CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

14-02 Bijlage Ruimtelijke motivering Veendam

Gemeenteraad 25 maart 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Bindend advies noodopvang asielzoekers9.624 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Tijdelijke noodopvang Veendam Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving Centraal Orgaan opvang Asielzoekers 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Contactpersoon R.W.

Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland

2

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Inhoudsopgave 1

2

3

4

3

Aanleiding en doel

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Projectgebied

6

1.3

Het omgevingsplan

6

1.4

Leeswijzer

8

Voorgenomen ontwikkeling

9

2.1

Huidige situatie

9

2.2

Toekomstige situatie

9

Beleid en regelgeving

12

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

12

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

12

3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

14

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

14

3.2.1

Omgevingsvisie Groningen

14

3.2.2

Omgevingsverordening provincie Groningen

15

3.2.2.1

Instructieregels provincie (omgevingsverordening)

16

3.2.2.2

Omgevingswaarden

16

3.3

Regionaal beleid

16

3.3.1

Regio Deal Oost-Groningen

16

3.3.2

Waterschapsverordening Hunze en Aa's

17

3.4

Gemeentelijk beleid

17

3.4.1

Omgevingsvisie

17

Fysieke leefomgeving

19

4.1

M.e.r.-beoordeling

19

4.2

Duurzaamheid en gezondheid

19

4.3

Verkeer en parkeren

20

4.3.1

Verkeer

20

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

4.3.2

Parkeren

20

4.4

Flora en fauna

20

4.4.1

Soortenbescherming

21

4.4.2

Gebiedsbescherming

21

4.4.2.1

Natura 2000-gebieden

21

4.4.2.2

Natuurnetwerk Nederland

22

4.4.3

Houtopstanden

22

4.5

Luchtkwaliteit

22

4.6

Geluid

24

4.7

Geur

24

4.8

Omgevingsveiligheid

24

4.9

Trillingen

24

4.10

Welstand

25

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

25

4.12

Weging van het waterbelang

25

4.13

Bodem

25

4.14

Bedrijven en milieuzonering

26

4.15

Sociale veiligheid

26

5

Beperkingengebieden

27

6

Uitvoerbaarheid

28

6.1

Economische uitvoerbaarheid

28

6.1.1

Financiering

28

6.1.2

Beheer

28

6.1.3

Handhaving

28

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

28

6.2.1

Participatie

28

6.2.2

Advies en instemming

29

6.2.3

Vaststellingsprocedure

29

Belangenafweging en conclusie

30

7.1

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

30

7.2

Conclusie

30

7

Colofon 4

Datum: 14 maart 2024 - Public

31

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

5

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

1

Aanleiding en doel

1.1

Aanleiding

In Nederland is de afgelopen jaren een sterke toename geweest in de vraag naar opvanglocaties voor asielzoekers. Het COA is daarom op zoek naar verschillende soorten opvanglocaties, waaronder locaties voor de lange termijn, korte termijn en noodgevallen. Het COA heeft het voornemen om in de gemeente Veendam op korte termijn een tijdelijke noodopvang te realiseren voor de duur van één jaar. De noodopvang kan worden gerealiseerd in een voormalig autogaragebedrijf aan de Lloydsweg 39 te Veendam in de gelijknamige gemeente Veendam. Het plan is om een opvangcapaciteit van circa 100 plekken te creëren. De voorgenomen tijdelijke noodopvang past echter niet binnen het ‘Omgevingsplan gemeente Veendam’. De tijdelijke noodopvang past niet binnen de geldende bestemming ‘Bedrijventerrein – Industrie’. De beoogde tijdelijke opvanglocatie kan planologisch mogelijk worden gemaakt middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) conform artikel 16.3 Omgevingswet. Hiervoor is een onderbouwing noodzakelijk om aan te tonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de gemeente Veendam. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.

1.2

Projectgebied

De tijdelijke noodopvang is voorzien in een pand van een voormalig garagebedrijf (autodealer Wensink) aan de Lloydsweg 39 te Veendam. Het pand is gelegen op bedrijventerrein Lloyd, ten noordoosten van het Fontein Lloydsplein, nabij het centrum, station Veendam en de afrit van de N33. In het projectgebied is een verscheidenheid aan bedrijven gevestigd, waaronder kantoorlocaties, autobedrijven en groothandels. Op het bedrijventerrein is geen zware industrie gevestigd. De voorzijde van het pand grenst aan de openbare weg. Aan de zuidoostzijde van het pand loopt het A.G. Wildervanckkanaal. Ten westen van het plangebied is het treinstation Veendam gelegen. Het betreffende gebied is op onderstaande figuur aangegeven.

Figuur 1: Het pand waarbinnen de tijdelijke noodopvang moet worden gerealiseerd in gemeente Veendam (bron: Google Maps)

1.3

Het omgevingsplan

Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Dit betekent dat het vigerende bestemmingsplan vanaf dat moment deel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan (het omgevingsplan van rechtswege) van de gemeente Veendam. 6

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

De locatie waar de noodopvang is beoogd, ligt binnen het ‘bestemmingsplan Bedrijventerreinen’, vastgesteld op 11 juli 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Veendam. Voor de locatie aan de Lloydsweg 39 te Veendam gelden de volgende bestemmingen en aanduidingen, zie ook figuur 2. Bestemmingsvlakken • Bedrijventerrein – Industrie Bouwaanduidingen • specifieke bouwaanduiding - bouwklasse e1 Bouwvlakken • bouwvlak Functieaanduidingen • detailhandel volumineus • bedrijf tot en met categorie 3.2 Maatvoeringen • standaard geluidsruimte (dB(A)/m2): 50

Figuur 2. Uitsnede van de voorgenomen locatie met de bestemming ‘Bedrijventerrein – Industrie’ (bron: www.omgevingswet.overheid.nl)

Het gebruik van het voormalig bedrijfspand als noodopvang past niet binnen de bestemming ‘Bedrijventerrein – Industrie’. Het bestemmingsplan als onderdeel van het (tijdelijke deel van het) omgevingsplan biedt geen binnenplanse mogelijkheden om het gebruik planologisch mogelijk te maken. De beoogde ontwikkeling kan planologisch mogelijk worden gemaakt middels een BOPA conform artikel 16.3 Omgevingswet. Hiervoor is een onderbouwing noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties binnen de gemeente Veendam. Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit De tijdelijke opvanglocatie kan planologisch mogelijk worden gemaakt door middel van een omgevingsvergunning voor een BOPA. Deze vergunning kan alleen worden verleend als de activiteit voldoet aan de eisen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De initiatiefnemer moet aantonen dat wordt voldaan aan de regels van het Besluit 7

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

kwaliteit leefomgeving en provinciale- en waterschapsverordeningen, en dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een BOPA duurt in geval de reguliere procedure van toepassing is acht weken, met een mogelijke verlenging van zes weken. Bezwaar en beroep zijn mogelijk na deze periode. De procedurebepalingen zijn te vinden in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verdere onderbouwing en verantwoording van de voorgenomen ontwikkeling. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 gaat in op de beperkingengebieden. Hoofdstuk 6 beschrijft de uitvoerbaarheid van het project, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een belangenafweging en conclusie.

