32-01-02 UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE 2023-2023
Tekst van het document
2.3 Toetsingskader De toetsingskaders die gaan gelden bij een vergunningaanvraag of de afhandeling van een melding onder de Omgevingswet worden hieronder uiteengezet. Toetsingskader omgevingsplanactiviteit De Omgevingswet heeft een nieuw begrip voor vergunningplichtige activiteiten geïntroduceerd. Met een omgevingsplan kan worden bepaald dat voor een bepaalde activiteit een vergunning nodig is: de omgevingsplanactiviteit. Een omgevingsplanactiviteit (OPA) is vergunningplichtig, voor zover dat in het omgevingsplan is bepaald. Het principe is: omgevingsplanactiviteiten die passen in het omgevingsplan zijn vergunningvrij, tenzij er in het omgevingsplan een ‘verbod behoudens omgevingsvergunning’ is opgenomen. Dit verbod kan objectgericht en gebiedsgericht worden gedifferentieerd. Voor alles wat niet past in het omgevingsplan moet een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit worden aangevraagd. Die krijgt een dubbele lading: voor binnen- en buitenplanse afwijkingen. Binnenplans zijn activiteiten waarvan het omgevingsplan bepaalt dat het verboden is om deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en waarbij de vergunning kan worden verleend op gronden (beoordelingsregels) die zijn opgenomen in het omgevingsplan en eventueel daaraan verbonden beleidsregels.
Buitenplans zijn de activiteiten die vergunningplichtig zijn op grond van het omgevingsplan, maar waarvoor de vergunning met de binnenplanse beoordelingsregels niet kan worden verleend, en andere activiteiten die in strijd zijn met het omgevingsplan. Een vergunning voor deze buitenplanse omgevingsplanactiviteiten kan toch worden verleend in het belang van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Deze buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa) kan slechts verleend worden als aan artikel 8.0a, tweede lid, en artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt voldaan. Dat betekent dat: de aanvraag getoetst moet worden aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én dat de Bopa in overeenstemming moet zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De vergunningplichten uit de verordeningen maken sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook deel uit van het omgevingsplan en zijn dus onderdeel van de integrale afweging ten aanzien van een evenwichtige toedeling van functies. Dit kan betekenen dat vergunningplichten uit de verordeningen kunnen komen te vervallen of geïntegreerd worden met vergunningplichten uit de ‘oude’ bestemmingsplannen. Toestingskader Technische bouwactiviteit Bij een omgevingsplanactiviteit is een (technische) bouwactiviteit ook vaak aan de orde.
Een omgevingsplanactiviteit kan in strijd zijn met de regels die zijn opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Door de inwerkingtreding van de Wkb is de toetsing van de 59
eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1) geprivatiseerd. Onze gemeente is voor de toetsing van de complexe bouwwerken (gevolgklasse 2 en 3) verantwoordelijk gebleven. Deze toetsing aan het Bbl vindt bij onze gemeente plaats door de casemanager van het team vergunningen. De toetsing van deze activiteit gebeurt in onze gemeente risicogestuurd op basis van een toetsingsprotocol. Toetsingskader Rijksmonumentenactiviteit De rijksmonumentenactiviteit regelt de bescherming van rijksmonumenten. Daarover zijn regels opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). De omgevingsplanactiviteit kan in strijd zijn met de bescherming van het rijksmonument. De toetsing aan het Bal gebeurt in onze gemeente door de casemanagers. Toetsingskader Bouwwerk brandveilig gebruiken Voor het brandveilig gebruik zijn regels opgenomen in hoofdstuk 6 van het Bbl. Soms moet het gebruik van het bouwwerk gemeld worden bij de gemeente. Deze melding wordt beoordeeld door de VRG. Toetsingskader Natura 2000-activiteit of flora- en fauna-activiteit Een bouwactiviteit kan nadelige gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied (Natura 2000activiteit). Ook kan de activiteit plaatsvinden in een gebied dat de habitat is van wilde dieren en planten (flora- en fauna-activiteit). In die gevallen is meestal een vergunning nodig. De provincie is hiervoor het bevoegde gezag en verzorgt de toetsing van deze activiteit.
Bij een meervoudige vergunning (meerdere activiteiten) kan het zijn dat de provincie advies geeft. Toetsingskader voor APV-activiteiten In de Algemene Plaatselijke Verordening heeft de gemeente de mogelijkheid om activiteiten die in de leefomgeving plaatsvinden aan extra regels te binden. Doel hiervan kan liggen in de bescherming van:
de openbare orde; de openbare veiligheid; de volksgezondheid; de bescherming van het milieu.
Toetsingskader voor de Alcoholwet De alcoholwet vereist dat ieder bedrijf of organisatie die alcoholhoudende dranken schenkt en/of verkoopt daarvoor een vergunning bezit. Toetsingskader voor de Wet op de Kansspelen (WOK) Voor de behandeling van een aanvraag voor een aanwezigheidsvergunning voor speelautomaten wordt de WOK gevolgd. De aanwezigheidsvergunning is persoonsgebonden en wordt voor onbepaalde tijd verleend. Toetsingskaders voor de Wet Bibob De Wet Bibob (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur), geeft de gemeente de mogelijkheid de achtergrond van een bedrijf of persoon te laten onderzoeken. Als er ernstig gevaar dreigt dat de vergunning of de subsidie wordt misbruikt, dan kan de gemeente de aanvraag weigeren of de afgegeven vergunning of subsidie intrekken. De gemeente Veendam heeft een oude beleidslijn opgesteld. Gezien de toenemende aandacht voor ondermijning is de actualisatie
60
van de beleidslijn noodzakelijk. Deze actualisatie heeft hoge prioriteit. Bij situaties die zich lenen voor een afhandeling in het kader van de Wet Bibob wordt deze beleidslijn toegepast. Toetsingskader voor de Wet kinderopvang (Wko) De Rijksoverheid stelt eisen aan kinderopvang. Deze eisen staan beschreven in de Wet kinderopvang. Volgens deze wet moet iedere gemeente toezicht houden op de kwaliteit van kinderopvang. GGD Groningen beoordeelt of een kindercentrum aan de gestelde eisen voldoet. De resultaten van de inspecties door de GGD worden aan ons bekend gemaakt. GGD Groningen controleert kindercentra onder andere op de volgende onderwerpen:
betrokkenheid en inspraak van ouders; deskundigheid van personeel; veiligheid en gezondheid; accommodatie en inrichting; groepsgrootte en het aantal kinderen per pedagogisch medewerker; pedagogisch beleid en praktijk; het omgaan met klachten
2.4 Toetsingsniveau Het verlenen van vergunningen is aanbod gestuurd. Daar heeft een organisatie weinig invloed op. Wel kunnen op basis van ervaringen prognoses worden opgesteld. Deze verwerken wij jaarlijks in ons uitvoeringsprogramma. Het beoordelen van vergunningsaanvragen en meldingen vindt risicogericht plaats. Weliswaar moeten vergunningen worden verleend als aan de wet- en regelgeving wordt voldaan maar binnen deze beoordeling wordt steeds gekeken naar de aard van de aanvraag en welke aspecten daarbij het meest diepgaand moeten worden getoetst. Het gaat hierbij zowel om het object van de aanvraag (bijvoorbeeld wat voor soort bouwwerk of inrichting) als de specifieke te toetsen elementen binnen deze aanvraag (bijvoorbeeld veiligheid of gezondheid). Belangrijke aandachtspunten zijn (constructieve)veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit Indien het gaat om een binnenplanse omgevingsplanactiviteit dan toetsen wij de aanvraag aan alle regels van het Omgevingsplan. Indien de aanvraag past binnen het omgevingsplan wordt de omgevingsplanactiviteitvergunning afgegeven. Indien de aanvraag niet past binnen het omgevingsplan dan is er sprake van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (Bopa).
Deze toetsen wij aan de toepasselijke instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl, de toepasselijke instructieregels in de provinciale verordening én dat de Bopa in overeenstemming moet zijn met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Het begrip ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ volgt het begrip ‘een goede ruimtelijke ordening’ op. Een evenwichtige toedeling van functies aan locaties is daarmee het nieuwe kernbegrip voor zowel de Bopa als het omgevingsplan. Binnen onze gemeente gebeurt deze evenwichtige toedeling van functies aan locaties plaats in de Omgevingskamer. Beoordelen van meldingen en aanvragen omgevingsvergunning activiteit bouwen Sinds de inwerkingtreding van de Wkb heeft de gemeente de taak gekregen om meldingen te beoordelen van de gebouwen die vallen onder de gevolgklasse 1 (eenvoudige gebouwen). Deze meldingen worden door de vergunningverleners beoordeeld. We registeren de melding, checken de
61
gevolgklasse, het gekozen instrument en kwaliteitsborger en maken een beoordeling van het borgingsplan (inclusief risicobeoordeling) met eventueel afgesproken informatie- en stopmomenten. Voor het behandelen en beoordelen van de aanvragen voor de activiteit bouw wordt een bepaalde mate van diepgang in de bouwtechnische toets aan het Bbl aangebracht. Het is onmogelijk om vooraf aan te tonen dat een bouwwerk 100% zal gaan voldoen aan het Bbl. We vergunnen onze aanvragen, voor wat betreft de toets aan het Besluit bouwwerken leefomgeving, daarom risicogestuurd. Deze toetsing aan het Bbl vindt bij onze gemeente plaats door de casemanager van het team vergunningen. In navolging van maatschappelijke ontwikkelingen is de bedoeling van de Ow dat initiatiefnemers meer ruimte krijgen voor initiatieven maar ook zelf meer verantwoordelijkheid hebben voor deze initiatieven. Overheden, bedrijven én burgers zijn verantwoordelijk voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. En dus niet alleen de overheid. Het risicogestuurd werken volgt deze gedachtenlijn. Door risicogestuurd te werken zetten wij de beschikbare capaciteit in daar waar de risico’s het grootst zijn en waarvoor onze deskundigheid en kennis (het meest) nodig is.
Deze verdeling in inzet is gelegitimeerd omdat bij de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning bepaalde normen moet worden bepaald of het aannemelijk is dat aan deze normen wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toetsintensiteit. Door risicogestuurd te werken kunnen activiteiten met een verlaagd risico minder streng worden getoetst dan activiteiten met een verhoogd risico. Om het risico van een bouwwerk/gebouw te bepalen worden drie bouwwerkcategorieën onderscheiden, te weten A tot en met C. Waarbij bouwwerkcategorie A de meest risicovolle is en bouwwerkcategorie C de minste. Met welke intensiteit (diepte niveau) de gemeente een bouwplan (een bouwwerkcategorie) toetst aan wet- en regelgeving is vastgelegd in de “Toetsmatrix Bbl” (zie bijlage 4). De Toetsmatrix heeft betrekking op de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen: Bouwbesluit 2012). Met het vaststellen van een Toetsmatrix worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Hierdoor wordt de veiligheid van bouwwerken op een aanvaardbaar niveau gebracht en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan.
Naast de vaste risicobepaling en de daarbij behorende toetsniveau’s zoals vastgelegd in de Toetsmatrix is er, te allen tijde ruimte om op basis van kennis en kunde per aanvraag om omgevingsvergunning een inschatting te maken of het bepaalde toetsniveau in dat specifieke geval adequaat is. In de praktijk betekent dit dat er in specifieke gevallen gemotiveerd afgeweken kan worden van het vastgelegde niveau. Beoordelen meldingen voor brandveiligheid gebruik bouwwerk Met de Omgevingswet is de gebruiksvergunning vervallen, maar geldt voor (bijvoorbeeld) een hotel nog wel een meldingsplicht. In artikel 6.6 Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is een tabel opgenomen waarin per gebruiksfunctie is aangegeven vanaf welk aantal mogelijk aanwezige personen sprake is van een meldingsplicht voor brandveilig gebruik van het bouwwerk. Op grond van artikel 6.7 Bbl moet de gebruiksmelding 4 weken voor het begin van het gebruik worden gedaan. Er moeten een aantal gegevens en bescheiden worden ingediend. Dit staat opgesomd in artikel 6.8 Bbl. Als alle informatie compleet is, ontvangt de indiener van de melding een acceptatie. Daarna kan het gebouw in gebruik worden genomen. Bij de behandeling van de meldingen brandveilig gebruik vraagt de gemeente advies van de Veiligheidsregio Groningen.
62
Beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument De beoordeling van een rijksmonumentenactiviteit krijgen wij advies van de gemeentelijke adviescommissie. Deze commissie heeft in ieder geval tot taak te adviseren over de aanvragen voor een ‘omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit met betrekking tot een monument’. In deze commissies zitten onafhankelijke leden, specialisten op het gebied van architectuur, stedenbouw en landschap, restauratie, bouwhistorie en cultuurhistorie. Dit biedt het voordeel dat vanuit brede kennis integraal over plannen of beleidsvraagstukken kan worden geadviseerd. Er wordt één advies gegeven, gericht op zowel de monumentenaspecten als het uiterlijk van bouwwerken (voorheen welstand genoemd). In de provincie Groningen zijn de Welstandscommissie en Monumentencommissie geïntegreerd tot een gemeentelijke Adviescommissie voor Omgevingskwaliteit (AvO). Wij hebben onze gemeentelijke adviescommissie ingesteld. Beoordelen meldingen Bouwwerk brandveilig gebruiken Soms moet het gebruik van het bouwwerk gemeld worden bij de gemeente. Deze melding wordt beoordeeld door de VRG. Beoordelen Natura 2000-activiteit of flora- en fauna-activiteit Een bouwactiviteit kan nadelige gevolgen hebben voor een Natura 2000-gebied (Natura 2000activiteit).
Ook kan de activiteit plaatsvinden in een gebied dat de habitat is van wilde dieren en planten (flora- en fauna-activiteit). In die gevallen is meestal een vergunning nodig. De provincie is hiervoor het bevoegde gezag en verzorgt de toetsing van deze activiteit. Bij een meervoudige vergunning (meerdere activiteiten) kan het zijn dat de provincie advies geeft. Beoordelen van aanvragen omgevingsvergunning en meldingen voor milieubelastende activiteiten De omgevingsvergunningen en meldingen voor milieubelastende activiteiten worden voor onze gemeente in concept afgehandeld door de ODG en verzonden aan de gemeente Veendam. Wij toetsen deze concepten en verzendt de definitieve vergunningen aan de aanvragers. Op deze wijze behoudt de gemeente Veendam de regie. Beoordelen aanvragen activiteiten APV Voor een aantal activiteiten eist de APV expliciet dat vooraf een vergunning wordt aangevraagd. Door deregulering is dit aantal activiteiten de afgelopen jaren aanzienlijk afgenomen. De activiteiten die nog steeds vergunningplichtig zijn onder de APV worden in beginsel 100% getoetst aan de vigerende regel. Bij het verlenen van vergunningen voor evenementen wordt hierbij de regels van het Evenementenbeleid in acht genomen.
Beoordelen aanvragen activiteiten Alcoholwet Bij gemeente nog niet bekende aanvragers van drank- en horeca vergunningen worden altijd in persoon uitgenodigd om hun aanvraag toe te lichten. Bestaande ondernemers die hun ondernemingsvorm wijzigen, worden normaliter niet uitgenodigd voor een gesprek. Bij het beoordelen van de aanvraag voor een drank- en horecavergunning wordt ook standaard gekeken of de aanvrager aanpalende vergunningen nodig heeft zoals een vergunning op basis van de wet op de kansspelen en/of een terrasvergunning. Bij wijziging van bestaande vergunningen wordt de aanvraag alleen getoetst aan het onderdeel dat wordt gewijzigd (bijvoorbeeld leidinggevende of 63
capaciteitsuitbreiding). Voor de beoordeling van de aanvraag voor een vergunning of een tijdelijke ontheffing wordt de alcoholwet gevolgd en is er verder geen apart toetsingskader. Beoordelen aanvragen Wko De gemeente is verantwoordelijk voor het in behandeling nemen van aanvragen voor exploitatie en voor wijzigingen van de Wet kinderopvang. Namens de gemeente is de GGD toezichthouder. Hierover vindt afstemming plaats. Constateert de GGD tekortkomingen, dan is het aan de gemeente om over te gaan tot handhaving. Door omstandigheden zijn deze werkzaamheden de afgelopen jaren niet goed belegd geweest. De landelijke systemen LRK en GIR Handhaven zijn niet altijd goed bijgehouden. Met name handhaving is niet opgepakt. Doordat er in de afgelopen jaren weinig mogelijkheden voor handhaving waren, zijn er steeds meer rapporten met een handhavingsadvies (13 over de periode van de afgelopen 6 maanden). Daarnaast moet elke nieuwe voorziening zowel voor als na registratie worden geïnspecteerd. Het LRK en het GIR moeten altijd actueel worden gehouden. Aanvragen en wijzigingen moeten binnen de wettelijke termijnen worden afgehandeld. Dit gaat grotendeels goed.
64
3 Toezicht- en Handhavingsstrategie In hoeverre de gestelde regels ook daadwerkelijk worden nageleefd, wordt bepaald door een groot aantal factoren. Dit varieert van kennis van de regels, via het nut en de noodzaak ervan inzien, tot het bewust overtreden ervan. Een aantal van deze factoren is te beïnvloeden door consequent te handhaven in de meest brede zin van het woord. Alle activiteiten die erop gericht zijn om ervoor te zorgen dat regels worden nageleefd, worden samengevat in een naleefstrategie. De naleefstrategie richt zich enerzijds op het stimuleren van de naleving en anderzijds op het reduceren van de risico’s die kunnen voortkomen uit het niet naleven van de voorschriften. Een naleefstrategie bestaat uit aparte strategieën: een preventiestrategie en een landelijke handhavingsstrategie, bestaand uit een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie. Deze strategieën zijn beschreven in de TOEZICHT- & HANDHAVINGSTRATEGIE WABO IN DE PROVINCIE GRONINGEN (overheid.nl). Bij de uitvoering van onze toezicht- en handhavingstaken passen wij deze strategie toe.
65
BIJLAGE 4 Toetsmatrix Bbl Vergunningen Inleiding Voor u ligt de ‘Toetsmatrix Bbl’ (hierna: Toetsmatrix). Deze Toetsmatrix maakt deel uit van de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2023-2026 van de gemeente Veendam. In de Toetsmatrix is vastgelegd met welke intensiteit een bouwplan, dat ingediend is bij de gemeente Veendam, getoetst wordt aan wet- en regelgeving. Hierdoor wordt weloverwogen en herleidbaar aangegeven welke toets-aspecten aandacht verdienen en hoeveel aandacht de verschillende toets-aspecten krijgen. Aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen worden getoetst aan de voorschriften uit het omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan), de redelijke eisen van welstand en het Bbl (voorheen Bouwbesluit 2012). De Toetsmatrix heeft betrekking op de voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012). De wetgever heeft de technische voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012) niet gedifferentieerd naar zwaarte. Bij de behandeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning moet voor bepaalde normen worden bepaald of het aannemelijk is dat aan de normen uit het Bbl (Bouwbesluit) wordt voldaan. Deze aannemelijkheidstoets biedt enige ruimte om te kunnen variëren in toetsintensiteit. Door de Toetsmatrix wordt hier invulling aan gegeven.
Net als voor alle andere gemeenten is het ook voor Veendam praktisch niet mogelijk om alle voorschriften even uitputtend te toetsen. Ook vraagt niet elk gebouw/bouwwerk om dezelfde mate van toetsing en controle. Bouwplannen lopen immers zeer uiteen. Met het vaststellen van een Toetsmatrix -
worden bouwplannen eenduidig, consequent, transparant en adequaat getoetst. Hierdoor wordt de veiligheid van bouwwerken verhoogd en gewaarborgd, alsmede het gezond en veilig gebruik ervan;
-
worden keuzes en prioriteiten gemotiveerd en bestuurlijk vastgelegd;
-
kan naar inwoners en ondernemers herleidbaar worden aangegeven aan welke voorschriften uit het Bbl (Bouwbesluit 2012) hun aanvraag getoetst is en met welke intensiteit.
De bouwwerkcategorieën Om het risico van een bouwwerk/gebouw te bepalen worden drie bouwwerkcategorieën onderscheiden, te weten A tot en met C. Waarbij bouwwerkcategorie A de meest complexe en meest risicovolle is en bouwwerkcategorie C de minste. Hieronder volgt een verkorte weergave van de verschillende bouwwerkcategorieën (aan het einde van de bijlage is de volledige lijst opgenomen). Bouwwerkcategorie A: Verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuis, kinderdagverblijf/peuterspeelzaal, school, hotel, theater/bioscoop, discotheek, winkelcentrum, galerijflat, kantoor- of sportcomplex Bouwwerkcategorie B: Seriematige woningbouw, recreatiewoningen, woonwagen, winkel, restaurant/café, strandpaviljoen, parkeergarage, sportschool, verenigingsgebouw/clubhuis. Bouwwerkcategorie C: uitbouw/aanbouw, dakkapel, nokverhoging, garage, balkon/galerijafscheiding, erfafscheiding, geluidswand, reclame-uitingen.
66
De toetsniveaus Hieronder volgt een definitie van de verschillende toetsniveaus. Deze definities komen overeen met de landelijke definities. De diepgang van de toets kan variëren van geen toets tot volledig toetsen. Elk volgend toetsniveau is een aanvulling op het vorige.
Niveau 0: niet beoordelen of aan een voorschrift wordt voldaan Niveau 0 is het niet beoordelen of aan de voorschriften van het Bbl (Bouwbesluit 2012) wordt voldaan. Voor wat betreft de toets beperkt de controle zich tot de aangeleverde stukken (‘ontvankelijkheidstoets’). Uiteraard vindt er wel nog een controle plaats op de andere toetsingskaders (omgevingsplan, welstand). Niveau 0 komt in de matrix terug bij een aantal bouwwerken uit categorie C. het betreft de in principe minder complexe en niet/minder risicovolle activiteiten zoals een dakkapel, dakopbouw e.d.
Niveau 1: Globale uitgangspuntentoets (betrouwbaarheidstoets) Bevatten de aangeleverde stukken voldoende samenhangende informatie om het betreffende aspect te kunnen toetsen. Bij toetsniveau 1 wordt gecontroleerd of de globale uitgangspunten op de stukken, die zijn aangeleverd om het desbetreffende aspect te kunnen toetsen, in voldoende mate en in samenhang zijn weergeven. De toetser bladert diagonaal door de stukken en bepaalt op ervaring zijn oordeel aangaande het betreffende aspect. Als het van toepassing is kijken we ook naar de uitkomst van bijvoorbeeld een berekening, want er mogen geen strijdigheden met het Bbl (Bouwbesluit) in de vergunning staan. Niveau 1 passen we toe op voorschriften waarvan de kans dat niet wordt voldaan gering is en de gevolgen indien niet wordt voldaan eveneens gering zijn, met andere woorden: als het risico gering wordt geacht. Door de inwerkingtreding van de geprivatiseerde bouwbesluittoetsing, zijn de toetsniveaus van bouwwerken binnen een lage gevolgklasse (1) al voor alle onderdelen, met uitzondering van de constructie - en brandveiligheid, teruggebracht naar toetsniveau 1. Deze werkwijze wordt doorgezet. (In de matrix te herkennen aan de lichtgrijs gemaakte bouwwerken).
Niveau 2: visueel toetsen (hoofdlijnentoets) Van een te toetsen aspect wordt bezien of de uitgangspunten kloppen en de uitkomsten plausibel zijn (zonder de onderbouwing ervan inhoudelijk te toetsen). Bij toetsniveau 2 worden van de aspecten de uitgangspunten gecontroleerd en bekeken wordt of de uitkomsten realistisch zijn voor het gekozen ontwerp. Ook de tekeningen worden opengeslagen en op basis van ervaring wordt gekeken of het ontwerp voldoet aan de gestelde uitgangspunten. Is een uitkomst niet aannemelijk, dan zal de berekening altijd nagerekend moeten worden of moet verzocht worden om aanvullende gegevens.
67
Niveau 2 is inhoudelijk het basisniveau binnen de matrix. Het is mogelijk om op basis van een aannemelijke uitkomst een vergunning te verlenen, nadere gegevens te vragen of een aanvullende buitencontrole voor te schrijven. Een vergunning weigeren op basis van een niet aannemelijke uitkomst zal vrijwel altijd in strijd zijn met het zorgvuldigheidsbeginsel. Indien een uitkomst niet aannemelijk is, dan zal deze altijd gecontroleerd/nagerekend moeten worden of kan door middel van een verzoek om aanvullingen meer duidelijkheid verschaft worden. Bovenop wat bij niveau 1 wordt getoetst, wordt van ieder te toetsen aspect nagegaan of de uitgangspunten en de uitkomsten juist zijn. Voorbeeld toetsvraag: voldoen de uitkomsten van de ventilatiegegevens aan de eisen uit het Bbl (Bouwbesluit) en zijn er aannemelijke gegevens ingevoerd? Een voorbeeld van aannemelijke gegevens is bijvoorbeeld de ingevoerde vloeroppervlakken. Komen deze overeen met wat op tekening staat?
Niveau 3: representatief toetsen Het toetsen van een aspect op niveau 2 aangevuld met een inhoudelijke toets van de belangrijkste representatieve onderdelen door middel van een controle van de berekeningen of het zelfstandig narekenen ervan Aanvullend op wat er getoetst is bij niveau 2, worden nu de belangrijkste berekeningen gecontroleerd dan wel nagerekend. Vanuit deze toets wordt vanuit vakmanschap in combinatie met de visuele toets bepaald welk onderdeel representatief is voor het gehele aspect en dit onderdeel wordt inhoudelijk getoetst. Niveau 3 is het niveau van toetsen voor voorschriften met betrekking tot veiligheid en gezondheid, met name van kwetsbare groepen, zoals niet zelfredzame mensen en kinderen jonger dan 4 jaar. Niveau 3 is eveneens geadviseerd voor voorschriften die gesteld zijn in het algemeen belang. Het bepalen van wat de belangrijkste berekeningen zijn blijft een taak van de bouwplantoetser. Hiervoor is geen eenduidige instructie te geven. Welke aspecten moeten worden nagerekend wordt bepaald op basis van de resultaten van de visuele toets. Voorbeeld toetsvraag : Kloppen en voldoen de ventilatiegegevens op de belangrijkste onderdelen?
Niveau 4: integraal toetsen (volledige toets) Het toetsen van een aspect op niveau 2 aangevuld met een inhoudelijke toets van alle representatieve onderdelen door middel van een controle van uitgangspunten en resultaten van de berekening of het zelfstandig narekenen ervan. Dit is een totale toets. Alle berekeningen worden nagerekend en van alle gegevens wordt gecontroleerd of er voldaan wordt aan de eisen. Niveau 4 komt in de matrix alleen voor met betrekking tot toepassing van gelijkwaardige oplossingen (art. 1.3 van Bouwbesluit 2012). In de praktijk zal toetsen op niveau 4 voorkomen wanneer de kwaliteit van de aanvraag dan wel de veronderstelde weigeringsgrond aanleiding geeft tot het 68
zwaarder toetsen dan volgt uit de matrix. Niveau 4 is geschikt om bepaalde speerpunten binnen het gemeentelijk beleid extra invulling te geven. Let op. Naast de vaste prioritering en de daarbij horende toetsniveaus is er te allen tijde ruimte om op basis van kennis en kunde per aanvraag om omgevingsvergunning een inschatting te maken of de vaste prioritering in dat specifieke geval adequaat is. In de praktijk betekent dit dat er in specifieke gevallen gemotiveerd afgeweken kan worden van de vastgelegde prioritering. Dit betekent niet dat als er niet gemotiveerd afgeweken is, en er iets misgaat, er gezegd kan worden dat er geen goede prioritering gehanteerd is. Bouwwerkcategorieën Er zijn drie bouwwerkcategorieën gedefinieerd. Van in principe complex en risicovol (A) naar in principe gemiddeld (B) en in principe (zeer) eenvoudig en minst risicovol (C). Bouwwerkcategorie A -
Verzorgings-, verpleeg- en ziekenhuis;
-
Kinderdagverblijf/peuterspeelzaal;
-
School;
-
Hotel;
-
Theater, bioscoop;
-
Discotheek;
-
Winkelcentrum;
-
Kantoorcomplex;
-
Sportcomplex;
-
Galerijflat, portiekflat, appartementengebouw, overige gestapelde woningen;
-
Veiling- en cellencomplex;
Bouwwerkcategorie B -
Seriematige woningbouw (bijv. meerdere reguliere –eventueel verschillende– eengezinswoningen in rij, geschakeld, twee-onder-één-kap, voor permanente bewoning);
-
Grondgebonden woning (enkele vrijstaande eengezins- of meergezinswoning voor permanente bewoning);
-
Recreatiewoningen (in rij, geschakeld, twee-onder-één-kap of vrijstaand, niet voor permanente bewoning);
-
Woonwagen;
-
Bedrijfsverzamelgebouw;
-
Afzonderlijk, zelfstandig bedrijfsgebouw in één of meerdere bouwlagen;
-
Kantoorruimte tuinbouwsector;
-
Winkel; 69
-
Restaurant/café;
-
Strandpaviljoen;
-
Parkeergarage;
-
Sportschool;
-
Verenigingsgebouw/clubhuis;
-
Tijdelijke units (bijv. noodlokaal, kantoorunits, tijdelijke kinderopvang, etc.);
-
Bedrijfsruimte (als onderdeel van tuinbouwcomplex);
-
Ketelhuis/koelcel;
-
Verkeersbrug / tunnel.
Bouwwerkcategorie C -
Uitbouw/aanbouw;
-
Erker;
-
Serre;
-
Bijgebouw;
-
Garage;
-
Schuur;
-
Dierenverblijf (niet bedrijfsmatig);
-
Dakopbouw;
-
Nokverhoging;
-
Dakkapellen;
-
Voetgangers/wielrijdersbrug;
-
Balkon-/galerijafscheiding;
-
Tribune;
-
Regionale nutsvoorziening (Boezemgemaal, Schakel- en transformatorstation, RWZI);
-
Reclame-uitingen;
-
Uithangborden;
-
Lichtmast;
-
Lichtbak (aan de gevel of op het dak);
-
Windmolen;
-
Zuil;
-
Bouwbord; 70
-
Geldautomaat;
-
Watersilo (stalen ronde, gesegmenteerde constructie t.b.v. toepassing in tuinbouw);
-
Warmte- of Koudeopslagtank (WOT, KOT);
-
Warmtekrachtkoppeling (WKK);
-
Erfafscheiding;
-
Schutting;
-
Zendmast;
-
C2000/GSM antenne;
-
Tuinbouwkas;
-
Damwand- of duikerconstructie;
-
Geluidsscherm;
-
Buitenzwembad bij woning;
-
Lichte industriegebouw (opslag, container, romneyloods);
-
Vakwerkmast;
-
Lokale nutsvoor ziening (Trafohuis, Rioolgemaal).
71
-
72
73
74
BIJLAGE 5 Kwaliteitsniveau U&H gemeente Veendam
Toelichting bij KU&H De gemeente Veendam heeft een zorgplicht om het kwaliteitsniveau voor de uitvoering- en handhavingstaken (KU&H) op het gebied van vergunning-, toezicht-, en handhavingstaken (VTH) vast te leggen. Vertrekpunt hierbij zijn de kwaliteitscriteria. Doel van de kwaliteitscriteria: De kwaliteitscriteria zijn bedoeld om de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving (de VTH-taken) door gemeenten, provincies en omgevingsdiensten in het Omgevingsrecht te professionaliseren en de kwaliteit in de organisatie te borgen. De criteria gaan over proces, inhoud en kritieke massa. Het voldoen aan de criteria zorgt ervoor dat het bevoegd gezag in staat is om de gewenste kwaliteit en continuïteit te leveren. De set maakt inzichtelijk welke kwaliteit van de VTH-taken burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en als opdrachtgevers, mogen verwachten. Door te voldoen aan de criteria zorgt het bevoegd gezag ervoor dat ze in staat is om de gewenste kwaliteit te leveren. De kwaliteitscriteria zijn er op verschillende niveaus beschreven. Deels hebben ze betrekking op de organisatie en deels op de medewerkers. Voor de organisatie betekent dit dat er een sluitende beleidscyclus om kwaliteit te borgen moet zijn, er een inhoudelijke ondergrens is en de taken belegd moeten worden bij organisaties die continuïteit in de uitvoering kunnen garanderen.
Op medewerkerniveau moeten de taken belegd worden bij medewerkers die voldoende deskundig zijn om deze taken adequaat uit te kunnen voeren. Waarom criteria voor kritieke massa? Het fundament van kwaliteit is het afleveren van een zo goed mogelijk product. Hiervoor is vooral vakmanschap nodig. De criteria voor kritieke massa adresseren dit vakmanschap in termen van voldoende opleiding, ervaring, kennis en het onderhouden en borgen daarvan. Organisaties en medewerkers die aan deze criteria voldoen moeten, in de kern, in staat zijn om producten af te leveren met de gewenste kwaliteit. Met de kwaliteitscriteria voor kritieke massa kan een antwoord gegeven worden op de vraag of een organisatie en haar medewerkers in principe in staat zijn om de taken en onderliggende operationele activiteiten uit te voeren, gegeven de minimaal benodigde deskundigheid voor de uitvoering van deze taken en de continuïteit daarvan. Uitbesteden of zelf doen? (borging)
75
Activiteiten binnen de verschillende deskundigheden kunnen in sommige gevallen worden uitbesteed en dienen in sommige gevallen binnen de overheid uitgevoerd te worden. Bij de beschrijving van de deskundigheden in te tabellen is aangegeven of bepaalde activiteiten binnen de overheid uitgevoerd moeten worden of aan marktpartijen uitbesteed kunnen worden. Activiteiten dienen binnen de overheid uitgevoerd te worden, indien: De activiteit behoort tot één van de kernactiviteiten van de Wabo; Een mogelijkheid bestaat voor belangenverstrengeling wanneer activiteiten worden uitgevoerd door een marktpartij; De onafhankelijkheid van de uitvoerende medewerker in het geding kan komen. De mogelijkheid tot uitbesteden is op activiteitenniveau binnen de deskundigheidsgebieden aangegeven. Indien de deskundigheid benodigd voor het uitvoeren van de activiteit redelijkerwijs alleen bij gespecialiseerde bureaus te verwachten is, dan bestaat de mogelijkheid deze activiteiten uit te besteden. Hiervoor geldt dat specifieke activiteiten of deskundigheidsgebieden binnen de overheid georganiseerd dienen te zijn. Op de onderstaand figuur is samengevat welke deskundigheidsgebieden binnen de overheid uitgevoerd dienen te worden en welke mogelijk uitbesteed kunnen worden.
76
Deskundigheden zijn binnen de overheid georganiseerd als zij belegd zijn bij personen: die zijn aangesteld door het bevoegd gezag; die zijn aangesteld door het bestuur van een gemeenschappelijke regeling waaraan het bevoegd gezag voor de betreffende activiteiten deelneemt; aangesteld door derden of werkzaam als zelfstandige zonder personeel, in de vorm van detachering (de persoon werkt een vast aantal dagen per week voor een vaste periode bij de overheidsorganisatie). Waarbij de overheidsorganisatie zelf verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de uitgevoerde werkzaamheden en in staat is deze zelf te beoordelen. Daarvoor is het nodig dat de overheid zelf minimaal één persoon in dienst heeft die beschikt over de betreffende deskundigheden en behoort tot het eerste en tweede punt van bovenstaande opsomming; die zijn aangesteld door andere overheden (waar het bevoegd gezag geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor draagt), waarmee het bevoegd gezag een structureel samenwerkingscontract heeft.
Deskundigheden zijn uitbesteed als zij belegd zijn bij personen: die zijn aangesteld door andere overheden (waar het bevoegd gezag geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor draagt), waarmee het bevoegd gezag een ad hoccontract heeft gesloten voor het leveren van die deskundigheden; die zijn aangesteld door derden in de vorm van adviesdiensten (ad hoc advies, geen detachering). Om de criteria voor kritieke massa goed te kunnen begrijpen en te interpreteren zijn heldere definities nodig. De criteria voor kritieke massa zijn uitgewerkt op basis van het onderstaande model.
77
Figuur 1: Model kritieke massa Op hoofdlijnen bestaat de kritieke massa uit de onderstaande elementen: Deskundigheid Opleiding: de minimale basisopleiding en een indicatie van de aard en de omvang van de benodigde aanvullende opleidingen waarmee de kennis is te verkrijgen. Werkervaring: het minimale aantal jaren relevante werkervaring die men nodig heeft om de taak zelfstandig uit te kunnen voeren. Aanvullende kennis: de minimaal benodigde basiskennis en diepgaande kennis voor de zelfstandige uitvoering van de taak, in aanvulling op de opleidingen. Continuïteit Frequentie: de minimale frequentie per jaar waarmee een taak zelfstandig moet worden uitgevoerd om de deskundigheid te behouden. Aantal: het minimale aantal medewerkers met de omschreven deskundigheid en frequentie waarover de organisatie moet kunnen beschikken om de noodzakelijke deskundigheid te kunnen borgen. Borging: de omgeving waar deze activiteiten uitgevoerd moeten worden (binnen de overheid of uitbesteed) en de mogelijkheden die er zijn om in te huren.
78
De gemeente Veendam heeft voor een aantal deskundigheidsgebieden te weten: Vergunningverlening Bouwen en RO; Behandelen Juridische aspecten handhaving; Cultuurhistorie gekozen om het kwaliteitsniveau aan te passen, passend bij de aard en omvang van de gemeente. De overige deskundigheidstabellen zijn overeenkomstig de landelijke kwaliteitscriteria 2.2. Om de continuïteit te waarborgen op deze deskundigheidsgebieden geldt voor de gemeente Veendam de verplichting om een robuuste achtervang te organiseren en deze aantoonbaar te borgen. Zo ondervangt de gemeente Veendam dat ook in geval van o.a. verlof, ziekte en vertrek voldoende bedrijfszekerheid/continuïteit gegarandeerd kan worden.De middelen voor de achtervang worden in de begroting opgenomen.
De gemeente Veendam voert 10 deskundigheidsgebieden (deels) zelf uit (nummer komen in de opsomming hieronder komen overeen met de nummers van de deskundigheidsgebieden in de kwaliteitscriteria VTH).
1. casemanagement 2. vergunningverlening bouwen en RO complex 4. toezicht en handhaving bouwen en RO complex 8. behandelen juridische aspecten vergunningverlening 9. behandelen juridische aspecten handhaving 10. behandelen juridische aspecten afwijkingsbesluiten 22. groen en ecologie 24. stedenbouw en openbare inrichting 25. exploitatie planeconomie 26. cultuurhistorie
De gemeente Veendam heeft 12 deskundigheidsgebieden deels belegd bij de ODG:
3. Vergunningverlening Milieu 5. Toezicht en handhaving Milieu 6. Toezicht en handhaving Bodem 11. Ketentoezicht 12. BOA (domein II)
79
17. Sloop en Asbest 18. Afvalwater 19. Bodem Bouwstof en Water 20. Externe Veiligheid 21. Geluid complex (incl Bouwakoestiek) 23. Luchtkwaliteit 27. Energiebesparing en Duurzaamheid
Het eigen kwaliteitsniveau geldt voor de deskundigheidsgebieden die door Veendam in huis worden verricht of de deskundigheids gebieden die zijn uitbesteed aan een andere organisatie. De gemeente Veendam heeft deskundigheidsgebieden 7. Toezicht en Handhaving Groene wetten en 22.en 22a Groen en ecologie belegd bij de Provincie Groningen. Deskundigheidsgebied 14. Brandveiligheid is ondergebracht bij de Veiligheidsregio Groningen en 13. Bouwfysica en 15. Constructieve Veiligheid zijn uitbesteed aan een marktpartij. Voor deze organisaties geldt het kwaliteitsniveau wat wij hier hebben opgenomen. Voor de taken die uitgevoerd worden door de Omgevingsdienst geldt het wettelijk verplichte regionaal afgesproken kwaliteitsniveau. Deze hebben wij vastgelegd in onze Verordening kwaliteit Uitvoering en Handhaving omgevingsrecht gemeente Veendam 2022.
80
Generieke deskundigheidsgebieden Nummering in de opsomming hieronder komt overeen met de nummers van de deskundigheidsgebieden in de kwaliteitscriteria VTH.
1. Casemanagement 2. Vergunningverlening Bouwen en RO complex 4. Toezicht en handhaving Bouwen en RO Complex 7. Toezicht en handhaving Groene wetten
81
1. Casemanagen Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kernactiviteiten van de Wabo die bij het bevoegd gezag thuishoren. Een medewerker op HBO-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Activiteiten 1. Organiseren / begeleiden van overleg met de aanvrager (vooroverleg). 2. Uitvoeren toets op volledigheid 3. Bewaken proces, integraliteit en voortgang van de aanvraag. 4. Inschakelen van vakdisciplines en wanneer nodig externe partijen (coördineren inhoudelijke volledigheid). 5. Het uitzetten van adviesaanvragen aan de wettelijke adviseurs. 6. Besluit (laten) samenstellen en coördineren. Eisen aan medewerkers die deze zes activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties Opleiding Basisopleiding: MBO-niveau Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Omgevingsrecht Basiscursus Awb een of meerdere complexe situaties Opleiding Denkniveau: HBO-niveau Aanvullende opleiding(en): Zie eenvoudige situaties
Werkervaring 1 jaar in procesmanagement en het afhandelen van Awb procedures
Werkervaring 2 jaar in procesmanagement en het afhandelen van Awb procedures
Aanvullende kennis Basiskennis: Structuur en systematiek (bouw)tekeningen
Aanvullende kennis Basiskennis: Zie eenvoudige situaties
Frequentie Besteden van 1/3 fte aan deze zes activiteiten.
Frequentie Besteden van 1/3 fte aan deze zes activiteiten en/of begeleiden van 5 complexe meervoudige aanvragen per jaar.
Eisen aan organisaties die deze zes activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan de bovengenoemde criteria voor eenvoudige situaties óf de criteria voor de deskundigheid 2 „Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening‟ óf de criteria voor de deskundigheid 3„ Vergunningverlening milieu‟. een of meerdere complexe situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria voor complexe situaties óf de criteria voor de deskundigheid 2„Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening‟ óf de criteria voor de deskundigheid 3 „Vergunningverlening milieu‟.
82
2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. De gemeente huurt een marktpartij in indien de interne medewerker op HBO-niveau beoordeelt dat het werkaanbod of de kennis en ervaring dat vereisen. Het betreffen kernactiviteiten van de Wabo die bij het bevoegd gezag thuishoren. Een medewerker op HBO-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Activiteit 1. Inhoudelijke input leveren voor vooroverleg en overleg met adviseurs. 2. Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk. a. controleren van de volledigheid, juistheid van de inhoud (inclusief berekeningen en rapportages) van aanvragen in relatie tot de indieningsvereisten; b. toetsen aan bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan en/of voorbereidingsbesluit; c. toetsen aan bouwbesluit en bouwverordening; d. opstellen conceptvergunning en bepalen voorwaarden op basis van (eventuele) bijdragen jurist en specialisten; e. verlenen van ontheffing of het toepassen van de gelijkwaardigheidbepaling van het Bouwbesluit / bouwregelgeving; f. beoordelen en afwegen legalisatiemogelijkheden bij afwijking van de vergunning. 3.
Beoordelen aanvraag omgevingsvergunning tijdelijke, binnenplanse of buitenplanse ontheffing voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit (in verband met het afwijkingsbesluit) a. beoordelen aanvraag; b. opstellen conceptbesluit op basis van integrale afweging van (eventuele) bijdragen van jurist en specialisten. 4. Beoordelen zienswijzen en bezwaren bij het bouwen van een bouwwerk en/of planologische ontheffing bij gebruik gronden en bouwwerken. 5. Beoordelen melding voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van bouwwerken a. beoordelen eventuele monumentale status, situatie beschermd stads,- en dorpsgezicht en andere geldende kaders; b. beoordelen wanneer specialisten (slopen, asbest, monumenten e.a.) moeten worden ingeschakeld; c. opstellen conceptbesluit op basis van integrale afweging van (eventuele) bijdragen van jurist en specialisten (o.a. sloop en asbest en monumentenzorg). Eisen aan medewerkers die deze vijf activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties Opleiding Basisopleiding: MBO-niveau
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus ambtenaar bouw- en Woningtoezicht I (inclusief Awb, omgevingsrecht, brandveiligheid, Wro (bestemming), monumenten en bouwfysica) Basiscursus Wm Basiscursus Wet natuurbescherming
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
1 jaar (inclusief het verzamelen en/of opmaken van voorschriften)
Basiskennis: Bouwkunde Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Jurisprudentie Constructieve veiligheid Diepgaande kennis: Bouwbesluit (incl beoordelen van gelijkwaardigheid) en bouwverordening
Besteden van 2/3 fte aan deze vijf activiteiten.
83
een of meerdere complexe situaties Opleiding
Basisopleiding: HBO-niveau
Werkervaring
3 jaar (inclusief het verzamelen en/of opmaken van voorschriften)
Aanvullende kennis
Basiskennis: Zie eenvoudige situaties
Frequentie
Besteden van 2/3 fte aan deze vijf activiteiten
Aanvullende opleiding(en): Zie eenvoudige situaties
Diepgaande kennis: Zie eenvoudige situaties Constructieve veiligheid Bestemmingsplannen IMRO codering (Informatiemodel Ruimtelijke Ordening) Beheersverordeningen, exploitatieplannen en voorbereidingsbesluiten Medewerkers die aan deze eisen voldoen, voldoen ook aan de eisen om de activiteiten 1 t/m 5 uitvoeren van de deskundigheid 1. Casemanagen.
Eisen aan organisaties die deze vijf activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties minimaal 1 medewerker die voldoen aan bovengenoemde criteria voor eenvoudige situaties een of meerdere complexe situaties minimaal 1 medewerker met minimaal HBO denkniveau die voldoet aan bovengenoemde criteria voor complexe situaties
84
4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kernactiviteiten van de Wabo die bij het bevoegd gezag thuishoren. Een medewerker op HBO-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Activiteit 1. Uitvoeren toezicht aan de hand van vergunningstekeningen, voorwaarden en geldende planologische regels: a. toezicht houden op de uitvoering van de bouw; b. toezicht houden bij bestaande bouw; c. toezicht houden op sloopwerkzaamheden, exclusief asbest d. toezicht houden op de naleving van veiligheidsvoorschriften; e. toezicht op de naleving van brandvoorschriften; f. toezicht houden op het gebruik van gebouwen; g. toezicht houden op het gebruik van gronden; h. toezicht houden op werken/werkzaamheden. 2. Inschakelen van specialist voor complexe situaties en beoordelen toepasbaarheid advies van specialist. 3. Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken. 4. Handhaven bij geconstateerde overtredingen. 5. Behandelen van de gereedmelding van aanleg, bouw en/of sloop. 6. Behandelen ongewone voorvallen, klachten, meldingen en verzoeken tot handhaven.
Eisen aan medewerkers die deze zes activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties Opleiding Basisopleiding: MBO-niveau
Aanvullende opleiding(en): Ambtenaar bouw- en Woningtoezicht I (inclusief Awb, omgevingsrecht, brandveiligheid, Wro (bestemming), monumenten en bouwfysica) Basiscursus Wm Basiscursus wet natuurbescherming
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
1 jaar
Basiskennis: Bouwkunde Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) Jurisprudentie Constructieve veiligheid op de bouw Asbestherkenning Diepgaande kennis: Bouwbesluit (incl. beoordelen van gelijkwaardigheid) en bouwverordening
Besteden van 2/3 fte aan deze zes activiteiten.
85
Eisen aan medewerkers die deze zes activiteiten uitvoeren voor een of meerdere complexe situaties Opleiding Basisopleiding: HBO-niveau
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
3 jaar
Basiskennis: Zie eenvoudige situaties
Besteden van 2/3 fte aan deze zes activiteiten.
Aanvullende opleiding(en): Zie eenvoudige situaties Ambtenaar bouw- en woningtoezicht Basiscursus asbestherkenning
Diepgaande kennis: Zie eenvoudige situaties Constructieve veiligheid op de bouw
Eisen aan organisaties die deze zes activiteiten uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria voor eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria voor complexe situaties
86
7. Toezicht en handhaving groene wetgeving Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kernactiviteiten van de toezicht en handhaving. Activiteit 1 Het beoordelen of ontheffing- of vergunningplichtige activiteiten op basis van de wet natuurbescherming plaatsvinden. 2 Maken van een risicoanalyse en indien nodig vertalen naar situatie specifiek toezichtsplan met risico’s, beoordelingspunten en bijbehorende toezichtmethode en frequentie. 3 Voorbereiden op basis van openbare en situatie specifieke bronnen en uitvoeren van controles ter plaatse. 4 Bevindingen rapporteren, overtredingen melden, optreden en ambtelijke vooraankondiging maken. Opstellen bezoekverslag/brief. 5 Handhaven bij (opnieuw) geconstateerde overtredingen conform sanctiestrategie. 6 Behandelen klachten, meldingen (ongewone voorvallen) en verzoeken tot handhaven. 7 Tijdig signaleren welke specialisten en/of juristen moeten worden ingeschakeld en hun bijdragen op relevantie, toepasbaarheid en benodigde diepgang beoordelen. Eisen aan medewerkers die deze zeven activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: MBO-niveau Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Wet Natuurbescherming Soortenbescherming Gebiedsbescherming Houtopstanden Basiscursus Awb Basiscursus Wabo
Werkervaring
Aanvullende kennis
1 jaar
Eisen aan organisaties die deze zeven activiteiten uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria
Frequentie Besteden van 2/3 fte aan deze zeven activiteiten.
Diepgaande kennis: Stedelijk groen Natura2000 Ecologische en landschappelijke condities
Juridische deskundigheidsgebieden Nummering in de opsomming hieronder komt overeen met de nummers van de deskundigheidsgebieden in de kwaliteitscriteria VTH.
8. Behandelen juridische aspecten vergunningverlening 9. Behandelen juridische aspecten handhaving 10. Behandelen juridische aspecten afwijkingsbesluiten
8. Behandelen juridische aspecten vergunningverlening Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kernactiviteiten van de Wabo die bij het bevoegd gezag thuishoren. Activiteit 1. (Procedureel) beoordelen van vergunningaanvragen. 2. Adviseren over diverse juridische vraagstukken op het terrein van het omgevingsrecht. 3. Adviseren dan wel opstellen van beschikkingen ten aanzien van (complexe) aanvragen op grond van de Wabo, en het adviseren over gedoogbeschikkingen (zorgvuldige voorbereiding, deugdelijke motivering, gebaseerd op actuele wetgeving en conform de jurisprudentie). 4. Behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken voorlopige voorziening en zienswijzen, opstellen verweerschriften en pleitnota’s en vertegenwoordigen van het bevoegd gezag bij de behandeling ter zitting. Eisen aan medewerkers die deze vier activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: Relevante HBO Aanvullende opleiding(en):
Werkervaring
Aanvullende kennis
1 jaar voor activiteiten 1 en 2
Basiskennis:
3 jaar voor activiteit 3 en 4
Diepgaande kennis:
Basiscursus Wro Basiscursus Bouwbesluit (incl. toepassing van gelijkwaardigheid) Basiscursus Woningwet Basiscursus Erfgoedwet Basiscursus Wm Basiscursus Wet natuurbescherming Verdiepingscursus Awb Verdiepingscursus omgevingsrecht (Wabo en bijzondere milieuwetgeving)
Eisen aan organisaties die deze vier activiteiten uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria
Jurisprudentie Jurisprudentie
Frequentie Besteden van 2/3 fte aan deze vier activiteiten of per paar minimaal 5 procedures doorlopen inclusief vertegenwoordiging ter zitting (voor activiteit 4)
9. Behandelen juridische aspecten handhaving Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kernactiviteiten van de Wabo die bij het bevoegd gezag thuishoren. De gemeente huurt een marktpartij in indien de interne medewerker op HBO-niveau beoordeelt dat het werkaanbod of de kennis en ervaring dat vereisen. Activiteit 1. (Procedureel) beoordelen van handhavingsverzoeken en gedoogbeschikkingen. 2. Adviseren over juridische vraagstukken op het terrein van omgevingsrecht. 3. Behandelen en begeleiden van handhavingsprocedures. 4. Opstellen van beschikkingen ten aanzien van (complexe) handhavingszaken (ook gedoogbeschikkingen) en het doen van aanschrijvingen in het kader van de Wabo onderdelen bouw, RO en milieu (zorgvuldige voorbereiding, deugdelijke motivering, gebaseerd op actuele wetgeving en conform de jurisprudentie). 5. Adviseren over flankerend beleid / afstemming bestuursrechtelijke acties en strafrechtelijk vervolg door boa. 6. Adviseren over invorderen bestuurlijke geldschulden. 7. Behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken voorlopige voorziening en zienswijzen, opstellen verweerschriften en pleitnota’s en vertegenwoordigen van het bevoegd gezag bij de behandeling ter zitting.
