09-05-01 Toelichting BP LeerSportpark - huidig plan
Tekst van het document
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 34 van 52 Mei 2020 Versie 01
a. - 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. - 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. - 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. - 5 dB voor de overige wegen; Bij de wegenstructuur voor dit bestemmingsplan geldt punt d, waardoor er sprake mag zijn van een aftrek van 5 dB. Na aftrek van 5 dB(a) van de waarden van Lden bedraagt de gevelbelasting 52,719 – 5 = 47,719 dB(a) op de beoogde gevel. Daarmee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden van 48 d(B)a en hoeft geen hogere grenswaarde te worden afgegeven. Daarbij is het ook zo dat de wegen rondom het plangebied waar nu nog 50 km/uur gereden mag worden in de toekomst zullen worden aangepast naar 30 km/uur. Dat is reeds verwoord in het gemeentelijk Mobiliteitsplan (die een doorwerking heeft tot maximaal 2020). Er is geen ontheffing hogere grenswaarde benodigd.
Overigens is het wel zo dat de genoemde aftrek voor het toetsen van het binnenniveau bij het bouwplan niet mag worden toegepast. Van binnen naar buiten De school is een inrichting welke valt onder de werkingssfeer van het Activiteitenbesluit. Een inrichting zal binnen acceptabele grenzen (geluid)hinder naar de omgeving mogen veroorzaken. Dit wordt geregeld in het activiteitenbesluit. Een goede ruimtelijke ordening waarbij voldoende afstand is tussen bron en ontvanger is de basis om (milieu)problemen te voorkomen. Voor een goede ruimtelijke ordening moet beoordeeld worden of de activiteit passend is in de omgeving. Hieraan is aandacht besteed door gebruik te maken van de milieuzonering uit 'Bedrijven en Milieuzonering' (VNG Publicatie, 2009). In paragraaf 4.9 is gemotiveerd dat er sprake is van een zogeheten ‘gemengd gebied’. Voor onderwijs (Scholen voor beroeps-, hoger en overig onderwijs is de richtafstand dan 10 meter (categorie 1) voor het onderdeel geluid. De afstand tot woningen aan de Robijnlaan bedraagt meer dan 10 meter, zodat er ten aanzien van het aspect geluid geen hinder is te verwachten. Verder kan bij het nader uitwerken van de gebouwen rekening worden gehouden met de bestaande omgeving.
Omdat er sprake zal zijn van nieuwbouw kan rekening worden gehouden met de geluidemissie van de benodigde installaties waardoor deze zo ver mogelijk van woningen of afgeschermd door de gebouwen gesitueerd kunnen worden. 4.7
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 35 van 52 Mei 2020 Versie 01
Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Met de inwerkingtreding van de NSL op 1 augustus 2009 geldt de volgende bovengrens om als NIBM-project te worden aangemerkt: de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het op te stellen bestemmingsplan is daarmee qua omvang en verkeersaantrekkende werking kleinschaliger dan de bouw van 1500 woningen aan één ontsluitingsweg. Het project kan derhalve worden beschouwd als een nibm-project. Onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. Tevens is nog aan de hand van de Nibm-tool inzichtelijk gemaakt dat het plan ‘niet in betekenende mate’ bijdraagt aan een aantasting van de luchtkwaliteit. Pas bij een ontwikkeling waarbij sprake is van een aantal verkeersbewegingen per etmaal van 1333 voertuigen (waarvan 1 % vrachtverkeer is) is sprake van een ontwikkeling die is aan te merken als een project die wel van invloed is op de luchtkwaliteit.
