13-02 Ruimtelijke motivering Veendam 250219 incl bijlage
Tekst van het document
Tijdelijke noodopvang Veendam Onderbouwing van de effecten op de Fysieke Leefomgeving Centraal Orgaan opvang Asielzoekers 19 februari 2025
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Contactpersoon R.W. Senior projectleider gebiedsontwikkeling
Arcadis Nederland B.V. Postbus 264 6800 AG Arnhem Nederland
2
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Inhoudsopgave 1 Aanleiding en doel
5
1.1 Aanleiding
5
1.2 Projectgebied
5
1.3 Het omgevingsplan
6
1.4 Leeswijzer
7
2 Voorgenomen ontwikkeling
8
2.1 Huidige situatie
8
2.2 Toekomstige situatie
11
3 Beleid en regelgeving
12
3.1 Rijksbeleid en Rijksregels
12
3.1.1 Nationale omgevingsvisie
12
3.1.2 Instructieregels Rijk (AMvB’s)
14
3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels
14
3.2.1 Omgevingsvisie Groningen
14
3.2.2 Omgevingsverordening provincie Groningen
15
3.2.2.1 Instructieregels provincie (omgevingsverordening)
15
3.2.2.2 Omgevingswaarden
16
3.3 Regionaal beleid
16
3.3.1 Regio Deal Oost-Groningen
16
3.3.2 Waterschapsverordening Hunze en Aa's
17
3.4 Gemeentelijk beleid
17
3.4.1 Omgevingsvisie
17
4 Fysieke leefomgeving
19
4.1 M.e.r.-beoordeling
19
4.2 Duurzaamheid en gezondheid
19
4.3 Verkeer en parkeren
20
4.3.1 Verkeer
20
4.3.2 Verkeersveiligheid
20
4.3.3 Parkeren
21
4.4 Flora en fauna
21
4.4.1 Soortenbescherming
21
4.4.2 Gebiedsbescherming
21
4.4.2.1 Natura 2000-gebieden
21
4.4.2.2 Natuurnetwerk Nederland
22
4.4.3 Houtopstanden
22
4.5 Luchtkwaliteit
22
3
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
4.6 Geluid
24
4.7 Geur
25
4.8 Omgevingsveiligheid
25
4.9 Trillingen
27
4.10 Welstand
27
4.11 Archeologie en cultuurhistorie
27
4.12 Weging van het waterbelang
27
4.13 Bodem
28
4.14 Bedrijven en milieuzonering
28
4.15 Sociale veiligheid
28
5 Beperkingengebieden
30
6 Uitvoerbaarheid
31
6.1 Economische uitvoerbaarheid
31
6.1.1 Financiering
31
6.1.2 Beheer
31
6.1.3 Handhaving
31
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
31
6.2.1 Participatie
31
6.2.2 Advies en instemming
32
6.2.3 Vaststellingsprocedure
32
7 Belangenafweging en conclusie 7.1 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
33
7.2 Conclusie
33
Colofon
4
33
35
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
1
Aanleiding en doel
1.1
Aanleiding
In Nederland is een tekort aan opvanglocaties voor asielzoekers. Vorig jaar is de spreidingswet van kracht geworden, die er zorg voor draagt dat de opvang van asielzoekers eerlijk over Nederland wordt verdeeld. De wet vraagt alle gemeenten bij te dragen aan opvang - afhankelijk van het aantal inwoners en hoe welvarend de gemeente is. Hierbij is er per gemeente bepaald aan hoeveel opvangplekken zij ruimte moeten bieden voor asielzoekers. Het COA heeft het voornemen om in de gemeente Veendam de bestaande tijdelijke noodopvang te verlengen voor de duur van 1,5 jaar. De noodopvang is reeds gerealiseerd aan de Lloydsweg 39 te Veendam in de gelijknamige gemeente Veendam. Het plan is om de huidige opvangcapaciteit van circa 100 plekken tijdelijk te behouden. De eerder verleende omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) gold voor een periode van één jaar, deze termijn is bijna verstreken. Daarom is een nieuwe omgevingsvergunning voor een BOPA noodzakelijk, omdat de tijdelijke noodopvang niet past binnen het ‘Omgevingsplan gemeente Veendam’. De tijdelijke noodopvang past niet binnen de geldende bestemming ‘Bedrijventerrein – Industrie’. De beoogde tijdelijke opvanglocatie kan planologisch mogelijk worden gemaakt middels een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) conform artikel 16.3 Omgevingswet.
Hiervoor is dus een onderbouwing noodzakelijk om aan te tonen dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in de gemeente Veendam. Voorliggende ruimtelijke motivering voorziet hierin.
1.2
Projectgebied
De tijdelijke noodopvang bevindt zich in zowel de huidige als de voorgenomen situatie in een pand van een voormalig garagebedrijf (autodealer Wensink) aan de Lloydsweg 39 te Veendam. Het pand is gelegen op bedrijventerrein Lloyd, ten noordoosten van het Lloydsplein, nabij het centrum, station Veendam en de afrit van de N33. In het projectgebied is een verscheidenheid aan bedrijven gevestigd, waaronder kantoorlocaties, autobedrijven en groothandels. Op het bedrijventerrein is geen zware industrie gevestigd. De voorzijde van het pand grenst aan de openbare weg. Aan de zuidoostzijde van het pand loopt het A.G. Wildervanckkanaal. Ten westen van het plangebied is het treinstation Veendam gelegen. Het betreffende gebied is op onderstaande figuur aangegeven.
Figuur 1: Het pand waarbinnen de tijdelijke noodopvang moet worden gerealiseerd in gemeente Veendam (bron: Google Maps)
5
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
1.3
Het omgevingsplan
Het omgevingsplan van de gemeente Veendam is van rechtswege ontstaan door de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarmee zijn de bestemmingsplannen die vigerend waren op 31 december 2023 in de gemeente Veendam opgegaan in het tijdelijk deel van het omgevingsplan op grond van artikel 22.1, lid a van de Ow. Het gaat hierbij op de projectlocatie om het ‘bestemmingsplan Bedrijventerreinen’, vastgesteld op 11 juli 2011 door de gemeenteraad van de gemeente Veendam. In dit bestemmingsplan gelden meerdere enkel- en dubbelbestemmingen binnen het projectgebied. Met de inwerkingtreding van de Ow zijn deze termen niet meer in gebruik, en wordt er gesproken over ‘functies’. In deze motivering zal met deze reden ook worden gerefereerd naar de functies die zijn toegekend aan een locatie; deze refereren naar de enkel- en dubbelbestemmingen uit het bestemmingsplan. Op 25 maart 2024 heeft de gemeenteraad een gedeeltelijke herziening van dit bestemmingsplan vastgesteld middels een veegplan. Het veegplan bevat echter geen wijzigingen in de basisfuncties van het projectgebied. Voor de locatie aan de Lloydsweg 39 te Veendam gelden de volgende functies en aanduidingen, zie ook figuur 2.
Functie • Bedrijventerrein – Industrie Aanduidingen • Specifieke bouwaanduiding - bouwklasse e1 Bouwvlakken • Bouwvlak Functieaanduidingen • Detailhandel volumineus • Bedrijf tot en met categorie 3.2 Maatvoeringen • Standaard geluidsruimte (dB(A)/m2): 50
Figuur 2: Uitsnede van de voorgenomen locatie met de bestemming ‘Bedrijventerrein – Industrie’ (bron: www.omgevingswet.overheid.nl)
6
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Het gebruik van het voormalige bedrijfspand als noodopvang past niet binnen de functie ‘Bedrijventerrein – Industrie’. Het omgevingsplan biedt geen binnenplanse mogelijkheden om het gebruik planologisch mogelijk te maken. De beoogde ontwikkeling kan planologisch mogelijk worden gemaakt middels een BOPA conform artikel 16.3 Omgevingswet. Hiervoor is een onderbouwing noodzakelijk om aan te tonen dat er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties binnen de gemeente Veendam. Buitenplanse Omgevingsplanactiviteit De tijdelijke opvanglocatie kan planologisch mogelijk worden gemaakt door middel van een omgevingsvergunning voor een BOPA. Deze vergunning kan alleen worden verleend als de activiteit voldoet aan de eisen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De initiatiefnemer moet aantonen dat wordt voldaan aan de regels van het Besluit kwaliteit leefomgeving en provinciale- en waterschapsverordeningen, en dat er sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat. De procedure voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor een BOPA duurt in geval de reguliere procedure van toepassing is acht weken, met een mogelijke verlenging van zes weken. Bezwaar en beroep zijn mogelijk na deze periode. De procedurebepalingen zijn te vinden in de Omgevingswet, het Omgevingsbesluit en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.4
Leeswijzer
Na dit inleidende hoofdstuk vormen de daaropvolgende hoofdstukken de verdere onderbouwing en verantwoording van de voorgenomen verlenging van de tijdelijke noodopvang. In hoofdstuk 2 wordt dieper ingegaan op de beoogde verlenging. In hoofdstuk 3 wordt het Rijks-, provinciaal-, regionaal- en gemeentelijk beleid beschreven. Hoofdstuk 4 geeft inzicht in diverse planologische aspecten die relevant zijn voor de fysieke leefomgeving. Hoofdstuk 5 gaat in op de beperkingengebieden. Hoofdstuk 6 beschrijft de uitvoerbaarheid van het project, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de economische- en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Tot slot volgt in hoofdstuk 7 een belangenafweging en conclusie.
7
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
2
Voorgenomen ontwikkeling
2.1
Huidige situatie
In het pand waar de verlenging van de tijdelijke noodopvang is voorzien was voorheen een garagebedrijf gevestigd. Vorig jaar heeft het COA een omgevingsvergunning voor een BOPA voor een periode van één jaar gekregen. Er is hierbij destijds rekening gehouden met ruimte voor circa 100 asielzoekers. Het afgelopen jaar hebben asielzoekers op deze locatie gewoond. Doordat de vergunning afloopt en het COA de noodopvang nog steeds nodig heeft, wil het COA de opvang verlengen door een nieuwe vergunning aan te vragen voor een periode van 1,5 jaar. Wat is een noodopvang? Vanwege een tekort aan reguliere opvang voor asielzoekers, heeft het COA op dit moment veel noodopvanglocaties in gebruik. Noodopvang zijn tijdelijke opvanglocaties van het COA met vaak een lager voorzieningenniveau. In de noodopvanglocaties kan niet dezelfde opvang geboden worden als in onze reguliere locaties. Bewoners hebben vaak minder privacy, geen gelegenheid om zelf te koken en minder zinvolle dagbesteding. Daarom is het streven dat bewoners zo kort mogelijk op deze locaties verblijven. Het was de bedoeling om de noodopvang alleen in te zetten voor bewoners die nog moeten starten met de asielprocedure. En voor een korte duur.
Omdat er al lange tijd een tekort is aan opvangplaatsen kunnen deze locatie ook deels gebruikt worden door asielzoekers die met de asielprocedure zijn gestart of de procedure al hebben doorlopen. Er kunnen dus ook statushouders in de noodopvang zitten die wachten op een woning in de gemeente. Zij verblijven vaak langer bij het COA vanwege krapte op de woningmarkt. Asielzoekers met een complexe zorgvraag en andere kwetsbare groepen komen vaak niet in een noodopvang terecht. Een noodopvanglocatie heeft binnen het COA een maximale doorlooptijd van 5 jaar. Na deze maximale periode wordt de noodopvang gesloten. De huidige opvang (dit blijft gelijk in de toekomstige situatie) heeft op de begane grond een oppervlakte van 2.106 m². De eerste verdieping heeft een oppervlakte van 1.031 m², wat samen een oppervlakte van 3.137 m² oplevert. De slaapunits zijn alleen op de begane grond gevestigd. Op de begane grond bevinden zich een aantal vrijstaande woonunits met lichte scheidingswanden, onderverdeeld in twee delen met een gezamenlijke oppervlakte van 845 m². Deze woonfuncties zijn bedoeld voor het huisvesten of opvangen van asielzoekers. Het pand is reeds voorzien van een brandcompartiment in het slaapgedeelte op de begane grond. Op het buitenterrein bevinden zich een rokersruimte en een speeltoestel. Aan de achterzijde van het terrein staat parallel aan de watergang een hekwerk.
Medewerkers en andere bezoekers van de opvang parkeren zich, net als het afgelopen jaar, op het terrein van de opvang. Er zijn dus geen extra parkeerplaatsen benodigd. Voor de bewoners is op de locatie 24 uur per dag toezicht en begeleiding aanwezig en dat zal ook in de toekomst zo blijven. In een enkel geval is er afgelopen jaar sprake geweest van een incident, zoals ruzie, maar dit is zeer gering. Over het algemeen is de situatie rond de noodopvang afgelopen jaar goed en rustig verlopen. Onderstaand zijn foto’s toegevoegd van het noodopvang in de huidige situatie. De indeling zal na vergunningverlening onveranderd blijven.
8
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Figuur 3: Bestaande situatie (binnen) in de noodopvang
Figuur 4: Bestaande situatie (binnen) in de noodopvang
9
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Figuur 5: Bestaande situatie (binnen) in de noodopvang
Figuur 6: Bestaande situatie (buiten) in de noodopvang
10
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
2.2
Toekomstige situatie
In de beoogde situatie wordt het pand voor 1,5 jaar langer gebruikt. Het gebruik van het pand wijzigt daarmee niet van afgelopen jaar. De tijdelijke noodopvang van circa 100 asielzoekers zal worden voortgezet. Naast asielzoekers zijn er ook medewerkers van het COA en beveiliging aanwezig op de locatie.
11
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
3
Beleid en regelgeving
In dit hoofdstuk wordt het beleidskader toegelicht dat relevant is voor de activiteit en wordt de activiteit hieraan getoetst. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds beleid van hogere overheden - waar lagere overheden rekening mee moeten houden, maar gemotiveerd van kunnen afwijken - en anderzijds instructieregels van hogere overheden in omgevingsverordeningen en het Besluit kwaliteit leefomgeving (hierna: Bkl).
3.1
Rijksbeleid en Rijksregels
3.1.1
Nationale omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is, als opvolger van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Nationale Omgevingsvisie brengt middels een toekomstperspectief op 2050 de langetermijnvisie van het Rijk op de inrichting en ontwikkeling van de Nederlandse leefomgeving in beeld. Met de NOVI kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die er voor Nederland liggen. Steden die groeien en veranderen, het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering en de overgang naar een duurzame en circulaire economie; diverse trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Deze trends en ontwikkelingen bieden kansen, maar vragen ook zorgvuldig te kiezen voor slimme combinaties van functies en uit te gaan van specifieke kenmerken en kwaliteiten van gebieden, want zowel de boven- als ondergrondse ruimte is een schaars goed. De NOVI geeft richting en helpt om deze keuzes te maken. In Nederland zijn er een aantal dringende maatschappelijke opgaven, die niet apart van elkaar kunnen worden opgelost, maar in samenhang bekeken moeten worden. Op het niveau van nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven aan de omgeving van Nederland. De Nationale Omgevingsvisie richt zich daarbij op vier prioriteiten: 1. Ruimte maken voor klimaatverandering en energietransitie. 2.
