41-04 Definitieve Begroting 2026 en Jaarstukken 2024 ODG
Tekst van het document
Aan de gemeenteraden en Provinciale Staten van de deelnemers van de Omgevingsdienst Groningen (verzending via e-mail)
Postadres Postbus 97 9640 AB VEENDAM Bezoekadres Lloydsweg 17 9641 KJ VEENDAM od-groningen.nl
Datum: Uw kenmerk: Ons kenmerk: Bijlagen: Behandeld door: Telefoonnummer: E-mailadres: Onderwerp:
29 september 2025 2025-028 2 S. de Vries 06 - 27 28 91 79 sdevries@od-groningen.nl Definitieve Begroting 2026 en Jaarstukken 2024
Geachte leden van de gemeenteraad/Provinciale Staten, Hierbij delen wij de definitieve Begroting 2026 en de Jaarstukken 2024 van de Omgevingsdienst Groningen (ODG) ter informatie met u. Begroting 2026 De ontwerpbegroting is op 3 april 2025 door het Algemeen Bestuur van de ODG vastgesteld. Op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeenschappelijke regeling van de Omgevingsdienst Groningen is de ontwerpbegroting op 11 april 2025 voor een zienswijze aan u aangeboden. Wij hebben van vijf gemeenteraden een zienswijze ontvangen. De zienswijzen zijn door het Dagelijks Bestuur besproken, waarna is besloten om geen aanpassingen in de Begroting 2026 door te voeren. Wel is besloten om vanaf de begroting van 2027 nadere uitleg op te nemen over de opbouw van de deelnemersbijdragen. De vijf gemeenteraden ontvangen een reactie op hun zienswijze. In de vergadering op 4 september 2025 heeft het Algemeen Bestuur de definitieve Begroting 2026 vastgesteld. Deze is inmiddels aangeboden aan het ministerie van Binnenlandse zaken. Jaarstukken 2024 De concept-jaarstukken 2024 zijn op 16 april 2025 door het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen vastgesteld. Deze zijn vervolgens op 23 april 2025 ter informatie met u gedeeld. Inmiddels heeft de accountant na zijn controle een positieve verklaring afgegeven over de jaarstukken.
De definitieve jaarstukken, inclusief accountantsverklaring, zijn vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 20 juni 2025. 1
Ten slotte Mocht u naar aanleiding van deze brief en bijgevoegde stukken vragen of opmerkingen hebben, dan kunt u uiteraard contact met ons opnemen. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben. Met vriendelijke groet, Het Dagelijks Bestuur van de Omgevingsdienst Groningen, namens deze:
C.T. Dekker Voorzitter
Bijlagen: - Begroting 2026 - Jaarstukken 2024
2
E. Hulst Plaatsvervangend secretaris
Samen werken aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving
Omgevingsdienst Groningen
Begroting 2026
Inhoudsopgave 1.
Algemeen
3
2.
Programma Uitvoering VTH-taken
6
3.
Programma Uitvoering Seveso-taken
9
4.
Financiële uitgangspunten
11
5.
Paragrafen
13
Bijlagen
2 Begroting 2026
18
1. Algemeen 1.1.
Inleiding
Voor u ligt de Begroting van de Omgevingsdienst Groningen (ODG) voor het jaar 2026. In deze begroting zijn de belangrijkste ontwikkelingen en de financiële consequenties daarvan beschreven, naast de kosten voor de uitvoering van de reguliere taken.
1.2.
De Omgevingsdienst Groningen
De ODG verzorgt de uitvoering van vergunningverlening, toezicht, handhaving en advies (VTH-taken) op het gebied van milieu - in opdracht van 10 gemeenten in Groningen en de provincie Groningen. Daarnaast voert de ODG deze taken uit voor de majeure risicobedrijven in de provincies Groningen, Fryslân en Drenthe, als één van de zes Seveso-omgevingsdiensten in Nederland.
1.3.
Het jaar 2026 in vogelvlucht
In 2026 werkt de ODG, net als in eerdere jaren aan het versterken van de robuustheid van de organisatie, die zich vertaalt in stabiliteit van de dienstverlening. Er wordt uitvoering gegeven aan het Organisatieplan 2024-2029, inclusief de daarin opgenomen ontwikkelagenda. Ontwikkelingen die daarin zijn opgenomen, zijn terug te vinden in deze begroting. Daarbij gaat het onder andere om de evaluatie van de financieringssystematiek wordt in de loop van 2025 afgerond, en zal vanaf de begroting van 2027 verwerkt worden. Inhoudelijke ontwikkelingen (Omgevingswet, energietransitie, regelgeving voor het landelijke gebied, zeer zorgwekkende stoffen en toenemende juridisering) zullen worden verwerkt in onze werkprocessen. De ODG zal ook in 2026 verder gaan met werven en opleiden van nieuwe medewerkers, om ons personeelsbestand op niveau te houden. Een ontwikkeling die de ODG in zowel 2025 als in 2026 zal bezighouden, is de implementatie van een nieuw VTH-systeem. In februari 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de lopende implementatie van het VTH-systeem te beëindigen, waardoor een nieuwe aanbestedingsprocedure moest worden gevolgd. De implementatie van een nieuw systeem zal in de tweede helft van 2025 en (naar verwachting) een groot deel van 2026 in beslag nemen. Het bestuur heeft hiervoor in 2025 een extra bijdrage gevraagd aan de deelnemers.
De implementatie zal ook inzet vragen van onze medewerkers. Voor de begroting van 2026 heeft het Algemeen Bestuur meegegeven de taken uit te voeren binnen de daarvoor beschikbare middelen. Gezien de financiële situatie van onze deelnemers in 2026 is het passend dat de ODG dit uitgangspunt in haar begroting hanteert. De basis voor de begroting is - net als in voorgaande jaren - de uitvoering van de jaaropdrachten (VTH-programma) en het werkprogramma (Seveso-programma), aangevuld met al eerder door het bestuur vastgestelde financiële consequenties van ontwikkelingen. Van enkele ontwikkelingen is de financiële impact nog niet bekend, daarover zal in de loop van 2025 met het bestuur worden gesproken. Eventuele financiële consequenties worden vervolgens in een begrotingswijziging verwerkt.
1.4.
Financieel beeld
3 Begroting 2026
Het financieel meerjarenperspectief staat weergegeven in onderstaande figuren (bedragen x € 1.000) Financieel beeld VTH-programma: Programma VTH
2025
2026
2027
2028
2029
17.764 886 489 793 19.933
17.872 740 272 537 19.422
18.230 568 272
18.594 568 272
18.966 568 272
19.070
19.435
19.807
14.764 4.749 164 537 20.214
14.406 4.851 164
14.164 4.742 164
14.429 4.841 164
14.700 4.943 164
19.422
19.070
19.435
19.807
-281
-
-
-
-
281
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2025
2026
2027
2028
2029
7.142 716 297 8.155
7.392 627 203 8.222
7.539 364
7.690 364
7.844 364
7.903
8.054
8.208
5.667 2.404
5.770 2.452
5.500 2.403
5.606 2.448
5.714 2.494
203 8.274
8.222
7.903
8.054
8.208
-119
-
-
-
-
119
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Baten
Deelnemersbijdrage Meerwerk en projecten Overige baten Extra bijdrage t.b.v. VTH-systeem Totaal Lasten
Primair proces Overhead Overige lasten Bijdrage t.b.v. VTH systeem 2026 Totaal Saldo van baten en lasten Dekking reserve Omnimap Begroot resultaat
Financieel beeld Seveso-programma: Programma Seveso Baten
Deelnemersbijdrage Meerwerk en projecten Extra bijdrage t.b.v. VTH-systeem Totaal Lasten
Primair proces Overhead Overige lasten Bijdrage t.b.v. VTH systeem 2026 Totaal Saldo van baten en lasten Dekking reserve Omnimap Begroot resultaat
4 Begroting 2026
Financieel beeld ODG totaal: ODG
2025
2026
2027
2028
2029
24.907 1.602 489 1.090 28.088
25.264 1.367 272 740 27.643
25.769 932 272 26.973
26.284 932 272 27.489
26.810 932 272 28.014
19.270 1.161
19.090 1.087
18.671 987
19.035 994
19.407 1.001
4.303 2.850 164 740 28.488
4.383 2.919 164
4.429 2.722 164
4.556 2.739 164
4.686 2.757 164
27.643
26.973
27.489
28.014
-400
-
-
-
-
400
-
-
-
-
-
-
-
-
-
Baten
Deelnemersbijdrage Meerwerk en projecten Overige baten Extra bijdrage t.b.v. VTH-systeem Totaal Lasten
Primair proces - Personeelslasten - Materiële kosten Overhead - Personeelslasten - Materiële kosten Overige lasten Bijdrage t.b.v. VTH systeem 2026 Totaal Saldo van baten en lasten Dekking reserve Omnimap Begroot resultaat
1.5.
