CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

30-02 GB Zienswijze ontwerpbesluit verlenging zoutwinning Nobian Zuidwending (ter kennisgeving aan raad en college)

Gemeenteraad 27 oktober 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 26 t/m 40 en mededelingen14.065 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Aan: Ministerie van Klimaat en Groene Groei Inspraakpunt winningsplan Zuidwending Postbus 111 9200 AC Drachten

Zienswijze van de fractie GemeenteBelangen Veendam op het ontwerp-instemmingsbesluit winningsplan Zuidwending 2025 – 2035 d.d 19 juni 2025 Veendam, 17 juli 2025

1. Inleiding Namens de fractie GemeenteBelangen Veendam, de grootste fractie in de gemeenteraad van Veendam, maken wij gebruik van de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op het ontwerp-instemmingsbesluit tot verlenging van de zoutwinningsvergunning voor Nobian in Zuidwending. Als lokale, onafhankelijke partij zijn wij diep geworteld in de samenleving van Veendam en zetten wij ons dagelijks in voor de belangen van onze inwoners. Met een sterke vertegenwoordiging in de gemeenteraad, gebaseerd op het vertrouwen van vele inwoners bij de laatste verkiezingen, voelen wij ons gesteund in onze inzet. Met deze zienswijze willen wij de zorgen en aandachtspunten van een groot deel van de Veendammer gemeenschap onder de aandacht brengen, met het oog op de veiligheid, leefbaarheid en het milieu in onze gemeente en regio.

2. Onzekerheid over veilige afsluiting cavernes Wij constateren dat het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in haar advies van 20 juni 2025 expliciet aangeeft dat Nobian onvoldoende heeft aangetoond dat de cavernes na afloop van de winning veilig en duurzaam kunnen worden afgesloten. De risico’s op lekkage van pekel, verzilting van grond- en oppervlaktewater en instabiliteit van de ondergrond zijn reëel en onvoldoende onderbouwd (SodM, 2025 [1]). Het voorzorgsprincipe, zoals vastgelegd in Europese en nationale wetgeving, vereist dat bij wetenschappelijke onzekerheid over ernstige risico’s aan mens en milieu, terughoudendheid wordt betracht en preventieve maatregelen worden genomen (VWEU art. 191 [2]; Wet milieubeheer [3]). Wij vinden het onzorgvuldig dat het ontwerpbesluit dit principe slechts gedeeltelijk toepast door de winning toe te staan zolang Nobian binnen vijf jaar met een overtuigend plan moet komen.

Pagina 1 van 5

3. Risico’s op schade aan gebouwen, infrastructuur en milieu Uit rapporten van TNO en SodM blijkt dat bodemdaling door zoutwinning in theorie komvormig is, maar dat in de praktijk altijd sprake is van differentiële zakking. Dit leidt tot verhoogde risico’s op scheurvorming, verzakking en schade aan woningen, bedrijven, wegen, leidingen en watergangen (TNO, 2017 [4]; SodM, 2025 [1]). De praktijk in Twente en Zuidwending laat zien dat schadegevallen daadwerkelijk voorkomen en dat er jaarlijks tientallen schadeclaims worden toegekend (Jaarverslag Commissie Mijnbouwschade Zoutwinning, 2022 [5]). De huidige schadeafhandeling is voor inwoners vaak complex en tijdrovend. Wij pleiten voor een laagdrempelige, onafhankelijke en snelle schadeafhandeling, met omgekeerde bewijslast, zoals ook bij de gaswinning in Groningen is ingevoerd.

4. Belang van onafhankelijke monitoring, transparantie en betrokkenheid Nobian voert de monitoring en rapportage momenteel zelf uit. Wij benadrukken het belang dat deze monitoring onafhankelijk wordt uitgevoerd en getoetst om de betrouwbaarheid en transparantie te waarborgen. Wij verzoeken om duidelijkheid over de rol van het Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) in dit proces en vragen om voorstellen voor een structurele onafhankelijke toetsing van de meetresultaten. Het is onwenselijk dat de omgeving volledig afhankelijk blijft van de mijnbouwer voor het leveren van deze gegevens (Nobian, 2025 [6]). Structurele betrokkenheid van de gemeente, inwoners en lokale organisaties bij monitoring, evaluatie en besluitvorming is noodzakelijk voor draagvlak en vertrouwen. Wij moedigen aan dat periodieke informatiebijeenkomsten, een meldpunt voor zorgen en klachten, en actieve communicatie richting inwoners worden voortgezet en waar mogelijk verder worden versterkt.

5. Voorwaardelijke vergunningverlening en tussentijdse herziening Wij verzoeken de minister om de vergunning uitsluitend voorwaardelijk te verlenen: • In het ontwerpbesluit is voorgesteld om Nobian vijf jaar de tijd te geven om, onder onafhankelijke toetsing door SodM en TNO, overtuigend aan te tonen dat afsluiting veilig kan plaatsvinden. Wij vinden deze termijn van vijf jaar echter te lang gezien de urgentie van de veiligheids- en milieukwesties en pleiten daarom voor een verkorting naar twee jaar, zodat er sneller duidelijkheid en zekerheid is voor de omgeving. • De vergunning moet tussentijds kunnen worden aangepast of ingetrokken bij nieuwe risico’s, schadegevallen of als Nobian niet aan de gestelde voorwaarden voldoet. • Er moet een snelle, onafhankelijke schadeafhandeling zijn met omgekeerde bewijslast en een blijvend schadefonds. • De gemeente en haar inwoners moeten structureel worden betrokken bij alle vervolgstappen.

Pagina 2 van 5

6. Langetermijnverantwoordelijkheid en aansprakelijkheid Wij benadrukken met klem dat er onvoorwaardelijke en juridisch bindende garanties moeten zijn dat Nobian en/of haar rechtsopvolgers, evenals de Staat, ook na beëindiging van de winning volledig aansprakelijk blijven voor alle (milieu)schade die voortvloeit uit de mijnbouwactiviteiten, ook indien deze zich pas jaren later manifesteren. Het is onacceptabel dat de aansprakelijkheid vervalt zodra het bedrijf stopt met mijnbouw; de verantwoordelijkheid voor de gevolgen moet blijvend en afdwingbaar zijn. Daarnaast dient er een adequaat en toereikend schadefonds te worden ingesteld dat ook op lange termijn beschikbaar blijft om eventuele schade te vergoeden (Mijnbouwwet [7]). De overheid dient actief toezicht te houden op de naleving van de vergunningsvoorwaarden en de bescherming van de belangen van de omgeving.

7. Toekomstvisie en eindpunt zoutwinning Wij verlangen meer duidelijkheid over de toekomst van de zoutwinning in Zuidwending. Op dit moment zijn er in Zuidwending 16 cavernes ontwikkeld: 9 voor zoutwinning en 7 voor gasopslag. Van de 9 zoutwinningscavernes zijn er momenteel 8 actief in gebruik. Uit het TNO-advies blijkt dat het technisch potentieel voor het aantal cavernes in de zoutkoepel zeer groot is, met een bandbreedte van 50 tot 104 mogelijke cavernes (TNO, 2024 [8]). Wij vinden het belangrijk dat er een duidelijk plan komt voor de toekomst: Wij willen dat er een duidelijke visie komt op het eindpunt van de zoutwinning: het is niet wenselijk dat de ondergrond verandert in een ‘gatenkaas’ zonder heldere begrenzing. Er moet een heldere grens zijn aan het aantal cavernes en een duidelijke visie op het eindpunt van de zoutwinning. Daarnaast vinden wij het belangrijk dat onze lintdorpen niet veranderen in een industriegebied. Het landelijke karakter van het gebied moet worden gerespecteerd en de balans tussen economische activiteiten en leefbaarheid mag niet uit het oog worden verloren.

8. Economisch belang, sterke afhankelijkheid en het voorzorgsprincipe Wij constateren dat in het ontwerpbesluit het economische belang van de zoutwinning en de sterke afhankelijkheid van chloorproductie voor het industriegebied Eemshaven en de noordelijke chemiecluster zwaarder lijken te wegen dan het voorzorgsprincipe (RTVeen, 2025 [9]). De industrie in Noord-Nederland is momenteel sterk afhankelijk van chloorproducten die voortkomen uit de zoutwinning door Nobian in Zuidwending. Juist deze afhankelijkheid lijkt ertoe te leiden dat het voorzorgsprincipe – waarbij veiligheid, gezondheid en milieu voorop zouden moeten staan – niet volledig wordt toegepast. Wij pleiten ervoor dat er wordt ingezet op een duurzaam bedrijfsmodel, waarbij alternatieven en innovatie worden gestimuleerd en de afhankelijkheid van één bron wordt verminderd. Zo kan de leveringszekerheid worden vergroot en het risico op maatschappelijke en economische schade bij verstoringen worden beperkt.

Pagina 3 van 5

9. Communicatie en participatie Wij benadrukken het belang van structurele en transparante communicatie met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Dit omvat niet alleen informatie over plannen en risico’s, maar ook over de resultaten van monitoring en de voortgang van onderzoeken. Een actieve en laagdrempelige participatie van de lokale gemeenschap in het gehele proces is essentieel voor draagvlak en het behoud van vertrouwen.

10. Sociaal-maatschappelijke impact De zoutwinning heeft een directe impact op de leefbaarheid en het welzijn van onze inwoners. Wij vragen aandacht voor de effecten op woningwaarde, de gezondheid van bewoners en het algemene gevoel van veiligheid in het gebied. Deze sociaal-maatschappelijke aspecten moeten volwaardig worden meegewogen in de besluitvorming en er moeten adequate maatregelen worden getroffen om negatieve gevolgen te mitigeren.

11. Langetermijnmonitoring en nazorg Naast de monitoring tijdens de actieve winningsfase, is het van groot belang dat er duidelijke eisen worden gesteld aan de langetermijnmonitoring en nazorg na beëindiging van de winning. Dit omvat niet alleen technische monitoring van de ondergrond, maar ook financiële waarborgen om eventuele toekomstige schade of milieueffecten op te vangen. De verantwoordelijkheid voor deze nazorg moet helder zijn en geborgd worden. Hoogachtend, Namens de fractie Gemeentebelangen Veendam,

R.M. de Jonge (Fractievoorzitter, raadslid) wonende in Veendam Medeondertekenaars fractie: R. de Jonge, wonende in Veendam, (Raadslid / fractievoorzitter) B. Huizenga, wonende in Veendam, (Raadslid) C. Knot, wonende in Veendam, (Raadslid) G. Visser, wonende in Wildervank, (Raadslid) J. Westerhuis, wonende in Veendam, (Raadslid) N. van Woerkom, wonende in Veendam, (Raadslid) M. Zweerts de Jong, wonende in Veendam, (Raadslid) Pagina 4 van 5

M. Drenth, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) G.A. Eisinga, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) F. Görgülü, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) T. ter Meulen, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) T.M. Mooijman, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) D. Pots, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) D. de Roos, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) V. Slor, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner) E. Wortmann, wonende in Veendam, (Fractieondersteuner)

Bronnen 1. SodM, 2025: https://www.sodm.nl/actueel/nieuws/2025/06/20/sodmpubliceert-advies-over-winningsplan-nobian-in-zuidwending 2. VWEU art. 191: https://eur-lex.europa.eu/legalcontent/NL/TXT/?uri=CELEX%3A12008E191 3. Wet milieubeheer: https://wetten.overheid.nl/BWBR0003245/2024-0101#Hoofdstuk1_Paragraaf1.1_Artikel1.1a 4. TNO, 2017: https://www.tno.nl/nl/aandachtsgebieden/bouwenleefomgeving/roadmaps/bodem-en-ondergrond/bodemdaling/ 5. Jaarverslag Commissie Mijnbouwschade Zoutwinning, 2022: https://www.rvo.nl/sites/default/files/202303/Jaarverslag%20Commissie%20Mijnbouwschade%20Zoutwinning%202022.pdf 6. Nobian, 2025: https://www.nobian.com/nl-nl/zoutwinning/bestaandezoutwinning/zuidwending 7. Mijnbouwwet: https://wetten.overheid.nl/BWBR0014168/2024-01-01 8. TNO, 2024: https://publications.tno.nl/publication/34642168/2raqDb/TNO2024-R10389.pdf 9. RTVeen, 2025: https://rtveen.nl/2025/06/23/minister-wil-zoutwinning-bijzuidwending-verlengen-tot-2035-toezichthouder-kritisch/ Bovenstaande lijst is te raadplegen op: https://gemeentebelangenveendam.nl/nobian-bronnen/

Pagina 5 van 5

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Nobian Salt B.V Van Asch van Wijckstraat 53 3811 LP Amersfoort

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Transitie Diepe Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/kgg Behandeld door

5.1.2.e Datum Betreft

19 juni 2025 Ontwerpbesluit winningsplan Zuidwending 2025 - 2035 Ons kenmerk PDGGO-DTDO / V-65184

Ontwerpbesluit

Uw kenmerk Bijlage(n)

1. Inleiding Nobian Salt B.V., ingeschreven onder KvK-nummer 32071004 (hierna: Nobian), heeft op 18 april 2024 een gewijzigd winningsplan Zuidwending ingediend bij de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat. Nobian heeft op 20 juni 2024 een nieuwe versie ingediend van het winningsplan. Het huidige winningsplan geldt tot en met 20 november 2025, besluit van 19 november 2009, met kenmerk ET/EM/ 9148635, laatst gewijzigd 6 september 2023, met kenmerk V-43174. Het gewijzigde winningsplan betreft het verzoek om instemming met verlenging van de periode van zoutwinning Zuidwending tot en met 2035. De Minister van Klimaat en Groene Groei is op grond van artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet bevoegd op deze aanvraag te beslissen. Op 13 februari 2025 en 31 maart 2025 heeft Nobian het ingediende winningsplan aangevuld. De zoutwinning Zuidwending is een bestaande winning. Sinds 1967 wint Nobian (voorheen Akzo Nobel) zout op deze locatie. De zoutwinning Zuidwending ligt binnen het gebied van de winningsvergunning Uitbreiding Adolf van Nassau III, in de provincie Groningen, binnen de grenzen van de gemeenten Veendam en Pekela en in het verzorgingsgebied van het waterschap Hunze en Aa’s. Tot 20 november 2025 zal in Zuidwending ca. 70 miljoen ton zout zijn geproduceerd. Nobian verwacht maximaal nog 24,5 miljoen ton zout te kunnen produceren tot en met 2035 in het hoge scenario.

Bij de zoutwinning Zuidwending wint Nobian natriumchloride via acht putten: ZW-2 tot en met ZW-9.

Pagina 1 van 26

2. Beleid zoutwinning in Nederland Het zout dat in Nederland wordt gewonnen, is bijzonder zuiver en chemisch stabiel. Dit maakt het zout geschikt voor diverse toepassingen. Zout staat aan de basis van de chlooralkali keten van de chemische industrie en speelt een belangrijke rol in vele industriële processen. Zout staat aan de basis van diverse eindproducten die een rol spelen in het dagelijks leven. Hierbij gaat het om geneesmiddelen, PVC, papier, aluminium, zeep, glas, verf, textiel en de voedingsmiddelenindustrie. Ook is zout nodig voor het maken van producten van de energietransitie, zoals ledlampen, batterijen, isolatiemateriaal en onderdelen voor windmolens en zonnepanelen. Zoutwinning is daarmee essentieel voor de energietransitie.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Het kabinet benadrukt dat, ongeacht het uiteengezette belang van zoutwinning in Nederland, zoutwinning, net als andere activiteiten in de diepe ondergrond, alleen plaatsvinden als dit veilig en verantwoord kan.

3. Juridisch Kader 3.1.

Mijnbouwregelgeving

Een winningsplan wordt getoetst aan de Mijnbouwwet (hierna: Mbw) en de daarop gebaseerde regelgeving. De artikelen 34, 35 en 36 van de Mbw en artikel 25 van het Mijnbouwbesluit (hierna: Mbb) vormen het juridisch kader waaraan het winningsplan wordt getoetst. Voordat Nobian de zoutwinning mag voortzetten na 20 november 2025 is, op grond van artikel 34, derde lid van de Mbw, mijn instemming met het gewijzigde winningsplan nodig. Het winningsplan geeft concreet inzicht in de wijze waarop de winning wordt uitgevoerd en de effecten daarvan en dient te voldoen aan de eisen genoemd in artikel 35 van de Mbw. Het winningsplan dient onder meer een beschrijving te bevatten van de verwachte hoeveelheid jaarlijks te winnen zout, de bodembeweging als gevolg van de winning, de activiteiten en maatregelen ter voorkoming van schade door bodembeweging en de risico’s voor omwonenden, gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan met een risicobeoordeling. Artikel 25 van het Mbb bevat verdere eisen die aan een winningsplan voor zout worden gesteld. Of ik kan instemmen met het gewijzigde winningsplan, wordt getoetst aan artikel 36, eerste lid, van de Mbw, zoals dat gold op het moment dat de aanvraag werd ingediend.

Ik kan de instemming geheel of gedeeltelijk weigeren of daaraan voorschriften of beperkingen verbinden, indien dat gerechtvaardigd wordt door één van de volgende belangen: a. de veiligheid van omwonenden; b. het voorkomen van schade aan gebouwen of infrastructurele werken of de functionaliteit daarvan; c. het belang van het planmatig gebruik of beheer van delfstoffen, aardwarmte of andere natuurlijke rijkdommen, waaronder grondwater met het oog op de winning van drinkwater, of mogelijkheden tot het opslaan van stoffen; d. de nadelige gevolgen voor het milieu; e. de nadelige gevolgen voor de natuur.

3.2.

Voorbereidingsprocedure

Gelet op artikel 34, vierde lid, van de Mbw is dit besluit tot instemming met het gewijzigde winningsplan Zuidwending voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure zoals beschreven in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Pagina 2 van 26

Tevens is advies gevraagd aan de Adviesgroep Economische Zaken van de Nederlandse Organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (hierna: TNO-AGE) (artikel 123, tweede lid, van de Mbw), SodM (artikel 127 van de Mbw), alle betrokken decentrale overheden (artikel 34, vijfde lid, van de Mbw) en de Mijnraad (artikel 105, derde lid, van de Mbw).

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Dit ontwerpbesluit is op de volgende wijze bekendgemaakt: - op 19 juni 2025 is een kennisgeving gepubliceerd in de Staatscourant; - op 18 juni 2025 is een kennisgeving gepubliceerd in de huis-aan-huisbladen Het Streekblad, de Veendammer en De Koerier; - op 19 juni 2025 is het ontwerpbesluit aan Nobian gezonden. Een afschrift hiervan is verzonden aan alle betrokken adviseurs; Het ontwerpbesluit ligt van 20 juni tot en met 31 juli 2025 ter inzage op www.mijnbouwvergunningen.nl/zoutwinning-zuidwending. Zienswijzen Een zienswijze op dit ontwerpbesluit kan gedurende een periode van zes weken, vanaf het moment dat dit ontwerpbesluit ter inzage wordt gelegd, worden ingediend bij: Ministerie van Klimaat en Groene Groei Inspraakpunt winningsplan Zuidwending 2025-2035 Postbus 111 9200 AC Drachten Meer informatie is beschikbaar op www.mijnbouwvergunningen.nl/zienswijze. Vervolg van de procedure Na de inspraakperiode wordt het definitieve besluit opgesteld. Tegen het definitieve besluit kan beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. In het definitieve besluit staat meer informatie hierover.

4. Adviezen Nobian heef een gewijzigd winningsplan ingediend en op 13 februari en 31 maart 2025 op mijn verzoek aanvullende informatie verstrekt. Op het ingediende winningsplan en de informatie die Nobian later heeft aangevuld, zijn meerdere adviezen gegeven. Hieronder is chronologisch weergegeven welke adviseur op welk stuk wanneer advies heeft gegeven: • TNO-AGE heeft op 25 november 2024 advies uitgebracht op het winningsplan (kenmerk: AGE 24-10.134); • SodM heeft op 10 december 2024 advies uitgebracht op het winningsplan (kenmerk: ADV-8632/86808852); • De Mijnraad heeft op mijn verzoek op 21 februari 2025 een tussentijds advies uitgebracht op het winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari 2025 (kenmerk: MIJR/97252857); • TNO-AGE heeft op 7 maart 2025 op mijn verzoek een aanvullend advies uitgebracht naar aanleiding van de aanvullende informatie van 13 februari 2025 (kenmerk: AGE 25-10.017); • SodM heeft op mijn verzoek een aanvullende reflectie op haar eerdere advies uitgebracht op 5 maart 2025 naar aanleiding van aanvullende informatie van 13 februari 2025 (kenmerk: 97150975/ ADV-8972); • SodM heeft op mijn verzoek een tweede aanvullende reflectie op haar eerdere advies uitgebracht op 18 april 2025 naar aanleiding van de

Pagina 3 van 26

• •

• •

•

•

aanvullende informatie van 31 maart 2025 (kenmerk: 98253114/ADV9039); TNO-AGE heeft op 28 april 2025 op mijn verzoek een aanvullend advies uitgebracht naar aanleiding van de aanvullende informatie van 31 maart 2025 (kenmerk: AGE 25-10.033); Het dagelijks bestuur van het waterschap Hunze en Aa’s heeft op 29 april 2025 advies uitgebracht op het winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari en 31 maart 2025 (kenmerk: Z54526/25150898); Het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen heeft op 29 april 2025 advies uitgebracht op het winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari en 31 maart 2025 (kenmerk: 2025-057743); Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veendam heeft op 29 april 2025 advies uitgebracht op het winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari en 31 maart 2025 (kenmerk: 2025-019121); Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Pekela heeft op 29 april 2025 advies uitgebracht op het winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari en 31 maart 2025 (kenmerk: 2025-006747); De Mijnraad heeft op 19 mei 2025 het definitieve advies uitgebracht op het winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari en 31 maart 2025 (MIJR/98922898).

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Ook is naar aanleiding van de adviezen van SodM en TNO-AGE op mijn verzoek een externe review door Prof. Em. Dr. C.J. Spiers (d.d. 12 februari 2025) uitgevoerd. De betrokken decentrale overheden hebben naast het ingediende winningsplan en de aanvullende informatie van 13 februari en 31 maart 2025 tevens de adviezen van SodM en TNO, het tussentijds advies van de Mijnraad en de externe review ontvangen.

Pagina 4 van 26

5. Winningsplan op hoofdlijnen, adviezen en beoordeling In dit hoofdstuk wordt het gewijzigde winningsplan beoordeeld aan de hand van de toetsingsgronden van artikel 36 van de Mbw. Daarbij wordt in de eerste paragraaf het verlengen van de winning beoordeeld en in de tweede paragraaf de wijze van afsluiten van de cavernes. Telkens wordt eerst beschreven wat Nobian in het gewijzigde winningsplan heeft opgenomen en welke informatie hierover eventueel aanvullend is aangeleverd. Indien van toepassing volgt daarna het advies van de adviseurs en de beoordeling, waarbij op basis van een integrale afweging wordt beargumenteerd of het advies wordt overgenomen. Over de verlenging van de winning en het veilig afsluiten van de cavernes wordt aan het einde van de paragrafen apart geconcludeerd of aan artikel 36 van de Mbw is voldaan.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

5.1 Verlenging van de winning 5.1.1 Planmatig beheer en gebruik van de ondergrond Winningsplan Nobian stelt de zoutproductie uit 8 van de 9 bestaande zoutwinningscavernes te kunnen verlengen tot en met 2035. Nobian gaat uit van doorgaande winning uit deze 8 cavernes met een totale pekelproductie van maximaal 900 m3 per uur. Hierdoor zal het totale ondergrondse cavernevolume in de periode van 20 november 2025 tot en met 2035 naar verwachting toenemen van bijna 40 miljoen m3 naar iets meer dan 50 miljoen m3. De wijze van winning blijft gelijk aan de aanpak die sinds 1967 plaatsvindt en zal doorgaan totdat de cavernes de maximale diameter van 110 m hebben bereikt. De hoogte van de cavernes blijft onveranderd. Tot 20 november 2025 zal in Zuidwending ca. 70 miljoen ton zout zijn geproduceerd. Nobian verwacht in totaal nog 24,5 miljoen ton zout te winnen tot en met 2035. Het winningsplan beschrijft dat bij de toekomstige winning een caverne niet in diepte toeneemt, maar alleen in de diameter aan de bovenkant van de caverne. Advies TNO-AGE TNO-AGE beschouwt de wijze van zoutwinning in Zuidwending in het licht van de huidige kennis en technieken als doelmatig en efficiënt. TNO-AGE geeft aan dat de voortzetting van de winning conform het geactualiseerde winningsplan geen invloed heeft op welke wijze Nobian de caverne op termijn af kan sluiten.

Advies SodM SodM stelt dat de cavernes groter worden door verlenging van de winning. SodM wijst erop, dat de huidige situatie beheersbaar is. In tegenstelling tot wat Nobian aangeeft, ziet SodM wel een wijziging van het risico(profiel) bij het verder uitlogen van de al grote en hoge cavernes. Deze wijziging van de risico’s is het gevolg van veranderingen van de huidige kennis van het gedrag van zout, voortschrijdend inzicht van caverneontwerp en het afsluiten van cavernes. Deze verdere vergroting vindt ook plaats wanneer naverzadiging van onverzadigde pekel plaatsvindt wat komt uit nieuw aan te leggen opslagcavernes. Omdat er geen onderscheid gemaakt wordt tussen directe actieve winning of winning via naverzadiging, en er geen verdere uitwerking is van de volumes, concentraties, snelheden en risico’s door naverzadiging (alleen), kan SodM dit onderscheid ook niet maken. SodM vindt daarom ook het vergroten van het volume van deze cavernes via naverzadiging, zonder verdere uitwerking, niet Pagina 5 van 26

verantwoord. SodM geeft verder aan dat toekomstige operaties, waaronder waterstofopslag, thuishoren in de beoordeling van toekomstige procedures. Het is wel van belang dat deze procedures continu in samenhang worden gezien, aldus SodM. Advies Mijnraad De Mijnraad ziet dat op basis van het winningsplan en de aangedragen onderzoeken door Nobian geen significante toename van de huidige risico’s in de komende 10 jaar.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Beoordeling planmatig beheer en gebruik van de ondergrond Bij planmatig gebruik en beheer dient sprake te zijn van een efficiënte winning van de delfstof, waarbij de wijze waarop, het tempo waarmee en de hoeveelheid te winnen delfstof van belang zijn. De in het winningsplan aangegeven winbaarheidsfactor moet reëel zijn, gezien de technische parameters en geologische omstandigheden. Daarnaast dient Nobian een andere gebruiksvorm van de ondergrond door de zoutwinning niet ongewenst onmogelijk te maken. TNO-AGE beschouwt de winning als doelmatig en efficiënt en het advies van TNOAGE wordt op dit punt gevolgd. SodM merkt op dat, door de winning de cavernes groter worden en dat dit consequenties kan hebben voor het afsluiten. Op dit punt wordt verder ingegaan in de paragraaf over de wijze van afsluiten van de cavernes. De zoutwinning gaat geen andere gebruiksvorm van de ondergrond tegen aangezien alleen gewonnen wordt uit bestaande cavernes. Bij zoutwinning conform het winningsplan Zuidwending 2025-2035 is daarom sprake van planmatig gebruik en beheer van de ondergrond. Toekomstige activiteiten, zoals waterstofopslag, en naverzadiging van pekel uit de waterstofcavernes moeten binnen de context van deze toekomstige ontwikkelingen beoordeeld worden, zoals SodM terecht stelt.

5.1.2 Bodemdaling Gelet op artikel 35, eerste lid, onderdeel f, van de Mbw bevat een winningsplan een beschrijving van de bodembeweging als gevolg van de winning. Er is onderscheid tussen bodemdaling en bodemtrilling. Deze paragraaf betreft de beoordeling van de bodemdaling door het voortzetten van de winning tot en met 2035. De beoordeling van bodemtrilling komt aan de orde in § 5.1.3 van dit besluit. Winningsplan Nobian gaat in het winningsplan uit van doorgaande reguliere zoutwinning, en van het alternatief van naverzadiging van pekel uit toekomstige opslagcavernes ten behoeve van de energietransitie. In voorliggend winningsplan is, net zoals voor het geldende winningsplan, de bodemdalingsprognose door DEEP.KBB uitgevoerd in opdracht van Nobian. DEEP.KBB heeft op basis van twee parametersets modelberekeningen uitgevoerd: 1. het verwachte scenario dat de meest realistische bodemdalingsverwachting representeert; en 2. het conservatieve scenario dat de mogelijk bovengrens van de te verwachte bodemdaling als gevolg van de doorgaande winning tot en met 2035 beschrijft. In de modelberekeningen van DEEP.KBB is tevens rekening gehouden met de bestaande gasopslag in Zuidwending en de effecten van de voormalige gaswinning vanuit het Groningen gasveld.

De totale bodemdaling vanaf start van de zoutwinning bedraagt (inclusief gaswinning uit omliggende (niet meer producerende) gasvelden zoals Groningen) eind 2025 tussen de 18,1 cm en 21,3 cm. De extra bodemdaling als gevolg van de verlenging van de zoutwinning tot en

Pagina 6 van 26

met 2035 bedraagt maximaal (in het meest conservatieve scenario) 8 cm, maar de verwachting is dat dit minder zal zijn. Adviezen Advies TNO-AGE TNO-AGE stelt zich te kunnen vinden in de toepassing en uitkomsten van de DEEP.KBB modellen voor de bodemdalingsprognoses tijdens de fase van winning.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Advies SodM SodM adviseert om vast te leggen dat Nobian een meetplan heeft dat aansluit bij de totale winningsduur. SodM adviseert dat de termijn van de monitoring pas te laten ingaan, na de periode (ten behoeve van het afsluiten van de cavernes) van gecontroleerd aflaten van pekel om de drukontwikkeling te beheersen. SodM adviseert dat deze periode nog kan worden verlengd als de monitoring daar aanleiding toe geeft. Beoordeling bodemdaling Voor de totale bodemdaling wordt gekeken naar de bodemdaling veroorzaakt door de zoutwinning en cumulatie daarvan met andere mijnbouwactiviteiten. Naast bodemdaling door mijnbouwactiviteiten, vindt er ook zogenaamde autonome bodemdaling plaats. De autonome bodemdaling zou ook plaatsvinden zonder zoutwinning en wordt daarom niet meegenomen in de beoordeling voor de zoutwinning. Op basis van het advies van TNO-AGE wordt de in het gewijzigde winningsplan opgenomen bodemdalingsprognose onderschreven. De totale cumulatieve bodemdaling door mijnbouwactiviteiten in het gebied rondom Zuidwending als gevolg van de verschillende winningen vanaf het begin van de looptijd van het winningsplan tot eind 2025 bedraagt maximaal 21,3 cm. Hier komt maximaal 8 cm bij (in het meest conservatieve scenario) door het verlengen van de zoutwinning tot en met 2035.

De totale bodemdaling door mijnbouwactiviteiten wordt mede veroorzaakt door de voormalige gaswinning uit het naastgelegen Groningenveld en de gasopslag Energystock. De winning uit het Groningenveld is in 2023 beëindigd. De mate van bodemdaling op de lange termijn is sterk afhankelijk van de manier van afsluiten van cavernes. Ik ben het met SodM eens dat in het winningsplan met name wordt ingedaan op het zogenaamd ‘hard afsluiten’ van de cavernes, na een periode van 30 jaar van gecontroleerd aflaten van pekel om de druk te verlagen. De bodemdaling voor de lange termijn kan veranderen door een andere manier of een ander moment van afsluiten. In paragraaf 5.2 wordt nader ingegaan op het afsluiten van de cavernes. Dit besluit bevat, in navolging van het advies van SodM, een voorschrift om Nobian nieuwe bodemdalingsprognoses te laten opstellen, waarbij alle realistische afsluitscenario’s worden meegenomen. Nobian is op grond van artikel 41 van de Mbw en de artikelen 30 en 31 van het Mbb reeds verplicht tot het meten van de bodemdaling tot einde winning, en de daaropvolgende 30 jaar. Ook de zogenaamde passieve winning door het gecontroleerd aflaten van pekel, is winning. Omdat de monitoring reeds verplicht is wordt hierover geen voorschrift opgenomen.

Over het verlengen van de termijn van de monitoring als daar aanleiding toe is, wordt opgemerkt dat met een besluit op een winningsplan niet kan worden afgeweken van de in het Mbb vastgestelde termijnen. Nobian moet ter uitvoering van artikel 41 van de Mbw en de artikelen 30 en 31 van de Mbb bodemdalingsmetingen uitvoeren conform het meetplan Uitbreiding Winningsvergunning Adolf van Nassau III (Zuidwending Nobian). Nobian actualiseert dit meetplan jaarlijks en stuurt dit ter instemming aan SodM. Nobian biedt ook de resultaten van de bodemdalingsmetingen en een analyse daarvan aan SodM, die dit vervolgens publiceert via www.nlog.nl. Op deze website is ook Pagina 7 van 26

het meetplan te raadplegen. Om deze reden neem ik hier geen voorschrift over op. Zoals aangegeven wordt de bodemdaling met name bepaald door de wijze van afsluiten. De bodemdaling door de zoutwinning voor de periode 2025 tot en met 2035 is i maximaal (in het meest conservatieve scenario) 8 cm ten opzichte van de zoutwinning tot en met 2025, maar de verwachting is dat dit minder zal zijn. Op basis van de aangeleverde gegevens over de winning ben ik van oordeel dat de extra bodemdaling als gevolg van 10 jaar langer zout winnen niet in de weg staat aan instemming met het winningsplan.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

5.1.3 Bodemtrilling Winningsplan Nobian stelt in het winningsplan dat de zoutwinning in het verleden niet heeft geleid tot micro-seismiciteit van een niveau dat er schade kan ontstaan. Sinds 2019 meet Nobian de micro-seismiciteit met een eigen netwerk om de stabiliteit van de cavernes te monitoren. De metingen uit het eigen netwerk bevestigen het beeld dat er micro-seismische trillingen optreden met een beperkte magnitude die niet voelbaar zijn aan het oppervlak. Er kunnen geen ondiepe bevingen met hoge magnitude ontstaan, die mogelijk gevoeld zouden kunnen worden of voor schade zouden kunnen zorgen. Adviezen Advies TNO-AGE TNO-AGE stelt dat, gezien de eigenschappen van steenzout, het seismisch risico laag is. Advies SodM SodM ziet het monitoren op bodemtrillingen als graadmeter van de stabiliteit van de cavernes. SodM stelt dat het monitoren van bodemtrillingen en cavernestabiliteit op dit moment goed loopt, en er zijn geen aanwijzingen dat er op dit moment gevaar dreigt voor mens en milieu. Over de periode na het afsluiten van de cavernes is veel minder bekend. De verhoging van de druk kan theoretisch leiden tot meer en andere seismiciteit. SodM adviseert een verplichting op te nemen tot het monitoren van alle bodemtrillingen tot einde winning en de daaropvolgende 30 jaar.

SodM adviseert om in een eventueel instemmingsbesluit vast te leggen dat Nobian een meetplan heeft dat op het bovenstaande termijn aansluit. Deze termijn kan langer zijn in het geval er micro-seismiciteit is die op tekenen van instabiliteit van de caverne kunnen duiden. Dit meetplan strekt tot het meten van bodembewegingen. Nobian moet jaarlijks het meetplan actualiseren gedurende de winningsperiode, inclusief de periode van winning, en de daaropvolgende vijf jaren, en verstrekt daarvan jaarlijks voor 1 november een afschrift aan SodM. Beoordeling bodemtrilling Op basis van de adviezen van TNO-AGE en SodM constateer ik dat het seismisch risico laag is. Het bestaande micro-seismisch meetnetwerk kan eventuele bodemtrillingen door de zoutwinning goed signaleren en toewijzen aan de juiste mijnbouwactiviteit. De gegevens van het meetnetwerk worden gedeeld met het KNMI. Daarnaast rapporteert Nobian de resultaten van het eigen micro-seismische meetnetwerk op de eigen website waardoor bewoners goed op de hoogte zijn van de observaties. Nobian is op grond van artikel 41 van de Mbw en de artikelen 30 en 31 van het Mijnbouwbesluit verplicht tot het meten van bodemtrillingen tot einde van de winning (waaronder passieve winning door het aflaten van pekel), en de

Pagina 8 van 26

daaropvolgende 30 jaar. Het meetplan sluit op deze termijn aan. Omdat dit reeds verplicht is, bevat dit besluit geen voorschrift hierover. Nadat de cavernes zijn afgesloten zijn er onzekerheden over de seismiciteit. De verhoging van de druk kan theoretisch leiden tot meer en andere seismiciteit. Dit is onderdeel van de onderzoeken die Nobian moet uitvoeren naar het afsluiten van de cavernes. Op het afsluiten van de cavernes wordt in paragraaf 5.2 van dit besluit nader ingegaan.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Op basis van de aangeleverde gegevens over de winning en de adviezen ben ik van oordeel dat het risico op bodemtrilling als gevolg van 10 jaar langer zout winnen niet in de weg staat aan instemming met het winningsplan.

5.1.4 Schade door bodembeweging en veiligheid voor omwonenden Winningsplan Nobian stelt dat er op basis van de laatste wetenschappelijke inzichten geen aanwijzingen zijn dat er schade valt te verwachten als gevolg van seismiciteit. Bodemdaling kan mogelijk wel tot effecten leiden op de omgeving. Nobian heeft op basis van de bodemdalingsprognoses van DEEP.KBB de effecten bepaald. Nobian stelt dat de geotechnische effecten van de bodemdaling, zoals scheefstelling, rek en kromming, niet leiden tot esthetische, functionele of constructieve schade op gebouwen. Ook voor de infrastructuur, zoals ondergrondse leidingen en wegen, verwacht Nobian geen schade als gevolg van de mijnbouwactiviteiten. Over mogelijke maatregelen om schade door bodembeweging te voorkomen of beperken stelt Nobian dat de beste manier om bodemdaling te beperken is door het hard afsluiten van de cavernes na de winningsfase zodra dat veilig kan. Adviezen Advies TNO-AGE TNO-AGE stelt geen schade aan gebouwen en infrastructuur ten gevolge van scheefstelling in de bodemdalingskom te verwachten, en dat de effecten op riolering en waterhuishouding beheersbaar zijn, ook in het meest pessimistische bodemdalingsscenario opgenomen in het winningsplan. TNO-AGE verwacht dat de zoutwinning enkel tot lichte bodemtrillingen kan leiden, en concludeert op basis hiervan dat het seismisch risico laag is.

Advies SodM SodM stelt dat de bodemdaling door de zoutwinning geen directe schade aan gebouwen veroorzaakt. De bodemdaling kan wel invloed hebben op het afwaterend vermogen van de riolering. Nobian heeft voor de gemeenten Veendam en Pekela, voor de jaren 2075 en 2250, en voor beide in het winningsplan opgenomen bodemdalingsscenario's onderzocht hoeveel impact dat heeft op de bestaande riolering. Als de gemeenten en het waterschap aangeven in staat te zijn om adequate maatregelen te nemen om negatieve effecten van de bodemdaling te beheersen, stelt SodM dat de verwachting van Nobian met betrekking tot directe en indirecte schade reëel is. SodM adviseert eventuele instemming pas te verlenen nadat er een getekende overeenkomst is tussen Nobian, het waterschap en de gemeenten met betrekking tot de financiële afwikkeling van eventuele schade en technische ingrepen. Advies Waterschap Hunze en Aa’s Het waterschap stelt dat mijnbouwactiviteiten in de diepe ondergrond en de effecten naar en in de bovengrond, nauwlettend worden gevolgd op het goed

Pagina 9 van 26

kunnen functioneren van het watersysteem. De geprognotiseerde bodemdalingen van alle mogelijke cavernes in de zoutkoepel Zuidwending zal naar de toekomst ook voor de omgeving van Zuidwending uiteindelijk tot een aanzienlijke bodemdaling gaan leiden met een uiteindelijk verwachte daling in 2250 van, ca. 80 cm in het diepste punt, aldus het waterschap. Door de zoutwinning Zuidwending zullen naar verwachting tegen 2050 de eerste maatregelen in het watersysteem nodig zijn om de huidige functies te kunnen blijven bedienen. De lange termijn waarin deze bodemdaling zal plaatsvinden, maakt dat toekomstige generaties met de gevolgen van deze mijnbouwactiviteiten worden geconfronteerd. Effecten die op deze termijn zijn lastig in te schatten in verband met de ruimtelijke ontwikkelingen en het veranderende klimaat.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Beoordeling schade door bodembeweging en veiligheid voor omwonenden Activiteiten in de diepe ondergrond mogen alleen plaatsvinden als dit veilig en verantwoord kan. Nobian moet schade door zoutwinning zoveel mogelijk voorkomen. Als toch schade ontstaat door bodemtrilling of door bodemdaling, is Nobian wettelijk aansprakelijk voor die schade op grond van artikel 6:177, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek. Uit de adviezen van SodM en TNO-AGE leid ik af dat het risico op directe schade aan gebouwen door bodemdaling en bodemtrillingen beperkt is. Het seismisch risico is laag. Daarnaast zal de bodemdalingskom die aan de oppervlakte ontstaat als gevolg van de zoutwinning zeer gelijkmatig vormen. Op basis hiervan beïnvloedt de bodemdaling de veiligheid van omwonenden niet. Bodemdaling kan leiden tot indirecte schade doordat bodemdaling tot gevolg heeft dat de grondwaterstand relatief hoger komt te staan. Dit kan leiden tot vernatting wat gevolgen kan hebben voor het gebruik of functie van de bovengrond. Ook kan het leiden tot noodzakelijke aanpassingen van infrastructurele werken. Het waterschap beheert het waterpeil in het gebied en bepaalt of en hoe het waterpeil mee zakt.

Goede afspraken tussen het waterschap, de andere decentrale overheden en Nobian over de nadere gevolgen van de bodemdaling in het gebied, de benodigde beheersmaatregelen en de kostenverdeling daarvan zijn belangrijk. Nobian dient de gebruikelijke afstemming met het waterschap en alle andere decentrale overheden voort te zetten. Een overeenkomst met het waterschap en Nobian is nodig over het vergoeden van maatregelen voor het in stand houden van het watersysteem. Nobian is hierover in overleg met het waterschap. In de overeenkomst wordt beschreven op welke wijze Nobian de kosten aan het waterschap vergoedt. Dit besluit kan geen voorschrift bevatten over een overeenkomst tussen de vergunninghouder en andere partijen, omdat het besluit alleen betrekking kan hebben op de vergunninghouder. Wel wordt Nobian opgeroepen om zich hier voor in te spannen en ga ik er vanuit dat deze overeenkomst wordt gesloten. Op basis van de aangeleverde gegevens over de winning en de adviezen ben ik van oordeel dat de risico’s op schade door bodembeweging en voor de veiligheid voor omwonenden als gevolg van 10 jaar langer zout winnen niet in de weg staan aan instemming met het winningsplan. Schadeafhandeling Rechtvaardige en snelle afhandeling is van groot belang bij een eventuele schadeclaim.

Het gebied waarop dit winningsplan betrekking heeft, ligt in het gebied waarbinnen het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) schademeldingen afhandelt. De inwoners nabij de zoutwinning Zuidwending Pagina 10 van 26

kunnen schade waarvan zij denken dat die door mijnbouw is veroorzaakt, melden bij het IMG of de Commissie Mijnbouwschade (hierna: CM). Deze instanties handelen de schademeldingen zorgvuldig af waarbij de CM het ruimhartige toekenningsbeleid van het IMG ook in de praktijk toepast. Het bestaande microseismisch meetnetwerk signaleert eventuele bodemtrillingen door de zoutwinning goed en wijst deze toe aan de juiste mijnbouwactiviteit, hetgeen de afhandeling van schade vergemakkelijkt.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

5.1.5 Natuur en milieu Winningsplan De cavernes liggen niet in beschermde Natura 2000-gebieden. Tevens bevinden zich geen waterwingebieden, grondwaterbeschermingszones of strategische voorraden en reserves in het winningsgebied. De gevolgen van verlenging van de zoutwinning voor de natuur zijn in het winningsplan summier beschreven, maar Nobian verwacht dat deze minimaal zullen zijn. Nobian stelt dat gewijzigde grondwaterniveaus niet tot in Natura 2000-gebieden doorwerken. Er kunnen processen plaatsvinden in de ondergrond die niet direct zichtbaar of meetbaar zijn aan het oppervlak, waaronder permeatie en mogelijk hydraulische scheurvorming. Nobian geeft in het winningsplan aan dat permeatie en scheurvorming niet tijdens de periode van actieve zoutwinning zal plaatsvinden. Adviezen Advies SodM SodM stelt dat de gewijzigde grondwaterniveaus door de bodemdaling veroorzaakt door zoutwinning niet reiken tot de Natura 2000-gebieden. Het gebruik van mijnbouwhulpstoffen kunnen een beperkt nadelige invloed op natuur en milieu hebben. Beoordeling natuur en milieu Bodemdaling en bodemtrillingen hebben mogelijk gevolgen voor natuur en milieu. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen het Lieftinghsbroek en het Zuidlaardermeer. Gezien de grote afstand tot deze gebieden van meer dan 13 km, zijn in deze gebieden geen negatieve effecten van de zoutwinning te verwachten.

Daarmee zijn nadelige gevolgen voor Natura 2000-gebieden uitgesloten. Bodemdaling kan een effect hebben op land omdat het grondwaterpeil relatief hoger komt te staan ten opzichte van het maaiveld. Tezamen met eventuele aanpassingen van het grondwaterpeil, kan dit leiden tot vernatting en verdroging en daarmee tot voordelige en nadelige gevolgen voor natuur en milieu. Bodemtrillingen kunnen alleen gevolg hebben voor natuur en milieu bij uitzonderlijk zware trillingen. Dat is bij de zoutwinning Zuidwending niet aan de orde. Ik constateer op basis van het advies van SodM dat mijnbouwhulpstoffen een beperkt nadelige invloed op natuur en milieu hebben. Het is niet nodig om voor dit beperkte effect voorschriften op te nemen in dit besluit. TNO-AGE en de Mijnraad stellen, op basis van het winningsplan en de aangedragen onderzoeken door Nobian, dat er geen significante toename van de huidige risico’s is in de komende 10 jaar. Op basis van de aangeleverde gegevens over de winning en deze adviezen ben ik van oordeel dat de gevolgen voor natuur en milieu als gevolg van 10 jaar langer zout winnen niet in de weg staan aan instemming met het winningsplan.

Pagina 11 van 26

5.1.6 Conclusie verlenging van de winning Op basis van het voorgaande concludeer ik dat voor de verlenging van de winning met tien jaar is voldaan aan de gronden van artikel 36 van de Mbw en daarom met de verlenging kan worden ingestemd.

5.2 Wijze van afsluiten van cavernes na beëindiging

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Op grond van artikel 25 van het Mbb moet een winningsplan voor zout een beschrijving bevatten hoe de holruimte na beëindiging van de winning buiten gebruik worden gesteld. In dit besluit wordt dit aangeduid als het afsluiten van de cavernes. In deze paragraaf wordt beoordeeld of de wijze van afsluiten van de cavernes na de beëindiging van de winning veilig is voor mens, natuur en milieu conform de toetsingsgronden van artikel 36, eerste lid, onderdelen a, c en d, van de Mbw. Aan deze gronden wordt gezamenlijk getoetst, omdat de daarvoor relevante aspecten en gevolgen van de wijze van afsluiting hetzelfde zijn of met elkaar verband houden. De wijze van afsluiten heeft geen gevolgen voor planmatig gebruik en beheer. Daarom wordt niet aan artikel 36, eerste lid, onderdeel b, van de Mbw getoetst. Winningsplan De wijze van het afsluiten en verlaten van cavernes na de winning is voor het eerst concreet beschreven in deze actualisatie van het winningsplan. Nobian geeft in het winningsplan aan de cavernes in de toekomst, na een periode van gecontroleerd pekel aflaten om de drukontwikkeling te beheersen, permanent af te willen sluiten door het plaatsen van een cementplug in de buis. Deze methode wordt hard afsluiten genoemd. Op deze manier minimaliseert Nobian de bodemdaling.

Voordat Nobian hiertoe kan overgaan zullen de cavernes eerst in thermisch evenwicht moeten komen met het omliggende zoutgesteente. Nobian injecteert na de winning geen koud water meer. Na het stoppen van de winning zal de pekel in de cavernes geleidelijk opwarmen. Omdat de pekel uitzet door de opwarming neemt de druk in de cavernes toe. Als in deze periode de druk te hoog wordt, zal Nobian de druk verlagen door een geringe hoeveelheid pekel uit de caverne te laten. Afhankelijk van het cavernevolume en de -vorm zal dit naar verwachting één of twee keer per jaar nodig zijn. Dit leidt tot drukverlaging in de cavernes. Voor cavernes waar de actieve winning net gestopt is, zal het mogelijk vaker nodig zijn, omdat het thermische effect dan nog een snel proces is door het grote temperatuurverschil. Dit proces van het gecontroleerd aflaten van pekel om de drukopbouw te beheersen wordt door Nobian zacht afsluiten genoemd. Hoewel bij zacht afsluiten de caverne open blijft en het geen feitelijke afsluiting is, wordt in dit besluit deze term gebruikt voor het gecontroleerd aflaten van pekel om de drukopbouw te beheersen. Nobian zal hierbij druk, temperatuur, cavernevorm en cavernevolume monitoren. Dit is onderdeel van het Cavern Stability and Integrity Management System (CSIMS).

In het winningsplan gaat Nobian in op de resultaten van een onderzoek van het Cavern Closure Consortium (hierna: CCC) uit 2024 betreffende de mogelijkheid tot het op termijn hard afsluiten van de cavernes. 1 Het CCC is een onafhankelijke groep van internationale experts op het gebied van zoutwinning, zoutkristallen, de schaal van cavernes en complete zoutstructuren. Het bij het winningsplan

CCC (Cavern Closure Consortium) 2024 - Abandonment of solution mining cavern field Zuidwending, the Netherlands, version 240411

1

Pagina 12 van 26

ingediende rapport 2 bevat de nieuwste wetenschappelijke inzichten. Dezelfde experts die onderdeel uitmaken van het CCC hebben eerder in opdracht van SodM onderzoek uitgevoerd naar het afsluiten van cavernes. Dat onderzoek wordt hierna aangeduid als KEM-17 3. Nobian stelt de cavernes na een termijn van circa 30 jaar gecontroleerd pekel aflaten uiteindelijk hard te kunnen afsluiten. Hierna zal de druk in de caverne nog verder toenemen met name door het krimpen van de caverne, maar ook door een restant van opwarming van de pekel. Tegelijkertijd zal er ook pekel door permeatie uit de caverne geleidelijk de cavernewand binnendringen langs gelokaliseerde zones van hogere permeabiliteit, of meer gelijkmatig gedistribueerd over een zone rondom de caverne. Opwarming, convergentie en permeatie komen uiteindelijk tot een dynamisch evenwicht waarbij een min of meer constante evenwichtsdruk in de cavernes ontstaat. Hoe hoger de druk in de caverne, hoe groter de kans op lokale scheurvorming, waarbij plotseling een hoeveelheid pekel aan de caverne kan ontsnappen. De cavernes in Zuidwending zijn sigaarvormig en diep. De KEM-17 studie heeft laten zien dat met name voor dergelijke cavernes het moeilijk vast te stellen is of er een evenwichtsdruk ontstaat of dat er scheurvorming kan plaatsvinden.

In zijn algemeenheid geldt dat hoe hoger de caverne, hoe groter de kans op overdruk boven in de caverne, en daarmee ook de kans op scheurvorming.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Het KEM-17 rapport bevat aanbevelingen tot nader onderzoek. Het CCC heeft in haar onderzoek 4 deze aanbevelingen overgenomen, en onderzoek op microschaal, op schaal van individuele cavernes en de zoutkoepel als geheel geïntegreerd om inzicht te krijgen in hoe de drukontwikkeling binnen de Zuidwending cavernes zal verlopen, na het stoppen van productie. De modellen laten zien dat de spanning in het zoutgesteente toeneemt, waardoor scheurvorming wordt tegengegaan. Het CCC-onderzoek laat zien dat hard afsluiten mogelijk is. Nobian bevestigt dat, conform het CCC-onderzoek, bewijs uit het veld nodig is om de bevindingen uit de computersimulaties te verifiëren. Tevens geeft Nobian aan dat er mogelijk mitigerende maatregelen nodig zijn om de drukopbouw na hard afsluiten te vertragen, en mogelijk ook te verlagen. Een mogelijke mitigerende maatregel is het gedeeltelijk opvullen van de cavernes. Hierdoor zal het cavernevolume verminderen en de caverne minder hoog worden waardoor de drukken in de caverne minder hoog kunnen oplopen. Nobian stelt daarom voor om caverne ZW-1, die niet meer gebruikt gaat worden voor de zoutwinning, tijdens de looptijd van dit winningsplan gedeeltelijk op te vullen om hiermee de modellen te valideren. De conclusie van het CCC-onderzoek uit 2024 is dat de kans op het optreden van scheurvorming klein is, maar dat Nobian het niet helemaal kan uitsluiten.

Het CCC-onderzoek geeft daarom aan dat met name verbetering en kalibratie van het permeatiemodel noodzakelijk is om de onzekerheid rond scheurvorming te verkleinen. In het CCC-onderzoek is tevens het gedeeltelijk opvullen van de cavernes in beperkte mate onderzocht. Het CCC-onderzoek concludeert dat dit een reducerend effect heeft op de mate van caverne convergentie, de permeatiesnelheid, en de verwachtte bodemdaling, maar het probleem van overdruk niet kan verhelpen.

CCC (Cavern Closure Consortium) 2024 - Abandonment of solution mining cavern field Zuidwending, the Netherlands, version 240411 3 https://kemprogramma.nl/file/download/e91913f5-3414-4e78-bf59-25a2f31a63a0/15784005891.%20kem17%20-%20overpressured%20caverns%20and%20leakage%20mechanisms%20(final%20conclusions%20recommendations,%20 14%20november%202019)%20(1).pdf 4 CCC (Cavern Closure Consortium) 2024 - Abandonment of solution mining cavern field Zuidwending, the Netherlands, version 240411 2

Pagina 13 van 26

Adviezen op het winningsplan Advies TNO-AGE van 25 november 2024 TNO-AGE stelt dat het CCC-onderzoek uit 2024 kwalitatief goed is en benadrukt het belang van het voortzetten hiervan. Om de onzekerheden te verkleinen en op termijn tot een concreet en passend sluitingsplan te komen, stelt TNO-AGE dat Nobian het CCC haar onderzoek conform de aanbevelingen van het CCC dient te laten voortzetten, te verifiëren en te valideren. TNO-AGE stelt dat op basis van het winningsplan en de aangedragen onderzoeken door Nobian geen significante toename van de huidige risico’s ten aanzien van afsluiting ontstaan door een verlenging van de winning.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

Advies SodM van 10 december 2024 SodM stelt dat door verlenging van de winning de cavernes groter worden en dat dit consequenties heeft voor het afsluiten. SodM adviseert daarom in haar advies van 10 december 2024 niet in te stemmen met verdere actieve winning uit cavernes ZW-02 t/m 09. SodM stelt dat er nog veel onzekerheden zijn ten aanzien van het veilig afsluiten van deze cavernes. Om tot een acceptabel veiligheidsniveau te komen, zijn mogelijk nog vele jaren theoretisch en toegepast onderzoek nodig. Om deze reden is het niet wenselijk dat de cavernes een groter volume krijgen. Dit vergroot het effect van een mogelijke ongewenste gebeurtenis doordat meer pekel zou kunnen uitstromen. Nader onderzoek is nodig met betrekking tot het veilig en duurzaam afsluiten van de cavernes, aldus SodM. SodM stelt dat de mate van bodemdaling sterk afhangt van de manier van afsluiten van cavernes. SodM stelt dat op basis van de ingediende stukken, de bodemdalingsprognose na afsluiten slechts één prognose van een aantal mogelijke scenario’s lijkt te zijn. SodM adviseert om Nobian een nieuwe bodemdalingsprognose te laten opstellen, zodra meer bekend is over het moment en de exacte wijze van afsluiten. In deze prognose moet Nobian ook de cumulatie van effecten door overige mijnbouwactiviteiten meenemen, inclusief de effecten door de gaswinning uit het Groningerveld.

De prognose moet Nobian minimaal eens per 5 jaar evalueren en moet beschikbaar zijn op een publieke plek. Aanvullende informatie Nobian 13 februari 2025 Naar aanleiding van de vragen van SodM heeft Nobian aanvullende documenten laten opstellen: • een onderzoek van het CCC betreffende de kans op zinkgaten, de kans op hydraulische scheurvorming en een vergelijking van de situatie in 2025 met 2035 5; • een studie van RoyalHaskoning/DHV (hierna: RHDHV) naar de verspreiding van pekel in de ondiepe ondergrond tot aan zichtjaar 2250 6; • een risicoanalyse van Vreugdenhil Milieuexpert betreffende de gevolgen van een eventuele pekeluitstroom in de omgeving van Zuidwending. 7 Het aanvullende CCC-onderzoek geeft aan dat het vormen van een zinkgat extreem onwaarschijnlijk is voor alle cavernes in Zuidwending. De numerieke simulaties geven aan dat met conservatieve aannames de vorming van kleine

Cavern Closure Consortium, Abandonment of solution mining cavern field Zuidwending, The Netherlands. Statement on Hydraulic Fracturing Risk, an integrated, multiscale investigation. 18 February 2025. 6 RoyalHaskoningDHV Nederland B.V. - Water & Maritime, Impact doordringen pekel Zuidwending, 10 februari 2025. Kenmerk 123-RHD-XX-XX-ME-X-0003 7 Vreugdenhil Milieuexpert, Verlenging Winningsveld Zuidwending, Hydraulic Fracturing v1.1 & v1.1A, 10 februari 2025. 5

Pagina 14 van 26

hydraulische scheuren tot een afstand van 15 meter van de cavernewand niet kunnen worden uitgesloten. De kans op grotere hydraulische scheuren is echter zeer onwaarschijnlijk. Uit de studie van RHDHV volgt dat als – hoewel zeer onwaarschijnlijk- toch een pekellekkage ontstaat, deze zich in de ondergrond traag verspreidt. Een potentiële locatie voor wateronttrekking bevindt zich op meerdere kilometers afstand van de zoutcavernes. Na 200 jaar zou een eventuele pekellekkage zich op een afstand van maximaal 500 meter van de caverne kunnen bevinden.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

De risicoanalyse van Vreugdenhil Milieuexpert geeft aan dat alleen voor grondwater verbruikende industrie ten behoeve van productie en koeling risico’s of een merkbaar effect kan optreden. Deze industrie is bij Zuidwending echter niet aanwezig. Er zijn twee scenario's geanalyseerd. Er is geen significant verschil tussen de effecten voor de verschillende stakeholders ten gevolge van een scenario van een uitstroom van pekel van 3500 m3 of 6400 m3. Review Chris Spiers, emeritus professor Universiteit Utrecht d.d. 12 februari 2025 In de review wordt ingegaan op de aanvullende documenten 8. De reviewer concludeert dat de CCC-studie gebaseerd is op de beste beschrijving van zoutgedrag wat op dit moment beschikbaar is en de beste modellering. De hoofdconclusies van de studie zijn gebaseerd op goede principes en analysis. Onzekerheden zullen altijd blijven en deze moeten onderdeel zijn van lange termijn onderzoek. De reviewer geeft hiervoor enkele suggesties. Adviezen op aanvullende informatie d.d. 13 februari 2025 Tussentijds advies Mijnraad van 21 februari 2025 Op basis van het winningsplan van 20 juni 2024 en de aanvullende informatie van 13 februari 2025, heeft de Mijnraad een tussentijds advies gegeven. De Mijnraad stelt dat het winningsplan beschrijft dat bij de toekomstige winning een caverne niet in diepte toeneemt, maar alleen in de diameter aan de bovenkant van de caverne.

Dit heeft, volgens de Mijnraad, geen gevolgen van belang voor de stabiliteit en integriteit van de caverne. Het risico op het ontstaan van hydraulische breuken en permeatie van pekel naar omringende lagen kan nooit worden uitgesloten, maar het CCC-onderzoek toont duidelijk aan dat het optreden van substantiële scheurvorming zeer onwaarschijnlijk is. Daarnaast laat de RHDHV-studie zien dat het mogelijk effect van een dergelijke scheur op de grondwaterkwaliteit zeer klein is. De Mijnraad stelt dat het risico niet significant toeneemt. De Mijnraad stelt dat het uitstellen van afsluiten juist verstandig zou kunnen zijn in verband met de uitvoering van verschillende veldtesten, om het effect van harde afsluiting en mitigerende maatregelen, zoals gedeeltelijk opvullen, te verifiëren met de simulaties uit het CCC-onderzoek van 2024. Nobian is voornemens deze veldtesten uit te voeren voor het afsluiten van Zuidwending-1, te starten in de periode 2025-2035 tijdens de looptijd van het winningsplan. Numerieke modellen, gebaseerd op een gelimiteerd aantal experimenten en met aannames voor opschalen, brengen altijd beperkingen met zich mee. Het uitvoeren van dergelijke veldtesten, die empirische informatie verschaffen over het gedrag van het zout in Zuidwending, is de beste manier om meer inzicht en zekerheid te krijgen over het werkelijke gedrag van de Zuidwending cavernes

Cavern Closure Consortium, Abandonment of solution mining cavern field Zuidwending, The Netherlands. Statement on Hydraulic Fracturing Risk, an integrated, multiscale investigation. 6 February 2025.

8

Pagina 15 van 26

tijdens afsluiting, en de verschillende relevante processen die kunnen plaatsvinden. Ook kan hiervan geleerd worden voor het afsluiten van andere toekomstige cavernes. De Mijnraad stelt dat het verstandig is om eerst bevindingen uit deze veldtesten te verzamelen voordat gestart wordt met afsluiten van cavernes op grotere schaal. De veldtestresultaten kunnen hierna meegenomen worden in de detaillering van het toekomstige verwijderingsplan.

PDGGO-DTDO / V-65184 documentId

De Mijnraad concludeert op basis van de aangeleverde onderzoeken dat het afsluiten van cavernes veilig moet kunnen en dat de kans op zinkgaten verwaarloosbaar klein is. Wel moeten de voor- en nadelen van hard of zacht afsluiten goed worden afgewogen, vooral als blijkt dat de manier van afsluiting effect kan hebben op de totale bodemdaling. Tegelijkertijd laten de modellen uit het CCC-onderzoek een brede spreiding zien in de voorspelde bodemdaling. Deze voorspellingen lijken sterk afhankelijk van het meenemen of negeren van bepaalde drempelwaardes voor specifiek gedrag van het zout. Bodemdalingsdata uit veldtesten kunnen hier ook een belangrijke rol spelen bij het valideren van de modellen, zoals gedaan is voor de zoutwinning bij Harlingen. Uit het CCConderzoek volgt als aanbeveling om bevindingen uit de computersimulaties te verifiëren middels veldtesten. De Mijnraad adviseert het eerst uitvoeren van veldtesten in de komende jaren om zo voldoende data te verzamelen voor het valideren van de modellen. De Mijnraad stelt dat het van belang is dat Nobian experts en belanghebbende partijen raadpleegt alvorens een start van de veldtesten, om in overleg de beste onderzoeksopzet te bepalen.

Nadat door experts een breed gedragen onderzoeksopzet is bepaald, de veldtesten zijn uitgevoerd en de resultaten zijn verwerkt, is het aan te raden om specialisten en verschillende adviseurs bij elkaar te laten komen om tot een consensus te komen over de risico’s en risicomitigatie van de mogelijkheden voor afsluiting. Aanvullende reflectie SodM 5 maart 2025 SodM stelt dat de ingediende aanvullende documenten van 13 februari 2025 een stap in de juiste richting zijn van de aandachtspunten die SodM in het advies van 10 december 2024 heeft aangegeven. Op basis van deze aanvullende stukken kan SodM delen van het advies van 10 december 2024 nuanceren. Zowel de kans op scheurvorming als de effecten bij scheurvorming zijn in de aanvullende documenten echter nog onvoldoende onderbouwd. Het is onwaarschijnlijk dat Nobian op korte termijn kan aantonen dat de kans op scheurvorming klein is. SodM gaat er uit voorzorg vanuit dat de kans op scheurvorming reëel is. Alleen als Nobian voldoende aantoont dat het effect van dergelijke scheuren verwaarloosbaar is, adviseert SodM verdere winning. Op basis van de aanvullende stukken ziet SodM geen reden om de conclusies van het eerdere advies over de actualisatie van het winningsplan Zuidwending, aan te passen. SodM wijst erop, dat de huidige situatie beheersbaar is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16136442/1