8

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

2

Voorgenomen ontwikkeling

2.1

Huidige situatie

In het pand waar de ontwikkeling is voorzien was voorheen een garagebedrijf gevestigd. In het gebouw is een tussenverdieping aanwezig met een hellingbaan aan de achterzijde. Op de begane grond en de tussenverdieping werden auto’s tentoongesteld. Het gebouw staat momenteel leeg.

2.2

Toekomstige situatie

In de beoogde situatie wordt het pand omgebouwd tot een tijdelijke noodopvang, waar circa 100 asielzoekers zullen worden opgevangen. Naast asielzoekers zijn ook medewerkers van het COA en beveiliging aanwezig op de locatie. Aangezien het een inpandige transformatie betreft, zullen slechts minimale bouwactiviteiten en aanpassingen nodig zijn. Aan de buitenzijde van het pand vinden geen werkzaamheden plaats. Het bestaande gebouw heeft een begane grond met een oppervlakte van 2.106 m² en een eerste verdieping met een oppervlakte van 1.031 m², samen 3.137 m². De slaapunits worden alleen op de begane grond gevestigd. Op de begane grond wordt een aantal vrijstaande woonunits gerealiseerd met lichte scheidingswanden, onderverdeeld in twee delen met een gezamenlijke oppervlakte van 845 m². Deze woonfuncties zijn bedoeld voor kamergewijze verhuur. Op de eerste verdieping wordt nog een kleine ruimte afgescheiden (de MER ruimte). De rest van het gebouw staat in open verbinding met elkaar. De vrije hoogte bedraagt ca. 6 meter aan de voorzijde en 2 x 3 meter aan de achterzijde, en komt daarmee overeen met de huidige situatie. Het pand wordt voorzien van een brandcompartiment in het slaapgedeelte op de begane grond. Op het buitenterrein komen een rokersruimte en een speeltoestel te staan. Aan de achterzijde van het terrein wordt een hekwerk geplaatst, parallel aan de watergang.

Medewerkers en andere bezoekers van de opvang kunnen parkeren op het terrein van de opvang. Er zijn dus geen extra parkeerplaatsen benodigd. Voor de bewoners zal op de locatie 24 uur per dag toezicht en begeleiding aanwezig zijn.

Figuur 3: Plattegrond begane grond, bestaande situatie

9

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Figuur 4: Plattegrond begane grond, nieuwe situatie

Figuur 5: Plattegrond eerste verdieping, bestaande situatie

10

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Figuur 6: Plattegrond eerste verdieping, nieuwe situatie

11

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

3

Beleid en regelgeving

In dit hoofdstuk wordt het beleidskader toegelicht dat relevant is voor de activiteit en wordt de activiteit hieraan getoetst. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden - waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar gemotiveerd van kunnen afwijken - en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).

3.1

Rijksbeleid en Rijksregels

3.1.1

Nationale omgevingsvisie

Op 11 september 2020 is, als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie brengt middels een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving in beeld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Steden die groeien en veranderen, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de overgang naar een duurzame en circulaire economie; diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen, maar vragen ook zorgvuldig te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, want zowel de boven- als ondergrondse ruimte is een schaars goed. De NOVI geeft richting en helpt om deze keuzes te maken. In Nederland zijn er een aantal dringende maatschappelijke opgaven, die niet apart van elkaar kunnen worden opgelost, maar in samenhang bekeken moeten worden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving van Nederland. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2.

De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Het land moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, wateroverlast, hogere rivierafvoeren en langere perioden van droogte. Om in te spelen op deze gevolgen van klimaatverandering, is er vraag naar maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende ruimte en groen voor wateropslag in onze steden. Door hierop in te zetten, biedt het kansen voor de natuur, maar verbetert het ook tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit. Daarnaast heeft Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening. Deze energievoorziening vraagt ruimte, voor onder andere zonnepanelen en windturbines. Het Rijk zet zich ook in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een circulaire, duurzame, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050, waarmee het zijn positie kan handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld.

Hiervoor is een goede verbinding via weg, lucht, spoor, water, digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners nodig. Het Rijk zet in op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van bewegen, wonen, recreëren, ontspannen en ontmoeten. Hierbij is het belangrijk dat de Nederlandse economie, duurzaam, concurrerend en circulair wordt, oftewel toekomstbestendig. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op de verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's leefbaarder maken Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en is deze verder aan het uitbreiden, waarbij de richting van verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-) infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar de vraag is. Goede verbindingen tussen de stedelijke regio's zijn nodig om het netwerk als geheel te benutten. Door het Rijk wordt een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio.

Bij de invulling van integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet stedelijk gebied moet plaatvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke 12

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

participatie bevordert en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad versterkt. Daarbij worden regio's en steden klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen de kwaliteit van landschap en landgebruik, water, lucht en bodem. Dit betekent dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten en dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen. Het landgebruik dient meer afgestemd te worden op zoetwatergebruik- en beschikbaarheid. Door een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van tekorten en wateroverlast. Het Rijk maakt een vitaal en duurzaam voedsel- en landbouwsysteem mogelijk, dat zich baseert op natuurinclusiviteit en kringlopen. De biodiversiteit wordt versterkt en beschermd en het natuurlijke kapitaal wordt op een duurzame wijze benut. Het Rijk zet hierbij in op het beschermen en versterken van de unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebieden voegen kwaliteiten toe aan het landschap, waarbij het omgevingsbeleid landschapsinclusief wordt.

Om beleidskeuzes op een voorspelbare en heldere wijze te maken, worden door de NOVI drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen bij het prioriteren van de diverse opgaven en belangen:  Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies.  Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal.  Afwentelen wordt voorkomen.

Figuur 7: Afwegen met de NOVI

De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende, brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten:  We werken als één overheid, samen met de samenleving.  We stellen de opgave(n) centraal.  We werken gebiedsgericht.  We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het Rijk. In de NOVI is "Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften" een van de 21 nationale belangen en opgaven. Wonen is een van de basisbehoeften van mensen. Iedereen in Nederland moet prettig kunnen wonen. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Goed wonen betekent een fijne, leefbare omgeving en dat er genoeg woningen zijn voor iedereen en voor elke levensfase. Voorzien in de huisvesting van asielzoekers is onderdeel van dit belang.

13

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft de NOVI geen directe implicaties voor de noodopvang en kan de voorgenomen tijdelijke noodopvang in algemene zin bijdragen aan de belangen uit de NOVI. De NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen tijdelijke noodopvang.

