CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

08.1 - Bijlage - Jaarplan en begroting Winkler Prins 2026

Gemeenteraad 2 maart 2026, gemeente VeendamBij agendapunt: Winkler Prins Begroting 202611.132 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Jaarplan en Begroting 2026

1.

INLEIDING

In het Strategisch Beleidsplan 2024 – 2028 (SBP ‘24-’28) geven we de koers weer waar we de komende jaren met onze medewerkers en leerlingen naar toe willen. Het SBP ‘24-’28 is steeds het uitgangspunt bij het op te stellen jaarplan. De titel van dit Strategisch Beleidsplan 2024-2028 is ‘Onderwijs van vandaag … voor morgen’. Tijdens hun schoolloopbaan krijgen onze leerlingen de bagage die ze goed voorbereid de toekomst in laat gaan. Steeds weer zullen medewerkers van Winkler Prins zich de vraag moeten stellen of het huidige onderwijs optimaal aansluit bij datgene wat onze leerlingen nodig hebben. Dat betekent automatisch dat het curriculum en de gewenste vaardigheden waar nodig worden bijgesteld en aangepast. Winkler Prins kan trots zijn op een al jarenlange goede basiskwaliteit. Uit diverse tevredenheidsonderzoeken blijkt dat leerlingen en ouders/verzorgers de school waarderen. Wel staat de school de komende jaren voor een aantal uitdagingen: De komende vijf jaar wordt een daling van het leerlingenaantal van meer dan 10% verwacht. Dat betekent dat er een behoorlijke inspanning geleverd moet worden om het brede aanbod in stand te houden. De onderwijsinspectie heeft in mei 2025 het pedagogisch-didactisch handelen op de afdeling kader/basis als voldoende beoordeeld maar nog wel aandachtspunten meegegeven.

Winkler Prins heeft alle vacatures weten in te vullen, maar het wordt voor sommige vakken echt moeilijk om gemotiveerde en gekwalificeerde medewerkers aan te trekken. Nog steeds zijn alle medewerkers in eigen dienst. Met de huidige personeelstekorten, zeker in het voortgezet onderwijs, blijft het een uitdaging om voldoende nieuwe medewerkers te vinden en te behouden. We zijn op weg naar inclusiever onderwijs. Er zijn al stappen gezet maar dit moet nog verder zijn beslag krijgen. De nieuwe functionaris regisseur onderwijsondersteuning zal hier zeker aan bijdragen. De begroting laat zien dat Winkler Prins de komende jaren negatief is, met name in 2026. Voor 2026 is een resultaat (na bestemmingsreserves) van € -548.000 begroot. Gelet op de financiële positie is dit tekort geen enkel probleem. Het geld is tenslotte bedoeld voor het onderwijs. Wel zullen we in de komende jaren de formatieve ruimte moeten blijven monitoren. De Medezeggenschapsraad heeft 10 december 2025 een positief advies gegeven op deze begroting. De Raad van Toezicht heeft de begroting goedgekeurd op 16 december 2025. Op 19 december 2025 is de begroting vastgesteld door de bestuurder. Namens de schoolleiding, Jan de Wit Bestuurder Winkler Prins Veendam, 19 december 2025

2

Jaarplan en begroting 2026

2.

STRATEGISCHE AGENDA

Strategisch beleid in een oogopslag Onderstaand overzicht brengt de essentie van ons strategisch beleid compact in beeld. Dit strategisch beleid vormt de basis voor het dagelijkse gesprek in de school over doelen en resultaten.

Strategisch beleid Winkler Prins 2024 2028 – Onderwijs van vandaag… …voor morgen Identiteit • Onderwijs van vandaag, voor morgen • Samen verschillend • De Veenkoloniën als basis, de wereld als speelveld

Aantrekkelijk onderwijs

Samen verantwoordelijk

Visie Leerlingen vandaag voorbereiden op hun leven in de wereld van nu en morgen. • Vakbekwame, betrokken en ontwikkelingsgerichte medewerkers die onze leerlingen ondersteunen. • Dialoog, samenwerking en vertrouwen zijn de sleutels tot de succesvolle ontwikkeling van onze leerlingen. Strategische doelen •

Een sterke basis, voor iedereen

• • • •

Kernwaarden Vertrouwen Respect Verantwoordelijkheid Nieuwsgierigheid

Een gezonde organisatie

Identiteit Onderwijs van vandaag, voor morgen De maatschappij verandert voortdurend en daarmee ook de kennis en vaardigheden die leerlingen nodig hebben om hierin goed mee te kunnen komen. Ons onderwijs- en ondersteuningsaanbod ontwikkelen wij daarom in lijn met deze veranderende maatschappij. Daarbij bouwen wij voort vanuit onze herkenbare basiskwaliteit. Samen verschillend Samen verschillend gaat over de opdracht van het openbaar onderwijs: een huis voor iedereen, ongeacht godsdienst, levensovertuiging, afkomst, etniciteit, economische achtergrond, gender of seksuele geaardheid. Iedereen mag er zijn en we respecteren elkaars verschillen. Wij hebben oog en aandacht voor elkaar: leerlingen, medewerkers en ouders. Onze brede school is bij uitstek een plek waar mensen vanuit verschillende achtergronden elkaar kunnen ontmoeten. Hiermee creëren wij een veilig sociaal klimaat voor iedereen, als basisvoorwaarde voor leren en werken. De Veenkoloniën als basis, de wereld als speelveld Wij zijn een regioschool en sterk geworteld in de Oost-Groningse Veenkoloniale samenleving. Deze regionale functie vraagt van ons dat wij een breed, herkenbaar en aansprekend onderwijsaanbod hebben voor een diverse doelgroep. Al bijna 160 jaar is Winkler Prins een herkenbare en gewaardeerde partner voor vele generaties leerlingen, ouders, medewerkers, bedrijven en instellingen.

Als school sluiten wij aan bij de ontwikkelingen en behoeften in de regio. Tegelijkertijd is de wereld groter dan Veendam. Leerlingen van Winkler Prins vliegen uit naar alle hoeken van de wereld. Dat betekent dat wij als school ook de verbinding leggen met de wereld buiten de regio, in Nederland en daarbuiten.

3

Jaarplan en begroting 2026

Visie Onze visie bestaat uit drie pijlers: • Leerlingen vandaag voorbereiden op hun leven in de wereld van nu en morgen. • Vakbekwame, betrokken en ontwikkelingsgerichte medewerkers die onze leerlingen ondersteunen. • Dialoog, samenwerking en vertrouwen zijn de sleutels tot de succesvolle ontwikkeling van onze leerlingen. Kernwaarden Winkler Prins heeft een aantal herkenbare kernwaarden. Deze kernwaarden zijn richtinggevend voor hoe wij werken en zijn herkenbaar voor iedereen die Winkler Prins kent. • • • •

Vertrouwen is uitgaan van de eerlijkheid en oprechtheid van de ander. Mensen die elkaar vertrouwen gaan uit van de positieve bedoelingen van de ander. Dit uitgangspunt is in onze school in ieders houding zichtbaar. Respect begint met respect voor jezelf en is het omzien naar en waarderen van de ander. Binnen onze school merkt iedereen dat anderen de eigen persoonlijkheid, kwaliteiten en behaalde resultaten waarderen. Verantwoordelijkheid dragen betekent instaan voor het eigen handelen. In ons gedrag binnen en buiten de school is zichtbaar dat we onze verantwoordelijkheden ten opzichte van onszelf, de ander en de omgeving nakomen en ons laten aanspreken. Nieuwsgierigheid betekent onderzoekend bezig zijn. Nieuwsgierigheid leidt tot leren. Iedereen is nieuwsgierig naar zichzelf, naar de toekomst, naar kennis en mogelijkheden van zichzelf in relatie tot de ander. Samen zijn we nieuwsgierig naar de wereld binnen en buiten de school, om deze zo goed mogelijk te vertalen naar het onderwijs.

De QR-code hiernaast verwijst naar het volledige Strategisch Beleidsplan 2024-2028:

4

Jaarplan en begroting 2026

3.

UITWERKING STRATEGISCH BELEID 2024-2028

Inleiding Het Jaarplan en begroting 2026 beschrijft, naast het overzicht van inkomsten en uitgaven, de keuzes van de strategische doelen en welke effecten deze keuzes hebben op de ingezette middelen. In dit hoofdstuk worden de strategische doelen in 2026 beschreven met de daarbij behorende prestatie-indicatoren. Relatie SBP, jaarplan 2025-2026 en deelschool-/dienstenplannen 2025-2026 De kern van ons kwaliteitsbeleid vormt de beleidscyclus. In ons Strategisch Beleidsplan hebben we voor een periode van vier jaar onze ambities geformuleerd. In het Schoolplan en in het Jaarplan & begroting vertalen we deze doelen naar jaardoelen. Deze schoolbrede jaardoelen worden in deelschool/dienstenplannen concreet uitgewerkt en geëvalueerd. De schoolbrede werkgroepen werken vanuit een eenduidig opdrachtformulier dat ervoor zorgt dat er planmatig wordt gehandeld. Het Jaarverslag gaat systematisch en inzichtelijk in op de in het betreffende jaar gerealiseerde onderwijskwaliteit en ontwikkeling. Aan de hand van het strategisch beleidsplan wordt per doel en indicator aangegeven hoe de realisatie ervoor staat en welke factoren van invloed zijn geweest op de mate waarin het betreffende doel is gerealiseerd. Strategische doelen en prestatie-indicatoren In het Strategisch Beleidsplan zijn de onderstaande doelen en onderliggende thema’s geformuleerd.

In dit hoofdstuk worden de indicatoren benoemd waaraan de voortgang gemeten kan worden. Aan de uitwerking van de thema’s wordt in 2026 gewerkt. De resultaten van deze uitwerking komen terug in het jaarverslag 2026. Pijler

Doelen

Evaluatie stand van zaken mei 2025

Aantrekkelijk Onderwijs

We geven aantrekkelijk onderwijs vorm door te werken vanuit de ontwerpprincipes van de WP-les We zijn daarover in gesprek

De ontwerpprincipes en het pedagogisch didactisch handelen zijn het leidende onderwerp geweest tijdens de schoolbrede studiedagen in november en maart. Door lesbezoeken en de schoolbrede visitatie zijn de ontwikkelpunten in beeld. De professionalisering wordt passend aangeboden.

We brengen onze eigen ontwikkelingen op die punten in beeld

Het ontwerpprincipe ‘leerlingen laten reflecteren op leren en leerproces’ wordt door medewerkers aangegeven als het meest uitdagend. De schoolleiding heeft dit schooljaar extra ingezet op lesbezoeken. Er zijn aanzienlijk meer lessen bezocht. De schoolleiding is begeleid door een externe adviseur van Leren Verbeteren in het ‘leren observeren’. We hebben een schoolbrede visitatie gedaan op leskwaliteit, vanuit de vraag ‘in hoeverre realiseren we op dit moment de doelstellingen uit het SBP ten aanzien van aantrekkelijk onderwijs en samen verantwoordelijk’. De aanbevelingen van deze visitatie worden overgenomen en krijgen volgend schooljaar verder vorm.

5

Tijdens de (deelschool-)bijeenkomsten komen regelmatig de ontwerpprincipes aan de orde en gebruiken we verwerkingsvormen om de dialoog erover te stimuleren. Daarnaast is het onderwerp van gesprek in de sectiegesprekken tussen directeur en een sectie.

Jaarplan en begroting 2026

Samen verantwoordelijk

We verstevigen de samenwerking tussen leerlingen, ouders en medewerkers

Schoolbreed zetten we in op de MOL (mentor, ouder, leerling) gesprekken, met het doel de samenwerking in de driehoek leerling/ouders/school te versterken. Daarnaast worden er, op vrijwillige basis, jaarlijks een of meerdere panelgesprekken gevoerd met ouders. Bij de werkwijze van Heterogeen zien we dat ouders meer op school zijn, doordat ze ook betrokken worden bij de afsluiting van elk thema waar leerlingen opbrengsten presenteren. Daarnaast is hier sprake van een uitgebreidere variant van de start en MOL-gesprekken. Binnen het vmbo nodigen we ouders actief uit voor activiteiten als de boekenmarkt en high tea. Bij de mavo worden ouders actief uitgenodigd bij PWS-presentaties en de afsluiting van de projectweek. Bij vwo nodigen we ouders actief uit voor de klankbordgroep die jaarlijks bijeenkomt.

Sterke basis, voor iedereen

6

Secties werken vanuit een vakwerkplan aan de doorlopende leerlijnen

De secties werken samen aan het maken van vakwerkplannen. Vakwerkplannen helpen bij het beschrijven van de doorlopende leerlijnen, vooral de overgang van klas 1 naar klas 2. Het cyclisch werken aan deze plannen en de doelen van de vakgroepen is een punt van aandacht voor de school. Vanaf komend schooljaar werken we met sectievoorzitters, met het idee de schoolbrede samenwerking en het kwaliteitsbewust werken daarmee nog meer kunnen stimuleren.

We bieden leerlingen kansen, bijvoorbeeld door het groeimodel, en bieden daarbij ondersteuning, maatwerk en passende routes

We hebben een rapportage gemaakt aan het begin van het schooljaar ten aanzien van de in-/door- en opstroom binnen de school. De aandachtspunten daarvan zijn besproken in de deelscholen. We zien dat er succesvolle initiatieven zijn, bijvoorbeeld in de ondersteuning van mavo 4 leerlingen die daarna de havo gaan doen. De deelscholen kijken bij de resultatenanalyse (zeker aan het eind van een trimester) specifiek naar de leerlingen die zijn opgestroomd en analyseren hoe het met deze leerlingen gaat en welke ondersteuning nodig is. We hebben hier en daar wel zorgen over de leerlingen die aan het eind van jaar 1 via het groeimodel zijn opgestroomd. Daarbij kijken we naar ons eigen proces (met welke resultaten mochten ze opstromen), naar de begeleiding die we bieden en we bevragen een aantal leerlingen om te bepalen wat er nog meer nodig is. Keuzewerktijd lessen zijn onder andere ingericht op een analyse van de Diatoets resultaten, waarbij het uitgangspunt is geweest voor de leerlingen die duidelijk onder niveau zaten een remediërende aanpak te kiezen. We analyseren de opbrengsten van die lessen door middel van de adaptieve methode NUMO en door aan het eind van het jaar nieuwe dia toetsen af te nemen.

Jaarplan en begroting 2026

We werken een doelgericht en samenhangend curriculum uit voor de basisvaardigheden waarbij we een ondersteunend programma bieden

De werkgroep burgerschap werkt, met collega’s, aan het verwerken van curriculum onderdelen in ‘curriculum playground’. Dat zorgt ervoor dat we kunnen zien welke doelen in welk leerjaar bij welk vak worden behandeld. Het monitoringsinstrument ‘zicht op burgerschap’ is gebruikt, samen met een aantal klassengesprekken om beeld te krijgen van de attitude en de vaardigheden van onze leerlingen in het burgerschapsdomein. De inspectie concludeerde bij het bezoek aan basis en kader dat er sprake is van een doelgericht en samenhangend curriculum. Ondersteuning voor de basisvaardigheden taal en rekenen vindt vooral plaats tijdens KWT-uren. In de lessen verzorgen docenten passende ondersteuning in de basisgroep. Daarnaast zijn er rekenkaarten ontwikkeld binnen de deelscholen, om daarmee het vakoverstijgend rekenen te stimuleren.

Een gezonde organisatie

We organiseren professionalisering op het vlak van pedagogisch didactisch handelen, passend bij de uitgangspunten van de WP-les. We maken hierbij gebruik van expertise van eigen docenten

In de communicatie werken we aan een herkenbaar en positief beeld van onze school We zoeken meer en actief verbinding met het bedrijfsleven

7

De schoolbrede studiedagen in november en maart zijn ingericht met als hoofdthema ‘Didactiek’. Hierbij hebben we de dag in november ingericht volgens de ontwerpprincipes. We hebben hierbij gebruik gemaakt van externe aanbieders, aangevuld met eigen docenten die een bepaalde expertise wilden delen met hun collega’s. Daarbij willen we het wederzijds leren (het halen en brengen) stimuleren. Aanvullend is er via de WP-academie een mentoraatstraining georganiseerd, zijn er verschillende workshops georganiseerd (taalrijke lessen, werken vanuit leerdoelen, enz.) Binnen deelscholen worden ook nog aanvullende professionaliseringsactiviteiten gedaan in de vorm van Lesson Study, lesbezoeken door een externe met coaching, workshops. Ten slotte kunnen alle collega’s van brugjaar en vmbo gebruik maken van Ewise, waarbij een poster is gemaakt welke workshops aansluiten bij de WP-ontwerpprincipes. We hebben de bestemmingsreserve professionalisering actief onder de aandacht gebracht bij de collega’s, met het doel professionalisering te stimuleren. In september volgt een tweede ronde. Via de sociale media wordt gewerkt aan een herkenbaar en positief beeld van de school. Met grote regelmaat wordt daar gedeeld welke activiteiten of ontwikkelingen er plaatsvinden binnen de school. We denken dat dit een werkende aanpak is.

Via een aantal onderwijsontwikkelingen wordt de verbinding met het bedrijfsleven meer gezocht. Denk aan Sterk Techniek (vmbo) en aan het vak Technologie en Toepassing (mavo). Winkler Prins doet mee aan de ontwikkeling Techkwadraat (in opstartfase). De verbinding met de Veendammer Ondernemers Compagnie is het laatste jaar weer geïntensiveerd. Op de studiedag is een spreker geweest van de Hanze over het thema ‘ondernemerschapsonderwijs’.

Jaarplan en begroting 2026

Overige strategische doelen: Samenwerking binnen het VO

Met het dr. Aletta Jacobs College is een intentieverklaring getekend om per 1 januari 2027 te komen tot een bestuurlijke fusie. Hierbij is het doel: in stand houden van een breed onderwijsaanbod en verminderde kwetsbaarheid.

Ontwikkeling in de toekomst

De eigen prognoses en de prognoses van DUO en VOION laten een krimp van meer dan 10% zien voor de komen vijf jaar. Dat houdt voor Winkler Prins in dat het leerlingenaantal van 1.880 in 2025 naar ongeveer 1.635 leerlingen zal gaan in 2029. Strategisch HRM is essentieel voor een gezonde bedrijfsvoering.

Samenwerking VSO-PrO

Vanaf 2020 is landelijk ingezet op de samenwerking VSO-PrO. In Veendam werkt onze praktijkschool deels samen met de Margaretha Hardenbergschool.

Onderwijsregio's

De RAP-regio's gaan vervallen en in 2025 zal Nederland voor het VO worden verdeeld in onderwijsregio's. Voor de inrichting van de onderwijsregio Groningen heeft Winkler Prins samen met de omliggende VO-scholen een aanvraag ingediend. Binnen de nieuw te vormen onderwijsregio zal sterk samengewerkt gaan en moeten worden op het gebied van werving, matching, opleiden en professionalisering van personeel en in het bijzonder docenten.

Veiligheid in de regio

De VO-scholen in de provincie Groningen ervaren in toenemende mate ongewenst fysiek gedrag op de scholen. Dit ongewenst gedrag neemt steeds heftigere vormen aan. Winkler Prins wil samen met de politie, jongerenwerk en de gemeente optrekken om dit in banen te leiden. Mede vanwege veiligheid is een jongerenwerker in eigen dienst genomen.

8

Jaarplan en begroting 2026

4.

ONTWIKKELINGEN BUITEN WINKLER PRINS

Inleiding In dit hoofdstuk volgt een beschrijving van een aantal ontwikkelingen buiten Winkler Prins die van invloed zijn op het beleid en de begroting van Winkler Prins in 2026. Beleidsvoornemens kabinet en de begroting OCW 2026 Tijdens Prinsjesdag presenteerde het kabinet de begroting voor 2026. Hieronder de begroting OCW 2026:

Een aantal beleidsvoornemens voor het onderwijs uit de begroting OCW: 1. Een sterke basis en hoge kwaliteit. Leerlingen en studenten dienen de basisvaardigheden taal, lezen, rekenen wiskunde, digitale geletterdheid en burgerschap beter te gaan beheersen. 2. Een actueel en kwalitatief goed curriculum waarbinnen basisvaardigheden naar een hoger niveau worden getild. Het Ministerie van OCW wil dat de basis aan het einde van schooljaar 2027/2028 bij alle leerlingen op orde is. Dit betekent dat elke leerling aan het einde van het funderend onderwijs de basisvaardigheden lezen, rekenen en schrijven op orde heeft om deel te kunnen nemen aan de maatschappij en voor een goede aansluiting op het vervolgonderwijs. 3. Consistente sturing en duidelijkheid in rollen en bekostiging in het funderend onderwijs. Met structurele bekostiging voor structurele taken maakt het Ministerie van OCW mogelijk dat schoolbesturen kunnen werken aan duurzaam onderwijsbeleid. De eerste stap wordt gezet met het 9

Jaarplan en begroting 2026

verstrekken van de structurele middelen vanaf 2027 voor basisvaardigheden middels het nieuwe bekostigingsinstrument «gerichte bekostiging». 4. Goed en voldoende onderwijspersoneel. Het Ministerie van OCW zet via de lerarenstrategie in op voldoende leraren, ondersteunend personeel en schoolleiders die goed zijn opgeleid, hun vakkennis bijhouden, zich professionaliseren en met plezier in een aantrekkelijke omgeving werken. 5. Een vrij en veilig schoolklimaat voor leerlingen én personeel in het funderend onderwijs. Hier wordt op ingezet met verschillende wetsvoorstellen, namelijk Vrij en Veilig Onderwijs, continue VOG-screening en Borging gegevensverwerkingen funderend onderwijs. 6. Opleiden voor de arbeidsmarkt van de toekomst. Winkler Prins investeert daarom in 2026 in toegankelijkere informatie over de studiekeuze, want een goede loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) draagt bij aan een optimale match tussen capaciteiten, affiniteiten en arbeidsmarktperspectief. De CAO VO In november 2025 sloten sociale partners een cao-akkoord voor de periode 16 maanden, van 1 november 2025 tot 1 maart 2027. Pensioen Het pensioenfonds ABP gaat per 1 januari 2027 over op een nieuwe pensioenregeling. Op dit moment is het onduidelijk of dit voor medewerkers risico’s met zich meebrengt. Wet toekomst pensioenen De Eerste Kamer nam op 30 mei 2023 de Wet toekomst pensioenen aan.

De nieuwe regels gelden per 1 juli 2023, maar pensioenfondsen krijgen een paar jaar de tijd om volgens deze regels te gaan werken. Per 1 januari 2027 zal ABP volledig onder de Wet toekomst pensioenen vallen. Toekomstbestendig pensioenstelsel Pensioen is een belangrijke arbeidsvoorwaarde. Met de komst van het nieuwe pensioenstelsel kan er iets gedaan worden aan de knelpunten van het huidige stelsel. De verwachting is dan ook dat het nieuwe stelsel toekomstbestendiger wordt. De wijzigingen moeten ervoor zorgen dat deze belangrijke arbeidsvoorwaarde meer zal worden gewaardeerd en op langere termijn betaalbaar blijft. Bron: VNG

10

Jaarplan en begroting 2026

5.

ONTWIKKELINGEN BINNEN WINKLER PRINS

Inleiding De belangrijkste zaken die in 2026 veel aandacht zullen vragen zijn: • De bestuurlijke fusie met het dr. Aletta Jacobs College; • Het verder versterken van de basisvaardigheden; • De invoering van een tweejarige brugperiode; • De invoering van dakpanklassen in leerjaar 1 en 2; • Het invoeren van kernteams. Deze onderwerpen worden hieronder toegelicht met daarnaast een aantal andere onderwerpen. De bestuurlijke fusie met het dr. Aletta Jacobs College Op 9 oktober 2025 hebben de bestuurders van het dr. Aletta Jacobs College en Winkler Prins een intentieverklaring ondertekend om te komen tot een bestuurlijke fusie per 1 januari 2027. Een aantal werkgroepen zijn eind 2025 gestart om zorg te dragen dat bij het doorgaan van deze fusie de noodzakelijke zaken zijn geregeld. In 2026 zullen deze werkgroepen verder gaan. Het verder versterken van de basisvaardigheden In 2022 is het masterplan basisvaardigheden gepresenteerd. In 2024 heeft Winkler Prins hiervoor een aanzienlijke subsidie toegewezen gekregen. Inmiddels is fors ingezet op taal, rekenen/wiskunde, burgerschap en digitale geletterdheid. In 2026 zal een projectleider basisvaardigheden worden geworven voor het verder implementeren. Tweejarige brugperiode Winkler Prins zal vanaf augustus 2026 gaan werken met een tweejarige brugperiode. De samenstelling van de klas blijft in leerjaar 1 en 2 in principe ongewijzigd.

De mentor gaat mee van klas 1 naar klas 2 en de overgang van klas 1 naar 2 verloopt geruisloos. De determinatie vindt plaats aan het eind van leerjaar 2 en de klassen krijgen les van kernteams. Dakpanklassen in leerjaar 1 en 2 Vanaf augustus 2026 wordt gewerkt met dakpanklassen in leerjaar 1 en 2. De leerroute PrO blijft homogeen maar de andere leerroutes worden dakpannen. Onder een dakpan wordt verstaan twee naastliggende leerroutes in één klas. Kernteams Met ingang van augustus 2026 gaan we werken met kernteams. Een kernteam bestaat uit 20-25 docenten en ondersteuners dat verantwoordelijk is voor een aanzienlijk deel van de lessen aan een klas. Versterken kwaliteitscultuur Onderdeel van onze strategische agenda is het versterken van de kwaliteitscultuur binnen de school als onderdeel van de duurzame ontwikkeling. Een sterke kwaliteitscultuur is een cultuur die stimuleert dat alle betrokkenen, zowel intern als extern, zich continu richten op het definiëren en behalen van de gewenste kwaliteit en door middel van een constructief-kritische houding streven naar de daarvoor zo nodig vereiste kwaliteitsverbeteringen (Onderwijsraad, 2015). Om de gewenste versterking van de kwaliteitscultuur te bereiken zal het kwaliteitsteam zich het komende jaar richten op: 1)

2) 3)

Het verbeteren van basisrapportages zoals de review en analyses van opbrengsten. Dit jaar zal specifieke aandacht zijn voor verandering van niveau bij overgang naar een volgend leerjaar, met het doel de interne leerlingstromen te optimaliseren. Zicht op de effectiviteit van ingezette interventies door evidence informed werken. Denk daarbij aan ingezette ondersteuning en of (vernieuwende) aanpakken. In het kader van basisvaardigheden; het verbeteren van een nul- en volgmeting van de basisvaardigheden bij onze leerlingpopulatie, in samenwerking met de schoolbrede werkgroepen en de projectondersteuning.

11

Jaarplan en begroting 2026

Het pedagogisch-didactisch handelen binnen de afdeling kader/basis Op 20 mei 2025 heeft de onderwijsinspectie de afdeling kader/basis bezocht. De inspectie heeft het pedagogisch didactisch handelen binnen deze afdeling als voldoende beoordeeld. Wel zijn enkele verbeterpunten benoemd. Op deze verbeterpunten moet in de eerste helft van 2026 een schriftelijke verantwoording worden afgelegd. Het resultaat in 2026 De begroting 2026 sluit met een negatief exploitatieresultaat van - € 504.000 en met verrekening van een aantal bestemmingsreserves - € 548.000. Dat is -2,2% van de baten. De financiële positie van de school is ernaar om een dusdanig tekort te accepteren, zeker in het licht van onze vermogenspositie. Het verwachte resultaat over 2025 laat zien dat het niet lukt het eigen vermogen van de school te laten dalen, hoewel we al een aantal jaren een negatief resultaat begroten. Dit is voornamelijk het gevolg van extra geld vanuit de rijksoverheid voor allerhande tussentijdse thema’s en hogere bekostigingen dan verwacht. Het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs (SWV), goed voor ongeveer 10% van onze financiering, heeft ook te maken met tussentijdse budgetverhogingen. En omdat het SWV niet te veel reserves mag aanhouden, komt er ook al enige jaren op rij vlak voor het einde van het kalenderjaar een extra uitkering vanuit het SWV naar de scholen toe.

Verder zorgt onderuitputting van de budgetten en de krapte op de arbeidsmarkt (andere verdeling OP en OOP) dat het niet altijd lukt het geld op te maken. Er zijn in deze begroting geen kostenbesparingen doorgevoerd t.o.v. de deelbudgetten 2025. Conform eerdere gemaakte afspraken is in deze begroting de inzet van NPO gelden (behoudens de inzet van de "brugfunctionaris”) vanaf augustus 2025 gestopt. Een verdere toelichting op deze begroting is te lezen in hoofdstuk 6. Werkdrukmiddelen: collectief en individueel De collectieve werkdrukmiddelen moeten inzichtelijk gemaakt worden aan de organisatorische eenheden waaraan deze beschikbaar gesteld worden. Binnen deze eenheden maken medewerkers samen de keuze hoe deze middelen ingezet gaan worden. De PMR vergewist zich van een goede procesgang. Dit is niet anders dan de afgelopen jaren gebruikelijk was. Binnen Winkler Prins kozen teams veelal voor extra externe ondersteuning bij toetsweken dan wel voor uitbreiding van het mentoraat. De individuele werkdrukmiddelen zijn ook niet nieuw. Vanaf schooljaar 2024-2025 is het verlofrecht voor maximaal 40 (van het totaal aantal van 90) klokuren ingevoerd. Tot het schooljaar 2022-2023 was sparen en kapitaliseren een mogelijkheid voor medewerkers, maar dat spaarrecht is vervallen. De gedachte hierachter is dat werkdrukverlaging ‘bestreden’ moet worden gedurende het lopende jaar.

Wanneer medewerkers het urenbudget jarenlang kunnen sparen is de vraag of er dan wel sprake is van werkdruk. Daarnaast zorgt het stuwmeer aan gespaarde uren voor grote verstoringen van het lesprogramma wanneer medewerkers het budget eenmaal in de vier jaar opnemen voor langdurig verlof. Naast de mogelijkheden vanuit de CAO is de mogelijkheid gegeven om de individuele werkdrukmiddelen uit te keren. We zien een dalende trend voor wat betreft het inzetten van de werkdrukverlagende middelen om de lestaak of de weektaak te verminderen. Steeds vaker wordt ingezet om verlof, waarbij een eventueel restant aan het einde van schooljaar wordt uitgekeerd. Functiemix OP In het Convenant Leerkracht (2008) zijn afspraken gemaakt over de functiemix OP. Het gaat hierbij over de verdeling van het aantal LB-, LC- en LD-functies. De sociale partners gaan ervan uit dat de uitwerking van de functiemix is geborgd in het overleg tussen schoolbestuur en PMR. In het najaar van 2014 bleek dat Winkler Prins vanuit de rijksoverheid slechts 75% van de streefpercentages van de functiemix voor onze school gefinancierd krijgt. Met de PMR is toen een maatwerkafspraak gemaakt waarbij is afgesproken dat we jaarlijks tenminste 75% zouden realiseren, maar dat jaarlijks bepaald zal worden of een hoger percentage van maximaal 90% mogelijk en verantwoord is, gelet op de financiële positie van de school.

In schooljaar 2024-2025 was 1,5 fte beschikbaar voor LC-functies en 0,6 fte voor LD-functies. De LD-functie ruimte is omgezet naar 1,2 fte LC, waardoor het totaal op 2,7 fte LC uitkwam. Uiteindelijk is 3,0 fte LC- functie ingevuld via een interne procedure ingevuld. Voor 2025-2026 zal in overleg met de PMR gekeken worden op welke wijze er invulling gegeven gaat worden aan de ruimte binnen de functiemix. Formatieplanning Er wordt jaarlijks een analyse van het personeelsbestand uitgevoerd. De gegevens die hieruit naar voren komen, vormen de basis voor de samenstelling van de teams. Samen met de begroting wordt hiermee de formatieve ruimte bepaald, schoolbreed, in deelscholen en bij de ondersteunende diensten. Voor het schooljaar 2025 - 2026 is er vanuit het NPO geen budget meer beschikbaar voor extra personele inzet ten 12

Jaarplan en begroting 2026

behoeve van klassenverkleining en ondersteuning voor NPO-activiteiten in de deelscholen. Zoals blijkt uit het overzicht van de formatieplanning is het aantal fte’s relatief gestegen in relatie tot een dalend leerlingaantal. Op basis van de verwachte leerling daling voor het schooljaar 2026-2027, zou het aantal fte’s moeten dalen met 3,8 fte. Om de meerjarenbegroting op een financieel gezond basis te behouden is hier al gekozen om begrotingstechnisch het aantal fte’s met ingang van augustus 2026 te laten dalen met 5. De cao vo kent een jaarlijks geldbedrag toe aan alle medewerkers t.b.v. hun professionalisering. Hiervan worden individuele scholingswensen gefinancierd als ook centrale scholingsactiviteiten. Het reguliere scholingsbudget voor 2026 bedraagt € 178.000. Uitgangspunt is dat iedere medewerker zijn/haar individuele scholingsbudget kan opnemen. Hierbij wordt geen correctie gedaan naar werktijdfactor (i.t.t. hetgeen in de cao staat). Daarnaast is net als voorgaand jaar bijna € 50.000 extra scholingsbudget opgenomen vanuit de subsidie Basisvaardigheden. De WP-academie vervult een spilfunctie tussen scholingsvragen van en -aanbod voor medewerkers.

In de begroting is daar bovenop nog ook een extra bedrag ad € 50.000 opgenomen, welke weer ten laste van de Bestemmingsreserve professionalisering leraren gaat komen Ontwikkeling leerlingenaantallen Nagenoeg alle Nederlandse vo-scholen hebben te maken met krimp. De verwachting is dat het leerlingaantal voor onze school tot ongeveer 2035 daalt. Voor de komende periode tot en met 2029 is een daling van het leerlingaantal voorzien van ongeveer 13% ten opzichte van 2025.

Leerlingprognose Winkler Prins per 1 oktober

2025

2026

2027

2028

2029

Regulier PRO Totaal

1.772 108 1.880

1.714 109 1.823

1.642 108 1.750

1.587 108 1.695

1.531 106 1.637

Mutatie in aantal t.o.v. t-1 Cumulatieve mutatie in aantal t.o.v. 2025 Mutatie in % t.o.v. 2025 Cumulatieve Mutatie in % t.o.v. 2025

0 0 0% 0%

-57 -57 -3% -3%

-73 -130 -4% -7%

-55 -185 -3% -10%

-57 -243 -3% -13%

N.B. leerlingaantallen op 1-10-2024 zijn de basis voor de bekostiging in 2025; 1-10-2025 dus voor 2026 enz.

13

Jaarplan en begroting 2026

Historisch overzicht aantallen leerlingen, medewerkers en leerling-leraarratio Dit overzicht laat zien hoe het aantal leerlingen en medewerkers (verdeeld in verschillende categorieën) zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. Ook zie je hier de verhouding tussen het aantal leerlingen en het aantal leraren: de zogenaamde leerling-leraar ratio. Let op: deze ratio geeft aan hoeveel leerlingen er gemiddeld per leraar zijn, maar zegt niet direct iets over de grootte van de klassen. Dat komt omdat er op school ook medewerkers zijn die niet voor de klas staan, zoals bijvoorbeeld onderwijsassistenten. Zij ondersteunen het onderwijs op andere manieren. De leerling-leraar ratio van Winkler Prins wordt vergeleken met het landelijke gemiddelde, zoals dat wordt gepubliceerd door het ministerie van OCW/DUO. Uit deze vergelijking blijkt dat de ratio bij Winkler Prins is gedaald ten opzichte van het vorige begrotingsjaar. Het landelijke gemiddelde (de benchmark) is in die periode gelijk gebleven, namelijk 14,6 leerlingen per leraar. Datum

Leerling Leerling aantal incl aantal excl vavo vavo

Fte totaal

Fte directie

Fte OOP

Fte OP

Benchmark Leerlingen/ Leerlingen/ leerlingen/ fte totaal fte OP fte OP

Okt. 2010

2.022

2.011

219,9

12,0

49,2

158,7

9,1

12,7

14,4

Okt. 2011

1.980

1.972

202,9

12,0

45,8

145,1

9,7

13,6

14,9

Okt. 2012

2.023

2.017

202,4

8,0

42,7

151,7

10,0

13,3

15,3

Okt. 2013

2.068

2.061

197,0

9,0

42,3

145,7

10,5

14,1

15,4

Okt. 2014

2.079

2.074

201,0

9,0

44,0

148,0

10,3

14,0

15,4

Okt. 2015

2.138

2.131

201,6

8,0

42,1

151,5

10,6

14,1

15,4

Okt. 2016

2.061

2.057

197,6

8,0

42,9

146,8

10,4

14,0

15,4

Okt. 2017

1.975

1.970

195,0

9,2

41,4

144,4

10,1

13,6

15,4

Okt. 2018

2.018

2.011

197,3

10,0

43,3

144,0

10,2

14,0

15,3

Okt. 2019

2.053

2.050

194,4

10,0

42,1

142,3

10,5

14,4

15,2

Okt. 2020

1.969

1.968

187,0

10,0

40,1

136,9

10,5

14,4

15,1

Okt. 2021

1.962

1.960

196,8

9,5

43,4

144,0

10,0

13,6

14,6

Okt. 2022

1.951

1.951

199,5

10,1

43,1

146,5

9,8

13,3

14,6

Okt. 2023

1.961

1.956

205,8

9,9

49,5

146,4

9,5

13,4

14,6

Okt. 2024

1.935

1.929

204,3

9,9

54,9

139,5

9,4

13,8

14,6

Okt. 2025

1.887

1.880

203,8

8,9

55,2

139,6

9,2

13,5

nnb

Schoolkosten en vrijwillige ouderbijdrage Het voortgezet onderwijs in Nederlands is bijna geheel kosteloos voor leerlingen en hun ouders. Wij doen ons best zo weinig mogelijk kosten bij ouders in rekening te brengen door veel kosten voor rekening van de school te laten vallen. De volgende soorten schoolkosten worden onderscheiden: 1. Kosten voor school: het gaat om lesmateriaal dat een leerling gedurende het schooljaar nodig heeft, waaronder leerboeken, werkboeken, digitaal lesmateriaal, examentrainingen en examenbundels. 2. Kosten voor ouders: het gaat hierbij om kosten voor voorgeschreven persoonsgebonden materiaal dat langer dan een jaar meegaat, waaronder rekenmachine, schrift, multomap, pennen en dergelijke, gereedschap, sportkleding, praktijkkleding. De kosten verschillen per deelschool/leerjaar. 3. Elektronische informatiedragers: scholen kunnen ouders vragen een device (laptop of iPad) aan te schaffen. Als ouders dit niet (kunnen) doen, moet de school voor een volwaardig alternatief zorgen. 4. Vrijwillige ouderbijdrage: scholen kunnen ouders een vrijwillige ouderbijdrage vragen voor extra activiteiten. Als ouders deze bijdrage niet (kunnen) voldoen, dan mag de school een leerling niet uitsluiten van deelname. De kosten voor activiteiten binnen het verplichte programma moeten door de school worden betaald.

De school kan besluiten een activiteit niet door te laten gaan als er onvoldoende financiering voor is. Het gaat hierbij om schoolreizen, kampeerweken en internationale uitwisselingsactiviteiten.

14

Jaarplan en begroting 2026

Onze school kent een rijke cultuur van schoolreizen, internationale uitwisselingsactiviteiten en kampeerweken. Elke leerling kan aan deze activiteiten deelnemen, ongeacht of zijn/haar ouders de kosten hiervan willen of kunnen betalen. De kosten hiervoor zijn afhankelijk van de reis en verschillen per deelschool. Ouders ontvangen per activiteit een betalingsverzoek. De school kan besluiten een activiteit niet door te laten gaan als er onvoldoende financiering voor is. Binnen onze school is een aantal financiële coaches actief die ouders kunnen ondersteunen bij kosten voor: ouders (punt 2), het onderzoeken van betalingsregelingen en financieringsmogelijkheden bij de aanschaf van elektronische informatiedragers (punt 3) en de schoolreizen, kampeerwerken en internationale uitwisselingsactiviteiten (punt 4). Huisvestingslasten Na eerst een aanbesteding is in 2025 begonnen met het opstellen van nieuwe meerjarenonderhoudsplannen (mjop). Dat is in 2026 afgerond. Deze plannen zijn noodzakelijk om het onderhoud aan onze panden gestructureerd uit te kunnen voeren. Een mjop geeft daarnaast ook houvast met betrekking tot de financiële verplichtingen die op de school af komen. Duurzaamheid Duurzaamheid heeft al jaren een prominente rol gespeeld bij Winkler Prins. Ieder jaar werd er een mooi bedrag ter beschikking gesteld.

Hierdoor hebben wij jaarlijks kunnen investeren in zonnepanelen, elektrische auto's, bedrijfsfietsen, laadpalen etc. Het belang van duurzaamheid zal alleen nog maar toenemen. Naast eigen initiatieven is het nu ook de overheid die via de regeling “energiebesparingsplicht” grootverbruikers verplicht steeds verder te gaan in het besparen van energie. Verbruiken worden gecontroleerd door de omgevingsdiensten en grootverbruikers moeten jaarlijks aangeven wat voor energiebesparende maatregelen men heeft getroffen om een energiebesparing te bewerkstelligen. Uiteindelijk moet dit resulteren in een verlaging van het energieverbruik van 9% in 2030 (bron: rijksoverheid/nieuws/energiebesparingsplicht). Investeringen Mede gezien de investeringen van de laatste jaren in de nieuwe schoolgebouwen en de inrichting daarvan is het investeringsniveau teruggebracht naar een lager niveau om de daarmee samenhangende afschrijvingslast niet te veel te laten oplopen. Op ICT-gebied zijn in 2025 verdere stappen genomen om de ICT-beveiliging op een hoger niveau te tillen. Adviezen vanuit een ICT-beveiligingsrapport zijn opgevolgd en uitgevoerd. Een belangrijke investering in 2025 was de uitrol van nieuwe laptops voor medewerkers, zodat zij hun werk optimaal kunnen blijven uitvoeren. Liquiditeit De liquiditeit in 2026 daalt ten opzichte van 2025.

Deze daling in 2026 is mede als gevolg van het inzetten van middelen van onder andere de door de overheid vooruitbetaalde subsidie Basisvaardigheden.

Verwachte ontwikkeling liquiditeit in 2026 Verwachte eindstand 31-12-2025 Resultaat 2025 exclusief afschrijvingen/egalisatie/rente €

232.000

Normalisatie G1 subsidie (wel baten; geen gelden)

€

-405.000

Investeringen 2025

€

-443.000

Rente

€

147.000

Aflossing lening Noorderpoort

€

-30.000

Verwachte eindstand 31-12-2026

15

€

8.006.000

€

7.507.000

Jaarplan en begroting 2026

Ontwikkeling Liquiditeit 2010-2030 10.000.000 9.000.000 8.000.000 7.000.000 6.000.000 5.000.000 4.000.000 3.000.000 2.000.000 1.000.000 201020112012201320142015201620172018201920202021202220232024202520262027202820292030

16

Jaarplan en begroting 2026

6. BEGROTING 2026: TOTAALOVERZICHT EN TOELICHTING

Begroting 2026: totaaloverzicht Hieronder volgt het totaaloverzicht van de begroting 2026, afgezet ten opzichte van een aantal jaren daarvoor, inclusief een toelichting op de baten en de lasten. De integrale begroting 2026 is in een apart document beschikbaar. Begroting 2026

Begrotingsonderdelen

Begroting 2025

Begroting 2024

Exploitatie 2024

Baten Rijksbijdragen € 24.588.000 Overige rijksbijdragen-/subsidies € 198.000 Overige baten € 602.000

€ 24.460.000 € € 529.000 € 25.388.000

Totaal baten

€ 22.787.000 € € 529.000 € 24.989.000

€ 24.083.851 € € 637.475 € 23.316.000

€ 24.721.326

Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten

€ 21.160.000 € 939.000 € 1.219.000 € 2.721.000

€ 20.919.000 € 953.000 € 1.194.000 € 2.666.000

€ 20.063.000 € 854.000 € 1.163.000 € 2.381.000

€ 20.200.693 € 1.098.977 € 1.143.511 € 2.665.942

Totaal lasten

€ 26.039.000

€ 25.732.000

€ 24.461.000

€ 25.109.123

Saldo baten en lasten

€

€

€ -1.145.000

€

-387.797

-651.000

-743.000

Financiële baten en lasten Financiële baten € Financiële lasten €

€ €

147.000 -

€ €

241.000 -

€ €

200.000 -

288.838 -

Saldo financiële baten en lasten

€

147.000

€

241.000

€

200.000

€

288.838

Nettoresultaat

€

-504.000

€

-502.000

€

-945.000

€

-98.959

€

-7.000

€ €

96.000 411.000

-207.000 50.000 120.000

€

-185.000

167.000 762.000 19.000 -161.000

€ € € €

-117.654 762.302 26.417 -169.129

Bestemmingsreserve doorontwikkeling onderwijs

€ € €

€ € € €

€

54.000

€

6.244

Nettoresultaat na bestemmingsreserves

€

-548.000

€

-126.000

€

409.221

Bestemmingsreserve aanvullende bekostiging Bestemmingsreserve maatwerktrajecten Bestemmingsreserve NPO Bestemmingsreserve Capaciteitstesten Bestemmingsreserve Collectieve Werkdrukmiddelen Bestemmingsreserve Professionalisering leraren

Rentabiliteit na bestemmingsreserve

-2,2%

-0,5%

€

-158.000 -0,7%

1,7%

Toelichting baten Rijksbijdragen De Rijksbijdragen (van € 24.588.000) zijn het totaal van onder andere de vereenvoudigde basisbekostiging, Subsidie Sterk Techniek Onderwijs, Subsidie Basisvaardigheden, Subsidie Ontwikkelkracht, lerarenbeurzen, bijdragen Samenwerkingsverband GO 20.02, de Prestatiebox, werkdrukmiddelen en subsidie leerplusarrangement. De inkomstenberekeningen 2026 zijn gemaakt op basis van de leerlingenaantallen per 1 oktober 2025. Bij het berekenen van de lumpsum is rekening gehouden met de laatste informatie vanuit de rijksoverheid (Staatscourant), informatie vanuit de VO-raad, VOSABB en het samenwerkingsverband GO 20.02. We hebben geen mogelijke loon- en prijsbijstelling verhoging meegenomen in de berekening van de bekostiging 2026. Overige overheidsbijdragen en -subsidies De Overige overheidsbijdragen en -subsidies betreft een te verwachten bedrag ter dekking van de loonkosten van onder andere de Regisseur Onderwijs Ondersteuning. Overige baten In totaal wordt € 602.000 aan Overige baten begroot. Het betreft hier onder andere: • de bijdragen aan werkweken en excursies; • uit de balans vrijvallende bedragen van in het verleden ontvangen doelsubsidies. Hiermee wordt een deel van de afschrijvingslasten gedekt.

17

Jaarplan en begroting 2026

Toelichting lasten Personele lasten De lonen en salarissen zijn gebaseerd op de formatieplanning voor het schooljaar 2025 - 2026. Deze kosten zijn gebaseerd op de uitgegeven formatie in de salarismaand september 2025. De berekeningssystematiek maakt gebruik van de actuele gegevens van de database met personeelsgegevens, gebaseerd op de meest actuele salaristabellen en secundaire arbeidsvoorwaarden. In de begroting 2026 is geen directe rekening gehouden met mogelijke verhogingen en overige afspraken die eventueel voortvloeien uit het nog te af te sluiten Cao-akkoord per 1 november 2025. Conform de verwerking in de Eindejaarsverwachting is alleen dat deel wat als overschot in de basisbekostiging is, meegenomen als loonkosten. In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke premiewijzigingen in 2026 in de sociale lasten en/of in de pensioenen. Bij de baten voor 2026 is daar ook geen rekening mee gehouden. In de begroting 2026 is rekening gehouden met een daling met een vijftal fte’s per augustus 2026 als gevolg van een mutatie van het aantal leerlingen. Naast de lonen en salarissen zijn er nog aanvullende personele lasten. Hierbij gaat het onder andere om uitgaven voor vervanging, het uitbesteden van bepaalde werkzaamheden, scholing en overige personele kosten.

Afschrijvingen De Afschrijvingen zijn het totaal van de lasten van de huidige activa plus de afschrijvingslasten van de verwachte investeringen voor 2025. In het aanschafjaar wordt een halve afschrijvingstermijn gehanteerd. De afschrijvingslasten hebben als kenmerk dat de lasten van reeds geïnvesteerde activa in de toekomst niet meer te beïnvloeden zijn. De afschrijvingslast voor 2026 is als volgt onderverdeeld:

Verdeling afschrijvingslast Afschrijvingslast investeringen t/m 2025 Afschrijvingslast investeringen 2026

€ €

897.000 42.000

Totale afschrijvingslast

€

939.000

Huisvestingslasten De Huisvestingslasten bedragen € 1.219.000. De voornaamste kosten die hier zijn begroot zijn Huren, Onderhoud, Schoonmaakkosten, Aanschaf klein inventaris, Gas, water, elektra en Heffingen. Overige instellingslasten De Overige instellingslasten bedragen € 2.721.000 en bestaan onder andere uit de uitgaven van Vakgroepen, Leermiddelen, Administratie beheer en bestuur, Uitgaven werkweken en excursies en Overige instellingslasten. In het najaar van 2025 is de aanbesteding van de Leermiddelen uitgezet. De huidige markt zet ons tot een overgang naar een Gefaciliteerd Leermiddelen Fonds in plaats van de huidige Extern Leermiddelen Fonds. In deze begroting is uitgegaan van de boekhoudkundige verantwoording zoals in 2025. Toelichting Financiële baten en lasten Het Saldo financiële baten en lasten is begroot op € 147.000. Om te vermijden dat we rente moesten betalen over onze financiële middelen zijn we in 2020 overgestapt op Schatkistbankieren. Dat houdt in dat we onze financiële middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën (de schatkist). Vanaf eind 2022 wordt weer rente betaald en deze is de laatste tijd weer dalende. Voor het jaar 2025 zijn we uitgegaan van een gemiddeld percentage ad € 1,9%. Kosten bestuurlijke fusie Het proces van een bestuurlijke fusie zal extra kosten met zich meebrengen. Dit zijn eenmalige kosten.

In de begroting van 2026 is voor € 140.000 extra kosten opgenomen. Naar verwachting zullen extra kosten 18

Jaarplan en begroting 2026

worden gemaakt voor advieskosten, PR-kosten, reis- en verblijfkosten (vergaderkosten) etc. Toelichting saldo exploitatie Het nettoresultaat bedraagt - € 504.000. In voorgaande jaren hebben we bekostiging en subsidies ontvangen waaruit we bestemmingsreserves (Maatwerktrajecten, Doorontwikkeling Onderwijs) hebben gevormd. In 2026 worden hiervoor nog kosten gemaakt, die dan nu uit deze bestemmingsreserves (maatwerktrajecten ad € 7.000) worden onttrokken. Daarnaast zal een bedrag worden onttrokken uit de bestemmingsreserve Doorontwikkeling Onderwijs ad € 120.000. In deze begroting wordt uitgegaan van meer bekostiging dan uitgaven aan collectieve werkdrukmiddelen, zodat € 207.000 wordt toegevoegd aan deze bestemmingsreserve. Het nettoresultaat na bestemmingsreserve wordt dan - € 548.000. De rentabiliteit komt daarmee uit op –2,2%.

19

Jaarplan en begroting 2026

7. RISICOMANAGEMENT EN MEERJARENBEGROTING Strategische risicoanalyse Voor de jaarrekening 2025 is een nieuwe strategische risicoanalyse uitgevoerd waarbij aan een divers aantal medewerkers binnen de school is gevraagd om de belangrijkste risico’s, zoals deze kunnen gelden voor een school voor voortgezet onderwijs, onafhankelijk van elkaar te beoordelen. Deze analyse is de derde in deze vorm. In 2020 en 2023 heeft deze analyse ook plaatsgevonden. De strategische risicoanalyse (risicomanagement) is bedoeld om te laten zien dat we onze organisatie in control hebben en dat wij goed zicht hebben op toekomstige ontwikkelingen en mogelijke risico’s die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Risicomanagement is geen doel op zich maar een middel dat ons helpt in het verwezenlijken van de doelstellingen uit ons meerjarenbeleid. Risicomanagement is daarom ook niet een louter financiële exercitie, maar een schoolbreed aandachtspunt dat betrokkenheid vereist vanuit meerdere geledingen binnen de school. Daarnaast biedt risicomanagement de mogelijkheid een onderbouwing van het weerstandsvermogen te geven. Het weerstandsvermogen dient te worden aangehouden om potentiële risico’s te kunnen afdekken en om toekomstige activiteiten te financieren.

Voor de bepaling van de beschikbare weerstandscapaciteit is de liquiditeitspositie als uitgangspunt genomen, gecorrigeerd voor de nog te betalen verplichting en uitgaven in de komende jaren. Risicomanagement helpt de organisatie om succesvol haar doelen te realiseren door de belangrijkste risico’s te beheersen die doelstellingen of processen kunnen bedreigen. Deze risicoanalyse heeft geleid tot een rangschikking van de belangrijkste risico’s voor onze school en een herberekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeveel risico’s de school kan hebben in relatie tot haar vermogenspositie. In onderstaand schema zijn de belangrijkste risico’s weergeven en geclusterd naar gebied. 1. Passend onderwijs VO-scholen hebben de zorgplicht voor alle aangemelde leerlingen. Binnen het samenwerkingsverband zijn scholen verplicht te zorgen voor een dekkend netwerk van passend onderwijs. De hulpvragen waarmee leerlingen de school binnen komen, nemen toe in intensiteit en complexiteit. Er is een landelijk verbeterplan met 25 verbeterpunten voor meer inclusief onderwijs opgesteld door de minister. In de provincie Groningen is door het VSO een volverklaring afgegeven waardoor er geen uitstroom vanuit het VO naar her VSO kan plaatsvinden.

Daarnaast wordt de financiering door de rijksoverheid van het voormalig lwoo en pro de komende jaren herzien met verwachte negatieve herverdeeleffecten voor ons samenwerkingsverband en daarmee ook voor onze school. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Meer leerlingen met specifieke ondersteuningsbehoeften verhogen de werkdruk voor medewerkers • Onzekere financiering budget ondersteuning SWV en school • Medewerkers zijn onvoldoende geëquipeerd om passende leertrajecten waar te maken waardoor leerlingen niet goed geholpen kunnen worden • Ambitie en verwachtingen van ouders en leerlingen zijn niet in lijn met mogelijkheden van de school

20

Beheersingsmaatregelen • Continueren en opzetten diverse arrangementen en maatwerktrajecten • Continueren landelijke lobby t.b.v. de verevening LWOO/PRO middelen • Investeren in professionalisering medewerkers

Jaarplan en begroting 2026

2. Krimp Winkler Prins bevindt zich in een regio die te maken heeft met krimp van de bevolking. Deze krimp is de komende jaren van grote invloed op het leerlingaantal van Winkler Prins. De verwachte afname van het leerlingaantal tussen 2025-2030 ligt rond de 13%. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Minder leerlingen betekent minder bekostiging • Minder leerlingen betekent dat de huidige stafondersteuning niet houdbaar is • Verschraling onderwijsaanbod: een lager leerlingaantal kan betekenen dat het huidige pallet van het onderwijsaanbod niet houdbaar is

Beheersingsmaatregelen • Bestuurlijke samenwerking binnen de provincie onderzoeken • Bestuurlijke samenwerking schoolbesturen Platform V(S)O-MBO Groningen continueren • Strategische personeelsplanning continueren • Optie shared services voor OOP openhouden om kosten te delen

3. ICT Het grootste risico van ICT is dat derden zich toegang verschaffen tot de systemen van de organisatie. Dit kunnen criminelen zijn die bijvoorbeeld ransomware installeren, dan wel leerlingen die data in systemen manipuleren. Het platleggen van de ICT-structuur heeft grote consequenties voor de continuïteit en kan veel geld kosten. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Afhankelijkheid van digitale systemen en internet kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs en het secundaire proces stil komen te liggen door criminele manipulaties • Een ransomware aanval kan betekenen dat de school losgeld moet betalen om weer toegang te krijgen tot de systemen en de data

Beheersingsmaatregelen • Continue monitoring op beveiliging netwerk • Inzet ethical hacking • Investeren in kennis van medewerkers ICT • Verbinding zoeken met andere professionele netwerken ICT • Bewustwording bij medewerkers vergroten

4. Huisvesting De huisvestingtransitie is eind 2022 zijn afgerond. Het grootste deel hiervan is betaald door de gemeente Veendam. Winkler Prins heeft zelf ook bijgedragen in de kosten van nieuwbouw/verbouw en door investeringen t.b.v. duurzaamheid, gebouw gebonden inrichting en inventaris. Winkler Prins heeft zelf een sportvoorziening op het Leer- en Sportpark gefinancierd en gerealiseerd. De ervaring leert dat vernieuwde onderwijskundige inzichten kunnen leiden tot nieuwe interne huisvestingsbehoeften. Daarnaast blijven als gevolg van een pandemie extra kosten mogelijk om te voldoen aan de voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld ventilatie. De energieprijzen fluctueren de laatste jaren enorm hetgeen grote gevolgen heeft voor de exploitatie van de school. Ook kunnen bodemdalingen zorgen voor extra kosten aan gebouwen. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Extra kosten in verband met pandemie waaronder kosten vervanging medewerkers, verbetering ventilatie, extra energiekosten i.v.m. ventileren in de winter, beschermingsmiddelen • Onvoorziene noodzakelijke aanpassing aan gebouwen a.g.v. onderwijskundige inzichten • Door bodemdaling kan beschadiging aan gebouwen optreden • Bekostiging (voor onderhoud en exploitatie van de gebouwen) vanuit de overheid structureel onvoldoende, hetgeen leidt tot overschrijding van de begroting

21

Beheersingsmaatregelen • Wensen t.a.v. nieuwe investeringen begrenzen • Investeringen Winkler Prins t.b.v. huisvesting moeten vooral bijdragen aan een lagere exploitatielast • Afstemming met de gemeente Veendam over ieders rol en verantwoordelijkheid bij het oplossen van het ventilatievraagstuk • Invloed uitoefenen t.a.v. de landelijke lobby voor extra bekostiging voor exploitatie

Jaarplan en begroting 2026

5. Personeel en organisatie Het grootste risico met betrekking tot personeel is een lagere inzetbaarheid dan gepland door ziekteverzuim en burn-out. Daarnaast speelt het probleem van een krapper wordende arbeidsmarkt. Dit wordt versterkt door de extra werkdrukmiddelen waardoor medewerkers minder inzetbaar zijn. Ondanks een hoog percentage functiemix OP gaan medewerkers op zoek naar een hogere functieschaal bij een andere werkgever. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Prestaties van medewerkers lijden onder hoge werkdruk • Een hoog ziekteverzuim • Door toegenomen werkdruk is er onvoldoende tijd voor scholing van medewerkers en ontwikkeling van het onderwijs • Hogere kosten aan bijdragen school aan kosten WIA of WW • Door een verslechterende arbeidsmarkt kan de school onvoldoende bevoegde en/of bekwame medewerkers aantrekken • Wisselingen in het personeelsbestand hebben een negatief effect op de kwaliteit van de school • Wetgeving staat in de weg bij het vasthouden van bevoegde en bekwame medewerkers waardoor deze moeten vertrekken

Beheersingsmaatregelen • Strategische personeelsplanning continueren • Inzetten op tijd voor ontwikkeling en werkdrukvermindering voor medewerkers • Medewerker tevredenheid blijven monitoren en a.d.h.v. rapport oplossingen afspreken • Inzetten op ondersteuning van het primaire proces • Actieve ondersteuning van medewerkers voordat de werkdruk te hoog wordt • Inzetten op vitaliteit medewerkers • Deelname aan de Opleidingsschool Ommelanden • Deelname aan Regionale aanpak lerarentekort • Bij- en omscholing zittende medewerkers • Samenwerking met regionale schoolbesturen bij het opnemen van elkaars medewerkers die vanwege wetgeving geen vaste aanstelling kunnen krijgen • Aantrekkelijkheid als werkgever blijven nastreven • Profilering Winkler Prins als goede werkgever • De meest optimale functiemix aanbieden

6. Financiën De bekostiging van het voorgezet onderwijs door de rijksoverheid is grillig. De afgelopen jaren is de materiële bekostiging onvoldoende geïndexeerd, worden structurele middelen vervangen door incidentele middelen waarmee structurele verplichtingen moeten worden aangegaan. Er is een risico op terugvordering van (te) ontvangen subsidiegelden. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Grillige financiering van het onderwijs door de overheid kan impact hebben op de exploitatie en het vermogen van Winkler Prins • Na jaren van een stortvloed aan subsidies, moet de broekriem weer worden aangehaald

22

Beheersingsmaatregelen • Invloed uitoefenen op landelijk beleid via regionale en landelijke gremia • Actualisatie jaarlijkse meerjarenbegroting en huidig financieel beheer continueren • Tijdig voorsorteren op magere jaren • Inzet bovenmatig eigen vermogen in magere jaren

Jaarplan en begroting 2026

7. Risk en Compliance De wet- en regelgeving moeten worden nageleefd. Het niet of onjuist naleven van bijvoorbeeld AVG wetgeving en datalekken kunnen boetes opleveren. Ook een onjuiste naleving van fiscale wetgeving kan significante financiële gevolgen hebben. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Het opgelegd krijgen van niet voorziene boetes en daardoor verlaging van de liquiditeit

Beheersingsmaatregelen • Verhoging privacy awareness van alle medewerkers middels een AVG E-learning training in 2026 • Investeren in expertise: het in dienst hebben van een eigen functionaris AVG + professionele externe functionaris gegevensbescherming • Jaarplannen AVG voor elke deelschool/dienst • Monitoring van fiscale wet- en regelgeving

8. Onderwijs De kwaliteit van het onderwijs is ons primair belang. Het niet monitoren van de kwaliteit kan gevolgen hebben voor de resultaten. Maatschappelijke ontwikkelingen maken andere vormen van onderwijs en mogelijk. Het is eenvoudiger om een nieuwe school te stichten. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Continuering kwaliteitsteam en bijbehorende • Er is onvoldoende zicht op de kwaliteit van het methodiek van kwaliteitsgericht werken onderwijs • Medewerkers faciliteren voor opleiding en • Ons onderwijs sluit niet meer aan bij de deelname aan kwaliteitsteams verwachtingen en wensen van ouders en • Goede omgevingsanalyse blijven maken: hoe leerlingen houden we ons onderwijs eigentijds en relevant • Onderwijsresultaten- en scores blijven achter bij en wat gebeurt er om ons heen de doelstellingen • Inzetten op monitoring resultaten en opbrengstgericht werken 9. Bestuur en toezicht De kwaliteit, diversiteit en het functioneren van het bestuur en intern toezicht zijn van groot belang voor de toekomstbestendigheid van de school. In de periode 2023 t/m 2025 vinden er grote transities plaats bij het bestuur en intern toezicht van de school.

Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Bewustwording creëren bij de relevante • Continuïteitsvraagstukken als gevolg van de stakeholders veranderingen bij bestuur en intern toezicht • Een goede overdracht bij de bestuurlijke • Onvoldoende zicht op het bestuurlijk handelen transitie als gevolg van de wisselingen in bestuur en intern toezicht • Tijdig inzetten op werving en selectie nieuwe leden intern toezicht. • Onvoldoende diversiteit bij het interne toezicht • Een goede overdracht bij de nieuwe levert problemen op bij het externe toezicht samenstelling van het interne toezicht

23

Jaarplan en begroting 2026

MEERJARENBEGROTING Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. het risicoprofiel) en de beschikbare weerstandscapaciteit (vermogenspositie). Inzicht in het weerstandsvermogen helpt om verantwoorde keuzes te maken met betrekking tot het aangaan van nieuwe risico’s in de toekomst. Uitgangspunt is dat de benodigde weerstandscapaciteit niet groter mag zijn dan de beschikbare weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen, zoals deze door de overheid wordt aangegeven is het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten en exclusief de buitengewone baten. Het eigen vermogen van onze school bestaat uit een algemene reserve en bestemmingsreserves. Deze algemene reserve is vooral bedoeld voor het afdekken van (toekomstige) risico’s in de financiële bedrijfsvoering en als financieringsbron voor nieuwe activiteiten en investeringen. De bestemmingsreserves zijn bedoeld om activiteiten te financieren waarvoor in het verleden financiering is ontvangen die in dat jaar niet ingezet konden worden. Als zodanig kunnen de bestemmingsreserves niet worden gezien als vrij te besteden eigen vermogen omdat er immers een bestemming aan gekoppeld is. Door het ministerie wordt een bandbreedte voor het weerstandsvermogen voorgeschreven van ten minste 5%.

Het weerstandsvermogen van Winkler Prins eind 2026 bedraagt 39,38%. Uit de meerjarenbegroting 2026-2029 blijkt dat het weerstandsvermogen nagenoeg licht stijgende is gedurende deze jaren. Uit het bovenstaande zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het minimale weerstandsvermogen ruimschoots wordt overschreden en Winkler Prins (te) veel geld in kas zou laten liggen. In deze benadering worden de begrippen eigen vermogen en liquide middelen met elkaar verward. Het eigen vermogen bestaat zowel uit een deel liquide middelen, maar ook een groot deel van het eigen vermogen is vastgelegd in materiële vaste activa, zoals de nieuwe huisvesting en inventaris die dagelijks wordt gebruikt in het primair proces. Begin 2025 is opnieuw onderzoek gedaan naar de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een groot aantal voor het voortgezet onderwijs bekende risico’s is een Monte-Carlosimulatie (een model dat gebruikt kan worden bij de bepaling van waarschijnlijkheden van uitkomsten) uitgevoerd waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De uitkomst van deze simulatie is dat Winkler Prins met 90% zekerheid voldoende heeft aan € 3,475 miljoen benodigde weerstandscapaciteit. De afgelopen jaren was het weerstandsvermogen van Winkler Prins hoog.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16612923/1