09-05 Concept Beleidsbegroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen
Tekst van het document
Baten
Lasten
Saldo
Brandweerzorg
50.933
43.903
7.029
Crisisbeheersing
810
2.330
-1.520
GKG
1.481
1.481
0
GHOR
561
1.852
-1.291
11.413
0
11.413
Overhead
24
14.275
-14.251
Heffing VPB
0
0
0
Bedrag onvoorzien
0
0
0
65.221
63.841
1.380
Algemene dekkingsmiddelen
Saldo van baten en lasten
Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma Brandweerzorg
0
1.380
-1.380
Crisisbeheersing
0
0
0
GKG
0
0
0
GHOR
0
0
0
65.221
65.221
0
Resultaat
* De notitie Overhead 2023 is voor gemeenschappelijke regelingen van toepassing vanaf het begrotingsjaar 2026
23
3 3.1
Paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing
De beoordeling van de robuustheid van het weerstandsvermogen bestaat uit de volgende componenten: • Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. • Een inventarisatie van de beschikbare weerstandscapaciteit: bestaande uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeenschappelijke regeling beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. • Een inventarisatie van de benodigde weerstandscapaciteit. De in de beleidsnota opgenomen kaders voor de periode 2023-2026 omtrent risicomanagement en weerstandsvermogen worden gebruikt om de risico’s in te schatten en om het weerstandsvermogen te bepalen. Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in het volgende verhoudingsgetal: Ratio weerstandvermogen=
Beschikbare weerstandcapaciteit (vrij beschikbare reserves) Benodigde weerstandcapaciteit (uitkomst risicoanalyse)
Gemeenten verwachten dat de VRG risicobewust handelt en de gevolgen van financiële calamiteiten zoveel mogelijk zelf opvangt. Een ratio tussen 1,0 en 1,4 wordt als voldoende beoordeeld. Hier werken we in de komende periode naartoe.
Beschikbare weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de VRG beschikt of kan beschikken om niet-begrote kosten te dekken. Onderstaand overzicht geeft een beeld van het verwachte meerjarige verloop van de algemene reserves waarover de VRG beschikt. In de geprognosticeerde stand is met de volgende mutaties rekening gehouden: • Verwachte resultaatbestemming 2024. • Verwachte begrote mutaties in de algemene reserve. Algemene reserve (in €)
2024
Stand per 1-1
-1.767.106
Aanvulling door gemeenten
2.600.000
Jaarlijkse bijdrage FLO
-
Aanvullende dotatie
-703.000
Rekeningresultaat
3.647.345
Stand per 31-12
3.774.789
2025
2026
2027
2028
2029
3.774.789 3.874.789 3.974.789 4.074.789 4.174.789
100.000
100.000
100.000
-
-
-
3.874.789 3.974.789 4.074.789
100.000
100.000
-
-
4.174.789 4.274.789
De algemene reserve van de VRG wordt tot de beschikbare weerstandscapaciteit gerekend. Naar verwachting is de algemene reserve vanaf 2024 weer positief, zodat aan het herstelplan is voldaan. Niet tot de beschikbare weerstandscapaciteit worden de bestemmings- en egalisatiereserves gerekend: • Materieel VRG: deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. • Huisvesting: de reserve is bestemd om fluctuaties in de vastgoedopgave te kunnen opvangen. 24
• • •
Kapitaallasten: deze reserve is bestemd om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. Tweede loopbaanbeleid: de reserve is bestemd voor kosten voor opleiding en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. ICT: deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent.
Benodigde weerstandscapaciteit De risico’s voor uitvoering van de veiligheidsregiotaken worden, conform vastgesteld beleid, gemonitord in het kader van de P&C-cyclus. Zoals in de kaderbrief benoemd zal met name de herhuisvesting van de kazerne aan de Sontweg in Groningen en het huisvestingsplan voor de rest van de regio in de toekomst tot een financiële opgave leiden. Niet alle risico’s zijn op dit moment te kwantificeren. Deze risico’s zijn als PM-post opgenomen en worden zodra dit mogelijk is, nader uitgewerkt en gekwantificeerd. Hierbij is onderscheid gemaakt in incidentele en structurele risico’s, waarbij structurele risico’s voor twee jaar worden voorzien. Onderstaand overzicht geeft een beeld van de risico’s, die de VRG onderkent, met mogelijke financiële consequenties. In bijlage 5.2 zijn onderstaande risico’s beschreven.
Risico
Actueel vanaf
Impact*
Kans
I/S
Risicobedrag
Paraatheid vrijwilligers
2019
1.000.000
50%
S
500.000
Programma aardbevingen
2024
650.000
10%
S
65.000
Achterstallig onderhoud
2023
500.000
50%
I
250.000
Tweede loopbaanbeleid
2026
1.000.000
70%
I
700.000
Omgevingswet
2023
200.000
50%
S
100.000
FLO
2023
2.000.000
50%
I
1.000.000
Hardheidsclausule na dienstongevallen
2024
450.000
10%
I
45.000
Meldkamer Noord-Nederland
2026
324.000
90%
S
291.600
Korting BDuR
2026
2.200.000
90%
S
1.980.000
Vakbekwaamheid
2025
570.000
50%
S
285.000
Verplichtend karakter vrijwilligers (structureel)
2025
1.000.000
50%
S
500.000
Verplichtend karakter vrijwilligers (incidenteel)
2025
2.800.000
50%
I
1.400.000
Totaal
7.116.600
Risicobedrag (*0,9)
6.404.940
*I/S; structureel bedrag wordt voor 2 jaar voorzien
De volgende risico’s zijn op dit moment nog niet goed te kwantificeren. Deze risico’s zijn daarom als p.m. opgenomen: 25
Actueel vanaf
Risico
Bedrag
Klasse I/S*
Risicobedrag
Wet op de Veiligheidsregio's
2019
PM
50%
S
PM
Multidisciplinaire crisisorganisatie
2021
PM
30%
I
PM
Nieuwbouw Arrivalocatie en Winschoterdiep Groningen
2030
PM
30%
S
PM
PFAS
2024
PM
30%
I
PM
PTSS
2024
PM
30%
I
PM
Cyber- en informatiebeveiliging
2021
PM
50%
S
PM
Cybercriminaliteit
2022
PM
50%
S
PM
Brandkranen
2024
PM
10%
I
PM
Verduurzaming
2024
PM
50%
S
PM
Brandbestrijding als Specialisme
2025
PM
50%
S
PM
Taakveld hulpverlening
2026
PM
10%
S
PM
Vervangingsinvesteringen
2026
PM
50%
S
PM
Beoordeling weerstandsvermogen De VRG voert tweemaal per jaar een inventarisatie uit naar alle strategische risico’s. Het risicobedrag wordt bepaald aan de hand van: • De geschatte financiële omvang van het risico; • De waarschijnlijkheid dat het risico zich daadwerkelijk voordoet; • Het effect van bijsturingsmaatregelen. Structurele risico’s worden voor twee jaar voorzien. Binnen deze twee jaar moet door middel van bijsturing en/of aanpassing van het beleid het risico geminimaliseerd dan wel opgevangen worden binnen de begroting. Omdat de kans klein is dat alle risico’s zich gelijktijdig voordoen, corrigeren we het totale risicobedrag met een waarschijnlijkheidsfactor van negentig procent. Bovenstaand overzicht laat zien dat de benodigde weerstandscapaciteit ruim € 6,4 miljoen bedraagt. Op het moment dat de benodigde weerstandscapaciteit hoger is dan het aanwezige weerstandsvermogen, moet de VRG zich beroepen op de deelnemende gemeenten. In de nota risicomanagement en weerstandsvermogen is het uitgangspunt gehanteerd dat de VRG zelf weerstandscapaciteit opbouwt om potentiële financiële calamiteiten op te kunnen vangen. Hierbij wordt uitgegaan van een ratio tussen de 1,0 en 1,4 (verhouding beschikbaar en benodigd weerstandsvermogen).
