CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

10-02 Beleidsplan OVL Veendam

Gemeenteraad 22 mei 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Beleidsplan Openbare Verlichting 2024-20288.452 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024 ~ 2028

Opdrachtgever: Gemeente Veendam contactpersonen: R. Kappen, B. Schoonhoven, A. Blaauw versie: 1.1 datum: maart 2024

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Samenvatting Om de kwaliteit van de openbare verlichting {OVL} in de gemeente Veendam te waarborgen voor de komende jaren is voorliggend beleidsplan “OVL-Beleidsplan Gemeente Veendam 2024” geschreven. Het beleid richt zich op de volgende uitgangspunten: ▪

Het kernbeleid van de gemeente Veendam - betreffende het toepassen van de openbare verlichting - luidt: “behoud van veiligheid” o Binnen de bebouwde kom in het kader van: - sociale- en verkeersveiligheid; - ruimtelijke kwaliteit; - eenduidige kwalitatieve uitstraling; o Buiten de bebouwde kom niet, tenzij…

▪

Sturen op een laag energieverbruik, zonder afbreuk te doen aan de veiligheid;

▪

Minimaliseren lichthinder, veroorzaakt door de openbare verlichting;

▪

Standaard dimmen van verlichting;

▪

Actief uitvoeren van vervangings- en verbeteringsplannen om zo een adequaat openbare verlichtings-areaal te houden;

▪

Kostenverlaging realiseren voor beheer en onderhoud door modernisering van het openbare verlichtings-areaal;

▪

Alle toekomstige ontwerpen van de openbare verlichting langs de openbare wegen die in haar beheer zijn en gelegen binnen de bebouwde kom voldoen aan het verlichtingsniveau van de landelijke Richtlijn Openbare Verlichting 2017 (hierna: Richtlijn).

2

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................................... 2

1. Inleiding ................................................................................................................................... 5 1.1 Aanleiding tot een nieuw beleidsplan .......................................................................................................... 5 1.2 Beleidsplan Openbare Verlichting ................................................................................................................ 6 1.3 Doelstelling beleidsplan ................................................................................................................................ 6 1.3.1 Missie ..................................................................................................................................................... 6 1.3.2 Visie ....................................................................................................................................................... 6 1.4 Technische ontwikkelingen........................................................................................................................... 6

2. Openbare Verlichting ................................................................................................................ 7 2.1 Openbare verlichting vanwege sociale veiligheid ......................................................................................... 7 2.2 Openbare verlichting vanwege verkeersveiligheid ....................................................................................... 8 2.3 Schijnveiligheid ............................................................................................................................................. 8 2.4 Openbare verlichting vanwege leefbaarheid ................................................................................................ 9

3. Terugblik Beleidsplan 2010-2020, de resultaten ....................................................................... 10 3.1 Doelstelling, haalbaarheid en resultaat ...................................................................................................... 10 3.1.1 Wegwerken achterstanden ................................................................................................................. 10 3.1.2 Energiebesparing ................................................................................................................................. 10 3.1.2.1 Kosten van dimmen

12

3.2 Areaal openbare verlichting

12

3.2.1 Lichtmasten

12

3.2.2 Armaturen

12

3.2.3. Lampen

13

3

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

4. Beleid 2024-2028 .................................................................................................................... 14 4.1 Kernbeleid voor toepassen openbare verlichting ....................................................................................... 14 4.1.1 Ambitie beleidsplan ............................................................................................................................. 14 4.1.2 Openbare verlichting binnen de bebouwde kom ................................................................................ 15 4.1.3 Openbare verlichting buiten de bebouwde kom ................................................................................. 15 4.2 Verlichtingskwaliteit ................................................................................................................................... 15 4.2.1 Lichtniveau ........................................................................................................................................... 16 4.2.2 Gelijkmatigheid .................................................................................................................................... 16 4.2.3 Lichthinder / Verblinding .....................................................................................................................

16 4.2.4 Lichtvervuiling ...................................................................................................................................... 16 4.2.5 Lichtkleur ............................................................................................................................................. 17 4.3 Duurzaamheid in openbare verlichting ...................................................................................................... 17 4.3.1 Verwijderen van verlichting ................................................................................................................ 17 4.4 Organisatie beheer en onderhoud ............................................................................................................. 17 4.5 Materialen .................................................................................................................................................. 17

5. Uitvoeringsplan ...................................................................................................................... 18 5.1 Vervangen verouderde installatiedelen ..................................................................................................... 18 5.2 Verduurzamen installatie............................................................................................................................ 18 5.3 Financiën ..................................................................................................................................................... 19 5.3.1 Investeringen ....................................................................................................................................... 19 5.3.2 Jaarlijkse onderhouds- en beheerkosten ............................................................................................ 19 5.3.3 De energie- en netwerkkosten

19

Bijlage A: Landelijke en regionale beleidskaders, wet- en regelgeving .........................................211

Bijlage B: Verlichting per Wegcategorie....................................................................................... 24

4

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

1. Inleiding Voor u ligt het nieuwe Beleidsplan openbare verlichting voor de periode van 2024 tot en met 2028. Dit document volgt het huidige ‘Beleidsplan openbare verlichting 2010 – 2020’ op. In de afgelopen jaren zijn er veel innovaties en ontwikkelingen geweest op het gebied van de openbare verlichting, zowel op technisch gebied, maar ook op het gebied van regelgeving en richtlijnen. Deze ontwikkelingen leiden samen met het verlopen van het huidige beleidsplan OVL, tot het schrijven van een nieuw plan voor de komende jaren. De openbare verlichting dient om de openbare buitenruimte zodanig te verlichten dat het openbare leven ook tijdens de duisternis kan blijven functioneren. Het toepassen van openbare verlichting is een vrije beleidskeuze van elke gemeente. Daarom is een beleidsplan voor openbare verlichting van belang. Het beleidsplan “Openbare Verlichting 2010-2020” is geëvalueerd. In voorliggend plan worden op basis van de actuele regelgeving en de stand van de techniek, de kaders voor het openbare verlichtingsbeleid in de periode 2024 tot en met 2028 voor de gemeente Veendam beschreven. Met dit document draagt de gemeente Veendam haar visie uit voor een efficiënte, effectieve en duurzame openbare verlichting. Voorliggend beleidsplan wordt ter vaststelling aangeboden aan de Gemeenteraad van de gemeente Veendam.

Het mandaat voor de uitvoering van het vastgestelde Beleidsplan Openbare Verlichting ligt bij het college van Burgemeester en Wethouders. 1.1 Aanleiding tot een nieuw beleidsplan Openbare verlichting speelt in onze gemeente een belangrijke rol bij duisternis als het gaat om verkeersveiligheid, sociale veiligheid en leefbaarheid van de openbare ruimte. De gemeente is verantwoordelijk voor het functioneren van de verlichting. Duurzaamheid is hierbij belangrijk, de techniek van het verledden is een innovatief proces. Led-verlichting passen we al vele jaren in onze gemeente toe. Ontwikkelingen op het gebied van led-verlichting volgen we op de voet.

Sinds 2010 is er conform het beleidsplan 2010-2020 fors geïnvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit van de openbare verlichting. Doel hiervan was om de beheerachterstanden weg te werken en het onderhoudsniveau op een acceptabel niveau te krijgen. Zowel op technisch als organisatorisch gebied zijn er veel ontwikkelingen binnen het vakgebied verlichting geweest. Denk hierbij aan de opmars van de ledverlichting en het daardoor veranderen van het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Deze ontwikkelingen maken een nieuw Beleidsplan Openbare Verlichting noodzakelijk.