Leeswijzer
In deze begroting 2026 zijn de belangrijkste ontwikkelingen en de financiële consequenties daarvan beschreven, naast de kosten voor de uitvoering van de reguliere taken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het programma "Uitvoering VTH-taken" en in hoofdstuk 3 staat het programma "Uitvoering Seveso-taken". In beide hoofdstukken wordt ingegaan op de drie volgende vragen: ‘Wat willen we bereiken?’, ‘Wat gaan we doen?’ en ‘Wat mag het kosten?’ Hoofdstuk 4 bevat de financiële begroting. Hierin zijn de baten en lasten nader toegelicht. Daarna volgen in hoofdstuk 5 de verplichte paragrafen. In de bijlagen wordt inzicht geboden in de bijdrage per deelnemer, de begroting per taakveld, de activa van de ODG en de ontwikkeling van de balans.
5 Begroting 2026
2. Programma Uitvoering VTH-taken 2.1.
Wat willen we bereiken?
Onze missie rechtvaardigt het bestaansrecht van de organisatie en beschrijft onze drijfveren. De missie van de ODG is:
Wij werken aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving in onze regio. Dagelijks zetten de medewerkers van de ODG zich in om de regio een stukje mooier te maken. Zodat inwoners en ondernemers in een veilige, schone en duurzame leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Nu en in de toekomst. Dit doen we door ons werk - vergunningverlening, toezicht, handhaving en advisering - op efficiënte wijze, proactief en met een transparante afweging van belangen uit te voeren.
2.2.
Wat gaan we doen?
2.2.1.
Producten en diensten
2.2.2.
Collectieve taken
Ieder jaar maken de ODG en de deelnemers afspraken de producten en diensten die de ODG uitvoert, conform de richtlijnen van het regionale uitvoerings- en handhavingsbeleid. De deelnemersbijdrage is gebaseerd op uitvoering van deze taken. In onderstaande tabel staat een doorkijk van de verwachte totale productie in 2026. Het uitgangspunt daarbij is de vastgestelde jaaropdracht 2025.
Naast inzet voor de jaaropdracht verricht de ODG een zestal collectieve taken voor alle deelnemers. Collectieve taken worden collectief gefinancierd door de deelnemers, naar rato van omvang van de jaaropdracht (producten en diensten). Het gaat om de volgende taken: 1. Ketentoezicht: bij ketentoezicht wordt er branchebreed onderzoek gedaan naar naleefgedrag en wordt er waar nodig handhavend opgetreden. Dit beperkt zich niet tot één locatie bij één deelnemer. Een voorbeeld is het administratief volgen van grondstromen. 2. Ontwikkeling: hieronder valt inzet gericht op het verbeteren en innoveren van de dienstverlening aan deelnemers. 3. Piket: voor toezicht bij calamiteiten en storingen buiten reguliere kantoortijden is een piketdienst ingesteld. De ODG garandeert 24 uur bereikbaarheid voor alle deelnemers. 4. Wet- en regelgeving: jaarlijks heeft de ODG te maken met wijzigende wet- en regelgeving en actuele onderwerpen die voor alle deelnemers relevant zijn. Momenteel bijvoorbeeld de Zeer Zorgwekkende Stoffen (waaronder PFAS), waterstof en stikstof. De ODG reserveert tijd om zich op deze onderwerpen voor te bereiden en de deelnemers te ondersteunen.
6 Begroting 2026
5. Opleiding en coaching: de wijzigingen van wet- en regelgeving, de krapte op de arbeidsmarkt en de doorontwikkeling van de organisatie, leidt ertoe dat er structureel meer tijd wordt besteed aan opleiding van medewerkers, inwerken van onervaren collega's en coaching. 6. Strafrecht: bij sommige zaken wordt niet alleen bestuursrechtelijk opgetreden, maar volgt er ook strafrechtelijk traject. De ODG is hiervoor bevoegd gezag. Collectieve taken Ketentoezicht Ontwikkeling Opleiding en coaching Piket Strafrecht Wet- en regelgeving
2.2.3.
# uren 2.881 1.139 9.551 3.208 3.574 2.567 22.920
Totaal (x €1.000) 248 98 821 276 307 221 1.971
in % 13% 5% 42% 14% 16% 11% 100%
Ontwikkelingen
In de Kadernota 2026 zijn interne- en externe ontwikkelingen opgenomen met invloed op onze producten, diensten en bedrijfsvoering. Deze zijn ook terug te vinden in het Organisatieplan 2025-2029. In dit hoofdstuk zijn de ontwikkelingen met financiële impact in 2026 beschreven. Daarnaast zijn de ontwikkelingen beschreven die hoogstwaarschijnlijk financiële impact zullen hebben in 2026. 2.2.3.1. Ontwikkelingen met financiële impact in 2026 Dienstverlening Provincie Groningen (HRM, Financiën, ICT) In 2023 is de dienstverlening van de Provincie Groningen op het gebied van de domeinen HRM, financiën en ICT geëvalueerd en op basis daarvan zijn, in samenspraak met de Provincie, keuzes gemaakt met betrekking tot de gewenste samenwerking in de toekomst. Hieruit volgt dat de Omgevingsdienst Groningen in de toekomst zelf de boekhouding zal verzorgen en de rest van de eerder genoemde dienstverlening door de Provincie Groningen wordt geleverd. Wel is uitgesproken dat de Provincie Groningen en de Omgevingsdienst Groningen gaan werken aan een verbetering van deze duurzame samenwerking. Met het Algemeen Bestuur is in september 2024 besproken dat incidentele kosten tot 2026 zoveel mogelijk zullen worden gedekt uit de bestaande budgetten en vanaf 2026 € 125.000 zal worden opgenomen in de begroting om de stijging van de structurele kosten te kunnen dekken.
Het betreft voornamelijk kosten voor het invullen van de taken rondom de boekhouding door de Omgevingsdienst Groningen zelf en een verwachte stijging van de kosten van de dienstverlening door de Provincie. De vergoeding aan de provincie Groningen is namelijk sinds 2013 niet geïndexeerd. In hoofdstuk 4 is te vinden hoe deze toename is verwerkt in de bijdragen van gemeenten en provincies. 2.2.3.2. Ontwikkelingen met nader te bepalen financiële impact in 2026 Informatievoorziening In februari 2025 heeft het Algemeen Bestuur besloten om de implementatie van het VTH-systeem vroegtijdig te beëindigen. Het bestuur heeft geconcludeerd dat de beoogde samenwerking niet goed functioneert en dat de verwachtingen over en weer niet zijn waargemaakt. Inmiddels zijn de voorbereidingen van een aanbestedingsprocedure gestart, waarmee de ODG een bewezen VTHsysteem wil selecteren. De aanbesteding zal naar verwachting in de eerste helft van 2025 plaatsvinden en de daaropvolgende implementatie zal in de tweede helft van 2025 en in 2026 worden uitgevoerd. We verwachten dat de ontwikkelingen rond het VTH-systeem effecten hebben op de inzet van medewerkers: gedurende de periode van aanbesteding en implementatie zullen zij werken met de opgeleverde onderdelen van het VTH-systeem, aangevuld met andere systemen, waardoor doorlooptijden langer zijn.
Medewerkers zullen op verschillende manieren betrokken worden om de implementatie succesvol te laten verlopen. Als de aanbesteding is afgerond en de implementatie vorm krijgt, kan een gedetailleerde inschatting van de inzet van ODG'ers worden gemaakt. Deze zullen worden meegenomen gedurende het opstellen van de jaaropdrachten 2026. Op basis van eerdere ervaringen verwachten we een inzet van ongeveer 4.000 uur.
7 Begroting 2026
Het Algemeen Bestuur heeft besloten om de verwachte financiële consequenties van de beëindiging en aanbestedingsprocedure te verwerken in een wijziging van de begroting van 2025. De besteding van deze middelen vindt zowel in 2025 als in 2026 plaats. Mocht toch blijken dat de kosten voor de nieuwe leverancier financiële effecten hebben op de begroting 2026, zullen deze worden voorgelegd aan het bestuur en zo nodig worden verwerkt in een begrotingswijziging. In 2024 is, aanvullend op het organisatieplan, een informatievisie opgesteld waarin de gewenste ontwikkelingen op het gebied van de informatievoorziening voor de komende jaren zijn omschreven. In de eerste helft van 2025 wordt een plan van aanpak opgesteld om de inzichten uit de informatievisie in de organisatie(inrichting) op te nemen. Eventuele veranderingen, inclusief de financiële impact daarvan, worden dan voorgelegd aan het bestuur. We blijven in gesprek met het bestuur en onze deelnemers over de ontwikkelingen. Toezicht op energiebesparende maatregelen Sinds 2024 is het toezicht op energiebesparing bij bedrijven onderdeel van het basistakenpakket van de ODG. De ODG ontvangt hiervoor een subsidie (specifieke uitkering) van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, deze is bedoeld als aanvulling op de eigen inzet.
In opdracht van het Algemeen Bestuur werkt de ODG in samenwerking met deelnemers een businesscase over de benodigde inzet en bijbehorende kosten. Deze wordt opgeleverd in het tweede kwartaal van 2025. Afhankelijk van het gekozen uitvoeringsscenario leidt dit tot een toename van de gezamenlijke deelnemersbijdrage van € 300.000 tot € 500.000. Na besluitvorming door het Algemeen Bestuur worden de financiële consequenties verwerkt in een begrotingswijziging. Contributieverhoging Omgevingsdienst NL De vereniging van omgevingsdiensten Omgevingsdienst NL heeft in haar begroting 2025 een verhoging van de jaarlijkse contributie opgenomen. Het Algemeen Bestuur zal in het tweede kwartaal van 2025 bespreken of het wil instemmen met deze verhoging (naar verwachting € 30.000 tot € 50.000). Deze zal dan verwerkt worden in een begrotingswijziging.
2.3.
Wat mag het kosten?
Onderstaande tabel geeft de lasten en baten voor de uitvoering van de jaaropdracht, collectieve taken en ontwikkelingen weer (bedragen x € 1.000). In bijlage 1 is de deelnemersbijdrage in per deelnemer en taakveld uiteengezet.
Deelnemersbijdrage (x €1.000)
Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
8 Begroting 2026
Jaaropdracht
Collectief
1.253 1.058 745 1.314 569 313 661 496 1.036 649 2.412 10.505
Overhead
235 199 140 247 107 59 124 93 194 122 453 1.971
Veo
581 490 345 609 264 145 306 230 480 301 1.117 4.867
Begroting 2026
529 529
2.068 1.747 1.230 2.170 939 517 1.091 818 1.711 1.071 4.511 17.872
3. Programma Uitvoering Seveso-taken 3.1.
Wat willen we bereiken?
Het programma Uitvoering Seveso-taken heeft betrekking op de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving bij de zogenaamde Seveso-bedrijven in Noord-Nederland. Nederland telt ongeveer 450 majeure risicobedrijven, waarvan 104 bedrijven in Drenthe, Fryslân en Groningen liggen. De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH-taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de Seveso-bedrijven te voorkomen. De ODG werkt nauw samen met de Nederlandse Arbeidsinspectie, de Veiligheidsregio's Groningen, Drenthe en Fryslân, de Inspectie Leefomgeving en Transport, het Openbaar Ministerie, Rijkswaterstaat, de waterschappen en de collega-omgevingsdiensten in Fryslân en Drenthe.
3.2.
Wat gaan we doen?
3.2.1.
Producten en diensten
De basis voor de taakinvulling van de Seveso-taken is de Noordelijke Maat. Daarin zijn normen opgenomen voor de VTH-taken die betrekking hebben op een Seveso-bedrijf. De omvang van het programma Uitvoering Seveso-taken wordt bepaald door het aantal bedrijven te vermenigvuldigen met de Noordelijke Maat. In de begroting 2026 is uitgegaan van 104 Seveso-bedrijven (op peildatum 1 november 2024). Het gaat om de volgende aantallen bedrijven per provincie: Drenthe:
18
Fryslân:
14
Groningen:
72
Ieder jaar stellen de ODG en de Noordelijke provincies een Werkprogramma op, waarin de uitvoering van de Seveso-taken in het navolgende jaar wordt beschreven. Daarnaast is daarin beschreven aan welke landelijke projecten de ODG meewerkt. Het betreft projecten uit de Meerjarenagenda Versterking Omgevingsveiligheid (MVO) en de Meerjaren afspraken (MJA), die als doel hebben om de samenwerking en kwaliteit van de uitvoering binnen het landelijke netwerk van alle ketenpartners te optimaliseren. Naast deze landelijke projecten worden ook regionale speerpunten en projecten benoemd en opgenomen in het werkprogramma. Veranderingen in de omvang van de opdracht worden in najaar 2025 middels een begrotingswijziging verwerkt in de begroting 2026.
3.2.2.
Ontwikkelingen
In de Kadernota 2026 zijn interne- en externe ontwikkelingen opgenomen met invloed op onze producten, diensten en bedrijfsvoering. In dit hoofdstuk zijn de specifieke ontwikkelingen binnen het Seveso-programma beschreven. De ontwikkelingen die beide programma's betreffen, zijn in beschreven in het hoofdstuk over het programma 'Uitvoering VTH-taken'. In dit hoofdstuk wordt volstaan met een verwijzing. Daarbij is dezelfde indeling gehanteerd als in het hoofdstuk over het programma 'Uitvoering VTH-taken': eerst de ontwikkelingen met financiële impact, daarna de ontwikkelingen met mogelijk financiële impact.
9 Begroting 2026
3.2.2.1. Ontwikkelingen met financiële impact in 2026 Maatwerkafspraken grote uitstoters Het Rijk heeft incidenteel middelen ter beschikking gesteld aan de zes Seveso-omgevingsdiensten voor de inzet van vergunningverleners en specialisten in de periode 2024 tot en met 2030, ten behoeve van het maken van maatwerkafspraken maken met de twintig grootste uitstoters van koolstofdioxide en andere emissies. De betaling van deze middelen verloopt via Provincie Groningen, de definitieve hoogte van het bedrag in 2026 wordt in de tweede helft van 2025 bekend. In de Begroting 2026 is € 264.000 opgenomen, op basis van de prognose van het bedrag dat de ODG verwacht te ontvangen in de periode 2026-2030. De ontwikkeling 'Dienstverlening Provincie (HRM, Financiën, ICT)' is ook relevant voor het Seveso-programma. Deze is beschreven in het hoofdstuk over het programma 'Uitvoering VTH-taken'. 3.2.2.2. Ontwikkelingen nader te bepalen financiële impact in 2026 Financiële zekerheidsstelling Financiële zekerheidsstelling is een nieuw instrument onder de Omgevingswet, waarmee wordt beoogd dat financiële schade niet op het bevoegd gezag wordt afgewenteld. De tweejarige pilot wordt in 2025 afgerond, daarna worden de benodigde capaciteit bepaald en de financiële gevolgen verwerkt in een begrotingswijziging. De volgende ontwikkelingen zijn ook relevant voor het Seveso-programma.