Voorzieningen Primo 2026 zijn naar verwachting de volgende voorzieningen getroffen, waarvan hieronder weergegeven is welke afloop in 2026 te verwachten valt:
Voorziening (*1.000)
1-1-2026
Vrijval / aanwending
Dotatie
31-12-2026
Personeel gerelateerd
115
-68
-
47
Groot onderhoud kazernes
1.365
-528
296
1.133
Voorziening FLO-overgangsrecht
8.670
-1.245
100
7.525
Totaal
10.150
-1.841
396
8.705 26
Personeel gerelateerd Deze voorziening bestaat uit twee elementen: • Voorziening eigen risico WW De VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komt voor eigen rekening. Voor de oud-medewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. Deze voorziening loopt gestaag af, ook gezien de huidige arbeidsmarkt. • Voorziening AOW-hiaat Dit betreft een voorziening voor de compensatie van het AOW-hiaat van oud-medewerkers. Ze zijn voor hun 65e op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW-leeftijd bezorgt hun een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. In verband met het nieuwe pensioenakkoord zal de AOW-leeftijd minder snel stijgen dan waar rekening mee is gehouden ten tijde van het vormen van de voorziening.
Groot onderhoud huisvesting De VRG is zelfstandig bevoegd om groot onderhoud uit te laten voeren voor de gebouwen die haar eigendom zijn. Op basis van het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) is de voorziening gevormd. Hiermee vlakken we de schommelingen af die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren vertonen in de exploitatie.
Voorziening FLO-overgangsrecht Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een voorziening getroffen voor de toekomstige FLO-kosten tot en met 2045. De totale FLO-kosten worden jaarlijks geactualiseerd door een extern adviseur, waarmee ook de voorziening jaarlijks wordt geactualiseerd.
Financiële kengetallen: Realisatie 2024
Begroot 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Netto schuldquote *
28,6%
40,2%
51,7%
74,7%
106,8%
134,9%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen *
28,6%
40,2%
51,7%
74,7%
106,8%
134,9%
Solvabiliteitsratio *
20,5%
28,0%
24,3%
18,0%
13,1%
10,4%
Structurele exploitatieruimte
0,3%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Belastingcapaciteit
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Kengetallen
Begroot Begroot 2028 2029
* De kengetallen 2024 zijn gebaseerd op de balans na verwachte resultaatbestemming 2025. De ratio’s voor 2025 e.v. zijn berekend op het verwachte verloop van de balansposities.
Netto schuldquote Netto schuldquote: het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen • 0% t/m 100%: normaal • 100%: weinig leencapaciteit • 130%: zeer hoge schuld De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De netto schuldquote stijgt aankomende jaren tot een zeer hoog niveau doordat meer langlopende financiering wordt aangetrokken voor met name de nieuwbouw van kazernes. Solvabiliteitsratio 27
De solvabiliteitsratio stijgt eerst om later weer af te nemen. Dit wordt veroorzaakt door de toenemende langlopende financiering waardoor het eigen vermogen in relatie tot het totale vermogen afneemt. Structurele exploitatieruimte Er is sprake van een evenwichtige begroting waarbij de structurele baten en lasten in evenwicht zijn. Grondexploitatie Alle gronden worden ingezet voor eigen gebruik. Er is dus geen sprake van grondexploitatie met andere doeleinden dan de primaire taak van de VRG.
3.2
Onderhoud kapitaalgoederen
Vastgoed In 2024 is de nota onderhoud geactualiseerd met behulp van een extern bureau. Hierin is de stand van zaken van het onderhoud van de gebouwen voor het heden en de toekomst bekeken en op basis hiervan een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. De planning die voortvloeit uit het MJOP wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van ontwikkelingen binnen de portefeuille vastgoed en eventueel onvoorziene externe omstandigheden. Voor de onderhoudskosten is een egalisatievoorziening gevormd zodat er gelijkmatige spreiding van de kosten over de jaren plaatsvindt. en aanbestedingsbeleid.
Materieel De VRG is verantwoordelijk voor het onderhouden van het materieel. Op basis van het Organisatieplan Brandweerzorg 2023-2026 is gewerkt aan een visie voor invulling van het benodigde materieel en bezetting. Op basis van een brede inventarisatie van risico’s en ontwikkelingen die in het kader van incidentbestrijding op ons afkomen, is een prioritering en aanpak bepaald om te komen tot een toekomstbestendige inzet met de juiste middelen. Dit project vormt ook een berekende grondslag voor het toekomstige investeringsplan en de bijbehorende kapitaallasten.
3.3
Financiering
Beleid financieringsrisico’s Het financieringsbeleid is erop gericht dat de VRG in beginsel haar investeringen financiert uit eigen middelen. Als de middelen ontoereikend zijn, worden de financieringsrisico’s eerst zoveel mogelijk afgedekt door kortlopende financiering/ kasgeldleningen (tot de kasgeldlimiet) omdat de meerjareninvesteringsbegroting qua bedragen en timing met onzekerheden gepaard gaat. Als blijkt dat de financieringsbehoefte structureel van aard is, wordt deze afgedekt met langer lopende vastrentende leningen. Het type, de omvang en looptijd van deze leningen zijn afgestemd op de spreiding in de leningenportefeuille en de aflossing is gepland binnen de kaders voor de renterisiconorm en de kasgeldlimiet, zoals vastgelegd in de Wet financiering decentrale overheden. Het beleid is defensief en risicomijdend en erop gericht om de financieringsrisico's zo goed mogelijk te beheersen. Bij de financiering worden geen zekerheden verstrekt en worden geen afgeleide financiële instrumenten ingezet.
Leningenportefeuille en liquiditeit Conform het investeringsoverzicht in paragraaf 5.3 is voor de periode 2025-2029 een totaal investeringsbedrag geraamd van € 109,5 miljoen inclusief de huisvestingsopgave. Rekening houdend met vrijkomende cashflow uit afschrijvingen, herfinanciering en andere cashflowmutaties betekent dit een totaal aanvullende kapitaalbehoefte van € 87,6 miljoen over de periode 2025-2029. Daarmee zal de totale omvang van de langlopende leningen toenemen van € 10,9 miljoen primo 2025 tot circa € 88,5 miljoen ultimo 2029. Om de benodigde (project) financiering voor huisvesting aan te trekken en binnen de vereiste normen te blijven, zal expertise van een (externe) treasurer benodigd zijn.
28
Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is gesteld op 8,2% van het beleidsbegrotingstotaal, dit is voor 2026 een bedrag van € 5,3 miljoen. Zoals hierboven is aangegeven kan in 2026 tijdelijk kortlopend worden geleend tot maximaal deze grens, voordat de financiering langlopend wordt vastgelegd.
Renterisiconorm Op grond van de wet Fido moet de beleidsbegroting inzicht verschaffen in de renterisiconorm voor de komende vier jaar van de organisatie. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het beleidsbegrotingstotaal en bedraagt in 2026 € 12,3 miljoen. In de huidige leningenportefeuille is bij planning van het aflossingsschema rekening gehouden met deze limiet. Af te sluiten nieuwe financieringen worden zodanig gepland, dat de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisico norm
2025
2026
2027
2028
2029
Begrotingstotaal
62.254
63.481
66.297
68.559
70.903
20,00%
20,00%
20,00%
20,00%
20,00%
12.451
12.696
13.259
13.712
14.181
-
-
-
-
-
Aflossingen
-443
-323
-323
-3.573
-323
Renterisico
-443
-323
-323
-3.573
-323
Renterisiconorm
12.451
12.696
13.259
13.712
14.181
Renterisico
-443
-323
-323
-3.573
-323
12.008
12.373
12.936
10.139
13.858
Voorgeschreven percentage Renterisico norm Renteherzieningen
Ruimteonderderenterisiconorm
Een van de treasury-doelstellingen is een flexibele leningenportefeuille, waarvan het aflossingspatroon is afgestemd op de resterende looptijd van de onderliggende activa. Daarmee zal het renterisico in de eerste paar jaar minimaal zijn. Uit het overzicht blijkt dat het risico bij herfinanciering van de huidige portefeuille vooralsnog ruim binnen de renterisiconorm blijft.
Schatkistbankieren Bij schatkistbankieren moeten decentrale overheden, alsook de VRG, hun tegoeden aanhouden bij het ministerie van Financiën. Bij verplicht schatkistbankieren is het niet meer mogelijk beleggingen en deposito’s zelfstandig aan te gaan buiten het drempelbedrag. Het drempelbedrag is per 1 juli 2021 gelijk aan 2% van het begrotingstotaal, met een minimum van € 1 miljoen. Het drempelbedrag voor de VRG voor 2026 is € 1,3 miljoen.
3.4
Bedrijfsvoering
De VRG is continu bezig om haar bedrijfsvoering verder te optimaliseren, zo ‘lean en mean’ als mogelijk. Aanzetten hiertoe zijn gegeven, zoals informatieveiligheid en het streven naar BIO+ status, duurzaamheid in lijn met de geldende wet- en regelgeving, financiële transparantie en sturing en huisvesting. Ook zet de VRG verder in op een betere projectorganisatie en portfoliomanagement, waarin sectorbrede thematiek wordt opgepakt en uitgewerkt in een projectstructuur met duidelijke procesflow.
29
De kwaliteitsverbeteringen die de VRG doorvoert, zijn specifiek gericht op het optimaal ondersteunen van de vitale processen van crisisbeheersing en brandweerzorg, met als doel de continuïteit van deze processen te waarborgen.
3.4.1 Personeels- en organisatieontwikkeling Strategische HR-agenda In 2026 wordt gewerkt op basis van een strategische HR-agenda waarin doelen en prioriteiten op het gebied van HR zijn bepaald op basis van de HR-visie. Binnen de volgende thema's worden onderwerpen opgepakt en prioriteiten bepaald: (persoonlijk) leiderschap, cultuur en gedrag, toekomstgericht werkgeverschap en werknemerschap, HRdigitalisering en HR-fundament. Daarnaast krijgen, in aanvulling op de landelijke thema’s, de volgende onderwerpen de komende jaren in ieder geval aandacht: strategisch personeelsbeleid/ strategische personeelsplanning, vrijwilligheid, hybride werken, diversiteit en inclusiviteit, veerkracht en vitaliteit, functiehuis. (Persoonlijk) leiderschap Een strategisch HR-thema dat specifiek wordt uitgelicht is het (persoonlijk) leiderschap. In 2022 is een start gemaakt met de gewenste leiderschapsontwikkeling, waarbij is begonnen bij het strategisch niveau. Dit wordt in 2025 en 2026 doorgezet naar de tactische en operationele laag. Ter ondersteuning van het (persoonlijk) leiderschap is eind 2022 een meervoudig onderhandse aanbesteding doorlopen waarin de inkoop van een instrument voor persoonlijkheidsprofielen is aanbesteed. Dit moet voor de komende jaren een gezamenlijk fundament bieden voor het investeren in persoonlijk leiderschap.
3.4.2 Informatiemanagement Informatie vormt een fundamenteel en blijvend essentieel onderdeel van de VRG en noodzakelijk voor de continuïteit van de bedrijfsprocessen. Daarom willen we ook de komende jaren blijvende aandacht besteden aan en investeren in onze informatievoorziening. Het belang van gedegen informatiemanagement is ook op landelijk niveau erkend, wat heeft geleid tot verschillende initiatieven waarin wij participeren. Deze initiatieven zijn gericht op het versterken van de informatievoorziening, zowel op regionaal als landelijk niveau. Een van de belangrijkste programma's is de ontwikkeling van een regionaal informatieknooppunt, dat zal aansluiten op het landelijke informatieknooppunt (KCR2). Daarnaast worden er nog twee andere programma's uitgevoerd, die zich richten op systemen, techniek, IT en data (onder water), en mensen en processen (boven water). De financiering van deze initiatieven vindt plaats uit reguliere budgetten en extra beschikbare middelen, zoals de versterkingsgelden van de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Om de interne informatiehuishouding te verbeteren, zijn er verschillende projecten gestart onder de paparplu: ‘Grip op Informatievoorziening’.
Dit met als doel de interne organisatie op orde te brengen en te zorgen voor aansluiting op landelijke voorzieningen, waaronder het KCR2, het landelijke crisissysteem (LCMS), de meldkamer en andere relevante infrastructuren. Tevens beogen we hiermee de samenwerking binnen het 3Noord-verband (Groningen, Friesland, Drenthe) te bevorderen. Naast de ontwikkelingen rond cyberweerbaarheid zijn er tal van andere factoren die invloed hebben op onze informatiefunctie. Met het oog op 2026 streven wij ernaar een robuuste en toekomstbestendige informatievoorziening te realiseren, die niet alleen de operationele effectiviteit van de VRG waarborgt, maar ook een belangrijke bijdrage levert aan de veiligheid en samenwerking binnen onze regio en met landelijke partners.
3.4.3 Duurzaamheid De toenemende schaarste aan grondstoffen en olie, evenals de verontrustende gevolgen van klimaatverandering en de impact op het milieu, vereisen steeds meer aandacht voor duurzaamheid. In 2026 willen we verder uitvoering geven aan de CO2-reductie (onderdeel van de landelijke duurzaamheidsagenda Veiligheidsregio’s) en het verdere verduurzamen van ons wagenpark (personenauto’s) en onze gebouwen. Daarnaast 30
willen we de ingezette koers voortzetten en nieuwe initiatieven en samenwerkingen verkennen die ons in staat stellen verder te bouwen aan een duurzame toekomst voor onze organisatie en de samenleving als geheel. Hoewel de financiële impact van deze initiatieven nog niet volledig in kaart is gebracht, streven we ernaar om binnen de bestaande financiële kaders te blijven. Dit wordt een hele opgave en kan de ambitie drukken. Maatregelen op het gebied van verduurzaming kunnen op termijn ook besparingen opleveren.
3.5
Verbonden partijen
Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de VRG zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen.
Stichting BON De bestuurlijke deelname, samen met de veiligheidsregio’s Friesland en Groningen, in de Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON), maakt de BON tot een verbonden partij. De stichting is aandeelhouder in de BON B.V. De BON B.V. heeft een 100%-deelneming in Oefencentrum Noord B.V. en Brandweeropleidingen Noord B.V. In 2025 zijn de statuten van Stichting BON gewijzigd. De impact van de wijzigingen wordt meegenomen in de actualisatie van de begroting 2026.
31
4 Overzicht van baten en lasten Onderstaand is de ontwikkeling van baten en lasten inclusief meerjarenraming tot en met het jaar 2029 weergegeven, waarbij tevens de geactualiseerde beleidsbegroting 2025 is opgenomen per overzicht.
