CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10-04-04 202512800.2 Bijlage 2 Jaarrapport Ontwikkelingen Spoorgoederenvervoer 2024 ProRail

Gemeenteraad 31 maart 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Weekpost 1015.549 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland 2024 vergeleken met 2023

Inhoud

Inleiding3 1

Afname spoorgoederen in 2024  1.1 Afname kolenvervoer 1.2 Intermodaal stabiel 1.3 Beschikbaarheid, prijs en capaciteit 1.3.1 Beschikbaarheid en capaciteit 1.3.2 Prijs

4 5 6 7 7 8

2 Minder kolen, Duitsland blijft grootste bestemming 2.1 Kolen grootste daler, overige segmenten stabiel 2.2 Duitsland blijft met afstand grootste bestemming

9 9 11

3 Landelijk overzicht gebruik spoorwegnet 3.1 Aantal treinen per jaar per baanvak 3.2 Treinen per relatie 3.3 Bruto tonnage per baanvak

13 13 17 21

4 Grenzen, havens en industriële/logistieke clusters 4.1 Afname op grenstotalen 4.1.1 Grens Nederland – Duitsland: afname 4.1.2 Grens Nederland – België: afname behalve Zeeuws-Vlaanderen 4.2 Gebieden zonder kolen zijn stabiel of zagen een toename van vervoer 4.2.1 Haven Rotterdam 4.2.2 Limburg 4.2.3 IJmond 4.2.4 West-Brabant 4.2.5 Zeeuwse havens 4.2.6 Overige gebieden

24 24 26 28 30 31 31 32 32 33 34

5 Verkeersprestaties in lijn met beeld ontwikkeling vervoer en verkeer 5.1 Afname treinkilometers  5.2 Afname tonkilometers  5.3 Goederentreinen in 2024 vaker gemeten dan in 2023 

35 35 36 37

Eindnoten39 Bijlage I: indicatie aantal goederentreinen per dag

41

Bijlage II: treinen per relatie 2023 en 2024

46

Bijlage III: 2024 in historisch perspectief III-A: vervoerd gewicht III-B: goederentreinen op de grenzen vanaf 2015 III-C: bruto tonnage op de grenzen vanaf 2015 III-D: goederentreinen op de Betuweroute (A15-tracé) vanaf 2015 III-E: bruto tonnage op de Betuweroute (A15-tracé) vanaf 2015 III-F: treinkilometers vanaf 2015 III-G: tonkilometers vanaf 2015 III-H: Treinaantallen per lengte- en gewichtsklasse op de grenzen

48 48 49 50 51 53 55 56 57

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

1

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

2

Inleiding

Deze rapportage geeft inzicht in de ontwikkelingen in het spoorgoederenvervoer en -verkeer in Nederland en is gebaseerd op de data die door ProRail worden geregistreerd. De realisatiedata over het jaar 2024 worden vergeleken met dezelfde gegevens over het jaar 2023. Dit betreft een weergave van de feitelijke realisatie, waar mogelijk kort geduid of verklaard, maar zonder uitgebreide analyse. Goederenvervoer is vraag gestuurd. Wat en hoeveel er vervoerd moet worden, bepaalt in grote mate hoeveel goederentreinen (het verkeer) er rijden. De herkomst en bestemming van de goederen bepalen de (gewenste) route en dus hoeveel goederentreinen ergens rijden. Net als voorgaande edities zijn de belangrijkste factoren die van invloed zijn geweest op de realisatie in 2024 genoemd in hoofdstuk 1. Hierdoor wordt niet bij ieder item herhaald wat de oorzaken voor een bepaalde ontwikkeling zijn geweest. De volgorde van de onderwerpen in de volgende hoofdstukken is: van vervoer (tonnage), via verkeer (aantal treinen) naar prestaties (o.a. trein- en tonkilometers). Om de realisatie 2024 in historisch perspectief te zien, zijn in de bijlagen de belangrijkste items in een reeks van de afgelopen 10 jaar geplaatst. In de bijlagen zijn ook detailgegevens m.b.t. de Betuweroute (A15-tracé) opgenomen.

Deze rapportage beschrijft de algemene ontwikkeling van de omvang van het spoorgoederenverkeer en vervoer. Voor specifieke ontwikkelingen rond geluid en vervoer van gevaarlijke stoffen (Basisnet) rapporteert ProRail separaat. Op de website van ProRail is uitgebreide informatie over het vervoer van de gevaarlijke stoffen te lezen: https://www.prorail.nl/veiligheid/ veilig-goederenvervoer/gevaarlijke-stoffen

De oplettende lezer zal een paar kleine wijzigingen opmerken. Na afronding van het rapport over 2023, bleek dat er in de aangeleverde data een paar onvolkomenheden zaten. Deze zijn in dit rapport hersteld. Om een voorbeeld te geven, het totaal aantal goederentreinen op de grens met Duitsland lag in 2023 100 treinen hoger dan gerapporteerd, een afwijking van circa 2 promille.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

3

1 Afname spoorgoederen in 2024

In 2024 werden minder goederen per spoor vervoerd en hierdoor reden minder goederentreinen in Nederland dan een jaar eerder. Dit wordt voor het grootste deel verklaard door de afname van het kolenvervoer. Het vervoer via de grens met Duitsland omvat zowel het vervoer tussen Nederland en Duitsland als het vervoer tussen België en Duitsland dat via Nederland rijdt. Dit laatste vervoer is in tabel 1.1 ook op de grens met België meegeteld en staat dus in feite dubbel in deze tabel. Tabel 1.1: Kerncijfers goederenverkeer en -vervoer in Nederland in 2023 en 2024: aantal goederentreinen en vervoerd gewicht op de grenzen en van/naar de haven van Rotterdam

Aantal goederentreinen Grens Nederland van/naar Duitsland

Vervoerd gewicht (miljoen ton) 2024-2023

2024-2023

2023

2024

absoluut

%

2023

2024

absoluut

%

46.600

43.300

–3.300

–7%

38,8

36,0

–2,8

–7%

Grens Nederland van/naar België

9.500

8.850

–650

–7%

5,5

4,8

–0,7

–12%

Haven Rotterdam

35.400

33.050

–2.350

–7%

28,1

26,7

–1,4

–5%

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

4

1.1

Afname kolenvervoer

Voor het grootste deel wordt de afname van het spoorgoederenvervoer in 2024 verklaard door het wegvallen van circa 3 miljoen ton kolen. Het kolenvervoer per spoor rijdt vooral voor de bevoorrading van kolengestookte elektriciteitscentrales in Duitsland en de staalindustrie in Duitsland. De afname was deels voorzien, omdat het past in het beleid van Duitsland om kolen uit te faseren in de energievoorziening. Kolengestookte centrales moeten volgens de ‘Kohleausstieg’ uiterlijk in 2030 sluiten. Voor toepassingen in de staalindustrie is nog geen einddatum bekend. Door inzet van hernieuwbare bronnen en gas kon de behoefte aan kolen worden afgebouwd. De Russische inval in Oekraïne zorgde indirect voor een opleving van het gebruik van kolen. In 2022 piekte het kolenvervoer per spoor, maar na het eerste kwartaal van 2023 zette de daling weer in. Deze daling zette zich verder voort in 2024, o.a. vanwege de sluiting van een energiecentrale in Zuid Duitsland. Deze werd via Nederland (mede) per spoor bevoorraad. Een andere oorzaak voor de afname van het kolenvervoer per spoor is concurrentie tussen (overslagbedrijven in de) havens in een krimpende markt. Er zijn ladingpakketten voor de staalindustrie verschoven naar Duitse havens, omdat het daar goedkoper overgeslagen kon worden (zie ook paragraaf 1.3).

Grafiek 1.1 laat aan de hand van het aantal beladen kolentreinen per maand goed de afname zien. Rotterdam genereeert een stabiel aantal kolentreinen, maar op een lager niveau dan in 2023. Het kolenvervoer vanuit de haven van Amsterdam is het tweede kwartaal zo goed als stilgevallen. In het najaar reden wel kolentreinen, maar het aantal is fors lager als het wordt vergeleken met januari 2023.

Aantal beladen kolentreinen

Grafiek 1.1: Aantal beladen kolentreinen vanuit Rotterdam en Amsterdam in 2023 en 2024

300

2023 Kolen A'dam 2024 Kolen A'dam

250

2023 Kolen R'dam 2024 Kolen R'dam

200 150 100 50 0 jan

feb

mrt

apr

mei

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

5

1.2

Intermodaal stabiel

Het vervoerd gewicht in het intermodale segment (o.a. containers) bleef stabiel. Dat geldt in grote lijnen ook voor het aantal intermodale treinen, zoals goed zichtbaar is in grafiek 1.2. Dit segment is voor een deel afhankelijk van de wereldhandel, zoals de maritieme containers via de terminals op Maasvlakte. Is er sprake van vrije wereldhandel of worden handelsbelemmeringen (protectionisme) opgeworpen? Zijn er logistieke beperkingen? Bijvoorbeeld het niet beschikbaar zijn van de route door het Suezkanaal of (zoals enkele jaren terug) een tekort aan containers door disbalans in de handelsstromen tussen Azië en Europa. In de andere havens (anders dan de Maasvlakte dus) in zowel Rotterdam als daarbuiten worden vooral ‘continentale’ intermodale eenheden vervoerd. Dat zijn stromen binnen Europa, inclusief short-sea en de ferry verbindingen naar het Verenigd Koninkrijk. Niet alleen de hoeveelheid containers die in een haven worden overgeslagen is een factor. Ook de beschikbaarheid, prijs en capaciteit van de vervoerswijzen naar het achterland speelt een belangrijke rol voor de omvang van het intermodale vervoer per spoor. Over deze drie factoren was veel discussie. Zie hiervoor ook paragraaf 1.3. Er zijn in 2024 verbindingen gestaakt. Deels omdat een ladingpakket naar een andere haven (bijvoorbeeld Antwerpen of Hamburg) is verschoven.

Verder zijn vooral verbindingen met een lage frequentie en/of op (relatief)korte afstand, zoals binnenlands naar Acht of naar het Ruhrgebied gestaakt. Bij dit soort diensten wegen gestegen opsteltarieven verhoudingsgewijs zwaar. Ook is het lastig de gestegen kosten door te berekenen aan de klant. Dit vanwege concurrentie van andere vervoerswijzen. Dat het intermodale segment toch stabiel is, komt door de start van diverse nieuwe verbindingen en frequentieverhogingen van bestaande. Enkele voorbeelden zijn de nieuwe shuttle tussen Rotterdam en Polen en de herstart van de diensten tussen Tilburg en Polen. Ook de inzet van langere treinen (zie bijlage III H), waardoor per trein meer lading kan worden meegenomen droeg bij aan het stabiel houden van het vervoerd gewicht.

Aantal intermondale shuttles

Grafiek 1.2: Aantal intermodale shuttles in 2023 en 2024 2.500

2023 internationaal 2024 internationaal

2.000

2023 nationaal 2024 nationaal

1.500

2023 transit 2024 transit

1.000

500

0 jan

feb

mrt

apr

mei

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

6

Na het vervallen van de verbinding tussen Rotterdam en Acht, resteren nog de binnenlandse verbindingen tussen Rotterdam en Venlo (meerdere terminals, meerdere treinen per dag) en Tilburg. Wel is de frequentie van en naar Venlo wat teruggelopen. Deels vanwege lading die niet meer in Rotterdam aankomt. Het aantal shuttles tussen België en Duitsland, via Nederland bleef vrij constant. Alleen deed zich in 2024 niet zo’n duidelijk piek voor als in maart 2023 (zichtbaar in grafiek 1.2), waardoor het totaal aantal intermodale transittreinen circa 150 lager uitkwam.

1.3

Beschikbaarheid, prijs en capaciteit

Om een betrouwbaar spoorproduct in de markt aan te kunnen bieden zijn beschikbaarheid, prijs en capaciteit belangrijke factoren. 2024 kende uitdagingen op al deze aspecten. 1.3.1 Beschikbaarheid en capaciteit Het spoorgoederenvervoer heeft, net als het reizigersverkeer, last van verstoringen in de treindienst. Gepland (werkzaamheden) en ongepland door bijvoorbeeld een storing of ongeval. Van de geplande verstoringen hebben werkzaamheden op de drukste routes van/naar Duitsland de grootste impact. Net als voorgaande jaren werd gewerkt aan alle drie de grote routes. In november 2024 is de ’80-weekse buitendienststelling’ begonnen. Een periode van 80 weken waarin door DB InfraGO onafgebroken gewerkt wordt aan enkele projecten voor de aanleg van het derde spoor tussen Zevenaar en Oberhausen. Een voorbeeld van zo'n project is de bouw van een tweetal nieuwe spoorbruggen bij Wesel1. Dit zorgt voor capaciteits­­ beperkingen. Het aantal dagen in 2024 dat er sprake was van omleidingen, was met 108 dagen lager dan in 2023. Op ruim 75 dagen was sprake van een volledige versperring, vooral in mei/juni (31 dagen aaneengesloten) en november (21 dagen aaneengesloten). Ter vergelijking, in 2023 was op circa 70 dagen geen treinverkeer mogelijk via Zevenaar – Oberhausen, met minder aaneengesloten periodes.

Het grootste deel van het goederenverkeer dat tijdens deze werkzaamheden omgeleid moest worden, reed via de Brabantroute en Venlo grens. Ook de routes naar Oldenzaal grens verwerkten in deze periodes meer goederentreinen.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

7

Op de Brabantroute is ook gewerkt in 2024. In maart werd er 2 weken aaneengesloten gewerkt aan het spoor tussen Eindhoven en Venlo. Vervolgens werd in april 2 weken aan­eengesloten gewerkt op en rondom Venlo, dit werd in oktober ook een week gedaan. Dit gebeurde niet tijdens periode van werkzaamheden 3e spoor Zevenaar – Oberhausen. Verder werd er nog 2 weken in mei gewerkt aan Breda – Tilburg – Boxtel. De meeste treinen via Venlo grens werden omgeleid via Zevenaar grens. Treinen van/naar Chemelot maakten (ook) gebruik van de grensovergang Heerlen – Herzogenrath. Hierdoor werden minder kilometers in Nederland gereden Tenslotte werd gewerkt op de Bentheimroute. Voor 34 aaneengesloten dagen was Amersfoort het toneel van werkzaamheden. Daarnaast was er een week geen verkeer mogelijk tussen Hengelo en Almelo. Goederentreinen werden vooral omgeleid via de Betuweroute en Zevenaar grens. Daardoor werden minder kilometers in Nederland gereden.

1.3.2 Prijs De afgelopen jaren was veel discussie over de gebruiksvergoeding die ProRail aan gebruikers van het spoor in rekening brengt. Per 2023 heeft ProRail de methodiek voor de gebruiks­ vergoeding gewijzigd, waarbij het rijden van treinen goedkoper is geworden, maar de prijs voor het gebruik van emplacementen (opstellen en rangeren) is gestegen. Voor een aantal partijen in het goederenvervoer heeft dit een kostenverhogend effect gehad. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft voor goederenpartijen een subsidie­ regeling ontwikkeld, waarmee dit kostenverhogende effect deels is gecompenseerd. De regeling 'stimulering goederenvervoer per spoor' liep tot 2023. Voor de jaren 2023-2025 is de subsidieregeling ‘opstellen en rangeren spoorgoederenvervoer’ van kracht. Marges in de transportsector zijn doorgaans krap, de concurrentie hevig. Een kostenverhoging kan niet altijd bij een klant in rekening gebracht worden, met een omgekeerde modal shift als gevolg. Lading werd van de trein naar het wegtransport overgeheveld. Dit lijkt vooral te spelen in het intermodale segment op kortere afstanden. Waar in het verleden meerdere lege wagensets op reserve of voor vervoer op de spotmarkt in of bij de Rotterdamse haven stonden opgesteld, staan deze nu ergens anders. Hierdoor moeten deze wagens eerst naar Rotterdam gebracht worden.

Dan is vervoer via een buitenlandse haven of met een andere modaliteit goedkoper. Dit speelt niet alleen in het intermodale segment, maar ook bij (natte) bulkgoederen. Los van de gewijzigde gebruiksvergoeding zorgen gestegen energieprijzen en personeelskosten ervoor dat de concurrentiepositie van Nederland onder druk staat. Overigens geldt dit voor meerdere landen in Europa, ook in bijvoorbeeld Duitsland staat de industrie onder druk.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

8

2 Minder kolen, Duitsland blijft grootste bestemming Het totaal vervoerd gewicht2 van het goederenvervoer per spoor van, naar, binnen en door Nederland was in 2024 39,7 miljoen ton. Dit is een afname van bijna drie miljoen ton (–7%) t.o.v. 2023. Daarmee kwam het totaal vervoerd gewicht voor het eerst sinds tien jaar onder de 40 miljoen ton.

2.1

Kolen grootste daler, overige segmenten stabiel

Zoals in figuur 2.1 te zien is, zorgt de afname van het vervoer van kolen vrijwel geheel voor het verschil tussen 2024 en 2023. Het vervoer van kolen nam af van bijna acht miljoen ton tot bijna vijf miljoen ton (–37%). De achterliggende oorzaken zijn in het vorige hoofdstuk genoemd. Het vervoer van natte bulkgoederen nam met 0,4 miljoen ton af (–5%). Het vervoer van droge bulk nam toe met 0,3 miljoen ton (+26%). Bij de segmenten intermodaal (containers en ‘trailers on train’), ertsen, stukgoederen en staal bleef het verschil t.o.v. het voorgaande jaar beperkt tot maximaal 100 duizend ton. Een aanvullende mogelijke verklaring voor het stabiel blijven van diverse segmenten is de haperende Duitse economie. Deze kromp volgens het Statistisches Bundesamt in 2023 en 2024 met 0,1 respectievelijk 0,2%.

Vervoerd gewicht per segment (miljoen ton)

Grafiek 2.1: Waterval ontwikkeling vervoerd gewicht per segment van 2023 naar 2024 50

Toename

45

42,7

0,3

0,1

Afname

0,0

Totaal

39,7

40

–3,0

–0,4

–0,1

35 30 25 20 15 10 5

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

24

l

20

aa To

ta

al

St

go ed uk St

Na

tte

bu

lk

n Ko le

Er ts en

bu lk e og Dr

od rm In te

To

ta

al

20

aa

l

23

0

9

In figuur 2.2 is voor zowel 2024 als 2023 de samenstelling van het ladingpakket in een staafdiagram weergegeven. Per segment wordt het vervoerd gewicht getoond, optellend tot de totalen zoals in figuur 2.1 staan. Ook hier valt op dat het vervoer van kolen is afgenomen, in 2024 tot een totaal van bijna vijf miljoen ton. Het aandeel kolen in het totaal vervoerd gewicht was 12%. Dat was in 2023, met bijna 8 miljoen ton, nog 18%. Het grootste segment is ‘intermodaal’, stabiel met bijna 18 miljoen ton. Dit zijn alle containers, wissellaadbakken en trailers die per spoor vervoerd zijn. De inhoud van deze intermodale eenheden is niet uit de ProRail data te halen. Behalve als het om gevaarlijke stoffen gaat: die zijn wel bekend. Ook op enkele specifieke relaties is de inhoud van intermodale eenheden wel bekend. Als de inhoud bekend is, is deze toegewezen aan het segment, bijvoorbeeld natte bulk of stukgoed. Ondanks de daling van 0,4 miljoen ton, is natte bulk met 6,6 miljoen ton het op een na grootste segment. Natte bulk bestaat uit zowel chemische producten (veelvoorkomend is bijvoorbeeld ethanol) als plantaardige olie (bijvoorbeeld zonnebloemolie). Het wordt zowel in ketelwagens (circa 70%) als tankcontainers vervoerd. Kolen en ertsen vormen met bijna vijf miljoen ton elk een andere grote groep. Bij ertsen gaat het vooral, maar niet uitsluitend, om ijzererts.

De segmenten droge bulk (o.a. graan), stukgoed (o.a. auto’s, papier en witgoed) en staal (o.a. rollen staal en buizen) vormen qua vervoerd gewicht kleinere groepen.

Vervoerd gewicht per segment (miljoen ton)

Grafiek 2.2: Vervoerd gewicht per segment in 2023 en 2024 45

Staal

40

2,4 1,5

35

7,0

Stukgoed 2,4 1,4

Natte bulk

6,6

Ertsen

Kolen

Droge bulk

30 7,9 25 20

Intermodaal

4,9

4,9

4,9

1,2

1,5

17,8

17,9

2023

2024

15 10 5 0

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

10

Steeds meer vervoer vindt plaats in intermodale laadeenheden. Stukgoederen en natte bulk worden al jaren vervoerd in containers, maar de laatste jaren worden ook andere segmenten, zoals droge bulk, erin vervoerd. Meer dan de helft van de goederen die per spoor vervoerd zijn, werd in een container, wissellaadbak of trailer vervoerd. In 2024 in totaal bijna 21 miljoen ton, 0,4 miljoen ton meer dan in 2023. Lege containers tellen overigens mee in het vervoerde gewicht, dit wordt namelijk als lading gezien. Ook in figuur 2.3 is de daling van het kolenvervoer zichtbaar. Kolen worden (meestal) vervoerd in conventionele goederenwagens. De afname van het kolenvervoer telt hier dus direct mee. De afname van het gewicht in conventionele wagens is met 3,4 miljoen ton overigens nog wat groter dan de afname in het segment kolen alleen.

Vervoerd gewicht per laadeenheid (miljoen ton)

Grafiek 2.3: Vervoerd gewicht per laadeenheid 45

Conventioneel Intermodaal

40 35 30

22,3

18,9

25 20 15 10

20,4

20,9

2023

2024

5 0

2.2

Duitsland blijft met afstand grootste bestemming

Meer dan de helft van vervoerd gewicht van of naar Nederland heeft een bestemming of herkomst in Duitsland. Zo heeft vrijwel al het kolen- en ertsvervoer een bestemming in Duitsland. De totale omvang van het vervoer tussen Nederland en Duitsland was bijna 21 miljoen ton. Dit is ruim 3 miljoen ton minder dan in 2023. De top vijf van landen bestond in 2024 verder uit Italië (circa 6 miljoen ton, –3%), Oostenrijk (circa 2 miljoen ton, +25%), Polen (circa 2 miljoen ton, +39%) en Tsjechië (ruim anderhalf miljoen ton, +5%). De top drie is daarmee qua landen ongewijzigd. Polen is van de 6e naar de 4e plaats in deze ranglijst geklommen. Tsjechië daalde van 4 naar plek 5. België staat, ondanks het vervoerd gewicht dat vrijwel gelijk bleef niet meer in de top vijf.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

11

In figuur 2.4 is de richting3 van het vervoer weergegeven. Hierin is ook het binnenlandse en transitvervoer opgenomen. Verder is onderscheid gemaakt in het Ruhrgebied (DE_Ruhr), Zuid Duitsland (DE_Zuid) en Noord/Oost Duitsland (DE_Noord/Oost). Bij het vervoer naar Zuid Duitsland (en verder) is de vervoersomvang naar o.a. Italië en Oostenrijk geteld. Duitsland Noord/Oost omvat alle vervoer naar Noord/Oost Europa, dus inclusief o.a. Polen en Tsjechië. In zuidelijke richting (NL – BE) geldt dit voor alle vervoer naar o.a. België en Frankrijk. In figuur 2.4 valt direct op dat het grootste deel van het vervoer een herkomst of bestemming in het stroomgebied van de Rijn heeft. Het Ruhrgebied en Zuid Duitsland zijn samen goed voor tweederde deel van het vervoerd gewicht. Als het transitvervoer er nog bijgeteld wordt, dan is dit 75%. Dit is het klassieke achterland van de Nederlandse (en Vlaamse) havens. De grootste toename is te zien op de relaties met Noord/Oost Europa. Het aandeel van het vervoer op deze relaties is toegenomen tot 15%. Het binnenlandse vervoer en het vervoer in zuidelijke richting is met 6% respectievelijk 4% bescheidener qua omvang.

Vervoerd gewicht per segment (miljoen ton)

Grafiek 2.4: Vervoerd gewicht naar richting 45

BE van/naar DE Noord/Oost

40

0,6 1,4 1,8 1,7

35

5,1

BE van/naar DE Zuid 0,6 1,2 1,5 1,6

BE van/naar DE Ruhr NL van/naar BE NL van/naar DE Noord/Oost

5,7

NL van/naar DE Zuid

30

NL van/naar DE Ruhr 25

Binnenlands

17,9 17,6

20 15 10 12,1 5 0

9,4

2,2

2,2

2023

2024

ProRail meet met het Quo Vadis systeem de bruto treingewichten. Ook herkent Quo Vadis het type locomotief en (deels) wagontypes. De wagontypes zijn ook bekend uit de wagenlijsten die vervoerders vooraf inleveren. Omdat van oudsher ieder segment een eigen wagentype heeft, is daaruit het segment af te leiden. Het vervoerd gewicht is bepaald door het gewicht van locomotief en de wagons af te trekken van het gemeten brutogewicht. Het CBS publiceert ook het vervoerd gewicht van het spoorgoederenvervoer. Hoewel de definitie van vervoerd gewicht gelijk is, is het door gebruik van andere bronnen en een andere verwerking van de data mogelijk dat er verschil ontstaat tussen CBS en ProRail.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

12

3 Landelijk overzicht gebruik spoorwegnet 3.1

Aantal treinen per jaar per baanvak

In de figuren 3.1 en 3.2 is het aantal goederentreinen per baanvak in 2023 en 2024 weer­ gegeven. Ter toelichting: – Het geeft alle goederentreinen van alle vervoerders weer: dit is exclusief losse locomotieven, maar wel inclusief goederentreinen van infravervoerders; – Het betreft het jaartotaal voor beide richtingen samen (al bij elkaar opgeteld), afgerond op 50-tallen. In Bijlage I is indicatief een aantal kaarten opgenomen met het aantal goederentreinen op een drukke werkdag. Dit zowel voor een ‘normale’ situatie als voor een situatie tijdens omleidingen vanwege werk aan het 3e spoor Zevenaar – Oberhausen. In hoofdstuk 4 worden de belangrijkste ontwikkelingen in het aantal goederentreinen per grensovergang en voor verschillende regio’s beschreven. Hier wordt volstaan met de opvallendste constateringen op de drukste goederenroutes, waarbij voor de oorzaken wordt verwezen naar hoofdstuk 1. Met de Rotterdamse haven als grootste generator van spoorgoederenvervoer en Duitsland (en verder) als grootste achterland, zijn de achterlandverbindingen naar de Nederlands – Duitse grens het drukst. De Betuweroute (A15-tracé) en de Brabantroute steken duidelijk af als drukke routes. Naar de derde grote grensovergang met Duitsland, Oldenzaal, worden drie verschillende routes gebruikt.

Vanuit Rotterdam via Gouda en Weesp en de IJssellijn (Arnhem – Deventer), voor het transitverkeer wordt ook de route via Utrecht – Amersfoort gebruikt. Door de werkzaamheden bij Amersfoort was er een verschuiving naar de IJssellijn. Een andere opvallende ontwikkeling is de verschuiving van verkeer Beverwijk – Haarlem – Amsterdam naar Beverwijk – Uitgeest – Amsterdam. Dit is meer dan verdubbeld in 2024 ten opzichte van 2023. Deze verschuiving vond plaats vanwege de werkzaamheden op en rondom Amsterdam Centraal waardoor er niet kopgemaakt kon worden. Een deel van de treinen tussen Beverwijk en de Amsterdamse haven wisselde op Amsterdam Centraal van rijrichting.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

13

Figuur 3.1: Aantal goederentreinen in 2023

Goederentreinen 2023

(jaartotaal; beide richtingen samen; afgerond op 50-tallen) ProRail, januari 2025

Rd

0 – 500 goederentreinen 501 – 1.250 goederentreinen

Dz

Swd

350

1.251 – 2.500 goederentreinen

Gn

2.501 – 5.000 goederentreinen 5.001 – 10.000 goederentreinen

Nsch

150 Zb

Lw

On

Hlg

Vdm

10.001 – 20.000 goederentreinen 20.001 en meer goederentreinen Zd Hrp

1350

100

Ass

2050

Kpn

Hvs

Utg

1450 Zvt

1100

400

Shl

Asd

2750 Hvs

3550 35400

4900

17950

850

7250

21750

Tb

19950

Br

Ehv

18200

18500

Wt

1650

300

Rm

3750

1500

Std

Havenspoorlijn

4000

Rtd

Meteren

4400

Hrl

Gdm

1350 Mt

Erp

Rtl

22900

2900

2250 28400

Bot

Vl

2200

1650

Tnz

19600

200

2100

6650

Sloe

21150

O

Btl Bd

Bgn

Nm

Ht

3650

2050

Zv

22450 Tl

Ww

2550 Ah

Rhn

Brmet

Ddr

Rsd

Ed

Gdm

18950

Kfh

350

4400

Gd

Rtd

Whz

Amf

Ut

Zlw

Mvt

Es

200

Zp

3900

1500

Wd

3300 400

Svg

Hgl

5250

Gv

2350

Odz

Apd Wp

Gvc

Ps

Aml

6550

6500

Dv

Alm

Dvd

Apn

Bot

Wdn

450

100

Ledn

Erp

Mrb

Zl

Zd

Hlm

19600

300

Lls

250

Mvt

600

Amr

5250

Bkl

Mp

Ekz

Hn

2750

Dvd

Shl

Co

Alm

750 Wp

Asd

3150

Vs

Emn

Stv

Hdr

Awhv

Hlm

1100

500

Amsterdam

250

31150 Ps

35400 Whz

35700

Ah

20450

BRCup

Zvbtwa

22450

2000

Brda

Kfh

2900

1950

950

BRCup

18950

Elst

Krd

22450

Kfhz Brdv

33150

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

1500

450

Ht

4900

Nm

14

1000

Figuur 3.2: Aantal goederentreinen in 2024

Goederentreinen 2024

(jaartotaal; beide richtingen samen; afgerond op 50-tallen) ProRail, januari 2025

Rd

0 – 500 goederentreinen 501 – 1.250 goederentreinen

Dz

Swd

350

1.251 – 2.500 goederentreinen

Gn

2.501 – 5.000 goederentreinen 5.001 – 10.000 goederentreinen

Nsch

200 Zb

Lw

On

Hlg

Vdm

10.001 – 20.000 goederentreinen 20.001 en meer goederentreinen Zd Hrp

1100

50

Ass

1700

Hvs

Kpn Utg

1250 Zvt

900

200

Shl

Asd

Dvd

2150 Hvs

3500 33050

5100

14750

800

6500

18300

Tb

17000

Br

Ehv

15300

15850

Wt

1850

350

Rm

3750

1700

Std

Havenspoorlijn

3750

Rtd

Meteren

4050

Hrl

Gdm

1200 Mt

Erp

21000

2600 25250

Bot

Vl

2000

1850

Tnz

17250

200

2200

5950

Sloe

20450

O

Btl Bd

Bgn

Nm

Ht

3700

2000

Zv

22000 Tl

Ww

2700 Ah

Rhn

Brmet

Ddr

Rsd

Ed

Gdm

18950

Kfh

200

4000

Gd

Rtd

Whz

Amf

Ut

Zlw

Mvt

Es

150

Zp

3450

1450

Wd

3350 200

Svg

Hgl

4200

Gv

2500

Odz

Apd

Apn

Ps

Aml

6450

6350

Dv

Alm Wp

Gvc

Bot

Wdn

350

50

Ledn

Erp

Mrb

Zl

Zd

Hlm

17250

250

Lls

550

Mvt

600

Amr

4200

Bkl

Mp

Ekz

Hn

2200

Dvd

Shl

Co

Alm

550 Wp

Asd

2500

Vs

Emn

Stv

Hdr

Awhv

Hlm

900

500

Amsterdam

550

27600 Ps

Rtl

33050 Whz

1050

32550

Ah

19900

BRCup

Zvbtwa

22000

2100

Brda

Kfh

3050

2050

800

BRCup

18950

Elst

Krd

22000

Kfhz Brdv

30450

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

3000

550

Ht

5100

Nm

15

1000

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

16

3.2

Treinen per relatie

In de figuren 3.3 en 3.4 is het aantal goederentreinen per relatie in 2023 en 2024 weergegeven. Ter toelichting: – Het geeft alle goederentreinen van alle vervoerders weer; dit is exclusief losse locomotieven, maar wel inclusief goederentreinen van infravervoerders; – Alleen de goederentreinen per relatie voor relaties met meer dan 500 goederentreinen per jaar (som beide richtingen) zijn opgenomen; – De omvang van relaties is weergegeven in vijf klassen; – Het gaat er in deze kaarten om de belangrijkste relaties weer te geven. Indien treinen op een bepaalde relatie gebruik maken van meer dan één route, is de meest gebruikte route weergegeven. Als voorbeeld: treinen Bentheim – Essen rijden om verschillende redenen via verschillende routes: o.a. via Deventer – Amersfoort – Weesp – Gouda – Rotterdam – Roosendaal, via Deventer – Amersfoort – Utrecht – ’s-Hertogenbosch – Breda – Roosendaal en via Deventer – Arnhem – Nijmegen – ‘s-Hertogenbosch – Breda – Roosendaal. Door omleidingen vanwege werkzaamheden aan het 3e spoor en afname van verkeer van/ naar Amsterdam, is de relatie Amsterdam – Venlo grens vervallen. Daarnaast is de relatie Amersfoort – Oldenzaal grens vervallen. Deze kwam in 2023 boven de 500 treinen uit, maar door de werkzaamheden in Amersfoort is deze stroom dit jaar weer vervallen. Als laatste is de transit relatie Roosendaal grens – Oldenzaal grens afgenomen.

Ook dit is het gevolg van de werkzaamheden bij Amersfoort, omdat de meest gebruikte route tussen Roosendaal en Oldenzaal via Amersfoort gaat.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

17

Figuur 3.3: Aantal goederentreinen per relatie in 2023

Goederentreinen 2023: grootste relaties (alleen relaties >500 treinen/jaar in beide richtingen samen) ProRail, januari 2024

Rd

501 – 1.250 goederentreinen

Dz

Swd

1.251 – 2.500 goederentreinen

Gn

2.501 – 5.000 goederentreinen 5.001 – 10.000 goederentreinen

On

Hlg

10.001 en meer goederentreinen

Nsch Zb

Lw

Vdm

Emn

Stv

Hdr

Co Mp

Ekz

Hn Amr

Kpn Utg

Mrb

Zl

Lls Wdn Zd

Hlm

Asd

Zvt

Dv

Alm

Aml

Hgl

Apd Wp

Shl

Zp

Hvs

Dvd

Ledn

Amf

Apn

Ww

Wd

Gvc

Ed Ut

Gv

Rhn

Gd

Hld

Mvt

Erp Ps

Whz

Nm Tl

Brmet

Kfh

Zv

Gdm

Rtd Bot

Ah

O

Ddr Ht

Zlw

Btl Rsd

Bd

Tb

Bgn Vs

Sloe

Br

Ehv Vl

Wt Rm

Tnz Svg

Std

Binnenlandse goederentrein

Hrl

Transit goederentrein Goederentreinen van/naar Rotterdam/Kijfhoek

Mt

Krd

Goederentreinen van/naar Amsterdam/Beverwijk Goederentreinen van/naar Sloehaven/Zeeuws Vlaanderen Goederentreinen van/naar Sittard Overige goederentreinen

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

18

Lg

Odz

Es

Figuur 3.4: Aantal goederentreinen per relatie in 2024

Goederentreinen 2024: grootste relaties (alleen relaties >500 treinen/jaar in beide richtingen samen) ProRail, januari 2025

Rd

501 – 1.250 goederentreinen

Dz

Swd

1.251 – 2.500 goederentreinen

Gn

2.501 – 5.000 goederentreinen 5.001 – 10.000 goederentreinen

On

Hlg

10.001 en meer goederentreinen

Nsch Zb

Lw

Vdm

Emn

Stv

Hdr

Co Mp

Ekz

Hn Amr

Kpn Utg

Mrb

Zl

Lls Wdn Zd

Hlm

Asd

Zvt

Dv

Alm

Aml

Hgl

Apd Wp

Shl

Zp

Hvs

Dvd

Ledn

Amf

Apn

Ww

Wd

Gvc

Ed Ut

Gv

Rhn

Gd

Hld

Mvt

Erp Ps

Whz

Nm Tl

Brmet

Kfh

Zv

Gdm

Rtd Bot

Ah

O

Ddr Ht

Zlw

Btl Rsd

Bd

Tb

Bgn Vs

Sloe

Br

Ehv Vl

Wt Rm

Tnz Svg

Std

Binnenlandse goederentrein

Hrl

Transit goederentrein Goederentreinen van/naar Rotterdam/Kijfhoek

Mt

Krd

Goederentreinen van/naar Amsterdam/Beverwijk Goederentreinen van/naar Sloehaven/Zeeuws Vlaanderen Goederentreinen van/naar Sittard Overige goederentreinen

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

19

Lg

Odz

Es

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

20

3.3

Bruto tonnage per baanvak

In de figuren 3.5 en 3.6 is het bruto tonnage4 door goederentreinen per baanvak in 2023 en 2024 weergegeven. Ter toelichting: – Het geeft alle goederentreinen van alle vervoerders weer dit is exclusief losse locomotieven, maar wel inclusief goederentreinen van infravervoerders; – Tonnages zijn gegeven voor beide richtingen samen (reeds bij elkaar opgeteld), afgerond op 50.000 ton; – Tonnages zijn gemeten met Quo Vadis5. In hoofdstuk 4 worden de belangrijkste ontwikkelingen in het bruto tonnage per grens­ overgang en voor verschillende regio’s beschreven. Hier wordt volstaan met de opvallendste constateringen op de drukste goederenroutes, waarbij voor de oorzaken wordt verwezen naar hoofdstuk 1. De ontwikkelingen van de treinaantallen per baanvak vertalen zich ook naar het bruto tonnage. Omdat niet alleen de meeste, maar ook de zwaarste treinen op de Betuweroute en via de Brabantroute rijden, zijn de bruto tonnages op deze verbindingen het grootst. De zwaarste treinen zijn de beladen erts- (tot 5.400 per trein per trein) en kolentreinen (tot 4.000 ton per trein).

