32-01-02 UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE 2023-2023
Tekst van het document
Vergunningverlening, toezicht en handhaving Omgevingsrecht en Algemene Plaatselijke Verordening & Bijzondere wetten
UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE Gemeente Veendam 2023-2026
Vastgesteld: college van burgemeester en wethouders gemeente Veendam d.d. 04-07-2023 Titel: Uitvoerings- en Handhavingsstrategie gemeente Veendam 2023-2026
1
Voorwoord In onze leefomgeving vinden veel verschillende menselijke activiteiten plaats. Soms hebben die activiteiten een negatieve invloed op de kwaliteit van ons leefmilieu. Daarom zijn er wetten en regels op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, brandveiligheid, openbare ruimte, bouwen en slopen. Deze wetten en regels zijn door de overheid opgesteld om ervoor te zorgen dat we met elkaar in een veilige en leefbare omgeving kunnen wonen, werken en recreëren. Mensen die activiteiten uitvoeren zijn hiervoor in de eerste plaats zelf verantwoordelijk. Mogelijke schade, hinder en overlast moet worden voorkomen of hersteld. Dit is soms erg complex en daarom is besloten dat de overheid regels stelt, vergunningen (V) afgeeft, toezicht (T) houdt en handhaaft (H) als dat nodig is (VTHtaken). In de Uitvoering en Handhavingsstrategie (U&HS) kunt u lezen hoe het uitvoeren van deze VTH-taken in de gemeente Veendam is vastgelegd voor de jaren 2023-2026. Aangezien de Omgevingswet op 1 januari 2024 in werking treedt, is er voor gekozen om deze U&HS op te stellen aan de hand van de terminologie van de Omgevingswet. Tot die tijd zal de huidige wet- en regelgeving worden gehanteerd.
H.J. Schmaal Loco-burgemeester gemeente Veendam
2
Samenvatting Na de Wet Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (Wet VTH juli 2016), zal de komende jaren vooral in het teken staan van de nieuwe Omgevingswet. Met deze strategie omarmen we de Omgevingswet; we gaan voor een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Dit vraagt om beter te kunnen inspelen op de veranderende omgeving. Deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie 2023-2026 legt het minimaal te voeren (kwaliteits)niveau vast, zoals de Omgevingswet en de vigerende kwaliteitscriteria voor de VTH dat vereisen. Daarnaast hebben we de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek 'Rapportage DoeMee Toezicht en handhaving- Openbare orde en veiligheid’ van 2021 die betrekking hadden op het VTH beleid overgenomen. De doelstellingen van onze U&HS leiden we af uit de uitgevoerde probleemanalyse en de uitgevoerde risicoanalyse. We stellen prioriteiten omdat we niet altijd en overal aanwezig kunnen zijn en brengen zo onze ambitie in overeenstemming met onze capaciteit. Onze Verordening U&HS bevat de opdracht om doelen voor dienstverlening, uitvoeringskwaliteit en financiën uit te werken. Onze U&HS geeft hier invulling aan. We zijn succesvol in onze uitvoering als we goede invulling geven aan onze doelen. Met de vaststelling van de hier in opgenomen uitvoeringstrategieën geven we sturing aan uitvoering en handhaving.
Het zorgt voor een gestructureerde wijze van werken en draagt bij aan transparantie en uniformiteit in besluitvorming. Hiermee voldoen we aan de wettelijke verplichting die vastgelegd is in de procescriteria van het Besluit Omgevingsrecht.
3
Inhoud Voorwoord ............................................................................................................................................... 2 Samenvatting ........................................................................................................................................... 3 1
Algemene inleiding .......................................................................................................................... 6 1.1 Aanleiding en beleidscyclus BIG 8 ................................................................................................. 7 1.2 Afbakening en begrippenkader ..................................................................................................... 9 1.3 Beleidsevaluatie .......................................................................................................................... 11 1.4 Ontwikkelingen............................................................................................................................ 11 1.4.1 Landelijke ontwikkelingen .................................................................................................... 11 1.4.2 Lokale ontwikkelingen .......................................................................................................... 12 1.4.3 Organisatorische ontwikkelingen ......................................................................................... 12
2
Visie en uitgangspunten................................................................................................................. 13 2.1 Visie ............................................................................................................................................. 13 2.2 Algemene uitgangspunten .......................................................................................................... 13
3
Doelstellingen ................................................................................................................................ 15 3.1 Algemene VTH doelstelling ......................................................................................................... 15 3.2 Strategische doelstellingen .......................................................................................................... 16
4. Probleemanalyse VTH ....................................................................................................................... 18 4.1 Omgevingsanalyse ....................................................................................................................... 18 4.2 Risicoanalyse VTH ........................................................................................................................ 18 4.2.1 Domein Bouwen ................................................................................................................... 19 4.2.2 Domein Ruimtelijke Ordening en Erfgoed ............................................................................ 19 4.2.3 Domein Milieu ...................................................................................................................... 20 4.2.4 Domein Algemene Plaatselijke Verordening, Alcoholwet en bijzondere wetten .................. 20 4.3 Prioriteitstelling ........................................................................................................................... 21 5 Strategieën.......................................................................................................................................... 23 5.1 Vergunningendoelstellingen .......................................................................................................
23 5.2 Toezichts- en handhavingsdoelstellingen ................................................................................... 25 6 Monitoring en verantwoording .......................................................................................................... 27 7 Organisatie en middelen .................................................................................................................... 28 Uitbesteden ....................................................................................................................................... 28 Omgevingsdienst Groningen.......................................................................................................... 28 Veiligheidsregio Groningen ............................................................................................................ 29 U&HS als input voor de begroting ..................................................................................................... 29 Actualisatie vigerend beleid .............................................................................................................. 29 8 Kwaliteit .............................................................................................................................................. 30 4
Bijlage 0 Voorbeeld Beleidsevaluatie .................................................................................................... 32 BIJLAGE 1 Handleiding scores risicoanalyse .......................................................................................... 45 BIJLAGE 2 Uitkomsten risicoanalyse ...................................................................................................... 51 BIJLAGE 3 Uitvoeringsstrategieën ......................................................................................................... 55 BIJLAGE 4 Toetsmatrix Bbl Vergunningen ............................................................................................. 66 BIJLAGE 5 Kwaliteitsniveau U&H gemeente Veendam ......................................................................... 74
5
1 Algemene inleiding Gemeenten hebben te maken met een groot aantal uitvoerings- en handhavingstaken. Deze taken zijn breed: van het verlenen van omgevingsvergunningen, evenementenvergunningen, horecavergunningen tot het uitvoeren van bouwtoezicht, brandveiligheidscontroles, horecacontroles, parkeerhandhaving en het behandelen van allerlei meldingen. Daarnaast is er sprake van allerlei soorten belangen van verschillende betrokken partijen: aanvragers van een vergunning, bedrijven, omwonenden, adviseurs, het waterschap, de provincie en de gemeente. De beschikbare capaciteit en de financiële middelen zorgen ervoor dat het niet mogelijk is om alle taken even volledig uit te voeren. Daarom dienen er keuzes gemaakt te worden. Waar moeten de prioriteiten liggen? Hoe strikt worden zaken geregeld en gecontroleerd? En welke inspanning wordt daarvoor geleverd? Daarnaast vraagt, mede met het oog op de Omgevingswet, de visie op de (fysieke) leefomgeving en vervolgens de vergunningverlening en handhaving daarvan, een integrale benadering. Het gaat dan niet alleen om bouw- of milieuregels, maar ook spelen er aspecten als criminaliteit, zorg, sociale problematiek of complexe combinaties van deze verschillende beleidsvelden. De nieuwe Omgevingswet vraagt van ambtenaren om sectorale thema’s te verbinden en veel meer van buiten naar binnen te werken.
De boomsilhouette in het figuur hieronder als metafoor voor de leefomgeving – de fysieke omgeving is de zichtbare bovengrond, die gedragen wordt door de ‘niet zichtbare’ boomwortels van de samenleving. Ze zijn een geheel en wisselwerking is nodig, terwijl op organisatieniveau het gescheiden velden zijn.
6
Het is dan ook belangrijk een kader te hebben waarin wordt beschreven hoe vergunningverlening en toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving is georganiseerd, hoe er wordt samengewerkt en wat de verantwoordelijkheden zijn van de betrokken partijen. In deze Uitvoering- en Handhavingsstrategie voor de fysieke leefomgeving (U&HS) wordt alles samen gebracht wat te maken heeft met vergunningverlening en toezicht en handhaving voor de fysieke leefomgeving. Landelijk zijn hiervoor kwaliteitscriteria ontwikkeld. Deze kwaliteitscriteria hebben wij als uitgangspunt genomen. Met het vaststellen van dit document wordt voldaan aan het Omgevingsbesluit opgenomen verplichting dat er zowel voor omgevingsvergunningen als het toezicht en handhaving hierop, een actueel uitvoering- en handhavingsstrategie moet zijn (zie volgende paragraaf).
1.1 Aanleiding en beleidscyclus BIG 8 Sinds de inwerkingtreding van het besluit VTH (hoofdstuk 7 Besluit omgevingsrecht, Bor 1 juli 2017) rust er op de bevoegde gezagen een wettelijke verplichting om een U&HS vast te stellen. Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze bepaling teruggekomen in het Omgevingsbesluit in onderstaand artikel: Artikel 13.5 lid 1 (uitvoerings- en handhavingsstrategie) De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoerings- en handhavingstaak stellen een uitvoeringsen handhavingsstrategie vast in een of meer documenten waarin gemotiveerd wordt aangegeven welke doelen worden gesteld voor de uitvoering en handhaving en welke werkzaamheden met het oog op die doelen zullen worden verricht. Naast een meerjarige strategie, eist de wet ook jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen uit de meerjarige strategie. Deze beleidscyclus staat bekend als de ‘BIG EIGHT’-cyclus. Aan de hand van de ‘BIG 8’ zijn de volgende zeven stappen in het beleidsproces te onderscheiden:
De U&HS is onderdeel van de ‘BIG 8’-beleidscyclus. 7
Strategisch beleidskader: U&HS De U&HS vormt samen met de regionale U&HS binnen deze cyclus het strategisch beleidskader. De strategie is gebaseerd op een probleem- en risicoanalyse en bevat onder meer doelen, strategieën en afspraken over samenwerking. De periode waarop de strategie betrekking heeft, is niet voorgeschreven. In deze U&HS wordt voor de lokale beleidstaken gekozen voor een periode van 4 jaar. Door de komst van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging is de verwachting dat eerder bijstelling nodig kan zijn. Operationeel beleidskader: het uitvoeringsprogramma We werken op basis van een jaarlijks uitvoeringsprogramma dat ter vaststelling aan het college van burgemeester en wethouders wordt aangeboden. In het uitvoeringsprogramma worden zowel de doelstellingen als de prioriteiten verder uitgewerkt en als concrete activiteiten benoemd, inclusief de capaciteit die daar bij hoort. Vertrekpunt is de bestaande capaciteit. Voorbereiden en uitvoeren: de uitvoeringsorganisatie Onze organisatie is zodanig ingericht dat een adequate en effectieve uitvoering van de VTH-taken gewaarborgd is en de mogelijkheid blijft om aan te passen. Hiervoor zijn ten minste geborgd: -
Personeelsformatie, taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden; Scheiding ten aanzien van vergunningverlening en toezicht & handhaving; Bereikbaarheid buiten kantooruren; Werkprocessen, procedures ten aanzien van de uitvoering van vergunningverlenings- en handhavingstaken ten toezien op het werken conform vastgestelde processen; Financiële middelen.
Monitoring We werken volgens de systematiek van monitoring van processen, resultaten en de effecten hiervan. Hiermee wordt bepaald of doelstellingen worden behaald en vindt bijstelling van doelen en prioriteitstelling plaats. Voor het monitoren van het effect van vergunningverlening en handhaving zijn waar mogelijk doelen en maatregelen (indicatoren) benoemd. Deze maatregelen sluiten aan bij de doelstellingen en geven een beeld over in hoeverre doelstellingen behaald worden. Rapportage en evaluatie Een gedegen verantwoording maakt het mogelijk de efficiëntie en effectiviteit van het gevoerde beleid te beoordelen en waar nodig bij te sturen. Verantwoording vindt plaats met het jaarverslag VTH, waarbij gerapporteerd wordt over de in het uitvoeringsprogramma VTH geplande en uitgevoerde activiteiten. Het jaarverslag wordt bestuurlijk vastgesteld. Geconcludeerd wordt of de bestuurlijk wenselijke situatie aanwezig is. Eventuele aanpassingen of bijstellingen worden opgenomen in het VTH-uitvoeringsprogramma voor het daaropvolgende jaar. Onder de Omgevingswet is sprake van een tweede beleidscyclus. Deze kent een vergelijkbare opzet (Plan, Do, Check, Act).
Het verschil zit in het feit dat die cyclus betrekking heeft op de doelen ten aanzien van de fysieke leefomgeving, zoals per gemeente vervat in een Omgevingsvisie, Omgevingsprogramma en in de regelgeving uitgewerkt in het Omgevingsplan en Omgevingsvergunning. Het is veel meer omvattender. VTH taken zijn in die cyclus te definiëren als één van de mogelijk in te zetten instrumenten.
8
De U&HS legt het minimaal uit te voeren (kwaliteits-)niveau vast, zoals de Omgevingswet waarin de vigerende kwaliteitscriteria integraal zijn overgenomen voor de VTH taken die dat vereisen. Een van de doelstellingen voor het bundelen van omgevingsrechtregels in de Omgevingswet is om de dienstverlening te verbeteren. Het realiseren van de verbeter- en maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de overheden. Het vraagt om een goede en uniforme borging van de uitvoeringskwaliteit. Via de Invoeringswet Omgevingswet wordt de huidige regelgeving over VTH uit de Wabo, opgenomen in afdeling 18.3 (Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving) van de Omgevingswet. Deze afdeling vindt zijn oorsprong in paragraaf 5.2 van de Wabo. Er zijn regels over de kwaliteit van de uitvoering van de VTH-taken:
Artikel 18.20 beschrijft een zorgplicht voor in principe alle VTH-taken van het bevoegd gezag. Het artikel laat open hoe bevoegd gezagen dit invullen. Een optie is om dit via een verordening te doen.
Artikel 18.23 gaat over de taken die onder het basistakenpakket vallen. Hiervoor geldt dat het kwaliteitsniveau via een verordening moet vastliggen. Omdat deze taken verplicht zijn ondergebracht bij omgevingsdiensten moeten ook zij afspraken maken over de formulering van de kwaliteitscriteria.
De kwaliteitscriteria zijn dus ook na de invoering van de Omgevingswet van toepassing. De U&HS heeft een doorlooptijd van 4 jaar en wordt aangepast als de ontwikkelingen hierom vragen. Dit vraagt om ervaring op te doen, hiervan te leren en bij te stellen. Het gebruik van de beleidscyclus is hierbij leidend. Voor de VTH taken die de gemeente zelf uitvoert (thuistaken) komt onderhavige U&HS in de plaats. Deze U&HS geldt voor de periode 2023-2026 en vervangt daarmee het VTH beleid 2019-2022.
1.2 Afbakening en begrippenkader Deze U&HS heeft geen betrekking op andere (overheids)organisaties die ook toezicht en handhavingstaken uitvoeren, zoals de politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de gemeenschappelijke gezondheidsdienst (GGD). De taken binnen het sociaal domein vallen buiten dit kader. Dit staat een brede samenwerking niet in de weg. Met de U&HS hebben wij een samenhangend en integraal vergunningen-, toezichts- en handhavingsuitvoeringskader geformuleerd voor de beleidsvelden binnen de fysieke leefomgeving.
9
Brandveiligheid Deze U&HS ziet niet toe op brandveiligheidstaken. De gemeente Veendam is op dit gebied wel het bevoegde gezag maar voor de uitvoering van de brandveiligheidstaken ligt bij de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Het beleid voor brandveiligheid wordt apart vastgesteld door het college en maakt daarom geen onderdeel uit van deze U&HS. Milieu De uitvoering van de VTH-taken milieu is overgedragen aan de ODG. De deelnemers van de ODG hebben de verplichting om een gezamenlijk strategie hiervoor vast te stellen. De regionale U&HS betreft de strategie voor de VTH taken die de ODG namens gemeenten en de provincie uitvoeren. De regionale U&HS geeft invulling aan strategische doelen en beschrijft uitvoeringskaders (strategieën). De regionale U&HS dient vertaald te worden in een jaarlijks regionaal uitvoeringsprogramma. De regionale U&HS is van toepassing van 2023-2027 en maakt een integraal onderdeel uit van de U&HS. De U&HS Groningen is tegelijkertijd aangeboden aan het college met deze U&HS. In de U&HS hanteren we de volgende begrippen: Vergunningverlening heeft betrekking op het in behandeling nemen van een vergunningsaanvraag, het beoordelen van deze aanvraag en het nemen van een beslissing op de aanvraag in de vorm van een beschikking. Onder vergunningverlening verstaan we ook het behandelen van een melding, vooroverleg, ontheffingen en vrijstellingen.
In de sfeer van vergunningverlening is steeds meer sprake van meldingen (sloopmelding, gebruiksmelding en milieumelding). Toetsing van de compleetheid en de werkingssfeer van een melding zien we als equivalent voor het proces van de vergunningverlening. Aan een melding kunnen nadere voorwaarden (maatwerkvoorschriften) worden verbonden. Het opstellen van dergelijke voorschriften maakt onderdeel uit van de vergunningverlening. Bij milieu kunnen deze voorschriften van belang zijn voor het mogelijk maken van een activiteit (verruiming van normen) en ter ondersteuning van toezicht en handhaving. Bij slopen zijn deze voorschriften vooral van belang in verband met het omgaan met gevaarlijke stoffen en hinder/overlast voor de omgeving. Toezicht en handhaving worden vaak in één adem genoemd, maar dit zijn in feite twee aparte onderdelen. Het doel van toezicht is het voorkomen (dan wel beperken) van onveilige, ongezonde en niet duurzame situaties. Daarnaast is het belangrijk dat de ruimtelijke kwaliteit behouden blijft. Om dit te bereiken kan toezicht, zoals ook hierboven al is aangegeven, op verschillende manieren worden ingevuld: • • • • •
Vergunninggericht toezicht: uitvoeren van controles naar aanleiding van verleende vergunningen of meldingen (objectgericht); Gebiedsgericht toezicht: toezicht op wijkniveau naar aanleiding van surveillance, klachten, meldingen of speerpunten (informatie gestuurd toezicht); Programmatisch toezicht: uitvoeren van controles naar aanleiding van cyclische handhavingsprogrammering (dit betreft milieu, brandpreventie en de Alcoholwet) Themagericht toezicht: integraal toezicht per thema of enkelvoudig toezicht per thema (dit kan ook gebiedsgericht ingestoken worden); Toezicht naar aanleiding van klachten en meldingen.
Deze lijst is niet uitputtend. De gekozen vorm van toezicht kan variëren en is mede afhankelijk van het gewenste en reeds bereikte naleefgedrag. 10
Onder toezicht verstaan we het uitvoeren van controles en het naar aanleiding van een klacht of melding verzamelen van informatie om te zien of een handeling of situatie voldoet aan de daaraan gestelde eisen. Van de controles gaat een preventieve werking uit. Het toezicht kan tot resultaat hebben dat de wettelijke voorschriften, zonder inzet van verdere handhavingsmiddelen, worden nageleefd. Het toezicht omvat een breed scala aan activiteiten, vaak ook in voorlichtende, meedenkende en adviserende zin. Hierdoor kan in een vroeg stadium worden voorkomen dat een met de wet- en/of regelgeving strijdige situatie ontstaat. Anders kan door middel van aansporing, overreding of waarschuwing worden bewerkstelligd dat de voorschriften alsnog worden nageleefd. Wanneer de waarschuwingen niet tot het gewenste effect leiden, wordt voor de naleving van de wettelijke voorschriften overgegaan tot handhaving. Handhaving komt na toezicht. Wanneer sprake is van overtredingen, wordt bezien of én op welke manier bestuurlijk optreden (en/of eventueel strafrechtelijk optreden door de boa’s) noodzakelijk is. Onder handhaving verstaan we het ongedaan maken of opheffen van een situatie, die in strijd is met wettelijke voorschriften.
Hiervoor wordt gebruik gemaakt van bestuursrechtelijke handhaving met als handhavingsmiddelen het opleggen van een last onder dwangsom of bestuursdwang, of het geheel of gedeeltelijk intrekken van een vergunning of ontheffing. Bestuursrechtelijke handhaving is gericht op het zo spoedig mogelijk beëindigen, herstellen en eventueel voorkomen van een situatie die in strijd is met wet- en regelgeving.
1.3 Beleidsevaluatie We hebben in ons vorige beleid SMART-doelstellingen (Specifiek Meetbaar Acceptabel Realistisch Tijdgebonden) opgenomen en hebben daardoor een uitgebreide beleidsanalyse kunnen uitvoeren, zie bijlage 0. In de afgelopen beleidsperiode hebben wij 16 doelstellingen behaald. We hebben hiermee een significante bijdrage geleverd aan een veilig en duurzaam Veendam, een verbetering van het naleefgedrag en uitvoeringskwaliteit bewerkstelligt. Daarnaast zijn 9 doelstellingen gedeeltelijk opgepakt en 7 niet behaald. Capaciteitstekort, de ontvlechting van de Kompanjie en de maatregelen rondom het coronavirus hebben ertoe geleid dat deze doelstellingen gedeeltelijk of niet zijn behaald. De doelstellingen die niet of gedeeltelijk zijn behaald komen terug in hoofdstuk 3 en 5. Daarnaast hebben we de aanbevelingen uit het rekenkameronderzoek 'Rapportage DoeMee Toezicht en handhaving- Openbare orde en veiligheid’ van 2021 die betrekking hadden op het VTH beleid toegepast. Hoewel dit rekenkameronderzoek specifiek ging over de uitvoeringspraktijk van toezicht en handhaving op OOV is er ook gekeken naar het VTH Beleid van 2019-2022. Daarin stond dat hoewel de gemeente een actueel VTH beleid heeft er geen sprake is van een volledig sluitende BIG 8 cyclus omdat vanaf 2016 geen uitvoeringsprogramma’s en bijbehorende jaarrapportages gemaakt zijn.
Met het uitvoeringsprogramma 2022 en jaarverslag 2022 hebben we een stap gemaakt in het sluitend maken van de beleidscyclus. Gelijktijdig merken we daarbij op dat het volgen van deze cycli in de praktijk altijd de aandacht moet blijven houden om het harmonieus te laten draaien. We professionaliseren door te leren van onze ervaringen.
1.4 Ontwikkelingen In deze paragraaf beschrijven we de landelijke, lokale en organisatorische ontwikkelingen.
1.4.1 Landelijke ontwikkelingen De Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) vragen de meeste aandacht. Deze twee wetten stellen de gemeente tot uitdagingen op het gebied van processen, een andere
11
manier van werken en financiën. Te denken valt aan het wegvallen van de bouwkundige toetsing, verschuiving werkzaamheden naar het voortraject en participatie. Door een reeks ingrijpende maatschappelijke ontwikkelingen zoals klimaatverandering en - adaptatie en de stikstofproblematiek worden de VTH-werkzaamheden complexer en daarmee wellicht ook belangrijker. Door deze ontwikkelingen staat de gemeente voor allerlei organisatorische en financiële vraagstukken. Dit heeft invloed op de manier van (samen)werken op het gebied van VTH. Wij zijn ons hiervan bewust en proberen hier met deze U&HS op in te spelen. Ondermijning is aan de orde van de dag de laatste jaren. De aanpak van ondermijning valt onder de regie van het taakveld openbare orde en veiligheid maar heeft, om goed te kunnen slagen, een nauwe relatie met vergunningverlening, toezicht en handhaving. Binnen de aanpak van ondermijning hebben de toezichthouders voornamelijk een signaalfunctie en beschikken zij over veel informatie inzake de verleende vergunningen en de geldende wet- en regelgeving.
1.4.2 Lokale ontwikkelingen De U&HS moet passen in het bredere beleid dat voor Veendam is opgesteld. Richtinggevend voor de U&HS is het coalitieakkoord 2022-2026 en de Omgevingsvisie. In de omgevingsvisie van onze gemeente laten we zien waar de gemeente Veendam voor staat en waar we naar toe willen in de toekomst. Op basis van de gemaakte keuzes tijdens het proces zijn integrale ambities die richting geven voor de komende jaren. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in onze verschillende gebieden. Veendam heeft de ambitie om de levendigheid te versterken en te verbeteren en de fijne en gezonde leefomgeving te behouden en te versterken (Veendam Leeft). Veendam wil ruimte bieden om aangenaam te wonen te ondernemen met aandacht voor duurzame oplossingen voor de grote uitdagingen van onze tijd, waaronder de energietransitie en klimaatverandering (Veendam Ontwikkelt). Veendam wil recreatie stimuleren voor de Veendammers en de regio (Veendam Beleeft). Wij hechten hier grote waarde aan om deze ambities te relateren aan het aan het VTH-terrein.
1.4.3 Organisatorische ontwikkelingen In 2021 hebben wij ons gemeten aan de kwaliteitscriteria VTH (landelijke eisen die gesteld aan medewerkers en processen). De resultaten van dit onderzoek en de verbeteracties zijn opgenomen in hoofdstuk 8 kwaliteit.
12
2 Visie en uitgangspunten 2.1 Visie In het coalitieakkoord van 2022-2026 staat verwoord “Met vertrouwen Vooruit”. De uitwerking van de visie is voornamelijk terug te vinden in de verschillende inhoudelijke beleidskaders. De VTH-keten is daar ondersteunend aan. Dit hoofdstuk geeft weer op welke manier de VTH-keten bij kan dragen aan het realiseren van de inhoudelijke beleidsdoelen. Zo is vergunningverlening een instrument om activiteiten in de fysieke leefomgeving te reguleren en om de openbare orde en veiligheid te borgen. Vergunningen verschaffen zekerheid en duidelijkheid voor inwoners, ondernemers en gebruikers, zodat helder is welke eisen er aan het uitvoeren van de vergunde activiteiten zijn gesteld. Toezicht en met name handhaving zijn het sluitstuk in de VTH-keten. Handhaving is dus geen doel op zich, maar een middel. Een goede inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving bevordert consistent gemeentelijk optreden en een goede vertaling van beleid en regelgeving naar de praktijk. De uitvoering van alle VTH-taken waar de U&HS op ziet draagt in enigerlei mate bij aan ‘veilig’, ‘gezondheid’, ‘duurzaam’ of ‘goede omgevingskwaliteit ’. Zo draagt de aanpak van woonoverlast met name bij aan de leefbaarheid, evenals de aanpak van afval op straat. Het reguleren van de horeca in de APV draagt bij aan de publieke veiligheid en de leefbaarheid.
En bijvoorbeeld een goede aanpak van achterstallig woningonderhoud of het goed reguleren van de kap van bomen draagt bij aan de veiligheid, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de stad. In de volgende paragraaf wordt uiteengezet welke uitgangspunten belangrijk zijn bij de inzet van vergunningverlening, toezicht en handhaving. De organisatiewaarden van gemeente Veendam (ambitieus, realistisch, open, samen, gezond) staan centraal en zijn gekoppeld aan de doelstellingen in hoofdstuk 3.
2.2 Algemene uitgangspunten Bij het uitvoeren van onze VTH taken hanteren we de volgende uitgangspunten:
Handelen in de geest van de Omgevingswet Indien mogelijk werken we met een oplossingsgerichte in plaats van procedure gerichte aanpak en houding. Dit doen we door steeds de vraag te stellen: ‘Hoe kan het wel?’. Voor vergunningverlening betekent dit dat binnen wettelijke en eigen beleidsmatige kaders met de initiatiefnemer wordt meegedacht om eventuele belemmeringen weg te nemen. Dit vanuit de Omgevingswet gedachte van ‘Nee, tenzij’ naar ‘Ja, mits’. De Omgevingswet ander concreet gedrag verwacht; 1 loket criterium, snellere doorlooptijden, minder regeldruk, samenwerken met andere bevoegde gezagen (omgevingstafels bijv.) en een andere houding en gedrag ten opzichte van initiatieven.
Communicatie en menselijke maat Het succes van vergunningverlening, toezicht en handhaving staat of valt met het gedrag van bewoners en gebruikers. Communicatie is geen kwestie van sturen maar van bijsturen. Dat kan alleen als je de actualiteit begrijpt. Door een persoonlijke, directe en actieve communicatie blijven de lijnen kort. Daardoor is er minder ruimte voor interpretatie of het aannemen van een afwachtende houding. Toezichthouders brengen regelmatig een boodschap die niet als positief wordt ervaren. Hoe zorg je ervoor dat je respect krijgt van de aangesprokene én dat de boodschap toch duidelijk wordt ontvangen? In de praktijk merken we dat de persoonlijke benadering werkt. De oplossingsbereidheid en de oplossingsgerichtheid wordt daardoor groter. Communicatie is voor ons 13
niet het sluitstuk maar een inherent onderdeel van het handhavingsproces. Het is wenselijk dat er een verschuiving plaats vindt naar taken met meer aandacht voor ‘de voorkant’. Het doel van communicatie is niet slechts om inwoners te informeren, maar ook om een steviger beroep te doen op de eigen verantwoordelijkheid voor veiligheid en leefbaarheid. Daarin nemen wij het voortouw. We moeten de samenleving verleiden om zelf in actie te komen. Het handhaven gebeurt, zo veel mogelijk, integraal en met de menselijke maat. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van -en samengewerkt met- bestaande netwerken om afspraken aan 'de voorkant' te maken en om sancties achteraf zoveel als mogelijk te voorkomen. De menselijke maat is samen met klagers en overtreders zoeken naar een oplossing om een illegale situatie op te heffen. In deze gevallen zorgt het gesprek er aan de ‘voorkant’ voor dat de overtreders overtuigd worden dat ze de illegale situatie moeten opheffen zonder het opleggen van sancties. Het uitgangspunt voor de manier waarop wij toezicht houden is 'zacht waar het kan, hard waar het moet'. Voor degene die hun verantwoordelijkheid nemen, zijn wij een deskundige gesprekspartner. Maar wie zich niet aan de regels houdt, pakken we aan. We nemen direct maatregelen als we tijdens een inspectie misstanden of (mogelijke) risico's voor de veiligheid aantreffen.
Risico- en informatiegestuurd werken Het beoordelen van vergunningsaanvragen en meldingen vindt risicogericht plaats. Dat wil zeggen dat er steeds wordt gekeken naar waar de risico’s zich bevinden en dat op basis daarvan de beoordeling plaatsvindt. Bij de beoordeling wordt gekeken waar mogelijk winst valt te behalen op het gebied van veiligheid, duurzaamheid en/of leefbaarheid. Toezicht en handhaving vindt risico- en informatiegestuurd plaats. De inzet van de dagelijkse werkzaamheden in de openbare ruimte is gebaseerd op de gemeentelijke informatiepositie. De gemeente analyseert alle beschikbare informatie over specifieke onderwerpen, locaties en doelgroepen en bepaalt daarmee welke acties er ondernomen moeten worden. Op basis van informatie van meldingen van inwoners, informatie van partners en informatie uit eigen waarnemingen houdt de gemeente toezicht op het veld. Voordat toezichthouders het veld ingaan, weten zij al waar zij (met nadruk) op moeten letten.
Voldoende kennis en een professionele organisatie De gemeente zorgt ervoor dat zij over voldoende kennis en een professionele organisatie op de diverse disciplines bezit, zodat de gemeente zich er altijd van kan vergewissen of derden voldoen aan de regelgeving. Dit vergt een kwaliteitsniveau dat de komende beleidsperiode wordt gemonitord op basis van de deskundigheidstabellen van de kwaliteitscriteria VTH.
De ‘BIG 8’-cyclus is de basis voor de beleidscyclus De gemeente pakt vergunningverlening, toezicht en handhaving -op basis van het grote acht principe- planmatig en cyclisch op. Dit resulteert in jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en verantwoording aan de gemeenteraad. Wij blijven streven naar een samenleving waarin iedereen meedoet, inwoners naar elkaar omkijken en iedereen zich thuis voelt. De overheid is er voor haar inwoners.
14
3 Doelstellingen Met deze strategie wordt voldaan aan de kwaliteitscriteria en worden de doelen van de verordening kwaliteit VTH uitgewerkt. Uitgangspunt daarbij is de visie zoals verwoord in 2.1. De strategische doelstellingen van de gemeente Veendam zijn onderverdeeld in een algemene VTH doelstelling (gebaseerd op de Omgevingswet) en een drietal kwaliteitsdoelstellingen voortkomend uit de kwaliteitsverordening Uitvoering en Handhaving. We hebben SMART doelstellingen geformuleerd op basis van de Omgevingswet en deze zijn vertaald naar het VTH terrein. In hoofdstuk 4 is de koppeling met de strategische doelstellingen gemaakt. Of te wel, welke activiteiten dragen bij aan het realiseren van de SMART doelstellingen. Door het maken van deze koppeling is de beleidscyclus sluitend, operationaliseren we de kwaliteit en realiseren de meetbaarheid van de doelstellingen.
3.1 Algemene VTH doelstelling Het verlenen van vergunningen, het houden van toezicht op de naleving en het handhaven van regels speelt een belangrijke rol om de doelstelling van de Omgevingswet te kunnen bereiken. Deze staat verwoord in artikel 1.3 : “Deze wet is, met het oog op duurzame ontwikkeling, gericht op het in onderlinge samenhang: a. bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur en b. het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.” Om de algemene doelstelling nader inhoud te geven zijn de dikgedrukte termen hieronder verder uitgewerkt. Onder ‘veilige’ verstaan we de (bouwgerelateerde) risico’s, die mensen in hun fysieke leefomgeving lopen, zoals constructieve-, brand-, gebruiks-, omgevings- en sociale veiligheid. De doelstelling van veiligheid is het beperken van de bouwgerelateerde risico's.
Onder 'gezonde' verstaan we het fysieke en psychisch welbevinden. De doelstelling van gezondheid is het streven naar een leefomgeving waar gezondheid voor een ieder tot de basiswaarden behoort en in balans is.
Onder een ‘goede omgevingskwaliteit’ verstaan we de belevings-, gebruiks- en toekomstwaarde van de fysieke leefomgeving. De doelstelling van omgevingskwaliteit is het beperken en /of voorkomen van aantasting van cultureel erfgoed, architectuur, stedenbouw, landschap, natuur, beleving en identiteit. Onder ‘duurzame’ verstaan we het zuinig omgaan met energie en grondstoffen. Middels het toepassen van energiebesparende maatregelen en het gebruik van duurzame materialen in de bouw. De doelstelling van duurzaamheid is het leveren van een constructieve bijdrage aan de energietransitie en verduurzaming. 'Natuur" is een samenhangend geheel van planten, dieren, levensgemeenschappen, bodem- en grondsoorten, water en klimaat. De doelstelling is om overlast te verminderen en ervoor te zorgen dat regels naleeft worden, zodat iedereen van de natuur kan genieten en de natuur goed beschermd blijft.
15
Deze algemene doelstellingen van de Omgevingswet hebben we vertaald naar onze gemeente en leidt tot het streven naar de doelstellingen voor de komende beleidsperiode.
3.2 Strategische doelstellingen De strategische doelstellingen koppelen we aan één of meerdere kernwaarden van de organisatie. De organisatie heeft de volgende kernwaarden geformuleerd: ambitieus, realistisch, samen, open, gezond. Elke strategische doelstelling is voorzien van een leidend principe. Met een leidend principe formaliseer je de kwaliteit die de organisatie wil uitstralen en maak je haar tastbaar. Het is geen missie of motto maar het verwoordt een concrete kwaliteit waar men altijd van uit kan gaan. Een leidend principe is door iedereen maar op één manier te interpreteren. Bij het formuleren van de deze doelstellingen zijn de drie kwaliteitsdoelstellingen van de verordening VTH als uitgangspunt genomen. 1. Een Veilig en Duurzaam Veendam De gemeente streeft naar een leefbare omgeving door Veendam veilig, gezond en duurzaam te houden. (kernwaarden: ambitieus en samen) Leidend principe: Wij doen dit in eerste instantie door erop toe te zien dat bestaande regels en voorschriften worden nageleefd. Het uitvoeren van vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken op de door de overheid vastgestelde voorschriften draagt bij aan deze doelstelling. Door het handhavend optreden moet het aantal overtredingen, dat burgers en bedrijven begaan, verminderen. De gemeente stelt zich de volgende doelen:
In 2024 voldoet 80% van de bedrijven die in de categorie hoog risico vallen, na de eerste controle aan de geldende regels; In 2024 voldoet 95% van de bedrijven die in de categorie hoog risico vallen, na de eerste hercontrole aan de geldende regels. Kansen die zich bij de uitvoering van de VTH taken m.b.t. duurzaamheid aandienen, worden zoveel mogelijk benut. Enerzijds gaat het hier om het inzetten van de wettelijke mogelijkheden om duurzaamheidsmaatregelen af te dwingen of om aan duurzaamheidseisen te voldoen en energiebesparende maatregelen. Anderzijds om het voorlichten en het bevorderen van duurzaam handelen. Zorgen dat we grip krijgen op de wildgroei van PGB-bureau’s en zorgkantoren met het in beeld brengen van deze organisaties in 2023. Bewustwording vergroten (scherpere inschatting maken van risicogevoelige objecten/projecten) en meer inzicht op het gebied van ondermijning.
2. Verbeteren van de dienstverlening naar burgers en bedrijven De gemeente levert tijdig handhaafbare vergunningen op basis van een zorgvuldige en transparante afweging van belangen. De motivering van besluiten is begrijpelijk en toegespitst op de ontvanger. Hier is aangegeven op welke wijze dit dient te worden gerealiseerd. (kernwaarden: open en realistisch) Leidend principe: 16
Met de toenemende digitalisering van de dienstverlening willen wij het ook in het persoonlijk contact uitstekend doen. De persoonlijke contacten zijn meer en meer gericht op complexe vragen. Hierbij maken de menselijke maat, inlevingsvermogen, oplossingsgerichtheid, verantwoordelijkheidsgevoel en het geheel overzien vaak het verschil. Wij blijven ook zorgen voor een vangnet voor inwoners die moeite hebben met digitalisering en voor persoonlijk contact waar de aard van de dienstverlening hierom vraagt. Wij doen dit ook bij ingediende zienswijzen tegen een ontwerp/omgevingsvergunning. Er wordt dan eerst contact opgenomen met betrokkenen. Luisteren, informatie verstrekken en indien gewenst een persoonlijk gesprek in aanwezigheid van de aanvrager staan hierbij centraal. Wij zijn ervan overtuigd dat deze aanpak helpt bij het verkrijgen van wederzijds begrip en vroegtijdig tot aanpassing kan leiden waarmee beide partijen zich alsnog gehoord voelen in hun belangen. Indien nodig betekent dit ook: duidelijk onderbouwen en motiveren waarom iets niet kan. De gemeente stelt zich op het gebied van dienstverlening de volgende doelen:
Onderscheid maken tussen klachten, meldingen, informatieverzoeken en maatwerk antwoord verzorgen (binnen vijf werkdagen indien mogelijk) en minimaal in alle gevallen binnen 2 werkdagen contact opnemen. Binnen de geldigheidsduur van onderhavig U&HS is 100 % van de binnen gekomen vergunningen binnen de gestelde termijn afgehandeld. Stimuleren en informeren over bestaande digitale omgevingsplein en deze blijven actualiseren en waar nodig verbeteren binnen de geldigheidsduur van de U&HS.
3. Verbeteren van het naleefgedrag en de uitvoeringskwaliteit De gemeente Veendam wil het naleefgedrag van burgers en bedrijven verbeteren en wil een efficiënte en transparante uitvoering van taken. (kernwaarden: ambitieus, realistisch en gezond) Leidend principe: We doen dit door de juiste handhavingsinspanningen in te zetten daar waar het nodig is en passen de juiste mix van instrumenten toe. Preventie is daarbij een leidende strategie. Dit betekent dat de gemeente op actieve wijze dient te communiceren. De gemeente stelt zich de volgende doelen:
Het verbeteren en optimaliseren van het werkproces rondom toezicht en handhaving conform de BIG-8 cyclus. Het beter uitvoeren van prioriteit in toezicht; pakkans vergroten en capaciteit beter aansluiten bij de prioritering. Het voldoen aan het kwaliteitsniveau van de verordening VTH (kwaliteitseisen en capaciteit van het personeelsbestand) die voortvloeien uit de Wet VTH. Binnen de geldigheidsduur van onderhavig U&HS het op positieve wijze stimuleren van het naleven van de gestelde regels door de inwoners en bedrijven.
17
4. Overzichtelijke Financiën De gemeente Veendam streeft ernaar de financiële middelen inzichtelijk te maken en die te koppelen aan de realisatie van de strategische doelen. (kernwaarden: open en realistisch) Leidend principe: Wij doen dit door voor iedereen inzichtelijk en begrijpelijk te maken waar het geld naartoe gaat en waar het vandaan komt. De gemeente stelt zich hierbij het volgende doel:
Kostendekkende producten en diensten leveren binnen en door het VTH domein.
4. Probleemanalyse VTH Het doel van de probleemanalyse is om sturing te geven aan de inspanningen van het toezicht en de handhaving. De probleemanalyse vormt daarmee de basis voor het stellen van prioriteiten, het formuleren van doelstellingen en het uiteindelijk vaststellen van een uitvoeringsprogramma. De probleemanalyse bestaat uit een omgevingsanalyse (beschrijvend gedeelte) en een risicoanalyse (cijfermatig gedeelte).
4.1 Omgevingsanalyse In onze omgevingsvisie is een uitgebreide omgevingsanalyse gemaakt van onze gemeente. In de omgevingsvisie laten we zien waar de gemeente Veendam voor staat en waar we naar toe willen in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in onze verschillende gebieden. We delen de gemeente in deelgebieden; lintdorpen, centrum en de woongebieden. Deze deelgebieden samen vormen de gemeente Veendam. De gemeente Veendam beslaat een oppervlakte van 7868 hectare, waarvan 261 hectare aan meren, sloten en andere wateren. Per vierkante kilometer wonen er gemiddeld 361 personen. In totaal wonen er in Veendam 27.419 mensen (bron: CBS mei 2021). Veendam ligt in de provincie Groningen.
4.2 Risicoanalyse VTH Naast de omgevingsanalyse vormt de risicoanalyse een onderdeel van de probleemanalyse. De gemeente Veendam heeft gekozen voor een kwalitatieve risicomethode. Deze kwalitatieve risicomethode wordt gebruikt om een integrale risicoanalyse uit te voeren, die uiteindelijk leidt tot een prioriteitstelling ten behoeve van het integraal vergunning- en handhavingsprogramma. Beleid opstellen betekent keuzes maken: nooit zal er voldoende capaciteit zijn om alle taken uitputtend uit te voeren. Het stellen van prioriteiten heeft dus als doel het bepalen van die problemen/overtredingssoorten die in potentie risicovol zijn en waar derhalve het meeste toezicht op moet worden gehouden vanuit de overheid. Een (door het bestuur vastgestelde) risicoanalyse levert inzicht in de benodigde menskracht en middelen, gebaseerd op de risico’s van activiteiten, op de specifieke lokale situatie en de ambities van het bestuur. In deze benadering komen de door de experts belangrijk gevonden onderwerpen naar boven. In de tabellen is dan ook geen opsomming opgenomen van alle activiteiten die binnen een VTH-taak aan de orde zijn, maar alleen die activiteiten die de experts aanmerken als risico voor de komende jaren. De input van de tabellen is door middel van het bevragen van de inhoudelijke vakspecialisten werkzaam bij Veendam tot stand gekomen.
De vragen zijn per domein beantwoord (Bouwen, Erfgoed, RO en APV Bijzondere wetten). Het domein ‘Brandveiligheid’ is in regionaal verband door de
18
Veiligheidsregio Groningen (VRG) uitgevoerd en het domein ‘Milieu’ wordt uitgevoerd door de ODG (de regie blijft bij de gemeente Veendam). In bijlage 1 ‘Handleiding Risicoanalyse‘ is een toelichting opgenomen van de uitgevoerde risicoanalyse, waarin nader wordt ingegaan op de gebruikte methode, de begrippen en de wijze waarop aan deze begrippen getalsmatig waarden zijn toegekend. Een weergave van de uitkomsten van de ingevulde risicomatrix voor de overige domeinen is opgenomen in bijlage 2 ‘Uitkomsten risicoanalyse’. Voor Milieu is er binnen de provincie Groningen een regionale risicoanalyse voor de basistaken uitgevoerd. Hierop vindt een actualisering plaats en de gemeente Veendam sluit hierbij aan. In een jaarlijks op te stellen verslag zal de raad worden geïnformeerd (art. 7.2 lid 9 Bor) over de behaalde doelen en de eventuele noodzaak voor aanpassingen in het beleid, de prioriteiten en/of gestelde doelen. Deze zullen verwerkt worden in het daarop volgende uitvoeringsprogramma en het opvolgende beleid.
4.2.1 Domein Bouwen Binnen onze gemeente doen zich diverse overtredingen voor op het gebied van bouwen. De meest relevante overtredingen zijn: 1.
Het handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning activiteit bouw in afwijking met de vergunning voor nieuwbouw en verbouw De gemeente gaat in 2023 verder met het actief opsporen van woningen waarvan het gebruik niet overeenkomt met de woonfunctie. De eigenaar zal dan gesommeerd worden het met het omgevingsplan strijdig gebruik van het pand te staken en in overeenstemming te brengen met het toegestane gebruik van het pand.
4.2.2 Domein Ruimtelijke Ordening en Erfgoed Binnen de gemeente doen zich diverse overtredingen voor op het gebied van ruimtelijke ordening. De meest relevante overtredingen worden hieronder benoemd met daarbij de activiteiten die de gemeente Veendam de komende beleidsperiode aandacht gaat geven: 1. Gebruik in strijd met het omgevingsplan, zoals voor kamerverhuur/logies, zorgwonen en horeca. De gemeente gaat in 2023 verder met het actief opsporen van gebruik van woningen dat niet overeenkomt met de woonfunctie. De eigenaar zal dan gesommeerd worden het met het omgevingsplan strijdige gebruik van het pand te staken en in overeenstemming te brengen met het toegestane gebruik van het pand. Het omgevingsplan dient geactualiseerd te worden waar nodig. 2. Onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden. In 2023 wordt binnen de gemeente Veendam het ketengericht werken (beleid, toezicht en handhaving) ingevoerd. Daarnaast wordt de deskundigheid omtrent cultuurhistorische waarden van de VTH-medewerkers bevorderd. Ook wordt het toezicht en de handhaving op cultuurhistorische waarden apart geregistreerd om het naleefgedrag te kunnen monitoren.
19
4.2.3 Domein Milieu De taken van dit domein worden opgepakt door de ODG. Hierover wordt de gemeente separaat over geïnformeerd.
4.2.4 Domein Algemene Plaatselijke Verordening, Alcoholwet en bijzondere wetten Binnen de gemeente Veendam doen zich diverse overtredingen voor op het gebied van APV, DHW en evenementen, zoals:. APV: Wij gaan in deze beleidsperiode de inrichtingseisen en brandveiligheidseisen in de horeca intensiveren. De controle drankverstrekking op 18- intensiveren door toezicht aan te scherpen. We besteden hier extra aandacht aan middels socialmedia campagne en starten hiermee in 2023. Wij blijven in 2023 alert op het voorkomen en beëindigen van geluidshinder, zoals harde muziek, rumoerige buren of blaffende honden. De overlastveroorzaker zal worden gemaand om de geluidshinder te beëindigen, zodat onrust in een straat of wijk tot een minimum wordt beperkt. Dat vergt een integrale benadering, waarbij wordt samengewerkt met het team OOV. Ook zal onder meer worden toegezien op het ongeoorloofd kappen van bomen in Veendam. Bij het kappen van bomen zonder een vereiste vergunning zal in de regel een herplantplicht worden opgelegd, eventueel aangevuld met een boete. Alcoholwet: Het is verboden om alcohol te verstrekken aan jongeren onder de 18 jaar. De gemeente houdt toezicht op de naleving van geldende leeftijdsgrenzen. De alcoholwet verplicht verkopers van alcohol om de leeftijd van de klant vast te stellen door naar diens identiteitskaart te vragen.
Dit wordt onder meer gecontroleerd door de inzet van toezichthouder die supermarkten, slijterijen, horecagelegenheden, cafetaria en sportkantines bezoeken. Verder heeft het voldoen aan de vergunningvoorwaarden en de inrichtingseisen prioriteit binnen het toezicht op de naleving van de Alcholwet. Evenementen: Wij gaan in deze beleidsperiode de inrichtingseisen en brandveiligheidseisen in de horeca intensiveren. Veiligheid is een belangrijke voorwaarde bij het organiseren en laten plaatsvinden van een evenement. Ook het beperken van overlast voor omwonenden is van groot belang. Tegelijk is Veendam een gastvrije gemeente, waarin evenementen een belangrijke plaats innemen. Met toezicht en handhaving wordt geprobeerd het bovenstaande in balans te houden. Zowel in aanloop naar, als tijdens en na afloop van het evenement wordt gestuurd op het minimaliseren van het risico dat door het evenement de openbare orde en veiligheid of het woon- en leefklimaat van omwonenden wordt aangetast. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt primair bij de organisator van het evenement. Uitgangspunt is dat de organisator op de hoogte is van alle voorwaarden die aan een evenement gesteld worden en van relevante wet- en regelgeving.
Toezichthouders van de gemeente en/of de hulpdiensten met toezichthoudende taken (politie, brandweer en GHOR) zijn belast met de taak om bij een evenement te controleren of de voorschriften van vergunning worden nageleefd en om mogelijke veiligheidsrisico’s te constateren en te voorkomen.
20
4.3 Prioriteitstelling In de vorige paragrafen zijn de uitkomsten van de probleemanalyse gepresenteerd. Daarbij zijn de risico’s van groot naar zeer klein gerangschikt. In deze paragraaf wordt vastgelegd welke prioriteiten de gemeente Veendam aan de vergunning- en handhavingstaken toekent. De rode draad in U&HS is dat de inschatting van de risico’s voor de leefomgeving doorslaggevend is voor de prioriteiten die worden gesteld bij het stimuleren en/of afdwingen van het naleefgedrag. Omdat er beperkte capaciteit is die niet op alles ingezet kan worden, wordt prioriteit gegeven aan de thema’s en gevallen waarin de risico’s van niet-naleving (kans maal effect) het grootst zijn. Voor de vaststelling van de prioriteiten heeft eerst een ambtelijke invulling van de risicoanalyse plaatsgevonden waaruit prioriteringen volgden. Bij het vaststellen van de prioriteiten nemen de risico’s een belangrijke plaats in. De gedachte daarbij is dat interne en externe risico’s die de gemeente loopt bij het niet uitvoeren van haar handhavingstaken in belangrijke mate de bestuurlijke aandacht voor een onderwerp zullen bepalen.
Het benoemen van risico’s en het afwegen hiervan is dan ook een belangrijke stap naar een organisatie waarin de intensiteit van toezicht en handhaving een directe relatie heeft met de kans dat een probleem zich voordoet en de ernst van de mogelijke gevolgen bij het niet uitvoeren van deze taken. Daarbij moet worden onderkend dat ondergeschikte risico’s hoog op de politieke agenda kunnen staan, omdat maatschappelijke en/of politieke opvattingen daartoe dwingen. Ook kunnen ondergeschikte taken die veel voorkomen tot problemen leiden, waardoor een gestructureerde aanpak om die reden nodig is. Het is in de praktijk niet mogelijk om bij ieder bedrijf, bouwproces of evenement een toezichthouder permanent aanwezig te hebben. Een zeker risico is daarmee altijd aanwezig en moet worden geaccepteerd. Met de risicoanalyse zijn de risico's transparant gemaakt en kan hieraan de capaciteitsinzet gekoppeld worden. Voor de vaststelling van de prioritering heeft eerst een ambtelijke invulling van een risicoanalyse plaats gevonden waaruit prioritering volgden. Vervolgens is op basis van de onderwerpen uit het prioriteitenoverzicht input gevraagd aan de portefeuillehouder. De landelijke, regionale en lokale prioriteiten en projecten worden verder uitgewerkt in de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s.
Verder zal de gemeente naar aanleiding van meldingen of handhavingsverzoeken, ongeacht de prioriteit, altijd een actie ondernemen.
Prioriteitstelling VTH (in willekeurige volgorde):
Domein Bouwen: bouwen zonder of in afwijking van een vergunning, schade aan cultuurwaarden, erfgoed of archeologie en achterstallig onderhoud (gebouwen, leefomgeving).
Domein RO: gebruik of handelen in strijd met het omgevingsplan.
Domein APV, Alcoholwet en evenementen: bomen kappen zonder vergunning, geluidshinder, alcoholverstrekking aan minderjarigen, (brand)veiligheid horeca, verzorgingstehuizen en dagverblijven (inrichtingseisen) en veiligheid bij evenementen.
Aan de hand van de prioriteit en de in te zetten strategie kan de benodigde capaciteit worden berekend. Hierbij dient te worden opgemerkt dat de prioritering volgens het risicomodel bedoeld is om de overtredingssoorten te prioriteren. Naar schatting 80% van de beschikbare capaciteit wordt hiervoor ingezet. De overige 20% wordt vrijgehouden voor klachten/calamiteiten (10%) afhandelen 21
verzoeken om handhaving en onverwacht hogere inzet voor bijvoorbeeld incidenten (10%). Om de benodigde capaciteit te berekenen is gemeente Veendam voornemens gebruik te gaan maken van kengetallen. Bij het vaststellen van het kengetal dient rekening gehouden te worden met de toezichtstrategie en het aantal en soort stappen volgens het handhavingstappenplan. Voor het opstellen van kengetallen gaat gebruik gemaakt worden van de beschikbare gegevens binnen de eigen organisatie, ODG en van de landelijke gegevens (bijvoorbeeld het toekomstige toezichtsprotocol bouw). Indien nodig wordt voor het beëindigen en voorkomen van overtredingen niet alleen ingezet op toezicht en handhaving, maar ook op een projectmatige of wijkgerichte aanpak.
22
5 Strategieën Dit hoofdstuk beschrijft de strategieën van de U&HS. De prioriteiten en doelstellingen per beleidsveld zijn vertaald naar concrete strategieën. De toepassing van deze strategieën leidt tot het behalen van de geformuleerde doelen. De grondslagen van de inhoud van de strategieën is terug te vinden in het Omgevingsbesluit artikel 13.6 en 13.7 (voorheen hoofdstuk 5 van de Wabo). Bij het voorbereiden van deze strategie is gebruik gemaakt van enkele andere vergunningenstrategieën uit andere regio’s. De uitvoeringsstrategieën bestaan uit vijf componenten: communicatiestrategie, vergunningenstrategie, toezichtstrategie, sanctiestrategie en gedoogstrategie. Deze worden in de bijlage 3 verder toegelicht. Op dit moment wordt er landelijk gewerkt aan een nieuwe LHS (LHSO genaamd) en dus moet worden onderzocht wat dit in de praktijk voor de gemeente Veendam betekent. In het onderstaande schema’s worden de doelstellingen per beleidsveld voorzien van de benodigde indicatoren, afspraken, richtlijnen voor monitoring en wenselijke toe te passen strategieën. In de eerste kolom Doelstellingen staan cursief ook de strategische doelen gekoppeld die terug te vinden zijn in hoofdstuk 3.
5.1 Vergunningendoelstellingen Hieronder staan de doelstellingen, acties en de relatie met strategie/instrument in het kader van vergunningverlening verder uitgewerkt.
Beleidsveld Doelstellingen (gekoppeld aan strategisch doel)
Acties, afspraken, indicatoren en richtlijnen voor monitoring
Relatie met strategie/Instrument
1. Medewerkers zijn op de hoogte van (beleids) ontwikkelingen en wetswijzigingen waaronder de Wet Natuurbescherming en ondermijning (Bibob) en voldoen aan de opleidingseisen van de kwaliteitscriteria VTH (uitvoeringskwaliteit en financiën)
In 2024: alle VTH medewerkers zijn op de hoogte van beleidsontwikkelingen en er is voldoende capaciteit in het opleidingsplan voor het bijhouden van ontwikkelen gereserveerd
Begroting Opleidingsplan
2. Reguliere vergunningaanvragen worden binnen de reguliere termijn afgehandeld
In 2024: het uitbreiden van het aantal vergunningsvrije omgevingsplanactiviteiten (flitsvergunningen) en
Bouwen
23
(dienstverlening)
blijven investeren in digitale infrastructuur voor het VTH proces te optimaliseren en dashboards maken om inzicht te verkrijgen en te behouden.
Erfgoed 3. Behoud van archeologische en cultuurhistorische waarden (veiligheid en uitvoeringskwaliteit)
Het stimuleren dat bij de start van een planontwikkeling voldoende rekening wordt gehouden met aanwezige cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden. Waarden van archeologische beleidskaart overnemen in het omgevingsplan.
Erfgoedverordening
Ruimtelijke Ordening 4. Volgen van de juiste procedure onder de Omgevingswet voor het wijzigen van het juridisch bindende ruimtelijke plan (uitvoeringskwaliteit)
We doen een verkenning voor het zoeken naar een alternatief voor de wijzigingsbevoegdheid in 2026
5. Bij het omgevingsplan flexibeler bestemmen om sneller initiatieven mogelijk te maken. (dienstverlening)
Door het bepalen van open- en of gesloten normen in het omgevingsplan
APV Evenementen en Bijzondere wetten 6..Nader uitwerken processen APV, evenementen en bijzondere wetgeving en meer sturen op vooroverleg. (uitvoeringskwaliteit)
Processen onder APV bijzondere wetgeving actualiseren
Nadere regels evenementenvergunningen
24
5.2 Toezichts- en handhavingsdoelstellingen Hieronder staan de doelstellingen, acties en de relatie met strategie/instrument in het kader van toezicht en handhaving verder uitgewerkt.
Beleidsveld Doelstellingen (gekoppeld aan strategisch doel)
Acties, afspraken, indicatoren en richtlijnen voor monitoring
Relatie met strategie/Instrument
1. Medewerkers zijn op de hoogte van (beleids) ontwikkelingen en wetwijzigingen waaronder de Wet Natuurbescherming en ondermijning (bibob) en voldoen aan de opleidingseisen van de kwaliteitscriteria VTH (uitvoeringskwaliteit en financiën)
In 2024: alle VTH medewerkers zijn op de hoogte van beleidsontwikkelingen en er is voldoende capaciteit in opleidingsplan voor het bijhouden van ontwikkelen gereserveerd
Begroting Opleidingsplan
2. Minimaliseren van (veiligheids)risico’s (veiligheid)
In 2024: 80% van de bedrijven en burgers die in de categorie hoog vallen, voldoen na de eerste controle aan de geldende regels In 2025: 95% van de bedrijven en burgers die in de categorie hoog vallen, voldoen aan de eerste controle aan de geldende regels