19-07 Bijlage 6. Concept beleidsbegroting Veiligheidsregio Groningen 2023
Tekst van het document
Beleidsbegroting 2023 inclusief meerjarendoorkijk
Veiligheidsregio Groningen
Vastgesteld door het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen op 1 juli 2022
Dhr. K.F. Schuiling
Dhr. A. van der Tuuk
voorzitter
penningmeester
Pagina 2 van 57
Inhoudsopgave Voorwoord ........................................................................................................................... 3 Inleiding ............................................................................................................................... 5 Landelijke ontwikkelingen ......................................................................................................................... 5 Regionale ontwikkelingen ......................................................................................................................... 9
Leeswijzer ............................................................................................................................11 1 Programmaplan ................................................................................................................13 1.1 De opdracht ....................................................................................................................................... 13 1.2 Brandweerzorg .................................................................................................................................. 14 1.2.1 In verbinding met de samenleving ............................................................................................. 16 1.3 Crisisbeheersing ................................................................................................................................. 18 1.4 Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) ............................................................................................ 20 1.5 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) ....................................................... 22 1.6 Overhead ........................................................................................................................................... 24
2 Paragrafen ........................................................................................................................25 2.1 Gemeentelijke bijdragen en Lokale heffingen ................................................................................... 25 2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ....................................................................................... 25 2.3 Onderhoud kapitaalgoederen ........................................................................................................... 30 2.4 Financiering ....................................................................................................................................... 30 2.5 Bedrijfsvoering ................................................................................................................................... 31 2.5.1 Personeels- en organisatieontwikkeling ..................................................................................... 32 2.5.2 Informatievoorziening en -veiligheid.......................................................................................... 33 2.6 Verbonden partijen ............................................................................................................................ 33
3 Overzicht van baten en lasten ...........................................................................................35 3.1 Overzicht baten en lasten per totaal en per programma .................................................................. 35 3.2 Geprognosticeerde balans ................................................................................................................. 38 3.3 Toelichting meerjarenraming ............................................................................................................ 39 3.4 EMU-saldo ......................................................................................................................................... 41
Bijlagen ...............................................................................................................................42 I.
Taakvelden ......................................................................................................................43
II.
Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ...............................................45
III. Investeringen ...................................................................................................................50 IV. Gemeentelijke bijdrage .....................................................................................................51
Pagina 3 van 57
Voorwoord Voor u ligt de beleidsbegroting 2023 van Veiligheidsregio Groningen. Deze begroting is opgesteld in lijn met de kaderbrief 2023-2026 die op 10 december 2021 is vastgesteld door het Algemeen Bestuur en ook ter kennisname naar de gemeenten is verstuurd. In deze begroting behandelen we de programma’s Brandweerzorg, Crisisbeheersing, Gemeentelijke Kolom Groningen en GHOR. Het jaarverslag 2021 heeft u inzicht gegeven in de ontwikkelingen die Veiligheidsregio Groningen in 2021 heeft doorgemaakt. In de coronacrisis hield de GRIP4-opschaling aan tot de zomer. De vluchtelingencrisis noopte in het najaar tot een maandenlange opschaling naar GRIP2. De in de coronacrisis en het aardbevingsdossier opgedane kennis en ervaring met het principe van de flexibele opschaling konden we toepassen in de casuïstiek rond Ter Apel en Zoutkamp en met betrekking tot de toegenomen maatschappelijke onrust. In alle gevallen heeft u gezien dat wij werken vóór en mét de gemeenten en steeds weer de verbinding met de gemeenten en onze netwerkpartners zullen blijven zoeken. In het afgelopen jaar is ons bestuur weer volledig op sterkte gekomen met de benoemingen van de burgemeesters van de gemeenten Stadskanaal, Veendam en Eemsdelta. Daarmee is in elke Groningse gemeente een kroonbenoemde burgemeester actief. Wij zien uit naar een constructieve samenwerking binnen ons bestuur.
In maart 2022 gaat Groningen naar de stembus voor nieuwe gemeenteraden. We zullen actief investeren in een goede informatiepositie van de nieuwe raadsleden. Inmiddels is een nieuw kabinet aangetreden. Het regeerakkoord van Rutte IV biedt vooralsnog weinig aanknopingspunten voor grootschalige ontwikkelingen op het gebied van veiligheid, brandweerzorg en crisisbeheersing. Dat wil niet zeggen dat we op onze handen blijven zitten. Tegelijkertijd zien we namelijk landelijke ontwikkelingen door de evaluatie Wet Veiligheidsregio’s. Om een voorbeeld te noemen, thema’s als crisiscommunicatie en risicocommunicatie vragen om herijking en nieuw perspectief, zowel in onze eigen regio als landelijk. Naast dit grote project rond de evaluatie van de wet geven we vorm aan de arbeidsvoorwaarden van onze medewerkers vanuit de recent opgerichte Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV). In 2023 gaan we verder met de visie Brandweerzorg. In het najaar van 2021 is uw bestuur op de hoogte gebracht van de visie en het te volgen ontwikkeltraject op weg naar een concept organisatieplan, voorzien in de zomer van 2022. Eind 2022 volgt finale besluitvorming waarna we in 2023 verder gaan met de implementatie. Crisisbeheersing zal komend jaar de in de pandemie opgedane kennis, ervaring en werkwijze inbedden in die sector met GHOR en Bevolkingszorg.
Met betrekking tot de Omgevingswet is het goed nog eens te vermelden dat de invoering is uitgesteld tot 1 oktober 2022 of mogelijk zelfs 1 januari 2023. We spreken de hoop uit dat de voor de veiligheidsregio’s benodigde middelen dan ook beschikbaar komen. Met de Omgevingswet wil de overheid de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigen en samenvoegen. Zodat het straks bijvoorbeeld makkelijker is om bouwprojecten te beginnen. Richting 2023 gaan we met alle betrokken partners voort met de preparatie op een zorgvuldige invoering en vervolgens een traject van leren en transformeren. In 2022 en verder willen we nieuwe stappen zetten met betrekking tot onze huisvesting in het stedelijk gebied. De locaties die in 2022 worden voorgelegd gaan we nader beschouwen, samen met de gemeente Groningen. Doel is nog altijd om locaties te ontwikkelen die passen binnen de uitgangspunten van brandweerzorg in het stedelijk gebied en die ruimte bieden aan de kantoorfuncties van Veiligheidsregio Groningen en de GGD Groningen. Dit brengt wel een financiële opgave met zich mee, die de komende periode nader uitgewerkt zal worden.
Pagina 4 van 57
Veiligheidsregio Groningen bewijst zich meer en meer als een lenige organisatie. Wij zijn lean georganiseerd, wij zijn flexibel en bewegen gemakkelijk mee. Tegelijkertijd blijft de financiële positie een aandachtspunt. Door de geschetste ontwikkelingen staat de tot nu toe gehanteerde “0” lijn onder druk en is dit uitgangspunt de komende jaren niet in alle gevallen realistisch. Bij nieuwe ontwikkelingen sluiten we aan bij de gemaakte financiële afspraken. Daarbij geven we invulling aan onze wettelijke taken vanuit een realistisch perspectief en zetten we ons landelijk in om financiële effecten van nieuwe ontwikkelingen te verkleinen. In deze begroting 2023 zetten we financieel gezien een eerste noodzakelijke stap op het gebied van informatieveiligheid en huisvesting. Dit leidt tot een uitzetting van in totaal € 250 duizend naast de reguliere indexatie. Wilma Mansveld Directeur Veiligheidsregio Groningen
Pagina 5 van 57
Inleiding De begroting 2023 bestaat uit een algemeen deel met relevante landelijke en regionale ontwikkelingen, inhoudelijke ontwikkelingen per programma en een bijbehorend financieel kader. De ontwikkelingen die een grote impact hebben op VRG worden in het algemene gedeelte behandeld en daarnaast worden in de programma’s nog specifieke ontwikkelingen geduid.
