CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

21-07-02 Actieprogramma goederenvervoer limburg 2030

Gemeenteraad 26 juni 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 2128.937 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 inclusief Uitvoeringskader projecten

Maastricht, 12 juli 2022 www.limburg.nl

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 inclusief Uitvoeringskader projecten

Maastricht, 12 juli 2022 www.limburg.nl

Leeswijzer Het Actieprogramma bevat twee zelfstandig leesbare delen. Wie snel naar de essentie van het goederenvervoerbeleid wil, gaat meteen naar hoofdstuk 4 in deel 1 (Strategische Beleidsvisie). Hoofdstuk 4 gaat in op de 5 actielijnen die de provincie samen met de stakeholders gaat oppakken. Wie een overzicht van alle concrete projecten wil, gaat direct naar deel 2 (Uitvoeringskader Projecten).

Deel 1 bevat de Strategische Beleidsvisie Goederenvervoer en Supply Chain Hoofdstuk 1 gaat in op de totstandkoming van het Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030, de ombouw naar een circulaire economie in combinatie met de energie- en mobiliteitstransitie, de doelstellingen en het toekomstperspectief, het nationaal MIRT Programma Goederenvervoercorridors en de belangrijkste trends en ontwikkelingen. Hoofdstuk 2 bevat de voor goederenvervoer meest relevante, (inter)nationale en provinciale beleidskaders. Voor een uitgebreide rapportage van de voor goederenvervoer relevante (in het verleden reeds vastgestelde) provinciale beleidskaders Economie, Ruimte, Mobiliteit en Natuur wordt verwezen naar de Bijlage. In hoofdstuk 3 volgt een analyse en beschrijving van de huidige situatie, de hiërarchie van (internationale) knooppunten, de belangrijkste economische clusters in Limburg, de belangrijkste knelpunten per modaliteit (weg, water, rail, buis en lucht) in het goederenvervoer en Supply Chain, met name van de twee multimodale bovengemiddelde knooppunten Noord- en Zuid-Limburg binnen het logistiek infrastructuurnetwerk. Hoofdstuk 4 bevat de ambitie voor 2030 en de vijf (op Limburg toegespitste) actielijnen voor de toekomst. Hier worden ook de projecten kort aangekaart, die in het Uitvoeringskader in deel 2 nader zullen worden uitgewerkt. Actielijn 1

Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

Actielijn 2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

Actielijn 3

Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

Actielijn 4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

Actielijn 5

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

Deel 2 omvat het Uitvoeringskader Goederenvervoer, inclusief de concrete projecten en financiële middelen. Hoofdstuk 5 bevat een overzicht van alle concrete acties, projecten of initiatieven m.b.t. goederenvervoer en Supply Chain, gevolgd door een financiële onderbouwing (projectkosten, prioritering, financiering c.q. dekking van de kosten). Hoofdstuk 6 bevat een beknopte management samenvatting van de belangrijkste zaken.

5

6

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

1. Bargeterminal Venlo

Inhoud Leeswijzer Intro

5 11

Deel 1

12

1

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

Aanleiding: waarom een nieuw Actieprogramma Goederenvervoer Limburg?

13

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

13 14 17 17 19 21

Anticiperen op de snel veranderende toekomst Ombouw naar circulaire economie i.c.m. energie- en mobiliteitstransitie Doelstelling Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 Nationaal Programma aanpak Goederenvervoercorridors Trends en ontwikkelingen in het goederenvervoer (uitdagingen voor de toekomst) Betrokken stakeholders (intern en extern)

2 De voor Goederenvervoer relevante (internationale) beleidskaders 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Europees kader: EU beleid Rijksbeleid goederenvervoer (Nationaal MIRT Programma Goederenvervoercorridors) Landelijk programma Clean Energy Hubs (CEH) Landelijk programma Regionale Energie Strategie (RES) Nationale Agenda Laadinfrastructuur als onderdeel van het Klimaatakkoord Waterstofagenda (als onderdeel Provinciale Energie Strategie)

3 Analyse Goederenvervoer in Limburg (huidige situatie en belangrijkste knelpunten) 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.6.1 3.6.2 3.6.3 3.6.4 3.6.5

7

Hiërarchie van internationale knooppunten De logistieke knooppunten Noord- en Zuid-Limburg Economische clusters in Limburg Supply Chain benadering (fysieke én digitale goederenvervoerstromen) Beschrijving huidige situatie infrastructuurnetwerk binnen internationale context De belangrijkste knelpunten per modaliteit in de huidige situatie Knelpunten Wegen Knelpunten Vaarwegen en Binnenhavens Knelpunten Spoorwegen Knelpunten Buisleidingen (inclusief Energie infrastructuur) Knelpunten Luchtvracht

23 23 29 31 34 34 36 39 40 42 44 46 47 50 50 51 53 54 55

4 De ambitie voor de toekomst: de vijf actielijnen (waar zet Limburg op in?)

56

Actielijn 1: Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland Actielijn 2: Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken Actielijn 3: Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg Actielijn 4: Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors Actielijn 5: Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

57

Deel 2

Uitvoeringskader Goederenvervoer en Logistiek

5 Uitvoeringskader Goederenvervoer in relatie tot afspraken BO-MIRT 5.1 5.2 5.3

Uitvoeringsprojecten (op basis van de vijf actielijnen provincie Limburg) Tabel 5.1: Projecten Uitvoeringsprogramma (per pijler/actielijn en per modaliteit) Tabel 5.2: Projecten Logistiek knooppunt Noord-Limburg Tabel 5.3: Projecten Logistiek Knooppunt Zuid-Limburg Financieel kader Programmabeheer

6 Management Samenvatting

59 63 66 71

74 75 77 78 86 88 90 91 93

Bijlagen 1 Beleidskader Economie Provincie Limburg 2 Beleidskader Ruimte Provincie Limburg 3 Beleidskader Mobiliteit Provincie Limburg 4 Beleidskader Natuur Provincie Limburg 5 Geraadpleegde documenten

8

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

99 107 109 113 116

Overzicht foto’s en figuren

Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur Figuur

Figuur

Figuur Figuur Figuur

Figuur Figuur

Figuur Figuur Figuur Figuur

Figuur

Figuur Figuur Figuur

Figuur

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 9

Bargeterminal Venlo Wessem Port Services, Haven Stein, 2021 Drukte container afhandeling Bargeterminal Born Overdekt laden, Wessem Port Services, Stein Doel Actieprogramma: positie Limburgse Supply Chain bestendigen en versterken De 5 strategische pijlers van het MIRT Programma Goederenvervoercorridors Vijf actielijnen provincie Limburg (o.b.v. MIRT Toekomstagenda Goederenvervoer 2021) Supply Chain Valley Voor goederenvervoer meest relevante beleidskaders (Europees, nationaal en provinciaal) Connecting Europe Facility (CEF) The European Green Deal g ‘Sustainable Transport’ Trans European Network Transport (TEN-T) Electrisch aangedreven binnenvaartschip van het bedrijf Nedcargo Overzicht van TEN-T infrastructuur (binnenvaart, spoor, weg) in Limburg De vijf strategische pijlers Rijk o.b.v.

MIRT Programma Goederenvervoercorridors Bunkerstation Tullemans (CEH) Maasbracht Digitale uitnodiging Bijeenkomst Duurzame Biobrandstoffen op 1 juli 2021 Opladen Electrische Truck Nieuwe infrastructuur ‘New Energy Flows’ (H2 bundel Rotterdam-Chemelot-NRW) Haven Shenzhen, 2e grootste containerhaven van China Ranglijst grootste havens ter wereld, 2021 Railways (freight), Ports and Rail-Road Terminal in Europe Laden van staal in overdekte Maasterminal in Beatrixhaven Maastricht Luchtvracht vanaf Maastricht Aachen Airport Laden van staal in overdekte Maasterminal in Beatrixhaven (Steelport) 2 laags warehouse ontwikkeling in Noord-Limburg Situering Limburg t.o.v. internationale (binnenvaart) corridors Limburg springplank naar Europa g Infrastructuurnetwerk incl.

