerken in Drenthe en Friesland groeien wel, zo constateren respondenten. Door de bovenstaande patronen ontstaat een opsporingsspagaat. De nationale drugscriminaliteit komt in Friesland en Drenthe in beeld en krijgt prioriteit, mede omdat op basis van beschikbare informatie (onder andere via gekraakt crimineel berichtenverkeer) opsporingsindicaties
Ruim tien jaar geleden onderzochten Van Nieuwenhuis en Postmes het grensoverschrijdend gedrag onder Groningse studenten. Volgens hen bleef dat toen binnen de perken. Ze stellen: “Ten eerste valt op dat het beeld van Groningse studenten niet overeenkomt met het gedrag van de overgrote meerderheid. Al met al gedragen de meeste Groningse studenten zich heel keurig. Problemen met drugs, geweld en criminaliteit lijken incidenteel.” (Van Nieuwenhuis en Postmes, 2010, p. 2) In 2021 deed de Hanzehogeschool onderzoek naar drugsgebruik onder Groningse studenten. Ruim 95 procent gebruikte wel eens softdrugs en 65 procent consumeerde wel eens xtc of mdma. Een veel kleinere categorie zegt frequent drugs te gebruiken: ruim 72 procent gebruikt een paar keer per jaar of minder, bijna 17 procent eens per maand, en tien procent een keer per week of meer. Vanwege corona is het enquêteonderzoek op een aangepaste manier uitgevoerd, namelijk online: “Wanneer je een enquête online uitzet, zal het vrijwel zonder uitzondering mensen aantrekken die iets met het onderwerp van de enquête hebben. Als je dus studenten gaat vragen naar hun drugsgebruik, zullen studenten met drugservaring dus eerder de enquête invullen dan studenten die nog nooit drugs geprobeerd hebben.” Bron: https://hanzemag.nl/groningse-studenten-en-drugs-veel-xtc-en-thc-weinig-ghb-en-lsd/
1
10
beschikbaar zijn. Dit is begrijpelijk, al plaatst dit Groningse (drugs)criminelen in de luwte. Ze communiceerden in hun geografisch geconcentreerde netwerkjes klaarblijkelijk anders, niet via cryptoberichten, maar onder andere op hun ontmoetingsplekken. “Beetje knullig, maar veilig”, aldus een respondent. De informatie over deze Groningse drugscriminaliteit komt onder meer in beeld via signalen en vermoedens in de basisteams en bij gemeenteambtenaren. Ook dat resulteert in opsporingswensen, maar dan eerder lokale opsporing.
Tabel 2.2: Situationele criminele gelegenheidsstructuren in en rondom de stad Groningen
Een sub-infrastructuur voor (drugs)criminaliteit - Nederlandse infrastructuur: riante kansen voor
- Criminele netwerken in Groningen - Regionale drugscriminaliteit (stad en Ommeland) - Grootschalige drugshandel - Justitiële prioriteit & informatie - Bij harde informatie over drugscriminaliteit: vaak buiten Groningen - Groningse netwerken in de luwte
Tabel 2.3: Overzicht van locaties met drugsproductie wat betreft synthetische drugs, GHB of een cocaïnewasserij in de eenheid NoordNederland, uitgesplitst naar Groningen, Friesland en Drenthe, in de periode van 2017 tot en met de eerste helft van 2021. Provincie Groningen
Synthetische drugs 6 waarvan methamfetamine 1 GHB Cocaïne-wasserij -
Provincie Friesland
Synthetische drugs 12 waarvan methamfetamine 2 GHB Cocaïne- wasserij -
Provincie Drenthe
Synthetische drugs 19 waarvan methamfetamine 3 GHB 3 Cocaïne-wasserij 1
internationale drugscriminaliteit - Sub-infrastructuur in Noord-Nederland - Grensligging - Ontsluiting naar drugsmarkten in Duitsland en Scandinavië - Zeehavens: open karakter, slecht beveiligd - Waddenzee: geschikt en benut voor drugsimport (cocaïne) - Bloemenveiling en sierteelt: grootschalige/ hoogfrequente vervoersstromen, met weinig controle en toezicht Regiofunctie stad Groningen - Stad met aantrekkingskracht en sfeer: criminaliteit valt niet op - 24/7-horeca: handelsmerk van de stad - Stad met aantrekkingskracht vanwege semilegale/ illegale producten - Prostitutie | pokertoernooien | drugs - Dealers van buitenaf actief / gevestigd in Groningen - 24/7-horeca: impuls voor drugsmarkt - 24/7-horeca: altijd beschikbaar voor criminele ontmoetingen Groningse drugscriminelen: in de luwte - Criminele netwerken Drenthe & Friesland - Aangehaakt bij (inter)nationale drugscriminaliteit
Bron: politie-eenheid Noord-Nederland.
