CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

27-01-02 Bijlage 1 Sociale agenda Groningen

Gemeenteraad 27 oktober 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 26 t/m 40 en mededelingen17.998 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

NIJ BEGUN

SOCIALE AGENDA

23 januari 2025

Inhoud 1

Inleiding

3

1.1

Opdracht

4

1.2

Werkwijze

4

1.3

Doelen en uitgangspunten 

5

1.4

Leeswijzer

5

2

Fundament onder de sociale agenda

7

3

Maatregelen en budgetten

13

3.1

Inwoners aan zet met eigen budget

17

3.2

Ontmoetingsplekken 

18

3.3

Wijk en dorp aan zet met wijk- en dorpsondersteuning 

19

3.4

Opbouwwerk /jongerenwerk /buurtsportcoaches /cultuurcoaches 

21

3.5

Van Drenthe tot aan ’t Wad: Cultuur en erfgoed

22

3.6

Tijd voor toekomst (twee uur generiek, zes uur specifiek)

24

3.7

Brugfunctionaris primair onderwijs

25

3.8

Versterking pedagogische omgeving in het voortgezet onderwijs

27

3.9

Stevige basis voor taal en (digitale) geletterdheid 

29

3.10

Nij Begunbanen 

31

3.11

Doorbreken van generatiearmoede met buddy’s en doorbraakaanpak

33

3.12

Versterken financiële weerbaarheid

35

3.13

Verlagen aantal voortijdig schoolverlaters 

37

3.14

Kansrijke start: ondersteuning rondom zwangerschap

39

3.15

Welzijn op Recept 

41

3.16

Vergroten mentale weerbaarheid jongeren

43

4

Aansluitende bestaande programma’s

45

4.1

Nij Begun 

46

4.2

Andere programma’s die raken aan de sociale agenda 

50

5

Wanneer is de sociale agenda een succes?

53

6

Verantwoording en vervolg

57

7

Geraadpleegde bronnen

60

Fotografie: Stella Dekker, Thijs van den Broek en Ronnie Zeemering, Marieke Kijk in de Vegte, Mike van Schoonderwalt, Hans Mossel, Kees van de Veen, Marleen Annema, Sebastiaan Rodenhuis

Voorwoord Voor u ligt de sociale agenda voor Groningen en Noord-Drenthe. Na de parlementaire enquête kondigde het kabinet aan een Nij Begun te willen maken en de regio weer perspectief te bieden. Het doel is de brede welvaart in onze regio binnen één generatie op het landelijk gemiddelde te brengen. De sociale agenda draagt daaraan bij op de gebieden leefbaarheid, kansen voor kinderen, gezondheid, armoede en participatie. Deze sociale agenda komt voort uit honderden gesprekken met inwoners, organisaties, vrijwilligers, gemeenten, Rijk, experts en vele anderen. Vier grote publieksbijeenkomsten in maart 2024 maakten duidelijk wat Groningers en Noord-Drenten van de agenda verwachten. Ook met jongeren voerden we gesprekken. We hebben geprobeerd recht te doen aan ieders inbreng en wat er leeft in de regio zo goed mogelijk te bundelen. De agenda is ván, vóór en dóór Groningers en Noord-Drenten. Zij willen de ogen houden op de bal: binnen één generatie het verschil maken op de genoemde thema’s. Ze willen dat geld terechtkomt waarvoor het bedoeld is. Geen verspilling. En zij willen een einde aan de tombola van projectfinanciering: bied eindelijk structurele zekerheid. Maar bovenal willen mensen waardering voor wat voor geweldigs er gebeurt in onze regio door maatschappelijk betrokken inwoners. Daarop zijn we met recht trots.

We zijn onder de indruk van alle prachtige initiatieven die tot stand worden gebracht. In onze gehele samenleving: ouderen, jongeren, in buurten en op het platteland, eigenlijk overal in Stad en Ommeland. Het belangrijkste fundament onder de sociale agenda is dan ook het vertrouwen teruggeven aan onze inwoners. We zien welke geweldige dingen er gebeuren op sportclubs, bij muziekverenigingen, in het vrijwilligerswerk en in het landelijk gebied, bij boeren op het platteland. Dat willen we stimuleren. Dat versterkt onze gemeenschap en onze trots. Al die initiatieven hebben waarde en verdienen het om erkend, gezien en gesteund te worden. Het tweede fundament onder de sociale agenda is er eerder bij zijn. Vooral in de gesprekken met jongeren kwam naar voren dat als zij een keer steun of hulp nodig hebben, dit vaak moeilijk en te laat te krijgen is. Eerst problemen groter laten worden, dan indiceren, dan wachtlijsten en dan is het kalf al bijna verdronken. Dat willen we radicaal doorbreken. Door meer aandacht nabij, makkelijk advies als het leven een keer tegenzit, of tijdens een spannende periode in het leven zoals zwangerschap. Ten derde kampt onze regio met een aantal structurele problemen op gebieden van armoede, onderwijsachterstanden, laaggeletterdheid en gezondheid.

Dat vergt structurele, gerichte aanpakken om de (digitale) geletterdheid te verbeteren, intergenerationele armoede tegen te gaan, schuldenproblematiek aan te pakken en de (mentale) gezondheid te bevorderen. En meer uren onderwijs om alle kinderen een betere basis in het leven te bieden. De sociale agenda is een agenda voor de lange termijn. Tegelijkertijd zijn we in de regio het wachten meer dan zat. En gebeurt er al veel dat direct gestimuleerd kan worden. Daarom willen we gelijk aan de slag in 2025 en een begin maken met de vele voorstellen in deze agenda. Zodat we al snel in onze gemeenschappen mooie initiatieven en resultaten zien. En we de komende jaren verder bouwen aan de fundamentele voorstellen die echt het verschil voor onze regio en haar inwoners maken. Het succes van de sociale agenda voor de regio hangt af van of we met z’n allen de schouders eronder zetten: regio, Rijksoverheid, maatschappelijke organisaties, scholen, vrijwilligersinitiatieven, inwoners jong en oud. We roepen dan ook iedereen op die het kan en wil om mee te werken aan dit Nije Begun! Henk Nijboer Kwartiermaker Sociale Agenda

pagina

3

1 Inleiding

pagina

4

1.1

Opdracht

De parlementaire enquêtecommissie trok harde conclusies over hoe onze regio is behandeld. Daaruit vloeit een ereschuld voort aan Groningers en Noord-Drenten: het gebied verdient een betere toekomst: economisch en sociaal. Voor beide agenda’s is een generatie lang 100 miljoen euro per jaar beschikbaar om het tij te keren. De sociale agenda kreeg een grote opdracht mee: zorg dat op de volgende vier gebieden de regio in 30 jaar op het landelijk gemiddelde komt: • Vergroten van de leefbaarheid; • Kansen voor kinderen, jongeren en de volgende generatie; • Deelnemen aan werk en verminderen van armoede. • Verbeteren van (mentale) gezondheid;

1.2 Werkwijze Met een team samengesteld uit medewerkers van Rijk en regio hebben we het afgelopen jaar gewerkt aan de sociale agenda. We organiseerden in maart 2024 vier grote bijeenkomsten waar meer dan 700 mensen op afkwamen. 215 mensen gaven hun wensen op papier mee. Uit de bijeenkomsten kwamen duidelijke boodschappen naar voren: zorg dat het geld terechtkomt waar het voor bedoeld is. Stop met projectfinanciering. Heb oog voor wat voor moois er allemaal al gebeurt en steun die maatschappelijke initiatieven. Ook spraken we met jongeren. Zij benadrukten dat we er eerder bij moeten zijn als er hulp gevraagd wordt. Bestuurlijk spraken we met alle colleges van B&W, de Provincie Groningen en beide waterschappen over wat zij van de sociale agenda verwachten. Over focus op het lange termijn doel van de sociale agenda is brede overeenstemming: doorbreek intergenerationele problemen met scherpe keuzes en een langjarige aanpak. De afgelopen maanden zijn door het team ongeveer 500 gesprekken gevoerd met maatschappelijke organisaties, zorginstellingen, GGD, scholen, universiteit, huisartsen, sportverenigingen, Groninger Dorpen, Gasberaad, mensen uit de sport, cultuur, natuurbeleving, kredietbanken, GBB, lokale initiatieven, ministeries en zo meer. En voor inwoners waren we toegankelijk via 30-minutengesprekken.

Voor de zomer presenteerden we op basis van al deze gesprekken de doelen en uitgangspunten van de sociale agenda. Deze zijn onderschreven door de colleges in de regio en de ministerraad. We organiseerden 13 sessies met experts en betrokkenen om goed door te discussiëren welke maatregelen het meeste zouden bijdragen aan de doelen van de sociale agenda. Raden en Staten gaven hun zienwijzen op de doelen en uitgangspunten die we in de verdere vormgeving van de sociale agenda hebben verwerkt.

pagina

5

1.3 Doelen en uitgangspunten De opgave van Nij Begun is om binnen één generatie (gesteld op 30 jaar) tenminste op het nationaal gemiddelde te komen op de belangrijkste indicatoren van brede welvaart. De sociale agenda draagt daaraan bij. Dit doel wordt vastgelegd in de Groningenwet en de voortgang wordt bijgehouden in de Staat van Groningen. Met behulp van Rebel werkten we de maatregelen verder uit en berekenden wat de verschillende opties kosten. Ook stellen we indicatoren vast waar we op willen koersen. Wanneer is de sociale agenda een succes? Deze zullen ook worden opgenomen in de verantwoording via de Staat van Groningen. De missie en visie van de sociale agenda richten zich op de kwaliteit van leven van alle inwoners van Groningen en Noord-Drenthe op de vier terreinen. Die willen we verbeteren. We waarderen samenredzaamheid, gemeenschapszin en trots. Voor jongeren hebben we gezien de grote (intergenerationele) problemen bijzondere aandacht. De sociale agenda kent tien doelen op de vier terreinen. De sociale agenda draagt bij op de terreinen kansen voor kinderen, gezondheid, leefbaarheid en sociale cohesie en armoede en (arbeids-) participatie in één generatie (30 jaar) op het landelijk gemiddelde te komen. Op de volgende pagina staan de vastgestelde missie, visie, uitgangspunten en doelen samengevat. De vastgestelde doelen zijn als bijlage bijgevoegd.

1.4 Leeswijzer Hoofdstuk 2 gaat over de fundamenten onder de sociale agenda: we willen gemeenschapszin en trots stimuleren, er eerder bij zijn en fundamentele problemen structureel aanpakken. In hoofdstuk 3 wordt uiteengezet welke maatregelen voortkomen uit de doelen, uitgangspunten en geformuleerde fundamenten. Dat zijn allemaal structurele maatregelen, die langjarig volgehouden moeten worden om resultaten te bereiken. In dit hoofdstuk worden ook de maatregelen van de sociale agenda nader uitgewerkt en toegelicht. Hoofdstuk 4 bespreekt wanneer de sociale agenda een succes is. Wat willen we bereiken en waaraan meten we dat af op korte en langere termijn? Hoofdstuk 5 laat zien hoe de sociale agenda aansluit bij de vele maatschappelijke, regionale en landelijke programma’s. In hoofdstuk 6 staan de verantwoording en vervolgstappen.

pagina

6 Figuur 1. Vastgestelde doelen en uitgangspunten van de sociale agenda.

pagina

7

2 Fundament onder de sociale agenda

pagina

8

Onze regio verdient een betere toekomst. Een beter leven voor Groningers en Noord-Drenten. Met meer kansen, minder armoede, een goede gezondheid en betere leefbaarheid. Uit hoe onze regio de afgelopen decennia met de gaswinning is behandeld, vloeit een ereschuld voort aan Groningers en Noord-Drenten. Onze ziel is door verwaarlozing en aardbevingsellende gekrenkt, maar onze trots op de regio en op elkaar staat fier overeind. Met de sociale agenda willen we structureel het verschil maken. Betere zorg tijdens de zwangerschap en meer kansen voor kinderen op school. Minder armoede en meer aandacht voor wie dat nodig heeft. Leefbare dorpen, wijken en buurten met betrokken bewoners die geweldige initiatieven nemen op terreinen als sport, cultuur en gemeenschapszin. Die initiatieven verdienen meer ruimte. De sociale agenda heeft het oog op de toekomst. Op dat wat nodig is om te zorgen dat onze regio er morgen en overmorgen structureel beter voor staat. Maar we verliezen dat wat vandaag al nodig is niet uit het zicht. De kwaliteit van leven voor Groningers en Noord-Drenten, daar is het om te doen. In de wetenschap dat we de ereschuld die over decennia is opgebouwd niet in een klap kunnen inlossen, maar dat we daar wel een stevig begin mee maken.

Totstandkoming sociale agenda: Soamen moakt Onder alle doelen, uitgangspunten en voorgestelde maatregelen van de sociale agenda ligt een heldere filosofie. We willen de kwaliteit van leven van Groningers en NoordDrenten verhogen. In het bijzonder voor de jeugd. We willen met deze agenda de positie van mensen in onze regio structureel verbeteren. Individueel, maar juist ook collectief. De sociale agenda ondersteunt gemeenschapszin, samenredzaamheid en trots. De filosofie en de doelen van de sociale agenda zijn het resultaat van vele honderden gesprekken die we voerden met inwoners, betrokkenen en vakmensen: van leraren tot huisartsen, van dorpsondersteuners tot sportcoaches, van schuldhulpverleners tot cultureel ondernemers, gemeenteraadsleden en wethouders. Van boeren die onmisbaar zijn voor ons karakteristieke platteland tot stadjers die hun wijk levendig houden. En bovenal van de meer dan 700 mensen die hebben meegedacht tijdens de publieke bijeenkomsten in maart van dit jaar. Deze gesprekken en bijeenkomsten vormen de basis van de sociale agenda. Dit is een agenda ván, dóór en vóór de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe. Want alleen samen kunnen we de sociale agenda tot een succes maken.

pagina

9

Elkenain het ‘t veurjoar in de kop: versterken gemeenschapszin en trots De belangrijkste basis onder de sociale agenda is gemeenschapszin, samenredzaamheid en trots. Als we een leefbare regio willen, waar de kwaliteit van leven hoger is, begint het daarmee. Het dagelijks fijne, prettige leven willen we ondersteunen. Mensen maken zich zorgen over wegkwijnende voorzieningen. Over dorps- en buurthuizen. Of er nog wel genoeg vrijwilligers zijn bij de sportclub en de muziekvereniging. Terwijl juist daar mooie dingen gebeuren die cruciaal zijn voor de leefbaarheid in ons gebied. Het bruist van de mooie initiatieven. Mensen zijn trots op wat cultureel, door sportclubs, bij muziek- en historische verenigingen en in het vrijwilligerswerk wordt gepresteerd. We willen en kunnen met deze sociale agenda veel betekenen voor het fijn leven in Groningen en Noord-Drenthe. Door lokale initiatieven maximaal te ondersteunen, budget uit te trekken voor dorpshuizen en andere plekken waar mensen willen samenkomen en sociaal werkers in te zetten in wijken en dorpen waar het nodig is. We zijn onder de indruk van al het moois wat er al gebeurt. Dat willen we versterken en mogelijk maken in de gehele regio. Deels door te verbreden wat al werkt. Deels ook op een vernieuwende manier.

Door initiatieven van inwoners vol vertrouwen te omarmen en mooie inwonersinitiatieven op het gebied van sport, cultuur, muziek, samenzijn te steunen. We zijn ervan overtuigd dat we met het geven van vertrouwen, de energie die er is de samenleving kunnen versterken. Onze identiteit is ook cultureel bepaald. Als Noord-Nederlander, maar ook als bijvoorbeeld Veenkoloniaal, Hogelandster, stadjer, Drent, Westerkwartierder of Westerwolmer. We zijn zelfbewust in de omgang met het verleden en koesteren onze eigen manier van leven. We investeren in cultuur en bieden makers structurele zekerheid. Natuurlijk leidt een rijker dorps- buurt- en wijkleven tot minder eenzaamheid, meer sociale betrokkenheid, meer omzien naar elkaar, meer bewegen en een betere (mentale) gezondheid. Maar dat is niet het voornaamste doel. Sociale cohesie, gemeenschapszin, noaberschap hebben voldoende waarde in zichzelf. Het leven in wijken en dorpen wordt fijner. Daar doen we het voor.

‘k Hol van de eenvoud in oen schoonheid: we willen er eerder bij zijn Voorkomen is beter dan genezen. In al onze gesprekken valt op dat je steeds vaker eerst geïndiceerd moet zijn, voordat je hulp krijgt. En dat de problemen dan zonder uitzondering groter zijn geworden. Bovendien wordt iedereen zo in een hokje gedrukt: naar patiënt, zorgvrager, cliënt, consument, afhankelijke. Terwijl we allemaal veel meer zijn: buurman/vrouw, ouder, coach, werknemer of gepensioneerde, vriend, kennis, vrijwilliger, ondernemer. We leven allemaal ons leven en soms komen we daar dingen in tegen waarin een beetje steun of advies enorm kan helpen. Dat willen we laagdrempelig bieden, dicht bij het gezin, op school, in de buurt of in de bibliotheek. Aan iedereen die dat -op welk moment dan ook- gewoon even nodig heeft.

pagina

10

We versterken de sociale basis en willen in het dagelijks leven veel meer aandacht en oog voor elkaar hebben. In goed Nedersaksisch: een beetje meer tenderness, love en care. In plaats van indicaties en protocollen. Er eerder bij zijn, betekent beginnen bij de jeugd. Hoe vroeger we beginnen, hoe beter. Als problemen zich niet voordoen, hoeven we deze ook niet op te lossen. Op scholen is het zowel voor leerlingen als voor ouders veel makkelijker om advies te vragen. Er is hulp als het even nodig is. Ook willen we aanstaande ouders eerder en meer ondersteuning bieden bij misschien wel het belangrijkst in hun leven: het krijgen van een kind. En in wijken staan dorpsondersteuners, opbouwwerkers en anderen klaar als je een keer een gesprek wil voeren over wat jou bezighoudt. Kortom we willen omzien naar elkaar, met hulp en advies binnen handbereik. Voorkomen dat een probleem eerst erger wordt, voordat er wat aan gedaan wordt. En het veel makkelijker maken om wat steun in de rug te krijgen als je dat wilt. Voordat je patiënt, cliënt, zorgvrager of afhankelijke bent.

pagina

11

Doar woont de dege degelkhaid: fundamentele problemen structureel aanpakken We hebben een heel grote opdracht. De structurele achterstanden die er zijn op de gebieden van armoede, gezondheid, leefbaarheid en onderwijs aanpakken, zodat deze over 30 jaar zijn verdwenen. Dat vraagt een structurele, langjarige benadering. Met Groningse dege degelkhaid en nuchterheid. Want het is al vaker geprobeerd. En daar hebben we van geleerd. Niet meer telkens nieuwe projecten en initiatieven met hetzelfde doel, maar langjarige zekerheid. Vasthouden aan wat we afspraken en heldere doelen die we gaan halen. Dit wordt een taaie strijd, maar we gaan het wel redden als we kiezen een aantal dingen goed te doen. Dat begint bij focus op jonge kinderen. Al voor de geboorte worden de eerste achterstanden opgelopen. Daar gaan we wat aan doen. Op de basisscholen willen we elk kind de mogelijkheid bieden zijn of haar wereld te vergroten. Door een instrument te bespelen, te sporten, talenten te ontwikkelen en zich cultureel te verdiepen. Ieder kind heeft recht om te dromen over later. Nog te vaak lukt dat niet door stress of geldzorgen thuis. We willen daar wat aan doen. De schooldag willen we voor alle kinderen verrijken. Voor de basisscholen waar de achterstanden groter zijn, zijn er extra uren voor basisvaardigheden, sport, cultuur en talentontwikkeling beschikbaar.

Jongeren helpen we om een startkwalificatie te halen, dat biedt toekomstperspectief. En we hebben extra aandacht en middelen voor kinderen in de gebieden waar dat het meest nodig is. Kansengelijkheid voor alle inwoners van onze regio is ons leidmotief. Armoede en schulden hebben effect op het hele gezin. Meer dan tien procent van onze inwoners heeft te maken met problematische schulden. Alleen kwijtschelden leidt niet tot de oplossing. We willen met behulp van mensen die eerder in de armoede of schulden zaten, voorkomen dat andere mensen in dezelfde situatie belanden. En hen die erin zijn beland, eruit helpen. In delen van de regio zijn lees- en digitale vaardigheden een probleem. We willen fors investeren om deze achterstanden aan te pakken, want als je kan lezen en digitaal je weg vindt, maakt dat het leven op vele fronten fijner. Gezondheid verbeteren werkt voor geen meter met de belerende methode: u rookt te veel, u drinkt te veel, u bent te dik. Wij geloven in een andere, positieve benadering. Beschikbaarheid van sport en bewegen, minder zoetigheid en snoep op scholen en op het werk en meer sociale samenhang. Eenzaamheid en stress zijn de grootste ziekmakers. Meer gemeenschapszin en omkijken naar elkaar is de oplossing en dat maken we mogelijk. We willen jongeren helpen en schooluitval voorkomen.

En we bieden Nij Begunbanen voor mensen die een nieuwe kans verdienen om aan het werk te komen en mee te doen in de samenleving.

pagina

12

We investeren fors om de sociale achterstanden in te halen. We investeren in de komende generaties. Want dit is een marathon, geen sprint. We moeten structureel ingrijpen en langjarig vasthouden. De resultaten zie je niet allemaal op korte termijn. Maar we moeten wel vandaag beginnen om het verschil te maken voor morgen en overmorgen. En we zullen ook de tussenresultaten monitoren op tussendoelstellingen. Zodat we uiteindelijk het doel behalen: het opheffen van alle structurele achterstanden. We houden vol. Met de wille vast as stoal.

Wat we wel en niet doen Met de sociale agenda pakken we heel veel zaken aan, maar we doen we ook drie dingen bewust niet. We dichten geen gaten in begrotingen. Voldoende Rijksfinanciering voor regionale en maatschappelijke taken is een noodzakelijke randvoorwaarde die niet gecompenseerd kan worden vanuit de sociale agenda. Dat is niet onze taak en het budget is daarvoor ook niet toereikend. We spreken het Rijk aan om voldoende middelen te leveren. Ten tweede bieden we geen inkomenssteun aan individuele bewoners. Bestaanszekerheid bieden, vraagt om voldoende inkomen uit werk of de sociale zekerheid. Daarover is het advies van de Commissie sociaal minimum verschenen. Het is aan het Rijk om daaraan invulling te geven. En ten derde worden wegen en openbaar vervoer niet uit de sociale agenda gefinancierd. Rijk en regio zijn samen verantwoordelijk voor goed openbaar vervoer en goede infrastructuur. Wat we wel doen, doen we goed. We kiezen een aantal zaken die we structureel willen verbeteren met de sociale agenda. We zetten het budget heel doelgericht in, zodat we echt het verschil kunnen maken. We versnipperen en verstrooien niet. Ten tweede, de sociale agenda is een zaak van lange adem. We houden vol en laten ons niet afleiden. We veranderen slechts van koers als er evident betere methoden zijn om de door ons gestelde hoge doelen te bereiken.

En ten derde zorgen we ervoor dat het geld niet wordt verspild. Het komt terecht, daar waarvoor het is bedoeld. Daarop baseren we de keuze voor de uitvoering van de agenda.

pagina

13

3 Maatregelen en budgetten

pagina

14

Uit de opdracht, doelen, uitgangspunten en fundamenten onder de sociale agenda komen keuzes naar voren. Op de vier terreinen willen we structureel het verschil maken voor de regio. Op basis van de publieksbijeenkomsten, de honderden gesprekken en de expertsessies werkten we uit welke maatregelen denkbaar zijn om de sociale agenda te realiseren. Daarbij hebben we strak vastgehouden aan de tien gestelde doelen en de uitgangspunten. Zo doen we wat we doen goed. Beter één ding goed, dan twee dingen half. We zorgen voor een generatielange financiering. Dat zorgt voor rust en betere kwaliteit. We sluiten zoveel mogelijk aan bij bestaande succesvolle initiatieven. En we doen zoals vastgelegd in de doelen en uitgangspuntennotitie een aantal zaken niet: het dempen van gaten op de gemeentebegroting, inkomenspolitiek en het financieren van vervoer. Daarvoor staat het Rijk aan de lat. De sociale agenda is meer dan een optelsom van afzonderlijke maatregelen. We hebben zoveel mogelijk geredeneerd vanuit samenhang, die ontstaat vanuit onze fundamenten: gemeenschapszin en trots stimuleren, er eerder bij zijn en fundamentele problemen structureel aanpakken. De combinatie van de 16 voorgestelde maatregelen zorgt ervoor dat we de doelen bereiken.

Gemeenschapszin en trots Om de leefbaarheid en sociale cohesie te bevorderen willen we het vertrouwen teruggeven aan de inwoners. Initiatieven van inwoners kunnen tot tienduizend euro voor mooie maatschappelijke, culturele, sportieve doeleinden laagdrempelig worden ingediend. Dorps- en wijkondersteuners helpen waar dorpen en wijken erom vragen. Er is geld om op 276 plekken dorpshuizen of andere publieke ruimtes te verbeteren of op te richten. Ontmoeting ligt aan de basis van sociale samenhang. En met jongeren en opbouwwerk willen we gericht wijken waar het minder mee gaat steunen. Dat geldt ook voor buurtsportcoaches die bewegen stimuleren en cultuurcoaches die cultuur toegankelijker maken. En we steunen de Groningse en Noord-Drentse cultuur.

Er eerder bij zijn Bij zwangerschap staan we aankomende ouders bij en stellen we hen in de gelegenheid om met andere aankomende ouders te ervaren wat erop je af komt en van elkaar te leren. Zo voorkomen we dat al in de eerste jaren van het leven onherstelbare schade ontstaat. Bij de huisarts is via Welzijn op Recept toegang tot sociaal-maatschappelijke steun als de vraag niet medisch is, maar er bijvoorbeeld persoonlijke, financiële of relationele problemen spelen. Ook versterken we met de brugfunctionaris en pedagogisch medewerkers de hulp aan jeugd op basis- en voortgezet onderwijs. De mentale gezondheid van jongeren wordt

pagina

15

verbeterd. Hulp is makkelijk aanspreekbaar en dicht in de buurt. Dit maakt mentale problemen bespreekbaar en leidt ertoe dat er eerder bijgesprongen kan worden en als het nodig is in te grijpen. Ook gaan we vroegtijdige schooluitval tegen en steunen we programma’s die de weerbaarheid van jongeren vergroten. Wanneer jongeren beter in hun vel zitten en de kans hebben om mee te doen in de samenleving, draagt dat bij het tegengaan van criminaliteit en ondermijning.

Fundamentele problemen structureel aanpakken De financieel grootste maatregel betreft extra uren onderwijs op basisscholen: twee uur voor alle kinderen tot zes uur voor de scholen met de meest kwetsbare kinderen. Dit is een bewezen effectieve methode om de wereld van kinderen letterlijk te vergroten en draagt bij aan het wegwerken van structurele achterstanden. Om armoede te bestrijden en de schuldenproblematiek aan te pakken helpen buddy’s mensen weer zelf regie over het leven te krijgen. De financiële weerbaarheid wordt vergroot. Gezinnen in problemen worden bijgestaan. Dat vermindert stress. Met Nij Begun banen bieden we bestaanszekerheid in inkomen en werk voor een kwetsbare groep die nu nog langs de kant staat. De achterstanden op het gebied van (digitale) geletterdheid zijn in delen van de regio groot. Daarvoor komt een stevig programma om die achterstanden weg te werken.

Meerdere doelen per maatregel Alle maatregelen dienen meerdere doelen. Zo leidt het verminderen van schuldenproblemen in gezinnen tot betere onderwijsprestaties, minder stress en een betere gezondheid. Betere geletterdheid leidt tot grotere baankansen, een kleinere kans op financiële problemen en een betere ervaren gezondheid. Maatschappelijke organisaties als sport- en cultuurclubs dragen bij aan meer bewegen, meer sociale cohesie, minder eenzaamheid, een betere gezondheid en nog veel meer. Kortom, de doelen worden via verschillende wegen bereikt. Op basis van de analyses en gesprekken komen we tot een sociale agenda met 16 maatregelen. Met de keuzes die we maken, doen we ook veel andere mooie, nuttige zaken niet. Niet alle aangedragen voorstellen konden we overnemen. Daarvoor is het budget niet toereikend. Het totale budget voor de sociale agenda bedraagt 3,5 miljard euro over een periode van 30 jaar. In de fichebundel werkten we maatregelen uit en laten we zien dat alleen al deze voorstellen optelden tot vele malen ‘overtekening’ van het beschikbare budget. En dat zijn niet eens alle suggesties die zijn gedaan. Er moest dus worden gekozen. We zijn ervan overtuigd dat met de voorgestelde maatregelen op het gebied van leefbaarheid, onderwijs, gezondheid en armoede en participatie het grootste verschil kan worden gemaakt in de regio Groningen en NoordDrenthe.

Dat we hiermee gemeenschapszin en trots stimuleren. Er eerder bij zijn. En

pagina

16

de structurele problemen fundamenteel te lijf gaan. Met draagvlak onder inwoners, van maatschappelijke instellingen, regio en Rijk. In onderstaande financiële tabel staan de maatregelen uit de sociale agenda samengevat. Natuurlijk is niet alles gelijk in 2025 op het structurele niveau ingevoerd. Sommige kunnen snel, voor andere duurt het jaren. Met de financiële opbouw van de verschillende maatregelen is rekening gehouden, zodat alle voorstellen gerealiseerd kunnen worden binnen het budget van 3,5 miljard voor de komende 30 jaar. In de volgende paragrafen worden de maatregelen toegelicht en uitgewerkt. Tabel 1. Overzicht van maatregelen van de sociale agenda in bedragen per jaar.

Thema/ maatregel  

budget per jaar (mln. euro)  

Vergroten van de leefbaarheid; Inwoners aan zet met eigen budget

6,5

Ontmoetingsplekken (138 mln. incidenteel; 38/30=4,6 mln.)  

4,6

Wijk en dorp aan zet met wijk- en dorpsondersteuning

6,5

Opbouwwerk/jongerenwerk/buurtsport-/cultuur coaches

9,4

Van Drenthe tot aan ’t Wad: cultuur en erfgoed  

4,0

Kansen voor kinderen, jongeren en de volgende generatie Tijd voor toekomst (2u generiek + 6u specifiek)   

36,0

Brugfunctionaris primair onderwijs   

6,4

Versterking pedagogische omgeving in het voortgezet onderwijs

3,5

Stevige basis voor taal en (digitale) geletterdheid   

8,0

Deelnemen aan werk en verminderen van armoede Nij Begunbanen   

10,0

Doorbreken van generatiearmoede met buddy’s en doorbraakaanpak

4,0

Versterken financiële weerbaarheid  

6,7

Verlagen aantal vroegtijdig schoolverlaters

4,0

Verbeteren van (mentale) gezondheid Kansrijke start: ondersteuning rondom zwangerschap

6,5

Welzijn op recept   

7,6

Vergroten mentale weerbaarheid jongeren  

5,0

Generatielang (30 jaar) budget:

128,7  

pagina

17

€ 6,5

3.1 Inwoners aan zet met eigen budget

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Initiatieven van inwoners krijgen een eigen budget om zelf invulling te geven aan maatregelen die de leefbaarheid, sport, cultuur en sociale cohesie verbeteren. Er is weinig tot geen (overheids-)toetsing, waardoor bewonersinitiatieven laagdrempelig de ruimte krijgen. Bundeling van initiatieven op wijk- of dorpsniveau is mogelijk.

Waarom is de maatregel nodig Uit de vier regionale bijeenkomsten is gebleken dat inwoners graag zien dat gewaardeerd wordt wat er al is. En dat lokale initiatieven worden gesteund, zonder procedurele poespas. Deze maatregel gaat verder in het geven van vertrouwen. Elk initiatief dat de gemeenschap, sport, cultuur of anderszins sociale cohesie stimuleert, krijgt toegang tot een laagdrempelig budget van maximaal 10.000 euro. Een korte beschrijving vooraf en verantwoording achteraf van de bestede middelen is voldoende. Hiermee worden initiatieven in wijken en dorpen gestimuleerd.

Waar zitten de raakvlakken met wat er al loopt De nieuwe regeling wordt zo laagdrempelig mogelijk vormgegeven, met name op het gebied van de vereisten voor de aanvraag. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren met de huidige regeling van Loket Leefbaarheid van het NPG zal de maatregel nader worden ingevuld. Hierbij is het streven om uit te gaan van één regeling om te voorkomen dat twee regelingen naast elkaar lopen.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Deze maatregel heeft een sterk effect op leefbaarheid, de kwaliteit van leven, en sociale cohesie oftewel gemeenschapszin in wijken en dorpen en ondersteunt met name de kracht van bewoners om de eigen leefomgeving in te richten en te verbeteren. Dit heeft ook positieve effecten op andere doelstellingen, zoals op gebied van participatie en trots. Op termijn leidt dit tot meer samenredzaamheid en een positief effect op de gezondheid. Deze maatregel is daarmee gericht op het versterken van de sociale leefbaarheid (doel 9) en het vergroten van zelfbewustzijn, trots en regionale identiteit (doel 10), maar heeft ook effecten op het verbeteren van de (mentale) gezondheid (doel 4).

Budget Uitgaande van een gemiddeld aangevraagd budget van 6.500 euro kunnen hiermee jaarlijks duizend initiatieven in Groningen en Noord-Drenthe worden ondersteund. De kosten bedragen 6,5 miljoen euro per jaar.

pagina

18

€ 4,6

3.2 Ontmoetingsplekken

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Deze maatregel zorgt ervoor dat elk dorp en elke wijk een ontmoetingsplek heeft. Dit kan door het realiseren van nieuwe plekken, maar ook door herontwikkeling, renovatie of verduurzaming van bestaande gebouwen. De invulling van de ontmoetingsplek per wijk of dorp is sterk afhankelijk van de lokale situatie, de wensen van de inwoners en de wenselijkheid en mogelijkheid om de ontmoetingsruimte mede in te vullen vanuit maatschappelijke organisaties.

Waarom is de maatregel nodig Goede ontmoetingsplekken in dorpen en wijken zijn van groot belang voor de leefbaarheid en sociale cohesie van de lokale gemeenschappen. Het betreft fysieke plekken zoals dorps- en buurthuizen, maar kunnen ook andere vormen hebben afhankelijk van de wensen van de bewoners van dorp of wijk. Veel dorpen en wijken hebben ontmoetingsplekken, maar veel ook niet. Daar waar ze wel aanwezig zijn, zijn de accommodaties vaak verouderd of zijn op een ongewenste plaats gesitueerd.

pagina

19

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt De invulling van de ontmoetingsplaats per wijk of dorp is sterk afhankelijk van de lokale context, de wensen van de inwoners en de wenselijkheid en mogelijkheid om de ontmoetingsruimte mede in te vullen vanuit maatschappelijke organisaties. Als het nu gaat om werk/participatie, zorg, bibliotheek, de combinatiemogelijkheden zijn legio. In Groningen en Noord-Drenthe zijn al veel voorbeelden hoe dit kan worden ingevuld. Bijzondere aandacht is er hierbij voor jongeren en ouderen.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Uit de literatuur en vanuit de gesprekken die gevoerd zijn, blijkt dat het creëren van ontmoetingsplekken een belangrijke basis is voor de kwaliteit van leven in dorpen en wijken. Ontmoetingsplekken zijn het fundament van de sociale infrastructuur omdat het inwoners in staat stelt elkaar te ontmoeten en laagdrempelig contact te hebben met elkaar en maatschappelijke functies en organisaties. Dit stimuleert de samenredzaamheid. Hiermee draagt deze maatregel vooral bij om de leefbaarheid en sociale cohesie te versterken (doel 9). De verschillende invulmogelijkheden van de ontmoetingsruimten bieden ook de kans om een bijdrage te leveren aan de bevordering van (digitale) geletterdheid (doel 2), verbetering van de mentale gezondheid (doel 4) en het vergroten van arbeidsparticipatie van jongeren en inwoners die langdurig langs de kant staan (doel 8).

Budget Uitgaande van een voorziening voor 2.500 inwoners gemiddeld, komt het op 276 voorzieningen maximaal. Dit komt overeen met het aantal dorpen en wijken. Uitgaande van een maximale bijdrage van 0,5 miljoen euro per voorziening omvat deze maatregel een maximale incidentele uitgave van 138 miljoen euro.

€ 6,5

3.3 Wijk en dorp aan zet met wijk- en dorpsondersteuning

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Er wordt budget beschikbaar gesteld om wijk- en dorpsondersteuners aan te nemen ‘in dienst van wijk of dorp’. De wijk- en dorpsondersteuner zet zich in voor de wijk of het dorp om de leefbaarheid te verbeteren. De wijk- en dorpsondersteuner versterkt het verenigingsleven en de organisatie van sociale activiteiten, is spin in het web ten behoeve van de lokale vrijwilligers, ondersteunt informele zorg, legt verbinding met sociaal en medisch domein en staat dorpsbewoners bij in hun relaties met overheid en instanties zoals zorgorganisaties. Hiermee voeren Groningers en Noord-Drenten in hun wijken en dorpen zelf de regie ter versterking van de leefbaarheid en noaberschap. Als op lokaal niveau blijkt dat wijk- en dorpsondersteuners minder goed werken, kan het budget ook voor bredere wijk- en dorpsondersteuning worden aangewend.

pagina

20

Waarom is de maatregel nodig De leefbaarheid en sociale cohesie in de wijken en dorpen staat of valt met een sterke lokale gemeenschap, die zelf in staat is om regie te voeren. In Groningen en NoordDrenthe zijn veel actieve bewoners en vrijwilligers om hier de schouders onder te zetten. In de praktijk lopen lokale gemeenschappen echter tegen problemen aan waarbij de professionele inzet van een wijk- of dorpsondersteuner helpt om de organisatie van de benodigde activiteiten te vergemakkelijken en om de noodzakelijke verbinding te maken met de betrokken instanties zoals gemeente, woningcorporatie, welzijnsinstellingen en zorgverleners. Hier zijn in dorpen de afgelopen tien jaar al veel goede ervaringen opgedaan zoals met Wedde dat ‘t Lukt en Beweegdorp Norg. In 2020 is door Aletta Jacobs School of Public Health een evaluatie uitgevoerd waaruit een positief beeld naar voren komt vanuit drie onderzochte casussen. In wijken is er minder ervaring met de inzet van wijkondersteuners. Met deze maatregel wordt ook in wijken ondersteuning van bewoners mogelijk gemaakt.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt De afgelopen jaren zijn er al veel ervaringen opgedaan met dorpsondersteuners. In Groningen en Noord-Drenthe wordt dit al ondersteund vanuit Groningen Dorpen en de Brede Overleggroep Kleine Dorpen Drenthe (BOKD). Hier sluit de maatregel bij aan. Verder zijn er raakvlakken met andere maatregelen uit de sociale agenda, zoals de ontmoetingsplekken en de maatregel ter versterking van opbouwwerk, welzijnswerk, buurtsportcoaches en cultuurcoaches in wijken.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Effecten van de maatregel liggen op het gebied van de stijging van het welbevinden in de wijken, buurten en dorpen waar dorpsondersteuning plaatsvindt. Een versterkte sociale cohesie, met sterke gemeenschappen zorgt voor lokale trots. Een gevolg van de maatregel is een lager beroep op formele vormen van zorg en betere verbinding met de instanties. Hiermee draagt deze maatregel in de eerste plaats bij aan het versterken van de sociale leefbaarheid (doel 9). Indirect en op termijn zal deze maatregel bijdragen aan meer gezonde levensjaren (doel 3), een verbeterde (mentale) gezondheid (doel 4) en het vergroten van zelfbewustzijn, trots en regionale identiteit (doel 10).

Budget De maatregel gaat uit van één dorps- of wijkondersteuner per 4.500 inwoners en ziet erop toe dat de helft van de dorpen en wijken gebruik zal maken van deze ondersteuning, wat naar inschatting neerkomt op 6,5 miljoen euro per jaar.

pagina

21

€ 9,4

3.4 Opbouwwerk /jongerenwerk /buurtsportcoaches /cultuurcoaches

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Deze maatregel investeert in fijn met elkaar samenleven. Dit doen we op diverse manieren, met opbouwwerkers, jongerenwerkers, buurtsportcoaches en cultuurcoaches. Met hen wordt gewerkt aan een gezamenlijk opgave: het vormen en versterken van gemeenschappen van inwoners en het versterken van de eigen regie over het leven en de omgeving. De inzet is vooral gericht op wijken en buurten waar de seinen op het gebied van de brede welvaart het meest op rood staan.

Waarom is de maatregel nodig In bepaalde dorpen en wijken in de regio staat de leefbaarheid onder druk. Dat is een optelsom van onder andere slechte bestaanszekerheid, gezondheid en sociale cohesie. Het sociale weefsel vertoont hier als het ware gaten. Hier is extra inzet en investering nodig om het perspectief te kunnen herstellen. Dat gaat niet vanzelf.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Gemeenten, maar ook woningcorporaties, doen al veel aan opbouwwerk. Daar moet de inzet uit deze maatregel bij aansluiten. Die hangt samen met andere onderdelen van de sociale agenda: van schulden, arbeidsparticipatie tot en met mentale gezondheid. En er zijn raakvlakken met de situatie in deze wijken en dorpen. Samenlevingsopbouw is daarmee niet alleen een taak van het opbouwwerk-breed maar in feite van de gehele sociale agenda. Uiteraard zit hier ook een samenhang met wijk- en dorpsondersteuning en initiatieven van de bewoners zelf. De maatregel draagt ook bij aan preventie in het kader van veiligheid en ondermijning.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Vormen van opbouwwerk dragen bij aan het versterken van de sociale basis door aan veerkrachtige gemeenschappen te bouwen. Een versterking van de sociale basis werkt op tal van terreinen door. En wel primair aan doel 9: het versterken van de sociale leefbaarheid. En secundair werkt dit door in de verlaging van de (intergenerationele) armoede (doel 6), het vergroten van arbeidsparticipatie van jongeren en inwoners die langdurig langs de kant staan (doel 8) meer bewegen en gezonder leven (doel 5) en het aantal gezonde levensjaren (doel 3).

Budget Deze maatregel gaat uit van één sociaal werker (zoals een opbouwwerker, jongerenwerker, buurtsportcoach, cultuurcoach) per 2.500 inwoners. Ingeschat wordt dat ongeveer een derde van de wijken en dorpen in de regio (met in totaal 230.000 inwoners van de 690.000 in totaal) onder de criteria zal vallen. De maximale kosten hiervoor bedragen 9,4 miljoen euro per jaar.

pagina

22

€4

miljoen

3.5 Van Drenthe tot aan ’t Wad: Cultuur en erfgoed O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Deze maatregel ondersteunt initiatieven die de drempels verlagen voor deelname aan cultuur in en vanuit de regio. Daarnaast stimuleert de maatregel het Nedersaksisch, specifiek via ontmoetingsplekken (‘Toal op Stee’) en scholen (‘Toal op Schoule’). Om mensen te bereiken, zijn media onontbeerlijk. In Heerlen-Noord doen ze goede ervaringen op met het bezorgen van kranten in gezinnen waar geen krant wordt gelezen om de leesvaardigheid te bevorderen. Dagblad van het Noorden (DvhN) wil hiervan leren. De wereld wordt met behulp van regionale media vergroot. RTV Noord wil met behulp van nieuw te vormen communities bijdragen aan de doelen van de sociale agenda.

Waarom is de maatregel nodig Een groot deel van de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe neemt nu niet of nauwelijks deel aan culturele activiteiten. Deze maatregel biedt meer laagdrempelig culturele initiatieven om ervoor te zorgen dat méér en nieuw publiek geniet en/of

pagina

23

deelneemt aan culturele activiteiten. In alle delen van Groningen en Noord-Drenthe wordt gestreefd naar een goede toegang tot cultuur. Daarnaast is het Nedersaksisch tanende. Van de generatie geboren in 1994 gebruikt zes procent het Gronings in de thuissituatie. Het Nedersaksisch wordt- in tegenstelling tot het Fries en Limburgs- niet meer door brede lagen van de bevolking gesproken. Gaat deze unieke taal verloren dan gaat ook het hart van ons authentiek cultureel erfgoed verloren. De inzet is deze ontwikkeling te keren. Ontmoeting van jong tot oud, van ‘boeren, burgers en buitenlui’ in de eigen taal geeft een gevoel van trots, binding en zelfbewustzijn. De internationaal bewezen methode language nests wordt hierbij benut. Regionale media als RTV Noord en DvhN zijn graag bereid om vanuit hun functie bij te dragen aan de doelen van de sociale agenda. Zij hebben een groot bereik. Dat maakt samenwerking met regionale media zowel maatschappelijk doeltreffend als kosteneffectief.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Er lopen tal van initiatieven op het gebied van Nedersaksisch, met name door de RUG, erfgoedpartners, RTV Noord en DvhN. In de huidige cultuurnota (2025-2028) van de Provincie Groningen staan activiteiten voor cultuur in en vanuit de regio. Ook in de cultuurnota van Drenthe geldt dit als belangrijk thema. Deze maatregel sluit hierbij aan. RTV Noord en DvhN zijn de belangrijkste spelers om de inwoners van Groningen en Noord-Drenthe te bereiken en dragen de ontwikkeling van de brede welvaart in de regio een warm hart toe.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen De maatregel gericht op een grotere toegankelijkheid in de cultuur, leidt tot meer deelname en het realiseren van doel 10, vergroting van zelfbewustzijn, trots en regionale identiteit. De inzet op de regionale taal-als essentiële uiting van de regionale cultuur- draagt eveneens in bij aan dit doel. Als kinderen zowel de standaardtaal als de minderheidstaal beheersen dan presteren ze beter op school. Dit komt door een combinatie van betere cognitieve vaardigheden en een verbetering van de lees- en schrijfvaardigheid. De doelen van de sociale agenda op het gebied van meer bewegen en gezonder leven (doel 5), versterken van sociale leefbaarheid (doel 9) en leesvaardigheid (doel 2) kunnen met behulp van de kennis, inzet en het bereik van regionale media effectiever worden bereikt.

Budget Het slechten van drempels in de cultuur, het stimuleren van het Nedersaksisch en de bijdragen aan RTV Noord en DvhN ten behoeve van de doelen van de sociale agenda worden tezamen begroot op 4 miljoen per jaar.

pagina

24

€ 36

3.6 Tijd voor toekomst (twee uur generiek, zes uur specifiek)

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Met Tijd voor Toekomst (de verrijkte schooldag) kunnen basisscholen al hun leerlingen extra ontwikkeluren aanbieden boven op de onderwijstijd. Met dit verrijkte schoolaanbod kunnen scholen inzetten op talentontwikkeling, gezondheid en bewegen, kunst en cultuur en welzijn. Tijd voor Toekomst biedt twee verrijkte lesuren per week aan alle scholen. Voor de scholen met een populatie die het extra nodig heeft, wordt dit uitgebreid tot zes uur per week. Scholen krijgen hiervoor budget, inclusief kosten voor schoolcoördinatie.

Waarom is de maatregel nodig Niet elk kind heeft toegang tot dezelfde hulpbronnen voor een optimale ontwikkeling. School is de plek waar alle kinderen samenkomen. Daar wordt naast de basisvakken ook gewerkt aan de persoonlijke ontwikkeling en het toekomstperspectief van alle kinderen. Door op alle scholen een gelijke basis te bieden met minimaal twee uur extra ontwikkeluren boven op de onderwijstijd, worden alle kinderen in de regio bereikt.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Al sinds 2020 bieden scholen in de regio een verrijkt schoolaanbod aan. Op dit moment draait het programma Tijd voor Toekomst op 71 basisscholen in de regio in tien gemeenten. Dit wordt nu nog bekostigd uit tijdelijke financiering vanuit verschillende subsidiestromen: het Nationaal Programma Groningen, de Regio Deal Oost-Groningen, de Regio Deal Groningen-Noord, gemeenten en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) (subsidieregeling School en Omgeving). Het provinciale team verbindt deze trajecten aan elkaar, terwijl de Hanze betrokken is bij de begeleiding en monitoring van de scholen. Hierdoor is in de regio breed ervaring opgedaan met dat wat werkt in het verrijkte aanbod.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen De maatregel draagt bij aan gelijke ontwikkelkansen voor kinderen door het verrijkte aanbod beschikbaar te stellen voor alle kinderen. Dit is één van de belangrijkste randvoorwaarden voor impact op gelijke kansen. Met een verrijkt schoolaanbod is het mogelijk impact te hebben op de ontwikkelingskansen en vaardigheden van kinderen (bijvoorbeeld een sport- en beweegprogramma kan bijdragen aan gezondheidsvaardigheden) en op de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook is er een impact op andere gebieden, zoals zelfvertrouwen, schoolplezier en verbondenheid met school en medeleerlingen.

pagina

25

Het ontstaan van impact hangt wel duidelijk samen met een aantal randvoorwaarden, waaronder het belang van een gezamenlijke visie op basis van expliciete en gedeelde doelen, centrale aansturing, een integrale aanpak van interprofessioneel werken en sturing op kwaliteit. Een langetermijnperspectief voor Tijd voor Toekomst is daarom essentieel. Naast bijdrage aan het vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren (doel 1), draagt deze maatregel daarom ook bij aan het verbeteren van de (mentale) gezondheid (doel 4), meer bewegen en gezonder eten (doel 5) en het verminderen van (intergenerationele) armoede (doel 6).

Budget Om dit programma op alle scholen te implementeren is een totaalbudget van 36 miljoen euro vereist. Voor de uitbreiding naar alle basisscholen in de regio Groningen en NoordDrenthe gaan we uit van een opbouwperiode van zeven jaar. In het schooljaar 2032-2033 is de maatregel structureel en breed uitgevoerd.

€ 6,4

3.7 Brugfunctionaris primair onderwijs

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Basisscholen krijgen structureel een brugfunctionaris die zich richt op de brede ontwikkeling van kwetsbare kinderen en hun gezinnen. Op basis van signalen en vragen van leraar of ouder, biedt de brugfunctionaris laagdrempelig en vroegtijdig ondersteuning aan kind en gezin. Dit kan in de vorm van een luisterend oor, advies aan ouder en/of leraar, meehelpen met praktische aanvragen rondom financiële vergoedingen en doorverwijzing naar andere expertise binnen het sociaal domein. De brugfunctionaris versterkt en verstevigt de pedagogische basis op school en het integraal werken binnen onderwijs en het brede sociaal domein.

Waarom is de maatregel nodig Niet alle kinderen kunnen goed meedoen op school. Bijvoorbeeld doordat er vragen of zorgen zijn over financiën, zorg of een onveilige situatie thuis. Het lukt school niet altijd goed om hierbij te ondersteunen. Leraren hebben soms moeite om ouders te bereiken en kunnen niet altijd de tijd vrijmaken om hen te ondersteunen. Andersom ervaren gezinnen soms een drempel om naar de school toe te stappen. De brugfunctionaris slaat ‘de brug’ tussen het gezin thuis, het kind op school en – waar nodig – met professionals, instanties en partners in de wijk. Zo hebben ouders iemand die naast hen staat, kunnen leraren zich blijven concentreren op hun kerntaak en komen leerlingen beter aan leren toe.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt In 2011 is de Gemeente Groningen gestart met het inzetten van de brugfunctionaris op school. Hiermee is Groningen een voorloper in Nederland. Ook in de regio bestaat de

pagina

26

brugfunctie – soms met andere accenten en onder een andere noemer. Per schooljaar '24-'25 zijn 34 basisscholen in de regio de driejarige landelijke regeling Brugfunctionaris toegekend, maar er zijn veel meer aanvragen gedaan bij het ministerie van OCW. In diverse gemeenten in de regio lopen (tijdelijke) pilots met de brugfunctionaris, jeugdondersteuner of kind-ouderondersteuner, veelal bekostigd uit lokale of regionale middelen. De Hanzehogeschool, Gemeente Groningen en het Jeugdeducatiefonds geven samen in opdracht van OCW, invulling aan het landelijke kennisdelingsaanbod Brugfunctionaris. In de regio is zowel veel kennis over als ervaring opgedaan met de ‘brugfunctie’ in het basisonderwijs. Het voorstel is om deze inzet structureel te maken en breed aan te bieden.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Een brugfunctionaris gaat relaties aan met de ouders/verzorgers en de leerlingen en draagt zo bij aan vroegtijdige signalering bij problemen, extra hulp of ondersteuning en het doorverwijzen naar de juiste instanties. Daarnaast draagt een brugfunctionaris bij aan vertrouwen van ouders/leerlingen in de school en het verkleinen van de kloof tussen de thuis- en schoolsituatie. Door vroegtijdig problemen in de thuissituatie (zoals kindermishandeling) te signaleren en daar wat aan te doen, werkt deze maatregel preventief en draagt het bij aan het vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren en het verbeteren van de (mentale) gezondheid. De inzet van de brugfunctionaris/kind-ouderondersteuner draagt in de eerste plaats bij aan het vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren (doel 1). Verder is de inzet gericht op het verbeteren van de (mentale) gezondheid (doel 4) en het verminderen van (intergenerationele) armoede (doel 6).

Budget De totale kosten worden geraamd op 6,4 miljoen euro voor in totaal 64 voltijds brugfunctionarissen. Voor de inzet van brugfunctionarissen in de regio Groningen en Noord-Drenthe wordt een opbouwperiode van vier jaar genomen.

pagina

27

€ 3,5

3.8 Versterking pedagogische omgeving in het voortgezet onderwijs

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

De pedagogische omgeving op alle voortgezet onderwijs (VO) scholen wordt structureel versterkt met een verbindende professional die op school de randvoorwaarden biedt voor sociale veiligheid en het welbevinden van de jongeren. Deze professional kan zijn: een brugfunctionaris, jongerenwerker, sociaal werker, of pedagogische conciërge. De inzet binnen de school draagt bij aan het kunnen leren en ontwikkelen van jongeren, alsook aan de normalisering, vroegsignalering en aanpak van sociaal-maatschappelijke problematiek zoals ondermijning en onveiligheid thuis en in de omgeving. Hiermee wordt een brug geslagen tussen jongeren, school en omgeving.

Waarom is de maatregel nodig De school is de plek waar jongeren samenkomen en waar gewerkt wordt aan de persoonlijke ontwikkeling en het toekomstperspectief van alle jongeren, in een leeftijdsfase waarin toenemende zelfstandigheid, identiteitsontwikkeling en groepsvorming belangrijk worden. Hiermee is school meer dan alleen een pedagogischdidactische omgeving. Het is een centrale plek waar kansen, maar ook maatschappelijke problemen en uitdagingen zoals onveiligheid en ondermijning samenkomen. Dat vraagt om versterking van de pedagogische omgeving op school. Het verminderen van de kansenongelijkheid vraagt om een structurele bijdrage voor de inzet van professionals die de juiste verbindingen kunnen maken tussen de jongeren, school en omgeving.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt In 2011 is de Gemeente Groningen gestart met het inzetten van de ‘brugfunctie’ op school voor de versterking van de pedagogische omgeving. Hiermee is Groningen een voorloper in Nederland. Voor de regio is het belang van deze inzet in het voortgezet onderwijs groot. Dat blijkt ook uit het regionale bestuurlijke platform VO/MBO, dat in het ambitiedocument “Doorbreken” (oktober 2024) hiervoor pleit.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen De verbindende professional kan vroegtijdig inspelen op problemen en zorgen van of rondom de jongere in samenspraak met de jongere, zodat deze goed kan blijven meedoen op school, gesterkt wordt in weerbaarheid en niet voortijdig uitvalt. Hiermee is de versterking van de pedagogische omgeving ondersteunend aan veiligheid, sociaalemotionele ontwikkeling en aan de inzet op het voorkomen van voortijdige schooluitval. Deze maatregel werkt preventief en draagt bij aan het vergroten van gelijke kansen voor jongeren en het verbeteren van de (mentale) gezondheid. Door het versterken van de pedagogische omgeving op school met de verbindende professionals krijgen en houden leraren ruimte voor het uitvoeren van hun pedagogisch-didactische taken.

pagina

28

Deze maatregel draagt in de eerste plaats bij aan het vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren (doel 1). Verder is de inzet gericht op het verbeteren van de (mentale) gezondheid (doel 4), minder problematische schulden (doel 7) en het verminderen van (intergenerationele) armoede (doel 6).

Budget Met deze maatregel kunnen alle VO-scholen een aantal dagen per week een professional inzetten. De totale kosten voor deze regeling bedragen dan structureel 3,5 miljoen euro per jaar.

pagina

29

€8

3.9 Stevige basis voor taal en (digitale) geletterdheid

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Voor het versterken van taal en (digitale) geletterdheid zetten we in op twee onderdelen. Ten eerste het breed invoeren van de programma’s Boekstart en Bibliotheek op school. Boekstart (kinderopvang) en Bibliotheek op school (PO, VO en MBO) zijn bestaande programma’s en zorgen voor een passend en stimulerend leesaanbod voor kinderen en jongeren van 0 tot 23 jaar, gericht op het vergroten van de lees -en schrijfvaardigheid van alle kinderen en jongeren. Ten tweede wordt ingezet op de versterking van innovatieve projecten rondom digitale geletterdheid. De Digital Literacy Coalition (DLC) zet in op het vergroten van de digitale geletterdheid van inwoners. DLC is een netwerkorganisatie van regionale onderzoeks- en maatschappelijke partners waarin onderzoek en uitvoering samenkomen in innovatieve projecten. Met de structurele financiering van projecten rondom digitale geletterdheid wordt een sterke basis gelegd voor het vergroten van digitale geletterdheid onder inwoners, met bijzondere aandacht voor de oudere inwoners.

Waarom is de maatregel nodig In de regio ligt het percentage laaggeletterdheid rond het landelijke gemiddelde van 12 procent, maar binnen de regio zijn de verschillen groot. Landelijk zien we de lees -en schrijfvaardigheid onder kinderen en jongeren teruglopen. Het keren van deze trend begint bij kinderen en jongeren. Daar sluiten de programma’s Boekstart en Bibliotheek op school op aan. Het aanbod en de bekostiging van deze programma’s varieert per gemeente en staat onder druk. Met deze maatregel wordt dit aanbod breed en structureel uitgerold in de regio. In Nederland heeft ca. 18-28 procent van de volwassenen beperkte digitale vaardigheden. Voor de regio gaat het dan om een groep van 82.000-132.000 volwassen inwoners. Digitale geletterdheid is een noodzakelijke voorwaarde voor deelname aan de samenleving, zeker ook voor oudere inwoners. De huidige projecten zijn afhankelijk van tijdelijke financiering. Vanuit de sociale agenda wordt een structurele basis geboden. Zo wordt kennis gedeeld en geleerd van ervaringen.

Waar zitten de raakvlakken met wat al loopt Deze maatregel sluit aan op landelijke programma’s Boekstart en Bibliotheek op school. Voor digitale geletterdheid sluiten we aan op de uitvoering van projecten vanuit de regionale coalitie DLC. Zij heeft in de Provincie Groningen al ruime ervaring met projecten voor het verbeteren van digitale vaardigheden. Voor een regionale aanpak wordt verbinding gelegd met Drentse partijen.

Hoe draagt de maatregel bij aan de doelen Boekstart en Bibliotheek op school zorgen met een stimulerend leesaanbod voor een

pagina

30

bredere, laagdrempelige toegang tot taal en (digitale) geletterdheid voor kinderen en jongeren. Hiermee ontstaat een meer gelijke basis voor het leren van taal en geletterdheid waarmee ook kinderen in een achterstandspositie en hun ouders bereikt worden. Door deze programma’s breed beschikbaar te maken, dragen we bij aan een doorgaande lees -en taalvaardigheidslijn voor kinderen en jongeren. Een stimulerend leesaanbod sluit ook aan op de inzet op regionale taal in onze regio. Met inzet op digitale geletterdheid worden inwoners geholpen om digitale technologie beter te begrijpen en toe te passen in hun dagelijkse leven. Deze vaardigheden dragen bij aan meedoen in de samenleving, aan het welbevinden en de gezondheid van inwoners. Deze maatregel draagt bij aan het vergroten van gelijke kansen voor kinderen en jongeren (doel 1), stimuleren van taal en (digitale) geletterdheid (doel 2) en aan meer gezonde levensjaren (doel 3).

Budget Voor deze maatregel is totaal 8 miljoen euro structureel begroot. 6 miljoen euro voor Boekstart en Bibliotheek op school en 2 miljoen euro voor de aanpak van digitale geletterdheid.

pagina

31

€ 10

3.10 Nij Begunbanen

miljoen O M S C H R I J V I N G M A AT R E G E L

Deze maatregel verruimt de mogelijkheid om te investeren in mensen die langdurig lang de kant staan. Samen met partners zoals woningcorporaties, welzijnsorganisaties, sociaal ontwikkelbedrijven en impactondernemers krijgen inwoners die langdurig langs de kant staan de mogelijkheid zich te ontwikkelen richting arbeidsmarkt. Vanuit de sociale agenda wordt structureel bijgedragen aan het creëren van de opstap die mensen nodig hebben om vertrouwd en gemotiveerd te raken om richting arbeidsmarkt te bewegen. Hierbij worden bestaande belemmeringen opgelost tijdens het traject. Daarna krijgen mensen de mogelijkheid voor doorstroom naar een tijdelijk dienstverband bij een sociaal ontwikkelbedrijf. Daarin wordt verder gewerkt aan de werknemersvaardigheden die nodig zijn voor duurzame uitstroom naar een reguliere werkgever. Dit kan gekoppeld zijn aan een baangarantie bij bijvoorbeeld een impactondernemer. Indien niet direct uitstroom mogelijk is richting een reguliere werkgever kan er ook voor gekozen worden om aan de slag te blijven bij het sociaal ontwikkelbedrijf. Daarmee kunnen banen worden ingevuld van sociale en maatschappelijke waarde, zoals bijvoorbeeld het beheer en onderhoud van maatschappelijke locaties. Hiermee kan een grote groep mensen die langdurig langs de kant staan perspectief worden geboden.

Waarom is de maatregel nodig Relatief veel mensen in de regio staan langdurig langs de kant. Dat aantal kan omlaag. Samen met inwoners en maatschappelijke partners worden belemmeringen weggenomen en wordt veerkracht versterkt. Het ontbreekt aan de structurele financiering om deze mensen de ondersteuning te bieden waarmee ze duurzaam een plek op de arbeidsmarkt kunnen bemachtigen. Met deze maatregel wordt zekerheid geboden over financiering en kan zowel de opstap als de baanzekerheid geboden worden.

Waar zitten raakvlakken met wat we al doen De afgelopen jaren zijn in de regio al diverse initiatieven genomen om de ondersteuning aan mensen die langdurig thuiszitten te verbeteren. Daar bouwt de sociale agenda op voort. Zo nemen alle sociaal ontwikkelbedrijven in de arbeidsmarktregio Werk in Zicht deel aan Kansrijk Talent. Daarnaast wordt in Oost-Groningen al gewerkt met zogenaamde overbrugbanen. Hiervoor is tijdelijk financiering uit de Regio Deal Oost-Groningen beschikbaar. In de Gemeente Groningen wordt sinds enige tijd gewerkt met basisbanen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16136402/1