De economie van Nederland verduurzamen en het groeipotentieel behouden. 3. Steden en regio's sterker en leefbaarder maken. 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen. ad 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland is in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust. Het land moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering, zoals zeespiegelstijging, wateroverlast, hogere rivierafvoeren en langere perioden van droogte. Om in te spelen op deze gevolgen van klimaatverandering, is er vraag naar maatregelen in de leefomgeving, bijvoorbeeld voldoende ruimte en groen voor wateropslag in onze steden. Door hierop in te zetten, biedt het kansen voor de natuur, maar verbetert het ook tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit. Daarnaast heeft Nederland in 2050 een duurzame energievoorziening. Deze energievoorziening vraagt ruimte, voor onder andere zonnepanelen en windturbines. Het Rijk zet zich ook in voor het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. ad 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een circulaire, duurzame, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050, waarmee het zijn positie kan handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld.
Hiervoor is een goede verbinding via weg, lucht, spoor, water, digitale netwerken en een nauwe samenwerking met internationale partners nodig. Het Rijk zet in op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life: een leefomgeving die de inwoners volop voorzieningen biedt op het gebied van bewegen, wonen, recreëren, ontspannen en ontmoeten. Hierbij is het belangrijk dat de Nederlandse economie, duurzaam, concurrerend en circulair wordt, oftewel toekomstbestendig. Het Rijk zet daarbij in op het gebruik van duurzame energiebronnen en op de verandering van productieprocessen, zodat Nederland niet langer afhankelijk is van eindige, fossiele bronnen. ad 3. Onze steden en regio's leefbaarder maken Nederland versterkt het Stedelijk Netwerk Nederland en is deze verder aan het uitbreiden, waarbij de richting van verstedelijking wordt gekoppeld aan die van de ontwikkeling van (OV-) infrastructuur. Wonen en werken worden zoveel mogelijk in elkaars nabijheid ontwikkeld in de regio's waar de vraag is. Goede verbindingen tussen de stedelijke regio's zijn nodig om het netwerk als geheel te benutten. Door het Rijk wordt een integrale verstedelijkingsstrategie voor duurzame stedelijke ontwikkeling gehanteerd, waarbij verstedelijking geconcentreerd plaatsvindt in de regio.
Bij de invulling van integrale verstedelijkingsstrategieën op regionale schaal wordt ingezet op een voorkeursvolgorde voor de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties. Deze volgorde wordt ook gehanteerd als groei in niet stedelijk gebied moet plaatvinden. Het Rijk richt de leefomgeving zo in dat deze een actieve, gezonde leefstijl en maatschappelijke 12
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
participatie bevordert en het aanbod en de kwaliteit van groen in de stad versterkt. Daarbij worden regio's en steden klimaatbestendig ingericht. ad 4. Het landelijk gebied toekomstbestendig ontwikkelen Nederland zet in op het verbeteren van de balans tussen de kwaliteit van landschap en landgebruik, water, lucht en bodem. Dit betekent dat ontwikkelingen in het landelijk gebied niet ten koste gaan van landschappelijke kwaliteiten en dat landgebruik in balans wordt gebracht met natuurlijke systemen. Het landgebruik dient meer afgestemd te worden op zoetwatergebruik- en beschikbaarheid. Door een voorkeursvolgorde regionaal waterbeheer wordt ingezet op het voorkomen van tekorten en wateroverlast. Het Rijk maakt een vitaal en duurzaam voedsel- en landbouwsysteem mogelijk, dat zich baseert op natuurinclusiviteit en kringlopen. De biodiversiteit wordt versterkt en beschermd en het natuurlijke kapitaal wordt op een duurzame wijze benut. Het Rijk zet hierbij in op het beschermen en versterken van de unieke landschappelijke kwaliteiten. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebieden voegen kwaliteiten toe aan het landschap, waarbij het omgevingsbeleid landschapsinclusief wordt.
Om beleidskeuzes op een voorspelbare en heldere wijze te maken, worden door de NOVI drie afwegingsprincipes gehanteerd, die helpen bij het prioriteren van de diverse opgaven en belangen: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Afwentelen wordt voorkomen.
Figuur 7: Afwegen met de NOVI
De uitvoering van de NOVI vraagt om nieuwe manieren van samenwerken met blijvende, brede maatschappelijke betrokkenheid en inzet van overheden. Hierbij hanteert het NOVI vier uitgangspunten: We werken als één overheid, samen met de samenleving. We stellen de opgave(n) centraal. We werken gebiedsgericht. We werken permanent en adaptief aan de opgaven. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De voorgenomen verlening van de tijdelijke noodopvang doet op geen enkele wijze afbreuk aan het ruimtelijk beleid van het Rijk. In de NOVI is "Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften" een van de 21 nationale belangen en opgaven. Wonen is een van de basisbehoeften van mensen. Iedereen in Nederland moet prettig kunnen wonen. Een woningvoorraad die aansluit op de huidige en toekomstige woonbehoefte van mensen is daarom van nationaal belang. Goed wonen betekent een fijne, leefbare omgeving en dat er genoeg woningen zijn voor iedereen en voor elke levensfase. Voorzien in de huisvesting van asielzoekers is onderdeel van dit belang. Gezien het hoge abstractieniveau van de nationale belangen uit de NOVI, heeft de NOVI geen directe implicaties voor de noodopvang en kan de voorgenomen tijdelijke noodopvang in algemene zin bijdragen aan de belangen uit de NOVI. De NOVI heeft geen consequenties voor de voorgenomen tijdelijke noodopvang. 13
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
3.1.2
Instructieregels Rijk (AMvB’s)
Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering ingegaan op de instructieregels in hoofdstuk 5 van het Bkl die mogelijk van toepassing zijn op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die mogelijk wordt gemaakt. In voorliggende motivering wordt ingegaan op de waarborging van veiligheid, bescherming van het waterbelang en de bescherming van gezondheid en milieu, hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 4. In de instructieregels van het rijk zijn geen specifieke regels opgenomen met betrekking tot asielopvang en/of die betrekking hebben op de projectlocatie. Er volgen geen belemmeringen vanuit de instructieregels van het Rijk.
3.2
Provinciaal beleid en provinciale regels
3.2.1
Omgevingsvisie Groningen
Op 28 september 2022 hebben Provinciale Staten van de provincie Groningen het Koersdocument Omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie werkt de provincie Groningen aan de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving op de lange termijn. Provincie Groningen streeft naar een gezonde, schone, veilige, duurzame en leefbare omgeving. Door deze kernwaarden als uitgangspunt te nemen, wordt brede welvaart voor iedereen in Groningen dichterbij gebracht. Dat betekent een leefomgeving zonder grote veiligheidsrisico’s, een leefomgeving waar een ecologisch evenwicht is, waar gezond opgroeien en oud worden heel gewoon is, waar voldoende passend werk of een zinnige tijdsbesteding voor handen is, net als een woning. Om dit toekomstbeeld waar te kunnen maken, heeft Groningen zich de volgende lange termijndoelen (2050) gesteld: Ruimte voor werk, kennis en innovatie Provincie Groningen wil een sterke en duurzame economie en een goed vestgingsklimaat als de basis leggen voor werkgelegenheid. Zij doet dat in een provincie die in brede zin regionaal en (inter)nationaal goed verbonden is: via de weg en het water en via het spoornetwerk dat wordt versterkt met de Lelylijn en Nedersaksenlijn. Ruimte om te leven De provincie bestaat uit een sterke stad Groningen met internationale aantrekkingskracht en bijzondere parels, een reeks van krachtige middelgrote steden en levendige dorpen.