4.1
Overzicht baten en lasten per totaal en per programma
VRG (*1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier Gemeentelijke bijdrage FLO Extra gem. bijdrage negatief EV Rijksbijdrage (BDUR) Overige baten
2025 Act. begroting
2026 Begroting
2027 Begroting
2028 Begroting
2029 Begroting
52.121 100 0 11.015 398
53.708 100 0 11.015 398
55.679 100 0 11.015 398
57.567 100 0 11.015 398
59.518 100 0 11.015 398
Totale baten
63.634
65.221
67.192
69.080
71.031
Personele lasten Materiele lasten
44.531 17.724
45.564 18.277
47.519 18.778
49.368 19.191
51.290 19.613
Totale lasten
62.254
63.841
66.297
68.559
70.903
Resultaat voor reserve mutaties
1.380
1.380
896
521
129
Reservemutaties
-1.380
-1.380
-896
-521
-129
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
Brandweerzorg (* € 1.000)
2025 Act. begroting
Gemeentelijke bijdrage regulier Gemeentelijke bijdrage FLO Extra gem. bijdrage negatief EV Rijksbijdrage (BDUR) Overige baten
49.353 100 0 8.276 326
50.857 100 0 8.276 326
52.723 100 0 8.276 326
54.511 100 0 8.276 326
56.359 100 0 8.276 326
Totale baten
58.055
59.559
61.425
63.213
65.061
Personele lasten Materiele lasten
39.950 16.725
40.898 17.280
42.653 17.759
44.312 18.150
46.037 18.549
Totale lasten
56.675
58.179
60.412
62.462
64.586
Resultaat voor reserve mutaties
1.380
1.380
1.013
750
475
Reservemutaties
-1.380
-1.380
-1.013
-750
-475
0
0
0
0
0
Resultaat na reserve mutaties
2026 Begroting
2027 Begroting
2028 Begroting
2029 Begroting
32
Rampenbestrijding en crisisbeheersing (* € 1.000)
2025 Act. begroting
Gemeentelijke bijdrage regulier Rijksbijdrage (BDUR) Overige baten
785 1.438 72
810 1.448 72
839 1.448 72
868 1.448 72
897 1.448 72
Totale baten
2.295
2.330
2.359
2.388
2.417
Personele lasten Materiele lasten
1.700 595
1.740 589
1.815 602
1.886 615
1.960 629
Totale lasten
2.295
2.330
2.417
2.501
2.589
0
0
-58
-114
-171
Resultaat voor reserve mutaties
2026 Begroting
2027 Begroting
2028 Begroting
2029 Begroting
Reservemutaties
0
0
58
114
171
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
0
0
GKG (* € 1.000)
2025 Act. begroting
2026 Begroting
2027 Begroting
2028 Begroting
2029 Begroting
Gemeentelijke bijdrage regulier Rijksbijdrage (BDUR) Overige baten
1.437 10 0
1.481 0 0
1.535 0 0
1.587 0 0
1.641 0 0
Totale baten
1.447
1.481
1.535
1.587
1.641
Personele lasten Materiele lasten
1.253 195
1.282 198
1.337 203
1.390 207
1.444 212
Totale lasten
1.447
1.481
1.540
1.597
1.655
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
-5
-10
-15
Reservemutaties
0
0
5
10
15
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
0
0
GHOR (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier Rijksbijdrage (BDUR) Overige baten
2025 Act. begroting
2026 Begroting
2027 Begroting
2028 Begroting
2029 Begroting
545 1.291 0
561 1.291 0
582 1.291 0
601 1.291 0
622 1.291 0
Totale baten
1.836
1.852
1.873
1.892
1.913
Personele lasten Materiele lasten
1.628 208
1.643 209
1.713 214
1.780 218
1.850 223
Totale lasten
1.836
1.852
1.927
1.999
2.073
Resultaat voor reserve mutaties
0
0
-54
-106
-160
Reservemutaties
0
0
54
106
160
Resultaat na reserve mutaties
0
0
0
0
0
33
4.2
Geprognosticeerde balans
In het onderstaande overzicht is de geprognosticeerde balans (per 31-12 van enig jaar) opgenomen. Activa (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
39.662
46.942
54.222
70.125
92.575
113.481
1027
1027
1027
1027
1027
1027
118
118
118
118
118
118
40.807
48.087
55.367
71.270
93.720
114.626
Passiva (x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
2029
Eigen vermogen
9.775
9.775
10.322
10.730
10.724
10.724
Voorzieningen
11.596
11.596
10.150
9.212
8.092
6.914
Langlopende schulden
10.904
18.184
26.363
42.796
66.372
88.456
Vlottende passiva
8.532
8.532
8.532
8.532
8.532
8.532
40.807
48.087
55.367
71.270
93.720
114.626
Materiele vaste activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa
Totaal passiva
In de voorspelde balans is rekening gehouden met de geplande investeringen voor 2025-2029 (inclusief strategisch huisvestingsplan /vervanging Sontweg) en een stabiel werkkapitaal. Ook zijn de geplande mutaties in reserves en voorzieningen, zoals in de eerdere paragrafen genoemd, verwerkt. De behoefte aan langlopende financiering is bepaald op basis van het meerjareninvesteringsplan, de vastgelegde financieringsstructuur en cashflowmutaties. De rentelast voor deze financiering is gedekt in de begroting 2026. Bovenstaande balans is de basis voor de berekende financiële kengetallen in de paragraaf weerstandsvermogen.
4.3
Toelichting meerjarenraming
Algemeen Deze begroting inclusief meerjarenraming is opgesteld aan de hand van de uitgangspunten in de kaderbrief 20252028. Zoals uit deze kaderbrief blijkt, spelen er meerdere landelijke en regionale ontwikkelingen die nog omkleed zijn met (financiële) onzekerheden. Zoals vorig jaar al geschetst is de nullijn nog steeds het uitgangspunt, maar rondom huisvesting en Functioneel Leeftijdsontslag (FLO) niet meer haalbaar. De komende jaren zullen ook op andere ontwikkelingen extra stappen gezet moeten worden, maar de meeste hiervan zijn momenteel te onzeker om te kwantificeren. Bij nieuwe ontwikkelingen sluiten we aan bij de gemaakte financiële afspraken (hygiëneregels). Dit betekent het volgende: • • • • • •
Er wordt onderscheid gemaakt tussen autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen en niet-autonome (beïnvloedbare) ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen leiden in principe tot uitzetting van de begroting; Niet-autonome ontwikkelingen worden voorgelegd aan het bestuur inclusief risico’s, financieel effect en dekking. We geven invulling aan wettelijke taken vanuit een realistisch perspectief. Onze landelijke inzet is om financiële effecten van nieuwe ontwikkelingen te verkleinen. We kijken expliciet naar financieringsmogelijkheden door derden.
34
Huisvesting en vastgoed In de beleidsbegroting 2024 is een financiële stap gezet met betrekking tot het strategisch huisvestingsplan door toevoeging van een fondsvorming en uitzetting voor de eerste tien jaren van € 1,3 miljoen. Met betrekking tot het nieuwbouwplan Sontweg is sprake van ontstane vertraging in de planning. Op dit moment is nog geen nieuwe doorrekening voor deze nieuwbouwplannen beschikbaar en de VRG rekent daarom in deze begroting met dezelfde totaalsom voor nieuwbouw Sontweg zoals gebruikt in de besluitvormingsstukken van juli 2023. We merken hierbij op dat deze investeringen en verschoven planning voor de volledigheid van de meerjarendoorkijk wel in alle tabellen zijn verwerkt, maar dat bestuurlijke besluitvorming over de vervolgfases nog moet plaatsvinden. Voor huisvesting stedelijk gebied is vanaf de begroting 2023 al € 100.000 per jaar toegevoegd ter dekking van rentekosten voorbereidingskrediet. Vanwege de vertraging in de planning is in 2023 nog geen voorbereidingskrediet aangetrokken.In 2025 wordt naar verwachting het benodigde voorbereidingskrediet, mogelijk in gedeelten, aangetrokken. We hebben € 100.000 aan bespaarde rentekosten in 2023 toegevoegd aan de bestemmingsreserve huisvesting. In 2026 is het dan ook niet nodig om de gemeentelijke bijdrage te verhogen met de volgende stap in rentekosten.
In de actualisatiebegroting 2026 volgt een update van deze ontwikkeling.
Herijking gemeentefonds/effecten op verdeelsleutel Vanaf 2026 worden onze gemeenten geconfronteerd met een oplopend tekort in de financiën, doordat de kosten stijgen en het Rijk gemeenten onvoldoende middelen geeft om taken naar behoren uit te voeren. Het Rijk wil per 2026 drie miljard euro korten op het gemeentefonds. De gemeenten zetten de lobby richting het Rijk om de korting op het gemeentefonds weer van tafel te krijgen stevig door. De eventuele effecten van deze landelijke ontwikkeling voor 2026 en verder voor de VRG zijn op dit moment nog niet in te schatten.
4.4
Financiële ontwikkelingen beleidsbegroting 2026
Autonome (niet-beïnvloedbare) ontwikkelingen die leiden tot uitzetting van de begroting: • Versterkingsmiddelen BDuR Voor veiligheidsregio’s zijn vanaf 2023 versterkingsmiddelen oplopend tot 83 miljoen euro structureel beschikbaar gesteld voor de verhoging van de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) van het Rijk. Deze versterkingsmiddelen zijn bedoeld voor het versterken van de crisisfunctie binnen de Veiligheidsregio met een grote nadruk op informatievoorziening. De toekenning voor 2024 is definitief en dit betekent voor de VRG een structurele extra bijdrage van € 1,8 miljoen in 2024 en zou oplopen tot € 2,6 miljoen in 2026 en verder. De geraamde bijdrage voor 2026 is nu € 2,3 miljoen. In de decembercirculaire is aangegeven dat op grond van het Hoofdlijnenakkoord en de uitwerking in het regeerprogramma de totale BDUR met 10% zal worden gekort met de inzet om in de voorjaarsnota komende zomer duidelijkheid te geven hoe dit zal gaan uitwerken. Wij gaan voorlopig uit van een status quo. Wij zetten deze middelen zo efficiënt mogelijk in voor de opgaven waar we voor staan. De opgaven en taken hebben daarmee geen effect op de gemeentelijke bijdrage. • Indexering 2026 Indexering van de (meerjaren)begroting vindt plaats op basis van loon- en prijsontwikkeling, zoals opgenomen in de financiële verordening.