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

21

Figuur 3.5: Tonnage (bruto) per baanvak in 2023

Tonnage (bruto) per baanvak 2023

(jaartotaal; beide richtingen samen; in miljoenen, afgerond op 0.05 miljoen ton) ProRail, januari 2025

Rd

0 – 0.50 miljoen ton

Dz

Swd

0.51 – 1.00 miljoen ton

0.15

1.01 – 2.00 miljoen ton 2.01 – 5.00 miljoen ton 5.01 – 10.00 miljoen ton

Gn

Nsch

0.20 Zb

Lw

On

Hlg

Vdm

10.01 – 20.00 miljoen ton 20.01 – 99.00 miljoen ton Zd Hrp

1.95

0.05

Ass

Asd

0.40

Amr

2.60

Kpn

Hvs

Utg

Bkl

2.30

Wdn

0.05

Zd Asd

1.70

0.60

Shl

Dvd

0.65

Ps

Amf

Whz

0.55

6.45

6.40

Ddr

36.30

0.10

Ht

4.55

3.00 Btl

Bd

9.55

Bgn

Nm

O

1.15

24.90

2.05

Zv

37.95 Tl

Brmet

Ww

Ah

Rhn

32.65

Kfh

Ed

Gdm

Rtd

Rsd

31.45

Tb

29.60

2.80

Br

Ehv

27.55

Vl

2.30

2.00

8.50

28.40

Wt

Tnz

2.00

0.60

Rm

4.20

1.60

Std

Havenspoorlijn

Rtd

Meteren

6.45

4.85

Hrl 0.55

Gdm

Rtl

37.70 44.15

47.30 Ps

54.45 Whz

3.75

2.65

2.70

Kfhz Brdv

51.80

Elst

1.55 Mt

Erp

Bot

Es

0.10

3.30

Ut

Zlw

31.40

Hgl

Zp

4.90

1.60

Gd

4.20

54.30 Bot

3.65 Hvs

Wd

4.15

Gv

Erp

Odz

8.35

7.60

Apn

31.30

Aml

8.35

Dv

Alm Wp

Gvc

Mvt

0.45 Apd

Ledn

Mvt

Mrb

Zl

Lls

Hlm

Svg

0.20

0.3

Zvt

Sloe

Mp

Ekz

Hn

3.70

Dvd

7.60

Co

Alm

1.10 Wp

5.00

Vs

Emn

Stv

Hdr

Awhv

Hlm

1.70

0.35

Amsterdam

0.30

37.95

Ah

Krd

2.60

1.35

35.25

BRCup

BRCup

32.65

3.90

Zvbtwa

37.95

2.65

Brda

54.60 Kfh

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

Ht

6.40

Nm

22

1.30

Figuur 3.6: Tonnage (bruto) per baanvak in 2024

Tonnage (bruto) per baanvak 2024

(jaartotaal; beide richtingen samen; in miljoenen, afgerond op 0.05 miljoen ton) ProRail, januari 2025

Rd

0 – 0.50 miljoen ton

Dz

Swd

0.51 – 1.00 miljoen ton

0.20

1.01 – 2.00 miljoen ton 2.01 – 5.00 miljoen ton

Nsch

0.20 Zb

Lw

5.01 – 10.00 miljoen ton

Gn On

Hlg

Vdm

10.01 – 20.00 miljoen ton 20.01 – 99.00 miljoen ton Zd Hrp

1.45

0.05

Ass

Asd

Wp

0.40

Amr

2.35

Kpn

Hvs

Utg

Bkl

Wdn

0.05

Zd Asd

1.60

0.30

Dvd

0.30

Ps

Amf

32.50

Whz

6.75

Ddr

Kfh

34.70

0.15

Ht

4.75

3.10 Btl

Bd

8.70

Bgn

Nm

O

1.10

20.35

2.1

Zv

36.85 Tl

Brmet

Ww

Ah

Rhn

5.75 Gdm

Rtd

Rsd

26.45

Tb

25.10

3.00

Br

Ehv

23.15

Vl

2.10

2.20

7.65

24.35

Wt

Tnz

2.20

0.60

Rm

4.20

1.60

Std

Havenspoorlijn

Rtd

Meteren

5.75

4.85

Hrl 0.50

Gdm

Rtl

33.20 39.80

42.75 Ps

51.25 Whz

4.00

3.2

1.75

Kfhz Brdv

48.05

Elst

1.45 Mt

Erp

Bot

Es

0.10

3.70 Ed

0.25

Ut

Zlw

27.70

Hgl

Zp

4.40

1.65

Gd

4.55

51.25 Bot

3.10 Hvs

Wd

4.5

Gv

Erp

Odz

8.35

7.60

Gvc

27.70

Aml

8.30

Dv

Alm Wp

Shl

Apn

Mvt

0.35 Apd

Ledn

Mvt

Mrb

Zl

Lls

2.15 Zvt

Svg

0.20

0.75 Hlm

Sloe

Mp

Ekz

Hn

3.15

Dvd

6.25

Co

Alm

0.8

3.9

Vs

Emn

Stv

Hdr

Awhv

Hlm

1.60

0.35

Amsterdam

0.30

36.85

Ah

Krd

2.90

1.20

34.70

BRCup

BRCup

32.5

4.25

Zvbtwa

36.85

2.75

Brda

50.45 Kfh

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

Ht

6.75

Nm

23

1.35

4 Grenzen, havens en industriële/ logistieke clusters 4.1

Afname op grenstotalen

De vervoersvraag op de grenzen nam af. De totale vervoersomvang tussen Nederland en Duitsland daalde van ruim 35 miljoen tot 32,7 miljoen ton (–7%). Tussen Nederland en België nam het vervoerd gewicht af met 10% tot 1,6 miljoen ton. Het vervoerd gewicht in transittreinen nam met 13% af tot 3,3 miljoen ton. Op de grens Nederland – België is het transitvervoer dus omvangrijker dan het bilaterale vervoer tussen Nederland en België. Het transitvervoer is vervoer tussen de Vlaamse havens en het Duitse achterland. Het achterland dat bediend wordt via Nederlandse en Vlaamse havens is voor een groot deel gelijk. De verminderde vervoersvraag vertaalt zich in een lager aantal goederentreinen op de grenzen. Het aantal internationale goederentreinen6 is in 2024 met 4.000 afgenomen t.o.v. 2023 tot 52.100 (–7%): – Op de grensovergangen tussen Nederland en Duitsland nam het aantal treinen af met 3.350 (–7%), tot circa 43.300 goederentreinen. Daarmee passeert 83% van het internationale goederentreinverkeer een van de grensovergangen met Duitsland. – Op de grensovergangen tussen Nederland en België nam het aantal treinen af met 650 (–7%), tot circa 8.500 goederentreinen.

Grafiek 4.1: Aandeel internationaal goederenverkeer per landsgrens Grens NL – DE

17%

Grens NL – BE

17%

56.100

52.100

83%

2023

83%

2024

Het totale (bruto) tonnage door goederentreinen op de grenzen nam in 2024 af met 6,6 miljoen ton tot 79,0 miljoen ton (–8%). Net als bij de ontwikkeling in het aantal goederentreinen, was de afname op de grens met Duitsland groter dan op de grens met België: – Op de grensovergangen tussen Nederland en Duitsland nam het (bruto) tonnage af met 5,7 miljoen ton tot 67,9 miljoen ton (–8%). Het aandeel in het internationale bruto tonnage op deze grenzen bleef gelijk in 2024 met 86%. – Op de grensovergangen tussen Nederland en België een afname van 0,9 miljoen ton (–8%), waarmee het (bruto) tonnage op deze as op 11,1 miljoen ton uitkomt.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

24

In grafiek 4.2 is het aantal goederentreinen per grensovergang weergegeven. Hieruit blijkt de dominante positie die grens met Duitsland inneemt. De grensovergangen met de meeste goederentreinpassages zijn Zevenaar en Venlo. In de grafiek is de grensovergang Nieuweschans – Leer opgenomen, hoewel hier sinds 2015 geen treinen rijden. De spoorbrug bij Weener op deze lijn is in 2015 onherstelbaar beschadigd. De nieuwe brug wordt op dit moment gebouwd. Als deze gereed is, is ook goederenverkeer via deze grensovergang weer mogelijk. Grens­overgangen zonder goederenverkeer (Enschede – Gronau en de HSL bij Breda) zijn niet in de grafiek opgenomen. Ook de grensovergang bij Coevorden ontbreekt. De reden hier is dat deze niet in beheer is bij ProRail.

Aantal goederentreinen

Grafiek 4.2: Ontwikkeling aantal goederentreinen per grensovergang 25.000

2023 2024

20.000

15.000

10.000

5.000

lza

al

t–

–

Ze

Es

er Ne

G an sv Sa

Ro

os

en

en

da

l– de

te

n se

lt pe

sé – Ei

jsd

en Bu

– de Ha

an

ra

o nl Ve

Vi

ra en og rz He

ld Ka –

ar na ve Ze

th

n rc ki en

Em –

– al za en ld O

he

ich m

nt Be

s– an ch es w eu Ni

er

he

Le

er

im

0

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

25

4.1.1 Grens Nederland – Duitsland: afname De totale omvang van het goederenvervoer en -verkeer op de Nederlands-Duitse grens is afgenomen, maar niet overal even sterk. Het aantal goederentreinen via de grensovergang Haanrade – Herzogenrath nam toe. In tabel 4.1 is de ontwikkelingen op de voor goederenverkeer gebruikte grensovergangen tussen Nederland en Duitsland in 2023 en 2024 weergegeven. De belangrijkste oorzaken voor de wijzigingen zijn beschreven in hoofdstuk 1.