Groningen wil dat haar dorpen en steden een fijne, veilige basis zijn om te wonen en te recreëren. Dat ze een plek zijn waar men trots op kan zijn, niet alleen omdat het er mooi, maar juist ook goed leven is. Ruimte voor landschap en natuur Het landelijk gebied is één van de dragers van de Groningse identiteit. Zoals het landschap al eeuwenlang bindt, voelt Groningen zich blijvend verbonden met haar landelijke omgeving. De provincie wil trots kunnen blijven op die kwaliteit en de verscheidenheid van landschappen, de Waddenzee en de natuurgebieden. Voorwaarde daarvoor is kunnen recreëren en werken in een landelijk gebied met een duurzame, toekomstbestendige landbouwsector en robuuste natuur. Groningen wil een provincie zijn die waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Ruimte voor welzijn en welbevinden Je goed voelen en gelukkig zijn is misschien wel het allerbelangrijkste. De basis daarvoor is de mogelijkheid om mee te kunnen doen en je thuis te kunnen voelen. Daar biedt de provincie blijvend alle gelegenheid toe. Van doelen naar opgaven en keuzes Met deze doelen voor ogen staat provincie Groningen voor een aantal belangrijke ruimtelijke opgaven. Deze opgaven vragen ruimtelijke keuzes. De provincie richt zich daarbij eerst op de periode tot 2035. De keuzes die zijn gemaakt hangen samen met de vier grote ruimtelijke opgaven waar de provincie de komende jaren voor staat.
Het gaat om de volgende opgaven: 1. Ontwikkelen van een sterke structuur voor innovatie, kennis en werkgelegenheid; 2. Bouwen aan een aantrekkelijke, gezonde en bereikbare woon- en leefomgeving 3. Toekomstbestendig maken van het landelijk gebied; 4. Stappen zeten naar een CO2-neutrale provincie. 14
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Leidende principes Naast bovengenoemde doelen dient een voorgenomen ontwikkeling ook aan te sluiten bij een aantal leidende principes, die navolgend worden toegelicht. Ontwikkelen vanuit de Groninger identiteit Plannen bouwen verder aan de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van de plek waar ze worden gerealiseerd. Zo werken en ontwikkelen we vanuit onze Groninger identiteit. Ontwikkelingen zijn multifunctioneel en aanpasbaar Ontwikkelingen dragen bij aan meerdere doelen, zodat we zuinig met onze kostbare ruimte omspringen. Plannen worden zo ontworpen dat ze aanpasbaar zijn als later blijkt dat een andere invulling nodig is of beter aansluit bij de wensen van de tijd. Ontwikkelen in afstemming en met meerwaarde voor de samenleving Plannenmakers zoeken de verbinding met de lokale samenleving. Dat doen ze in de zin van participatie bij de eerste ideeën en in de zin van ‘social return’ als de plannen zijn gerealiseerd. Ontwikkelingen zijn klimaatadaptief en hebben oog voor lange termijn effecten Bij ontwikkelingen houden we rekening met de effecten op de toekomst. Ontwikkelingen zijn klimaatadaptief en voorkomen een verslechtering van de milieukwaliteit. Ontwikkelingen benutten de kansen om bij te dragen aan een goede bodem- en waterkwaliteit, goede waterveiligheid en bestendigheid tegen extremen in het weer.
Afwenteling van problemen op komende generaties voorkomen we. Relatie met de voorgenomen verlenging Het plan betreft een zodanig specifiek voornemen, verlenging van de noodopvang, dat hier in de omgevingsvisie Groningen geen beleid voor is vastgelegd. Hierdoor worden er geen belemmeringen gezien in relatie tot de voorgenomen tijdelijke noodopvang. Daarnaast is de noodopvang in lijn met het principe uit de visie dat zuinig wordt omgegaan met de kostbare ruimte. Het voormalige bedrijfspand is vorig jaar getransformeerd naar een tijdelijke opvang, wat aansluit op de ambities uit de visie.
3.2.2
Omgevingsverordening provincie Groningen
In de omgevingsverordening provincie Groningen (geldend vanaf 1 januari 2024) staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Groningen. Deze regels richten zich op de thema's ruimtelijke ordening, water, infrastructuur, milieu en ontgrondingen. De omgevingsverordening is nauw verbonden met de omgevingsvisie. De grondslag van de Omgevingsverordening ligt in de vigerende Omgevingsvisie provincie Groningen 2016. Herziening van de visie voor het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet was met het oog op de beschikbare tijd niet haalbaar. Dat was echter ook niet noodzakelijk, omdat de Omgevingsvisie op basis van het overgangsrecht van kracht blijft. Nadat de Omgevingsvisie is herzien zal op basis daarvan de omgevingsverordening (opnieuw) worden aangepast aan de dan bepaalde beleidsdoelen. In de Omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen om gemeenten richting te geven bij de invulling van de vergrote lokale afwegingsruimte. De Omgevingsverordening is sectoraal ingericht. Aansluitend op de gedachte van de Omgevingswet is beoogd te komen tot een integrale verordening waarvan de inrichting aansluit op de doelgroepen. Voor de opbouw van de verordening is gekozen om aan te sluiten bij de opbouw van de Omgevingswet en de onderliggende algemene maatregelen van bestuur. Vanuit wetgevingssystematiek is dit een logische keuze.
Praktisch gezien heeft deze keuze als voordeel dat de instructieregels (gericht op gemeenten en waterschappen) en de rechtstreeks werkende regels (gericht op burgers en bedrijven en overheden) worden gegroepeerd in afzonderlijke hoofdstukken. Navolgend wordt een aantal aspecten uit de verordening toegelicht die samenhangen met de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.2.1
Instructieregels provincie (omgevingsverordening)
Conform artikel 8.0b, eerste lid, van het Bkl wordt in deze motivering in gegaan op de provinciale instructieregels en eventuele instructies uit het beoordelingskader die van toepassing zijn op de buitenplanse omgevingsplanactiviteit die 15
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
mogelijk wordt gemaakt. Met een instructieregel wordt beoogd dat de omgevingswaarden of andere doelstellingen van de provincie voor de fysieke leefomgeving worden bereikt. Veiligheidszones Het plangebied ligt volledig in veiligheidszone 4 en gedeeltelijk in veiligheidszone 2. Conform de instructieregels wordt in deze motivering nader ingegaan op deze zones en de relatie met de voorgenomen ontwikkeling. Zie daarvoor paragraaf 4.8 Omgevingsveiligheid. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De instructieregels vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling.
3.2.2.2
Omgevingswaarden
Naast het stellen van doelen kunnen provincies omgevingswaarden vaststellen. Dat wil zeggen de kwaliteit vastleggen die de provincie voor de fysieke leefomgeving wil bereiken. De provincie is verplicht om omgevingswaarden te stellen voor watersystemen. In het plangebied gelden de volgende omgevingswaarden. Bebouwd gebied In het plangebied geldt een omgevingswaarde voor de bergings- en afvoercapaciteit waarop regionale wateren moeten zijn ingericht. Voor het bebouwd gebied geldt een omgevingswaarde van 1:100. Basistoervaartnet In het plangebied geldt de Instructieregel Basistoervaartnet. Die regel laat geen activiteiten toe die niet voldoen aan de doorvaartmaten zoals deze zijn opgenomen in de meest actuele versie van de Basisvisie Recreatietoervaart Nederland. De tijdelijke noodopvang wordt echter alleen in het bedrijfspand en op het omliggende terrein gerealiseerd. Er zullen dus geen activiteiten op het water plaatsvinden. Beschermd gebied C In het plangebied geldt een omgevingswaarde veiligheid regionale waterkeringen. Voor beschermd gebied C dat wordt beschermd door regionale waterkeringen geldt een omgevingswaarde van 1:100. Veiligheid regionale waterkeringen Het plangebied grenst aan een regionale waterkering. Doordat er geen wijzigingen aan het pand worden aangebracht, vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats en wordt ook geen bebouwing toegevoegd.
Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De gestelde omgevingswaarden vormen geen belemmering voor de voorgenomen verlenging van de tijdelijke noodopvang.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Regio Deal Oost-Groningen
Oost-Groningen is een krachtige regio met actieve en zelfstandige inwoners. Toch staat de leefbaarheid onder druk. De cijfers van de Brede Welvaart laten zien dat Oost-Groningen een stuk lager scoort dan het Nederlands gemiddelde. Met de Regio Deal Oost-Groningen wordt ingezet op versterking van de leefbaarheid van de regio. De Regio Deal OostGroningen is een meerjarige samenwerking tussen het Rijk, de provincie Groningen en de zes Oost-Groninger gemeenten: Midden-Groningen (vml. Menterwolde), Oldambt, Pekela, Stadskanaal, Veendam en Westerwolde. Er wordt ingezet op goede opleidingen, meer kans op werk, goede voorzieningen, het verbeteren van de gezondheid en het behouden van een mooie woonomgeving. De Regio Deal Oost-Groningen heeft als doel de brede welvaart van de regio te verhogen en zet zich daarom in op vier verschillende pijlers: 1. Leren 2. Werk en inkomen 3. Gezondheid 4. Woonomgeving
16
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Doelstelling voor de pijler Woonomgeving is het werken aan een kwalitatieve, betaalbare en toekomstbestendige woningvoorraad die is afgestemd op de veranderende bevolkingssamenstelling. Er wordt zorg gedragen voor een aantrekkelijke en duurzame woonomgeving en aantrekkelijke stads- en dorpscentra. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling De (verlenging van de) tijdelijke noodopvang in Veendam draagt bij aan de doelstellingen die zijn opgenomen in de Regio Deal Oost-Groningen. Het plan draagt bij aan het aanpakken van de huidige woningbouwopgave door middel van slim ruimtegebruik. Daarnaast worden de thema's duurzaamheid en goed wonen aangeraakt. De ontwikkeling van de noodopvang doet daarmee geen afbreuk aan het vastgestelde beleid.
3.3.2
Waterschapsverordening Hunze en Aa's
In de ‘Waterschapsverordening Hunze en Aa’s’ staan alle doelen, regels, procedures en verantwoordelijkheden voor het beschermen en beheren van de waterbelangen. In de verordening wordt verder uitgeweid over de regels, voorschriften en verantwoordelijkheden per activiteit. Hierin onderscheidt het waterschap drie hoofdactiviteiten, namelijk: • Activiteiten bij waterstaatswerken. • Lozingsactiviteiten op een oppervlaktewaterlichaam of een zuiveringtechnisch werk. • Activiteiten met grondwater. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling Bij voorbaat zijn er geen directe belemmeringen vanuit de waterschapsverordening op de voorgenomen tijdelijke opvanglocatie. Er zullen geen bouwactiviteiten of werkzaamheden worden uitgevoerd in het beperkingengebied. Ook vinden geen lozings- en/of wateronttrekkingsactiviteiten plaats. Daarnaast wordt voor de voorgenomen noodopvang geen verhard oppervlak toegevoegd. De (verlenging van de) noodopvang doet daarmee geen afbreuk aan het vastgestelde beleid.
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie
In februari 2022 heeft de gemeenteraad van gemeente Veendam de Omgevingsvisie “Veendam 2040” vastgesteld, de leidraad op basis waarvan de fysieke leefomgeving de komende jaren vormgegeven wordt. De omgevingsvisie beschrijft waar de gemeente Veendam voor staat en waar zee naar toe wil in de toekomst. De combinatie van ‘thema’s’, ‘waarden’ en ‘ambities’ bepaalt de mogelijkheden voor nieuwe initiatieven in de verschillende gebieden. De gemeente heeft de volgende drie ambities geformuleerd: • Veendam leeft • Veendam ontwikkelt • Veendam beleeft Veendam leeft In Veendam is veel ruimte voor groen, recreatie en bestaat een ruim aanbod aan voorzieningen. Hierin zit de kracht van de gemeente. Daarom blijft de gemeente in de toekomst aandacht behouden voor veranderende wensen en verwachtingen van inwoners. Veendam wil meer reuring creëren, passend bij de gemeente, om zo een levendige gemeente te blijven, zonder in te leveren op de leefbaarheid. Ook de openbare ruimte moet hieraan bijdragen. De omgeving moet uitnodigen om erop uit te gaan en anderen te ontmoeten. Deze ambitie gaat daarom over het versterken en verbeteren van de levendigheid en het behouden en versterken van de fijne en gezonde leefomgeving. Veendam ontwikkelt Veendam is klaar voor de toekomst. De gemeente bereidt zich voor op de grote uitdagingen van onze tijd, waaronder de energietransitie en klimaatverandering.
Veendam kiest niet voor snelle, maar voor slimme oplossingen. Zo wordt de komende jaren steeds meer gebruik gemaakt van duurzame energiebronnen en wordt de omgeving aangepast, zodat de gemeente bestand is tegen het steeds extremere weer. Nu en straks biedt Veendam ruimte om aangenaam te wonen en te ondernemen. Er is ruimte voor nieuwe woningen die ingepast worden in het woongebied. Nieuwe bedrijven gericht op de health science worden richting Veendam getrokken door het bedrijventerrein uit te breiden voor bedrijven in deze sector. Door ruimte te bieden voor deze grotere bedrijven wordt Veendam sterker op de kaart gezet in de regio. Zowel in de kern Veendam maar ook in de lintdorpen bieden de gemeente een aantrekkelijk woon-, werk en verblijfsklimaat. 17
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Veendam beleeft Veendam heeft als gemeente veel te bieden en er is genoeg te beleven. Niet alleen Veendammers maar ook vanuit de regio komt men naar Veendam om te recreëren en te verblijven. Veendam heeft als gemeente veel moois te bieden en wil daar gebruik van blijven maken. Deze ambitie richt zich daarom op het stimuleren van recreatie in Veendam. Relatie met de voorgenomen ontwikkeling In de Omgevingsvisie wordt niet specifiek ingegaan op asielopvang en/of huisvesting van arbeidsmigranten of asielzoekers. De tijdelijke opvanglocatie sluit in algemene zin wel aan op de ambities uit de visie. Met de tijdelijke noodopvang draagt bij aan de diversiteit in doelgroepen in de gemeente. Daarnaast wordt zorgvuldig omgegaan met ruimtegebruik door gebruik te maken van een bestaand bedrijfspand. Daarmee levert de omgevingsvisie geen belemmeringen op voor voorgenomen ontwikkeling.
18
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
4
Fysieke leefomgeving
In het kader van gemeentelijke besluitvorming dient bij een BOPA door middel van een integrale ruimtelijke benadering rekening te worden gehouden met de consequenties van het project voor de omgeving. Het Bevoegd Gezag is namelijk verantwoordelijk voor een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Dit gebeurt in het kader van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. Het beginsel van de Omgevingswet, een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, is van toepassing op alle ruimtelijke ontwikkelingen. De effecten op de leefomgeving worden in dit hoofdstuk door middel van de behandeling van de voor de noodopvang relevante milieu- en omgevingsaspecten in beeld gebracht en afgewogen, en hiermee wordt de uitvoerbaarheid van deze BOPA aangetoond. Daarbij wordt getoetst aan wet- en regelgeving met de volgende thematische onderverdeling: • m.e.r.-beoordeling; • duurzaamheid & gezondheid; • verkeer en parkeren; • flora en fauna; • luchtkwaliteit; • geluid; • geur; • omgevingsveiligheid; • trilling; • welstand; • archeologie, cultuurhistorie en landschap; • bodem; • weging van het waterbelang; • bedrijven en milieuzonering; • sociale veiligheid.
4.1
M.e.r.-beoordeling
Of een project onderworpen is aan een MER (milieueffectrapportage) of een mer-beoordeling kan worden bepaald aan de hand van bijlage V van het Omgevingsbesluit. Een nadere toelichting hierop is te vinden in de artikelen 11.6 en 11.8 van het Omgevingsbesluit. Bij de voorgenomen ontwikkeling zijn geen significante milieueffecten te verwachten, aangezien de opvang van asielzoekers niet wordt genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. Voor de opvang wordt gebruik gemaakt van een bestaand bedrijfspand dat reeds getransformeerd is en het afgelopen jaar al in gebruik was als noodopvang, waardoor er zowel binnen als buiten het pand geen bouwactiviteiten of werkzaamheden plaats zullen vinden. Op basis hiervan is er geen noodzaak om een mer-rapportage op te stellen voor de verlening van de noodopvang.