Ter vergelijking is nog bepaald dat indien er een nieuwe school (categorie middelbaar onderwijs – schil centrum in gemeente Veendam) wordt gerealiseerd die in totaal over circa 3000 leerlingen beschikt er een verwachte verkeerstoename is van gemiddeld genomen 456 motorvoertuigen per etmaal, hetgeen nog ruim onder de 1334 ligt vanuit de Nibm-tool. Op deze wijze is voldoende aannemelijk gemaakt dat het project is te beschouwen als een Nibm-project. Hierna volgen nog de weergaven van de verkeersintensiteit en de Nibm-tool.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 36 van 52 Mei 2020 Versie 01
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 37 van 52 Mei 2020 Versie 01
4.8
M.e.r.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure (wijzigingsplanprocedure), of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder 10 en 11.2 staan de volgende activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r.-plicht geldt (eerst de opsomming die voor dit bestemmingsplan geldt voor het ‘sport en recreatiedeel gevolgd door het gedeelte van de onderwijscampus). D 10 De aanleg, wijziging of uitbreiding van: a. skihellingen, skiliften, kabelspoorwegen en bijbehorende voorzieningen; b. jachthavens; c. vakantiedorpen en hotelcomplexen buiten stedelijke zones met bijbehorende voorzieningen; d. permanente kampeer- en caravanterreinen, of e. themaparken. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1. 250.000 bezoekers of meer per jaar; 2. een oppervlakte van 25 hectare of meer; 3. 100 ligplaatsen of meer of; 4. een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. D 11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1.
een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Er is binnen de categorie D 10 hier geen sprake van een voorziening zoals genoemd onder a tot en met e. Daarbij is het terrein waar het sportpark komt circa 8 hectare groot (en daarmee kleiner dan 25 hectare) en zal er ook geen sprake zijn van een voorziening die structureel jaarlijks meer dan 250.000 bezoekers zal trekken. Er is binnen de categorie D 11.2 geen sprake van een stedelijke ontwikkeling met een oppervlakte van 100 hectare of meer, of meer dan 2000 woningen of een gebouw met een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Qua aard, omvang en ligging is het bouwplan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.. Echter, op 1 april 2011 heeft een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam
Blad 38 van 52
Gemeente Veendam
Mei 2020 Versie 01
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: ➢ Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; ➢ Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. De toetsing in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling dient te geschieden aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie hoofdcriteria centraal: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Hierna een opsomming van de invloed van het bestemmingsplan ten opzichte van de genoemde hoofdcriteria. Het project omvat het verbreden van de (sport en dagrecreatie-gerelateerde) activiteiten waarbij geen sprake is van een grootschalig recreatieterrein groter dan 25 hectare of meer dan 250.000 bezoekers trekkend per jaar. Het bestemmingsplan laat op geen enkele wijze toe dat eventueel wel deze ‘waarden’ gehaald zouden kunnen worden.
Ook voor wat betreft het onderwijsgedeelte kan worden gesteld dat het bestemmingsplan ook niet planologisch toestaat dat de drempelnormen gehaald kunnen worden. Er is geen sprake van een m.e.r.-plichtige activiteit. Het plangebied is niet gelegen in enig kwetsbaar gebied vanuit de natuur- en milieuwetgeving gezien (EHS, Natura 2000, drinkwaterwingebieden etc). Ook op basis van de uitgevoerde onderzoeken (bodem, externe veiligheid, ecologie en geluid) blijkt er geen sprake te zijn van belangrijk nadelige gevolgen. Ten aanzien van aspecten als archeologie, externe veiligheid, luchtkwaliteit,(milieu)hinder en het aspect water blijken ook geen nadelige gevolgen te zijn en is het plan inpasbaar binnen de omgeving en kan in voldoende mate rekening gehouden worden met de belangen van het waterschap. Conclusie De in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling is niet m.e.r.-plichtig. Het plan is niet binnen een kwetsbaar of waardevol gebied gelegen en heeft ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor de omgeving. Er kan worden volstaan met de in dit bestemmingsplan opgenomen vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het bevoegd gezag heeft hierover op 21 januari 2020 dan ook besloten dat verder geen milieueffectrapport opgesteld hoeft te worden voor het bestemmingsplan.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 39 van 52 Mei 2020 Versie 01
4.9
Milieu(hinder) In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van geplande milieugevoelige functies, zoals woningen, ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende milieubelastende functies. Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt milieuzonering gehanteerd. Hieronder wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woongebieden. Milieuzonering beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. Om milieuzonering hanteerbaar te maken wordt gebruik gemaakt van de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (uitgave 2009). Deze publicatie bevat onder meer lijsten met richtafstanden van diverse milieuhinderlijke activiteiten en stappenplannen voor concrete situaties. De richtafstanden uit bijlage 1 voor de VNG publicatie gaan uit van een 'rustige woonwijk'. Indien er sprake is van het omgevingstype 'gemengd gebied' dan kan de richtafstand terug worden gebracht met één afstandsstap. Onderstaand in tabelvorm de normafstanden.
