21-04-03 Rapport verkenning luchtkwaliteit rondom Nedmag VK
Tekst van het document
Rapport luchtkwaliteit Verkennend onderzoek naar de luchtkwaliteit rondom Nedmag, Veendam, provincie Groningen
mei 2025
Colofon Dit is een uitgave van de provincie Groningen Tekst Provincie Groningen Beeld Provincie Groningen Opmaak Team Communicatie en studio Uitgave Mei 2025 Dossiernummer: K36658
Verkennend onderzoek naar de luchtkwaliteit rondom Nedmag, Veendam, provincie Groningen Rapport luchtkwaliteit
Auteurs: Richard Moes Provincie Groningen Mattijs Langelaar Provincie Groningen Nienke Langeland Provincie Groningen
Met bijdragen van: Charlotte van Leeuwen Omgevingsdienst Groningen Ruud Boonacker Omgevingsdienst Groningen Herman Brinkman Omgevingsdienst Groningen Witteveen+Bos
Datum:
mei 2025
Versie:
01
Status:
Definitief
Dossiernummer: K36658
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
3
Inhoud 1. Inleiding 9 1.1 1.2
Aanleiding: Motie 75 9 Onderzoeksmethode en afbakening
2. Verantwoording gehanteerde rekenmethodes, parameters en toetspunten 2.1
Concentratieberekeningen
9 11 11
2.2
STACKS+ 11
2.3
STACKS-G 13
2.4
Depositieberekeningen
14
3. Algemene parameters verspreidingsberekeningen
15
3.1
Uitstoothoogte 15
3.2
Pluimstijging via impuls (kinetische stijging)
3.3
Pluimstijging als gevolg van de warmte inhoud (thermische stijging) 15
15
4. Rekenpunten 16 4.1
Grid 16
4.2
Toetspunten 16
5. Parameters invoergegevens concentratieberekening Nedmag 5.1 5.2
4
Emissiepunten en bronnen
17 17
Schachtovens en DBM-koelers 18 5.2.1
Stikstofoxide (NOx)
18
5.2.2
Fijnstof emissie PM10 19
5.2.3
Fijnstof emissie PM2,5 19
5.2.4
Loodemissie 19
5.2.5
Arseenemissie 20
5.2.6
Cadmiumemissie 20
5.2.7
Gasvormige chloriden als HCl 20
5.2.8
Zwaveldioxide
20
5.2.9
Koolmonoxide
21
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.3
Calcineerovens 21 5.3.1
Stikstofoxide (NOx)
5.3.2
Fijnstof emissie PM10 22
5.3.3
Fijnstof emissie PM2,5 22
5.3.4
Loodemissie 22
5.3.5
Arseenemissie 22
5.3.6
Cadmiumemissie 23
5.3.7
Gasvormige chloriden als HCl 23
5.3.8 5.3.9 5.4
Koolmonoxide
21
23
Nikkel 23
Stoomketel, luchtverhitters met scrubbers (Calmag)
23
5.4.1
Stikstofoxide (NOx)
24
5.4.2
Fijnstof emissie PM10
24
5.4.3
Fijnstof emissie PM2,5 25
5.4.4
Loodemissie 25
5.4.5
Cadmiumemissie 25
5.4.6 5.5
Koolmonoxide
25
Stoffilters
26
5.5.1
27
Fijnstof emissie
5.6
Cv-installaties 27 5.6.1
Stikstofoxide (NOx)
28
5.7
Wegverkeer (voertuigbewegingen, koude starts en laden en lossen) 28
5.8
Noodaggregaat 33
5.9 5.10 5.11
5.8.1
Stikstofoxide (NOx)
33
5.8.2
Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide
33
Nood dieselpomp 33 Brander stoffilter
34
Scheepsverkeer incl. laden en lossen 34 5.11.1 Stikstofdioxide (NOx)
35
5.11.2 Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide
35
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5
5.12
Railverkeer 36 5.12.1 Stikstofdioxide (NOx)
36
5.12.2 Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide
36
Mobiele werktuigen
36
5.13.1 Stikstofdioxide (NOx)
37
5.13.2 Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide
37
5.13
6. Parameters invoergegevens concentratieberekening Kisuma Chemical B.V. 6.1 6.2
6.3 6.4
Emissiepunten en bronnen
38 38
Branders 38 6.2.1
Stikstofoxide (NOx)
39
6.2.2
Koolmonoxide
39
Wegverkeer (voertuigbewegingen, koude starts en laden en lossen)
39
Scheepsverkeer incl. laden en lossen 43
6.5
6.4.1
Stikstofoxide (NOx)
43
6.4.2
Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide
43
Aluminiumsulfaat
43
7. Parameters invoergegevens concentratieberekening Biovergister beheer Veendam B.V.
44
7.1 7.2
Emissiepunten en bronnen
44
Ketel 44 7.2.1
Stikstofoxide (NOx)
44
7.3
Wegverkeer (voertuigbewegingen en laden en lossen)
44
7.4
Mobiele bronnen
47
7.4.1
Stikstofoxide (NOx)
47
7.4.2
Fijnstof, zwaveloxide en koolmonoxide
47
8. Parameters invoergegevens depositieberekeningen
6
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
48
9. Piekemissies Nedmag 50 9.1
Piekemissies fijnstof calcineerovens
50
9.2
Resultaten piekemissies fijnstof calcineerovens
50
9.3
Piekemissies HCl calcineerovens 50
9.4
Resultaten piekemissies HCl calcineerovens 51
10.Resultaten van de concentratieberekeningen 10.1
52
Toelichting 52
11.Resultaten depositieberekening
54
Bijlagen Bijlage 1. Emissies Nedmag afgelopen 15 jaar
60
Bijlage 2 Emissies Kisuma 64 Bijlage 3 Invoergegevens concentratie berekeningen
65
Bijlage 4 Control files OPS berekening
92
Bijlage 5 Invoergegevens piekemissie fijnstof
94
Bijlage 6 invoergegevens piekemissie HCl 97 Bijlage 7 Rekenresulaten concentratieberekeningen
99
Bijlage 8 Contouren 113 Bijlage 9 Externe bronnen m.b.t. de achtergrond/totale depositie
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
132
7
8
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
1. Inleiding 1.1 Aanleiding: Motie 75 Op 8 november 2023 is motie 75 ‘Onderzoek lozingen en vergunningen’ ingetrokken, onder toezegging van Gedeputeerde Staten (verder: GS), dat de motie uitgevoerd wordt. In motie 75 wordt door Provinciale Staten verzocht: Om onderzoek te doen naar de wijze of en hoe verschillende giftige stoffen op elkaar reageren, waardoor er een toxicologische mix zou kunnen ontstaan en in aanvulling hierop een toxicologisch onderzoek naar de effecten van lozingen op mens, flora en fauna.
1.2 Onderzoeksmethode en afbakening De directe aanleiding voor de motie was de maatschappelijke onrust over lozingen via de Veenkoloniale Afvoerkanalen (verder: VKA) in de Waddenzee, waaronder de lozingen van Nedmag. Nedmag loost via de VKA op de Waddenzee en stoot daarnaast stoffen uit naar de lucht.
Nedmag Ons onderzoek richt zich vooral op de luchtverontreiniging door giftige stoffen die Nedmag uitstoot. In samenwerking met de GGD Groningen (verder: GGD), het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (verder: RIVM) en de Omgevingsdienst Groningen (verder: ODG) is een selectie gemaakt van stoffen die Nedmag in de lucht brengt en die mogelijk effect kunnen hebben op de leefomgeving rondom het bedrijf.
Kisuma en Biovergister Naast de emissies van Nedmag zijn ook de emissies van bedrijven op hetzelfde bedrijventerrein meegenomen: Kisuma Chemicals B.V. en Biovergister Beheer Veendam B.V.
Overzicht In dit rapport wordt een overzicht gegeven van: •
de verschillende emissiebronnen bij Nedmag, Kisuma Chemicals B.V. en Biovergister Beheer Veendam B.V.,
•
de relevante stoffen die daaruit vrijkomen (alleen stoffen die ook door Nedmag worden uitgestoten), en
•
de parameters die zijn gehanteerd bij de berekeningen.
Doel onderzoek Het doel van dit onderzoek is om de belasting – in termen van concentraties en deposities – van de volgende stoffen in beeld te brengen in de omgeving van de drie genoemde bedrijven: •
Stikstofoxide (NOx)
•
Fijnstof (PM10, PM2,5)
•
Koolmonoxide (CO)
•
Zwaveloxide (SO₂)
•
Cadmium (Cd)
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
9
•
Lood (Pb)
•
Nikkel (Ni), en
•
Arseen (As)
Bronnen die nu actief zijn De focus ligt op bronnen die op dit moment actief zijn. Bronnen die in de loop der jaren zijn gesaneerd, zijn buiten beschouwing gelaten.
Hoogste jaargemiddelde emissie Omdat feitelijke emissies per jaar kunnen fluctueren, is voor elke stof uitgegaan van de hoogste jaargemiddelde emissie van de afgelopen 15 jaar, afkomstig van de nog bestaande bronnen. De beschouwde periode loopt daarmee van 2009 tot en met 2023. Dit scenario geeft een beeld van de huidige situatie met de hoogst gemeten emissies in deze periode. Een verdere terugblik is niet zinvol, aangezien rond 2007/2008 belangrijke technische aanpassingen aan de installaties van Nedmag zijn doorgevoerd.
Milieujaarverslagen Voor de emissiegegevens is primair gebruikgemaakt van de milieujaarverslagen van de bedrijven. Deze verslagen zijn echter niet altijd volledig of eenduidig, en vereisen soms aanvullende toelichting. De verdeling van emissies over de verschillende bronnen binnen het bedrijf is bovendien in sommige jaren wel, en in andere jaren niet goed gedocumenteerd.
Aanvullende informatie Voor bronnen die niet (voldoende) zijn opgenomen in de milieujaarverslagen, is aanvullende informatie betrokken uit luchtkwaliteits-, akoestische- en stikstofonderzoeken, evenals mondelinge en schriftelijke toelichtingen van de ODG, GGD Groningen en het RIVM. Deze informatie is gebruikt om de uitgangspunten van de huidige emissiebronnen te onderbouwen.
Toelichting resultaten De resultaten van de uitgevoerde berekeningen worden in dit rapport toegelicht. Op basis hiervan zal de GGD Groningen een gezondheidskundige risicobeoordeling uitvoeren.
10
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
2. Verantwoording gehanteerde rekenmethodes, parameters en toetspunten 2.1 Concentratieberekeningen De concentratieberekeningen zijn uitgevoerd met de, op het moment van het opstellen van dit rapport, meest recente versie van het computerprogramma Geomilieu versie 2024.1, waarin de rekenmodellen STACKS+,STACKS-G versie 2024.1 en Preprocessor Standaard Rekenmethoden (verder: PreSRM) versie 2.4.0.1 zijn geïmplementeerd. Deze versie van Geomilieu bevat de achtergrondconcentraties en de meteorologische data van 1995 tot en met 2023. Geomilieu bevat het zogeheten Nieuwe Nationale Model (verder: NNM), het gangbare model in Nederland voor het berekenen van de verspreiding van stoffen via de lucht. Het NNM houdt onder andere rekening met de hoogte van schoorstenen, de stijging van de uitstoot door de uitstootsnelheid (impulsstijging) en de stijging veroorzaakt door warmte (pluimstijging). Hoe hoger de schoorsteen en hoe sterker de pluimstijging, des te gunstiger de verspreiding van de stoffen in de lucht. In de berekeningen kiest het NNM automatisch de meest gunstige waarde van beide vormen van stijging. De meteorologische gegevens die het model gebruikt, zijn uurgemiddelden van onder andere windrichting, windsnelheid, zoninstraling en temperatuur.
2.2 STACKS+ Met STACKS+ zijn de volgende stoffen berekend: •
Stikstofoxide (NOx)
•
Fijnstof (PM10 en PM2,5)
• • •
Zwaveldioxide (SO2)
Koolstofmonoxide (CO)
Lood (Pb)
Short Term Air-pollutant Concentrations KEMA modelling System (verder: STACKS+) is een goedgekeurd rekenmodel door het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (verder: Ministerie van I&W) voor het uitvoeren van de standaard rekenmethodes 1, 2 en 3 (verder: SRM). STACKS+ beschrijft het transport en de verdunning van stoffen in de atmosfeer op basis van het Gaussisch Pluimmodel. De rekenmethoden zijn gebaseerd op de meest recente inzichten over de meteorologische beschrijving van turbulentie, de atmosferische gelaagdheden en de wind in de atmosfeer, de zogenaamde grenslaag.
Referentiejaar Omdat niet voor alle stoffen met een 10-jarig meteo set (2005-2014) gerekend kan worden is ervoor gekozen om één vast rekenjaar aan te houden voor de berekeningen met STACKS+. In Geomilieu versie 2024.1 is 2023 het meest recente meteojaar dat gebruikt kan worden. Er is bewust kozen voor dit meest recente meteojaar, zodat ook gerekend is met de meest recente achtergrondconcentratie.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
11
Achtergrondconcentraties Voor een aantal stoffen (stikstof, fijnstof, zwavel, koolmonoxide en lood) bevat Geomilieu STACKS+ achtergrondconcentraties. Deze achtergrondconcentraties zijn afkomstig vanuit de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (verder: GCN).
Grootschalige Concentratiekaarten Nederland Deze kaarten zijn gebaseerd op een combinatie van modelberekeningen en metingen en geven een grootschalig beeld van de luchtkwaliteit en depositie in Nederland zowel voor jaren in het verleden als voor jaren in de toekomst. De nieuwe concentratiekaarten worden ieder jaar beschikbaar gesteld op of rond de vaste datum van 15 maart. Voor het opstellen van de GCN-kaarten wordt gebruik gemaakt van emissiecijfers afkomstig uit de Emissieregistratie, waarin zowel de opgaven van grote bedrijven zijn verwerkt als de verspreide emissies voor onder andere verkeer, landbouw en huishoudens. Dit betekent dat de emissies van Nedmag, zoals Nedmag dit jaarlijks doorgeeft door middel van het milieujaarverslag, al zijn opgenomen in de achtergrondconcentraties. Doordat de GCNkaarten worden berekend met een grid van 1 bij 1 kilometer worden concentratietoenames gemiddeld en uitgesmeerd over een kilometervak en vallen lokale pieken weg.
Achtergrondconcentratie lood Tot en met het jaar 2009
Zoals in de voorgaande alinea is toegelicht, bevat Geomilieu een achtergrondconcentratie voor lood. Deze waarden zijn echter sinds 2009 niet meer geactualiseerd. Er zijn sindsdien geen nieuwe GCN-kaarten voor lood ontwikkeld. Dat betekent dat Geomilieu nog altijd gebruikmaakt van data uit 2009, waarbij de gemiddelde achtergrondconcentratie in Nederland – en dus ook in Groningen – werd vastgesteld op 0,007 microgram per kubieke meter (oftewel 7 nanogram/ m³). Recente inzichten
Op basis van recente inzichten weten we dat deze waarde inmiddels verouderd is. Sinds 2009 zijn de jaargemiddelde concentraties van lood in de lucht aanzienlijk gedaald. De gemeten waarden liggen inmiddels ruim onder de Europese kwaliteitsdoelstellingen, zoals geïllustreerd in figuur 1.
12
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
Figuur 1: Concentratie lood in lucht (Bron: Compendium voor de Leefomgeving)
Het jaar 2019
In 2019 bedroeg de gemeten regionale jaargemiddelde loodconcentratie 0,00366 microgram/ m³ (oftewel 3,66 nanogram/m³). Deze waarde komt overeen met de jaargemiddelden van de vijf voorafgaande jaren. De cijfers zijn gebaseerd op metingen van enkele regionale luchtmeetstations. Worstcasescenario (hoogste jaargemiddelde emissie)
In dit onderzoek hanteren wij een ‘worstcasescenario’, waarbij wordt gerekend met de hoogste emissies van de afgelopen 15 jaar. Omdat lood mogelijk een gezondheidsrisico kan vormen, is ervoor gekozen voorlopig uit te gaan van de oorspronkelijke achtergrondconcentratie van 0,007 microgram/m³. Indien uit de gezondheidskundige risicobeoordeling blijkt dat deze waarde aanleiding geeft tot een gezondheidsrisico, kan alsnog worden overgestapt op de meest recente meetgegevens van 0,00366 microgram/m³. Dubbeltelling
We hebben uitgebreid onderzocht of het mogelijk is om de emissies van de onderzochte bedrijven uit de GCN-kaart te halen. We komen tot de conclusie dat het voor ons niet mogelijk is een dubbeltellingcorrectie uit te voeren. De berekende totaal concentraties (achtergrond + lokale bijdrage van de onderzochte bedrijven) kunnen daarmee worden beschouwd als worstcasesituatie.
2.3 STACKS-G Met STACKS-G zijn de volgende stoffen berekend: •
Arseen
•
Cadmium
•
Gasvormige chloriden als HCl
•
Nikkel
STACKS-G is de module om verspreidingsberekeningen geur met percentielwaardenuitvoer te doen. Deze module is een implementatie van het NNM/SRM3 (Nieuwe Nationaal Model/ Standaard rekenmethode 3) en ondersteunt twee componenten: geur en inert gas. Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
13
‘Inert’ stof
De stoffen zijn in de verspreidingsberekeningen beschouwd als ‘inert stof’. Dat houdt in dat de jaargemiddelde concentratie berekend wordt zonder verliesfactoren zoals depositie en chemische omvormingen. Referentiejaar
Voor arseen, cadmium, nikkel en gasvormige chloriden als HCl is een modelmatige berekening gemaakt met Stacks-G. Hiervoor is de meteodata van de periode 2005-2014 gebruikt.
2.4 Depositieberekeningen De provincie Groningen heeft Witteveen+Bos gevraagd om deze depositieberekeningen uit te voeren. De depositieberekeningen zijn uitgevoerd met de meest recente versie van OPS-pro (versie 5.1.2.0). OPS is een rekenprogramma van het RIVM om de verspreiding van verontreinigende stoffen in de lucht te simuleren. Daarnaast berekent het model hoeveel van die stoffen op de bodem of gewas terechtkomt (depositie). Het model wordt sinds 1989 gebruikt om de relatie tussen de uitstoot van stoffen in Europa enerzijds, en de concentratie of depositie van die stoffen anderzijds, op de schaal van Nederland te bepalen. Met OPS is de depositietoename van de volgende stoffen berekend: •
Lood
•
Cadmium
•
Arseen
•
Nikkel
Voor elk metaal is een aparte depositieberekening gedaan. Lood, arseen en cadmium kunnen elk specifiek worden gekozen als stof, maar het model geeft nikkel niet als mogelijkheid. Uit een controleberekening blijkt dat de resultaten gelijk blijven als dezelfde emissiefile voor lood of cadmium of arseen wordt gebruikt. De zware metalen hebben derhalve hetzelfde verspreidingsgedrag1. Daarom is gekozen om bij de berekeningen van nikkel dit in het model als een ander metaal in te voeren (c.q. cadmium)2. De depositie wordt door OPS berekend als droge en natte depositie. In dit onderzoek wordt de totale depositie berekend (droog en nat opgeteld). Als rekengrid is een resolutie van 33 x 33 meter gehanteerd, met het middelpunt op de bedrijfslocatie. Dit sluit zoveel mogelijk aan op het grid dat is gebruikt in de eerder genoemde concentratieberekeningen met het model Geomilieu. Referentiejaar Voor lood, cadmium, arseen en nikkel is een modelmatige berekening gemaakt met OPS. Er is meteorologische data gebruikt van 2005-2014 en de zogenoemde terreinruwheid is gebaseerd op het LGN2020 model3.
1
Dit is soms wel het geval bij andere stoffen, zoals NH3 dat wel tot andere uitkomsten leidt bij eenzelfde emissiefile.
2
In de documentatie van het OPS model (Description of OPS 5.1.1.0, RIVM, 2023-07-05) wordt ook bevestigd dat nikkel hetzelfde patroon van deeltjesgrootte
heeft (zware metalen zijn vaak verbonden aan andere deeltjes in aerosolen) als de andere drie zware metalen. 3
Het Landelijk Grondgebruiksbestand Nederland (LGN2020) is een kaart van Nederland met daarin het landgebruik, op basis waarvan de waarden voor de
ruwheidslengte worden vastgesteld.
14
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
3. Algemene parameters verspreidingsberekeningen Van een emissie via een schoorsteen is het van belang welke uitstoothoogte en pluimstijging deze emissie heeft. Het verschijnsel pluimstijging bestaat uit twee componenten, een thermische component en een impulscomponent. De effecten van schoorsteenhoogte en pluimstijging wordt in de volgende subparagrafen uitgelegd.
3.1 Uitstoothoogte De uitstroomhoogte van een emissiebron is in hoge mate bepalend voor het effect op de luchtkwaliteit op leefniveau. De algemene stelregel is dat hoe hoger het emissiepunt is, hoe lager de concentratietoename op leefniveau is. Daarbij spelen de lokale obstakels ook een rol. Een obstakel kan ervoor zorgen dat er een lijwervel ontstaat waardoor de concentraties in de lucht toenemen. Een lijwervel wordt wel gedefinieerd als:
“Verticale wervelingen aan de lijzijde van een bergrug bij een luchtstroming die daar dwars op staat. Achter de bergrug komen dan lijn golven voor, vergelijkbaar met watergolven op een meer, met een golflengte van enkele honderden meters. In de toppen van de golven kan de karakteristieke lenticularis bewolking ontstaan”4. Bij gebouwen komt dit fenomeen ook voor. Als het emissiepunt hoger is dan 2,5x de hoogte van het obstakel, is het effect van de lijwervel niet meer aanwezig.
3.2 Pluimstijging via impuls (kinetische stijging) Doordat de afgassen met een bepaalde snelheid de schoorsteen verlaten, stijgen de afgassen nog een stuk door. Dit varieert met de uittreedsnelheid en de windsnelheid van dat moment en bedraagt enkele meters tot tientallen meters.
3.3 Pluimstijging als gevolg van de warmte inhoud (thermische stijging) Door de warmte-inhoud van de afgassen kan de pluim een veel groter stijgvermogen bevatten dan bij een hogere snelheid van het rookgas wat zorgt voor impulsstijging. Het stijgvermogen kan oplopen tot honderden meters voor grote bronnen zoals energiecentrales.
4
Bron: https://www.encyclo.nl/begrip/lijwervel#:~:text=Lijwervel%20definities&text=Verticale%20wervelingen%20aan%20de%20lijzijde,golflengte%20
van%20enkele%20honderden%20meters.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
15
4. Rekenpunten 4.1 Grid Om een goed beeld te krijgen van de verspreiding van stoffen is gekozen om een groot rekengrid over het gebied te trekken (afstand tussen de gridpunten 100m x 100m) met daar binnen ten oosten en westen een fijner grid (afstand tussen de gridpunten 33m x 33m) voor een verfijnd resultaat. Dit grid is een ontvanger met een verzameling gridpunten waarop de resultaten worden berekend, waarna contouren van deze resultaten kunnen worden getoond. De gridpunten liggen altijd orthogonaal ten opzichte van elkaar en worden beschreven door de onderlinge afstand tussen de gridpunten in de X-richting en de Y-richting5. De rekenhoogte voor gridpunten bedraagt altijd 1,5m.
4.2 Toetspunten Op basis van de contouren die volgen uit de berekening op alle gridpunten zijn toetspunten gelegd bij de hoogst belaste woningen binnen het gebied. De rekenhoogte van de toetspunten sluit aan bij de rekenhoogte die is gebruikt voor de gridpunten (1,5m). In figuur is een overzicht weergegeven van de ligging van het grid en de toetspunten ten opzichte van Nedmag, Kisuma Chemicals B.V. en Biovergister Beheer Veendam B.V.
Figuur 2: Overzicht ligging grid (oranje) en toetspunten (rood) t.o.v. de bedrijven (geel)
5
16
https://help.dgmr.nl/gn/v2021/100700.html
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5. Parameters invoergegevens concentratieberekening Nedmag Bij het selecteren van data als input voor de berekeningen heeft het einddoel centraal gestaan om de GGD te kunnen voorzien van resultaten uit concentratieberekeningen en depositieberekeningen, zodat zij op basis van deze berekeningen een gezondheidskundige risicobeoordeling uitvoert. Daarom is gekozen om voor de aanwezige emissiebronnen per stof een scenario door te rekenen met de hoogste emissie van de afgelopen 15 jaar.
5.1 Emissiepunten en bronnen Bij Nedmag bevinden zich een aantal verschillende installaties van waaruit emissies naar de lucht plaatsvinden. Het bedrijf heeft twee schachtovens, twee calcineerovens en twee DBMkoelercyclonen. Binnen het bedrijf is er een apart gedeelte - Calmag - waar calciumchloride wordt gemaakt. Hier bevinden zich een stoomketel en luchtverhitters/scrubbers. Naast deze grote bronnen zijn er nog veel kleinere bronnen waaronder laad- en losactiviteiten. De volgende tabel geeft een overzicht van alle bronnen van Nedmag:
Bron
Schoorsteen
Schachtovens (2x)
A3002
DBM-koelercyclonen (2x)
A3002
Calcineerovens (2x)
A3001
Stoomketel Calmag
Calmag
Luchtverhitters - scrubbers Calmag (2x2)
Calmag
Stoffilters
N.v.t.
Cv-installaties
N.v.t.
Vrachtverkeer
N.v.t.
Personenverkeer
N.v.t.
Koude starts lichte motorvoertuigen
N.v.t.
Laden en lossen vrachtwagens
N.v.t.
Noodaggregaat
N.v.t.
Nood dieselpomp
N.v.t.
Brander stoffilter
N.v.t.
Scheepsverkeer (Laden en lossen schip)
N.v.t.
Laden en Lossen schip kade
N.v.t.
Railverkeer
N.v.t.
Mobiele werktuigen
N.v.t.
Tabel 1: Overzicht emissiebronnen en schoorstenen Nedmag
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
17
5.2 Schachtovens en DBM-koelers De schachtovens en DBM-koelers komen samen uit op één schoorsteen (A3002) die twee pijpen bevat: de A3002a voor de schachtoven en DBM-koeler van de 3100 lijn en de A3002b voor de schachtoven en DBM-koeler van de 3200 lijn. De luchtstromen van een schachtoven en DBM-koeler worden na het meetpunt van beide emissiebronnen samengevoegd. Door het samenvoegen van verschillende luchtstromen in de schoorstenen zijn de karakteristieken van de afgasstromen in de schoorsteen anders dan die bij de bron, bijvoorbeeld voor wat betreft de diameter van de pijp en de temperaturen. Het debiet en de temperatuur variëren afhankelijk van de situatie. De schoorsteen met 2 pijpen kan op 2 verschillende manieren gemodelleerd worden: •
Als 1 puntbron waarbij beide gelijktijdig optreden, waardoor ze samen reageren en de warmtemissie bij elkaar wordt opgeteld en er gerekend moet worden met een fictieve diameter om de uittreesnelheid gelijk te houden.
•
Als 2 aparte emissiebronnen, waarbij de totale emissie gedeeld moet worden.
Zowel een grotere warmte-inhoud als een hogere uittreesnelheid leiden tot verspreiding over grotere afstand en een lagere concentratie in de nabijheid van de bron, waarbij de grotere warmte-inhoud bepalender is. In dit onderzoek is daarom gekozen om het als 2 aparte emissiebronnen te beschouwen met beide 50% van de totale emissie. De volgende tabel geeft een overzicht van de bronkenmerken van de schoorsteen waarmee in dit onderzoek de verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd:
A3002a
A3002b
Bron informatie
Hoogte (m)
50
50
Lk onderzoek 2006
Diameter (m)
1,04
1,04
Lk onderzoek 2006
Temperatuur (°C)
170
170
Lk onderzoek 2006
Debiet (Nm³/uur)
24.000
24.000
Meetrapporten
Uittrede debiet (Nm³/s)
6,67
6,67
Uitrekenen (24.000/3600)
Uittrede snelheid (m/s)
12,7
12,7
Geomilieu
Tabel 2 : Parameters schachtovens
5.2.1 Stikstofoxide (NOx) Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste NOx-emissie bij Nedmag plaats vond in 2012: 450.292 kg6. Hiervan was 11.027 kg afkomstig van de Calmag afdeling (de stoomketel en luchtverhitters) en de overige 439.265 kg kwam uit de schachtovens en calcineerovens7. De schachtovens zijn verantwoordelijk voor verreweg het grootste deel van de NOx emissie van Nedmag. De exacte verdeling tussen de schachtovens en de calcineerovens is voor het jaar 2012 niet bekend. Uit het stikstofonderzoek van Nedmag van 25 april 2024 is af te leiden dat de NOx-emissie uit de schachtovens 87% van de totale vergunde NOx-emissie betreft. Op basis van de emissie uit 2012 leiden de schachtovens tot een maximale NOxemissie van 380.054 kg per jaar.
18
6
Zie bijlage 1.
7
Merk op dat overige NOx emissies zoals van vrachtverkeer in milieujaarverslagen over het algemeen niet zijn opgegeven.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.2.2 Fijnstof emissie PM10 Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste totaal fijnstof-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 36.539 kg8. In het milieujaarverslag heeft Nedmag fijnstof gespecificeerd tussen PM10 en PM2,5. De totale hoeveelheid fijnstof PM10 van Nedmag was in 2018: 32.435kg9. Hiervan was 9.159 kg afkomstig van de Calmag afdeling (de stoomketel en luchtverhitters) en de overige 23.276 kg kwam uit de schachtovens en calcineerovens. De ODG heeft een verdeling van de stofbronnen uit het jaar 2022 aangeleverd. Deze is omgerekend naar de verdeling tussen de schachtovens, DBM-koelers en de calcineerovens. De schachtovens en DBM-koelers zijn verantwoordelijk voor 44% van de totale emissie. Op basis van de emissie uit 2018 leiden de schachtovens en DBM-koelers tot een maximale fijnstof PM10-emissie van 10.241kg.
5.2.3 Fijnstof emissie PM2,5 Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste totaal fijnstof-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 36.539 kg. In het milieujaarverslag heeft Nedmag fijnstof gespecificeerd tussen PM10 en PM2,5. De totale hoeveelheid fijnstof PM2,5 van Nedmag was in 2018: 26.091kg10. Hiervan was 8.002 kg afkomstig van de Calmag afdeling (de stoomketel en luchtverhitters) en de overige 18.089 kg kwam uit de schachtovens en calcineerovens. De ODG heeft een verdeling van de stofbronnen uit het jaar 2022 aangeleverd. Deze is omgerekend naar de verdeling tussen de schachtovens, DBM-koelers en de calcineerovens. De schachtovens en DBM-koelers zijn verantwoordelijk voor 44% van de totale emissie. Op basis van de emissie uit 2018 leiden de schachtovens en DBM-koelers tot een maximale fijnstof PM2,5-emissie van 7.959kg.
5.2.4 Loodemissie Uit de milieujaarverslagen volgt dat lood voor het eerst is gerapporteerd in het verslag van 2020. Voor die tijd was niet bekend dat lood geëmitteerd werd en zijn geen metingen uitgevoerd. Het is echter waarschijnlijk dat er ook vóór 2020 lood geëmitteerd werd naar de lucht. Aan de hand van de analyse van de grondstof, Dolime, wordt verwacht dat deze waarden niet veel zullen afwijken van de waarde in 2020. Uit de milieujaarverslagen volgt dat hoogste gerapporteerde loodemissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2021: 287 kg11. De emissie uit de verschillende bronnen is goed bekend. De ODG heeft een verdeling van de loodbronnen uit het jaar 2021 aangeleverd. Daarbij is opgemerkt dat een emissie van 1,05 kg lood uit de DBM-koelercyclonen per abuis niet in het milieujaarverslag is meegenomen. De emissie was dus eigenlijk 288 kg. Opgemerkt moet worden dat in 2024 is vastgesteld dat lood ook nog in beperkte mate vrijkomt uit de scrubbers van Calmag. De emissie was dus feitelijk nog iets hoger (ordegrootte 1 kg). De schachtovens en DBM-koelers zijn verantwoordelijk voor 283,88 kg van de totale emissie van 2021. In 2024 zal er wederom een aanzienlijke loodemissie zijn. Wel wordt er dit jaar steeds met maar 1 lijn geproduceerd waardoor de emissie eerder in de ordegrootte van 2023 ligt dan in die van 8
Dit volgt uit het gespecificeerde milieujaarverslag
9
Zie bijlage 1
10
Dit volgt uit het gespecificeerde milieujaarverslag
11
Zie bijlage 1.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
19
2021. Vanaf 2025 zal de loodemissie sterk afnemen omdat er een filter wordt geplaatst bij de schachtovens. Er zal dan wel nog steeds een emissie van lood zijn maar de totale jaarvracht vanuit het bedrijf ligt dan naar verwachting in de ordegrootte van 10-15 kg per jaar.
5.2.5 Arseenemissie Uit de milieujaarverslagen volgt dat arseen slechts 2 jaren is gerapporteerd, namelijk in 2021 en in 2023. Net als voor lood was het voor 2020 niet bekend dat er een emissie was van arseen. Voor beide jaren zaten de emissies ruim onder de drempelwaarde van het milieujaarverslag. Uit de milieujaarverslagen volgt dat hoogste gerapporteerde arseenemissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2023: 1,74 kg12. De ODG heeft een verdeling van de arseenbronnen uit het jaar 2021 aangeleverd. De schachtovens zijn verantwoordelijk voor 82,96% van de totale emissie (1,446 kg). Bij de DBM-koelers is arseen niet gedetecteerd. Dit geldt ook voor de scrubbers bij Calmag.
5.2.6 Cadmiumemissie Uit de milieujaarverslagen volgt dat cadmium voor het eerst is gerapporteerd in het verslag van 2020. Net als voor lood en arseen was het voor 2020 niet bekend dat er een emissie naar de lucht plaatsvond. Uit de milieujaarverslagen volgt dat de hoogste gerapporteerde cadmiumemissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2021: 6,9 kg13. De ODG heeft aangegeven dat de DBM-koelers niet altijd zijn meegenomen in het totaal. Bovenop de 6,9 kg die is gerapporteerd in het milieujaarverslag komt nog 0,56 kg vanuit de DBM-koelers. Dit geeft een totaal van 7,44 kg cadmium in 2021. De ODG heeft een verdeling van de cadmiumbronnen uit het jaar 2021 aangeleverd. Opgemerkt moet worden dat in 2024 is vastgesteld dat cadmium ook nog in beperkte mate vrijkomt uit de scrubbers van Calmag. Dit wordt behandeld verderop in dit document.
5.2.7 Gasvormige chloriden als HCl Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2022: 40.211 kg14.Vóór 2022 was de veronderstelling dat er alleen een beperkte emissie van HCl plaatsvond uit de schachtovens. De opgegeven emissies in de milieujaarverslagen lagen bijna altijd ruim onder de 1000 kg. In 2022 bleek dat er ook sprake is van een emissie van HCl uit de calcineerovens. Daarbij vinden ook grote pieken in de emissie plaats. Die pieken kwamen in 2022 ook relatief vaak voor, met een grote jaarvracht tot gevolg. De ODG heeft een verdeling van de bronnen uit het jaar 2022 aangeleverd. Daarbij heeft de ODG opgemerkt dat de opgegeven emissie van 40.211 kg alleen de emissie van de calcineerovens betreft en dat de emissie van 152 kg uit de schachtovens per ongeluk niet was meegenomen in het totaal.
5.2.8 Zwaveldioxide Uit de emissiejaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2011: 11.651 kg15. Alle emissie komt uit de schachtovens.
20
12
Zie bijlage 1.
13
Zie bijlage 1
14
Zie bijlage 1
15
Zie bijlage 1
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.2.9 Koolmonoxide Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste koolmonoxide emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 647.364 kg16. Van deze totale emissie hebben we de emissie van de installaties van Calmag (81.928 kg) afgehaald. De overige 565.436 kg is afkomstig van de calcineerovens en schachtovens. Er is van recente jaren geen heel duidelijke onderverdeling bekend tussen de schachtovens en de calcineerovens. Er wordt in het milieujaarverslag van 2018 een standaardverdeling van 80-20 aangehouden. Op basis van de Nedmag emissie uit 2018 leiden de schachtovens met de 80% verdeling tot een maximale koolmonoxide emissie van 452.349 kg.
5.3 Calcineerovens De afgassen van de calcineerovens komen na het emissiemeetpunt samen uit op één schoorsteen: de A3001. Door het samenvoegen van verschillende luchtstromen in de schoorstenen zijn de karakteristieken van de afgasstromen in de schoorsteen anders dan die bij de bron, bijvoorbeeld voor wat betreft de diameter van de pijp en de debieten. De volgende tabel geeft een overzicht van de bronkenmerken van de schoorsteen waarmee in dit onderzoek de verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd. Daarbij wordt aangenomen dat twee calcineerovens tegelijkertijd in werking zijn en dus samen de rookgassen in de schoorsteen vormen. Calcineerovens (A3001)
Bron informatie
Hoogte (m)
50
Lk onderzoek 2006
Diameter (m)
1,99
Lk onderzoek 2006
Temperatuur (°C)
180
Lk onderzoek 2006 (gemiddeld)
Uittrede debiet (Nm³/uur)
60.000
Meetrapporten (afgerond gemiddelde)
Uittrede debiet (Nm³/s)
16,7
Uitrekenen (60.000/3600)
Uittrede snelheid (m/s)
8,9
Geomilieu
Tabel 3 : Parameters Calcineerovens
5.3.1 Stikstofoxide (NOx) Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste NOx-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2012: 450.292 kg. Hiervan was 11.027 kg afkomstig van de installaties van Calmag (de stoomketel en luchtverhitters) en de overige 439.265 kg uit de schachtovens en calcineerovens. De exacte verdeling tussen de schachtovens en calcineerovens is voor het jaar 2012 niet goed bekend. Uit het stikstofonderzoek van Nedmag van 25 april 2024 is af te leiden dat de NOx-emissie uit de calcineerovens 13% van de totale vergunde NOx-emissie betreft. Op basis van de emissie uit 2012 leiden de calcineerovens tot een maximale NOx-emissie van 59.211 kg.
16
Zie bijlage 1.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
21
5.3.2 Fijnstof emissie PM10 Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste fijnstof-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 36.539 kg. In het milieujaarverslag heeft Nedmag fijnstof gespecificeerd tussen PM10 en PM2,5. De totale hoeveelheid fijnstof PM10 van Nedmag was in 2018: 32.435kg. Hiervan was 9.159 kg afkomstig van de Calmag afdeling (de stoomketel en luchtverhitters) en de overige 23.276 kg kwam uit de schachtovens en calcineerovens. De ODG heeft een verdeling van de stofbronnen uit het jaar 2022 aangeleverd. Deze is omgerekend naar de verdeling tussen de schachtovens, DBM-koelers en de calcineerovens. De calcineerovens zijn verantwoordelijk voor 56% van de totale emissie. Op basis van de emissie uit 2018 leiden de calcineerovens tot een maximale fijnstof PM10-emissie van 13.035kg.
5.3.3 Fijnstof emissie PM2,5 Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste fijnstof-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 36.539 kg. In het milieujaarverslag heeft Nedmag fijnstof gespecificeerd tussen PM10 en PM2,5. De totale hoeveelheid fijnstof PM2,5 van Nedmag was in 2018:26.091kg. Hiervan was 8.002 kg afkomstig van de Calmag afdeling (de stoomketel en luchtverhitters) en de overige 18.089 kg kwam uit de schachtovens en calcineerovens. De ODG heeft een verdeling van de stofbronnen uit het jaar 2022 aangeleverd. Deze is omgerekend naar de verdeling tussen de schachtovens, DBM-koelers en de calcineerovens. De calcineerovens zijn verantwoordelijk voor 56% van de totale emissie. Op basis van de emissie uit 2018 leiden de calcineerovens tot een maximale fijnstof PM2,5-emissie van 10.130kg.
5.3.4 Loodemissie Uit de milieujaarverslagen volgt dat lood voor het eerst is gerapporteerd in het verslag van 2020. Het is waarschijnlijk dat er ook vóór 2020 lood geëmitteerd werd naar de lucht. Aan de hand van de analyse van de grondstof, Dolime, wordt verwacht dat deze waarden niet veel zullen afwijken van de waarde in 2020. Uit de milieujaarverslagen volgt dat hoogste gerapporteerde loodemissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2021: 287 kg. De emissie uit de verschillende bronnen is goed bekend. De ODG heeft een verdeling van de loodbronnen uit het jaar 2021 aangeleverd. De calcineerovens waren in 2021 verantwoordelijk voor een loodemissie van 4,23 kg.
5.3.5 Arseenemissie Uit de milieujaarverslagen volgt dat arseen slechts 2 jaren is gerapporteerd, namelijk in 2021 en in 2023. Voor beide jaren zaten de emissie ruim onder de drempelwaarde van het milieujaarverslag. Uit de milieujaarverslagen volgt dat hoogste gerapporteerde arseenemissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2023: 1,74 kg. De ODG heeft een verdeling van de arseenbronnen uit het jaar 2021 aangeleverd. De calcineerovens waren in 2023 verantwoordelijk voor een arseenemissie van 0,297 kg.
22
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.3.6 Cadmiumemissie Uit de milieujaarverslagen volgt dat cadmium voor het eerst is gerapporteerd in het verslag van 2020. Uit de milieujaarverslagen volgt dat hoogste gerapporteerde cadmiumemissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2021: 6,9 kg. De ODG heeft aangegeven dat de DBMkoelers niet altijd zijn meegenomen in het totaal. Bovenop de 6,9 kg die is gerapporteerd in het milieujaarverslag komt nog 0,56 kg vanuit de DBM-koelers. In 2024 is vastgesteld dat er ook nog een emissie van cadmium plaatsvindt uit de scrubbers van Calmag. Die zijn ook niet meegenomen in het totaal. De ODG heeft een verdeling van de cadmiumbronnen uit het jaar 2021 aangeleverd. De calcineerovens hebben in 2021 een cadmiumemissie van 1,13 kg gehad.
5.3.7 Gasvormige chloriden als HCl Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2022: 40.211 kg. Vóór 2022 was de veronderstelling dat er alleen een beperkte emissie van HCl plaatsvond uit de schachtovens. In 2022 bleek dat er ook sprake is van een emissie van HCl uit de calcineerovens. Daarbij vinden ook grote pieken in de emissie plaats. Die pieken kwamen in 2022 ook relatief vaak voor, met een grote jaarvracht tot gevolg. De ODG heeft een verdeling van de bronnen uit het jaar 2022 aangeleverd. De opgave van 40.211 kg was volledig voor rekening van de calcineerovens.
5.3.8 Koolmonoxide Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste koolmonoxide emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 647.364 kg. Van deze totale emissie hebben we de emissie van de installaties van Calmag (81.928 kg) afgehaald. De overige 565.436 kg is afkomstig van de calcineerovens en schachtovens. Er is van recente jaren geen heel duidelijke onderverdeling bekend tussen de schachtovens en de calcineerovens. Er wordt in het milieujaarverslag een verdeling van 80-20 aangehouden. Op basis van de emissie uit 2018 leiden de calcineerovens met de 20% verdeling tot een maximale koolmonoxide emissie van 113.087 kg.
5.3.9 Nikkel Uit de milieujaarverslagen volgt dat nikkel slechts 2 jaren is gerapporteerd, namelijk in 2020 en in 2021. Voor die tijd was niet bekend dat er sprake was van een emissie van nikkel. Nedmag vermoedde dat deze emissie afkomstig was van oude schoepen in de calcineerovens. Deze schoepen hadden een hoog nikkelgehalte. Bij de hoge temperaturen kwam dit nikkel waarschijnlijk vrij. De schoepen zijn inmiddels vervangen en bij de laatste meting in mei 2021 is geen nikkel meer gedetecteerd. Nikkel is dat jaar nog wel gerapporteerd in het milieujaarverslag, maar feitelijk betrof het metingen onder de detectiegrens die eigenlijk niet gerapporteerd hoefden te worden. De laatste jaren wordt nikkel niet meer gemeten omdat een emissie ook niet meer verwacht wordt. Bij andere installaties dan de calcineerovens is nikkel nooit gedetecteerd. De enige bekende emissie van nikkel is dus 37 kg in het jaar 2020.
5.4 Stoomketel, luchtverhitters met scrubbers (Calmag) De stoomketel en de luchtverhitters met scrubbers staan alle drie bij het Calmag-deel van Nedmag. In de milieujaarverslagen zijn emissies van het Calmag-deel opgenomen als één emissie uit één emissiepunt genaamd “schoorsteen Calmag”. Het stikstofonderzoek splitst Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
23
het Calmag-deel op in 3 emissiepunten: de stoomketel en 2 luchtverhitters met scrubbers. Uit het luchtonderzoek van Tauw uit 2006 kunnen de parameters “hoogte, diameter en het debiet van de stoomketel worden afgeleid. De warmte-inhoud wordt overgenomen vanuit het stikstofdepositie onderzoek van Nedmag van 25 april 2024. De uittreesnelheid wordt automatisch berekend aan de hand van de bovenstaande parameters en de werkelijke diameter van de schoorsteen. Tevens volgt hieruit dat de 2 luchtverhitters met scrubbers op 1 schoorsteen zitten. De emissie van beide luchtverhitters zijn in dit onderzoek daarom gezamenlijk gemodelleerd. De volgende tabel geeft een overzicht van de bronkenmerken van de schoorsteen waarmee in dit onderzoek de verspreidingsberekeningen zijn uitgevoerd:
Stoomketel
Bron informatie
Hoogte (m)
11
Lk onderzoek 2006
Diameter (m)
1
Lk onderzoek 2006
Temperatuur (°C)
135
Lk onderzoek 2006
Uittrede debiet (Nm³/uur)
1,96
Berekend op basis van andere parameters
Uittrede snelheid (m/s)
2,5
Lk onderzoek 2006
Luchtverhitters
Bron informatie
Hoogte (m)
24
Lk onderzoek 2006
Diameter (m)
1,56
Lk onderzoek 2006
Temperatuur (°C)
60
Lk onderzoek 2006
Uittrede debiet (Nm³/uur)
7,1
Milieujaarverslag 2023
Uittrede snelheid (m/s)
4,6
Geomilieu
Tabel 4: Parameters Stoomketel Calmag
Tabel 5: Parameters Luchtverhitters Calmag
5.4.1 Stikstofoxide (NOx) Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste NOx-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2012: 450.292 kg/jaar. Hiervan was 11.027 kg afkomstig van de installaties van Calmag (de stoomketel en luchtverhitters). Uit het stikstofonderzoek is af te leiden dat de 21% van de NOx-emissie van de Calmag wordt veroorzaakt door de stoomketel 2.305kg. De 2 luchtverhitters zijn samen verantwoordelijk voor 79% van de NOx-emissie van de Calmag 8.722kg.
5.4.2 Fijnstof emissie PM10 Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste fijnstof-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 36.539 kg. In het milieujaarverslag heeft Nedmag fijnstof gespecificeerd tussen PM10 en PM2,5. De totale hoeveelheid fijnstof PM10 van Nedmag was in 2018: 32.435kg. Hiervan was 9.159 kg afkomstig van de Calmag, dit komt vrij uit de scrubbers. 24
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.4.3 Fijnstof emissie PM2,5 Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste fijnstof-emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 36.539 kg. In het milieujaarverslag heeft Nedmag fijnstof gespecificeerd tussen PM10 en PM2,5. De totale hoeveelheid fijnstof PM2,5 van Nedmag was in 2018: 26.091kg. Hiervan was 8.002 kg afkomstig van de Calmag, dit komt vrij uit de scrubbers.
5.4.4 Loodemissie In 2024 is vastgesteld dat er bij de scrubbers van Calmag ook sprake is van een emissie van lood. Dit was voorheen niet in beeld en dus ook niet meegenomen in de milieujaarverslagen. De emissies zijn niet exact bekend. Voor 2024 zal de emissie door Nedmag in het milieujaarverslag worden gerapporteerd. Dit moet voor 1 april 2025 plaatsvinden. Op basis van de metingen die zijn uitgevoerd in 2024 en de conservatieve aanname dat de scrubbers volcontinu in bedrijf waren kan een emissie worden berekend van 1,27 kg. In werkelijkheid zullen de installaties niet volcontinu in bedrijf zijn geweest en zal de jaarvracht lager zijn. Voor het jaar 2022 geldt dat een goede kwantificering op basis van de beschikbare meetrapporten niet te maken is. Met zeer conservatieve berekeningen waarbij wordt uitgegaan van volcontinu bedrijf en metingen onder de detectiegrens worden meegerekend kan een emissie worden berekend van 6,8 kg uit de twee scrubbers gezamenlijk. In werkelijkheid zal de emissie lager zijn geweest. In het onderzoek hebben we deze conservatieve berekening van 6,8 kg meegenomen.
5.4.5 Cadmiumemissie In 2024 is vastgesteld dat er bij de scrubbers van Calmag ook sprake is van een emissie van cadmium. Dit was voorheen niet in beeld en dus ook niet meegenomen in de milieujaarverslagen. De emissies zijn niet exact bekend. Voor 2024 zal de emissie door Nedmag in het milieujaarverslag worden gerapporteerd. Dit moet voor 1 april 2025 plaatsvinden. Op basis van de metingen die zijn uitgevoerd in 2024 en de conservatieve aanname dat de scrubbers volcontinu in bedrijf waren kan een emissie worden berekend van 0,06 kg uit de twee scrubbers gezamenlijk. In werkelijkheid zullen de installaties niet volcontinu in bedrijf zijn geweest en zal de jaarvracht lager zijn. Voor het jaar 2022 geldt dat een goede kwantificering op basis van de beschikbare meetrapporten niet te maken is. Met zeer conservatieve berekeningen waarbij wordt uitgegaan van volcontinu bedrijf en metingen onder de detectiegrens worden meegerekend kan een emissie worden berekend van 2,9 kg uit de twee scrubbers gezamenlijk. In werkelijkheid zal de emissie lager zijn geweest. In het onderzoek hebben we deze conservatieve berekening van 2,9 kg meegenomen.
5.4.6 Koolmonoxide Uit de milieujaarverslagen volgt dat de afgelopen 15 jaar de hoogste koolmonoxide emissie ten gevolge van Nedmag plaats vond in 2018: 647.364 kg. Uit het milieujaarverslag van 2018 blijkt dat de koolmonoxide emissie van Calmag 81.928 kg bedraagt. Er is geen verdeling bekend tussen de stoomketel en de luchtverhitters. Om deze reden is aansloten bij de verdeling van NOx, 21% van de emissie veroorzaakt door de stoomketel 17.127 kg en 79% van de emissie door de luchtverhitters 64.801kg.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
25
5.5 Stoffilters Opgemerkt moet worden dat Nedmag in recente jaren in het milieujaarverslag alleen rapporteert over een aantal grotere bronnen. Er is echter ook nog sprake van kleinere stofemissies uit een aantal stoffilters. Deze emissies zijn in 2007 nog wel in kaart gebracht en bedroegen toen 10% van de totale stofemissie. De vigerende vergunning kent (wellicht ten onrechte) geen emissie-eisen en monitoringsplichten voor deze stoffilters. Hierover is informatie opgevraagd in het kader van de ambtshalve wijzigingen van de vergunning. Een aantal stoffilters zijn in de loop der tijd gesaneerd. Dit betreft in ieder geval de S3115 (vervallen in 2014) en de S3215 (vervallen in 2018). Voor de discontinue stoffilters is er geen recentere informatie. Daarom gaan we ervan uit dat deze bronnen nog bestaan en ook nog de emissie hebben zoals is opgegeven in het milieujaarverslag van 2006 en 2007. We hebben voor de stoffilters zo veel mogelijk de parameters uit het luchtkwaliteitsonderzoek van TAUW (van 20 april 2006) gevolgd (hoogte, diameter, temperatuur, warmte-inhoud en het debiet). De uittreedsnelheid wordt automatisch berekend aan de hand van de bovenstaande parameters en de werkelijke diameter van de schoorsteen. Continue
S3102
S3202
S3117
S3217
S5111A
S5211B
Hoogte (m)
27
27
27
27
37
37
Lk onderzoek 2006
Diameter (m)
0.61
0.61
0.61
0.61
0.61
0.61
Lk onderzoek 2006
Temperatuur (°C)
12
12
12
12
12
12
Lk onderzoek 2006
Uittrede debiet (Nm³/ uur)
8,9
8,9
4,6
4,6
3,6
3,6
Lk onderzoek 2006
Uittrede snelheid (m/s)
31,79
31,79
16,43
16,43
12,86
12,86
Lk onderzoek 2006
S5101
S5102
S5104
S5105
S5112
S5117
S2029
S2030
Bron
Hoogte (m)
14
14
21
21
14
13
14
14
Lk onderzoek 2006
Diameter (m)
0,6
0,6
0,6
0,6
0,75
0,4
0,6
0,6
Lk onderzoek 2006
Bedrijfsuren
208
208
424
424
424
424
4700
4700
Lk onderzoek 2006
Temperatuur (°C)
12
12
12
12
12
12
12
12
Lk onderzoek 2006
Uittrede debiet (m³/s)
6,3
6,8
3,0
1,4
2,9
1,4
0,9
3,6
Lk onderzoek 2006
Uittrede snelheid (m/s)
23,26
25,11
11,08
5,17
6,85
11,63
3,32
13,29
Lk onderzoek 2006
stoffilters
Bron
Tabel 6: Parameters continue stoffilters Discontinue stoffilters
Tabel 7: Parameters discontinue stoffilters
26
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.5.1 Fijnstof emissie In zowel 2006 als 2007 was de totale emissie van alle stoffilters samen 6.700kg per jaar: 6.500 kg uit een aantal continue stoffilters en 200 kg uit een aantal discontinue stoffilters. Twee van de continue stoffilters (S3115 en S3215) zijn in de loop van de jaren gesaneerd en dus nu niet meer aanwezig. Op basis van het milieujaarverslag uit 2006 weten we dat deze twee gesaneerde stoffilters 2.300 kg fijnstof emitteerden. Om de overige stoffilters toch mee te nemen in het onderzoeken hebben we de verdeling gehanteerd uit het milieujaarverslag van 2006 maar dan zonder de gesaneerde stoffilters. Hierdoor bedraagt de totale fijnstof-emissie door de stoffilters (6.700-2.300) 4.400 kg per jaar.
5.6 Cv-installaties De warmte-inhoud is aangehouden zoals is gehanteerd in het stikstofdepositie onderzoek van 25 april 2024 van Nedmag. Voor de interne diameter is uitgegaan van 0,1 m en voor uittrede debiet de standaardwaarde van 0,1 m3/s. Geomilieu berekend zelf aan de hand van deze parameters de uitstroomsnelheid en hanteert standaard een temp van 12 graden Celsius. ES.8
ES.9
ES.10
Hoogte (m)
4
6
6
Diameter (m)
0,1
0,1
Temperatuur (°C)
12
Warmte-inhoud
ES.11
ES.12
ES.13
ES.14
Bron
15
6
4
4
Stikstofonderzoek april 2024
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Standaard Geomilieu
12
12
12
12
12
12
Stikstofonderzoek april 2024
0,002
0
0,017
0,003
0
0
0,001
Stikstofonderzoek april 2024
Uittrede debiet (m³/s)
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Standaard Geomilieu
Uittrede snelheid (m/s)
13,29
13,29
13,29
13,29
13,29
13,29
13,29
Geomilieu
ES.15
ES.16
ES.24
ES.25
ES.26
ES.27
Hoogte (m)
4
6
6
15
6
4
Stikstofonderzoek april 2024
Diameter (m)
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Standaard Geomilieu
Temperatuur (°C)
12
12
12
12
12
12
Stikstofonderzoek april 2024
Warmte-inhoud
0,001
0,001
0,001
0,003
0,002
0,001
Stikstofonderzoek april 2024
Uittrede debiet (m³/s)
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
0,1
Standaard Geomilieu
Uittrede snelheid (m/s)
13,29
13,29
13,29
13,29
13,29
13,29
Geomilieu
Bron
Tabel 8: Parameters Cv-installaties
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
27
5.6.1 Stikstofoxide (NOx) Uit het stikstofonderzoek volgt dat er ook nog een aantal Cv-ketels zijn. De volgende tabel geeft een overzicht van de Cv-ketels en de jaarlijkse NOx emissie. Naam
Omschrijving
Emissie kg/jr
ES.8
CV-kantoor 2000 1
48,0
ES.9
CV-CCR CACl2
30,0
ES.10
CV-kantoor
189,0
ES.11
CV-Mg(OH)2 1
190,0
ES.12
CV-Expeditie
9,0
ES.13
CV-Portiek
15,0
ES.14
CV-IJT
18,0
ES.15
CV-EDT werkplaats
13,0
ES.16
CV-EDT Laboratorium 1
24,0
ES.24
CV- Laboratorium 2
24,0
ES.25
CV- Mg(OH)2 2
190,0
ES.26
CV- kantoor 2000 2
48,0
ES.27
CV-wasgelegenheid
21,0
Tabel 9: Overzicht Cv-ketels met jaarlijkse NOx emissie
5.7 Wegverkeer (voertuigbewegingen, koude starts en laden en lossen) Voor het wegverkeer (voertuigbewegingen, koude starts en laden en lossen hebben we de onderstaande parameters gehanteerd. De koude starts voor lichtverkeer sluit aan bij de parameters voor personenverkeer. Koude starts voor vrachtverkeer is niet meegenomen. De verwachting is dat het vrachtverkeer doelgericht komt voor laden en lossen waardoor de motor niet langer dan 2 uur uitstaat.
28
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
ES.17(vrachtverkeer)
ES.18(personenverkeer)
Hoogte (m)
0,5
0,5
Diameter (m)
0,2
0,2
Temperatuur (°C)
12
12
Warmte-inhoud
0
0
Uittrede debiet (m³/s)
0,1
0,1
Uittrede snelheid (m/s)
3,323
3,323
Tabel 10: Parameters wegverkeer
Voertuigbewegingen: Uit het stikstofonderzoek van 25 april 2024 van Nedmag volgt dat Nedmag jaarlijks 31.303 lichte motorvoertuigbewegingen en 11.024 zware motorvoertuigbewegingen en heeft en deze een afstand afleggen van resp. 2128,98 m en 1155,67 m tot ze zijn opgenomen in het heersende verkeersbeeld. De emissies ten gevolge van deze voertuigbewegingen worden berekend door het aantal bewegingen te vermenigvuldigen met de afstand dat deze afleggen en de emissiefactor voor NOx (gram/km) behorende bij het te hanteren snelheidstype. In het kader van dit onderzoek zijn de emissies voor NOx, PM2,5, PM10, en CO berekend met de meest actuele emissiefactoren voor niet-snelwegen van het ministerie van infrastructuur en Waterstaat (9 april 2024)17 voor het rekenjaar 2025 en het snelheidstype “stagnerend stadsverkeer”. Uitgangspunt bij dit snelheidstype is een gemiddelde snelheid van maximaal 15 kilometer per uur dat het best aansluit bij de gemiddelde snelheid van voertuigen op het bedrijfsterrein.
17
https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/publicaties/2023/03/15/emissiefactoren-voor-snelwegen-en-niet-snelwegen-
2023/2024-emissiefactoren.zip
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
29
Tabel 11: Emissiefactoren wegverkeer t/m 2030
30
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
Voertuigtype
personenauto's, bestelauto's en motoren
Licht wegverkeer
niet-snelweg
Sum of EF Verkeerscategorie
Srmwegtype
2,7322 0,0552 0,4775 0,0198 0,008
CO NO2 NOx PM10totaal PM2.5totaal
stad stagnerend
3,0104 1,3304 7,2952 0,154 0,0746
CO NO2 NOx PM10totaal PM2.5totaal
stad stagnerend
0,6629
CO
buitenweg
0,873
CO
buitenweg
2022
Component
Wegtype
0,0728
0,1508
7,4325
1,5197
3,0166
0,62
0,0076
0,0195
0,4361
0,05
2,3892
0,7729
2023
0,0711
0,1476
7,5699
1,709
3,0228
0,577
0,0073
0,0191
0,3946
0,0448
2,0463
0,6729
2024
0,0693
0,1444
7,7072
1,8983
3,029
0,5341
0,0069
0,0188
0,3532
0,0396
1,7033
0,5728
2025
0,0685
0,1437
7,586
1,8857
2,9424
0,5151
0,0066
0,0186
0,3288
0,0361
1,4944
0,5036
2026
0,0676
0,143
7,4648
1,8731
2,8558
0,4961
0,0063
0,0184
0,3044
0,0326
1,2855
0,4344
2027
0,0668
0,1422
7,3435
1,8606
2,7691
0,4772
0,0061
0,0181
0,28
0,029
1,0767
0,3652
2028
0,0659
0,1415
7,2223
1,848
2,6825
0,4582
0,0058
0,0179
0,2556
0,0255
0,8678
0,296
2029
0,0651
0,1408
7,1011
1,8354
2,5959
0,4392
0,0055
0,0177
0,2312
0,022
0,6589
0,2268
2030
De SO2 emissie is ingeschat door de emissiefactor voor NOx te vermenigvuldigen met de verhouding tussen de totale NOx en de SO2 emissies naar lucht op Nederlands grondgebied voor de sectoren “wegverkeer-personenauto’s” en “Wegverkeer-vrachtvoertuigen”18.
Tabel 12 Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied, mobiele bronnen 1990-2018 (Bron: CBS)
Koude starts: Voor wat betreft het aantal koude starts is het uitgangspunt gehanteerd dat alleen vertrekkend verkeer een koude start kan veroorzaken en het aantal koude starts gelijk is aan de helft van het aantal voertuigbewegingen. Dit is een worstcase benadering aangezien voertuigen waarbij de motor minder dan 2 uur uitstaan volgens TNO niet leiden tot een koude start. De NOx, PM2,5, PM10, en CO emissies zijn berekend met behulp van de emissiekentallen voor “koude starts” voor het rekenjaar 2025.
18
https://opendata.cbs.nl/#/CBS/nl/dataset/7062/table?dl=B4785
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
31
Srmwegtype
koude-start
Sum of EF Verkeerscategorie
Voertuigtype
Wegtype
Component
Eenheid
2022
2023
2024
2025
2026
Licht wegverkeer
personenauto's, bestelauto's en motoren
koude start
CO
g/koude start
6,3831
6,1795
5,976
5,7724
5,6634
NO2
g/koude start
0,0742
0,0666
0,059
0,0514
0,0479
NOx
g/koude start
0,2849
0,2814
0,2779
0,2744
0,271
PM10totaal
g/koude start
0,0115
0,0105
0,0095
0,0085
0,0079
PM2.5totaal
g/koude start
0,0115
0,0105
0,0095
0,0085
0,0079
CO
g/koude start
9,541
9,1571
8,7733
8,3894
8,1941
NO2
g/koude start
6,4262
6,7626
7,0989
7,4353
7,4353
NOx
g/koude start
26,9568
25,9132
24,8696
23,826
23,3213
PM10totaal
g/koude start
0,2145
0,2122
0,2098
0,2075
0,2047
PM2.5totaal
g/koude start
0,2145
0,2122
0,2098
0,2075
0,2047
Zwaar wegverkeer
vrachtauto's > 20 ton GVW en trekkers
koude start
Tabel 13: Emissiefactoren koude starts wegverkeer t/m 2030
De SO2 emissie is ingeschat door het emissiekental voor NOX te vermenigvuldigen met de verhouding tussen de NOx en de SO2 emissies naar lucht op Nederlands grondgebied voor de sectoren "wegverkeer-personenauto's" en "Wegverkeer-vrachtvoertuigen". Laden en lossen: Uit het stikstofonderzoek van 25 april 2024 van Nedmag dat de jaarlijkse NOxemissie ten gevolge van laden en lossen van vrachtwagens 207,9 kg is. De PM2,5 PM10, CO en SO2 emissie ten gevolge van het laden en lossen zijn ingeschat door de NOx emissie te vermenigvuldigen met de verhouding tussen de NOx en de PM10, CO en SO2 emissiefactor voor zware vrachtwagens (stagnerend stadverkeer).
32
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
5.8 Noodaggregaat De warmte-inhoud is aangehouden zoals is gehanteerd in het stikstofdepositie onderzoek. Voor de interne diameter is uitgegaan van 0,1 m en voor uittrede debiet de standaardwaarde van 0,1 m3/s. Geomilieu berekend zelf aan de hand van deze parameters de uitstroomsnelheid en hanteert standaard een temp van 12 graden Celsius. ES.32 Hoogte (m)
4
Diameter (m)
0,1
Temperatuur (°C)
12
Warmte-inhoud
0,003
Uittrede debiet (m³/s)
0,1
Uittrede snelheid (m/s)
13,29
Tabel 14: Parameters Noodaggregaat
5.8.1 Stikstofoxide (NOx) Uit het stikstofonderzoek van 25 april 2024 van Nedmag volgt dat de NOx-emissie ten gevolge van het noodaggregaat van Nedmag 45,1 kg per jaar bedraagt.
5.8.2 Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide De PM10, CO en SO2 emissie is ingeschat door de NOx-emissie uit het stikstofonderzoek te vermenigvuldigen met de verhouding tussen de NOx en de PM10, CO en SO2 emissies naar lucht op Nederlands grondgebied voor de sector "Mobiele werktuigen in overige sectoren. De PM10 emissie door " Mobiele werktuigen in overige sectoren " is 4,4 % van de NOx-emissie. De CO emissie door " Mobiele werktuigen in overige sectoren " is 844,0 % van de NOx-emissie. De SO2 emissie door " Mobiele werktuigen in overige sectoren " is <0,1 % van de NOx-emissie19. De PM2,5 emissie is ingeschat door de PM10 emissie te vermenigvuldigen met het aandeel PM2,5 in PM10 op basis van de emissiefactoren voor zware vrachtwagens (stagnerend stadverkeer).
5.9 Nood dieselpomp De warmte-inhoud is aangehouden zoals is gehanteerd in het stikstofdepositie onderzoek van 25 april 2024 van Nedmag. Voor de interne diameter is uitgegaan van 0,1 m en voor uittrede debiet de standaardwaarde van 0,1 m3/s. Geomilieu berekend zelf aan de hand van deze parameters de uitstroomsnelheid en hanteert standaard een temp van 12 graden Celsius. 19
De jaarlijkse SO2 emissie naar de lucht op Nederlands grondgebied is 0,00 miljoen kg. Dit is geïnterpreteerd als maximaal 4.999 kg.
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
33
Uit het stikstofonderzoek van Nedmag volgt dat de NOx emissie ten gevolge van de nood dieselpomp van Nedmag 1,8kg per jaar bedraagt. Gezien de geringe emissie van de nood dieselpomp is deze bron nu niet specifiek opgenomen.
5.10 Brander stoffilter Uit het stikstofonderzoek van 25 april 2024 van Nedmag volgt dat de NOx emissie ten gevolge van de brander stoffilter van Nedmag 27,2 kg per jaar bedraagt. De emissie komt uit dezelfde schoorsteen als de schachtovens. Gezien de hoogte van het emissiepunt, de geringe emissie van het brander stoffilter ten opzichte van de schachtovens en het gegeven dat de aanwezige stoffilters reeds zijn uitgewerkt in paragraaf X is deze bron nu niet specifiek opgenomen.
5.11 Scheepsverkeer incl. laden en lossen Uit het stikstofonderzoek van 25 april 2024 van Nedmag volgt dat Nedmag jaarlijks 416 binnenvaarttankers aandoen vanaf het A.G. Wildervanckkanaal. De onderstaande parameters zijn gebruikt voor het scheepsverkeer voor laden en lossen: ES.19 Hoogte (m)
2,7
Diameter (m)
0,6
Temperatuur (°C)
12
Warmte-inhoud
0,27
Uittrede debiet (m³/s)
0,1
Uittrede snelheid (m/s)
0,369
Tabel 15: Parameters scheepsverkeer laden en lossen
34
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen
Voor het laden en lossen van schepen kade zijn de onderstaande parameters gebruikt: ES.20 Hoogte (m)
2
Diameter (m)
0,2
Temperatuur (°C)
12
Warmte-inhoud
0
Uittrede debiet (m³/s)
0,1
Uittrede snelheid (m/s)
3,323
Tabel 16: Parameters laden en lossen schepen kade
5.11.1 Stikstofdioxide (NOx) •
De vaarroute vanaf het A.G. Wildervanckkanaal naar de kade waar geladen en gelost wordt (v.v.) leidt tot een NOx emissie van 9,3 kg per jaar.
•
Het laden en lossen van de schepen aan de kade bij Nedmag leidt tot een NOx emissie van 98,8 kg per jaar.
•
In de Grootschalige Concentratiekaarten Nederland (GCN) is scheepvaartverkeer op het A.G. Wildervanckkanaal al opgenomen en zit verdisconteerd de achtergrondconcentratie. Om dubbeltelling te voorkomen is dit scheepvaartverkeer niet opgenomen in dit onderzoek.
5.11.2 Fijnstof, zwaveldioxide en koolmonoxide De PM10, CO en SO2 emissie is ingeschat door de NOx emissie uit het stikstofonderzoek te vermenigvuldigen met de verhouding tussen de NOx en de PM10, CO en SO2 emissies naar lucht op Nederlands grondgebied voor de sector "Binnenvaart-vrachtvervoer". De PM10 emissie door " Binnenvaart-vrachtvervoer" is 3,1 % van de NOx-emissie. De CO emissie door " Binnenvaart-vrachtvervoer" is 23,2 % van de NOx-emissie. De SO2 emissie door " Binnenvaart-vrachtvervoer" is 0,04 % van de NOx-emissie. De PM2,5 emissie is ingeschat door de PM10 emissie te vermenigvuldigen met het aandeel PM2,5 in PM10 op basis van de emissiefactoren voor zware vrachtwagens (stagnerend stadverkeer).
Rapport luchtkwaliteit | provincie Groningen