Eisen aan medewerkers die deze zeven activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: Relevante HBO Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Wro Basiscursus Bouwbesluit (incl toepassing van gelijkwaardigheid) Basiscursus Woningwet Basiscursus Wm Basiscursus Wet natuurbescherming Basiscursus Erfgoedwet Verdiepingscursus Awb Verdiepingscursus omgevingsrecht Basiscursus straf(proces)recht
Werkervaring
Aanvullende kennis
1 jaar voor activiteiten 1 en 2
Basiskennis:
3 jaar voor activiteiten 3 t/m 7
Diepgaande kennis: Jurisprudentie
Frequentie Besteden van 2/3 fte aan deze zeven activiteiten of per jaar minimaal 5 procedures doorlopen inclusief vertegenwoordiging ter zitting (voor activiteit 7)
Eisen aan organisaties die deze zeven activiteiten uitvoeren minimaal 1 medewerker die voldoet aan bovengenoemde criteria
Activiteit 9.7 kan elders in de organisatie worden georganiseerd mits degene die de procedure uitvoert minimaal 5 procedures op jaarbasis doorloopt
10. Behandelen juridische aspecten afwijkingsbesluiten Onderstaande activiteiten moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Het betreffen kernactiviteiten van de Wabo die bij het bevoegd gezag thuishoren. Een medewerker op HBO-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Activiteit 1. Toetsen van een aanvraag aan het bestemmings- of inpassingsplan en het beoordelen van ontheffingsmogelijkheden. 2. Beoordelen wel/niet meewerken aan een initiatief en planologische medewerking. 3. Maken van een keuze voor het geëigende juridische/planologische instrument per initiatief (afwijkingsbesluit of een andere planvorm/besluit op basis van de Wabo of Wro). 4. Voorbereiden, motiveren, opstellen en laten nemen van een afwijkingsbesluit. 5. Behandelen van bezwaar- en beroepschriften, verzoeken voorlopige voorziening en zienswijzen, opstellen verweerschriften en pleitnota’s en vertegenwoordigen van het bevoegd gezag bij de behandeling ter zitting naar aanleiding van een afwijkingsbesluit Eisen aan medewerkers die deze vijf activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: Relevante HBO
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
Voor activiteit 1: 1 jaar of 15 toetsingen en beoordelingen
Basiskennis: Bouwverordening Lokaal beleid Structuurvisies Inpassingsplannen Bestemmingsplannen Ladder duurzame verstedelijking Voor activiteit 2-5, overig: Grondexploitatie en planeconomie (RO) Diepgaande kennis: Jurisprudentie
Besteden van 1/3 fte aan deze vijf activiteiten of per jaar minimaal 5 procedures doorlopen inclusief vertegenwoordiging ter zitting (voor activiteit 5).
Voor activiteit 2-4: 1 jaar voor binnenplanse afwijkingen of eenvoudige situaties
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus Wro Verdiepingscursus Awb Verdiepingscursus omgevingsrecht Basiscursus Woningwet Basiscursus Wm Basiscursus Wet natuurbescherming Basiscursus Erfgoedwet
Voor activiteit 2-5, overig: 3 jaar
Eisen aan organisaties die deze vijf activiteiten uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria
Specialistische deskundigheidsgebieden accent bouwen Nummering in de opsomming hieronder komt overeen met de nummers van de deskundigheidsgebieden in de kwaliteitscriteria VTH.
13. Bouwfysica 14. Brandveiligheid 15. Constructieve veiligheid
13. Bouwfysica Onderstaande activiteiten 1 t/m 10 kunnen worden uitbesteed aan een marktpartij, mits de uitbestedende overheidsorganisatie beschikt over het deskundigheidsgebied ‘2. Vergunningverlening bouwen en ruimtelijke ordening’ of 4. Toezicht en handhaving bouwen en ruimtelijke ordening’. Een medewerker op HBO-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Activiteit 1 Bespreken bevindingen met architect en/of adviesbureau. 2 Toetsen tekeningen en berekeningen daglichttoetreding. 3 Toetsen tekeningen en berekeningen rookgasafvoer. 4 Controleren door visuele inspecties tijdens uitvoering van de bouw. 5 Controleren door uitvoeren controlemetingen geluid, ventilatie, luchtdichtheid. Eisen aan medewerkers die deze vijf activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties Opleiding Basisopleiding: MBO-niveau
Werkervaring 1 jaar
Aanvullende kennis Basiskennis: Actuele bouwnormen Praktijkkennis vanuit bouwinspecties Overwegingen gelijkwaardigheidsbesluit / gelijkwaardige techniek Gebruik meetapparatuur
Frequentie Besteden van 1/3 fte aan deze vijf activiteiten.
Aanvullende opleiding(en): Verdiepingscursus bouwbesluit (incl beoordelen van gelijkwaardigheid) een of meerdere complexe situaties Opleiding Basisopleiding: HBO-niveau Aanvullende opleiding(en): Zie eenvoudige situaties
Werkervaring 3 jaar
Aanvullende kennis Basiskennis: Zie eenvoudige situaties
Frequentie Besteden van 1/3 fte aan deze vijf activiteiten.
Diepgaande kennis: Technische toepassingen
Post HBO bouwfysica
Eisen aan organisaties die deze vijf activiteiten uitvoeren voor alleen eenvoudige situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria voor eenvoudige situaties een of meerdere complexe situaties minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria voor complexe situaties
Activiteit 6 Toetsen uitgangspunten, tekeningen en berekeningen ventilatie. 7 Beoordelen bouwplan op samenhang tussen alle bouwfysische aspecten. 8 Toetsen tekeningen en berekeningen geluidwering 9 Toetsen bouwkundige details koudebruggen. 10 Toetsen uitgangspunten en berekeningen EPC en luchtdoorlatendheid Eisen aan medewerkers die deze vijf activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: Zie activiteit 1 t/m 5 complex
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
3 jaar toetsing en controle
Basiskennis: Zie activiteit 1 t/m 5 complex Installatietechniek Diepgaande kennis: Opzet, data-invoer, technische toepassingen en resultaten diverse rekenmethodes bouwfysica
Besteden van 1/3 fte aan deze vijf activiteiten.
Aanvullende opleiding(en): Zie activiteit 1 t/m 5 complex
Eisen aan organisaties die deze vijf activiteiten uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria
14. Brandveiligheid Onderstaande activiteiten 1 t/m 11 moeten binnen de overheid uitgevoerd worden. Een medewerker op HBO-niveau beoordeelt bij de intake per geval of er sprake is van een complexe of eenvoudige situatie. Activiteit 1 Adviseren bij standaard / niet complexe vergunningen en meldingen bouw en milieu. 2 Adviseren bij vergunningen brandveilig gebruik. 3 Monitoren en analyseren van controlegegevens, ingekomen meldingen e.d. 4 Afhandelen van klachten. 5 Uitvoeren van standaard / niet complexe inspecties brandpreventie. 6 Beoordelen van eenvoudige gelijkwaardigheden. 7 Adviseren en laten informeren bij eenvoudige afwijkingsbesluiten (o.a. t.a.v. bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, brandweerzorg, opkomsttijden etc.). Eisen aan medewerkers die deze zeven activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: MBO-niveau
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
1 jaar
Basiskennis: Awb, Wm, Omgevingsrecht en Wro Diepgaande kennis: Onderlinge samenhang doorgronden van wetsvoorschriften en normen bouwbesluit / Wabo
Besteden van 2/3 fte aan deze zeven activiteiten.
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus bouwbesluit (incl beoordelen van gelijkwaardigheid) Specialistische opleiding brandveiligheid MBO
Eisen aan organisaties die deze zeven activiteiten uitvoeren minimaal 2 medewerkers die voldoen aan bovengenoemde criteria
Activiteit 8 Adviseren bij complexe vergunningen en meldingen bouw en milieu. 9 Uitvoeren van complexe inspecties brandpreventie. 10 Beoordelen van complexe gelijkwaardigheden. 11 Adviseren en laten informeren bij een complex afwijkingsbesluit (o.a. t.a.v. bereikbaarheid, bluswatervoorzieningen, brandweerzorg, opkomsttijden etc.). Eisen aan medewerkers die deze vier activiteiten uitvoeren Opleiding Basisopleiding: HBO-niveau
Werkervaring
Aanvullende kennis
Frequentie
3 jaar
Basiskennis: Zie activiteiten 1 t/m 7
Besteden van 2/3 fte aan deze vier activiteiten.
Aanvullende opleiding(en): Basiscursus bouwbesluit (incl beoordelen van gelijkwaardigheid) Basiscursus procestechnologie Specialistische opleiding brandveiligheid (HBO)