CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

17 02 02 Ontwerpbegroting 2027

Gemeenteraad 18 mei 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen13.122 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

OntwerpBegroting 2027

1

2

Inhoud Inhoud ...................................................................................................................................................... 3 1.Voorwoord ........................................................................................................................................ 6 2. Beleidsbegroting .............................................................................................................................. 8 2.1. Inleiding .............................................................................................................................................. 8 2.2. De organisatie ................................................................................................................................. 8 2.2.1. Deelnemende gemeenten en bestuur .................................................................................... 8 2.2.2 Bereikbaarheid ......................................................................................................................... 9 2.3 Programmaplan .............................................................................................................................10 2.3.1. Wat willen we bereiken? .......................................................................................................10 2.3.2.

Wat gaan we daarvoor doen? ...............................................................................................12 2.3.3 Wat mag het kosten?.............................................................................................................16 2.4 Paragrafen .....................................................................................................................................19 2.4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ............................................................................19 2.4.2 Onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................................21 2.4.3 Financiering ............................................................................................................................22 2.4.4 Bedrijfsvoering........................................................................................................................24 2.4.5 Wet Open Overheid................................................................................................................25 2.4.6 Fraude en fraudepreventie.....................................................................................................25 2.4.7 Gevolgen gemeentelijke herindelingen..................................................................................26 2.4.8 Personeel

................................................................................................................................26 2.4.9 Verbonden partijen ................................................................................................................29 3.Financiële begroting .......................................................................................................................30 3.1

Toelichting begroting 2027 ....................................................................................................30

3.1.1

Sluitende begroting ................................................................................................................30

3.1.2

Bedrijfsvoering op orde..........................................................................................................30

3.1.3 Inflatiecorrectie ......................................................................................................................30 3.2 Overzicht van lasten en baten 2026 ..............................................................................................32 3.2.1 Programmarekening ...............................................................................................................32 3.2.2 Categoriale indeling van baten en lasten 2026 ......................................................................33 .............................................................................................................................................................33 3.3 Toelichting op en analyse van de categoriale indeling 2027 .........................................................34 3.4 Uiteenzetting van de financiële positie 2026 ................................................................................36 3.5 Meerjarenraming 2026 – 2029 ......................................................................................................37 4. Vaststellen begroting 2027 ...........................................................................................................40 5.

Overig ..............................................................................................................................................41 5.1 Bijdrage gemeenten 2027 .............................................................................................................41

5.2 Overzicht van de geraamde lasten en baten per taakveld ............................................................41 5.3 Declaratiewijze ..............................................................................................................................41 5.4 BTW compensatie..........................................................................................................................42 5.5 Verdeelsleutel................................................................................................................................42

4

OntwerpBegroting 2027

5

1.Voorwoord

Voor u ligt de begroting van 2027. Vanwege de vroege wettelijke opleveringstermijnen van deze begroting, hebben wij geen rekening kunnen houden met eventueel nog te wijzigen beleid, en is ongewijzigd beleid het uitgangspunt voor de financiële onderbouwing in deze begroting. Dat is, net als afgelopen jaar, om drie redenen relevant:

1. Vaststelling beleidsplannen

Eind 2024 liep het gezamenlijke beleidsplan 2021-2024 af, dat de basis vormt voor de uitvoeringsopdracht van de VKB. De gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Oldambt en Veendam, hebben inmiddels een nieuw beleidsplan vastgesteld voor de komende jaren. Voor de gemeente Pekela is het oude beleidsplan voortgezet, maar is ook de verwachting dat zij alsnog in 2026 een nieuw beleidsplan zullen vaststellen. Of en welke gevolgen dat zal hebben voor de begroting 2027 is op dit moment niet bekend.

2. De landelijke basisdienstverlening

In 2024 zijn er door het Ministerie van Sociale Zaken, de VNG, Divosa en de NVVK bestuurlijke afspraken gemaakt voor de zogeheten basisdienstverlening van schuldhulpverlening in Nederland. De periode daarna is gebruikt om deze dienstverlening verder te ontwikkelen. Dat heeft geleid tot het ontwerp van 20 elementen waaruit de basisdienstverlening bestaat. Doel is dat alle gemeenten deze elementen gaan invoeren. In 2025 heeft de VKB samen met haar opdrachtgevers de implementatie voor het grootste deel hiervan voorbereid. Daarbij zijn keuzes gemaakt door onze gemeenten. Maar dat geldt nog niet voor alle onderdelen. Zo is bijvoorbeeld de nieuwe dienst Budgetcoaching als pilot gestart, begin 2026, en dat zal naar verwachting een vervolg krijgen in de loop van hetzelfde jaar met effect voor de in te schatten kosten en baten in 2027. De baten in deze begroting zijn echter afgestemd op de inschattingen van de gemeenten op basis van het huidige dienstenaanbod. En daarop is ook de begrote formatie gebaseerd en de bijbehorende kosten.

3. Project ‘Toekomst VKB’

In 2025 zijn afspraken gemaakt tussen de vijf opdrachtgevende gemeenten op het vlak van de schuldhulpverlening. Hieruit komt naar voren dat zij een duidelijk beeld hebben over wat zij zelf willen uitvoeren. Daarnaast zijn zij het eens dat ze voor de uitvoering van specialistische taken en voor de kennis en expertiserol op vlak van schuldhulpverlening een externe partij nodig hebben. Het Algemeen Bestuur heeft eind 2025 aan de directeur van de VKB de opdracht gegeven om samen met (de directeuren van de) gemeenten een plan te maken hoe de nieuwe entiteit eruit komt te zien, welke taken op vlak van schuldhulpverlening uitvoert voor gemeenten. Dat plan zal ook bevatten: een herijking van de financieringssystematiek, inzicht in juridische consequenties, een voorstel voor de governance en aanpassing van de GR. Hiervoor is een overbruggingsperiode ingesteld die maximaal 3 jaar duurt (2026-2028), waarin de huidige afspraken tussen de gemeenten en de VKB gehandhaafd blijven. Omdat bijvoorbeeld de exacte takenafstemming nog niet volledig is afgerond, is op het moment van schrijven van deze begroting, niet geheel duidelijk welk effect dit traject nog heeft op de begroting van 2027. 6

Verandering Ondertussen werkt het team van de VKB verder aan een verbeteringsproces dat in 2024 is gestart (basis en bezetting op orde) in 2025 is vervolgd (professionaliseringslag) en in 2026 een nieuwe fase in gaat (veranderingsopgave). De veranderingsopgave die voor ons ligt, zit niet alleen in de vermelde implementatie van de basisdienstverlening en de gezamenlijke planontwikkeling voor de toekomst . Ook intern ligt er, in het verlengde van aanpassing van de diensten, ook een opgave in de manier waarop wij de diensten verlenen. De landelijke basisdienstverlening, is het resultaat van een veranderende tijdsgeest in de loop van de jaren. Dat vraagt van de schuldhulpprofessional een andere benadering van het vak. Van de hardere en voorwaardelijke lijn van vroeger, met een focus op het regelen van de schulden, naar de menselijke en integrale lijn (multiproblematiek) met een focus op begeleiding en coaching naar zelfredzaamheid. Van het vóór de klant doen, naar samen mét de klant regelen. Deze beweging is nog te weinig eerder ingezet en inmiddels een ‘must’ voor de VKB. Complexiteit Naast de toenemende multiproblematiek bij de inwoner en veranderende diensten en dienstverlening voor de medewerker, wordt ook de achterkant van de organisatie complexer.

Het aantal integrale projecten, met impact op de gehele organisatie neemt toe, en bijna in alle gevallen zit daar een ICT component in. Om daar regie op te kunnen houden, zullen wij 2026 gebruiken om een strategisch ICT-plan voor de komende drie jaren (2027-2029) op te leveren. Een specifieke uitdaging, als het gaat om strategische keuzes, zit in het marktaanbod voor applicaties voor de schuldhulpverlening. Er is geen enkele aanbieder die het gehele proces van aanmelding tot en met nazorg bedient, en alles wat daartussen zit. Dit maakt de situatie niet alleen afhankelijk, maar ook steeds complexer. De stapeling van applicaties, bij verschillende aanbieders, is een deel van de oorzaak daarvan. We zien daardoor dat de automatiseringskosten, inclusief die van de formatie daarvoor, toenemen. Daarmee houden we rekening in onze begrotingen. Tevredenheid Begrotingen focussen doorgaans op financiële middelen en de onderbouwing daarvan. Maar laten we niet vergeten voor wie, en met wie, deze middelen worden ingezet: vóór inwoners en mét medewerkers. In dat verband streven we naar hoge tevredenheid van klanten en medewerkers. Het is fijn te merken dat ook afgelopen jaar de klanttevredenheid weer boven de 8 uitkwam, en we vertrouwen hebben in, en werken aan, voortzetting van deze lijn. Het is ook fijn te merken dat onze relatie met de arbeidsmarkt sterk is verbeterd de laatste paar jaar.

Het aantal (goede) sollicitaties op vacatures is meer dan verviervoudigd en de VKB wordt gezien als een betekenisvolle, dynamische en plezierige plek om te werken. Deze positie als werkgever trekt kundige medewerkers aan, en kundige medewerkers leiden weer tot tevreden klanten. Een positieve cirkel in het belang van onze inwoners en opdrachtgevende gemeenten. In al deze uitdagingen enerzijds en positieve bewegingen anderzijds is er voor ons één kernmerk leidend in het samenstellen van begrotingen. En dat is realisme, uiteraard met de kanttekeningen die in aanvang zijn gemaakt. Deze begroting voor 2027 bieden wij u dan ook op die wijze, ofwel zo realistisch als mogelijk, graag aan. Met vriendelijke groet, Marc Winters, Directeur VKB

7

2. Beleidsbegroting

2.1. Inleiding Op grond van artikel 3 van de Financiële Verordening ex art. 212 van de Gemeentewet dient de begroting en de meerjarenraming mede op basis van een voortschrijdend beleidsplan uitvoering te geven aan het doel en de taakstelling van de VKB.

2.2. De organisatie 2.2.1. Deelnemende gemeenten en bestuur De VKB wordt geleid door een Algemeen Bestuur. Dit Algemeen Bestuur bestaat uit vijf wethouders van de aangesloten gemeenten die schuldhulpverlening in hun portefeuille hebben. Uit dit Algemeen Bestuur is een Dagelijks Bestuur gevormd van drie wethouders. Het Dagelijks Bestuur houdt toezicht op de dagelijkse gang van zaken binnen de VKB en is verantwoording verschuldigd aan het Algemeen Bestuur. In een organogram ziet het er als volgt uit:

8

Het huidige bestuur wordt, tot aan de effectuering van de gemeenteraadsverkiezingen 2026, gevormd door:

De dagelijkse leiding over de organisatie ligt bij de directeur. De directeur is tevens ambtelijk secretaris van het bestuur.

2.2.2 Bereikbaarheid De VKB is per 1 november 2025 gevestigd aan het Prof. R.P. Cleveringaplein 1 in Appingedam. We zijn ons ervan bewust dat het VKB-werkgebied groter is dan Appingedam. Vanuit het gebiedsgericht werken blijven we volop inzetten op de aanwezigheid van de VKB op locatie in de verschillende gemeenten. Per gemeente hebben we vaste consulenten als contactpersonen, zodat er voor de inwoners, gemeenten en ketenpartners vertrouwde gezichten zijn. Het is nu al mogelijk om op verschillende locaties in de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Oldambt, Pekela en Veendam een afspraak te plannen met een medewerker van de VKB. We werken structureel op diverse locaties om op deze wijze voor de inwoners meer zichtbaar te zijn en tegelijk de samenwerking met de keten te versterken. Ook is er de mogelijkheid voor huisbezoeken. Als VKB willen we toegankelijk zijn voor iedereen in onze vijf gemeenten. Integraliteit staat daarbij centraal. Tevens leveren we maatwerk op dit punt. Zo is gemeente Eemsdelta gestart in 2025 met het initiatief Geldwijzer Eemsdelta. Daarmee is de gemeente de eerste lijn, voor de inwoners in deze gemeente, en de VKB de tweede lijn. De gemeente Oldambt heeft die beweging ook ingezet, en we verwachten dat andere gemeenten deze ontwikkeling op vergelijkbare wijze zullen volgen.

Dagelijks is de VKB telefonisch bereikbaar van 09.00-12.00 uur en van 13.00-16.00 uur (m.u.v. de vrijdagmiddag). Onze klanten maken gebruik van het digitale klantportaal van de VKB, Mijn VKB, om 24/7 inzicht te hebben in de inkomsten, uitgaven en de voortgang. Veel inwoners die moeite hebben met lezen en schrijven komen sneller financieel in de problemen. In het Taalhuis en Biblionet vinden wij goede samenwerkingspartners. Bij goede bereikbaarheid hoort ook heldere en begrijpelijke communicatie. Onze medewerkers worden getraind in onder meer ‘begrijpelijk schrijven’, om daarmee een open communicatie met klanten mogelijk te maken. Dit werkt drempelverlagend en draagt bij aan goede bereikbaarheid. Ketenpartners zijn voor onze organisatie cruciaal om bereikbaar te zijn voor nieuwe klanten. Samenwerking met onze ketenpartners staat daarom hoog in het vaandel. We sluiten waar mogelijk aan bij de keten en delen daar onze kennis en kunde en delen input met ketenpartners.

9

2.3 Programmaplan 2.3.1. Wat willen we bereiken? In artikel 3 van de Gemeenschappelijke Regeling wordt de doelstelling van de VKB expliciet benoemd. De bank is een kredietbank en heeft geen winstoogmerk. De regeling wordt getroffen ten bate van een zo doelmatig mogelijke uitvoering van de volgende belangen: •

• •

het verlenen van hulp om te komen tot een (duurzaam) financieel stabiele situatie bij inwoners die in financiële moeilijkheden verkeren of dreigen te raken, dit omvat het bieden van ondersteuning bij complexe of structurele schuldenproblematiek en het bevorderen van de gedragsverandering die nodig is om duurzaam financieel (zelf)redzaam te worden en te blijven (budgetcoaching); het op zakelijke en sociaal verantwoorde wijze voorzien in de behoefte aan sociale kredieten; het voorkomen dat inwoners aangewezen raken op ongeschikte of risicovolle financiële diensten door tijdige, passende en sociaal verantwoorde ondersteuning te bieden.

De visie en doelen van de bij de VKB aangesloten gemeenten zijn momenteel weergegeven in vijf beleidsplannen: de gemeenten Eemsdelta, Het Hogeland, Oldambt en Veendam hebben inmiddels nieuwe beleidsplannen vastgesteld. De gemeente Pekela werkt aan een nieuw beleidsplan, waarvan de vaststelling op korte termijn wordt verwacht. De verschillende beleidsplannen sluiten in veel opzichten op elkaar aan, maar kennen ieder hun eigen opzet, accenten en specifiek geformuleerde doelstellingen. In deze paragraaf vertalen we deze plannen naar gezamenlijke doelstellingen voor de VKB. Het fundament onder het programma blijft daarbij altijd een zo nauwe samenwerking tussen de gemeenten (1e lijn) en de VKB (2e lijn). Uit de drie verschillende beleidsplannen worden de volgende de doelstellingen van de VKB geformuleerd en toegelicht: 1. Voorkomen van schulden. Een samenhangende inzet op preventie, voorlichting en nazorg, in nauwe samenwerking met de gemeentelijke teams die verantwoordelijk zijn voor vroegsignalering. Deze samenwerking is essentieel om inwoners tijdig te bereiken en passende ondersteuning te bieden, en sluit bovendien aan bij de regiefunctie die gemeenten steeds nadrukkelijker willen vervullen binnen het sociaal domein.

Deze inzet is erop gericht de kans te verkleinen dat nieuwe of grotere schulden ontstaan, en om daarmee samenhangende maatschappelijke problemen te voorkomen of herhaling ervan tegen te gaan. In lijn met de gezamenlijke visie van de vijf gemeenten werken wij aan een structureel en herkenbaar aanbod voor preventie en voorlichting, gericht op specifieke doelgroepen. 2. Laagdrempelige toegang. Een groot bereik en snelle hulp vraagt om een toegankelijke en herkenbare centrale toegang via de 1e lijn gemeenten, verspreid in de lokale infrastructuur en zonder onnodige bureaucratie. Inwoners moeten zich op elke plek kunnen aanmelden, ongeacht het kanaal of de plek waar zij binnenkomen, zonder drempels of complexe aanmeldprocessen. De gemeente vervult hierbij de rol van eerste toegang en is verantwoordelijk voor de maatschappelijke intake. Wanneer inwoners zich rechtstreeks melden bij de 2e lijn, worden zij in beginsel altijd geholpen en zo snel mogelijk en zonder belemmeringen geholpen met de juiste ondersteuning. 10

3. Bevorderen van integraliteit. De brede maatschappelijke intake in de 1e lijn vormt de basis om inwoners tijdig en passend te ondersteunen en te bepalen welke aanvullende hulp nodig is. Inwoners krijgen zo de juiste hulp met één samenhangende aanpak en goede regie. Als schuldhulpverlening nodig is, volgt in de 2e lijn een specialistische intake. Inwoners kunnen zich melden via de gemeentelijke toegang of rechtstreeks bij de uitvoerende organisatie. Ongeacht het meldpunt wordt gewerkt vanuit één samenhangende aanpak. Medewerkers van de uitvoerende organisatie maken onderdeel uit van de 1e lijn, zodat integraal kan worden samengewerkt en de aansluiting met andere domeinen is geborgd. Dit vraagt om nauwe samenwerking tussen de 1e en 2e lijn en ketenpartners, met snelle doorverwijzingen, warme overdrachten en tijdige terugkoppeling aan de gemeenten, zodat regie en samenhang daar behouden blijven. 4. Bieden van financiële stabiliteit. Financiële stabiliteit is een randvoorwaarde voor effectieve schuldhulpverlening. De inzet is gericht op het (duurzaam) in balans brengen van inkomsten en uitgaven, het creëren van overzicht en het op orde brengen van de financiële basis.

Waar nodig wordt gewerkt aan schuldenrust om verdere escalatie te voorkomen, dit kan urgente crisisinterventie vragen, bijvoorbeeld bij dreigende huisuitzetting, afsluiting of beslag, zowel bij de start als tussentijds gedurende een traject. Bij het realiseren en borgen van stabiliteit wordt aangesloten bij de (zelf)redzaamheid van inwoners. Ondersteuning is passend en proportioneel, met als doel zoveel mogelijk zelfstandigheid. Tegelijkertijd wordt erkend dat een substantieel deel van de inwoners langdurig of permanent ondersteuning nodig heeft om stabiel te blijven, bijvoorbeeld via budgetbeheer of beschermingsbewind. 5. Oplossen van schulden. Het oplossen van schulden is gericht op het bieden van (perspectief op) een schuldenvrije toekomst. Wanneer er sprake is van een schuldregeling is een saneringskrediet het uitgangspunt, tenzij de situatie vraagt om een andere passende oplossing. De gekozen schuldoplossing wordt in beginsel binnen een termijn van maximaal 18 maanden gerealiseerd. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de looptijd van het traject gemotiveerd worden verlengd. Na afronding van het traject wordt passende nazorg geboden om terugval te voorkomen. 6. Duurzame resultaten. De integrale schuldhulpverlening is gericht op het realiseren en borgen van duurzame resultaten.

Naast het oplossen van schulden wordt structureel ingezet op het vergroten van de financiële (zelf)redzaamheid van inwoners, onder meer door budgetcoaching, met als doel de kans op terugval te verminderen. Hierdoor ontstaat ruimte voor ontwikkeling op andere leefdomeinen, zoals participatie, scholing en werk (waaronder re-integratie). Op de langere termijn draagt dit bij aan een afname van de inzet van intensieve ondersteuning en aan het beperken van maatschappelijke kosten. 7. Maatschappelijke impact creëren. Het programma van de VKB moet leiden tot het realiseren van maatschappelijke impact. Schuldenproblematiek staat zelden op zichzelf. Het terugdringen en oplossen ervan kan rust en stabiliteit brengen, waardoor ruimte ontstaat voor herstel en ontwikkeling op andere leefdomeinen. Daarmee wordt tevens bijgedragen aan het verminderen van aanpalende maatschappelijke problematiek. De effecten op andere leefdomeinen zijn niet altijd direct en eenduidig meetbaar. Daarom wordt gestuurd op een set prestatievelden die binnen de eigen invloedssfeer liggen: 11

• • • • • • • • • •

Wachttijd tot intake na aanmelding; Afwenden van crises; Aantal doorverwijzingen vanuit de gemeenten (1e lijn) naar de 2e lijn; Duur van budgetbeheer; Doorlooptijd van het schuldregelingsproces; Aandeel (%) gerealiseerde schuldoplossingen; Aandeel (%) uitval tijdens het schuldhulpverleningsproces; Aantal trajecten budgetcoaching en bijbehorende resultaten; Aandeel (%) recidive; Klanttevredenheid. Deze prestatievelden worden opgenomen in de periodieke sturingsinformatie in de vorm van datagerichte rapportages en dashboards, waarmee de voortgang wordt gedeeld met opdrachtgever, resultaten worden geanalyseerd en tijdig kan worden bijgestuurd.

2.3.2. Wat gaan we daarvoor doen? Een integrale aanpak van schulden kenmerkt zich door het gelijktijdig werken aan financiële stabilisatie én aan onderliggende of samenhangende problemen op andere leefdomeinen. Daarbij gaat het niet alleen om de aanpak van problematische schulden, maar ook om het voorkomen dat schulden (verder) ontstaan, het tijdig signaleren van risico’s en het versterken van de financiële (zelf)redzaamheid. Dit vraagt, waar nodig, om begeleiding gericht op duurzaam financieel gedrag, zoals budgetcoaching en passende nazorg om terugval te voorkomen. Gemeenten hebben een taak op het gebied van werk en inkomen, zorg, onderwijs en jeugd. Dit is vastgelegd in de Participatiewet, de Wet maatschappelijke ondersteuning, de Wet passend onderwijs en de Jeugdwet. De taak op het gebied van schuldhulpverlening hangt hier nauw mee samen. Financiële problemen en schulden kunnen een belangrijke belemmerende factor zijn voor volwaardige deelname aan de samenleving. Integrale dienstverlening dient bij te dragen aan het bereiken van beleidsdoelen op het terrein van armoedebestrijding, participatie, re-integratie, welzijn, zorg en openbare orde. Toegang tot de schuldhulpverlening De Handreiking Basisdienstverlening Schuldhulpverlening (2024) benadrukt dat gemeenten ervoor moeten zorgen dat schuldhulpverlening voor alle inwoners gemakkelijk toegankelijk is.

Dit betekent onder meer dat drempels, zoals complexe aanvraagprocedures, worden weggenomen en dat inwoners begrijpelijke informatie en ondersteuning krijgen. De VKB heeft hier al geruime tijd aandacht voor en richt de dienstverlening hierop steeds verder in. Veel gemeenten organiseren hiervoor een eerstelijnsvoorziening die de brede maatschappelijke intake uitvoert. Wanneer sprake is van (dreigende) schuldenproblematiek, volgt vervolgens een zo snel mogelijke doorverwijzing naar de VKB voor de inhoudelijke intake en specialistische schuldhulpverlening. Indien een inwoner zich rechtstreeks meldt bij de VKB (2e lijn), wordt dit niet als drempel ervaren en wordt de inwoner geholpen; tegelijkertijd vindt er zo snel mogelijk terugkoppeling plaats aan de gemeente, zodat de gemeente de brede maatschappelijke regie kan behouden en integraliteit met andere leefdomeinen kan borgen.

12

Schuldhulpverleningstrajecten Op basis van een vastgesteld plan van aanpak kunnen inwoners met problematische schulden worden ondersteund door het starten van een schuldhulpverleningstraject. De VKB biedt hiervoor een breed palet aan dienstverlening, waaronder budgetcoaching, budgetbeheer, bewindvoering en schuldregelingen, bij voorkeur via saneringskredieten. Indien nodig behoren ook het voorbereiden en opstarten van juridische trajecten, zoals een dwangakkoord en toelating tot de Wsnp, evenals de begeleiding richting en tijdens de Wsnp, tot het takenpakket van de VKB. Dienstverlening VKB De VKB heeft die verschillende diensten van schuldhulpverlening ‘onder één dak’. Hierdoor kan aan inwoners met schulden breed en passend maatwerk worden geleverd en kan de ingezette dienstverlening, indien de situatie daarom vraagt, relatief snel worden aangepast. De uitvoering van schuldhulpverlening sluit zoveel mogelijk aan op ontwikkelingen binnen het sociaal domein en binnen de GR-gemeenten als het gaat om beleid en uitvoering. In dat kader wordt structureel afgestemd met de gemeenten en samengewerkt met ketenpartners en vrijwilligersorganisaties. De dienstverlening is inwonergericht ingericht. De ondersteuning wordt georganiseerd vanuit de behoeften, mogelijkheden en context van de inwoner.

Om de toegankelijkheid en bereikbaarheid te vergroten, zijn consulenten werkzaam op verschillende locaties binnen de aangesloten gemeenten. Over de inzet, aanwezigheid en praktische invulling hiervan worden afspraken gemaakt met de gemeenten. Het versterken van de aansluiting op lokale partners en netwerken vormt een belangrijke aanleiding om (verder) gebiedsgericht te werken. De VKB zet continu in op verbetering van werkprocessen en op versterking van de kwaliteit van ondersteuning en begeleiding. Daarbij wordt nadrukkelijk gestuurd op het effectiever inzetten van instrumenten zoals budgetcoaching en nazorg, met als doel inwoners sneller te ondersteunen richting financiële (zelf)redzaamheid en terugval te beperken. Bij het doorontwikkelen en optimaliseren van werkprocessen blijft maatwerk een uitgangspunt. De gehanteerde werkwijze is doelgericht en sluit aan op de specifieke situatie van de inwoner. De doelgroep benadering is hierbij van belang, omdat de ondersteuning en benaderingswijze per doelgroep kan verschillen (bijvoorbeeld jongeren en nieuwkomers). Door kennis over doelgroepen verder te verdiepen en gerichter toe te passen, beogen wij de ondersteuning verder te professionaliseren en de effectiviteit van de dienstverlening te vergroten. Diensten VKB Een inwoner in Noord-Oost Groningen kan voor deskundige schuldhulpverlening terecht bij de VKB.

Deze dienstverlening vormt het kernpakket. Hiermee geeft de VKB handen en voeten aan de uitvoering van de Wgs en het beleidskader van de gemeenten. Het kernpakket wordt door alle GRgemeenten bij de VKB afgenomen en gedeeltelijk uit de vaste bijdrage bekostigd. Daarnaast kunnen afzonderlijke afspraken worden gemaakt met gemeenten binnen het zogeheten keuzepakket. Wij onderscheiden daarin meerder mogelijkheden waarbij inzet bij de gemeentelijke toegang (o.b.v. detachering) en beschermingsbewind de voornaamste zijn. Op het moment van schrijven van de begroting 2027 vinden er gesprekken plaats over taakafstemming tussen VKB en de gemeenten. Tevens is VKB bezig met de implementatie van de basisdienstverlening, hetgeen leidt tot aanpassing van het dienstenpakket. Wij gaan voor de begroting van 2027 uit van hetgeen de situatie nu is, in de wetenschap dat bij de start van het boekjaar 2027 op onderdelen anders zal zijn. 13

We beschrijven hieronder daarom het dienstpakket op hoofdlijnen. In het financiële deel zullen afgeleiden en/of af te bouwen diensten nog vermeld worden. Deze zijn onderdeel van de eerder vermelde aanpassingen van het dienstenaanbod. Intake Compleet. In de gemeentelijke toegang (1e lijn) vindt de eerste beoordeling van de hulpvraag plaats. De gemeente beoordeelt of specialistische schuldhulpverlening door de VKB nodig is. Indien sprake is van complexe of structurele schuldenproblematiek wordt de inwoner doorgeleid naar de VKB, die de schuldhulpverlening inhoudelijk opstart met een uitgebreide intake conform de NVVK Modules. Crisisinterventie. Wanneer via de gemeentelijke toegang of via andere signalen van inwoners of schuldeiser een bedreigende situatie ontstaat (gedwongen woningontruiming, afsluiting nutsvoorziening of opzegging/ontbinding van de zorgverzekering) kan de VKB een crisisinterventie uitvoeren. Deze interventie is gericht op het afwenden van de bedreigende situatie en snel stabiliseren van de situatie, zodat reguliere schuldhulpverlening kan worden gestart. De interventies kunnen zich niet alleen bij de start, maar gedurende het gehele schuldhulpverleningstraject voordoen. Stabilisatie. Voordat een schuldregeling kan worden gestart, wordt doorgaans eerst een stabilisatiefase ingezet met als doel inkomsten en uitgaven van de inwoner in evenwicht te brengen.

Zodra stabilisatie is bereikt kan een betalingsregeling, herfinanciering of schuldregeling worden opgezet. Een belangrijk tweede doel is het bieden van schuldenrust: het wegnemen van stress en het creëren van tijd en ruimte om toe te werken naar een oplossing. In deze fase wordt gewerkt aan het creëren van financiële rust en overzicht. Stabilisatie is daarmee de fase waarin op basis van het (integrale) plan van aanpak de financiële basis op orde wordt gebracht. Waar nodig wordt flankerende ondersteuning opgestart. De NVVK hanteert voor stabilisatie een termijn van vier maanden, met de mogelijkheid tot verlenging met nog eens vier maanden. Wanneer het voor de inwoner moeilijk is om de financiën zelfstandig te beheren, kan budgetbeheer worden ingezet om inkomsten en uitgaven te structureren en te borgen dat vaste lasten tijdig worden betaald. Stabilisatie is momenteel nog niet als aparte dienst ingeregeld en daarmee ook niet begroot. Per 2027 zal dit als zodanig worden geïmplementeerd. Budgetbeheer. De VKB hanteert één eenduidige werkwijze voor budgetbeheer. Voor statushouders geldt een afwijkende aanpak, omdat hiervoor specifieke wettelijke verplichtingen gelden. Budgetbeheer is, conform de NVVK, het geheel van activiteiten waarbij de inkomsten van de inwoner worden beheerd en betalingen worden gedaan overeenkomstig het vastgestelde budgetplan.

Het doel daarvan is te borgen dat vaste lasten tijdig worden betaald en dat er geen (nieuwe) betalingsachterstanden ontstaan. Budgetbeheer kan worden ingezet als onderdeel van schuldhulpverlening (bijvoorbeeld tijdens de stabilisatiefase) of als afzonderlijke vorm van ondersteuning wanneer zelfbeheer (tijdelijk) niet haalbaar is, maar beschermingsbewind een te zware maatregel zou zijn. Budgetbeheer is in beginsel vrijwillig, maar kan in specifieke situaties ook als voorwaarde binnen een traject worden ingezet. Uitgangspunt is dat budgetbeheer tijdelijk wordt ingezet en, afhankelijk van de situatie en de (zelf)redzaamheid van de inwoner, kan worden verlengd. Budgetcoaching. Budgetcoaching betreft het versterken van financiële kennis en vaardigheden, en het bevorderen van gedragsverandering en het doorbreken van belemmerende overtuigingen. Het doel is inwoners meer inzicht te geven in hun financiële keuzes en hun (zelf)redzaamheid te 14

vergroten. Budgetcoaching kan vanaf het begin van de ondersteuning worden ingezet, maar ook in combinatie met budgetbeheer en/of een schuldregeling worden aangeboden. De afbakening tussen budgetcoaching door de VKB en coaching door andere professionals ligt bij situaties waarin sprake is van problematiek die verder gaat dan (problematische) schulden. Dit betreft vaak complexe psychosociale problematiek die meerdere leefgebieden raakt. Dan is gespecialiseerde hulpverlening noodzakelijk (denk aan verslaving, dakloosheid, psychische of ontwikkelingsproblematiek, trauma, rouw, echtscheiding. Deze situaties vallen buiten de scope de VKB waarvoor passende samenwerking wordt gezocht met gespecialiseerde ondersteuning. Nazorg Nazorg is gericht op het voorkomen van terugval en het behouden van financieel gezond gedrag na afronding van een traject, zoals schuldbemiddeling, saneringskrediet of een periode van budgetbeheer. Het kan bestaan uit lichte begeleiding, periodieke contactmomenten en/of kortdurende ondersteuning. Nazorg is momenteel in ontwikkeling binnen ons dienstenpakket. In de komende periode worden inhoud, werkwijze en organisatorische inbedding verder uitgewerkt, met als doel nazorg in 2027 structureel als onderdeel van de dienstverlening aan te bieden. Wsnp-begeleiding.

Een specifiek vorm van begeleiding is dit element uit de basisdienstverlening voor inwoners die gemeenten of de VKB al in beeld hebben wanneer zij een Wsnp-traject gaan volgen. Gemeenten ondersteunen inwoners bij de aanvraag en het doorlopen van het Wsnptraject om uitval te voorkomen. Dit kan onder andere bestaan uit begeleiding bij het aanleveren van stukken voor de aanvraag, het voorbereiden op de zitting en meegaan naar een toelatingszitting. Daarnaast wordt tijdens het gehele Wsnp traject financiële begeleiding geboden, soortgelijk aan de financiële begeleiding in de minnelijke schuldregeling (Msnp). NPS (Niet Problematische Schulden) NPS betreft situaties waarin schulden (nog) niet als problematisch worden aangemerkt en waarin een inwoner de vordering(en) in beginsel volledig (100%) kan voldoen. In deze situaties past in de regel een oplossing via een betalingsregeling of herfinanciering, in plaats van schuldregelen. Saneringskrediet Een saneringskrediet wordt ingezet wanneer gedeeltelijke terugbetaling mogelijk is. De schulden worden aan het begin van het traject ineens (tegen finale kwijting) afgekocht met een krediet. De inwoner lost het krediet af binnen de geldende looptijd. Uitgangspunt is dat een saneringskrediet als voorkeursoplossing wordt ingezet, tenzij er zwaarwegende redenen zijn om af te wijken.

Schuldbemiddeling Schuldbemiddeling wordt ingezet wanneer gedeeltelijke terugbetaling mogelijk is, maar een saneringskrediet niet passend of mogelijk is. De inwoner betaalt gedurende de looptijd naar draagkracht; na afloop verlenen schuldeisers finale kwijting voor het restant, mits aan de voorwaarden is voldaan. Dwangakkoord. Een dwangakkoord is een verzoek aan de rechtbank om één of meer weigerende schuldeisers te verplichten alsnog in te stemmen met een buitengerechtelijk akkoord (MSNP), wanneer het minnelijk traject is doorlopen maar niet tot stand komt door (onredelijke) weigering. Het verzoek tot dwangakkoord meestal tegelijk ingediend met het verzoek tot toelating tot de Wsnp. De VKB kan, namens de gemeenten en binnen de gemaakte uitvoeringsafspraken, het dossier voor het dwangakkoord voorbereiden en indienen, met de benodigde onderbouwing dat het aanbod het maximaal haalbare is en dat de weigering niet redelijk is. 15

Afgeven 285-verklaring (Wsnp). Wanneer een minnelijke schuldregeling niet haalbaar blijkt, wordt ten behoeve van een Wsnp-verzoek een 285-verklaring opgesteld: een met redenen omklede verklaring dat er geen reële mogelijkheden zijn om tot een buitengerechtelijke schuldregeling te komen, inclusief informatie over de (on)mogelijkheden tot aflossing. Deze verklaring wordt afgegeven door of het college van B&W en is door de colleges gemandateerd aan de VKB. De 285-verklaring is een verplichte bijlage bij het verzoekschrift tot toelating tot de Wsnp en wordt opgesteld volgens het meest actuele model dat in overleg is vastgesteld. Beschermingsbewindvoering. De VKB voert beschermingsbewindvoering uit voor inwoners die door de rechter onder bewind zijn gesteld vanwege fysieke of geestelijke gezondheidsproblemen of, indien van toepassing, problematische schulden. Na uitspraak van de kantonrechter voert een bewindvoerder de financiële handelingen uit die bijdragen aan een goed bewind en wordt de financiële situatie van de betrokkene stabiel gemaakt en gehouden. Daarbij wordt niet alleen gestuurd op stabiliteit maar ook op perspectief, gericht op het vergroten van financiële redzaamheid en het toewerken naar uitstroom uit bewind. Dit geldt zowel voor inwoners die bij de VKB) als voor inwoners onder bewind bij externe particuliere bewindvoerders.

In die situaties wordt, in samenwerking met gemeenten en ketenpartners, gewerkt aan het opbouwen van vaardigheden en het afbouwen van financiële begeleiding, zodat inwoners op de duur hun financiën zelfstandig kunnen vormgeven en de bewindmaatregel kan worden beëindigd. Sociale leningen. Het verstrekken van persoonlijke sociale leningen is onderdeel van het aanbod van de VKB. Hiermee kunnen inwoners met beperkte kredietmogelijkheden toch noodzakelijke uitgaven doen tegen verantwoorde voorwaarden. Preventie en voorlichting. Deze belangrijke dienstverlening is momenteel in herontwikkeling, samen met de gemeenten. De gedachte daarbij is om een apart team Preventie en Voorlichting te vormen. Dit team krijgt als opdracht om een structureel en herkenbaar aanbod te ontwikkelen, gericht op drie prioritaire doelgroepen: werkgevers, jongeren en statushouders. Het team kan hierbij samenwerken met lokale initiatieven, scholen, werkgeversorganisaties en maatschappelijke partners. De exacte verder invulling wordt in 2026 uitgewerkt. Gemeentelijke toegang. Binnen het keuzepakket kunnen gemeenten aanvullende afspraken maken over de inzet en positionering van specialistische capaciteit in de 1e lijn. Een voorbeeld hiervan is het het toevoegen van consulenten van de VKB aan gemeentelijke teams die vroegsignalering uitvoeren.

De inzet van VKB-consulenten wordt momenteel vormgegeven middels detachering. Per 2027 zullen we dit wijzigen naar dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) zodat de levering van VKB aan de gemeenten niet persoonsgebonden is. De precieze invulling betreft altijd maatwerk.

2.3.3 Wat mag het kosten? De programmabegroting is gebaseerd op de gerealiseerde cijfers 2025, de begroting 2026 en de verwachte kosten ontwikkeling 2026 en 2027 (waaronder de effecten uit de CAO SGO). De begroting is opgesteld op basis van een inschatting door de gemeenten van de aantallen diensten die zij af zullen nemen. De specificatie van de per gemeente wordt hieronder 16

weergegeven. De financiële vertaalslag staat in de financiële begroting verderop in dit document. Som van Som Aantal Eemsdelta Het Oldambt Pekela Hogeland 1 Kernpakket 1 Preventie Adviesgesprekken (preventie) Coachingsgesprekken (preventie) Totaal 1 Preventie 2 KV Lening aanvraag zonder borg Totaal 2 KV 3 BBR Aanmeldingen Begeleid financieel beheer (BFB) Budgetbeheer (incl. opstart, afronding en coaching) Budgetbeheer beperkt Budgetcoaching Crisisinterventie Financieel ontzorgen statushouders Intake compleet Intake SHV Jongeren Verkorte intake Totaal 3 BBR 4 SR Dwangakkoord, incl. zitting Financieel beheer Intake Schuldregeling intern Intake SR extern Schuldbemiddeling Wsnp-begeleiding Wsnp-verklaring Totaal 4 SR Totaal 1 Kernpakket 2 Keuzepakket 2 KV Lening aanvraag met borg Totaal 2 KV 3 BBR Schuldhulpverlening jongeren Totaal 3 BBR 4 SR Schuldhulpverlening ondernemers Totaal 4 SR Totaal 2 Keuzepakket Eindtotaal

Veendam

Totaal Bedrag Aantal Eemsdelta Het Oldambt Pekela Hogeland

6 2 8

12 5 17

1 1 2

10 10

29 8 37

80 80

15 15

73 73

22 22

44 44

234 234

19.920 19.920

190 90 231 6 30 17 0 100 27 0 691

100 44 112 1 10 12 0 83 3

180 75 230 5 16 30 30 90 16

85 23 73 8 9 10 16 40 8

119 42 138 4 15 15 10 61 16

365

672

272

420

674 274 784 24 80 84 56 374 70 0 2.420

15.770 74.700 325.941 2.490 29.880 11.288 0 98.670 40.338 625 599.702

30 5 17 14 7 73 461

1 4 60 19 10 16 5 115 877

7 20 3 5 5 4 44 340

6 30 16 15 14 7 88 562

1 24 190 49 60 61 34 419 3.110

1.743 65.760 1.992 6.474 5.976 3.652 85.597 705.219

9 9

16 16

25 25

7 50 6 13 12 11 99 870

870

461

Totaal Bedrag Veendam

1.992 996 2.988

3.984 2.490 6.474

332 498 830

3.320 3.320

9.628 3.984 13.612

3.735 3.735

18.177 18.177

5.478 5.478

10.956 10.956

58.266 58.266

8.300 14.940 7.055 36.520 62.250 19.090 158.032 324.530 103.003 415 2.075 3.320 9.960 15.936 8.964 7.968 19.920 6.640 0 29.880 15.936 82.668 89.640 39.840 4.482 23.904 11.952 308.345 583.075 215.800

9.877 55.942 34.860 227.420 194.718 1.106.224 1.660 9.960 14.940 79.680 9.960 55.776 9.960 55.776 60.756 371.574 23.904 104.580 625 360.635 2.067.557

498 996 1.743 79.680 26.560 6.308 996 4.980 2.490 7.968 2.490 1.660 1.328 102.090 35.607 709.816 257.715

498 1.494 5.976 39.840 251.680 5.312 16.268 7.470 29.880 6.972 30.378 2.324 11.288 63.412 345.968 438.323 2.485.403

39.840 1.660 8.466 6.972 2.324 59.262 374.330

1.494 1.494

2.656 2.656

4.150 4.150

75 75

0 0

75 75

6.225 6.225

37 37

6.262 6.262

0 0 75 952

3 3 12 352

3 3 103 3.213

0 249 0 249 6.225 1.780 374.330 716.041 259.495

249 249 2.656 10.661 440.979 2.496.064

16 578

705.219

Beschermingsbewind

Beschermingsbewind wordt primair door de klant betaald. Ongeveer twee-derde van alle klanten zal hiervoor bijzondere bijstand aanvragen. Van belang hierbij is dat beschermingsbewind alleen door de rechter kan worden opgelegd en ook alleen door de rechter beëindigd kan worden. De rechtbank bepaalt tevens het soort bewind. Gemeenten hebben de mogelijkheid om adviesrecht bij de rechtbank aan te vragen, in 2024 was het animo daartoe niet groot. Voor zover wij weten is hiervan geen gebruik gemaakt. We verwachten dat de impact op de begroting gering zal zijn. Wel zullen wij ons, mede gezien de ontwikkelingen van de basisdienstverlening, meer focussen op uitstroom uit beschermingsbewind. De geschatte verdeling van het aantal dossiers per gemeente blijkt uit onderstaand overzicht:

17

Jaarbeloning Opdrachtgever Tarief

Intake Alleen € 805

Partner € 966

ER&V Alleen € 302

Eemsdelta Het Hogeland Oldambt Pekela Veendam Buiten werkgebied Totaal

10 3 7 3 3 26

1 1 1 1 1 5

9 2 6 2 3 22

Regulier Partner Alleen € 316 € 1.712 -

89 20 51 14 24 37 235

Partner € 2.052

Alleen € 2.212

Schulden Partner € 2.654

7 3 5 5 5 1 26

17 5 14 6 10 4 56

3 3 2 1 9

Totaal

2 € 224.000 € 55.434 € 144.899 € 56.789 € 80.402 € 74.227 € 635.750

Vaste bijdrage: overhead en bestaan

De VKB heeft te maken met kosten voor bestuur ondersteuning en niet product-/ dienstverlening specifieke activiteiten en voorzieningen gericht op een effectief en efficiënt beheer van de bedrijfsvoering. Er vindt een algemene interne ondersteuning aan de diverse organisatieonderdelen, het management, het dagelijks bestuur en algemeen bestuur plaats. Bij de algemene interne ondersteuning gaat het onder meer om de personeelszorg, communicatie, juridische zaken, de financiële administratie, de kwantitatieve, kwalitatieve en financiële informatievoorziening en applicatiebeheer en de facilitaire ondersteuning. De begrootte lasten worden bepaald door de kosten van het in standhouden van de gemeenschappelijke regeling. Deze zogenaamde bestaanskosten zijn de materiele kosten en ondersteunde diensten (overhead) zoals beschreven in de ‘notitie overhead’ van de Commissie BBV. In de begroting wordt uitgegaan van budgettair neutrale situatie op de overhead en bestaanskosten. Deze kosten worden middels een tarief per inwoner in rekening gebracht bij de deelnemende gemeenten. De verdeling per gemeente ziet er als volgt uit: Opdrachtgever Inwoners Tarief per per 1-1-2025 inwoner aantal € Eemsdelta 44.795 16,84

Vaste bijdrage 2027 € 754.348

Het Hogeland

48.178

8,62

415.294

Oldambt

39.586

16,84

666.628

Pekela

12.459

16,84

209.810

Veendam

27.687

16,84

Totaal

172.705

466.249 2.512.329

Notabene. In 2025 werd de gemeente Het Hogeland geconfronteerd met een opzegging van de dienstverlening door de GKB Groningen waardoor zij genoodzaakt was te kiezen waar zij de dienstverlening op het vlak van schuldhulpverlening laat uitvoeren. Alle vijf gemeenten hebben 18

een voorkeur om binnen de VKB te blijven samenwerken. De gemeenten Eemsdelta, Oldambt, Pekela en Veendam hebben daarom voor de jaren 2027 en 2028 met de gemeente Het Hogeland een maatwerkafspraak gemaakt om volledige toetreding van de gemeente Het Hogeland tot de GR-VKB mogelijk te maken. Om die reden wijkt het inwonertarief van Het Hogeland in bovenstaande tabel (tijdelijk) af.

2.4 Paragrafen In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) zijn meerdere verplichte paragrafen opgenomen voor provincies, gemeenten en hun gemeenschappelijke regelingen. Deze zijn niet allemaal relevant voor de VKB. Om die reden zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen. Hieronder staan de paragrafen: 1. Weerstandvermogen en risicobeheersing; 2. Onderhoud kapitaalgoederen; 3. Financiering; 4. Bedrijfsvoering; 5. Verbonden partijen.

2.4.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Weerstandsvermogen is van belang om de financiële gezondheid van de VKB te kunnen beoordelen. Het is bedoeld om risico’s waarvoor geen voorzieningen zijn getroffen op te kunnen vangen. Het gaat hierbij om de verhouding tussen: • De weerstandscapaciteit, dit is de beschikbare financiële ruimte die zonder ingrijpende beleidswijzigingen beschikbaar is; • De aanwezige risico’s. De weerstandscapaciteit bestaat uit twee onderdelen, de structurele en de incidentele weerstands-capaciteit. De structurele weerstandscapaciteit is met name van belang voor het opvangen van optredende risico’s die een over de tijd uitgestrekt effect hebben en om de incidentele weerstandscapaciteit aan te vullen na het optreden van risico’s. Een structureel middel om risico’s op te vangen kan bijvoorbeeld zijn de post onvoorzien in de begroting. De incidentele weerstandscapaciteit is het ter dekking van risico’s aanwezige vrije vermogen. De incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit bijvoorbeeld de algemene en bestemmingsreserves en deze bedrage ultimo 2024 nihil. 19

De aanwezige (structurele en incidentele) weerstandscapaciteit moet voldoende zijn om de financiële gevolgen van optredende risico’s op te kunnen vangen. Risico’s zijn van nature onzeker van aard en omvang. Indien dit niet zo was, zouden zij worden opgenomen in de begroting. De belangrijkste risico’s voor de VKB zijn: •

•

•

Alle in de begroting opgenomen aannames zijn gebaseerd op een voorspelling omtrent het aantal aanvragen en diensten. Indien er in een jaar sprake zal zijn van een (grote) stijging of daling in het aantal aanvragen en diensten, zal dit kunnen leiden tot frictiekosten en een extra financiële bijdrage van de gemeenten. Omvang risico: p.m.; De VKB is net als elke andere werkgever in de sector Overheid en Onderwijs verplicht eigen risicodrager voor de Wet Werkloosheidsvoorziening (WWV). Op het moment dat arbeidscontracten niet worden verlengd en/of worden ontbonden en de werknemer raakt werkloos, wordt de WW-uitkering plus opslag voor werknemerspremies in rekening gebracht bij de VKB; Volgens de CAO SGO ontvangen de medewerkers van de VKB een IKB, Individueel keuze budget. In de besteding van IKB is de werknemer vrij. Zo kan de werknemer bijvoorbeeld extra verlof aankopen zonder dat daar toestemming van de leidinggevende voor nodig is. Dit kan bij afdelingen leiden tot tijdelijke onderbezetting waardoor de bewoners van het verzorgingsgebied minder snel en adequaat geholpen kunnen worden. Omvang risico: p.m.

Uitgangspunt bij risico’s is dat het meestal incidentele tegenvallers zijn. Daarnaast zullen niet alle risico’s op hetzelfde moment plaatsvinden. De VKB is een uitvoeringsorgaan van de deelnemende gemeenten. In dat kader ontvangt de VKB op basis van de opgestelde begroting financiële bijdragen van de deelnemende gemeenten en is het niet nodig dat de VKB over een eigen weerstandsvermogen beschikt. Een nadelig exploitatiesaldo wordt op basis van de gemeenschappelijke regeling volledig doorberekend aan de deelnemende gemeenten. In het weerstandsvermogen wordt daarom voorzien door de deelnemende gemeenten zelf. Een eventueel nadelig exploitatiesaldo brengen de gemeenten ten laste van de door hen opgebouwde weerstandscapaciteit. Hiermee is de weerstandscapaciteit van de VKB als zodanig gewaarborgd.

Kengetallen

Ingevolge artikel 11 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeente (BBV) dient een aantal kengetallen opgenomen te worden. De financiële kengetallen zijn een uniforme set van kengetallen die een beter inzicht geven in de financiële posities van de gemeenten, gemeenschappelijke regelingen en provincies, en daarmee ook informatie over de weer- en wendbaarheid van hun begrotingen. De berekening van de kengetallen is conform de ministeriële richtlijnen voor de wijze waarop kengetallen worden vastgesteld en opgenomen in de begroting. Netto schuldquote Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Normaliter bevindt de netto schuldquote zich ergens tussen de 0% en 100%.

20

Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de VKB in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. De solvabiliteitsratio is conform het gevoerde beleid al een langere periode nihil (zie paragraaf 2.4.1 weerstandsvermogen en risicobeheersing). Liquiditeitsratio De liquiditeit laat zien wat de mate is waarin de VKB in staat is om aan haar direct opeisbare verplichtingen te kunnen voldoen. De liquiditeitsratio is conform het gevoerde beleid al een langere periode onder de 1. De huidige uitkomst geeft aan dat er op korte termijn onvoldoende vorderingen en gelden zijn om de korte schulden te voldoen. Door de waarborgen die een gemeentelijke kredietbank als overheidsorgaan (gemeenschappelijke regeling) met zich meebrengt, is er geen noodzaak het toegepaste beleid te wijzigen. Maar het getoonde beeld geeft aan dat er nadere afspraken moeten worden gemaakt betreffende de liquiditeit van de VKB.

Kengetallen

Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Liquiditeitsratio

Realisatie Begroting 2025 2026

Begroting 2027

Meerjaren Meerjaren begroting begroting 2028 2029

8%

7%

6%

5%

5%

8%

7%

6%

5%

5%

0% 0,8

0% 0,7

0% 0,4

0% 0,5

0% 0,5

2.4.2 Onderhoud kapitaalgoederen De investeringen zijn met name gericht op het in stand houden en vervangen van de telefonie en automatisering. Het personeel is per 1 november 2025 gehuisvest in het kantoorpand aan het Prof. R.P. Cleveringaplein 1 te Appingedam, maar is vanwege het hedendaagse hybride werken beleid, ongeveer 50% thuis aan het werk of voor het overige op kantoor of op locatie bij een gemeente of ketenpartner. De medewerker van de VKB is, met behulp van diverse mobiele devices, flexibel inzetbaar. Het kantoorpand wordt gehuurd. In 2024 is besloten de huurovereenkomst van het pand aan de Stationsweg 2 te Appingedam op te zeggen en besloten te verhuizen naar het Prof. R.P. Cleveringaplein 1. Dat pand is kleiner, maar geschikt door het beschreven hybride werkbeleid. Het pand niet alleen kleiner maar ook duurzamer en door deze beide factoren ook substantieel goedkoper. Door de andere huurders in het pand, de Bibliotheek en Onderwijsgroep Ommeriek, past het ook beter in een maatschappelijke context. Het nieuwe huurcontract loop tot en met 31 maart 2030. Het binnen onderhoud van het kantoorpand komt voor rekening en risico van de VKB. Voor wat betreft de inrichting dan wel bouwkundige aanpassingen van de kantoorruimten is de VKB eveneens verantwoordelijk. Deze kosten worden aangemerkt als huurderinvesteringen.

Het externe (groot) onderhoud van het kantoorpand komt voor rekening en risico van de verhuurder. 21

2.4.3 Financiering Deze paragraaf bevat de beleidsrealisatie ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille. Overeenkomstig de regelgeving heeft het bestuur het treasurystatuut vastgesteld. Het treasurystatuut stelt kaders en doelstellingen voor de uitvoering van het treasurybeleid. Het treasurystatuut is gebaseerd op de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido). Een belangrijk doel van deze wet is de bevordering van een solide financieringsstructuur van decentrale overheden. De treasuryfunctie wordt onderverdeeld in risicobeheer en kasbeheer. Risicobeheer Conform artikel 13 Besluit Begroting en Verantwoording zullen opmerkingen gemaakt moeten worden omtrent beleidsvoornemens inzake risicobeheer. Het betreft hier rente-, debiteuren-, koers-, en valutarisico’s. Voor de VKB zijn de twee laatstgenoemde risico’s niet van toepassing. Voor risico’s die kwantificeerbaar zijn, dienen voorzieningen te zijn gevormd. Renterisico Onder dit risico wordt begrepen het risico dat de VKB loopt als gevolg van mogelijke renteschommelingen. Voorkomen dient te worden dat de VKB in financiële moeilijkheden komt door rentestijgingen. Dit risico kan worden beperkt door de financieringsbehoefte te spreiden over de jaren. De mate van deze spreiding wordt uitgedrukt in de renterisico norm.

In de renterisico norm worden nieuw aan te trekken leningen in een jaar uitgedrukt als percentage van het begrotingstotaal. Het begrote renterisico norm wordt weergegeven in de volgende tabel Renterisiconorm (bedragen x 1.000) 1a 1b 2 3a 3b 4 5 6 7 8 9 10 11

Renteherziening op vaste schuld o/g € Renteherziening op vaste schuld u/g € Netto renteherziening op vaste schuld (1a - 1b) € Nieuwe aangetrokken vaste schuld € Nieuwe verstrekte lange leningen € Netto nieuw aangetrokken vaste schuld (3a - 3b) € Betaalde aflossingen € Herfinanciering (laagste van 4 en 5) € Renterisico op vaste schuld (2 + 6) € De begrotingsomvang per 1 januari € Het normpercentage Renterisiconorm (8 x 9) € Ruimte (positief) / Overschrijding (10 - 7) €

Begroting 2027 350 -350 400 -350 -350 6.035 20% 1.207 1.557

Uit deze opstelling blijkt dat de VKB binnen de grenzen van de renterisico norm opereert. Ook voor de komende jaren verwacht de VKB geen overschrijding van deze norm. Kredietrisico Kredietrisicobeheer (of debiteurenrisicobeheer) is het beheersen van de risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij. Ten aanzien van het debiteurenrisico wordt jaarlijks op basis van een geschat risicoprofiel van de debiteuren per 31 22

december van dat jaar toegevoegd aan de voorziening dubieuze leningdebiteuren. Er wordt ten aanzien van leningdebiteuren een (pro)actief beleid gevoerd. Voor wat betreft niet-kwantificeerbare risico’s wordt verwezen naar de eerdere paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing. Kasbeheer De kasgeldlimiet is het maximum bedrag waarvoor de VKB middelen mag aantrekken op de geldmarkt. Voor de netto vlottende schulden geldt de kasgeldlimiet als norm. De standaard norm is gedefinieerd als 8,2% van de jaarlijkse begrotingsomvang aan het begin van het jaar. Op grond van artikel 3 lid 5 van de Wet Fido wordt jaarlijks door de provincie Groningen in overleg met de VKB een afwijkend percentage voor de kasgeldlimiet vastgesteld, zodat de netto vlottende schuld binnen de toegestane kasgeldlimiet blijft. De begrote kasgeldlimiet wordt weergegeven in de volgende tabel. Begroting 2027

Kasgeldlimiet (bedragen x 1.000) Omvang begroting (totale baten) Toegestane kasgeldlimiet (a) - in procenten - in geld Vlottende schuld - opgenomen gelden < 1 jaar - schuld in rekening-courant - gestorte gelden door derden < 1 jaar - overige geldleningen niet zijnde vaste schuld Totaal vlottende schuld (b) Vlottende kasgeldmiddelen - uitgeleende gelden < 1 jaar - contante gelden in kas - tegoeden in rekening-courant - overige uitstaande gelden < 1 jaar Totaal vlottende kasgeldmiddelen (c) Toets kasgeldlimiet Totaal netto vlottende schuld (b) - (c) Toegestane kasgeldlimiet (a) Ruimte (positief) / Overschrijding (negatief)

€

6.036

€

40% 2.414

€ € € € €

2.400 2.400

€ € € € €

80 500 135 715

€ € €

1.685 2.414 729

Schatkistbankieren De aanwezige bankgelden betreffen met name gelden van cliënten. Deze derdengelden zijn uitgezonderd van het verplichte schatkistbankieren (SKB). Door de toegenomen rentestanden de afgelopen jaren, ontving VKB rente-inkomsten uit de via het schatkistbankieren gestalde derdengelden. De gefaseerde overstap naar een effectiever en efficiënter softwaresysteem brengt hier vanaf 2025 verandering in. Het nieuwe systeem werkt met individuele beheer- en leefgeldrekeningen waardoor de tegoeden op het schatkistbankieren verlaagd worden en de rente-inkomsten grotendeels gefaseerd verdwijnen.

23

2.4.4 Bedrijfsvoering Algemeen In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de beleidsmatige en toekomstige aspecten van de bedrijfsvoering. Een juiste bedrijfsvoering is van belang om de taken van de VKB verantwoord uit te kunnen voeren. De VKB beschikt over een werkorganisatie onder leiding van een directeur. De werkorganisatie voert taken op het gebied schuldhulpverlening uit. Voor een verdere toelichting op de bedrijfsvoering wordt verwezen naar het voorwoord op pagina 6 en het programmaplan vanaf pagina 10 en verder. Financieringssystematiek Op transparante wijze wordt onderscheid gemaakt tussen bestaanskosten en de productkosten. De bestaanskosten worden op basis van het inwoneraantal omgerekend naar een vaste bijdrage (1/4 deel) voor elke GR-gemeente en de productkosten worden berekend voor elke gemeente afzonderlijk op basis van de productafname (3/4 deel). Automatisering en telefonie In 2027 zal de gefaseerde overstap met haar softwaresysteem voor de schuldhulpverlening naar verwachting worden afgerond. Allegro is dan grotendeels en in fasen vervangen door SmartFMS. De doorlopende licentiekosten zijn opgenomen in het totaal van de automatiseringskosten. Naast de standaard hard- en software voor een werkplek wordt gebruik gemaakt van de softwareprogramma’s MS 365, Allegro, Xtendis, Scienta, Elvy en Exact Globe Next.

Gegevensbescherming Informatie is één van de belangrijkste bedrijfsmiddelen van de VKB. Toegankelijke en betrouwbare informatie is essentieel voor de VKB om zijn (wettelijke) taken te kunnen uitvoeren en om daarover transparant en proactief verantwoording te kunnen afleggen. Daarnaast verwerkt de VKB bij de uitvoering van zijn taken persoonsgegevens van gevoelige aard, zoals financiële gegevens. Deze informatie is dus waardevol en moet beschermd worden. Privacy en gegevensbescherming is daarom een blijvend relevant onderwerp voor de VKB. Het zorgvuldig verwerken van privacygevoelige informatie is essentieel voor het vertrouwen van inwoners in de VKB. De VKB spant zich in om gegevensbescherming en informatiebeveiliging blijvend op niveau te houden. Zo is de VKB transparant naar inwoners over wat het met de persoonsgegevens doet en is er aandacht voor de rechten van betrokkenen. Door cliënten ingediende AVG-verzoeken worden zorgvuldig en tijdig afgehandeld. Uiteraard is er ook een werkende procedure voor het melden en registreren van beveiligingsincidenten en datalekken. Nog in 2025 is heeft een verdere verdiepingsslag van het informatiebeveiligingsbeleid plaats gevonden. Niet alleen vanuit de eigen verantwoordelijkheid maar ook ingegeven door nieuwe Europese wetgeving (o.a. NIS2 en DORA).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16912951/1