3.1.2

Instructieregels Rijk (AMvB’s)

Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering ingegaan op de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl die mogelijk van toepassing zijn op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die mogelijk wordt gemaakt. In voorliggende motivering wordt ingegaan op de waarborging van veiligheid, bescherming van het waterbelang en de bescherming van gezondheid en milieu, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4. In de instructieregels van het rijk zijn geen specifieke regels opgenomen met betrekking tot asielopvang en/of die betrekking hebben op de projectlocatie. Er volgen geen belemmeringen vanuit de instructieregels van het Rijk.

3.2

Provinciaal beleid en provinciale regels

3.2.1

Omgevingsvisie Groningen

Op 28 september 2022 hebben Provinciale Staten van de provincie Groningen het Koersdocument Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie werkt de provincie Groningen aan de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving op de lange termijn. Provincie Groningen streeft naar een gezonde, schone, veilige, duurzame en leefbare omgeving. Door deze kernwaarden als uitgangspunt te nemen, wordt brede welvaart voor iedereen in Groningen dichterbij gebracht. Dat betekent een leefomgeving zonder grote veiligheidsrisico’s, een leefomgeving waar een ecologisch evenwicht is, waar gezond opgroeien en oud worden heel gewoon is, waar voldoende passend werk of een zinnige tijdsbesteding voor handen is, net als een woning. Om dit toekomstbeeld waar te kunnen maken, heeft Groningen zich de volgende langetermijndoelen (2050) gesteld: Ruimte voor werk, kennis en innovatie Provincie Groningen wil een sterke en duurzame economie en een goed vestgingsklimaat als de basis leggen voor werkgelegenheid. Zij doet dat in een provincie die in brede zin regionaal en (inter)nationaal goed verbonden is: via de weg en het water en via het spoornetwerk dat wordt versterkt met de Lelylijn en Nedersaksenlijn. Ruimte om te leven De provincie bestaat uit een sterke stad Groningen met internationale aantrekkingskracht en bijzondere parels, een reeks van krachtige middelgrote steden en levendige dorpen.

Groningen wil dat haar dorpen en steden een fijne, veilige basis zijn om te wonen en te recreëren. Dat ze een plek zijn waar men trots op kan zijn, niet alleen omdat het er mooi, maar juist ook goed leven is. Ruimte voor landschap en natuur Het landelijk gebied is één van de dragers van de Groningse identiteit. Zoals het landschap al eeuwenlang bindt, voelt Groningen zich blijvend verbonden met haar landelijke omgeving. De provincie wil trots kunnen blijven op die kwaliteit en de verscheidenheid van landschappen, de Waddenzee en de natuurgebieden. Voorwaarde daarvoor is kunnen recreëren en werken in een landelijk gebied met een duurzame, toekomstbestendige landbouwsector en robuuste natuur. Groningen wil een provincie zijn die waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Ruimte voor welzijn en welbevinden Je goed voelen en gelukkig zijn is misschien wel het allerbelangrijkste. De basis daarvoor is de mogelijkheid om mee te kunnen doen en je thuis te kunnen voelen. Daar biedt de provincie blijvend alle gelegenheid toe.

Van doelen naar opgaven en keuzes Met deze doelen voor ogen staat provincie Groningen voor een aantal belangrijke ruimtelijke opgaven. Deze opgaven vragen ruimtelijke keuzes. De provincie richt zich daarbij eerst op de periode tot 2035. De keuzes die zijn gemaakt hangen samen met de vier grote ruimtelijke opgaven waar de provincie de komende jaren voor staat. Het gaat om de volgende opgaven:

14

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

1. Ontwikkelen van een sterke structuur voor innovatie, kennis en werkgelegenheid; 2. Bouwen aan een aantrekkelijke, gezonde en bereikbare woon- en leefomgeving 3. Toekomstbestendig maken van het landelijk gebied; 4. Stappen zeten naar een CO2-neutrale provincie. Leidende principes Naast bovengenoemde doelen dient een voorgenomen ontwikkeling ook aan te sluiten bij een aantal leidende principes, die navolgend worden toegelicht. Ontwikkelen vanuit de Groninger identiteit Plannen bouwen verder aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de plek waar ze worden gerealiseerd. Zo werken en ontwikkelen we vanuit onze Groninger identiteit. Ontwikkelingen zijn multifunctioneel en aanpasbaar Ontwikkelingen dragen bij aan meerdere doelen, zodat we zuinig met onze kostbare ruimte omspringen. Plannen worden zo ontworpen dat ze aanpasbaar zijn als later blijkt dat een andere invulling nodig is of beter aansluit bij de wensen van de tijd. Ontwikkelen in afstemming en met meerwaarde voor de samenleving Plannenmakers zoeken de verbinding met de lokale samenleving. Dat doen ze in de zin van participatie bij de eerste ideeën en in de zin van ‘social return’ als de plannen zijn gerealiseerd. Ontwikkelingen zijn klimaatadaptief en hebben oog voor lange termijn effecten Bij ontwikkelingen houden we rekening met de effecten op de toekomst.

Ontwikkelingen zijn klimaatadaptief en voorkomen een verslechtering van de milieukwaliteit. Ontwikkelingen benutten de kansen om bij te dragen aan een goede bodem- en waterkwaliteit, goede waterveiligheid en bestendigheid tegen extremen in het weer. Afwenteling van problemen op komende generaties voorkomen we. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Het plan betreft een zodanig specifiek voornemen, een noodopvang, dat hier in de omgevingsvisie Groningen geen beleid voor is vastgelegd. Hierdoor worden er geen belemmeringen gezien in relatie tot de voorgenomen tijdelijke noodopvang. Daarnaast is de noodopvang in lijn met het principe uit de visie dat zuinig wordt omgegaan met de kostbare ruimte. Door het bestaande bedrijfspand te transformeren naar een tijdelijke noodopvang wordt aangesloten op de ambities uit de visie.

3.2.2

Omgevingsverordening provincie Groningen

In de omgevingsverordening provincie Groningen (geldend vanaf 1 januari 2024) staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De omgevingsverordening is nauw verbonden met de omgevingsvisie. De grondslag van de Omgevingsverordening ligt in de vigerende Omgevingsvisie provincie Groningen 2016. Herziening van de visie voor het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet was met het oog op de beschikbare tijd niet haalbaar. Dat was echter ook niet noodzakelijk, omdat de Omgevingsvisie op basis van het overgangsrecht van kracht blijft. Nadat de Omgevingsvisie is herzien zal op basis daarvan de omgevingsverordening (opnieuw) worden aangepast aan de dan bepaalde beleidsdoelen. In de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen om gemeenten richting te geven bij de invulling van de vergrote lokale afwegingsruimte. De Omgevingsverordening is sectoraal ingericht. Aansluitend op de gedachte van de Omgevingswet is beoogd te komen tot een integrale verordening waarvan de inrichting aansluit op de doelgroepen. Voor de opbouw van de verordening is gekozen om aan te sluiten bij de opbouw van de Omgevingswet en de onderliggende algemene maatregelen van bestuur. Vanuit wetgevingssystematiek is dit een logische keuze.

Praktisch gezien heeft deze keuze als voordeel dat de instructieregels (gericht op gemeenten en waterschappen) en de rechtstreeks werkende regels (gericht op burgers en bedrijven en overheden) worden gegroepeerd in afzonderlijke hoofdstukken. Navolgend wordt een aantal aspecten uit de verordening toegelicht die samenhangen met de voorgenomen ontwikkeling. 15

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

3.2.2.1

Instructieregels provincie (omgevingsverordening)

Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering in gegaan op de provinciale instructieregels en eventuele instructies uit het beoordelingskader die van toepassing zijn op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die mogelijk wordt gemaakt. Met een instructieregel wordt beoogd dat de omgevingswaarden of andere doelstellingen van de provincie voor de fysieke leefomgeving worden bereikt. PM: nog aanvullen

3.2.2.2

Omgevingswaarden

Naast het stellen van doelen kunnen provincies omgevingswaarden vaststellen. Dat wil zeggen de kwaliteit vastleggen die de provincie voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. De provincie is verplicht om omgevingswaarden te stellen voor watersystemen. De omgevingswaarden die de provincie van belang acht zijn opgenomen in afdeling 2.2 van de Omgevingsverordening: • Veiligheid regionale waterkeringen • Bergings- en afvoercapaciteit regionale wateren • Geluid veroorzaakt door activiteiten • Omgevingswaarden geur veroorzaakt door milieubelastende activiteiten, niet zijnde agrarische activiteiten Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft een herinrichting van een bestaand bedrijfspand. Dit heeft geen invloed op waterkeringen, omdat deze niet op de locatie zijn gelegen. Bij de herinrichting vinden bovendien geen grondroerende werkzaamheden plaats. De voorziene opvanglocatie is niet aangewezen als een geluidsgevoelige locatie, valt niet onder geurgevoelige gebouwen of locaties en staat evenmin vermeld als een milieubelastende activiteit met betrekking tot geur. De gestelde omgevingswaarden vormen dus geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Regio Deal Oost-Groningen

Oost-Groningen is een krachtige regio met actieve en zelfstandige inwoners. Toch staat de leefbaarheid onder druk. De cijfers van de Brede Welvaart laten zien dat Oost-Groningen een stuk lager scoort dan het Nederlands gemiddelde. Met de Regio Deal Oost-Groningen wordt ingezet op versterking van de leefbaarheid van de regio. De Regio Deal OostGroningen is een meerjarige samenwerking tussen het Rijk, de provincie Groningen en de zes Oost-Groninger gemeenten: Midden-Groningen (vml. Menterwolde), Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde. Er wordt ingezet op goede opleidingen, meer kans op werk, goede voorzieningen, het verbeteren van de gezondheid en het behouden van een mooie woonomgeving. De Regio Deal Oost-Groningen heeft als doel de brede welvaart van de regio te verhogen en zet zich daarom in op vier verschillende pijlers: 1. Leren 2. Werk en inkomen 3. Gezondheid 4. Woonomgeving Doelstelling voor de pijler Woonomgeving is het werken aan een kwalitatieve, betaalbare en toekomstbestendige woningvoorraad die is afgestemd op de veranderende bevolkingssamenstelling. Er wordt zorg gedragen voor een aantrekkelijke en duurzame woonomgeving en aantrekkelijke stads- en dorpscentra. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De ontwikkeling van de tijdelijke noodopvang in Veendam draagt bij aan de doelstellingen die zijn opgenomen in de Regio Deal Oost-Groningen.

Het plan draagt bij aan het aanpakken van de huidige woningbouwopgave door middel van slim ruimtegebruik. Daarnaast worden de thema's duurzaamheid en goed wonen aangeraakt. De ontwikkeling van de noodopvang doet daarmee geen afbreuk aan het vastgestelde beleid.

16

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

3.3.2

Waterschapsverordening Hunze en Aa's

In de ‘Waterschapsverordening Hunze en Aa’s’ staan alle doelen, regels, procedures en verantwoordelijkheden voor het beschermen en beheren van de waterbelangen. In de verordening wordt verder uitgeweid over de regels, voorschriften en verantwoordelijkheden per activiteit. Hierin onderscheidt het waterschap drie hoofdactiviteiten, namelijk: • Activiteiten bij waterstaatswerken • Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk • Activiteiten met grondwater Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Bij voorbaat zijn er geen directe belemmeringen vanuit de waterschapsverordening op de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie. Door de herontwikkeling van een bestaand bedrijfspand worden geen nieuwe activiteiten uitgevoerd in het beperkingengebied. Ook vinden geen lozings- en/of wateronttrekkingsactiviteiten plaats. Daarnaast wordt voor de voorgenomen noodopvang geen verhard oppervlak toegevoegd. De ontwikkeling van de noodopvang doet daarmee geen afbreuk aan het vastgestelde beleid.

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie

In februari 2022 heeft de gemeenteraad van gemeente Veendam de Omgevingsvisie “Veendam 2040” vastgesteld, de leidraad op basis waarvan de fysieke leefomgeving de komende jaren vormgegeven wordt. De omgevingsvisie beschrijft waar de gemeente Veendam voor staat en waar zee naar toe wil in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden. De gemeente heeft de volgende drie ambities geformuleerd: • Veendam leeft • Veendam ontwikkelt • Veendam beleeft Veendam leeft In Veendam is veel ruimte voor groen, recreatie en bestaat een ruim aanbod aan voorzieningen. Hierin zit de kracht van de gemeente. Daarom blijft de gemeente in de toekomst aandacht behouden voor veranderende wensen en verwachtingen van inwoners. Veendam wil meer reuring creëren, passend bij de gemeente, om zo een levendige gemeente te blijven, zonder in te leveren op de leefbaarheid. Ook de openbare ruimte moet hieraan bijdragen. De omgeving moet uitnodigen om erop uit te gaan en anderen te ontmoeten. Deze ambitie gaat daarom over het versterken en verbeteren van de levendigheid en het behouden en versterken van de fijne en gezonde leefomgeving. Veendam ontwikkelt Veendam is klaar voor de toekomst. De gemeente bereidt zich voor op de grote uitdagingen van onze tijd, waaronder de energietransitie en klimaatverandering.

Veendam kiest niet voor snelle, maar voor slimme oplossingen. Zo wordt de komende jaren steeds meer gebruik gemaakt van duurzame energiebronnen en wordt de omgeving aangepast, zodat de gemeente bestand is tegen het steeds extremere weer. Nu en straks biedt Veendam ruimte om aangenaam te wonen en te ondernemen. Er is ruimte voor nieuwe woningen die ingepast worden in het woongebied. Nieuwe bedrijven gericht op de health science worden richting Veendam getrokken door het bedrijventerrein uit te breiden voor bedrijven in deze sector. Door ruimte te bieden voor deze grotere bedrijven wordt Veendam sterker op de kaart gezet in de regio. Zowel in de kern Veendam maar ook in de lintdorpen bieden de gemeente een aantrekkelijk woon-, werk en verblijfsklimaat. Veendam beleeft Veendam heeft als gemeente veel te bieden en er is genoeg te beleven. Niet alleen Veendammers maar ook vanuit de regio komt men naar Veendam om te recreëren en te verblijven. Veendam heeft als gemeente veel moois te bieden en wil daar gebruik van blijven maken. Deze ambitie richt zich daarom op het stimuleren van recreatie in Veendam. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de Omgevingsvisie wordt niet specifiek ingegaan op asielopvang en/of huisvesting van arbeidsmigranten of asielzoekers. De tijdelijke opvanglocatie sluit in algemene zin wel aan op de ambities uit de visie.

