08-02 Ontwerpbestemmingsplan J. Kammingakade 8 te Wildervankg Toelichting
Tekst van het document
Van belang is om na te gaan welke functies of bedrijven zich rondom het plangebied bevinden, zodat beoordeeld kan worden of er sprake is van het omgevingstype ‘rustige woonwijk’ of ‘gemengd gebied’. Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied: Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijk bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbare omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Op de onderhavige locatie is een bestaand agrarisch bedrijf aanwezig. In de directe omgeving zijn meer agrarische bedrijven gelegen zoals aan de J. Kammingakade 11.
Direct aan de overzijde van de inrichting is een autogaragebedrijf gelegen aan de J. Kammingastraat 21. Gelet op de voornoemde definities is de omgeving dan ook te typeren als “gemengd gebied”. Voor akkerbouwbedrijf geldt, uitgaand van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ dan alleen nog een richtafstand van 10 meter voor het aspect geluid. De aspecten geur, stof en gevaar bedragen 0 meter. Dezelfde richtafstanden gelden voor opslagbedrijven. Die genoemde aspecten voldoen niet, de afstand bedraagt minder dan 10 meter. Er is
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 31 van 38 Januari 2022 Versie 01
zodoende akoestisch onderzoek nodig. Deze is uitgevoerd, de resultaten ervan zijn verwoord in paragraaf 4.5. Geconcludeerd kan worden, mede in relatie tot het uitgevoerde akoestische onderzoek, dat geen sprake is van te verwachten milieuhinder. 4.8
M.E.R.-beoordeling De milieueffectrapportage is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. De m.e.r.-procedure is gekoppeld aan de 'moederprocedure'. Dit is de procedure op grond waarvan de besluitvorming plaatsvindt, bijvoorbeeld de bestemmingsplanprocedure (wijzigingsplanprocedure), of een milieuvergunningsprocedure. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling, Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen): indien: De oppervlakte een aaneengesloten gebied betreft van 100 hectare en groter dan 2000 woningen betreft. Qua aard, omvang en ligging is voorliggend ruimtelijk plan niet gelijk te stellen aan de betreffende en omschreven activiteit zoals bedoeld in het Besluit m.e.r. Echter in 2017 heeft een wijziging van het Besluit m.e.r. plaatsgevonden. Daardoor is nu een beoordeling van een activiteit zoals die voorkomt op lijst D noodzakelijk, zelfs al is de omvang van de activiteit ver onder de drempelwaarde gelegen.
Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Deze vormvrije m.e.r.beoordeling kan tot twee uitkomsten leiden: ➢ Belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.beoordeling noodzakelijk; ➢ Belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r. In bijlage III van de EU-richtlijn m.e.r staan de criteria genoemd waarnaar moet worden gekeken bij de beoordeling. Het algemene uitgangspunt bij een dergelijke beoordeling is dat er geen MER hoeft worden opgesteld, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; 3. de kenmerken van het potentiële effect. In de volgende tabel is opgesomd of er sprake is van significante nadelige invloed op het milieu. Archeologie
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
De loods wordt gebouwd op een poerenfundering (30
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 32 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
stuks poeren), zodoende is de daadwerkelijke verstoring minder dan 200 m2 groot de bodem in (en daarbij over meer dan 200 m2 dieper dan 0,45 meter). Bodem
Er is geen beperking vanuit het aspect bodem.
Externe veiligheid
Er is geen beperking vanuit het aspect externe veiligheid.
Ecologie
Er is geen beperking vanuit het aspect ecologie, de gronden zijn als weiland in gebruik en herbergen geen waardevolle soorten. Overigens is er meer dan voldoende soortgelijk grasland/weidegrond in de omgeving aanwezig.
Geluid
Het plan is uitvoerbaar vanuit het aspect geluid.
Milieuhinder
Er is geen sprake van te verwachten milieuhinder.
Luchtkwaliteit
Het project is aan te merken als Nibm, hetgeen betekent dat er geen nadelige invloed is op de luchtkwaliteit.
Water
Met het wateradvies zal rekening worden gehouden, feitelijk is deze al uitgevoerd met de aanleg van extra waterbergend vermogen enkele jaren geleden.
