CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

09-05 Concept Beleidsbegroting 2026 Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Groningen

Gemeenteraad 26 mei 2025, gemeente VeendamBij agendapunt: Actualisatie begroting 2025 en concept beleidsbegroting 2026 Veiligheidsregio Groningen (VRG)18.095 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Beleidsbegroting 2026 Veiligheidsregio Groningen

2

Inhoudsopgave Voorwoord

4

Inleiding

5

1.1

Landelijke ontwikkelingen

1.2

Regionale ontwikkelingen

9

1.3

Leeswijzer

11

2 Programmaplan

5

12

2.1

De opdracht

12

2.2

Brandweerzorg

13

2.3

Crisisbeheersing

17

2.4

Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)

20

2.5

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

21

2.6

Overhead

23

3 Paragrafen

24

3.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

24

3.2

Onderhoud kapitaalgoederen

28

3.3

Financiering

28

3.4

Bedrijfsvoering

29

3.5

Verbonden partijen

31

4 Overzicht van baten en lasten

32

4.1

Overzicht baten en lasten per totaal en per programma

32

4.2

Geprognosticeerde balans

34

4.3

Toelichting meerjarenraming

34

4.4

Financiële ontwikkelingen beleidsbegroting 2026

35

4.5

EMU-saldo

37

5 Bijlagen

38

5.1

Taakvelden

39

5.2

Risico’s uit paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

41

5.3

Investeringen

47

5.4

Gemeentelijke bijdrage

48

5.5

Meerjarenbeeld 2027-2029

50

Voorwoord Voor u ligt de beleidsbegroting 2026 van de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Het afgelopen jaar heeft ons opnieuw laten zien dat we als organisatie in staat zijn om te presteren onder druk. De jaarstukken 2024 hebben inzicht gegeven in de ontwikkelingen die we hebben doorgemaakt, en hoewel het resultaat iets onder de begroting lag, zijn we erin geslaagd om belangrijke mijlpalen te realiseren. Zo hebben we, in lijn met de opdracht van het bestuur, de visie op brandweerzorg, het dekkingsplan en het regionaal beleidsplan crisisbeheersing opgesteld, allemaal binnen de financiële kaders. Onze samenwerking met de gemeenten en netwerkpartners blijft hierbij een cruciale factor. We werken vóór en mét de gemeenten, die verbinding zal ook in de toekomst centraal staan. Deze samenwerking is essentieel om de uitdagingen die voor ons liggen het hoofd te bieden. De taakuitvoering op het huidige niveau vraagt de komende jaren een aanzienlijke inspanning. Regionale ontwikkelingen zoals paraatheid, vakbekwaamheid, de Risico-Inventarisatie en Evaluatie, stijgende energiekosten en vervangingsinvesteringen leggen druk op onze begroting. Landelijk zien we taken op ons afkomen waarvan nog niet duidelijk is met welke financiële middelen dat gepaard gaat.

Daarnaast staan we voor nieuwe opgaven, zoals de veilige energietransitie en het vergroten van onze weerbaarheid, waarvoor nog geen financiële dekking is. Deze onderwerpen zullen separaat aan het bestuur worden voorgelegd. Ook landelijke ontwikkelingen hebben impact op onze begroting. Thema’s zoals PTSS als beroepsziekte, de vrijwilligheid bij de brandweer en de invoering van de Omgevingswet vragen aandacht en middelen. Voor alle landelijke thema’s hanteren we waar mogelijk het principe: geen knaken, geen taken. We zien dat de druk op de taakuitvoering toeneemt, terwijl de financiering vanuit het Rijk juist onder druk staat. De dreigende korting van 10% uit het hoofdlijnenakkoord op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) – voor de VRG een bedrag van € 1,1 miljoen – heeft grote financiële gevolgen voor de begroting 2026 en de jaren daarna, tenzij deze korting wordt teruggedraaid. Of deze korting wordt teruggedraaid zal blijken bij de behandeling van de voorjaarsnota. Blijft de korting gehandhaafd, dan heeft dit aanzienlijke financiële consequenties voor de VRG. In 2026 zetten we belangrijke stappen in de implementatie van onze visie op brandweerzorg en crisisbeheersing. We ronden de doorontwikkeling van de piketten in de crisisorganisatie af en blijven werken aan ons strategisch vastgoedbeleid, waarbij we voor alle 39 kazernes een plan ontwikkelen.

De VRG bewijst zich in deze onvoorspelbare tijden als een wendbare en flexibele organisatie. Onze medewerkers zetten zich dagelijks in om onze doelen te realiseren, ook onder moeilijke omstandigheden. We zijn lean georganiseerd en bewegen mee, zowel inhoudelijk als financieel. Dit kunnen wij niet zonder het commitment van onze tien gemeenten. In deze beleidsbegroting lichten we de inhoudelijke ontwikkelingen en thema’s verder toe. U leest welke gevolgen deze hebben voor de programma’s van de verschillende onderdelen van onze organisatie. We blijven ons inzetten voor een veilige en weerbare regio.

Wilma Mansveld Directeur Veiligheidsregio Groningen

4

Inleiding De begroting voor 2026 bestaat uit een algemeen deel met relevante landelijke en regionale ontwikkelingen, inhoudelijke ontwikkelingen per programma en bijbehorende financiële kaders. De ontwikkelingen die een grote impact op de VRG hebben, worden besproken in het algemene gedeelte en daarnaast worden in de programma’s nog specifieke ontwikkelingen geduid.

1.1

Landelijke ontwikkelingen

Evaluatie Wet Veiligheidsregio’s In 2020 heeft de commissie Muller onderzocht of de Wet veiligheidsregio's aansluit bij de huidige situatie en veiligheidsregio’s voldoende voorbereid zijn op toekomstige dreigingen, maatschappelijke ontwikkelingen en overige crises. De commissie schetst dat het noodzakelijk is om te prepareren op rampen en crises van de toekomst en beschrijft de mate van ontoereikendheid van de huidige wet en organisatie. Voor het wetgevingsprogramma hanteert het ministerie een methode waarbij de wet in tranches tot stand komt, ondersteund door zogenoemde two-pagers waarin de toekomstige bestendigheid van zowel brandweerzorg als crisisbeheersing vorm krijgt. In 2024 heeft de eerste tranche herziening wet veiligheidsregio’s ter pre-consultatie voorgelegen aan het Veiligheidsberaad en de veiligheidsregio’s en in 2025 voor formele consultatie. In 2026 wordt de eerste tranche herziening wet veiligheidsregio’s aangeboden aan de Tweede Kamer. Voor de tweede tranche gaat de Minister van Justitie en Veiligheid in 2026 met de veiligheidsregio’s en crisispartners verder verkennen waar een wettelijke verankering of verduidelijking noodzakelijk is. Hierbij zullen onderwerpen zoals bevolkingszorg, preventie op het gebied van brandveiligheid en de financieringssystematiek van het stelsel besproken worden.

Daarbij wordt bezien of en in hoeverre deze onderdeel kunnen zijn van een tweede tranche. Met betrekking tot brandweerzorg is het doel van de toekomstige wet- en regelgeving: te kunnen beschikken over brandweerzorg met voldoende capaciteit en kwaliteit. Dit om, naast kwalitatief hoogwaardige lokale en regionale brandweerzorg, het hoofd te kunnen bieden aan grootschalige, gelijktijdige en bijzondere incidenttypen om daarmee de maatschappelijke impact van grote incidenten te beperken. Hiertoe moet de regionale, bovenregionale, en landelijke brandweerzorg worden verbeterd en geborgd, gebaseerd op een bovenregionale en landelijke risicoinventarisatie en -analyse. Bij het vormgeven van bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking is de huidige regionaal vormgegeven brandweerzorg het uitgangspunt, evenals het behoud van autonomie van de veiligheidsregio’s in een eventueel landelijk dekkingsplan. De wijze van financieren en de governance van (extra) taken zijn belangrijke randvoorwaarden voor bovenregionale en landelijke brandweersamenwerking Knooppunt Coördinatie Regio’s – Rijk (KCR2) Om nationale crises het hoofd te bieden richtten de rijksoverheid en 25 veiligheidsregio's het Knooppunt Coördinatie Regio's-Rijk (KCR2) op.

Dit is het resultaat van de Rijksafspraken die zijn gemaakt naar aanleiding van de extra BDuRgelden die beschikbaar zijn gesteld ter versterking van de crisisbeheersing. Een deel van deze middelen is bestemd voor de ondersteuning van dit landelijke knooppunt. De landelijke onderzoeken naar de governance en rechtsvorm van KCR2 zijn in 2025 afgerond en zullen leiden tot beslissingen over de rechtsvorm en governance. De eerste inschattingen geven aan dat het formaliseren van deze keuzes een periode van twee jaar zal vergen. Tevens vindt er in dit kader binnen VRG een doorontwikkeling plaats van het regionale Veiligheid Informatieknooppunt (VIK). Dit wordt gevolgd door bovenregionale afspraken met betrekking tot de 3Noordsamenwerking (Groningen, Friesland en Drenthe), die gericht zijn op het creëren van een bovenregionaal overzicht voor de meldkamer in Noord-Nederland. Dit zal in lijn zijn met het landelijke informatiemodel dat aansluit op KCR2. Maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht We staan voor groeiende dreigingen zoals veranderende geopolitieke verhoudingen, toenemende 5

cyberaanvallen en verstoring van vitale processen. Deze complexe en onderling verbonden risico's vergroten de kans op maatschappelijke ontwrichting. Voorbereiding hierop vraagt om een veerkrachtige en sterke samenwerking. Binnen VRG werken we al jaren aan maatschappelijke weerbaarheid, onder andere via de doorlopende campagne Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ), die inwoners bewust maakt van risico’s en stimuleert tot voorbereiding. Over de financiering van dit thema voor 2025 en 2026 lopen nog gesprekken. In 2026 bouwen we voort op de activiteiten die we in 2025 zijn gestart, zoals doelgroepgerichte risicocommunicatie, het oprichten van een inwonerpanel, in gesprek gaan met de samenleving, inwoners stimuleren zich voor te bereiden op noodsituaties en hen handelingsperspectieven te geven met betrekking tot wat ze kunnen doen ten tijde van een ramp of crisis. Zo blijven we inzetten op burgerparticipatie, samenwerking met vitale partners en het versterken van de crisisorganisatie. Kanttekening hierbij is dat we nu niet kunnen overzien wat de (financiële) impact hiervan is waarbij het proces rondom de formele opdracht vanuit het Rijk en Veiligheidsberaad aan de veiligheidsregio’s ook nog niet afgerond is. De oorlog in Oekraïne heeft ertoe geleid dat er ook in Nederland steeds meer wordt voorbereid op militaire dreiging.

Er wordt momenteel een Landelijk Crisisplan Militaire Dreiging ontwikkeld en met onder andere de Eemshaven als doorvoerhaven voor militair materieel, is de Groningse betrokkenheid gewenst. Bij de uitwerking hiervan wordt ook steeds meer een beroep gedaan op maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. De VRG is een van de landelijke portefeuillehouders op dit thema. Informatieveiligheid (BIO)/ Cybercrime De kans op cyberaanvallen is de afgelopen periode aanzienlijk toegenomen en tegelijkertijd zijn de gevolgen van dergelijke aanvallen ernstiger geworden. Het is derhalve van groot belang om passende maatregelen te treffen ter waarborging van de continuïteit van onze dienstverlening. Daarnaast ondergaat de wet- en regelgeving met betrekking tot informatieveiligheid en privacy voortdurende veranderingen. Hoewel wij zijn uitgezonderd van de Network and Information Security Directive (NIS2), maken de veiligheidsregio's wel deel uit van de vitale crisisinfrastructuur. Dit houdt in dat wij, naast de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), dienen te voldoen aan een breed scala aan vereisten. In de komende beleidsperiode zullen wij ons richten op de uitkomsten en inzichten die voortkomen uit het Security Operations Centre (SOC).

Hierop zullen wij proactief reageren en de VRG zal investeren in de verbetering van zowel de veiligheid als de functionaliteit van ons netwerk, zodat dit aan de gestelde standaarden blijft voldoen. Tegelijkertijd borgen wij dat het kennisniveau van onze medewerkers op peil blijft en zullen zij voortdurend worden bijgeschoold op het gebied van security en privacy. Nieuwe ontwikkelingen, waaronder kunstmatige intelligentie, zullen hierbij als integraal onderdeel worden meegenomen. Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX) In antwoord op de groeiende behoefte aan een toekomstbestendige, robuuste, veilige en missiekritische communicatievoorziening, inclusief alarmering, heeft de Minister van Justitie en Veiligheid een programma geïnitieerd. Dit programma is gericht op de aanschaf en inrichting van een nieuw informatie- en communicatiesysteem voor de hulpdiensten, waaronder de brandweer. Deze stap is noodzakelijk geworden door de eindigheid van het C2000-netwerk, waardoor het van essentieel belang is om te investeren in een moderne communicatiestructuur die voldoet aan de eisen van de huidige en toekomstige veiligheidssituaties. Het programma, met de werktitel NOOVA, is eind 2023 stopgezet en vervangen door het programma Vernieuwing Missiekritische Communicatie (VMX). Hierbij zijn o.a. investeringen in de kwaliteit en continuïteit van C2000 aangekondigd.

Het is nog niet bekend binnen welke financiële kaders de vernieuwing plaatsvindt en of en hoe kosten worden versleuteld tussen Rijk en de deelnemende partijen. Toekomstgericht werkgeverschap en CAO Door de contourennota en de veranderende arbeidsmarkt willen de RCDV en het NIPV de komende vijf jaar ook investeren in toekomstbestendig werkgeverschap. Daartoe is het programma ‘Toekomstgericht werkgeverschap’ gestart, als één van de vier ‘Grote Werken’. Dit programma richt zich op thema’s als kwaliteit van de dienstverlening, 6

duurzame inzetbaarheid, betrokkenheid en motivatie, arbeidsverhoudingen en arbeidsrelaties, personeelswerving en -behoud. De thema’s komen grotendeels overeen met thema’s die binnen de VRG spelen. Een vraagstuk binnen al deze thema’s is steeds wat collectief wordt afgesproken en wat de individuele veiligheidsregio’s zelf afspreken. Er ligt een relatie met arbeidsvoorwaardenontwikkeling, dit wordt binnen de werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio’s (WVSV) besproken. Het werven en behouden van personeel is een uitdaging voor alle werkgevers, als ook voor de VRG. Tot dusver is het aantrekken van nieuw personeel succesvol geweest. Naar verwachting zal de arbeidsmarkt krapper worden waardoor werkgevers hun organisatie steviger in de markt moeten zetten. De afgelopen twee jaren zijn er diverse instrumenten ontwikkeld om de VRG als werkgever te onderscheiden en te promoten waaronder de werkgeversfilm, inzet van andere (online) wervingskanalen en ontwikkeling van beeldmateriaal en websites. Dit zal worden uitgebouwd naar een visie op recruitment en een gerichte inzet van Artifcial Intelligence (AI) en instrumenten om een goede match te kunnen maken tussen mens en werk. Ten aanzien van behoud is een onboardingsprogramma ontwikkeld en is het thuiswerkbeleid geïmplementeerd.

Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden is vanuit de WVSV het doel om binnen de loonruimte te blijven van de gemeentelijke CAO, en voor de brandweer en crisisbeheersing waar nodig aanvullende arbeidsvoorwaarden overeen te komen met de vakbonden. Dat is ook de insteek voor de onderhandelingen met de vakbonden de komende jaren. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan. Tweede loopbaanbeleid Tussen werkgevers en werknemers zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt rondom de bezwarendheid van repressieve brandweerfuncties. Deze afspraken zijn specifiek gemaakt voor de beroepsbrandweer. De belangrijkste afspraak is dat beroepsmedewerkers hun functie maximaal twintig jaar mogen uitvoeren. Dit beleid is in 2006 van kracht geworden. In 2022 heeft de VRG het herijkte tweede loopbaanbeleid vastgesteld. Nu de toepassing dichterbij komt en er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is in 2021 een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel (SemFire onderzoek).