Met de komst van de tijdelijke noodopvang wordt bijgedragen aan het behouden en versterken van een fijne en gezonde leefomgeving.

17

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Daarbij wordt zorgvuldig omgegaan met ruimtegebruik door gebruik te maken van een bestaand bedrijfspand. Daarmee levert de omgevingsvisie geen belemmeringen op voor voorgenomen ontwikkeling.

18

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

4

Fysieke leefomgeving

In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een BOPA door middel van een integrale ruimtelijke benadering rekening te worden gehouden met de consequenties van het project voor de omgeving. Het Bevoegd Gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het beginsel van de Omgevingswet, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de behandeling van de voor de noodopvang relevante milieu- en omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen, en hiermee wordt de uitvoerbaarheid van deze BOPA aangetoond. Daarbij wordt getoetst aan wet- en regelgeving met de volgende thematische onderverdeling: • m.e.r.-beoordeling; • duurzaamheid & gezondheid; • verkeer en parkeren; • flora en fauna; • luchtkwaliteit; • geluid; • geur; • omgevingsveiligheid; • trilling; • welstand; • archeologie, cultuurhistorie en landschap; • bodem; • weging van het waterbelang; • bedrijven en milieuzonering; • sociale veiligheid.

4.1

M.e.r.-beoordeling

Of een project onderworpen is aan een MER (milieueffectrapportage) of een mer-beoordeling kan worden bepaald aan de hand van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een nadere toelichting hierop is te vinden in de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn geen significante milieueffecten te verwachten, aangezien de opvang van asielzoekers niet wordt genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor de realisatie van de opvang wordt gebruik gemaakt van een bestaand bedrijfspand, waarvoor geen ingrijpende wijzigingen nodig zijn. Aangezien het een inpandige transformatie betreft, zullen slechts minimale bouwactiviteiten en aanpassingen nodig zijn, zoals het plaatsen van wanden, sanitair etc. Aan de buitenzijde van het pand vinden geen werkzaamheden plaats. Op basis hiervan is er geen noodzaak om een mer-rapportage op te stellen voor de realisatie van de noodopvang.

4.2

Duurzaamheid en gezondheid

Om de tijdelijke noodopvang te realiseren, wordt een voormalig bedrijfspand heringericht. Aangezien het een inpandige transformatie betreft, zullen slechts minimale bouwactiviteiten en aanpassingen nodig zijn. Aan de buitenzijde van het pand vinden geen werkzaamheden plaats. Hiermee wordt bijgedragen aan het duurzaam hergebruiken van bestaande gebouwen. Met betrekking tot gezondheid worden er met voorgenomen ontwikkeling geen activiteiten mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de gezondheid van de omgeving. In de tijdelijke noodopvang wordt gebruik gemaakt van de al aanwezige systemen (o.a. ventilatie- en verwarmingssystemen) om een goed binnenklimaat te borgen. Ook zullen in alle verblijfsruimtes (inpandige)ramen aanwezig zijn voor de toetreding van daglicht. Voor de realisatie van de opvang zijn de aspecten duurzaamheid en gezondheid geen belemmering.

19

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

4.3

Verkeer en parkeren

4.3.1

Verkeer

De opvang van asielzoekers resulteert in een beperkte toename van verkeersbewegingen, aangezien asielzoekers geen auto mogen besturen en dus voornamelijk gebruik maken van fietsen, lopen en het openbaar vervoer. Naast het verkeer van het personeel, de aanvoer van goederen en ondersteunende diensten, worden geen andere significante verkeersbewegingen verwacht. De tijdelijk noodopvang zal dan ook niet leiden tot significante wijzigingen in verkeersaantrekkende werking, doordat het voormalige garagebedrijf zelf ook een verkeersaantrekkende werking heeft door personeel, klanten en leveranciers. Voor de beoogde opvanglocatie is de verwachte verkeersgeneratie ingeschat. In Tabel 1 wordt de maximale worstcase verwachte verkeersgeneratie voor een tijdelijke opvang van 94 asielzoekers weergegeven. Deze inschatting is gedaan op basis van eerder uitgevoerde verkeerstellingen van Witteveen+Bos bij andere opvanglocaties van het COA. Uit de laatste herijking van de cijfers door Witteveen+Bos is gebleken dat de inschatting van de verkeersgeneratie realistisch en vaak worstcase is. Vaak ligt in de praktijk de verkeersgeneratie lager dan de worstcase inschatting.

Zoals aangegeven zullen de verkeersbewegingen in vergelijking met de huidige situatie niet significant afwijken, doordat asielzoekers niet beschikken over een auto en het dus met name medewerkers zijn die van en naar de locatie rijden. De ontsluitingen van en naar de projectlocatie zullen dus niet meer onder druk komen te staan door het realiseren van de tijdelijke noodopvang in Veendam. Tabel 1: Maximale worstcase verwachte verkeersgeneratie tijdelijke opvang 94 personen

Lichtverkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer Totaal

Aantal verkeersbewegingen per dag 15 7 1 23

Aantal verkeersbewegingen per jaar 5.532 2.629 253 8.414

Omdat asielzoekers niet over een eigen auto beschikken, verplaatsen zij zich overdag vaak op de fiets of met de bus. Er zal een pendelbus van en naar de locatie beschikbaar zijn. Voor het fietsverkeer is al voldoende infrastructuur aanwezig in het plangebied. Om de asielzoekers veilig over te laten steken zal er tijdelijk extra bebording aan worden gebracht langs de weg, zodat het autoverkeer wordt geattendeerd op mogelijk overstekende personen. Het COA heeft afstemming met de gemeente over het aanbrengen van de tijdelijke bebording.

4.3.2

Parkeren

Doordat de bewoner niet beschikken over een eigen auto, bestaat de parkeerbehoefte alleen ten behoeve van personeel en bezoekers. Daarnaast kunnen ook leveranciers en ondersteunende diensten gebruik maken van de parkeergelegenheid. Op eigen terrein zijn daarvoor voldoende parkeerplaatsen aanwezig. De bewoners kunnen gebruik maken van fietsen. Daarvoor wordt een tijdelijke fietsenstalling gecreëerd op het terrein met bouwhekken.

4.4

Flora en fauna

De Wet natuurbescherming (Wnb) is beleidsneutraal overgegaan in de Omgevingswet. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht zijn ongewijzigd gebleven. De Wet natuurbescherming regelt op hoofdlijnen 3 zaken: 5. bescherming van planten- en diersoorten; 6. bescherming van de in het kader van Europees natuurbeleid aangewezen Natura 2000-gebieden; 7. bescherming van bos en houtopstanden.