Tabel 4.1: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage op de grens Nederland – Duitsland in 2023 en 2024

Aantal goederentreinen Grensovergang

2024-2023

Bruto tonnage (mln)

2024-2023

2023

2024

absoluut

%

2023

2024

absoluut

Nieuweschans – Leer

–

–

–

–

–

–

–

% –

Oldenzaal – Bentheim

6.550

6.450

–100

–2%

8,3

8,4

0,0

0%

Zevenaar – Emmerich

21.150

20.450

–700

–3%

36,3

34,7

–1,6

–4%

Venlo – Kaldenkirchen

18.500

15.850

–2.650 –14%

28,4

24,4

–4,0

–14%

Haanrade – Herzogenrath

450

550

100

22%

0,6

0,5

–0,1

–14%

Totaal NL van/naar DE

46.650

43.300

–3.350

–7%

73,6

67,9

–5,7

–8%

De meest opvallende wijzigingen: – Op de meest gebruikte omleidingsroute bij werkzaamheden aan het 3e spoor, de Brabantroute met Venlo als grensovergang, was de afname van het aantal treinen 14%. Dit komt grotendeels door het beschikbaar zijn van meer restcapaciteit tijdens werkzaamheden 3e spoor. Hierdoor reed een groter aantal treinen via Zevenaar grens dan in 2023. Het aandeel van Venlo in het totale verkeer via de grens met Duitsland nam af van 40% tot 37%. – De grensovergang Haanrade – Herzogenrath kende een toename. Procentueel was de toename groot (+22%), veroorzaakt door het relatief geringe aantal goederentreinen dat van deze grensovergang gebruik maakt. Enkele treinen per week maakten structureel gebruik van deze route, met duidelijke pieken tijdens werkzaamheden aan de grens bij Venlo. De afname van het aantal goederentreinen via Venlo grens is goed zichtbaar in grafiek 4.3. De werkzaamheden rondom Venlo in april en oktober vallen op als dip op de deze grens. En daarmee samenhangend de hogere aantallen in die maanden via Zevenaar en (in mindere mate) via Oldenzaal. Omgekeerd veroorzaakte het begin van de 80-weekse (zie paragraaf 1.3) een dip in het verkeer via Zevenaar en een piek via Venlo en Oldenzaal.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

26

Grafiek 4.3: Ontwikkeling aantal goederentreinen per maand op de drie drukste grensovergangen met Duitsland7

Aantal goederentreinen

inclusief het totaal op de grens. Odz – Bh 2023 Vl – Kn 2023 Zv – Em 2023 NL van/naar DE 2023

5.000 4.500 4.000 3.500 3.000

Odz – Bh 2024 Vl – Kn 2024 Zv – Em 2024 NL van/naar DE 2024

2.500 2.000 1.500 1.000 500 0 jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

In grafiek 4.4 is voor de grens Nederland - Duitsland het aantal goederentreinen per treinsoort weergegeven. Hierin zijn de goederentreinen op de grens Nederland – Duitsland onder­ verdeeld naar treinsoort. Wat opvalt: – De grootste afname, zowel absoluut als procentueel, was van de kolentreinen. Er reden 3.800 kolentreinen (beladen en leeg), een afname van 2.450 t.o.v. 2023 (–39%). – Meer dan de helft van het aantal goederentreinen op de grens met Duitsland was een intermodale trein. Met een daling van 300 treinen, op een totaal van bijna 23 duizend, bleef het aantal intermodale treinen stabiel. – Het aantal bloktreinen met bulkgoederen bleef stabiel. In 2024 reden circa 9.100 bloktreinen, dat waren circa 100 meer dan in 2023 (+1%). De grootste groep binnen de bloktreinen wordt gevormd door bloktreinen met natte bulk: circa 4.650 treinen.

Aantal goederentreinen per treinsoort grens NL – DE

Grafiek 4.4: Ontwikkeling aantal goederentreinen per treinsoort op de grens Nederland – Duitsland in 2023 en 2024 50.000

Bloktrein kolen

45.000

Bloktrein ijzererts Nader te bepalen

40.000

Bloktrein natte/droge bulk & overig

35.000

Wagenladingtrein

30.000

Intermodaal

25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 NL van/naar DE 2023

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

NL van/naar DE 2024

27

4.1.2 Grens Nederland – België: afname behalve Zeeuws-Vlaanderen De onderstaande tabellen geven de ontwikkelingen op de voor goederenverkeer gebruikte grensovergangen tussen Nederland en België in 2023 en 2024. De belangrijkste oorzaken voor de wijzigingen zijn beschreven in hoofdstuk 1.

Tabel 4.2: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage op de grens Nederland – België in 2023 en 2024

Aantal goederentreinen

Bruto tonnage (mln)

2024-2023

%

2023

2024

absoluut

%

–150 –16%

1,3

1,2

–0,1

–9%

2024-2023

Grensovergang

2023

2024

Eijsden – Visé

950

800

Budel – Neerpelt

400

350

Roosendaal – Essen

6.650

5.950

absoluut

–50 –13%

0,6

0,6

0,0

5%

–700

–11%

8,5

7,7

–0,8

–10%

Sas van Gent – Zelzate

1.500

1.700

200

13%

1,6

1,6

0,0

1%

Totaal NL van/naar BE

9.500

8.800

–700

–7%

12,0

11,1

–0,9

–7%

Op de grens met België is zowel het aantal goederentreinen als het bruto tonnage met 7% afgenomen. Roosendaal bleef met afstand de drukste grensovergang ondanks het verlies van 700 goederentreinen (–11%). Sas van Gent – Zelzate steeg daarentegen met 200 treinen (13%). Bij twee bedrijven werd het goederenvervoer per spoor weer hervat, met o.a. de aanvoer van droge bulklading. De, qua treinaantallen, rustigste grensovergang met België is Budel – Neerpelt. De zinkfabriek in Budel had als gevolg van hoge energieprijzen de productie tijdelijk stilgelegd. Het aantal treinen op deze grens nam daardoor af.

Grafiek 4.5: Ontwikkeling aantal goederentreinen per maand op de drie drukste Noord – Zuid grensovergangen8

Aantal goederentreinen

inclusief het totaal op de grens 1.200

Edn – Fvs 2023 Svg – Fsz 2023 Rsd – Esn 2023 NL van/naar BE 2023

1.000 800 600

Edn – Fvs 2024 Svg – Fsz 2024 Rsd – Esn 2024 NL van/naar BE 2024

400 200 0 jan

feb

mrt

apr

mei

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

28

De afname op de grensovergang Roosendaal – Essen wordt ook voor een deel verklaard door de eerdergenoemde omleidingen vanwege werkzaamheden aan de Montzenroute in maart 2023. Deze hebben op de grens met België een relatief groter effect dan op de grens met Duitsland.

Aantal goederentreinen per treinsoort grens NL – BE

Grafiek 4.6: Ontwikkeling aantal goederentreinen per treinsoort op de grens Nederland – België in 2023 en 2024 50.000

Bloktrein kolen

45.000

Bloktrein ijzererts Nader te bepalen

40.000

Bloktrein natte/droge bulk & overig

35.000

Wagenladingtrein

30.000

Intermodaal

25.000 20.000 15.000 10.000 5.000 0 NL van/naar BE 2023

NL van/naar BE 2024

In grafiek 4.6 zijn de goederentreinen op de grens Nederland – België onderverdeeld naar treinsoort. Wat hier opvalt: – De afname van het wagenladingverkeer met meer dan 20% tot 2.200 treinen. Een wagenladingtrein, met o.a. lading uit Zeeuws-Vlaanderen, reed in 2024 niet meer via Roosendaal (en de Brabantroute) naar Duitsland, maar via een Belgische route. – De grootste groep treinen was in 2024 de bloktreinen met, vooral, droge en natte bulk, 3.950 in totaal. Een toename van 300 (+8%) – In tegenstelling tot de grens met Duitsland is het aandeel van de intermodale treinen kleiner (bijna 30%, tegen ca 50% op de grens met Duitsland). In 2024 reden circa 2.500 intermodale treinen, 200 minder dan in 2023 (–7%). Verklaring hiervoor is vooral het lagere aantal omgeleide treinen van Montzen.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

29

4.2

Gebieden zonder kolen zijn stabiel of zagen een toename van vervoer

Waar op de grenzen het vervoer richting Duitsland dominant is, neemt de haven van Rotterdam die positie in als gekeken wordt naar de herkomst- en bestemmingsgebieden in Nederland.