4.2
Duurzaamheid en gezondheid
Doordat het gaat om een gebouw dat reeds is getransformeerd en sinds april 2024 in gebruik is als noodopvang zullen er binnen en buiten het pand geen bouwactiviteiten of werkzaamheden plaatsvinden. Ook is met de eerdere transformatie van het pand bijgedragen aan het duurzaam hergebruiken van bestaande gebouwen. Met betrekking tot gezondheid worden er met voorgenomen ontwikkeling geen activiteiten mogelijk gemaakt die van invloed zijn op de gezondheid van de omgeving. In de tijdelijke noodopvang wordt al gebruik gemaakt van de al aanwezige systemen (o.a. ventilatie- en verwarmingssystemen) om een goed binnenklimaat te borgen. Ook zijn in alle verblijfsruimtes (inpandige)ramen aanwezig voor de toetreding van daglicht. Voor de realisatie van de opvang zijn de aspecten duurzaamheid en gezondheid geen belemmering.
19
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
4.3
Verkeer en parkeren
4.3.1
Verkeer
De opvang van asielzoekers resulteert in een beperkte toename van verkeersbewegingen, aangezien asielzoekers geen auto mogen besturen en dus voornamelijk gebruik maken van fietsen, lopen en het openbaar vervoer. Naast het verkeer van het personeel, de aanvoer van goederen en ondersteunende diensten, worden geen andere significante verkeersbewegingen verwacht. De tijdelijk noodopvang zal dan ook niet leiden tot significante wijzigingen in verkeersaantrekkende werking, doordat het voormalige garagebedrijf zelf ook een verkeersaantrekkende werking had door personeel, klanten en leveranciers. Voor de opvanglocatie is de verwachte verkeersgeneratie ingeschat. In Tabel 1 wordt de maximale worstcase verwachte verkeersgeneratie voor een tijdelijke opvang van 100 asielzoekers weergegeven. Deze inschatting is gedaan op basis van eerder uitgevoerde verkeerstellingen van Witteveen+Bos bij andere opvanglocaties van het COA. Uit de laatste herijking van de cijfers door Witteveen+Bos is gebleken dat de inschatting van de verkeersgeneratie realistisch en vaak worstcase is. Vaak ligt in de praktijk de verkeersgeneratie lager dan de worstcase inschatting. Zoals aangegeven zullen de verkeersbewegingen in vergelijking met de huidige situatie niet significant afwijken, doordat asielzoekers niet beschikken over een auto en het dus met name medewerkers zijn die van en naar de locatie rijden.
Gebleken is dat de ontsluitingen van en naar de projectlocatie niet meer onder druk zijn komen te staan door de tijdelijke noodopvang in Veendam. Tabel 1: Maximale worstcase verwachte verkeersgeneratie tijdelijke opvang 100 personen
Lichtverkeer Middelzwaar verkeer Zwaar verkeer Totaal
Aantal verkeersbewegingen per dag 15 7 1 23
Aantal verkeersbewegingen per jaar 5.532 2.629 253 8.414
Omdat asielzoekers niet over een eigen auto beschikken, verplaatsen zij zich overdag vaak op de fiets of met de bus. Er is een pendelbus van en naar de locatie beschikbaar. Voor het fietsverkeer is al voldoende infrastructuur aanwezig in het plangebied. De berekende en in de praktijk juist gebleken dagintensiteit is verwaarloosbaar ten opzichte van de ‘normale’ dagintensiteit van 11.000 - 12.000 mvt/etmaal.
4.3.2
Verkeersveiligheid
Er is een tijdelijke fysieke oversteekvoorziening met midden steunpunt gerealiseerd op de Lloydsweg tegenover de noodopvang (zie figuur 8). Ook is een permanente oversteek gepland bij de kruising Lloydsweg – spoorweg. Om de asielzoekers veilig over te laten steken is er tijdelijk extra bebording aangebracht langs de weg, zodat het autoverkeer wordt geattendeerd op mogelijk overstekende personen. Het COA heeft afstemming met de gemeente gehad over het aanbrengen van de tijdelijke (bebording) voorzieningen. Voor zover bekend hebben er in het afgelopen jaar, sinds de realisatie van de tijdelijke opvang in april 2024, geen ongevallen plaatsgevonden. Ook zijn er geen klachten bekend over (abnormale) toename van verkeersdruk.
20
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Figuur 8: De fysiek tijdelijke oversteekplaats tegenover de noodopvang (bron: Google Maps).
4.3.3
Parkeren
Doordat de bewoner niet beschikken over een eigen auto, bestaat de parkeerbehoefte alleen ten behoeve van personeel en bezoekers. Daarnaast kunnen ook leveranciers en ondersteunende diensten gebruik maken van de parkeergelegenheid. Op eigen terrein zijn daarvoor voldoende parkeerplaatsen aanwezig gebleken. De bewoners kunnen gebruik maken van fietsen. Daarvoor is een tijdelijke fietsenstalling gecreëerd op het terrein.
4.4
Flora en fauna
De Wet natuurbescherming (Wnb) is beleidsneutraal overgegaan in de Omgevingswet. Het normenkader, de instrumenten en de bevoegdheidsverdeling voor het natuurbeschermingsrecht zijn ongewijzigd gebleven. De Wet natuurbescherming regelt op hoofdlijnen 3 zaken: 5. bescherming van planten- en diersoorten; 6. bescherming van de in het kader van Europees natuurbeleid aangewezen Natura 2000-gebieden; bescherming van bos en houtopstanden.
4.4.1
7.
Soortenbescherming
De opvanglocatie bevindt zich op dezelfde locatie als in de huidige situatie, waaraan geen (externe fysieke) wijzigingen plaatsvinden. Op het buitenterrein bevinden zich een rokersruimte en een speeltoestel. Aan de achterzijde van het terrein is een hekwerk geplaatst, parallel aan de watergang. Omdat er geen ingrepen zijn, zijn gevolgen op soortenbescherming, door vernietiging van verblijfplaatsen en verstoring, op voorhand uitgesloten. Er zijn geen belemmeringen vanuit beschermde soorten op de voorgenomen ontwikkeling voor de tijdelijke opvanglocatie.
4.4.2
Gebiedsbescherming
4.4.2.1
Natura 2000-gebieden
Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden, gericht op het behoud van belangrijke flora en fauna op Europees niveau. Dit netwerk is ontstaan uit de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen en omvat officieel aangewezen gebieden met specifieke instandhoudingsdoelstellingen. Deze doelstellingen hebben betrekking op de bescherming van habitattypen en habitat- en vogelsoorten. Projecten die mogelijk aanzienlijke gevolgen hebben voor een Natura 2000gebied in termen van instandhoudingsdoelstellingen vallen onder de vergunningplicht. Zelfs projecten buiten Natura 2000-gebieden kunnen significante effecten hebben en moeten daarom beoordeeld worden in het kader van de externe werking. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. De dichtstbij gelegen Natura 2000-gebieden zijn het Zuidlaardermeergebied en het Drentsche Aa-gebied, zie figuur 9. Directe effecten door ruimtebeslag of verstoring zijn gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied en door het uitblijven van werkzaamheden uitgesloten. Een negatief effect op een Natura 2000-gebied kan mogelijk nog veroorzaakt worden door stikstofuitstoot. 21
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Aangezien de tijdelijke noodopvang blijft zoals deze sinds april 2024 bestaat, zullen er geen noemenswaardige veranderingen optreden met betrekking tot stikstofdepositie in vergelijking met de huidige situatie. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling van de tijdelijke noodopvang geen negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden heeft. Er zijn dus geen belemmeringen vanuit Natura 2000 op de voorgenomen ontwikkeling voor de tijdelijke opvanglocatie.
Figuur 9: Kaart met nabij gelegen Natura 2000-gebieden.
4.4.2.2
Natuurnetwerk Nederland
De planlocatie ligt niet in of in de buurt van een Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebied. Gezien het feit dat er geen werkzaamheden of bouwactiviteiten plaats zullen vinden, zijn effecten op het Natuurnetwerk Nederland uitgesloten. Er zijn dus geen belemmeringen vanuit NNN op de verlenging van de periode voor de tijdelijke opvanglocatie.
4.4.3
Houtopstanden
Voor de tijdelijke opvanglocatie zijn en zullen geen bomen worden gekapt, verplaatst of houtopstanden worden verwijderd. Hierdoor zullen er geen effecten optreden op houtopstanden. Er zijn dus geen belemmeringen vanuit houtopstanden op de voorgenomen ontwikkeling.
4.5
Luchtkwaliteit
De instructieregels van het Besluit kwaliteit leefomgeving bevatten luchtkwaliteitseisen die zijn opgesteld ter bescherming van de gezondheid van mensen. De eisen met betrekking tot de kwaliteit van de buitenlucht, oftewel luchtkwaliteit, zijn te vinden in paragraaf 5.1.4.1 van het Bkl. Deze regels omvatten omgevingswaarden, waarbij stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) als leidend worden beschouwd. De gemeente beoordeelt een aanvraag op het effect op de luchtkwaliteit in de leefomgeving. Activiteiten zijn toegestaan als ze voldoen aan de volgende criteria: • Er is geen feitelijke of dreigende overschrijding van een omgevingswaarde. • Het project resulteert per saldo niet in een verslechtering van de luchtkwaliteit. • Het project draagt slechts in beperkte mate bij aan luchtverontreiniging. 22
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
De luchtkwaliteit in de huidige situatie is goed en ligt onder de omgevingswaarden van 40 microgram/m3 voor NO2 en PM10. Zoals in Figuur 10 is te zien, is de luchtkwaliteit wat betreft PM10 goed, namelijk 22 μg/m3. In figuur ligt de hoeveelheid . In Figuur 11 is de stikstofconcentratie weergegeven en te zien is dat de luchtkwaliteit wat betreft NO2 goed is, namelijk 7 μg/m3. De waarden voldoen daarmee ruimschoots aan de gestelde omgevingswaarden uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Figuur 10: Luchtkwaliteit fijnstof PM10/m3 (Bron: atlasleefomgeving d.d. 17 februari 2025)
23
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Figuur 11 : Luchtkwaliteit stikstof (NO2) μg/m3 (Bron: atlasleefomgeving d.d. 17 februari 2025)
De tijdelijke opvang is geen inrichting die in betekende mate invloed heeft op de luchtkwaliteit. In paragraaf 4.3.1 wordt ingegaan op de verwachte en daadwerkelijke verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking van de opvang is beperkt, aangezien asielzoekers voornamelijk gebruikmaken van fietsen, lopen of het openbaar vervoer, en geen eigen auto's hebben. Naast het verkeer van personeel, goederen en ondersteunende diensten worden geen andere verkeersbewegingen verwacht. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de voorgenomen noodopvang.
4.6
Geluid
Er hoeft conform artikel 5.55 lid 2 onder c Bkl bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor een periode van minder dan 10 jaar niet getoetst te worden aan de bepalingen over geluid in paragraaf 5.1.4.2 van het Bkl. Verder kan worden opgemerkt dat een tijdelijke opvanglocatie voor asielzoekers (1,5 jaar) niet is aangewezen als een geluidsgevoelige locatie. In voorliggende motivering moet wel beoordeeld worden of voldaan wordt aan een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De geluidsbelasting op de locatie wordt voornamelijk bepaald door de Lloydsweg, waaraan de projectlocatie is gelegen. In Figuur 12 wordt de geluidsbelasting van wegverkeerlawaai op de projectlocatie weergegeven. De geluidbelasting op de voorgenomen locatie varieert van 51 tot 60 dB, wat als redelijk tot matig wordt gezien. In het pand waarin de noodopvang sinds april 2024 gevestigd is, is reeds afgestemd op de dagelijkse aanwezigheid van personeel en bezoekers. Bovendien is de geplande noodopvang van tijdelijke aard en zijn er verblijven (units) inpandig in het pand (de buitenwand is niet de buitenwand van de verblijfsunits), wat impliceert dat het woon- en leefklimaat op de locatie als aanvaardbaar kan worden beschouwd.
24
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Figuur 12: Cumulatieve geluidsbelasting (bron: Atlas Leefomgeving d.d. 18 februari 2025)
Concluderend, vanwege de tijdelijke aard van de voorgenomen opvang (minder dan 10 jaar) is een formele geluidstoetsing volgens de Omgevingswet en Aanvullingswet Geluid niet nodig. Ondanks een redelijke tot matige geluidbelasting op de locatie, is de bestaande bebouwing geschikt voor menselijk verblijf, waarbij aanvullend wordt opgemerkt dat het een tijdelijke situatie betreft. Hierdoor wordt het woon- en leefklimaat als aanvaardbaar beschouwd, waardoor geluid geen belemmering vormt voor de geplande noodopvang.
4.7
Geur
De tijdelijke noodopvang kwalificeert niet als een geurgevoelig gebouw of locatie en staat evenmin vermeld als een milieubelastende activiteit met betrekking tot geur. Hierdoor vormt het aspect geur geen belemmering voor de geplande verlening van de tijdelijke opvang, wat resulteert in een evenwichtige toewijzing van functies.
4.8
Omgevingsveiligheid
Het transport, de opslag en productie van gevaarlijke stoffen brengen risico’s met zich mee door de mogelijkheid dat bij een ongeval gevaarlijke lading vrij kan komen. De discipline omgevingsveiligheid houdt zich bezig met het beheersen van de hieraan verbonden risico’s voor mensen die zich in de nabijheid van gevaarlijke stoffen bevinden. De verbonden risico's moeten binnen de perken blijven. Hiervoor worden twee soorten risico's gehanteerd: • Plaatsgebonden risico (PR) verwijst naar de kans per jaar dat een persoon die zich continu en onbeschermd op een bepaalde locatie bevindt, overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Er geldt een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het PR. Binnen deze PR 10-6 contour mogen geen (zeer) kwetsbare objecten en locaties aanwezig zijn. Voor beperkt kwetsbare objecten en locaties geldt de PR 10 -6 contour als richtwaarde. • Voor het groepsrisico wordt gewerkt met aandachtsgebieden. Aandachtsgebieden geven aan waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, mogelijk onvoldoende beschermd zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Een aandachtsgebied fungeert als startpunt voor het denken over veiligheid en benodigde maatregelen. Binnen een (explosie- en brand)aandachtsgebied kan een gemeente voorschriftgebieden aanwijzen die worden opgenomen in het omgevingsplan.
Daarbij blijft het groepsrisico (GR) wel in gebruik, waarbij het verwijst naar de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. De oriëntatiewaarde wordt gebruikt als indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico. 25
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
Met de noodopvanglocatie wordt een beperkt kwetsbaar gebouw mogelijk gemaakt, waarbij het aantal aanwezigen in het gebouw toeneemt. De noodopvanglocatie, het voormalige garagebedrijf, ligt binnen een explosieaandachtsgebied en een plaatsgebonden risico 10-8 per jaar contour voor een basisnet spoorroute ten noordwesten van het voormalige garagebedrijf (route 250, Veendam aansl. – Veendam). De basisnet spoorroute heeft geen gifwolk aandachtgebied conform het Besluit kwaliteit leefomgeving. Ten behoeve van het voornemen om de tijdelijke noodopvang te realiseren, is een omgevingsveiligheidsonderzoek uitgevoerd (zie bijlage A), waarbij de risicobronnen in de omgeving van het voormalige garagebedrijf zijn geïnventariseerd en de effecten van het voornemen op omgevingsveiligheid kwalitatief zijn beschouwd. De risicobronnen in de omgeving van het voormalige garagebedrijf zijn geïnventariseerd aan de hand van de Atlas Leefomgeving (www.atlasleefomgeving.nl). Een uitsnede van de Atlas Leefomgeving is weergegeven in Figuur 13.
