19-03 Bijlage 2 - Aanvraag RTV1 + bijbehorende stukken
Tekst van het document
Zij tracht dit doel en al hetgeen daarmee in de ruimste zin verband houdt te verwezenlijken door het aanwenden van alle geoorloofde middelen, welke voor— de verwezenlijking van het doel der stichting bevorderlijk zijn. BEGUNSTIGERS Artikel 4 1. Begunstigers zijn zij die zich bereid verklaard hebben de stichting financieel te steunen met een door het bestuur vast te stellen minimum bijdrage. 2. Het bestuur beslist omtrent de toelating van begunstigers. 3. De rechten en plichten van een begunstiger kunnen te alle tijde wederzijds door— opzegging worden beëindigd. 4. De begunstigers zijn gehouden tot het betalen van de bijdrage, die door het bestuur is vastgesteld. Zij kunnen daartoe in categorieën worden ingedeeld die— een verschillende bijdrage betalen. 5. Begunstigers hebben geen andere rechten en verplichtingen dan die hun bij of— krachtens de statuten zijn toegekend en opgelegd. GELDMIDDELEN Artikel 5 De geldmiddelen van de stichting bestaan uit: direct of indirect te ontvangen bekostiging van de gemeenten; -
-
-
-
-
—
—
—
—
-
20171800/IT
1
BLAD-3-
reclame-inkomsten. inkomsten uit (eventueel uit te geven programmabladen, nieuwsbladen en andere media; te ontvangen sponsorbijdragen. subsidies en donaties; verkrijgingen ingevolge erfstellingen, legaten en schenkingen; en uit eventuele overige geoorloofde baten. BESTUUR Artikel 6 1. Het bestuur bestaat uit ten minste drie personen. Het aantal leden wordt door het bestuur vastgesteld. 2. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie benoemd. 3. Bij huishoudelijk reglement worden nadere regelen aangaande de bestuurssamenstelling gegeven. 4. De bestuurders worden door het bestuur benoemd uit een of meer voordrachten, behoudens het bepaalde in lid 5. Tot het opmaken van zulk een voordracht zijn bevoegd zowel het bestuur, twee of meer leden van het bestuur gezamenlijk en de programmaraad. 5. Aan elke voordracht kan het bindend karakter worden ontnomen door een met ten minste twee/derde van de uitgebrachte stemmen genomen besluit van het bestuur. 6. Is geen voordracht opgemaakt, of besluit het bestuur overeenkomstig het voorgaande lid de opgemaakte voordrachten het bindend karakter te ontnemen, dan is het bestuur vrij in de keus. 7. Indien er meer dan één bindende voordracht is, geschied de benoeming uit die voordrachten. 8.
Bij het ontstaan van een (of meer) vacature(s) in het bestuur, zullen de overblijvende bestuursleden (of zal het enig overblijvende bestuurslid) binnen één maand na het ontstaan van de vacature(s) daarin voorzien door de benoeming van een (of meer) opvolger(s). De programmaraad zal van het ontstaan van een vacature in kennis worden gesteld, zodat zij in staat zal zijn een voordracht te maken. 9. Mocht(en) in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken,— dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enige overblijvende bestuurslid niettemin een wettig bestuur. 10. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen gemaakte kosten. EINDE BESTUURSLIDMAATSCHAP Artikel 7 1. Het bestuurslidmaatschap eindigt: a. door ontslag op grond van artikel 298 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; b. door bedanken. 2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door het bestuur op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond hernoembaar. BESTUURSVERGADERINGEN EN BESLUITVORMING IN HET BESTUUR Artikel 8 1. Iedere kalenderkwartaal wordt ten minste één vergadering gehouden. 2.
Vergaderingen zullen voorts telkenmale worden gehouden, wanneer de voorzitter dit wenselijk acht of indien één der andere bestuursleden daartoe schriftelijk en onder nauwkeurige opgave der te behandelen punten aan de voorzitter het verzoek richt. Indien de voorzitter aan een dergelijk verzoek geen gevolg geeft in dier voege. dat de vergadering kan worden gehouden binnen drie weken na het -
-
-
-
—
—
—
—
—
—
—
—
—
—
20171800/IT
1
BLAD -4-
verzoek, is de verzoeker bevoegd zelf een vergadering bijeen te roepen met inachtneming van de vereiste formaliteiten. 3. De oproeping tot de vergadering geschiedt -behoudens het in lid 2 bepaaldedoor de voorzitter, ten minste zeven dagen tevoren, de dag er oproeping en die ter vergadering niet mede gerekend, door middel van oproepingsbrieven. 4. De oproepingsbrieven vermelden, behalve plaats en tijdstip der vergadering, de te behandelen onderwerpen. 5. Zolang in een bestuursvergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn, kunnen geldige besluiten worden genomen over alle aan de orde komende onderwerpen, mits met algemene stemmen, ook al zijn de door de statuten gegeven voorschriften voor het oproepen en houden van vergaderingen niet in— acht genomen. 6. De vergaderingen worden geleid door de voorzitter van het bestuur; bij diens afwezigheid wijst de vergadering zelf haar voorzitter aan. 7. Van het verhandelde in de vergaderingen worden notulen gehouden door de secretaris of door één der andere aanwezigen, door de voorzitter daartoe notulen worden vastgesteld en getekend door degenen die in de vergadering als voorzitter en secretaris hebben gefüngeerd. 8. Het bestuur kan ter vergadering alleen dan geldige besluiten nemen indien de meerderheid zijner in functie zijnde leden ter vergadering aanwezig of vertegenwoordigd is. 9.
Het bestuur kan ook buiten vergadering besluiten nemen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid zijn gesteld schriftelijk, telegrafisch of per telex hun mening te— uiten. Van een aldus genomen besluit wordt onder bijvoeging van de ingekomen antwoorden door de secretaris een relaas opgemaakt, dat na medeondertekening— door de voorzitter bij de notulen wordt gevoegd. 10. Ieder bestuurslid heeft het recht tot het uitbrengen van één stem. Voorzover deze statuten geen grotere meerderheid voorschrijven worden alle bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid der geldig uitgebrachte stemmen. 11. Alle stemmingen ter vergadering geschieden mondeling, tenzij de voorzitter een schriftelijke stemming gewenst acht of één der stemgerechtigden dit v66r de stemming verlangt. Schriftelijke stemming geschiedt bij ongetekende, geslote n briefjes. 12. Blanco stemmen worden beschouwd als niet te zijn uitgebracht. 13. In alle geschillen omtrent stemmingen, niet bij de statuten voorzien, beslist de voorzitter. BESTUURSTAAK VERTEGENWOORDIGING Artikel 9 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting. 2. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van— zijn taak te doen uitvoeren door andere organen van de stichting. 3. Het bestuur is bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten tot het kopen, vervreemden of bezwaren van registergoederen. 4.
Het bestuur is niet bevoegd tot het sluiten van overeenkomsten, waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt. 5. De stichting wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd: a. hetzij door het bestuur; b. hetzij door twee bestuursleden gezamenlijk. PROGRAMMARAAD
—
—
—
—
—
—
—
—
-
—
20171800/IT
1
BLAD -5-
Artikel 10 1. De stichting kent een programmaraad. Deze heeft tot taak: a. het vaststellen van het programmabeleid; b. toetsing van de in het programmabeleid verwoorde uitgangspunten; c. het geven van adviezen, gevraagd en ongevraagd, aan het bestuur; d. het opstellen van een jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid; en e. het desgewenst doen van voordrachten ingeval van één of meer vacatures in— het bestuur en of de programmaraad. 2. De leden van de programmaraad worden benoemd door het bestuur op de in artikel 6 leden 4 tot en met 8 van deze statuten bedoelde wijze. 3. De programmaraad dient zodanig te worden samengesteld, dat deze representatief is voor de in de gemeenten voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen. In de programmaraad hebben in ieder geval zitting vertegenwoordigers van de navolgende stromingen: maatschappelijke zorg en welzijn; cultuur en kunst; kerkgenootschappen en genootschappen op geestelijke grondslag; werknemers; werkgevers; onderwijs en educatie; etnische en culturele minderheden; sport en recreatie, en een ander conform de daartoe ingevolge de Mediawet geldende wettelijke vereisten. Bij reglement worden nadere regelen aangaande de samenstelling van de programmaraad gegeven. 4. De programmaraad wijst uit haar midden een voorzitter en secretaris aan.
Zij kan— voor elk hunner een vervanger aanwijzen. 5. De programmaraad vergadert ten minste vier maal per jaar. De vergaderingen van de programmaraad worden bijgewoond door een vertegenwoordiger van het bestuur. Deze heeft een adviserende stem. 6. Mocht(en) in de programmaraad om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende programmaleden, of vormt het enige overblijvende programmalid niettemin een wettige programmaraad. EINDE LIDMAATSCHAP PROGRAMMARAAD Artikel 11 1. Het lidmaatschap van de programmaraad eindigt: a. indien het lid van de programmaraad heeft opgehouden vertegenwoordiger te— zijn van de door hem vertegenwoordigde stroming; b. door bedanken. 2. Elk lid van de programmaraad treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af, volgens een door de programmaraad op te maken rooster van aftreding. 3. De aftredende is terstond hemoembaar. PROGRAMMASTAF HOOFDREDACTEUR Artikel 12 1. De stichting kent een pro grammastaf, bestaande uit een door het bestuur te bepalen aantal medewerkers onder wie een hoofdredacteur, belast met de leiding van de programmastaf. Een programmastatuut, taakomschrijving van de programmastaf en nadere regelen terzake van de verhouding tussen de hoofdredacteur. de programmastaf en andere organen van de stichting worden —
-
-
-
-
-
-
-
-
-
—
2017 1800/IT
BLAD -6-
vastgelegd door het bestuur, nadat deze de daarbij belanghebbenden daarover geraadpleegd heeft. Het door het bestuur vastgelegde programmastatuut behoeft instenuning van de hoofdredacteur en de programmastaf. 2. De hoofdredacteur wordt door het bestuur aangesteld en ontslagen. De hoofdredacteur kan uitsluitend op een daartoe door de voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het bestuur gezamenlijk gedaan voorstel worden ontslagen. Indien het ontslag van de hoofdredacteur op journalistieke gronden zal worden verleend, is het betreffende te nemen ontslagbesluit aan voorafgaand overleg met de programmastaf onderworpen. 3. De voorzitter, de secretaris en de penningmeester van het bestuur zijn gezamenlijk bevoegd de hoofdredacteur in de uitoefening van zijn functie voor onbepaalde tijd schorsen. De schorsing vervalt indien binnen een maand na het schorsingsbesluit: het in het tweede lid van dit artikel bedoelde overleg geen aanvang heeft genomen, in geval het ontslag (mede) op journalistieke gronden zal worden verleend; geen voorstel tot ontslag van de hoofdredacteur is gedaan zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, in geval het ontslag op andere grond(en) dan journalistieke gronden zal worden verleend. 4.
De overige leden van de programmastaf worden op voorstel van de hoofdredacteur enlof overige leden van de programmastaf benoemd door het bestuur, volgens regelen nader vast te stellen door het bestuur. Ontslag wordt hen verleend door het bestuur na overleg met de hoofdredacteur en de programmastaf. Wil het ontslag op journalistieke gronden verleend kunnen worden, dan behoeft— het de voorafgaande instemming van de hoofdredacteur en de programmastaf. 5. Voor de inhoud van alle uitzendingen en voor alle werkzaamheden is de hoofdredacteur verantwoordelijk en jegens het bestuur verantwoording verschuldigd. COMMISSIES EN WERKGROEPEN Artikel 13 1. Het bestuur kan commissies en werkgroepen instellen. 2. Bij reglement worden taak en werkwijze van commissies en werkgroepen vastgelegd. JAARVERSLAG RAPPORTAGE PROGRAMMARAAD REKENING EN— VERANTWOORDING Artikel 14 1. Het stichtingsjaar tevens boekjaar loopt van één januari tot en met éénendertig— december. 2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting zodanig aantekeningen te houden dat daaruit te allen tijde haar rechten en verplichtingen kunnen worden gekend. 3.
Het bestuur stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar zijn jaarverslag op en de penningmeester doet, onder overlegging van een balans en een staat van baten en lasten, rekening en verantwoording over zijn in het afgelopen boekjaar gevoerd bestuur. 4. De programmaraad stelt binnen zes maanden na afloop van het stichtingsjaar jaarlijkse rapportage aangaande het gevoerde en gerealiseerde programmabeleid, zoals vernoemd in artikel 10, lid 1 onder d. vast. 5. De jaarstukken worden door het bestuur vastgelegd. 6. Na vaststelling kan door een ieder kennis worden genomen van het jaarverslag, de rapportage van de programmaraad en de jaarstukken. —
—
—
-
—
-
—
-
—
—
—
20171800/IT
BLAD -7-
4.
7. Het bestuur is verplicht bescheiden bedoeld in lid 3 en 4 tien jaar lang te bewaren. STATUTENWIJZIGING Artikel 15 1. In de statuten van de stichting kan geen verandering worden aangebracht dan door een besluit van het bestuur, waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de statuten zal worden voorgesteld. 2. Zij die de oproeping tot een vergadering van het bestuur ter behandeling van een voorstel tot statutenwijziging hebben gedaan, moeten tenminste vijf dagen voor— de vergadering een afschrift van dat voorstel, waarin de voorgedragen wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats ter inzage leggen tot na afloop van de dag waarop de vergadering wordt gehouden. Bovendien wordt een afschrift als hiervoor bedoeld aan alle leden van het bestuur toegezonden. 3. Een besluit tot statutenwijziging behoeft tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen, in een vergadering waarin tenminste twee/derde van de— bestuursleden tegenwoordig is. Is niet twee/derde van de leden tegenwoordig, dan wordt binnen vier weken daarna een tweede vergadering bijeengeroepen en gehouden, waarin over het voorstel zoals dat in de vorige vergadering aan de orde is geweest, ongeacht het aantal tegenwoordige bestuursleden, kan worden besloten, mits met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. 4.
Een statutenwijziging treedt niet in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd. ONTBINDING Artikel 16 1. De stichting kan worden ontbonden door een besluit van het bestuur. Het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het voorgaande artikel is van overeenkomstige— toepassing. 2. Een eventueel batig saldo van de ontbonden stichting wordt zoveel mogelijk besteed overeenkomstig het doel van de stichting. Bij het besluit tot ontbinding kan echter ook een andere bestemming aan het batig saldo worden gegeven. HUISHOUDELIJK REGLEMENT Artikel 17 1. Het bestuur stelt een huishoudelijk reglement vast. 2. Het huishoudelijk reglement mag niet in strijd zijn met de wet, ook waar die geen dwingend recht bevat, noch met de statuten. SLOTBEPALING Artikel 18 In alle gevallen, waarin deze statuten niet voorzien, beslist het bestuur. WAARVAN AKTE is verleden te Stadskanaal op de datum in het hoofd van deze akte vermeld. De verschenen personen zijn mij bekend. De zakelijke inhoud van de akte is aan hen opgegeven en toegelicht.
De verschenen— personen hebben verklaard op volledige voorlezing van deze akte geen prijs te stellen, tijdig voor het verljden een concept van deze akte te hebben ontvangen, van dc inhoud van de akte te hebben kennis genomen en te zijn gewezen op de gevolgen, die voor partijen uit de akte voortvloeien. Deze akte is beperkt voorgelezen en onmiddellijk daarna ondertekend, eerst door de verschenen personen en vervolgens door mij. (volgen handtekeningen)
—
—
—
—
—
—
—
—
20171800/IT
1
NotuLen van de bestuursvergadering van donderdag 14september 2017 Aanwezig het voltallige bestuur: Theo Mooijman (voorzitter), Henk Otter (penningmeester), Feiko Spieard (secretaris), Bert Jan Brinlcman, Sander Cinjee en Janneke Westerhof.
.
De voorzitter opent de vergadering Deze vergadering behelst één agenda punt: statutenwijziging in verband met de aanvraag van de zendmachtiging voor de gemeente Borger-Odoorn alsmede herstel van twee foutjes in de tekst. Het voorstel tot statutenwijziging is op vrijdag 8 september per e-mail aan alle bestuursleden verzonden. Het voorstel tot statutenwijziging betreft: artikel 3 lid 1 letter a. oude tekst; het verzorgen en uitzenden van een lokaal toereikend media-aanbod bestemd voor de gemeenten Stadskanaal en Veendam, hierna te noemen de gemeenten nieuwe tekst: het verzorgen en uitzenden van een lokaal toereikend media-aanbod in de gemeenten waarvoor de instelling door het Commissariaat voor de Media is aangewezen. artikel 10 lid 3 2e regel oude tekst; voor in de gemeente voorkomende maatschappelijke enz... nieuwe tekst; voor in de gemeenten voorkomende maatschappelijke enz... artikel 10 lid lid 3e streepje oude tekst: cultuur van kunst nieuwe tekst; cultuur en kunst De nieuwe tekst van artikel 3 lid 1 letter a is in overeenstemming met het advies van het Commissariaat voor de Media in het geval dat een omroep in meerdere gemeenten wil acteren. Het bestuur besluit unaniem tot de voorgestelde statutenwijzigingen. Theo Mooijman geeft aan dat hij met Sander Cinjee op maandagmiddag 18 september 2017 naar de notaris gaat voor deze statutenwijziging.
Het verslag van deze vergadering zal op vrijdagmorgen door Bert Jan Brinkman bij de notaris worden bezorgd. De voorzitter sluit de vergadering.
Theo Mooijman Henk
1 1
Bert Jan Brinkman Sander Cinjee Janneke Westerhof
BLAD
-
8-
VOOR AFSCHRIFT
1 1
1 1 1
20171800/IT
Redactie statuut RTV1 1. Doel van het statuut
Dit programma-statuut heeft tot doel. de onafhankelijkheid van de redactie van de omroep te waarborgen bij het uitoefenen van haar journalistieke taak. Het regelt voorts de rechten en plichten van de medewerkers in relatie tot de journalistieke functie van de Omroep. 2. Bij het statuut betrokken partijen Aan dit programma-statuut zijn gebonden: a. Degenen die blijkens schriftelijke overeenkomst deel. uitmaken van de radio, tv en internet-redacties van de Omroep, ongeacht de aard en de duur van de overeenkomst b. De hoofdredactie van de omroep c. Het bestuur van de omroep 3. Begripsbepaling 3.1. Redactie Tot de redactie behoren degenen die blijkens een schriftelijke overeenkomst ongeacht de aard en de duur van het dienstverband als journalist door de omroep zijn aangesteld en! of anderszins onder directe verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren. Zij worden benoemd en ontslagen door het bestuur, op voordracht van de hoofdredactie. 3.2. Hoofdredactie De hoofdredactie wordt gevormd door de hoofdredacteur. Hij! zij is verantwoordelijk voor de inhoud en de vorm van de programma’s op welk medium dan ook de reclameboodschappen uitgezonderd ongeacht of daadwerkelijke uitzending heeft plaatsgevonden. Hij/zij heeft de leiding over de redactie. De hoofdredacteur maakt deel. uit van de redactie.
De hoofdredactie ziet er op toe dat in de berichtgeving de vereiste journalistieke zorgvuldigheid wordt betracht, in overeenstemming met de uitgangspunten als verwoord in artikel. 4 van dit statuut, en dat openbaarmaking van programma’s of onderdelen daarvan niet in strijd zijn met de wet. 3.3 Het bestuur a. Het bestuur is verantwoordelijk voor de inhoud van de reclame-uitzendingen (reclameboodschappen). b. Het bestuur van de omroep is belast met het toezicht op de directie en hoofdredacteur. 3.4 Nieuwsbulletins Tot de nieuwsbulletins worden gerekend de programma’s, of delen van programma’s, die primair bedoeld zijn te informeren over actuele gebeurtenissen, ontwikkelingen en achtergronden bij die actualiteit. 3.5 Overige programma’s Tot de overige programma’s worden de programma’s gerekend die niet primair gekoppeld zijn of behoeven te zijn aan actuele gebeurtenissen en die veelal een onderhoudend informatief karakter hebben. 3.6 Gesponsorde programma’s Deze programma’s of onderdelen van programma’s komen tot stand door medefinanciering en /of zakelijke ondersteuning door derden, zonder afbreuk te doen aan het bepaalde onder artikel 5 van dit statuut. —
—
—
-,
3.7 Rec[ameboodschappen al Reclsmeboodschappen zijn alle uitingen van bedrijven en lof instellingen die erop zijn gericht het publiek te bewegen tot het kopen dan niet betaald van een bepaald product of het gebruikt maken van een bepaalde dienstverlening. 4. Doel.stelling en identiteit 4.1 De streekomroep onderscheidt zich van nationale publieke omroepen doordat zijn programma’s op radio, tv en internet in het bijzonder betrekking hebben op een bepaalde streek en de inhoud van de programma’s cultureel en maatschappelijk van betekenis zijn voor de luisteraars enlof kijkers in die omgeving. De omroep wil, zo veelzijdig mogelijk informatie verschaffen op een breed terrein. 4.2 De streekomroep opereert als publieke Omroep. Zij stelt zich ten doel. radio! televisie! internet-programma’s te maken en uit te zenden in overeenstemming met de bepaLing van de Wet om daardoor de sociaal-maatschappelijke ontwikkeling in het uitzendgebied te bevorderen en de geestelijke, economische, cultureLe, educatieve en recreatieve activiteiten in genoemde regio te intensiveren. Daarbij staat het geven van informatie in de ruimste zin voorop. 5. Journalistieke onafhankelijkheid 5.1 De redactie oefent de haar opgedragen programmatische journalistieke taken uit zonder rechtstreekse beïnvloeding door wie dan ook, noch van buitenaf, noch van binnenuit, ander dan op de wijze zoals in dit statuut geregeld.
5.2 De redactie heeft geen binding met enige politieke of levensbeschouwelijke groepering of met belangengroepen. 5.3 De redactie hecht aan fundamentele waarden en grondrechten, als de vrijheid van meningsuiting, het handhaven van de rechtsstaat en eerbiediging van de menseLijke persoonlijkheid, ongeacht afkomst, ras, gesLacht of seksuele geaardheid. 5.4 De redactie streeft bij de uitvoering van haar werk steeds objectiviteit en onpartijdigheid na, zowel in berichtgeving als analyse. Ze laat zich leiden door de uitgangspunten van journalistieke zorgvuldigheid en evenwichtigheid. —
—
6. Positie van de hoofdredacteur 6.1
Het bestuur van de omroep is als houder van de zendmachtiging overeenkomstig de (Media)wet verantwoordelijk voor het aLgemeen programmabeleid en voor vorm en inhoud van hetgeen in zijn zendtijd wordt uitgezonden, zoweL intern als tegenover derden. Het bestuur van de omroep delegeert de voorbereiding en samensteLling van de actualiteitenprogramma’s aan de hoofdredacteur en de overige programma’s aan de programmaleider. Het bestuur oefent achteraf en met terughoudendheid controle uit. 6.2 De programmaLeider is beLast met de voorbereiding, uitvoering, evaluatie en
ontwikkeling van het programmabeleid van de Omroep. Hij is met betrekking tot de programma’s verantwoordelijk voor de naleving van Statuten en door bestuur vastgestelde richtlijnen van de Omroep. 6.3 Het bestuur van de omroep zal de journalistieke onafhankelijkheid van de redactie waarborgen. 6.4 a. Het bestuur is verantwoordeLijk voor het verwerven, accepteren en uitzenden van reclameboodschappen. Zij zal te allen tijde de redactie vrijwaren van verantwoordelijkheid voor inhoud en programmering van reclameboodschappen. b. Het accepteren en uitzenden van reclameboodschappen deLegeert het bestuur aan de programmaleider 6.5 De directie ziet erop toe dat nieuwsbulletins niet worden gefinancierd door een of meer opdrachtgevers. Zij zal in het algemeen de (hoofd)redactie op generlei wijze verplichten tot het leggen van verbanden tussen de nieuwsberichtgeving en mogelijke belangen van opdrachtgevers, noch ten gunste noch ten nadele van die laatste(n). 6.6 In alle gevallen dat de programmaleider weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat een beslissing van hem direct of indirect van invloed kan zijn op objectiviteit, geloofwaardigheid, kwaliteit of karakter van een programma, pleegt hij vooraf overleg met de hoofdredacteur. 7. Positie van de hoofdredactie en de redactie
7.1 De hoofdredactie van de omroep bestaat uit de hoofdredacteur. Hij/zij wordt bij afwezigheid vervangen door een van de redacteuren. 7.2 De hoofdredactie zal zich bij de uitoefening van haar taak laten leiden door de bepalingen in dit statuut. 7.3 De hoofdredactie draagt geen verantwoordelijkheid voor de inhoud of het karakter van enige uitgezonden reclameboodschap. 7.4 Het bestuur zal niet overgaan tot ontslag van enig lid van de redactie dan na overleg met de hoofdredactie. 7.5 Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8.2 van dit statuut, belegt de hoofdredactie zeker tweemaal per jaar een plenaire redactievergadering waarin zij uitleg geeft over het redactionele beleid: journalistieke uitgangspunten en programmatische plannen. 7.6 Leden van de redactie zullen, zonder schriftelijke toestemming van de directie en hoofdredactie, geen contacten onderhouden met bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen, gericht op het tot standkomen van enige zakelijke of persoonlijke samenwerking met genoemde bedrijven, instellingen of maatschappelijke groeperingen. 7.7 Leden van de redactie zullen hun eventuele politieke en /of levensbeschouwelijke overtuiging niet zodanig uitdragen, dat hun journalistieke onpartijdigheid en die van de omroep in het gedrang kan komen.
7.8 Het gebruik van de naam van de omroep, van de naam van afzonderlijke programma’s of onderdel.en hiervan, voor eigen gewin van redactiel.eden, is strikt verboden zonder schriftelijke toestemming van het bestuur en hoofdredactie. 8 Overeg en advies 8.1 De partijen die aan dit statuut gebonden zijn, verkl.aren het hoogste bel.ang te hechten aan goede werkverhoudingen tussen journalistieke en niet-journalistieke medewerkers, alsmede tussen journalistieke medewerkers onderling. Zij erkennen het bel.ang van onderling overl.eg in situaties die daar om vragen. 8.2 De hoofdredactie overl.egt tenminste twee keer per jaar met de redactie of, indien ingestel.d, de redactieraad over de hoofdlijnen van het programmabel.eid en de redactione(.e formatie. 8.3 Tot de redactievergadering worden allen toegel.aten die onder op grond van een overeenkomst onder verantwoordelijkheid van de hoofdredacteur functioneren (zie artikel. 3.1 begripsbepaling) 8.4 Over zaken die verband houden met het bepaal.de in dit statuut, zal. de hoofdredactie in geen geval. overl.eg met (een vertegenwoordiging van) de redactie ontwijken of weigeren. 8.5 Over zaken die verband houden met het bepaal.de in dit statuut, zal. het bestuur in geen geval. overl.eg met de hoofdredactie ontwijken of weigeren.
9. Rechten van de reden van de redactie
9.1 Wanneer een programmamedewerker ernstige gewetensbezwaren heeft tegen een aan hem verstrekte opdracht, dan weL de opdracht in strijd acht met de journalistieke grondbeginseLen, zoals omschreven in artikel. 5 van dit statuut, kan een dergelijke opdracht weigeren. indien hij zich niet kan neerl.eggen bij een door de hoofdredactie ter zake te nemen of genomen beslissing, kan hij zich wenden tot de redactieraad om een uitspraak. 9.2 Wanneer de hoofdredactie besLuit ingrijpende wijzigingen aan te brengen of te doen aanbrengen in een programma, dient de betrokken programmamaker tijdig in kennis gesteLd te worden. De betrokken programmamedewerker(s) kan! kunnen verl.angen dat het programma c.q. de programmabijdrage niet wordt uitgezonden. Indien door de hoofdredactie niettemin tot uitzending wordt besLoten, zal. het programma niet van de naam van de betrokken programmamaker(s) kunnen worden voorzien. Als de betrokken programmamaker(s) het niet met de genomen beslissing eens is (zijn), kan (kunnen) hij (zij) zich achteraf wenden tot de redactieraad met het verzoek om een uitspraak. 9.4 Wanneer de hoofdredactie besl.uit tot het heruitzenden van een programma of programmaonderdeeL of toestemming verl.eent aan een derde partij tot heruitzending of openbaarmaking op wel.k medium dan ook, dient de betrokken programmamaker om toestemming gevraagd te worden.
Deze toestemming zaL sl.echts onthouden kunnen worden om redenen van principiël.e aard, verband houdende met het journalistieke karakter, de aard of richting van het andere
publiciteitsorgaan. Van dit toestemmingsvereiste kan slechts worden afgeweken, indien de actualiteitswaarde het voorafgaand verzoek niet toelaat. In dat geval zal de betrokken programmamaker zo spoedig mogelijk in kennis gesteld worden van de heruitzending of openbaarmaking. Indien de hoofdredactie zich niet houdt aan de voor omschreven procedure kan de betrokken programmamaker(s) zich voor een uitspraak wenden tot het bestuurd. 10 Benoeming en ontsag van de hoofdredacteur 10.1
De hoofdredacteur van de omroep wordt benoemd en ontslagen door het bestuur. 10.2 Het bestuur zal geen beslissing tot benoeming nemen voordat een redactievertegenwoordiging in de gelegenheid is gesteld over de voorgenomen benoeming aan haar een advies uit te brengen. Dit advies heeft een zwaarwegend karakter; het negeren ervan dient het bestuur schriftelijk te motiveren. 10.3 Bij een voorgenomen ontslag van de hoofdredacteur om programmatische redenen, moet voorafgaand overleg gevoerd worden met een door de redactie benoemde vertrouwenscommissie. 11 Geschillen 11.1
Bij geschill,en, direct samenhangend met de bepalingen van dit programmastatuut, kunnen betrokkenen een bindend oordeel, vragen aan een onafhankelijke beroepscommissie. Deze commissie zal, bestaan uit een lid aangewezen door het bestuur, een lid uit of aangewezen door de redactie en een door de betrokken partijen aan te wijzen onafhankelijke commissievoorzitter. 11.2 Een beroepsprocedure heeft geen schorsende werking ten aanzien van een bestuursbesluit, tenzij partijen anders overeenkomen. 12 SlotbepaUng 12.1
Aangelegenheden die voortvl,oeien uit dit programmastatuut doch waarin dit statuut niet voorziet, kunnen worden gereged in een regement voor de redactievergadering resp. redactie-vertegenwoordiging. 12.2 Wijziging van dit statuut kan slechts met instemming van alle betrokken partijen: hoofdredactie, bestuur en redactie. Instemming van de redactie vereist een gewone meerderheid van de redactieleden. 12.5 Dit statuut laat onverlet hetgeen partijen bindt krachtens de regels van het burgerlijk recht.
Streekindeling met namen
De Nederlandse gemeenten hebben met elkaar 80 streken vastgesteld waarbinnen de organisatie van de lokale omroep de komende jaren vorm moet gaan krijgen. Een gemiddelde streek bestaat straks uit 100.000-200.000 inwoners. De kleinste streken betreffen de Waddeneilanden en enkele Zeeuwse eilanden. De streken tussen 50.000 en 100.000 inwoners zijn met name te vinden in de landelijke gebieden in Groningen, Friesland en Drenthe. Streken met meer dan 200.000 inwoners komen voor in de stedelijke regios, bestaande uit meerdere kleinere steden en kernen. Een beperkt aantal streekomroepen richt zich tenslotte op de grote steden met één of twee andere gemeenten in de omgeving.
Streekindeling met namen 1: Noord-Groningen
17: De Nieuwe Hanze
34: Utrecht Stad
50: Delft
65: West-Brabant
2: Westerkwartier
18: Twente
35: Vecht & Venen
51: Zoetermeer eo.
Zuid
3: Midden-Groningen
19: Flevopolder
36: Gooi en
52: Zuid-Hollandse
66: De Baronie van
4: Groningen Stad
20: Noordoostpolder
Vechtstreek
IJssel
Breda
5: Veenkoloniën
& Urk
37: Kop van Noord-
53: Westland &
67: Hart van Brabant
6: Waddeneilanden
21: Almere
Holland
Midden-Delfland
68: De Meierij
7: Noordoost-
22: Noord-Veluwe
38: West-Friesland
54: Waterweg-Noord
69: Oost-Brabant
Friesland
23: Stedendriehoek
39: Noord-
55: Rotterdam
70: Land van Cuijk
8: Leeuwarden
24: De Achterhoek
Kennemerland &
56: Drechtsteden &
71: Zuidoost-Brabant
9: Waadhoeke &
25: Arnhem & De
Alkmaar
Dordrecht
72: De Peel
Harlingen
Liemers
40: Waterland
57: Hoeksche Waard
73: Noord-Limburg
10: Zuidwest-
26: Rijk van Nijmegen
41: Zaanstreek
58: Goeree-
74: Midden-Limburg
Friesland
27: FoodValley
42: lJmond
Overflakkee
75: Westelijke
11: De Friese Meren
28: De Betuwe
43: Zuid-
59: Voorne-Putten
Mijnstreek 76: Parkstad
12: Zuidoost-
29: Land van Altena
Kennemerland
60: Schouwen-
Friesland
& Gorinchem e.o.
44: Amstelland
Duiveland
77: Heuvelland
13: Noord- en
30: Utrechtse
45: Amsterdam
61: De Bevelanden
Maastricht
Midden-Drenthe
Heuvelrug
46: Duin- en
62: Walcheren
78: Oost-Groningen
14: Zuidwest-Drenthe
31: Eemland
Bollenstreek
63: Zeeuws
& Kop van Overijssel
32: Lekstroom
47: Rijnland
Vlaanderen
15: Zuidoost-Drenthe
33: Gouwe &
48: Alphen e.o.
64: De Zuidwesthoek
16: Het Vechtdal
Hollandse IJssel
49: s-Gravenhage
20-07-2022 ips://www.delokaleomroepinkaart.nI/
Legenda
Vordering streekvorming
Eén omroep voor de streek Eén omroep meerdere gemeenten çj’
Samenwerking tussen omroepen
•
Enkelvoudige lokale om roep
In ongeveer 30 streken is de samenwerking van gemeenten op het gebied van de lokale omroep vergevorderd of afgerond. In zo’n 40 andere streken zijn gemeenten en lokale omroepen begonnen aan samenwerking. In de overige streken bevinden gemeenten en omroepen zich nog in een oriënterende fase.
Streek Veerikoloniën
Bekostiging
Bereik
De gemeentelijke bekostiging voor deze streek is:
Deze gemeenten zijn samen goed voor:
53.571 euro
84.772 inwoners
Streekvorming
Samenwerking
Streekvorming is afgerond
In deze streek wordt er door onderstaande gemeenten samengewerkt: 1. Borger-Odoorn 2. Stadskanaal 3. Veendam
20-07-2022 https://www.delokaleomroepinkaart.nI/
Legenda
Spreiding bekostiging vanuit Gemeentefonds voor de streekom roep (€1OM totaal)
<€50.000
€50.000< €100.000
[1
€150.000 €150.000 < €200.000 €200.000< €250.000 €250.000 < €300.000 €300.000 < €350.000 >= €350.000
Gemeenten en omroepen hebben het kabinet voorgesteld om naast de gemeentelijke zorgplicht in de toekomst ook een vast bedrag aan basisbekostiging ad €375K per streek beschikbaar te maken. Dit bedrag is voor iedere streek gelijk. De basisbekostiging draagt ertoe bij dat alle omroepen, en met name omroepen in de meer dunbevolkte gebieden, veel beter in staat zullen zijn om met voldoende middelen de journalistieke basistaken uit te voeren, onafhankelijk van het aantal huishoudens en onafhankelijk van de plek in Nederland.
Verdeling bekostiging Gemeentefonds per streek Mediaan: 114.477
€0
€100.000
€200.000
€300.000
€400.000
€500.000
20-07-2022 ips://www.deIokaIeomroepinkaart.nI/
€600.000
€700.000 €800.000
Legenda
Spreiding bekostiging vanuit Gemeentefonds voor de streekomroep, mci. Rijksbasisbekostiging
E1
<€400.000
€400.000< €500.000
.
€500.000 < €600.000
€600.000<
1
€700.000 €700.000< €800.000 €800.000< €900.000 €900.000<
€1.000.000 >= €1.000.000
É Gemeenten en omroepen hebben het kabinet voorgesteld om naast de gemeentelijke zorgplicht in de toekomst ook een vast bedrag aan basisbekostiging ad €375K per streek beschikbaar te maken. Dit bedrag is voor iedere streek gelijk. De basisbekostiging draagt ertoe bij dat alle omroepen, en met name omroepen in de meer dunbevolkte gebieden, veel beter in staat zullen zijn om met voldoende middelen de journalistieke basistaken uit te voeren, onafhankelijk van het aantal huishoudens en onafhankelijk van de plek in Nederland.
Verdeling potentiële bekostiging per streek: Gemeentefonds + Rijksbasisbekostiging Mediaan: 489.477
*
1
€0
€200.000
€400.000
€600.000
€800.000
€1.000.000
20-07-2022 jjps ://wwwdelokaleomroepinkaart.nI/
€1.200.000 €1.400.000