Aantal goederentreinen

Grafiek 4.7: Ontwikkeling aantal goederentreinen van/naar de grootste herkomstgebieden 40.000

2023 2024

35.000 30.000 25.000 20.000 15.000 10.000 5.000

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

Ta ta

Sl oe ha ve n

(M oe rd ijk ) Zw al uw e

Ha ve n

Am st er da m

Ch em el ot

Ve nl o Re gi o

Ha ve n

Ro tte rd am

0

30

4.2.1 Haven Rotterdam Het vervoerd gewicht van/naar de haven van Rotterdam nam af van 28,1 miljoen ton in 2023 tot 26,7 miljoen ton in 2024. Een afname van 1,4 miljoen ton (–5%). Van het totale spoor­ goederenvervoer in Nederland heeft meer dan 65% een relatie met de haven van Rotterdam. De grootste afname komt ook hier voor rekening van het segment kolen. Opvallend is dat tegen de landelijke afname, het segment natte bulk (zowel chemisch als plantaardig) een toename kende. Het vervoerd gewicht van de intermodale lading bleef stabiel. De afname van maritieme lading via de Maasvlakte werd gecompenseerd door meer continentale lading via o.a. de Botlek. Uit tabel 4.3 blijkt dat de lagere vervoersvraag leidt tot afname van het aantal goederentreinen van/naar de haven van Rotterdam. Er reden in 2024 in totaal 33.050 goederentreinen, 2.350 minder (–7%) dan in 2023. Ook het bruto tonnage nam af en wel met 3,2 miljoen ton (–6%) tot een totaal van 51,3 miljoen ton. Het baanvak Waalhaven – Barendrecht Vork is maatgevend voor de Rotterdamse haven: al het verkeer dat de haven binnenkomt of verlaat, moet via dit baanvak rijden. Tabel 4.3: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage van de Haven van Rotterdam in 2023 en 2024

Aantal goederentreinen Baanvak Maasvlakte – Europoort

Bruto tonnage (mln)

2024-2023

%

2023

2024

absoluut

%

31,4

27,7

–3,7

–12%

2024-2023

2023

2024

absoluut

19.600

17.250

–2.350 –12%

Europoort – Botlek

22.900

20.100

–2.800 –12%

37,7

33,9

–3,8

–10%

Botlek – Pernis

28.400

25.250

–3.150

–11%

44,1

39,8

–4,3

–10%

Pernis – Waalhaven

31.150

27.600

–3.550

–11%

47,3

42,8

–4,5

–10%

Waalhaven – Barendrecht V.

35.400

33.050

–2.350

–7%

54,5

51,3

–3,2

–6%

4.2.2 Limburg De twee grootste herkomst-/bestemmingsgebieden in Limburg lieten in 2024 een wisselend beeld zien: – Het vervoerd gewicht van/naar verschillende terminals in de regio Venlo (Blerick en Gekkengraaf) nam toe 2024 toe tot 1,9 miljoen ton. Dit is circa 150 duizend ton meer (+8%) dan in 2023. Dit betreft vrijwel uitsluitend een toename in het segment intermodaal. – Het vervoerd gewicht van/naar de verschillende bedrijven op het Chemelot terrein kwam in 2024 uit op 1,9 miljoen ton. Dit is 0,3 miljoen ton minder (–15%) dan in 2023. Dit betreft een afname in het segment intermodaal. De omvang in het natte bulk segment bleef nagenoeg gelijk. Ook hier heeft de lagere vervoersvraag geleid tot minder goederentreinen en een lager bruto tonnage van/naar Chemelot. Het aantal treinen naar de regio Venlo nam ook af. Dat er toch een hoger vervoerd gewicht gerealiseerd is, duidt hier op een hogere bezettingsgraad van de treinen. Dit blijkt ook uit tabel 4.4. Tabel 4.4: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage Limburg in 2023 en 2024

Bruto tonnage (mln)

2024-2023

%

2023

2024

absoluut

%

–200

–5%

3,8

4,1

0,4

10%

–200

–6%

3,2

3,1

–0,1

–3%

Aantal goederentreinen

2024-2023

Baanvak

2023

2024

absoluut

Regio Venlo

3.850

3.650

Chemelot

3.300

3.100

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

31

4.2.3 IJmond Ook in de regio IJmond zijn twee grote herkomst-/bestemmingsgebieden, de haven van Amsterdam en de fabrieken van Tata in Beverwijk: – Van/naar de haven van Amsterdam nam het vervoer af van 2,2 tot 1,5 miljoen ton (–34%), vooral door een afname van kolen. Een toename van het intermodale vervoer compenseerde dit verlies niet. – Van/naar Beverwijk nam het vervoer toe van 1,3 tot 1,6 miljoen ton (+21%) zowel in de segmenten droge bulk als staal. De afname van het aantal treinen betrof in Amsterdam vooral emplacement Westhaven. Via emplacement Aziëhaven bleef de afname beperkt door de toename van het aantal treinen in het segment intermodaal. Tabel 4.5: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage IJmond in 2023 en 2024

Aantal goederentreinen

Bruto tonnage (mln)

2024-2023

%

2023

2024

absoluut

%

2,5

–1,0

–29%

2024-2023

Gebied

2023

2024

absoluut

Amsterdam Westhaven

1.650

1.000

–650 –39%

3,5

Amsterdam Aziëhaven

1.350

1.150

–200 –15%

2,3

2,1

–0,2

–11%

Beverwijk

1.650

1.750

100

6%

3,1

2,6

–0,6

–18%

Totaal IJmond

4.650

3.900

–750 –16%

8,9

7,1

–1,8

–20%

4.2.4 West-Brabant De afname van het vervoerd gewicht van/naar Moerdijk was circa 150 duizend ton (–15%). Daarmee kwam het totaal voor Moerdijk uit op 0,9 miljoen ton. De afname betrof vrijwel volledig het segment intermodaal. Uit tabel 4.6 blijkt dat het aantal goederentreinen van/naar West-Brabant in 2023 procentueel minder sterk afnam dan het vervoerd gewicht. Een groot deel van de verklaring voor de afname is het staken van de shuttle tussen Italië en Moerdijk. Overigens maakt deze verbinding in januari 2025 een doorstart. Oosterhout is qua omvang bescheidener dan Moerdijk, de procentuele afname is vergelijkbaar, maar absoluut gezien is de omvang van het verkeer redelijk stabiel. Tabel 4.6: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage West-Brabant in 2023 en 2024

Aantal goederentreinen Gebied

2023

2024

Moerdijk

2.400

2.050

Bruto tonnage (mln)

2024-2023 absoluut

%

2023

2024

–350 –15%

2,4

1,9

2024-2023 absoluut

%

–0,5 –20%

Oosterhout Weststad

200

150

–50 –25%

<0,1

<0,1

<0,1 –19%

Totaal West Brabant

2.600

2.200

–400 –15%

2,4

1,9

–0,5 –20%

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

32

4.2.5 Zeeuwse havens In Zeeland zijn de gebieden met goederenvervoer per spoor de Sloehaven (Vlissingen) en de Kanaalzone in Terneuzen (Zeeuws-Vlaanderen): – Van/naar de Sloehaven bleef het vervoerd gewicht redelijk gelijk met 1,2 miljoen ton (+3%). Verschillen in verschillende segmenten waren hooguit enkele tienduizenden tonnen, zowel in de min als in de plus. – Voor het vervoer van/naar Zeeuws-Vlaanderen geldt eigenlijk hetzelfde voor het vervoerd gewicht. Het totaal bleef ongeveer 0,8 miljoen ton, met relatief kleine verschillen in de diverse segmenten. Voor zowel de Sloehaven als Zeeuws-Vlaanderen geldt dat het aantal goederentreinen steeg. Tabel 4.7: Ontwikkeling aantal goederentreinen en bruto tonnage Zeeuwse havens in 2023 en 2024

Aantal goederentreinen

2024-2023

Bruto tonnage (mln)

2024-2023

Gebied

2023

2024

absoluut

%

2023

2024

absoluut

%

Sloehaven

2.350

2.500

150

6%

2,8

3,0

0,2

8%

Zeeuws-Vlaanderen

1.500

1.700

200

13%

1,6

1,6

0,0

2%

Totaal Zeeuwse havens

3.850

4.200

350

9%

4,4

4,6

0,2

5%

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

33

4.2.6 Overige gebieden Buiten de (qua omvang) grootste herkomst-/bestemmingsgebieden zijn de belangrijkste ontwikkelingen, per landsdeel, als volgt: Noord-Nederland en Drenthe: Het vervoer en verkeer naar Noord Nederland was en bleef bescheiden qua omvang. Dit geldt voor de plaatsen die nog regulier spoorgoederenvervoer kennen: Delfzijl en Veendam. De Eemshaven werd wel gebruikt voor treinen die reden voor defensie, maar kende in 2024 niet of nauwelijks conventioneel goederenvervoer per spoor. Ook in Drenthe waren de verschillen gering. Voor Coevorden geldt overigens dat er geen vast vervoer meer van, naar of via Nederland meer is. Het bedrijventerrein dat op de grens met Duitsland ligt, wordt bediend en beheerd door de Bentheimer Eisenbahn. Alleen bij omleidingen reden treinen via Nederland. Oost-Nederland: Het aantal goederentreinen van/naar de enige twee plaatsen met spoorgoederenvervoer in het oosten van het land Almelo en Delden kende geen noemenswaardige veranderingen. Midden en West-Nederland: Het enige grote verschil in deze regio’s was de afname van het aantal goederentreinen van/naar Amersfoort. Amersfoort was in de zomer van 2024 niet bereikbaar vanwege grootschalige werkzaamheden. Het aantal goederentreinen daalde met circa 400 (–28%). Het vervoer naar Alphen a/d Rijn, Dordrecht en Zwijndrecht bleef redelijk stabiel.

Het aantal treinen van/naar Alphen a/d Rijn nam wel af tot circa 150. Zuid-Nederland: – Door de herstart van de intermodale verbinding naar Polen, nam het vervoer met 42% toe tot 0,8 miljoen ton. In totaal reden 1.200 goederentreinen van/naar Tilburg, 250 meer dan in 2023. – Het vervoer van/naar Oss nam af met ruim 100 duizend ton. Het aantal goederentreinen daalde tot 500, tegen 600 in 2023. Er werden vooral minder droge en natte bulk aangevoerd. – Hoewel er minder treinen van en naar Maastricht reden (350 in 2024), nam het vervoerd gewicht toe tot ruim 100 duizend ton. De andere twee gebieden, Acht en Born, werden gekenmerkt door het stoppen van vervoer. De intermodale terminal in Acht wordt sinds eind 2023 niet meer bediend. Acht kende daardoor alleen nog incidenteel vervoer (vanwege werkzaamheden in de regio Eindhoven) en vervoer voor defensie. De vestiging van een staalbedrijf in Born is gesloten medio 2024, waarmee ook een eind kwam aan de aanvoer van staal. In Born resteren overigens nog andere klanten (segmenten kolen en automotive).

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

34

5 Verkeersprestaties in lijn met beeld ontwikkeling vervoer en verkeer 5.1

Afname treinkilometers

Het aantal goederentreinkilometers9 is in totaal in 2024 met 8,4% afgenomen ten opzichte van 2023 en uitgekomen op 8,5 miljoen: – Havenspoorlijn: 1,3 miljoen treinkilometers, een afname van 11% – Betuweroute (A15-tracé): 2,2 miljoen treinkilometers, een afname van 1% – Gemengd net: 5,0 miljoen treinkilometers, een afname van 11%

Treinkilometers (miljoenen)

Grafiek 5.1: Ontwikkeling aantal treinkilometers per maand op de Havenspoorlijn, de Betuweroute en het Gemengde net

1,0

Havenspoorlijn 2023 Betuweroute (A15 tracé) 2023 Gemengd Net 2023 Totaal 2023

0,9 0,8 0,7 0,6

Havenspoorlijn 2024 Betuweroute (A15 tracé) 2024 Gemengd Net 2024 Totaal 2024

0,5 0,4 0,3 0,2 0,1 0,0 jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

Het aantal treinkilometers op het A15 tracé is vrijwel gelijk gebleven in 2024. In de grafiek zijn werkzaamheden aan het 3e spoor Zevenaar - Oberhausen duidelijk zichtbaar: een dip in de maandelijkse treinkilometers op het A15-tracé valt samen met een piek op het gemengde net. Dit geldt omgekeerd overigens ook voor de werkzaamheden op de Brabantroute en Venlo in oktober.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

35

5.2

Afname tonkilometers

Het aantal (bruto) tonkilometers10 [10] is in totaal in 2024 afgenomen ten opzichte van 2023 en uitgekomen op 12,5 miljard (–8%): – Havenspoorlijn: 1,9 miljard tonkilometer, een afname van 10% – Betuweroute (A15-tracé): 3,8 miljard tonkilometer, een afname van 2% – Gemengd net: 6,8 miljard tonkilometer, een afname van 10%

Tonkilometers (bruto, in miljarden)

Grafiek 5.2: Ontwikkeling aantal (bruto) tonkilometers per maand op de Havenspoorlijn, de Betuweroute en het Gemengde net

1,4

Havenspoorlijn 2023 Betuweroute (A15 tracé) 2023 Gemengd Net 2023 Totaal 2023

1,2 1,0 0,8

Havenspoorlijn 2024 Betuweroute (A15 tracé) 2024 Gemengd Net 2024 Totaal 2024

0,6 0,4 0,2 0,0 jan

feb

mrt

apr

mei

jun

jul

aug

sep

okt

nov

dec

De ontwikkeling van het aantal (bruto) tonkilometers in Nederland laat een vergelijkbaar beeld zien met de ontwikkeling van het aantal treinkilometers.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

36

5.3

Goederentreinen in 2024 gemiddeld langer dan in 2023

Goederentreinen worden begrensd door de treinlengte of door het treingewicht. De maximale lengte van een goederentrein wordt bepaald door de lengte van de sporen op het emplacement of de terminal bij het begin- en eindpunt. Ook de lengte van buffer- en wachtsporen onderweg en afspraken met de infrabeheerders in het buitenland (de ‘grensbaanvakovereenkomst’) kunnen maatgevend zijn voor de maximale lengte. Intermodale treinen en treinen in het segment ‘automotive’ zijn voorbeelden van treinen die doorgaans begrensd worden door treinlengte. Een goederentrein kan ook worden begrensd door het treingewicht. Als een trein te zwaar wordt om door één locomotief getrokken te worden, kan deze op een helling stranden of de trein kan niet volgens dienstregeling rijden. Dan is een tweede loc nodig. Omdat locomotieven dure assets zijn voor een vervoerder, wordt doorgaans geprobeerd zoveel mogelijk lading met één loc te vervoeren. Voorbeelden van treinen die gegrensd worden door het treingewicht zijn staaltreinen en ertstreinen. Een beladen ertstrein weegt tot 5.400 ton, deze wordt door twee moderne elektrische locomotieven gereden.

percentage goederentreinen per lengteklasse

Grafiek 5.3: Verdeling goederentreinen per treinlengte 35%

Nederland 2023 Nederland 2024

30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Niet gemeten

<400 meter

400-500 meter

500-600 meter

600-650 meter

650-700 meter

>700 meter

Opvallend is dat in 2023 van minder goederentreinen11 de lengte bepaald kon worden. Dit lijkt vooral ten koste te zijn gegaan van kortere treinen. Het aandeel treinen >600 meter is toegenomen in 2024. Een mogelijke verklaring is de vervanging/vernieuwing van het Quo Vadis systeem die vanaf 2023 wordt gedaan. Korte treinen (<500 meter), zijn vooral treinen in ‘zware’ segmenten zoals staal. Veel treinen in het segment natte bulk zijn doorgaans ook kort. Tenslotte zijn (binnenlandse) wagenladingtreinen vaak ook relatief kort, mede omdat in wagenladingverkeer relatief veel staal en natte bulk vervoerd (beide hebben een grote dichtheid) wordt.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

37

Het grootste aandeel hebben goederentreinen die tussen de 500 en 600 meter lang zijn. Bijvoorbeeld de containertreinen van/naar Italië. Hellingen op de routes door de Alpen zorgen van oudsher voor een begrenzing van het treingewicht en daarmee voor de treinlengte. Andere treinen in deze klasse zijn kolentreinen. Ongeveer een kwart van de treinen is langer dan 600 meter, een enkele trein is langer dan 700 meter. Zoals hiervoor al genoemd, dit zijn vooral intermodale treinen.

percentage goederentreinen per gewichtsklasse

Grafiek 5.4: Verdeling goederentreinen per gewichtsklasse 45%

Nederland 2023 Nederland 2024

40% 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0% Niet gemeten

<600 ton

601-1.000 ton

1.001-1.600 ton

1.601-3.000 ton

>3.000 ton

Het aantal goederentreinen waarvan het gewicht kon worden bepaald, is in 2024 wel toegenomen. Over het algemeen is de verdeling van het treingewicht in 2024 vergelijkbaar met de verdeling in 2023. De verdeling van gewichten per trein laat zien dat het overgrote deel van de treinen tussen de 1.001 en 1.600 ton zitten. Dit is de gewichtsklasse waar de intermodale trein doorgaans onder valt. Treinen van >3.000 ton zijn beladen kolen- en ertstreinen. Lege kolen- en ertstreinen vallen overigens in de klasse 1.001 – 1.600 ton. Voor een historisch perspectief is in bijlage III.G een overzicht weergegeven van treinlengtes en -gewichten van 2017 tot en met 2024.

ProRail Ontwikkeling spoorgoederen in Nederland

38

Eindnoten

1 Voor meer informatie m.b.t. de aanleg van het derde spoor Zevenaar – Oberhauen, zie Zevenaar-Oberhausen | ProRail 2 Vervoerd gewicht: gewicht van de lading met verpakking, inclusief het gewicht van een eventuele container of trailer. 3 De richting is bepaald met de NUTS code van de herkomst/bestemming van een trein. Deze codering is de Europese codering die gebruikt wordt voor het opstellen en onderling vergelijken van statistieken. Voor de richting van vervoerd is de volgende indeling gehanteerd: Richting

NUTS regio’s beginnen met

Binnenlands

NL

Duitsland Ruhr

DEA

Duitsland Zuid

AT, CH, DE1, DE2, DE7, DEB, DEC, HU, IT, RO

Duitsland Noord/Oost

CZ, DE3, DE4, DE5, DE6, DE8, DE9, DED, DEE, DEF, DEG, DK, PL, SE, SK, UA

België

BE, FR, LU, ES, UK

4 Bruto tonnage: het gemeten gewicht van de lading, inclusief de eventuele intermodale laadeenheid, plus het gewicht van de wagons en locomotief 5 Quo Vadis is een meetsysteem van ProRail. Het werkt met circa 40 meetpunten. Deze zijn zo aangelegd dat vrijwel elke goederentrein die rijdt, minstens over één meetpunt rijdt. Op het grootste deel van het net wordt minstens 95% tot 100% van de treinen gemeten; de dekking van Quo Vadis is dus groot. In enkele gebieden is (nog) geen meetsysteem beschikbaar, met als gevolg dat de betrokken goederentreinen een ‘normgewicht’ (650 ton) krijgen toebedeeld. Het tonnage dat op deze baanvakken wordt getoond is daarmee te laag geschat. Het gaat bijvoorbeeld om de baanvakken in Zeeuws-Vlaanderen en Budel – Budel grens (het ontbreken van het meetpunt is het gevolg van het ontbreken van centrale bediende beveiliging). Hier is het tonnage afgeleid uit informatie uit wagenlijsten. 6 Totaal van alle grensovergangen (exclusief Coevorden). Transit treinen zorgen voor een dubbeltelling omdat deze twee keer een grens passeren. Een treinpaar tussen Zeeuws-Vlaanderen en Duitsland passeert zelfs drie keer de grens; hiervoor is in geen van de jaren een correctie toegepast. 7 Afkortingen in grafiek 4.3. Odz – Bh: Oldenzaal – Bad Bentheim; Zv – Em: Zevenaar – Emmerich; Vl – Kn: Venlo – Kaldenkirchen. 8 Afkortingen in grafiek 4.5.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15282467/1