CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

09-05-01 Toelichting BP LeerSportpark - huidig plan

Gemeenteraad 19 april 2022, gemeente VeendamBij agendapunt: Reparatie bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam.14.366 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Vastgesteld

Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:

Gemeente Veendam RB 30.062 Mei 2020 Dhr. M. Beek Dhr. H. de Roo

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 2 van 52 Mei 2020 Versie 01

Inhoudsopgave .................................................................................................................................... 1 1 1.1 1.2 1.3

1.4 1.5 1.6 1.7

HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK ....................................................... 4 Inleiding.............................................................................................................. 4 Aanleiding .......................................................................................................... 4 Uiteenzetting plannen ......................................................................................... 6 1.3.1 Scholengemeenschap ............................................................................. 6 1.3.2 Sportcomplex .......................................................................................... 7 Planologisch kader ............................................................................................. 8 Doel ................................................................................................................... 9 Verantwoording .................................................................................................. 9 Leeswijzer .......................................................................................................... 9

2 2.1 2.2

HOOFDSTUK 2 GEBIEDS- EN LOCATIEBESCHRIJVING .............................. 10 Ligging en historie ............................................................................................ 10 Het plangebied en zijn omgeving ...................................................................... 11

3 3.1

HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ................................................................... 14 Rijksbeleid ........................................................................................................ 14 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ............................... 14 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking .................................................... 14 Provinciaal beleid ............................................................................................. 16 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020.................................... 16 Gemeentelijk beleid .......................................................................................... 17 3.3.1 Sportnota............................................................................................... 17 3.3.2 Structuurvisie......................................................................................... 18 3.3.3 Duurzaamheid ....................................................................................... 18

3.2 3.3

4 4.1 4.2 4.3 4.4

HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSASPECTEN ...................................................... 20 Archeologie ...................................................................................................... 20 Bodem ............................................................................................................. 23 Cultuurhistorie .................................................................................................. 24 Ecologie ........................................................................................................... 25 4.4.1 Gebiedsbescherming ............................................................................. 26 4.4.2 Soortbescherming ................................................................................. 26 4.4.3 Stikstofdepositie .................................................................................... 28 4.5 Fysieke veiligheid ............................................................................................. 29 4.6 Geluid .............................................................................................................. 30 4.7 Luchtkwaliteit .................................................................................................... 34 4.8 M.e.r.-beoordeling ............................................................................................

37 4.9 Milieu(hinder) ................................................................................................... 39 4.10 Verkeer en vervoer en parkeren ....................................................................... 41 4.11 Watertoets........................................................................................................ 44 5

HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID .................................. 46

6

HOOFDSTUK 6 OVERLEG EN INSPRAAK ..................................................... 47

7 7.1 7.2 7.3

HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE TOELICHTING ................................................. 48 Algemeen ......................................................................................................... 48 Toelichting op de digitale verbeelding ............................................................... 48 Toelichting op de planregels ............................................................................. 49

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 3 van 52 Mei 2020 Versie 01

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 4 van 52 Mei 2020 Versie 01

1

Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk

1.1

Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt voorliggend plan de onderbouwing van waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie. In dit geval heeft het bestemmingsplan betrekking op de realisatie van een Leer en sportpark te Veendam.

1.2

Aanleiding Eind 2006 heeft de gemeenteraad van Veendam de intentie uitgesproken tot het fasegewijs realiseren van een onderwijscampus aan de Raadsgildenlaan voor alle leerlingen van de scholengemeenschap Winkler Prins (met uitzondering van de Praktijkschool). Als eerste fase van wat later het Leer- en Sportpark is genoemd, is in 2011 een nieuw gebouw gerealiseerd voor het VMBO-techniekonderwijs en de afdeling VMBO-Handel & Administratie. Dit “techniekgebouw” ligt tussen het hoofdveld van de voetbalvereniging Veendam 1894 en de Raadsgildenlaan, in nabijheid van het hoofdgebouw van de scholengemeenschap. Inmiddels heeft de gemeenteraad besloten om verder te investeren in een nieuwe, toekomstbestendige onderwijs- en sportvoorziening, in combinatie met een alternatieve invulling van de locatie van het stadion “De Langeleegte” en daarmee het Leer- en Sportpark te voltooien. Naast nieuwbouw omvat het plan de herinrichting van het huidige hoofdgebouw waarbij het tevens wordt aangepast aan de huidige onderwijsbehoefte. Op de volgende bladzijde volgt een indicatieve weergave van het totale plangebied gezien vanuit de lucht.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 5 van 52 Mei 2020 Versie 01

Onderstaand een globale ruimtelijke verkenning van de totale opgave.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 6 van 52 Mei 2020 Versie 01

1.3

Uiteenzetting plannen Het totale project Leer- en Sportpark is weergegeven op onderstaande afbeelding. Het plangebied van dit bestemmingsplan beperkt zich tot die gedeelten waarin (ruimtelijk relevante) veranderingen optreden. Het plangebied bevat twee onderdelen. Het noordelijke deel van het plangebied heeft betrekking op de realisatie van de onderwijscampus van de scholengemeenschap Winkler Prins en het zuidelijke deel van het plangebied heeft betrekking op de verdergaande ontwikkeling van sport en ontspanning. Tezamen een Leer- en sportpark.

Hierna zal nader worden ingegaan op de plannen, uitgesplitst over de onderdelen ten behoeve van de onderwijscampus en daarna het sportgedeelte. 1.3.1

Scholengemeenschap Het schoolgedeelte in grote lijnen: • realiseren van schoolgebouwen, parkeerplaatsen en deze verbinden met de bestaande schoolgebouwen en het sportgedeelte. Voor het onderwijsgedeelte bestaan de plannen uit uitbreiding van de Winkler Prins t.b.v. de brugklassen en het VMBO kader Zorg-Welzijn. Hiervoor zijn twee aparte gebouwen nodig, elk in twee bouwlagen, met bijbehorend terrein. Wanneer nog rekening wordt gehouden met de mogelijke nieuwbouw van een gymzaal is in totaal een uitbreidingslocatie van een kleine 7.000 m2 (terreinoppervlak) benodigd. Deze uitbreiding is gedacht op het huidige hoofdveld van Veendam 1894, ten zuiden van het techniekgebouw. Zelfs met behoud van de bestaande boomsingels is hier ruim 10.000 m2 beschikbaar. Van dit terrein resteert derhalve ruim een kwart dat niet voor de nieuwbouw noodzakelijk is en waar ruimte is voor eventuele verdere uitbreiding in de toekomst.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 7 van 52 Mei 2020 Versie 01

Na realisering van deze nieuwbouw zal het hoofdgebouw (Raadsgildenlaan 1) een revitalisatie ondergaan waarna de deelscholen mavo-havo-vwo in het pand gevestigd kunnen worden. Na de ingebruikname daarvan zullen het huidige schoolgebouw en het terrein aan de J.G. Pinksterstraat 26 worden afgestoten c.q. buiten gebruik worden gesteld. Het praktijkonderwijs van de Winkler Prins aan het Jan Salwaplein en de tussenvoorziening aan de Paralelweg blijven buiten de planvorming. Randvoorwaarden nieuwbouw Het groene en ruime karakter van het plangebied en zijn omgeving stellen op zich weinig eisen aan de beoogde nieuwbouw. Als ontwerpopgave zijn de volgende randvoorwaarden meegegeven: Uitbreiding Winkler Prins Het leidende principe is solitaire bebouwing in het groen. Daarnaast is zowel functioneel als ruimtelijk een zekere clustering van bestaande en nieuwe bebouwing gewenst. Om samenhang in de onderwijscampus te bereiken is oriëntatie van alle onderwijsgebouwen op een gezamenlijk plein/entreegebied en/of op een verbindende route wenselijk. In lijn met dit leidende principe dienen gebouwen alzijdig ontworpen te worden. Ook het verwijderen van een deel van de bestaande groene rand aan de oostzijde van het veld kan de samenhang bevorderen en in het geval van een bijzonder ontwerp kan ook tot aan of tot in het water gebouwd worden.

Aansluitend bij de aanwezige onderwijsgebouwen zijn één, twee of drie bouwlagen aanvaardbaar. Bouwdeel Voor het onderwijsgedeelte bestaan de plannen uit uitbreiding van de Winkler Prins t.b.v. de brugklassen en het VMBO kader Zorg-Welzijn. Hiervoor zijn twee aparte gebouwen nodig, elk in twee bouwlagen, met bijbehorend terrein. Wanneer nog rekening wordt gehouden met de mogelijke nieuwbouw van een gymzaal is in totaal een uitbreidingslocatie van een kleine 7.000 m2 (terreinoppervlak) benodigd. Als bouwhoogte zal maximaal 10 meter worden aangehouden. 1.3.2

Sportcomplex De velden van voetbalvereniging Veendam 1894 worden herverkaveld. Het huidige hoofdveld verdwijnt. Het nieuwe hoofdveld komt in het stadion. Door de herverkaveling krijgt het clubgebouw een centrale ligging op het complex en wordt het stadion straks weer actief gebruikt. Veendam 1894 krijgt bovendien een kunstgrasveld en hybrideveld. Scholieren van de Winkler Prins kunnen daar ook gebruik van maken. Verder bestaan de plannen uit de aanleg van een wielerbaan, de mogelijke realisatie van andere sport-, bewegings- en speelvoorzieningen en het uitbreiden van de parkeercapaciteit. Hiervoor worden de tribunes aan de kopse kanten en een gebouwtje bij de parkeerplaats gesloopt en worden stukken bosplantsoen en enkele bomen geruimd. Naast de te handhaven bebouwing van het stadion, zijn ten behoeve van de verschillende onderdelen in het sportpark kleinere gebouwen voor sportverenigingen, kleedaccommodaties, onderhoud en dergelijke mogelijk, in één of twee bouwlagen. Dit kan vrij in het gebied, tot een totaal maximumbebouwingspercentage van 5% van dit deelgebied. Aandacht is nodig voor een entree van het gebied (aan de oostzijde en aan de Langeleegte). De aanleg van velden en andere sportvoorzieningen kan binnen de

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 8 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

kaders van het geldende bestemmingsplan gerealiseerd worden. Deels zal dit ook al op korte termijn tot uitvoering komen. Alleen voor (extra) bebouwing en verbreding van de gebruiksmogelijkheden van het gebied is wijziging van het bestemmingsplan vereist. Bij verbreding van de gebruiksmogelijkheden moet worden gedacht aan voorzieningen zoals: • pannakooi/basketbalveld; • skeelerbaan; • Pumptrack (een verharde crossbaan met bulten en bochten waarop je vaart maakt door een pompende beweging). • Klim- en klautervoorzieningen; • Ijsbaan voor in de winter op de pumptrackbaan; • Horecavoorziening • Kleedkamers; • Een verhoogd podium. Dat naast de mogelijkheden die het geldende bestemmingsplan reeds toelaat. Op onderstaande indicatieve tekening is de beoogde situatie na uitvoering van de plannen weergegeven voor het sportgedeelte. In de bijlage is een vergrote weergave van deze figuur opgenomen.

1.4

Planologisch kader Ter plaatse is het bestemmingsplan “Buitenwoel” (vastgesteld op 28 september 2009, NL.IMRO.0047.08BP00012009-0501) van kracht. Hierin hebben de gronden tussen het techniekgebouw en de woonbebouwing langs de Langeleegte de bestemming Sport, met alleen ter plaatse van het stadion een bouwvlak.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 9 van 52 Mei 2020 Versie 01

De voorgenomen uitbreiding van de onderwijsvoorzieningen en de verbreding van de gebruiksfuncties op de stadionlocatie vragen om een ruimere bestemming(sregeling) voor de betreffende gronden. Het techniekgebouw is aanvankelijk op grond van een afzonderlijke planologische procedure gerealiseerd, maar is reeds bij de vaststelling van het bestemmingsplan “Buitenwoel” in dit bestemmingsplan opgenomen met een passende bestemming en een bouwvlak. 1.5

Doel In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De realisatie van het Leer- en sportpark op de gestelde locatie moet aantoonbaar niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening.

1.6

Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.

1.7

Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een weergave gegeven van de historie en ligging van het plangebied. In Hoofdstuk 3 komen de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal. Hoofdstuk 6 doet verslag van de inspraak- en overlegreacties, waarna hoofdstuk 7 ingaat op de juridische vertaling van het plan en vervolgens volgen de regels, de verbeelding en de bijlagen die bij het bestemmingsplan behoren.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 10 van 52 Mei 2020 Versie 01

2

Hoofdstuk 2 Gebieds- en locatiebeschrijving

2.1

Ligging en historie Het plangebied bevindt zich in Veendam. Veendam bevindt zich binnen het grondgebied van de gelijknamige gemeente Veendam in de provincie Groningen. Veendam wordt ook wel Parkstad genoemd en is tegenwoordig de op twee na grootste plaats van de provincie Groningen. In de 19e eeuw ontwikkelde Veendam zich tot het centrum van de Groninger Veenkoloniën. Veendam heeft in het gebied van de Groninger Veenkoloniën altijd een bijzondere plaats ingenomen. De geschiedenis is 350 jaar geleden begonnen met turfafgravingen. Veendam heeft voor een deel de typische veenkoloniale lintstructuur, behalve in de buurt van het centrum. Die structuur is veroorzaakt door de aanwezigheid van het riviertje de Oude Ae, waardoor het parallel lopende Ooster- en Westerdiep in noordelijke richting van elkaar moesten wijken. Hieraan dankt Veendam de vorkstructuur, waartussen komvorming kon ontstaan. Daardoor kreeg Veendam een echt centrum in plaats van een langgerekt bebouwingslint. Het centrum wordt gekenmerkt door ruimte, groen en waterpartijen (Parkstad Veendam). Dit bijzondere karakter heeft van oudsher aantrekkingskracht uitgeoefend op de bewoners. Veendam is al rond 1655 ontstaan. Hierna volgt een visuele weergave van de groei van de stad Veendam rond het plangebied op basis van beschikbaar historisch kaartmateriaal, te beginnen anno 2016 en dan terug in de tijd.

Anno 2016

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 11 van 52 Mei 2020 Versie 01

Anno 1975

Zichtbaar is dat het plangebied en omgeving pas echt tot ontwikkeling is gekomen na de jaren ’70 met de latere ontwikkelingen in het noorden (Gildenbuurt) en westen de verdergaande groene en recreatieve ontwikkeling. 2.2

Het plangebied en zijn omgeving Het plangebied is gelegen ten noordwesten van het centrum van Veendam, tussen de wijken Buitenwoel (Gildenbuurt) en Zilverpark, aansluitend aan de sport- en recreatiezone ten noorden van de Langeleegte.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 12 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

Het plangebied ligt op de grens van het wonen en het recreatiegebied, een gevarieerde groene zone met een veelzijdig aanbod van sportieve en recreatieve voorzieningen alsmede de parkachtig aangelegde begraafplaats Buitenwoelhof. Aan de noord- en noordoostzijde grenst het plangebied aan bestaande locaties van de Winkler Prins aan de Raadsgildenlaan en aan zuidoost- en zuidzijde grenst het plangebied aan woongebieden (respectievelijk het Zilverpark en de Langeleegte). Ten noorden van de Raadsgildenlaan ligt de Gildenbuurt, onderdeel van de woonwijk Buitenwoel. De gemeente wordt op veel plekken nog gekenmerkt door de rechtlijnige structuren van de veenontginning (kanalen en wijken). Vanuit het Ruimtelijk ontwikkelingsperspectief (ROP) van de gemeente is in het plangebied vooral de ritmiek van deze historische wijkenstructuur van belang. Bij de inrichting van het sport- en recreatiegebied zijn de wijken als ruggengraat tussen het vele groen behouden. Deze gevarieerde groene zone is een kwaliteit van de parkstad Veendam. Een ander belangrijk structurerend element is de historische route langs de Langeleegte. Onderstaand een figuur die laat zien dat het plangebied de overgang vormt van stedelijk gebied naar het (groene) buitengebied/landelijk gebied uit het ROP..

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 13 van 52 Mei 2020 Versie 01

Hierna volgen nog enkele referentiebeelden van het project.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 14 van 52 Mei 2020 Versie 01

3

Hoofdstuk 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de initiatiefnemer.

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 door de minister vastgesteld. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Om de verantwoordelijkheden te leggen waar deze het beste passen brengt het Rijk de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies. Het Rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 14 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 14 belangen hebben decentrale overheden beleidsruimte voor het faciliteren van ontwikkelingen. Voor Veendam zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden zodat het ruimtelijk Rijksbeleid als zodanig niet van invloed is op voorliggend ruimtelijk plan.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder. Doel De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Motiveringsplicht en resultaat Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met de drie opeenvolgende stappen. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 15 van 52 Mei 2020 Versie 01

De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is het kader voor alle juridisch verbindende ruimtelijke plannen van de decentrale overheden. Volgens het bepaalde in artikel 3.1.6 lid 2 Bro dient voor het toepassen van de ladder sprake te zijn van een ‘nieuwe stedelijke ontwikkeling’. Een ‘stedelijke ontwikkeling’ is in artikel 1.1.1 Bro gedefinieerd als een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Blijkens de Handreiking bij de Ladder voor duurzame verstelijking vallen onder ‘overige stedelijke voorzieningen’ onder meer alle accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur en indoor sport en leisure. Wordt naar deze definitie beoordeeld dan is het toevoegen van schoolgebouwen op een bestemming Sport te beschouwen als een stedelijke ontwikkeling. Over het sportpark kan gesteld worden dat die ontwikkeling niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling.

Die verdergaande ontwikkeling vindt namelijk plaats binnen een bestaand bestemmingsplan die sport en leisure reeds toelaat, maar qua gebruiksmogelijkheden verruimd wordt om te kunnen voorzien in een verbreding van de activiteiten. Ten aanzien van het schoolgebouw het volgende. Er is hier sprake van een stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied. Medio juli 2017 is er het voornemen van het Rijk om de ladder aan te passen, door de tekst van de ladder terug te brengen naar de essentie: aangeven noodzaak dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd. Concreet betekent dit dat het onderzoek naar het 'actuele' en 'regionale' aspect van de behoefte en trede 3 van de ladder komen te vervallen. De bestaande Winkler Prins wil verder kunnen doorgroeien op deels de bestaande locatie en deels op de gronden van voorliggend bestemmingsplan. Voor het onderwijsgedeelte bestaan de plannen uit de gewenste concentratie van de verschillende afdelingen van de school. Daarvoor is dit de meest geschikte locatie omdat hier de combinatie met sport te maken is (wat de kracht is van het hele concept). Hiervoor zijn twee aparte gebouwen nodig, elk in twee bouwlagen, met bijbehorend terrein.

Wanneer nog rekening wordt gehouden met de mogelijke nieuwbouw van een gymzaal is in totaal een uitbreidingslocatie van een kleine 7.000 m2 (terreinoppervlak) benodigd. Deze oppervlakte aan uitbreiding is niet aanwezig op de bestaande locatie, vandaar dat nu wordt ingezet op de gronden van voorliggend bestemmingsplan. De behoefte is aanwezig. Reeds in 2011 is ook de gemeenteraad akkoord gegaan met deze wens tot verdergaande uitbreiding. Verder is er sprake van bestaand stedelijk gebied en is de locatie goed bereikbaar en ontsloten. Het verzoek is in overeenstemming met de ladder voor duurzame verstedelijking.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 16 van 52 Mei 2020 Versie 01

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 De Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 (vastgesteld op 1 juni 2016) vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie Groningen de komende jaren wil maken. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Er zijn zes grote opgaven waar de provincie de komende jaren in het bijzonder aan gaat werken, dat zijn de thema’s : Leefbaarheid, Circulaire Economie, Gaswinning, Waddengebied, Energietransitie en Erfgoed en als laatste ruimtelijke kwaliteit en landschap. Voorliggend bestemmingsplan gaat, kijkend naar de onderdelen in de omgevingsvisie over de thema’s Leefbaarheid, Voorzieningen en Recreatie en toerisme. Over deze thema’s staat het volgende verwoord in de omgevingsvisie. Leefbaarheid Leefbaarheid is een onderwerp dat op de politieke agenda is gebleven de afgelopen decennia. Werkloosheid, economische structuur en demografische krimp hebben voor grote uitdagingen gezorgd. Uitdagingen waarin de provincie steeds meer in is gaan samenwerken met andere landen die hier ook veel ervaring mee hebben. Technische oplossingen rondom ICT, healthy ageing en mobiliteit boden een deel van de oplossing. Ook het gezond ouder worden noemt de provincie 'energetic': energieke ouderen die gezond en in beweging blijven en in aanleun- en kangoeroewoningen wonen.

Er is met hulp van het Rijk en veel andere organisaties fors geïnvesteerd in de arbeidsmarkt en de grote sloop- en renovatieopgave om kernen leefbaar en voorzieningen bereikbaar te houden. De kernkarakteristieken van het landschap zijn hierbij versterkt. Een groot deel van het cultureel erfgoed heeft een passende bestemming gekregen, waardoor de economische dynamiek en de leefbaarheid zijn toegenomen. Door het gericht faciliteren en op sommige plekken investeren in onderwijs, arbeidsmarkt en het aantrekken van bedrijven die gebruik maken van laaggeschoolde arbeid, is de kloof tussen vraag en aanbod wat verkleind. Maar dit blijft voorlopig nog een zorgpunt. Voorliggend bestemmingsplan versus thema leefbaarheid In lijn met dit thema kan worden gesteld dat het terrein rondom de Langeleegte voor vele Veendammers is te beschouwen als een stukje cultureel erfgoed. Het terrein daar wordt verder getransformeerd (met een passende bestemming) in een terrein waar zowel jong als oud ‘energetic’ kan blijven dus werken aan een goede gezondheid door actief te bewegen en sporten. De gehele ontwikkeling komt de leefbaarheid ten goede. Tevens wordt verder geïnvesteerd in onderwijs, hetgeen ook goed is voor de leefbaarheid en beleving van het gebied. Het bestemmingsplan is in lijn met de uitgangspunten voor het aspect leefbaarheid.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 17 van 52 Mei 2020 Versie 01

Voorzieningen De voorzieningenstructuur buiten de stad Groningen staat door de krimp extra onder druk. Dit maakt het noodzakelijk om regionale voorzieningen in een beperkt aantal gebieden levensvatbaar te houden. Samen met de gemeenten zetten wij in op: • concentratie van winkel-, welzijns-, zorg- en onderwijsvoorzieningen in de centrumgebieden. Voorliggend bestemmingsplan versus thema voorzieningen Ook de gemeente Veendam heeft te maken met het verschijnsel krimp. Ter plaatse van het plangebied gaat verder worden geïnvesteerd in het realiseren van een onderwijscampus. In combinatie met het kunnen gebruiken van het sportpark kan hierdoor in Veendam een hoogwaardig en multifunctioneel onderwijscomplex worden aangeboden nabij het centrumgebied dat een positieve bijdrage kan leveren aan het op peil houden van het gewenste voorzieningenniveau. Recreatie en toerisme Een sterke toeristisch-recreatieve sector draagt bij aan de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau in Stad en Ommeland. Bovendien dragen dergelijke voorzieningen bij aan de verbetering van het vestigingsklimaat: bedrijven en werknemers zullen zich eerder vestigen in een aantrekkelijke regio. Recreatieve en toeristische ontwikkelingen vereisen een zorgvuldig ontwerp en inpassing in het landschap. Verstening en verdichting van het open landschap moet hierbij worden voorkomen.

Daarom biedt de provincie ruimte aan de uitbreiding van: • kampeerterreinen; • recreatiewoningen. Daarnaast investeert de provincie in goede routestructuren en in de kwaliteit van: • recreatieve routenetwerken; • wandel- en fietspaden en bijbehorende voorzieningen; • het basistoervaartnet; • dagrecreatieve terreinen. Voorliggend bestemmingsplan versus thema recreatie en toerisme Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op het verder versterken van vooral de mogelijkheden voor (sportieve) dagrecreatie op de gronden rondom het voormalig stadion De Langeleegte. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de uitgangspunten van het provinciaal beleid ten aanzien van recreatie en toerisme. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1

Sportnota In de Sportnota (“Sport op waarde geschat”) 2008-2014 is reeds de intentie uitgesproken om het stadioncomplex en een deel van het sportpark de Langeleegte te herverkavelen. Grote delen van het sportpark zijn toe aan een upgrading. Door het faillissement van de SC Veendam kon ook het stadioncomplex worden betrokken in de planvorming.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 18 van 52 Mei 2020 Versie 01

3.3.2

Structuurvisie Op 16 februari 2015 is de Structuurvisie Veendam vastgesteld. De structuurvisie is een richtinggevend instrument voor het ruimtelijk beleid voor het grondgebied van de gehele gemeente tot circa 2030. De structuurvisie geeft een integraal toetsings- en afwegingskader voor nieuwe, in bestemmingsplannen nog niet voorziene, ontwikkelingen op ruimtelijk terrein. In de visie wordt ook inzicht gegeven in de wijze waarop de gemeente de visie denkt te realiseren. In de structuurvisie is het te realiseren Leer- en sportpark benoemd, zowel op de kaart van de structuurvisie als in het beleidsdocument zelf. Onderstaand een weergave van de kaart en de relevante delen uit de structuurvisie over het Leer- en sportpark.

Maatschappelijke zaken Voor het vastleggen van een evenwichtige integrale structuurvisie is afstemming met andere taakvelden van evident belang, met name over het ruimtelijk reorganiseren van zorg, onderwijs, sport en welzijn binnen de gemeente. Veel van deze plannen zijn nog niet concreet genoeg of zijn van een te hoog detaillistisch niveau om op de visiekaart te zetten. Het is echter duidelijk dat de komende jaren ingrijpende (kleinschalige) veranderingen in de ruimte worden ingezet door deze plannen. De volgende thema’s zijn daartoe onder meer geformuleerd: • Zorg met een regionale functie (Zorgplein) in combinatie met passende functies; • Selectief omgaan met woon-zorgaanvragen van marktpartijen op andere locaties in Veendam; • Versterken van het onderwijs en uitbreiding in relatie tot werken (werken en onderwijs); • Veelzijdig aanbod van onderwijs en sport (Leer- en sportpark Veendam). 3.3.3

Duurzaamheid De belangrijkste redenen voor het realiseren van duurzame huisvestingsoplossingen zijn dat het klimaat, het hergebruik van grondstoffen en de beheersing van reststoffen zowel landelijk als mondiaal onder grote druk staan. De bouwsector speelt hierbij een belangrijke rol, vooral waar het gaat om energieverbruik, CO2-emissie en afvalstromen. Bij de aanbesteding van de nieuw- en verbouw van de onderdelen van het Leer- en Sportpark zal dit onderwerp integraal meegenomen worden. Er is hiervoor een ruimtelijk- en functioneel programma van eisen in ontwikkeling waarbij aandacht is voor

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 19 van 52 Mei 2020 Versie 01

verschillende duurzaamheidsaspecten. De duurzaamheidsaspecten worden daarbij vanuit de volgende drie invalshoeken benaderd: - Het is prettig en gezond er om te verblijven wanneer het bevorderend werkt op het functioneren van zowel de gebruiker als de organisatie, - Het moet goed in zijn omgeving passen, energiezuinig zijn en gerealiseerd worden met materialen die laag milieubelastend zijn, - Het moet goed te exploiteren en te onderhouden zijn.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 20 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

4

Hoofdstuk 4 Omgevingsaspecten Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn. Achtereenvolgens worden in dit hoofdstuk de volgende onderdelen behandeld: 1. Archeologie; 2. Bodem; 3. Cultuurhistorie; 4. Ecologie; 5. Fysieke veiligheid; 6. Geluid; 7. M.E.R.-beoordeling; 8. Milieu(hinder); 9. Luchtkwaliteit; 10. Verkeer, vervoer en parkeren; 11. Water(toets).

4.1

Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Wet op de archeologische monumentenzorg) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Onderstaand een weergave van de archeologische beleidskaart van de gemeente Veendam (vastgesteld juni 2016) waarop de eventuele archeologische waarden inzichtelijk zijn gemaakt binnen het plangebied.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 21 van 52 Mei 2020 Versie 01

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 22 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

Over het gedeelte van het plangebied waar zich het stadion bevindt en voor een deel de gronden ten westen daarvan bevindt zich een gebied te karakteriseren als ‘Veenborgen en buitenplaatsen’ en deze zijn voorzien van een archeologische dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’. Voor het overige hebben de gronden geen archeologische dubbelbestemming en is in die gebieden geen archeologisch onderzoek nodig. Binnen de als zodanig dubbelbestemde gronden ‘Waarde – Archeologie 1’ geldt dat er een archeologisch onderzoek nodig is bij ruimtelijke (en daarmee samenhangende bodemverstorende) ingrepen die groter zijn dan 50 m2 én dieper dan 0,40 meter. Op het moment dat er voor ontwikkelingen binnen deze gronden met de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ gaan plaatsvinden die op basis van de aanvraag om omgevingsvergunning groter zijn dan 50 m2 én dieper dan 0,40 meter zijn zal er vooraf nader onderzoek naar archeologie worden uitgevoerd. De borging hiervan is aanwezig door de bestaande dubbelbestemming op de verbeelding intact te houden met de bijbehorende bestemmingsregels. Door onderzoeksbureau Sweco is vervolgens een archeologische quickscan uitgevoerd waarbij er een inventarisatie heeft plaatsgevonden van de bekende archeologische waarden in het plangebied en het vigerende archeologische beleid. De archeologische quickscan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.

Hierna volgt een uiteenzetting van de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Op onderstaande kaart is zichtbaar waar er boringen hebben plaatsgevonden.

Het is onwaarschijnlijk dat intacte archeologische resten aanwezig zijn in het plangebied. Wellicht zijn op enkele geïsoleerde locaties resten aanwezig van de historische tuin van de buitenplaats Buitenwoel. Deze kunnen echter op basis van de boringen niet worden aangewezen. Noch is het te verwachten dat, indien resten

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 23 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

aanwezig zijn, deze behoudenswaardig zijn, omdat er kwalitatief en kwantitatief onvoldoende bewaard is gebleven. Derhalve wordt geadviseerd geen nader archeologisch onderzoek uit te (laten) voeren. 4.2

Bodem In het plan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De bodemonderzoeksplicht geldt alleen voor bouwwerken waarvoor: • een reguliere omgevingsvergunning is vereist; • waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (twee of meer uren per dag) mensen zullen verblijven; • die de grond raken; • waarvan het bestaande gebruik wijzigt (interne verbouwing); • die niet naar aard en omvang gelijk zijn aan een bouwwerk genoemd in het Besluit bouwwerken; • waarvan geen reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten aanwezig zijn; • die geen tijdelijk bouwwerk betreffen waarbij uit het vooronderzoek blijkt dat de locatie onverdacht is. Eerst is via de landelijke website van het bodemloket beoordeeld of er reeds (recente) bodeminformatie aanwezig is voor (delen van) het plangebied. Onderstaand de uitsnede van het bodemloket.

Voor een aanzienlijk deel van het plangebied geldt dat de gronden al in voldoende mate zijn onderzocht, dat zijn de paarse vlakken. Voor de nog niet onderzochte gebieden

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 24 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

geldt dat vanuit de Omgevingsdienst is aangegeven dat verkennend bodemonderzoek nodig is. Door onderzoeksbureau Tauw is vervolgens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De gehele rapportage van het onderzoek is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Door middel van dit verkennend bodemonderzoek is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse van het voetbalveld nabij de Raadsgildenlaan 1 in Veendam in voldoende mate onderzocht. De bovengrond is maximaal licht verontreinigd met kwik en PCB. De plaatselijk zeer licht baksteenhoudende ondergrond is licht verontreinigd met kwik en lood. Verder zijn in de ondergrond geen verontreinigingen aangetroffen. Na indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) blijkt de kwaliteit van zowel de bovenals ondergrond op de onderzoekslocatie aan te merken als ‘altijd toepasbaar’. Het grondwater ter plaatse van peilbuis 2 bevat een licht verhoogde concentratie (overschrijding voormalige Tussenwaarde) aan nikkel welke na herbemonstering is bevestigd. Gezien het ontbreken van een aanwijsbare bron en gezien er geen verhoogde gehalten aan nikkel in de grond zijn aangetroffen, betreft dit waarschijnlijk een verhoogde achtergrondconcentratie. Aanvullend onderzoek naar de kwaliteit van het grondwater is niet noodzakelijk.

Het grondwater van peilbuis 1 bevat licht verhoogde concentraties (overschrijding Streefwaarde) aan benzeen en dichloorpronanen. Voor deze overschrijdingen is geen directe bron aanwijsbaar. Op basis van de onderzoeksresultaten van onderhavig onderzoek kan concluderend worden gesteld dat er geen bezwaren naar voren zijn gekomen die een belemmering vormen voor de voorgenomen aanvraag van een Omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. 4.3

Cultuurhistorie Het Bro bevat een verplichting om in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving op te nemen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Wat zijn cultuurhistorische waarden? De Memorie van Toelichting bij het Besluit ruimtelijke ordening zegt met betrekking tot artikel 3.1.6 het volgende: "Bij cultuurhistorische waarden gaat het over de positieve waardering van sporen, objecten, patronen en structuren die zichtbaar of niet zichtbaar onderdeel uitmaken van onze leefomgeving en een beeld geven van een historische situatie of ontwikkeling. In veel gevallen bepalen deze cultuurhistorische waarden de identiteit van een plek of gebied en bieden ze aanknopingspunten voor toekomstige ontwikkelingen. Deze cultuurhistorische elementen kan men niet allemaal als beschermd monument of gezicht aanwijzen, maar zijn wel onderdeel van de manier waarop we ons land beleven, inrichten en gebruiken"

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 25 van 52 Mei 2020 Versie 01

Het begrip cultuurhistorie heeft drie aspecten: 1. Historische (stede)bouwkunde / bovengrondse monumentenzorg; bijvoorbeeld kastelen, kerken, oude boerderijen of landhuizen, maar ook stedenbouwkundige elementen als beschermde stads- of dorpsgezichten; 2. Archeologie; sporen en vondsten van menselijk handelen in het verleden in de bodem zijn achtergebleven, bijvoorbeeld potscherven, resten van voedselbereiding, graven, maar ook verkleuringen in de grond die duiden op bewoning of infrastructuur. Een verzamelterm hiervoor is 'archeologische waarden'. Alle archeologische waarden bij elkaar zijn het 'bodemarchief'. Deze sporen kunnen zich ook onder water bevinden zoals bijvoorbeeld verdronken nederzettingen of scheepswrakken; 3. Cultuurlandschap/historische geografie: alle landschappelijke elementen die het gevolg zijn van menselijk handelen in het verleden, bijvoorbeeld verkavelingspatronen, pestbosjes, landgoederenzones of ontginningsassen. In het plangebied zijn geen beschermde monumenten aanwezig. Wel is er sprake van een vroegere molen. Hiervoor geldt dat bij eventuele activiteiten in de bodem er aandacht te zijn voor mogelijke vondsten.

4.4

Ecologie De bescherming van plant- en diersoorten is in Nederland geregeld in Wet Natuurbescherming (verder te noemen WNB). Deze wet is op 1 januari 2017 in werking getreden en beschermd ruim 900 soorten in Nederland voorkomende planten- en diersoorten. Deze wet vervangt de huidige Flora- en faunawet, Natuurbeschermingswet en Boswet.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 26 van 52 Mei 2020 Versie 01

4.4.1

Gebiedsbescherming Onderstaand is weergave gedaan van de ligging van eventuele natuurgebieden in de nabijheid (max 3 kilometer afstand) van het plangebied.

Nationaal Natuurwerk (NNN) en Natura 2000 (N2000) De onderzochte locatie ligt niet in het NNN. Ook is er geen sprake van de aanwezigheid van Natura 2000 gebieden in de nabijheid. Gezien de grote afstand tot waardevolle natuurgebieden zullen de voorgenomen plannen op geen enkele wijze waardevolle natuurgebieden beïnvloeden. 4.4.2

Soortbescherming Artikelen 3.1 tot en met 3.11 van de Wet natuurbescherming regelen de bescherming van soorten. De bescherming is opgedeeld in vijf categorieën met soorten: ▪ Vogels met jaarrond beschermde nesten; ▪ Overige vogels; ▪ Soorten van de Habitatrichtlijn (bijlage IV) en de Verdragen van Bern (bijlage II) en Bonn (bijlage I); ▪ Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn en waarvoor provinciaal geen vrijstelling geldt; ▪ Overige soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, maar waarvoor provinciaal wel een vrijstelling geldt. Voor vogels geldt dat er twee categorieën zijn: de vogels met jaarrond beschermde nesten (o.a. Huismus, Gierzwaluw en Buizerd) en de overige broedvogels. Vogels met jaarrond beschermde nesten hebben een strikte beschermingsstatus binnen de Wet natuurbescherming. Van overige broedvogels zijn hun nesten alleen tijdens het broedseizoen beschermd (periode van nestbouw, eileg, broeden en voeren van de jongen op het nest). Voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn zijn in artikel 3.5 verboden vastgelegd (o.a. verboden om dieren te doden en voortplantings- of rustplaatsen te vernielen) en geldt een strikte beschermingsstatus. Soorten die op nationaal niveau beschermd zijn, kunnen ingedeeld worden in twee categorieën.

Provincies mogen besluiten om bepaalde soorten vrij te stellen van bescherming in het kader van ruimtelijke ingrepen, beheer en onderhoud. In de meeste provincies geldt - onder andere voor ruimtelijke ontwikkelingen - een vrijstelling voor een selectie van zoogdieren en amfibieën. Voor de overige soorten gelden vergelijkbare

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 27 van 52 Mei 2020 Versie 01

verboden (zie artikel 3.10) als voor soorten van de Habitatrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en geldt eveneens een strikte beschermingsstatus. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Ten behoeve van het totale plan worden de gebouwen die zich aan de kopse kant bevinden van het voormalige stadion De Langeleegte op korte termijn gesloopt, het onderdeel flora en fauna is reeds meegenomen in de sloopaanvraag. Herinrichting sportpark De Langeleegte In sportpark de Lange Leegte te Veendam zullen ten behoeve van de aanleg van een nieuwe wielerbaan een aantal bomen gekapt worden, wordt een opstal gesloopt en worden op twee locaties dammen aangelegd (met een duiker). Voordat de bomen gekapt kunnen worden dient met een inspectie vastgesteld worden of er al dan niet natuurwaarden aanwezig zijn die geschaad worden door de beoogd uit te voeren werkzaamheden. Deze inspectie is uitgevoerd door onderzoeksbureau Sweco. De gehele rapportage hiervan is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd.

De conclusie van de inspectie is hierna weergegeven. In de beoogd te kappen bomen zijn geen beschermde jaarrond beschermde nesten of potentieel geschikte holtes voor vleermuizen aangetroffen. De te kappen bomen kunnen mogelijk onderdeel uitmaken van een vliegroute, maar deze blijft na de kap van de betreffende bomen intact. Derhalve zullen door de kap van de bomen geen negatieve effecten plaatsvinden op beschermde soorten. Wel zal de kap plaats moeten vinden buiten het broedseizoen (van half maart – halverwege augustus). Als het onvermijdelijk is dat de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden zal voorafgaand aan de kap alsnog een inspectie plaats moeten vinden naar broedende vogels. Als dit het geval is zal men moeten wachten tot de jongen zijn uitgevlogen. Het beoogd te slopen gebouw bevat geen sporen van gebruik door beschermde soorten en is in potentie niet geschikt bevonden. De sloopwerkzaamheden hebben geen negatieve effecten op beschermde soorten. Door de aanleg van twee dammen, zullen geen negatieve effecten plaatsvinden op beschermde soorten. Wel is de zorgplicht van kracht dat zowel beschermde als vrijgestelde soorten de gelegenheid geboden moet worden het plangebied te verlaten. Nieuwbouw schoolgebouw Door Buro Bakker is onderzocht of er effecten zijn op beschermde soorten als gevolg van de bouw van de twee nieuwe schoolgebouwen.

De gehele rapportage hiervan is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. De conclusies en aanbevelingen zijn hierna weergegeven:

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 28 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

Op basis van deze quickscan zijn met betrekking tot de aanwezigheid van beschermde flora en fauna de volgende conclusies te trekken: • In het plangebied is mogelijk geschikte broedbiotoop voor de volgende Vogelrichtlijnsoort met jaarrond beschermde nestplaatsen aanwezig: ransuil; • In en rond het plangebied is verder geschikt broedbiotoop aanwezig voor vogels zoals gaai, zwarte kraai, merel, waterhoen, grote bonte specht, pimpelmees en roodborst; • In het plangebied zijn geen geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig; • In het plangebied zijn geen essentiële vliegroutes voor vleermuizen aanwezig; • In het plangebied zijn geen essentiële foerageergebieden voor vleermuizen aanwezig; • In het plangebied is een eekhoornnest aanwezig; Bij de geplande werkzaamheden kunnen de bovengenoemde beschermde verblijfplaatsen beschadigd of vernietigd worden. Daarmee zou de Wnb worden overtreden. •

In en rond het plangebied komt mogelijk een aantal andere nationaal beschermde soorten voor, namelijk egel, bunzing, hermelijn, en wezel. Voor deze andere soorten geldt dat ze allemaal zijn opgenomen in bijlage 5 van de provinciale verordening, zodat voor deze soorten een vrijstelling geldt. De algemene zorgplicht is wel van kracht. Benodigde vervolgstappen ➢ Vóórdat de werkzaamheden kunnen plaatsvinden is een nader onderzoek nodig naar de volgende soorten: o Jaarrond beschermde vogelnesten: ransuil (4 bezoeken met tussenperiode minimaal 10 - 20 dagen ertussen, in de periode februari t/m juni). o Eekhoorn: 2 bezoeken, waarvan tenminste het eerste in de winterperiode zonder blad aan de bomen en het tweede ca. half mei. Indien het eerste bezoek uitsluitsel geeft kan het tweede eventueel achterwege blijven. ➢ Om negatieve effecten als gevolg van de werkzaamheden op de aanwezige broedvogels te voorkomen, dient te worden gewerkt buiten het broedseizoen (buiten de periode ca. half maart t/m half juli. Sommige soorten kunnen ook buiten deze periode broeden). ➢ Voor nationaal beschermde soorten geldt de zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat schade aan wilde planten en dieren zoveel, als redelijkerwijs mogelijk is, wordt voorkomen. Dit kan door het rooien van de struiken in één richting uit te voeren, zodat eventuele grondgebonden zoogdieren zelfstandig het gebied kunnen verlaten.

Uit het nader onderzoek zal blijken of een ontheffing op de Wet natuurbescherming nodig is en of er maatregelen getroffen moeten worden. De behandeltermijn van een ontheffing bij de Provincie Groningen duurt minimaal 13 weken, ook zijn er kosten aan de ontheffingsaanvraag verbonden. 4.4.3

Stikstofdepositie Voor de ontwikkelingen van de plannen is een zogeheten Aerius-berekening uitgevoerd om zodoende inzicht te krijgen in de eventuele stikstofdepositie op verzuringsgevoelige Natura 2000 gebieden. Als bijlage zijn de rekenbladen van de Aerius-berekeningen van zowel de aanleg- als gebruiksfase bijgevoegd voor de beide projecten, te weten de

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 29 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

herinrichting van het sportpark De Langeleegte enerzijds (onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau Sweco) en de nieuwbouw van het Winkler Prins brugjaargebouw en het kader-basis gebouw (onderzoek uitgevoerd door onderzoeksbureau dGmR). Voor de werkzaamheden ten behoeve van de herinrichting van Sportpark De Langeleegte zijn de effecten van de gebruiksfase en aanlegfase op de stikstofdepositie onderzocht. Voor de gebruiksfase zijn er geen wijzigingen in de emissie van stikstof en zijn er daarmee geen effecten op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of stikstofgevoelige leefgebieden. Voor de aanlegfase is er geen toename van de stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitattypen of stikstofgevoelige leefgebieden hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar. Ook voor de activiteiten bij de Winkler Prins geldt dezelfde uitkomst. Voor de uitvoering van de plannen is geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Ook is door de DGMR nog gerekend met een hypothetisch geval dat er 2 keer zo veel bouwverkeeer dan nu geraamd langs komt. Ook dan is er geen sprake van een stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar op eventuele verzuringsgevoelige Natura 2000 gebieden. Dus ook de twee projecten tezamen vormen cumulatief gezien geen probleem. 4.5

Fysieke veiligheid Het Besluit richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het BEVI staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Deze inrichtingen brengen risico’s met zich mee voor de in de omgeving aanwezige risicogevoelige objecten. Het leer- en sportpark zoals in dit bestemmingsplan is niet aangemerkt als een risicoveroorzakende inrichting. Echter als gevolg van voorliggend bestemmingsplan kan het wel zo zijn dat het aantal mensen binnen het plangebied kan toenemen, waarbij ook de schoolgebouwen en de sportterreinen zijn aan te merken als een (beperkt) kwetsbaar object, zodat wel beoordeeld dient te worden of er in de nabijheid van het terrein geen Bevi-inrichtingen zijn die van invloed zijn/kunnen zijn op de plannen. Hiertoe is getoetst aan de risicokaart Groningen. Dit levert het volgende beeld op.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 30 van 52 Mei 2020 Versie 01

4.5.1.1

Bevi-inrichtingen binnen het plangebied Binnen het plangebied zelf bevinden zich geen Bevi-inrichtingen.

4.5.1.2

Bevi-inrichtingen buiten het plangebied Nabij het plangebied bevinden zich geen Bevi-bedrijven die invloed hebben op de planlocatie.

4.5.1.3

Buisleidingen Er bevinden zich geen hogedruk-gasleidingen in de nabijheid van het plangebied.

4.5.1.4

route gevaarlijke stoffen Er bevinden zich geen routes waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt in de nabijheid.

4.5.1.5

Hoogspanningsleidingen Er bevinden zich geen hoogspanningsmasten in de nabijheid van het plangebied. Het onderdeel fysieke veiligheid / externe veiligheid vormt geen belemmering voor uitvoering van voorliggend bestemmingsplan.

4.6

Geluid Het doel van eventueel akoestisch onderzoek bij ruimtelijke plannen is het voorkomen van geluidshinder bij geluidsgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) door het aanhouden van voldoende afstand ten opzichte van geluidsproducenten (industrie,

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam Gemeente Veendam

Blad 31 van 52 Mei 2020 Versie 01

railverkeer etc.) of het treffen van andere maatregelen. De verplichting tot eventuele uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan of het nemen van een projectafwijkingsbesluit indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Van belang voor dit bestemmingsplan is om na te gaan of er binnen het plangebied nieuwe geluidsgevoelige functies worden toegestaan. Op de locatie van het huidige hoofdveld wordt voorzien in de bouw van onderwijsgebouwen. Onderwijsgebouwen worden volgens het besluit Geluidhinder (BgH) aangemerkt als ‘Andere geluidsgevoelige gebouwen’ en zodoende is deze geluidsgevoelig vanuit de wet Geluidhinder bezien. Wel is het nog van belang om na te gaan welke functies deze onderwijsgebouwen krijgen. Delen van een onderwijsgebouw die in een bestemmingsplan een andere bestemming hebben gekregen dan leslokaal, theorielokaal of theorievaklokaal worden niet aangemerkt als een deel van het geluidsgevoelige gebouw.

Dit volgt uit de definitie van verblijfsruimte in artikel 1.1. lid 1 onder d van het Bgh. Bijvoorbeeld een practicumruimte, een gymnastieklokaal of een kantoorruimte die als zodanig zijn aangewezen in het bestemmingsplan, vallen niet onder de werking van het Bgh. Als in het bestemmingsplan enkel het onderwijsgebouw als geheel staat genoemd en er geen aparte bestemming is gegeven voor verschillende delen van het gebouw, valt het onderwijsgebouw in zijn geheel onder de werking van de Bgh en is akoestisch onderzoek nodig. Dit laatste is hier aan de orde. Van buiten naar binnen Geluid wegverkeerslawaai In het kader van de Wet geluidhinder bevinden zich langs alle wegen zones. Uitzondering hierop zijn wegen waar een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt en wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied. Van belang is om na te gaan welke snelheid er geldt op de omringende wegen. Daartoe onderstaande weergave.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 32 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

Ter plaatse is sprake van wegen waarover deels 30 km/uur en deels 50 km/uur gereden mag worden. Voor de delen waarvoor geldt dat er 30 km/uur mag worden gereden geldt dat er geen akoestisch onderzoek nodig is. Voor de delen waar 50 km/uur gereden mag worden formeel gezien wel. Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of het college van burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor scholen binnen een zone 48 dB als hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel (Wet geluidhinder 2006). Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een eerdergenoemde zone, dienen burgemeester en wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen. Indien de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde van 48 dB te boven gaat, kunnen, mits gemotiveerd, burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen (artikel 83 van de Wet geluidhinder) tot in dit geval voor scholen tot 63 dB. In juli 2017 zijn verkeerstellingen uitgevoerd. Deze hebben geresulteerd in een etmaalintensiteit van circa 2523 motorvoertuigen per etmaal. Er van uitgaand dat het nieuwe schoolgebouw op circa 35 meter afstand van de as van de weg wordt gebouwd is onderstaande berekening uit de SRM1 gekomen.

NL.IMRO.0047.08BPLeerSport-0401 Toelichting

Bestemmingsplan Leer- en Sportpark Veendam

Blad 33 van 52

Gemeente Veendam

Mei 2020 Versie 01

Aftrek als gevolg van de Wet geluidhinder (artikel 110g). In het reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is de hoogte van de waarde van de aftrek conform artikel 110g van de Wet geluidhinder vastgelegd. Deze waarde is onder andere afhankelijk van de representatief te achten snelheid op de betreffende wegvakken. De ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder toe te passen aftrek op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen bedraagt tot 1 juli 2018:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11399858/1