Het onderzoek moet voor 2026 informatie opleveren ter voorbereiding op een mogelijke herziening van de arbeidsvoorwaarden. In afwachting van de onderzoeksresultaten hebben partijen afgesproken dat er geen onomkeerbare besluiten worden genomen. Vanuit de grotere beroepskorpsen gaan geluiden op om dit onderzoek niet af te wachten en eerder afspraken te maken op landelijk niveau. De VRG heeft als lijn om het huidige tweede loopbaanbeleid te volgen tot een gezamenlijk en goed onderbouwd alternatief wordt geboden. Onder bepaalde voorwaarden kunnen medewerkers een verzoek indienen tot uitstel van de maximale termijn van het vervullen van de bezwarende functie (twintig jaar). Deze situatie geldt totdat er nieuwe afspraken zijn gemaakt en deze zijn herzien en vastgesteld in een nieuwe arbeidsvoorwaardenregeling. Dit geldt ook voor VRG-medewerkers, waarbij het herijkte VRG-beleid deze ruimte al biedt. De VRG heeft zich voorbereid op toenemende uitstroom in de periode na 2026. Dit is conform het beleid van 2006. Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. Dit zal in de komende jaren extra kosten met zich meebrengen. Vanuit het jaarresultaat 2021 is een bestemmingsreserve gevormd waaruit we deze kosten dekken.

Risicobeheer en verzekeringen Per 1 januari 2024 is de landelijke regeling aanspraken na dienstongevallen in werking getreden. In deze regeling staan de aanspraken bij dienstongevallen voor alle medewerkers bij de Veiligheidsregio’s. De dekking van de regeling is geborgd via een in 2023 gezamenlijk aanbestede ongevallenverzekering en voor het overige deel via het eveneens in 2023 gezamenlijk opgerichte waarborgfonds. De landelijke regeling omvat grotendeels verbeteringen voor het personeel, maar gedeeltelijk ook een verslechtering. Om die verslechtering te compenseren is een lokale 7

hardheidsclausule vastgesteld, waarin aanvullend dekking wordt verleend voor met name vrijwilligers die tevens zelfstandige zijn. Duurzame inzetbaarheid incl. mentale gezondheid/PTSS Zowel op landelijk niveau als binnen de VRG is er veel aandacht voor duurzame inzetbaarheid van medewerkers. Dit betreft thema's zoals mentale gezondheid/ PTSS, fysieke fitheid, gezondheidsmonitoring en (loopbaan)ontwikkeling. Duurzame inzetbaarheid krijgt landelijke aandacht binnen het programma toekomstgericht werkgeverschap (Groot Werk 4) en rondom PTSS zijn in 2024 veel inspanningen verricht (concept modelregeling PTSS en toolbox psychosociale ondersteuning). In alle trajecten is de VRG goed aangehaakt, zowel binnen de landelijke werkgroepen als met de gesprekken binnen de Werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio's (WVSV). In 2025 zullen precieze kosten voor veiligheidsregio's inzichtelijk worden. Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers Door een uitspraak van het Europese Hof dat gelijke werkzaamheden gelijk beloond moeten worden, leek invoering van verplichte taakdifferentiatie tussen beroepsbrandweermensen en brandweervrijwilligers een poos lang onvermijdelijk. Met grote gevolgen voor het brandweerstelsel, dat voor ruim 80% uit vrijwilligers bestaat.

Na juridisch onderzoek is geconcludeerd dat taakdifferentiatie waarschijnlijk niet nodig is, mits duidelijker onderscheid wordt gemaakt tussen verplichte en niet-verplichte opkomst door respectievelijk beroeps en vrijwilligers. De huidige vorm van consignatie en kazernering van vrijwilligers zou dan moeten stoppen. De VRG zal pas concrete stappen zetten als er landelijk overeenstemming is bereikt over hoe de implementatie gaat gebeuren en hoe dit wordt gefinancierd. Daarbij zal het onverplichte karakter van brandweervrijwilligheid verenigd moeten worden met de ambitie om als brandweerorganisatie altijd paraat te zijn. Omgevingswet De Omgevingswet is op 1 januari 2024 na een lang aanlooptraject in werking getreden. Door een goede voorbereiding, waarbij veelvuldig afstemming is geweest met de ketenpartners, zijn we inmiddels steeds beter in staat om onze taken conform deze nieuwe wet uit te voeren. Daar waar 2024 en mogelijk ook 2025 de overgangsjaren waren, verwachten we dat in 2026 de Omgevingswet steeds meer het nieuwe normaal zal zijn. De Omgevingswet heeft bovendien tot nieuwe taken voor de veiligheidsregio’s geleid. Onderzoek (Cebeon, 2021) heeft uitgewezen dat deze taken voor de VRG een omvang hebben van 2-3 fte.

Zowel vanuit het rijk (interbestuurlijke financiële monitor Omgevingswet) als vanuit de veiligheidsregio's lopen nieuwe onderzoeken naar de omvang van deze taken. Aangezien door het rijk en/of de gemeenten tot op heden geen extra middelen beschikbaar zijn gesteld, zijn we vooralsnog genoodzaakt om tijdelijke keuzes te maken. Dit doen we risicogericht, wat betekent dat we nog scherpere keuzes maken ten aanzien van het (brandveiligheids)advies en het toezicht: waar geven we wel advies en houden we toezicht en waar niet? Verbreding van het risicoprofiel Risico- en crisismanagement is een primaire taak van de VRG en van oudsher gericht op brandveiligheid. De doorontwikkeling van de afgelopen jaren heeft gezorgd voor een uitbreiding naar een breder

8

veiligheidsperspectief (zoals energietransitie, klimaatveiligheid, digitalisering) en het opzetten van een doorlopend cyclisch proces van risico- en crisisbeheersing. Daardoor volgen risico-inventarisatie, risicoanalyse, pro-acties, preparatie, respons, nafase en herstel elkaar logischerwijs op. Hierdoor kan de VRG aan de voorkant van de veiligheidsketen op meerdere risico’s een positie innemen en deze voorkomen of beperken. Risicobeheersing is niet in staat voor het brede perspectief van veiligheid capaciteit beschikbaar te stellen vanuit de huidige formatie. Omdat dit ook een voorbereiding is op langdurige crises van de veiligheidsregio’s, worden de extra rijksmiddelen ook voor die benodigde formatie gebruikt. Hierbij wordt, zoals ook in de Visie Crisisbeheersing is beschreven, een verbinding gelegd met crisisbeheersing om zo de hele cyclus van risico- en crisisbeheersing te borgen. Omdat dit tevens een voorbereiding is op langdurige crises van de veiligheidsregio’s, worden de extra rijksmiddelen ook hiervoor gebruikt.

1.2

Regionale ontwikkelingen

Meldkamer Noord-Nederland (MNN) De Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) vormt sinds 2023 een netwerk van tien meldkamers, die technisch verbonden zijn en onderling taken kunnen overnemen. De LMS beheert de meldkamers voor alle hulpdiensten op technisch en facilitair vlak. De governance van de MNN voor de noordelijke veiligheidsregio’s is hiermee in lijn gebracht. De Meldkamer Noord-Nederland is de plaats waar de drie noordelijke veiligheidsregio's in gezamenlijkheid hun meldkamerfunctie uitvoeren voor de brandweertaak en de taak ten aanzien van rampenbestrijding, crisisbeheersing en geneeskundige hulpverlening. In 2024 is in aansluiting op de toekomstverkenningen crisisbeheersing en brandweer een landelijk visiedocument meldkamers omarmd. Dit omdat de in beide toekomstverkenningen omschreven technologische en maatschappelijke ontwikkelingen vragen om een daarop aansluitende meldkamerfunctie. Financiering van de ICTvoorzieningen vindt plaats vanuit het multidisciplinaire meldkamerbudget. De veiligheidsregio’s zullen zich moeten voorbereiden op het aannemen van personeel met andere competenties én de nodige bijscholing voor zittende medewerkers. Gaswinning en aardbevingen Het sluiten van de gaskraan in Groningen van het Groningenveld op 1 oktober 2023 is een belangrijk markeerpunt in de aardbevingsproblematiek in Groningen.

Het is een essentiële stap op weg naar herstel en vertrouwen. De uitkomsten van de parlementaire enquête aardgaswinning Groningen (PEGAS) en de daaropvolgende Kabinetsreactie ‘Nij Begun’ betekenen een nieuwe fase in het dossier. Toch blijft Groningen nog lang geconfronteerd met de effecten van de gaswinning en andere mijnbouwactiviteiten. Ook houdt de gaswinning uit de kleine velden nog niet op. De bevingen, maar ook de schade aan huizen, de versterkingsoperatie en een stelsel van regelingen trekken een zware wissel op de levens van gedupeerde bewoners in Groningen. Onderzoek van Gronings Perspectief toont aan dat dit nog altijd een duidelijk effect heeft op de fysieke en mentale gezondheid van bewoners in het bevingsgebied, hun vertrouwen in overheden en instanties, hun kijk op de leefbaarheid van hun dorp en regio en hun toekomstverwachtingen. 9

De VRG blijft zich inzetten voor de veiligheid, gezondheid, weerbaarheid en veerkracht van de inwoners van onze regio. We voeren activiteiten uit op het gebied van fysieke en sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust. Zo bieden we het vernieuwde lesprogramma Aardbevingenwijzer aan op basisscholen, zetten we in op gerichte risicocommunicatie, gaan we in gesprek met inwoners over de risico’s die ze ervaren en lopen en bieden we ze handvatten met betrekking tot wat ze zelf kunnen doen om zich voor te bereiden op noodsituaties en wat ze kunnen doen tijdens een ramp of crisis. Op deze manier stimuleren we de zelf- en samenredzaamheid via de doorlopende campagne Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ). De genoemde activiteiten kunnen echter alleen gecontinueerd worden als er ook extra middelen beschikbaar gesteld worden (de financiering loopt tot en met 2025). We zijn in gesprek met het ministerie van Economische Zaken voor opnieuw twee jaar incidentele financiering. Klimaat Klimaatverandering vormt een toenemende dreiging voor onze regio. Extreme hitte, droogte, stormen en hevige regenval zullen leiden tot risico's zoals overstromingen, natuurbranden en hittestress. Hittegolven en overstromingen krijgen daarbij bijzondere aandacht vanwege hun verstrekkende impact. De VRG bereidt zich actief voor op deze risico’s.

Niet alleen door te adviseren over klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting onder de Omgevingswet, maar ook door nauw samen te werken met ketenpartners zoals Rijkswaterstaat en waterschappen. Deze multivoorbereiding stelt ons in staat om wateroverlast, overstromingen en extreem weer effectief het hoofd te bieden. Tegelijkertijd blijven we de crisisorganisatie versterken en voorbereiden op klimaatscenario’s om risico’s te beperken. Zo werken we in 3Noord-verband aan handelingsperspectieven voor onder andere een overstromingsscenario en doen we mee aan een landelijke overstromingsoefening. Energietransitie De VRG wil de energietransitie mede mogelijk maken, maar wel op een veilige manier. Daarom is aandacht nodig voor de veiligheidsconsequenties van de energietransitie. Dit doet de VRG enerzijds door een goede preparatie van repressie en de crisisorganiatie en anderzijds door haar kennis en ervaringen te verzamelen en te delen, zodat de VRG vroegtijdig advies kan geven over risicobeheersing bij (eventuele) beleidskeuzes. Zowel intern als extern met de buurtregio’s en bij de stakeholders. De stakeholders op het gebied van energietransitie zijn: gemeenten, provincie, infraproviders, nutsbedrijven, onderwijsinstellingen, netbeheerders en brancheorganisaties.

De VRG denkt als adviseur én kennispartner graag vooraf mee over mogelijke risico’s van nieuwe energiebronnen om deze beheersbaar te houden. Vastgoed De afgelopen jaren is gewerkt aan het integraal in beeld krijgen van de vastgoedopgave waar de VRG de komende jaren voor staat. De wens is ontstaan om vastgoedprocessen op strategisch en tactisch niveau verder te ontwikkelen en bestaande processen te optimaliseren. Het doel is om in de jaarcyclus strategische en tactische doelen beter te kunnen vertalen naar de beheerstrategie voor het vastgoed. Het resultaat is dat kaders en uitgangspunten voor beheer en projecten tijdig worden bepaald en dat ingespeeld kan worden op interne en externe ontwikkelingen, trends en innovaties. 2026 staat voor de nieuwbouw VRG in het teken van de ontwerpfase voor de ontwikkeling van de kazerne met kantoren aan de Bornholmstraat en het oefen- en vakbekwaamheidscentrum aan de Winschoterweg. Voor de voorbereidende werkzaamheden is een voorbereidingskrediet vastgesteld. De verwachte oplevering van beide locaties is 2030. De uitgangspunten voor de huisvestingstrategie in de regio staan opgenomen in het Strategisch Huisvestingsplan (SHP), dat in 2023 bestuurlijk is vastgesteld. Hierin is de aanpak van gemiddeld één kazerne per jaar opgenomen op het kwaliteitsniveau “midden”.

Zo kan er invulling worden gegeven aan vervanging van de verouderde huisvestingsportefeuille van de VRG. Hierbij wordt ook een belangrijke slag gemaakt om het vastgoed in de toekomst op een doelmatige wijze duurzaam, circulair en flexibel te maken. Verder worden, waar van toepassing, versterkingsmaatregelen meegenomen. Voor versterken en aardbevingsbestendig bouwen wordt een aanvraag bij de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) gedaan voor vergoeding van de meerkosten. 10

In 2024 is de Duurzaamheidsvisie VRG vastgesteld door het MT. In het vastgestelde Strategisch HuisvestingsPlan(SHP) is een verduurzamingsopgave opgenomen voor het bestaande vastgoed. Deze opgave is op hoofdlijnen opgenomen en zal nader worden uitgewerkt. Hierbij worden de mogelijkheden geïnventariseerd en wordt onderzocht in hoeverre de gestelde ambities gerealiseerd kunnen worden. Dit zal leiden tot een routekaart met een uitvoeringsprogramma en daarin opgenomen wat de maatregelen opleveren, wat de doorlooptijd en verwachtte kosten per jaar zullen zijn. Hierbij zullen de (duurzaamheids)activiteiten vanuit het meerjarenonderhoudsplan en het SHP worden geïntegreerd.

1.3

Leeswijzer

De Beleidsbegroting De beleidsbegroting bestaat uit twee delen: het programmaplan en de paragrafen. Het programmaplan is onderverdeeld in vier programma’s: 1. Brandweerzorg (inclusief Bedrijfsvoering en Risicobeheersing) 2. Rampenbestrijding en Crisisbeheersing 3. Bevolkingszorg (GKG) 4. Geneeskundige Hulporganisatie in de Regio (GHOR) In de programmaplannen wordt nader ingegaan op de verschillende ontwikkelingen. Onder het programma Brandweerzorg vindt ook de verantwoording plaats van Bedrijfsvoering en Risicobeheersing. De programma’s GKG en GHOR worden uitgevoerd als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing. Het tweede deel van de beleidsbegroting bestaat uit de paragrafen. Het doel van de paragrafen is om hier onderwerpen, die verspreid in de begroting staan zoals onderhoud kapitaalgoederen, lokale heffingen en bedrijfsvoering, gebundeld en conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) weer te geven.

De financiële beleidsbegroting Dit hoofdstuk bevat onder meer informatie over de gehanteerde indexatiesystematiek, de baten en lasten per programma, het meerjarenperspectief en het in de begroting opgenomen investeringsplan.

11

2

Programmaplan

2.1

De opdracht

In de Wet veiligheidsregio’s is vastgelegd dat de overheid zich moet inzetten voor het voorkomen en bestrijden van branden, voor rampenbestrijding en crisisbeheersing en voor hulpverlening bij incidenten. Andere wet- en regelgeving, zoals het Besluit Risico’s Zware Ongevallen en bestuurlijke afspraken op lokaal en regionaal niveau, ondersteunt dit. De VRG heeft dan ook de expliciete opdracht om samen te werken op regionaal en lokaal niveau. Om op die manier burgers beter te beschermen tegen de risico’s van brand, ongevallen, rampen en crises en ervoor te zorgen dat zij goede hulpverlening en nazorg krijgen wanneer zij betrokken raken bij een incident. De totale reguliere begroting van de VRG 2026 in cijfers: Actuele begroting 2025

Begroting 2026

Verschil

Gemeentelijke bijdrage regulier

52.121

53.708

1.587

Gemeentelijke bijdrage FLO

100

100

-

-

-

-

Rijksbijdrage

11.015

11.015

-

Overige baten

398

398

-

Totale baten

63.634

65.221

1.587

Personele lasten

44.531

45.564

1.033

Materiele lasten

17.724

18.277

553

Totale lasten

62.254

63.841

1.587

Resultaat voor reserve mutaties

1.380

1.380

-

Reserve mutaties

-1.380

-1.380

-

-

0

-

VRG (* € 1.000)

Extra gem. bijdrage negatief EV

Resultaat na reserve mutaties

De belangrijkste afwijkingen worden per programma toegelicht in de volgende paragrafen.

12

2.2

Brandweerzorg

Programma: Portefeuillehouder: Directeur: Commandant:

Brandweerzorg J. Kuin W. Mansveld R. Knoop

Wat wil het programma Brandweerzorg in 2026 realiseren? Visie op brandweerzorg in 2030 In een steeds sneller veranderende wereld staat de brandweer voor grote uitdagingen. Daarom is in opdracht van het bestuur een gedragen visie ontwikkeld op de brandweerzorg 2030 in de regio Groningen. De visie geeft vanuit een realistisch perspectief invulling aan de primaire taak van de brandweer -veiligheid realiseren en herstellen waar deze in het geding is- met een goed toegeruste basisinfrastructuur die risicogericht, flexibel en wendbaar is. De VRG is daarbij proactief en innovatief en we oriënteren ons op de wereld om ons heen. Met behoud van het goede, verbeteren waar nodig en soms anders werken om hetzelfde doel te behalen. De visie is uitgewerkt in het Organisatieplan Brandweerzorg. In 2026 werken we verder aan de uitvoering van dit plan en gaan we ons oriënteren op de periode 2027 - 2030. Risicogerichte preventieve brandweerzorg Het is de ambitie om – conform de landelijke lijn – meer balans te brengen in de benadering van brandveiligheid; niet alleen het bestrijden van branden met een solide repressieve organisatie, maar ook het voorkomen van branden met risicogerichte preventie. Daarvoor wordt ingezet op een hoogwaardige risicoanalyse waarbij continue bijstelling en slimme duiding van de risico’s centraal staan.

Daarnaast speelt de Omgevingswet een belangrijke rol in de ambitie om aan de voorkant van de veiligheidsketen intensief betrokken te zijn. Uit de Omgevingswet volgen ook nieuwe wettelijke taken, zoals advisering op milieubelastende activiteiten, verbreding van onze adviesrol over branden, rampen & crises en toenemende taken zoals bedrijfsbrandweeraanwijzingen en advisering op omgevingsvisie en plannen. Risicogerichte preventieve brandweerzorg vergt een doorontwikkeling van Risicobeheersing. Deze ontwikkeling is zowel kwalitatief als mogelijk ook kwantitatief (meer capaciteit) waar het om extra taken gaat. Risicogericht werken betekent dat de inspanningen primair worden gericht op situaties waarbij het meeste risico is. De aandacht gaat dan minder uit naar situaties waarbij minder risico’s worden verwacht. Deze risicogerichte benadering is niet nieuw, maar in het afgelopen jaar wel verder geoptimaliseerd. Zo worden risico's steeds meer informatiegestuurd en in samenhang met alle onderdelen van de brandveiligheidsketen benaderd. Hierdoor is er beter inzicht in de brandrisico’s. De wereld verandert snel waardoor dit niet een eenmalige exercitie is, maar een continu proces. Om dit goed neer te zetten en duurzaam te borgen is eind 2024 gestart met het opzetten van een Programma risicogerichtheid. De beoogde looptijd van het programma bedraagt 2 jaar.

In 2026 worden de volgende taken op basis van onze wettelijke taken en werkafspraken met gemeenten uitgevoerd: -

Advisering op omgevingsveiligheid in visie-, plan- en vergunningprocedures en beleidsdocumenten van bevoegde gezagen.

-

Advisering op (brand)veiligheid.

-

Multidisciplinaire advisering bij grotere evenementen.

-

Toezicht op Seveso- en andere risicovolle bedrijven.

-

Toezicht op bouwwerken en evenementen.

-

Activiteiten in het kader van Brandveilig Leven, samen met diverse partners.

-

Advisering op Integrale Veiligheidsplannen en andere beleidsstukken van gemeenten gebaseerd op cyclische analyse van de andere activiteiten.

13

Risicogericht werken betekent ook dat per risico wordt bekeken waar mogelijkheden tot beïnvloeding zijn en wat de meest effectieve manier van postieve beïnvloeding is. Dat is niet altijd (alleen) middels het bovengenoemde instrumentarium, maar kan ook de inzet van Brandveilig Leven betekenen of een andere inzet van de repressieve brandweerzorg vragen. Deze verschuiving naar een effectiever instrumentarium kan invloed hebben op de taken die wij voor en soms namens de gemeenten uitvoeren. Daar waar dat het geval is, gaan wij in gesprek met de gemeenten om zo tot een passende inzet te komen. Anticiperen op diverse ontwikkelingen zoals veranderingen in demografie, energietransitie, klimaatopgaven en andere ruimtelijke ingrepen vraagt inzet. Waar die inzet niet past binnen de huidige begroting worden keuzes voorgelegd, zodat uiteindelijk de inzet aan de voorkant van de veiligheidsketen leidt tot een (bestuurlijk) acceptabel restrisico. Solide organisatie van de repressieve brandweerzorg Het belangrijkste product van de brandweer is paraatheid. Met strategische personeelsplanning wordt geanticipeerd op de benodigde nieuwe aanwas, wordt vanuit werkgeverschap en opleiding zoveel mogelijk aangesloten op de ervaringswereld van onze vrijwilligers en worden ontwikkelingen op het gebied van de rechtspositie van vrijwilligers opgevangen.

Daarnaast wordt brandweerzorg gebieds- en risicogericht georganiseerd in drie verschillende typen posten in onze regio: continu bezet, robuust en basis. In 2024 en 2025 zijn alle inspanningen op paraatheid vanuit een programma Paraatheid geregisseerd. In 2026 willen we die regie structureel beleggen, evenals de ondersteuning van de post- en netwerkparaatheid. De opbrengsten van het programma Vrijwilligheid worden benut om alles te doen wat nodig is om brandweervrijwilligheid in onze regio zo goed mogelijk in stand te houden. Hierin nemen we de bevindingen uit het landelijke programma mee: er is toekomst voor vrijwilligheid, maar je moet er wel anders naar kijken. Om de bedrijfsvoering van de beroepsorganisatie toekomstbestendig te organiseren is in 2024 een programma gestart met als inhoudelijke thema’s functie-invulling, vakbekwaamheidsprogramma en spreiding van werkzaamheden. Dit zal naar verwachting leiden tot concrete aanpassingen van de bedrijfsvoering en in de arbeidsvoorwaarden. We willen de vernieuwde landelijke basisprincipes van brandbestrijding volledig implementeren. Ook komen er nieuwe risico’s waarop we ons moeten versterken. Dit vergt investeringen in opleidingen, verwachtingsmanagement naar de samenleving en de aanschaf van nieuwe materialen.

In 2025 onderzoeken we of en hoe we de veiligheid en effectiviteit van onze brandbestrijding in de toekomst kunnen waarborgen met de introductie van Brandbestrijding als Specialisme (BAS). Met BAS kunnen we expliciet keuzes maken in wat we onder altijd uit te voeren basisbrandweerzorg verstaan en vanaf welk moment we gaan specialiseren. Wanneer dit onderzoek zou leiden tot de inrichting van een specialistisch team en er investeringen nodig zijn in nieuw materieel dat specifiek geschikt is voor complexe en gevaarlijke brandscenario’s, dan betekent dit een uitzetting van de begroting. Keuzes hierin worden met aparte voorstellen aan het bestuur voorgelegd. In 2025 verkennen we wat er nodig is om binnen het taakveld hulpverlening te werken volgens de landelijke visie hulpverlening. Voor een groot gedeelte in de ‘’traditionele technische hulpverlening ‘’ doen we dit al, maar ook hier moet worden versterkt op nieuwe risico’s met nu nog niet exact te duiden financiële consequenties in 2026. Hetzelfde geldt voor de implementatie van de landelijke visie scheepsincidenten; het inrichten van het basisbrandweeroptreden heeft naar verwachting geen financiële consequenties en uit verkennend onderzoek zal blijken of de Brandweer Groningen voldoende passend is aangesloten bij de regionale risico’s op het gebied van scheepsincidenten.

Om de vakbekwaamheid van de brandweer toekomstbestendig te maken, is een integrale aanpak ontwikkeld die gericht is op vakbekwaam worden, leren en ontwikkelen, oefenen, evalueren en reflecteren. De focus verschuift van kwantitatieve naar kwalitatieve vakbekwaamheid, waarbij aantoonbare competenties centraal staan. Om deze verandering te realiseren, zijn impulsen nodig op het gebied van onderwijskundige ondersteuning, de inzet van leerwerkplekbegeleiders en de ontwikkeling van didactische vaardigheden bij instructeurs. Dit verhoogt niet alleen de kwaliteit van het leerproces, maar zorgt ook voor meer stabiliteit en continuïteit binnen de organisatie. 14

De ontwikkeling van een uniforme evaluatiesystematiek, gekoppeld aan reflectie en jaargesprekken, vereist aandacht voor technologie, procesinrichting en personele ondersteuning. Dit maakt kwalitatieve evaluaties mogelijk, zodat niet alleen aanwezigheid maar ook vakinhoudelijke groei aantoonbaar wordt. Innovaties, zoals virtual reality en simulaties, maken oefenen veiliger, aantrekkelijker en flexibeler. Ten slotte wordt geïnvesteerd in een meerjarig oefenplan en de versterking van de rol van oefenleiders, wat zorgt voor meer flexibiliteit en duidelijkheid waardoor het oefenproces robuuster wordt. Brandweerzorg in verbinding met de samenleving De brandweer kan niet alles alleen. Daarom heeft de brandweer de (kennis van de) samenleving nodig om hoogwaardige brandweerzorg te kunnen blijven bieden. Dit geldt zowel aan de voor- als achterkant van de veiligheidsketen en op verschillende niveaus: medeoverheden, bedrijven, maatschappelijke organisaties en inwoners. We willen investeren in strategisch netwerkmanagement. Met een beleidscyclus voor brandweerzorg worden de gemeenteraden periodiek bij de actuele en gewenste kwaliteit van brandweerzorg betrokken, conform de nieuwe systematiek van het dekkingsplan. Daarnaast stimuleren we gemeenten om een paragraaf brandweerzorg op te nemen in hun Integraal Veiligheidsplan.

Om te anticiperen op demografische ontwikkelingen willen we verkennen of en hoe de zelf- en samenredzaamheid van bijvoorbeeld dorpen kan worden versterkt (bijvoorbeeld EHBJ en Brandveilig Leven). Afhankelijk van de landelijke financiering kunnen we dit verbinden met het landelijke programma dat gericht is op het vergroten van de weerbaarheid en veerkracht van de maatschappij. We sluiten graag aan op kansrijke projecten in gemeenten of in de regio. Ook zoeken we naar manieren om onze relatie met (potentiële) werkgevers van vrijwilligers te intensiveren als onderdeel van onze strategische personeelsplanning. Naast de brede risico’s en beheersing, bouwen we graag onze samenwerking met onderwijs- en kennisinstellingen uit in het kader van de energietransitie. Daarbij wordt specifiek voor de brandweer gekeken naar de implicaties voor de organisatie. Samen met de regio’s Drenthe en Fryslân houden we de brandweermeldkamerfunctie in stand. Vanuit de missie “Wij helpen” vormt de alarmcentrale bij een incident het eerste contact tussen de melder en de brandweer. Duurzame bedrijfsvoering Omwille van de continuïteit van de brandweerorganisatie is de bedrijfsvoering gericht op duurzame inzet van mensen en middelen. De brandweerzorg in Groningen valt of staat met de inzet van honderden brandweervrijwilligers en tientallen beroepsbrandweermensen.

We versterken daarom de aandacht voor de belevingswereld van onze mensen, zowel in opleidingen (aandacht voor de 'human factor', mentale en fysieke fitheid en werkgeluk) als in de manier waarop wij posten aansturen en faciliteren. Hierbij maken we continu de afweging tussen uniforme (landelijke en regionale) processen als dat beter is voor de efficiëntie of professionaliteit van de gehele organisatie en maatwerk als dat beter aansluit op de situatie en behoefte van een brandweerpost. Om dit alles vanuit een duurzame bedrijfsvoering te ondersteunen, kijken we ook naar een optimale inrichting van de dagdienst. Informatie- en kennis gestuurd werken vergroten het lerend vermogen en de wendbaarheid van de brandweerorganisatie. Het gaat hierbij niet alleen om techniek, maar ook om het mogelijk maken van de samenwerking met en informatie-uitwisseling tussen interne en externe partners. De ontwikkeling van het informatiegestuurd werken hangt samen met de ontwikkeling van het Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK), waarin we ook kennisregie een plek geven. Op het gebied van materiaal en materieel krijgen we onder meer te maken met strengere energie- en milieueisen en willen we nagaan welke (nieuwe) technieken er nodig zijn om te zorgen dat de brandweer op een professionele en duurzame wijze haar taken kan blijven uitvoeren.

Aandachtspunt zijn de gevolgen van de energietransitie voor de brandweervoertuigen. Als overheid hebben wij de verplichting om ons wagenpark te verduurzamen. We beginnen

15

met onze kleine dienst- en piketvoertuigen. Voor de tankautospuiten, hoogwerkers en ander specialistisch groot materieel is dit technisch lastiger en daarmee is dit een landelijk onderwerp. Samen met de veiligheidsregio’s Fryslân en Drenthe doorloopt de VRG een aanbesteding voor nieuwe dienstvoertuigen. De eerste nieuwe, elektrische, dienstvoertuigen zullen eind 2025, begin 2026 worden opgeleverd. De elektrische voertuigen zijn 1,5 keer duurder dan de huidige voertuigen. Daarnaast is er een extra investering nodig voor een laadpaleninfrastructuur bij en in de kazernes. Zodra bekend is wat de financiële impact van deze nieuwe voertuigen is, wordt dit separaat ter besluitvorming aan het bestuur voorgelegd. In 2024 is een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie (RI&E) opgesteld voor de repressieve taken van de brandweer. De aanpak van de geconstateerde knelpunten vraagt in 2026 verdere opvolging. De vijf belangrijkste zijn: het gebruik van (de juiste) persoonlijke beschermingsmiddelen, veiligheid en veiligheidsbewustzijn bij het opleiden en oefenen, een veilige cultuur waarin het aanspreken op gedrag als de norm ervaren wordt, verkeersveiligheid en legionellabeheer. De maatregelen om de knelpunten aan te pakken moeten nog SMART gemaakt worden.

Wat heeft Brandweerzorg hiervoor nodig? Actuele begroting 2025

Begroting 2026

Verschil

Gemeentelijke bijdrage regulier

49.353

50.857

1.504

Gemeentelijke bijdrage FLO

100

100

-

Rijksbijdrage

8.276

8.276

-

Overige baten

326

326

-

Totale baten

58.055

59.559

1.504

Personele lasten

39.950

40.898

948

Materiele lasten

16.725

17.280

555

Totale lasten

56.675

58.179

1.504

Resultaat voor reserve mutaties

1.380

1.380

-

Reserve mutaties

-1.380

-1.380

-

-

-

-

Brandweerzorg (* € 1.000)

Resultaat na reserve mutaties

16

2.3

Crisisbeheersing

Programma: Portefeuillehouder: Directeur:

Rampenbestrijding en crisisbeheersing C.Y. Sikkema W. Mansveld

De complexiteit van de crises van de afgelopen jaren en de dreigingen die in de huidige tijd zichtbaar zijn, laten zien dat wij als crisisorganisatie alert moeten zijn en ons moeten voorbereiden. Dat we vakbekwaam, flexibel en wendbaar moeten zijn. Met behulp van het Regionaal Beleidsplan Crisisbeheersing VRG 2024 – 2028 wordt hieraan uitvoering gegeven. In samenwerking met de programma’s Bevolkingszorg, GHOR en onze vaste crisispartners.

Wat wil het programma Crisisbeheersing realiseren in 2026? Versterken van de crisisorganisatie De wijze waarop de VRG haar crisisorganisatie heeft ingericht, is vastgesteld in overeenstemming met de Wet Veiligheidsregio's in het Regionaal Crisisplan (RCP). Deze volgt op het Regionaal Risicoprofiel en het Regionaal Beleidsplan. Het RCP is in 2025 vastgesteld, hierin staan de uitgangspunten om de crisisorganisatie verder te richten de komende jaren. De doctrine crisisbeheersing is één van deze uitgangspunten en het vliegwiel voor de komende jaren om de crisisorganisatie verder te versterken. In de doctrine crisisbeheersing VRG staan de afspraken over de multidisciplinaire samenwerking ten tijde van een crisis, zowel in niet acute- als acute situaties. Dit leidt tot eenheid van opvatting en werkwijze in deze situaties, Dit wordt jaarlijks bijgesteld en door vakbekwaamheid opgenomen in het vakbekwaamheidsprogramma, waardoor we continu de crisisorganisatie versterken en de crisisfunctionaris wordt meegenomen in een doorlopend leren cyclus. Inrichting risicogericht werken Het regionaal risicoprofiel vormt de basis voor de risico’s waar de VRG zich op richt en dus ook de crisisorganisatie zich op voorbereidt. De aansluiting met het landelijke risicoprofiel wordt, mede gelet op landelijke ontwikkelingen, steeds belangrijker en deze verbinding wordt in de komende jaren versterkt.

Als VRG willen we steeds meer aan ‘de voorkant’ van de veiligheidsketen zitten. Dit doen we niet alleen om beter voorbereid te zijn, maar ook om waar mogelijk crises te kunnen voorkomen. In lijn met de verschuiving naar een landelijk risicogericht model, werken we aan een gezamenlijke aanpak waarbij regionale risico’s in toenemende mate in overeenstemming worden gebracht met landelijke prioriteiten en richtlijnen. Dit landelijke model biedt een kader voor risico-inschatting, besluitvorming en preventieve maatregelen, waardoor crisisorganisaties effectiever kunnen anticiperen op opkomende risico’s. De landelijke aanpak stelt ons in staat om onze voorbereidingen en preventiestrategieën nog beter af te stemmen op dreigingen, met als doel samenhang in de crisisrespons en versterking van de nationale veiligheidsketen. Hier wordt uitvoering aangegeven door meer verbinding te creëren tussen multirisicobeheersing en crisisbeheersing. Duurzame netwerksamenwerking Crisismanagement is voor een belangrijk deel netwerkmanagement. We investeren als VRG in het in kaart brengen van netwerkpartners, het ouderhouden van contacten en waar nodig afspraken voor samenwerking vast te leggen. Nieuwe soorten crises leiden tot nieuwe partners. Hierbij is het belangrijk om bestaande partnerschappen niet uit het oog te verliezen en om deze te behouden.

Het is om die reden vanzelfsprekend om diverse netwerkmomenten te beleggen met onder andere maatschappelijk betrokken partijen, bedrijven en inwoners. Met regionale, landelijke en internationale samenwerking en in 3-Noordverband. Met maritieme partners, met het Rijk en ook met bijvoorbeeld onze Duitse grensregio’s. We zetten in op een zo efficiënt mogelijke wijze van netwerksamenwerking, gebruik makend van zowel onze eigen kennis, werkprocessen en ervaring van andere veiligheidsregio’s.

17

Vergroten zelf- en samenredzaamheid De website ‘Eerste Hulp Ben Jij’ is en blijft op orde. Inwoners uit Groningen kunnen hier relevante informatie vinden over regionale en lokale risico’s, te treffen maatregelen en andere informatie waarmee de zelf-en samenredzaamheid wordt aangejaagd. Middels een doorlopende campagne wordt de website en actief verspreid onder de inwoners. Naast algemene informatie over deze vorm van maatschappelijke weerbaarheid wordt ook per risicotype uit het regionaal risicoprofiel handelingsperspectief voor inwoners uitgewerkt. Naast handvatten hoe reguliere aansluiting bij de overheid eruit ziet door burgers bij een ramp of een crises , volgt ook handelingsperspectief op het risico hoog water en uitval van elektriciteit. Wanneer externe financiering wordt gerealiseerd, worden deze activiteiten versterkt door het organiseren van aanvullende fysieke buurtbijeenkomsten om de informatie actief te brengen naar buurten en aldaar de zelf- en samenredzaamheid te bespreken en te bevorderen.

Altijd vakbekwaam Het is belangrijk dat onze crisisfunctionarissen en bestuurders voldoen aan kwaliteitsprofielen conform het landelijk crisisonderwijsstelsel. Dit wordt bereikt door opleiden, trainen, oefenen en evalueren en is een continuerend proces. Vanuit het Regionaal Beleidsplan Crisisbeheersing zijn voor vakbekwaamheid Crisisbeheersing de volgende opgaven geformuleerd: Altijd vakbekwaam en aantoonbaar vakbekwaam. Vakbekwaamheid voorspelbaar maken in het aanbieden van leerinterventies. Versterken van de crisisorganisatie met de juiste competenties. Risicogerichte leerinterventies en werkwijze. Passende leerinterventies, nu en in de toekomst. In 2026 ligt onze focus op de uitrol van het programma bestuurlijke vakbekwaamheid. Dit naar aanleiding van de gemeentelijke verkiezingen, de noodzaak om de crisisorganisatie met de juiste competenties te versterken en de implementatie van het crisisplan. Op basis van het in 2025 vastgestelde beleid evalueren, worden incidenten en oefeningen geëvalueerd, waarbij gebruik wordt gemaakt van een evaluatiemanagementsysteem.

Realisatie informatie gestuurde veiligheid Binnen de VRG worden verschillende initiatieven ter ondersteuning van informatiegestuurd werken gelanceerd. Door continu te verkennen en te leren van deze innovaties kijkt de VRG wat passend en blijvend is voor ons. Denk bijvoorbeeld aan een dataplatform voor crisisfunctionarissen. Het Veiligheid Informatieknooppunt en het datateam ondersteunen het informatiegestuurd werken binnen de organisatie.

18

Versterken risico- en crisiscommunicatie In de komende jaren wordt intensief samengewerkt tussen risicocommunicatie (voorkant) en crisiscommunicatie (tijdens crises). Dit sluit volledig aan bij de visie op crisisbeheersing om meer aan de voorkant te komen, zodat onze inwoners tijdens crises weerbaarder zijn. Deze communicatie richt zich op iedereen, maar ook specifiek op verschillende doelgroepen in de samenleving, zoals bijvoorbeeld kinderen, ouderen, studenten, verminderd zelfredzamen en migranten. We werken alles uit en maken gebruik van diverse communicatievormen, zoals video’s, ervaringsverhalen en campagnes zoals EHBJ. Verder richten we een compact en vakbekwaam (crisis)communicatieteam in dat in staat is om proactief te handelen tijdens crisissituaties en de samenwerking met crisispartners te versterken. Dit communicatieteam zal bovendien de crisisvoorbereiding en -respons verbeteren door het gebruik van effectieve communicatiekanalen, zoals NL-Alert, sociale media, en de website van Veiligheidsregio Groningen.

Versterken evenementenveiligheid De VRG heeft een belangrijke rol als het gaat om evenementenveiligheid. In 2024 is veel werk verzet om het proces van aanvraag van een evenementenvergunning, het advies daarop en de operationele voorbereiding te verbeteren. Hierin is ook nadrukkelijk de samenwerking met de gemeente gezocht. In 2025 zal in afstemming met de gemeenten en multipartners het proces verder worden geoptimaliseerd. Daarbij hebben de VRG en de gemeenten beiden nog huiswerk te doen. Dit is naar verwachting niet in 2025 gereed. Daarom zal naar verwachting in 2026 verder worden gebouwd op deze verbeteringen.

Wat heeft Crisisbeheersing hiervoor nodig? Crisisbeheersing (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier

Actuele begroting 2025

Begroting 2026

Verschil

785

810

24

Rijksbijdrage

1.438

1.448

10

Overige baten

72

72

-

Totale baten

2.295

2.330

34

Personele lasten

1.700

1.740

40

Materiele lasten

595

589

-6

Totale lasten

2.295

2.330

35

Resultaat voor reserve mutaties

-

-

-

Reserve mutaties

-

-

-

Resultaat na reserve mutaties

-

-

-

19

2.4

Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)

Programma: Portefeuillehouder: Directeur:

Gemeentelijke Kolom Groningen C.Y. Sikkema A. Castelijn en B. Aukema

Wat wil het programma Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG) realiseren in 2026? In opdracht van de GKG wordt voor gemeenten Bevolkingszorg als integraal onderdeel van de sector Crisisbeheersing op regionaal niveau uitgevoerd. Dit ter preparatie op en uitvoering van adequate, toekomstgerichte en onderling samenhangende bevolkingszorgprocessen: publieke zorg, omgevingszorg, informatie, ondersteuning, crisiscommunicatie en nafase. Bevolkingszorg omvat de werkzaamheden van een gemeente ten tijde van een incident, ramp of crises binnen de hoofdstructuur van de rampenbestrijding en crisisbeheersing. De uitvoering en coördinatie van het programma gebeurt regionaal, lokaal verbonden, doelmatig en integraal. Een belangrijk aandachtspunt voor de crisisbeheersing is het versterken van de crisisorganisatie en zodoende ligt daar ook een rol voor de GKG. De uitvoering van crisisbeheersing (w.o. bevolkingszorg) moet naadloos aansluiten op de gemeentelijke taken, zowel tijdens als na een incident, ramp of crisis. Verder is samenwerking tussen (crisis)partners, verschillende regio's (en het rijk) een vanzelfsprekendheid, waarbij de GKG als onderdeel van de sector Crisisbeheersing ook een rol heeft als netwerkregisseur. De GKG maakt deel uit binnen crisisbeheersing van het cyclische proces: risico-inventarisatie, risicoanalyse, preparatie, respons, nafase en herstel, evaluatie.

We bouwen verder aan het versterken en verder vormgeven van dit proces. Multidisciplinaire planvorming is een belangrijk onderdeel van de preparatie. Ook de GKG draagt bij aan het opstellen en actualiseren hiervan. Vakbekwaamheid is een belangrijk onderdeel van de voorbereiding op crisisbeheersing. De GKG draagt integraal bij op basis van het jaarprogramma vakbekwaamheid. Het is van belang dat (nieuwe) crisisfunctionarissen, ook bij alle gemeenten, snel vakbekwaam worden en dat zij flexibel en wendbaar zijn binnen de verschillende soorten crises.

Wat heeft de GKG hiervoor nodig? Actuele begroting 2025

Begroting 2026

Verschil

1.437

1.481

44

Overige baten

10

0

-10

Totale baten

1.447

1.481

34

Personele lasten

1.253

1.282

30

Materiele lasten

195

198

4

Totale lasten

1.447

1.481

34

Resultaat voor reserve mutaties

-

-

-

Reserve mutaties

-

-

-

Resultaat na reserve mutaties

-

-

-

GKG (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier

20

2.5

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR)

Programma:

Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio

Portefeuillehouder:

C.Y. Sikkema

Directeur:

J. Koopman

Wat wil het programma Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) realiseren in 2026? Onder verantwoordelijkheid van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) worden GHOR-taken uitgevoerd. Als integraal onderdeel van de sector crisisbeheersing geeft de GHOR uitvoering aan de visie op crisisbeheersing zoals beschreven in het regionaal beleidsplan crisisbeheersing 2024-2028. De GHOR zorgt voor verbinding in de geneeskundige keten door organisaties samen te brengen en te sturen op onderlinge afstemming. Ook stemt de GHOR af met de multidisciplinaire partners uit de veiligheidsketen en de partners uit de andere functionele ketens. Daarnaast behartigt de GHOR de belangen ten aanzien van ketencontinuïteit van zorg en is verantwoordelijk voor de processen van publieke en acute gezondheidszorg tijdens rampen en crises. Risicoanalyse en risicomanagement in de zorgketen, Regionale crisis inzet zorgketen In 2026 wordt verder ingezet op netwerkverbinding in de zorgketen, zowel bij acute als niet acute zorgpartners. De gezamenlijke uitdaging voor Regionaal Overleg Acute Zorg (ROAZ) en DPG is om (nu nog onderbelichte) interne en externe risico’s in beeld te krijgen voor de regionale continuïteit van de zorgketen.

Belangrijk is ook dat de instellingen in de acute zorg en in de care gezamenlijk zijn voorbereid om bij rampen en crises de noodzakelijke geneeskundige hulp te verlenen. Deze voorbereiding wordt versterkt door de introductie van het zorgrisicoprofiel. Zoals beschreven in de contourennota Wet Veiligheidsregio’s en de Algemene maatregel van Bestuur Acute Zorg vertaalt de DPG/GHOR de dominante (boven)regionale risico’s in het kader van geneeskundige hulpverlening naar scenario’s voor de gehele geneeskundige keten. De DPG heeft vanuit haar bewakende rol een signalerende en adviserende functie richting het bestuur van de veiligheidsregio ten aanzien van de aandachtspunten voortkomend uit het zorgrisicoprofiel. Op basis van de beschreven scenario's in het Noord-Nederlandse zorgrisicoprofiel zal in 2026 worden ingezet op het beoefenen van beheersmaatregelen en het aanscherpen van de regionale planvorming met als doel de zorgketen gezamenlijk optimaal voorbereiden op de geprioriteerde scenario's (pandemie, uitval ICT en telecom, uitval energievoorziening, extreem weer en brand in eigen gebouw). De focus op de verschuiving naar langdurige crisisinzetten is ook zichtbaar binnen de zorgketen met als risico langdurige belemmering voor de toegang tot acute zorg en/of een bedreiging van de zorgcontinuïteit in de keten.

Aangezien de zorgketen Noord-Nederlands is ingericht betekent dit dat er heldere afspraken moeten worden gemaakt in bovenregionale crisisinzet tussen de GHOR-bureaus, maar ook met het Regionaal Overleg Acute Zorg dat verantwoordelijk is voor het garanderen van de toegang tot de acute zorg. De DPG en de ROAZ-voorzitter trekken hierin samen op. Vanuit de crisisorganisatie van de GHOR wordt proactief afstemming gezocht met het ROAZ. De DPG informeert de voorzitter van het ROAZ, zodat tijdig een inschatting gemaakt kan worden van een mogelijk langduriger belemmering van de continuïteit van zorg daar waar instroom, doorstroom en uitstroom acute zorg en zorgcontinuïteit onder druk staat.

21

Wat heeft de GHOR hiervoor nodig? Actuele begroting 2025

Begroting 2026

Verschil

545

561

16

Rijksbijdrage

1.291

1.291

-

Overige baten

-

-

-

Totale baten

1.836

1.852

16

Personele lasten

1.628

1.643

15

Materiele lasten

208

209

1

Totale lasten

1.836

1.852

16

Resultaat voor reserve mutaties

-

-

-

Reserve mutaties

-

-

-

Resultaat na reserve mutaties

-

-

-

GHOR (* € 1.000) Gemeentelijke bijdrage regulier

22

2.6

Overhead

Om het bestuur op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de hele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt conform BBV (besluit Beleidsbegroting en Verantwoording) in het programmaplan een apart overzicht opgenomen van de kosten van de overhead. In de programma’s moeten dan de kosten worden opgenomen die betrekking hebben op het primaire proces. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, is een definitie van overhead geïntroduceerd. Deze definitie luidt: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Conform de notitie Overhead BBV* zijn alle kosten beoordeeld op aard (overhead of primair). De overhead komt als volgt tot uitdrukking in het overzicht baten en lasten. De totale overhead conform BBV-definitie is totaal begroot op 20,8% uitgedrukt in euro’s van de totale lasten van de VRG. Overzicht baten en lasten (conform artikel 17 BBV): VRG (* € 1.000)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15539430/2