De opgenomen richtafstanden zijn geen normen, maar afstanden waarvan gemotiveerd mag worden afgeweken. De afstanden worden gemeten vanaf de grens van de bestemming die milieubelastende functies toelaat tot aan de dichtstbij gelegen gevel van de gevoelige functie.
Een “rustige woonwijk en rustig buitengebied” is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van enkele wijkgebonden voorzieningen zijn er vrijwel geen andere functies. Er is weinig storend verkeer. Een vergelijkbaar omgevingstype is een rustig buitengebied (inclusief eventueel verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Een “gemengd gebied” is een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen kunnen winkels, horeca of kleine bedrijven voorkomen. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere activiteiten kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen behoren eveneens tot het gemengd gebied. Van belang is om na te gaan welke functies of bedrijven zich rondom het plangebied bevinden. Hierna volgt een weergave vanuit het bestemmingsplan waarbij de diverse bestemmingen rondom het plangebied zichtbaar zijn.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 40 van 52 Mei 2020 Versie 01
Rondom het plangebied bevinden zich zowel woonbestemmingen als ook maatschappelijke bestemmingen. Het plangebied zelf is en blijft bestemd als Sport en Maatschappelijk, waarbij wel opgemerkt wordt dat de verhouding tussen Sport en Maatschappelijk wel verandert. De maatschappelijke en sportbestemmingen genreren ook een zekere verkeersaantrekkende werkin, waaronder ook vooral fietsers waarbij het stemgeluid niet wordt afgeschermd. Gemotiveerd kan worden dat er sprake is van een omgevingstype ‘gemengd gebied’ en zodoende is een verlaging van afstandsnormen te rechtvaardigen. Voor onderwijs en uitgaande van omgevingstypoe ‘gemend gebied’ gelden dan afstandsnormen voor geur, stof, geluid en gevaar van 0 meter, 0 meter, 10 meter en 0 meter. Zodoende is alleen het aspect geluid nog van belang. Het onderdeel geluid is behandeld in paragraaf 4.6. Verder kan opgemerkt worden dat binnen het geldende bestemmingsplan ook reeds diverse sportfuncties mogelijk zijn. Er vindt een verbreding van activiteiten plaats die qua functie niet zwaarder zijn dan de reeds toegestane functies binnen de bestemming Sport. Voor aanwonenden is daardoor geen sprake van een onevenredige toename van hinder te verwachten.
Ook daar waar de maatschappelijke bestemming zich uitbreidt (onderwijs) is het zo dat vanuit het aspect bedrijven en milieuzonering sprake is van een grootste normafstand voor het aspect geluid van 10 meter ten opzichte van woningen van derden. De afstand
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 41 van 52 Mei 2020 Versie 01
van woningen gelegen langs de Robijnlaan tot daar waar het plangebied van dit bestemmingsplan begint is reeds groter dan 10 meter. Er is zodoende geen hinder te verwachten voor de aspecten geur, stof, geluid (zie ook paragraaf 4.6) en gevaar. 4.10
Verkeer en vervoer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat wanneer nieuwe functies toegevoegd worden, passende maatregelen genomen worden om (extra) hinder zo veel mogelijk te voorkomen. Parkeren De CROW richtlijn voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij scholen is gerelateerd aan aantallen leerlingen. Gerekend wordt met 5,9 parkeerplaatsen per 100 leerlingen. Het totaal aantal leerlingen op de nieuwe locatie(s) is geschat op ca. 2000 in 2022 waarna het leerlingaantal zal afnemen. Om inzicht te krijgen in de parkeerbehoefte zijn op de huidige locaties de aantallen geparkeerde auto’s geteld. Dat levert het volgende beeld op. Oude situatie
In de nieuwe situatie vindt het parkeren voor de school voornamelijk plaats op het parkeerterrein ten zuiden van het stadion. Na concentratie van de diverse locaties op het terrein van het Leer- en Sportpark en rekening houdend met de toekomstige op en om het sportpark aanwezige faciliteiten, wordt de structurele parkeerbehoefte ten zuiden van het stadion geschat op 310 parkeerplaatsen, uitgaande van gecombineerd gebruik (niet alle gebruikers parkeren op hetzelfde moment). Het maatgevend moment (de meest ongunstige situatie) voor de bepaling van de structurele parkeerbehoefte doet zich voor in het weekend (als er in de dojo wedstrijden zijn en er ook een uitvaart plaatsvindt). Zie onderstaande tabel.
Het huidige parkeerterrein ten zuiden van het stadion wordt daarvoor uitgebreid.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 42 van 52 Mei 2020 Versie 01
Naast de structurele parkeerbehoefte overdag van het personeel van de Winkler Prins is er ook sprake van een aantal piekmomenten in de avonduren. Het gaat hierbij dan om ouderavonden, vakkenmarkten, open huis, MAS-avonden, diploma-uitreikingen, enz. Op enig moment kan de parkeerbehoefte daarbij oplopen tot 400 parkeerplaatsen. Gelet op het feit dat het hier om incidentele voorvallen gaat is hiermee bij de bepaling van de maximale structurele parkeerbehoefte geen rekening gehouden. De piek in de parkeerbehoefte op die momenten kan opgevangen worden in de directe omgeving, bijvoorbeeld langs de Raadsgildenlaan. Voor het bepalen van de maximale parkeerbehoefte is wel rekening gehouden met de begraafplaats Buitenwoelhof. Van bezoekers van de begraafplaats “Buitenwoelhof” wordt in de toekomst verwacht dat zij gebruik maken van het vergrote parkeerterrein en het (nog aan te leggen) voetpad dat vanaf dit parkeerterrein aansluit op de begraafplaats. In aanvulling op deze twee parkeerlocatie kan op een deel van de sportvelden achter het hoofdgebouw van de Winkler Prins extra parkeerruimte gecreëerd worden voor ca. 60 auto’s. Parkeren in de wijk Zilverpark en wellicht ook in de Gildenbuurt door het personeel van de school zal met het realiseren van de hiervoor genoemde parkeerterreinen niet of nagenoeg niet meer aan de orde zijn.
Bovendien kan dit voorkomen worden, door (het personeel van de school) te wijzen op (de noodzaak van) gebruikmaking van het uit te breiden parkeerterrein aan de zuidzijde van het stadion en de extra parkeerruimte bij het hoofdgebouw en de bestaande parkeerruimte bij het techniekgebouw. Mocht dat geen of te weinig resultaat hebben dan kan dat door bijvoorbeeld het instellen van parkeerverboden, blauwe zones, etc. Langzaam verkeer Voor voetgangers verbindt een brede “loper” het uitgebreide parkeerterrein aan de zuidzijde met de schoolcampus. De “loper” loopt over het midden van het nieuwe sportpark in noord-zuid richting. Daarmee wordt tevens een koppeling gelegd met de aanwezige parkeervoorzieningen bij het techniekgebouw. Op het sportpark is deze “loper” verhoogd aangelegd. In de schets van het sportpark wordt halverwege deze “loper” het kruisende bestaande wandel/fietspad doorgetrokken naar de Robijnlaan. Voor fietsverkeer zijn de nieuwe schoolgebouwen vanaf dit fietspad bereikbaar te maken en kan ook gezorgd worden voor een goede verbinding van en naar het techniekgebouw. De bestaande fietsroute uit het zuiden wordt verbeterd en veiliger gemaakt door de aanleg van een vrijliggend fietspad langs de Korteleegte en door aanpassingen van de kruisingen. De “loper” zorgt ook ruimtelijk voor samenhang tussen de delen van het Leer- en sportpark.
Verder zal een looproute (oost-west) tussen techniekgebouw, de nieuwe schoolgebouwen en het hoofdgebouw gerealiseerd worden die de samenhang van het complex kan versterken. De locatie wordt in samenhang met het ontwerp van de nieuw te bouwen school bepaald. Dit geeft een kans om ook het hoofdgebouw ruimtelijk meer te laten aansluiten bij de campus. Een en ander zal meegenomen worden in het ontwerp voor de nieuwbouw en de totale buitenruimte van de campus.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 43 van 52 Mei 2020 Versie 01
Autoverkeer en halen en brengen De bereikbaarheid van de school voor motorvoertuigen blijft in hoofzaak zoals deze nu is. Via de Raadsgildenlaan kan het parkeerterrein bij het techniekgebouw bereikt worden. Via de Sorghvlietlaan/Korteleegte kan het parkeerterrein ten zuiden van het stadion bereikt worden. Bijzondere aandacht is nodig voor het halen en brengen van leerlingen. In de huidige situatie is er sprake van drukte en onoverzichtelijke situaties, vooral tijdens de ochtendspits op een regenachtige dag wanneer aanzienlijk meer leerlingen naar school gebracht worden. Dit zal met de nieuwbouw toenemen. Voor een verkeersveilige oplossing voor de nieuwe situatie aan de Raadsgildenlaan zal een haal- en brengstrook gerealiseerd worden. Deze zal in de nabijheid van het hoofdgebouw gerealiseerd worden. Onderdeel van het ontwerp van de nieuwbouw is het ontwerp van de direct aangrenzende buitenruimte. Hierbij is het uitgangspunt een goed bereikbare en veilige school waar rekening gehouden wordt met de verschillende verkeersdeelnemers (motorvoertuigen, fietsers en voetgangers). Verder is het uitgangspunt voor het ontwerp dat de onderwijscampus autoverkeervrij wordt, hetgeen noodzakelijk is met het oog op de toestroom van leerlingen op de fiets en voetgangersbewegingen tussen de diverse gebouwen. Dat houdt ook in dat de Robijnlaan afgesloten wordt voor autoverkeer.
Ook heeft de wijk Zilverpark geen directe verbinding meer met het gedeelte van de Robijnlaan ter hoogte van de school. Voordeel is een autoluwe wijk en tevens wordt dan het parkeren in de wijk door personeel van de Winkler Prins voorkomen. Bevoorradingsverkeer kan gebruik maken van de bestaande toegang vanaf de Raadsgildenlaan en via de achterkant van het techniekgebouw. Bij calamiteiten is de oost-west loper over de onderwijscampus toegankelijk voor de hulpdiensten. Verdere uitwerking verkeersoplossingen Na afweging van de mogelijkheden op haalbaarheid en wenselijkheid kiest de gemeente minimaal voor de volgende inhoudelijke uitgangspunten, vooral vanuit het oogpunt van (verkeers)veiligheid: 1. er komt een voorziening voor het halen en brengen waarbij de exacte locatie en inrichting aan de Raadsgildenlaan en/of op het sportveld naast het hoofdgebouw van de school nader bepaald zal worden; 2. parkeren vindt plaats bij het stadion waar voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd. 3. de Robijnlaan wordt afgesloten voor doorgaand rijverkeer van motorvoertuigen; 4. fietsverkeer wordt langs het Zilverpark geleid over het bestaande fietspad langs het stadion. Parkeren op het sportveld van de Winkler Prins langs de Raadsgildenlaan was in eerste instantie niet mogelijk vanwege het gebruik hiervan als sportfaciliteit door de school.
Het schoolbestuur heeft nu aangegeven alsnog de mogelijkheden voor een (aanvullende) parkeervoorziening op een deel van het veld langs de Raadsgildenlaan te willen onderzoeken. Dit levert een ontwerpvraagstuk op waarvoor een detailuitwerking in het bestemmingplan Leer- en Sportpark niet nodig is. De genoemde voorzieningen op de sportvelden kunnen op grond van het geldende bestemmingsplan “Buitenwoel” worden aangelegd.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 44 van 52 Mei 2020 Versie 01
Voor een bestemmingsplan is een uitgewerkt ontwerp van verkeersoplossingen niet nodig, echter in vervolg op voorgaande zaken worden de volgende uitgangspunten voor het proces aangehouden: 1. het ontwerpvraagstuk voor de haal- en breng voorziening, en de uitvoering daarvan zijn onderdeel van het project LSP. De eerste aanzet zoals aangegeven bij het voorontwerp is een mogelijkheid maar nog geen vastliggend uitgangspunt. Een haal- en brengvoorziening op een deel van het sportveld van de school is ook een mogelijkheid; 2. het ontwerp van de haal- en breng voorziening komt in overleg en nauwe afstemming met een klankbordgroep tot stand waarbij tussen verschillende varianten zoals hiervoor genoemd een zorgvuldige afweging gemaakt wordt. In de klankbordgroep zitten betrokkenen vanuit de wijken Gildenbuurt en Zilverpark, en de school; 3. bij het in gebruik nemen van de nieuwe schoolgebouwen zijn de voorzieningen voor het halen en brengen en het parkeren bij het stadion gereed; 4. bij het ontwerpvraagstuk voor de inrichting rondom de nieuwe schoolgebouwen en de haal- en brengvoorziening wordt een (extra) parkeerterrein op een deel van het sportveld naast het hoofdgebouw betrokken. De realisatie van het parkeerterrein op dit sportveld wordt beschouwd als een nieuw en zelfstandig project waarvoor middelen gezocht moeten worden.
Met het opnemen van deze uitgangspunten in het bestemmingsplan Leer- en Sportpark is het realiseren van een voorziening voor het halen en brengen langs de Raadsgildenlaan en/of op het sportveld van de Winkler Prins een verplichting. Calamiteitenontsluiting Gildenbuurt Vanuit de direct aangrenzende wijk Gildenbuurt wordt aangedrongen op het verbeteren van de bereikbaarheid van de wijk, met name bij calamiteiten. Er hebben zich in het verleden situaties voorgedaan waarbij het kruispunt Raadsgildenlaan -Robijnlaan als gevolg van een calamiteit volledig afgezet moest worden, met verkeersopstoppingen en verminderde bereikbaarheid van de wijk tot gevolg. Het is niet uit te sluiten dat dergelijke situaties zich in de toekomst weer voor zullen doen, mede als gevolg van een toename van de verkeersbewegingen ten gevolge van de realisering van het LSP. Om de bereikbaarheid van de wijk ook bij dergelijke calamiteiten te garanderen wordt de huidige doorsteek voor fietsers tussen de Zerkhouwersstraat en de Raadsgildenlaan, nabij de rotonde in de Buitenwoellaan, beschikbaar gesteld als calamiteitendoorsteek. Uitgangspunt/voor-waarde is dat de calamiteitendoorsteek afgesloten is met afsluitbare palen en uitsluitend bij calamiteiten, waarbij de Raadsgildenlaan afgesloten is, ook gebruikt mag worden door auto’s en overig gemotoriseerd verkeer.
De doorsteek blijft onder normale omstandigheden open voor fietsers. Het sleutelbeheer van de afsluitpalen ligt bij de Brandweer/Veiligheidsregio. 4.11
Watertoets De watertoets is een onderzoek van de overheid naar effecten op het watersysteem die veroorzaakt kunnen worden door bijvoorbeeld de bouw van een woning of een infrastructuurproject. Ook plannen die een impact kunnen hebben op het watersysteem zoals ruimtelijke uitvoeringsplannen worden onderworpen aan de watertoets. Ter plaatse ligt (grotendeels) een gescheiden stelsel en het techniekgebouw heeft een eigen vuilwaterafvoer. De bedoeling is dat alle hemelwater wordt afgevoerd naar de omliggende waterpartijen.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 45 van 52 Mei 2020 Versie 01
Voor het gehele Leer- en Sportpark is een berekening gemaakt van de af- en toename van verharding. De toename bestaat onder andere uit de nieuwbouw van de schoolgebouwen en gebouwen op het sportpark, maar ook uit de uitbreiding van parkeerterreinen en de aanleg van paden en pleinen voor zover deze het hemelwater niet direct op bermen kunnen afvoeren. Bij de afname gaat het om onder andere de gesloopte tribunes op het sportpark en bij de herinrichting van het sportpark weggehaalde verhardingen.