Deze zijn beschreven in het hoofdstuk over het programma 'Uitvoering VTH-taken': •
Implementatie VTH-systeem
•
Informatievoorziening
•
Contributieverhoging Omgevingsdienst NL
3.3.
Wat mag het kosten?
Onderstaande tabel geeft hoogte van de bijdrage voor de uitvoering van de Seveso-taken weer (bedragen x € 1.000). Seveso (x €1.000) Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal
10 Begroting 2026
2026 1.168 1.200 5.023 7.392
2027 1.192 1.224 5.123 7.539
2028 1.215 1.249 5.226 7.690
2029 1.240 1.274 5.330 7.844
4. Financiële uitgangspunten 4.1.
Loon- en prijsstijgingen
In de begroting 2026 is in samenspraak met de deelnemers uitgegaan van een gemiddelde gewogen indexatie van 3,0% t.o.v. 2025. Dit percentage is gebaseerd op een indexatie van 3,1% van de loonkosten en 2,2% van de materiële kosten. Ten tijde van het opstellen van deze begroting wordt nog onderhandeld over de CAO van de medewerkers, daarom is een schatting opgenomen van de effecten daarvan. De definitieve consequenties voor de begroting van 2026 worden verwerkt in een begrotingswijziging. Als uitgangspunt hanteert de ODG dat aansluiting wordt gezocht bij de middelen de deelnemers in het gemeentefonds en respectievelijk het provinciefonds ontvangen ter compensatie van de loon- en prijsstijgingen.
4.2.
Deelnemersbijdrage programma uitvoering VTH-taken
Uitgangspunt in het financieringsmodel van de ODG is dat er (beperkte) bijsturing van de output en daarmee ook van de bijdrage mogelijk is bij het vaststellen van de definitieve jaaropdracht. De spelregels van het financieringsmodel zijn vastgelegd in de bijdrage-verordening. De deelnemersbijdrage is gebaseerd op de te verwachten jaaropdracht per deelnemer; rekening houdend met de ondergrens van het regionale beleid. Het financieringsmodel kent herverdeeleffecten tussen deelnemers, omdat elke deelnemer overhead en collectieve taken betaalt naar rato van de omvang van de jaaropdracht. Wijzigingen in de omvang van de jaaropdrachten 2025 van verschillende deelnemers en het effect van businesscases hebben in de begroting 2026 effect op de hoogte van de bijdragen aan collectieve taken en overhead. Deze zijn in onderstaand schema als 'herverdeeleffect' opgenomen. Verder zijn de effecten getoond van indexatie, inhuurkosten, loon- en prijsstijgingen en de toevoeging van de bijdrage voor de dienstverlening door provincie Groningen op het gebied van HRM, Financiën, ICT. Mutaties deelnemersbijdrage(x €1.000)
Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
4.3.
Begroting 2025
2.040 1.757 1.214 2.178 922 516 1.084 812 1.650 1.067 4.525 17.764
Mutatie inhuur
DV Prov.Groningen
-58 -52 -35 -64 -26 -15 -31 -23 -46 -31 -118 -500
Loon & prijsstijgingen Herverdeel effect
11 9 6 11 5 3 6 4 9 6 21 90
59 51 35 63 27 15 32 24 48 31 132 518
Begroting 2026
16 -18 9 -19 12 -2 1 2 49 -2 -49 -
2.068 1.747 1.230 2.170 939 517 1.091 818 1.711 1.071 4.511 17.872
Bijdrage programma uitvoering Seveso-taken
De uitvoering van de Seveso-taken gebeurt in 2026, evenals in 2025, op basis van de Noordelijke Maat. De volgende financiële uitgangspunten zijn van toepassing bij de uitvoering van de Seveso-taken: a.
De kosten en opbrengsten van werkzaamheden voor Seveso-bedrijven worden in een apart programma gerapporteerd.
b.
De omvang van de Seveso-taken is per provincie vastgesteld aan de hand van de Noordelijke Maat.
c.
Bovenop de loonkosten voor de formatie in het primair proces, geldt een opslag voor materiële kosten en overhead.
d.
De drie provincies betalen de volledige lasten die samenhangen met de uitvoering van de Seveso-taken.
11 Begroting 2026
Eventuele voor- of nadelen worden alleen verrekend met de Seveso-deelnemers (de drie provincies). Hieronder is per deelnemer een getailleerd overzicht opgenomen van de mutaties in de begroting. Seveso (x €1.000) Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal
12 Begroting 2026
Begroting 2025 1.129 1.160 4.853 7.142
Loon- & prijsstijgingen DV Prov.Groningen Begroting 2026 34 6 1.168 35 6 1.200 146 24 5.023 214 35 7.392
5. Paragrafen In de BBV zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de ODG. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen, kapitaalgoederen, grondbeleid en verbonden partijen niet opgenomen. De paragrafen 'Weerstandvermogen en risicobeheersing', 'Financiering' en 'Bedrijfsvoering' zullen hieronder nader worden toegelicht.
5.1.
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Deze paragraaf beschrijft in welke mate de weerstandscapaciteit toereikend is om eventuele risico's op te vangen. De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, op te kunnen vangen.
5.1.1.
Weerstandsvermogen
Conform de BBV bestaat de weerstandscapaciteit uit de volgende componenten: •
Onbenutte belastingcapaciteit
•
Stille reserves
•
Algemene reserve
•
Onvoorzien
Van de eerste twee is bij de ODG geen sprake, van de laatste twee wel. Vandaar dat in de begroting 2026 - net als in alle voorgaande jaren - het weerstandsvermogen is gebaseerd op de Algemene Reserve en de post onvoorzien. Het Algemeen Bestuur heeft op 30 maart 2023 besloten dat de algemene reserve toereikend moet zijn om de gekwantificeerde risico's te dekken (met het gegeven dat de post onvoorzien feitelijk altijd wordt uitgegeven en deze buffer noodzakelijk is). Gegeven de financiële situatie van de deelnemers willen we nu niet voorstellen om de Algemene Reserve aan te vullen, maar de post onvoorzien vrij houden om te zorgen dat we met het weerstandsvermogen de gekwantificeerde risico's kunnen dekken. De risico's (zijnde € 400.000) worden in de volgende paragraaf benoemd en toegelicht. De Algemene Reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet (VTH-programma) bedragen. Voor het jaar 2026 betekent dit maximaal een bedrag van € 886.000. De verwachte stand van de algemene reserve op 1 januari 2026 is gelijk aan de stand van begin 2025 (€ 300.000), hetgeen betekent dat geen extra dotatie door deelnemers nodig is. De post onvoorzien is geraamd op € 100.000. In het onderstaande overzicht is de ontwikkeling van het weerstandsvermogen weergegeven: Onderdeel
Algemene reserve (stand 1-1-2025) af: onttrekkingen 2025 af: rekeningresultaat 2025 Stand 1-1-2026 Onvoorzien Totaal
13 Begroting 2026
Omvang
300.000 300.000 100.000 400.000
5.1.2.
Risicoanalyse
Onderstaand een overzicht van mogelijke risico's en de kans dat het risico zich daadwerkelijk voordoet. Risicoanalyse
Bedrag
Kans
Implementatie nieuw VTH-systeem Arbeidsmarkt Incidentele gelden
300.000 300.000 200.000
Bedrag
50% 50% 50%
150.000 150.000 100.000 400.000
Weerstandvermogen Weerstandcapaciteit
400.000 100%
Hieronder volgt een toelichting van de risico's: • Implementatie VTH-systeem: in 2025 wordt een aanbesteding uitgevoerd voor een nieuw VTH-systeem, nadat de implementatie van het VTH-systeem voortijdig is beëindigd. De implementatie van het nieuwe VTH-systeem zal in 2025 en 2026 worden uitgevoerd. De financiële consequenties die hiermee samenhangen, inclusief de extra bijdrage door de deelnemers, zijn verwerkt in een wijziging van de begroting 2025. We verwachten dat de beschikbare middelen de uitgaven kunnen dekken. Desondanks is het mogelijk dat er extra kosten samenhangen met de implementatie in 2026, daarom is de implementatie van het VTH-systeem veiligheidshalve als risico opgenomen. • Arbeidsmarkt: We verwachten dat de krapte op de arbeidsmarkt de komende jaren gaat aanhouden. Ervaren medewerkers zijn moeilijk te vinden, waardoor we gebruik moeten maken van duurdere inhuur. Daarnaast moeten we aan de voorkant blijven investeren in opleiden, begeleiden en ontwikkelen van personeel. • Incidentele gelden: De ODG ontvangt enkele bijdragen van het Rijk, waarvan de omvang in 2026 op het moment van opstellen van deze begroting nog niet helemaal zeker is.
5.1.3.
Weerstandscapaciteit
Op basis van bovenstaande risicoanalyse verwacht de ODG dat de weerstandscapaciteit toereikend is om de risico’s binnen de exploitatie 2026 op te vangen. Mocht een risico zich daadwerkelijk voordoen, dan zal het Algemeen Bestuur hierover geïnformeerd worden bij de voor- of najaarsnota. Vanzelfsprekend zullen wij eerst beoordelen of we binnen de beschikbare begroting prioriteiten stellen om zodoende risico’s op te vangen.
5.1.4.
Kengetallen
Op grond van de BBV dienen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing kengetallen opgenomen te worden. Het gaat om de volgende kengetallen: Kengetallen
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Structurele exploitatieruimte Grondexploitatie Belastingcapaciteit
2026
2027
2028
2029
2% 2% 8% 0%
1% 1% 8% 0%
0% 0% 8% 0%
1% 1% 8% 0%
In bijlage 4 is de geprognotiseerde balans opgenomen. Hieronder volgt een toelichting op de kengetallen.
14 Begroting 2026
5.1.4.1. Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van de eigen middelen weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De ODG in 2025 heeft geen vaste schulden. 5.1.4.2. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het Eigen Vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het Eigen Vermogen verstaan we de Algemene Reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Het Eigen Vermogen bestaat in 2024 alleen uit de Algemene Reserve. Het solvabiliteitsratio van 8% is laag. Het is een gevolg van het besluit van het Algemeen Bestuur dat de algemene reserve maximaal 5% van de omzet mag zijn. 5.1.4.3. Structurele exploitatieruimte Structureel evenwicht in de begroting is een voorwaarde voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten, inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves, maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief structurele onttrekkingen aan bestemmingsreserves. De exploitatieruimte wordt als percentage van de totale baten weergegeven. De meerjarenbegroting is structureel in evenwicht.
5.2.
Financiering
Volgens de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO) is elke gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot de kasgeldlimiet, de ontwikkelingen wat betreft de rente-risiconorm, de verwachte toe- of afname van geldleningen of uitzettingen en het verdere beleid ten aanzien van treasury.
5.2.1.
Treasurybeleid
Het treasurybeleid van de ODG dient tot: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s, liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; • Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de renteresultaten. Het treasurybeleid is nader uitgewerkt in het treasurystatuut.
5.2.2.
Geldleningen
Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en de financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is marktconform.
15 Begroting 2026
5.2.3.
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. De omvang van de financiering met kortlopende middelen is in het onderstaande figuur meerjarig afgezet tegen de kasgeldlimiet. Kaslimiet (x € 1.000)
2026
2027
2028
2029
Omvang begroting 1.Kaslimiet in %
27.643 8,20% 2.267
26.973 8,20% 2.212
27.489 8,20% 2.254
28.014 8,20% 2.297
5.053
4.903
4.761
4.917
5.053
4.903
4.761
4.917
1.000 3.486 4.486
1.000 3.590 4.590
1.000 3.698 4.698
1.000 3.772 4.772
567 2.267
313 2.212
63 2.254
145 2.297
2.Omvang vlottende schuld Opgenomen gelden < 1 jaar Schuld in rekening courant
3.Vlottende middelen Kasgelden Tegoeden rekening courant Overige uitstaande gelden < 1 jr
4.Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld ( 2-3) Toegestane kaslimiet(1)
5.2.4.
Renterisiconorm
De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van EUR 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld.
5.2.5.
Schatkistbankieren
De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.
5.3.
Bedrijfsvoering
De bedrijfsvoering is erop gericht om onze medewerkers van optimale dienstverlening te voorzien op het gebied van ondersteunende diensten, waaronder: management, secretariaat, P&O, financiën, ICT, privacy, communicatie, huisvesting en juridische zaken. In 2026 richt de bedrijfsvoering zich, naast de reguliere ondersteunende taken, specifiek op: • Blijven ontwikkelen op gebied van arbeidsmarkt, onboarden van personeel, om medewerkers aan ons te binden en ze te boeien. • Doorontwikkelen op het gebied van IT (o.a. nieuw VTH systeem en datagestuurd werken). • Meerjaren plannen op facilitair gebied. Dit is van grote waarde voor onze medewerkers en hierbij valt te denken aan meerjarenplan huisvesting gebouw, klimaatbeheersing, vervanging inventaris, gebruik van ons wagenpark duurzamer maken, postvoorziening efficiënter maken. • De evaluatie van de dienstverlening en samenwerking met de Provincie Groningen heeft plaatsgevonden. Op dit moment wordt gevolg gegeven aan de vernieuwde afspraken en verdere professionalisering van de dienstverlening op het gebied van ICT, P&O en Financiën. Dit zal de komende jaren in beslag nemen, omdat afspraken deels ook afhankelijk zijn van externe ontwikkelingen.
16 Begroting 2026
5.3.1.