20

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

4.4.1

Soortenbescherming

De opvanglocatie is voorzien in een bestaand bedrijfspand, waaraan geen externe fysieke wijzigingen plaatsvinden. Op het buitenterrein komen een rokersruimte en een speeltoestel. Aan de achterzijde van het terrein wordt een hekwerk geplaatst, parallel aan de watergang. Bij het plaatsen van het hek vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats en wordt geen bouwmaterieel ingezet. Omdat deze ingrepen dermate klein zijn, zijn gevolgen op soortenbescherming, door vernietiging van verblijfplaatsen en verstoring, op voorhand uitgesloten. Er zijn geen belemmeringen vanuit beschermde soorten op de voorgenomen ontwikkeling voor de tijdelijke opvanglocatie.

4.4.2

Gebiedsbescherming

4.4.2.1

Natura 2000-gebieden

Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden, gericht op het behoud van belangrijke flora en fauna op Europees niveau. Dit netwerk is ontstaan uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen en omvat officieel aangewezen gebieden met specifieke instandhoudingsdoelstellingen. Deze doelstellingen hebben betrekking op de bescherming van habitattypen en habitat- en vogelsoorten. Projecten die mogelijk aanzienlijke gevolgen hebben voor een Natura 2000gebied in termen van instandhoudingsdoelstellingen vallen onder de vergunningplicht. Zelfs projecten buiten Natura 2000-gebieden kunnen significante effecten hebben en moeten daarom beoordeeld worden in het kader van de externe werking. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. De dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden zijn het Zuidlaardermeergebied en het Drentsche Aa-gebied, zie figuur 8. Directe effecten door ruimtebeslag of verstoring zijn gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van de werkzaamheden uitgesloten. Een negatief effect op een Natura 2000-gebied kan mogelijk nog veroorzaakt worden door stikstofuitstoot. Aangezien een bestaand gebouw heringericht wordt, zullen er geen noemenswaardige veranderingen optreden met betrekking tot stikstofdepositie in vergelijking met de huidige situatie.

De plaatsing van het hekwerk is van een dusdanig beperkte omvang dat deze geen relevante invloed heeft op de stikstofdepositie. De inpandige wijzigingen vinden plaats met klein materieel waardoor geen emissies plaatsvinden. PM: Input COA in te zetten materieel. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van de tijdelijke noodopvang geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden heeft. Er zijn dus geen belemmeringen vanuit Natura 2000 op de voorgenomen ontwikkeling voor de tijdelijke opvanglocatie.

21

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Figuur 8: Kaart met nabij gelegen Natura 2000-gebieden

4.4.2.2

Natuurnetwerk Nederland

De planlocatie ligt niet in of in de buurt van een Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied. Gezien de aard van de voorgenomen ontwikkeling (herinrichting bestaande gebouw) zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland uitgesloten. Er zijn dus geen belemmeringen vanuit NNN op de voorgenomen ontwikkeling voor de tijdelijke opvanglocatie.

4.4.3

Houtopstanden

Voor de geplande tijdelijke opvanglocatie zullen geen bomen worden gekapt, verplaatst of houtopstanden worden verwijderd. Hierdoor zullen er geen effecten optreden op houtopstanden. Er zijn dus geen belemmeringen vanuit houtopstanden op de voorgenomen ontwikkeling.

4.5

Luchtkwaliteit

De instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevatten luchtkwaliteitseisen die zijn opgesteld ter bescherming van de gezondheid van mensen. De eisen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht, oftewel luchtkwaliteit, zijn te vinden in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Deze regels omvatten omgevingswaarden, waarbij stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) als leidend worden beschouwd. De gemeente beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. Activiteiten zijn toegestaan als ze voldoen aan de volgende criteria: • Er is geen feitelijke of dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. • Het project resulteert per saldo niet in een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Het project draagt slechts in beperkte mate bij aan luchtverontreiniging. De luchtkwaliteit in de huidige situatie is goed en ligt onder de omgevingswaarden van 40 microgram/m3 voor NO2 en PM10. Zoals in figuur 9 is te zien, ligt de hoeveelheid PM10 voor het gehele projectgebied tussen de 13 en 14 μg PM10/m3. Dit ligt onder de gestelde omgevingswaarde en zelfs onder WHO advieswaarde. In figuur 10 is te zien dat de hoeveelheid NO2 voor het grootste deel van het projectgebied tussen de 8 en 10 μg/m3 ligt, en voor een klein deel tussen de 10 en 12 μg/m3.

De waarden voldoen daarmee ruimschoots aan de gestelde omgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). 22

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

Figuur 9: Luchtkwaliteit fijnstof PM10/m3 (Bron: atlasleefomgeving d.d. 14 maart 2024)

Figuur 10: Luchtkwaliteit stikstof μg/m3 (Bron: atlasleefomgeving d.d. 14 maart 2024)

De tijdelijke opvang is geen inrichting die in betekende mate invloed heeft op de luchtkwaliteit. Tabel 1 (par. 4.3.1) geeft een worstcase berekening weer op basis van de maximaal verwachte verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking van de opvang is beperkt, aangezien asielzoekers voornamelijk gebruikmaken van fietsen, lopen of het openbaar vervoer, en geen eigen auto's hebben. Naast het verkeer van personeel, goederen en ondersteunende diensten worden geen andere verkeersbewegingen verwacht. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen noodopvang.

23

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

4.6

Geluid

Er hoeft conform artikel 5.55 lid 2 onder c Bkl bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor een periode van minder dan 10 jaar niet getoetst te worden aan de bepalingen over geluid in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. Verder kan worden opgemerkt dat een tijdelijke opvanglocatie voor asielzoekers (1 jaar) niet is aangewezen als een geluidsgevoelige locatie. In voorliggende motivering moet wel beoordeeld worden of voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De geluidsbelasting op de locatie wordt voornamelijk bepaald door de N33, die langs de projectlocatie loopt. In figuur 11 wordt de geluidsbelasting van wegverkeerlawaai op de projectlocatie weergegeven. De geluidbelasting op de voorgenomen locatie varieert van 51 tot 60 dB, wat als redelijk tot matig wordt gezien. In het pand waarin de noodopvang is voorzien, was voorheen een garagebedrijf gevestigd, dat al was afgestemd op de dagelijkse aanwezigheid van personeel en bezoekers. Bovendien is de geplande noodopvang van tijdelijke aard en komen er verblijven (units) inpandig in het pand (de buitenwant is niet de buitenwand van de verblijfsunits), wat impliceert dat het woon- en leefklimaat op de locatie als aanvaardbaar kan worden beschouwd.

Figuur 11: Cumulatieve geluidsbelasting (bron: atlasleefomgeving.nl d.d. 14 maart 2024)

Concluderend, vanwege de tijdelijke aard van de voorgenomen opvang (minder dan 10 jaar) is een formele geluidstoetsing volgens de Omgevingswet en Aanvullingswet Geluid niet nodig. Ondanks een redelijke tot matige geluidbelasting op de locatie, is de bestaande bebouwing geschikt voor menselijk verblijf, waarbij aanvullend wordt opgemerkt dat het een tijdelijke situatie betreft. Hierdoor wordt het woon- en leefklimaat als aanvaardbaar beschouwd, waardoor geluid geen belemmering vormt voor de geplande noodopvang.

4.7

Geur

De tijdelijke noodopvang kwalificeert niet als een geurgevoelig gebouw of locatie en staat evenmin vermeld als een milieubelastende activiteit met betrekking tot geur. Hierdoor vormt het aspect geur geen belemmering voor de geplande tijdelijke opvang, wat resulteert in een evenwichtige toewijzing van functies.

4.8

Omgevingsveiligheid

PM: Hier wordt momenteel een memo voor opgesteld.

4.9

Trillingen

De opvanglocatie is voorzien in een bestaand bedrijfspand, waaraan geen externe fysieke wijzigingen plaatsvinden. De enige wijzigingen die plaatsvinden zijn het plaatsen van een hekwerk en het creëren van een rokershok en een speeltoestel. Bij deze wijzigingen vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats en wordt geen bouwmaterieel

24

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

ingezet. Met de realisatie van de beoogde tijdelijke opvanglocatie worden dus geen trillingen veroorzaakt richting de omgeving. Het aspect trillingen leidt daarmee niet tot belemmeringen voor de beoogde tijdelijke noodopvang.

4.10

Welstand

Welstand ziet toe op de ruimtelijke kwaliteit, de coherentie en esthetische waarden van de gebouwde omgeving. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden toegestaan als het bouwen van een bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van de welstand. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een bestaand bedrijfspand heringericht voor de opvang van asielzoekers. Er vinden geen externe fysieke wijzigingen plaats. De coherentie en esthetische waarden van de gebouwde omgeving veranderen door de voorgenomen ontwikkeling nauwelijks. Het aspect ruimtelijke kwaliteit met betrekking tot de welstand levert dus geen belemmeringen op.

4.11

Archeologie en cultuurhistorie

Op de locatie van de beoogde ontwikkeling gelden geen archeologische waarden. Voor de realisatie van de opvanglocatie vinden bovendien geen grondroerende werkzaamheden plaats. Daarnaast zijn er geen nabijgelegen monumentale of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie zijn er daarmee geen belemmeringen voor de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie.

4.12

Weging van het waterbelang

Het pand waarin de noodopvang is voorzien ligt parallel aan het A.G. Wildervanckkanaal. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt geen verandering aangebracht aan de bestaande bebouwing en het verharde oppervlak. Er worden geen wijzigingen aangebracht aan bestaande watergangen en er worden geen nieuwe watergangen gegraven. Bovendien heeft het geen invloed op waterkeringen, omdat deze niet op de locatie zijn gelegen. De waterhuishouding blijft onveranderd. Aangezien de voorgenomen noodopvang tijdelijk is en geen impact heeft op de waterhuishouding, zijn er geen belemmeringen op het gebied van water voor de geplande tijdelijke opvang.

4.13

Bodem

Er is ‘Eindsituatie bodemonderzoek’ door Buro Antares in 2022 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de in 1997 en 2001 aangetoonde minerale olieverontreiniging nog steeds aanwezig is en in de afgelopen jaren niet in omvang is toegenomen. Verder kan uit de onderzoeksresultaten geconcludeerd worden dat ter plaatse van de olie-/waterafscheider en de bovengrondse olieopslag geen verontreiniging aanwezig zijn, welke te relateren is aan deze verdachte activiteiten. Wel is in de diepere ondergrond en het grondwater een minerale olieverontreiniging aanwezig welke behoort bij de eerder aangetoonde minerale olieverontreiniging (1997-2001). Daarnaast kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de voormalige wasplaats en de werkplaats de bovengrond, welke plaatselijk licht tot matig puin- en/of baksteenhoudend is, licht verontreinigd is met minerale olie en/of PAK. De baksteen- en puinhoudende ondergrond is licht verontreinigd met lood, zink en PAK. Deze aangetoonde verontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de diverse bijmengingen. Verder is in de bodemlaag van 0,90 tot 1,20 m-mv van boring 14 een matige verontreiniging met minerale olie aangetoond. De herkomst van deze verontreiniging is niet bekend, maar vooralsnog wordt gezien dat deze niet door de bedrijfsactiviteiten van de afgelopen jaren in de bodem terecht is gekomen.

Verder kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van het buitenterrein in de bovengrond geen verhoogde gehalten zijn aangetoond en dat de ondergrond, plaatselijk puin- en baksteenhoudend, licht verontreinigd is met PAK of lood. Ten aanzien van de aangetoonde lichte verontreinigingen wordt vanuit het onderzoek geen noodzaak gezien voor de uitvoering van een aanvullend bodemonderzoek. Middels onderhavig onderzoek is de eindsituatie voldoende vastgelegd en kan geconcludeerd worden dat de uitgevoerde bedrijfsactiviteiten van de afgelopen jaren geen negatieve invloed hebben gehad op de bodemkwaliteit ter plaatse. Er worden met betrekking tot de verkregen onderzoeksresultaten geen milieuhygiënische belemmering gezien. Voor voorgenomen ontwikkeling van de tijdelijke noodopvang worden geen grondroerende werkzaamheden uitgevoerd. De ontwikkeling zorgt niet voor een verslechtering van de bodemkwaliteit. Ook is er geen kans dat de vervuilde grond vrijkomt. Er zijn geen belemmeringen vanuit bodem voor voorgenomen tijdelijke ontwikkeling van de noodopvang.

25

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

4.14

Bedrijven en milieuzonering

In het kader van een goede functietoedeling en een gezonde fysieke leefomgeving is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies (zoals bijvoorbeeld wonen): • ter plaatse van deze gevoelige functies een goed woon- en leefmilieu wordt gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Een (buitenwettelijk) toetsingskader voor milieuzonering wordt geboden door de uitgave ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de Vereniging van Nederlands Gemeenten. Op basis van deze uitgave kan worden bepaald in hoeverre de inrichtingen en bedrijven gelegen in de nabijheid beperkend zijn voor het tot stand brengen van een goed woon- en leefmilieu in de omgeving van de milieugevoelige functie. In deze uitgave zijn per (milieu)categorie bedrijvigheid richtafstanden genoemd welke kunnen worden aangehouden ten einde de hinderlijke invloed van bedrijfsactiviteiten op gevoelige functies te beperken. De richtafstanden zijn afgestemd op de omgevingskwaliteit zoals die wordt nagestreefd in een rustige woonwijk of een vergelijkbaar omgevingstype (zoals een rustig buitengebied, stiltegebied of natuurgebied). Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding.

Met de komst van een tijdelijke noodopvang voor asielzoekers wordt een milieugevoelige functie gerealiseerd. In de nabije omgeving van de opvang zijn verschillende bedrijven gevestigd, waaronder kantoorlocaties, autobedrijven en groothandels. De afstand tot de bedrijven is circa 100 meter in een gemengd gebied, waarmee de afstand tot de tijdelijk opvang voldoende is en er voldaan wordt aan de VNG richtlijnen. Er wordt voldaan aan de richtafstanden die vanuit de VNG ‘Bedrijven en milieuzonering’ worden geadviseerd. Vanuit het aspect milieuzonering gelden er daarom geen belemmeringen voor de voorgenomen ontwikkeling.

4.15

Sociale veiligheid

Naast het creëren van een aantrekkelijke en aanpasbare fysieke leefomgeving, is het essentieel dat de leefomgeving (sociaal) veilig is in het gebruik. Het doel is dat mensen zich veilig voelen en dat deze veiligheid ook daadwerkelijk wordt ervaren. Verschillende factoren kunnen bijdragen aan (het gevoel van) meer veiligheid, zoals: • Informeel toezicht op de openbare ruimte, waarbij er een gevoel van sociale controle is door aanwezigheid van anderen. • Persoonlijke controle over de 'eigen' omgeving, waarbij mensen het gevoel hebben dat ze invloed hebben op hun directe omgeving en de veiligheid ervan. • Het imago van het totale gebied, waarbij een positieve reputatie en uitstraling bijdragen aan een gevoel van veiligheid. Door deze factoren te bevorderen, kan een leefomgeving worden gecreëerd die niet alleen aantrekkelijk is, maar ook als veilig wordt ervaren door de mensen die er gebruik van maken. Om een veilige omgeving te garanderen voor de omgeving en de bewoners van de opvang, is er vanuit het COA op de locatie 24 uur per dag toezicht en begeleiding aanwezig. Op de (tijdelijke) opvanglocatie zal 24/7 beveiliging aanwezig zijn en zijn er zeven dagen per week COA-medewerkers aanwezig als aanspreekpunt voor de bewoners, voor begeleiding en om toe te zien op de naleving van de huisregels.

Ook wordt de dagbesteding door deze medewerkers verzorgt in samenwerking met de lokale school/opvangcentrum. Het COA treft verder een pakket aan maatregelen om de sociale veiligheid in de omgeving van de planlocatie te waarborgen en heeft hierover afstemming met de gemeente. De gemeente is daarbij verantwoordelijk voor het monitoren van de effecten van de tijdelijke opvanglocatie in de omgeving en kan zo nodig in overleg met het COA en de politie (aanvullende) maatregelen treffen. De politie is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, onder gezag van de burgemeester en de opsporing bij eventueel gepleegde strafbare feiten onder gezag van het Openbaar Ministerie. Door het nemen van deze maatregelen kan geconcludeerd worden dat het aspect sociale veiligheid geen belemmering voor de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie op levert.

26

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

5

Beperkingengebieden

Een beperkingengebied is een overkoepelend begrip dat wordt gedefinieerd in de Omgevingswet. Het beschrijft een gebied dat door het Rijk of de provincie is aangewezen, waar specifieke regels gelden voor activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor een specifiek werk of object. Dit zijn doorgaans gebieden in de nabijheid van wegen en waterstaatswerken waar beperkingen van toepassing zijn. Voorgenomen ontwikkeling, de tijdelijke noodopvang, wordt gerealiseerd in een bestaand pand en heeft daardoor geen invloed op beperkingsgebieden.

27

Datum: 14 maart 2024 - Public

TIJDELIJKE NOODOPVANG VEENDAM

6

Uitvoerbaarheid

In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke en economische haalbaarheid van de geplande noodopvang besproken. Ook wordt ingegaan op de verschillende mogelijkheden voor participatie die zijn gebruikt en/of zullen worden toegepast.

6.1

Economische uitvoerbaarheid

6.1.1

Financiering

Het COA draagt de verantwoordelijkheid voor de financiering van de uitvoering gedurende de exploitatieperiode van de noodopvang. Het COA huurt de projectlocatie en voert een maatschappelijke taak uit in opdracht van de overheid. De financiering van de opvang wordt ook door de overheid verzorgd, gezien de maatschappelijke rol van het COA in het realiseren van de opvangfaciliteiten.

6.1.2

Beheer

Het COA verzorgt het beheer en onderhoud van het gebouw en het terrein gedurende het gebruik ten behoeve van de tijdelijke noodopvang. Na het vertrek van het COA kan de locatie weer gebruikt worden conform de geldende bestemming uit het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Veendam. Het tijdelijk gebruik van de locatie door het COA leidt niet tot onomkeerbare gevolgen die het toekomstig gebruik conform de geldende bestemming in het tijdelijke deel van het omgevingsplan verhinderen.

6.1.3

Handhaving

De omgevingsvergunning BOPA is bindend voor zowel de overheid als de burger. De gemeente Veendam heeft de primaire verantwoordelijkheid voor de controle en handhaving van deze vergunning. Het handhavingsbeleid van de gemeente Veendam vormt de basis voor de handhaving binnen de gemeentegrenzen. Handhaving omvat alle acties gericht op het bevorderen van naleving van regelgeving en het beëindigen van overtredingen. Het doel van handhaving is het waarborgen van de bescherming van mens en milieu tegen ongewenste activiteiten en overlast. In het kader van handhaving vindt vanuit het COA afstemming plaats met zowel de gemeente als de politie.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

6.2.1

Participatie

Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor een BOPA is vereist dat de initiatiefnemer aangeeft of er participatie heeft plaatsgevonden, op welke manieren en wat de resultaten hiervan zijn. Dit betekent niet dat participatie altijd verplicht is, maar het moet wel worden beschreven. Bovendien moet een ruimtelijk plan maatschappelijk haalbaar zijn. Dit houdt in dat de geplande tijdelijke noodopvang, die mogelijk wordt gemaakt door het plan, besproken is met belanghebbenden. Omwonenden en omliggende bedrijven moeten betrokken zijn geweest bij het proces. Medio januari 2024 heeft het COA een formeel verzoek gedaan aan gemeente Veendam voor het realiseren van de tijdelijke noodopvang. Direct na het overeenkomen van het bestuursakkoord is op 7 februari 2024 een brief vanuit gemeente Veendam verzonden aan haar inwoners, waarin is toegelicht dat het COA voornemens is een noodopvanglocatie te starten medio april 2024 en dat de gemeente Veendam hiermee akkoord is. In de brief is vermeld waar men met vragen, opmerkingen en andere zaken terecht kan. Hiervoor is door de gemeente een emailadres opengesteld, te weten: noodopvang@veendam.nl Via het opengestelde emailadres zijn meerdere reacties ontvangen. Met de betrokkenen is contact opgenomen en er zijn diverse gesprekken gevoerd. Bij de gesprekken waren zowel gemeente als het COA vertegenwoordigd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13947716/1