Landelijke ontwikkelingen Evaluatie Wet veiligheidsregio’s In 2010 is de Wet veiligheidsregio’s in werking getreden. In 2019 is een commissie ingesteld die de taak kreeg “de doeltreffendheid en de effecten van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) en onderliggende regelgeving in de praktijk te onderzoeken en te bezien of de huidige wet bruikbaar is in het licht van actuele en toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de crisisbeheersing in het algemeen.” In december 2020 heeft deze evaluatiecommissie haar eindrapport opgeleverd, met daarin adviezen en aanbevelingen om te komen tot nieuwe wetgeving. In het rapport zijn een twintigtal kernadviezen geformuleerd. Op 3 februari 2021 heeft het toenmalige kabinet een standpunt op hoofdlijnen aan de Tweede Kamer aangeboden. De Tweede Kamer heeft dit onderwerp controversieel verklaard en neemt de kabinetsreactie en het rapport evaluatie Wet veiligheidsregio’s na de kabinetsformatie in behandeling. Naar verwachting zal hier het komende jaar meer duidelijkheid over komen. Omdat de geformuleerde adviezen grote consequenties hebben voor de veiligheidsregio’s, heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) geconstateerd dat betrokkenheid van de RCDV bij het vervolgproces urgent en van wezenlijk belang is. Daarom is besloten een taskforce /begeleidingscommissie in te stellen.
De taskforce verricht haar taak vanuit de eigenstandige positie van de veiligheidsregio’s ten aanzien van de evaluatie van de Wvr. De taskforce realiseert zich dat over bijvoorbeeld de positie van de GHOR een inhoudelijke discussie gevoerd gaat worden en dat de evaluatie van de Wet publieke gezondheid (Wpg) daarmee samenhangt. Daar wil de taskforce niet op vooruitlopen, maar het mag een brede aanpak door de taskforce voor de veiligheidsregio’s als collectief ook niet in de weg staan. De leden van de taskforce zullen dan ook met een brede blik naar de adviezen van de evaluatiecommissie kijken. De evaluatie van de Wet veiligheidsrisico’s is een belangrijk traject in een veranderende wereld voor Crisisbeheersing en Brandweerzorg. Daarnaast is het van belang voor de landelijke governance en de relaties met ministeries, landelijke-, regionale- en lokale (crisis)partners. VRG is nauw betrokken bij dit traject. Ook is er sprake van een nauwe samenwerking met het ministerie van Justitie en Veiligheid en andere (crisis)partners. Door de omvang van de opdracht en afhankelijkheden van andere hierboven genoemde trajecten en ontwikkelingen, is vooralsnog geen duidelijkheid over een verwachte einddatum te geven.
Pagina 6 van 57
Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers Om de rechtspositie van de Nederlandse brandweervrijwilligers te laten voldoen aan de Europese deeltijdrichtlijn (gelijke werkzaamheden mogen niet ongelijk worden beloond) heeft een landelijke denktank naar mogelijkheden gekeken om het onderscheid tussen brandweervrijwilligers en beroepsbrandweer te vergroten. Daarbij werd in eerste instantie vooral gedacht aan taakdifferentiatie. Uit nader juridisch onderzoek blijkt dat behoud van vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland in de kern mogelijk is binnen de huidige Europese wet- en regelgeving. Het is goed verdedigbaar dat taakdifferentiatie niet vereist wordt door Europees recht onder de voorwaarden dat de rechtspositie van brandweervrijwilligers expliciet gebaseerd wordt op het concept van vrijwilligheid en het contrast tussen vrijwillige brandweer en beroeps wordt verscherpt. Daarom wordt ingezet op het aanbrengen van onderscheid tussen verplichte en niet-verplichte opkomst. Dat betekent dat er een einde komt aan kazernering en consignatie door vrijwilligers. Landelijk is de voorbereiding gestart om dit onderscheid aan te brengen. Implementatie zal naar verwachting in 2023 of 2024 gaan plaatsvinden.
In opdracht van de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) voert het IFV (vanaf 2022 het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) geheten) het onderzoek Toekomstverkenning brandweer uit om te zien welke kansen, risico’s en strategische vraagstukken er liggen voor een toekomstbestendige brandweer. In het verlengde hiervan is vanaf 2022 een traject gestart om toe te werken naar een toekomstbestendig brandweerstelsel. Dit is onder andere bedoeld om zaken op het gebied van werkgeverschap in samenhang te kunnen brengen en bestuurlijk te verankeren. Het gaat daarbij om de consequenties voor het werkgever- en werknemerschap van strategische vakinhoudelijke thema’s, zoals slagkracht en paraatheid. Er is uiteraard samenhang met de visie op de brandweerzorg in Groningen in 2030 en de uitwerking hiervan in het organisatieplan Brandweerzorg van VRG. We zullen de ontwikkelingen blijven volgen en mogelijke financiële consequenties inzichtelijk maken. Werkgeverschap Op gebied van werkgeverschap zijn er enkele samenhangende ontwikkelingen die de komende jaren kaderstellend zijn. In 2021 is de ‘werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s’ (WVSV) opgericht, waarvan de VRG ook lid is geworden. Dit is een werkgeversvereniging die de taak van VNG op het terrein van gezamenlijke, landelijke arbeidsvoorwaardenvorming overneemt.
De dienstverlening vanuit VNG is per eind 2021 geëindigd, aangezien de VNG alleen nog maar werkzaamheden verricht voor gemeenten. Vanuit WVSV is het doel om zo dicht mogelijk aangesloten te blijven op de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld. Verzekeringen Een ander onderwerp waarover veiligheidsregio’s gezamenlijk afspraken maken, betreft verzekeringen. In 2021 zijn de eerste stappen hierin gezet met de oprichting van de stichting risicobeheer, die veiligheidsregio’s adviseert op het thema risicobeheer rondom ongevallen en schade en voor de veiligheidsregio’s verzekeringen inkoopt. Om aanspraken die niet verzekerbaar zijn in gezamenlijkheid te financieren wordt gekeken naar de oprichting van een waarborgfonds. De financiële consequenties worden in 2022 inzichtelijk. Insteek is dat vanaf 2024 een landelijke werkwijze wordt gehanteerd. Tweede loopbaanbeleid Beroepsbrandweer Zoals in de kaderbrief benoemd, zijn tussen werkgevers en werknemers op landelijk niveau afspraken gemaakt over bezwarende brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer. De belangrijkste
Pagina 7 van 57
afspraak is dat beroepsmedewerkers hun functie maximaal 20 jaar mogen uitvoeren. Momenteel wordt hier onderzoek naar gedaan, maar intussen bereidt VRG zich voor op toenemende uitstroom in de periode na 2026. Hiertoe herijkt VRG het tweede loopbaanbeleid, als onderdeel van breder VRGbeleid. Dit beleid biedt de kaders om invulling te geven aan de landelijke lijn in de vorm van persoonsgerichte afspraken tussen werkgever en werknemer. De komende jaren worden hiertoe diverse stappen gezet, bijvoorbeeld op gebied van duurzame inzetbaarheid, loopbaanoriëntatie en mobiliteit (‘juiste mens op juiste plaats’). Dit brengt extra kosten met zich mee. Uitgangspunt is dat we deze kosten binnen bestaande middelen opvangen. Bij de jaarrekening 2021 hebben we voorgesteld voor (een deel van) deze kosten een bestemmingsreserve te vormen. Omgevingsrecht / Omgevingswet Inwerkingtreding van de Omgevingswet is voorzien op 1 oktober 2022 of 1 januari 2023. In de komende jaren zullen de consequenties daarvan steeds duidelijker worden. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de Omgevingswet extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s, die door het Rijk niet op voorhand zijn voorzien. De verwachting is dat de nieuwe taken per saldo een extra inzet van minimaal 3 tot 4 fte vragen van VRG. Wij zijn van mening dat extra taken door het Rijk gefinancierd moeten worden.
Mochten gemeenten, via het gemeentefonds, (deels) gecompenseerd worden voor de extra uitvoeringkosten als gevolg van de Omgevingswet, dan zullen ook de extra kosten voor VRG bespreekbaar worden gemaakt. In het geval dat er geen of onvoldoende compensatie komt dan zullen de nieuwe taken niet (volledig) kunnen worden opgepakt of zullen er keuzes moeten worden gemaakt in het bestaande takenpakket. Deze ontwikkeling is nog niet financieel verwerkt in de begroting. Informatieveiligheid (BIO) / Cybercrime Informatieveiligheid en voorbereid zijn op cyberaanvallen wordt steeds belangrijker en is een wezenlijke taak geworden binnen VRG. Informatie en het delen van informatie is een essentieel onderdeel van het werk van VRG. In het huidige tijdsgewricht wordt informatie steeds meer online gedeeld en digitaal werken is de normaalste zaak van de wereld geworden. Inmiddels is gebleken dat hier ook een kwetsbaarheid ligt waar organisaties op voorbereid moeten zijn. Dit vraagt om de nodige maatregelen, waaronder het voldoen aan de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO), maar ook om de continuïteit van de vitale processen op het terrein van crisisbeheersing en brandweerzorg en in bepaalde gevallen ook die van haar netwerkpartners te kunnen blijven garanderen. VRG wil in 2023 BIO-compliant zijn.
Hiermee kan VRG aansluiten bij het nog op te richten Security Operations Center (SOC) van en voor de veiligheidsregio's. Dit orgaan ondersteunt de veiligheidsregio's om de IT-omgeving robuuster en veiliger te maken en daar waar nodig bedreigingen zoveel mogelijk af te vangen. De realisatie van het SOC en de aansluiting van VRG hierop staat gepland voor eind 2024, begin 2025. Het blijft nodig continu aandacht te besteden aan de informatieveiligheid en om voorbereid te zijn en te blijven op mogelijke cyberaanvallen. Dit brengt extra kosten met zich mee, zoals het aanstellen van een CISO functionaris en de toename van werkzaamheden voor de Functionaris Gegevensbescherming. Voor de structurele kosten hebben we een aanvullend bedrag van € 130 duizend per jaar opgenomen in deze begroting. De komende jaren zullen we de noodzakelijke inzet kritisch blijven volgen. Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) Crisissituaties zijn steeds meer onvoorspelbaar geworden. Regio-overstijgende onderwerpen als cyberaanvallen, terrorisme en extreme weersomstandigheden als gevolg van klimatologische veranderingen staan onverminderd hoog op de actuele risicolijst. Het Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) is een concrete stap in de doorontwikkeling van crisismanagement in ons land.
KCR2 ondersteunt en versterkt de samenwerking tussen veiligheidsregio’s en Rijkspartners, met name op het vlak van informatiemanagement en coördinatie in bovenregionale crisisbeheersing. Het kernteam wordt gefinancierd door het Rijk. Veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de
Pagina 8 van 57
eigen regionale informatiepositie. In 2022 wordt nader onderzocht wat dit voor VRG betekent inclusief de financiële consequenties. Voor mogelijke incidentele ICT kosten hebben we bij de jaarrekening 2021 voorgesteld een bestemmingsreserve ICT kosten te vormen.
Pagina 9 van 57
Regionale ontwikkelingen Visie op brandweerzorg in 2030 In een steeds sneller veranderende wereld staat de brandweer voor grote uitdagingen. Daarom is in opdracht van het bestuur een gedragen visie ontwikkeld op de brandweerzorg in de regio Groningen in 2030. Met de visie geven we vanuit een realistisch perspectief invulling aan de primaire taak van de brandweer (veiligheid realiseren en herstellen waar deze in het geding is) met een goed toegeruste basisinfrastructuur die risicogericht, flexibel en wendbaar is. We zijn daarbij proactief en innovatief en oriënteren ons op de wereld om ons heen. We behouden het goede, verbeteren waar nodig en werken soms anders om hetzelfde doel te behalen. De visie bestaat uit 3 elementen: • Risicogerichte preventieve brandweerzorg • Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg • Brandweerzorg in verbinding met de samenleving De visie wordt uitgewerkt in het Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025 waarin we de (inhoudelijke) keuzes zullen voorleggen. Dan pas kunnen ook de financiële consequenties worden gepresenteerd.
Onderzoek huisvesting stedelijk gebied Voor de vervanging van de huisvesting aan de Sontweg zijn twee locaties in beeld, te weten Arrivalocatie: “Veiligheidsgebouw” • Plek en volume zodanig dat er sprake is van een zelfbewuste en zichtbare uitstraling van de nieuwbouw stedelijk gebied met bijbehorende kantoorfuncties • Alle mogelijkheden om hedendaagse brandweerorganisatie goed te outilleren • Ontsluiting voor uitruk goed te organiseren • Geschikt om ook de kantoren te huisvesten • Groot genoeg om gezamenlijke huisvesting van VRG met onder andere GGD te organiseren (synergie) • Mogelijkheid tot realisatie van volwaardig en multidisciplinair crisiscentrum Winschoterweg; “RLOC” • Zeer geschikt voor modern Regionaal Logistiek- en Oefencentrum • Centraal in de regio • Dichtbij de beroepspost • Booster voor vakbekwaamheid VRG In de op te stellen structuurplannen voor beide optionele locaties wordt het beoogde programma zichtbaar gemaakt alsmede de financiële consequenties geraamd. Aangezien de veranderende huisvesting gevolgen zal hebben voor de bedrijfsvoering van de beroepsbrandweerposten, loopt parallel een onderzoek naar de mogelijkheden op dit gebied. De verwachting is dat de locatiekeuze begin 2022 bestuurlijk kan worden voorgelegd. Daarna zal de volgende fase van detaillering in een programma van eisen worden ingezet.
De daadwerkelijke ontwerpfase kan vervolgens begin 2023 van start gaan. Dit betekent dat in 2023 rekening gehouden zal moeten worden met de kosten van een alsdan voor te leggen voorbereidingskrediet. Om een vervolgstap te kunnen zetten in 2023 hebben we in deze begroting een bedrag van € 100 duizend per jaar opgenomen ter dekking van deze kosten.