Beleidsindicatoren
In de BBV is bepaald dat gemeenten per taakveld een verplichte set van beleidsindicatoren opnemen. Doel hiervan is de transparantie en onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te verhogen. Voor de ODG zijn deze indicatoren niet van toepassing met uitzondering van onderstaande twee indicatoren binnen het taakveld Bestuur en ondersteuning. Indicator
Berekening
Externe inhuur Overhead (personele kosten)
Kosten als % van de totale loonsom % van de totale lasten
17 Begroting 2026
Externe inhuur
25,0% 18,7%
Bijlagen Bijlage 1: Meerjarig overzicht van de bijdrage per deelnemer Programma uitvoering VTH-taken Deelnemersbijdrage (x €1.000)
Eemsdelta Groningen Het Hogeland Midden-Groningen Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Westerkwartier Westerwolde Provincie Groningen Totaal
2026
2027
2028
2029
2.068 1.747 1.230 2.170 939 517 1.091 818 1.711 1.071 4.511 17.872
2.110 1.782 1.254 2.213 958 527 1.112 835 1.745 1.093 4.601 18.230
2.152 1.818 1.279 2.257 977 538 1.135 851 1.780 1.114 4.693 18.594
2.195 1.854 1.305 2.303 997 548 1.157 868 1.815 1.137 4.787 18.966
2026 1.168 1.200 5.023 7.392
2027 1.192 1.224 5.123 7.539
2028 1.215 1.249 5.226 7.690
2029 1.240 1.274 5.330 7.844
Programma uitvoering Seveso-taken Seveso (x €1.000) Provincie Drenthe Provincie Fryslân Provincie Groningen Totaal
18 Begroting 2026
Bijlage 2: Begroting 2024 per taakveld Begroting 2026
Taakveld
VTH
Seveso
Totaal
Baten
Milieubeheer Bestuur Overhead Overige baten Totaal
7.4 0.1 0.4 0.8
14.229 53 4.867 272 19.422
5.770
14.354 53 4.851 164 19.422
5.770
8.222
20.124 53 7.302 164 27.643
-
-
-
-
-
-
-
-
-
2.452 8.222
19.999 53 7.319 272 27.643
Lasten
Milieubeheer Bestuur Overhead Overige lasten Totaal
7.4 0.1 0.4 0.8
2.452
Saldo van baten en lasten Mutatie reserve Begroot resultaat
19 Begroting 2026
Bijlage 3: Investeringskalender Investeringen
2025 Gebouw, deels oplevering en upgrade 2026 Gebouw, afwikkeling en upgrade 2027 Ict, vervanging 2028 Ict, vervanging 2029 Ict, vervanging
20 Begroting 2026
Bedragen (x €1.000)
750 243 100 100 100
Bijlage 4: Geprognosticeerde balans Geprognotiseerde balans (x € 1.000)
2025
2026
2027
2028
2029
Totaal vaste activa
918
995
741
490
573
1.705 1.000 1.679
1.756 1.000 1.729
1.809 1.000 1.781
1.863 1.000 1.835
1.901 1.000 1.871
-
-
-
-
-
5.302
5.480
5.331
5.188
5.345
428 -
428 -
428 -
428 -
428 -
-
-
-
-
-
4.875
5.053
4.903
4.761
4.917
De van europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren
-
-
-
-
-
Overige vooruitontvangen bedragen, die ten bate van volgende begrotingsjaren komen
-
-
-
-
-
5.302
5.480
5.331
5.188
5.345
Vlottende activa Uitzettingen met een looptijd korter dan één jaar vorderingen op openbare lichamen Rekening courantverhoudingen met niet financiële instellingen Overige vorderingen Overlopende activa overige nog te ontvangen bedragen,en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van de volgende begrotingsjaren komen
Totaal activa Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserve Gerealiseerde resultaat Vaste passiva Vlottende passiva Netto-vlottende schulden looptijd korter dan één jaar Overlopende schulden
Totaal passiva
21 Begroting 2026
Bijlage 5: Aanbiedings- en vaststellingsbesluit Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen verklaart dat: a) De ontwerpbegroting 2026 op 3 april 2025 is vastgesteld en vervolgens voor zienswijze is aangeboden aan de deelnemers van de gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Groningen. b) De ontwerpbegroting is aangeboden aan de raden van de deelnemende gemeenten en provinciale staten van de provincie Groningen, met het verzoek deze voor een ieder ter inzage te leggen en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar te stellen; c) De begroting voor het jaar 2026 wordt op 4 september 2025 aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen – inclusief een reactie op de ingediende zienswijzen van de deelnemers. Veendam, Het Dagelijks Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen,
C.T. Dekker
E. Hulst
Voorzitter
Plaatsvervangend secretaris
Aldus vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen in zijn vergadering van 4 september 2025.
Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Groningen,
C.T. Dekker
E. Hulst
Voorzitter
Plaatsvervangend secretaris
22 Begroting 2026
25 juni 2025
Opdrachtgever
Opsteller
Naam opdrachtgever
Naam opsteller
Adres
Adres
POSTCODE Plaats
POSTCODE Plaats
Contactpersoon
Contactpersoon
Naam
Naam
Telefoon
Telefoon
23 Begroting 2026
Samen werken aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving
Jaarstukken 2024
Inhoudsopgave Voorwoord
3
1.
Financiële samenvatting
4
2.
Programmaverantwoording
6
3.
Paragrafen
8
4.
Jaarrekening
16
5.
Balans
24
Datering en opmaak
32
Vaststelling Algemeen Bestuur
33
Controleverklaring onafhankelijk accountant
34
Bijlagen
39
2 Jaarstukken 2024
Voorwoord Voor u liggen de conceptjaarstukken over 2024. Hierin rapporteren we over het financiële resultaat van het afgelopen jaar en kijken we terug op de verwachtingen bij de begroting 2024. Verandering is een constante binnen ons werkveld en in onze regio. De ontwikkelingen waar we in 2024 mee te maken hebben gehad, onderstrepen dat. Over het jaar 2024 is een positief financieel resultaat van € 369.000 gerealiseerd. Naast de uitvoering van onze kerntaken, heeft de Omgevingsdienst Groningen (ODG) zich in 2024 gericht op belangrijke ontwikkelingen die de toekomstbestendigheid van de organisatie moeten versterken. De organisatie stond voor diverse interne en externe uitdagingen. Zo is er met succes ingespeeld op veranderende wet- en regelgeving, waaronder de invoering van de Omgevingswet. Tegelijkertijd is gewerkt aan het versterken van onze positie in de regio. De ODG heeft een groot deel van de afgesproken producten en diensten gerealiseerd, zoals opgenomen in de jaaropdrachten.. Tegelijkertijd is ook te zien dat de medewerkers bijna het dubbele aantal uren inzet hebben geleverd op de collectieve taken. Dit zijn taken die voor iedere deelnemer op een uniforme wijze worden uitgevoerd, zoals piketdiensten, strafrechtelijke handhaving, opleidingen, ontwikkeling en het eigen maken van wet- en regelgeving (zoals stikstofbeleid, energietransitie en ZZS).
Ons werkveld verandert en daar getuigen deze ontwikkelingen ook van. Met het bestuur zal het gesprek over een verbeterde financieringswijze nog plaatsvinden, waarbij ook de toegenomen inzet van medewerkers wordt meegenomen. Dit is van belang zodat de totale opgave van de dienst in relatie kan staan tot de middelen. Personeel en capaciteit waren ook in 2024 een aandachtspunt. Dankzij een intensieve arbeidsmarktcampagne slaagt de ODG er steeds beter om vacatures in te vullen, met name met trainees en zij-instromers die intern worden opgeleid en begeleid. Voor specialistische functies blijft het echter lastig geschikte kandidaten te vinden. Een deel van de vacatures is daarom ingevuld met inhuur. Verder is in 2024 is gewerkt aan de implementatie van een nieuw VTH-systeem. Gedurende het jaar bleek de implementatie niet naar wens te verlopen. Begin 2025 heeft het Algemeen Bestuur daarom besloten om de implementatie te beëindigen en een nieuwe aanbestedingsprocedure te starten. In opdracht van het Algemeen Bestuur is in 2024 een Organisatieplan opgesteld. Hierin zijnde visie, missie en ambities van de ODG voor de komende jaren vastgelegd, evenals een nieuwe topstructuur en ontwikkelagenda. Sinds 1 januari 2025 ben ik gestart als algemeen directeur van de ODG, als opvolger van de interim-directeur.
In deze jaarstukken lichten we de afwijkingen ten opzichte van de begroting 2024 toe en gaan we in op relevante ontwikkelingen. De inzet op majeure risicobedrijven verantwoorden we in deze jaarstukken onder de noemer Seveso (voorheen Brzo) . Deze inzet levert de ODG voor de drie noordelijke provincies. De jaarstukken zijn de laatste van de drie bedrijfsmatige rapportages over 2024. Eerder ontving u de voorjaarsnota (over de eerste vier maanden) en de najaarsnota (over de eerste acht maanden). Informatie over inhoudelijke onderwerpen, de voortgang van de dienstverlening en productie is opgenomen in de halfjaarlijkse rapportages. De jaarrapportage 2024 wordt in mei 2025 met de deelnemers gedeeld. Henk Berends Algemeen directeur Omgevingsdienst Groningen
3 Jaarstukken 2024
1. Financiële samenvatting We sluiten 2024 af met een positief financieel resultaat van € 369.000. Hieronder is het resultaat in hoofdlijnen weergegeven per programma. In de paragrafen hierna worden de resultaten verder toegelicht.
1.1 Rekeningresultaat van het VTH-programma Op hoofdlijnen bestaat het resultaat (exclusief afrondingsverschillen) per saldo t.o.v. de begroting 2024 uit:
1.1.1 Incidentele meevaller aan rentebaten (€ 121.000 V) Door een hogere rentestand over 2024 is er een bate ontstaan van € 121.000. De ODG nam in de begroting 2024 geen kosten/baten mee voor treasury mede vanwege de toenmalige lage rentestand. In de begroting 2025 is wel rekening gehouden met een kleine rente bate. 1.1.2 Lagere personele en materiële kosten (€ 148.000 V) De personele en materiële kosten kwamen voor het primaire proces € 226.000 lager uit dan begroot. In het primair proces is er per saldo voordeel door lagere personele kosten (inclusief beheer primair proces), door een vergoeding vanuit zwangerschapsgelden en bevallingsverlofuitkeringen die niet begroot was (€ 58.000 V), langer openstaande vacatures en de relatief lagere inschaling van nieuwe medewerkers (€ 168.000 v). Daartegenover staat een overschrijding ten opzichte van de begroting voor Overhead van in totaal € 78.000 als gevolg van extra materiële kosten: enerzijds extra kosten voor de arbeidsmarktcampagne (€ 44.000 N) ,iets meer personele onkosten ( € 4000 N) en anderzijds kosten voor juridische bijstand bij de afwikkeling van de beëindigde implementatie van het VTH-systeem
(€ 30.000 N).
1.1.3 Vrijval onvoorzien (€ 100.000 V) De post onvoorzien is bedoeld ter dekking van onvoorziene uitgaven. Deze hebben zich ook specifiek voorgedaan in 2024, maar zijn (zoals beschreven in de BBV) geboekt op de betreffende posten, waardoor voor de post onvoorzien een voordeel ontstaat. Dit voordeel is verrekend met hogere kosten op de andere posten. Er is onder andere een extra afschrijving gedaan van het VTHsysteem. Doordat de implementatie van het VTH-systeem Omnimap op 19 februari 2025 is beëindigd, is de afschrijvingstermijn verkort van 5 jaar naar 2 jaar.
4 Jaarstukken 2024
1.2 Rekeningresultaat van het Seveso-programma Het Seveso-programma loopt volgens een andere methodiek dan het VTH-programma en kent een jaarlijkse eindafrekening. Dit betekent dat ontstane tekorten of overschotten ten opzichte van het reeds voldane voorschot, aan het eind van het jaar worden verrekend. Voor 2024 was sprake van een tekort van € 86.000 ten opzichte van de laatst gewijzigde begroting (de Najaarsnota; deze geldt conform besluitvorming als begrotingswijziging en kent daardoor een begroting van € 6.778.000). De reden van deze wijze van herberekening is de nacalculatie methodiek die sinds 2023 ook onder de rechtmatigheid berekening valt . Het bedrag ad € 86.000 wordt voornamelijk veroorzaakt door een extra doorbelasting van overheadkosten (€ 27.000), extra inzet door de Veiligheidsregio Groningen (€ 13.000) , hogere kosten aan Omgevingsdienst Drenthe (€ 20.000), extra kosten voor de uitvoering van BRIKS-taken (€10.000) en voor euro extra inhuur van een toezichthouder (€ 13.000). Het totale tekort zal in de eindafrekening met de deelnemers in rekening worden gebracht. In onderstaand overzicht is de begroting vanuit de totale begrotingswijziging ODG meegenomen en niet de net genoemde aparte begroting op basis van de prognose 2024.
De eindafrekening Seveso 2024 ziet er als volgt uit:
5 Jaarstukken 2024
2. Programmaverantwoording In de programmaverantwoording worden de doelen en resultaten van het afgelopen jaar toegelicht voor de verschillende programma's. Informatie over weerstandvermogen, risico's en soortgelijke onderwerpen zijn te vinden onder de verplichte paragrafen.
2.1 VTH-programma 2.1.1 Missie De missie van de ODG is: Wij werken aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving in onze regio. Dagelijks zetten de medewerkers van de ODG zich in om de regio een stukje mooier te maken. Zodat inwoners en ondernemers in een veilige, schone en duurzame leefomgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Nu en in de toekomst. 2.1.2 Ontwikkelingen 2024 Is een jaar van grote veranderingen geweest, die veel hebben gevraagd van de organisatie en de deelnemers. Desondanks zijn belangrijke resultaten behaald om bij te dragen aan een veilige, schone en duurzame leefomgeving. Onze medewerkers hebben, ondanks de uitdagingen, ervoor gezorgd dat onze dienstverlening bleef draaien. De deelnemers worden geïnformeerd over de geleverde productie. In 2024 is de Omgevingswet ingevoerd, de grootste stelselwijziging van de afgelopen jaren in Nederland. Dit zorgde het afgelopen jaar voor een dubbele werkwijze, waarin een deel van het werk werd uitgevoerd volgens de nieuwe Omgevingswet en het bijbehorende stelsel, terwijl lopende zaken nog volgens het oude recht moesten worden afgehandeld. De overgang naar een nieuw VTH-systeem heeft in 2024 niet als gepland plaatsgevonden, omdat de implementatie in februari 2025 is beëindigd. In 2024 heeft de ODG gewerkt met de al opgeleverde onderdelen van het systeem, aangevuld met workarounds en tijdelijke processen.
6 Jaarstukken 2024
2.2 Seveso-programma (Seveso Noord) Dit programma heeft betrekking op de uitvoering van de VTH-taken voor zogenaamde majeure risicobedrijven in Noord-Nederland. Deze bedrijven werken met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen of hebben deze stoffen in opslag, daarom vallen zij onder het Besluit risico’s zware ongevallen. RIE-4 bedrijven zijn complexe chemiebedrijven, die werken met milieuverontreinigende stoffen. Daarom vallen zij onder categorie 4 van de Richtlijn Industriële Emissies. 2.2.1 Missie De ODG voert in opdracht van de drie noordelijke provincies de VTH taken uit met als doel om zware ongevallen bij en milieuschade door de majeure risicobedrijven te voorkomen. 2.2.2 Ontwikkelingen In 2024 zijn alle geplande Seveso-inspecties bij de majeure risicobedrijven in Groningen, Fryslân en Drenthe uitgevoerd. Vrijwel alle Seveso-inrichtingen hebben daarnaast ook een reguliere milieu-inspectie gehad. Naast de al lopende vooroverleggen en procedures bij de al aanwezige bedrijven zijn er vooroverleggen gestart voor een aantal nieuwe initiatieven op het gebied van duurzame energie. De trend dat het aantal Seveso-bedrijven in Noord-Nederland toeneemt, zet door.
7 Jaarstukken 2024
Paragrafen In het Besluit Begroting Verantwoording (BBV) zijn zeven verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Deze paragrafen gaan over: •
Lokale heffingen; *
•
Weerstandsvermogen en risicobeheersing;
•
Onderhoud kapitaalgoederen;
•
Financiering;
•
Bedrijfsvoering;
•
Verbonden partijen; *
•
Grondbeleid. *
*De paragrafen: lokale heffingen, grondbeleid en verbonden partijen zijn voor de ODG niet relevant en zijn daarom niet opgenomen.
3.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.1.1 Weerstandsvermogen De omvang en beschikbaarheid van reserves bepalen mede de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen. Uitgangspunt van het beleid voor de omvang van weerstandsvermogen is dat de weerstandscapaciteit tenminste voldoende moet zijn om de gekwantificeerde risico's op te vangen. In de “Gemeenschappelijke Regeling” en de “Nota reserves en voorzieningen” is bepaald dat het weerstandsvermogen bestaat uit de algemene reserve en de post onvoorzien. De algemene reserve mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen. Voor het jaar 2024 is dit afgerond maximaal € 1.295.000. 3.1.2 Risicobeheersing Voor het beoordelen van het weerstandsvermogen is inzicht nodig in de omvang en de achtergronden van de risico's en in de aanwezige weerstandscapaciteit. Anders gezegd: het weerstandsvermogen geeft inzicht in de weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Het BBV definieert dit als volgt: Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: •
de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden waarover de ODG beschikt of kan beschikken om niet
begrote kosten te dekken. •
alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de
financiële positie. De risico's relevant voor het weerstandsvermogen zijn risico's die niet op een andere manier te ondervangen zijn. Reguliere risico's risico's die zich regelmatig voordoen en die veelal vrij goed meetbaar zijn - maken geen deel uit van de risico's in de paragraaf weerstandsvermogen'.