5

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

1.2 Beleidsplan Openbare Verlichting Het Beleidsplan Openbare Verlichting 2024 is het beleidsdocument waarin de missie en visie op het gebied van verlichtingsthema’s binnen de gemeente zijn vastgelegd. Hierbij gaat het om de functionele, technische en maatschappelijke aspecten van openbare verlichting. Het beleidsplan vormt de kapstok waaraan alle verlichtingsplannen en ontwerpen worden opgehangen en geeft antwoord op beleidsvragen betreffende verlichting. Het plan levert input voor onderhoud, vervanging en aanleg van nieuwe openbare verlichting. Verder formuleert het Beleidsplan Openbare Verlichting richtlijnen en ambities om te voldoen aan landelijke, wettelijke en lokale doelstellingen ten aanzien van energiebesparing en wetgeving. De in het beleid vast te stellen ambities komen overeen met de beschikbare middelen (tijd, geld en capaciteit). 1.3 Doelstelling beleidsplan Het doel is om het beleid vast te leggen om daarmee richting te geven hoe in de gemeente Veendam wordt omgegaan met de openbare verlichting in de periode na 2023. Bestuurlijk is dan vastgelegd waarom en waar openbare verlichting wordt toegepast, hoe er wordt verlicht, op welk kwaliteitsniveau de openbare verlichting in stand moet worden gehouden en worden de financiële kaders hiervan aangegeven.

De doelstellingen voor de openbare verlichting zijn vertaald naar een missie en visie: 1.3.1 Missie Het realiseren en in stand houden van een duurzame, energiezuinige en betrouwbare openbare verlichting, waarbij de burger zich veilig voelt in het openbaar gebied. 1.3.2 Visie Het blijven investeren in, het meewerken aan de ontwikkeling en het toepassen van duurzame, energiezuinige en betrouwbare openbare verlichting. Hierbij wordt de minimaal benodigde verlichtingskwaliteit ruimschoots gerealiseerd. Dit tegen economisch en maatschappelijk verantwoorde kosten. 1.4 Technische ontwikkelingen Het meest in het oog springend zijn de technische ontwikkelingen. Werd er in 2010 nog gesproken over led-proeven en werd led nog lang niet overal toegepast, nu is deze technologie inmiddels zo ver doorontwikkeld dat led-verlichting de standaard is geworden. Ledverlichting is eenvoudig te dimmen. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid voor verlichting op maat. Het is mogelijk om de verlichting in rustige uren te dimmen (statisch). Dit wordt dan ook inmiddels standaard toegepast.

6

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

2. Openbare Verlichting Waarom is er Openbare Verlichting? Een veel gehoord antwoord is dan: "Voor de veiligheid". Maar wat wordt hiermee precies bedoeld? Zoals eerder genoemd, is het toepassen van openbare verlichting een vrije beleidskeuze voor de gemeente. Wel dient zij een beleid te voeren dat niet conflicteert met andere (bijvoorbeeld juridische) beleidskaders. De term "veiligheid" kan gesplitst worden in 3 soorten veiligheid: ▪ Sociale veiligheid; ▪ Verkeersveiligheid; ▪ Schijnveiligheid. Tot slot is de leefbaarheid en het welbevinden in de openbare buitenruimte ook een reden om openbare verlichting toe te passen. 2.1 Openbare verlichting vanwege sociale veiligheid Een sociaal veilige omgeving is een omgeving, waar men zich zonder direct gevoel voor dreiging of gevaar kan voortbewegen. De inrichting van de openbare buitenruimte is voor een belangrijk deel bepalend voor hoe het veiligheidsgevoel wordt ervaren. Er is een tweetal aspecten te onderscheiden in het begrip sociale veiligheid: ▪ Objectieve veiligheid (hoeveel criminaliteit vindt werkelijk plaats); ▪ Subjectieve veiligheid (het gevoel van veiligheid, maar ook van angst en onveiligheid, die bij de bevolking leeft).

Verlichting en sociale veiligheid staan in nauw verband met elkaar. Uit onderzoek blijkt dat bij duisternis eerder sprake is van vandalisme, openlijke bedreiging, geweld e.d. dan op klaarlichte dag. Met het oog op de sociale veiligheid moet de openbare verlichting het mogelijk maken om tegemoetkomende personen op een redelijke afstand te kunnen waarnemen.

7

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

2.2 Openbare verlichting vanwege verkeersveiligheid Onder verkeersveiligheid wordt een veilige en vlotte doorstroming (geleiding) van het verkeer verstaan. De gemeente dient de openbare buitenruimte zodanig in te richten dat de verkeersveiligheid gewaarborgd is. Anders gezegd: de gemeente mag geen onveilige situatie creëren. Dat betekent dat met verlichting binnen de bebouwde kom rekening gehouden moet worden met obstakels, het inschatten van posities en attentiewaarden op kruisingen. Verlichting brengt niet per definitie altijd méér veiligheid! Het gaat er ook om waar de verlichting geplaatst wordt. In een volledig donkere omgeving zijn de ogen van de weggebruiker volledig aangepast aan de situatie. De weggebruiker zal dus zelf veranderingen in het wegprofiel (versmalling, bocht, ect.) moeten waarnemen en zich daarvan bewust moeten zijn. Het toepassen van openbare verlichting in deze situatie zal ter plaatse wel een hogere verkeersveiligheid opleveren, maar direct daarbuiten en juist in de overgangszone om meer oplettendheid van de weggebruiker vragen. In plaats van verlichting kan ook heel goed reflectie worden toegepast om de verandering in het wegprofiel te duiden. De gemeente zal dan ook in het buitengebied geen openbare verlichting toepassen vanwege de verkeersveiligheid.

In een omgeving met een veel hoger aantal verkeersbewegingen en veel diffuse lichtbronnen, zoals in de bebouwde kom, is vanwege de verkeersveiligheid wel openbare verlichting gewenst.

Bij een verlichtingsontwerp blijft het belangrijk om het comfort van de weggebruiker niet te verwarren met de veiligheid van de weggebruiker! Bijvoorbeeld meer comfort (verlichting) kan ook leiden tot hogere snelheden. 2.3 Schijnveiligheid Openbare verlichting kan ook schijnveiligheid creëren. Vooral in overgangszones tussen wel en niet verlichte gebieden kan extra gevaar optreden. Dit komt omdat de ogen van de weggebruiker zich aanpassen aan de verlichtingssterkte van de verlichte weg. Alles wat daarbuiten gebeurt wordt veel minder waargenomen dan in een totaal onverlichte situatie. Een verlicht fietspad zorgt er bijvoorbeeld voor dat de fietser veel minder goed kan waarnemen wat er vlak naast het fietspad gebeurt. De fietser rijdt door een "tunnel" van licht. Sta je buiten het fietspad dan zie je de fietser goed aankomen. De fietser zelf zal alles buiten het fietspad juist veel minder goed waarnemen. Dit geeft een gevoel van (sociale) veiligheid, maar in feite is het een schijnveiligheid.

8

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Deze overwegingen maken deel uit van ons besluit waar en welke openbare verlichting er moet worden geplaatst. 2.4 Openbare verlichting vanwege leefbaarheid Veel inrichtingsplannen worden gemaakt vanuit de dag-situatie. De openbare buitenruimte is volledig verlicht, alle entiteiten van het gebied zijn voldoende zichtbaar en de samenhang van wegen, straten en pleinen is overzichtelijk, maar ook logisch en duidelijk. Na zonsondergang ontstaat er een compleet andere situatie. Met openbare verlichting kan de functie van de openbare buitenruimte tijdens de donkere uren worden voortgezet. Straatmeubilair en andere obstakels blijven zichtbaar. De looproute blijft herkenbaar. Allemaal dankzij de aanwezigheid van verlichting. De leefbaarheid heeft ook betrekking op het bevorderen van de herkenbaarheid of het benadrukken van het bijzondere karakter van de openbare ruimte. Openbare verlichting speelt een belangrijke rol bij het tot zijn recht laten komen van de openbare ruimte. Het bijzondere karakter van de omgeving kan met behulp van de openbare verlichting tot uitdrukking worden gebracht. Hierbij kan worden gedacht aan het verlichten van een monumentaal bouwwerk, het plaatsen van klassieke lantaarns of de plaatsing van eigentijds vormgegeven lichtmasten op een plein, in een straat of in een winkelgebied. Ook het ervaren van de buitenruimte staat centraal.

Het is belangrijk dat men zich prettig voelt in die ruimte en er goed kan functioneren. Licht is één van de bouwstenen waarmee een omgeving toegankelijk en leefbaar gemaakt kan worden. Het is een instrument, dat in samenhang met andere instrumenten, ingezet dient te worden.

9

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

3. Terugblik Beleidsplan 2010-2020, de resultaten Het beleidsplan 2010-2020 was voornamelijk gericht op de hoognodige vervanging van verouderde armaturen en masten. Met het vaststellen van dit beleidsplan is de uitvoering gestart van de verschillende vervangingsprojecten. In dit hoofdstuk worden de behaalde resultaten besproken. De belangrijkste uitgangpunten waren: ▪ Het achterstallige onderhoud en vervanging zo spoedig mogelijk wegwerken om te voldoen aan het vastgestelde kwaliteitsniveau. ▪ De verlichtingsbehoefte vaststellen conform de richtlijn “ROVL 2011”. ▪ Streven naar dimbare openbare verlichting. ▪ In het kader van de sociale veiligheid alle avondbranders vervangen door nachtbranders, in combinatie met een standaard dimregime. ▪ Het terugdringen van het energieverbruik De gemeente Veendam past bij ieder project LED-verlichting toe, waarbij de lamp afhankelijk is van de type armatuur. 3.1 Doelstelling, haalbaarheid en resultaat De doelstellingen waren tweeledig: ▪ Vervanging verouderde installaties. ▪ Energiebesparing (CO2-reductie); 3.1.1 Wegwerken achterstanden In het vorige beleidsplan is de doelstelling opgenomen om in de jaren 2010 tot en met 2020 de achterstanden weg te werken. Hiermee werden achterstanden in het vervangen van masten en armaturen bedoeld. In 2010 had de gemeente Veendam nog veel (ver)oude(rde) lichtmasten, vaak ook met een asbest voet.

Dit waren masten ouder dan 40 jaar en armaturen ouder dan 20 jaar. Met het beschikbaar gestelde budget zijn in de afgelopen jaren de (ver)oude(rde) lichtmasten en armaturen vervangen. In paragraaf 3.2 staat de leeftijdsopbouw van de installaties weergeven. 3.1.2 Energiebesparing Voordat er iets gezegd kan worden over de energiebesparing, moet eerst ingegaan worden op de opbouw van de energierekening. Het energieverbruik van de openbare verlichting wordt niet berekend over afgelezen meterstanden, maar berekend aan de hand van het opgesteld vermogen. Een databeheerder beheert het areaal elektrische objecten in de buitenruimte, zoals de openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. In deze database staan alle lichtmasten, inclusief het vermogen van de armaturen, waarmee het verbruikt vermogen kan worden berekend. De gemeente is wel afhankelijk van een database met de juiste gegevens erin. De databeheerder houdt deze database op orde en de gemeente kan erin meekijken.

10

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Het energieverbruik van de OVL in Veendam is de afgelopen jaren fors gedaald.

In 2030 moet het verbruik gedaald zijn tot 750 Mwh, om de doelstelling van 50% lager t.o.v. het Energieakkoord 2013 te halen.

Gesteld kan worden dat de doelstelling “energiebesparing” uit het vorige beleidsplan, is gerealiseerd. Uit database met areaalgegevens is te herleiden dat het dalende energieverbruik nagenoeg volledig toe te schrijven is aan de vervanging van verouderde armaturen door nieuwe led-armaturen, met een dimregime in het kader van bewust verlichten. Een dimregime is een programma dat ervoor zorgt dat een led-armatuur aan de hand van vooraf ingestelde tijdinstellingen van vermogen en lichtsterkte verandert. Een armatuur wordt zo ingesteld dat het tijdens een bepaalde periode minder licht hoeft uit te stralen. Er zijn twee soorten dimsystemen voor wegverlichting. ▪ Statisch dimmen: Dit betekent dat op vaste momenten het licht wordt gedimd en ’s morgens desgewenst weer wordt opgeschakeld naar 100%. De meerkosten van een statisch dimsysteem worden in veel gevallen terugverdiend door het lagere stroomverbruik en doordat de lampen langer meegaan. ▪ Dynamisch dimmen: Dit is een meer hightec systeem, waarbij steeds wordt gemeten hoeveel verkeer er op dat moment is. Ook kunnen de weersomstandigheden worden meegenomen. De hoeveelheid licht wordt daar continu op aangepast. De gemeente kan zelf de hoeveelheid licht opschakelen, bijvoorbeeld tijdens wegwerkzaamheden. Dit systeem is duurder in de aanschaf, maar kan zeer bruikbaar zijn op wegen waar de verkeersdrukte sterk varieert.

De gemeente kiest ervoor om bij natuurlijke vervangingsmomenten over te gaan op dimmen in alle gebiedstypen waar en wanneer dit mogelijk is qua verkeersveiligheid en sociale veiligheid. Onze argumenten hiervoor zijn: • De gemeente wil onnodig licht en energieverbruik voorkomen en hierin het goede voorbeeld geven. • De ervaring is dat bewoners en weggebruikers het verschil niet zien tussen de gedimde en ongedimde situatie. • Waar het mogelijk is om verlichting volledig uit te schakelen in de nachtelijke uren, verdient uitschakelen de voorkeur boven dimmen. • De gemeente streeft naar gelijkmatige verlichting conform de adviesrichtlijn. Dimmen van de verlichting heeft geen negatieve impact op de gelijkmatigheid van verlichting.

11

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

3.1.2.1 Kosten van dimmen De meerkosten van dimmen verdienen zich terug door de besparing in energiekosten en de levensduurverlenging van de verlichting. 3.2 Areaal openbare verlichting De openbare verlichting is het geheel aan masten, armaturen, lampen en kabels om het openbaar toegankelijk gebied te verlichten. De gemeente is eigenaar van het bovengrondse gedeelte van de openbare verlichting, de netbeheerder is eigenaar van het ondergrondse gedeelte. Tot het ondergrondse gedeelte behoren de (ondergrondse) kabels, de aansluiting en de systemen om verlichting in- en uit te schakelen.

In naaststaand figuur is de samenhang tussen de onderdelen van een lichtmast weergegeven.

3.2.1 Lichtmasten We tellen in Veendam 7.818 lichtmasten. Wat gelijk opvalt, is het hoge percentage jonge masten (38% is jonger dan 10 jaar). Dit is het gevolg van het vorige beleidsplan, waarin het wegwerken van de achterstallige vervanging als speerpunt is benoemd. Slecht 4% is ouder dan de veronderstelde 40 jarige levensduur van een lichtmast. 3.2.2 Armaturen Bijna 60% van de armaturen is jonger dan 10 jaar. In de afgelopen jaren zijn diverse relatief jonge masten voorzien van een nieuw armatuur. Dit verklaart ook het verschil in percentages tussen de masten en armaturen die jonger zijn dan 10 jaar. De levensduur van een armatuur wordt geschat op 20 jaar. De komende jaren zullen dus nog de nodige armaturen worden vervangen, mogelijk in combinatie met nieuwe masten.

12

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

3.2.3. Lampen Veendam telt circa 15 verschillen soorten lampen. Het aandeel led-lampen is de afgelopen jaren flink toegenomen. De Led-lampen - ca. 80% van het areaal – zijn in de afgelopen jaren 13 jaar geïnstalleerd. De PLL-lichtbron (14%) is daardoor flink in aantal afgenomen. Deze trend wordt voortgezet.

De SON-T-verlichting (alle soorten SON en SOX-lampen = ca. 240 st.) zijn hoge/lagedruk natriumlampen die een hoog energieverbruik hebben. Dit type lichtbron werd hoofdzakelijk tot eind vorige eeuw nog veelvuldig toegepast. Deze lampen komen nog in oude armaturen voor en zijn inmiddels niet meer te koop. Vervanging van deze lampen en armaturen zal in 2024 plaatsvinden. Ongeveer 7 % van de verlichting valt onder de categorie ‘divers’. Dit is meestal speciale verlichting, zoals gebruikt voor de luifels in het centrum, verschillende grondspots, en tunnelverlichting, etc.

Wat in voorgaande grafieken duidelijk naar voren komt, is dat er in de afgelopen jaren veel armaturen zijn vervangen, en specifiek zijn gemaakt voor led-verlichting. Hiermee geven we aan dat de led-verlichting de standaard is geworden. Het verledden heeft geleid tot daling in energieverbruik.

Duidelijk is een daling in het volume kilowattuur te zien. Grafisch is de ingezette energiebesparing - in de vorm van een jaarcurve – in beeld gebracht in onderstaande grafiek.

13

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

4. Beleid 2024-2028 De randvoorwaarden voor het toepassen van openbare verlichting zijn, evenals het wettelijke kader, behandeld. De werking van de vorige beleidsplannen is besproken. In dit hoofdstuk wordt het vigerende en nieuwe beleid behandeld. 4.1 Beleid voor het toepassen van openbare verlichting In het vorige beleidsplan is de keuze gemaakt om zeer terughoudend te zijn met het toepassen van openbare verlichting buiten de bebouwde kom. Dit beleid wordt voortgezet. Het beleid van de gemeente Veendam betreffende het toepassen van openbare verlichting is: • Binnen de bebouwde kom in het kader van sociale- en verkeersveiligheid; • Buiten de bebouwde kom geen openbare verlichting, tenzij de veiligheid in het geding komt. Hierop gaan we dan ook door met: ▪ verdergaande energiebesparing, ▪ het vervangen van verouderde installaties en ▪ het toepassen van led-verlichting. We willen het huidige areaal intact houden, actualiseren en het onderhoudsniveau op peil houden.

4.1.1 Ambitie beleidsplan De ambitie van dit beleidsplan is samen te vatten in: ▪ Behoud van: - veiligheid; zowel in sociaal als verkeerstechnisch opzicht, - ruimtelijke kwaliteit; - eenduidige kwalitatieve uitstraling; ▪ Sturen op een laag energieverbruik; zonder afbreuk op de veiligheid; ▪ Minimaliseren van lichthinder door openbare verlichting; ▪ Standaard dimmen van verlichting; ▪ Actief uitvoeren van vervangings- en verbeteringsplannen om een adequaat ovl-areaal te houden; ▪ Kostenverlaging realiseren voor beheer en onderhoud door modernisering ovl-areaal.

14

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

4.1.2 Openbare verlichting binnen de bebouwde kom In de gemeente Veendam wordt openbare verlichting toegepast op: ▪ openbare wegen, ▪ parkeerplaatsen en ▪ doorgaande verharde fietspaden binnen de bebouwde kom. Achterpaden – in eigendom van de gemeente - worden door de gemeente Veendam verlicht. 4.1.3 Openbare verlichting buiten de bebouwde kom De kwaliteit van "donker" - de nachtelijke duisternis - wordt nog te vaak ondergewaardeerd. In veel gebieden in Nederland is deze nachtelijke duisternis zodanig verstoord dat er veel minder sterren zichtbaar zijn en de ecologie hiervan hinder ondervindt. De gemeente Veendam ligt in één van de donkerste gebieden van Nederland. Daarom gaat de gemeente zeer zorgvuldig om met de kernkwaliteit "duisternis" en wordt er zeer terughoudend opgetreden als het gaat om toepassen van verlichting buiten de bebouwde kom. Er wordt geen openbare verlichting toegepast buiten de bebouwde kom tenzij…: ▪ Er een verkeersgevaarlijke situatie ontstaat en deze niet met belijning, bebording, reflectie of andere duurzame mogelijkheden opgelost kan worden; ▪ Er een dringende noodzaak is. Het huidige bestand aan openbare verlichting buiten de bebouwde kom blijft in stand. Alleen wanneer de installatie is verouderd en toe is aan vervanging, zal een herbeoordeling plaatsvinden over de noodzaak van verlichten.

Op dat moment valt te overwegen om minder lichtmasten toe te passen en andere duurzame mogelijkheden te overwegen. Buiten enkele aanpassingen aan de belijning en bebording, is de provincie - als wegbeheerder van een aantal wegen in de gemeente Veendam - terughoudend in het plaatsen van openbare verlichting aan de provinciale wegen. Te allen tijde geldt, dat de afweging om verlichting te plaatsen, zorgvuldig moet worden genomen. 4.2 Verlichtingskwaliteit Daar waar er verlichting wordt toegepast binnen de bebouwde kom, dient de verlichtingskwaliteit aan een aantal eisen te voldoen. De verlichtingskwaliteit is een samenspel van verschillende factoren, zoals: • de hoeveelheid lichtbronnen, • de verdeling van het licht op straat en • de kleur van het licht. Bij verlichtingskwaliteit worden in de gemeente Veendam de volgende grootheden beoordeeld: ▪ Lichtniveau, de hoeveelheid licht op straat; ▪ Gelijkmatigheid, de mate waarin het licht egaal verspreid wordt; ▪ Lichthinder, overlast van licht voor mensen, dieren en planten; ▪ Lichtvervuiling, hoeveel licht straalt het armatuur in de omgeving naar bovenuit;

15

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

In 2017 is de vroegere NPR13201-1:2011 vertaald naar de nieuwe Richtlijnen voor Openbare Verlichting, de ROVL-2017. In deze richtlijnen staan de in Nederland gehanteerde waarden voor de verlichtingskwaliteit. De gemeente Veendam is niet vergelijkbaar met een randstedelijke gemeente, maar toch zijn de waarden in de richtlijn gelijk. Omdat het richtlijnen zijn kan er gemotiveerd van afgeweken worden. Hieronder wordt er per onderdeel aangegeven in welke mate de gemeente Veendam deze richtlijn volgt. Voor sommige onderdelen worden specifieke waarden vastgesteld. 4.2.1 Lichtniveau Het lichtniveau is de hoeveelheid licht die op het wegdek valt of de hoeveelheid licht die wordt weerkaatst richting de ogen van de weggebruiker. In de gemeente Veendam wordt er voor gekozen om ca. 75% van de waarden uit de richtlijn aan te houden als maximumlichtniveau. Deze waarde komt overeen met bijvoorbeeld de omliggende gemeenten en is daarmee herkenbaar voor de weggebruiker en wordt in landelijke gebieden in Nederland vaker gehanteerd. Het maximale lichtniveau wordt enkel gehaald tijdens de spitstijden. Buiten deze drukke tijden wordt de installatie naar een nog lager niveau gedimd. 4.2.2 Gelijkmatigheid Voor wat betreft de gelijkmatigheid worden minimaal de waarden uit de richtlijn aangehouden.

Hiervan naar beneden afwijken geeft een onrustig lichtbeeld op de weg (licht-donker-licht) waardoor de veiligheid en het welbevinden van de mens in het gedrang komen. Een gelijkmatig lichtniveau dient de omgeving. 4.2.3 Lichthinder/ Verblinding Met de komst van ledverlichting is ook de verblinding een belangrijk aandachtspunt. Ondanks dat ledverlichting goed gestuurd kan worden, kan het ook verblindend werken. De mate van waarnemen is afhankelijk van de helderheid van de openbare verlichting. Met de komst van ledverlichting als standaard, dienen er ook eisen gesteld te worden aan verblinding. 4.2.4 Lichtvervuiling De Omgevingsverordening 2020 van de Provincie Groningen (hoofdstuk 4.3) besteedt aandacht aan stilte en duisternis. Duisternis en openbare verlichting conflicteren met elkaar. Daarom is aandacht voor onnodige lichtuitstraling van de openbare verlichting noodzakelijk. Dit betreft lichtuitstraling boven de horizontaal van de armaturen, dus richting de hemel. Met de tegenwoordige openbare led-verlichtingsarmaturen wordt het meer en meer realiseerbaar om lichtuitstraling naar boven toe te voorkomen. Dit onderdeel zal steeds aandacht krijgen bij de keuze van nieuwe armaturen.

16

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

4.2.5 Lichtkleur Het welbevinden in de openbare ruimte is een belangrijk uitgangspunt. De lichtkleur heeft hier veel invloed op, zoals ook de lichtkleur invloed heeft op de ecologie. De gemeente Veendam kiest voor een balans tussen functionaliteit en beleving. 4.3 Duurzaamheid in openbare verlichting Het verduurzamen van de openbare buitenruimte is een belangrijk onderwerp voor gemeenten in Nederland. Dat geldt ook voor de gemeente Veendam. Zeker voor openbare verlichting geldt, dat de verduurzaming realistisch moet zijn. Er is ook al veel in de verduurzaming geïnvesteerd. Ook de markt blijft zich op dit gebied ontwikkelen. Daar waar een paar jaar geleden led armaturen “sealed for life” werden aangeboden als makkelijk en kostenbesparend, ligt nu de tendens veel meer op recycling en hergebruik van de grondstoffen. Hierdoor wordt het ook makkelijker om bv. een driver in een armatuur te vervangen. Bij “sealed for life” zou de hele armatuur vervangen moeten worden. In de looptijd van dit beleidsplan zal de gemeente Veendam het statisch dimmen hanteren. Dit betekent dat ‘s avonds (23.30 uur) en ‘s nachts (01.00 uur) op vaste momenten het licht wordt gedimd en ’s morgens weer wordt opgeschakeld. ‘s Avonds laat en ′s nachts, als er bijna geen verkeer is, is er minder licht nodig. Door te dimmen kan de hoeveelheid licht worden afgestemd op de hoeveelheid verkeer.

Voordelen zijn: ~ minder energieverbruik ~ lampen gaan langer mee ~ minder lichthinder en lichtvervuiling ~ de hoeveelheid licht is afgestemd op de behoefte van dat moment 4.3.1 Verwijderen van verlichting De gemeente Veendam zal actief handelen in het verwijderen van openbare verlichting. Lichtmasten die geen doel (meer) hebben, zullen worden verwijderd. Voorbeelden van duurzame oplossingen kunnen zijn: - Wegbelijning; − Bebording, schrikhekken en bermplanken; − Reflectie; lichtgekleurd, reflecterende verharding; − Kattenogen (reflector) in de wegas. 4.4 Organisatie, beheer en onderhoud Beleid gaat niet alleen over de techniek. Ook de organisatie van het beheer en onderhoud van deze techniek is onderdeel van dit beleidsplan. Het nieuwe beheer en onderhoudscontract is per 1-012023 ingegaan. Deze contracten worden periodiek aanbesteed (veelal voor twee jaar, plus een optie van twee keer verlenging met 1 jaar) . 4.5 Materialen Om te voorkomen dat binnen de gemeente Veendam een onoverzichtelijk en onherkenbaar wegbeeld ontstaat, is een normalisatie van materialen toegepast. Dit beleid is in het vorige beleidsplan al ingezet en heeft geresulteerd in een rustiger straat beeld qua verlichting. Er is zoveel mogelijk gekozen voor één mast en armatuurtype binnen de gemeente. Dit beleid wordt gecontinueerd.

In het beheer en onderhoudscontract worden de nu toegepaste materialen (masten en armaturen) nader toegelicht. De huidige keuze kan gedurende de looptijd van het beleidsplan wijzigen, immers de technische ontwikkelingen gaan dermate snel dat het langdurig vasthouden aan deze huidige materialen ervoor zou kunnen zorgen dat de gemeente Veendam op termijn verouderde techniek in materialen toepast. Door met enige regelmaat te toetsen of de huidige materialen nog technisch voldoen, wordt dit voorkomen. Wel blijft het uitgangspunt om op wijkniveau te kiezen voor eenheid.

17

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

5. Uitvoeringsplan In hoofdstuk 3 zijn de resultaten van het vorige beleidsplan al besproken. De daarin verwoorde doelstellingen zijn gerealiseerd. Om te voldoen aan bestaande en nieuwe kaders zijn verdergaande werkzaamheden nodig. Deze werkzaamheden worden in dit hoofdstuk weergegeven. 5.1 Vervangen verouderde installatiedelen Een maatregel uit het vorige beleidsplan was het wegwerken van achterstanden in het beheer en onderhoud van de openbare verlichting. Dit betreft het vervangen van verouderde installatiedelen. Armaturen hebben een economische levensduur van 20 jaar, voor masten is de economische levensduur 40 jaar. Deze doelstelling is volledig gehaald.

5.2 Verduurzamen installatie Conform de nieuwe doelstellingen uit het Energieakkoord 2013 dient de verlichtingsinstallatie verduurzaamd te worden. Ter herinnering, de volgende doelstellingen zijn in het energieakkoord geformuleerd: ▪ In 2020 dient de openbare verlichting 20% minder energie te verbruiken dan in 2013; ▪ In 2030 dient de openbare verlichting 50% minder energie te verbruiken dan in 2013; ▪ In 2020 dient 40% van de lichtmasten met energiemanagement uitgerust te zijn; ▪ In 2020 dient 40% van de lichtmasten energiezuinig te zijn. Deze doelstellingen zijn middels – eind 2023 – ruim gehaald. Door het toepassen van dimmers vanaf 2012 zijn er begin 2024 ruim 5.900 lichtpunten voorzien van een dimmer. Dit is ca. 60% van het areaal lichtmasten. Daarmee is de derde doelstelling ook behaald. Hiermee is tegelijk ook de laatste doelstelling gerealiseerd. Door het toepassen van het dim-regime op de led-verlichting zijn de lichtmasten energiezuinig. Dit percentage zal uiteraard nog verder oplopen.

18

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

5.3 Financiën De kosten voor de openbare verlichting zijn grofweg te verdelen in de volgende groepen: Beschikbare budgetten onderhoud openbare verlichting ▪ Investeringen voor vervanging en verbetering; ▪ Jaarlijks onderhoudskosten; ▪ Beheer & advieskosten; ▪ Energiekosten (incl. netwerk);

Begroting 2024 € 149.350 € 160.635 € 25.000 € 389.535 € 724.520

5.3.1 Investeringen Investeringen betreffen de kosten voor vervanging van technisch afgeschreven materialen. Op basis van de economische levensduur van materialen en een gemiddeld tarief per lichtobject (inclusief arbeid) kan de jaarlijkse noodzakelijke vervanging worden bepaald. Op het moment dat een armatuur technisch is afgeschreven wordt deze vervangen door een energiezuinig led-armatuur voorzien van (statische) dim-functionaliteit; Het jaarlijks beschikbare budget voor vervanging bedraagt ca. € 150.000.

5.3.2 Jaarlijkse onderhouds- en beheerkosten Het onderhoud is onder te verdelen in ‘preventief’ en ‘correctief’ onderhoud. Onder ‘preventief’ onderhoud verstaan we het schouwen, schilderen en reinigen van de openbare verlichting. Onder ‘correctief’ onderhoud verstaan we het oplossen van storingen, schades en incidentele gebreken.

5.3.3 De energie- en netwerkkosten Energie- en netwerkkosten zijn de kosten voor het ondergrondse netwerk en de energie die de openbare verlichting verbruikt. En

19

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Bijlagen

20

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Bijlage A:

Landelijke en regionale beleidskaders, wet- en regelgeving

✓ Burgerlijk Wetboek Op basis van het Burgerlijk Wetboek kan de gemeente Veendam aansprakelijk worden gesteld voor schade welke wordt opgelopen op de openbare weg. Dit wanneer deze weg, inclusief de openbare verlichting, niet voldoet aan de eisen die redelijkerwijs aan de openbare weg in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Hierbij kan worden teruggegrepen op art. 6:162 BW; schuldaansprakelijkheid en art. 6:174 risicoaansprakelijkheid. Onder dit recht is de schuldverantwoordelijkheid omgezet in een risicoaansprakelijkheid. Dat wil zeggen dat de weggebruiker niet meer de schuld van de wegbeheerder (de gemeente Veendam) maar slechts de gevaarlijke toestand van de weg (uitrusting) en het daardoor intreden van het gevaar hoeft aan te tonen. De nieuwe bepaling zal sneller aansprakelijkheid voor de wegbeheerder met zich meebrengen dan voordien het geval was. Wettelijk is niet vastgelegd aan welke kwaliteit de openbare verlichting moet voldoen, maar justitie hanteert op dit moment als enig houvast de Richtlijn voor Openbare Verlichting (ROVL), uitgegeven door de NSvV. Een wegbeheerder is vrij om af te wijken van de aanbevelingen, mits dit is onderbouwd en beleidsmatig is vastgelegd. ✓ Richtlijn Openbare Verlichting 2017 (ROVL-2017) Door de Nederlands Stichting voor Verlichtingskunde (NSvV) zijn richtlijnen en aanbevelingen opgesteld voor openbare verlichting.

Deze richtlijnen en aanbevelingen gelden als vertrekpunt bij de toepassing van verlichting in de openbare ruimte. De NSvV heeft in combinatie met de NEN in januari 2017 de Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR13201:2017) gepubliceerd en uitgebracht. Deze publicatie dient als vervanging van de NPR13201-1:2002 en Ontw. NPR 13201:2016. Tevens vervalt met het uitbrengen van de nieuwe richtlijn de tijdelijke richtlijn genaamd ROVL-2011, welke na uitkomst als standaard richtlijn in Nederland werd gehanteerd. Hierin worden verschillende verlichtingsklassen voorgeschreven, gebaseerd op het type weg en het gebruik daarvan. Per verlichtingsklasse zijn de verlichtingsparameters beschreven, zoals het verlichtingsniveau en de gelijkmatigheid. Uit jurisprudentie blijkt dat de ROVL als standaard maatstaaf wordt toegepast bij het bepalen of de wegbeheerder openbare verlichting veilig heeft toegepast. De ROVL is echter een richtlijn, waar gemeenten van kunnen afwijken door dit gefundeerd te benoemen in haar beleidsplan. Ook de gemeente Veendam wijkt (bewust) af van deze richtlijnen. Nadere bepalingen ten aanzien van de eisen aan de verlichtingskwaliteit en de afwijkingen ten opzichte van de ROVL-2017 worden behandeld in artikel 5.2 van dit beleidsplan. ✓ Wet Natuurbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet Natuurbescherming van kracht.

Deze wet vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en Faunawet. De Wet Natuurbescherming voorziet in de bescherming van planten- en diersoorten en kan daarmee uiteenlopende gevolgen hebben voor de gemeente Veendam. Als aangetoond kan worden dat verlichting verstorend is voor bepaalde soorten, kan op basis van deze wet worden besloten dat de lichtbron aangepast of zelfs verwijderd zal moeten worden.

21

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Naast de Wet Natuurbescherming heeft Nederland de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn geïmplementeerd in de wetgeving. Deze richtlijn voorziet in de bescherming van leefgebieden van verschillende planten- en diersoorten. De aangewezen Vogel- en Habitatrichtlijngebieden genieten een speciale bescherming; waardoor plannen/projecten met gevolgen voor een dergelijk gebied moeten worden getoetst aan bepaalde eisen. Verlichting kan negatieve gevolgen hebben voor de fauna en toetsing van dit aspect is dan ook noodzakelijk binnen de omschreven richtlijngebieden. Uit wetenschappelijk onderzoek komen sterke bewijzen naar voren dat de openbare verlichting in het buitengebied en natuurgebieden schadelijke gevolgen heeft op fauna populaties. Kunstmatige verlichting kan nadelige gevolgen hebben voor de voortplanting, oriëntatie, het biologische ritme, seizoenmigratie, versnippering van leefgebieden en het ongeschikt raken van foerageergebieden voor diersoorten. Vanuit de ecologie is verlichting in het buitengebied en in natuurgebieden niet wenselijk. De noodzaak van goede verlichting in de openbare ruimte kan vanuit het oogpunt van verkeers- en sociale veiligheid niet onderschat worden, maar het afstemmen van de verlichting in het buitengebied kan een belangrijke bijdrage leveren aan natuurbescherming en behoud van biodiversiteit.

Vanuit deze gedachte is het raadzaam om in de natuurzones te overwegen om verlichting weg te laten, verlichting aan te passen of te vervangen door afgeschermde verlichting, te kiezen voor automatisch dimmende lichtbronnen of voor andere ecologisch verantwoorde mogelijkheden. ✓ Wet milieubeheer In de Wet Milieubeheer staat de algemene zorgplicht voor het milieu. Onder deze algemene zorgplicht wordt ook verstaan dat de landschappelijke, natuurwetenschappelijke en cultuurhistorische waarden moeten worden beschermd. De wet heeft dus ook de bescherming van de duisternis en het donkere landschap tot doel. Daarnaast is er in de Wet Milieubeheer aandacht voor het onderwerp lichthinder. Lichthinder voor inwoners van de gemeente Veendam kan worden veroorzaakt door alle vormen van verlichting. Naast openbare verlichting kunnen ook particuliere verlichting (beveiliging), reclameverlichting en sportveldverlichting hinder opleveren. ✓ Omgevingsverordening Provincie Groningen 2016 In de Omgevingsverordening provincie Groningen 2016 wordt extra aandacht gevraagd voor de kernkarakteristieken Stilte en Duisternis. De letterlijke tekst omvat de volgende passage: Stilte en duisternis zijn kernkarakteristieken van onze provincie.

Van gemeenten wordt gevraagd in hun bestemmingsplannen die betrekking hebben op het buitengebied toe te lichten hoe rekening wordt gehouden met de aspecten stilte en duisternis. Gedacht kan hierbij bijvoorbeeld worden aan het weren en terugdringen van geluidbronnen (zoals wegverkeer, lawaai vanwege bedrijfsmatige activiteiten e.d.) en van lichtbronnen door kassen, open schuren, openbare verlichting en dergelijke. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen kan het opstellen van een lichtplan raadzaam zijn. ✓ Gemeentelijk Inkoopbeleid Inkoop vindt ook op maatschappelijk verantwoorde wijze plaats. Hierbij spelen onderwerpen als arbeidsreintegratie, arbeidsomstandigheden en Social Return On Investment (SROI) een rol. De gemeente heeft oog voor de sociaal zwakkeren in de samenleving. Zij stimuleert daarom - waar mogelijk en doelmatig - de participatie van arbeidsgehandicapten in het arbeidsproces.

22

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

✓ Energieakkoord 2013 Meer dan veertig organisaties sloten in september 2013 het Energieakkoord voor duurzame groei. Gezamenlijk gaan zij voor verduurzaming van onze samenleving en economie. Ondertekenaars zijn o.a.: de Rijksoverheid, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en de Unie van Waterschappen. Kortom, alle overheden hebben de afspraken over onder meer energiebesparing bekrachtigd. Praktisch voor de gemeente Veendam komt dit op het volgende neer: − In 2020 dient de openbare verlichting 20% minder energie te verbruiken dan in 2013; − In 2030 dient de openbare verlichting 50% minder energie te verbruiken dan in 2013; − In 2020 dienen 40% van de lichtmasten met energiemanagement uitgerust te zijn; − In 2020 dienen 40% van de lichtmasten energiezuinig te zijn. Bovengenoemde doelstellingen zijn verwerkt in het uitvoeringsplan in hoofdstuk 7 van dit beleidsplan. ✓ Veiligheid elektrische installatie NEN 1010 & NEN 3140 Openbare Verlichting is een elektrotechnische installatie en met die reden heb je te maken met zowel de NEN-1010 als de NEN-3140. Waar de ene de veiligheid van de laagspanningsinstallatie beschrijft geef de ander aan hoe je hier bedrijfsmatig veilig mee om kan gaan. De NEN-1010 “Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties” is dé norm voor elektro-technische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur.

Deze norm heeft betrekking op het veilig aanleggen van nieuwe installaties, maar ook op aanpassingen en bestaande installaties. De NEN-3140 “Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning” is van toepassing op de bedrijfsvoering van elektrotechnische laagspanningsinstallaties in woningen, gebouwen en infrastructuur. Deze norm beschrijft het veilig werken aan en met deze installaties. Het wordt gezien als juridisch sterkste methode om aantoonbaar te voldoen aan de eisen in het Arbobesluit met betrekking tot veilig werken aan en met de genoemde installaties Gemeenten zijn voor hun elektrische installatie (juridisch) verantwoordelijk. Het Bouwbesluit en Nennormen: NEN NEN 1010 en NEN 3140:2011 geven normen om de veiligheid van de elektrische installatie te waarborgen. De normen zijn niet verplicht, maar zijn wel van verplichtende aard. Met andere woorden: Wanneer de gemeente niet voldoet aan de normen kan zij aansprakelijk worden gesteld in het kader van de zorgplicht. De gemeente blijft dus eindverantwoordelijk voor zaken zoals: − Kwaliteit, functioneren en beschikbaarheid van de installatie; − Aanwijzingsbeleid verantwoordelijken; − Inspectiebeleid; − Analyse mogelijke gebreken en risico's; − Opleidingsplan; − Toezicht op alle werkzaamheden via de NEN 3140:2011 en Arbonormen; − Tekeningen‐ en documentenbeheer.

In de praktijk betekenen de normen dat de gemeente vorm moet geven aan de Bedrijfsvoering Elektrische Installatie (BEI). Hiervoor dient schriftelijk vastgelegd te zijn wie (als persoon) installatieverantwoordelijke (IV'er) is. Diegene is verantwoordelijk voor het veilig maken en houden van de elektrotechnische installatie en de bedrijfsvoering daarvan. Deze persoon hoeft zelf geen elektrotechnische achtergrond te hebben of zelf de werkzaamheden uit te voeren. Hij of zij kan de uitvoering delegeren aan andere medewerkers of de werkzaamheden door externen laten verzorgen. Wel moet de gemeente jaarlijks een audit uitvoeren om te controleren of de (gedelegeerde) installatieverantwoordelijke volgens de gemaakte afspraken werkt.

23

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Bijlage B:

Verlichting per Wegcategorie

1; Ruimten binnen de bebouwde kom De wegen binnen de bebouwde kom kunnen worden onderscheiden in de volgende wegen; a) Gebiedsontsluitingswegen; b) Erftoegangswegen A / B; c) (Brom-) fietspaden (primair).

▪ Gebiedsontsluitingswegen Kenmerken Op de gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom geldt vooralsnog een snelheidsregiem van 50 km/u. Deze categorie heeft een duidelijke verkeersfunctie met als doel om het verkeer van erftoegangs(verzamel)wegen naar de stroomwegen buiten de bebouwde kom te leiden en omgekeerd. Op drukke knooppunten kan het verkeer via rotondes worden afgewikkeld. Deze wegen lopen door of langs de bebouwde kom. Gewenste situatie Gezien de verkeersfunctie van deze wegen worden deze wegen met led verlicht. Indien aanliggende fietspaden niet voldoende worden mee verlicht door de verlichting van de hoofdweg, bijvoorbeeld vanwege aanwezigheid van bomen of struiken, zal het fietspad apart verlicht moeten worden. ▪ Erftoegangswegen A / B Kenmerken Erftoegangswegen B zijn de verblijfsgebieden met een gemengd verkeersbeeld. De sociale veiligheid staat centraal en het afwikkelen van verkeer speelt een ondergeschikte rol. De weg kenmerkt zich door lage snelheden, weinig tot geen doorgaand verkeer en verschillende verkeerssoorten (30 km/u ). Wegen die niet opgewaardeerd worden tot gebiedsontsluitingswegen maar waar de snelheid van het verkeer soms wel 50 km/uur bedraagt, worden aangeduid als Erftoegangsweg A. Gewenste situatie De straat, eventueel het trottoir en fietspad moeten voldoende verlicht zijn. Het aspect sociale veiligheid is hier van groot belang.

Obstakels en oneffenheden moeten tijdig opgemerkt worden en de verlichting moet het mogelijk maken om personen tijdig te herkennen. Mede uit oogpunt van de leefbaarheid dient hier gekozen te worden voor witte verlichting. Binnen verblijfsgebieden zijn er objecten, gebieden of straten die door hun functie af kunnen wijken van de normale erftoegangswegen. Dit zijn de: ▪ winkel- en uitgaansgebieden of straten met een bepaald karakter; ▪ bedrijfsterreinen; ▪ parkeerterreinen; ▪ fiets- en voetpaden; ▪ semi- openbare ruimten. G

24

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

▪ Winkel- en uitgaansgebieden of straten met een nostalgisch of architectonisch karakter Kenmerken Winkel- en uitgaansgebieden onderscheiden zich door hun functie van de normale erftoegangswegen. De sociale veiligheid en sfeer staan er centraal. De uitstraling van het gebied dient een aantrekkingskracht te hebben voor de omgeving. Ook in straatjes met een nostalgisch uiterlijk is de sfeer, naast de sociale veiligheid, bepalend. Gewenste situatie Juist deze straten of structuurelementen kunnen bepalend zijn voor de sfeer en leefbaarheid van een plaats. Daarom is het wenselijk dat bepaalde straten of structuurelementen ingericht kunnen worden met hun eigen karakteristieke lijn en moeten kunnen afwijken van de standaard.

▪ Bedrijfsterreinen Kenmerken De verkeersintensiteit is, relatief, niet hoog en er zijn fietsers op de weg. Van extra belang is dat manoeuvrerende vrachtauto’s en dergelijke altijd goed zichtbaar moeten zijn; het veiligheidsaspect. Gewenste situatie Op bedrijfsterreinen zal doorgaans verlichting worden toegepast.

▪ Parkeerterreinen Kenmerken Hier onderscheidt men parkeerterreinen in woonwijken en vrij liggende grote parkeerterreinen. Het is duidelijk dat het sociale veiligheidsaspect een grotere mate van belang wordt toegekend dan het aspect verkeersveiligheid. Kleurherkenning speelt een grote rol. Gewenste situatie Voor parkeerterreinen in woonwijken heeft wit licht de voorkeur. Voor de grotere en vrij liggende parkeerterreinen zal doorgaans ook verlichting worden toegepast.