Voor het totale project wordt per saldo een toename van circa 5.000 m2 verharding berekend. Hiervoor wordt in overleg met het waterschap in en rond het te ontwikkelen gebied extra bergingscapaciteit gezocht, door het uitbreiden van bestaande watergangen en aanleggen van nieuwe waterpartijen. Daarnaast is het goed denkbaar dat ten behoeve van een goede verbinding tussen en duidelijke clustering van de verschillende bestaande en nieuw te bouwen gebouwen van de school een herinrichting noodzakelijk is van de bestaande waterpartij ten westen van de Robijnlaan ter hoogte van het hoofdgebouw van de school. Hierbij is het uitgangspunt dat de bestaande oppervlakte aan oppervlaktewater minimaal gelijk moet blijven. Met het waterschap heeft nader overleg plaatsgevonden over de omvang en uitvoering van de benodigde compensatie van waterbergingscapaciteit bij het uitvoeren van de plannen voor het LSP. Bij bericht van 27 maart 2020 heeft het waterschap aangegeven dat het waterschap kan instemmen met de wijze waarop aan de wateropgave (compensatie) zal worden voldaan.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 46 van 52 Mei 2020 Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid In het Leer- Sportpark werken gemeente Veendam en Winkler Prins, openbare scholengemeenschap voor voortgezet onderwijs, samen aan het versterken van onderwijs en sport. Hiermee wordt een aantrekkelijke onderwijsvoorziening gerealiseerd en wordt Veendam een nog aantrekkelijkere gemeente om te wonen. Om het LeerSportpark mogelijk te maken hebben gemeente Veendam en de Winkler Prins afspraken gemaakt over de verdeling van kosten en heeft de gemeenteraad van Veendam krediet beschikbaar gesteld om zowel de nieuwbouw, verbouw van de bestaande school aan de Raadsgildelaan 1 en de herinrichting van het sportterrein aan de Langeleegte te realiseren.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 47 van 52 Mei 2020 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Overleg en inspraak Voorafgaand aan de formele inspraak op het voorontwerp voor het bestemmingsplan is een informatieavond belegd voor (direct) omwonenden waarin de plannen van de school en de aanpassingen aan het sportcomplex zijn toegelicht. Uit de reacties tijdens deze avond is gebleken, dat het verkeersaspect (met name rond halen en brengen in de ochtendspits) nadere aandacht verdient. Hiertoe is een extern verkeerskundig advies opgevraagd dat is besproken met een delegatie van de omwonenden. De resultaten van dit advies en overleg zijn verwoord in par. 4.10 Verkeer en vervoer en parkeren. Inspraak en overleg Voorafgaand aan de formele inspraak op het voorontwerp voor het bestemmingsplan is een informatieavond belegd voor (direct) omwonenden waarin de plannen van de school en de aanpassingen aan het sportcomplex zijn toegelicht. Uit de reacties tijdens deze avond is gebleken, dat het verkeersaspect (met name rond halen en brengen in de ochtendspits) nadere aandacht verdient. Hiertoe is extern verkeerskundig advies opgevraagd dat is besproken met een delegatie van de omwonenden. De resultaten van dit advies en nader overleg met een klankbordgroep bestaande uit een aantal bewoners uit de omgeving en vertegenwoordigers van de Winkler Prins zijn verwoord in paragraaf 4.10 Verkeer en vervoer en parkeren. In het kader van het Overleg ex artikel 3.1.1.
