41-04 Definitieve Begroting 2026 en Jaarstukken 2024 ODG
Tekst van het document
3.5 Onderhoud kapitaalgoederen De ODG heeft geen eigen gebouw. De huur van het gebouw aan de Lloydsweg is verlengd tot en met 31 augustus 2034.
3.6 Vennootschapsbelasting voor overheidsondernemingen Met ingang van 1 januari 2016 zijn overheidsondernemingen belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting (Vpb-plicht). Dit is geregeld in de wet “Modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen”. De omgevingsdiensten hebben samen met de Belastingdienst de consequenties van de wetsaanpassing besproken. Het resultaat van dit overleg is dat, wanneer een Omgevingsdienst kan aantonen dat de overheidstaken op basis van wetgeving zijn uitgevoerd en dat op alle andere (commerciële) activiteiten geen winst is behaald, een Omgevingsdienst geen Vpb aangifte hoeft te doen.
13 Jaarstukken 2024
De ODG kan voor 2024 aantonen dat de overheidstaken op basis van wetgeving zijn uitgevoerd en dat op alle overige activiteiten geen winst is behaald. De ODG hoeft daarom geen Vpb aangifte te doen.
3.7 Personeel 3.7.1 Medewerkers In totaal werken 267 personen voor de ODG. Hiervan waren 207 medewerkers in vaste dienst en werden 60 personen ingehuurd. We hebben 78 nieuwe collega's aangenomen (waarvan 41 ingehuurd) en er zijn 58 medewerkers vanwege verloop en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bij de ODG uit dienst gegaan (waarvan 36 ingehuurd). In 2024 was het verzuim 6%. De man-vrouwverdeling was 64%-36%. Onderstaande afbeelding, ontwikkeld voor onze jaarrapportage 2024 voor deelnemers, geeft een overzicht van ons personeelsbestand. Hierin zijn onder andere het aantal medewerkers, de inhuur, instroom en uitstroom, evenals het ziekteverzuim weergegeven.
3.7.2 Stagiaires In 2024 zijn er 2 stagiair gestart. De stagiair die in 2023 is gestart heeft de opdracht in 2024 afgerond.
14 Jaarstukken 2024
3.7.3 Prestaties In zogenaamde planningsgesprekken maken leidinggevenden met de medewerkers afspraken over de te leveren jaarlijkse prestaties. Deze bijdragen worden vastgelegd in een planningsgesprek. Onder andere op basis hiervan worden beoordelingsgesprekken gevoerd. 3.7.4 Geschillen De Regionale Geschillencommissie Groningen heeft in 2024 geen geschillen behandeld. 3.7.4.1 Vertrouwenspersoon Er zijn in 2024 wel gesprekken gevoerd met de vertrouwenspersoon, maar dit heeft niet tot een formele klacht geleid 3.7.5 Opleidingsplan en kwaliteitscriteria In 2024 zijn er extra opleidingen geweest i.v.m. instroom nieuwe medewerkers en MD traject management. Dit is met name in het laatste kwartaal 2024 aan de orde geweest. De oude 2% regel is niet meer van toepasing. De ODG begroot nu op aanname gebaseerd op het verleden en plannen die bekend zijn vanuit de teams voor opleidingen. De ODG voldeed eind 2024 aan de toen geldende kwaliteitscriteria. 3.7.6 Bedrijfsongevallen Er heeft zich in 2024 geen bedrijfsongeval voorgedaan.
15 Jaarstukken 2024
4. Jaarrekening In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de baten en lasten in 2024. Eerst op totaalniveau en vervolgens uitgesplitst per programma.
16 Jaarstukken 2024
4.1 Baten en lasten van het VTH-programma in 2024
4.2 Baten en lasten van het Seveso-programma in 2024
17 Jaarstukken 2024
4.3 Toelichting op de baten en lasten 4.3.1 VTH- en Seveso-taken
De personele en materiele kosten voor het totaal zijn € 157.000 lager dan begroot. Dit voordeel is ontstaan de lagere personele kosten in het primaire proces (VTH-programma).
Overhead
De personeelskosten overhead en materieel bevatten de kosten voor directie, MT, afdeling Ondersteuning, materiele kosten inclusief ICT. Deze zijn € 174.000 hoger dan begroot. Dit wordt veroorzaakt door hogere afschrijvingen voor het deel van het VTHsysteem dat reeds geactiveerd was, de termijn van de afschrijving is van 5 jaar terug gebracht naar 2 jaar (€ 87.000), kosten voor juridische bijstand (€ 44.000) en wervingskosten (€ 43.000 hoger dan begroot). 4.3.2. Overhead meerwerk en projecten
De overhead op meerwerk & projecten is € 115.000 lager uitgevallen dan begroot, dit wordt veroorzaakt door lagere projectopbrengsten. 4.3.3. Meerwerk en Projecten
18 Jaarstukken 2024
4.3.4 Meerwerk en Projecten bestaat uit: •
Specifieke uitkering Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (SPUK IBP);
•
Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparende maatregelen (SPUK THE);
•
Project GSP-project (Eemshaven/Oosterhorn);
•
Meerwerk werkzaamheden t.b.v. RWE;
•
Kleine meerwerkopdrachten van de (VTH) bevoegde gezagen.
De totale SPUK vielen in 2024 lager uit dan begroot (€ 334.000, exclusief overhead). Door het lager uitvallen van de opbrengsten zijn de kosten navenant lager. SPUK IBP is in 2024 afgerond. 4.3.5 Toelagen
Conform de uitgangspunten in het bedrijfsplan uit 2013 behouden medewerkers die zijn overgekomen van deelnemers van de ODG hun recht op de vergoeding behorende bij de uitlooprangen en eventuele garantietoelagen. Deze bedragen komen voor rekening van de oorspronkelijke deelnemer en worden doorbelast door de ODG aan deze deelnemer. De toelagen vallen lager uit omdat veel medewerkers wiens toelage te verhalen is uit dienst zijn bij de ODG. Tegenover deze kosten staat - vanwege het kunnen doorbelasten - een gelijke opbrengst. Per saldo heeft zowel het nadeel (lagere opbrengsten als het voordeel (lagere kosten) geen effect. 4.3.6 Overige lasten Overige lasten Lasten Overige lasten Totaal
begroting 2024 € €
Begroting 2024 na wijziging
174.000 € 174.000 €
Realisatie
174.000 € 174.000 €
Verschil
154.000 € 20.000 154.000 € 20.000
Voordeel Nadeel V V
Er zijn minder detacheringen geweest van VTH-medewerkers dan in 2023. Tegen over deze lagere lasten staan lagere inkomsten van dezelfde omvang zodat er geen voor- of nadelig effect is. Wel is er bij lagere opbrengsten minder dekking voor gebudgetteerde vaste overhead kosten. 4.3.7 Onvoorzien
19 Jaarstukken 2024
De post onvoorzien is bedoeld ter dekking van onvoorziene uitgaven. Deze hebben zich ook specifiek voorgedaan in 2024, maar zijn (zoals beschreven in de BBV) geboekt op de specifieke posten, waardoor voor de post onvoorzien een voordeel ontstaat. Dit voordeel is verrekend met hogere kosten op de andere posten. 4.3.8 Melding wet topinkomens Op 1 januari 2013 is de Wet normering topinkomens (WNT) in werking getreden. De WNT is van toepassing op de ODG. Het voor de ODG toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2024 € 233.000. Dit maximum is van toepassing op de directeur en de plaatsvervangend directeur. Voor de leden van het algemeen en dagelijks bestuur bedraagt het WNT-maximum 10% van het bezoldigingsmaximum (€ 23.300) en voor de voorzitter van het algemeen/dagelijks bestuur 15% (€ 34.950). Voor de bezoldiging van topfunctionarissen geldt naast de maximering een publicatieverplichting in de jaarrekening. Dit geldt eveneens voor bezoldiging van niet-topfunctionarissen, indien zij de maximale bedragen van topfunctionarissen overschrijden. Zowel het Dagelijks Bestuur als het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen wordt gevormd door leden die deze functie vervullen vanuit de rol van lid van een College van Burgemeesters en Wethouders of Gedeputeerde Staten.
Voor alle leden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen geldt dat de omvang van het dienstverband (in FTE) nihil bedraagt. Bestuursleden ontvangen geen vergoeding voor de werkzaamheden verricht voor de Omgevingsdienst Groningen. Daarnaast is geen sprake van belastbare onkostenvergoedingen en/of uitgekeerde beloningen betaalbaar op termijn. Dit betekent dat de bezoldiging over 2024 voor alle leden van het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen nihil bedraagt. De heer Melse is in de jaarrekening 2023 abusievelijk opgevoerd als Hoofd Primair Proces-ad interim, de heer Melse heeft deze functie nooit de praktijk bekleed en had daarom niet moeten worden opgenomen als topfunctionaris in het kader van de WNT.
20 Jaarstukken 2024
21 Jaarstukken 2024
Overzicht van topfunctionarissen
22 Jaarstukken 2024
4.3.9 Rechtmatigheid De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening van de ODG worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijkt een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings‐, voorwaarden‐ en misbruik‐ en oneigenlijk gebruikcriterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruikcriterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders, zoals de begroting en omgevingsdienstverordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag, omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 766.890. De grondslag voor deze verantwoording is de Kadernota Rechtmatigheid 2024 van de Commissie BBV van oktober 2024.
Bevinding Het Algemeen Bestuur stelt vast dat de omvang van de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties die niet rechtmatig tot stand zijn gekomen, € 122.534 bedraagt. Dit is lager dan de daarvoor gestelde grens van € 766.890. Van de niet-rechtmatig tot stand gekomen verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties is volgens het Algemeen Bestuur een bedrag van € 46.000 acceptabel op basis van door het Algemeen Bestuur gemaakte afspraken.
23 Jaarstukken 2024
Balans
24 Jaarstukken 2024
5.1 Waarderingsgrondslagen De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling met inachtneming van het 'Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeente' (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Om de grondslagen en regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen is het nodig dat het bestuur en leiding van onze organisatie zich over verschillende zaken een oordeel vormt en dat deze schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Inherent aan het maken van schattingen is dat de werkelijke uitkomst kan afwijken.
5.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts opgenomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.
25 Jaarstukken 2024
Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop zij betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld- en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op een andere wijze een verplichting opgenomen. Er is wel een voorziening opgenomen voor spaarverlof. Per kwartaal wordt het verloop hierop gemonitord. In de begroting 2025 houden we rekening met een toename. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld reorganisaties), dient wel een verplichting te worden opgenomen.
5.3 Grondslagen voor het opstellen van de balans 5.3.1 Vaste activa Materiële vaste activa met economisch nut en overige investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten). Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht; in die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Investeringen, zoals hieronder zijn opgenomen, worden met ingang van het jaar nadat de investering is gereed gekomen of is verworven, op jaarbasis afgeschreven. De afschrijving geschiedt lineair. De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:
*Termijn is afhankelijk van looptijd huurcontract, inclusief optietermijn verlenging 5.3.2 Vlottende activa
Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. 5.3.3 Liquide middelen Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.
26 Jaarstukken 2024
5.3.4 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
5.4 Toelichting balans 5.4.1 Materiele vaste activa Materiele activa bestaan uit de volgende investeringen met een economisch nut.
Het VTH-systeem is voor een beperkt deel geactiveerd. Het betreft hier het deel waarvan de ODG het intellectueel eigendom heeft. In de basis is het VTH-systeem een Saas-oplossing waarvan bijna alle kosten gedekt worden uit de bijdragen van de bevoegde gezagen en de algemene reserve. Omdat het Algemeen Bestuur op 19 februari 2025 heeft besloten om de implementatie van het VTH-systeem te beëindigen is de afschrijvingstermijn aangepast naar 2 jaar en is er een extra afschrijving gedaan van € 165.000. Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer.
Afschrijvingen starten na het jaar van investeringen. De voorgenomen investeringen in het gebouw zijn doorgeschoven naar 2025. 5.4.2 Vlottende activa Uitzettingen met een rente-typische looptijd korter dan één jaar. De in balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt gespecificeerd worden.
Rekening-courantverhouding met niet financiële instellingen betreft de rekening-courantverhouding met Provincie Groningen.
27 Jaarstukken 2024
5.4.3 Overige vorderingen op openbare lichamen Naast de eindafrekening Seveso van € 167.000, betreft dit onder andere vorderingen op ODNL, DCMR, OD Drenthe en de FUMO in het kader van diverse samenwerkingen (€ 122.000), toelagen personeel € 20.000. Voor Meerwerk & Projecten een bedrag van € 940.000 aangevuld met een overige vordering van € 55.000 voor detachering van medewerkers. 5.4.4 Liquide middelen De ODG heeft geen eigen bankrekening en houdt geen kas aan. 5.4.5 Overlopende activa De overlopende activa betreffen:
In 2024 is € 1.722.000 aan facturen betaald die ten laste dienen te komen van het volgende begrotingsjaar, dit betreft: •
Overige vooruitbetaalde kosten ad € 142.000 voor onder andere verzekeringen, opleidingen, abonnementen,
automatisering. •
De vooruitbetaalde kosten voor het nieuwe zaaksysteem bedragen € 1.580.000
5.4.6 Vaste passiva
Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten:
28 Jaarstukken 2024
Het verloop van het eigen vermogen is als volgt:
Bestemmingsreserve Er is in voorgaande jaren (vanaf 2019) een bestemmingreserve vitaliteit (arbeidsvoorwaarden) gevormd voor een groep oudere werknemers ten behoeve van duurzame inzetbaarheid. Jaarlijks valt 1/5-deel van deze reserve vrij ten gunste van de exploitatie. In verband met cao wijzigingen en verloop uit 2019 is een nieuwe reserve niet nodig. In 2024 is het laatste deel van reserve vrijgevallen (einde reserve).
Voorziening spaarverlof In 2023 is er is een voorziening opgenomen voor spaarverlof. Per kwartaal wordt het verloop hierop gemonitord. In de begroting 2025 houden we rekening met een toename. In 2024 is aan de voorziening spaarverlof een bedrag van € 68.000 toegevoegd.
5.4.7 Vlottende passiva
29 Jaarstukken 2024
Netto-vlottende schulden met een rente-typische looptijd korter dan 1 jaar:
5.4.8 Overlopende passiva Ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren. De eerder verstrekte Specifieke uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparende maatregelen (SPUK THE) is nog niet volledig gebruikt en mag conform voorwaarden worden doorgeschoven worden naar 2026. De Specifieke uitkering Interbestuurlijk Programma Versterking VTH-stelsel (SPUK IBP) is in het jaar 2024 afgerond.
In de jaarrekening 2023 is abusievelijk het verkeerde saldo van de overlopende passiva opgenomen. Het juiste bedrag bestaat uit de vooruit ontvangen SPUK uitkering(en) en de vooruit ontvangen bedragen voor het zaaksysteem. Let op hiertegen overstaan de vooruit betaalde kosten zaaksysteem. 5.4.9 Niet in de balans opgenomen verplichtingen De ODG is voor een aantal toekomstige jaren verbonden aan verschillende, niet uit de balans blijkende, financiële verplichtingen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste van deze verplichtingen: a. Huurovereenkomsten b. Operationele leasecontracten c. Overige meerjarige verplichtingen
a. Huurovereenkomsten De huurtermijn van het pand te Veendam loopt tot 31 augustus 2034. De ODG kan tussentijds opzeggen per 31 augustus 2029 mits dat 1 jaar van tevoren wordt gedaan. De waarde van de meerjarige verplichting bedraagt nog € 1.304.530.
b. Leasecontracten Per 1 januari 2020 is de ODG nu een leaseovereenkomst met Van Mossel Lease aangegaan voor de lease van acht bedrijfsauto's tot en met einde 2024. In januari lopen deze contracten af, de totale waarde van de meerjarige verplichtingen aan Van Mossel bedraagt € 7.340 voor de afloop in 2025. Per januari 2025 is er een contract aangegaan met Friesland Lease voor de lease van elektrische voertuigen. Per voertuig is een specifiek en operationeel contract aangegaan. In verband met leveringsproblemen van de autofabrikanten heeft de feitelijke omwisseling nog niet plaatsgevonden. De verwachting is dat de omwisseling in mei 2025 zal plaatsvinden. De totale waarde van de meerjarige verplichting aan Friesland Lease bedraagt € 200.209.
30 Jaarstukken 2024
Voor een overzicht wordt verwezen naar onderstaande tabel. Van Mossel:
Friesland Lease:
c. Overige meerjarige verplichtingen Sinds de start van de dienst in 2013 maakt de ODG gebruik van de diensten van de provincie Groningen op het gebied van IT, HR en Financiën. In 2023 is de dienstverlening geëvalueerd en is besloten om deze te ontvlechten. In 2024 werken de ODG en de provincie in nauwe samenwerking aan het onderzoeken van de mogelijkheden met betrekking tot de dienstverlening voor de genoemde onderdelen, waarbij voldoende tijd wordt genomen om het proces zorgvuldig te doorlopen. Om deze reden is het contract verlengd totdat met wederzijdse instemming kan worden aangepast. Aan het einde van het boekjaar vindt een afrekening plaats op basis van de werkelijke lasten per jaar. Omdat de looptijd van de verlening met de provincie afhankelijk is van de nieuwe afspraken over de inrichting van de samenwerking, nemen we als meerjarige verplichting telkens de looptijd aan van 1 jaar per 31 december. Dit houdt in dat de meerjarige verplichting voor de financiële-, personele, en salarisadministratie per 31 december € 237.000 bedraagt. De waarde van de meerjarige verplichting voor de inrichting van de infrastructuur en het beheer ICT-voorzieningen bedraagt om dezelfde reden € 542.000 per 31 december 2024.
31 Jaarstukken 2024
Datering en opmaak Veendam, 20 juni 2025 K. Dekker
H. Berends
(voorzitter)
(secretaris)
32 Jaarstukken 2024
Vaststelling Algemeen Bestuur Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen in de openbare vergadering van 20 juni 2025.
Veendam, 20 juni 2025 K. Dekker
H. Berends
(voorzitter)
(secretaris)
33 Jaarstukken 2024
CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen
A. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening 2024 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2024 van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen te Veendam gecontroleerd. Naar ons oordeel geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2024 als van de activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen op 31 december 2024 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De jaarrekening bestaat uit: 1. Het overzicht van baten en lasten over 2024. 2. De balans per 31 december 2024. 3. De toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen, waaronder de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur over de financiële rechtmatigheid van baten, lasten en balansmutaties over 2024. 4. De SiSa-bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke uitkeringen. 5. De bijlage met het overzicht van de gerealiseerde baten en lasten per taakveld.
De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), de Nota verwachtingen accountantscontrole 2024, het controleprotocol, het normenkader voor de financiële rechtmatigheid dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 14 december 2023 en de Regeling Controleprotocol WNT 2024 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij zijn onafhankelijk van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen, zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA). Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Informatie ter ondersteuning van ons oordeel Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moet in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met de Regeling Controleprotocol WNT 2024 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub n en o Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Eshuis Registeraccountants B.V. Algemene voorwaarden / Handelsregister K.v.K. Enschede nr. 08151214
Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 255.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Op basis van de Nota verwachtingen accountantscontrole 2024 hebben wij bij de controle van de SiSabijlage dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening. In de Nota verwachtingen accountantscontrole 2024 zijn tevens een aantal specifieke controle- en rapportagetoleranties opgenomen, die wij hebben toegepast. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in de Regeling Controleprotocol WNT 2024. Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met het algemeen bestuur overeengekomen dat wij aan het algemeen bestuur tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 12.700 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSa- of WNT-redenen relevant zijn.
B. Verklaring over de in de jaarstukken opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • Het jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen. Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV. Verklaring betreffende overige door wet- of regelgeving gestelde vereisten Wij hebben onderzocht of de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen als bedoeld in artikel 17 Financiële-verhoudingswet (hierna: de specifieke uitkeringen) rechtmatig tot stand zijn gekomen. In de jaarrekening is verantwoordingsinformatie opgenomen over deze specifieke uitkeringen (de SiSa-bijlage).
Naar ons oordeel zijn de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2024 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa.
2025.169
2
Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel dat de baten en lasten, alsmede de balansmutaties over 2024 met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de vereisten aan de specifieke uitkeringen bij en krachtens artikel 58a BBV en de Financiële-verhoudingswet - Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado) en de Nota Verwachtingen Accountantscontrole 2024, zoals opgenomen in de Nota procedure aanlevering SiSa-verantwoordingsinformatie 2024 in bijlage 2 van de Regeling Informatieverstrekking SiSa. Wij hebben bij de controle van de baten en lasten, alsmede de balansmutaties met betrekking tot specifieke uitkeringen dezelfde materialiteit toegepast als bij de controle van de jaarrekening.
Onze controle bestond onder andere uit: • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling. • Het evalueren of de baten en lasten alsmede de balansmutaties met betrekking tot de specifieke uitkeringen in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen.
C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur voor de jaarrekening Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het dagelijks bestuur is ook verantwoordelijk voor de financiële rechtmatigheid van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving opgenomen bepalingen, waaronder verordeningen, zoals opgenomen in het normenkader dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 14 december 2023. In dit kader is het dagelijks bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het dagelijks bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante weten regelgeving en het normenkader voor de financiële rechtmatigheid mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet het dagelijks bestuur de veronderstellingen inzake de financiële risico’s in relatie tot de financiële positie onderbouwen en afwegen of de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Het dagelijks bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de financiële risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening. Het algemeen bestuur is verantwoordelijk voor het vaststellen van het normenkader voor de financiële rechtmatigheid en het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.
2025.169
3
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht, dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate, maar geen absolute mate van zekerheid, waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel. Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, de Nota verwachtingen accountantscontrole 2024, het controleprotocol en het normenkader voor de financiële rechtmatigheid dat is vastgesteld door het algemeen bestuur op 14 december 2023, de Regeling Controleprotocol WNT 2024, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen.
Onze controle bestond onder andere uit: • Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing. • Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling. • Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het dagelijks bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
• Het vaststellen dat de door het dagelijks bestuur gehanteerde veronderstellingen aanvaardbaar zijn inzake de afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de financiële risico’s vanuit de reguliere exploitatie en onverwachte tegenvallers financieel op te vangen zonder tussenkomst van de toezichthouder. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat de gemeenschappelijke regeling de financiële risico’s niet kan opvangen; • Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen. • Het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Gegeven onze eindverantwoordelijkheid voor het oordeel zijn wij verantwoordelijk voor de controle van de jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling, rekening houdend met de invloed daarop van de aard en de significantie van de activiteiten van uitvoeringsorganisaties ten behoeve van de gemeenschappelijke regeling. Op basis hiervan hebben wij de aard en omvang bepaald van de uit te voeren werkzaamheden ten aanzien van deze uitvoeringsorganisaties. 2025.169
4
Wij communiceren met het algemeen bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing. Groningen, 20 juni 2025 Eshuis Registeraccountants B.V. Was getekend: drs. H. Kuperus RA
2025.169
5
Bijlagen
Bijlage 1: Overzicht van baten en lasten uitgesplitst naar taakveld
39 Jaarstukken 2024
Bijlage 2: Deelnemersbijdragen
Bijlage 3: Overzicht van materiele vaste activa
40 Jaarstukken 2024
Bijlage 4: Verantwoordingsinformatie specifieke uitkering
41 Jaarstukken 2024
[kies een datum]
Opdrachtgever
Opsteller
Naam opdrachtgever
Naam opsteller
Adres
Adres
POSTCODE Plaats
POSTCODE Plaats
Contactpersoon
Contactpersoon
Naam
Naam
Telefoon
Telefoon
42 Jaarstukken 2024