09-03-06 Werkboek Ruimte
Tekst van het document
een warmtekrachtkoppeling gebruikt
met een zonthermisch systeem.
(biogas, groengas, aardgas). Deze worden
Overigens functioneert het systeem in
vooral ingezet voor leveren piekvermogen
Beijum (Froukemaheerd, 96 woningen) al
warmte of omdat er tijdelijk geen
meer dan 30 jaar dus wij hebben al enige
Een combinatie van zonnepark met
windenergie is (windstilte). Productie van
ervaring!
elektra en zonthermie kan plaatselijk
(uit een notitie van Paul Corzaan, warmtedeskundige van de Gemeente Groningen)
In Denemarken wordt sinds de jaren ’80 gewerkt met collectieve warmtesystemen. Ongeveer 65 % van de woningen in Denemarken is op warmtenetten aangesloten. Niet alleen in de grote steden maar ook in dorpen en gehuchten zijn er warmtenetten. In dorpen is het warmtesysteem meestal
van een Solar heat storages in district heating networks in eigendom lokaal collectief
18/50
(coöperatie), de gemeente of een Adjusting the price from 2001 to 2006 level gives the approximate price curve: combinatie.
Price curve steel storage tanks (Approx. 2005/6) Mounting, Insulation and foundation included)
350 Doordat er in Denemarken al veel 300
ervaring is, is het goed om te bekijken 250
/m³
hoe200 het één en ander daar georganiseerd 150 is. Daarbij moet wel gerealiseerd worden 100
dat aardgas in Denemarken ongeveer 50 0 4-5 keer duurder is dan in Nederland 0
1000
2000
3000
4000
5000
en daarmee eigenlijk geen (economisch m³
gezien) alternatief is.
Figure 8:
Indicative price curve for steel tanks used as short term storages
een goede invulling zijn. Vooral wanneer
noodvermogen (elektra) is namelijk ook In Scandinavië wordt nu veel ervaring
de ontwikkelaar van zonnepark de
opgedaan met warmtesystemen met
ontwikkeling van zonthermie verplicht
Overschotten van (gratis) windenergie
veel lagere temperaturen (max. 50
moet meenemen om op deze manier een
worden gebruikt om met warmtepompen
graden). Hiermee is er minder investering
bijdrage te leveren aan de bewoners van
of soms met een simpele ‘elektrische
noodzakelijk in de warmtenetten (=
nabij gelegen dorpen.
dompelaar’’ (extra) warmte te
kunststof zonder isolatie) maar wel
In alle scenario’s is seizoensopslag van
produceren. Ook wordt gebruik gemaakt
de noodzaak om huizen beter te gaan
warmte noodzakelijk. Daarom lijkt
van zonthermie. Het zonthermisch
isoleren. Deze ontwikkeling lijkt ook
het relevant wat binnen de provincie
systeem wordt zo ontworpen dat
relevant om ook mee te nemen voor de
Groningen hiervoor de meest praktische,
ongeveer 20 tot 50% van de warmtevraag
uitwerking in de provincie Groningen.
relevante manier is. Heatpit, ecovat,
daarmee wordt opgelost. Ook technieken
Invulling van warmte zoals in lokale
mestzak, watervoerende pakketten,
zoals absorptiewarmtepompen en
gemeenschappen in Denemarken
oude NAM putten, bovengrondse
warmterugwinning uit schoorstenen
gebeurt, lijkt ook haalbaar in Groningen.
tanks zijn allen de moeite waard om
(biomassacentrale) zijn gangbaar in
Belangrijkste is dat er nu al plaatselijke
te bekijken. Advies is te beginnen in
Denemarken. In Nederland worden deze
bronnen (restwarmte, biomassa,
dorpen, plaatsen waar als sprake is
technieken (door investeringskosten
elektraoverschotten) aanwezig moeten
van aanzienlijke restwarmtebronnen
versus opbrengsten) niet gebruikt.
zijn om daarmee al zekere basis te
(bv. Avebé, zuivelfabriek, patatfabriek,
hebben.
zoutwinning). Ook daar waar elektranet
onderdeel van de businesscase!
het piekvermogen niet aankan kan
In de gemeente Groningen is in
2.42 Kleinschalige collectieve warmtevoorziening: met o.a. zonneboilers en aangesloten op een Figure 9: Steel tank used as short term storage at 2500 m² collector field lokaal warmtenet (Nordby Samsø) (Denemarken)
Ellehauge & Kildemoes,
COWI A/S
2.43 Voorbeeld van seizoensopslag voor warmte; een groot heet watervat (seasonal heat pit storage) in Gram, Denemarken
Paddepoel Noord een lokaal initiatief
Zonthermie heeft een 4 keer hogere
nagedacht worden om deze piek in
Buurtwarmte 050 (= coöperatie) gestart
opbrengst dan een soortgelijk park met
warmte om te zetten. Hierdoor minder
met onderzoek en uitwerking van eigen
zon-pv en kan met opslag max 50 %
investering in elektranet en een goedkope
warmtenet en eigen warmtebronnen.
van de jaarlijkse warmtebehoefte zien.
bron aan warmteproductie.
53
54
Werkboek Ruimte - RES Groningen
2. Het Groninger bewoningspatroon
55
Middelgrote kernen (2.000-10.000 inwoners) Een schaal groter zijn de middelgrote kernen tot 10.000 inwoners, 28 in totaal. Hier is sprake van complete kernen met een klein centrum, woonbuurten, een bedrijventerrein, een kanaal, een provinciale weg, etc. Naast zon op daken van huizen, bedrijfsgebouwen en een aantal kleine zonneweiden in collectief beheer zou hier de energie van een dorpsmolen kunnen worden ingezet voor een betere
2.44 Kaartbeeld met de middelgrote kernen in de provincie
spreiding van de energie-opbrengst over de dag en de nacht alsook over de seizoenen. Ook kunnen warmte uit oppervlaktewater of een de restwarmte van een melkfabriek of een ander warmte-producerend bedrijf worden benut om de aangrenzende buurt van warmte te voorzien.
500 m
500 m
500 m
500 m
2.45 Melkfabriek Bedum: (potentiële) warmteleverancier
2.46 Boterdiep in Bedum: potentiël voor TEO
2.47 Energie-oefening Bedum: als middelgrote kern heeft Bedum een lokaal bedrijfsterrein en daarmee een gebied met potentieel voor zon beschikbare grote dakoppervlakken. Daarnaast biedt de specifieke ligging van dit van oorsprong wierdedorp aan het Boterdiep kansen voor het gebruik van warmtewinning uit oppervlaktewater. De aanwezigheid van de melkfabriek en het gebruiken van restwarmte, biedt kansen voor lokale warmteopslag en warmtenet voor de nabijgelegen nieuwe goed geïsoleerde woonwijken. De verschillende karakters van de randen van dit tot kruisdorp uitgegroeide dorp, zoals de spoorlijn aan de noordkant of het park aan de zuidkant, geven wisselende aanleiding voor bijvoorbeeld een lijnopstelling van een op enkele qua maat bij het dorp passende windturbines en een zonneweide.
56
Werkboek Ruimte - RES Groningen
2. Het Groninger bewoningspatroon
2.48 Dorpsgezicht Musselkanaal
2.49 Musselkanaal ligt aan het 110kV hoogspanningsnet en heeft een onderstation en klantstation. Dit maakt het in potentie aantrekkelijk voor grootschalige wind- en zonprojecten
500 m
500 m
500 m
500 m 2.51 Energie-oefening Musselkanaal: het kanaal vormt de belangrijkste ruimtelijke drager van dit
2.50 Avebe Ter Apelkanaal; potentiële grote bron van restwarmte
langgerekte ontginningsdorp en biedt potentie voor warmtewinning uit oppervlaktewater. Mogelijk geschikte afzet van deze warmte via een lokaal warmtenet vormt de woonwijk aan de noordoostrand van de kern. Restwarmte van het nabijgelegen bedrijfscomplex van Avebe kan dit net ook voeden. Haaks op de hoofdstructuur in aansluiting op achterkantsituaties van het lint biedt de strokenverkaveling met behoud van doorzichten aanleiding voor ingepaste zonneterreinen en bosaanleg voor biomassaproductie. Om het energieplaatje te kunnen complementeren biede de bundel regionale infrastructuur bestaande uit de provinciale weg en het A.G. Wildervanckkanaal een mogelijke aanleiding voor een kleine lijnopstelling van windturbines
57
58
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Grote kernen
(warmte!) waar de woonwijken in de
(10.000-25.000 inwoners)
buurt van mee kunnen profiteren. In
2. Het Groninger bewoningspatroon
59
een kern als Winschoten lijken kansen De grootteklasse onder die van de
aanwezig, met een RWZI, een beboste
grote stad loopt van 10.00 tot 25.000
rand (biomassa uit groenonderhoud),
inwoners. Van dat soort kleinere
een grote warmtebron in de vorm van
‘steden’ zijn er acht. Hier is vaak
de glasfabriek en bedrijventerreinen
sprake van een centrumgebied met
met ruimte voor opwek van elektriciteit
verschillende soorten wijken eromheen
en opslag van warmte als mogelijke
(met verschillende mogelijkheden voor
aanleidingen aan de randen van de stad.
duurzame energie) en in de meeste gevallen is er ook een vrij groot areaal aan bedrijventerrein en een RWZI aanwezig. Ook de nabijheid van grote wegen en van grote waterwegen is interessant. De mogelijkheden om in eigen beheer in energie te voorzien zijn hier beperkt tot individuele en collectieve voorzieningen op daken en in of aan de randen van de wijken. Ook kunnen bedrijventerreinen in dit type kernen voor een deel in hun eigen
500 m
500 m
2.52 Kaartbeeld met grote kernen in de provincie
500 m
500 m
energie voorzien en oplossingen bieden
2.53 Kaartbeeld met de ligging van de gebouwen met een groot dakoppervlak als indicatie van de (grote!) potentie van energie-opwekking via zonnepanelen
2.55 Energie-oefening Winschoten: de randen van de tot grote kern uitgegroeide vestingstad Winschoten bieden een aantal specifieke ruimtelijke aanleidingen voor energieopslag en -opwekking. De RWZI en direct aansluitende gronden met het slibdepot tussen de snelweg en het Winschoterdiep aan de noordkant bieden kansen voor warmtewinning en -opslag en elektriciteitsopwekking middels zonneweides. Aan de oostkant bieden het bedrijfsterrein en de ruimte tussen de oostelijke rondweg, het Winschoterdiep en de Pekel A ten noorden en zuiden van het spoor een vergelijkbaar perspectief. De grote beschikbare dakoppervlakken zijn hierbij aanvullend kansrijk voor plaatsing van zonnepanelen. De samenkomst van grote bovenregionale infrastructuurlijnen zoals de snelweg, het Winschoterdiep en de ringweg kunnen hier ook aanleiding vormen voor een korte lijnopstelling van grotere windturbines. 2.54 Stadsgezicht Winschoten
60
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Grote stad
zonneparken gerealiseerd en verkent
(25.000 en meer inwoners)
men de mogelijkheid voor het realiseren
2. Het Groninger bewoningspatroon
van maatschappelijk gedragen Groningen is een compacte stad
windprojecten. Uitgangspunt is dat
met ruim 200.000 inwoners.
ook bij deze grootschalige initiatieven
Groningen bestaat uit een historische
het geld in de lokale gemeenschap
binnenstad en verschillende typen
blijft. Elke wijk krijgt daarbij een eigen
wijken; de binnenstad, vooroorlogse
energie en warmte-oplossing; all
wijken, naoorlogse stempelwijken,
electric in de recente wijken met goed
woonerfwijken uit de jaren tachtig
geïsoleerde woningen, warmtenetten
en recentere uitbreidingen.
in de naoorlogse wijken en hybride
Daarnaast kent Groningen meerdere
oplossingen in de oude wijken en de
bedrijventerreinen, woonboulevards
binnenstad.
en kantorenparken aan de rand van de stad, langs de A7 en de ringweg. De doelstelling is om in 2035 CO2 neutraal te zijn. Die doelstelling kan de stad niet geheel op eigen grondgebied oplossen. Grofweg wordt ingezet op 1/3 besparen, 1/3 duurzaam opwekken in de gemeente en 1/3 energie opwekken buiten de gemeente (wind op zee, restwarmte). Dat betekent voor de energieproductie binnen de gemeente (naast zoveel mogelijk zon op daken van huizen en bedrijven, op parkeerterreinen en in pauzelandschappen), 500 MWp zon op zonneparken en 166 MWth zonnethermie plus 36 MWp wind op land. Deze opgaven vragen deels om oplossingen met een grootschaliger karakter. De stadsranden en -entrees langs de A7 zijn aangewezen als zoekgebieden voor grootschalige energieopwekking. Hier worden
2.56 De stad Groningen
2.57 Groningen: stad en ommeland
61
62
Westpoort
Werkboek Ruimte - RES Groningen
2. Het Groninger bewoningspatroon
Lijnopstelling - recht
ACHTERGROND
Openingsbod Op basis van de verschillende wijktypen in Groningen is een verkenning gemaakt welk energiesysteem het beste past bij de wijk. Aanduidingen als historische binnenstad, bloemkoolwijk of naoorlogse wijk geven veel informatie over de karakteristieke woonomgeving die daarbij hoort. We ‘zien’ meteen de bouwperiode, bouwstijl, mate van verstedelijking, type en grootte van woningen, soort en hoeveelheid groen en water, de indeling van de
openbare ruimte en bijvoorbeeld de indeling en breedte van het wegprofiel. Voor iedere wijk is de wijktypologie benut om het energiescenario te kiezen. Aanvullend zijn er per wijktype ook inschattingen te maken van de klimaatadaptatieve maatregelen die nodig zijn. Het zogenaamde ‘openingsbod’ met de geselecteerde energiesysteem per wijk geeft een overzicht van het gekozen energiesysteem per wijk. Het openingsbod wordt in dit handboek als uitgangspunt gebruikt.
Stainkoeln-Roodehaan Rechte lijnopstelling
9
In de praktijk - inpassingsopgave
landschap landen en vooral kwaliteit
zonneparken
opsouperen, maar dat ze ook kwaliteit toevoegen. Dat kan op verschillende
De vormgeving en inpassing van
manieren, bv door ruimte te bieden
zonneparken vormen een belangrijke
aan natuurontwikkeling, door een
ruimtelijke opgave, die lang niet
aantrekkelijke recreatieve route mee
altijd wordt (h)erkend. Vaak komen
te realiseren, of door een verdwenen
zonneparken rechttoe rechtaan in het
landschappelijk element terug te
landschap terecht. Doordat ze tot het
brengen. Dit laatse is het geval in fase
randje zijn volgezet met panelen en
2 en 3 van het zonnepark Roodehaan,
vanwege hun omheining (al dan niet in
waar een oude loop van de Hunze als
combinatie met beveiliginsgcamera’s)
centraal element (met een recreatieve
hebben ze een no-nonsense uitstraling
route erlangs) in het park wordt
als die van een bedrijventerrein.
gerealiseerd.
Korte beschrijving BoschSlabbers Wind Groningen
Van de partijen die zonneparken
Korte beschrijving
2.58 Impressies van het onderzoek naar mogelijke opstellingen voor windenergie aan de rand van de stad Groningen (BoschSlabbers)
BoschSlabbers Wind Groningen
Warmtenet Geheel Elektrisch Hybride / groen gas Interferentie gebieden bodemenergie Vóór 2030 aardgasvrij
ontwikkelen mag worden verwacht
De werkgroep heeft het zonnepark
dat de parken niet alleen maar als
Roodehaan bezocht tijdens de eerste
ongenaakbare ruimteschepen in het het
werkgroepexcursie.
Figuur 3: Het openingsbod van de gemeente Groningen [4].
2.59 Kaartbeeld met mogelijke oplossingen voor de invulling van de warmte-opgave in de stad RUIMTELIJKE IMPACT ENERGIETRANSITIE Groningen (Metabolic)
2.60 Een deel van de energie-opgave kan binnen de stad worden opgelost; met besparen, zon op dak, op parkeerterreinen en in wachtlandschappen.Kantoor- en bedrijventerreinen hebben veel potentie om hieraan bij te dragen
2.61 Zonnepark Roodehaan, fase 1, 2 en 3 – landschappelijke koppelkans benut (LAOS Landschapsarchitectuur en stedenbouw)
63
64
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3.Het Groninger krachtenveld
3. Het Groninger krachtenveld
ruimtelijk gegeven voor de opbouw en inrichting van het energielandschap. Aan de andere kant van het spectrum is sprake van een ‘ijle’ bewoningsstructuur van de provincie, met veel erven, buurtschappen en dorpen. Ook op deze schaal wordt naar oplossingen voor het inpassen van duurzame energie gezocht. De krachtenveldkaart laat zien wat vanuit het aspect ruimte de factoren zijn die de geschiktheid van plekken en gebieden bepalen voor de opwekking, opslag en distributie van Duurzame energie. Het gaat om gebieden en infrastructuren die een grote potentie of aantrekkende werking hebben als het om nieuwe wind- en zonneparken gaat. Gebieden met
In dit hoofdstuk laten we het krachtenveld achter de ruimtelijke invulling van de energieopgave zien. Vooral het energienetwerk (en de uitbreiding ervan) speelt een grote rol. Omdat er in Groningen grote hoeveelheden elektriciteit worden opgewekt en aan land komen, is de capaciteit van het netwerk om die te distribueren een cruciale factor. In de regio zijn grote contrasten in de manier waarop de energietransitie een plek krijgt. Enerzijds is er een hoofdstructuur van grootschalige clusters voor de opwekking van wind- en zonne-energie, verbonden door een hoogspanningsnet. Ze liggen vaak in de nabijheid van industriële complexen, bij de stad en bij de grotere kernen. Deze hoofdstructuur vormt (met de grote energieverbruikers en warmteleveranciers eromheen) een belangrijk
3.1 220kV hoogspanningslijn in het Groninger landschap. Het elektriciteitsnetwerk heeft een structurerende rol
65
66
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Het Groninger krachtenveld
67
veel potentie voor opwek van elektriciteit of voor de inzet van restwarmte kunnen, wanneer die potentie wordt benut, vervolgens weer grootverbruikers van energie aantrekken. Op de krachtenveldkaart zijn ook de zonneparken opgenomen die voortkomen uit gemeentelijke zonnevisies.
Over de kaart Het krachtenveld laat zien waar de grote en middelgrote opstellingen voor winden zonne-energie in Groningen te vinden zijn. Ook het hoogspanningsnet is erop aangegeven. Uit de kaart blijkt dat deze samen met de grote bedrijvenen industrieterreinen een ruimtelijke hoofdstructuur voor de opwekking, opslag en distributie van duurzame energie vormen.
3.2 Kaartbeeld van het krachtenveld van energie met de wederzijdse aantrekking tussen het hoogspanningsnet, de grote opweklocaties, energieverbruikers en andere grootschalige functies
68
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Het Groninger krachtenveld
7.2 Beschrijving projecten ‘(Weg) beplanting’ B1
Inpassing 380kV station Vierverlaten
fig. 7 Landschappelijke inpassing 380kV station Vierverlaten
Ten westen van Groningen, op het bedrijventerrein Westpoort, staat het 220 kV-hoogspanningsstation Vierverlaten. Op dit hoogspanningsstation wordt de hoogspanning van 220 kV getransformeerd naar lagere spanningen en doorgeschakeld van de ene naar de andere hoogspanningsverbinding. Het hoogspanningsstation bij Vierverlaten moet worden uitgebreid met 380 kV-transformatoren en een schakelinstallatie omdat de 220 kV-verbinding vanuit Eemshaven vervangen wordt door 380 kV. De fig. 8 Vogelvlucht van het nieuwe station
3.3 Het huidige hoogspanningsnet is ingericht op de distributie vanuit centrale opwek op een paar locaties, zoals bij de Eemshavencentrale. De omschakeling naar hernieuwbare energie vraagt ook de nodige aanpassingen van het elektriciteitsnetwerk
Hoogspanningsnet met
lagere net plaatsvindt, en zijn daarom
hoogspanningstations
belangrijke concentratiepunten voor
3.5 Een nieuwe 380kV verbinding tussen Eemshaven en Vierverlaten vervangt de 220kV verbinding en vegroot de afvoercapaciteit vanuit Eemshaven 23
3.6 Uitbreiding station Vierverlaten t.b.v. netverzwaring. In de toekomst zullen meer grote verzwaringen en uitbreidingen nodig zijn voor voldoende transportcapaciteit
Noord-West 380kV Eemshaven-Vierverlaten Gewijzigd Landschapsplan
grote energievragers en -leveranciers. De 380kV, de 220kV en de 110kV vormen in Groningen samen de ‘snelweg’- infrastructuur voor het transport van elektriciteit. Ze hebben zeer hoge aanlegkosten en een lange realiseertijden, tot wel tien jaar. De grote windparken (en inmiddels ook de grote zonneparken) zijn direct aangesloten op dit net. Ook een groot deel van de NAM-locaties hebben een directe verbinding met dit net. Vanwege de hoge aanlegkosten zijn de afstanden tussen de huidige en eventueel nieuwe wind- en zonneparken en deze snelweg zo klein mogelijk. De hoogspanningsstations zijn de ‘op- en afritten’ waar omschakeling naar het
3.4 Kaartbeeld met het elektriciteitshoofdnet en het fijnmazige middenspanningnetwerk
3.7 Transportschaarste op het elektriciteitsnet van Enexis. Behalve bij de verbindingen kan er ook bij de stations sprake zijn van capaciteitsproblemen, waardoor nieuwe wind-en zonprojecten geen aansluiting kunnen krijgen (stand maart 2020)
69
70
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Het Groninger krachtenveld
Bestaande wind- en zonneparken Van de bestaande en al vergunde grotere parken voor wind- en zonneenergie is de logica van de keuze van de plekken waarop ze zijn of worden gerealiseerd duidelijk afleesbaar: nabij het hoogspanningsnet en de hoogspanningsstations, nabij grote energie-vragende industrieën, datacenters enz., en op goed ontsloten terreinen met een bestemming, waarvan de realisatie nog een tijd op zich laat wachten (bijv. glastuinbouw nabij Hoogezand). Combinaties van
3.9 Nieuw windconcentratiegebied N33
wind en zon in bestaande en nieuwe locaties hebben vanuit het netwerk gezien de voorkeur boven enkelvoudige energieoplossingen.
3.10 Zonnepark MiddenGroningen met een vermogen van 103 megawattpiek
3.8 Het zonnepark in het open landschap vormt een inpassings- en ontwerpopgave
3.11 Kaartbeeld met bestaande en vergunde winden zonneparken. Op basis van input van de werkgroep Elektriciteit
3.12 Er zijn een stuk of 50 solitaire turbines in de provincie, vaak op of bij erven geplaatst
3.13 Energielandschap Eemshaven. Concentratiegebied voor wind, kans voor zon
71
72
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Een oproep tot gezamenlijk beleid
3. Het Groninger krachtenveld
een bepaald landschapstype pleit voor grootschalige zonneparken,
Gemeenten hebben inmiddels
terwijl de naastliggende gemeente
energievisies ontwikkeld waarin
in hetzelfde landschap juist alleen
ook hun ambities met betrekking
maar kleinschalige oplossingen
tot zonneparken zijn neergelegd. De
voor zonne-energie wenst, is vanuit
Groninger landschappen houden zich
kwaliteitsperspectief niet houdbaar. De
echter niet aan gemeentegrenzen.
prachtlandschappen van de provincie
Om de ruimtelijke kwaliteit van de
vragen om grensoverschrijdende
energietransitie te waarborgen zijn
principes en een consistente aanpak. In
gezamenlijk ontwikkelde locatie- en
het eerste hoofdstuk van dit werkboek
inrichtingsprincipes voor het realiseren
worden daarvoor handvatten gegeven.
van grote zonneparken in de Groninger landschappen een voorwaarde. De situatie waarin de ene gemeente in
3.14 De landschappelijke deelgebieden houden zich niet aan de gemeentegrenzen. Afstemming is gewenst
3.15 Kaartbeeld met de vergelijking tussen het huidige zonnebeleid van de verschillende gemeenten, gecategoriseerd naar drie grootteklassen; klein, midden en groot. In wit de bestaande, vergunde en in ontwikkeling zijnde zonneparken (versie maart 2020).
73
74
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Het Groninger krachtenveld
75
Energienetwerken: alle opties
voor zorgen dat systeemveranderingen
openhouden
in de toekomst (zoals een energetisch en financieel rendabele productie van
Wat betreft de energie-infrastructuur
waterstof) in het energienetwerk kan
die het opweksysteem verbindt met
worden ingepast. Een multimodaal
de afnemers is het principe om zoveel
systeem waarborgt de flexibiliteit
mogelijk de volle bandbreedte van
en de veerkrachtigheid van het
‘modaliteiten’ in stand te houden of aan
energiesysteem en kan een grote
te leggen. Waar maar enigszins mogelijk
bijdrage leveren aan het ontlasten van
en exploiteerbaar blijven (of komen)
het elektriciteitsnetwerk.
er netten voor én elektriciteit én warm water én (groen) gas; dit om ervoor te zorgen dat alle mogelijkheden voor conversie en opslag – zowel in tijden van pieken als in tijden van tekorten – tussen de modaliteiten mogelijk blijven. Dit principe kan er bovendien
3.16 Kaartbeeld met alle grote warmtegebruikers in de provincie, op hun beurt potentiële restwarmteleveranciers
Groen gas in Groningen 16
17
A B
22
Grote warmteleveranciers
3.17 Suiker Unie Groningen. Potentiële bron van restwarmte
28
Datacenters, energiecentrales, chemische fabrieken, glasfabrieken,
5, 7
1 Stainkoeln 2 Boer 3 Attero 4 Bieleveld bio-energie 5 Bio Forte Marum 6 Bioenergie Stadskanaal 7 Borger Energie 8 Bouwbedrijf Mulder 9 Dankers bio energie 10 EEW 11 Eneco bio Golden Raand
meer plekken waar warmte wordt geproduceerd maken ook deel uit van het krachtenveld voor duurzame energie. Het kunnen bronnen zijn of worden waar warmtenetten op worden aangesloten, waarmee woningen en worden verwarmd.
25
2 20
24
D
23 32
3
3.18 Regionale benutting van industriële restwarmte; strategische warmtenetaanleg (in onderzoek)
9
27 21
30 14
12 Energiepon 13 J. van der Veen 14 Jansen Wijhe 15 Swinkels 16 mkb 17 mkb 18 Schuitema 19 Sterenborg 20 Mts Te Braake
Bron: RVO, Groen Gas Nederland
10, 11 8
4
9 1
RWZI’s, melkfabrieken en nog veel
gebouwen in hun omgeving kunnen
13
12 29 C
26 31
6
19 15 18
21 Mts Ten Have Mellema 22 Mts Vermue Poelma 23 Noorderzijlvest RWZI 24 Prins 25 Suikerunie 26 Bioenergie Veendam 27 Bioenergie Benelux 28 Westerhof 29 Abma Den Ham 30 Hunze en Aa’s RWZI 31 Hunze en Aa’s RWZI 32 Tri-O-Gen A SCW-systems B Enerpy C Torrgas D Entrance O betrokkenheid GasTerra
3.19 Groen gas in Groningen. Dit kaartbeeld van GasTerra geeft de groengasleveranciers in de provincie weer. Groen gas kan op termijn een substantiële bijdrage leveren aan het oplossen van het warmtevraagstuk
76
Werkboek Ruimte - RES Groningen
RWZI’s
3. Het Groninger krachtenveld
Bedrijven- en industrieterreinen
uitstraling van wind- en zonneparken; de inpassing van energievoorzieningen
Rioolwaterzuiveringsinstallaties
Bedrijven- en industrieterreinen
op bedrijventerreinen is daardoor vaak
(inclusief de centrale rioolafvoeren)
maken deel uit van het krachtenveld
niet al te ingewikkeld.
horen bij het krachtenveld omdat
omdat er vaak ook warmtevragers en
ze bronnen van restwarmte kunnen
-producenten zijn gevestigd en ze op
worden (TEA, thermische energie uit
die manier bronnen kunnen worden
afvalwater) en omdat er via vergisting
van warmtenetten voor woningen en
groen gas kan worden geproduceerd.
gebouwen in hun omgeving. Ook is er
Een deel zit ook strategisch rond het hoogspanningsnetwerk.
3.20 Kaartbeeld met de RWZI's in de provincie opgelicht
vaak nog ontwikkelruimte aanwezig, die kan worden benut voor de productie of opslag van energie. Bovendien zijn de daken van bedrijfsgebouwen geschikt (te maken) voor zonneenergie. En tenslotte past het technische karakter en de inrichting van bedrijventerreinen goed bij de
3.21 Zicht op RWZI Garmerwolde, de grootste rioolwaterzuiveringsinstallatie van Noord-Nederland
3.22 RWZI Garmerwolde in schema uitgelegd. Het slib wordt vergist en het daaruit volgende biogas wordt naar elektriciteit omgezet. RWZI's kunnen op meerdere manieren bijdragen aan het energiesysteem
3.23 Rond Eemshaven onstaat een grootschalig energiecluster waar veel aanbod (wind op land, wind op zee), veel vraag (bijv. datacenters) en het hoogspanningsnet samen komen
3.24 Kaartbeeld met alle bedrijven- en industrieterreinen in de provincie. Vaak aan grote wegen en aan de randen van de kernen
77
78
Werkboek Ruimte - RES Groningen
NAM-locaties
3. Het Groninger krachtenveld
Een gedifferentieerd zonnebeleid
79
zekere logica. Wel zijn de ruimtelijke inbedding en de ruimtelijke meerwaarde
De plm. 100 NAM-locaties (boor-
De oproep tot gezamenlijke principes
van de parken in deze reeks een punt
, pomp-, en tussenstations voor
voor zonneparken hoeft geenszins
van aandacht. In het Hoge Land, dat zijn
de aardgaswinning) kunnen een
tot een eenheidsworst te leiden.
grote aantrekkingskracht ontleent aan
belangrijke rol vervullen in de
De intenties van de gemeenten
het open landschap dat genereus tussen
energietransitie in Groningen. Het zijn
Midden-Groningen en het Hogeland
de oeroude bewoningskernen door vloeit
goed ontsloten terreinen, waar ook in
laten grote verschillen zien. In de
is de gemeente uiterst behoedzaam en
vrijwel alle gevallen een aansluiting
economische zone van de A7 komt aan
neigt zij ertoe alleen goed ingepaste
op het hoog- of middenspanningsnet
weerskanten van de snelweg een serie
zonnevelden in de ‘oksels’ van
grote zonneparken tot ontwikkeling;
bebouwing en infrastructuur toe te
de ruimtelijke structuur met
staan. De afwezigheid van grootschalige
productie, opslag en het transport
bedrijvigheid langs het Winschoterdiep
infrastructuur en grote energie-vragers
van duurzame energie in Groningen.
en de snelweg, alsmede de energie-
rechtvaardigen dit beleid.
aanwezig is. Het kunnen ‘multimodale’ scharnierpunten worden voor de
3.25 Kaartbeeld met alle NAMlocaties uitgelicht
Pagina:
31 van 44
Als ze in de buurt van bebouwd gebied
infrastructuur en deDatum: nabijheid Juli 2019 van grote
van dorpen en kleine steden liggen en
Beleid Zonneparken in Midden-Groningen energie-afnemers geven deze serie een ontwerp
als er zonne- en windenergie kunnen worden gewonnen, kan het interessant
21
zijn om het overschot aan elektriciteit De bomen staan samen met de bebouwing als één massa (verdichting) in het landschap.
(na een periode met veel zon en/
De sportvelden zijn functioneel en ruimtelijk een onderdeel van het dorp.
Als uitbreiding van de bomenmassa, dus rondom inpassen met opgaande beplanting.
Locatie inpassen als een extra sportveld.
Restruimte tussen twee spoorlijnen aansluitend aan de dorpsstructuur.
of wind) op te slaan in warmte. Die kan dan via een warmtenet worden gedistribueerd naar de woningen en gebouwen in de omgeving. Op den duur (na plm. 2030, als waterstof efficiënt kan worden geproduceerd) zijn deze locaties interessant voor de productie van waterstof, die via de aanwezige gasnetten kan worden gedistribueerd.
De woningen hier zijn onderdeel van het lint.
3.26 In onbruik geraakte NAM locaties kunnen een grote rol spelen in de energietransitie in Groningen, als 'scharnierpunten' voor productie, opslag en het transport van duurzame energie
De spoorlijn is zo dwingend als grens aanwezig, waardoor dit gebied bij het dorp hoort.
Uitleg dorpsstructuur Kaart B: Bundeling geschikte locaties voor grootschalige zonneparken in Midden-Groningen
3.27 Kaart bundeling geschikte locaties voor grootschalige zonneparken in MiddenGroningen
(Aan de kaart kunnen geen rechten worden ontleend.)
Aansluitend aan de dorpsstructuur. Als invulling van het lint.
Voorbeeld geschikte locaties van geschikte locaties voor zon op 3.28 Voorbeeld
basis van een typische dorpsstructuur
80
Werkboek Ruimte - RES Groningen
4. De Groninger opgaven
4. De Groninger opgaven
81
waterbergende landschappen, bij de extensivering van gebieden om N2000 en NNN-gebieden kunnen nieuwe ‘meng’-landschappen ontstaan, waarin de baten als gevolg van energieopwekking als kostendrager in nieuwe vormen van landgebruik kunnen worden meegenomen. Deze ‘meng’-landschappen kunnen bovendien de natuurlijke en/ of recreatieve kwaliteiten een impuls geven.
In dit hoofdstuk worden verbindingen gelegd tussen de energieopgave en andere maatschappelijke opgaven met ruimtelijke consequenties. De energietransitie staat niet op zich. Klimaatverandering, beperking van de CO2-uitstoot, vergroting van de biodiversiteit, versterking van de woningen in het aardbevingsgebied en de krimp van de bevolking zijn opgaven in de provincie waaraan ook mogelijkheden voor de opwek en opslag van energie of besparing ervan kunnen worden gekoppeld. Om efficiënt ruimtegebruik te bevorderen geldt voor energieprojecten het principe om deze zoveel mogelijk te verbinden met andere opgaven en zo te zoeken naar koppelkansen. Bij het realiseren van nieuw oppervlak bos, het creëren van
4.1 De dubbele dijk, onderdeel van de dijkversterking Eemshaven-Delfzijl, maakt de kustbescherming hier toekomstbestendig. De zone tussen de twee dijken is middels een getijdenduiker verbonden met het buitenwater, waardoor water in en uit het tussengebied kan stromen. Dit levert een bijdrage aan het oplossen van het slibprobleem in de Dollard en biedt het kansen voor natuurontwikkeling en zilte landbouw. Door de verbinding te zoeken tussen verschillende opgaven ontstaan er meervoudige oplossingen. Ook vanuit energie is het mogelijk de verbinding te zoeken met andere opgaven.
82
Werkboek Ruimte - RES Groningen
4. De Groninger opgaven
In dit hoofdstuk geven wij handreikingen voor de manier waarop de invulling van de energievraag in Groningen verbonden kan worden aan andere maatschappelijke opgaven. Het is de bedoeling om in de RES 1.0 nadere afspraken te maken over de verbinding van de energietransitie aan de andere opgaven.
Over de kaart Op de koppelkansen-kaart zien we waar in de provincie welke ruimtelijke opgaven aan de orde zijn. Als de energietransitie wordt gekoppeld aan deze opgaven worden de kansen voor meervoudig en efficiënt ruimtegebruik benut.
4.2 De kaart met koppelkansen geeft een overzicht van mogelijke ruimtelijke aanleidingen of maatschappelijke opgaven die een rol kunnen spelen in het oplossen van het energievraagstuk
83
84
Werkboek Ruimte - RES Groningen
4. De Groninger opgaven
Versterkingsgebied In het versterkingsgebied worden naar schatting meer dan 26.000 woningen geïnspecteerd op schade. De versterkingsoperatie die hier voor de woningen in het aardbevingsgebied op kan volgen biedt een grote kans om ook energetische verbeteringen mee te nemen. De beter geïsoleerde woningen, die bovendien van duurzame energie kunnen worden voorzien,
4.3 Gebied waarin bevingen als gevolg van mijnbouw zijn geregistreerd
resulteren in lagere energielasten en een hogere waarde. Zeker omdat het
4.6 Het meerendeel van Groningen is laaggelegen vanwege bodemdaling (door veenoxidatie, gaswinning)
mogelijk om een tiende van de totale woningvoorraad in de provincie gaat, zou deze kans met beide handen moeten
Veenoxidatiegebieden
worden aangegrepen.
perspectief van de energietransitie. AHN Friesland-Groningen 2050 incl bodemdaling
Nattere gronden in combinatie
4.4 Bevingsbestendig en energieneutraal gemaakte panden
De laag gelegen veengebieden in
met zonneweiden, natte teelten en
de provincie vormen meer en meer
natuurontwikkeling, of delen van de
een probleem. De ontwatering voor
grond omzetten naar biomassateelten
de landbouw zorgt voor een fikse
(bos of bepaalde grassen) kan nieuwe
CO2-uitstoot en ze komen door de
inkomsten genereren binnen een
inklinking steeds lager te liggen,
robuuster landschap.
waardoor het steeds moeilijker wordt het overtollige water kwijt te raken. Ook ontstaat er schade aan de wegen, huizen, en andere bouwwerken in het gebied. Peilverhoging en vernatting van de veengebieden vermindert de CO2-uitstoot maar daarmee is er ook nieuw bedrijfsmodel nodig om de landbouw perspectief te bieden of 4.5 Overzicht van aantallen te versterken panden (NCG, april 2020). In totaal gaat het om 26.272 gebouwen
zijn andere vormen van landgebruik nodig. Hier liggen kansen vanuit het
4.7 Het vasthouden aan diepe ontwatering zal niet in alle landbouwgebieden houdbaar blijven
85
86
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Natuurgebieden In Natura 2000 gebieden (en ook in de gebieden die deel uitmaken van het NNN) is sprake van een grote
4. De Groninger opgaven
er vormen zijn van biomassateelt, of van zonneparken die een rol kunnen spelen in de extensivering van de buffergebieden.
stikstofdepositie, die schadelijk is voor de natuur. Ook is er door de ontwatering ten behoeve van de agrarische functie in de directe omgeving risico van verdroging. Een buffer met extensieve vormen van gebruik tussen natuurgebieden en landbouwgebieden kan een oplossing bieden, om zo de directe beïnvloeding te verminderen. En daarin liggen ook kansen in de verbinding met de energietransitie, door die buffer zo vorm te geven dat
4.8 Nabij stikstofgevoelige gebieden kan natuurontwikkeling in combinatie met energie-opwekking een verdienmodel voor de landbouw vormen
4.10 Landschappelijke structuren en elementen zoals wegbeplantingen, bosjes en erfbeplantingen geven aanleiding voor versterking met groen als basis voor CO2 invang en de productie van biomassa voor vergisting of vergassing
Bos
die vergist, vergast of (in pallets) verbrand kunnen worden en zo kunnen
Vanuit het perspectief van vastleggen
bijdragen aan de energietransitie. Ook
van CO2 ligt er een opgave om in de
vanuit die optiek is het de moeite waard
provincie circa 5.000 ha bos aan te
om de bosopgave nog eens te bezien en
leggen. Dat kan op verschillende
te achterhalen welke plekken ook aan
manieren. Er zijn veel soorten
dat doel kunnen bijdragen.
bos, van aaneengesloten stukken en houtwallenlandschappen, tot ruilverkavelingsbosjes en erven in een stevige groene jas. Ook is het mogelijk om verschillende natuuren bosgebieden beter aan elkaar te verbinden doormiddel nieuwe lanen en bosjes of nieuwe landgoederen te realiseren. Maar bos is een levende 4.9 Ligging van stikstofgevoelige gebieden
functie; bosonderhoud levert producten
4.11 Nieuwe beboste lanen kunnen bijdragen om verschillende natuur- en bos gebieden beter aan elkaar te verbinden
87
88
Werkboek Ruimte - RES Groningen
4. De Groninger opgaven
Energie als onderdeel van een
chemisch complex, het herstel van het
integrale oplossing
estuarium, circulaire landbouw en de energiewinning op elkaar betrokken
Een mooi voorbeeld van de manier,
in een uitgesproken en aantrekkelijk
waarop de uitwerking van de energie-
ruimtelijk beeld. Hierin heeft het
opgave is ingebed in andere ruimtelijke
industriële, technische en energetische
opgaven, is het resultaat van het
geweld dat hier losbarst een
ontwerponderzoek ‘Regio van de
landschappelijke vóórkant en gezicht
Toekomst’, in het kader van de NOVI
gekregen.
uitgevoerd door Abe Veenstra en van Paridon X de Groot en een groot aantal betrokkenen uit de regio. Onder het motto ‘Natuurkracht’ is een wervend perspectief geschetst voor de Eemsdelta. In de uitwerking voor Delfzijl zijn de vergroening van het 4.12 Een visualisatie van de wateropgave van de provincie Groningen maakt zichtbaar hoe het peilbeheer in de laag gelegen gebieden (in lila en lichtblauw) is georganiseerd; een opgave die bij verdere bodemdaling en klimaatverandering cruciaal wordt
Groot water
gewonnen is een interessante bron voor de verwarming/koeling van woningen,
Ruimte voor waterberging in en
en als bron alom aanwezig. Ook het
om het verhard oppervlak van de
ontwikkelen van meer open water, of
(grotere) kernen en steden is steeds
het realiseren van overstroomgebieden,
belangrijker, om in een veranderend
biedt kansen voor andere vormen van
klimaat piekbuien te kunnen opslaan
landgebruik inclusief energie opwek.
en om in tijden van droogte minder lang afhankelijk te zijn van de aanvoer van elders. De wateropgave zou aan de basis moeren staan van veel ontwikkelingen. Mede daardoor is water ook interessant vanuit het oogpunt van de energietransitie. Thermische energie uit oppervlaktewater, of TEO, waarbij warmte/koude uit het water wordt
4.13 Groot open water is een bron voor lage temperatuur-warmte/koude winning
4.14 Mogelijke invulling van een aantal opgaven rond Delfzijl vanuit integrale blik bekeken als uitkomst van ontwerpend onderzoek in het kader van de Nationale Omgevingsvisie (VPXDG en Abe Veenstra)
89
•
90
•
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Bedrijventerreinen
transformeren en hierbij verschillende koppelkansen te realiseren afhankelijk van het perspectief voor hergebruik van het terrein, voor bijvoorbeeld groengas, ontstaat een bandbreedte van mogelijkheden om het terrein te transformeren de besloten ligging van het terrein maakt opstellingen van zonnepanelen in grotere dichtheid en/of hoogte mogelijk (zie nevenstaand referentiebeeld bioenergiepark Saerbeck)
3. Het Groninger krachtenveld
kan hand in hand gaan met de energietransitie, om er bedrijfs- en
In de provincie liggen veel
energieterreinen van te maken die
bedrijventerreinen van verschillend
een centrale (schakel)rol spelen in de
formaat; klein aan een dorp, of groter
opwek, opslag (!) en distributie van
aan grote kernen, of in de vorm van
elektriciteit en warmte.
losgelegen industriegebieden. Er komen meerdere opgaven samen, delen van bedrijventerreinen liggen te wachten om uitgegeven te worden; vaak ook is er herstructureringsopgave. Vanuit het oogpunt van de energietransitie zijn ze
4.17 In onbruik geraakte NAMlocaties bieden kansen voor bijv. de (tijdelijke) inrichting als zonneterrein
ook interessant; goed verbonden met het energienet, gelegen nabij dorpen en grotere kernen, er is ruimte voor opwek en warmteopslag, er is sprake van veel
NAM-locaties
en groot dakoppervlak voor zon, soms zijn er bronnen van restwarmte. De herstructurering van bedrijventerreinen
4.15 Op veel bedrijventerreinen is er ruimte vrij, al dan niet tijdelijk, om in te zetten voor de energietransitie. Hier Foxhol, nabij Hoogezand
opwek en als schakelpunten tussen het gas-en elektriciteitsnet en vooral ook
Verspreid over de provincie liggen meer
om pieken op te slaan en te helpen bij
dan 100 terreinen voor de winning,
de energiebalans. De grond is overigens
opslag en distributie van aardgas.
nog van de boeren; voortzetting van
Deze NAM-locaties moeten in de
de energiefunctie kan een interessant
komende jaren worden gesaneerd, nu de
perspectief bieden in de bedrijfsvoering.
aardgaswinning wordt beëindigd. Ze zijn ook interessant om in te zetten in de energietransitie. De terreinen hebben al een ‘energie’-bestemming, een deel ervan is direct aangesloten op het 110kV-net, er ligt een saneringsplicht voor de NAM die gebruikt kan worden om een terrein om te vormen, en ze liggen vaak dicht bij kernen. Het gasnet zelf kan worden gebruikt voor groengas en later ook voor waterstof, 4.16 Ook kantoorparken tellen mee. Ze zijn vaak ruim opgezet; met veel parkeerterreinen en onbestemde groene ruimte vormen ze een kans voor energie in ruil voor een mogelijke kwaliteitsimpuls voor het terrein. Hier Kranenburg, Groningen
de terreinen kunnen dienen voor warmteopslag, energie- of warmte-
4.18 Een deel van de NAM-locaties kan ook interessant zijn voor de opslag van groengas en later eventueel waterstof
91
92
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Het Groninger krachtenveld
RWZI’s
Nieuwbouwlocaties
Rioolwaterzuiveringsinstallaties zijn
De relatie tussen nieuwbouw en
belangrijke schakels in de cirulaire
energie lijkt evident. De aanleg van
economie. Zo zijn er bij nieuwere
nieuwe woonbuurten en wijken biedt
installaties mogelijkheden om
de mogelijkheid om het in één keer
grondstoffen terug te winnen en
goed te doen voor wat betreft energie
medicijnresten op te vangen. Ook kan
door de woningen goed te isoleren en
er restwarmte worden gewonnen en kan
te voorzien van duurzame elektriciteit
het rioolslib worden vergist en worden
en warmte. Tegelijkertijd bieden
ingezet in de productie van groengas.
nieuwbouwlocaties ook kansen voor hun
Tot slot bieden de terreinen ruimte voor
directe omgeving kansen, bijvoorbeeld
het opwekken van energie. Daarmee
doordat ze het mogelijk/rendabel
bieden RWZI’s ook interessante
kunnen maken om warmtenetten aan
mogelijkheden voor de energietransitie.
te leggen waarop ook een deel van
Bovendien zijn ze vaak goed aangesloten
de bestaande woningen in de directe
op het energienetwerk, waardoor het
omgeving kunnen worden aangesloten.
knooppunten van uitwisseling kunnen worden. Er zijn ongeveer 30 terreinen in de provincie, waarvan enkele aan het einde van hun levensduur zijn en worden samengevoegd of vervangen.
4.19 Rioolwaterzuivering bieden kansen voor terugwinning van restwarmte en vormen ruimtelijk logische aanleidingen voor het plaatsen van opstellingen voor het opwekken van duurzame energie
4.20 Energieneutrale (0 op de meter) nieuwbouw woningen Hoogezand
93
94
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Het Groninger krachtenveld
4.22 Wind- en zonne-energie winning kunnen goed worden ingepast in het archetypische beeld
4.21 Principe-uitwerking van de verschillende mogelijkheden voor agrarische erven vanuit energie gedacht
Landbouwbedrijven De ±2300 bestaande landbouwbedrijven vormen een mogelijk belangrijke schakel in de energiekaart van Groningen. Hier zijn kansen voor veel opwek van zon (op grote daken) en wind (met kleine turbines) die behalve de eigen opbrengst ook de gehuchten en
groen gas, en voor het opslaan van elektriciteitspieken in de vorm van warmtetanks. De energietransitie biedt een kans voor verbreding van het bedrijf en de erven kunnen een belangrijke rol spelen in de warmtevoorziening van een deel van de ijle sterrenhemel van Groningen.
kleine dorpen kunnen ondersteunen. Ook zijn er mogelijkheden voor benutting van restwarmte uit melk, uit mest, uit afval en reststromen, zijn er kansen voor vergisting tot
4.23 De bouw van een nieuwe stal of schuur biedt de mogelijkheid om energie-oplossingen integraal mee te ontwerpen (DAAD Architecten)
95
96
Werkboek Ruimte - RES Groningen
5. Groninger ruimtelijke principes
5. Groninger ruimtelijke principes
In het hoofdstuk over het krachtenveld hebben we laten zien dat in de regio grote contrasten zijn in de manier waarop de energietransitie vorm krijgt. Er is een hoofdstructuur van grootschalige clusters voor de opwekking van wind- en zonneenergie, verbonden door een hoogspanningsnet. Aan de andere kant van het spectrum is sprake van een ‘ijle’ bewoningsstructuur in een divers Groninger landschap waarbinnen door bewoners en coöperaties naar oplossingen voor het inpassen van duurzame energie wordt gezocht. Samen met het principe dat we verbinding zoeken met andere maatschappelijke opgaven geldt dat de ruimtelijke invulling van de energie-opgave niet resulteert in op zichzelf staande wind- en zonneparken, die overal kunnen opduiken. We hebben telkens vanuit de ruimtelijke karakteristiek en de specifieke kwaliteiten van de plek aan de suggesties voor de ruimtelijke oplossingen en inpassing ervan gewerkt. De typische Groningse ruimtelijke situatie maakt dat er ook voor de toekomst een onderscheid volgehouden kan worden tussen enerzijds goed ingerichte grootschalige wind- en zonneparken op de regionale schaal naast zorgvuldig ingepaste kleinschalige energievoorzieningen op de lokale schaal anderzijds.
Met een open en weids landschap tussen beide schaalniveaus, dat vrijgehouden wordt van opstellingen van winden zonne-energie, ontstaat een beeld van 'groot bij groot' en 'klein bij klein'. Dit hebben we het schaal-bij-schaal principe genoemd, dat goed past bij het karakter van Stad en Ommeland.
97
98
Werkboek Ruimte - RES Groningen
5. Groninger ruimtelijke principes
De essentie van het ruimtelijke schaal-bij-schaal principe is dat het de ambitie huldigt om op elk van de schaalniveaus de ruimtelijke impact van de energie-transitie in goede banen te leiden en de ruimtelijke kwaliteit verder te optimaliseren. Als we de energievoorziening volgens het schaalbij-schaal principe organiseren blijft de milieuimpact beperkt tot een aantal overzichtelijke gebieden en plekken, en blijft het kenmerkende Groningse contrast tussen uitersten van het spectrum zo veel mogelijk in stand.
5.2 Het open landschap als 'vide' tussen de grote en klein energie-opstellingen
Schaal-bij-schaal Terwijl het nog niet als zodanig is benoemd, volgt de energietransitie eigenlijk in de praktijk al dit tweeschalige principe. En ook is nu al duidelijk dat het zoeken en vinden van kleine lokale energievoorzieningen naast de zoektocht en realisatie van nieuwe grootschalige energielandschappen (of uitbreiding van bestaande concentratiegebieden) nodig zijn om richting 2050 voldoende duurzame energie te leveren en te distribueren. Omdat we ervan overtuigd zijn dat we door het volhouden van dit principe de kwaliteit van de Groninger landschappen (inclusief de erven en dorpen) en het karakter van de stadjes en stad het beste dienen, denken we in dit werkboek de tweeschalige koers voor de energietransitie en de omgang met het landschap een stap verder door. We schetsen een raamwerk voor de 5.1 In de provincie is al op veel plekken het contrast tussen schalen beleefbaar
manier waarop het principe in een volgend stadium
99
100
Werkboek Ruimte - RES Groningen
5. Groninger ruimtelijke principes
in ruimtelijk beleid zou kunnen worden vertaald. Het gaat hierbij om een schets. De genoemde vermogens en omvang van de opstellingen dienen louter om een beeld te kunnen vormen en zijn indicatief. Dit alles behoeft nadere uitwerking in de vervolgstappen. De ‘match’ met de schaal vormt de basis en zou volgens het volgende stramien kunnen verlopen:
5.3 XS - kleine windturbine op het erf
EAZ windmolens en zon op daken bij erven en buurtschappen (de XS-schaal), een dorpsmolen (ashoogte max 40m) en een zonneveld (van max 5ha) in en bij dorpen (de S-schaal), een aantal grotere turbines (max 3MW) en zonneparken (plm 50 ha) bij de stad (de L-schaal) en megaturbines (>5MW) en grote zonneparken (100 ha en groter) in de concentratiegebieden (de XL-schaal). Er is sprake van een spectrum met grenzen dat verloopt van XS naar S
5.6 Bij grotere solitaire windmolens in het open landschap wordt het landschappelijk beeld verstoord
en vervolgens van L naar XL. De M-schaal ontbreekt, juist om ervoor te zorgen dat er niet overal solitaire turbines en zonne-opstellingen met een ‘servet noch tafellaken’ omvang verschijnen. Bij het vormgeven van energie-opstellingen op de XS en S schaal is er sprake van een inpassingsopgave:
5.8 Totaalkaart Klein-bij-klein; Kleinschalige en zorgvuldige inpassingsopgave in het landschap, bij erven, gehuchten en kleine kernen, gekoppeld aan andere lokale opgaven en en in beheer bij de lokale gemeenschap
5.4 XS - Kleinschalige wind- en zonopstellingen op de erven en in de gehuchten
de zonnepanelen en de klein turbines moeten zich
In het tweeschalig systeem horen opstellingen altijd
voegen in de kwaliteiten van de bestaande erven,
in ruimtelijke zin ergens bij: XS op een erf, S aan de
dorpen en landschappen. Op de L en de XL schaal gaat
rand van het dorp, L in aansluiting op het stedelijk
het om het creëren van nieuwe energielandschappen
gebied en XL bij grote havens en industriegebieden
met een heel eigen kwaliteit. Om ervoor te zorgen dat
of logistieke complexen. Deze manier van groeperen
deze nieuwe landschappen niet alleen maar kwaliteit
heeft ook als voordeel dat er bewust ‘vides’ (dat wil
opsouperen, zou er een meerwaarde-toets aan de
zeggen gebieden zonder energie-opstellingen) kunnen
ontwikkeling kunnen worden gekoppeld. De nieuwe
worden gecreëerd. Bij voorbeeld in delen van het Hoge
energielandschappen kunnen bij voorbeeld in de vorm
Land of in Middag Humsterland.
van een groen-blauwe structuur, een landschappelijk element of een ontbrekende schakel in het recreatief netwerk kwaliteit toevoegen.
5.5 S - klein collectief zonnepark aan de rand van het dorp
5.7 S - Kleinschalige wind- en zonopstellingen bij kleine kernen
Duidelijkheid over waar de energie-opstellingen bij horen dient ook om zeggenschap, het
101
102
Werkboek Ruimte - RES Groningen
5. Groninger ruimtelijke principes
eigenaarschap en het beheer te onderstrepen: XS
gemeenten; wel is het zaak om de inpassings- en
door agrarische ondernemers/ erfbewoners, S door
vormgevingsprincipes gezamenlijk onder regie van
bewoners(collectieven) en energiecoöperaties, L en
de provincie uit te werken, om ervoor te zorgen
XL door energiebedrijven en andere ontwikkelende
dat het ruimtelijk beleid en de manier van omgang
partijen. Let wel: ook bij L en XL is er sprake van lokaal
met het landschap consistent en consequent
eigenaarschap in de vorm van financiële participatie
met een ‘Gronings handschrift’ gebeurt. Over de
en door gedeeld eigendom van inwoners.
L-opstellingen besluiten de gemeenten ook, maar de provincie stelt ruimtelijke randvoorwaarden voor de
Wat de aansluiting op het energie-netwerk betreft worden de XS- en S- opstellingen voor wind- en
locatie, de omvang en de inpassing. En in geval van de
5.9 L - groot zonnepark bij een groot bedrijventerrein
zonne-energie respectievelijk op het laagspannings-
locatie en inrichting van de XL- energielandschappen 5.11 XL - Grootschalige concentratiegebieden voor wind- en zonopstellingen
en het middenspanningsnetwerk aangesloten. En de L- opstellingen vereisen aansluiting op
zijn gemeenten, provincie en rijk gezamenlijk aan zet.
een midden- of hoogspanningsstation terwijl voor de XL-opstellingen een eigen aansluiting op het hoogspanningsnet noodzakelijk is. Om de noodzakelijke uitbreidingen van het elektriciteitsnet efficiënt en effectief te maken zijn, in verband met de lange voorbereidingstijden en de hoge investeringen, planning en coördinatie vanuit de samenhang der
5.12 XL - windconcentratiegebied in de nabijheid van een grote haven
dingen nodig. Zo is het ook op het XS- en S-niveau handig om in een vroeg stadium de initiatieven op deelregionaal niveau (zeg van 2 of 3 gemeenten) te inventariseren om een effectieve uitbreiding van het laag- en middenspanningsnet te ontwerpen en te realiseren. Als het over de publieke besluitvorming van de initiatieven op de verschillende schaalniveaus gaat, zijn de gemeenten in alle gevallen aan zet. In lijn met de het schaal-bij-schaal principe neemt met de complexiteit de samenwerking tussen de overheidslagen toe. Bij wijze van schot voor de boeg zou de volgende redenering kunnen worden gevolgd. Over de opstellingen op de XS en S-schaal besluiten
5.10 L - Opstellingen voor winden zon bij de steden en grote kernen
5.13 Strategisch uitbreiden van het hoogspanningsnet dat bepalend is voor de ruimtelijke ontwikkelingen
5.14 Totaalkaart Groot-bij-Groot; zeker bij de XL- opstellingen is sprake van een transformatieopgave, waarbij het karakter van het landschap een ingrijpende verandering ondergaat
103
104
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Matrix schaal-bij-schaal
5. Groninger ruimtelijke principes
105
een uitnodiging om het principe van schaal-bij-schaal verder uit te werken
In de matrix zijn per schaal een
en handen en voeten te geven. Tussen
reeks vragen beantwoord; over de
klein en groot ontbreekt de M-schaal,
ruimtelijke inpassing en -opgaven,
vanuit de gedachte dat daarmee het
de mogelijkheden vanuit het
contrast tussen de twee schalen verder
energiesysteem, over wie het gaat doen.
versterkt wordt en de kwaliteit van het
Het is geen definitief overzicht, eerder
Groninger landschap wordt behouden.
Klein-bij-klein
Wat is de schaal? Wat is de ruimtelijke opgave?
Groot-bij-groot XS
S
erven/buurtschappen tot ±200 inwoners
kleine kernen tot ±10.000 inwoners
inpassings- en aanpassingsopgave (inpassen in landschap)
Wat is de schaal? Wat is de ruimtelijke opgave?
Waar rekening mee houden? (inrichtingsprincipes)
in en aan bebouwd gebied op erven, bij kleine gehuchten en buurtschappen
in en aan de rand van kleine en middelgrote kernen
binnen het bouwvlak; achter op het erf; gepaste afstand tot volgend erf
passend bij schaal van de kern; vides tussen de dorpen (geen interferentie)
Wat zijn de koppelkansen?
Wat is de aard en omvang van de opstelling? Wie gaat het doen?
Wie voert de regie?
grote kernen tot ±25.000 en de stad
concentratiegebieden
transformatie-opgave
resultaat: nieuwe trotse energielandschappen Waar hoort de opstelling bij? (locatieprincipes)
Waar rekening mee houden? (inrichtingsprincipes)
Wat zijn de koppelkansen?
lokaal benutten (bijv. aardbevingsherstel)
Hoe is het aangesloten op (het energienetwerk)?
XL
(aanpassen aan landschappelijke karakteristiek)
resultaat: zorgvuldig ingepaste zonnevelden en erf- en dorpsmolens Waar hoort de opstelling bij? (locatieprincipes)
L
gebundeld in/aan corridors (incl. HS-net) langs grote infra (snelweg, prov. weg, kanaal); bij grote bedrijventerreinen; in aansluiting op bestaand stedelijk gebied
bij havens en grote industriële complexen; langs snelwegen, bij snelwegknooppunten
helder afgebakende opstellingen in lijnen/vlakken met royale tussenruimtes; afgestemd met XL-opstellingen
grote vides tussen grootschalige opstellingen; afgestemd met L-opstellingen
op gebiedsniveau benutten (bijv. herstel/toevoegen landschappelijke structuur, toevoegen ontbrekende schakels in het recreatieve netwerk)
strategische uitbreiding MS-net gekoppeld aan het LS/MS-net
gekoppeld aan het MS-net
denk (ter indicatie) aan: erfmolen; zon op dak; zonnevelden om en nabij 0,5 ha
denk (ter indicatie) aan: erfmolen; zon op dak; zonnevelden om en nabij 5 ha
energie-opwek als nevenactiviteit individuen/ondernemers; energiecoöperaties; corporaties
individuen/ondernemers; energiecoöperaties; corporaties
gemeente
gemeente
Hoe is het aangesloten op (het energienetwerk)? Wat is de aard en omvang van de opstelling? Wie gaat het doen?
Wie voert de regie?
strategische uitbreiding HS-net gekoppeld aan MS/HS station
eigen aansluiting op het HS-net
denk (ter indicatie) aan: grote turbines (>3MW); zonnevelden om en nabij 50 ha
denk (ter indicatie) aan: grote turbines (>5MW); zonnevelden om en nabij 100 ha
energie-opwek als hoofdactiviteit ontwikkelaar; grote energiecorporaties
ontwikkelaars; grote energiebedrijven
provincie en gemeente
rijk, provincie en gemeente
106
Werkboek Ruimte - RES Groningen
5. Groninger ruimtelijke principes
Handreikingen ruimte Voor de manier waarop de energievraag in Groningen wordt ingevuld, hebben we op basis van hoofdstukken 1 t/m 4, vier handreikingen geformuleerd die in dit hoofdstuk worden beschreven. Ze vormen een kompas voor een gezamenlijke aanpak van gemeenten, provincie, waterschappen, energiecoöperaties en terreinbeheerders. De principes zijn zeker niet bedoeld als harde criteria aan de hand waarvan kan worden bepaald waar welke vorm en omvang van energie-opstellingen wel en niet mogelijk zijn. Ze vormen een handreiking voor het denken over en het omgaan met de energie-opgave.
1. Neem de kwaliteit van het
2. Stimuleer optimaal gebruik van ruimte, energie en netwerken door:
Groninger landschap en bebouwingspatroon als uitgangspunt bij de invulling van
-
de energievraag door:
Situeren van aanbod dicht bij vraag (groot energieverbruik bij grote opweklocaties);
-
Voorrang te geven aan opstellingen voor duurzame energie in en direct
-
Voorrang geven aan energieoplossingen binnen bestaand
aan de rand van bebouwde gebieden
bebouwd gebied; -
De wind- en zonneparken zorgvuldig in te passen in de
-
Stimuleren van meervoudig
bestaande landschappelijke en
ruimtegebruik (binnen en
bebouwingsstructuren
aansluitend aan bestaand stedelijk gebied);
-
Waar mogelijk andere functies (waterberging, natuur, landbouw) te
-
Optimaal benutten van ‘randen’ weg, spoor- en
combineren met de energiewinning
water- infrastructuur: bermen, -
Te stimuleren dat wind- en
dijken, kades, vuilstorten, grote
zonneparken meerwaarde
parkeerterreinen;
opleveren voor de omgeving door er landschappelijke elementen of
-
Vergaand verduurzamen van
infrastructuur in op te nemen die
nieuwbouwlocaties en van de
de biodiversiteit of het recreatief
vervangende nieuwbouw in het
gebruik bevorderen.
aardbevingsgebied; -
Het in de benen houden en/ of realiseren van verschillende energie-netwerken voor elektriciteit, gas (transitie naar
5.15 Het landschap is niet een leeg speelveld waarop van alles kan gebeuren. Het biedt mogelijkheden, maar stelt ook eisen en kampt met eigen opgaven. Dit opent de deur naar een meer integrale benadering, met het landschap als inspirerende basis
groen gas en waterstof) en warmte.
107
108
Werkboek Ruimte - RES Groningen
3. Maak maximaal gebruik van
4. Koppel zo efficiënt mogelijk
‘sleutelplekken’ voor opwek,
aan gebiedsopgaven in het
opslag en distributie. Dat zijn:
buitengebied door:
-
Bedrijventerreinen, met name daar
-
waar restwarmte kan worden benut;
Energie-opwekking als mogelijk ruimtegebruik in gebieden met cumulatieve bodemdaling/
-
RWZI’s als voorzieningen waar
veenoxidatiegebieden;
energie kan worden opgewekt; -
Het wateroppervlak in de
NAM-locaties als goed op het
provincie, dat als gevolg van de
elektriciteits- en gasnetwerk
klimaatadaptatie groeit, in te zetten
aangesloten ‘scharnierpunten’ in de
als warmtebron;
duurzame energievooziening; -
De provinciale bosopgave ook
Agrarische erven met hun
vanuit het perspectief van
ruimte voor energie (grote
duurzame energie in te vullen;
daken, bouwblok) en potentiele warmtebronnen.
-
De mogelijkheden voor energieopwekking als ruimtegebruik in de buffergebieden om natuurgebieden te onderzoeken.
5. Groninger ruimtelijke principes
109
110
Werkboek Ruimte - RES Groningen
Nawoord
hoofdstructuur van grootschalige clusters voor wind- en zonne-energie en anderzijds de ‘ijle’ bewoningsstructuur.
Epiloog
In dit werkboek hebben wij de vijf tafels beschreven, waarop we tijdens diverse presentaties hebben laten zien hoe de ruimtelijke vertaling van de energievraag in de regio vormgegeven kan worden. Die mondt uit in vier handreikingen met ruimtelijke principes. Dit alles behoeft nadere uitwerking in de RES 1.0. Wij zijn ervan overtuigd dat de handreikingen voor de ruimtelijke doorwerking van de energietransitie in dit werkboek de kwaliteit van de Groninger landschappen en het karakter van dorpen, kernen en de stad het beste dienen. Als we de energievoorziening volgens het schaalbij-schaal principe organiseren blijft de milieuimpact beperkt. Er ontstaat een beeld van 'groot bij groot' en 'klein bij klein' dat het kenmerkende Groningse contrast versterkt tussen enerzijds de
Met een open en weids landschap tussen beide schaalniveaus, dat vrijgehouden wordt van opstellingen voor wind- en zonne-energie, blijft de diversiteit van de Groninger landschappen overeind. Binnen deze randvoorwaarden kunnen bewoners en coöperaties naar oplossingen voor het inpassen van duurzame energie zoeken. Per bewoningscategorie (van erf tot stad) hebben we de ruimtelijke kansen en beperkingen voor het lokaal realiseren van de energieopgave onderzocht. Onze conclusie is dat lokaal eigenaarschap op alle schaalniveaus tot interessante oplossingen kan leiden om zo draagvlak te realiseren voor de energietransitie in Groningen. Tot slot hebben wij bij het opstellen van ruimtelijke principes zo veel mogelijk de verbinding gezocht met andere opgaven. Het creëren van koppelkansen en meervoudig ruimtegebruik is volgens ons van essentieel belang om de ruimtelijke, natuurlijke én recreatieve kwaliteit van de Groninger landschappen veilig te stellen. De energietransitie slaagt des te beter naarmate de samenhang met de andere ruimtelijke opgaven wordt gezocht. Wij vertrouwen erop dat ons verhaal in dit werkboek mag inspireren bij de verdere planvorming voor duurzame energie in de regio Groningen.