van het Bro over het bestemmingsplan is het voorontwerp van het bestemmingsplan ‘Leer- en Sportpark Veendam’ verzonden naar de wettelijke overleginstanties. Ook heeft het voorontwerp gedurende 6 weken voor een ieder ter inzage gelegen ten behoeve van de (formele) inspraak; in deze periode is ook een inloopavond voor omwonenden georganiseerd waar (met een formulier) reacties konden worden ingediend. In totaal zijn er 3 overlegreacties en 12 inspraakreacties ingediend. In de bijlage ‘Reactienota VO BP Leer- en Sportpark’ zijn de reacties kort samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 48 van 52 Mei 2020 Versie 01
7
Hoofdstuk 7 Juridische toelichting
7.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
7.2
Toelichting op de digitale verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 49 van 52 Mei 2020 Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.3
Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelfs de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven: het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Bij elke planregel (elk artikel) wordt hieronder een nadere toelichting gegeven. Toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 : Begrippen In dit artikel staan de belangrijkste begrippen verklaard zoals die in de planregels en in deze plantoelichting worden gebruikt. De lijst bevat meer begrippen dan mogelijk in dit bestemmingsplan gebruikt worden. Artikel 2 : Wijze van meten Dit artikel geeft onder meer bepalingen waar mag worden gebouwd en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. Op de plankaart zijn soms bouwhoogten en bebouwingspercentages aangegeven. Als er geen hoogtes en percentages worden genoemd dan staan deze in de voorschriften omschreven. De aangegeven bouwhoogte wordt gemeten vanaf peil tot het hoogste punt (exclusief elementen zoals een schoorsteen, liftopbouw en dergelijke). Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 : Groen Deze groenvoorzieningen kenmerken zich door de deels opgaande beplanting.
Deze elementen/structuren hebben in hoofdzaak een landschappelijke functie. Artikel 4 : Maatschappelijk De gronden op de verbeelding bestemd voor Maatschappelijk mogen gebruikt worden voor maatschappelijke voorzieningen. Bij maatschappelijke voorzieningen gaat het bijvoorbeeld om educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele, levensbeschouwelijke voorzieningen, sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen, kinderopvang en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Tevens zijn de relevante bouwregels opgenomen voor de te bouwen gebouwen binnen deze bestemming.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 50 van 52 Mei 2020 Versie 01
Artikel 5 : Sport Binnen de bestemming Sport zijn alle sportaccommodaties en bijbehorende voorzieningen binnen het plangebied ondergebracht. Andere bouwwerken, toegangswegen en parkeervoorzieningen, voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding en nutsvoorzieningen mogen eveneens binnen deze bestemming opgericht worden. Hoofdgebouwen mogen binnen het bestemmingsvlak worden gebouwd tot een in de regels aangegeven maximum bebouwingspercentage. Voor de sportbestemmingen geldt dat ten dienste van de bestemming een horeca - 1 functie aanwezig mag zijn. Bij een dergelijke Horeca - 1 functie moet gedacht worden aan een sportkantine. Ter plaatse van de aanduiding horeca-2 is een bestaande horecavoorziening aanwezig. Artikel 6 : Water Onder de bestemming Water zijn begrepen de bestaande en te handhaven waterlopen, met daarbij behorende bermen, beplanting en oevers, die binnen het plangebied zijn gelegen. Artikel 7 : Waarde - Archeologie 1 Binnen deze dubbelbestemming is de bescherming van archeologische waarden verankerd. In de regels is vastgelegd onder welke condities bij ruimtelijke ingrepen een (verkennend) archeologisch onderzoek nodig is. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 : Anti-dubbeltelregel Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro).
Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 9 : Algemene gebruiksregels In dit artikel is weergegeven welk gebruik in strijd is met de geldende bestemmingen. Artikel 10 : Algemene afwijkingsregels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 : Overgangsregels Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 51 van 52 Mei 2020 Versie 01
Artikel 12 : Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het bestemmingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers.
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting
Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam
Blad 52 van 52 Mei 2020 Versie 01
Projectgegevens Project Projectnummer IMRO Versie Datum
: Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam : RB 30.062 : NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 : 01 : Mei 2020
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen H. de Roo & M.Beek www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting