27-01-02 Bijlage 1 Sociale agenda Groningen
Tekst van het document
pagina
32
Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Door meer mensen deel te laten nemen aan de arbeidsmarkt verhogen we de arbeidsparticipatie van jongeren en inwoners die langdurig langs de kant staan (doel 8). Door mensen een zeker inkomen te bieden verlagen we hiermee ook het aantal mensen in armoede (doel 6) en/of met problematische schulden (doel 7). Tot slot draagt de zekerheid van werk bij aan het verbeteren van de mentale gezondheid van onze inwoners (doel 4).
Budget Met een budget van 10 miljoen kan voor 500 personen jaarlijks een traject worden gefinancierd. Door uitstroom naar regulier werk of een afspraakbaan kan over een langere periode een substantieel groter deel dan 500 mensen worden bereikt. De kosten bestaan uit 7,5 miljoen euro loonkosten en 2,5 miljoen euro begeleiding.
pagina
33
€4
miljoen
3.11 Doorbreken van generatiearmoede met buddy’s en doorbraakaanpak O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L
De ambitie is om jaarlijks met het programma Kansen voor Kinderen met 250 gezinnen/ huishoudens in de regio te werken aan hun toekomstperspectief. Elk gezin wordt begeleid door een ervaringsdeskundige buddy. De buddy's kijken met de gezinnen wat zij nodig hebben om hun bestaanszekerheid en toekomstperspectief te verbeteren. Als bestaande oplossingen binnen het systeem niet werken, dan wordt maatwerk ingezet. Er wordt gewerkt met lokale doorbraakteams om oplossingen te realiseren die dichtbij mensen liggen.
Waarom is de maatregel nodig Deze maatregel richt zich op gezinnen/huishoudens in armoede. Naar verhouding groeien in de regio veel kinderen op in een huishouden met risico op armoede. In heel Nederland leefde in 2022 5,2 procent van de minderjarige kinderen in een gezin dat moest rondkomen van een laag inkomen; 2,2 procent langdurig, terwijl dat in de provincie Groningen 5,8% van alle minderjarige kinderen was en 2,8 procent langdurig (Sociaal Planbureau Groningen). De problematiek is fors en de overdracht van generatie op generatie maakt het doorbreken van armoede complex. Bij generatiearmoede ligt niet het gedrag aan de basis van de problemen, maar juist de omstandigheden en ervaringen die mensen in generatiearmoede al op jonge leeftijd meemaken. Daarom zijn het versterken van bestaanszekerheid en een passend systeem van dienstverlening rondom de gezinnen van belang. De buddy’s weten uit ervaring hoe armoede en chronische stress voelen. Dat zorgt voor herkenning en erkenning van de onderliggende problemen. Uit onderzoek naar generatiearmoede blijkt dat er vaak één persoon was die het gezin hielp om patronen van generatiearmoede te doorbreken. Uit onderzoeken blijkt ook dat met de gezinnen (en niet buiten de gezinnen om) moet worden bepaald welke maatregelen een oplossing bieden. Het programma doet dat.
Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Het huidige programma is tijdelijk gefinancierd vanuit onder andere het Nationaal Programma Groningen en Regio Deal Oost-Groningen. De aanpak is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten en ervaringen uit de praktijk en in het bijzonder Doorbraaknetwerk Groningen en Kansrijk Groningen. Hun kennis en ervaringen vormen de basis voor de gezamenlijke aanpak Kansen voor Kinderen.
Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Het doorbreken van de patronen van generatiearmoede en het versterken van de bestaanszekerheid met betere dienstverlening kan leiden tot minder stress, het afnemen
pagina
34
van concentratieproblemen, het toenemen van (zelf)vertrouwen en veerkracht, zodat er rust en ruimte ontstaat voor het verwerken van (jeugd)ervaringen en trauma, maar ook voor ontwikkeling en participatie. Er kan verbetering van de (mentale) gezondheid optreden en de kansen van kinderen en jongeren op een betere toekomst nemen toe. Armoede raakt aan alle leefdomeinen. Dat betekent dat deze aanpak bijdraagt aan het doorbreken van generatiearmoede (doel 6) en aan andere doelen, zoals vergroten gelijke kansen voor kinderen (doel 1), leefbaarheid, sociale cohesie in wijken en buurten (doel 9), minder schulden (doel 7), verbeteren mentale gezondheid (doel 4) en het verhogen van de arbeidsparticipatie (doel 8).
Budget Deze maatregel kost 14.000 euro per huishouden, dus in totaal voor 250 huishouden gaat dan om 3,5 miljoen euro per jaar. Daarnaast is 0,5 miljoen euro beschikbaar voor maatschappelijke initiatieven om armoede aan te pakken.
pagina
35
€ 6,7
3.12 Versterken financiële weerbaarheid
miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L
Deze maatregel ziet op een effectievere aanpak van schuldenproblematiek. Bij de start van het traject formuleren inwoners zelfgekozen doelen. Vanaf het moment dat mensen zich aanmelden wordt van hen gevraagd om zich, afgestemd op hun talenten en mogelijkheden, in te zetten om de balans te vinden en te houden in hun inkomsten en uitgaven. Er wordt gewerkt met een nog te ontwikkelen budgetmethode waarbij de werkelijke inkomsten en uitgaven leidend zijn. Er is (financiële) coaching tijdens het traject. De ondersteuning kan ook breder worden ingezet bij bijvoorbeeld het vinden van betaald werk of andere vormen van participatie. Schuldeisers worden periodiek op de hoogte gehouden van de voortgang van het traject. Van schuldeisers wordt gevraagd bij aanvang van het traject in te stemmen met kwijting na afloop als inwoners zich gedurende de 18 maanden van een traject hebben ingespannen om de eigen doelen te bereiken. De schuldeisers ontvangen na deze 18 maanden een uitdeling, daarna volgt nazorg. Aanvullend voorziet de maatregel in een (doorbraak)fonds en financiële voorlichting/ educatie om er vroeg bij te zijn om geldzorgen en schulden aan te pakken.
Waarom is de maatregel nodig De schuldenproblematiek in de regio is fors en de impact van schulden op het leven van mensen is groot. Bij de meeste mensen met problematische schulden werken de geldzorgen door op hun denken, gedrag, gezondheid en (arbeids-)participatie. Deze aanpak is nieuw en richt zich op het effectiever aanpakken van schuldenproblematiek door het versterken van de financiële weerbaarheid van huishoudens. Dit beperkt de kans dat zij terugvallen in financiële problematiek. Het oplossen van schulden is hierin een middel.
Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt De aanpak is gebaseerd op wetenschappelijke inzichten over wat werkt bij begeleiding en gedragsverandering: 1) werken aan zelfgekozen doelen, 2) coaching gericht op versterken van gedrag en vaardigheden en 3) financiële ruimte om het leven weer stap voor stap op te bouwen.
Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Chronische geldstress maakt dat mensen bij de dag gaan leven, moeite hebben om in actie te komen en door te zetten. Ook liggen risico’s op het gebied van ondermijning op de loer. Deze aanpak biedt inwoners een mogelijkheid om uit de schulden te komen, waarbij ze rondkomen van hun werkelijk budget. Dit creëert mentale ruimte om te werken aan het versterken van de financiële weerbaarheid en (financiële) vaardigheden, maar ook aan opleiding en (arbeids-)participatie. Daarnaast gaat schuldenproblematiek vaak over van ouders op kinderen. Als ouders dankzij het versterken van de eigen financiële veerkracht een financieel gezonde context
pagina
36
aan de kinderen kunnen bieden, dan verkleint dit de kans dat kinderen op latere leeftijd ook in financiële problemen terechtkomen. Deze maatregel zet in op het terugdringen van problematische schulden (doel 7) en draagt daarnaast ook bij aan doorbreken van (generatie)armoede (doel 6), vergroten gelijke kansen voor kinderen (doel 1), verbeteren mentale gezondheid (doel 4) en verhogen arbeidsparticipatie (doel 8).
Budget De maatregel gaat uit van 10.000 euro per traject, dus in totaal voor 750 huishoudens gaat het dan om 5 miljoen euro per jaar (instroom is per 18 maanden). Daarnaast is voor het (doorbraak)fonds en financiële voorlichting/educatie jaarlijks 1,7 miljoen euro beschikbaar.
pagina
37
€4
3.13 Verlagen aantal voortijdig schoolverlaters
miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L
In Doorstroompunt-regio's werken scholen en gemeenten samen om te voorkomen dat leerlingen zonder startkwalificatie van school gaan. Zij worden ondersteund bij trajecten om jongeren naar school of werk te begeleiden. Dit versterkt de steunstructuur rondom het onderwijs en zorgt ervoor dat jongeren eerder hulp krijgen, waardoor duurdere hulp later voorkomen kan worden. Het doel is om de arbeidsparticipatie en mentaal welzijn van jongeren te verhogen en schooluitval te verminderen. Verder draagt de maatregel bij aan het verbeteren van veiligheid op schoollocaties en vermindering van het risico op ondermijning. De activiteiten zijn onder te verdelen in drie categorieën. Het preventieve aanbod, dat bestaat uit onder andere professionele hulp op alle VO en MBO-locaties. Het aanbod wordt uitgebreid met meer uren voor de hulpverlening die nodig is. Hiermee kunnen vragen tijdig worden beantwoord en/of kan tijdig doorverwijzen worden naar de juiste hulp en ondersteuning. Daarnaast zijn er activiteiten gericht op jongeren die zijn uitgevallen, maar met een ander lesaanbod (kleinschalig, nabij) weer deel kunnen nemen aan het onderwijs. Tot slot is er aanbod gericht op jongeren die zijn uitgevallen in het onderwijs en al langer thuis zitten. Zij worden met intensieve maatwerkbegeleiding weer op weg geholpen en gemotiveerd om deel te nemen aan onderwijs of arbeidsmarkt.
Deze maatregel zorgt voor opschaling van lokaal naar regionaal, zodat alle jongeren in de regio gebruik kunnen maken van een passend en effectief aanbod. Daarmee kunnen meer voortijdig schoolverlaters weer terug naar school of werk worden begeleid.
Waarom is de maatregel nodig Relatief veel jongeren in de regio verlaten voortijdig, zonder startkwalificatie, het onderwijs. Dat aantal moet omlaag. Momenteel ontbreekt het aan structurele financiële middelen om voldoende effectief te kunnen zijn. Vanuit de sociale agenda komt aanvullende financiering boven op de beschikbare reguliere middelen. Daarmee ontstaat de mogelijkheid om meer jongeren te kunnen bieden wat nodig is, maar ontstaat ook meer rust bij de trajectaanbieders waardoor zij bijvoorbeeld ook beter in staat zijn om personeel vast te houden.
Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt In de Doorstroompunt-regio's wordt ondersteuning geboden aan jongeren die dat nodig hebben. Met de middelen van de sociale agenda kan dat worden uitgebreid en opgeschaald. Het gaat daarbij onder andere hulp en ondersteuning op VO en MBO (VO WIJ, School als Wijk) en regionale initiatieven om jongeren weer deel te laten nemen aan het onderwijs (zoals Route Rubicon, De Boeg, pre-MBO, 2BE!). Een deel hiervan valt nu ook onder de Regio Deal Oost-Groningen. De uitbreiding vraag een nauwe afstemming met Doorstroompuntregio Noord- en Midden-Drenthe
pagina
38
Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Door tijdig hulp en ondersteuning te bieden in het onderwijs zullen minder leerlingen uitvallen zonder startkwalificatie. Door intensieve maatwerkbegeleiding te bieden aan jongeren die zijn uitgevallen kunnen meer jongeren alsnog een startkwalificatie halen. Doordat meer jongeren een startkwalificatie halen, krijgen we een verbetering van de (arbeids-)participatie van jongeren en inwoners die langdurig langs de kant staan (doel 8). Daarnaast verwachten we een afname van problematische schulden (doel 7), een verlaging van de intergenerationele armoede (doel 6) en een verbeterde (mentale) gezondheid (doel 4).
Budget Voor deze maatregel is 4 miljoen euro beschikbaar.
pagina
39
€ 6,5
3.14 Kansrijke start: ondersteuning rondom zwangerschap
miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L
Deze maatregel bestaat uit de onderdelen Centering Zwangerschap en Centering Ouderschap. Dit zijn nieuwe vormen van zwangerschaps- en consultatiebureauzorg, waarbij (aanstaande) ouders ondersteuning en begeleiding krijgen in een groep. Binnen de groepsbijeenkomst is niet alleen ruimte voor de gewone medische controles, maar ook voor gesprekken over voorbereiding op het ouderschap, voeding, slaapproblemen, leefstijlkeuzes, vaccinatie en dergelijke. Van elkaar leren versterkt gezondheidsvaardigheden wat bijdraagt aan gezond opgroeien. Ouders en zorgverleners worden partners in de opvoeding. Centering Zwangerschap is een vorm van verloskundige zorg. Hierbij volgt een groep van acht tot tien zwangere vrouwen met dezelfde zwangerschapsduur tien bijeenkomsten om de fysieke en psychosociale gezondheid van moeder en kind te verbeteren. Centering Ouderschap omvat negen bijeenkomsten voor een groep jonge ouders.
Waarom is de maatregel nodig Uit nationaal en internationaal onderzoek blijkt het positieve effect van deze zorg op de gezondheid van moeder en kind, vooral bij vrouwen met een lage sociaaleconomische status. In de regio is een relatief groot aantal gezinnen kwetsbaar. Vrouwen die Centeringzorg krijgen, roken en drinken minder, starten vaker met borstvoeding en zijn meer tevreden met de zorg. Deze vorm van zorg leidt ook tot minder vroeggeboortes en minder kinderen met een laag geboortegewicht in een hoog-risico populatie. Ook geven deelnemers aan meer steun te hebben ervaren en zich beter voorbereid op de toekomst te voelen.
Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt De Centering aanpak is onderdeel van het landelijk programma Kansrijke Start. In dat kader zijn de afgelopen jaren in Groningen en Drenthe lokale coalities gevormd waarin samenwerking tussen verloskundigen, jeugdverpleegkundigen, kraamzorg en geboortezorg is geïntensiveerd. Ook is er, gefinancierd door NPG, een regionale coalitie opgezet met als doel om een lerend netwerk te ontwikkelen en de lokale verschillen in aanpak en aanbod te harmoniseren. Desondanks worden niet alle gezinnen bereikt met passende maatregelen en is er nog veel variatie in de regio. De sociale agenda biedt de mogelijkheid om Centeringzorg in de hele regio als basis te bieden. Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen De aanname is dat door in te zetten op zwangere vrouwen en (aanstaande) jonge ouders met passende voorlichting en educatie, met het breder maken van de kring om hen heen (peer support), zij meer vertrouwen ervaren in hun opvoedvaardigheden en meer steun ervaren vanuit mensen om hen heen. De aanname is dat door Centeringzorg generiek aan te bieden, stigma en vooroordelen over achterstandspositie (armoede,
pagina
40
lage sociaaleconomische status gezinnen) worden verminderd/voorkomen en er meer gemeenschapszin ontstaat (doel 9). Dit draagt bij aan het vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren (doel 1), stimuleren van taal en (digitale) geletterdheid (doel 2), aan meer gezonde levensjaren (doel 3), verbeteren van mentale gezondheid (doel 4) en meer bewegen en gezond leven (doel 5).
Budget Beide onderdelen samen kosten 6,5 miljoen euro op jaarbasis. CenteringZwangerschap richt zicht op alle zwangere vrouwen in een jaar. Het aantal zwangere vrouwen wordt geschat tussen 5.100-5.500. Op basis van TNO-onderzoek zijn de kosten 640 euro per deelnemer. Dat is in totaal 3,5 miljoen euro. Voor CenteringOuderschap, gerekend met 540 euro per deelnemer en hetzelfde aantal deelnemers, worden de kosten geschat op 3 miljoen euro. Naar verwachting zal het vijf jaar duren om het merendeel van de aanstaande ouders te bereiken.
pagina
41
€ 7,6
3.15 Welzijn op Recept
miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L
Bij Welzijn op Recept verwijst een huisarts een patiënt door naar een welzijnscoach. De maatregel is bedoeld voor mensen met psychosociale klachten, waar geen medische oorzaak aan ten grondslag ligt, maar vaak een onderliggend sociaal maatschappelijk probleem. De welzijnscoach biedt kortdurende ondersteuning in de vorm van gesprekken, begeleiding, voorlichting en toeleiding naar activiteiten In een serie oplossingsgerichte ondersteuningsgesprekken wordt samen met de inwoner die hulp nodig heeft gekeken hoe deze haar of zijn situatie kan verbeteren. Zo ontstaat inzicht in wat er speelt en wordt een hulpvrager gemotiveerd en ondersteund om daadwerkelijke stappen te zetten.
Waarom is de maatregel nodig Voor de regionale invoering van Welzijn op Recept heeft begin 2024 een inventarisatieronde plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat alle gemeenten Welzijn op Recept omarmen, maar dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn om het programma in alle huisartsenpraktijken in te zetten. Het gevolg hiervan is dat een zorgvraag bij de huisarts onvoldoende kan worden toegeleid naar de juiste maatregel die meer op het gebied van arbeidsparticipatie, eenzaamheid of financiële problematiek kan liggen. Welzijn op Recept voorkomt dat wachtlijsten voor GGZ mogelijk nog verder oplopen en huisartsen overvraagd raken. Dit draagt bij aan demedicalisering.
Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Welzijn op recept is één van de vijf in het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) opgenomen ketenaanpakken. Zowel landelijk als regionaal is er ervaring met uitvoering van welzijn op recept. Alle gemeenten in de regio steunen de aanpak en welzijn op recept is opgenomen in het regioplan van GezondGroningen. Op dit moment is er inzet van 12 fte welzijnscoaches. De ambitie is om dit structureel op te schalen naar 60 fte in Groningen en Noord-Drenthe. Er is in Groningen tijdelijke financiering vanuit NPG als aanvulling op de middelen die vanuit het integraal zorgakkoord beschikbaar zijn voor gemeenten.
Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Welzijn op Recept is goed omschreven en (kwalitatief) onderzoek laat zien dat na een welzijnsrecept het welbevinden, de zelfredzaamheid en het zelfvertrouwen toenemen en mensen meer zingeving ervaren. Dit draagt bij aan betere mentale gezondheid (doel 4), meer gezonde levensjaren (doel 3) en betere ervaren gezondheid. Inwoners doen minder een beroep op medische professionals. De maatregel verlaagt het zorggebruik en reduceert wachtlijsten.
pagina
42
Ook wordt de hulpvraag gekoppeld aan het juiste antwoord, dit antwoord kan buiten de zorg liggen en verwijzen naar passende maatregelen zoals steun bij het vinden van werk, meedoen in de samenleving of hulp bij financiële problemen.
Budget De maatregel gaat uit van een opschaling naar 60 voltijds welzijnscoaches, opleidingskosten en noodzakelijke faciliteiten. Dit kost in totaal 7,6 miljoen euro.
pagina
43
€5
3.16 Vergroten mentale weerbaarheid jongeren
miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L
Geestelijke gezondheidsproblemen vormen de grootste bedreiging voor het welzijn en productiviteit van jongeren in de overgang van kindertijd naar volwassenheid. Tot 75 procent van de psychische aandoeningen begint vóór de leeftijd van 25 jaar. Toch heeft de meerderheid van de jongeren geen toegang tot kwalitatief hoogwaardige zorg. De beleidsfocus en financiering voor preventie zijn schromelijk ontoereikend. Om de mentale weerbaarheid van jongeren te vergroten zet de sociale agenda in op vijf maatregelen. Dit zijn: de ketenaanpak voor mentaal welbevinden (inclusief STORM) op alle middelbare scholen in de regio waardoor een sluitende keten ontstaat tussen scholen, gemeenten, GGD en GGZ. De Move aHead- methodiek wordt ingezet voor studenten in het Hoger onderwijs in de provincie Groningen. Deze methodiek vergroot mentale weerbaarheid via een provinciaal preventieleernetwerk Mentale Gezondheid voor professionals in het Hoger onderwijs. School als Wijk heeft als doel MBO studenten beter geëquipeerd aan hun volwassen leven te laten beginnen door inzet van sociaal werkers op alle locaties in Groningen. Verder wordt de preventieve maatregel KOPPeling opgeschaald naar alle gemeenten en GGZ-instellingen in de regio om gezinnen met ouders met psychische problemen adequaat te ondersteunen.
Tot slot worden gemeenten en programma’s geadviseerd hoe ze de jongerenparticipatie kunnen verstevigen.
Waarom is de maatregel nodig Er is substantieel bewijs waaruit blijkt dat de mentale gezondheid van jongeren is verslechterd sinds het begin van de jaren 2010, met toenemende angst, depressie, psychisch leed, zelfbeschadiging en suïcide. Sinds de COVID-19- pandemie hebben jongeren onevenredig slechtere mentale gezondheid ervaren. 1 op de 5 volwassen ervaart mentale problemen. Voor jongeren 16-25 jaar liggen deze cijfers zelfs nog hoger, meer dan de helft (58.8 procent) ervaart problemen. De geestelijke gezondheidszorg moet eerder en pro-actiever ingericht worden, door preventieve maatregelen in te zetten die de mentale gezondheid versterken en oorzaken die liggen binnen een onveilige in leefomgeving (waaronder huiselijk geweld) aanpakken. Om het bereik van deze maatregelen te optimaliseren zijn deze laagdrempelig beschikbaar, zo dicht mogelijk op de leefwereld van jongeren (12 -25 jaar).
Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Er zijn vijf activiteiten ontwikkeld in het programma Mentaal Gezond Groningen met financiering van NPG. Er zijn verbindingen met het landelijk programma mentale gezondheid en implementatie van enkele maatregelen wordt tijdelijk gefinancierd door VWS. In de regio is vanuit het Platform mentaal Gezond Groningen een actief leernetwerk opgebouwd.
pagina
44
Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Deze maatregel draagt bij aan het verbeteren van de mentale gezondheid van jongeren en vroeg detecteren van bedreigende factoren in hun leefomgeving (doel 4). Daarnaast verwachten we een bijdrage aan meer gezonde jaren (doel 3), arbeidsparticipatie (doel 8), gelijke kansen voor kinderen en jongeren (doel 1) en sociale cohesie (doel 9).
Budget Voor deze maatregel is in totaal 5 miljoen euro per jaar beschikbaar.
pagina
45
4 Aansluitende bestaande programma’s
pagina
46
Voortbouwen op voorgaande initiatieven De sociale agenda staat niet op zichzelf. De afgelopen jaren is er in de regio al veel geïnvesteerd, opgebouwd en geleerd met lokale beleidsprogramma’s van gemeenten, provincie, Rijksprogramma’s, initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties en allianties van samenwerkende organisaties. Daarnaast is de sociale agenda onderdeel van Nij Begun, de kabinetsreactie op de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen, waarmee 50 maatregelen zijn aangekondigd om de ‘ereschuld’ in te lossen als gevolg van de gaswinning. We beschrijven hieronder eerst de samenhang tussen de sociale agenda en Nij Begun. Daarna gaan we in op de programma’s die samenhang hebben met de maatregelen van de sociale agenda. De voorgestelde maatregelen van de sociale agenda moeten in de praktijk immers aansluiten op wat er al loopt. We beperken ons hier tot de regionale en landelijke programma’s die direct raken aan de maatregelen. We gaan niet in op alle lokale beleidsmaatregelen al zijn we ons ervan bewust dat daar ook de aansluiting gezocht moet worden.
4.1 Nij Begun De 50 maatregelen uit Nij Begun zijn inhoudelijk over verschillende agenda’s verdeeld. De sociale agenda is maatregel 34 van Nij Begun. Naast de sociale agenda zijn er de agenda voor herstel, de economische agenda en de isolatieagenda. De verschillende agenda’s staan in relatie tot elkaar. In samenhang wordt vanuit de agenda’s gewerkt aan de inlossing van de ereschuld aan Groningen en Noord-Drenthe. De agenda’s overlappen elkaar deels inhoudelijk én versterken elkaar. De Agenda voor Herstel is in de basis gericht op het bereiken van een veilig, schadevrij en verduurzaamd Groningen, in leefbare wijken en dorpen, met veerkrachtige bewoners. De Agenda beoogt dit te bereiken vanuit een omslag en verbetering in de werkwijze rond de uitvoering van schadeafhandeling en de versterking. Zodat bewoners de afhandeling van de aardbevingsproblematiek daadwerkelijk als milder, menselijker en makkelijker ervaren en de maatregelen uit Nij Begun in samenhang worden uitgevoerd. Een goede afhandeling van schade en versterking zijn in veel gevallen een randvoorwaarde voor nieuw perspectief via de maatregelen uit de sociale agenda, de economische agenda en de isolatieaanpak. In de Agenda voor Herstel zitten projecten en initiatieven die ook bijdragen aan de doelen en maatregelen van de Sociale Agenda.
Zo bevat de Agenda voor Herstel projecten en initiatieven waarmee we als één overheid bewoners actief ondersteuning aanbieden, luisteren naar de behoefte en situatie van de bewoner en coördinatielast bij de bewoner wegnemen. Daarmee draagt de Agenda voor Herstel bijvoorbeeld bij aan het wegnemen van stressfactoren die een negatieve invloed hebben op de mentale (en ook de fysieke) gezondheid. Daarnaast stuurt de Agenda voor Herstel erop om de beschikbare
pagina
47
maatregelen uit Nij Begun in samenhang uit te voeren via gebiedsgerichte aanpakken. Daarin wordt bijvoorbeeld met maatregel 14 uit Nij Begun extra geld uitgetrokken voor het verbeteren van leefbaarheid in de gebieden waar veel woningen worden versterkt, worden met maatregel 23 aardbevingscoaches ingezet in alle gemeenten in het gaswinningsgebied en wordt vanuit de isolatieaanpak vanuit maatregel 29 1,5 miljard euro beschikbaar gesteld om woningen te isoleren die nog niet goed geïsoleerd zijn. Daarmee worden bewoners ondersteund om een duurzame en energiezuinige woning te kunnen krijgen. Deze maatregel gaat energiearmoede tegen en zorgt ervoor dat mensen profiteren van lage energiekosten. Dat heeft ook positieve gezondheidseffecten. Binnen Nij Begun werken we nauw met elkaar samen. In de nadere uitwerking van de maatregelen en in de alliantievorming zal nadrukkelijke aandacht zijn voor de samenhang tussen de verschillende programma’s.
Samenhang sociale en economische agenda Het vergroten van de brede welvaart in Groningen en Noord-Drenthe is de grote opdracht van beide agenda’s. Zorgen dat mensen graag wonen en werken in Groningen en Noord-Drenthe, een goede boterham kunnen verdienen en zich verbonden voelen met de gemeenschap. Nij Begun heeft als doel om binnen één generatie de brede welvaart naar het nationale gemiddelde te brengen. De sociale en economische agenda zijn hiervoor cruciaal. De agenda’s zijn aanvullend op bestaande activiteiten, (beleids-)programma’s en fondsen. De economische agenda richt zich voornamelijk op investeringen die de economische structuur versterken en zorgen voor innovatie, waarde toevoeging, benutten van talenten en een sterk bedrijfsleven. Een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en regionaal zelfbewustzijn vormen de basis van een toekomstbestendige economie. De sociale agenda draagt met structurele investeringen bij aan gemeenschapszin en trots, zorgt dat we er eerder bij zijn zodat problemen worden voorkomen en pakt een aantal structurele problemen op de gebieden van schulden, onderwijsachterstanden, intergenerationele armoede en laaggeletterdheid aan. Beide agenda’s sluiten als volgt op elkaar aan.
Arbeidsmarkt Misschien wel de grootste uitdaging de komende decennia is de arbeidsmarkt. Hoe zorgen we voor voldoende gekwalificeerd personeel om het werk te doen dat in onze vergrijzende samenleving gedaan moet worden? En hoe zorgen we ervoor dat we productiever worden met een afnemende beroepsbevolking? En ten derde willen we graag dat iedereen die kan, participeert. Want we hebben iedereen nodig. Nog altijd staan te veel mensen langs de kant. De sociale agenda richt zich op mensen die afstand hebben tot de arbeidsmarkt. Met de Nij Begun banen worden voor hen kansen geboden en invulling gegeven aan belangrijke zaken die de leefbaarheid bevorderen.
pagina
48
Daarnaast zetten we met de aanpak voor voortijdig schoolverlaters op het behalen van startkwalificaties. De economische agenda heeft als doel om meer talent te ontwikkelen, dit talent beter te benutten en aan de regio te binden. Gezamenlijk zetten we ons ervoor in dat meer mensen een startkwalificatie hebben. En dat de opleiding is gevolgd op een terrein waar publieke en private sector om vragen.
Onderwijs Door te investeren in onderwijs, kennis en in het omzetten van kennis in bedrijvigheid, werken we aan onze toekomstige economie waarin iedereen de kans heeft alles uit zichzelf te halen. De sociale agenda versterkt de basis in het basis- en voortgezet onderwijs. In het basisonderwijs door twee uren per week voor alle kinderen tot zes uren per week extra tijd voor de meest kwetsbare scholen. In het voortgezet onderwijs is er aandacht voor het bredere welzijn van jongeren met pedagogisch medewerkers en brugfunctionarissen. Ook investeren we in maatregelen om vroegtijdig schoolverlaten tegen te gaan. Tevens komt er een stevig programma om de (digitale) laaggeletterdheid tegen te gaan.
pagina
49
De economische agenda investeert in het kennis- en innovatie ecosysteem, zodat er in de regio goed onderwijs plaats blijft vinden, opleidingen worden gevolgd en kennis naar de markt wordt gebracht gericht op de thema’s waar we sterk in zijn en het verschil gaan maken. Er is een groot tekort aan technici, zorgpersoneel en in de bouw. Goede opleidingen in de buurt en aansluitend bij de vraag horen daarbij. We zetten ons gezamenlijk in voor een grotere toestroom naar opleidingen door bijvoorbeeld in de extra lesuren aandacht te besteden aan beroepskeuzes en kinderen enthousiast te maken voor techniek en een leven lang leren te stimuleren. Daarmee beogen we talent te behouden en meer talent zich te laten vestigen in de regio.
Gezondheid Gezondheidszorg is één van de belangrijkste economische pijlers van de regio. De economische agenda wil deze verder versterken door innovatie verder te stimuleren gericht op ons sterke kenniscluster én de gezondheid van onze inwoners. Met speciale aandacht voor gezond ouder worden, preventie en innovatie. De sociale agenda richt zich voornamelijk op het verbeteren van het mentaal welbevinden en vroegsignalering. Door er eerder bij te zijn en daar fors in te investeren: rondom zwangerschap, jongerenwerkers, opbouwwerkers, welzijn op recept, mentale ondersteuning op basis- en voortgezet onderwijs. Bewegen is een groot goed. Buurtsportcoaches helpen daarbij.
Leefbaarheid/ trots Gemeenschapszin, trots en een groter zelfbewustzijn vormen een gezamenlijk doel van beide agenda’s. De sociale agenda investeert in de inwoners en maatschappelijke initiatieven. We geven vertrouwen, versterken gemeenschappen en vergroten het zelfbewustzijn. De economische agenda investeert in onze economische sterkten en het beschermen en verbeteren van waar we trots op zijn, zoals een toekomstbestendige economie in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
Cultuur Het vergroten van de trots op onze regio hebben beide agenda’s als doel. Meer zelfbewustzijn en gemeenschapszin vergroten hebben beide agenda’s als doel. De economische agenda onderschrijft het belang van een sterk cultureel aanbod. De sociale agenda financiert met de focus op ons culturele erfgoed en cultuurcoaches culturele arbeidskrachten. Bovendien wordt met de uitbreiding van de onderwijstijd een stevige impuls gegeven voor culturele werkers in het onderwijs met fatsoenlijke contracten.
pagina
50
4.2 Andere programma’s die raken aan de sociale agenda De sociale agenda wordt een programma dat over verschillende thema’s heen in de regio zijn beslag krijgt. De thema overstijgende aanpak zien we terug in een aantal andere programma’s die nu al in de regio lopen. In de Provincie Groningen zijn dit vaak andere programma’s en organisaties dan in Noord-Drenthe. Bij alle programma’s die raken aan de sociale agenda zoeken we zoveel mogelijk de aansluiting met wat al loopt. In de uitvoering vraagt dat bijzondere aandacht. Op onderdelen wordt al goed samengewerkt. Zo is in 2019 is het Nationaal Programma Groningen gestart om Groningers perspectief te bieden. In dit programma werken inwoners, gemeenten, provincie, het Rijk, maatschappelijke organisaties en het bedrijfsleven samen aan brede welvaart voor alle Groningers en aan het imago van Groningen. In de thematische programma’s gezondheid, arbeid en onderwijs zijn stevige investeringen gedaan in oplossingen voor problematiek waarop de sociale agenda ook aangrijpt, zoals Tijd voor Toekomst (verrijkte schooldag) en Kansen voor Kinderen. Deze bestendigen we en breiden we uit. Met Toukomst dragen veel projecten bij aan de leefbaarheid in het gebied. Daar sluiten de maatregelen op het gebied van gemeenschapszin en trots bij aan.
Met de Regio Deals werken Rijk en regio samen aan een betere woon-, werk- en leefomgeving voor bewoners en ondernemers in de regio. De Regio Deals geven een belangrijke impuls en bevorderen innovatieve aanpakken. Daar bouwen we op voort. Vanuit Groningen zijn vier Regio Deals: Het Hogeland, Groningen-Noord II, Oost-Groningen II en Regiocentra Groningen. Voor een belangrijk deel sluit de inhoud van deze programma’s naadloos aan op die van de sociale agenda. Inhoudelijk raken de Regio Deals ook aan andere programma’s die een verbetering van de brede welvaart als doel hebben. Zo vormt de Regio Deal Groningen Noord II een nadere invulling van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, een programma voor een langjarige inzet van het Rijk om samen met gemeenten en andere lokale partijen de leefbaarheid en veiligheid in 20 focusgebieden in 19 steden weer op orde te krijgen en de bewoners weer perspectief te bieden. Het kabinetsbeleid heeft verder aandacht voor regio’s, met als beleidsuitgangspunt ‘Elke Regio Telt’. Dit houdt in dat, mede naar aanleiding van het rapport ‘Elke Regio Telt’, Rijksbeleid oog moet hebben voor regionale verschillen en investeren in structurele samenwerking met de regio. Momenteel verkent het Rijk samen met de regio Noord- en Oost-Groningen hoe ‘Elke Regio Telt’ kan bijdragen aan langjarige regionale agenda’s die op dit moment worden opgesteld.
Daarbij is het uitgangspunt dat deze aanpak goed aansluit op de uitwerking van de sociale en economische agenda van Nij Begun.
Kansen voor kinderen, jongeren en de volgende generatie; Vanuit het Rijk lopen diverse programma’s om de kansen van kinderen en jongeren te bevorderen en die samenhangen met de maatregelen van de sociale agenda en waar in de uitwerking van de maatregelen, zoals de rijke schooldag en de brugfunctionaris,
pagina
51
nauw de verbinding gezocht. De subsidieregeling School en Omgeving 2023-2025 heeft als doel meer leerlingen een buitenschools aanbod aan te bieden. Met de inmiddels structurele regeling Schoolmaaltijden wordt aan ruim 300.000 leerlingen een dagelijkse schoolmaaltijd aangeboden. Scholen komen in aanmerking als minstens 30 procent van hun leerlingen uit een huishouden komt met een laag inkomen. Met het Masterplan basisvaardigheden wil het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap leraren helpen om het beste onderwijs te geven in taal, rekenen-wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. Hieronder valt de subsidie basisvaardigheden voor scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs.
Deelnemen aan werk en verminderen van armoede. In de regio lopen diverse programma’s op het gebied van arbeidsparticipatie die raken aan de voorgestelde maatregelen van de sociale agenda. Het Just Transition Fund (JTF) is een fonds voor een rechtvaardige transitie en draagt bij aan de overgang naar een Klimaatneutraal Europa. JTF financiert innovatie van de regionale economie en vermindert de negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid als gevolg van deze transitie. Groningen/ Emmen is een van de zes regio’s in Nederland die aanspraak maakt op het JTF. Vanuit het JTF worden arbeidsmarktvraagstukken opgepakt die raken aan de opgave om tot een klimaatneutraal Europa te komen. Voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is specifieke aandacht. Met de Nij Begunbanen wordt hier de verbinding gezocht. Werk in Zicht, het samenwerkingsverband in de arbeidsmarktregio, is het platform waar initiatieven tot ontwikkeling komen en waar de verbinding wordt gelegd.
Verbeteren van (mentale) gezondheid; Op het gebied van het verbeteren van de (mentale) gezondheid lopen diverse programma’s, zowel regionaal als landelijk. Het Integraal Zorgakkoord (IZA) heeft als doel de zorg voor de toekomst goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Om dit te bereiken zijn afspraken gemaakt tussen het ministerie van VWS en een groot aantal partijen. De regionale partijen hebben zich verenigd in Gezond Groningen en De Gezonde Marke (Drenthe) en een regioplan opgesteld. Onderdeel van het IZA is het Gezond en actief leven akkoord waarin gemeenten en GGD’en, zorgverzekeraars en VWS samenwerken. In het GALA-akkoord staat hoe in 2040 een gezonde generatie opgroeit in een gezonde leefomgeving met een sterk sociaal netwerk. Beide akkoorden en de regionale netwerken zijn belangrijke referentiepunten voor onderdelen van de sociale agenda. Kansrijke Start is een landelijk actieprogramma waarin gemeenten en het Rijk samen met medewerkers van wijkteams, welzijnswerk, volwassen-ggz, geboorte- en jeugdgezondheidszorg, werken aan een kansrijke start voor zoveel mogelijk kinderen. Vanuit de sociale agenda wordt ingezet op het collectieve deel van Kansrijke Start.
pagina
52
Maatschappelijke initiatieven We zijn geïnspireerd door de enorme hoeveelheid mooie maatschappelijke initiatieven. En de bevlogenheid om het goede te doen voor onze regio. Het is onmogelijk al deze soms lokale maar oh zo belangrijke initiatieven te noemen en uiteen te zetten hoe we met deze agenda daarbij aansluiten. We hebben veel geleerd van de inbreng van de ‘Kans voor de Veenkoloniën’, Groninger Dorpen, FC Groningen en de maatschappij, Plaats de Wereld in Vries, Alliantie van Kracht, talloze culturele ondernemers in onze regio, dorpshuizen als in Oostwold, de bewonersvereniging Oosterpark, de initiatiefnemers van Wedde dat het lukt, tal van sportclubs, Vakland Het Hogeland in Warffum en zo veel meer. Velen bestormden ons met goede voorstellen, plannen en suggesties. We zijn ervan overtuigd dat we met deze sociale agenda al deze prachtige maatschappelijke bewegingen verder kunnen ondersteunen.
pagina
53
5 Wanneer is de sociale agenda een succes?
pagina
54
Bij een omvangrijk meerjarig programma zoals de sociale agenda is het van belang om goed te bepalen wanneer het programma succesvol is. Met de sociale agenda worden maatregelen ontwikkeld die voor een lange periode ingezet worden. Het overkoepelende doel van de maatregelen is om de brede welvaart op het gebied van (mentale gezondheid, leefbaarheid, kansen voor kinderen, armoede en participatie) in Groningen en Noord-Drenthe te verbeteren. De tien doelen van de sociale agenda geven verder richting aan de manier waarop de maatregelen een bijdrage leveren aan de brede welvaart. In de Staat van Groningen wordt periodiek verantwoording afgelegd over de voortgang van Nij Begun en daarmee ook de sociale agenda. Met de sociale agenda wordt een generatielang geïnvesteerd in de regio. Daarvoor is voortdurend leren essentieel om de juiste dingen te blijven doen. Daarom wordt periodiek getoetst of de aanpak de verwachte resultaten bereikt en of bijstelling nodig is. De regio bestaat uit dertien gemeenten in Groningen en Noord-Drenthe. Binnen de regio en gemeenten zijn er bovendien verschillen. Dat de regio als geheel of een gemeente op het landelijk gemiddelde scoort, kan immers verhullen dat er in specifieke gemeenten en wijken grote problemen bestaan die moeten worden aangepakt. Daar hebben we oog voor.
Indicatoren brede welvaart We willen monitoren hoe we op de belangrijkste indicatoren van brede welvaart die relevant zijn op de terreinen van de sociale agenda scoren. Het landelijk gemiddelde is daar volgens de kabinetsreactie in Nij Begun het doel. Daarbij is het belangrijk selectief te zijn in die indicatoren. Wie stuurt op alles, stuurt op niets. Bovendien moeten indicatoren langjarig beschikbaar, betrouwbaar en zo goed mogelijk meten wat wordt beoogd. Met behulp van Rebel maakten we een uitgebreide inventarisatie van mogelijke indicatoren. Het voorstel is 14 zogenaamde outcome indicatoren te stellen voor de sociale agenda, die zijn samengevat in onderstaande tabel.
pagina
55
Tabel 2 indicatoren naar thema van de sociale agenda
Thema
Indicator
Leefbaarheid
Imago-score van provincie Groningen volgens Groningers
Leefbaarheid
Sociale cohesie
Leefbaarheid
Tevredenheid met woonomgeving (%)
Leefbaarheid
Sociale contacten en maatschappelijke participatie (%)
Kansen
Laaggeletterdheid (%)
Kansen
Voortijdig schoolverlaten (%)
Kansen
Havo/vwo leerlingen in 3e leergang VO (%)
Participatie/armoede
Netto arbeidsparticipatie (%)
Participatie/armoede
Kinderen in huishoudens onder lage inkomensgrens (%)
Participatie/armoede
Huishoudens met problematische schulden (%)
Gezondheid
Ervaren gezondheid (%)
Gezondheid
Geluk middelbare scholieren (%)
Gezondheid
Psychische klachten middelbare scholieren (%)
Gezondheid
Spraak- en taalontwikkeling tweejarigen
We zullen ten behoeve van de Staat van Groningen per indicator beschrijven hoe de regio er nu voor staat, waar mogelijk met differentiatie naar gemeente. Daarbij zullen we een minimale streefwaarde en een ambitie per indicator aandragen om over 10, 20 en 30 jaar te behalen. En hoe dat wordt gemonitord.
Leren van maatregelen De doelen op de brede welvaart zeggen niet direct wat over de effectiviteit van specifieke maatregelen. Wat we doen is innovatief: een structureel programma om de fundamentele achterstanden in te lopen. Dat doen we zoveel mogelijk aansluitend bij bestaande programma’s, maar ook door een nieuwe aanpak op bijvoorbeeld de gebieden van intergenerationele armoede, het terugdringen van schulden en het bevorderen van (digitale) geletterdheid. Per maatregel willen we periodiek evalueren of deze succesvol is, wat we kunnen leren en hoe er bijgesteld moet worden. En of er nieuwe, innovatieve methoden zijn die het doel beter kunnen bereiken. We stellen voor om ook te kijken naar de inputs en outputs van maatregelen. Een input kan bijvoorbeeld zijn dat tienduizend kinderen die een jaar lang twee uur extra les hebben gekregen. Een output kan zijn dat zij door bewegingsonderwijs meer bewogen, zich gelukkiger en gezonder voelden. Om de prestaties van de maatregelen van de sociale agenda te kunnen monitoren worden ondergrenzen en ambities geformuleerd voor
pagina
56
indicatoren die aan maatregelen gekoppeld zijn. Schematisch ziet de relatie er tussen de input, output en outcome indicatoren en hun impact op de brede welvaart er als volgt uit. Het neemt dus tijd voordat het effect op brede welvaart zichtbaar wordt, terwijl de inputs en outputs sneller meetbaar zijn. Jaarlijks kan via de Staat van Groningen op deze wijze worden bijgehouden of we op koers liggen en waar bijsturing nodig is. En wordt verantwoording afgelegd of de voorgestelde doelen worden behaald. Jaarlijks kan via de Staat van Groningen op deze wijze worden bijgehouden of we op koers liggen en waar bijsturing nodig is. En wordt verantwoording afgelegd of de voorgestelde doelen worden behaald. Figuur 2. Schematische weergave van de relatie tussen input, output, outcome en brede welvaart.
pagina
57
6 Verantwoording en vervolg
pagina
58
Verantwoording Het team dat de sociale agenda ontwikkelt, is samengesteld uit medewerkers van Rijk en regio. Dit versterkt de betrokkenheid van beide bij de vormgeving en uitvoering van de sociale agenda. Op de vier pijlers van de sociale agenda zijn mensen met kennis van zaken op de beleidsterreinen gedetacheerd bij het team. Vanuit Rijkszijde zijn dat experts vanuit de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Het team heeft een coördinator en wordt professioneel ondersteund. Het team is gehuisvest in de Oosterpoort in Groningen. We danken de medewerkers voor de warme, gastvrije ontvangst. De gemeente Groningen is eigenaar van dit pand, waardoor er geen huur in rekening is gebracht. Uit de bijeenkomsten kwam de luide oproep van inwoners naar voren om ervoor te zorgen dat het geld terechtkomt, waarvoor het bedoeld is. Maak zo weinig mogelijk kosten. We hebben dat ook in ons dagelijkse handelen als leidraad genomen en gewerkt tegen minimale kosten en alleen mensen ingehuurd als die specifieke expertise echt niet anders voor handen was. Voor 2024 was een budget beschikbaar van één miljoen euro om de sociale agenda vorm te geven. Daar zijn we (ruim) binnen gebleven. Het Rijk stelde de medewerkers om niet beschikbaar.
De regionale partijen werden gecompenseerd voor de door medewerkers gemaakte werkdagen op detacheringsbasis. We organiseerden vier publieke bijeenkomsten. En er werden overige kosten gemaakt. In onderstaande tabel treft u de financiële verantwoording over 2024 (in euro’s): In onderstaande tabel treft u de financiële verantwoording over 2024: Tabel 3. Verantwoording kosten ontwikkeling sociale agenda
Soort kosten
Bedrag in euro’s
Personeelskosten
770.000
Kosten bijeenkomsten
30.000
Overige kosten
50.000
Totaal
850.000
Vervolg Met de sociale agenda investeren we structureel in Groningen en Noord-Drenthe. Om de maatregelen effectief in te voeren, ontwikkelen we een uitvoeringsplan. Zo worden alle maatregelen (stapsgewijs) ingevoerd. De implementatie van de maatregelen zijn onderdeel van de vervolgopdracht voor 2025 voor het team van de kwartiermaker van de sociale agenda. We beginnen zo spoedig mogelijk in 2025 met de uitwerking.
pagina
59
Binnen deze opdracht worden vijf taken gedefinieerd: • Het van wal laten komen van de maatregelen, zodat inwoners en de regio merken dat de sociale agenda van Nij Begun is gestart. Dit gebeurt zoveel mogelijk met de betrokken partijen, in de eerste plaats met de inwoners, in het bijzonder jongeren, maatschappelijke partijen en regionale overheden. • Vormgeving van allianties van betrokken partijen en inwoners om de voorgestelde maatregelen succesvol in te voeren. • In samenhang met de Groningenwet de wijze uitwerken waarop de sociale agenda in de Staat van Groningen gemonitord, geëvalueerd en bijgesteld wordt • Een reactie geven op de zienswijzen van Raden en Staten op de sociale agenda op weg naar de definitieve besluitvorming in april 2025 en het informeren van de Tweede Kamer. • De borging van een succesvolle en samenhangende uitvoering en daar zowel democratisch, uitvoeringstechnisch als financieel een solide basis voor te leggen. De sociale agenda is dus niet klaar. Eigenlijk beginnen we nu pas echt. Met de trots, energie en ideeën die talloze Groningers en Noord-Drenten hebben bijgedragen in de afgelopen maanden, is deze sociale agenda tot stand gekomen. Een sociale agenda die het verschil kan maken in het dagelijks leven van onze inwoners.
We zijn enorm dankbaar voor al deze belangrijke bijdragen en roepen iedereen die dat kan en wil op om deze sociale agenda tot een succes te maken. Laten we als maatschappelijke organisaties, inwoners, Rijk en regio er samen de schouders onder zetten! Kop d’r veur!
7 Geraadpleegde bronnen • Aletta Jacobs School of Public Health (2020). "Evaluatie van de dorpsondersteuner" • Bettina Bock & Hiska Ubels (RUG) (2021). Toukomst, de dromen en daden van inwoners voor de toekomst van Groningen. • Bettina Bock, Tialda Haartsen & Kristen Valkenier (RUG) (2024). Behoud van basisvoorzieningen in het landelijk gebied: een internationale vergelijking. • Bles, P., & de Wolf, I. (2024). Monitoring en evaluatie Brugfunctionarissen op basisscholen, Universiteit Maastricht. • Brown, Kara & Faster, Mariko (2019). Language nests on the move: the case of Võro pre-primary education in Estonia. FIRE: Forum for International Research in Education, pag 29-48. • Buurke, R., Bartelds, M., Heeringa, W., Knooihuizen, R., & Wieling, M. (2024). Intergenerational Language Transmission of Frisian and Low Saxon in the Netherlands. Journal of Language and Social Psychology, pag. 1-18. • Buurke, Raoul, Bartelds, Martijn, Knooihuizen, Remco and Wieling, Martijn. (2024). "Multiple estimates of the Frisian and Low Saxon speaker population size in the Netherlands". Linguistic Minorities in Europe Online, edited by Lenore Grenoble, Pia Lane and Unn Røyneland. Berlin, Boston: De Gruyter Mouton. • College van Rijksadviseurs & Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2022). Ruimte maken voor ontmoeting (De buurt als sociale leefomgeving). • Convenant Nedersaksisch (2018).
Convenant inzake de Nederlandse erkenning van de regionale Nedersaksische taal. • De Ruig, L., Talman, J., Engelen, M., Bennenbroek, F., Wachter, M. & Bindels, A. (2020). Persoonlijke begeleiding in de bijstand. Wat gemeenten kunnen leren van pilots uit Tilburg, Leiden en Helmond. • Denessen, E., & van Heumen, F. (n.d.). De brugfunctionarissen in Zaandam: een tussenevaluatie. Radboud University. • Depressed democracy, environmental injustice: Exploring the negative mental health implications of unconventional oil and gas production in the United States – ScienceDirect. • Dera, J., & Van Steensel, R. (red.) (2024). Lezen in beweging. Ontwikkelingen in leesbevordering, lees –en literatuuronderwijs, digitaal lezen en toetsing, Eburon. • Doornbos, W., Eimers, T. & Raaijman, J. (2024). Leren en participeren. Een nieuwe strategie voor dunbevolkte regio's. KBA Nijmegen.
• Engbersen, R. & Omlo, J. (2020). Uit de duivelskring van armoede. Wat sociaal werkers en medewerkers van kinder- en peuteropvang kunnen betekenen in de aanpak van armoede in Noord-Nederland. Movisie. • Floor Ziegler & Teun Gautier (2024). Een Wereld van Gemeenschappen. • Gaswinning schaadt de gezondheid – Sociale Vraagstukken. • Gemeente Groningen (2021). De Brugfunctionaris op school. Gemeente Groningen. • Gezond Groningen (2023). Regioplan Groningen – Gezonde Groningers, gezonde zorg. • Gezond Groningen (2023). Regioplan mentale gezondheid. • Gezonde Marke (2023). Regioplan Drenthe – Samenwerken aan een vitaal Drenthe. • Heekelaar, M. & Vertegaal, B. (2024). MKBA Loonkostensubsidie. Berenschot. • Hickey, T. M., Lewis, G., & Baker, C. (2013). How deep is your immersion? Policy and practice in Welsh-medium preschools with children from different language backgrounds. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism, 17(2), pag 215–234. • Hiska Ubels (RUG) (2020). Vernieuwende vormen van lokaal bestuur met een hoge mate van burgerzelfsturing. • https://centeringzorg.nl/centeringpregnancy/ • https://dashboards.cbs.nl/v5/SchuldenproblematiekInBeeld • https://developingchild.harvard.
Edu • https://sociaalplanbureaugroningen.nl/armoede/armoede-generatie-op-generatie/ • https://sociaalplanbureaugroningen.nl/wordpress/wp-content/uploads/2020/04/ Feitenblad_generatiearmoedeV6.pdf • https://trendbureaudrenthe.nl/ armoede/ • IBO problematische schulden. (2024). Naar een beter werkende schuldenketen. ABDTOPConsult • Inspectie SZW (2024). Schuld opgelost! Financieel redzaam? Uitvoering schuldhulpverlening nader bekeken. Den Haag: Inspectie SZW. • Josse de Voogd & René Cuperus (2021). Atlas van Afgehaakt Nederland. • Jungmann, N. Wesdorp, P & Madern, T. (2020). Stress-sensitief werken in het sociaal domein. Inzichten en praktische handvatten voor hulp- en dienstverleners. Bohn, Stafleur, Van Loghem. • Kamerbrief Masterplan Basisvaardigheden (12 mei 2022). • Kassenberg, A. (2021). Je mag altijd bij me komen - Inzet brugfunctionaris in het po en vo. Hanzehogeschool Groningen.
• King, Jeanette (2001). Te Kohanga Reo: Maori Language Revitalization. In: The Green Book of Language Revitalization in Practice, pag 119-131. • Kruiter, J. e.a. (2013). De brede school in een veranderend tijdsgewricht. Uitkomsten landelijke effectmeting 2009-2013, Utrecht, Oberon, ITS en Sardes. • Kruiter, J. e.a. (2024). Meerjarig landelijke monitor School en Omgeving. Terugblik op schooljaar 2022-2023. SEO & Sardes. • Kruiter, J., e.a. (2020). Procesevaluatie Dagprogrammering Rotterdam Zuid, Zicht op invoering en mogelijkheden in de toekomst, Sardes. • Lagerweij, J., & van der Wolde, A. (2021). Jeugdondersteuners op een IKC – Steunstructuur 12 - Eindmeting 2021. Sinzer - Grant Thornton. • Matthew Cooper ,Leah Avery, Jason Scott, Kirsten Ashley, Cara Jordan, Linda Errington, Darren Flynn (2022). Effectiveness and active ingredients of social prescribing interventions targeting mental health: a systematic review - BMJ Open. • Meelissen, M. et al (2023) Resultaten PISA-2022 in vogelvlucht, Universiteit Twente. • Meij, E, Snip, J. (2023). De cirkel van generatiearmoede. Sociaal Planbureau Groningen. • Moerman, A. & Jungmann, N. (2023). Schulden klein houden en perspectief bieden. Hogeschool Utrecht/Losr. • Molenaar, J.M., Boesveld, I.C., Struijs, J.N. et al (2023).
The Dutch Solid Start program: describing the implementation and experiences of the program's first thousand days. BMC Health Serv Res 23, 926. https://doi.org/10.1186/s12913-02309873-y • Montero-Melis, Guillermo, Jaeger, T. Florian, Bylund, Emanuel (2016). Thinking Is Modulated by Recent Linguistic Experience: Second Language Priming Affects Perceived Event Similarity, pag 1-30. • Montfoort, van, A. en Wassing, A. (2020). De doorgaande leeslijn. De leesontwikkeling van 0-20 jaar, Stichting Lezen. • Mulder, J., Ploum, M. en Janssen, L. (2023). Onderzoek voorwaarden duurzame verankering de Bibliotheek op school. Eindrapport, Kwinkgroep. • Mulier Instituut (2024). Stap voor stap naar een gezonde leefomgeving voor kinderen en jongeren. • Mulier Instituut en diverse auteurs (2024). Startfoto’s en strategisch plannen programma Mooi in Beweging. • Nederlandse Arbeidsinspectie. (2024). Op papier arbeidsvermogen, in de praktijk geen reële kans op werk. Onderzoek naar mensen uit de doelgroep banenafspraak die langdurig niet aan het werk komen. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. • Platform31, Pharos & IVO (2022). Gezonde leefomgeving in kwetsbare wijken.
• Provincie Groningen (2024). Concept Groninger Provinciaal Beweegakkoord (nog niet gepubliceerd). • Provincie Groningen/Gemeente Groningen, Cultuurnota Groningen 2025 – 2028. • Psychosocial Impact of Fracking: a Review of the Literature on the Mental Health Consequences of Hydraulic Fracturing | International Journal of Mental Health and Addiction (springer.com). • Raad voor Cultuur (2024) Toegang tot cultuur. • Raad voor Volksgezondheid & Samenleving (2022). Van schuld naar schone lei. • Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (2021). Een eerlijke kans op een gezond leven. • Rauni Äärelä-Vihriälä, Rauni & Turunen, Tuija (2022). North Sámi language nests in northern Finland: A case study of Sámi early childhood education and care. In: Finnish early childhood education and care: A multi-theoretical perspective on research and practice, pag 133-146. • RIVM. Impactvolle determinanten: bewegen. • Slender en Zijl (2024). Presentatie sportakkoord Drenthe. • Slot, P. en Leseman, P. (2019). Investeren in kinderen van 0-12 jaar. Bevindingen uit de wetenschap. Universiteit Utrecht en pact voor kindcentra. • Sociaal economische raad (2023). Gezond opgroeien, wonen en werken. Naar een structurele gezondheidsaanpak en bestrijding van sociaaleconomische gezondheidsverschillen. • Sociaal Planbureau Groningen & Trendbureau Drenthe (2023).
Vrijwilligerswerk en buurtparticipatie in Groningen en Drenthe. • Social impacts of earthquakes caused by gas extraction in the Province of Groningen, The Netherlands – ScienceDirect. • Stichting Lezen (2024). Leesmonitor. Tweetaligheid overwegend gunstig voor ontwikkeling. https://www.lezen.nl/onderzoek/tweetaligheid-overwegend-gunstigvoor-ontwikkeling/ • The Lancet Psychiatry Commission on Youth Mental Health (2024). Policy Brief • Van der Torre, E., Tops, P., Van Duin, M. & Jongepier, T. (2023). Ondermijning in het ommeland. Een analyse van (de gemeentelijke aanpak van) ondermijning in negen Groningse gemeenten. • Van Echtelt, P. Eggink, E. Sadiraj, K. (2023). Een brede blik op de bijstand. Sociaal en Cultureel Planbureau • Van Lanen, S., Meij, E., Merx, E., Edzes, A., Haartsen, T. & Visser, S. (2023). Verschillende gezichten, diverse paden. Naar effectieve randvoorwaarsen voor flexibilieit en effectiviteit in het doorbreken van intergenerationele armoede. Rijksuniversiteit Groningen
• Vangsnes, Øystein, Söderlund, Göran & Blekesaune , Morten (2015). The effect of bidialectal literacy on school achievement. International Journal of Bilingual Education and Bilingualism, pag 1-16. • Visser, S., Dankers, S. & Jepkema, N. (2023) Tussenrapportage Tijd voor Toekomst 2021-2022, Hanze Hogeschool Groningen. • Visser, S., Dankers, S. & Jepkema, N. (2024). Tussenrapportage Tijd voor Toekomst 2023, Hanze Hogeschool Groningen. • Vodokia, Pittas & Nunes, Terezinha (2018). Does children’s dialect awareness support later reading and spelling in the standard language form? pag 1-9 • Weel, ter, B., Bussink, H., Hartgerink, M., (2024). Kansenongelijkheid in Nederland, SEO & Jeugdeducatiefonds. • Welzijn op Recept | Landelijk kennisnetwerk (2022). Monitoren en evalueren van Welzijn op Recept. • Westra, Rijnders, Crone, Detmar (2021). Economische evlauatie CenteringPregnancy in Nederland. TNO Child Health. https://doi.org/10.1186/ s12913-023-09873-y • Women-centered care: Implementation of CenteringPregnancy® in The Netherlands (2018). Marlies Rijnders PhD, RM, Suze Jans PhD, MSc, RM, Inger Aalhuizen MSc, RM, Symone Detmar PhD, MA, Matty Crone PhD, MSc. https://doi. org/10.1111/birt.12413 • Woumans, Evy, Surmont,Jill, Struys, N Esli & Duyck, Wouter (2016). The longitudinal effect of bilingual immersion schooling on cognitive control and intelligence. Language learning.
pag 1-28 • www.rivm.nl/publicaties/monitor-kansrijke-start-2023.
www.nijbegun.nl