Conform de verhouding (70/30) tussen de personele en materiele lasten is de gewogen indexatie 3,04%. De beleidsbegroting 2026 is geïndexeerd met 3,04% (€ 1.587 duizend) en deze is als volgt berekend:
35
Looncomponent 2026 Prijs overheidsconsumptie, beloning werknemers *
3,40%
Totale indexatie looncomponent in 2026 Materieelcomponent (IMOC) 2026 Prijs overheidsconsumptie, netto materieel *
3,40%
Weging 70 2,38%
2,20%
Totale indexatie materieelcomponent in 2026 * Gebaseerd op tabel 4.2.2 septembercirculaire 2024 Gemeentefonds
2,20%
Weging 30 0,66% Totaal 3,04%
De meerjarige indexatie is volgens dezelfde systematiek gebaseerd op onderstaande tabel uit de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds:
•
FLO – bijdrage Bij het opstellen van de jaarstukken 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln. (netto contante waarde) voor de toekomstige FLO-kosten tot en met 2045. Hierdoor ontstond een negatieve algemene reserve. Destijds is afgesproken om de deelnemersbijdrage in de periode 2020-2024 te verhogen en na die vijf jaar nadere afspraken te maken met de gemeenten over de resterende FLO-kosten. De totale FLO-kosten worden jaarlijks geactualiseerd door een extern adviseur, waarmee ook de voorziening jaarlijks wordt geactualiseerd. Voor 2026 en verder is berekend dat jaarlijks € 100.000 noodzakelijk is tot 2045. Dit wordt veroorzaakt doordat sprake is van wijzigingen in de (fiscale) regelgeving en een nettoinkomensgarantie. De berekening is afgestemd met de accountant en de uitzetting van € 100.000 voor de jaren 2025-2029 is opgenomen in deze beleidsbegroting conform de kaderbrief. Onderdeel van de afspraken met de gemeenten is dat de bijdrage FLO jaarlijks wordt na gecalculeerd. Over vijf jaar wordt de bijdrage opnieuw geëvalueerd.
De hierboven geschetste financiële ontwikkelingen zijn verwerkt in alle tabellen in deze begroting.
36
4.5
EMU-saldo
37
5
Bijlagen
38
5.1
Taakvelden
Begroting 2026 Taakveld (* € 1.000)
VRG totaal Baten
Lasten
0.1 Bestuur
-
1.547
0.4 Overhead
24
0.5 Treasury
168
166
0.8 Overige baten en lasten
913
Brandweer
Saldo
Baten
Lasten
Crisisbeheersing
Saldo
Baten
Lasten
Gemeentelijke kolom
Saldo
Baten
Lasten
GHOR
Saldo
Baten
Lasten
Saldo
0. Bestuur en ondersteuning -1.547
-
1.547
-1.547
-
-
-
-
-
-
-
-
-
14.558 -14.534
24
14.275
-14.251
-
283
-283
-
-
-
-
-
-
2
168
166
2
-
-
-
-
-
-
-
-
-
20
892
776
20
755
79
-
79
58
-
58
-
-
-
-
1.380
-1.380
1.380
-1.380
-
-
-
-
-
-
-
-
-
64.116
42.384
21.732 58.590 37.005
21.585
2.250
2.047
204
1.423
1.481
-57
1.852
1.852
0
-840
840
-840
-
-
-
-
-
-
-
-
-
0.10 Mutaties reserves 0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten 1. Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
2. Verkeer, vervoer en waterstaat 2.1 Verkeer en vervoer
-
840
-
8. Volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en stedelijke vernieuwing 8.3 Wonen en bouwen Totaal
-
4.324
-4.324
-
4.324
-4.324
-
-
-
-
-
-
-
-
-
65.221
65.221
-
59.559
59.559
-
2.330
2.330
-
1.481
1.481
-
1.852
1.852
-
Conform het BBV is hieronder een overzicht opgenomen met het verdelingsprincipe op basis waarvan de taakvelden over de programma's zijn verdeeld. Taakveld 0.1 Bestuur
Betreft kosten voor (ondersteuning) bestuur en accountantskosten.
0.4 Overhead
O.b.v. Notitie Overhead - juli 2016 Commissie BBV. Ondersteunende taken niet direct dienstbaar aan de externe klant of het externe product behoren tot overhead. Dit zijn Planning en Control, Financiën, HRM, OR, Inkoop, Communicatie, Juridische zaken, Informatievoorziening en Automatisering, Facilitaire zaken, post/document verwerking en Huisvesting.
0.5 Treasury
Activiteiten ten aanzien van financiering en betalingsverkeer zoals rentebaten en rentelasten.
0.9 Vennootschapsbelasting (VpB)
Geen sprake van vennootschapsbelasting binnen de Veiligheidsregio Groningen.
0.10 Mutaties reserves
Alle toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves.
0.11 Resultaat van de rekening van baten en lasten
Na resultaatbestemming is hier het jaarresultaat zichtbaar.
1.1 Crisisbeheersing en Brandweer
Alle reguliere taken van de brandweer en taken in verband met het beperken en bestrijden van rampen en zware ongevallen, inclusief GHOR en Bevolkingszorg.
2.1 Verkeer en vervoer
Betreft bluswatervoorziening.
8.3 Wonen en bouwen
Advies, toetsing en handhaving van brandveiligheid.
40
5.2
Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing
De in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing opgenomen risico’s zijn begin 2025 geactualiseerd. Hieronder is een uitwerking opgenomen van de genoemde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen. Paraatheid vrijwilligers Paraatheid is van groot belang voor een snelle en doeltreffende uitvoering van de brandweerzorg, en is in algemene zin een continu aandachtspunt. Om de paraatheid op een zo hoog mogelijk niveau te houden dan wel te krijgen, wordt continu naar mogelijkheden gezocht ter verbetering. Deze verbeteringen worden gezocht op het gebied van personeel (boeien en binden van vrijwilligers, Omschrijving piketten), materieel en procedures, kazernes en organisatievormen. Door het uitrukken met afwijkende voertuigbezettingen te faciliteren (met onder meer slimme pagers en opleiding en oefenen) en te zorgen voor een netwerk van elkaar ondersteunende posten, worden zowel een snelle eerste uitruk als de benodigde slagkracht georganiseerd. Risico Kans
250.000 Hoog Programma aardbevingen
Door het ontbreken van structurele dekking voor het programma aardbevingen is het opbouwen, maar vooral ook het borgen van adequate kennis binnen onze formatie een uitdaging. Door de provincie Groningen is een bijdrage toegezegd tot en met 2024; het risico bestaat dat voor de Omschrijving lange termijn geen dekking is voor deze werkzaamheden. Er worden momenteel gesprekken gevoerd over de verlenging van de subsidie; naar verwachting komt hierover in de eerste helft van 2025 duidelijkheid. Risico Kans
325.000 Middel Wet op de Veiligheidsregio's
Uit de evaluatie van de Wet op de Veiligheidsregio's is geconcludeerd dat de veiligheidsregio’s goed functioneren als het gaat om regionale branden, incidenten en crises. Omdat crises ingewikkelder worden en regionale grenzen overschrijden, is meer samenwerking nodig; tussen Omschrijving veiligheidsregio’s met crisispartners en met het Rijk. Daarom moet er, met behulp van een taskforce, een nieuwe wet komen die daarvoor zorgt. Ook binnen VRG zien we nieuwe risico's, zoals cyber en klimaatverandering, maar ook het vraagstuk maatschappelijke weerbaarheid en de taken die we daarvoor moeten uitvoeren. De financiële effecten zijn op dit moment nog niet te overzien. Risico Kans
Hoog Achterstallig onderhoud
In juli 2023 zijn de huisvestingsplannen voor de diverse kazernes in het algemeen bestuur vastgesteld. Het onderhoud aan de betreffende kazernes zal aangepast worden aan de nog resterende levensduur. Dit brengt het risico mee dat onvoorziene kosten zich voor kunnen doen. Omschrijving Voor de kazernes die niet op korte termijn ver(nieuw)bouwd worden, geldt dat regulier invulling wordt gegeven aan de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP). Ook hier bestaat als gevolg van de gemiddelde (hoge) leeftijd van de kazernes het risico op tussentijds onvoorziene kosten. Risico Kans
250.000 Hoog Tweede loopbaanbeleid
Omschrijving
Momenteel wordt een landelijk onderzoek uitgevoerd naar het maximaal 20 jaar uitvoeren van bezwarende beroepsbrandweerfuncties. De toekomstige uitstroom als gevolg van het tweede
loopbaanbeleid is onzeker en het 'hernieuwde tweede loopbaanbeleid' gaat tot extra kosten leiden. We hebben voorlopig een globale inschatting gemaakt van het risico. Risico Kans
500.000 Hoog Multidisciplinaire crisisorganisatie
De crises in de afgelopen jaren hebben laten zien dat ze een grote impact op de werkzaamheden van VRG hebben. VRG werkt in de multidisciplinaire crisisorganisatie intensief samen met ketenpartners, levert een stevige bijdrage aan de risico- en crisiscommunicatie en complexe juridische advisering. De bestaande crisisstructuur is uitgebouwd naar datgene wat nodig is om de Omschrijving uitdagingen het hoofd te bieden; we acteren flexibel op de aard en de duur van deze crises. Voor de meerkosten van deze crises zijn in specifieke gevallen landelijke compensatieregelingen. Zeker is dat de diverse crises impact hebben op de reguliere bedrijfsvoering. We kunnen nog niet overzien wat dit betekent voor de langere termijn. Risico Kans
Hoog Omgevingswet
De Omgevingswet is inwerking getreden op 1 januari 2024. De stelselherziening Omgevingswet brengt een intensieve taakverandering voor veiligheidsregio’s met zich mee op het gebied van risicobeheersing. Uit een eerder onderzoek van Cebeon volgt dat de Omgevingswet extra kosten met zich meebrengt voor veiligheidsregio’s die door het Rijk niet zijn voorzien. Zoals benoemd is de Omschrijving verwachting dat deze nieuwe taken per saldo een extra inzet van 2-3 fte vragen van VRG. Zowel vanuit het Rijk (interbestuurlijke financiële monitor Omgevingswet) als vanuit de veiligheidsregio's lopen nieuwe onderzoeken naar de omvang van deze taken. Financiële vertaling wordt nog verwacht en VRG is van mening dat extra taken door het Rijk gefinancierd moeten worden. Risico Kans
100.000 Hoog
42
FLO In 2018 is een landelijk FLO-akkoord gesloten tussen werkgevers en vakbonden voor beroepsmedewerkers van de brandweer die voor 2006 een repressieve functie vervulden. Naast de gevormde voorziening bevat het FLO-akkoord een aantal onderdelen waar landelijke besluitvorming over moet plaatsvinden en die tot een stijging van de benodigde voorziening kunnen Omschrijving leiden, zoals cao-loonstijgingen en werkgeversbijdragen tot 2045. De actualisatie van de totale FLO-kosten wordt jaarlijks herrekend door een externe adviseur en de voorziening zal daarmee ook jaarlijks geactualiseerd worden. Het opgenomen risico is gebaseerd op de jaarlijkse aanvullende dotaties in de afgelopen jaren. Risico Kans
1.000.000 Hoog
Cyber- en informatiebeveiliging De crisisorganisatie van veiligheidsregio's biedt ondersteuning aan ketenpartners bij verstoring of uitval, wanneer de openbare orde en veiligheid in gevaar kan komen. De veiligheidsregio’s kunnen zelf echter ook worden getroffen door storing en uitval. De interne informatiebeveiliging dekt de vitale en kritische processen binnen VRG. Omschrijving
De veiligheidsregio’s maken (nog) geen onderdeel uit van de Nederlandse vitale infrastructuur, zoals bijvoorbeeld de politie. Landelijk wordt verkend of de veiligheidsregio’s gekenmerkt kunnen worden als vitale aanbieder via NIS2. Voor de veiligheidsregio’s betekent dit een verdere investering in de informatiebeveiliging per regio. De organisatorische en financiële gevolgen hiervan worden in kaart gebracht."
Risico Kans
PM Hoog
Cybercriminaliteit Cybercriminaliteit is een moedwillige handeling om een organisatie schade aan te brengen of een verstoring te veroorzaken met politiek of financieel gewin. Gevolgen die hieruit kunnen Omschrijving voortvloeien, zijn het platleggen van de digitale infrastructuur, het aanrichten van imagoschade, het stellen van financiële eisen voor herstel/continuïteit en verlies/diefstal van vertrouwelijke informatie/persoonsgegevens. Risico Kans
PM Hoog
Brandkranen De VRG heeft een overeenkomst met het Waterbedrijf Groningen over het gebruik van brandkranen. In de overeenkomst staat dat beide partijen de overeenkomst kunnen ontbinden met Omschrijving een opzegtermijn van twee jaar. Indien het Waterbedrijf hiertoe over zou gaan uit oogpunt van vitaal belang, leidt dit tot financiële en organisatorische problemen voor de VRG." Risico Kans
PM Laag
43
Hardheidsclausule na dienstongevallen Voor vrijwilligers is als gevolg van de gewijzigde landelijke regeling dienstongevallen een hernieuwde invulling gegeven aan de hardheidsclausule. Op basis van de schadecijfers uit het Omschrijving verleden is een inschatting gemaakt van het risico. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen medewerkers die in dienst zijn voor 1 januari 2024 en medewerkers die na 1 januari 2024 in dienst zijn gekomen. Risico Kans
450.000 Laag
Meldkamer Noord-Nederland Om de CaCo-functie structureel 24/7 te borgen is een uitzetting nodig van 3,1 fte binnen de MNN. De kosten hiervoor bedragen € 352.000 per jaar. Het structureel (financieel) borgen van de functie van Coördinator Crisisbeheersing binnen MNN kost € 124.000 per jaar. Deze kosten worden door de 3 veiligheidsregio’s gedragen: voor VRG betekent dit een uitzetting van respectievelijk € 120.000 en € 42.000. Omschrijving In de begroting 2024 van de VRG is een bedrag opgenomen voor de uitzetting zoals opgenomen in de notitie CaCo 2023 2024 2025 e.v. d.d. 11-7-2023. Het extra bedrag wat in 2024 hiervoor reeds is opgenomen bedraagt afgerond € 100.000. Dit betekent dat voor 2025 en verder dit leidt tot een uitzetting van (162.000 – 100.000) € 62.000 van de begroting van de VRG. Voor 2025 is deels dekking georganiseerd, het restant wordt uit de vooruit ontvangen frictiekosten gedekt, welke op de balans staan. Vanaf 2026 dient dit uit de uitzetting Crisisbeheersing (83 miljoen) te worden gedekt. Risico Kans
162.000 Hoog
Korting BDuR Uit de begroting van J&V volgt dat de specifieke uitkering Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) met ingang van 2026 met een budgetkorting van 10% wordt uitgekeerd aan Omschrijving veiligheidsregio's. Dit levert een korting van € 1,1 miljoen per jaar op voor de begroting van VRG. Op de landelijke tafels wordt geprobeerd deze korting van tafel te krijgen. De uitkomst hiervan is nog onduidelijk. Risico Kans
1.100.000 Hoog
Nieuwbouw Arrivalocatie en Winschoterdiep Groningen Met betrekking tot het nieuwbouwplan aan de Sontweg is de planningshorizon opgeschoven en de oplevering nu voorzien in het jaar 2030. Dit betekent dat de exploitatiekosten van deze nieuwbouw Omschrijving vanaf 2031 volledig in de begroting van VRG zullen vallen. Door het verschuiven van de horizon bestaat het risico dat kosten stijgen ten opzichte van de afgegeven calculaties in juli 2023. Risico Kans
PM Middel
44
PFAS Het Veiligheidsberaad heeft de Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV) gevraagd om de landelijke ontwikkelingen inzake PFAS inzichtelijk te maken en te coördineren. Dit heeft betrekking op de gevolgen van het gebruik van PFAS-houdend blusschuim door Omschrijving veiligheidsregio’s. In Groningen is de transitie naar PFAS-vrij blusschuim afgerond. In de bluskleding en in het operationeel uniform bevindt zich een vorm van PFAS die is toegestaan (type C6). De provincie heeft onderzoek gedaan naar PFAS-verontreiniging bij locaties van de VRG. De onderzoeksresultaten gaven geen aanleiding voor vervolgonderzoek. Risico Kans
PM Hoog
PTSS Er is een landelijke regeling in ontwikkeling voor de zorg en ondersteuning van PTSS-gevallen. Voor deze regeling is echter nog geen financiële dekking opgenomen. Door het ontbreken van financiële Omschrijving middelen ontstaat het risico dat niet aan de landelijke verwachtingen kan worden voldaan. Dit kan leiden tot een verminderde kwaliteit van zorg en ondersteuning voor PTSS-gevallen en kan extra druk leggen op de reeds beperkte beschikbare middelen. Risico Kans
PM Hoog
Verduurzaming In 2026 willen we verder uitvoering geven aan de CO2-reductie (onderdeel van de landelijke duurzaamheidsagenda Veiligheidsregio’s) en het verdere verduurzamen van ons wagenpark Omschrijving (personenauto’s). We voorzien dat gezien de prijsontwikkelingen in de afgelopen jaren dit een hele opgave kan worden. Omdat de financiële impact van deze initiatieven nog niet volledig in kaart is gebracht, nemen we deze vooralsnog als P.M. op. Risico Kans
PM Hoog Vakbekwaamheid
Aantoonbare vakbekwaamheid verbeteren door een betere aansluiting van de visie op vakbekwaamheid bij de actualiteit en daarmee bij te dragen aan veiligheid, professionaliteit en Omschrijving kwalitatief goede hulpverlening van de brandweerorganisatie. bijdragen aan- en zorgen voor samenhang tussen de verschillende processen binnen brandweerzorg. Risico Kans
285.000 Hoog
45
Verplichtend karakter vrijwilligers (structureel) Als gevolg van Europese wetgeving wordt op landelijk niveau gewerkt aan de implementatie van ‘Het verplichtend karakter’ vrijwilligers (bouwsteen 1). De kosten voor implementatie zijn landelijk geraamd op € 35 miljoen. Voor de VRG zijn de kosten incidenteel geraamd op € 2.800.000,- en Omschrijving structureel op € 500.000,-. Ook in dit dossier zijn de gesprekken met de minister gaande, maar is het financieringsvraagstuk nog niet opgelost. Ook zal bij de invoering moeten worden gekeken wat dit betekent voor de vrijwilligers in Groningen. De VRG is overigens geen voorstander en heeft juridisch laten uitzoeken dat dit betwistbaar is. Risico Kans
500.000 Hoog Verplichtend karakter vrijwilligers (incidenteel)
Als gevolg van Europese wetgeving wordt op landelijk niveau gewerkt aan de implementatie van ‘Het verplichtend karakter’ vrijwilligers (bouwsteen 1). De kosten voor implementatie zijn landelijk geraamd op € 35 miljoen. Voor de VRG zijn de kosten incidenteel geraamd op € 2.800.000,- en Omschrijving structureel op € 500.000,-. Ook in dit dossier zijn de gesprekken met de minister gaande, maar is het financieringsvraagstuk nog niet opgelost. Ook zal bij de invoering moeten worden gekeken wat dit betekent voor de vrijwilligers in Groningen. De VRG is overigens geen voorstander en heeft juridisch laten uitzoeken dat dit betwistbaar is. Risico Kans
2.800.000 Hoog Brandbestrijding als Specialisme
In 2025 onderzoeken we of en hoe we de veiligheid en effectiviteit van onze brandbestrijding in de toekomst kunnen waarborgen met de introductie van Brandbestrijding als Specialisme (BAS). Met BAS kunnen we expliciet keuzes maken in wat we onder altijd uit te voeren basisbrandweerzorg Omschrijving verstaan en vanaf welk moment we gaan specialiseren. Wanneer dit onderzoek zou leiden tot de inrichting van een specialistisch team en er investeringen nodig zijn in nieuw materieel dat specifiek geschikt is voor complexe en gevaarlijke brandscenario’s, dan betekent dit een uitzetting van de begroting. Keuzes hierin worden met aparte voorstellen aan het bestuur voorgelegd. Risico Kans
PM Hoog Taakveld hulpverlening
In 2025 verkennen we wat er nodig is om binnen het taakveld hulpverlening te werken volgens de landelijke visie hulpverlening. Voor een groot gedeelte in de ‘’traditionele technische hulpverlening Omschrijving ‘’ doen we dit al, maar ook hier moet worden versterkt op nieuwe risico’s met nu nog niet exact te duiden financiële consequenties in 2026. Risico Kans
PM Laag Vervangingsinvesteringen
De afgelopen jaren is de VRG geconfronteerd met hogere vervangingsinvesteringen dan begroot Omschrijving als gevolg van de (enorm) stijgende kosten. Dit geldt voor de voertuigen, gebouwen en materialen. Het gaat hier om stijgingen die groter zijn dan de indexatie op basis van de hygiëneregels. Risico Kans
PM Laag
46
5.3
Investeringen
Onderstaand een overzicht van de voorgenomen investeringen voor 2025 tot en met 2029: Omschrijving Investerings2025 2026 2027 (in euro) behoefte totaal 2025-2029
2028
2029
Huisvesting
92.490.872
8.017.872
10.813.000
25.642.000
21.804.000
26.214.000
Voertuigen/vaartuigen
26.686.800
2.821.500
10.825.300
3.844.000
6.387.000
2.809.000
1.369.000
31.000
404.000
133.000
186.000
615.000
1.109.000
519.000
450.000
-
50.000
90.000
765.000
225.000
75.000
330.000
135.000
-
2.489.000
1.068.000
242.000
782.000
257.000
140.000
92.000
92.000
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
125.001.672 12.774.372
22.809.300
30.731.000
28.819.000
29.868.000
90%
90%
90%
90%
80%
11.496.935
20.528.370
27.657.900
25.937.100
23.894.400
Inventaris rijdend materieel Materieel/materiaal Persoonlijke bescherming middelen/kleding ICT Overige materiele vaste activa Grond Totaal investeringen Realisatie index % Realisatie index in bedragen
109.514.705
Dit investeringsoverzicht is geactualiseerd in oktober 2024. Het investeringsplan gaat uit van vervanging van bestaand materieel en ICT-voorzieningen. De genoemde prijzen zijn exclusief verduurzaming en gebaseerd op het prijspeil 2024. Met betrekking tot de huisvesting zijn de getallen vanuit de besluitvorming in juli 2023 gepresenteerd, met een verschuiving in tijd. We merken hierbij op dat de investeringen vanaf 2026 en verder aangaande vervanging Sontweg voor de volledigheid wel in het overzicht zijn opgenomen, maar dat bestuurlijke besluitvorming over de vervolgfases nog moet plaatsvinden. Er is uitgegaan van actuele prijzen en bekende reguliere indexeringen uit (landelijke) contracten. Voor 2025 is voor het grootste gedeelte een indexatie gehanteerd van 3,24% (behalve waar andere contract gebonden percentages gelden), de gehanteerde jaren daarna is grotendeels gerekend met een percentage van 3,1%. Of dit afdoende gaat zien zijn voor de langere termijn valt nu nog niet te overzien. Gezien de onzekerheid in de planning van sommige investeringen rekenen we met een realisatie index van 90% voor de jaren 2025 t/m 2028 en voor de jaren daarna met een percentage van 80%. In afwachting van de aanbesteding vervanging dienstvoertuigen 3Noord is voor wat betreft deze voertuigen gerekend met investeringsbedragen gebaseerd op fossiele brandstoffen.
5.3.1 Ontwikkeling kapitaallasten We blijven een opwaartse druk op de kapitaallasten zien, mede door de noodzakelijke vervanging van materieel dat in sommige gevallen forse prijsstijgingen laat zien. Deze vervangingsinvesteringen kunnen leiden tot een piek in de uitgaven. Het handhaven van het huidige areaal binnen het beschikbare budget vraagt om strakke financiële sturing. Dankzij de invoering van de egalisatiereserve kapitaallasten zijn we in staat stabiliteit te creëren op de kapitaallasten in de begroting. Hierdoor zijn er geen onverwachte mutaties in de gemeentelijke bijdragen. Er is echter nog steeds geen ruimte voor nieuwe uitbreidingsontwikkelingen. We blijven hierbij vasthouden aan de afspraken zoals vastgelegd in de financiële verordening en de financiële hygiëneregels.
47
5.4
Gemeentelijke bijdrage Inwoners
GHOR
dec-2024 Inwonerbijdrage 2025-actueel Indexatie
3,04%
Inwonerbijdrage 2026-primitief
Crisis
Gemeentelijke
beheersing
Kolom
Brandweer
€ 0,91
€ 1,31
€ 2,39
€ 82,24
€ 0,03
€ 0,04
€ 0,07
€ 2,50
€ 0,93
€ 1,35
€ 2,46
€ 84,74
Totaal primitieve
Vergelijking
gem. bijdrage
begroting
VRG in 2026
2025 act.
Eemsdelta
45.106
42.091
60.722
111.062
3.116.540
3.330.415
3.232.157
Oldambt
39.405
36.771
53.048
97.025
2.813.548
3.000.392
2.911.871
Pekela
12.517
11.680
16.851
30.820
762.098
821.448
797.213
Stadskanaal
32.013
29.873
43.096
78.824
2.126.533
2.278.327
2.211.109
Veendam
27.520
25.680
37.048
67.761
1.745.517
1.876.006
1.820.658
Het Hogeland
48.224
45.000
64.920
118.740
4.597.603
4.826.263
4.683.873
Westerkwartier
64.896
60.558
87.364
159.790
4.657.895
4.965.606
4.819.106
Groningen
243.768
227.472
328.164
600.218
24.558.461
25.714.314
24.955.662
Westerwolde
26.465
24.696
35.628
65.163
1.909.556
2.035.043
1.975.003
Midden Groningen
61.433
57.326
82.702
151.263
4.669.451
4.960.743
4.814.386
Totaal
601.347
561.146
809.542
1.480.667
50.957.202
53.808.557
52.221.037
De bijdragen aan de GHOR, crisisbeheersing en de gemeentelijke kolom worden bepaald aan de hand van het aantal inwoners. De bijdrage aan het programma brandweer is naar een verdeelsleutel op basis van het aandeel voor brandweerzorg in het gemeentefonds.
48
Toelichting VRG mutatie bijdrage 2025 act - 2026 prim
VRG 2025 actueel
Indexatie VRG
Verandering B&R sleutel
Uitzetting bijdrage
Actualisatie Inwoneraantal
VRG 2026 Primitief
3,04%
Mutatie bijdrage
Eemsdelta Oldambt Pekela Stadskanaal Veendam Het Hogeland Westerkwartier Groningen Westerwolde Midden Groningen
3.232.157 2.911.871 797.213 2.211.109 1.820.658 4.683.873 4.819.106 24.955.662 1.975.003 4.814.386
98.258 88.521 24.235 67.218 55.348 142.390 146.501 758.652 60.040 146.357
-
-
-
3.330.415 3.000.392 821.448 2.278.327 1.876.006 4.826.263 4.965.606 25.714.314 2.035.043 4.960.743
98.258 88.521 24.235 67.218 55.348 142.390 146.501 758.652 60.040 146.357
Totaal
52.221.037
1.587.520
-
-
-
53.808.557
1.587.520
In de geactualiseerde begroting 2025 zijn de effecten van veranderingen in de herijking gemeentefonds, de B&R sleutel en inwonersaantal meegenomen op basis van de Cebeon-rapportage. Voor de beleidsbegroting 2026 en verder is dezelfde verdeelsleutel gehanteerd als voor de geactualiseerde begroting 2025.
49
5.5
Meerjarenbeeld 2027-2029
Hierna volgt het meerjaren beeld voor de komende 4 jaren. Voor de berekening zijn wij uitgegaan van gelijkblijvend inwoneraantal en gelijkblijvende verdeelsleutel en een gewogen indexatie op basis van de indexatiecijfers afgegeven door het CPB, zoals weergegeven in de septembercirculaire 2024 van het gemeentefonds. Meerjarenbeeld 2027
Inwoners
GHOR
dec-2024
Crisis
Gemeentelijke
beheersing
Kolom
Brandweer
Totaal bijdrage VRG in 2027
Inwonerbijdrage 2026-primitief Indexatie
3,67%
Inwonerbijdrage 2027-primitief
€ 0,93
€ 1,35
€ 2,46
€ 84,74
€ 0,03
€ 0,05
€ 0,09
€ 3,11
€ 0,97
€ 1,40
€ 2,55
€ 87,85
Eemsdelta
45.106
43.635
62.951
115.138
3.230.917
3.452.641
Oldambt
39.044
38.120
54.994
100.586
2.916.806
3.110.506
Pekela
12.404
12.109
17.469
31.951
790.067
851.596
Stadskanaal
32.135
30.969
44.678
81.717
2.204.577
2.361.941
Veendam
27.616
26.623
38.407
70.248
1.809.577
1.944.856
Het Hogeland
48.298
46.652
67.302
123.097
4.766.335
5.003.387
Westerkwartier
64.946
62.780
90.570
165.654
4.828.839
5.147.844
Groningen
238.147
235.820
340.207
622.246
25.459.756
26.658.029
Westerwolde
26.537
25.602
36.935
67.555
1.979.637
2.109.729
Midden Groningen
61.554
59.430
85.737
156.815
4.840.820
5.142.802
Totaal
595.787
581.740
839.252
1.535.007
52.827.331
55.783.331
50
Meerjarenbeeld 2028
Inwoners
GHOR
dec-2024
Crisis
Gemeentelijke
beheersing
Kolom
Brandweer
Totaal bijdrage VRG in 2028
Inwonerbijdrage 2027-primitief Indexatie
3,39%
Inwonerbijdrage 2028-primitief
€ 0,97
€ 1,40
€ 2,55
€ 87,85
€ 0,03
€ 0,05
€ 0,09
€ 2,98
€ 1,00
€ 1,44
€ 2,64
€ 90,83
Eemsdelta
45.106
45.115
65.085
119.041
3.340.445
3.569.686
Oldambt
39.044
39.413
56.859
103.996
3.015.685
3.215.952
Pekela
12.404
12.519
18.061
33.034
816.850
880.465
Stadskanaal
32.135
32.019
46.193
84.487
2.279.312
2.442.011
Veendam
27.616
27.525
39.709
72.629
1.870.922
2.010.786
Het Hogeland
48.298
48.233
69.584
127.270
4.927.914
5.173.001
Westerkwartier
64.946
64.908
93.640
171.270
4.992.537
5.322.356
Groningen
238.147
243.814
351.740
643.340
26.322.842
27.561.736
Westerwolde
26.537
26.470
38.187
69.845
2.046.746
2.181.249
Midden Groningen
61.554
61.445
88.644
162.131
5.004.924
5.317.143
Totaal
595.787
601.461
867.702
1.587.044
54.618.178
57.674.385
51
Meerjarenbeeld 2029
Inwoners
GHOR
dec-2024
Crisis
Gemeentelijke
beheersing
Kolom
Brandweer
Totaal bijdrage VRG in 2029
Inwonerbijdrage 2028-primitief Indexatie
3,39%
Inwonerbijdrage 2029-primitief
€ 1,00
€ 1,44
€ 2,64
€ 90,83
€ 0,03
€ 0,05
€ 0,09
€ 3,08
€ 1,03
€ 1,49
€ 2,73
€ 93,91
Eemsdelta
45.106
46.644
67.291
123.077
3.453.686
3.690.698
Oldambt
39.044
40.749
58.786
107.521
3.117.917
3.324.973
Pekela
12.404
12.944
18.673
34.154
844.541
910.312
Stadskanaal
32.135
33.105
47.758
87.351
2.356.581
2.524.795
Veendam
27.616
28.458
41.056
75.091
1.934.346
2.078.952
Het Hogeland
48.298
49.868
71.943
131.585
5.094.970
5.348.366
Westerkwartier
64.946
67.109
96.815
177.076
5.161.784
5.502.784
Groningen
238.147
252.080
363.664
665.149
27.215.186
28.496.079
Westerwolde
26.537
27.367
39.482
72.213
2.116.131
2.255.193
Midden Groningen
61.554
63.528
91.649
167.627
5.174.591
5.497.394
Totaal
595.787
621.851
897.117
1.640.845
56.469.734
59.629.547
52