CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

09-03 Jaarstukken 2023

Gemeenteraad 22 mei 2024, gemeente VeendamBij agendapunt: Jaarstukken 2023, actualisatie begroting 2024, concept beleidsbegroting 2025 en Kaderbrief 2025-2028 GR Veiligheidsregio Groningen21.976 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

26

Kasgeldlimiet gemiddeld per kwartaal (euro) Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

52.665.000

52.665.000

52.665.000

52.665.000

4.318.530

4.318.530

4.318.530

4.318.530

2. Omvang vlottende schuld

-

-

-

-

- opgenomen gelden < 1 jaar

-

-

-

-

- schuld in rekening-courant

-

-

-

-

- gestorte gelden door derden

-

-

-

-

1.455.022

1.905.670

3.578.865

2.863.310

4.809

4.019

3.190

3.325

1.450.214

1.901.651

3.575.675

2.859.986

-

-

-

-

4. Totaal netto vlottende schuld (2 minus 3)

-1.455.022

-1.905.670

-3.578.865

-2.863.310

Ruimte (+) Overschrijding (-) (1 minus 4)

5.773.552

6.224.200

7.897.395

7.181.840

Omvang begrotingsjaar 2023 1. Toegestane kasgeldlimiet (8,2%)

3. Vlottende middelen - contante gelden in kas - tegoeden in rekening courant - overige uitstaande gelden (niet vast)

Renterisiconorm De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan één jaar. De samenstelling van de leningenportefeuille is zodanig dat ook in de toekomst bij herfinanciering de renterisiconorm niet wordt overschreden. Renterisiconorm Begrotingstotaal Voorgeschreven percentage

2023 52.665 20%

Renterisico norm

10.533

Renteherzieningen

-

Aflossingen

443

Renterisico

443

Renterisico norm Renterisico Ruimte onder de renterisiconorm

10.5331 443 10.090

27

5.4

Bedrijfsvoering

Binnen de sector Bedrijfsvoering worden alle ondersteunende taken verricht ten aanzien van financiën, personeelszaken, facilitaire zaken, inkoop en informatiemanagement.

Informatievoorziening Met het programma Grip op Informatievoorziening wordt gewerkt aan het verstevigen van het fundament van het informatiehuis van de VRG. Dit houdt in dat er wordt gewerkt aan een nieuwe technische IT-infrastructuur en alles wat er verder aan techniek, systemen, processen, data en verandering nodig is om nu en in de toekomst te zorgen voor een informatievoorziening waarbij de bedrijfsprocessen continu worden ondersteund. Ook kan hierbij aangesloten worden op landelijke voorzieningen zoals de meldkamer, maar ook de landelijke crisissystemen, zoals het LCMS en de te bouwen KCR2. Daarnaast is het afgelopen jaar hard gewerkt om de eerste bouwstenen te leggen om een gegevensplatform neer te zetten, het platform dat nodig is om betere en betrouwbare data en informatie te genereren voor informatiegestuurde veiligheid voor zowel brandweerzorg als crisisbeheersing.

Informatieveiligheid (BIO en cybercrime) Het belang van een goed en gedegen informatieveiligheidsbeleid en een adequate aanpak van cyberaanvallen neemt alleen maar toe. De VRG is volop bezig doeltreffende maatregelen te nemen op dit terrein. Dat betekent dat voldaan is aan het landelijke Versnellingsplan Informatieveiligheid fase 1 (BIO). Hiermee is een basis gelegd om BIO-compliant te worden. Inmiddels is de VRG aangesloten op het Versnellingsplan IV fase 2. In 2023 is de VRG ook aangesloten op een Computer Emergency Respons Team (CERT), is er een 24/7 weerbaarheidsdienst ten behoeve van cyberweerbaarheid ingesteld en zijn technische maatregelen genomen om de cyberweerbaarheid te vergroten. Verder is een eigen e-learning ontwikkeld die inmiddels door 97% van de medewerkers is doorlopen. Dit is één van de vele maatregelen om het bewustzijn van medewerkers te vergroten.

Vastgoedbeleid In juli 2023 is door het Algemeen Bestuur het Strategisch Vastgoedplan vastgesteld. In het plan zijn de staat van de portefeuille, het bij een hedendaagse brandweerorganisatie horende kwaliteitsniveau van de huisvesting, de vervangingsbehoefte en de prioritering met betrekking tot de verschillende vestgingen in beeld gebracht. Daarmee is ingestemd met een uitzetting van de begroting van de VRG van 1,3 miljoen euro per jaar voor de komende tien jaar. Hiermee zullen de eerste drie kazernes verbouwd worden en zeven kazernes vervangen door nieuwbouw. Ook wordt een begin gemaakt met de vernieuwingsopgave voor het sterk verouderde vastgoedportefeuille.

Toekomstbestendig brandweerstelsel en rechtspositie brandweervrijwilligers Om vrijwilligheid bij de brandweer in Nederland te behouden binnen de kaders van de Europese deeltijdrichtlijn, is het noodzakelijk om onderscheid aan te brengen tussen de verplichte opkomst van beroepsmedewerkers en de niet-verplichte opkomst van brandweervrijwilligers. Daarom is landelijk een implementatieplan opgesteld om structurele consignatie en kazernering van brandweervrijwilligers stapsgewijs af te schaffen. Randvoorwaarden om de bouwsteen ‘verplichtend karakter’ te kunnen implementeren zijn eerst aanpassing van de Arbeidstijdenwet en vervolgens financiering door het Rijk. In afwachting van de invulling van deze randvoorwaarden zet de VRG geen verdere stappen. Tijdens de bespreking van het implementatieplan met de minister van J&V werd duidelijk dat er in relatie tot de arbeidstijdenwetgeving nog een relevante ontwikkeling gaande is. Namelijk dat consignatie mogelijk als arbeidstijd wordt gezien. In aanvulling op de bouwsteen ‘verplichtend karakter’ is met het ministerie van J&V overeengekomen om het consignatievraagstuk, specifiek voor de brandweer, op te laten pakken door de stuurgroep die zich bezighoudt met de bouwsteen ‘verplichtend karakter’. Het landelijke onderzoek Toekomstverkenning brandweer van het NIPV is opgeleverd.

Het landelijke traject van de toekomstverkenning en ons regionale traject van de visieontwikkeling Brandweerzorg 2030 hebben gedeeltelijk 28

parallel gelopen. De uitkomsten van de beide trajecten liggen met elkaar in lijn. Het onderstreept dat de VRG met de uitvoering van het Organisatieplan Brandweerzorg met de goede dingen bezig gaat.

Werkgeverschap In 2023 is door de werkgeversvereniging samenwerkende veiligheidsregio's (WVSV) en de vakbonden een arbeidsvoorwaardenakkoord gesloten met een looptijd van 2 januari 2023 tot 1 mei 2024. Het arbeidsvoorwaardenakkoord kent een significante loonstijging, implementatie van een reiskostenvergoeding en een werkgeversbijdrage conform maatstaf AWVN. Hierbij is het relevant om op te merken dat WVSV (nog) niet te maken heeft met de wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA). De inwerkingtreding van de WNRA is voor veiligheidsregio's nog uitgesteld, daar waar gemeenten in 2020 al zijn overgegaan.

Verzekeringen In 2022 is het Expertisebureau Risicobeheer opgericht dat zorgdraagt voor het aanbesteden van de gezamenlijke ongevallenverzekering en veiligheidsregio’s ondersteunt bij de afwikkeling van schades. In 2023 is de ongevallenverzekering (gunstig) aanbesteed, verder gewerkt aan het inrichten van de gezamenlijke verzekeringsfunctie en het waarborgfonds opgericht. Doordat het Waarborgfonds nog een reserve moet vormen, blijven de gezamenlijke kosten voor de premie en inleg waarborgfonds de eerste jaren op het huidige niveau. In de toekomst verwacht de VRG een kostendaling door inkoopvoordelen.

Tweede loopbaanbeleid beroepsbrandweer Tussen werkgevers en werknemers zijn op landelijk niveau afspraken gemaakt rondom de bezwarendheid van repressieve brandweerfuncties, specifiek de beroepsbrandweer. De belangrijkste afspraak is dat beroepsmedewerkers hun functie maximaal twintig jaar mogen uitvoeren. Dit beleid is in 2006 van kracht geworden. In 2022 heeft de VRG herijkt tweede loopbaanbeleid vastgesteld. Hierin is aandacht voor duurzame inzetbaarheid en breed loopbaanbeleid, wetende dat een repressieve functie doorgaans niet tot de pensioengerechtigde leeftijd kan worden uitgevoerd. Dit brengt voor de komende jaren extra kosten met zich mee. Vanuit het jaarresultaat 2021 is een bestemmingsreserve gevormd waaruit deze kosten worden gedekt. Nu de toepassing van het tweede loopbaanbeleid dichterbij komt en er discussie bestaat over het thema bezwarendheid, is een landelijk onderzoek gestart door de Universiteit van Maastricht naar duurzame inzetbaarheid en arbeidsparticipatie voor repressief brandweerpersoneel (SemFire onderzoek). Het SemFire onderzoek is van start gegaan op 1 mei 2021 en had een oorspronkelijke looptijd van vier jaar maar heeft door diverse redenen twaalf maanden vertraging opgelopen. De resultaten van de eerste onderzoeksronde zijn eerder dit jaar gedeeld met de betrokken organisaties. De tweede enquêteronde is in augustus afgerond.

Het is nu wachten op de resultaten en bevindingen van deze ronde. In afwachting van de onderzoeksresultaten hebben partijen verder afgesproken dat er geen onomkeerbare besluiten worden genomen. Medewerkers kunnen tot er nieuwe afspraken zijn gemaakt over herziening van de arbeidsvoorwaardenregeling onder voorwaarden wel een verzoek indienen tot uitstel van de maximale termijn van het vervullen van de bezwarende functie van twintig jaar. Dit geldt dus ook voor VRG-medewerkers, waarbij het herijkte VRG-beleid deze ruimte ook al bood. Los van de uitkomsten van SemFire en eventuele effecten op het tweede loopbaanbeleid werkt de VRG in 2024 aan het vergroten van de mobiliteit van de repressieve medeweker. Uitgangspunt is om meer bewustwording te creëren van werk bij andere (maatschappelijke) organisaties en de samenwerking te zoeken als organisatie. Daarnaast wordt ook interne opleiding/ ontwikkeling in relatie tot plaatsing in een dagdienstfunctie punt van aandacht.

Rechtmatigheid Met ingang van het verslagjaar 2023 wordt, als onderdeel van de jaarrekening, door het Dagelijks Bestuur een rechtmatigheidsverantwoording opgesteld. De rechtmatigheidsverantwoording zoals de wet voorschrijft betreft de financiële rechtmatigheid binnen de gemeenschappelijke regeling, wat tot 2023 door de accountant werd 29

gedaan. De basis voor de rechtmatigheidsverantwoording door het Dagelijks Bestuur is opgenomen in het controleplan, waarbij de kaders in het normenkader zijn opgenomen. In het controleplan is beschreven welke interne controles er worden uitgevoerd en met welke frequentie. De in het controleplan opgenomen tolerantiegrens bedraagt 1% voor de financiële rechtmatigheidsverklaring. Dit betekent een begroot bedrag van € 586.000 voor fouten en onduidelijkheden. Naast de tolerantie wordt een rapporteringstolerantie gehanteerd. Dit is het bedrag waarboven wordt gerapporteerd en is vastgesteld op 5% van de tolerantiegrens en bedraagt voor 2023 € 28.000 op basis van de begroting. Omdat de totale lasten in de jaarrekening 2023 hoger zijn dan begroot, zijn de toleranties niet aangepast. Dit betekent dat met een strengere tolerantie dan afgesproken is gecontroleerd. In de paragaaf 7.3 is de begrotingsrechtmatigheid opgenomen. Hieruit blijken begrotingsoverschrijdingen die niet meewegen in het oordeel. Op basis van de uitgevoerde werkzaamheden zijn geen fouten en/of onduidelijkheden geconstateerd die de rapporteringstolerantie overschrijden. Er kan om die reden een rechtmatigheidsverantwoording zonder fouten en/of onduidelijkheden worden afgegeven.

5.5

Communicatie

Communicatie zet zich in om als organisatie betrouwbaar, zichtbaar, bereikbaar, transparant en betrokken te blijven communiceren met onze inwoners, netwerk- en crisispartners, gemeenten en natuurlijk onze eigen collega's in Stad en Ommeland. Dat doet Communicatie door de positionering en de profilering van zowel de VRG als Brandweer Groningen te bewaken en te verstevigen. Door te vertellen waar we van zijn, wat wij doen, met wie wij dat doen en voor wie wij dat doen. De VRG wil als organisatie zichtbaar, bereikbaar en transparant zijn. Zodat inwoners van Groningen betekenis kunnen geven aan de mensen en het werk van de veiligheidsregio en zich verbonden voelen met onze organisatie.

Corporate website In 2023 is de nieuwe corporate website opgeleverd. Niet alleen is de nieuwe huisstijl doorgevoerd, ook zijn nieuwe functionaliteiten toegevoegd. Een van de belangrijkste is het crisisweblog. Met deze weblog worden inwoners geïnformeerd over incidenten en crises zonder afhankelijk te zijn van externe platforms als X (Twitter). Bij een grootschalige calamiteit wordt er in een eventueel NL-Alert dan ook doorverwezen naar onze eigen website. Om de veiligheidsregio beter te kunnen profileren als aantrekkelijke werkgever is een zogeheten ‘werken bij’-pagina toegevoegd. Uiteraard voldoet de site aan de nieuwste eisen op het gebied van toegankelijkheid en de WOO. In 2023 werd een overeenkomst gesloten met de firma Zalsman voor het leveren van drukwerk; onderdeel daarvan is de online bestelportal. Daarnaast zijn in 2023 nieuwe bedrijfsfilms gemaakt. Communicatie ondersteunde de organisatie met diverse campagnes op het gebied van werving (corporate, beroeps en vrijwilligers) en risicocommunicatie (Brandveilig Op Kamers).

5.6

Verbonden partijen

Verbonden partijen zijn privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisaties, waarin de VRG zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen.

Stichting Brandweeropleidingen Noord (BON) De bestuurlijke deelname van de VRG, samen met de VRF en de VRD, in de Stichting BON, benadert de definitie van een verbonden partij. Er is volgens de statuten geen sprake van een financieel belang in de stichting BON. De stichting BON is aandeelhouder in de BON Holding BV. De BON Holding B.V. heeft een 100% deelneming in Oefencentrum Noord B.V., Brandweeropleidingen Noord B.V. en Brandweer Flexpool Noord B.V. Binnen BON is een beweging ingezet om een aantal noodzakelijke aanpassingen in de structuur en de bedrijfsvoering door te voeren om tot een gezonde bedrijfsvoering te komen. 30

31

6

Balans en overzicht van baten en lasten

6.1

Balans

Activa

31-dec-23

31-dec-22

(bedragen * € 1.000) Vaste activa Immateriële vaste activa

-

Materiële vaste activa - investeringen met economisch nut

-

39.155 39.155

Financiële vaste activa Totaal vaste activa

34.269 34.269

-

-

39.155

34.269

-

-

317

907

Vlottende activa Voorraden Uitzettingen korter dan één jaar - vorderingen op openbare lichamen - uitzettingen in Rijks schatkist - overige vorderingen

210

643

-

-

107

264

Liquide middelen

22

296

- kas

3

4

- bank

19

292

Totaal vlottende activa

Totaal activa

339

1.203

39.494

35.472

32

Passiva

31-dec-23

31-dec-22

(bedragen * € 1.000) Vaste passiva Eigen vermogen - algemene reserve

3.333

1.740

18

-4.009

- bestemmingsreserves

5.103

4.639

- gerealiseerd resultaat

- 1.788

1.110

Voorzieningen - voorzieningen

15.691 15.691

Vaste schulden van langer dan één jaar - binnenlandse banken en overige financiële instellingen

14.869 14.869

11.347 11.347

Totaal vaste passiva

11.790 11.790

30.371

28.399

7.958

4.961

Vlottende passiva Netto vlottende schulden korter dan één jaar - bank- en girosaldi

1.535

-

- overig schulden

6.423

4.961

Overlopende passiva - overige vooruit ontvangen bedragen ten bate van volgende begrotingsjaren Totaal vlottende passiva

Totaal passiva

1.165 1.165

2.112 2.112

9.123

7.073

39.494

35.472

33

6.2

Overzicht van baten en lasten Primitieve begroting 2023 (x € 1.000)

Actuele begroting 2023 (x € 1.000)

Realisatie 2023 (x € 1.000)

Veiligheidsregio Groningen

Baten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Brandweerzorg

45.599

47.676

35.892

11.784

47.633

42.280

5.353

Lasten

Saldo

37.185

8.414

Saldo

Saldo

Crisisbeheersing

688

1.177

-489

723

2.755

-2.032

723

3.126

-2.403

GKG

1.259

1.259

0

1.324

1.324

-

1.324

1.262

62

476

1.792

-1.316

501

1.831

-1.330

501

1.640

-1.139

7.708

9.228

-

9.228

11.288

-

11.288

11.252

-11.252

132

14.272

-14.140

175

11.744

-11.569

-

-

GHOR Algemene dekkingsmiddelen

7.708

Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten

-

-

55.730

52.665

-

-

-

-

3.065 59.584 56.074

3.510

61.644 60.052

1.592

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) Brandweerzorg

-

3.028

-3.028

-

3.510

-3.510

-

3.380

-3.380

Crisisbeheersing

-

37

-37

-

-

-

-

-

-

GKG

-

-

-

-

-

-

-

-

-

GHOR

-

-

-

-

-

-

-

-

-

55.730

55.730

- 59.584 59.584

-

61.644

63.432

-1.788

Resultaat

34

6.3

Waarderingsgrondslagen en resultaatbepaling

Algemeen De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de BBV-voorschriften. De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vinden plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij de betreffende balanspost anders vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen de nominale waarde. De jaarrekening is opgesteld in euro’s en afgerond op duizenden.

Continuïteitsveronderstelling Deze jaarrekening is opgesteld uitgaande van continuïteitsveronderstelling.

Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over de verschillende zaken een oordeel vormt en dat de leiding een schatting maakt die essentieel is voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen. Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusief de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten.

Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar.

Materiële vaste activa De vaste activa van de VRG heeft een economisch nut en is gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs. De activa wordt lineair afgeschreven vanaf het jaar na ingebruikname waarbij geen rekening wordt gehouden met een restwaarde. Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijvingstermijnen zijn vastgelegd in de financiële verordening.

Vlottende activa De vlottende activa worden opgenomen tegen de nominale waarde.

Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de algemene- en bestemmingsreserves en het resultaat voor bestemming van het lopende jaar. De algemene reserve heeft geen bestuurlijk vastgelegde bestemming en dient als buffer voor het opvangen van financiële tegenvallers of andere niet te kwantificeren risico’s. Aan een bestemmingsreserve is door het Algemeen Bestuur een specifiek doel gekoppeld.

Voorzieningen De definitie van een voorziening is een schatting van voorzienbare lasten waarvan het ontstaan in het verleden ligt. De exacte omvang hiervan is onzeker evenals het tijdstip van optreden. Voorzieningen worden opgenomen tegen de nominale waarde. Met uitzondering van de voorziening FLO, deze voorziening wordt bepaald conform de volgende uitgangspunten: • De rechten van personeelsleden inzake FLO-overgangsrecht zijn gebaseerd op de huidige bepalingen uit hoofdstuk 9a tot en met 9f van de CAR; • De FLO-rechten zijn gewaardeerd op basis van het bij het opmaken van de jaarrekening bekende caoloon. De huidige cao loopt tot 1 mei 2024. Na 2023 is rekening gehouden met 2,44% indexatie per jaar. Dit is de gemiddelde stijging over de afgelopen jaren;. • Voor het contant maken van de verplichting wordt gebruik gemaakt van een disconteringsvoet van 2,5%; • Bij het opnemen van de verplichtingen wordt geen rekening gehouden met de kans op vervallen van rechten door natuurlijk verloop. 35

Ten aanzien van de onderhoudsvoorziening wordt gerekend met een indexatiepercentage van 2,5%.

Vaste en vlottende passiva Vaste en vlottende passiva worden opgenomen tegen de nominale waarde. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt.

Resultaatbepaling De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten worden opgenomen voor het bedrag waarvoor zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden in het begrotingsjaar worden opgenomen indien zij bekend zijn voor het opstellen van de jaarrekening.

Niet in de balans opgenomen verplichtingen Meerjarige financiële verplichtingen worden niet in de balans opgenomen. De lasten die hieruit voortvloeien worden onder de bedrijfslasten verantwoord.

36

7

Toelichtingen

7.1

Toelichting balans

7.1.1

Vaste activa (x € 1.000)

Omschrijving

Gronden

Boekwaarde 31-12-2022

Investeringen 2023

Desinvestering en 2023

Afschrijvingen 2023

Boekwaarde 31-12-2023

2.171

-

-

-

2.171

Bedrijfsgebouwen

9.957

329

-

424

9.862

Vervoermiddelen

13.670

6.749

-

1.626

18.792

Machines en installaties

1.347

85

-

122

1.308

Overige materiële vaste activa

5.133

2.712

-

860

6.987

32.276

9.876

-

3.032

39.120

Totaal

Omschrijving Investeringsprojecten in uitvoering Totaal

Boekwaarde 31-12-2022

Investeringen 2023

(x € 1.000) Boekwaarde 31-12-2023

Activeringen 2023

1.993

7.803

9.761

35

1.993

7.803

9.761

35 (x € 1.000)

Omschrijving

Materiële vaste activa

Boekwaarde 31-12-2023

Boekwaarde 31-12-2022

39.120

32.276

35

1.993

39.155

34.269

Investeringsprojecten in uitvoering Totaal

7.1.2 Vlottende activa Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. (x € 1.000) Omschrijving Boekwaarde 31-12-2023 Rijksschatkist

Boekwaarde 31-12-2022 -

-

Vorderingen op openbare lichamen

210

643

Overige vorderingen

107

264

Totaal

317

907

Rijksschatkist Met de BNG is een overeenkomst schatkistbankieren gesloten, daarin is vastgelegd dat het banksaldo boven het drempelbedrag van € 1,053 mln. automatisch door de BNG wordt afgeroomd. Dit is 2,0 % van het begrotingstotaal.

37

Per kwartaal was dit saldo gemiddeld als volgt: Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (x € 1.000) Verslagjaar 2023 Drempelbedrag

1.053 Kwartaal 1

Kwartaal 2

Kwartaal 3

Kwartaal 4

Kwartaalcijfer op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist aangehouden middelen

206

277

279

195

Ruimte onder het drempelbedrag

847

776

774

858

-

-

-

-

Overschrijding van het drempelbedrag

Vorderingen op openbare lichamen Enkele grote vorderingen zijn: • vordering inzake bijdrage in de onderhoudskosten Sontweg 10 € 87.000 • vordering op diverse gemeenten inzake de compensabele BTW van de GKG € 58.000 • vordering inzake rente met betrekking tot schatkistbankieren € 50.000 Gelet op het karakter en de kredietwaardigheid van de debiteuren wordt voor deze vorderingen geen voorziening getroffen.

Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit vooruitbetaalde bedragen/nog te ontvangen bedragen inzake: • Licentiekosten en onderhoudskosten.

Liquide middelen Omschrijving (x € 1.000) 31-dec-2023

31-dec-2022

Kas

3

4

Bank

19

292

Totaal

22

296

7.1.3 Vaste passiva Algemene reserve Omschrijving 31-12-2022

Resultaat bestemming 2022

(x € 1.000) 1-1-2023

Toevoeging

Onttrekking

31-12-2023

VRG

-4.009

1.110

-2.899

3.650

733

18

Totaal

-4.009

1.110

-2.899

3.650

733

18

De bestemming van het resultaat 2022 is verwerkt conform de vastgestelde jaarstukken 2022. Bovenstaand overzicht betreft de opstelling voor resultaat bestemming. In hoofdstuk 2 is het voorstel voor het bestemmen van het resultaat 2023 opgenomen.

38

Bestemmingsreserve Omschrijving 31-12-2022

Resultaat bestemming 2022

(x € 1.000) Onttrekking

31-12-2023

Materieel VRG

1.911

-

1.911

100

1.811

Huisvesting

329

-

329

111

217

Egalisatiereserve kapitaallasten

1.673

-

1.673

196

2.469

Tweede loopbaanbeleid

356

-

ICT

370

-

Totaal

4.639

-

4.639

1-1-2023

Toevoeging

991

356

55

301

370

65

305

527

5.103

991

Materieel VRG Deze reserve is bestemd om de kapitaallasten op toekomstige investeringen in activa die eenmalig door het Rijk zijn geschonken te dekken. In 2021 is geïnvesteerd in vier grootwatersystemen. De reserve wordt ingezet om de jaarlijkse kapitaallasten te dekken met ingang van 2022. De onttrekking is conform begroting en vastgestelde beleidsregels.

Huisvesting De reserve is bestemd om fluctuaties in de vastgoed opgave op te kunnen vangen. De onttrekking in 2023 betreft de kosten inzake het project huisvesting stedelijk gebied.

Egalisatiereserve kapitaallasten In 2021 is besloten om de egalisatiereserve kapitaallasten in te stellen. De reserve wordt ingesteld om vrijvallende kapitaallasten te reserveren en om schommelingen in werkelijke kapitaallasten op te vangen. De toevoegingen zijn conform begroting en vastgestelde beleidsregels.

Tweede loopbaanbeleid Deze reserve is bestemd voor kosten voor opleiding- en ontwikkeling en loopbaaninstrumenten inzake het tweede loopbaanbeleid. De onttrekking is conform de vastgestelde beleidsregels. De onttrekking heeft betrekking op de gemaakte kosten in 2023 met betrekking tot het tweede loopbaanbeleid.

ICT Deze reserve is bestemd voor projecten met een informatievoorzieningscomponent. De onttrekking in 2023 heeft betrekking op vrijval van de reserves aangezien twee projecten zijn afgerond dan niet meer worden opgestart.

Voorzieningen (x € 1.000)

Omschrijving 31-12-2022

Toevoeging

Personeel

13.477

2.310

Materieel

1.392

297

Totaal

14.869

2.607

Vrijval 58 58

Aanwending

31-12-2023

1.487

14.242

240

1.449

1.727

15.691

Voorziening personeel •

De VRG is eigenrisicodrager WW. De WW-uitkering van medewerkers waarvan afscheid wordt genomen, ook na een tijdelijk dienstverband, komen voor eigen rekening. Voor de oud-medewerkers waarbij een verband bestaat tussen de WW-uitkering en de regionalisering is voor de toekomstige verplichting een voorziening getroffen. In 2023 hebben twee oud-medewerkers een nieuwe baan gevonden hetgeen leidt tot een vrijval van € 58.000. 39

•

•

In 2017 is een voorziening gevormd voor de compensatie van het AOW-hiaat van oud-medewerkers. Ze zijn voor hun 65-jarige leeftijd op basis van de FLO-regeling vervroegd met pensioen gegaan. De verhoging van de AOW leeftijd bezorgt een financieel nadeel dat zij niet kunnen compenseren door langer door te werken. Na herrekening van deze voorziening bleek dat er nog twee personen dienen te worden toegevoegd, hetgeen een extra dotatie betekent van € 65.000. In de jaarrekening 2019 is een voorziening getroffen van € 15,2 mln. voor de verplichting van het FLOovergangsrecht. De toekomstige FLO kosten zijn bij de jaarrekening 2023 opnieuw herrekend door een externe adviseur. Deze herrekening heeft geleid tot een extra aanvulling van € 1,5 miljoen (naast de begrote € 733.000).

Voorziening materieel Eind 2017 is voor alle kazernes, met uitzondering van de kazernes in de gemeente Groningen en Haren, een koopdan wel huurovereenkomst getekend. De VRG is zelfstandig bevoegd om het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan is de voorziening gevormd. Dit om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken.

Voorziening groot onderhoud huisvesting De VRG heeft het meeste vastgoed in eigendom. De VRG is zelfstandig bevoegd om hierop het onderhoud uit te laten voeren. Op basis van het meerjarig onderhoudsplan (MJOP) is een voorziening gevormd om de schommelingen die de onderhoudskosten tussen de verschillende jaren zullen gaan vertonen in de exploitatie af te vlakken. Eind 2023 is de opdracht gegeven om de MJOP bij te werken en dit zal het eerste kwartaal 2024 nog onder handen zijn.

Vaste schulden (x € 1.000) (x € 1.000)

Hoofdsom

31-12-2022

Opgenome n

Afgelost

31-12-2023

BNG 110.778

1.100

910

-

32

878

BNG 110.857

2.000

1.520

-

80

1.440

BNG 110.858

1.200

1.020

-

30

990

BNG 110.949

1.200

480

-

120

360

BNG 110.950

1.000

800

-

33

767

BNG 111.111

1.100

735

-

73

662

BNG 111.110

1.000

875

-

25

850

BNG 111.605

2.500

2.500

-

-

2.500

BNG 111.935

750

750

-

-

750

WSB 29286

1.400

1.400

-

-

1.400

WSB 29892

1.000

800

-

50

750

Totaal

14.250

11.790

-

443

11.347

Het merendeel van de leningen zijn afgesloten voor de financiering van kazernes. De totaal betaalde rente in 2023 bedraagt € 143.943. Zie bijlage 9.6 ‘Geldleningen’ voor meer informatie.

40

7.1.4 Vlottende passiva Schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar. (x € 1.000) Omschrijving 31-dec-2023

31-dec-2022

Overige schulden

6.423

4.961

Banksaldi

1.535

-

Totaal

7.958

4.961

Overige schulden De overige schulden bestaat uit de volgende nog te betalen bedragen groter dan € 150 duizend: • Pensioenpremie € 375 duizend • GHOR, vierde kwartaal salarissen, GAGS, piket € 206 duizend • Inhuur personeel € 264 duizend • Belastingdienst loonheffing december € 2.408 duizend • De eindafrekening CTB-gelden € 1,052 duizend (in 2024 inmiddels afgewikkeld). • Gemeente Groningen diversen € 188 duizend

Overlopende passiva (x € 1.000) Omschrijving 31-dec-2023

31-dec-2022

Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd

-

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel

-

Vooruit ontvangen bedragen

1.165

2.112

Totaal

1.165

2.112

De vooruit ontvangen bedragen worden voornamelijk gevormd door: • Van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is een bijdrage vooruit ontvangen ter compensatie van het uitwerkingskader van de Meldkamer. Vanuit de samenwerking met Veiligheidsregio Drenthe en Veiligheidsregio Fryslân wordt voor de uitwerking van het akkoord verwacht kosten te maken € 402.000. • Vooruit ontvangen NCG-gelden voor het aardbevingsdossier voor te maken kosten € 396.000. • De bijdrage van Ministerie van Justitie en Veiligheid inzake opvang ontheemden Oekraïne € 344.000.

7.1.5 Niet in de balans opgenomen verplichtingen De niet in de balans opgenomen verplichtingen hebben betrekking op de Meldkamer Noord-Nederland (MNN). De kosten van het brandweeraandeel in het meldkamerpersoneel worden gedragen door de drie noordelijke veiligheidsregio’s. Op grond van het convenant worden de gezamenlijke personeelskosten op basis van inwoneraantal verrekend, dit betekent een aandeel van ongeveer 34% voor de VRG. Deze kosten worden verantwoord onder programma brandweerzorg. Veiligheidsregio Drenthe is formeel werkgever van dit personeel en zij belast de kosten door aan de VRG en VR Fryslân. De huurverplichtingen met betrekking tot gebouwen zijn als volgt: Verplichting (x € 1.000)

< 1 jaar

1 – 5 jaar

> 5 jaar

Huurverplichtingen gebouwen

1.376

1.286

-

Totaal huurverplichtingen

1.376

1.286

41

7.2

Toelichting baten en lasten Primitieve begroting 2023 (x € 1.000)

Actuele begroting 2023 (x € 1.000)

Realisatie 2023 (x € 1.000)

Veiligheidsregio Groningen

Baten

Baten

Lasten

Baten

Lasten

Brandweerzorg

45.599

47.676

35.892

11.784

47.633

42.280

5.353

Lasten

Saldo

37.185

8.414

Saldo

Saldo

Crisisbeheersing

688

1.177

-489

723

2.755

-2.032

723

3.126

-2.403

GKG

1.259

1.259

0

1.324

1.324

-

1.324

1.262

62

476

1.792

-1.316

501

1.831

-1.330

501

1.640

-1.139

7.708

9.228

-

9.228

11.288

-

11.288

11.252

-11.252

132

14.272

-14.140

175

11.744

-11.569

-

-

GHOR Algemene dekkingsmiddelen

7.708

Overhead Heffing VPB Bedrag onvoorzien Saldo van baten en lasten

-

-

55.730

52.665

-

-

-

-

3.065 59.584 56.074

3.510

61.644 60.052

1.592

Toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves per programma (x € 1.000) Brandweerzorg

-

3.028

-3.028

-

3.510

-3.510

-

3.380

-3.380

Crisisbeheersing

-

37

-37

-

-

-

-

-

-

GKG

-

-

-

-

-

-

-

-

-

GHOR

-

-

-

-

-

-

-

-

-

55.730

55.730

- 59.584 59.584

-

61.644

63.432

-1.788

Resultaat

Het resultaat van de VRG bedraagt € 1,788 mln. negatief. In de volgende paragrafen zijn de baten en lasten per programma opgenomen. Tevens wordt in de toelichting op het resultaat aangegeven of deze een structureel of incidenteel karakter heeft.

Overhead Voor de bepaling van de overhead is Notitie Overhead (juli 2016) geschreven door Commissie BBV gehanteerd. Dit wordt verder toegelicht in bijlage Taakvelden.

Heffing VPB Als gevolg van de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen is de VRG met ingang van 1 januari 2016 belastingplichtig geworden voor de vennootschapsbelasting. Op basis van eerder uitgevoerde inventarisaties is gebleken dat de VRG geen ondernemingsactiviteiten heeft. Dit heeft tot gevolg dat de VRG, naar het nu lijkt, evenals in voorgaande jaren geen opgave hoeft te doen.

Financiële toelichtingen bij de programma’s Hieronder zijn de financiële toelichtingen per programma (inclusief algemene dekkingsmiddelen en overhead) opgenomen, waarbij per programma een toelichting op de afwijking in de baten en lasten (personeel en materieel) van groter dan € 28 duizend is gegeven.

42

7.2.1 Brandweerzorg Brandweerzorg (X € 1.000)

Realisatie 2022

Gemeentelijke bijdrage

Primitieve begroting 2023

40.942

Actuele begroting 2023

41.949

Realisatie 2023

44.158

Verschil

44.158

-

FLO Bijdrage gemeenten

1.050

1.050

1.050

1.050

-

Extra gem. bijdrage negatief EV

2.600

2.600

2.600

2.600

-

Rijksbijdrage BDUR

5.476

5.400

5.461

5.927

466

Overige baten

628

440

406

759

353

Totaal baten

50.696

51.439

53.675

54.494

819

Personele lasten

31.638

32.954

35.092

38.073

2.981

Materiële lasten

14.518

15.457

15.073

15.948

875

Totaal lasten

46.156

48.411

50.165

54.021

3.856

Resultaat voor reserve mutaties

4.540

3.028

3.510

473

-3.037

Reserve mutaties

-3.955

-3.028

-3.510

-3.380

130

585

-

-

-2.907

-2.907

Resultaat na reserve mutaties

Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Rijksbijdrage BDUR

Voordeel

Incidenteel

466

Overige baten

Voordeel

Incidenteel

353

Totaal

Voordeel

Omschrijving

819

Rijksbijdrage BDUR (voordeel € 466 duizend) Het voordeel heeft betrekking op de toegekende loon- en prijscompensatie over het jaar 2023. Tevens is ter dekking van de hogere lasten Meldkamer Noord-Nederland een bedrag van € 98.000 van de hiervoor bestemde balanspost vrijgevallen.

Overige baten (voordeel € 353 duizend) Hogere detacheringsinkomsten, rentebaten en vergoedingen inzake BRZO-activiteiten leiden tot een voordeel van €353.000.

Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Salariskosten

Voordeel

Incidenteel

466

Vrijwilligersvergoedingen

Nadeel

Incidenteel

728

Opleidingen

Nadeel

Incidenteel

474

Flexibele schil

Nadeel

Incidenteel

422

Mutatie personele voorzieningen

Nadeel

Incidenteel

1.519

Personele verzekeringen

Voordeel

Incidenteel

30

PPMO. Incl. ARBO, Fit & Gezond

Voordeel

Incidenteel

47

Overige personele lasten

Nadeel

Incidenteel

381

Totaal

Nadeel

Incidenteel

2.981

43

Salariskosten (voordeel € 466 duizend) De afgelopen jaren is geïnvesteerd in het invullen van vacatures en regulier verloop. Het gerealiseerde voordeel wordt veroorzaakt doordat vacatures later in het jaar zijn ingevuld. Het overschot is gebruikt om een aantal noodzakelijke verbetertrajecten te starten middels de inhuur buiten de formatieve functie (‘Flexibele schil’).

Flexibele schil (nadeel € 422 duizend) Het nadeel van € 422 duizend wordt gedekt door de lagere salariskosten. Inzet voor diverse projecten zoals ‘Vrijwilligheid’ en ‘Paraatheid’.

Vrijwilligersvergoedingen (nadeel € 728 duizend) Bij de geactualiseerde begroting 2023 is de verwachte cao-stijging over 2023 ingerekend. Na het sluiten van het cao-akkoord bleek dit niet geheel toereikend te zijn om alle posten te dekken. Daarnaast is sprake van meer opleidingen dan begroot, waarvoor vrijwilligers een vergoeding ontvangen.

Opleidingen repressief en algemeen (nadeel € 474 duizend) De overschrijding van de kosten wordt veroorzaakt door een hogere instroom van beroepskrachten, de extra bijscholing van personeel voor de nieuwe hoogwerkers en de versnelde vervanging van schuim. Bovendien leiden onvoldoende vouchergelden van het NIPV tot hogere kosten. Daarnaast leidt een hogere instroom van dagdienstmedewerkers tot hogere opleidingskosten.

Mutatie personele voorzieningen (nadeel € 1.519 duizend) Als gevolg van landelijke wijzigingen in de NFST-bijdrage en de 52% eindheffing over de werkgeversbijdrage netto FLO-spaartegoed voor 2022 en 2023 vallen de FLO-kosten hoger uit. Daarnaast leidt de doorrekening van de nieuwe cao in de FLO-voorziening tot een nadeel.

Personele verzekeringen (voordeel € 30 duizend) Het voordeel van € 30 duizend komt voort uit een hoger begroot bedrag waarbij rekening gehouden is met premiestijgingen. In 2023 blijkt dit mee te vallen en zit op hetzelfde niveau als in 2022.

PPMO. Incl. ARBO, Fit & Gezond (voordeel € 47 duizend) Op het onderwerp Arbo was meer budget ingezet om eventuele gevolgen van corona op te kunnen vangen wat achteraf niet nodig bleek. Ook de lasten voor keuringen vallen lager uit dan gebudgetteerd, vanwege de aanbesteding van een nieuwe leverancier.

Overige personele lasten (nadeel € 381 duizend) Grotendeels wordt de overschrijding veroorzaakt door de gewijzigde cao. Dit is met name zichtbaar door hogere reis- en verblijfkosten, vergoedingen inzake woon- werkverkeer en de thuiswerkvergoedingen. Deze componenten hebben ook invloed op de eindafrekening werkkostenregeling.

44

Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Bedrag (x € 1.000)

Voordeel/nadeel

Karakter

Externe consultancy

Nadeel

Incidenteel

147

Kapitaallasten

Voordeel

Incidenteel

196

Informatisering/automatisering

Nadeel

Incidenteel

234

Persoonlijke uitrusting

Voordeel

Incidenteel

65

Materieel/materiaal

Nadeel

Incidenteel

48

Abonnementen/ Landelijke bijdragen

Nadeel

Incidenteel

30

Belastingen

Nadeel

Incidenteel

51

Catering

Nadeel

Incidenteel

78

Mobiliteit

Nadeel

Incidenteel

292

Bijdrage meldkamer Noord-Nederland

Nadeel

Incidenteel

95

Overige materiële lasten

Nadeel

Incidenteel

161

Totaal

Nadeel

Incidenteel

875

Externe consultancy (nadeel € 147 duizend) Op de diverse onderwerpen die hieronder vallen, is meer uitgegeven dan voorgaande jaren. Hierbij valt te denken aan juridische kosten en organisatieadvies.

Kapitaallasten (voordeel € 196 duizend) Het voordeel van € 196 duizend wordt in hoofdlijnen veroorzaakt door investeringen waarvan de aanbesteding nog niet of later is gestart. Het voordeel wordt, conform de vastgestelde beleidslijn toegevoegd aan de egalisatiereserve kapitaallasten. Zie ook toelichting reservemutaties.

Informatisering/automatisering (nadeel € 234 duizend) Van de €234 duizend wordt € 159 duizend gedekt vanuit de reserves voor de lasten van het project ‘Operationele Informatievoorziening’. Het resterende nadeel van € 75 duizend heeft als oorzaak hogere licentiekosten voor diverse applicatie en de ongeplande vervanging van hardware.

Persoonlijke uitrusting (voordeel € 65 duizend) Het voordeel is voornamelijk het gevolg van uitstel van de landelijke levering operationeel uniform, hierdoor is nagenoeg geen dienstkleding is besteld. Daarnaast zorgt veel verloop van mensen en beroepscollega’s voor hogere kosten voor uitrukkleding.

Materieel/materiaal (nadeel € 48 duizend) Door herschikking van een aantal posten zijn er meer kosten ondergebracht onder het onderdeel materieel/materialen, echter is het bijbehorende budget hier nog niet aan toegevoegd. Hierdoor ontstaat een nadeel.

Abonnementen/ Landelijke bijdragen (nadeel € 30 duizend) Dit nadeel wordt veroorzaakt doordat meer landelijke projecten vanuit het NIPV plaatsvinden en deze worden doorbelast aan de veiligheidsregio’s.

Belastingen (nadeel € 51 duizend) Gebleken is dat de opgenomen raming inzake te betalen belastingen te laag is voor 2023, wat resulteert in een nadeel. 45

Catering (nadeel € 78 duizend) De overschrijding van het budget voor catering heeft een aantal oorzaken. Meer overleggen buitenshuis vanwege de crises, meer langdurige uitrukken waarbij catering nodig was en de hogere cateringkosten van oefenen zijn de voornaamste oorzaken.

Mobiliteit (nadeel € 292 duizend) In 2023 is het budget overschreden als gevolg van het naar voren halen van de vervanging van het fluorhoudend blusschuim door fluorvrij blusschuim op grond van nieuwe wettelijke eisen. Daarnaast heeft meer correctief onderhoud plaatsgevonden en zijn de kosten inzake het reinigen van materieel hoger dan begroot.

Bijdrage Meldkamer Noord-Nederland (nadeel € 95 duizend) Het nadeel wordt veroorzaakt door stijgende kosten van de CaCo -functie (calamiteiten coördinator). De politie financiert niet langer mee (conform de wet) en de functie is lastiger in te vullen vanuit eigen gelederen waardoor meer inhuur moet plaatsvinden. Dekking heeft plaatsgevonden door vrijval van een eerder verkregen tegemoetkoming vanuit het ministerie voor frictiekosten LMS. Deze vrijval is verantwoord in de rijksbijdrage.

Overige materiële lasten (nadeel € 161 duizend) Bovenstaand onderdeel bevat meerdere materiële onderdelen. Het nadeel heeft betrekking op meer inzet en inhuur van materieel en hogere kosten van brandweerkranen.

Reserve mutaties Specificatie verschil reserve mutaties ten opzichte van de begroting: Bedrag (x € 1.000)

Omschrijving

Voordeel/nadeel

Karakter

Egalisatiereserve kapitaallasten

Nadeel

Incidenteel

52

Bestemmingsreserve ICT-projecten

Voordeel

Incidenteel

15

Bestemmingsreserve tweede loopbaanbeleid

Voordeel

Incidenteel

55

Bestemmingsreserve huisvesting

Voordeel

Incidenteel

112

Totaal

Voordeel

Incidenteel

130

Egalisatiereserve kapitaallasten (nadeel € 52 duizend) Het nadeel wordt veroorzaakt door een hogere storting in de egalisatiereserve kapitaallasten, hogere opbrengsten verkoop activa en de niet-begrote storting inzake de rente voorbereidingskrediet huisvesting (€ 211.000). Daar staat tegenover een voordeel door een hogere onttrekking inzake de kosten Operationele Informatie ter dekking van de uitgaven in de exploitatie (€ 159.000).

Bestemmingsreserve ICT-projecten (voordeel € 15 duizend) Voordeel heeft betrekking op vrijval van de reserves aangezien een ICT-projecten niet meer wordt uitgevoerd.

Bestemmingsreserve tweede loopbaanbeleid (voordeel € 55 duizend) De onttrekking heeft betrekking op de gemaakte kosten in 2023 met betrekking tot het tweede loopbaanbeleid.

Bestemmingsreserve huisvesting (voordeel € 111 duizend) De onttrekking heeft betrekking op de gemaakte kosten in 2023 met betrekking tot het project stedelijk gebied.

46

7.2.2 Crisisbeheersing Crisisbeheersing (X € 1.000)

Realisatie 2022

Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage BDUR

Primitieve begroting 2023

Actuele begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil

676

688

723

723

-

2.685

522

1.988

2.533

545

Overige baten

308

30

43

649

606

Totaal baten

3.669

1.240

2.754

3.905

1.151

Personele lasten

1.527

889

2.371

2.114

-257

Materiële lasten

2.032

313

383

1.015

632

Totaal lasten

3.559

1.203

2.754

3.129

375

Resultaat voor reserve mutaties

110

37

-

776

776

Reserve mutaties

-37

-37

-

-

-

Resultaat na reserve mutaties

73

-

-

776

776

Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Bedrag (x € 1.000)

Voordeel/nadeel

Karakter

Rijksbijdrage BDUR

Voordeel

Incidenteel

545

Overige baten

Voordeel

Incidenteel

606

Totaal

Voordeel

Incidenteel

1.151

Rijksbijdrage BDUR (voordeel € 545 duizend) Het voordeel van € 545 duizend wordt veroorzaakt door de rijksbijdrage die de VRG heeft ontvangen inzake kosten voor ontheemden Oekraïne (€ 411 duizend) en de loon- en prijsbijstelling (€ 134 duizend).

Overige baten (voordeel € 606 duizend) Het voordeel heeft twee oorzaken. Enerzijds is een bijdrage van € 597 duizend ontvangen inzake de kosten voor opvang van asielzoekers in Ter Apel. Deze bijdrage is niet begroot en is gelijk aan de kosten die gemaakt zijn in 2023 voor de opvang van asielzoekers in Ter Apel. Anderzijds heeft een voordeel van bijna €10 duizend betrekking op een detacheringsafspraak. Maar voor ditzelfde voordeel is een nadeel te zien bij de personele lasten, omdat de gedetacheerde persoon wordt vervangen.

Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Salariskosten

Voordeel

Incidenteel

1.291

Flexibele schil

Nadeel

Incidenteel

1.063

Opleidingen

Voordeel

Incidenteel

69

Overige personele lasten

Nadeel

Incidenteel

40

Totaal

Voordeel

Incidenteel

257

47

Salariskosten (voordeel € 1.291 duizend) Het gepresenteerde voordeel van € 1.291 duizend wordt enerzijds veroorzaakt door de € 1.052 duizend zoals gerealiseerd op de ‘Flexibele schil’. Anderzijds wordt het voordeel veroorzaakt doordat vacatures later in het jaar zijn ingevuld.

Flexibele schil (nadeel € 1.063 duizend) Het nadeel van € 1.063 duizend wordt volledig veroorzaakt doordat de inzet van Versterkingsgelden volledig begroot zijn onder salarissen, in afwachting van de daadwerkelijke invulling. De inzet voor de Versterking Crisismanagement werd in 2023 grotendeels ingevuld door externe inhuur.

Opleidingen (voordeel € 69 duizend) Het voordeel van € 53 duizend heeft twee oorzaken. Enerzijds zijn meer opleidingen in eigen beheer uitgevoerd, anderzijds is het geplande programma niet volledig voltooid in verband met de lopende crises.

Overige personele lasten (nadeel € 40 duizend) Er zijn diverse externe bijeenkomsten georganiseerd ten behoeve van de versterking van de CRM-functie die gedekt worden uit de extra bijdrage BDUR. Daarnaast veroorzaakt de aanpassing in de CAO wat betreft Thuiswerkvergoeding en reiskosten woon-werk een licht nadeel.

Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Externe consultancy

Nadeel

Incidenteel

33

Huisvesting

Nadeel

Incidenteel

841

Overige materiële lasten

Voordeel

Incidenteel

242

Totaal

Nadeel

Incidenteel

632

Externe consultancy (nadeel € 33 duizend) Het nadeel van € 33 duizend wordt veroorzaakt door niet begrote kosten die betrekking hebben op de versterking van de CRM-functie, het verbeteren van de multidisciplinaire taken en evaluatie van crises. Daarmee komt dekking uit de extra BDUR-gelden.

Huisvesting (nadeel € 841 duizend) Het gepresenteerde nadeel van € 841 duizend wordt veroorzaakt door niet-begrote kosten die betrekking hebben op de opvang van ontheemden uit Oekraïne en de opvang van asielzoekers in Ter Apel. Voor deze kosten is een gelijke vergoeding ontvangen, wat is verantwoord in de baten.

Overige materiële lasten (voordeel € 242 duizend) Het voordeel van € 242 duizend wordt veroorzaakt door een correctie die betrekking heeft op kosten uit 2022 voor ontheemden uit Oekraïne voor een bedrag van € 244 duizend. Het dan nog resterende nadeel heeft betrekking op een aantal kleine over- en onderschrijdingen die niet nader toegelicht worden.

48

7.2.3 Gemeentelijke kolom Groningen (GKG) Realisatie 2022

Primitieve begroting 2023

Gemeentelijke kolom Groningen (X€ 1.000) Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage BDUR

Actuele begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil

1.237

1.259

1.324

1.324

-

79

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Totaal baten

1.316

1.259

1.324

1.324

-

Personele lasten

972

1.149

1.192

1.138

-54

Materiële lasten

104

110

132

124

-8

Totaal lasten

1.076

1.259

1.324

1.262

-62

Resultaat voor reserve mutaties

240

-

-

62

62

-

-

-

-

-

240

-

-

62

62

Overige baten

Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties

Baten Er zijn geen financiële afwijkingen te melden.

Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Salarissen

Voordeel

Incidenteel

20

Piketvergoedingen

Voordeel

Incidenteel

63

Overige personele lasten

Nadeel

Incidenteel

29

Totaal

Voordeel

Incidenteel

54

Omschrijving

Salarissen (voordeel € 20 duizend) Het voordeel van € 20 duizend wordt veroorzaakt door een iets lagere bezetting op de formatie.

Piketvergoedingen (nadeel € 63 duizend) Het voordeel van € 63 duizend wordt veroorzaakt door kleinere piketgroepen en doordat er minder inzet nodig was voor piketten Bevolkingszorg.

Overige personele lasten (nadeel € 29 duizend) Het nadeel van € 29 duizend bestaat uit € 27 duizend euro voor opleidingen en een aantal kleinere afwijkingen. Door de instroom van nieuwe medewerkers is er meer besteed aan opleidingen dan was voorzien.

Materiële lasten Er zijn geen noemenswaardige financiële afwijkingen te melden.

49

7.2.4 Geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) GHOR (X€ 1.000,-)

Realisatie 2022

Gemeentelijke bijdrage Rijksbijdrage BDUR

Primitieve begroting 2023

Actuele begroting 2023

Realisatie 2023

Verschil

468

476

501

501

-

1.330

1.316

1.330

1.420

90

-

-

-

-

-

Totaal baten

1.798

1.792

1.831

1.921

90

Personele lasten

1.330

1.486

1.542

1.440

-102

Materiële lasten

256

306

289

200

-89

Totaal lasten

1.586

1.792

1.831

1.640

-191

212

-

-

281

281

-

-

-

-

-

212

-

-

281

281

Overige baten

Resultaat voor reserve mutaties Reserve mutaties Resultaat na reserve mutaties

Baten Specificatie verschil baten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Rijksbijdrage BDUR

Voordeel

Incidenteel

90

Totaal

Voordeel

Incidenteel

90

Omschrijving

Rijksbijdrage BDUR (voordeel € 90 duizend) Het voordeel van € 90 duizend heeft als oorzaak de loon- en prijsbijstelling junibrief.

Personele lasten Specificatie verschil personele lasten ten opzichte van de begroting: Omschrijving

Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Salariskosten

Voordeel

Incidenteel

72

Opleidingen

Voordeel

Incidenteel

43

Overige personele lasten

Nadeel

Incidenteel

13

Totaal

Voordeel

Incidenteel

102

Salariskosten (voordeel € 72 duizend) Het voordeel van € 72 duizend wordt veroorzaakt door het langer open staan van vacatureruimte.

Opleidingen (voordeel € 43 duizend) Het voordeel van € 104 duizend heeft twee oorzaken. Enerzijds zijn meer opleidingen in eigen beheer uitgevoerd, anderzijds is het geplande programma niet volledig voltooid in verband met de lopende crises.

50

Materiële lasten Specificatie verschil materiële lasten ten opzichte van de begroting: Voordeel/nadeel

Karakter

Bedrag (x € 1.000)

Informatisering/automatisering

Voordeel

Incidenteel

57

Mobiliteit

Voordeel

Incidenteel

30

Overige materiële lasten

Voordeel

Incidenteel

2

Totaal

Voordeel

Incidenteel

89

Omschrijving

Informatisering/automatisering (voordeel € 57 duizend) Het voordeel van € 57 duizend wordt veroorzaakt doordat het project LCMS-GZ nog niet hervat is.

Mobiliteit (voordeel € 30 duizend) Het voordeel van € 30 duizend euro heeft als oorzaak dat de kosten voor brandstof en onderhoud lager uitvallen.

Overige materiële lasten (voordeel € 2 duizend) Diverse lichte over- en onderschrijdingen die niet nader worden toegelicht.

51

7.3

Rechtmatigheidsverantwoording

Verantwoordelijkheid Dagelijks Bestuur De baten en lasten alsmede de balansmutaties moeten getrouw in de jaarrekening worden opgenomen. Uit het getrouw opnemen van de baten en lasten alsmede de balansmutaties, blijken een drietal rechtmatigheidscriteria niet expliciet. Dit betreffen het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik-criterium. In deze rechtmatigheidsverantwoording licht het Dagelijks Bestuur toe in hoeverre bij de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties het begrotings-, voorwaarden-, en misbruik- en oneigenlijk gebruik criterium zijn nageleefd. Dit houdt in dat de verantwoorde baten en lasten, alsmede de balansmutaties in overeenstemming zijn met door het Algemeen Bestuur vastgestelde kaders zoals de begroting en verordeningen en met bepalingen in de relevante wet- en regelgeving. Bij de waarderingsgrondslagen in de jaarrekening is het door het Algemeen Bestuur op 24 maart 2024 vastgestelde normenkader van de relevante wet- en regelgeving verder toegelicht. Deze verantwoording hanteert een grensbedrag omdat alleen de van belang zijnde aspecten in de verantwoording hoeven te worden betrokken. Deze grens is door het Algemeen Bestuur bepaald en bedraagt 1% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan de reserves en is daarmee vastgesteld op € 568.000.

Bevinding Het Dagelijks Bestuur is van mening dat de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn gekomen binnen de daarvoor gestelde grens. De onderstaande overschrijdingen van de begroting worden, omdat ze de verantwoordingsgrens overschrijden, opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. Code

Past binnen het vastgestelde beleid

2.981 N

2

Ja

Materiële lasten

875 N

2

Ja

Materiële lasten

632 N

1

Ja

4.488 N

1/2

Ja

Programma

Onderdeel

Brandweerzorg

Personele lasten

Crisisbeheersing Totaal

Bedrag (x €1.000)

Deze begrotingsoverschrijdingen zijn bij de toelichting op de baten en lasten in de jaarrekening en bij de programma’s meer uitgebreid toegelicht. Daarnaast is in bijlage 9.8 uiteengezet op welke wijze deze overschrijdingen passen binnen het beleid. In de paragraaf bedrijfsvoering is op basis van de Kadernota rechtmatigheid van de commissie BBV en op basis van de afspraken met het Algemeen Bestuur aanvullende informatie opgenomen over de financiële rechtmatigheid.

52

7.4

WNT-verantwoording 2023

De WNT is van toepassing op de VRG. Het voor de VRG toepasselijke algemene bezoldigingsmaximum is in 2023 € 223.000.

Bezoldiging topfunctionarissen 1.

Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt.

Gegevens 2023 Bedragen x € 1 Functiegegevens

W. Mansveld

R. Knoop

Directeur

Plv. Directeur

01/01 – 31-12

01/01 – 31-12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

147.214

147.514

Beloningen betaalbaar op termijn

22.514

22.515

Subtotaal

169.728

170.029

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

223.000

223.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

Bezoldiging

169.728

170.029

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

W. Mansveld

R. Knoop

Directeur

Plv. Directeur

Aanvang en einde functievervulling in 2022

Bezoldiging

Gegevens 2022 Bedragen x € 1 Functiegegevens Aanvang en einde functievervulling in 2022

01/01 – 31-12

01/01 – 31-12

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

Dienstbetrekking?

Ja

Ja

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

138.338

137.557

Beloningen betaalbaar op termijn

22.442

22.452

Subtotaal

160.780

160.009

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum

216.000

216.000

Bezoldiging

160.780

160.009

Bezoldiging

2.

Topfunctionarissen alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt met een bezoldiging van € 1.900 of minder. Voor alle functies in onderstaande tabel geldt dat deze onbezoldigd zijn.

53

Gegevens 2023 Naam topfunctionaris

Functie

Dhr. K.F. Schuiling

Voorzitter AB, Groningen

Dhr. J. Kuin

Lid AB/DB, Pekela

Mevr. C.Y. Sikkema

Lid AB/DB, Oldambt

Dhr. A. van der Tuuk

Lid AB/DB Westerkwartier

Dhr. B. Visser

Lid AB, Eemsdelta

Dhr. H.J. Bolding

Lid AB, Het Hogeland

Dhr. A. Hoogendoorn

Lid AB, Midden-Groningen

Dhr. K. Sloots

Lid AB, Stadskanaal

Dhr. B. Link t/m 1 juli 2023

Lid AB, Veendam

Mevr. S. Korthuis vanaf 25 juli 2023

Lid AB, Veendam

Dhr. J.W. Velema

Lid AB, Westerwolde

3.

Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen met of zonder dienstbetrekking alsmede degenen die op grond van hun voormalige functie nog 4 jaar als topfunctionaris worden aangemerkt. Niet van toepassing.

4.

Overige rapportageverplichtingen op grond van de WNT. Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen met een dienstbetrekking die in 2023 een bezoldiging boven het individueel toepasselijke drempelbedrag hebben ontvangen. Niet van toepassing

54

8

Gebeurtenissen na balansdatum

Er is geen sprake van gebeurtenissen na balansdatum.

55

56

9

Bijlagen

9.1

Gemeentelijke bijdrage

De bijdrage van de deelnemende gemeenten is in 2023 tot stand gekomen door een tweetal bestuursbesluiten. Hieronder is de bijdrage van iedere gemeente in 2023 inzichtelijk gemaakt. 10 maart 2022: Beleidsbegroting 2023 De bijdragen aan de GHOR, crisisbeheersing en de gemeentelijke kolom worden bepaald aan de hand van het aantal inwoners. De bijdrage aan het programma brandweer wordt bepaald aan de hand van een verdeelsleutel op basis van het aandeel voor brandweerzorg in het gemeentefonds.

Gemeente

Brandweer

Crisis Beheersing

Gemeentelijke kolom Groningen

GHOR

Beleidsbegroting VRG 2022

Eemsdelta

3.096.177

53.448

97.757

37.048

3.284.431

Oldambt

2.646.382

44.877

82.081

31.107

2.804.448

Pekela

635.516

14.276

26.110

9.895

685.798

Stadskanaal

1.873.296

37.230

68.094

25.806

2.004.425

Veendam

1.500.635

32.145

58.793

22.282

1.613.855

Het Hogeland

3.969.223

56.082

102.576

38.874

4.166.755

Westerkwartier

3.900.487

74.658

136.552

51.751

4.163.448

Groningen

19.575.236

273.498

500.232

189.579

20.538.546

Westerwolde

1.916.380

30.735

56.216

21.305

2.024.635

Midden Groningen

3.884.354

71.197

130.221

49.352

4.135.124

Totaal

42.997.687

688.146

1.258.632

476.999

45.421.465

Op 7 juli 2022 is de beleidsbegroting 2023 definitief vastgesteld. 24 maart 2023: Begrotingsactualisatie 2023

Herrekening gemeentelijke bijdrage ten gevolge van de herijking Gemeentefonds, geactualiseerde O&V sleutel (clusteronderdeel B&R) en inwoneraantallen Conform artikel 24 van de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Groningen worden de lasten van de regionale brandweer verdeeld over de deelnemende gemeenten naar rato van het fictief aandeel in het gemeentefonds voor brandweerzorg en rampenbestrijding. Met ingang van 2023 is sprake van een nieuwe volledige en integrale herverdeling van de algemene uitkering in het gemeentefonds. Binnen het taakgebied Orde en Veiligheid (O&V) wordt onderscheid gemaakt tussen het onderdeel Brandweer en Rampenbestrijding (B&R) en Overige Orde en Veiligheid (OOV). De nieuwe verdeling voor het clusteronderdeel B&R sluit aan bij actuele kostenpatronen, bevat minder verdeelmaatstaven en aangepaste gewichten per maatstaf. De objectieve budgetten zijn afgestemd op structurele kostenverschillen tussen typen gemeenten gerelateerd aan verschillen in gemeenten en achterliggende normenkaders. Veiligheidsregio Groningen heeft de verdeelsleutel op basis van het objectieve budget voor clusteronderdeel B&R in het gemeentefonds (taakgebied O&V) opnieuw laten doorrekenen door Cebeon. Cebeon heeft 57

geadviseerd rekening te houden met herverdeeleffecten, aftopping en een ingroeipad. De effecten op de gemeentelijke bijdragen die hieruit volgen zijn zichtbaar gemaakt in onderstaande tabel.

Nacalculatie loon- en prijsindexatie 2023. De prijsindex 2023 voor de materiele componenten is als gevolg van de gestegen inflatie aangepast naar 5,9% conform de septembercirculaire 2022. Deze autonome stijging ten opzichte van de in de primaire begroting opgenomen prijsindex (septembercirculaire 2021; 1,5%) is daarmee hoger. De loon- en prijsindexatie leiden tot een gezamenlijke autonome nacalculatie van 5,14% (inclusief wegingsfactoren). De uiteenzetting en uiteindelijke effect hiervan is in onderstaande tabel weergegeven. De gemeentelijke bijdrage 2023 wordt hierdoor verhoogd met € 2.335 duizend. De effecten per gemeente zijn verwerkt in onderstaande tabel.

Gemeente

Beleidsbegroting VRG 2022

Indexatie VRG 5,14%

Eemsdelta

3.284.431

168.725

-502.992

-1.844

2.948.319

Oldambt

2.804.448

144.156

-301.498

136

2.647.242

Pekela

685.798

35.240

15.384

-193

736.229

Stadskanaal

2.004.425

103.011

-72.638

-320

2.034.478

Veendam

1.613.855

82.931

-23.778

-419

1.672.589

Het Hogeland

4.166.755

214.155

-28.969

-310

4.351.631

Westerkwartier

4.163.448

214.060

58.747

1.139

4.437.394

Groningen

20.538.546

1.055.764

1.095.700

1.610

22.691.619

Westerwolde

2.024.635

104.111

-319.758

869

1.809.857

Midden Groningen

4.135.124

212.511

79.802

-667

4.426.770

45.421.465

2.334.663

-

-

47.756.128

Totaal

Verandering B&R sleutel

Effect inwonersaantal

Bijdrage gemeenten 2022 geactualiseerd

In de jaarrekening 2019 is een voorziening voor het FLO-overgangsrecht 2018 gevormd van €15,2 miljoen. Dit heeft geleid tot een negatieve algemene reserve van €12,5 miljoen. In de periode 2020-2024 wordt de jaarlijkse deelnemersbijdrage met €2,6 mln. verhoogd om de negatieve algemene reserve in 5 jaar op te lossen. In onderstaande bijlage is de verdeling van dit bedrag per gemeente opgenomen (op basis van de verdeelsleutel 2019). Gemeente

Gemeentelijke bijdrage 2019

Procentueel

Aandeel FLO-kosten (totaal)

2023

Eemsdelta

3.140.153

7,58 %

1.151.300

196.993

Oldambt

2.617.096

6,31 %

959.527

164.180

Pekela

645.143

1,56 %

236.534

40.472

Stadskanaal

1.876.674

4,53 %

688.060

117.730

Veendam

1.504.952

3,63 %

551.773

94.411

Het Hogeland

3.820.558

9,22 %

1.400.762

239.677

Westerkwartier

3.800.299

9,17 %

1.393.335

238.406

Groningen

18.319.348

44,20 %

6.716.572

1.149.238

Westerwolde

1.870.681

4,51 %

685.863

117.354

Midden Groningen

3.850.225

9,29 %

1.411.639

241.538

Totaal

41.445.129

100,00%

15.195.365

2.600.000

58

9.2

Rijksbijdrage BDuR en SiSa

Specifieke uitkering

A2

Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDUR)

Ontvanger

Uitkeringscode

JenV

Juridische grondslag

Verstrekker

SiSa bijlage verantwoordingsinformatie 2023 op grond van artikel 3 van de Regeling informatieverstrekking sisa - d.d. 07-02-2024

Indicator Besteding (jaar T)

Indicator

Indicator

Indicator

Indicator

Indicator

Besluit veiligheidsregio's artikelen 8.1, 8.2 en 8.3 Veiligheidsregio's

JenV

A18

Aard controle R Indicator: A2/01 € 9.371.458 Naam Kostensoort Besteding per kostensoort (zelfstandige uitvoering inclusief uitvoering door andere partijen, niet zijnde medeoverheden, jaar T)

Bekostiging eerste opvang ontheemden Oekraïne door Veiligheidsregio’s

Cumulatieve besteding per kostensoort (t/m jaar T inclusief uitvoering door andere medeoverheden vanaf SiSa 2023)

Veiligheidsregio’s Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Indicator: A18/01 Indicator: A18/02 Indicator: A18/03 1 Meerkosten coördinerende €0 € 1.946.682 gemeente 2 Hotels/centra € 242.850 € 317.974 3 Overige specifieke meerkosten € 168.020 € 1.169.258 4 Overige Meerkosten €0 €0 Berekening totale besteding Eindverantwoording (Ja/Nee) Eventuele toelichting als bij de Volledig zelfstandige uitvoering (zelfstandige uitvoering inclusief vorige indicator “nee” is ingevuld (Ja/Nee) uitvoering door andere partijen, niet zijnde medeoverheden, jaar T) Som indicator 02

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14143066/1