8 Jaarstukken 2024
3.1.3 Begrote risico's In onderstaande tabel staan de risico's zoals deze begroot waren voor 2024.
3.1.4
Daadwerkelijke realisatie van de begrote risico's
3.1.5 Arbeidsmarkt Dit risico deed en doet zich nog steeds voor. De ODG heeft veel - en met succes - geïnvesteerd in het aantrekken van nieuw personeel. We hebben 78 nieuwe collega's aangenomen (waarvan 41 ingehuurd) en er zijn 58 medewerkers vanwege verloop en het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd bij de ODG uit dienst gegaan (waarvan 36 ingehuurd). Per saldo zijn er 15 meer vaste medewerkers aan de ODG verbonden. Deze investering vraagt iets van de organisatie in termen van tijd en geld én op plekken waar dat kan (risico gestuurd) minder snelle uitvoering van processen. 3.1.6 Uitstel Omgevingswet Dit risico van uitstel heeft zich niet voorgedaan. De Omgevingswet is op 1 januari 2024 ingevoerd. Echter de Omgevingswet kent nog de nodige implementatie en uitvoering vraagstukken bij bedrijven en bevoegde gezagen blijkens de eerste reflectie rapportage in januari 2025 over 2024 van de evaluatie commissie Omgevingswet. 3.1.7 Energiekosten De kosten van energie zowel gas als elektra zijn toegenomen, maar niet door extra gebruik. Door het lagere gebruik heeft het risico zich t.o.v. de begroting maar beperkt voor gedaan. 3.1.8 Een vooruitblik op de risico's in 2025
Het weerstandsvermogen voor 2025, is gelijk aan het gerealiseerde weerstandsvermogen in 2024 (€ 416.000), omdat ten tijde van het opstellen van deze conceptjaarstukken nog geen keuze gemaakt is voor de bestemming van het resultaat van 2024.
9 Jaarstukken 2024
3.2 Financiële kengetallen Kengetallen geven de verhouding weer tussen onderdelen van begroting en/of balans en helpen bij de beoordeling van onze financiële positie. Deze kengetallen geven inzicht in hoeveel (financiële) ruimte wij hebben om structurele en incidentele lasten te dekken. De verplicht op te nemen kengetallen in de jaarrekening zijn aangegeven in artikel 11 van het BBV en in onderstaande tabel berekend en toegelicht. Aangezien de ODG geen grondexploitatie kent en geen eigen heffingen heeft, zijn de kengetallen voor grondexploitatie en belastingcapaciteit niet opgenomen.
3.2.1 Netto schuldquote (gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) De netto schuldquote geeft de verhouding van de schuldenlast van de ODG ten opzichte van de jaarlijkse baten weer. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Zie regeling kengetallen, alinea 2 nota van toelichting. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen, wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Aangezien de ODG geen leningen heeft verstrekt, is de netto schuldquote gelijk aan voor leningen gecorrigeerde netto schuldquote.
3.2.2 Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de ODG in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Onder het eigen vermogen verstaan we de algemene reserve en de overige bestemmingsreserves en het resultaat uit het overzicht baten en lasten. Een solvabiliteit tussen 25% en 40% is goed. De solvabiliteit van de ODG voldoet hier niet aan. Dit brengt echter geen risico met zich mee daar de ODG een gemeenschappelijke regeling is.
10 Jaarstukken 2024
3.2.3 Structurele exploitatieruimte Voor de structurele exploitatieruimte geldt dat structureel evenwicht een voorwaarde is voor het toepassen van repressief toezicht. Dit betekent dat structurele lasten inclusief structurele toevoegingen aan bestemmingsreserves maximaal gelijk mogen zijn aan de structurele baten inclusief onttrekkingen aan bestemmingsreserves. Het saldo van structurele baten en lasten wordt nominaal weergegeven en als percentage van de totale baten.
3.3 Financiering Volgens de wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) is iedere gemeenschappelijke regeling verplicht om een financieringsparagraaf in haar begroting en jaarrekening op te nemen. Daarin worden de ontwikkelingen aangegeven met betrekking tot treasury, geldleningen, kasgeldlimiet en renterisiconorm. 3.3.1 Treasury beleid De treasury functie van de ODG dient tot: •
Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;
•
Het beschermen van vermogens- en renteresultaten tegen ongewenste financiële risico’s zoals renterisico’s, koersrisico’s,
liquiditeitsrisico’s en kredietrisico’s; •
Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
posities; •
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO respectievelijk de limieten en richtlijnen van
dit statuut. Het treasury beleid is nader uitgewerkt in het treasury statuut. 3.3.2 Geldleningen Aangezien de provincie Groningen het betalingsverkeer en financiering voor de ODG regelt, maakt de ODG voor de schommelingen in de liquiditeitspositie gebruik van de financiële middelen van de provincie Groningen. De hiervoor aan de provincie te betalen vergoeding op de rekening-courant verhouding is lager dan de geldende marktrente.
11 Jaarstukken 2024
3.3.3 Kasgeldlimiet Het kasgeldlimiet geeft aan in welke mate in de financiering van investeringen mag worden voorzien in de vorm van kortlopende middelen. Volgens de Wet FIDO bedraagt de kasgeldlimiet van gemeenschappelijke regelingen 8,2% van het begrotingstotaal. De ODG heeft, gelet op het feit dat zijn bankiert bij de provincie Groningen, toestemming gekregen tot overschrijding van de kasgeldlimiet. Het verloop van het kasgeldlimiet was in 2024 als volgt:
3.3.4 Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van de vaste schuld (er geldt een drempelbedrag van € 2,5 miljoen). Dat betekent dat in enig jaar 20% van de vaste schuld mag worden vernieuwd. De ODG heeft geen vaste schuld.
12 Jaarstukken 2024
3.3.4 Schatkistbankieren De ODG maakt voor het schatkistbankieren gebruik van de provincie Groningen.
3.4 Bedrijfsvoering Bedrijfsvoering wordt beschouwd als de sturing en beheersing van de beleidsprocessen en de ondersteunende processen. Over de beleidsprocessen en de daaruit voortkomende prestaties en maatschappelijke doelen wordt gerapporteerd in de verschillende beleidsprogramma’s. In deze paragraaf geven wij - conform artikel 14 van het BBV - inzicht in de relevante ontwikkelingen van de ondersteunende processen en bedrijfsmiddelen en de rechtmatigheid. Ten aanzien van rechtmatigheid blijft de ODG binnen de afgesproken tolerantiegrens ad € 766.890 (3% van de omzet). Er zijn twee onrechtmatigheden geconstateerd, namelijk: jaarlijkse ingekochte licenties voor Digitale Checklists ad € 76.534 en de nacalculatie Seveso ad € 46.000, tezamen € 122.534. Digitale Checklists wordt onderdeel van het nieuwe zaaksysteem en vervalt daarmee in 2026 als overschrijding. De Seveso-eindafrekening is acceptabel vanwege afspraken daarover met het Algemeen Bestuur. Er loopt een evaluatie van de financieringssystematiek van Seveso waarin deze wijze van afrekenen wordt meegenomen. 3.4.1 Controleprotocol Met de controleverordening is de controle op het financiële beheer en de inrichting van de financiële organisatie geregeld. Deze controle wordt uitgevoerd door de accountant.
De accountant controleert de jaarrekening en moet zich een oordeel vormen over: De vraag of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de lasten en baten en de grootte en samenstelling van het vermogen. Bij de getrouwheidsvraag gaat het om de vraag of de cijfers kloppen. De rechtmatigheidsvraag is complexer. Het gaat hier om de vraag of de interne - en externe wet- en regelgeving is nageleefd. Deze interne - en externe wet- en regelgeving is opgenomen in het normenkader. Dit normenkader is een bijlage van het Controleprotocol en dient jaarlijks geactualiseerd te worden. In het Besluit accountantscontrole Decentrale Overheden zijn minimumeisen voor de in de controle te hanteren goedkeuringstoleranties voorgeschreven. De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de oordeelsvorming door de gebruikers kan worden beïnvloed.