2.2 Economisch 2.2.1 De economische onderkant van Groningen In de gesprekken werd vaak gewezen op armoede in de stad en provincie Groningen. Dat valt te begrijpen op basis van gegevens van het Sociaal en Cultureel Planbureau over huishoudens die in armoede leven. Die armoede is (met scores rond de tien procent) geconcentreerd in Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. Als wordt gekeken naar de 35 zogenoemde arbeidsmarktregio’s, spant de regio Groningen de kroon, waar elf 12
van de 27 gemeenten een bovengemiddeld armoedepercentage noteren. De hoogste armoedescore heeft de stad Groningen (8,6%), al scoort de hele strook gemeenten in OostGroningen - langs de Duitse grens - ongunstig. Eemsmond, Delfzijl en Bellingwedde scoren minimaal 6,5 procent, net als Pekela en Hoogezand-Sappemeer. Wat de stad Groningen betreft, wordt gewezen op sociaaleconomische ongelijkheid die als een soort scheidslijn door de stad loopt. Daarbij wordt grofweg onderscheid gemaakt tussen aan de ene kant het kwetsbare Noorden, en aan de andere kant het centrum en het Zuiden van de stad. Het betreft verschillen tussen hoog opgeleid, (een kans op) een koophuis en zelfredzame sociale netwerken versus laag opgeleid, huurwoningen en bescheiden hulpbronnen. Respondenten wijzen op criminele gelegenheidsstructuren vanwege forse economische achterstanden: Criminele zelfredzaamheid (vanaf de jaren tachtig): hennepteelt. Hennepteelt wordt in de jaren tachtig ontdekt als grote en eenvoudige inkomstenbron. Aanvankelijk wordt deze markt gedomineerd door autochtone netwerken, met onder meer brandhaarden in de Oosterparkbuurt en op en rondom woonwagencentrum De Kring. En wat later in onder meer Paddepoel, Lewenborg en Selwerd. Het duurde lang voordat (in de vorige eeuw) de ernst doordrong tot politie, gemeente en autoriteiten. Jongeren en jongvolwassenen: criminaliteit als kans.
De criminele (drugs)wereld heeft aantrekkingskracht op jongeren en (jong) volwassenen. Die wereld komt in kwetsbare wijken dichtbij. Respondenten zijn bezorgd omdat jongeren lichtzinnig criminele opdrachten en inkomsten accepteren. Illegale kansen worden afgezet tegen teleurstellingen of problemen in het reguliere leven. Criminele inkomsten kunnen (ogenschijnlijk) problemen oplossen. Het criminele (drugs)circuit lijkt een route naar status, contacten, spanningen en kansen.
Op criminele ontmoetingsplaatsen - zoals horeca, hangplekken en social media - worden criminele opdrachten uitgezet. ekrutering van beïnvloedbare personen. R Criminelen rekruteren voor eenvoudige en risicovolle activiteiten afhankelijke mensen, zoals personen zonder woonruimte, licht verstandelijk beperkten (LVB’ers) of schuldenaars. Criminelen ronselen in Groningse achterstandswijken. Loopjongens en loopmeisjes worden niet alleen ingezet in de drugswereld, maar ook als geldezel (tegen betaling een bankrekening ter beschikking stellen om misdaadgeld te storten). De omvang van dit verschijnsel mag niet worden onderschat, zo benadrukken respondenten. In één netwerk, met een kern van frauderende kopstukken, kunnen alleen al meer dan vijfhonderd jongeren en jongvolwassenen digitaal worden benaderd. Zie verder hoofdstuk 3. lantenwerving: criminele afzetmarkten. K In achterstandswijken worden klanten geworven voor (illegale) verslavende producten: softdrugs, harddrugs, lachgas en zo nu en dan illegaal gokken. Er wordt in of vanuit horeca en detailhandel verkocht, op straatlocaties en door bezorging aan de deur of op een andere locatie. Er schuilt een dubbel risico in de verkoop van verslavende producten aan kwetsbare groepen. Los van gezondheidsrisico’s verstoort drugsgebruik het werk- en studieritme, waardoor kwetsbare personen achterop raken.
Voorts kunnen uitgaven aan verslavende producten leiden tot schulden (bij criminelen), hetgeen de opstap kan zijn tot criminele intimidatie en rekrutering. oedkoop stedelijk vastgoed als G investeringsobject. Groningen telt veel huisjesmelkers. Dat zijn vastgoedondernemers die panden opkopen, er zo min mogelijk in investeren en de huur juist maximaliseren. Groningen is voor huisjesmelkers een aantrekkelijke stad, onder andere omdat in achterstandswijken lange tijd voldoende aanbod was van geschikte woningen. Daar werden panden opgekocht en dat kreeg een impuls tijdens de economische crisis omstreeks 2008.
Bron: https://digitaal.scp.nl/armoedeinkaart2019/waar-wonen-de-armen-in-nederland/ Om misverstanden te voorkomen. Het gaat dus niet om vijfhonderd jonge criminelen, maar om jongeren en jongvolwassenen die in dit netwerk kunnen worden benaderd, ook door de criminele of verdachte kern.
2 3
13
Er wordt in die jaren tegen een lage prijs gekocht. Huisjesmelkers werden zo een machtsfactor in deze wijken. oedkoop en afgeschermd (agrarisch) G vastgoed in het buitengebied. In het Ommeland is, met name tussen de stad Groningen en de Duitse grens, goedkoop vastgoed beschikbaar: agrarisch vastgoed en panden op bedrijventerreinen. Het is een anoniem gebied. Dit is een ideale omgeving voor drugsopslag, drugsvervoer en drugsproductie. en afkeer van autoriteiten. E Economische achterstanden in de provincie Groningen zijn onder andere geconcentreerd in het zogenoemde gaswinnings- en aardbevingsgebied. De emotionele en economische schade is lang miskend door de (Haagse) overheid. Tot op de dag van vandaag is de overheid benadeelden niet tegemoetgekomen. Bewoners voelen een diepe afkeer tegenover autoriteiten. Dit vergroot de mogelijkheden voor organiserende criminelen om met succes een pand te huren. De overheid laat op zich wachten, maar een crimineel betaalt.
2.2.2 Machts- en vastgoedposities: een Gronings fenomeen Er is in de stad Groningen een categorie particuliere vastgoedbezitters en -investeerders met een stevige portefeuille. Een categorie vastgoedinvesteerders komt in beeld met vastgoedaankopen vanaf ongeveer 2000, onder meer tijdens de economische crisis omstreeks 2008. Ze richten zich met name op panden die worden gebruikt voor kamerverhuur en in mindere mate op horecavastgoed. Daaronder bevinden zich huisjesmelkers die weinig investeren en maximale huur vragen. Een categorie huisjesmelkers is opportunistisch, maar houdt criminaliteit op afstand en benut bestaande regels en omstandigheden. Een andere categorie overtreedt systematisch regels (bij verbouwingen of bij verhuurpraktijken), zonder dat er zicht is of was op investeringen met crimineel geld. Een andere categorie lijkt afkomstig uit netwerken met criminele inkomsten, al is dat op casusniveau voor respondenten vaak niet helder: respondenten maken verschillende inschattingen
over dezelfde vastgoedeigenaren. Wat de precieze achtergrond ook is van (rechts)personen met veel panden, ze kopen veel vastgoed en blazen daarmee de woningmarkt op. Als een pand aantrekkelijk is om - met wat vlugge slagen – op te knappen en vervolgens te verhuren of te verkopen, is de kans groot dat één van de geijkte huisbazen dat doet. Op die manier domineren huisjesmelkers de markt van kamerverhuur. In de crisisperiode worden projecten ontwikkeld, terwijl in die tijd nauwelijks achtergrondonderzoek wordt gedaan. Gewoonweg omdat dit toen niet gebeurde, al werd - onder die lastige economische omstandigheden – de voortgang van die projecten ook belangrijk gevonden. Het bood een gelegenheidsstructuur voor onder andere ondernemers waarvan later bleek dat ze zich tenminste weinig aantrekken van bouwregels. De opgebouwde machts- en vastgoedposities bieden kansen om het vermogen legaal uit te bouwen, met nieuwe investeringen die kunnen worden verantwoord uit opbrengsten uit verhuur en verkoop. De vastgoedsector biedt daarnaast kansen om geld wit te wassen, onder meer bij verbouwingen en bij (frequente) doorverkoop. Woonruimte is schaars en daarmee een pressiemiddel. Richting studenten om hoge prijzen en slechte omstandigheden te accepteren, alsook richting kwetsbare groepen om (legale of illegale) wederdiensten te vragen voor woonruimte.
Voorts bieden panden mogelijkheden om drugsproductie te faciliteren of om criminelen onderdak te bieden. De opgebouwde machtsposities hebben een pijnlijke consequentie. De direct besteedbare financiële middelen van opportunistische vastgoedbezitters zijn aanzienlijk groter dan die van de gemeente, zeker op handhavings- en veiligheidsafdelingen. Tabel 2.4: Gegevens op basis van het zogenoemde dashboard Zicht op Ondermijning (19 juli 2021) over vastgoed in de gemeente Groningen [zie voor meer informatie tabel 3.2] Ten aanzien van het profiel ‘alleenbestuurder van een stichting’ (en tevens eigenaar van een woning)’ scoort de gemeente Groningen 2,3%. Dat is veel hoger dan het landelijke gemiddelde van 1%. Dit zijn 1.460 woningen.
14
Met name de wijk Centrum scoort erg hoog; 11,1%. Wanneer een stichting slechts één bestuurder heeft, is de continuïteit van die stichting minder of niet gewaarborgd. Bovendien zijn er geen andere bestuurders die toezicht houden en medeverantwoordelijk zijn. Daardoor kunnen stichtingen met één bestuurder vrijer te werk gaan, zonder dat er veel controle op is. Dit hoeft geen probleem te zijn, maar biedt wel extra ruimte om de stichting te misbruiken als dekmantel voor (het faciliteren van) criminele activiteiten. 4 Bijna letterlijk geciteerd uit aangeleverd bronbestand.
2.2.3 Veel bedrijventerreinen: weinig oog voor ondermijning De stad Groningen telt 24 bedrijventerreinen, waar ruim vierduizend bedrijven zijn gevestigd. Er bestaat sinds de jaren negentig een publiekprivate stichting voor de beveiliging. Hierin is het bedrijfsleven vertegenwoordigd, net als de gemeente, brandweer en politie. Het veiligheidsbeleid was gericht op schoon, heel en veilig. In de praktijk had dit betrekking op bedrijfsinbraken (geen open deuren of open ramen), gevaarlijke situaties en brandveiligheid. Daarop was de private beveiliging alert. Sinds ongeveer een jaar is het thema ondermijning geagendeerd. Dit werd kracht bijgezet door schouws op straatniveau, zodat de ogen werden geopend voor incongruenties: omstandigheden en gedragingen die lijken te wijzen op criminaliteit of systematische regelovertreding. Zie tabel 2.4 voor een opsomming. Tabel 2.5: Incongruenties op Groningse bedrijventerreinen Bij observaties op kwetsbare Groningse bedrijventerreinen springen incongruenties in het oog, zoals: ergaande bedrijfsbeveiliging die niet valt te V rijmen met de legale activiteit van het bedrijf (bijvoorbeeld hoge hekken en enkele uiterst agressieve honden); Auto’s die te koop staan, onder een dikke laag stof;
e onmogelijkheid om als reguliere klant een D bedrijf te betreden, tenzij wordt aangebeld of een 06-nummer wordt gebeld; Bedrijven met een uitermate klantonvriendelijke uitstraling en/of totale verbazing als een klant het bedrijf betreedt; Opzichtige illegale bewoning, onder meer door arbeidsmigranten. In elk geval van woningen en bedrijfspanden en mogelijk zelfs van opslaglocaties; Illegale horeca; Veel zwerfvuil, tot aan autowrakken aan toe; Garagebedrijven die in de ochtend geen intake hebben van klanten, terwijl er wel de hele dag mensen (personeel?) aanwezig zijn. Locaties waar auto’s met Duitse kentekens komen, terwijl de bedrijven producten verkopen die ook (en mogelijk goedkoper) te koop zijn in Duitsland. Het lijkt eerder om ontmoetingen te gaan dan om handel.
Er zijn in Groningen nieuwe bedrijventerreinen gerealiseerd, terwijl oude terreinen in verval raakten, zoals Hoendiep en Witte Lam, en ook de Duinkerkenstraat en omgeving. Kwetsbare terreinen maken criminele praktijken mogelijk vanwege de hoge mate van anonimiteit en de lange tijd onzichtbare overheid. Dat laatste resulteerde in achterstallige handhaving. Dit kantelt inmiddels, want de ondermijning op de bedrijventerreinen is – in eerste instantie vooral door de politie geagendeerd. Dat heeft geleid tot analyses en interventies, waarbij de gemeente het voortouw neemt. Zie hoofdstuk 5.
2.2.4 Risico-branches: verdachte Groningse netwerkjes Respondenten zien in de stad verdachte omstandigheden en gedragingen rondom bedrijven uit risico-branches. Dit is niet ‘verstopt’ op bedrijventerreinen die een soort niemandsland zijn. Het betreft niet alleen achterstandswijken, want het is ook zichtbaar is het stadscentrum. Letterlijk op steenworp-afstand van het hoofdbureau van politie aan de Rademarkt. Een analyse van strafdossiers (Kruisbergen e.a., 2015) laat zien dat daders die actief zijn met drugscriminaliteit, 15
mensenhandel en illegale wapenhandel vooral investeren in groot- en detailhandel (bijvoorbeeld bedrijven die goederen importeren en exporteren), autobedrijven, kledingwinkels, coffeeshops, hotels, cafés, restaurants, transportbedrijven, bordelen en financiële dienstverleners. In fraudeen witwaszaken wordt vaker geld gestoken in vastgoedbedrijven en financiële dienstverlening. Een literatuurstudie van Bolsius e.a. (2018) wijst daarnaast op onder meer growshop-toeleveranciers, belwinkels, kapperszaken en massagesalons. Respondenten wijzen op Groningse netwerkjes die actief zijn in risicobranches en die ze - op basis van observaties en professionele vermoedens en/of (controle)bevindingen - in verband brengen met strafbare feiten en/of systematische overtredingen. Bijvoorbeeld: nkele vastgoedinvesteerders werken samen E met aannemers of klusjesmannen en lijken verbouwingen deels contant te betalen; mogelijk wassen ze zo geld wit, al voegen respondenten eraan toe dat dit lastig valt aan te tonen. r kwamen netwerken in beeld waar growshops E en hennepteelt samen kwamen. Vandaag komen (door het verbod op voorbereidingshandelingen) informele growshops in beeld. Zo ook een shop waar klanten kwamen uit de hele Noordelijke regio. Er werden hennepkwekerijen opgerold die door deze shop waren gefaciliteerd.
Deze informele growshop maakt deel uit van het sociale circuit rond een Gronings netwerkje. Een groepje lokale ondernemers treedt via sponsoring op als weldoener. Het betreft een locatie waar de politie met regelmaat aanhoudingen heeft verricht. De ondernemers zijn onder meer actief in de horeca, metaalsector, vastgoedwereld en gokbranche. In de stad wordt een informele growshop aangetroffen. Boven deze shop was een informele horecazaak gebouwd waar onder meer leden van een outlaw motorgang kwamen, afkomstig uit stad en Ommeland. ia een opsporingsonderzoek naar een allochtoon V netwerkje in een Groningse achterstandswijk, komt de politie uit op een locatie in het
buitengebied waar drugs wordt geproduceerd. Daar staan busjes van een ondernemer die afkomstig is uit de woonwagenwereld. Achterin worden grondstoffen voor de productie van synthetische drugs aangetroffen. Tabel 2.6: Economische criminele gelegenheidsstructuren in en rondom de stad Groningen De economische onderkant van Groningen - Hoge geregistreerde armoede - Stad Groningen - Oost-Groningen, m.n. langs de Duitse grens - Criminele kansen vanwege economische achterstanden - Hennepteelt als zelfredzaamheid - Criminaliteit als kans volgens jongeren jongvolwassenen - Criminele rekrutering en klantenwerving (m.n. drugs en lachgas) - Goedkoop vastgoed: investeringsobject en melkkoe - Goedkoop vastgoed buitengebied: geschikt voor drugscriminaliteit Machts- en vastgoedposities - Stad met veel huisjesmelkers - Groot geworden vanaf 2000, impuls tijdens crisis (ca. 2008) - Dominante positie bij kamerverhuur - Bestendiging economische machtspositie - Hoge legale inkomsten - Criminele kansen, o.a. witwassen Bedrijventerreinen - Overschot aan bedrijventerreinen - Kwetsbare onderkant - Tot voor kort beleidsmatig geen oog voor ondermijning - Op straatniveau veel incongruenties: omstandigheden die lijken te wijzen op regelovertreding of criminaliteit, zoals illegale bewoning (door arbeidsmigranten).
Risico-branches: verdachte Groningse netwerkjes - Risicobranches zichtbaar in de stad - Groningse verdachte netwerkjes actief in risicobranches, zoals vastgoed, (informele) growshop, horeca, beautysector en speelautomatenbranche 16
2.3 Cultureel Groningen wordt (begrijpelijkerwijs) gezien als een gezellige stad, met regionale voorzieningen, waar het studentenleven is vermengd met het stadsleven, zeker in de horeca. De 24/7-opening van de Groningse horeca zegt veel over de stad, in die zin dat de opvatting overheerst dat de overheid terughoudend dient te zijn bij het opleggen van beperkende regels. Die terughoudendheid heeft van Groningen een levendige stad gemaakt. Het resulteerde daarnaast in over-optimisme over het sociale leven van jongeren en in onderschatting van de noodzaak om grenzen te stellen. Dit uit zich op de volgende manieren: E en handhavings-arme stad. Groningse ondernemers zijn zelfredzaam en tonen initiatief. Dat heeft gunstige effecten, al gaat het gepaard met regelovertreding. Verbouwingen hebben bijvoorbeeld plaats zonder vergunning of zijn in strijd met de verleende vergunning. Er wordt geanticipeerd op een overheid die niet handhaaft. Zo konden (vastgoed)investeerders veel zaken naar hun hand zetten. Veelzeggend is een interview, op het politiebureau, waarbij de respondent naar het raam loopt en wijst op een pand waar illegaal een etage te veel is gebouwd. Handhaving zou volgens hem een automatisme moeten zijn, maar is dat niet. Het gebeurt letterlijk waar je bij staat, constateert hij.
De consequentie van systematische regelovertreding is dat een categorie Groningse ondernemers de lokale overheid niet serieus neemt en zich onaantastbaar waant, omdat ze zelfs wegkomen met opzichtige illegale praktijken.
O ver-optimisme: het lokale studentenleven. Er heerste lang een overoptimistisch beeld van het Groningse studentenleven, waardoor enkele hardnekkige problemen traag zijn geagendeerd. Ten eerste worden Groningse studenten onder druk gezet door huisjesmelkers. Slechte woonomstandigheden, hoge huurprijzen en diefstal van de borg dient een aanzienlijke categorie te accepteren, omdat studenten anders op straat worden gezet of worden geïntimideerd. Studenten tellen hun knopen. Ze wonen enkele jaren in de stad en daarom accepteren ze voor enige tijd foute huisbazen, totdat ze wat anders hebben gevonden of de stad weer verlaten. Ten tweede signaleren respondenten dat drugsgebruik onder een categorie studenten is genormaliseerd. Ten derde is het studentenleven onrustig. Veel studenten dicht op elkaar in krappe woningen, in een leefomgeving met een 24/7-aanbod van horeca en drugs. Tabel 2.7: Culturele criminele gelegenheidsstructuren in de stad Groningen - Handhavingsarme stad - Terughoudendheid bij opleggen beperkende regels - Non-handhaving bij regelovertreding - Profiterende regelovertreders, o.a. in vastgoedwereld - Over-optimisme: (lang) onderschatting van... - Kwetsbaarheden en problemenjongeren - Optelsom studenten-problemen: huisvesting, drugs en drukte
O ver-optimisme: kwetsbare groepen (jongeren). De problemen van kwetsbare jongeren in probleemwijken worden onvolledig onderkend. Er wordt al snel gedacht dat het niet zo erg is als in de Randstad, terwijl respondenten met straat- en wijkinformatie zien dat veel of alle Randstedelijke problemen Groningen bereiken, zij het met enkele jaren vertraging. Ze wijzen onder meer op problematisch drugsgebruik, wapenbezit onder jongeren, wapengeweld en personen die als geldezel worden gerekruteerd.
18
2.4 Gemeentelijk beleid: trage agendering van ondermijning Beleidstekorten in de gemeentelijke organisatie dragen bij aan criminele gelegenheidsstructuren. Hoofdstuk 5 gaat uitgebreid in op het gemeentelijke beleid, al benoemt deze paragraaf enkele belangrijke factoren die mede verklaren waarom Groningse criminele netwerken kansen krijgen. Het betreft: E en kleine OOV-organisatie. Ongeveer een decennium geleden (in 2010) telde de Groningse veiligheidsorganisatie – dat wil zeggen: de ambtenaren openbare orde en veiligheid die onder meer beleidsadviezen verstrekken aan de burgemeester (verder: OOVorganisatie) – zes personen, waaronder één Bibob-specialist die verwikkeld raakte in een jarenlange bureaucratische strijd met (netwerkjes rondom) twee dubieuze ondernemers. Vandaag de dag telt deze afdeling 16 fte, waaronder één specialist ondermijning die samenwerkt met een analist. Dit is nog altijd erg weinig voor een centrumstad met ruim 230.000 inwoners. Ter vergelijking. In de universiteitsstad Nijmegen (ruim 177.000 inwoners) telt de OOV-organisatie ruim 30 fte. Arnhem heeft (met 15 fte) bijna evenveel veiligheidsambtenaren als Groningen, maar kampt met een stevig tekort en telt bovendien ‘slechts’ ruim 160.000 inwoners (Rekenkamer Arnhem, 2020). B eleidstekorten in het Groningse Ommeland.
Respondenten constateren dat de OOV-formatie in de stad nog altijd riant is, in vergelijking met Groningse gemeenten in het Ommeland. Daar is ondermijning een neventaak van één of enkele veiligheidsambtenaren. De agendering van ondermijning verloopt traag vanwege politiekbestuurlijke blokkades. De consequentie is dat er rondom de districtelijke driehoek (burgemeesters, officier van justitie en sector-chef van de politie) geen ambtelijk voorportaal is dat - in samenwerking met het RIEC - de bestuurlijke en integrale aanpak van ondermijning in de provincie Groningen gestalte kan geven.
K lantgerichtheid. De klantgerichtheid gaat ver bij de gemeente Groningen. Er worden op beperkte schaal integriteitsonderzoeken in het kader van de Wet Bibob uitgevoerd. Bijvoorbeeld niet bij overheidsopdrachten en vastgoedtransacties. Het is voorts gemakkelijk om digitaal een verhuizing door te geven. Dit werkt verschillende vormen van fraude in de hand, zoals uitkeringsfraude of woonfraude. C ollusie: ons-vertrouwd(e)-ons. Er bestonden lang korte lijnen tussen aan de ene kant bestuurders en topambtenaren en aan de andere kant Groningse ondernemers. Het heeft ertoe geleid – met een piek in de economische crisis omstreeks 2008 – dat publieke belangen ongemerkt vermengd zijn geraakt met de particuliere belangen van ondernemers die regels overtraden of mogelijk witgewassen misdaadgeld hebben geïnvesteerd in vastgoed en bouwprojecten. Die vermenging wordt collusie genoemd (LIEC, 2019). Vandaag de dag wordt onderkend dat zorgvuldiger besluitvormingstrajecten nodig zijn, waaronder een achtergrondonderzoek, inclusief Bibobtoetsing. Tabel 2.8: Beleidsmatige (gemeente) criminele gelegenheidsstructuren in en rondom de stad Groningen - Stad Groningen - Ambtelijke veiligheidsorganisatie is (ver) achterop geraakt - Onbedoelde facilitering ondermijning: collusie (ca.
2008) en doorgeschoten klantgerichtheid - Ommeland Groningen -O ndermijning als neventaak van ‘enkele’ veiligheidsambtenaren - Stagnerende regionale agendering / aanpak van ondermijning
2.5 Afsluiting Er bestaan alles bij elkaar heel wat criminele gelegenheidsstructuren in Groningen. Het volgende hoofdstuk verkent tot welke praktijken dit heeft geleid. Daaruit blijkt dat de Groningse ondermijning enkele karakteristieke kenmerken heeft. Groningen telt heel wat vrije jongens met schadelijke macht en invloed in de stad. 19
3 ONDER MIJ NENDE PRAK TIJKEN 21
Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft en analyseert op hoofdlijnen ondermijnende praktijken in de stad Groningen. Dat wijkt op onderdelen, zo werd in het vorige hoofdstuk geconstateerd, af van gangbare landelijke analyses. De hennepteelt (zie paragraaf 3.1) levert een gebruikelijk beeld op, in die zin dat het opkomt in de jaren tachtig als een vorm van georganiseerde criminaliteit die lang niet in het oog sprong, maar wel een stevig fundament heeft gelegd onder lokale criminele structuren. Wat opvalt, is dat de stap naar andere drugsproductie, met name synthetische drugs (xtc en amfetamine), nauwelijks lijkt te zijn gezet. We blijven steken op wat losse signalen, zoals grondstoffen in bedrijfsbusjes, aangetroffen in het Ommeland. Het is in Groningen een terzijde en geen rode draad. In de Groningse top-3 wat betreft ondermijning staan, naast hennepteelt, drugshandel en allerhande gedoe met vastgoed en huisjesmelkerij. De drugshandel ligt op een opvallend hoog niveau. Zie paragraaf 3.2. De stad is ermee doorspekt, zowel op straat, in de immer geopende horeca als op digitale netwerken. Die digitale netwerken blijken een groot bereik te hebben, van kwetsbare Groningse wijken tot Delfzijl. De lokale drugswereld maakt slachtoffers onder jongeren en jongvolwassenen, terwijl tegelijkertijd agressieve jonge daders - bij drugshandel en ‘klassieke’ straatroven - in beeld komen.
Paragraaf 3.3 gaat in op forse investeringen van netwerkjes in Gronings vastgoed, hetgeen veel schade veroorzaakt en heeft geresulteerd in private machtsposities. Hoe die netwerkjes zich precies verhouden tot de onderwereld en de bovenwereld, ligt ingewikkeld. We kunnen op basis van een interviewronde de losse einden wat dat betreft niet aan elkaar knopen. Redenen tot zorg zijn er in elk geval, al is het maar omdat het Groningse studentenleven door de kamer-verhurende subsector stevig in de war wordt geschopt. Jongeren in de hoog opgeleide ‘bovenlaag’ zijn in menig opzicht afhankelijk van het woningaanbod door een opportunistische onderstroom in de stad. Opkooppraktijken hebben – in combinatie met oorzaken die schuilen in de Haagse politiek - de huizenmarkt in (ooit) ‘betaalbare’ Groningse wijken overhoop gehaald. Het illustreert op microniveau dat de machtsverhoudingen in de stad zijn gekanteld. Ten nadele van lokaal bestuur, politie en justitie en in het voordeel van Groningse vastgoed-
opportunisten. Uit het gedrag van lokale kopstukken spreekt dat ze dit zich realiseren, omdat ze het er zo en dan inpeperen. Naast de genoemde top-3 gaan we in op mensenhandel (paragraaf 3.4) en op een opzichtig verschijnsel in de stad, namelijk de optelsom van sporen van verval en verloedering, mede vanwege achterstallig handhavingsonderhoud (paragraaf 3.5). Paragraaf 3.6 behandelt andere fenomenen, waaronder witwassen en de geregistreerde verdachte transacties in de stad. Paragraaf 3.7 is een korte afsluiting.
3.1 Drugsproductie: Groningen als hennepstad Vanaf de jaren tachtig en negentig wordt hennepteelt een stevig verdienmodel voor sturende en organiserende criminelen. Plus een interessante bijverdienste voor mensen die woonruimte of een schuur ter beschikking stellen voor teelt. Respondenten zien dat het misdaadbeeld in die periode wijzigt in volksbuurten. Namelijk van gewelddadige netwerkjes die slachtoffers maken met inbraken, overvallen en kluis-kraken, naar afgeschermde hennepteelt. Het brengt orde en rust op straat, net als op en rondom woonwagencentrum De Kring. De belangen van profiterende bewoners kwamen anders te liggen. Er bestaat geen behoefte meer aan aandacht en aanwezigheid van de politie, dus wordt de confrontatie minder vaak gezocht. Ordeproblemen worden bij voorkeur in eigen kring opgelost. Destijds werd die rust gewaardeerd, al stonden bij velen - aan de kant van de overheid - de hoge hennepinkomsten nog niet op het netvlies. In achterstandswijken was toen al lang en breed bekend geraakt dat, met een goed ingericht hennephok, een jaaromzet van vele tienduizenden guldens kon worden gerealiseerd. Vanwege actuele lokale stromen van hennep-geld breekt een politie-expert een lans voor het prioriteren van hennepteelt bij de aanpak van ondermijning.
Als grote drugslabs in het Noorden worden opgezet, verdwijnt veel geld naar netwerken en kopstukken in de Randstad of in Zuid-Nederland. Het hennepgeld slaat echter neer in de Groningse economie. Hennepteelt tilt Groningse criminelen zo in het zadel. 22
De hennepteelt is verankerd in stad en ommeland. Respondenten wijzen op de volgende patronen bij deze Groningse hennepteelt: A. Hennep als instapmarkt B. Samenwerking in kleine kring C. Ruimte voor hennepteelt D. Criminele generalisten E. Agressieve ripdealers
Ad a.) Hennep als instapmarkt Hennepteelt is verankerd in Groningse wijken en sociale structuren. Tussen 2016 en half november 2021 registreerde de politie in de gemeente Groningen 562 keer inzake ‘vervaardigen softdrugs’: 275 keer in basisteam Noord, 211 keer in basisteam Zuid en 76 keer in basisteam centrum. De know how voor de teelt is aanwezig. De aanleg wordt georganiseerd met klusjesmannen, aannemers en elektriciens en met (informele) growshops. Personen uit deze netwerkjes treffen elkaar, net als andere criminelen of kandidaat-criminelen, op ontmoetingsplekken in de stad. Op die manier komt hennepteelt dichtbij en worden personen gerekruteerd om uitvoerend werk te verrichten of om een ruimte beschikbaar te stellen voor teelt. De opbrengsten zijn op netwerk-niveau riant. Een doorsnee kwekerij met tweehonderd planten levert in de tussenhandel, volgens behoedzame schattingen, circa € 23.000,- per oogst op, terwijl er vijf of zes keer per jaar kan worden geoogst. Financiers en organisatoren strijken het meeste geld op, gevolgd door personen die productielocaties regelen en inrichten. Door loopjongens en mensen die een ruimte ter beschikking stellen, worden honderden of enkele duizenden euro’s per oogst, week of maand verdiend. Dat is afhankelijk van de precieze activiteiten en positie.
Wie hennepplanten knipt, kan honderden euro’s verdienen op een volle werkdag, al wordt dat zelden duidelijk. Het gaat al met al om aantrekkelijke verdiensten, zeker voor mensen die kampen met schulden of die hun kwaliteit van leven willen verbeteren of behouden. Wat woonwagencentrum De Kring betreft, wijst (een uitvoerige beschrijving op) Wikipedia – wat de jaren negentig betreft - op
een zichtbare welvaartsstijging op dit ‘kamp’: “De buitenwereld begon ook iets te vermoeden toen woonwagenkinderen plots met duizenden guldens cash over straat gingen en dure aankopen deden en sommige bewoners ineens in dure auto’s reden en luxe woonwagens van wel 250.000 gulden aanschaften. Buurtbewoners zagen dat de straatverlichting regelmatig haperde als gevolg van de overbelasting van het stroomnet.” Ad b.) Samenwerking in kleine kring De hennepteelt in Groningen lijkt te worden gedomineerd door flexibele netwerkjes, opgebouwd rondom enkele sleutelfiguren, met daar omheen regelaars en uitvoerders. Er wordt opgetrokken door gezins- en familieleden en vrienden. Dat geeft houvast in een werkomgeving waarbinnen vertrouwen, zwijgzaamheid en afscherming belangrijk zijn. Tussen netwerkjes bestaan contacten. Faciliteerders, zoals growshops, bedienen verschillende netwerkjes. De organisatiegraad van de meeste netwerkjes in de stad wordt door experts - anders dan bijvoorbeeld in Leeuwarden of elders in Friesland - niet heel hoog ingeschat. Als belangrijke henneptelers worden onder andere enkele kopstukken op woonwagencentrum De Kring aangewezen, al wordt daaraan toegevoegd dat het gaat om eenvoudige (of zelf “knullige”) hennepteelt. Zie hoofdstuk 4.
Er wordt in de stad weinig of geen doorgroei geconstateerd van hennepteelt naar grootschalige en goed georganiseerde drugsproductie in de toplaag van de (Noord-)Nederlandse misdaad, met naast hennep bijvoorbeeld productie van synthetische drugs. Wel worden enkele Groningers getypeerd als grootschalige henneptelers, waarmee vooral lijkt te worden bedoeld dat systematische productie door de jaren heen heeft geresulteerd in een hoge omzet en dat ze goed weten hoe je een kwekerij verstopt en inricht. Ze behoren weliswaar niet tot de toplaag, maar ze hebben wel twee rechtse handen en tien groene vingers. Ad c.) Ruimte voor hennepteelt Groningse criminelen gebruiken de geboden ruimte voor hennepteelt. Experts constateren dat er, ondanks een afname van het aantal geruimde hennepkwekerijen (zie tabel 3.1), geen reden is om
Zie: Functioneel Parket Afpakken, 2016; Noordanus e.a., 2020. Bron: https://nl.wikipedia.org/wiki/De_Kring_(woonwagenkamp)#cite_note-nvhn46-60. Wikipedia verwijst naar: Nieuwsblad van het Noorden (6 april 2000). De hennepteelt is de onschuld voorbij.
5
6
23
aan te nemen dat de hennepcriminaliteit daalt. Energiemaatschappijen zien volgens hen jaarlijks ongeveer dezelfde stroomdiefstal. De belangrijkste (zichtbare) verandering is de afgenomen prioriteit voor hennepteelt bij politie en justitie. Het Noord-Nederlandse hennepteam van de politie is opgedoekt en in commissies die besluiten over opsporingsonderzoeken, constateren zij hennepmoeheid. Er zijn wel verplaatsingen, bijvoorbeeld vanaf het woonwagencentrum en vanuit woonwijken richting het Ommeland. Daar is letterlijk de ruimte, staan geschikte panden en wordt de kans op ontdekking verminderd vanwege de anonimiteit. Het verklaart waarom tamelijk eenvoudig opererende Groningse netwerkjes op hun manier floreren.
drugs wordt geproduceerd. Bij één casus komt daarbij samenwerking in beeld tussen gekende lokale criminele netwerkjes of families. Een drugslab in het Ommeland komt in beeld bij een opsporingsonderzoek naar allochtone drugshandelaren in de kwetsbare Groningse wijk, waarbij grondstoffen voor de drugsproductie worden aangetroffen in busjes van een kampersfamilie. Er bestaan in criminele kringen klaarblijkelijk toch mogelijkheden om dit soort drugsproductie ter hand te nemen, al lijkt de omvang daarvan binnen de perken te blijven. Ad e.) Agressieve rip-dealers Ruim tien jaar geleden zijn Marokkaanse en Antilliaanse criminelen veroordeeld voor onder meer drugshandel (cocaïne), met aanvoer uit Rotterdam. Ze beroofden ook hennepkwekerijen, zogenoemde ripdeals, waarbij ze zich zo nu en dan vergisten en deuren inramden bij onschuldige burgers. Dat droeg bij aan de hoge strafmaat. De veroordeelden komen langzaamaan vrij. Nadat de eersten weer op vrije voet waren, duurde het – zo constateert een respondent - niet lang alvorens er meldingen kwamen omtrent bedreigingen richting politiemensen. Het is de vraag hoe dit zich ontwikkelt.