Pagina 10 van 57
Een realisatiebesluit met bijbehorend investeringskrediet is pas begin 2025 te verwachten. De onderzoekskosten ten behoeve van het opstellen van het genoemde programma van eisen zullen in de begroting van 2022 worden opgevangen. De nieuwbouw zal op deze wijze op zijn vroegst rond 2027 in exploitatie komen. Vanaf dat moment dient in de begroting rekening gehouden te worden met de reële kosten van een hedendaagse (brandweer)organisatie. Vanwege de in de huidige huur verdisconteerde beperkte onderhoudshorizon voor de Sontweg is hier momenteel geen sprake van. Dit zal in de toekomst leiden tot een forse financiële opgave. Strategisch vastgoedbeleid In 2022 is er een strategisch vastgoedbeleidsplan vastgesteld, waarbij een einde is gekomen aan het “on hold” zetten van de nieuwbouwplannen. In 2023 zal een begin worden gemaakt met het vastgestelde beleid ten aanzien van nieuwbouw, verbouw, beheer en onderhoud. Daarbij zal het in 2022 opgestelde Organisatie- en Dekkingsplan 2022-2025 een belangrijke leidraad zijn samen met het meerjarenonderhoudsprogramma. Uitgangspunt is dat nieuwe kazernes flexibel, sober en doelmatig zullen worden in lijn met de op te stellen kaders en richtlijnen uit het in 2022 vast te stellen strategisch vastgoedbeleid. Ook zal dan gekeken worden wat de consequenties zijn van het Organisatieplan Brandweerzorg 2022-2025 en het vastgestelde vastgoedbeleid.
Begin 2023 zal op hoofdlijnen duidelijk zijn welke investeringen de komende 20 jaar nodig zijn voor de huisvesting van de brandweerposten in de regio onderscheidend naar continu bezet, robuust en basis, het logistiek en oefencentrum en de huisvesting van de kantoorfuncties. Op basis hiervan zal in 2023 een meerjarenplanning met nieuw-verbouw van brandweerkazernes en de nieuwbouw stedelijk gebied tot stand moeten komen.
Pagina 11 van 57
Leeswijzer De Beleidsbegroting De beleidsbegroting bestaat uit twee delen: het programmaplan en de paragrafen. Het programmaplan bestaat uit drie aandachtsgebieden en is onderverdeeld in vier programma’s: 1. Brandweerzorg 2. Rampenbestrijding en Crisisbeheersing 3. Bevolkingszorg 4. GHOR In de programmaplannen wordt nader ingegaan op de regionale ontwikkelingen. Hierbij worden de programma’s GKG en GHOR uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. Het tweede deel van de beleidsbegroting bestaat uit de paragrafen. Het doel van de paragrafen is om hier onderwerpen die verspreid in de begroting staan (zoals onderhoud kapitaalgoederen, lokale heffingen en bedrijfsvoering), gebundeld en conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) weer te geven. De Financiële beleidsbegroting Dit hoofdstuk bevat onder meer informatie over de gehanteerde indexatiesystematiek, de baten en lasten per programma, het meerjarenperspectief en het in de begroting opgenomen investeringsplan.
Pagina 12 van 57
Pagina 13 van 57
1 Programmaplan 1.1 De opdracht In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat de overheid zich moet inzetten voor het voorkomen en bestrijden van branden, voor rampenbestrijding en crisisbeheersing en voor hulpverlening bij incidenten. Ook andere wet- en regelgeving, zoals het Besluit Risico’s Zware Ongevallen en bestuurlijke afspraken op lokaal en regionaal niveau, ondersteunt dit. Veiligheidsregio Groningen (VRG) heeft dan ook de expliciete opdracht om samen te werken op regionaal en lokaal niveau. Om op die manier burgers beter te beschermen tegen de risico’s van brand, ongevallen, rampen en crises en ervoor te zorgen dat zij goede hulpverlening en nazorg krijgen wanneer zij betrokken raken bij een incident. De totale reguliere begroting van VRG 2023 in cijfers: VRG (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier Gem. bijdrage FLO cf MJB 20202023 Extra gem. bijdrage negatief EV Rijksbijdrage Overige baten Totale baten
Actuele begroting 2022 43.323 1.050
Begroting 2023
Verschil
44.372 1.050
1.049 0
2.600 7.055 579 54.607
2.600 7.238 470 55.730
0 184 -109 1.123
Personele lasten Materiele lasten Taakstellende bezuiniging Totale lasten
35.776 15.534 -57 51.253
36.478 16.325 -138 52.665
701 791 -81 1.411
Resultaat voor reserve mutaties
3.354
3.065
-289
Reserve mutaties
-3.354
-3.065
289
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
De belangrijkste afwijkingen worden per programma toegelicht in de volgende paragrafen.
Pagina 14 van 57
1.2 Brandweerzorg Programma: Portefeuillehouder: Directeur: Commandant:
Brandweerzorg J. Kuin W. Mansveld R. Knoop
Wat willen we in het programma Brandweerzorg in 2023 realiseren? Visie Brandweerzorg Groningen 2030 De Visie Brandweerzorg Groningen 2030 wordt naar verwachting in 2022 vastgesteld door het Algemeen Bestuur. De concrete uitwerking van de visie vindt plaats in het Organisatieplan brandweerzorg in 4 programmalijnen: • • • •
Risicogerichte preventieve brandweerzorg Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Brandweerzorg in verbinding met de samenleving Duurzame bedrijfsvoering
Met de vaststelling van het organisatieplan legt het bestuur de principes voor de organisatie van de brandweerzorg voor de komende jaren vast en bepaalt het bestuur welke ontwikkelingen verder moeten worden onderzocht. Het organisatieplan vormt daarmee ook input voor het financiële meerjarenperspectief. Het Organisatieplan brandweerzorg 2022-2025 vormt de leidraad voor de activiteiten binnen het programma Brandweer in 2023. Onze leidende principes hierbij zijn: • • • • • •
Bij alles wat we doen, staan de inwoners (mens en dier) centraal. Brandweerzorg organiseren we niet alleen. Preventie en repressie versterken elkaar. Risico’s proberen we zoveel mogelijk te verkleinen; we beperken de effecten als het onverhoopt toch misgaat. We hebben een optimale mix van beroepsbrandweer, dagdienst en brandweervrijwilligers. We zetten in op risicogerichte paraatheid, slagkracht en voortzettingskracht. We organiseren ons flexibel en wendbaar.
Dit betekent onder andere dat bij te maken keuzes de brandweerzorg in samenhang wordt bezien; ‘preventie en repressie versterken elkaar’. Er wordt een weging gemaakt van preventieve en repressieve maatregelen, gebaseerd op een actueel risicoprofiel. ‘Brandweerzorg organiseren we niet alleen’ houdt ook in dat nieuwe of grotere risico’s door ontwikkelingen in gemeenten niet vanzelfsprekend door de basisbrandweerzorg opgevangen worden. Het organisatieplan wordt zo opgezet dat de brandweer veerkrachtig en flexibel kan inspelen op de toekomstige ontwikkelingen die we nu nog niet kunnen voorzien. Op veel van de ontwikkelingen die de brandweerzorg in 2030 zullen veranderen heeft de brandweer zelf geen invloed. Ze kunnen wel financiële consequenties met zich meebrengen. De tot nu toe gehanteerde financiële “0”-lijn in de begroting (alleen indexering) staat daarom de komende jaren onder druk en is ook niet in alle gevallen realistisch. Voor deze nieuwe ontwikkelingen volgen we de afgesproken financiële hygiëneregels, waarbij we onderscheid maken tussen landelijke, autonome ontwikkelingen zonder eigenstandige afwegingsruimte en niet-autonome ontwikkelingen waarbij het VRG-bestuur (enige) afwegingsruimte heeft.
Pagina 15 van 57
Risicogerichte preventieve brandweerzorg De bestaande taken voeren we in 2023 uit op basis van werkafspraken met gemeenten: • Advisering op brandveiligheid en omgevingsveiligheid in plan- en vergunningprocedures van bevoegde gezagen • Multidisciplinaire advisering bij grotere evenementen • Regulier toezicht op risicovolle locaties • Activiteiten in het kader van BrandVeilig Leven, samen met diverse partners • Advisering op Integrale Veiligheidsplannen en andere beleidsstukken van gemeenten gebaseerd op cyclische analyse van de andere activiteiten De inspecties op BRZO-inrichtingen worden uitgevoerd conform het jaarprogramma dat met inspectiepartners wordt opgesteld. Omgevingsrecht / Omgevingswet In 2023 willen we veiligheid inbrengen in de verschillende beleidsinstrumenten (visie, omgevingsplan, vergunning) zoals beoogd in de Omgevingswet. Hiervoor voeren we de bestaande werkzaamheden uit binnen een gewijzigd wettelijk kader met hierbij een steeds sterkere focus op risicogericht werken. Voor de nieuwe taken wordt kennis en capaciteit opgebouwd. Dit betreft een structurele taak die plaatsvindt binnen het bestaande budget. Voor het uitvoeren van de nieuwe taken (advisering op het bredere risicoprofiel, bij meer categorieën aangewezen als wettelijk adviseur en bij de voorkant aansluiten bij vergunningprocedures) is de inschatting dat hiervoor 3-4 fte nodig is.
Energietransitie VRG faciliteert een veilige energietransitie door middel van vroegtijdige advisering over veiligheidsaspecten en doordachte risicobeheersing bij beleidskeuzes met betrekking tot energietransitie. We ontsluiten en verspreiden kennis over risico's en maatregelen zowel binnen de Veiligheidsregio als bij de stakeholders. We brengen adviezen uit bij alle ontwikkeltrajecten van energieprojecten. We initiëren en stimuleren onderzoeksprojecten en voeren deze uit in samenwerking met kennisinstituten. Onze stakeholders op het gebied van energietransitie zijn gemeenten, provincie, infraproviders, nutsbedrijven, netbeheerders en brancheorganisaties. Klimaatadaptatie VRG wil zorgdragen voor een zo veilig mogelijke fysieke omgeving door effecten van klimaatverandering zo veel mogelijk te beperken. Dit doen we door andere overheden (gemeenten, waterschappen en provincie) te adviseren over mogelijke maatregelen en plannen om de inwoners veilig te houden. Een en ander gebeurt in afstemming met de buurregio's Fryslân en Drenthe. Anticiperen op diverse ontwikkelingen zoals veranderingen in demografie, energietransitie, klimaatopgaven en andere ruimtelijke ingrepen vraagt inzet. Waar die inzet niet past binnen de huidige begroting zullen keuzes voorgelegd worden zodat uiteindelijk de inzet aan de voorkant van de veiligheidsketen leidt tot (bestuurlijk) acceptabele restrisico.
Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Ook in 2023 zal het grootste deel van de uren en middelen van de brandweer worden ingezet voor de uitvoering van de reguliere taken: ervoor zorgen dat de brandweer vanuit 39 kazernes (2 beroeps bezet en 37 bezet door vrijwilligers) kan uitrukken bij incidenten met brand, technische hulpverlening, gevaarlijke stoffen en waterongevallen. Hiervoor wordt geïnvesteerd in paraatheid, vakbekwaamheid en in aanschaf en onderhoud van het benodigde materiaal en materieel. Naast de basisbrandweerzorg en de organisatie van specialismen wordt een commandovoeringssysteem paraat gehouden voor leiding en coördinatie bij grote incidenten. Tot de reguliere taken behoort ook de instandhouding van 5 jeugdbrandweerploegen.
Pagina 16 van 57
Vakbekwaam worden en blijven Binnen Veiligheidsregio Groningen worden diverse activiteiten ondernomen om de medewerkers op te leiden (vakbekwaam worden) en te oefenen (vakbekwaam blijven). Dit geldt voor alle medewerkers, de vrijwilligers en het beroepspersoneel van de brandweer en de piketfunctionarissen van de brandweer. Vakbekwaam worden en blijven vormen een belangrijke basis voor goede brandweerzorg. Dat doen we op basis van wettelijke vereisten, landelijke standaarden, het regionale risicoprofiel en de piramides van de kerntaken van de brandweer. Daarnaast werken we voortdurend aan het verbeteren van de kwaliteit en het toekomstbestendig en effectief inrichten van het vakbekwaamheidsprogramma. Voor vakbekwaam worden houden we jaarlijks rekening met een gemiddeld verloop van 7% manschappen en 10% bevelvoerders, waardoor we ieder jaar gemiddeld ca. 75 nieuwe manschappen en bevelvoerders moeten opleiden. Daarnaast vinden er tussen de 350 en 400 andere reguliere opleidingsactiviteiten plaats, van bijvoorbeeld brandweerchauffeurs, bedienaars redvoertuig, zwemmers oppervlaktereddingsteam en verkenningseenheden brandweer, tot duikers en leerwerkplekbegeleiders. Het reguliere programma voor vakbekwaam blijven (oefenen) vraagt van alle repressieve medewerkers een grote tijdsinspanning.
Voor bijvoorbeeld de vrijwillige manschappen alleen al, bestaat het programma uit 22 vaste oefenmomenten en 2 oefendagen. Dat is in totaal ca. 33.000 uur op jaarbasis. Alle overige oefenmomenten zijn dan nog niet meegerekend. Dit is echter het minimum dat nodig is om ervoor te zorgen dat onze repressief inzetbare medewerkers goed zijn toegerust voor het uitvoeren van hun repressieve taken. Aanschaf en onderhoud van materiaal en materieel Het materieel van de brandweer is opgenomen in de meerjarenplanning voor vervangingsinvesteringen. Met noodzakelijke vervangingen houden we de basis op orde en ontstaat uniformiteit. Dit heeft voordelen voor uitwisselbaarheid en paraatheid, en levert mogelijk een tijdsbesparing op in het doorlopen van de aanbestedingen. Bij het streven naar uniformiteit houden we uiteraard altijd een blik op de risico’s; uniformiteit is geen doel op zich. Grote aanschaffen die in 2023 worden uitgeleverd zijn 6 redvoertuigen ter waarde van € 5,3 miljoen (reeds aanbesteed, onderdeel van 7 identieke voertuigen), 4 tankautospuiten ter waarde van € 1,8 miljoen (eerste 4 van nieuw raamcontract, eerste stap naar toekomstgerichtheid) en 2 hulpverleningsvoertuigen ter waarde van € 8 ton (nog afhankelijk van bestuurlijke besluitvorming).
1.2.1 In verbinding met de samenleving BrandVeilig Leven We blijven in samenwerking met inwoners en bedrijven in de regio Groningen bezig om diezelfde partijen bewuster te maken van de gevaren in hun leefomgeving, huis en bedrijf. We hopen in 2023 het initiatief ‘Leefsamen’, waar we met gemeente Westerwolde, woningcorporatie Acantus en Akkedeer (dienstverlener in slimme technologie) aan werken, te hebben uitgebreid naar meer gemeenten. Eerste Hulp Ben Jij Als een van de risicocommunicatiemiddelen gebruiken we ‘Eerste Hulp Ben Jij’ (EHBJ) waarbij we samen optrekken met de Groningse gemeenten, Rode Kruis, Vereniging Groninger Dorpen, Univé Noord-Nederland en het Nationaal Programma Groningen. Uitzonderlijke locaties
Pagina 17 van 57
We gaan in 2023 door op de weg waarbij we samen met een gebouwbeheerder van bijzondere locaties en de gemeente brandveiligheid een optimale plaats willen geven in de samenwerking. Een specifiek voorbeeld hiervan is het UMCG. Brandweer Opleidingen Noord (BON) Binnen BON is een beweging ingezet om een aantal noodzakelijke aanpassingen in de structuur en de bedrijfsvoering door te voeren, om zodoende te komen tot een organisatie die op kwalitatief hoog niveau haar klanten optimaal kan bedienen. Door te sturen op het verlagen van de vaste kosten, lagere personeelslasten en een efficiëntere bedrijfsvoering, wordt de situatie van BON verbeterd. Brandweer Nederland en 3Noord Binnen Brandweer Nederland werken we landelijk samen aan strategische thema’s als de toekomstverkenning van het brandweerstelsel, de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s en vrijwilligheid. We maken deel uit van de landelijke vakraden waarin besloten wordt over de aanpak van landelijke samenwerking op vraagstukken die het vakgebied raken en waarin landelijke projecten en programma’s worden aangestuurd. Op 3Noord niveau zetten we de samenwerking met Fryslân en Drenthe voort in zowel risicobeheersing als repressieve brandweerzorg. Wat heeft Brandweerzorg hiervoor nodig?
Gemeentelijke bijdrage regulier Gem. bijdrage FLO cf MJB 2020-2023 Extra gem. bijdrage negatief EV Rijksbijdrage Overige baten Totale baten
40.943 1.050 2.600 5.264 469 50.326
Begroting 2023 41.949 1.050 2.600 5.400 440 51.439
Personele lasten Materiele lasten Taakstellende bezuiniging Totale lasten
32.251 14.815 -57 47.009
32.954 15.595 -138 48.411
703 780 -81 1.402
Resultaat voor reserve mutaties
3.317
3.028
-289
Reserve mutaties
-3.317
-3.028
289
0
0
0
Brandweerzorg (* € 1.000)
Resultaat na reserve mutaties
Actuele begroting 2022
Verschil 1.006 136 -29 1.113
Toelichting belangrijkste mutaties begroting 2023 t.o.v. actuele begroting 2022 • • • •
Indexatie baten en lastenzijde Uitzetting van € 250 duizend aan batenzijde Aanpassing reservemutatie i.v.m. AB besluit 10 december 2021 instellen egalisatiereserve voor kapitaallasten. Actualisatie Rijksbijdrage en indexatie
Pagina 18 van 57
1.3 Crisisbeheersing Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Rampenbestrijding en crisisbeheersing C.Y. Sikkema W. Mansveld
In de hoofdstructuur van VRG is Crisisbeheersing gepositioneerd naast Brandweerzorg en Risicobeheersing. Gezamenlijk geven zij invulling aan de primaire processen op het gebied van crisisbeheersing, Geneeskundige Hulpverlening in de Regio en de Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG). Wat willen we met het programma Crisisbeheersing in 2023 realiseren? Binnen het programma Crisisbeheersing organiseren wij ons op thema’s en werken integraal met interne en externe ketenpartners. Landelijke besluitvorming in het licht van de evaluatie en herziening van de Wet Veiligheidsregio’s (Wvr) kan van invloed zijn op wat crisisbeheersing in de beleidsperiode doet of moet doen. Wat willen wij bereiken? In het Veiligheidsplan VRG 2020-2024 benoemen wij onze ambities. Het Veiligheidsplan kent voor Crisisbeheersing 4 beleidsthema’s: borgen van de basis, verbreding van het risicoprofiel, inzetten op samenwerking in een breder netwerk en flexibel en proactief optreden. Wat gaan wij ervoor doen per programma? • Borgen van de basis Crisisbeheersing is ingericht als een cyclisch proces dat risicoanalyse, preventie, preparatie, respons en herstel omvat. Een belangrijk uitgangspunt is informatiegestuurd werken, dat wij verder concretiseren in een regionaal informatieknooppunt en de aansluiting aan het koppelvlak Rijk-Regio’s (KCR2). •
Verbreding van het risicoprofiel
In nauwe samenwerking met risicobeheersing kunnen vroegtijdig ontwikkelingen geduid worden die een bedreiging kunnen vormen voor de stabiliteit en veiligheid van de samenleving. Dit stelt ons in staat om ons te prepareren op nieuwe crisistypen die onder andere voortkomen uit de gedigitaliseerde samenleving, het veranderende klimaat, technologische ontwikkelingen en de maatschappelijke effecten die deze crisistypen kunnen hebben. •
Inzetten op samenwerking in een breder netwerk
Op basis van het risicoprofiel hebben wij ons netwerk per dreiging in beeld. Ook voor nieuwe crisistypen gaan wij de samenwerking aan met nieuwe partners uit onder andere wetenschap, kennisinstituten en daarnaast met inwoners. •
Flexibel en proactief optreden
Onze uitvoeringsregeling Crisisplan is geïmplementeerd. Wij hebben een parate crisisorganisatie die zich flexibel aan kan passen aan de omstandigheden van een (dreigende) crisis. Vanuit een kernbezetting zetten wij in wat nodig is en maken de verbinding naar specifieke expertise uit ons netwerk.
Pagina 19 van 57
De ontwikkelingen zoals hierboven beschreven kunnen consequenties hebben voor de personele invulling van de sector crisisbeheersing. Dit kan leiden tot een herijking van de huidige formatie en begroting. Gaswinning en Aardbevingen Binnen het thema ‘gaswinning en aardbevingen’ blijft VRG zich inzetten op de drie pijlers: de fysieke effecten van seismiciteit, de effecten van de gaswinning op gezondheid en sociale veiligheid, en de effecten op maatschappelijke onrust. We ontplooien activiteiten op alle drie de pijlers, zoals het project zelf- en samenredzaamheid, de campagne Eerste Hulp Ben Jij en het lesprogramma ‘Aardbevingenwijzer’. Inzet is de regionale en landelijke actualiteiten binnen het gaswinnings- en aardbevingsdossier actief te volgen en te adviseren over de veiligheids- en gezondheidsaspecten van het thema gaswinning en aardbevingen. Ook wordt gezorgd voor het vakbekwaam krijgen en houden van hulpverleners specifiek op dit dossier en voor voortdurende risico- en crisiscommunicatie, net als informatie-uitwisseling met onze partners. Wat heeft Crisisbeheersing hiervoor nodig? De genoemde ontwikkelingen kunnen binnen de onderstaande begroting worden uitgevoerd. Kosten rondom de activiteiten op grond van aardbevingen worden gefinancierd vanuit de NCG en Provincie Groningen.
De toekomstige activiteiten vanuit/binnen het programma aardbevingen worden afgestemd op de te verkrijgen subsidies. Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000)
Actuele begroting 2022
Begroting 2023
Verschil
Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totale baten
675 509 110 1.294
688 522 30 1.240
12 13 -80 -55
Personele lasten Materiele lasten Totale lasten
948 309 1.257
889 313 1.203
-59 4 -55
Resultaat voor reserve mutaties
37
37
0
Reserve mutaties
-37
-37
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
Toelichting belangrijkste mutaties begroting 2023 t.o.v. actuele begroting 2022 • •
Indexatie baten en lastenzijde Correctie incidentele posten in overige baten, personele en materiele lasten (onder andere meerkosten corona zie actualisatie begroting 2022)
Pagina 20 van 57
1.4 Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Gemeentelijke Kolom Groningen C.Y. Sikkema A. Schulting, P. van Vilsteren
Wat wil het programma Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) realiseren in 2023? In opdracht van de Gemeentelijke Kolom Groningen wordt voor gemeenten het programma Bevolkingszorg als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing op regionaal niveau integraal uitgevoerd, ter preparatie op en uitvoering van adequate, toekomstgerichte en onderling samenhangende bevolkingszorgprocessen. Dit gebeurt in het kader van Rampenbestrijding en Crisisbeheersing, inclusief de multidisciplinaire processen Crisiscommunicatie en Nafase. De uitvoering en coördinatie van het programma gebeurt regionaal, lokaal verbonden, doelmatig en integraal. •
Borgen van de basis
In lijn met de vier beleidsthema's voor Crisisbeheersing zet GKG in op het borgen van continuïteit, kwaliteit en professionaliteit van de crisisfunctionarissen van team GKG, ten behoeve van de voorbereiding van deze crisisfunctionarissen (doorgaans werkzaam bij gemeenten) op adequaat en effectief handelen tijdens incidenten en (dreigende) crises. Vakbekwaamheid is daarvoor essentieel en behoort dan ook tot de kern van het programma, als afgeleide van het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen (MOTO). Het team GKG wordt daarbij gefaciliteerd middels adequate beheersystemen, informatiemanagement en digitale leeromgevingen. •
Verbreding van het risicoprofiel
Vanuit GKG wordt actief bijgedragen aan de samenwerking tussen crisisbeheersing en risicobeheersing en de duiding van ontwikkelingen die een bedreiging kunnen vormen voor de stabiliteit en veiligheid van de samenleving. De bevolkingszorgprocessen worden geborgd in de preparatie op nieuwe crisistypen. •
Inzetten op samenwerking in een breder netwerk
Het relatiebeheer & netwerkprogramma-management is primair gericht op de Groninger gemeenten. Daarnaast is er verbinding met de overige programma’s, vaste en nieuwe (crisis)partners en het regionaal en landelijk netwerk. •
Flexibel en proactief optreden
Als integraal onderdeel van de crisisorganisatie wordt het Team Bevolkingszorg flexibel en proactief ingezet, waarbij wordt georganiseerd wat in een gegeven context nodig is.
Pagina 21 van 57
Wat heeft GKG hiervoor nodig? GKG (*1.000)
Actuele begroting 2022
Begroting 2023
Verschil
Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totale baten
1.237 1.237
1.259 1.259
22 22
Personele lasten Materiele lasten Totale lasten
1.124 113 1.237
1.149 110 1.259
25 -3 22
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
Toelichting belangrijkste mutaties begroting 2023 t.o.v. actuele begroting 2022 • Indexatie baten en lastenzijde
Pagina 22 van 57
1.5 Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Programma: Portefeuillehouder: Directeur:
Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio C.Y. Sikkema J. Rietveld
Wat wil het programma GHOR in 2023 realiseren? Onder de verantwoordelijkheid van de DPG worden GHOR-taken uitgevoerd en waar mogelijk zullen deze taken als integraal onderdeel van Crisisbeheersing worden uitgevoerd. •
Borgen van de basis
In lijn met de vier beleidsthema's voor crisisbeheersing zet ook de GHOR in op het borgen van continuïteit, kwaliteit en professionaliteit van de crisisfunctionarissen van de GHOR, ten behoeve van de voorbereiding van deze crisisfunctionarissen (waarvan een deel extern wordt ingehuurd en werkzaam is in de zorgketen) op adequaat en effectief handelen tijdens incidenten en (dreigende) crises. Vakbekwaamheid is daarvoor essentieel en behoort dan ook tot de kern van het programma, als afgeleide van het multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen (MOTO). De GHOR wordt daarbij gefaciliteerd middels adequate beheersystemen, kwaliteitszorg, informatiemanagement en digitale leeromgevingen. Daarnaast zal informatiemanagement vanuit de GHOR, in samenwerking met de functionele keten, moeten aansluiten op de risico -en incidentmanagementorganisatie van de sector Crisisbeheersing. •
Verbreding van het risicoprofiel
Vanuit de GHOR wordt actief bijgedragen aan de samenwerking tussen crisisbeheersing en risicobeheersing en de duiding van ontwikkelingen die een bedreiging kunnen vormen voor de stabiliteit en veiligheid van de samenleving. De GHOR-processen worden geborgd in de preparatie op nieuwe crisistypen. De wettelijke taken van de GHOR in de Omgevingswet en evenementenadvisering zijn dossiers die van belang zijn om in samenwerking met risicobeheersing binnen de VRG te borgen. •
Inzetten op samenwerking in een breder netwerk
De GHOR opereert op het snijvlak van openbaar bestuur, veiligheid en zorg. Het relatiebeheer en netwerkmanagement van de GHOR zijn gericht op deze 3 domeinen. Dit netwerk is zowel regionaal, bovenregionaal als landelijk. •
Flexibel en proactief optreden
Als integraal onderdeel van de crisisorganisatie wordt Team GHOR flexibel en proactief ingezet, waarbij wordt georganiseerd wat in een gegeven context nodig is. Mogelijk heeft deze flexibele inzet consequenties voor de inrichting van de GHOR-crisisorganisatie.
Pagina 23 van 57
Wat heeft GHOR hiervoor nodig? GHOR (*€ 1.000) Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage Overige baten Totale baten
Actuele begroting 2022 468 1.282 1.750
Begroting 2023
Verschil
476 1.316 1.792
8 34 42
1.453 297 1.750
1.485 306 1.792
32 9 42
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
0
Reserve mutaties
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
Personele lasten Materiele lasten Totale lasten
Toelichting belangrijkste mutaties begroting 2023 t.o.v. actuele begroting 2022 • Indexatie baten en lastenzijde
Pagina 24 van 57
1.6 Overhead Om het bestuur op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt conform BBV (besluit Beleidsbegroting en Verantwoording) in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. In de programma’s moeten dan de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, is een definitie van de overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Conform de notitie Overhead BBV (juli 2016) zijn alle kosten beoordeeld op aard (overhead of primair). De overhead komt als volgt tot uitdrukking in het overzicht baten en lasten. De totale overhead conform BBV definitie is totaal begroot op 20,2% uitgedrukt in euro’s van de totale lasten van VRG. Hierbij sluiten we aan bij de systematiek in de jaarrekening 2021. Overzicht baten en lasten (conform artikel 17 BBV): VRG (* € 1.000)
Baten
Lasten
Saldo
Brandweerzorg
45.599
37.185
8.414
Crisisbeheersing
688
1.177
-489
GKG
1.259
1.259
0
GHOR
476
1.792
-1.315
7.708
-
7.708
Overhead
-
11.252
-11.252
Heffing VPB
-
-
-
Bedrag onvoorzien
-
-
-
55.730
52.665
3.065
Brandweerzorg
-
3.028
-3.028
Crisisbeheersing
-
37
-37
GKG
-
-
-
GHOR
-
-
-
55.730
55.730
0
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma
Resultaat
Pagina 25 van 57
2 Paragrafen In de beleidsbegroting worden in afzonderlijke paragrafen de beleidslijnen vastgelegd met betrekking tot relevante beheersingsmaatregelen, alsmede tot de lokale heffingen. Voorgeschreven paragrafen die niet voor VRG aan de orde zijn, worden niet in de beleidsbegroting opgenomen.
2.1 Gemeentelijke bijdragen en Lokale heffingen Het belangrijkste doel van VRG is de uitvoering van wettelijke taken op het gebied van Brandweerzorg, Rampenbestrijding & Crisisbeheersing. De programma’s GKG en GHOR worden uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. In de gemeenschappelijke kosten zijn ook de kosten van GHOR en GKG opgenomen. De voor de uitvoering van de taken van VRG gemaakte kosten worden, onder aftrek van rijksbijdragen, conform een vooraf overeengekomen verdeelsleutel toegerekend aan de deelnemende gemeenten. Deze verdeelsleutel is een mix van inwonerbijdrage en een verdeelsleutel die samenhangt met het fictief aandeel brandweerzorg in het gemeentefonds. Voor bepaling van het juiste aandeel per gemeente in de bijdrage, zijn de berekeningen gebaseerd artikel 24a van de Gemeenschappelijke Regeling VRG en op het Cebeon rapport d.d. 21 december 2021. Naast genoemde kostenverrekening komen geen door het veiligheidsbestuur vast te stellen lokale heffingen voor.
2.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. • Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit. In 2018 is door het Algemeen Bestuur de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen vastgesteld 2019-2022. De hierin opgenomen actuele risico’s worden periodiek herzien en hierover wordt gerapporteerd in de managementrapportages. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandsvermogen =
beschikbare weerstandscapaciteit (vrij beschikbare reserves) benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Om die reden is een zekere buffer aan te raden. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Bij de jaarrekening 2019 heeft VRG een voorziening moeten treffen van circa € 15,2 miljoen inzake de kosten van de Regeling FLO-overgangsrecht 75% netto garantie (FLO2018). De algemene reserve van VRG werd daardoor sterk negatief (circa € 12,5 miljoen). Zoals wettelijk geregeld moeten de deelnemende gemeenten tekorten in de GR opvangen. Na overleg met de gemeenten en de toezichthouder Provincie Groningen is een herstelplan voor het negatief eigen vermogen overeengekomen. Op 2 oktober 2020 heeft het dagelijks bestuur ingestemd met het 5-jaars scenario. Binnen de termijn van deze MJB (2021-2024) inclusief het jaar 2020 zal door jaarlijkse extra
Pagina 26 van 57
gemeentelijke bijdragen het negatief eigen vermogen aangezuiverd worden zodat een positief saldo van de algemene reserve ontstaat in 2024. Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover VRG beschikt of kan beschikken om niet begrote kosten te dekken. Onderstaand overzicht geeft een beeld van het verwachte meerjarige verloop van de algemene reserves waarover VRG beschikt. In de geprognosticeerde stand is met de volgende mutaties rekening gehouden: • •
Resultaatbestemming 2021 Verwachte begrote mutaties in de reserves
Algemene reserve (in €) Stand per 1-1 Aanvulling door gemeenten Jaarlijkse bijdrage FLO WG-lasten (WIA-ZVW-etc.) Aanvullende dotatie Rekeningresultaat Stand per 31-12
2021 -10.282.067 2.600.000 1.050.000 -556.767 228.000 -6.960.834
2022 -6.960.834 2.600.000 1.050.000 -42.610 -686.261
2023 -4.039.705 2.600.000 1.050.000 -41.680 -691.455
2024 -1.122.840 2.600.000 pm -40.334 -703.052
2025 733.774
2026 733.774
pm pm
pm pm
-4.039.705
-1.122.840
733.774
733.774
733.774
De algemene reserve VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Door de getroffen voorziening bij de jaarrekening 2019 is de algemene reserve negatief. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: • Materieel VRG. Deze is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwater systemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. • Onderzoek stedelijk gebied. Deze is bestemd voor de onderzoekskosten stedelijk gebied. • Kapitaallasten. Deze egalisatiereserve is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. • Tweede loopbaanbeleid. Deze bestemmingsreserve wordt ingezet om de kosten te dekken van de 22 medewerkers die tot 2030 moeten omscholen i.v.m. het maximum van 20 jaar bezwarende functie. • ICT kosten. Deze bestemmingsreserve wordt ingezet om de kosten te dekken van vertraagde ICT projecten onder andere door de coronacrisis en vertraging in landelijke wetgeving. Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregio-taken worden conform vastgesteld beleid gemonitord in het kader van de P&C-cyclus.
Zoals in de kaderbrief 2023-2026 benoemd zal met name de nieuwbouw stedelijk gebied Groningen in de toekomst naar verwachting tot een forse financiële opgave leiden. Dit hebben we als risico toegevoegd. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM post opgenomen en worden in 2022 nader uitgewerkt in gekwantificeerd. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties:
Pagina 27 van 57
Risico
Actueel vanaf
Incidenteel (gevolgen 1 jaar)
Structureel (gevolgen 2 jaar)
Klasse
Risicobedrag
Paraatheid vrijwilligers
2019
-
600.000
30%
180.000
Onderhoud kazerne Sontweg
2022
150.000
-
30%
45.000
Nieuwbouw stedelijk gebied
2020
-
1.600.000
70%
1.120.000
Programma aardbevingen
2017
-
550.000
30%
165.000
Tweede loopbaanbeleid
2021
300.000
-
30%
90.000
Verzekeren
2019
-
500.000
10%
50.000
Calamiteiten coördinator MkNN Omgevingswet / omgevingsrecht FLO regeling
2021
-
400.000
30%
120.000
2021
-
650.000
70%
455.000
2020
-
1.400.000
50%
700.000
Taakstelling
2021
-
300.000
50%
150.000
Totaal incidenteel + structureel
3.075.000
Risicobedrag (*0,9)
2.767.500
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen.
Risico
Actueel vanaf
Incidenteel (gevolgen 1 jaar)
Structureel (gevolgen 2 jaar)
Klasse
Risicobedrag
Wet Veiligheidsregio's
2019
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Taakdifferentiatie
2019
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Strategisch Vastgoedbeleid
2020
p.m.
p.m.
10%
p.m.
KCR 2
2022
p.m.
p.m.
50%
p.m.
BON
2020
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Cyber en informatiebeveiliging
2020
p.m.
p.m.
30%
p.m.
Beoordeling weerstandsvermogen: VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Eind 2021 is de laatste uitgevoerd. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • •
•
de geschatte financiële omvang van het risico; de waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet het effect van bijsturingsmaatregelen.
Structurele risico’s worden voor 2 jaar voorzien. Binnen deze twee jaar moet door middel van bijsturing en/of aanpassing van het beleid het risico geminimaliseerd worden dan wel opgevangen worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van 90%.
Pagina 28 van 57
Bovenstaand overzicht laat zien dat, rekening houdend met deze beoordeling, de benodigde weerstandscapaciteit € 3.075 mln. bedraagt (€ 2.768 mln. met correctie van 10%). Op dit moment is er geen weerstandsvermogen beschikbaar doordat sprake is van een negatieve algemene reserve ultimo 2021 van € 7,0 miljoen (na resultaatsbestemming). Dit is het gevolg van de vorming van een voorziening FLO ultimo 2019 van € 15,2 miljoen. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen). Hier kan de komende jaren niet aan worden voldaan. Voorzieningen Primo 2023 zijn naar verwachting de volgende voorzieningen getroffen, waarvan hieronder weergegeven is welke afloop in 2023 te verwachten valt: Voorziening (*1.000) Personeel gerelateerd Groot onderhoud kazernes Voorziening FLO-overgangsrecht Totaal