Op basis van de uitkomsten in dit hoofdstuk 4 – Omgevingsfactoren – is inzichtelijk gemaakt dat er geen belangrijk nadelige gevolgen zijn voor de omgeving en het milieu. Verder hebben de locatie en de omgeving verder geen bijzondere kenmerken die geschaad worden door het initiatief. Gezien de aard van de ingrepen zijn verder geen negatieve effecten te verwachten, zodat op basis hiervan verder kan worden afgezien van het verrichten van een verdergaande (vorm)vrije m.e.r.-beoordeling. 4.9
Verkeer en vervoer en parkeren Nieuwe functies betekenen meestal ook dat er sprake is of zal zijn van een toename van verkeersbewegingen, alsmede ontstaat er een parkeerbehoefte. Uitgangspunt is dat nieuwe functies geen onevenredige extra hinder veroorzaken voor reeds aanwezige functies in de omgeving. (Toename) verkeersintensiteit en parkeerbehoefte Om de verkeerstoename en bijbehorende parkeerbalans te bepalen is het noodzakelijk de verdeling van het plan inzichtelijk te maken en per functie te oordelen over de verkeerstoename en parkeerbalans. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van het bestaande bouwvlak. De contouren van het bouwvlak wijzigen zodanig dat aan de zuidkant van het perceel ruimte ontstaat om te kunnen gaan bouwen. Het gebruik van deze gronden, tevens de beoogde nieuw te bouwen schuur, blijft gelijk aan de huidige agrarische bestemming. Per saldo blijft het agrarisch bouwvlak gelijk aan de bestaande bouwvlak en bijbehorende bouwmogelijkheden. Op het eigen terrein is, ten behoeve van de huidige agrarische functie, meer dan voldoende gelegenheid voor parkeren aanwezig. Er kan zodoende worden voldaan aan de parkeerbehoefte. Voorliggend plan leidt niet tot onevenredige parkeeroverlast.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 33 van 38 Januari 2022 Versie 01
4.10
Watertoets Op 20 december 2019 is via het online instrument via www.dewatertoets.nl de digitale watertoets uitgevoerd. Op basis hiervan blijkt dat het perceel J. Kammingakade 8 te Wildervank zich bevindt binnen het beheersgebied van het Waterschap Hunze en Aa’s. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de Normale procedure van de watertoets moet worden doorlopen. Dit houdt in dat het waterschap Hunze en Aa's een maatwerk wateradvies moet maken. Vooralsnog ontvangt u van ons een voorlopige standaard uitgangspuntennotitie. Bij het opstellen van de waterparagraaf zijn ruimtelijk relevante criteria te onderscheiden in criteria die betrekking hebben op de locatiekeuze en in criteria die betrekking hebben op de inrichting van een ruimtelijk plan. In de waterparagraaf van het bestemmingsplan dienen zowel de huidige- als toekomstige relevante thema's te worden beschreven. Hieronder wordt een overzicht gegeven van de thema's die in de waterparagraaf kunnen worden meegenomen: veiligheid, wateroverlast, afvalwater & riolering, grondwater & ontwatering, peilen & drooglegging, waterkwaliteit & volksgezondheid, inrichting watersysteem, natuur & ecologie en bodemdaling. Waterhuishoudkundige consequenties van een plan mogen niet op de omgeving afgewenteld worden. Het waterschap streeft er naar om de ingrepen binnen een peilgebied waterneutraal te houden.
Wateraspecten die met een specifiek instrument geregeld kunnen worden, worden in de watertoets wel gesignaleerd maar niet geregeld. In het afgegeven advies wordt wel verwezen naar de regelstellende instrumenten zoals, de Keur van het waterschap, Activiteitenbesluit, Besluit lozen buiten inrichtingen, Besluit bodemkwaliteit, peilbesluit, gemeentelijke verordening, watervergunning. Op 3 februari 2020 is het wateradvies-document vanuit het waterschap ontvangen. Deze is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Hierna wordt nader ingegaan op het ontvangen document en de doorwerking daarin in dit bestemmingsplan. Wateradvies Bij de projectomschrijving wordt aangegeven dat de bestaande sloot nog voldoende inhoud heeft voor de berging van hemelwater. Toename verhard oppervlak (in deze >150 m2 bebouwde kom) geeft altijd een opgave in extra compensatie door: extra ruimte in het bestaande watersysteem en/of infiltratie naar het grondwater en/of een constructie met beperking in de afvoer tot de maximaal landbouwkundige afvoer. Voor de toename verharding dient ca. 150 m3 aan compensatie plaats te vinden. Voor het vloerpeil van de opslagloods adviseren wij deze minimaal op het niveau aan te leggen als die van de bestaande opstallen. Huidige maaiveld voldoet krap aan de droogleggingsnorm.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 34 van 38 Januari 2022 Versie 01
Feitelijk is dit advies al uitgevoerd. De sloot waar het waterschap het over heeft om te worden vergroot qua waterbergend vermogen is enkele jaren geleden nieuw aangelegd door de initiatiefnemer. Dat is ook zichtbaar door het verschil te zien tussen een luchtfoto van 2016 en het nu. Op de luchtfoto van 2016 is deze sloot nog niet zichtbaar. De extra gewenste waterberging is daarmee reeds meer dan voldoende aangelegd.
Voor het overige zijn er geen belemmeringen mbt het watersysteem en het beoogde grondgebruik.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 35 van 38 Januari 2022 Versie 01
5
Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid De kosten die gepaard gaan met de uitvoering van de plannen (opstellen bestemmingsplan en leges) zullen door de initiatiefnemer worden gedragen. Tevens wordt een planschade-overeenkomt gesloten tussen de werkorganisatie De Kompanjie en de initiatiefnemer. De plannen zijn daarmee economisch uitvoerbaar.
6
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is. Vooroverleg In het kader van het wettelijke vooroverleg is het plan aan een aantal instanties voorgelegd. Vanuit de provincie Groningen en de Omgevingsdienst Groningen is schriftelijk gereageerd op het voorontwerp-bestemmingsplan. Deze schriftelijke reacties zijn als bijlagen bij het bestemmingsplan gevoegd. Op basis van de ingediende vooroverlegreacties is het plan binnen de genoemde aan te vullen onderdelen aangepast overeenkomstig de aanbevelingen van deze instanties. Ontwerpbestemmingsplan
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 36 van 38 Januari 2022 Versie 01
7
Hoofdstuk 7 Juridische Toelichting
7.1
Algemeen Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het bestemmingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. Conform Wro en Bro wordt een bestemmingsplan met de daarbij behorende toelichting in digitale geautoriseerde bronbestanden vastgelegd en in die vorm vastgesteld.
Daarnaast kent de Wro een papieren versie van (hetzelfde) bestemmingsplan. Indien de inhoud van digitale stukken tot een andere uitleg leidt dan de stukken op papier, dan is de digitale inhoud beslissend. Het bestemmingsplan is daarmee een digitaal juridisch authentiek document. De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De SVBP2012 geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. De standaard heeft geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Er worden geen normen gesteld omtrent de vormgeving en inrichting van de analoge weergave van het bestemmingsplan. De SVBP2012 heeft ook geen betrekking op de totstandkoming van de inhoud van een Bestemmingsplan. Dit is de verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag. In de SVBP2012 is wel aangegeven hoe de inhoud van een bestemmingsplan digitaal moet worden weergegeven. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan. De verbeelding en planregels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
7.2
Toelichting op de digitale verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het bestemmingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante bestemmingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 37 van 38 Januari 2022 Versie 01
Een raadpleger van het bestemmingsplan moet alle relevante bestemmingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante bestemmingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het bestemmingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding. 7.3
Toelichting op de planregels In het bestemmingsplan worden meerdere typen regels onderscheiden; waaronder: • Inleidende regels (begrippen en wijze van meten); • Bestemmingsregels (zie hieronder); • Algemene regels (anti-dubbeltelbepaling, algemene gebruiksregels, algemene aanduidingsregels, algemene afwijkingsregels, algemene wijzigingsregels en overige regels); • Overgangs- en slotregels (overgangsrecht en slotregel). De bestemmingsregels bestaan uit: - Agrarisch; - Waarde – Archeologie 3.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 38 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
Projectgegevens Project IMRO Projectnummer Versie Datum
: Wildervank, J. Kammingakade 8 : NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 : RB 30.145 : 01 : Januari 2022
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen www.roobeek-advies.nl
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting