CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

16-04 Bijlage 3 - Reactienota

Gemeenteraad 31 oktober 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Industriezone A7 - N33.32.000 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Ideaalplaatje vanuit dorpenperspectief, in relatie tot aanpak N33 Voorgaande opsomming laat duidelijk zien dat er door diverse overheidsgeledingen wordt herkend en erkend dat ons gebied prachtige kansen heeft voor (economische) impulsen op R&T-terrein. Die gezamenlijk beoogde grotere aantrekkelijkheid voor ‘buitenstaanders’ vraagt natuurlijk ook extra aandacht voor de infrastructuur, in termen van optimale bereikbaarheid en (parkeer)voorzieningen. De verdubbeling van de N33 biedt daarvoor uitstekende kansen, maar dan moet er wel beter ingespeeld worden op ‘de situatie ter plekke’. Dat houdt in ieder geval in dat de aansluiting Geerlandweg op de N33 behouden blijft en de bestaande knelpunten in en rond Steendam worden aangepakt. Puntsgewijs hieronder een toelichting op het hoe en waarom: • Zowel in Siddeburen (Oudeweg) als Steendam (Damsterweg) is ca. 70% doorgaand verkeer, met alle overlast en onveilige situaties vandien. Opheffen van de aansluiting Geerlandweg – zoals nu nog voorzien in het liggende concept-tracé – zou die situatie nog verergeren. Dit zelfs al op basis van de huidige aantrekkingskracht, laat staan na feitelijke realisatie van bovengeschetste ontwikkelingen.

• In de Gebiedsvisie Schildmeer – Steendam – Tjuchem wordt gepleit voor het afwaarderen van de Hoofdweg (tussen beide dorpen) en de Damsterweg (tussen kruispunt Damsterweg – Groeveweg – Laskwerderweg – Tolweg aan de noordkant en de t-splitsing met de Geerlandweg aan de zuidzijde. • Tussen het bovengenoemde kruispunt en de Hoofdweg in de kern van Tjuchem loopt de Laskwerderweg. Deze weg zou opgewaardeerd moeten worden, als ‘compensatie’ voor de afwaardering van de Hoofdweg tussen Tjuchem en Steendam. • Onderzocht zou moeten/kunnen worden of ter hoogte van de opgewaardeerde Laskwerderweg een (ont)knooppunt met de aldaar te verleggen N33 kan worden gemaakt, die – al of niet met gebruik van het huidige en straks niet meer gebruikte deel van de N33 – een goed/beter bereik van Fivelpoort / Appingedam kan bewerkstelligen. Dit verbetert de aansluiting tussen Tjuchem en Appingedam en verder, alsmede richting Overschild en verder. • De afslag N33 – N362 kan verbeterd worden vormgegeven + met minder investeringen omdat Fivelpoort bereikbaar blijft vanaf N33 bij Laskwerderweg. • De aansluiting N33 op de Geerlandweg zou verbeterd moeten worden en aan beide zijden op/afrijdbaar. Dit vraagt ongetwijfeld om verhoogde investering ter plekke, maar de vraag is of dat niet opweegt tegen de impuls die het zou betekenen voor de R&T-economische ontwikkeling van ons (focus)gebied.

• De aansluiting van de N387 zou beduidend eenvoudiger kunnen worden uitgevoerd. Daarmee ontstaat een logischer aansluiting, passend bij de schaal van Siddeburen en omgeving, en bovendien ontstaat er vrijval van middelen die dan als compensatie voor de grotere investering bij de Geerlandweg kan dienen (in het kort: eenzijdige directe aansluiting tussen N387 op N33 richting Zuidbroek, afslag N387 richting Siddeburen aan oostzijde van de N33 richting Oudeweg (ter hoogte van de Oosterzandenweg geeft bovendien directe aansluiting richting Tjuchem en verder), de oprit N33 Siddeburen richting Eemskanaal kan ook via eenzijdige oprit vanaf de Oudeweg, de afslag N33 – Siddeburen resp. N387 kan op vergelijkbare eenzijdige manier worden ingericht als nu het geval is).

3

Uiteraard is dit een geschrift op hoofdlijncontouren (en van de hand van leken / betrokken dorpsbewoners). Wij rekenen er wel op dat onze inbreng serieus bekeken, beoordeeld en becommentarieerd gaat worden. Uiteraard zijn wij ten volle en gaarne bereid het hier beschrevene nader toe te lichten. Met landschappelijk bereikbare groet, Gerrit de Vries, Tjuchem Joke Dallinga, Tjuchem Aukje Woltjer, Steendam Fred Mahler, Steendam e-mail: dorpsverenigingsteendam@gmail.com

4

Zienswijze ruimtelijkeconomisch perspectief A7/N33-regio Het is zeker te prijzen dat op het terrein van de ruimtelijke opgaven, overheden de handen ineen slaan om een verkenning te laten maken van de uitdagingen waar we in Groningen voor staan. Hierbij gaat het echter vooral om het creëren van een attractief vestigingsklimaat voor bedrijven. Maar dit moet over meer gaan dan alleen bedrijfsterreinen; denk aan wonen, recreëren, scholing, etc. Het “zoek”gebied A7/N33 Bijzonder is dat de voorliggende verkenning inzoomt op de A7/N33regio en geen bredere scope heeft voor de hele provincie Groningen en de andere relevante vestigingsvoorwaarden. De drie gemeenten en de provincie nemen deze regio als een bijna geïsoleerd en op zich zelf staand gebied, zonder de andere sterke industriële vestigingsgebieden in de provincie zoals Sea Ports/Delfzijl, Eemshaven, Oostmahorn, etc. te benoemen. Daarbij is het van belang, dat als er naar de regio wordt gekeken, ook de Pekela’s hierbij betrokken worden. Complicerend is dat er meerdere gemeenten aansluiten en samenwerking tussen deze gemeenten niet altijd gemakkelijk gaat. De Provincie in haar regisserende rol laat zich hier van haar zwakste kanten zien. Een interessant punt in de verkenning is dat er gezocht wordt naar aansluiting bij de sterke punten van het A7/N33-gebied op het terrein

van landschappelijk waardevolle gebieden met hun unieke kwaliteiten en de groene en blauwe dooradering. Daarnaast haakt het in op de betrekkelijke ijlheid van de economische structuur, de relatief hoge werkloosheid en de lage verdiencapaciteit van de inwoners. Op zoek naar perspectief, o.a. via het creëren van werkgelegenheid, kom je dan al snel uit op het versterken van het vestigingsklimaat voor bedrijven. In het rapport wordt het Integraal Bedrijventerrein Informatie Systeem (IBIS) als handvat gepresenteerd als instrument voor een inventarisatie van de huidige bedrijfsterreinen en de bezetting daarvan. Hieruit komt zonneklaar naar voren dat veel bedrijfsterreinen verouderd zijn. Daarnaast wordt geconcludeerd dat de huidige bedrijfsterreinen in de regio de komende 20-40 jaar te weinig ruimte bieden voor nieuwe vestigingen. Leggen we daar de uitdagingen naast dan zijn er twee duidelijke conclusies te trekken. Renovatie en herverkaveling Allereerst onderschrijven we de absolute noodzaak om tot een hele stevige renovatie en herverkaveling te komen van de verouderde bedrijfsterreinen. Hier is veel winst te halen en de drie gemeenten en de Provincie zullen veel middelen en capaciteit vrij moeten maken om deze impuls te realiseren.

Een meebewegende overheid is hierbij cruciaal! Een dergelijke renovatie en herverkaveling levert op zich al winst op in aantal beschikbare ha's, het vestigingsklimaat wordt er sterk door verbeterd en de nieuw ingerichte bedrijfsterreinen kunnen binnen de kaders van het proces duurzaam/ecologisch opgewaardeerd worden. Het huidige IBIS geeft hierover te weinig informatie. Er zal dus een aanvullende inventarisatie uitgevoerd moeten worden die bruikbare handvaten geeft om op deze wijze en met dit doel te herverkavelen en te renoveren.

Reservering voor nieuwe bedrijfsterreinen In ‘Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio’ wordt een inschatting gemaakt van de ruimte die nodig is om vestiging van bedrijven in de komende decennia te faciliteren. Schematisch wordt aangegeven binnen welke verschillende bandbreedtes, gerekend naar omvang, kavels beschikbaar zouden moeten komen. Het is evident dat er een ruimtelijke reservering beschikbaar moet komen, ook voor bedrijven die veel ruimte vragen. Deze ruimtewensen van met name grootschalige bedrijven zijn afkomstig uit de marktanalyse van BCI. Hier wreekt zich dat er uitsluitend gekeken is naar de regio A7/N33 en er op geen enkele manier aansluiting is gezocht met de andere, eerder genoemde industrie gebieden als Eemshaven, Oostmahorn en Sea Ports. Om de werkgelegenheid in de regio A7/N33 een stevige impuls te geven is het nog maar de vraag of deze super grote ruimtevragers dat perspectief geven. Onze stelling is dat bedrijven met 20-50 werknemers verreweg de grootste bijdrage aan de werkgelegenheid leveren. Dat neemt niet weg dat grote ruimte vragers een aanjager kunnen zijn voor vele kleinere bedrijven. Westerlee/Scheemda/Meeden In het rapport wordt voor die grote ruimte-vragers een plangebied aangemerkt van 500 tot 750 ha bij Westerlee, in een van de oudste Dollard-polders.

Onderstaande kaart laat duidelijk de dijkprofielen van de Dollard-polders zien met de jaartallen waarin zij gerealiseerd zijn. Op kaarten van de ruilverkaveling Meeden-Scheemda zijn nog drie kolken en oude dijken, oude lanen en waterlopen terug te vinden in. Een van deze kolken bestaat nog en is omzoomd door een bosje. De weg van Scheemda naar Westerlee heet daarom ook de kolkenweg.

Dit deel van de Dollard-polders biedt ons, ondanks de eeuwen die verstreken zijn, nog steeds een leesbaar landschap waar de sporen van de ontstaandsgeschiedenis van ons gebied duidelijk zichtbaar zijn. Dat uitgerekend dit een plangebied is om te verkennen of er ruimte geschapen kan worden voor grootschalige industrie met dozen tot aan de horizon vinden wij onbegrijpelijk. Los van de vraag of we deze grote bedrijven willen faciliteren, is het absurd dat dit plangebied juist in een van de oudste Dollard-polders bij Westerlee-Scheemda-Meeden is getekend. Resumerend komen we tot de volgende opmerkingen, wij: zien het belang van een ruimtelijke oriëntatie voor de uitdagingen waar we als regio voor staan; vinden het van eminent belang de werkgelegenheid en de vestigingsvoorwaarden in dit gebied op basis van wederkerigheid te faciliteren; achten het noodzakelijk en onvermijdelijk dat bewoners de volle ruimte wordt gegeven om reserves of aanmoedigingen aan te geven. vinden dit een kreupele verkenning met een veel te smalle scoop;

-

nemen luid en duidelijk afstand van het plangebied Westerlee/Scheemda/Meeden; willen een van de oudste Dollardpolders beschermen tegen de oprukkende verdozing met grote, ruimte vragende industrieën; hadden graag gezien (en verwacht) dat de Stichting Landschap Oldambt betrokken werd bij de voorbereidingen en verkenning A7/N33; maken langs deze weg onze zienswijze kenbaar;

Resteren ons nog tal van vragen waar we graag antwoorden op willen ontvangen. 1. Kunt u aangeven wat exact de stand van zaken is met betrekking tot het areaal bedrijventerreinen in de A7/N33 regio? 2. Waarom is in de verkenning geen oriëntatie op de aanpalende industriegebieden opgenomen? 3. In het rapport wordt aangegeven dat er 850 ha. bedrijventerreinen zou liggen. Kunt u dat onderbouwen met cijfers? 4. Hoeveel bestaande bedrijventerreinen zijn helemaal uitgegeven? 5. Hoeveel ha is nu nog op deze bestaande terreinen beschikbaar? 6. Hoeveel bestaande terreinen moeten/kunnen worden gerevitaliseerd en herverkaveld? 7. Hoeveel ha levert revitalisering en herkaveling aan ruimte op? 8. Wie zou volgens u de regisseur moeten zijn van deze herverkaveling? 9. Waarom is er niet gekeken naar andere sterke industriegebieden als Eemshaven, Oostmahorn, Sea Ports? 10. Zijn er mogelijkheden om samen met Ost-Friesland een inventarisatie te maken van de behoefte en de beschikbare ruimte en het aanbod in EDR-verband? 11. Zou deze route ingezet kunnen worden met Europees geld? 12. Hoe ziet het vervolg er uit?

Een LANDMARK, als lens naar de Toukomst Iconisch beeld op de kruising A7/N33

De verbeelding van een duurzame toekomst Een Iconisch beeld op de kruising A7/N33 Een uitdagende opdracht aan bestuurders, techneuten en Oost-Groningers Het Oldambt en de Veenkoloniën Wie aan het Oost Groningen denkt, denkt aan polders en verveningen. Wie zich in het gebied bevindt, ziet weidsheid, ziet oneindige graanvelden ziet landschappen die man made zijn en ziet een eindeloze horizon, waarin de kromming van de aarde aan de einder te zien is. Het Oldambt en de Veenkoloniën zijn anders dan elders. Het is een regio die tot de verbeelding spreekt. Daarom is een plan opgevat om in het kader van maatschappelijke ontwikkelingen binnen de samenleving die verbeelding te laten zien. Wie bij Zuidbroek over de A7 of de N33 het gebied binnenrijdt moet in één oogopslag kunnen zien welk gebied men betreedt en welke grens hij/zij overschrijdt.

Een landmark, als een iconisch beeld, die de zinnen zal prikkelen, uitdagend en eigenwijs is in een gebied dat zich transformeert. Langs de A7 symboliseren moleculen de gaswinning bij Slochteren en iets verderop een verwijzing naar de aardbevingen en haar gevolgen in een monument. Een landmark op de kruising A7/N33 zal een tweeledig doel beogen: In overdrachtelijke zin een lens naar de toekomst en het markeren van een kruising van wegen en werelden. Het zou een uitdaging zijn om daar een iconisch beeld te realiseren, dat de verbeelding van kracht en eigenzinnigheid uitstraalt. Het is tevens een plek waar kunst, cultuur, landschap, energie en mobiliteit samen komen. Nu er een verkenning ligt voor het Ruimtelijke-economische perspectief A7/N33 is dit ook het moment om de ingrepen in de ruimte kwalitatief te voorzien van een markering, die daar een verbeelding van is.

1

Combinatie van kenmerken en wensen voor een landmark

De ideeën zijn ontstaan vanuit de gedachte een positieve bijdrage te leveren aan de energiediscussie, als onderdeel van bredere maatschappelijke ontwikkelingen en meer bekendheid te geven aan het Oost Groningse gebied. Een “Zonnetoren” op de kruising A7/N33 die zijn weerga niet kent, architectonisch uitdagend en kunstzinnig vorm gegeven is de verbeelding van de uitdaging, waar het gebied voor staat en altijd voor heeft gestaan. Er bestaan al uiteenlopende creatieve zonnepanelen installaties zoals grote libellen met zonnepanelen, bomen met zonnepanelen en kleine windmolens, gekleurde zonnepanelen, zonnetoren, etc.

2

info@landschapoldambt.nl 3

Provincie Groningen, de gemeenten Midden-Groningen, Oldambt en Veendam t.a.v. Projectteam ruimtelijk economisch perspectief A7/N33 via mailadres: p.wetterauw@provinciegroningen.nl Gronings Agrarisch Jongeren Kontakt Postbus 186 9200 AD Drachten info@grajk.nl Oudeschip, 4 februari 2022 Betreft: Ruimtelijk economisch perspectief A7/N33 regio Geachte projectteam, Middels deze brief reageren wij op het document Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33. Als vereniging van de jonge agrariërs in de provincie Groningen staan wij voor de toekomst van onze sector. Het is te hopen dat, na het lezen van deze brief, het volgende blijft hangen: 1.

Mindset landbouwgrond

2.

Groningen is een landbouwprovincie

3.

Met efficiënte veehouderij kringlopen sluiten Mindset landbouwgrond De denkrichtingen voor de gebiedsontwikkeling zijn, naar onze mening, dubbelledig. Zo kun je geen landschap ‘’herstellen’’ door het geheel te ontdoen van zijn aard en dan vervolgens ook nog ruimte geven aan (kringloop)landbouw. Ruimte geven door ruimte af te nemen van een sector valt is niet mogelijk. Het lijkt ons voor eenieder helder dat een sector die vanuit de politieke meerderheid word gestimuleerd om te extensiveren niet gebaat is door verlies van oppervlakte. Het is daarom des te onbegrijpelijker dat degene die het rapport heeft gemaakt denkt de agrarische sector op lange termijn te helpen door de oppervlakte te gaan verkleinen. Daarnaast is het idee van landbouwgrond inruilen voor industrie discutabel. Voor uw idee, het Compendium voor de leefomgeving rekent met het getal dat de Nederlandse consument .7 ha aan landoppervlakte nodig voor de huidige consumptie. Dat betekent dat we drie maal de landoppervlak van Nederland nodig hebben. Dit in combinatie met de uitspraken van Rob van Wijk over de grote strategische waarde van landbouwgrond is het weggeven van agrarische oppervlakte aan de industrie niet alleen slecht voor jonge boeren in Groningen maar ook voor de strategische positie van ons handelsland. Kortom; verlies is verlies en dat is niet goed te praten met containerbegrippen.

Groningen is een landbouwprovincie Naast het verlies van oppervlakte verliest de verwerkende en toeleverende industrie volume. Dit is slecht voor de innovatiekracht en de verdeling van geld in de keten. Groningen is een landbouwprovincie met de daarbij behorende ontwikkelde infrastructuur die door verlies van oppervlak inlevert wat negatieve impact heeft op de resterende oppervlakte. Onwenselijk in een landbouwprovincie.

Met efficiënte veehouderij kringlopen sluiten Groningen is een netto-importeur van koolstof, dat wil zeggen dat er meer organische stor (in de vorm van dierlijke mest) geïmporteerd wordt dan geëxporteerd. In de gestelde economische actielijnen naar schaalgrootte en aard geordend door BCI staat als groeikracht van binnenuit gesteld dat kringlooplandlandbouw een belangrijke opgave is. Het lijkt ons inderdaad een goede zet dat de provincie Groningen zich uitspreekt om onze kringloop meer sluitend te maken. Dit kan makkelijk door ruimte te geven aan niet grondgeboden efficiënte veehouderij die met haar positieve koolstof uitstoot bijdraagt aan het meer sluitend krijgen van onze kringlopen in de provincie. We kunnen deze suggestie wel waarderen, echter ontbreekt dan in het rapport de ontwikkelingsmogelijkheden van niet grondgebonden veehouderij hiervan in het gestelde gebied. Graag zien wij dit zwart op wit. Zo versterken we wat we al hebben. Samengevat zeggen we dus dat het verlies van landbouwgrond slecht is voor de toekomstbestendigheid van onze sector, provincie en handelsland. Daarnaast is de denklijn om kringlooplandbouw handen en voeten te geven de uitgelezen kans en noodzaak dat uitbreiding van niet grond geboden veehouderij weer mogelijk moet worden. Het bestuur van Grajk.

Zienswijze/reactie op rapport “Perspectief A7/N33 Aan colleges van    

Provinciale Staten van provincie Groningen B & W van de gemeente Midden Groningen B & W van de gemeente Veendam B & W van de gemeente Oldambt.

Van: Agrarische Natuurvereniging Oost Groningen(ANOG) De ANOG is een collectief van 350 agrariërs in oost Groningen die het agrarisch Natuur en Landschapsbeleid tot uitvoer brengt op het boerenland. Als basis hiervoor dient het Natuurbeheersplan van de provincie Groningen waarbij de ANOG de opgaven voor akkervogels in het open akkergebied in vult. We voeren in oost Groningen rond de 700 hectare aan agrarisch natuurbeheer uit in opdracht van de provincie. Bij de totstandkoming van het rapport Perspectief A7/N33 heeft de ANOG een beperkte bijdrage door deelname aan de gesprekken vanuit de lijn maatschappelijke organisaties geleverd. Hier hebben we onze zorg over de impact van deze ruimtelijke ingrepen al naar voren gebracht. We zien dit onvoldoende terug in het rapport “Perspectief A7/N33” en dienen daarom deze zienswijze in. Nederland blijkt langzamerhand een (te) klein land te worden om alle opgaven die er zijn of willen zien te realiseren zonder dat er conflicten tussen de opgaven ontstaan. Dat ziet de ANOG ook bij de massieve omschakeling van agrarisch open gebied rondom de A7/N33 naar een industriegebied voor grootschalige “inplaatsers”. De agrarische ruimte in noordoost Nederland is de laatste strohalm voor het instant houden van de akkervogelpopulaties zoals o.a. de veldleeuwerik, gele kwikstaart, diverse soorten kiekendieven, graspiepers en patrijs.

Voor vele soorten geldt dat hier de hoogste populaties van Nederland worden geteld. Boeren maken hierbij het verschil en de ANOG is trots, als uitvoeringsorganisatie, op deze behaalde resultaten. De kritische massa aan “open akkerland” is hierbij cruciaal en daar wordt nu bij deze massieve omschakeling een dikke streep doorgezet. Grote industrielocaties passen niet bij het behoud van deze leefgebieden en zullen de akkervogelpopulaties negatief beïnvloeden. Dit is tegen de afspraken en opgaven voor natuur en biodiversiteit die er liggen vanuit EG, landelijk en provinciaal. Minimaal behoud van de huidige omvang van de biotoop voor akkervogels is een voorwaarde om aan de afgesproken en vastgelegde doelen te voldoen. De ANOG verzet zich dan ook tegen de (economische) wensdroom dat het gebied ontvankelijk moet zijn voor grootschalige industriële ruimtegebruikers wat ten koste gaat aan opgaven rond natuur en biodiversiteit.

Aanvullend nog ons bezwaar op weergave van onze rol in het proces. In de externe reactie op vragen wordt soms verwezen naar de discussie die in het voortraject heeft plaatsgevonden met externe partijen. De indruk wordt gewekt alsof daarmee ook de instemming van de partijen is verkregen op de planvorming. De ANOG wenst zo niet in die context meegenomen te worden als instemmende partij. Met vriendelijke groet,

Ing. D A Doornbos Vice Voorzitter ANOG

Vestiging Drachten Lavendelheide 9 9202 PD Drachten

Provincie Groningen T.a.v. het College van Gedeputeerde Staten Postbus 610 9700 AP Groningen

Postadres Postbus 186 9200 AD Drachten

Per email: p.wetterauw@provinciegroningen.nl

Datum:

3 maart 2022

Referentie:

00622/gr/gk-nv

Betreft:

Zienswijze Ruimtelijk economisch perspectief A7/N33-regio

Hoofdkantoor Zwartewaterallee 14 8031 DX Zwolle

Geacht College, Hierbij dient LTO Noord met het oog op de belangen van haar leden in de gemeenten MiddenGroningen, Oldambt en Veendam een zienswijze in op het Ruimtelijk economisch perspectief A7/N33regio. De visie die door de drie gemeenten en de provincie Groningen is opgesteld in samenspraak met een aantal maatschappelijke organisaties, is op een aantal aspecten best gewaagd te noemen. Wij willen nog wel benadrukken dat deelname aan de werksessies niet automatisch betekent dat we als landbouworganisatie ook met alles kunnen instemmen. Dat er toekomstige ontwikkelingen gaan plaatsvinden, dat begrijpen wij als LTO Noord ook. Maar, we hebben wel moeite met die ontwikkelingen die wederom landbouwgrond gaan kosten. Hierbij wijzen we me met name op de mogelijkheden voor aanleg van grote bedrijvenlocaties, waar bedrijven kunnen komen van boven de 20 hectare. Dit zal een gigantisch weerslag hebben op het landschap en het landbouwareaal. Dit, terwijl we nu al een tekort hebben aan goede landbouwgronden. Dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen hebben ook weer allerlei nadelige gevolgen. Denk hierbij aan de waterhuishouding, luchtkwaliteit (stikstofproblematiek, etc..), geluid- en lichthinder voor de omgeving, toename transportbewegingen, etc. Nog meer van deze ontwikkelingen, naast die van bijvoorbeeld de Oostpolder bij de Eemshaven, kunnen we niet hebben.

LTO Noord roept de Colleges dan ook met klem op dit niet te gaan doen en deze ontwikkeling stop te zetten. Revitalisatie van bestaande oude bedrijventerreinen is toe te juichen. Daar zal volgens ons ook de meeste energie op moeten worden ingestoken en dus niet op de aanleg van nieuwe XL-locaties. Vanuit de regio meer insteken op toekomstbestendige landbouw juichen wij toe. Als voorbeeld wordt genoemd het Fascinating-programma. Als medeoprichter van dit ‘eiwitprogramma’ vinden wij dat deze ontwikkeling meer aandacht verdient en er ook meer naar de economische potentie hiervan moet worden gekeken. Het programma biedt namelijk niet alleen grote kansen en mogelijkheden voor meer eiwitteelt, maar ook nieuwe verwerkingsmogelijkheden en dus werkgelegenheid. Dit past beter in de huidige economische structuur van Groningen en is ook beter inpasbaar in de huidige ruimtelijke structuur.

In de betreffende regio is in een groot aantal gebieden een grotere toename van bodemdaling. Dit wordt veroorzaakt door de gaswinning en soms ook door veenoxidatie. De landbouw heeft hier veel last van. Echter, er is ook perspectief om dit voor de toekomst te veranderen. Hierbij willen we noemen het ophogen van landbouwgronden met slib uit de Eems-Dollard. Dit biedt kansen om de goede gronden voor de landbouw te behouden en biedt ook weer toekomstperspectief voor de sector. Met als gevolg behoud van de voedselproductie en werkgelegenheid. Wij vragen de overheden om deze ontwikkeling een prominente plaats te geven in de visie. Behouden en versterken van wat er al is, in plaats van nieuwe avonturen aangaan. Wij hopen u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd en dat onze reactie een plek krijgt in de aangepaste versie van de visie. Wij zien dan ook met belangstelling uw reactie op deze zienswijze tegemoet.

Hoogachtend,

P.G. Bos, regiomanager Noord

Contactpersoon: G. (Geert) Kloetstra, E gkloetstra@ltonoord.nl, M 06-12261267

2 00622/gr/gk-nv

Aan:

Projectgroep economisch perspectief A7/ N33-Regio

Betreft:

bezwaar inrichten gebied A7 Kolham

Landbouwvereniging de Eendracht

Het voornemen om uitbreiding van Rengerspark richting noorden zijn wij zeker niet mee eens.

Argumenten: - Afstand natuur industrie. -

Landbouw gebeid moet robuust blijven. Dit om het gebied levensvatbaar te houden voor de boeren in dit gebied. Gebied Scharmer/Woudbloem wordt op deze manier ingesloten.

-

Het is in de 80e jaren door de herinrichting in gericht als modern agrarische grond. Dit gebied was één van de duurste gebieden in Nederland die zo zijn ingericht. Hierover wordt nog steeds ruilverkavelingslasten betaald.

-

Jonge boeren moeten expansie houden om hun bedrijf in de toekomst te kunnen runnen.

-

Het opofferen van een modern bedrijf in dat gebied is een stuk kapitaal vernietiging.

-

Bewoners van Rengerslaan worden in gesloten in de industrie. Het vrije wonen wordt hun ontnomen door de gebouwen. Gevolg waardedaling van hun woningen.

Het landbouwgebied heeft vanaf 1980 keer op keer veel ingeleverd. Veel boeren zijn noodgedwongen vertrokken. De agrarische ondernemers die er nu nog zijn moeten blijven. Zij hebben een belangrijke functie om het gebied te onderhouden. De omliggende gebieden profiteren hiervan.

Ons voorstel is om N387 en Sappemeer noord langs rijksweg oost de industrie daar verder te ontwikkelen. Aansluiten aan zonnepark.

Namens Landbouwvereniging “De Eendracht” Jan fokken van Gijssel ( voorzitter) Goldbergweg 1 9616 TM Scharmer. Mail: landbouwverenigingeendracht@outlook.com

Provincie Groningen T.a.v. College van GS Postbus 610 9400 AP Groningen

Ons kenmerk: 22-01-BH Betreft: reactie Ruimtelijk economisch perspectief A7-N33

Groningen, 9 maart 2022

Geacht college, Hartelijk dank voor de geboden mogelijkheden om mee te denken over het Ruimtelijkeconomisch perspectief A7-N33. Eerder hebben wij input geleverd bij één van de stakeholdersbijeenkomsten vorig jaar. De provincie en betrokken gemeenten langs de A7 en N33 betrekken inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij het opstellen van het ruimtelijk- economisch beleid, dit vinden wij een goede zaak. Wij deze brief brengen wij u graag onze reactie op het perspectief (visie). De visie is goed leesbaar en geeft in begrijpelijke taal de ambities van de gemeenten MiddenGroningen, Oldambt en Veendam weer op het terrein van bedrijvigheid. Het is positief dat u de kwaliteiten van de verschillende landschappen als uitgangpunt neemt bij ruimtelijkeconomische ontwikkelingen. Aan de hand van 8 ‘economische actielijnen’ wordt de visie uitgewerkt. In de basis kunnen wij instemmen met 7 van de 8 actielijnen. Wij verzetten ons wel tegen actielijn 8 om de vestiging van grootschalige bedrijven in de regio mogelijk te maken. Hieronder geven wij onze reactie en aanbevelingen per actielijn. Actielijn 1 Het combineren van wonen en werken in de kernen en op erven in het buitengebied biedt kansen voor versterking van de leefbaarheid, stimuleert meervoudig ruimtegebruik en maakt behoud van cultureel erfgoed, zoals karakteristieke boerderijen, mogelijk.

Het onder voorwaarden verruimen van de bestemming van dergelijke erven vergroot het perspectief van deze actielijn. Actielijn 2 Kringlooplandbouw als drager voor het open landschap is een goed uitgangspunt. Naast het sluiten van regionale kringlopen tussen landbouwbedrijven in de regio vragen wij nog een stap verder te gaan en natuurinclusieve landbouw te stimuleren. Dit betekent dat meer ruimte voor natuur buiten bestaande natuurgebieden waarbij de biodiversiteit wordt versterkt.

Actielijn 3 Wij vragen u bij het stimuleren van woningbouw zoveel mogelijk de mogelijkheden in of in aansluiting op bestaande kernen te benutten. Woningbouw in de grotere kernen langs de A7 sluit goed aan bij de bestaande ruimtelijke structuur. De bestaande infrastructuur, met name het spoor, kan hier goed worden benut. Het is belangrijk dat waardevolle (open) landschappen daarbij worden ontzien. Actielijn 4: Toerisme en leisure (recreatie) als stimulering van de lokale economie. Bij het stimuleren van toerisme en recreatie in het gebied is het belangrijk dat de bestaande landschappelijke kwaliteiten en natuurwaarden van het gebied als uitgangspunten worden genomen. Sluit bij nieuwe recreatie aan op bestaande voorzieningen en routes. Vrijwaar kwetsbare en rustige gebieden zodat waardevolle natuur maar ook rust en donkerte als belangrijke kwaliteiten behouden blijven. Actielijn 5: Bestaande bedrijventerreinen (gedeeltelijk) opnieuw ontwikkelen. Wij ondersteunen ten harte de herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen. Het beter inrichten van verouderde bedrijventerreinen voorkomt onnodige aanleg van nieuwe terreinen. Het is belangrijk dat bij de herinrichting voldoende oog is voor de leefbaarheid en dat bestaande conflicten (zoals woningen op te korte afstand van bedrijven) worden opgelost.

Herstructurering van bedrijventerreinen kan door kavelruil of verplaatsing van bedrijven mits dit niet leidt tot extra milieuhinder. Wij missen in het perspectief het (glas)tuingebouwgebied Sappemeer-Noord. Recent is er, met de vaststelling van een nieuw bestemmingsplan, een streep gezet door de (grootschalige) uitbreidingsmogelijkheden van de glastuinbouw. Dit is een begrijpelijke keuze gelet op ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Wel biedt het bestaande gebied, met name het deel langs de A7, mogelijkheden voor herstructurering en inpassing van nieuwe functies, zoals (kleinschalige) bedrijvigheid, duurzame energie-opwek en tuinbouw. Belangrijk is dat dit in samenhang wordt gedaan met behoud en versterking van de leefbaarheid en cultuurhistorische waarde van de linten (waaronder het Achterdiep). Actielijn 6: De toepassing van duurzame energie in productieprocessen. De transitie naar duurzame energie heeft een hoge prioriteit. Zet daarbij maximaal in op de mogelijkheden in stedelijk gebied, waaronder ‘zon op dak’. Benut de wettelijke mogelijkheden (Omgevingswet) om de mogelijkheden hiervoor af te dwingen. Laat ook inwoners meeprofiteren en beslissen, leg in lijn met het Klimaatakkoord lokaaleigendom van minimaal 50% bij duurzame energieprojecten vast. Actielijn 7: De aanleg van duurzame industriële energiehubs stimuleren.

Wij ondersteunen het voorstel om industriële energiehubs aan te wijzen en te ontwikkelen mits de natuurwaarden en leefbaarheid hier niet onder lijden. Deze ontwikkeling biedt kansen voor zowel het verduurzamen van bedrijven en woonwijken (warmtetransitie) en draagt bij aan een circulaire economie. Het vraagt wel om een goede (financiële) ondersteuning van initiatieven om deze complexe opgaven van de grond te krijgen. Ook is het nodig dat er slimme

investeringen worden gedaan in de netinfrastructuur waarbij de impact van nieuwe infrastructuur op het landschap zoveel mogelijk wordt beperkt. Actielijn 8: Vestiging van nieuwe grootschalige bedrijven. Wij vragen u om prioriteit te leggen bij het beter benutten van bestaande bedrijventerreinen. De mogelijkheden hiervoor moeten ten volle worden benut. Hierbij ligt ook een belangrijke relatie met de energietransitie en het toekomstperspectief van bedrijfssectoren. Dat er aanvullend ook ruimte voor nieuwe bedrijventerreinen moet worden gevonden is voorstelbaar. Het is belangrijk dat de omvang en schaal inpasbaar is per locatie. Voordat deze stap wordt gezet is het nodig om een gedegen analyse te maken van de beschikbare ruimte op bestaande bedrijventerreinen (ook na herstructurering). De noodzaak om een zoekgebied voor grootschalige bedrijven aan te wijzen is minder logisch of niet goed aangetoond.  Marktonderzoek De aanleiding is het marktonderzoek waaruit een bepaalde vraag blijkt naar locaties voor vestiging van grootschalige (XXL-) bedrijven uit verschillende sectoren waaronder automotive, logistiek en datacentra. In het marktonderzoek wordt daarbij een ‘ja mits’ beleid voorgesteld.

Dit betekent dat er ruimte moet komen voor grootschalige bedrijven als een nieuw bedrijf niet op de bestaande bedrijventerreinen ingepast kan worden én het ook resulteert in een substantiële economische impuls voor de regio. Nieuwe vestigingsmogelijkheden voor grootschalige bedrijven wordt, in zowel in het marktonderzoek als het ruimtelijk-economisch perspectief, gezien als een vanzelfsprekendheid. ‘De bedrijven vragen (mogelijk?), wij draaien in ieder geval!’ Er ontbreekt een scenario dat het niet wenselijk is om hier ruimte voor te reserveren of aan te wijzen. Het kan ook een bewuste keuze zijn om juist in te zetten op het MKB-bedrijf in samenhang met de herstructurering van bestaande bedrijventerreinen en het benutten van het potentieel op erven in het buitengebied. Een strikt beleid voor nieuwvestiging van grootschalige bedrijven lijkt defensief maar kan ook innovatie stimuleren  Brede welvaart Bekijk de afweging over het aantrekken van nieuwe grootschalige bedrijven niet alleen vanuit een economisch perspectief (een substantiële economische impuls) maar vanuit de brede welvaart. Het is noodzakelijk om immateriële zaken, zoals leefbaarheid, gezondheid en natuur en milieu, volwaardig mee te nemen en niet alleen te kijken naar economische groeicijfers. Als bedrijven ruimte vergunt krijgen moet daar iets tegenover staan.

Naast voldoende aandacht voor verduurzaming is het ook belangrijk dat bedrijven zich inspannen om werkgelegenheid te bieden aan kwetsbare mensen (sociale werkplaats) en het aanbieden van opleidingen en stageplaatsen. Door ‘brede welvaart’ als uitgangspunt te nemen krijgt de leefbaarheid en de impact van bijvoorbeeld de mijnbouwactiviteiten in een deel van de regio ook de rol die hiervoor nodig is. Signalen uit het gebied geven aan dat de weerstand tegen nieuwe grootschalige ontwikkelingen, zoals het mogelijke aanwijzen van een zoekgebied voor een grootschalig bedrijventerrein, erg groot is. Naast de lastige inpassing van energieprojecten (waarvan er in de toekomst nog veel meer nodig zijn) zal de uitbreiding van bedrijventerreinen ook maatschappelijk een flinke opgave worden. Dit wordt nog versterkt als er zich onder deze

grootschalige bedrijven ook grote energieverbruikers bevinden, zoals ‘hyperscale datacenters’. Hierdoor wordt de opgave voor energietransitie nog groter.  Arbeidsplaatsen Het doel om nieuwe arbeidsplaatsen te bieden is begrijpelijk in een regio waar de werkloosheid hoger is dan het gemiddelde in ons land. Het is niet duidelijk hoeveel werkgelegenheid deze bedrijven opleveren. In datacenters is het aantal banen relatief beperkt gelet op de omvang. Een deel van het werk kan ook op afstand worden uitgevoerd. Daarnaast is het de vraag of het soort banen aansluiten bij de beroepsbevolking van de regio.  Logistiek Voor de sector logistiek is het de vraag of de A7/N33 regio hierbij een logische keuze is. Op landelijk niveau zijn er een aantal andere regio’s in het oosten en zuiden die hier ook op inzetten. In de relatie met Duitsland zijn de routes A1 en A28/ A37 meer onderdeel van internationale verbindingen dan de A7 richting Duitsland. De A37 wordt door aanleg van een ontbrekende snelweg tussen Meppen en Bremen ook een aantrekkelijke route voor (vracht)verkeer op de route Nederland – Hamburg – Scandinavië. Nog meer uitzoomend zijn met name de regio Brabant en Limburg, A 2 (Amsterdam-Eindhoven- Maastricht) en A58/A67 (Antwerpen- Brabant- Roergebied) belangrijk. Het aantrekken van grote logistieke bedrijven naar Groningen is uit dit oogpunt niet logisch en wenselijk.

Keuze gebied Scheemda-Westerlee De keuze om een gebied tussen Scheemda en Westerlee als zoekgebied aan te wijzen is niet duidelijk gemotiveerd. Het lijkt er meer op dat er sowieso een plek moet worden aangewezen om vestiging van grootschalige bedrijven mogelijk te maken. De oudste Dollardpolder lijkt daarvan het slachteroffer te worden. Het gebied maakt onderdeel uit van de ‘Wiede Leegte’, de ring van (Dollard) polders rond het ‘schiereiland van Winschoten’. Polders die nog grotendeels vrij gewaard zijn van bebouwing en hierdoor zeer karakteristiek zijn voor Groningen. De polders zijn in het huidige provinciaal beleid ook beschermd tegen aantasting van de open ruimte. De aanleg van een grootschalig bedrijventerrein doet grote afbreuk aan dit karakter. De ontwikkeling van een groot bedrijventerrein in dit gebied vraagt daarnaast ook om de aanleg van nieuwe infrastructuur (waaronder een aansluiting op A7) om overlast in de kernen te voorkomen. Er ontbreekt in de huidige verkenning een afweging van alternatieve locaties. Naast het gebied bij Scheemda wordt alleen de Tussenklappenpolder ook genoemd als mogelijke locaties voor grootschalige bedrijven. Deze aanwijzing ontbreekt echter op de kaart. De Tussenklappenpolder scoort los van de waterhuishouding in beginsel op andere ruimtelijke aspecten gunstiger.

Er is een betere aansluiting op de infrastructuur en het grootschalig open landschap wordt er minder aangetast. Nog beter is om voor de vestiging van grootschalige bedrijven aan te sluiten bij de ontwikkelingsmogelijkheden van de bestaande industriecomplexen in Delfzijl (Oosterhorn) en de Eemshaven. Het op deze terreinen meer ruimte te geven aan duurzame bedrijven en verouderde (fossiele) industrieën, zoals ALDEL, te ontmoedigen, biedt kansen voor de toekomst.

Conclusie Op basis van het voorgaande komen wij tot de conclusie dat de Ruimtelijk economische verkenning A7-N33 die nu voor ligt voor een deel een goede basis vormt voor de ontwikkeling van ruimtelijk-economische opgaven in de regio A7-N33. Het is positief dat de gemeenten dit samen met de provincie willen uitvoeren. Het ontwikkelen van een nieuw bedrijventerrein dat uitsluitend is bestemd voor grootschalige bedrijvigheid (XXL-bedrijven) is volgens ons ongewenst en ook niet nodig. Wij vragen u om de aanwijzing voor een vestigingslocatie van XXL-bedrijven te staken. Durf als gezamenlijke overheden ook een standpunt in te nemen dat de regio zich niet leent voor de vestiging van XXL-bedrijven. Versterk de economische structuur door de bestaande kwaliteiten verder te benutten en koester vooral het open landschap dat een steeds schaarser goed wordt (ook in Groningen). Het is niet voor niets dat steeds meer partijen, vooral na het advies van het college van Rijksadviseurs uit 2019, zich zorgen maken over de ‘verdozing van Nederland’ door de bouw van steeds grotere bedrijfspanden.

Wij hopen dat u de genoemde punten wilt meenemen bij de vaststelling van het Ruimtelijkeconomisch perspectief A7-N33. Wij gaan graag met u in gesprek om de genoemde punten toe te lichten. Met vriendelijke groet,

Natuur en Milieufederatie Groningen

Jan-Willem Lobeek Directeur-bestuurder. Mede namens Het Groninger Landschap.

Provincie Groningen Johan Lingbeek Postbus 610 9700 AP GRONINGEN Per e-mail naar: J.Lingbeek@provinciegroningen.nl

Datum Onderwerp Behandeld door Ons kenmerk

24 maart 2022 zienswijze A7-N33 J. Zijlstra Z22-1835 / D22-9670

Uw kenmerk Bijlagen

Geachte heer Lingbeek, Graag maak ik van de gelegenheid gebruik om te reageren op uw Ruimtelijk economisch perspectief A7/N33regio. (versie sept. 2021). Uw perspectief fungeert als raamwerk om vertaald te worden in omgevingsvisies. De uitdagingen en spanningen tussen landschap, natuur en vestigingsklimaat vind ik goed verwoord. Groenblauwe strategie Ik wil mijn voorkeur uitspreken voor de door u genoemde groenblauwe strategie. Door landschap en natuur als basis te nemen, en te verweven met de ruimtelijke ontwikkelingen zien wij mogelijkheden om natuur en mens met elkaar te verbinden. Door dit innovatief en met slimme functiecombinaties vorm te geven kan dit invulling geven aan grote maatschappelijk opgaven zoals klimaatadaptatie, stikstofopgave, woningbouw, verduurzaming landbouw en herstel van de biodiversiteit. Natuur kan dan als raamwerk verweven worden in de regio. Belangrijk hierbij is wel dat bij elke ruimtelijke ontwikkeling de vraag wordt gesteld hoe deze een meerwaarde kan opleveren voor de natuur en/of het landschap. Vanuit dit uitgangspunt denk ik dat er een sterke innovatiekracht kan ontstaan vanuit de regio. Ik verwacht verrassende ontwikkelingen. Hierbij denk ik aan economische meerwaarde voor ontwikkeling van natte teelten in het veenweidegebied, natuurinclusieve landbouw of slimme oplossingen voor de energietransitie met minder schade voor landschap natuur.

(bv. aquathermie, bodemwarmte). Wanneer er gekozen wordt voor een zonering vanuit bestaande natuurgebieden verwacht ik een toename van de zogenaamde ecosysteemdiensten. Denk hierbij aan het leveren van schoon drinkwater, voorkomen van wateroverlast, natuurlijke plaagbestrijding, vermindering van CO2 uitstoot maar ook een toename van economische inkomsten van bv. de recreatieve sector.

Staatsbosbeheer | Leonard Springerlaan 23 | 9727 KB Groningen | Postbus 333 | 9700 AH Groningen | T 050-7074444 | F 033-4328481 | KVK 30263544

Als u nog vragen hebt dan kunt u contact opnemen met J. Zijlstra via 06-29639859 of johan.zijlstra@staatsbosbeheer.nl. Met vriendelijke groet, de directeur Staatsbosbeheer, namens deze,

ing. H. van der Wal hoofd Staatsbosbeheer Groningen

Staatsbosbeheer | Leonard Springerlaan 23 | 9727 KB Groningen | Postbus 333 | 9700 AH Groningen | T 050-7074444 | F 033-4328481 | KVK 30263544

Zienswijze gebiedsontwikkeling A7-N33 Met grote belangstelling heeft Rover de stukken tot haar genomen. Hierbij moesten wij meteen terugdenken aan pagina 18 uit het provinciale coalitieakkoord: Wij blijven ook inzetten op een snellere spoorverbinding Groningen-Bremen/Hamburg. Tevens onderzoeken wij de Nedersaksenlijn, optimalisatie van de Hanzeroute via Noord-Duitsland richting Scandinavië en aansluiting op de Emslandstrecke richting Midden Duitsland. Deze bovenstaande uitsnede van het provinciaal coalitieakkoord is leidend geweest voor de beoordeling van beide documenten. In vergelijking tot de genoemde wegen komt in onze optiek de spoorinfrastructuur er wel erg bekaaid af als middel voor ontsluiting en bereikbaarheid van deze regio in onze provincie. Dit in zowel in regionale bereikbaarheid per trein als nationaal en internationaal. Het tweede kader en meetlat is volgens ons de conceptvisie mobiliteit ‘Wat Groningen beweegt’ inzake het van het Ruimtelijke Economische Perspectief. Waarbij wij de voor ons belangrijke punten zullen benoemen in samenhang met deze plannen. Uit de visie mobiliteit de volgende punten:

Goederenvervoer en Logistiek. Dit is een nieuw thema vanuit het beleidsdomein mobiliteit. Goederenvervoer en logistiek zijn niet alleen belangrijke gebruikers van infrastructuur, maar ook cruciaal voor werkgelegenheid en economische ontwikkeling in onze provincie. We willen samen met bedrijven goederenvervoer en logistiek beter en slimmer organiseren. Zo kunnen we de capaciteit op (vaar)wegen zo goed mogelijk benutten. We stimuleren bedrijven om hun vervoersstromen gezamenlijk te bundelen en zo duurzaam mogelijk te organiseren. Op pagina 22 staat het volgende: 

We willen ervoor zorgen dat je per trein sneller in de Randstad kunt komen. Daarnaast willen we de langeafstandsverbindingen met Duitsland (en verder) verbeteren, evenals de zuidoostelijke verbinding met de Nedersaksenlijn.

Op pagina 34 staat het volgende: 

We stimuleren een modal shift van wegvervoer naar spoor en water. Dit doen we door met slimme innovaties meer capaciteit vrij te maken op bestaande sporen en waterwegen.

Wunderline In een recente brief aan de Tweede Kamer over internationaal spoor: 

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-enwaterstaat/documenten/kamerstukken/2021/12/03/ontwikkelingeninternationaal-personenvervoer-per-spoor

In deze brief vonden wij geen enkel spoorplan terug in Noord-Nederland. Dus de Wunderline ook niet. Graag wijzen wij even op deze link: https://wunderline.nl/wunderline-zorgt-voor-grenzeloze-verbinding/ In onze waarneming komt het Rijk expliciet haar aandeel niet na uit de getekende Coöperatie Overeenkomst met de deelstaten Bremen en Niedersachsen met betrekking tot opwaardering van het baanvak Groningen HS – Bad Nieuweschans.

1

Recent lazen we het volgende bericht op de website van Wunderline: https://wunderline.nl/wunderline-community-2/ Tijdens het lezen van dit bericht vielen ons een paar citaten op die per direct ook in deze plannen verwerkt horen te worden. Het gaat om de volgende citaten: 

Ruijters gaf nadrukkelijk aan dat de Wunderline aan dit plan kan bijdragen, maar dat het project meer en grotere ambities moet hebben. Hij pleitte met name voor elektrificatie van het spoor aan Nederlandse zijde van de grens, omdat waterstof “geen lange-termijn oplossing is.”

Wim van de Camp, Nederlandse ambassadeur van het Year of Rail, was ook aanwezig om mee te praten over Europese ontwikkelingen. Hij sprak kritisch over de nationale financiële bijdragen en is van mening dat de EU zich nadrukkelijker moet uitspreken voor de trein.

Met beide waarnemingen is Rover het zeer hartgrondig eens. Met betrekking tot de elektrificatie als dat vooral onze nationale overheid zwaar in gebreke blijft bij het opnemen van het project in het nationale MIRT. Daarom een recent voorbeeld hoe tussen Stettin en Berlijn een verouderde spoorlijn wordt aangepakt om die op de minimale standaard van 160km/u te brengen:  

https://www.deutschebahn.com/de/konzern/Aktuelles/Baustart-in-AngermuendeDeutlich-schnellere-Zugverbindung-zwischen-Berlin-und-Stettin-ab-2025-6974712 https://www.deutschebahn.com/pr-berlinde/aktuell/presseinformationen/Baustart-in-Angermuende-Deutlich-schnellereZugverbindung-zwischen-Berlin-und-Stettin-ab-2025-6974608

Voor de Wunderline ligt bij ons de volgende standaard te citeren uit beide persberichten van de Deutsche Bahn: 

Tempo 160, zweigleisig, elektrifiziert • 20 Minuten weniger Fahrzeit

Ook voor ons de norm van reistijdverkorting tussen Groningen HS en station Bad Nieuweschans. 

Investitionen von fast einer halben Milliarde Euro

Met de huidige middelen die resteren uit het RSP-Zuiderzeelijn krijgt u deze transformatie niet voor elkaar. Aangezien de actuele stand van spoorinfrastructuur ver onder het nationale gemiddelde is in kwantiteit en kwaliteit om een echt goed product op het spoor te zetten. Wij vinden dus stevige investeringen in de spoorinfrastructuur noodzakelijk voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid van dit gebied. Wij gaan ervan uit dat u ook in het bezit bent van het boekwerk van de heer Muijzert. Rondom de Wunderline had hij ook enige voorstellen met betrekking tot het baanvak Groningen HS – Bad Nieuweschans – Ihrhove. Met de volgende punten daaruit kunnen wij alleen maar mee instemmen: Bladzijde 11: sectie Wunderline! 5. Spoor Zuidbroek – Winschoten Bestaand spoor verdubbelen • Verhogen capaciteit, verminderen kwetsbaarheid • Brug over A.G. Wildervanckkanaal moet 2 à 3 meter omhoog Links op de foto de spoorbrug over het A.G.Wildervanckkanaal, rechts de spoorbrug over de N33 Op

2

bovenstaande foto is te zien dat de brug reeds in twee sporen is verbreed, maar om klasse-5 schepen tot 3500 ton er onder door te laten varen is het nodig de brug 3 à 3,5 meter te verhogen. Ook het viaduct over de N33 zal daardoor hoger moeten. Dat laatste viaduct ligt los met rubberen blokken op de steunmuren. De steunmuren staan weer los op een betonfundament. Bij het verhogen moet het viaduct omhoog worden getild en de oude steunmuren worden vervangen met hogere muren. Daarna kan het viaduct weer op z’n plek gelegd worden. Uitvoerbaar in een weekend. De spoorbanen oost en west moeten ook omhoog en het spoorbed moet geheel verbreed worden voor dubbel spoor. De provincie wil Scheemda – Winschoten (4 kilometer) verdubbelen, want dat zijn minder kosten. Scheemda – Zuidbroek strandt op de hoogte van de bestaande bruggen. Wij zien dit als onderdeel van de complete hoogstnoodzakelijke complete verdubbeling van deze spoorlijn die achter is gebleven bij de standaard Arnhem – Oberhausen. Of Twente – Osnabrück. Bladzijde 12: sectie Wunderline! 6. Spoor Groningen – Leer – Oldenburg Geen nieuwe Friesenbrucke, maar tweesporige spoortunnel onder de Eems • 400 meter van dijk tot dijk • Te financieren samen met Duitsland Ook met bladzijde 12 zijn wij het met hem eens maar ook wegens het volgende.

Recent persbericht op de website van de Deutsche Bahn wegens de dienstregelingswissel van 12 december 2021: https://www.deutschebahn.com/pr-duesseldorf-de/aktuell/regionalepresseinformationen/Neue-IC-Linie-verbindet-Metropolen-und-Regionen-in-Hessen-undNRW-6987010

3

Dit ook vanwege directe snelle verbinding met Midden-Duitsland via de Emslandstrecke. Dus een Duitse ICE4 zal over het spoor moeten kunnen. Bij Ihrhove linksaf naar de veerboot in de Eemshaven naar Borkum zonder overstappen. Ook zullen de Noordelijke provincies samen met de deelstaten Niedersachsen en Nordrhein-Westfalen moeten gaan onderhandelen over een echte hoogwaardige grensoverschrijdende S-Bahn zoals tussen Zwitserland en Frankrijk: https://www.lemanexpress.ch/en/

Dat de noordelijke reiziger per trein directe verbindingen krijgt met Emden, Meppen, Papenburg en Münster via een grensoverschrijdende regionale exprestrein.

Nedersaksenlijn

De enige standaard die geldt voor Rover in het dossier Nedersaksenlijn is dat deze wordt uitgevoerd in dezelfde technische specificaties als de Hanzelijn. IC 200 ontwerp en geen enkele kruising meer op maaiveld met overige verkeersinfrastructuur. Waarbij 8 stoptreinen tussen Groningen HS en Emmen per uur horen te verkeren voor de noodzakelijke modal shift van auto naar het OV. En Groningen – Emmen – Enschede/Arnhem/Nijmegen hoort gewoon in IC kwaliteit. Met een halfuur reistijd per IC tussen Groningen – Emmen. Transport en Logistiek

Graag mogen wij de provincie Groningen aan dit beleidsdocument herinneren: 

https://www.provinciegroningen.nl/fileadmin/user_upload/Documenten/Download s/Ontwikkelingsvisie_Eemsdelta_2030.pdf

4

Op bladzijde 94 staat een interessant citaat: Aansluiting Delfzijl met spoorverbinding Groningen – Nieuweschans Voor de veiligheid en de leefbaarheid van elf kernen (onder andere Winschoten, HoogezandSappemeer, Groningen, Appingedam en Delfzijl) is het goed om het spoor vanaf Oosterhorn een andere route te laten volgen. De verkeersdruk op dit spoor is nu nog beperkt maar zal gaan toenemen. De verwachting is echter dat in 2030 ca. 21% van het goederenvervoer het transport van gevaarlijke stoffen voor het chemiepark Oosterhorn betreft. Knelpunt daarbij is dat de treinen die de gevaarlijke stoffen vervoeren tussen de reizigerstreinen door rijden en dat kan problemen opleveren voor de dienstregeling. Tevens leidt dit tot een extra geluidsbelasting van 3-7 dB(A). Ook vanwege de landelijke ambities om het vervoer via de weg steeds meer via spoor en water te laten verlopen kan het tracé steeds drukker orden. Doel: verbetering van de externe veiligheid en leefbaarheid Termijn: vervolgaanpak voor 2025 bepalen Eerste vervolgstap: de gemeente Delfzijl neemt het initiatief voor het uitvoeren van een onderzoek naar de noodzaak en de haalbaarheid Product: een haalbaarheidsonderzoek Pagina 13 uit de voorstellen van Piet Muijzert: 7.

Spoor Veendam – Eemshaven Nieuw enkel vrachtspoor vanaf Veendam langs de N33 Midden/Noord naar de Eemshaven • Aanzienlijke verbetering bereikbaarheid van Eemshaven per spoor • Impuls voor verdere ontwikkeling Eemshaven • Spoor gaat ook onder aquaduct Eemskanaal/Damsterdiep Dit natuurlijk met de bijbehorende emplacementen en elektrificatie tot de zeehavens. Ook terminal Veendam weer reactiveren. Maar hierbij horen de volgende (inter)nationale kaders: •

•

•

•

• • •

https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-enwaterstaat/documenten/rapporten/2020/06/18/marktvisieambitienetwerk-spoorgoederen https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-enwaterstaat/documenten/kamerstukken/2020/12/18/voortgangspoorgoederenvervoer https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-enwaterstaat/documenten/kamerstukken/2020/11/26/aanbieding-definitievehavennota-2020-2030 https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-enwaterstaat/documenten/kamerstukken/2019/11/13/studie-ten-tspecificaties-spoornetwerk https://ec.europa.eu/transport/infrastructure/tentec/tentecportal/site/brochures_images/ports2013_brochure_lowres.pdf https://ec.europa.eu/transport/infrastructure/tentec/tentecportal/site/en/maps.html https://info.emsachse.de/infrastruktur.html

5

Het bovenstaande kaartje van de Ems-Achse e.v. zegt voldoende over de ambitie voor spoorverdubbeling van de Emslandstrecke. Het extra treinverkeer tussen Nederland en Duitsland via de noodzakelijke zuidelijke aansluiting bij Ihrhove richting Meppen, Papenburg, Münster maar ook Keulen en Frankfurt am Main of Bazel.

Wij zijn van mening ook dat het goederenvervoer waar het kan naar het spoor moet. Maar wij zijn wel tot de conclusie gekomen dat er te weinig spoorinfrastructuur ligt om in de provincie Groningen zonder conflicten tussen het personenvervoer en het goederenvervoer per spoor dienstregelingen uit te kunnen voeren.

6

Dit heeft ook te maken met de gebiedsontwikkeling A7-N33 waar voor ons twee belangrijke spoorprojecten door lopen voor de bereikbaarheid van deze regio, maar ook via deze regio per spoor. Graag zien wij dat het spoor als benodigde infrastructuur naar een hoger niveau wordt getrokken in de plannen voor de gebiedsontwikkeling A7 – N33. Wart actueel in de documenten staat is riant onvoldoende aandacht daarvoor. Met vriendelijke groet, Frank Menger Secretaris afdeling Groningen Rover

7

Geachte mevrouw Wetterauw, Dank voor het betrekken van TenneT bij het Ruimtelijk-economisch perspectief A7/N33-regio. Het is positief om te zien dat de beschikbaarheid van aansluit- en transportcapaciteit op het elektriciteitsnet in dit perspectief is benoemd als voorwaarde voor de ontwikkeling van (grootschalige) bedrijfslocaties. In aanvulling hierop wil ik vanuit de rol van TenneT als beheerder van het hoogspanningsnet graag de volgende aspecten naar voren brengen: •

•

Bij het nader uitwerken van bedrijfslocaties met grootschalig elektriciteitsverbruik is het wenselijk als tijdig rekening wordt gehouden met het beschikbaar stellen van geschikte locaties en tracés voor hoogspanningsinfrastructuur. Dit geldt met name bij locaties waar vestiging van datacenters wordt toegestaan, aangezien deze een hoge vermogensvraag hebben. De beperkingen van het ruimtegebruik die bestaande en eventuele nieuwe hoogspanningsinfrastructuur met zich meebrengt zijn relevant voor de invulling van het gebied, zoals de belemmerde strook van hoogspanningsverbindingen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de 110kV-hoogspanningslijn Kropswolde-Meeden die door de Tussenklappenpolder loopt.

Mochten deze aanvullingen nog vragen opleveren, dan hoor ik het graag.

Deel B reacties website + per mail ontvangen reacties

Westerlee 1

2

3

4

5

Wij wonen net 2 jaar in Westerlee, zijn de grote stad ontvlucht en hoopten rustig en landelijk te kunnen leven. Maar alsof gaswinning, zoutwinning, windmolens en zonneparken nog niet genoeg zijn nu dus een XXL industrieterrein en Tennet onthult net ook nieuwe plannen. Het is genoeg, geen industrie en/of andere landschaps- leefomgevings- milieu- of andere vervuilende plannen. k word hier zo intens verdrietig van...wij zijn hier komen wonen om te genieten, van deze toen nog prachtige landelijke omgeving . Intussen heeft de Tennet uitbreidingen gedaan , zijn er windmolen, bij de vleet neergezet en zijn er telkens weer plannen voor zonneparken waar we tegen moeten strijden Nu weer paralel aan het Emergobos, waar we nu nog reetjes zien lopen ........ . En dan nu ook nog een Industrieterrein in Westerlee....Is het landschap al niet verruineerd?? Nee tegen een Industrieterrein en Nee tegen verdere uitbreidingen van welke vorm van energie dan ook in dit gebied !! Het is een verschrikkelijk plan!! De omgeving is al genoeg door de windmolens die er zo nodig moesten komen aangetast. Plaats de fabrieken idd bij bestaande industrie terreinen.

Ik heb hier ook niet mee ingestemd al die jaren dat er verkiezingen waren mbt de gemeente of provincie, om het landschap en mijn dorp waar ik in woon( Westerlee) zo te laten verpesten door deze walgelijke plannen! Alles voor het geld! Gisteren naar de inloopbijeenkomst geweest in W'lee, punt 1 tm 7 zijn prima in het plan, maar punt 8 (Vestiging van nieuwe grootschalige bedrijven) moet van tafel, dat is duidelijk. Ga met dit soort bedrijven naar de industrieparken ergens anders in de provincie. BLIJF VAN DIT MOOIE EN WIJDSE LANDSCHAP AF!!. Focus op wonen en kleinschalige bedrijven in de kleinere industrieparken in onze gemeente. De ambtenaar van de provincie liet gisteren weten dat ze nog aan de voorkant van de plannen zitten, ben benieuwd of dat ook zo is, ervaringen uit het verleden lieten vaak zien dat er al van alles beslist is..... Ben ook benieuwd welke politieke partijnen in de gemeente Oldambt tegen deze plannen zijn, kan ze een hoop stemmen opleveren in W'lee, H'leen en S'da bij de gemeentelijke verkiezingen...... Gemeente Belangen Oldambt is de enige partij die zich durft uit te spreken tegen de plannen. Landelijke partijen zijn zowiezo meer gebonden aan landelijk beleid en durven tot nu toe geen stelling te nemen. Dat is zorgelijk en beangstigend. Eigenlijk weet je op die manier niet waar je op stemt.

Als het over het direct vervuilen en vernietigen van ons open wijdse boerenlandschap gaat is dit minachting van alle stemgerechtigde groningers. Onze ruimte en wijdsheid dreigt verkocht te worden aan multinationals met geen enkele roots of binding met de streek. Onze politiek verkoopt onze directe leefomgeving omgeving. Vruchtbare kleigrond en ruimte worden minachtend verkwanseld terwijl de droogte wereldwijd toeneemt en de wereldvoedselprijzen de komende jaren extra onder druk komen met de toenemende droogte, kijk naar Canada en Amerika en Australië waar 40 graden normaal is in de zomers van nu. Onze ruimtelijkheid kun je niet in geld uitdrukken en weg is weg. Hulde aan de boeren die ons dagelijks voeden.

6

7

8

Ik heb nog een paar punten te zeggen voor jullie allemaal punt 1 zorg dat jullie hier scholen bouwen voor mensen die in de 20 a 30 jaar en ouder zijn die ook wat willen doen in hun leven die het slecht gaat door dat ze niet meer naar school terug kunnen gaan en toch weer graag willen gaan leren en studies doen en niet altijd graag in de avonden naar school willen gaan maar overdag en ook niet te ver weg maar mooi dicht bij westerlee punt 2 laat voor de jongens weer technische scholen komen en voor bouwen en boeren bedrijven leren dat missen we hier ook leer scholen voor oudere mensen zoals jeugd in westerlee punt 3 winkels drogist en kruidenier .fruit en groente boer.bakker .visboer.slager.boeken en tijdschrift winkel.bibliotheek.

gewone winkel waar man alles kan kopen .handwerk winkel haken breien naaien en nog veel meer winkel .ijswinkel .koffie en thee winkel .landwinkels .dvd en cd lp radio winkel .kleren winkels voor grote maten en een maatje meer en bruidsmode kinder mode heren en dames mode westerlee punt 4 laten hier ook weer leuke dingen komen voor de jeugd waar niet om gedacht wordt die ouder zijn in duitsland doen ze heel erg veel met de jeugd daar leren ze ook meer het vak natur kochen und backen farming en zitten ze niet alle dagen achter de pc en telefoons dat hoop ik ook eens gedaan te zien die internet wereld denk eens na over anderen die er niet bij horen omdat ze niet kunnen of te dik zijn of ziek zijn of rugproblemen hebben of nog veel meer suikerziektes en ga maar door iedereen hoort erbij in het leven klein of groot breed of slank dik of dun zorg dat je vriendschap krijgt en zorg voor mens en dier.

punt 1 luister naar burgers en de plannen en niet naar jullie zelf punt 2 geef aandacht aan dieren natuur water bossen en planten punt 3 geef jongeren hier een mooie plek waar ze ook zijn kunnen en leven met hun kinderen en waar kinderen zicht goed voelen punt 4 hier geen fabrieken en industrieterreinen en geen kerncentrales zijn jullie levens moe geworden denk eens aan de ramp in china en tsunamies daar geen mens leeft daar meer alles is weg de natuur pakt alles terug daar in china en japan punt 5 kern energie is straling waarom moeten wij hier kern energie hebben en grote fabrieken daar van weg met dit straling moeten wij hier niet hebben mensen worden daar ziek van je kunt er dood aan gaan alleen dat begrijpen jullie niet daar allemaal denk eens na hoge bazen en pieten en ondernemers en projectleiders en leidsters en gemeente punt 6 ik ben helemaal voor mooie huizen en normaal leven en werk en parken. En dieren boederijen en geen grote dingen zoals jullie van plan zijn hier in westerlee winschoten scheemda en overall. Te gek voor woorden dit plan! We willen ruimte en een open landschap. De windmolens bij Meeden zijn al erg genoeg! Er is nog genoeg plaats voor fabrieken in de Eemshaven of andere plaatsen waar al vergelijkbare bedrijven staan!

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11949613/1