Barge- en Railterminals Werkzaamheden aan Julianakanaal Belangenorganisatie RailGood (oproep opwaardering spoorwegennet 740 meter treinen) Overzichtskaart Deltacorridor Luchtvrachtafhandeling MAA Achterlandverbindingen vanuit Haven Rotterdam naar het Duitse achterland Achterlandverbindingen (weg, spoor, water) vanuit Rotterdam ‘Impact opgaven Bereikbaarheidsstrategie Havenbedrijf Rotterdam’, juni 2021 Containerafhandeling Haven Venlo Haven Wanssum Bouwsteen voor specialisatie en complementariteit, verbeteren vestigingsklimaat (Pijler 3): ontwikkelen van een agro-maak hub (Venlo) Herstructurering Scheepswerf Maasbracht Duurzaam en digitaal verbinden van bovengemiddelde knooppunten Suikerbieten duurzaam vervoerd over water. Suikerbietencampagne 2021-2022 Het containerschip ‘Ever Given’ blokkeert het Suez kanaal, 23 maart 2021 Digitalisering Goederenvervoer: Connecting communities Digitaliseren-Datadelen (Werkgroep Digitalisering Goederenvervoercorridor) Samenwerken in de corridor Beatrixhaven Maastricht Haven Stein Industriehaven Blerick A73, knooppunt Tiglia, Venlo Blueports Limburg: samenwerking Nederlands en Belgisch Limburgse binnenhavens Maastricht Aachen Airport

6 10 14 16 17 18 19 22 23 24 25 26 27 28 30 31 32 36 37 39 40 41 42 43 45 46 48 49 51 53 54 55 57 58 59 60 62 63 64 66 69 70 72 73 76 77 85 90 92 96 98

10

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

2. Wessem Port Services, Haven Stein, 2021

Intro Goederenvervoer vormt een belangrijke economische activiteit. Echter de wereld is sterk aan het veranderen. Verschuivende economische centra, milieu- en klimaatvoorwaarden, geopolitieke ontwikkelingen en nieuwe transportroutes hebben invloed op goederenstromen. De groei van het goederenvervoer is onlosmakelijk verbonden aan de economische ontwikkelingen, zo heeft er bijvoorbeeld door de COVID-19 pandemie een enorme toename van grensoverschrijdende e-commerce plaatsgevonden. Limburg gaat in 2050 richting een volledig circulaire economie. Bij de transitie naar een circulaire economie is het Klimaatakkoord van Parijs leidend. Hierin heeft de EU haar klimaatdoelstellingen voor de lange termijn (waaronder klimaatneutraliteit tegen 2050) wettelijk bindend gemaakt. Het klimaatakkoord mag als belangrijke aanjager van cruciale logistieke ontwikkelingen dan ook niet onbenoemd blijven, evenals het recent gesloten EU Akkoord om de CO2 uitstoot verder te verlagen. De transitie van een lineaire naar een circulaire economie en de hieraan gekoppelde energie- en mobiliteitstransitie bieden tal van nieuwe uitdagingen voor de logistiek in Limburg. Limburg is onderdeel van de allergrootste goederenvervoercorridor van Europa, zowel in volume als modaliteit1. Verwacht wordt dat de goederenstromen en goederencorridors in de komende decennia zullen gaan verschuiven, o.a.

ten gevolge van bijvoorbeeld de nieuwe Zijderoute (het ‘Belt and Road Initiative’) en/of geopolitieke (aard)verschuivingen. Ook een dalende (vergrijzende) Europese bevolking en een sterke bevolkingstoename in Azië en Afrika zullen gevolgen hebben. De unieke ligging van Limburg op de grens met Duitsland en België willen we gebruiken om onze logistieke positie te optimaliseren. Er wordt dan ook nauw samen gewerkt met de regio’s langs de Rhine-Alpine Corridor en de North Sea – Mediterranean Corridor om maximaal te profiteren van deze corridors met een grote dichtheid aan economische activiteiten van Europa. Doel is het versterken van Limburg als vitaal multimodaal vestigingsgebied, waar het voor haven, spoor, weg, lucht en/of buis gerelateerde bedrijven aantrekkelijk is. Met name de twee logistieke knooppunten, Venlo/Venray en Sittard-Geleen/Stein spelen hier een belangrijke rol in. Als provincie hebben we hiervoor onder andere een aantal (stimulerings)maatregelen bedacht waaraan we in het programma aandacht besteden. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan het benodigde budget. Een succesvol logistiek beleid vraagt echter een concreet uitvoeringsplan.

1.

Bron: Rapportage Toekomstbestendigheid Blue Ports, Panteia, augustus 2021

11

DEEL 1 Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

12

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

1

Aanleiding: waarom een nieuw Actieprogramma Goederenvervoer Limburg?

1.1 Anticiperen op de snel veranderende toekomst Het vorige Actieprogramma Logistiek Limburg dateert van 2015. Het betrof een uitwerking van het deelthema ‘Logistiek en Goederenvervoer’ van het in 2014 vastgestelde Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma (als onderdeel van het wettelijk Provinciaal Omgevingsplan Limburg). Om te anticiperen op de toenemende veranderingen heeft de Provincie Limburg in 2018 haar mobiliteitsbeleid geactualiseerd met het Mobiliteitsplan ‘Slim op weg naar Morgen’. Op basis hiervan zijn een aantal uitvoeringskaders opgesteld voor de deelthema’s: ■ slim, veilig en duurzaam, ■ verkeersveiligheid (nog te verschijnen), ■ fiets, ■ openbaar vervoer. Met dit Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 is er nu (binnen de context van mobiliteit) ook een geactualiseerd uitvoeringskader voor het deelthema goederenvervoer en logistiek2. De uitvoeringskaders geven aan waar de Provincie Limburg op inzet om de meer algemene mobiliteitsdoelen doorstroming, (verkeers)-veiligheid, duurzaamheid en leefbaarheid te bereiken en de specifiek voor goederenvervoer relevante mobiliteitsdoelen betrouwbaarheid, bereikbaarheid, robuustheid/veerkracht en wendbaarheid. Zowel het internationale als nationale aantal vrachtbewegingen neemt naar alle waarschijnlijkheid verder toe.

Hierbij dient echter de kanttekening gemaakt worden dat de voorspelde toename van het aantal vrachtbewegingen op dit moment nog onzeker is. Er zijn namelijk ook valide argumenten om juist het tegenovergestelde te stellen. Zoals bijvoorbeeld het terughalen van productielocaties naar Europa. Vanwege het ontstaan van nieuwe goederenstromen als gevolg van de circulaire economie en de ambitie om meer over spoor en het water te vervoer, zullen binnenvaart en spoorvervoer gaan toenemen. We moeten echter meer dan voorheen flexibel zijn en kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen. In hoofdstuk 3.6 worden de belangrijkste bestaande knelpunten per modaliteit beschreven. De toenemende mobiliteitsbehoefte is echter niet meer of slechts gedeeltelijk op te vangen door aanleg van nieuwe infrastructuur. Het gaat met name om bestaande verbindingen beter te benutten. Het vergt slimme en duurzame logistieke oplossingen om de doorstroming op peil te houden. De toekomstbestendigheid van nieuwe vervoersystemen moet goed worden bekeken. Door de enorme toename van e-commerce en de roep naar meer duurzaamheid, staat de logistieke sector onder druk om zich zelf opnieuw uit te vinden.

2.

Het vorige Actieprogramma Logistiek Limburg is vastgesteld in maart 2015 en betrof een uitwerking van het deelthema ‘Logistiek en Goederenvervoer’ van het in december 2014 vastgestelde wettelijk Provinciaal Verkeers- en Vervoersprogramma (PVVP 2014). Inmiddels is hiervoor het mobiliteitsplan ‘Slim op weg naar morgen’ voor in de plaats gekomen (dit is in februari 2018 vastgesteld door PS). Het PVVP 2014 is een onderdeel van het wettelijke Provinciaal Omgevingsplan Limburg (POL) stelsel.

13

Innovatiekracht in de logistiek Door het inzetten op innovatiekracht wordt gewerkt aan het behouden en verder uitbreiden van de concurrentiepositie van de Limburgse logistieke sector in het internationale speelveld. De provincie zet zich in om te komen tot een toekomstbestendige sector als onderdeel van de Limburgse economie in transitie, die innovatief en duurzaam is en bijdraagt aan de Limburgse missies ‘Limburg maakt Energiek!’ en ‘Limburg maakt Gezond!’, zoals omschreven in het Missiegedreven Economisch Beleidskader, aangevuld met de beleidskaders Landbouw en Circulaire Economie. Innovatieve bedrijven kunnen ondersteuning krijgen van LIOF dat uitvoering geeft aan het MKB-breed innovatieprogramma ‘Limburg Toekomstbestendig’.

3. Drukte container afhandeling Bargeterminal Born

1.2 Ombouw naar circulaire economie i.c.m. energie- en mobiliteitstransitie De nieuwe logistieke werkelijkheid, als gevolg van de overgang van een lineaire naar een circulaire economie en de hiervoor noodzakelijke energie- en mobiliteitstransitie, vraagt om een nieuwe visie en ambitieuze innovatieve keuzes. De oorlog in Oekraïne op het Europese continent heeft de energietransitie nog meer in een stroomversnelling gebracht. De afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (olie en gas) wordt versneld afgebouwd. Limburg verandert in rap tempo en de Supply Chain gevolgen zijn groot, niet alleen op korte termijn maar ook op langere termijn. De urgentie is hoog, we willen zowel de bereikbaarheid verbeteren als onze fysieke leefomgeving kwalitatief versterken. De transitie naar een circulaire en meer duurzame economie gaat zichtbare gevolgen hebben voor het vervoer van grondstoffen en goederen. Denk alleen al aan de hiervoor noodzakelijke fysieke infrastructuur t.b.v. windmolens, zonnepanelen, clean energy hubs, elektrisch rijden, alternatieve schone brandstoffen zoals groene waterstof of groene methanol. We gaan energie op een duurzame manier produceren en mobiliteit duurzaam faciliteren (dit betekent o.a. goederenstromen op een duurzamere manier afhandelen en afvalstromen hergebruiken als grondstoffen).

Tegelijkertijd wordt het ‘daily urban system’ steeds groter en gaat daardoor de energiebehoefte sterk toenemen en zowel de personen- als goederenmobiliteit fors groeien. De verzwaring van de elektriciteit infrastructuur is essentieel om de transities te doen slagen. Op nationaal niveau is de logistiek (als topsector) een economische factor van betekenis. Ook voor de economie in Limburg is de sector logistiek van groot strategisch belang als zelfstandige sector én als ‘enabler’ voor andere sectoren.

14

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

1. Aanleiding: waarom een nieuw Actieprogramma Goederenvervoer Limburg?

De logistieke sector zorgt voor ruim 70.000 arbeidsplaatsen in Limburg. Dat is 14% van het totaal en dit is flink hoger dan het Nederlandse gemiddelde van 9% werkgelegenheid. Het bruto regionaal product in de logistieke sector bedraagt bijna € 5,5 mld.3 De inzet is erop gericht om de relevantie van de logistiek nog groter te maken voor de regionale economie. Kansen verzilveren voor de Limburgse binnenhavens Door het Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 willen we de kansen die de circulaire economie biedt m.b.t. logistiek in Limburg benutten. Een van de kansen die we (via dit actieprogramma) willen verzilveren is het uitbouwen van de Icoonketen Chemelot Circulair Hub (CCH) als eerste grootschalige circulaire hub in Europa in 2025. De kern van CCH is dat de huidige (fossiele) grondstoffen vervangen worden door onder andere grondstoffen uit reststromen en biomassa. Dat vraagt investeren in het circulair maken van de Chemelot site. Maar het vraagt ook om andere ‘feed stock’ supply chains en logistieke concepten voor de aanvoerketens van en naar de Chemelot site. Een andere kans betreft samenwerken en partijen verbinden om te komen tot nieuwe waardeketens in de agrofoodsector. Kansen liggen o.a.

op het gebied van plantaardige teeltintensivering en ‘future farming’ en bij de ontwikkeling van sleuteltechnologieën zoals bio-raffinage, pyrolyse en enzymtechnologie, voor verwerking van organische reststromen uit landbouw (uit tuinbouw, akkerbouw en veehouderij), industrie (zoals oliën en vetten uit de voedings- en genotmiddelenindustrie), houtige biomassa en regionale reststromen. Belang van de Limburgse binnenhavens voor de circulaire economie Een ombouw naar een (zo goed als volledige) circulaire economie is afhankelijk van de Limburgse logistiek, waarbij een cruciale rol is weggelegd voor de binnenhavens. Binnenhavens zijn belangrijk voor een circulaire economie, omdat de intercontinentale handel in grondstoffen minder wordt en de Europese handel in de te recyclen producten groter wordt, terwijl de binnenhavens over de geschikte infrastructuur beschikken voor de ‘recycling’ industrie. De watergebonden bedrijven gevestigd in de Limburgse binnenhavens zijn goed voor een geschatte directe economische toegevoegde waarde van 426 miljoen euro, een geschatte indirecte toegevoegde waarde van 370 miljoen euro en voor ca. 4.500 arbeidsplaatsen4.

De Limburgse binnenhavens zijn een interessante vestigingslocatie voor circulaire activiteiten, fungeren als transportknooppunt voor volumineuze circulaire stromen en vormen een circulaire hotspot (met als clustervoordelen: grondstof- en energiekringlopen). Samen met organisaties zoals bijvoorbeeld Stichting Supply Chain Valley en BISCI wil de provincie Limburg meewerken aan de fysieke, organisatorische en digitale voorwaarden die nodig zijn om de transportstromen mogelijk te maken. Tegelijkertijd staan bij het maken van deze logistieke keuzes de kwaliteit van onze fysieke leefomgeving en onze gezondheid voorop. De financiën om deze projecten mogelijk te maken spelen hierbij uiteraard een cruciale rol.

Provincie Limburg wil samen met gemeenten en bedrijfsleven nader onderzoek doen c.q. de mogelijkheden (opnieuw) bekijken in hoeverre bestaande dikke goederenstromen, zoals bijvoorbeeld afval of bieten, van de weg naar water en/of spoor kunnen worden verschoven. Momenteel loopt er (in het kader van het MIRT goederenvervoer programma) een pilotproject om het afval per schip via de Beatrixhaven in Maastricht naar de afvalverbrandingsoven in Drenthe te vervoeren.

3, 4

15

Bron: Rapportage Toekomstbestendigheid Blueports, augustus 2021, Panteia.

Ruimtelijke uitdagingen voor de Limburgse binnenhavens De Circulaire Economie brengt grote uitdagingen met zich mee, met name op het gebied van ruimtelijke ontwikkelingen en het optimaal benutten van haventerreinen. Nog steeds worden in veel haventerreinen watergebonden kavels bezet door niet watergebonden activiteiten. Er is passend (ruimtelijk-economisch) beleid nodig om de functie van binnenhavens als circulaire transportknooppunten, opslag- en vestigingslocaties voor de circulaire industrie te accommoderen en tegelijkertijd de binnenvaart als duurzaam transport te faciliteren. Hierbij dient ook aandacht te worden besteed aan Hoogwaterbescherming van de in de havens gevestigde bedrijvigheid. Tenslotte staat de toekomst van de havens in toenemende mate onder druk door de woningbouw in of nabij de havens.

4. Overdekt laden, Wessem Port Services, Stein

16

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

1. Aanleiding: waarom een nieuw Actieprogramma Goederenvervoer Limburg?

1.3 Doelstelling Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 Toekomstperspectief Om goed te anticiperen op de continue veranderende wereld m.b.t. mobiliteit in het algemeen en goederenvervoer in het bijzonder, heeft de provincie Limburg de afgelopen tijd samen met haar (externe) partners gewerkt aan een nieuwe, op een circulaire economie gebaseerde, visie op Goederenvervoer, Supply Chain Management en Logistiek, genaamd Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030. Behalve een strategische lange termijn visie (die op basis van een analyse van de belangrijkste knelpunten de talrijke opgaven samenbrengt), bevat het plan tevens een concreet uitvoeringskader met concrete maatregelen (acties en/óf projecten) inclusief de hiervoor financiële middelen. Het hoofddoel van het Actieprogramma is om een samenhangend beeld neer te zetten van de toekomst van het Goederenvervoer, Supply Chain Management en Logistiek in Limburg. Hoe kunnen we de positie van de Limburgse Supply Chain bestendigen en verder uitbouwen c.q. optimaliseren, inclusief het hiervoor noodzakelijke budget om relevante projecten te kunnen uitvoeren. Het actieprogramma biedt op korte termijn een solide basis voor effectieve besluitvorming omtrent concrete projecten en/of initiatieven op provinciaal niveau.

Hoofddoel: Positie Limburgse Supply Chain bestendigen en versterken:

1) Strategische visie, die opgaven samenbrengt +

2) Uitvoeringskader inclusief alle concrete acties + projecten

g Basis voor besluitvorming GS en financiering

5. Doel Actieprogramma: positie Limburgse Supply Chain bestendigen en versterken

Beschikbare financiële middelen We hebben financiële middelen nodig om de gestelde doelen te kunnen bereiken. De provincie heeft voor diverse beleidsterreinen budgetten, maar deze zijn ontoereikend. We proberen zo veel mogelijk aanspraak te maken op Rijks- en Europese middelen. Voor een toelichting op de financiële middelen wordt verwezen naar hoofdstuk 5.2 (Financieel kader).

1.4 Nationaal Programma aanpak Goederenvervoercorridors Met het ‘MIRT Programma Goederenvervoercorridors’, is het Rijk samen met het Havenbedrijf Rotterdam, de Topsector Logistiek en de provincies Zuid-Holland, Gelderland, Noord-Brabant en Limburg, bezig met een nieuwe aanpak van het goederenvervoer. Hierin worden door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en bovengenoemde partijen vijf strategische pijlers onderscheiden. Provincie Limburg sluit in haar provinciaal goederenvervoerbeleid aan op dit Nationaal Programma voor goederenvervoer. De provincie voert tevens (sinds 2016) in het kader van het MIRT-Programma Goederenvervoercorridors samen met bovenvermelde partijen onderzoek uit naar gezamenlijke uitgangspunten voor een afgestemd ruimtelijk beleid met betrekking tot grootschalige logistiek.

17

Het Nationaal Programma Goederenvervoer is gebaseerd op 5 strategische pijlers: PIJLER 1 Toekomstbestendige verbindingen tussen Mainport Rotterdam en het Europese achterland

PIJLER 2 Internationale multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk

PIJLER 3 Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van strategische knooppunten

PIJLER 4 Verduurzaming van de Oost en Zuidoost Topcorridors

PIJLER 5 State of the art Digitale voorzieningen

6. De 5 strategische pijlers van het MIRT Programma Goederenvervoercorridors

De vijf pijlers van het Rijk zijn achtereenvolgens (zie onderstaand citaat uit het MIRT Programma): 1. Robuuste achterlandverbindingen | Vlotte, betrouwbare en veilige multimodale verbindingen tussen de Mainport Rotterdam en het Europese achterland faciliteren. 2. Aansluiting van knooppunten | Zorgen voor een zo optimaal mogelijke (inter)nationale multimodale bereikbaarheid van de zes strategische bovengemiddelde knooppunten Moerdijk, Tilburg, Tiel, Nijmegen, Venlo en Sittard-Geleen/Stein, naast de goede internationale bereikbaarheid van de mainport Rotterdam. 3. Ruimtelijk-economische ontwikkeling | De potentie van de Topcorridors als (logistieke) vestigingsplaats voor bedrijven nog meer benutten, door deze bedrijven zo gericht mogelijk te faciliteren binnen de mainport én de zes strategische bovengemiddelde knooppunten. 4. Verduurzaming | De afhandeling van goederenstromen op een meer duurzame manier laten plaatsvinden; zo kan de sector haar bijdrage leveren aan de klimaatafspraken én nadelige gevolgen voor de leefomgeving zoveel mogelijk beperken. 5. Digitalisering | Binnen de Mainport Rotterdam en de zes strategische bovengemiddelde knooppunten Moerdijk, Tilburg, Tiel, Nijmegen, Venlo en Sittard-Geleen/Stein ervoor zorgen dat bedrijven kunnen profiteren van de typisch Nederlandse logistieke organisatiekracht (uitstekende digitale voorzieningen en faciliteiten).

Beschikbaarheid arbeidskrachten Hoewel niet expliciet benoemd in bovenstaande 5 actielijnen is de beschikbaarheid van voldoende gekwalificeerd personeel uiteraard een essentiële voorwaarde om deze vijf actielijnen te realiseren. Er is namelijk een toenemend tekort aan geschikte arbeidskrachten. Er zijn bijvoorbeeld nu al onvoldoende chauffeurs en heftruckmachinisten beschikbaar. Daarnaast is het thema onderwijs uiteraard van groot belang. In het kader van dit Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 wordt hier echter niet dieper op ingegaan.

18

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

1. Aanleiding: waarom een nieuw Actieprogramma Goederenvervoer Limburg?

Verwezen wordt naar het economisch beleid van de provincie Limburg, waar dit thema uitgebreid aan bod komt in de Human Capital Agenda Logistiek. De hieruit voortvloeiende acties op het gebied van Onderwijs en Arbeidsmarkt zijn of worden inmiddels opgepakt door de diverse betrokken onderwijs instellingen (Fontys, UM, etc.).

Actielijn 1:

Actielijn 2:

Actielijn 3:

Actielijn 4:

Actielijn 5:

Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam en Antwerpen en Europese achterland

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

Duurzame ruimtelijkeconomische ontwikkeling van de strategische knooppunten Noord-en Zuid-Limburg

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

Vertaling van de 5 MIRT Programma actielijnen naar provincie Limburg

7. Vijf actielijnen provincie Limburg (o.b.v. MIRT Toekomstagenda Goederenvervoer 2021)

Actielijn 1

Robuuste verbindingen tussen Mainport Rotterdam/Antwerpen en Europese achterland

Actielijn 2

Multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk versterken

Actielijn 3

Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling strategische knooppunten Noord- en Zuid-Limburg

Actielijn 4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Limburgse corridors

Actielijn 5

Digitalisering (State of the art digitale voorzieningen)

1.5 Trends en ontwikkelingen in het goederenvervoer (uitdagingen voor de toekomst) De belangrijkste ontwikkeling die wereldwijd onderscheiden kan worden is de transitie van een lineaire naar een circulaire economie in combinatie met een energie- en mobiliteitstransitie. Het Europees beleid is gericht op de totstandkoming van een circulaire economie (zie ‘Actieplan Circulaire Economie 2020’). Ook het Rijksbeleid is hierop gericht. Het doel van het Rijk is om de Nederlandse economie in 2050 (vrijwel) volledig circulair te laten zijn. Tussendoel: halvering gebruik primaire abiotische grondstoffen (mineraal, fossiel en metalen) in 2030. De overgang van een lineaire naar een circulaire economie heeft consequenties voor logistieke goederenstromen op mondiaal, Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau. Op mondiaal niveau wordt het belangrijker om de reststromen in de eigen regio weer in te zetten in het productieproces. Daarnaast zal er op mondiaal niveau een trend zijn om verstoring van productieketens te voorkomen. Hoe meer controle bedrijven willen uitoefenen op de hele productieketen en/of levenscyclus van een product, hoe aantrekkelijker het wordt om dichtbij de klant te opereren (‘near-sourcing’).

Op nationaal en Europees niveau zien we dat bedrijven minder afhankelijk willen zijn van aanvoer van producten en grondstoffen uit een beperkt aantal landen, met een grote kans op verstoring van de productieketens.

19

Waarom is een circulaire economie zo belangrijk voor de logistiek in Limburg? Een circulaire economie is een kansrijke economische activiteit (en een economische (leverzekerheid en betaalbaarheid van grondstoffen), ecologisch en maatschappelijk noodzakelijke transitie): 85.000 activiteiten die in 2018 werk boden aan 420.000 werknemers in Nederland (bron: PBL) en aan 4 miljoen werknemers in de EU. ■ Energietransitie is sterk afhankelijk van zeldzame aardmetalen: batterijen bijv. ■ Ook digitale transitie kent deze sterke afhankelijkheid van zeldzame metalen ■ Drive naar korte, meer lokale ‘supply chains’ en zelfvoorzienendheid ■ Geopolitiek: zeldzame aardmetalen, dominantie China Behalve de circulaire transitie (alsmede de daaraan gerelateerde energie- en mobiliteit transities) zijn er nog belangrijke toekomstbepalende ontwikkelingen en trends voor de logistiek in Limburg. Ten 1e de ontwikkeling van een toenemende digitalisering en verdergaande robotisering van productieprocessen en distributiestromen. Digitalisering en robotisering zijn noodzakelijke ontwikkelingen om (1) de productiviteit te doen toenemen en de afhankelijkheid van de schaarse arbeid te verkleinen en (2) de efficiency van de keten toe te laten nemen en de (ecologische) impact te verkleinen. Cruciaal hierbij is het belang van het delen van data.

Open data zorgt ervoor dat de omissies in de logistieke keten beter zichtbaar worden en benut kunnen worden. Dit vergt een cultuuromslag. Tegelijkertijd moet worden vastgesteld dat bedrijven m.b.t. het delen van data hier (uit concurrentie oogpunt) gereserveerd tegenover staan. Als vertegenwoordiger van het bedrijfsleven wil Supply Chain Valley bijdragen door middel van voorlichting, uitleg, training en kennisdeling met als doel het wegnemen van de reserves die bij de ondernemingen zitten. Daar horen ook technische oplossingen bij. Zoals bijvoorbeeld federatief datadelen en blockchaintechniek. Blockchain (een nieuw soort database, waarin transacties opgeslagen kunnen worden, met als kenmerkende eigenschap dat de blokjes digitaal ‘ondertekend’ zijn door beide partijen en dat alle informatie versleuteld wordt opgeslagen) is slechts één voorbeeld van een van de vele snel opkomende technieken die onder andere bij het delen van data van groot belang kunnen zijn. Hoewel de meningen onder de experts hierover verschillen! Het omgekeerde kan namelijk ook gesteld worden. Digitalisering wordt dus steeds belangrijker voor transport en goederenvervoer. Met digitalisering krijgen (transport)ondernemers meer zicht op de vervoersstromen en kunnen vervoermiddelen beter worden ingezet, waardoor de bereikbaarheid en de duurzaamheid verbetert.

Via de Digitale Transport Strategie uit 2018 zet het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zich in om binnen 10 jaar alle data m.b.t. goederenvervoer te digitaliseren, zodat gegevens op een veilige, snelle en eenvoudige manier binnen de multimodale transportketens uitgewisseld kunnen worden. Het doel van digitalisering is de verbetering van de bereikbaarheid en vergroting van de duurzaamheid.

Intelligente Transport Systemen (ITS) Voor alle modaliteiten zullen intelligente transport systemen een belangrijke rol gaan spelen. Een voorbeeld is Platooning, waarbij onbemande voertuigen achter een bemand voertuig aan kunnen rijden. Volgens het CPB/PBL lijkt platooning toepasbaar richting 2030. In 2022 wordt echter steeds meer ingezet op connected transport. Voor de binnenvaart is autonoom varen relevant. De ICT toepassingen maken de transportsystemen meer efficiënt (minder congestie en betere planning), veiliger (minder ongelukken) en duurzamer (minder uitstoot schadelijke emissies). Bron: MIRT onderzoek Goederenvervoercorridors Oost en Zuidoost, Ministerie IenW, 2017

20

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

1. Aanleiding: waarom een nieuw Actieprogramma Goederenvervoer Limburg?

De 2e belangrijke ontwikkeling is de trend van globalisering naar glokalisering. Deze trend (die ook mede wordt aangedreven door de ontwikkeling van 3-D printen) zal naar verwachting een verschuiving te weeg brengen van de wereldwijde goederenstromen. Hoewel de impact van 3-D printen tot nu toe gering is gebleken en de ontwikkeling van 3-D printen misschien slechts (een minimale) invloed zal hebben op de wereldwijde productielocaties, moet een 3-D printer ook gevoed worden met grondstoffen, die van ver kunnen komen, waardoor andere vervoersstromen op gang (kunnen gaan) komen. De inschatting is dat er in de toekomst (wereldwijd) weer meer lokaal geproduceerd en geconsumeerd zal worden in lijn met de slogan ‘Think global, act local’. Dit onder invloed van een groter bewustzijn van zowel consument als producent inzake duurzaamheid (verkleinen van ecologische voetafdruk, meer aandacht voor dierenwelzijn en maatschappelijk verantwoord ondernemen), maar ook onder invloed van een groter bewustzijn inzake energie- en mobiliteitskosten en geopolitieke spanningen c.q. ontwikkelingen. Zeker is dat ten gevolge van bovengenoemde ontwikkelingen verschuivingen gaan optreden in de goederenstromen. Waarschijnlijk zullen hierdoor de continentale stromen relatief groter worden en de maritieme stromen relatief afnemen.

Ook door recente onverwachte ontwikkelingen, zoals de COVID-19 pandemie (met een schrijnend tekort aan mondkapjes) en de oorlog in Oekraïne (tekort aan olie en gas), zien we een verschuiving ontstaan naar de wens om meer zelfvoorzienend te zijn, om nationaal c.q. lokaal (althans dichter bij huis) te produceren én om meer strategische voorraden aan te leggen. Dit om minder afhankelijk te zijn van externe verstoringen in de supply chain. Hierdoor ziet men de laatste tijd een verschuiving optreden van het principe ‘just in time’ naar ’just in case’.

1.6 Betrokken stakeholders (intern en extern) De totstandkoming van het Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030 heeft in nauwe afstemming met andere provinciale beleidsvelden Economie, Ruimte, Wonen en Leefomgeving, Natuur etc. plaatsgevonden. Voor de realisering en uitvoering van het voorgestane beleid is afstemming met relevante stakeholders en draagvlak bij het bedrijfsleven en betrokken gemeenten eveneens van groot belang. Derhalve heeft, behalve met de gemeenten Venlo, Venray en Sittard-Geleen, ook afstemming met een aantal externe partners en/of vertegenwoordigers van het logistieke bedrijfsleven plaatsgevonden: met het Havenbedrijf Rotterdam, maar ook met (branche)organisaties zoals EVO/TLN, ELC Limburg, LIOF, Supply Chain Valley, Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI), Brightlands Campus Greenport Venlo en met de Barge- en Railterminals etc. Deze organisaties en andere (zoals LWV, Ontwikkelbedrijf Greenport Venlo en NVB) zullen wij in de uitwerking van het beleid blijven betrekken. Binnen Limburg is er sprake van meerdere organisatiestructuren, zoals bijvoorbeeld European Logistics Centre Limburg, Smart Logistics Centre Venlo (SLCV) en de samenwerking Liof-Havenbedrijf Rotterdam.

ELC LIMBURG (ELCL) is een overlegplatform van meer dan 100 organisaties, die betrokken zijn bij de Limburgse logistiek, ELCL informeert versterkt en vertegenwoordigt de logistieke sector. ‘Smart Logistics Center Venlo’ is inmiddels gefuseerd met ‘Supply Chain Valley’ en gaat verder als Stichting onder de naam ‘Stichting Supply Chain Valley’ (SSCV). Het SLCV en de Supply Chain Valley community van BISCI zijn recent samen opgegaan in de nieuwe Stichting Supply Chain Valley. Innovatieve bedrijven kunnen ondersteuning krijgen van LIOF, dat uitvoering geeft aan het MKB-breed innovatieprogramma ‘Limburg Toekomstbestendig’. TLN (Transport en Logistiek Nederland) is een ondernemersorganisatie voor de transport- en logistieke sector en werkt aan een gunstig ondernemersklimaat in Nederland en Europa. Om koploper te blijven op het gebied van (innovatieve) logistiek is hoogwaardig onderzoek naar nieuwe logistieke diensten en technieken een vereiste. Daarom ondersteunen we de doorontwikkeling van het Brightlands Institute for Supply Chain Innovation (BISCI) die hierin een spilfunctie vervult.

21

In BISCI werken de Universiteit Maastricht, Fontys Hogescholen, TNO en enkele tientallen (regionale) bedrijven samen. Door samenwerking in BISCI kunnen slimme en duurzame supply chain-innovaties onderzocht, uitgewerkt en vervolgens ook snel toegepast worden. Fontys Venlo heeft in 2022 het Supply Chain Development Center opgericht. In dit centrum zullen de studenten van Fontys in nauw contact met het bedrijfsleven aan innovatieve projecten werken.

8. Supply Chain Valley

Samenwerkingsverband Blueports Vanuit het samenwerkingsverband BluePorts (een samenwerking tussen 10 Limburgse en 6 Vlaamse havens) wordt nauw samengewerkt met de Nederlandse Vereniging van Binnenhavens (NVB). Bijvoorbeeld in het kader van duurzaamheid en digitalisering. Meer in het algemeen gaat het hierbij vooral om het leren van ‘best practices’ (ook buiten Limburg).

22

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

2 De voor goederenvervoer relevante

(internationale) beleidskaders Dit Hoofdstuk 2 bevat een overzicht van de voor goederenvervoer meest relevante (inter-)nationale en provinciale beleidskaders. Daarnaast zijn er nog een aantal provinciale reeds vástgestelde beleidskaders t.a.v. Economie, Ruimte, Mobiliteit en Natuur (stikstofproblematiek), die belangrijke consequenties (kunnen) hebben voor het goederenvervoer(beleid) van de Provincie. Denk bijvoorbeeld aan de POVI (Provinciale Omgevingsvisie Limburg), die ruimtelijk beleid formuleert t.a.v. grootschalige (logistieke) bedrijfsvestigingen. Uit oogpunt van integraliteit én volledigheid, is er voor gekozen om dit vastgesteld beleid in dit plan op te nemen, zodat de geïnteresseerde lezer deze met goederenvervoer verweven beleidsthema’s Economie, Ruimte, Mobiliteit en Natuur kan terugvinden. Voor een uitgebreide rapportage van deze voor goederenvervoer relevante en door de Staten vastgestelde (beleids-)kaders inzake Economie, Ruimte, Mobiliteit en Natuur wordt dus verwezen naar de Bijlagen 1, 2, 3 en 4.

2.1 Europees kader: EU beleid

Europees kader Nationaal kader: Rijksbeleid Goederenvervoer Provinciaal kader: Economisch beleid; Kader Circulaire Economie en MIssiegedreven Economisch Kader Ruimtelijk beleid: Provinciaal Omgevingsvisie (POVI)

Mobiliteitsbeleid: Slim, duurzaam en veilig

Natuurbeleid: Limburgse Aanpak Stikstofreductie en Natuurverbetering

9. Voor goederenvervoer meest relevante beleidskaders (Europees, nationaal en provinciaal)

EU vervoersbeleid : Veilig, duurzaam en onderling verbonden vervoer Het EU-vervoersbeleid helpt de Europese economie in beweging te blijven door middel van een modern infrastructuurnetwerk waardoor vervoer sneller en veiliger verloopt en duurzame en digitale oplossingen bevorderd worden. Vervoer is een hoeksteen van de Europese integratie en van vitaal belang voor het vrije verkeer van personen, diensten en goederen. Vervoer levert een bijdrage van 9% van de bruto toegevoegde waarde aan de economie. De EU vervoersdiensten waren in 2016 goed voor 664 miljard euro bruto toegevoegde waarde en bieden werk aan ongeveer 11 miljoen mensen. Duurzamer en innovatiever vervoer speelt een belangrijke rol in de energie- en klimaatdoelstellingen van de EU. Vervoer wordt steeds belangrijker.

23

De EU probeert een oplossing te bieden voor de problemen die daardoor ontstaan: ■ overbelasting en files: deze treffen zowel het wegennet als vliegroutes; ■ duurzaamheid: het vervoer is nog grotendeels afhankelijk van olie, wat voor het milieu en de economie onhoudbaar is; ■ luchtkwaliteit: tegen 2050 moet de EU de uitstoot door vervoer met 60% verlagen ten opzichte van 1990 en de vervuiling door voertuigen verder terugdringen; Richtlijn voor het verlagen van CO2 uitstoot door vrachtwagens5; ■ infrastructuur: de kwaliteit van de vervoersinfrastructuur is niet overal in de EU even goed; ■ mededinging: de vervoerssector in de EU krijgt te maken met steeds meer concurrentie van buiten. Behalve het algemene EU vervoersbeleid is ook sprake van specifiek Europees goederenvervoerbeleid. Gedacht moet bijvoorbeeld worden aan afspraken in het kader van het Trans European Network Transport (TEN-T), zoals het kernnetwerk goederenvervoercorridor; Europees beleid t.a.v. modal shift; de ‘European Green Deal’, zoals ‘Sustainable transport’ ofwel duurzaam transport (zie bijgevoegde figuur) en bijvoorbeeld aan zaken als de ‘CEF CALLS’ voor goederenvervoerprojecten. CEF staat voor Connecting Europe Facility, het betreft een financieringsfaciliteit voor Europese verbindingen.

Deze is vastgesteld, ter ondersteuning van projecten van gemeenschappelijk belang (dat wil zeggen van belang voor de EU als geheel) voor infrastructuur op het gebied van: vervoer; telecommunicatie; en energie.

10. Connecting Europe Facility (CEF)

De Europese Commissie ziet het creëren van efficiënte infrastructuurnetwerken voor transport en energie als een belangrijke manier om de groei te stimuleren en het vertrouwen in de interne markt van de EU te versterken.

24

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

2. De voor goederenvervoer relevante (internationale) beleidskaders

In het bijzonder verleent de CEF steun aan projecten die zijn gericht op de ontwikkeling en aanleg van nieuwe infrastructuur en diensten of de modernisering van bestaande infrastructuur en diensten. Een van de algemene doelstellingen is bijdragen tot economische groei door de ontwikkeling van moderne en goed presterende trans-Europese netwerken waarin rekening wordt gehouden met toekomstige verkeersstromen.

A new Circular Economy Action Plan Biodiversity Strategy for 2030

Transition to a Circular Econmy

• Strategy on the sustainable use of chemicals • Clean Air and Water Action Plans

Preserving Europe’s natural capital A zero pollution Europe • TBD with the commissionerdesignate

Sustainable Transport

• Revising 2030 Climate Targets • Extending ETS • Climate Pact • Climate Law • Carbon Border Tax

Achieving Climate Neutrality

• Review Energy Legislation • European Framework for gas • Review Energy Taxation directive

Farm to Fork

European Green Deal

Clean, Reliable and Affordable energy

Financing the transition

• European Investment Bank as European Climate Bank • Sustainable Europe investment Plan • Green Financing Strategy • Review Energy Taxation directive

The transformation of agriculture and rural areas

Towards a modernised and simplified CAP

Farm tot Fork Strategy

• Vison for inclusive Rural Areas • Africa Europe agenda

CAP reform proposal

Leave no one behind (Just Transition)

• Just Transition Instrument, including the Just Transition Fund • Mainstreaming the Just Transition in the MFF

11. The European Green Deal g ‘Sustainable Transport’

Een andere algemene doelstelling van de CEF is de EU te helpen om haar doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling (vermindering broeikasgasemissies met 20% ten opzichte van het niveau van 1990, toename van de energie-efficiëntie met 20% en verhoging van het aandeel van hernieuwbare energie tot 20% tegen 2020) te halen. De sector vervoer is de grootste begunstigde. In dit Actieprogramma wordt het Europese goederenvervoerbeleid kort aangestipt, als basis voor het nationale en provinciale beleid, maar wordt er inhoudelijk niet verder op ingegaan. Op een aantal plaatsen in de tekst wordt er wel naar verwezen. Voor nadere informatie over het Europese goederenvervoer beleid wordt verwezen naar de website van de EU.

25

Hieronder staan alle kernnetwerk corridors in de Europese Unie. Hiervan liggen alleen ‘North Sea Mediterranean’ (Maasroute) en ‘Rhine Alpine’ corridor’ (A67) in Limburg. Zie voor nadere informatie hoofdstuk 3.5.

Baltic Adriatic North Sea - Baltic Mediterranean Orient / East - Med Scandinavian - Mediterranean Rhine - Alpine Atlantic North Sea - Mediterranean Rhine - Danube

12. Trans European Network Transport (TEN-T)

Herziening TEN-T door Europese Commissie in eind 2021 Het vrije verkeer van goederen en personen in Europa leidt tot veel transportbewegingen over de gehele Unie. Om dit grensoverschrijdend verkeer mogelijk te maken, dienen transportverbindingen in Europa aan bepaalde eisen te voldoen en geharmoniseerd te zijn. Dit wordt nagestreefd en vastgelegd in de TEN-T verordening. De TEN-T verordening beoogt één Europees geïntegreerd multimodaal vervoersnetwerk over weg, spoor, water en lucht. Om de bestaande lappendeken van Europese wegen, spoorwegen, luchthavens en kanalen om te vormen tot een sluitend vervoersnetwerk heeft de Europese Commissie eind 2021 een nieuw concept TEN-T-netwerk opgesteld.

26

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

2. De voor goederenvervoer relevante (internationale) beleidskaders

Dit TEN-T-netwerk bestaat uit drie lagen: 1.

Het Comprehensive Network Het Comprehensive Network omvat alle bestaande en geplande vervoersinfrastructuur van het trans-Europese vervoersnetwerk. Deze laag ontsluit alle EU-regio’s. Dit netwerk moet in 2050 voltooid zijn en aan alle gestelde vereisten voldoen.

2.

Het Core Network Het Core Network is een onderdeel van het Comprehensive Network. Het verbindt de strategisch belangrijkste knooppunten van de EU met elkaar. Als ruggengraat van het multimodale vervoersnetwerk concentreert het zich op de onderdelen met de hoogste Europese toegevoegde waarde: grensoverschrijdende knelpunten en verbeteringen van de toegang tot het netwerk via intermodale knooppunten. Dit netwerk dient in 2030 afgerond te zijn en aan alle eisen als vastgelegd in de verordening te voldoen.

3.

Het Extended Core Network Het Extended Core Network is een nieuwe categorie die geïntroduceerd is bij de huidige herziening. Het is een uitbreiding van het Core Network. Ook deze laag verbindt strategisch belangrijke knooppunten van de EU met elkaar. Dit niveau dient in 2040 afgerond te zijn en aan alle eisen te voldoen.

Naast verplichting tot het realiseren van tracés en knooppunten, bestaat het TEN-T kader uit (technische) verplichtingen voor de verschillende soorten infrastructuur (weg, spoor, binnenvaart, zeevaart en lucht) en bijbehorende stedelijke knooppunten (urban nodes), (binnen)havens, treinstations en luchthavens. Verder worden er in het TEN-T voorstel nog een aantal inspanningsverplichtingen voorgeschreven voor nationale overheden. Deze verplichtingen kunnen doorwerken tot decentrale overheidslagen. De herziene TEN-T-verordening is in lijn met de ambitieuze klimaatdoelstellingen van de Europese Green Deal: de uitstoot van broeikasgassen door het vervoer tegen 2050 met 90% verminderen ten opzichte van 1990. TEN-T draagt hieraan bij door o.a. het koolstofarm maken van alle vervoerswijzen mogelijk te maken door energie-efficiëntie te stimuleren, emissiearme en emissievrije oplossingen in te voeren, waaronder waterstof- en elektriciteitsvoorzieningssystemen en andere nieuwe oplossingen zoals duurzame brandstoffen, te voorzien in de bijbehorende infrastructuur.

13. Electrisch aangedreven binnenvaartschip van het bedrijf Nedcargo

27

De blauwe lijnen tonen de waterinfrastructuur.

De groene lijnen op dit plaatje tonen de spoorinfrastructuur voor

De Maas ligt op het Core Network (dikke blauwe lijn).

goederen. De dunne groene lijnen tonen het Comprehensive Network, de geel omrande lijn het Extendend Core Network.

De groene lijnen op dit plaatje tonen de spoorinfrastructuur

De rode lijnen tonen de weginfrastructuur. De dunne rode

voor personen. Deze infrastructuur ligt in Limburg op het

lijnen tonen het Comprehensive Network, de dikke rode lijn

Comprehensive Network (dunne groene lijn).

het Core Network.

14. Overzicht van TEN-T infrastructuur (binnenvaart, spoor, weg) in Limburg

28

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

2. De voor goederenvervoer relevante (internationale) beleidskaders

Infrastructuurfonds Connecting Europe Facility Transport (CEF Transport) Daar waar de TEN-T-verordening de doelen, prioriteiten en aanpak voor het Trans-Europees Netwerk bevat, richt CEF Transport zich op de financiële kant. CEF Transport is het infrastructuurfonds om belangrijke infraprojecten financieel te ondersteunen. Subsidies voor werkzaamheden in het kader van TEN-T worden daarom uitgekeerd vanuit CEF Transport. Subsidie wordt toegekend aan projecten die op een van de drie lagen van het TEN-T netwerk liggen. Het gaat hierbij met name om projecten die ontbrekende schakels of knelpunten in het netwerk aanpakken, de (grensoverschrijdende) aansluiting verbeteren, de efficiëntie verhogen of transport verduurzamen. In de huidige budgetperiode (2021-2027) is € 25,8 miljard beschikbaar voor investeringen in het trans-Europese vervoernetwerk. Het budget binnen het huidig werkprogramma (2021-2023) is € 18,2 miljard en bevat de volgende calls: Drie calls van elk € 5,5 miljard in 2021, 2022 en 2023. Een doorlopende call van €1,5 miljard voor de Alternative Fuels Infrastructure Facility (AFIF) ter ondersteuning van infrastructuur voor alternatieve brandstoffen. De overige € 200 miljoen is gereserveerd voor technische assistentie. In de call van 2022 was er € 1,62 miljard beschikbaar voor projecten op het Core Network.

Voor projecten op het Comprehensive Network was in diezelfde call € 250 miljoen beschikbaar. De nieuwe call voor 2023 en tevens laatste call uit dit werkprogramma wordt opengesteld in september 2022. Het is nog niet bekend hoe de verdeling van de € 5,5 miljard eruit zal zien in deze nieuwe call.

2.2 Rijksbeleid goederenvervoer (Nationaal MIRT Programma Goederenvervoercorridors) De Goederenvervoeragenda schetst de agenda voor een robuust, efficiënt en duurzaam transportsysteem. Hiermee wordt de Nederlandse goederenvervoer en logistieke sector in staat gesteld z’n vooraanstaande internationale concurrentiepositie te behouden en zo mogelijk te versterken en kunnen onze handels-, productie-, overslag- en vervoersbedrijven op een duurzame wijze hun rol als pijler van de economische groei en welvaart blijven spelen. De agenda richt zich daarbij op het binnenlandse goederenvervoer en het continentale transport naar het Europese achterland via weg, water, spoor en buisleiding. Het intercontinentale transport van goederen via de zeevaart en de luchtvaart is daaraan verbonden via de zeehavens en mainport Schiphol. De Goederenvervoeragenda borgt op deze wijze de samenhang met de strategische Havennota en de Luchtvaartnota. Het continentale goederenvervoer via de lucht of via de kustvaart (‘short sea’) wordt in de Goederenvervoeragenda meegenomen vanuit het perspectief van corridorontwikkeling en multimodaliteit. Met de Goederenvervoeragenda brengt het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat tegelijkertijd een nieuwe samenhang in het goederenvervoerbeleid, waarbij het perspectief verschuift van modaliteitsgericht beleid naar integraal en multimodaal mobiliteitsgericht beleid.

Daarmee geeft de Goederenvervoeragenda invulling aan de inzet hierop in het regeerakkoord en de Schets Mobiliteit naar 2040. De ambitie van het ministerie is te komen tot een robuust, efficiënt en duurzaam transportsysteem, zodat het bedrijfsleven ook in de toekomst concurrerend kan zijn en tegelijkertijd maatschappelijke belangen geborgd worden. Om de beleidsdoelen voor bereikbaarheid, duurzaamheid en veiligheid te realiseren, is inzet van het gehele transportsysteem nodig. De Goederenvervoeragenda richt zich daarom op de prioriteiten en acties voor een integraal goederenvervoer en logistiek beleid.

29

De Goederenvervoeragenda bouwt voort op het bestaande beleid en werkt (mede) binnen die beleidskaders aan de versterking van het transportsysteem en de infrastructuur voor het goederenvervoer. Zoals eerder aangegeven vergen toekomstige uitdagingen echter additionele inzet in de vorm van een verdergaande integratie van de modaliteiten tot een efficiënt, duurzaam, robuust, transportsysteem. De agenda sluit daarbij nauw aan bij lopende integrale programma’s als Beter Benutten, Goederencorridors Zuid en Zuidoost, Topsector Logistiek en modaliteitsgerichte programma’s die het multimodale gebruik van de infrastructurele netwerken stimuleren, zoals Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer, de Quick Wins binnenvaart en de inzet op het Europese TEN-T netwerk. Daarnaast wordt direct aangesloten op de inzet op duurzame logistiek binnen het Klimaatakkoord. Om deze agenda voor een robuust, efficiënt en duurzaam transportsysteem te realiseren zet het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat in op een verdere en meer samenhangende beleidsontwikkeling binnen de volgende prioritaire thema’s: 1. 2. 3. 4.

Digitaal transport; Duurzaam goederenvervoer en logistiek; Duurzame en efficiënte stadslogistiek; Integrale goederencorridors.

Met de ‘MIRT Toekomstagenda Goederenvervoer 2021’, is het Rijk samen met de andere eerder genoemde partners bezig met een nieuwe aanpak goederenvervoer. Hierin worden door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vijf strategische pijlers onderscheiden. PIJLER 1 Toekomstbestendige verbindingen tussen Mainport Rotterdam en het achterland PIJLER 2 Internationale multimodale bereikbaarheid van het knooppuntennetwerk PIJLER 3 Duurzame ruimtelijke economische ontwikkeling van strategische knooppunten PIJLER 4 Verduurzaming van de Oost en Zuidoost Topcorridors

PIJLER 5 State of the art Digitale voorzieningen

15. De vijf strategische pijlers Rijk o.b.v. MIRT Programma Goederenvervoercorridors

Pijler 1

Toekomstbestendige achterlandverbindingen tussen Mainport Rotterdam en het achterland faciliteren

Pijler 2

Multimodale bereikbaarheid van het internationale bovengemiddelde knooppuntennetwerk versterken

Pijler 3

Duurzame ruimtelijk-economische ontwikkeling van de zes strategische knooppunten

Pijler 4

Verduurzaming van de afhandeling van de goederenstromen in de Topcorridors

Pijler 5

Zorgen voor State of the art digitale voorzieningen

30

Actieprogramma Goederenvervoer Limburg 2030

2. De voor goederenvervoer relevante (internationale) beleidskaders

In het kader van het MIRT-Programma Goederenvervoercorridors voeren de corridorpartijen voert het Rijk sinds 2016, samen met het Havenbedrijf Rotterdam en de “corridor-provincies” Zuid-Holland, Noord-Brabant, Limburg en Gelderland, onderzoek uit naar gezamenlijke uitgangspunten voor een afgestemd ruimtelijk beleid met betrekking tot grootschalige logistiek. De aangesloten bedrijven binnen de Stichting Supply Chain Valley volgt de provincie Limburg en het Rijk daarin. Ter illustratie: het landelijk programma Clean Energy Hubs, waaraan provincie Limburg deelneemt, komt voort uit deze gezamenlijke aanpak ten aanzien van goederenvervoer.

16. Bunkerstation Tullemans (CEH) Maasbracht (Slagboom en Peeters Luchtfotografie BV)

2.3 Landelijk programma Clean Energy Hubs (CEH) Het Ministerie van IenW, het Havenbedrijf Rotterdam en de gezamenlijke provincies (met uitzondering van Friesland en Groningen), hebben afgesproken een strategie op landelijke schaal te ontwikkelen voor de transitie naar duurzame brandstoffen en andere energiedragers voor beroepsgoederenvervoer over weg en water6, binnen en buiten de goederenvervoercorridors, en deze gezamenlijk uit te dragen. Onder de strategie wordt verstaan een landelijke aanpak die een provincie kan hanteren bij het lokaal of regionaal afwegen waar en waarom men een Clean Energy Hub (CEH) wil toelaten of stimuleren. In de strategie worden meegenomen de reeds in Europese context gemaakte afspraken om te komen tot duurzame tank- en bunkerstations inclusief tankstations voor waterstof en alternatieve (zonne-) brandstoffen en inclusief laadinfrastructuur, voor zowel het vervoer over water als over de weg.

CLEAN ENERGY

HUBS 6.

Een Clean Energy Hub is een vul- of laadpunt dat tenminste 2 of meer duurzame(re) brandstoffen of energiedragers verkoopt voor wegtransport of binnenvaart.

De modaliteit spoor is in de periode 2020-2021 nog niet in de landelijke strategie opgenomen, maar zal in een later vervolgstadium worden meegenomen.

31

Om de verduurzaming van het goederenvervoer over de weg en het water te bevorderen is afgesproken een nationale strategie op te stellen. Er is opdracht verleend om een evaluatie te starten van bestaande of in ontwikkeling zijnde Clean Energy Hubs in Nederland. De kennis die hierbij wordt opgedaan leidt tot nieuwe inzichten die worden gebruikt voor het opstellen van de nationale strategie. Het doel van de evaluatiepilots is om informatie te verzamelen over alle aspecten die van belang zijn om een Clean Energy Hub te kunnen ontwikkelen en financieel haalbaar te maken, zoals bijvoorbeeld leerpunten voor overheden en exploitanten, financiële en procedurele aspecten rond de ontwikkeling van een CEH, ontwikkeling van de vraag naar duurzame energiedragers, komen tot een sluitende businesscase etc. Deze aspecten kunnen gebruikt worden voor: ■ Stimuleren ontwikkeling van een strategie om de aanleg van (een landelijk dekkend netwerk van) CEH’s te bevorderen; ■ Ontwikkeling van instrumenten voor de diverse stakeholders, om vanuit hun rol CEH’s te stimuleren of te ondersteunen; ■ Communicatie over CEH’s naar overheden en bedrijven. Door deelname aan het landelijk Programma CEH wil provincie Limburg actief bijdragen aan de versnelde transitie naar een schone logistiek in Nederland en Limburg.

Een kanttekening hierbij is dat er vanuit ‘tank- en laad-infrastructuur’ en ‘motorisch’ oogpunt nog veel moet veranderen om het gebruik van alternatieve brandstoffen aantrekkelijk te maken (ter illustratie: een scheepsmotor gaat gemiddeld circa 25 tot 30 jaar mee). Supply Chain Valley heeft een project opgezet om te onderzoeken of van elke barge- en rail terminal in Limburg een Clean Energy Hub kan worden gemaakt.

17. Digitale uitnodiging Bijeenkomst Duurzame Biobrandstoffen7 op 1 juli 2021

7.

Bijeenkomst Duurzame Biobrandstoffen, 1 juli 2021, georganiseerd door de volgende partijen: Platform Duurzame Biobrandstoffen, Zuid-Limburg Bereikbaar, Slim & Schoon Onderweg Regio Arnhem-Nijmegen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12866549/1