▪ Fiets- en voetpaden Kenmerken Fiets- en voetpaden kunnen worden onderscheiden in paden die direct aan de weg grenzen en paden die gescheiden zijn van de weg ofwel vrijliggende fiets- en voetpaden. Gewenste situatie Fiets- en voetpaden die langs de rijbanen liggen worden voldoende mee verlicht door de verlichting t.b.v. van deze wegen. Mocht dit niet het geval zijn, b.v. door het groen of doordat het vrij liggende paden zijn, kan gekozen worden extra verlichting toe te passen. Vrijliggende paden met een overwegend recreatieve functie worden niet verlicht.

25

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

▪ Semi-openbare ruimten Kenmerken Semi-openbare ruimten zijn ruimten die geen eigendom zijn van de gemeente maar wel voor een ieder vrij toegankelijk zijn. Gedacht kan worden aan o.a. achterpaden, toegangswegen naar bejaardencentra, scholen, buurthuizen, sportvelden, zwembaden, etc. Indien de eigendomsrechten van deze paden of wegen niet in het bezit zijn van de gemeente, is het verlichten ervan geen zaak voor de gemeente. Indien de eigenaren van deze ruimten verlichting wenselijk achten dienen zij zelf het initiatief hiertoe te nemen. De investeringskosten komen ten laste van de initiatiefnemer. ▪ Verlichting bijzondere gebouwen en objecten Kenmerken Ter verhoging van sfeer en om de bijzonderheid van deze objecten te benadrukken kunnen markante gebouwen en objecten in de gemeente s’-avonds (tot uitschakeling van de avondverlichting) worden aangestraald door schijnwerpers. Huidige situatie Het aanlichten van bijzondere gebouwen die geen eigendom zijn van de gemeente dient een particulier initiatief te zijn. Voor gemeentelijke objecten geldt uiteraard dat de gemeente initiatiefnemer is. ▪ Ruimten buiten de bebouwde kom In het buitengebied dient, i.v.m. de natuurwaarden, terughoudend te worden omgegaan met het plaatsen van de openbare verlichting.

Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid en financiële overwegingen worden in principe alleen de verkeersonveilige situaties verlicht. Daar waar in het buitengebied de wegen nu wel verlicht zijn, zal deze in stand worden gehouden tot einde levensduur van de huidige installaties.

2; De wegen buiten de bebouwde kom kunnen worden onderscheiden in; ▪ ▪ ▪ ▪

stroomwegen; gebiedsontsluitingswegen; erftoegangswegen; (brom-)fietspaden.

▪ Stroomwegen Kenmerken De stroomwegen binnen de gemeentegrenzen zijn de N33 en de N366. Deze zijn in beheer van de Rijkswaterstaat en de provincie en vallen daardoor buiten het kader van dit beleidsplan. ▪ Gebiedsontsluitingswegen Kenmerken Gebiedsontsluitingswegen ontsluiten en verbinden grote kernen en streken binnen een regio en leiden het verkeer naar zgn. stroomwegen. De rijsnelheid van het verkeer is op dit type weg relatief hoog. Door de relatief hoge snelheid (80 km/u) van het verkeer heeft deze categorie vrijliggende (brom)fietspaden of parallelwegen. Op kruispunten of bij andere attentiepunten is de snelheid lager.

26

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

Gewenste situatie Dit type weg heeft een verkeersfunctie. Vanuit het oogpunt van verkeersveiligheid worden de verkeersonveilige punten zoals kruispunten en bochten buiten de bebouwde kom verlicht. Daarbij vindt vooral afstemming plaats op de lokale verkeer-veiligheidssituatie. De verkeersveiligheid staat weliswaar centraal bij wegen buiten de bebouwde kom, maar sociale veiligheid speelt ter plaatse van aanwezige woonbebouwing ook een rol. Voor de wegen buiten de bebouwde kom is het daarom wenselijk ter plaatse van woningclusters verlichting aan te brengen. Woningclusters zijn te definiëren als: een aantal woningen dat is omsloten door streeknaamborden of er staan minimaal 5 woningen binnen een afstand van 100 meter. ▪ Erftoegangswegen Kenmerken Deze wegen zijn in eerste instantie bedoeld om erven te ontsluiten maar tevens van belang om verkeer te verzamelen en de kleinere kernen of gebieden te ontsluiten. Meestal staat er her en der bebouwing. Het snelheidsregiem is 60 km/u. De noodzaak van vrijliggende fietspaden wordt bepaald door het belang van het fietsverkeer. Dit type weg is een overgang van de dominantie van verkeer naar verblijven. Net als binnen de bebouwde kom zijn er erftoegangswegen die naast het ontsluiten van erven ook het verzamelen van verkeer als taak hebben. Gewenste situatie Uitgangspunt bij dit type weg is dat in principe geen verlichting wordt geplaatst.

Alleen in bepaalde omstandigheden is dat wenselijk, bijvoorbeeld een bochtig tracé, kruispunt van wegen, etc. (de z.g. oriënterende verlichting). Bij de gebiedsontsluitingswegen worden dezelfde criteria gehanteerd als het gaat om het plaatsen van verlichting ter hoogte van bebouwing.na 34 va n 59 ▪ Fietspaden Kenmerken Fietspaden kunnen worden onderscheiden in paden die direct aan de weg grenzen en paden die gescheiden zijn van de weg ofwel vrijliggende fietspaden. Gewenste situatie Fietspaden, met zowel een primair als een recreatief karakter worden functioneel verlicht. Alleen primaire fietspaden kunnen op bepaalde delen ervan worden verlicht zoals op kruisvlakken en in scherpe bochten. ▪ Kruisvlakken en (mini)rotondes Bijzondere punten zijn onderdelen van een weg die speciale aandacht vergen voor het ontwerp van de verlichtingsinstallatie. Dat zijn voornamelijk kruisingen van wegen in alle vormen en soorten en, mede door de toename van het aantal (mini)rotondes de laatste jaren.

27

Beleidsplan Openbare Verlichting Gemeente Veendam 2024-2028

▪ Kruisvlakken Daar waar verkeersbewegingen zijn, zijn er vlakken waar deze bewegingen zich kruisen. Net als overdag als het licht is, moet deze kruisvlakken in de donkere uren herkenbaar zijn als kruispunt en overzichtelijk zijn. De positie, de vorm, wegmarkeringen, stoepbanden, geleiders, etc moet duidelijk waarneembaar zijn. Door de opstelling van de verlichting zorgvuldig te kiezen kan aan al deze voorwaarden worden voldaan. Vuistregels voor het goed verlichten van kruisingen zijn (niet limitatief): • De vorm van het kruispunt is zichtbaar te maken door verticale of schuin liggende elementen een sterk contrast te geven. Dat kan door deze elementen loodrecht aan te stralen door plaatsing van lichtmasten aan de overzijde van een rijstrook. • Om de verkeersdeelnemers te laten zien dat zij daar verder kunnen dient op elk inrijvlak, rechts van de weg, circa vijf tot tien meter “om de bocht”, afhankelijk van de bochtstraal, een lichtmast te worden geplaatst. • Daar waar het naderend verkeer niet verder rechtuit kan, bijvoorbeeld op een T-kruising, dient recht tegenover de rechterrijstrook van de weg een lichtmast te worden geplaatst. • Door de genoemde posities van de lichtpunten komen deze meestal dichter op elkaar te staan dan langs de aansluitende wegen. Dit zorgt voor een hogere luminantie en gelijkmatigheid wat past bij complexere situaties.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14143074/1