Figuur 13: risicobronnen in de omgeving van het plangebied In de omgeving van het voormalige garagebedrijf zijn de volgende risicobronnen aanwezig: • een gasontvangstation van Gasunie ten zuidwesten van het voormalig garagebedrijf; • een LPG-tankstation van AVIA aan de Van Stoltenbergweg 189, 9641 HK Veendam ten zuidwesten van het voormalige garagebedrijf; • een mestvergistingsinstallatie van een rioolwaterzuivering van waterschap Hunze en Aa’s ten noordoosten van de tijdelijke noodopvang; • wegvak GR9 ten oosten van de tijdelijke noodopvang; • route 250, Veendam aansl. – Veendam ten westen van de tijdelijke noodopvang; • leiding N-524-21 van Gasunie ten zuiden van de tijdelijke noodopvang. Uit het onderzoek volgen de conclusie dat wat betreft de genoemde risicobronnen de voorgenomen verlenging van de tijdelijke noodopvang geen significante effecten heeft op omgevingsveiligheid. Over de basisnet wegroute worden onder andere giftige vloeistoffen (stoffen in stofcategorie LT1 en stoffen in stofcategorie LT2) vervoerd. Over de basisnet spoorroute worden onder andere giftige gassen (stoffen in stofcategorie B2) en giftige vloeistoffen (stoffen in stofcategorie D3 en stoffen in stofcategorie D4) vervoerd.
Conform de door het RIVM opgestelde Handleiding risicoanalyse transport van 11 januari 2017 [2] is: • het invloedsgebied van stofcategorie LT1 730 m; • het invloedsgebied van stofcategorie LT2 880 m; • het invloedsgebied van stofcategorie B2 995 m; • het invloedsgebied van stofcategorie D3 375 m; • het invloedsgebied van stofcategorie D4 >4000 m. De tijdelijke noodopvang ligt binnen het invloedsgebied van: 26
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
• • • • •
stofcategorie LT1; stofcategorie LT2; stofcategorie B2; stofcategorie D3; stofcategorie D4.
Bij het NO Veendam wordt aanbevolen om rekening te houden met het scenario toxische wolk. Rekening houden met het scenario toxische wolk kan bijvoorbeeld door: • het plaatsen van afsluitbare ventilatieopeningen; • het plaatsen van afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem. Bij het scenario toxische wolk is het advies namelijk om ramen en deuren te sluiten en om binnen te blijven. Door NO Veendam te voorzien van afsluitbare ventilatieopeningen, afsluitbare mechanische ventilatie en een toegankelijk bedieningssysteem kan NO Veendam gebruikt worden als schuilplaats.
4.9
Trillingen
De opvanglocatie is voorzien in een bestaand bedrijfspand, waaraan geen externe fysieke wijzigingen plaatsvinden. De enige wijzigingen die plaatsvinden zijn het plaatsen van een hekwerk en het creëren van een rokershok en een speeltoestel. Bij deze wijzigingen vinden geen grondroerende werkzaamheden plaats en wordt geen bouwmaterieel ingezet. Met de realisatie van de beoogde tijdelijke opvanglocatie worden dus geen trillingen veroorzaakt richting de omgeving. De omliggende bedrijven verrichten ook geen trillingsgevoelige activiteiten. Het aspect trillingen leidt daarmee niet tot belemmeringen voor de beoogde tijdelijke noodopvang.
4.10
Welstand
Welstand ziet toe op de ruimtelijke kwaliteit, de coherentie en esthetische waarden van de gebouwde omgeving. Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit kan alleen worden toegestaan als het bouwen van een bouwwerk niet in strijd is met de redelijke eisen van de welstand. Bij de voorgenomen ontwikkeling wordt een bestaand bedrijfspand heringericht voor de opvang van asielzoekers. De voorgevel van het pand is momenteel voorzien van glas, waardoor je naar binnen kunt kijken. Op het glas wordt speciale verf aangebracht, zodat het niet langer mogelijk is om van buitenaf naar binnen te kijken. Verder vinden geen externe fysieke wijzigingen plaats. De coherentie en esthetische waarden van de gebouwde omgeving veranderen door de voorgenomen ontwikkeling nauwelijks. Het aspect ruimtelijke kwaliteit met betrekking tot de welstand levert dus geen belemmeringen op.
4.11
Archeologie en cultuurhistorie
Op de locatie van de tijdelijke noodopvang gelden geen archeologische waarden. Omdat het gaat om een verlenging van de huidige noodopvang vinden er geen grondroerende werkzaamheden plaats. Daarnaast zijn er geen nabijgelegen monumentale of cultuurhistorisch waardevolle objecten aanwezig. Ten aanzien van archeologie en cultuurhistorie zijn er daarmee geen belemmeringen voor de verlenging van de tijdelijke opvanglocatie.
4.12
Weging van het waterbelang
Het pand waarin de noodopvang zich bevindt ligt parallel aan het A.G. Wildervanckkanaal. Het NO Veendam brengt geen veranderingen aan wat betreft de bestaande bebouwing en het verharde oppervlak. Er worden geen wijzigingen aangebracht aan bestaande watergangen en er worden geen nieuwe watergangen gegraven. De planlocatie is gelegen aan een regionale waterkering, maar heeft hier geen gevolgen voor aangezien het slechts inpandige aanpassingen betreft en er geen bebouwing wordt toegevoegd, waterhuishouding blijft onveranderd. Aangezien de voorgenomen verlenging van de noodopvang tijdelijk is en geen impact heeft op de waterhuishouding, zijn er geen belemmeringen op het gebied van water voor de geplande verlenging van de tijdelijke opvang. 27
Onze referentie: D10063994:15 - Datum: 27 maart 2024
ONDERZOEK OMGEVINGSVEILIGHEID VOOR NOODOPVANG VEENDAM
4.13
Bodem
Er is ‘Eindsituatie bodemonderzoek’ door Buro Antares in 2022 uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat de in 1997 en 2001 aangetoonde minerale olieverontreiniging nog steeds aanwezig is en in de afgelopen jaren niet in omvang is toegenomen. Verder kan uit de onderzoeksresultaten geconcludeerd worden dat ter plaatse van de olie-/waterafscheider en de bovengrondse olieopslag geen verontreiniging aanwezig zijn, welke te relateren is aan deze verdachte activiteiten. Wel is in de diepere ondergrond en het grondwater een minerale olieverontreiniging aanwezig welke behoort bij de eerder aangetoonde minerale olieverontreiniging (1997-2001). Daarnaast kan geconcludeerd worden dat ter plaatse van de voormalige wasplaats en de werkplaats de bovengrond, welke plaatselijk licht tot matig puin- en/of baksteenhoudend is, licht verontreinigd is met minerale olie en/of PAK. De baksteen- en puinhoudende ondergrond is licht verontreinigd met lood, zink en PAK. Deze aangetoonde verontreinigingen zijn hoogstwaarschijnlijk te relateren aan de diverse bijmengingen. Verder is in de bodemlaag van 0,90 tot 1,20 m-mv van boring 14 een matige verontreiniging met minerale olie aangetoond. De herkomst van deze verontreiniging is niet bekend, maar vooralsnog wordt gezien dat deze niet door de bedrijfsactiviteiten van de afgelopen jaren in de bodem terecht is gekomen.