08-02 Ontwerpbestemmingsplan J. Kammingakade 8 te Wildervankg Toelichting
Tekst van het document
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8 Ontwerp
Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:
De heer R.H.J. Laarman RB 30.145 Januari 2022 Dhr. H. de Roo Dhr. M. Beek
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 2 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK ......................................................... 3 Inleiding .................................................................................................................. 3 Aanleiding ............................................................................................................... 3 Planologisch kader ................................................................................................. 4 Doel ........................................................................................................................ 5 Verantwoording ...................................................................................................... 5 Leeswijzer ............................................................................................................... 5
2 2.1 2.2
LOCATIE- EN PLANBESCHRIJVING ................................................................... 7 Locatiebeschrijving ................................................................................................. 7 Planbeschrijving ..................................................................................................... 8
3 3.1
3.2 3.3
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ...................................................................... 11 Rijksbeleid ............................................................................................................ 11 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................. 11 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 11 Provinciaal beleid ................................................................................................. 12 Gemeentelijk beleid .............................................................................................. 14
4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN ........................................................ 15 Archeologie ........................................................................................................... 15 Bodem .................................................................................................................. 16 Ecologie ................................................................................................................ 20 Externe veiligheid ................................................................................................. 23 Geluid ................................................................................................................... 25 Luchtkwaliteit ........................................................................................................ 28 Milieuhinder .......................................................................................................... 29 M.E.R.-beoordeling ............................................................................................... 31 Verkeer en vervoer en parkeren ........................................................................... 32 Watertoets ............................................................................................................ 33
5
HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................... 35
6
HOOFDSTUK 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ........................ 35
7 7.1 7.2 7.3
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE TOELICHTING ................................................... 36 Algemeen.............................................................................................................. 36 Toelichting op de digitale verbeelding .................................................................. 36 Toelichting op de planregels................................................................................. 37
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 3 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
1
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
1.1
Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt voorliggend bestemmingsplan de onderbouwing waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op de door initiatiefnemer gewenste locatie. In dit geval het wijzigen van de contouren van het bouwvlak van de agrarische bestemming van het perceel J. Kammingakade 8 te Wildervank.
1.2
Aanleiding Het perceel J. Kammingakade 8 te Wildervank kent in het vigerende bestemmingsplan een agrarische bestemming. Binnen de bestemming is een bouwvlak van 1 ha gelegen. Echter heeft initiatiefnemer plannen om een nieuwe schuur te bouwen van circa 1800 m2 op een gedeelte van het perceel waar deels geen bouwvlak is gelegen. De initiatiefnemer zit al circa 15 jaar in Maatschap in een grondgebonden agrarisch bedrijf met de ouders die op het perceel Landbouwstraat 23 te Wildervank een agrarisch bedrijf hebben. Samen met de ouders beslaat de maatschap daarmee dus 2 werkadressen. De nieuw te realiseren schuur zal een afmeting krijgen van 30 bij 60 meter en een goothoogte van 5 meter. In het zuidelijk deel van de nieuw te bouwen schuur zullen landbouwvoertuigen en materieel worden gestald. Het gaat om materieel ten behoeve van het akkerbouwbedrijf in Maatschap. In de kopse gevels worden overheaddeuren geplaatst om in- en uit te rijden. In het noordelijk deel zullen 10 opslagboxen worden gerealiseerd. Deze krijgen een eigen deur aan de noordzijde. De opslagfunctie is ondergeschikt aan de totale agrarische activiteiten van het bedrijf en zijn bedoeld om extra rendement te halen uit de schuur. Een deel van de te bouwen schuur is op de verbeelding ook aangeduid met de functieaanduiding ‘opslag’. Het gaat daarbij om 1/3 deel van de te bouwen loods.
Het college van B&W van gemeente Veendam heeft in haar vergadering van 1 oktober 2019 ingestemd met het voorstel om in principe medewerking te verlenen om het bestemmingsplan te wijzigen en het mogelijk te maken om een schuur/opslagloods te realiseren op de gevraagde locatie die deels voor opslag wordt gebruikt voor het agrarisch gebruik en deels als opslagvoorziening voor tijdelijke opslag van derden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de gewenste wijzing van de contouren van het bouwvlak.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 4 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
Fig. 1.1: Het plangebied op het perceel J. Kammingakade 8 te Wildervank, met een indicatieve weergave van het perceel (gele kader) en beoogde schuur (zwarte kader)
1.3
Planologisch kader Het perceel is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Veegplan Buitengebied Veendam 2019’, vastgesteld 15 mei 2019. Hieronder een weergave van de bestemmingsplanverbeelding.
Fig. 1.2: Een weergave van de verbeelding van het bestemmingsplan met in het zwarte kader het huidige bouwvlak op het perceel, tevens beoogde plangebied voor de nieuwe schuur (rode kader).
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 5 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
De voor ‘Agrarisch’ aangewezen gronden zijn bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven, cultuurgrond, paardrijbakken, met inachtneming van (…), kassen, windturbines, dagrecreatief medegebruik, wonen ten behoeve van het bedrijf, al dan niet in combinatie met een aan huis verbonden beroep, met inachtneming van (…), bed and breakfast voorzieningen, met inachtneming van (…). Met de daarbij behorende: gebouwen en overkappingen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tuinen en erven, parkeervoorzieningen, wegen en paden, water, groenvoorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, nutsvoorzieningen. In artikel 3.2.1. onder a. van de bouwregels is bepaald dat voor het bouwen van gebouwen en overkappingen ten behoeve van de agrarische bedrijfsvoering de volgende regels gelden, waaronder dat de gebouwen en overkappingen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd, met uitzondering van de bestaande veldschuren en schuilstallen. De beoogde schuur is buiten gedeeltelijk buiten het bouwvlak gelegen en daarmee in strijd met het bestemmingsplan (artikel 3.2.1. onder a.). Het bestemmingsplan kent geen binnenplanse afwijkingsbepaling of wijzigingsbepaling om medewerking te verlenen aan het verzoek. Medewerking is mogelijk door het aanpassen van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening.
In de nieuwe situatie geldt dat het bouwvlak ook binnen de 1 hectare groot blijft, het bouwvlak wordt in voorliggend bestemmingsplan verschoven. Voorliggend bestemmingsplan geeft uitvoering aan de gewenste planvorming, te weten een verplaatsing van het agrarisch bouwvlak. 1.4
Doel In dit bestemmingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De wijziging van de bestemming dient niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening.
1.5
Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend bestemmingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.
1.6
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een weergave gegeven van de historie en ligging van het plangebied. In hoofdstuk 3 komen de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal. Hoofdstuk 6 doet verslag van de inspraak- en overlegreacties, waarna hoofdstuk 7 ingaat op de juridische vertaling van het plan en vervolgens volgen nog de regels en de verbeelding.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 6 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 7 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
2
Locatie- en planbeschrijving
2.1
Locatiebeschrijving Het perceel bevindt zich in het buitengebied van Wildervank. Het perceel is gelegen in de gemeente Veendam. Hieronder een weergave van de ligging van Wildervank vanuit een hoger gebiedsperspectief.
Fig. 2.1: Nederland, de provincie Groningen, de kern Wildervank en de ligging van Veendam in één oogopslag.
Wildervank Wildervank is een veenkolonie uit de 17e eeuw. Het is een lintdorp in noordoostzuidwestelijke richting. De as wordt gevormd door twee evenwijdiglopende kanalen: het Ooster- en het Westerdiep. Wildervank is een van de weinige veenkoloniën waar dit dubbele kanalenstelsel behouden is gebleven. In de negentiende eeuw beleefde Wildervanck een bloeiperiode. Daarin speelde de veenkoloniale scheepvaart een
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 8 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
belangrijke rol. Tevens vestigden zich aan het eind van de negentiende eeuw enige industrieën, bijvoorbeeld strokarton- en aardappelmeelfabrieken. Wildervank was tot 1969 een zelfstandige gemeente. Tegenwoordig valt het dorp onder de gemeente Veendam. Het buitengebied en het bebouwde lint langs het Stadskanaal van de voormalige gemeente hoort nu tot de gemeente Stadskanaal. De bebouwing van Wildervank en die van Veendam lopen in elkaar over.
Fig. 2.2: Het plangebied (gele cirkel) ten opzichte van het kern Wildervank
Het plangebied is ten zuiden van de kern Wildervank gelegen en ligt tussen Wildervank en Bareveld. De J. Kammingakade bestaat overwegend uit lintbebouwing, die beide kernen met elkaar verbindt. Het plangebied is ten oosten van dit lint gelegen. De lintbebouwing kenmerkt zich door overwegend woonfuncties en agrarische bedrijven en percelen. In oostelijke richting is de N33 gelegen. Hieronder een weergave van het plangebied in zijn directe omgeving.
Fig. 2.3: Het plangebied (gele cirkel) gelegen in het bestaande lint.
2.2
Planbeschrijving Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het mogelijk maken dat het bestaande bouwvlak zodanig wijzigt dat de nieuwe schuur binnen het bouwvlak kan worden gebouwd. Van de nieuwe schuur zijn nog geen bouwkundige tekeningen aanwezig, wel
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 9 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
is het poerenfunderingsplan bekend (zie daartoe ook paragraaf 4.1 Archeologie). Het ontwerp zal passend zijn binnen de afmetingen die de bouwregels van het bestemmingsplan zijn gegeven. De schuur wordt circa 1800 m2 groot (60 x 30 bij een goothoogte van 5 meter). Wel biedt onderstaande tekening uit het akoestische rapport een weergave hoe het perceel er na uitvoering van de werkzaamheden uit ziet, met binnen het zwarte kader de locatie van de nieuwe schuur.
Agrarische bedrijfsactiviteiten In het zuidelijk deel van de nieuw te bouwen schuur zullen landbouwvoertuigen en materieel worden gestald. Het gaat om materieel ten behoeve van het akkerbouwbedrijf. Het gaat uitsluitend om stalling van materieel dat via de kopse gevels naar binnen en buiten kan rijden. Al het verkeer arriveert en vertrekt via de Participantenweg. De verkeersbewegingen vinden hoofdzakelijk in de dag- en avondperiode plaats. Het kan voorkomen dat in de nachtperiode een tractor arriveert of vertrekt. Deze zal dan direct aan de oostzijde de nieuwe schuur in- dan wel uitrijden en de inrichting via de Participantenweg verlaten. De inrichting beschikt ook over een diesel aangedreven heftruck die voor diverse werkzaamheden op het terrein ingezet kan worden. Op de binnenplaats tussen de woonboerderij en de opstallen voor verhuur van opslagruimtes kan op- & overslag van hooi- en strobalen, aardappelkisten e.d. plaatsvinden. Op dit deel zal ook met regelmaat een vrachtwagen en de eigen bakwagen worden gestald. Momenteel wordt dit deel ook gebruikt voor de stalling van agrarisch materieel. Dit zal echter worden verplaatst naar de nieuwe loods.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 10 van 38 Januari 2022 Versie 01
Verhuur opslagruimtes Er zijn verschillende soorten opslagruimtes vanaf 6 vierkante meter. Het gaat in hoofdzaak om opslag voor inboedels (tijdelijk tijdens verhuizing, kleiner gaan wonen e.d.). Totaal gaat het om circa 85 verhuurbare ruimtes. Alle opslagruimtes, containers en boxen zijn geïsoleerd. De verhuurperiode is minimaal 3 maanden. Huurders hebben een eigen toegangscode die toegang biedt tussen 6:00 en 22:00 uur. Buiten deze tijden is terrein middels een hek afgesloten. De aanrijroute voor huurders is via Participantenweg. Zowel telefonisch als bij schriftelijke reservering worden huurders over de aanrijroute geïnformeerd. Momenteel wijkt hier één huurder vanaf die uitsluitend in de dagperiode aanrijdt, over de brug, via de J. Kammingakade. Deze huurder huurt het voorste (meest westelijke) deel van de opslagloods. De toegangsdeur tot dit deel zit aan de noordzijde. Ter hoogte van deze doorgang is de route om het pand geblokkeerd middels een ketting. Dit wordt ook middels bebording duidelijk gemaakt.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 11 van 38 Januari 2022 Versie 01
3
Hoofdstuk 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de initiatiefnemer.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor het plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden zodat het ruimtelijk Rijksbeleid als zodanig niet van invloed is op voorliggend ruimtelijk plan.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder. Doel De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 12 van 38 Januari 2022 Versie 01
Motiveringsplicht en resultaat Overheden dienen nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren met de drie opeenvolgende stappen. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. De stappen schrijven geen vooraf bepaald resultaat voor, omdat het optimale resultaat moet worden beoordeeld door het bevoegd gezag dat de regionale en lokale omstandigheden kent. Dit gezag draagt de verantwoordelijkheid voor de ruimtelijke afweging over die ontwikkeling. Voorliggend bestemmingsplan voorziet niet in een nieuw planologisch ruimtebeslag. Het resultaat is dat een bestaand bouwvlak zodanig wordt gewijzigd, waardoor de nieuwe bebouwing binnen de (nieuwe) aanduiding ‘bouwvlak’ is gelegen. De oppervlakte en beoogde goot- en bouwhoogte zijn als passend te beschouwen. Daarnaast heeft de Afdeling een vaste lijn in jurisprudentie van ontwikkelingen waarbij geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Het bouwplan voorziet niet in een stedelijke ontwikkeling. Voorliggend project is niet ladderplichtig. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 De Actualisatie Omgevingsvisie provincie Groningen, vastgesteld door Provinciale Staten op 15 november 2017, vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie Groningen de komende jaren wil maken. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Er zijn zes grote opgaven waar de provincie de komende jaren in het bijzonder aan gaat werken, dat zijn de thema’s : Leefbaarheid, Circulaire Economie, Gaswinning, Waddengebied, Energietransitie en Erfgoed en als laatste ruimtelijke kwaliteit en landschap. Voorliggend bestemmingsplan gaat over vitale landbouw. Over vitale landbouw (hoofdstuk 14) staat het volgende verwoord in de omgevingsvisie. 14.1 Agrarische bouwpercelen De meeste Groningse landbouwbedrijven zijn akkerbouw en melkveehouderijbedrijven. Waar mogelijk goed is in te passen kan schaalvergroting van deze bedrijven mogelijk worden gemaakt en een ontwikkeling naar een duurzame landbouw gestimuleerd. Het beleid voor agrarische bouwpercelen geldt voor akkerbouw- en melkveehouderij- en intensieve veehouderijbedrijven, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald. 14.1.1 Nieuwe agrarische bouwpercelen Om het landschap te beschermen dienen nieuwe bouwpercelen alleen te worden toegestaan ten behoeve van een beperkt aantal categorieën.
Het gaat daarbij om: • de uitplaatsing van een bedrijf uit het Natuurnetwerk Nederland in onze provincie; • een bedrijf dat verplaatst wordt omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar niet kan voldoen aan de wettelijke milieu hygiënische normen, dan wel in
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 13 van 38 Januari 2022 Versie 01
• •
milieuhygiënisch opzicht valt onder het voor melkveehouderijen geformuleerde overgangsrecht in het activiteitenbesluit dan wel als bedoeld in de Wet Geurhinder en veehouderij, of omdat de bestaande bedrijfsvoering aantoonbaar ernstige overlast veroorzaakt; een actuele stads- of dorpsuitbreiding, dan wel de aanleg van infrastructuur binnen onze provincie staat de continuering van de bedrijfsvoering in de weg; het uitvoering betreft een vastgestelde specifieke taakstelling tot inplaatsing van agrarische bedrijven.
Vooraf moet uit onderzoek zijn gebleken dat redelijkerwijs geen gebruik kan worden gemaakt van een nabijgelegen bestaand agrarisch bouwperceel. Het nieuwe agrarisch bouwperceel moet daarnaast ten dienste staan van een uit onze provincie afkomstig agrarisch bedrijf, waarvan de verwachting bestaat dat de bedrijfsvoering op termijn in stand kan worden gehouden. Voor elk nieuw agrarisch bouwperceel moet de maatwerkmethode worden toegepast. Daarbij geldt in beginsel een bovengrens van maximaal 2 ha. Voor het toekennen van agrarische bouwpercelen met een omvang groter dan 2 ha, wordt verwezen naar 14.1.2 Schaalvergroting landbouw. Voorliggend wijzigingsplan voorziet in het wijzigen van het bestaande bouwvlak. Het bestaande agrarisch bouwvlak is ca. 10.000 m2 (1 ha) groot. Het plan is om de ruimte in het bouwvlak, dat is gelegen achterop het perceel (in oostelijke richting) te verkleinen. Die oppervlakte kan worden gebruikt voor het vergroten van het bouwvlak in zuidelijke richting. Door als ware te schuiven met vierkante meters bouwvlak is in feite geen sprake van een vergroting van het bouwperceel / bouwvlak. Het bouwvlak zal in zuidelijk richting ca. 800 m2 worden vergroot, waardoor het bouwvlak in oostelijk richting ca. 10 meter korter wordt. Er is geen sprake van een nieuw agrarisch bouwperceel waarbij maatwerkmethode dient te worden toegepast.
Tevens wordt de bovengrens van maximaal 2 ha niet overschreven. Per saldo is geen sprake van toename aan vierkante meters bouwvlak. Het bouwvlak blijft ca. 10.000 m2. 3.2.2
Provinciale Omgevingsverordening (POV) Tegelijkertijd met het POP heeft de provincie Groningen de Provinciale Omgevingsverordening vastgesteld. In deze verordening zijn regels vastgelegd om het beleid van de provincie te waarborgen. Voor dit bestemmingsplan is de geconsolideerde versie van februari 2019 van toepassing. Voor dit bestemmingsplan zijn de volgende onderdelen en artikelen van belang: Beeldbepalende en/of karakteristieke gebouwen In het bestemmingsplan zijn de karakteristieke gebouwen aangeduid als ‘karakteristiek’. Overeenkomstig artikel 2.9.1 lid 1 van de verordening dienen daarom regels ter bescherming van de hoofdvorm van deze karakteristieke gebouwen opgenomen te zijn. Daartoe is in de regels het sloopvergunningstelsel overeenkomstig de artikelen 2.9.1 lid 2 en 3 opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan. Op het perceel worden geen gebouwen gesloopt. Tevens is het aspect nachtelijke lichtuitstraling niet relevant omdat de bestaande bedrijfsvoering en het bouwen van een schuur niet gepaard gaat met hinderlijke lichtuitstraling. De bedrijfslocatie is zodanig gelegen dat er geen sprake is van verandering in het bestaande woon- en leefklimaat
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 14 van 38 Januari 2022 Versie 01
van omwonenden. Het woon- en leefklimaat van direct omwonenden wordt niet ovenevenredig aangetast, zie paragraaf 4.6 Milieuhinder. Het verzoek is in overeenstemming met het provinciaal beleid. 3.3
Gemeentelijk beleid Binnen het gemeentelijk beleid is er geen directe grondslag tot medewerking opgenomen in het geldende bestemmingsplan. Wel kent het geldende bestemmingsplan een wijzigingsbevoegdheid om het bouwvlak te vergroten middels een wijzigingsprocedure ex artikel 3.6 Wet ruimtelijke ordening. Voorliggend bestemmingsplan leidt niet tot een vergroting van het bouwvlak maar tot een andere vorm. Omdat er geen belangen van derden worden geschaad is medewerking legitiem en niet in strijd met een goede ruimtelijke ordening. Als instrument is gekozen voor een aanpassing van het bestemmingsplan ex artikel 3.1 Wet ruimtelijke ordening.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 15 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
4
Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.
4.1
Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Erfgoedwet 2016) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Eventuele onderzoeksrapporten moeten als bijlage bij de toelichting worden gevoegd. Op basis van het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied een archeologische dubbelbestemming “Waarde – Archeologie 3”.
Voor gebieden met deze dubbelbestemming geldt dat onderzoek naar archeologie nodig is bij een ruimtelijke (en daarmee gepaard gaande bodemverstorende ingreep) van meer dan 200 m2 én dieper dan 0,45 meter. Aangezien de loods groter dan 200 m2 zal gaan zijn is door onderzoeksbureau ArGeoBoor een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Wildervank wordt voor het eerste genoemd rond 1649 en is een veenkolonie. Het plangebied is gelegen buiten de ontginningsassen en de archeologische verwachting beperkt zich daarmee tot de top van het pleistocene zand. In de ruilverkavelingsperiode hebben amateurarcheologen talrijke veldkarteringen gedaan in het gebied rond Wildervank, waarbij gebleken is dat op hoge en lagere zandruggen in het gebied regelmatig vindplaatsen voorkomen uit de midden-steentijd (Mesolithicum). Landschappelijk bevinden deze zich vooral in overgangszone van hoog naar laag en op kleinere schaal bevinden de vindplaatsen zich op het hoogste deel van de zandduinen, vooral in reliëf-rijk gebied. Ook in de omgeving van het plangebied zijn vuursteen vondsten gedaan uit de steentijd op dergelijke duinen. In het plangebied zelf zijn tot op heden geen vondsten gedaan, hoewel het gebied vermoedelijk wel onderzocht is door amateurarcheologen.
Op basis van de hoogtekaart is in het plangebied geen hoogte
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie
Blad 16 van 38
Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Januari 2022 Versie 01
aanwezig en de gedempte watergangen en sloten nabij het plangebied, lijken eerder een aanwijzing voor een oorspronkelijk relatief lage ligging. De kans bestaat dat ook het plangebied al voor 1975 is opgehoogd. Op basis van het bovenstaande is de verwachting voor vindplaatsen in het plangebied laag. Er worden geen archeologische resten verwacht. Het wordt derhalve aanbevolen om geen archeologisch vervolgonderzoek in het plangebied uit te voeren. Deze aanbeveling dient te worden getoetst door het bevoegd gezag, de gemeente Veendam. ArGeoBoor wijst erop dat men bij bodem- verstorende activiteiten verplicht is om eventuele vondsten en grondsporen te melden bij de Minister van OCW conform artikel 5.10 (paragraaf 5.4) van de Erfgoedwet uit 2016. In dit geval wordt aangeraden om contact op te nemen met de Gemeente Veendam. Op 1 juni 2021 heeft het Libau gereageerd op het uitgevoerde archeologisch onderzoek. Libau kan de conclusie dat in het plangebied slechts een zeer kleine kans bestaat op archeologische resten, nog niet onderschrijven. Eerst dient het rapport te worden aangepast aan de minimale eisen van de KNA 4.1 en moet het rapport op de genoemde inhoudelijke punten worden aangepast dan wel beter worden onderbouwd. Door onderzoeksbureau ArGeoBoor is vervolgens het uitgevoerde onderzoek uitgebreid. Het rapport daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd.
Dit onderzoek is vervolgens weer beoordeeld door het Libau. Deze heeft op 27 juli 2021 het volgende advies afgegeven. Libau kan zich vinden in het advies de archeologische dubbelbestemming te handhaven. Echter bij de conclusie van het onderzoeksbureau dat de voorgenomen werkzaamheden zonder verder onderzoek kunnen worden uitgevoerd plaatsen wij de volgende kanttekening: De keuze specifieke werkzaamheden toe te staan terwijl niet afdoende is aangetoond dat er geen archeologische verwachting meer op het perceel rust brengt grote risico’s met zich mee en is daarom niet aan te raden. Libau adviseert om te komen tot een betere onderbouwing van de lage verwachting (hiervoor kan eventueel vervolgonderzoek noodzakelijk zijn). Of, indien het advies van ArGeoBoor de voorgenomen werkzaamheden zonder verder archeologisch onderzoek toe te staan wordt overgenomen, te zorgen voor hele scherpe voorwaarden in de vergunning en hier actief op te monitoren, middels onder andere een locatiebezoek van VTH. In overleg met ArGeoBoor en de gemeente is er voor gekozen om stringente voorwaarden op te nemen in de omgevingsvergunning. 4.2
Bodem Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 17 van 38 Januari 2022 Versie 01
geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) bepaalt dat in het bestemmingsplan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan. In het plan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Tevens dient, op basis van de Mor (Ministeriële regeling omgevingsrecht), bij de aanvraag van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen een rapportage van een recent uitgevoerd verkennend bodemonderzoek toegevoegd te worden. Voor verkennend bodemonderzoek op een locatie wordt de norm NEN 5740 gehanteerd (onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek). De te bouwen schuur gaat worden gebruikt als opslagvoorziening voor agrarische producten en materialen. Een dergelijke schuur is niet aan te merken als een verblijfsruimte waarin nagenoeg mensen verblijven. Er lijkt zodoende geen verkennend bodemonderzoek nodig te zijn.
Echter de locatie waar de beoogde nieuw te bouwen schuur gebouwd gaat worden is op basis van de historie verdacht voor bodemverontreiniging. In het bodeminformatiesysteem is op deze locatie een gedempte watergang ingetekend. Daarnaast is op de luchtfoto uit dit systeem te zien dat het de bedoeling is een klein deel van het huidige boerenerf te bebouwen.
Op historische foto's wordt het bestaan van deze gedempte watergang bevestigd. De watergang is vermoedelijk ergens tussen 1957 en 1968 gedempt. Het is onbekend wat voor materiaal voor de demping is gebruikt (grond, puin, afval). Daarnaast is het onbekend of voorafgaand aan de demping van de watergang de sliblaag is verwijderd. De gedempte watergang is mede daarom beoordeeld als een locatie met een potentiële bodemverontreiniging en heeft als status "uitvoeren oriënterend onderzoek".
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 18 van 38 Januari 2022 Versie 01
Luchtfoto uit 1957 en een foto uit 1920 (bron: beeldbank Groningen)
Er is voor deze locatie geen bodemonderzoek conform NEN 5740 bekend. Daarnaast moet de bodemkwaliteit geschikt zijn voor de beoogde functie. Omdat er nog geen onderzoek is gedaan naar de bodemkwaliteit kan niet met zekerheid gesteld worden dat dit het geval is. Om de haalbaarheid van het plan te kunnen toetsen dient een bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Door onderzoeksbureau Sigma Bouw en Milieu is vervolgens een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het onderzoeksrapport (van 5 januari 2021) daarvan is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Naar aanleiding van de resultaten van het verkennend milieukundig bodemonderzoek worden de volgende conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. zintuiglijke waarnemingen Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bodemvreemde afwijkingen of asbestverdacht materiaal waargenomen (indicatieve waarneming). Een samenvatting van de toetsingsresultaten staat weergegeven in onderstaande tabel.
grond bovengrond (0-0,4 m-mv) Bovengrondmengmonster MM1 (boring 3+4+5+8) bevat een verhoogd gehalte kwik en lood t.o.v. de achtergrondwaarde.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 19 van 38 Januari 2022 Versie 01
De verhoogd gemeten gehalten kwik en lood in het bovengrondmengmonster MM1 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM2 (boring 1+7+9+10) bevat een verhoogd gehalte kwik en lood t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik en lood in het bovengrondmengmonster MM2 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. Bovengrondmengmonster MM3 (boring 2+11+12+13) bevat een verhoogd gehalte kwik en minerale olie t.o.v. de achtergrondwaarde. De verhoogd gemeten gehalten kwik en minerale olie in het bovengrondmengmonster MM3 overschrijden de tussenwaarde (indicatiewaarde voor nader onderzoek) en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geven daardoor uit milieuhygiënische overweging, naar onze mening, geen directe aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. ondergrond (0,4-2,0 m-mv) Ondergrondmengmonster MM4 (boring 1+2) bevat geen van de onderzochte stoffen verhoogd t.o.v. de achtergrondwaarde en/of detectiewaarde.
grondwater peilbuis 1 (1,8-2,8 m-mv) Het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 bevat een verhoogd gehalte barium t.o.v. de streefwaarde. Het verhoogd gemeten gehalte barium (zware metalen) in het grondwater ter plaatse van peilbuis 1 overschrijdt de tussenwaarde en de bodemindex-waarde (>0.5) niet en geeft daardoor geen aanleiding tot het instellen van aanvullend onderzoek. toetsing hypothese Op basis van de vooraf gestelde hypothese is de onderzoekslocatie in eerste aanleg als milieuhygiënisch verdacht aangemerkt. Op basis van de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat de locatie niet vrij is van bodemverontreiniging. De onderzoeksresultaten stemmen niet geheel overeen met de gestelde hypothese, de vooraf gestelde hypothese “verdacht” dient formeel te worden aanvaard. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat er beïnvloeding van de bodemkwaliteit heeft plaatsgevonden. Op grond van de onderzoeksresultaten zijn er geen aanwijzingen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie sprake is van een gedempte watergang. De vooraf gehanteerde hypothese is gezien de doelstelling van het onderzoek alsmede de bekende onderzoeksresultaten voldoende om conclusies te verbinden betreffende de kwaliteit van de bodem t.p.v. de onderzoekslocatie.
Op basis van de chemisch-analytische onderzoeksresultaten zijn er uit milieuhygiënische overwegingen in relatie tot de bodemkwaliteit, naar onze mening,
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 20 van 38 Januari 2022 Versie 01
geen belemmeringen ten aanzien van de geplande nieuwbouw op de onderzoekslocatie. Aanvullend op het verkennend bodemonderzoek gelden nog de volgende aanvullende passages. In het kader van het hergebruiken van grond dient, indien mogelijk, gewerkt te worden met een zogenaamde gesloten grondbalans (grond op eigen terrein hergebruiken). Als hergebruik op het perceel waar de grond is vrijgekomen niet mogelijk is dan kan de grond mogelijk worden hergebruikt als bodem of in een grootschalige bodemtoepassing. Het Besluit bodemkwaliteit (hierna: Bbk) is hierop van toepassing. Op grond van het Besluit bodemkwaliteit dient hergebruik van grond op een ander perceel (als bodem en in grootschalige bodemtoepassingen) te worden gemeld bij het meldpunt Bodemkwaliteit (ook meer dan 50 m3 schone grond!): www.meldpuntbodemkwaliteit.nl. Hergebruikmogelijkheden gelden uitsluitend voor alle nuttige en functionele toepassingen van grond en baggerspecie op of in de bodem en in oppervlaktewater. Hergebruik grond als bodem: De bodemkwaliteitskaart geeft op onderhavige locatie aan dat er sprake zou moeten zijn van grond die voldoet aan de achtergrondwaarde. Het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek bewijst echter het tegendeel. Er is sprake van Wonen en Industriekwaliteit. De grond mag daardoor niet als bodem worden hergebruikt op plaatsen waar sprake is van akkerbouw.
De eventueel vrijkomende grond voldoet niet aan de beoogde functie akkerbouw. Het onderzoek is echter indicatief. Dit onderzoek is dus geen wettelijk bewijsmiddel voor een grondtransport. Voor grond uitspreiden op dezelfde akker is conform artikel 38 Bbk geen melding noodzakelijk. Hergebruik grond als Grootschalige Bodem Toepassing (GBT): Het Bbk biedt de mogelijkheid om grond te hergebruiken in grootschalige bodemtoepassingen (omvang minimaal 5.000 m3 grond). Hergebruik van grond in grootschalige bodemtoepassingen mag alleen op basis van partijkeuringen. De resultaten van het verrichte bodemonderzoek gelden niet als bewijsmiddel in het kader van het Bbk voor de toepassing van grond in GBT’s. 4.3
Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. Deze wet vervangt de volgende drie wetten: de Natuurbeschermingswet 1998 (gebiedsbescherming), de Flora- en faunawet (soortenbescherming) en de Boswet (houtopstanden). De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. Er dient bij ruimtelijke plannen rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 21 van 38 Januari 2022 Versie 01
Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Natura 2000 Het plangebied is geen onderdeel van het netwerk Natura 2000. Het dichtbij zijnde Natura 2000-gebied is in zuidelijke richting, nabij Gasselte, op ruim 11 kilometer afstand. Door de afstand tussen het project gebied, de kwaliteit van het tussenliggende gebied, (stedelijk gebied en industrie doorsneden door wegen) en de kleinschaligheid van de geplande ingrepen zijn geen effecten te verwachten op nabij gelegen Natura 2000-gebieden.
Fig. 4.2: Een weergave van www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 waaruit blijkt de omliggende Natura 2000gebieden.
Stikstofdepositie Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van het bestaande bouwvlak. De contouren van het bouwvlak wijzigen zodanig dat aan de zuidkant van het perceel ruimte ontstaat om te kunnen gaan bouwen. Het bouwen van de schuur is het gevolg van voorliggende bestemmingsplan. Het bouwen binnen het bestaand bouwvlak is thans ook mogelijk. Het wijzigen van de contouren van het bouwvlak leidt niet tot een toename van de stikstofbelasting op Natura 2000-gebieden. De afstand tot het Natura 2000 gebied bedraagt ook circa 11 kilometer, hetgeen als een grote afstand kan worden beschouwd. Deze afstand is dermate groot dat vanuit het bouwplan geen invloed uitgaat naar dit Natura 2000 gebied. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 22 van 38 Januari 2022 Versie 01
beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het NNN is voor de provincie Groningen uitgewerkt in de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening. Uit kaart 6 van de Provinciale Omgevingsverordening blijkt dat zich geen waardevolle natuurgebieden in de omgeving van het plangebied aanwezig is, zodat nader onderzoek naar gebiedsbescherming niet nodig is. Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten.
Er dient een ontheffing op grond van artikel 3.3, 3.8 en/of 3.10 Wnb te worden aangevraagd voor een (bouw)werkzaamheid of activiteit indien het volgende van toepassing is: • uit gegevens of onderzoek blijkt dat er sprake is van verstoring of doden van (een) beschermde soort(en); • het bouwwerk en/of de activiteit veroorzaakt beschadiging of vernieling van voortplanting- of rustplaatsen van dieren, dan wel ontworteling of vernieling van plantensoorten; • er kan geen gebruik gemaakt worden van een vrijstelling op grond van de Wet natuurbescherming; • er kan niet gewerkt worden volgens een goedgekeurde gedragscode. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van het bestaande bouwvlak. De contouren van het bouwvlak wijzigen zodanig dat aan de zuidkant van het perceel ruimte ontstaat om te kunnen gaan bouwen. De betreffende gronden zijn bestemd voor agrarische doeleinden en worden mede als zodanig (intensief) gebruikt. Er wordt niet voorzien in het slopen van gebouwen, kappen van bomen, dempen van sloten of andere activiteiten die nadelig van invloed zijn op al dan aanwezige soorten en ecologische waarden.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 23 van 38 Januari 2022 Versie 01
De kans op aantasting van de ecologische waarden (soortenbescherming) is niet aanwezig, zodat nader ecologisch onderzoek niet nodig is. 4.4
Externe veiligheid Het aspect externe veiligheid bestaat uit verschillende onderdelen. Externe veiligheid gaat onder andere over buisleidingen (geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen), het transport van gevaarlijke stoffen over bepaalde transportassen (geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes), de opslag van explosieven (geregeld in het Bestluit algemene regels ruimtelijke ordening) en het Bevi. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 24 van 38 Januari 2022 Versie 01
milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de besluiten genoemd waarop het Bevi van toepassing is.
Bron : risicokaart Nederland
Voorliggend bestemmingsplan voorziet in het wijzigen van het bestaande bouwvlak. De contouren van het bouwvlak wijzigen zodanig dat aan de zuidkant van het perceel ruimte ontstaat om te kunnen gaan bouwen. Het gebruik van deze gronden, tevens de beoogde nieuw te bouwen schuur, is niet aan te merken als Bevi-inrichting of (beperkt) kwetsbaar object. Risicokaart Groningen Aan de hand van de risicokaart van Groningen blijkt dat er in de nabijheid van het plangebied geen buisleidingen, route gevaarlijke stoffen, hoogspanningsmasten, Beviinrichtingen etc. aanwezig zijn. Provinciaal basisnet Groningen Het plangebied valt niet binnen de ‘veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen, zoals is weergegeven op onderstaande kaart van de Geconsolideerde Omgevingsverordening Groningen, versie februari 2019.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 25 van 38 Januari 2022 Versie 01
Bron : Geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 Nader onderzoek naar externe veiligheid is niet vereist. Door deze ontwikkeling zal er geen verandering in de hoogte van het groepsrisico optreden. Een verantwoording van het groepsrisico en een advies van Veiligheidsregio Groningen kan hierdoor achterwege blijven. 4.5
Geluid Het doel van het akoestisch onderzoek bij ruimtelijke plannen is het voorkomen van geluidshinder bij geluidsgevoelige objecten (scholen, woningen, etc.) door het aanhouden van voldoende afstand ten opzichte van geluidsproducenten (industrie, railverkeer etc.) of het treffen van andere maatregelen. De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een bestemmingsplan, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. De initiatiefnemer is voornemens om een nieuwe schuur te bouwen van circa 1.800 m² op een plaats waar, op grond van het vigerende bestemmingsplan, geen bouwvlak is gelegen. Deze schuur zal deels voor agrarische doeleinden worden gebruikt en deels voor opslagvoorzieningen voor derden.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 26 van 38 Januari 2022 Versie 01
Middels het akoestisch onderzoek dient aangetoond te worden dat er door de wijziging in de omgeving geen overmatige geluidhinder wordt veroorzaakt. Met andere woorden na uitbreiding dient een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd te worden. Voor de beoordeling is aansluiting gezocht bij de VNG publicatie “Bedrijven en milieuzonering” editie 2009 en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door het bureau Geluidmeesters BV. Het bij het onderzoek behorende rapport is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Hierna wordt ingegaan op de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. In de VNG publicatie wordt onderscheidt gemaakt in: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied: Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven en kantoren) voor. Langs de randen (in de overgang naar mogelijk bedrijfsfuncties) is weinig verstoring door verkeer. Een vergelijkbare omgevingstype qua aanvaardbare milieubelasting is een rustig buitengebied (eventueel inclusief verblijfsrecreatie), een stiltegebied of een natuurgebied. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging.
Direct naast woningen komen andere functies voor zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren eveneens tot het omgevingstype gemengd gebied. Op de onderhavige locatie is een bestaand agrarisch bedrijf met opslagvoorziengen aanwezig. In de directe omgeving zijn meer agrarische bedrijven gelegen zoals aan de J. Kammingakade 11. Direct aan de overzijde van de inrichting is een autogaragebedrijf gelegen aan de J. Kammingastraat 21. Gelet op de voornoemde definities is de omgeving ons inziens dan ook te typeren als “gemengd gebied”. In de VNG publicatie is het volgende stappenplan, voor ruimtelijk inpassing met betrekking tot geluid, opgenomen: Stap 1: Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven. Het gebruik van de gronden, tevens de beoogde nieuw te bouwen schuur, blijft gelijk aan de huidige agrarische bestemming. Een dergelijke bedrijfsvoering is aan te merken als een bedrijf behorend tot de milieucategorie 2 met een richtafstand van ten minste 10 meter voor het geluidsaspect in gemengd gebied.
Gezien de afstand van slechts enkele meters tot omliggende woningen kan hier niet aan worden voldaan. In dit onderzoek is derhalve naar stap 2 gekeken. Stap 2 (vanaf deze stap is een akoestisch onderzoek noodzakelijk): Indien de volgende geluidbelastingen op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen in een gebiedstype gemengd niet wordt overschreden is inpassing mogelijk: • 50 dB(A) langtijdgemiddeld beoordelingsniveau; • 70 dB(A) maximaal (piekgeluiden);
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 27 van 38 Januari 2022 Versie 01
• 50 dB(A) ten gevolge van verkeersantrekkende werking.
Activiteitenbesluit milieubeheer De inrichting valt onder een categorie B bedrijf uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Maatgevende toetswaarden Uit voorgaande paragraven blijkt dat de geluidgrenswaarden uit stap 2 van de VNG publicatie behorend bij het omgevingstype “gemengd gebied” grotendeels overeenkomen met de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Het Activiteitenbesluit milieubeheer kent echter, ten opzichte van de VNG publicatie, enkele uitsluitingen. Voor toetsing is dan ook uitgegaan van de grenswaarden uit de VNG publicatie. Als deze niet worden overschreden dan wordt automatisch voldaan aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Door akoestisch onderzoeksbureau Geluidmeesters BV uit Groningen is vervolgens een uitvoerig akoestisch onderzoek uitgevoerd voor de beoogde planontwikkeling. Het onderzoeksrapport is als bijlage bij het bestemmingsplan gevoegd. Terreinwijziging De nieuw te realiseren schuur zal een afmeting krijgen van 30 bij 60 meter en een goothoogte van 5 meter. Het zuidelijk deel van de schuur zal worden gebruikt voor de stalling van agrarisch materieel. In de kopse gevels worden overheaddeuren geplaatst om in- en uit te rijden. In het noordelijk deel zullen 10 opslagboxen worden gerealiseerd. Deze krijgen een eigen deur aan de noordzijde.
De positie van de te realiseren schuur is weergegeven in onderstaande afbeelding.
Representatieve bedrijfssituatie De bedrijfssituatie van de geluidrelevante bedrijfsactiviteiten is in overleg met de eigenaar vastgesteld. De inrichting bestaat enerzijds uit agrarische bedrijfsactiviteiten en anderzijds uit de verhuur van opslagruimtes. Op het dak van de opstallen zijn zonnepanelen gelegen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 28 van 38 Januari 2022 Versie 01
De belangrijkste geluidbronnen op de inrichting zijn de verkeersbewegingen van de agrarische bedrijfsactiviteiten en van de huurders van de opslagruimtes. Directe hinder In zowel de dag- als avondperiode wordt voldaan aan de richtwaarden voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) uit de VNG-publicatie en het Activiteitenbesluit milieubeheer. De geluidbelasting bedraagt, ter plaatse van de maatgevende woning, ten hoogste 42, 43 en 21 dB(A) in respectievelijk de dag-, avonden nachtperiode. De maximale geluidniveaus (LAmax), van 70, 64 en 52 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode voldoen eveneens aan de richtwaarden uit de VNG-publicatie en het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indirecte hinder De Participantenweg wordt gebruikt door meerdere bedrijven. Tevens liggen de woningen op een afstand van meer dan 125 meter. Vanuit akoestisch oogpunt is ter plaatse van de woningen het geluid van het verkeer van en naar de inrichting niet te onderscheiden van het overige verkeer. Gesteld kan worden dat het verkeer bij het verlaten van de inrichting is opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Het verkeer van en naar de inrichting via de Participantenweg valt daardoor buiten de reikwijdte van de circulaire. Momenteel wijkt één huurder van voornoemde aanrijroute af.
Deze huurder huurt het voorste (meest westelijke) deel van de opslagloods en rijdt over de brug, via J. Kammingastraat. Het betreft twee á drie verkeersbewegingen in uitsluitend de dagperiode. Dit beperkt aantal verkeersbewegingen met een personenwagen, op de openbare weg, zijn voor de omliggende woningen niet te onderscheiden van het overige verkeer en valt daardoor buiten de reikwijdte van de circulaire. De weg tussen de woningen aan de J. Kammingakade nummer 5 en nummer 6 behoord tot de inrichting en is als directe hinder beschouwd. Opgemerkt wordt dat het eerste deel van deze weg ook, met toestemming van de inrichtinghouder, wordt gebruikt door de bewoners aan de J. Kammingakade nummer 5 en nummer 6. Samenvattend Gelet op de uitkomsten van het geluidsonderzoek van Geluidmeester BV wordt bij de omliggende woningen van derden een akoestisch goed woon- en leefklimaat gewaarborgd. Vanuit akoestisch oogpunt zijn er dan ook geen belemmering geconstateerd medewerking te verlenen aan de voorgenomen planvorming. 4.6
Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is het onderdeel luchtkwaliteit van de Wet milieubeheer in werking getreden. Kern van de wet is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 29 van 38 Januari 2022 Versie 01
AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm. Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project. Voorliggend project blijft ruimschoots onder deze drempelnorm. Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Dat is nader onderbouwd door gebruik te maken van de zogeheten Nibm-tool. Met deze rekentool is inzichtelijk gemaakt bij welke toename van verkeersbewegingen er sprake is of kan zijn van een verslechtering van de luchtkwaliteit. In de bestaande situatie is er sprake van circa 20 verkeersbewegingen per dag. In de beoogde nieuwe situatie zal dat maximaal circa 50 per dag zijn, een verwachte toename van 30 derhalve. De verkeersbewegingen bestaan in hoofdzaak uit personen-/ bestelwagens. Het komt echter voor dat een kleine vrachtwagen/bakwagen arriveert en vertrek Onderstaand een weergave van de Nibm tool uitgaande van 30 extra bewegingen per dag en waarbij 5 % daarvan bestaat uit ‘zwaarder’ verkeer.
Er is sprake van een kleine concentratietoename voor PM10 en NOx. Deze waarden blijven echter onder de grens van 1,2 µg/m3 zoals is gesteld in de regeling NIBM. Daarmee is aangetoond dat er geen significante verslechtering optreedt met betrekking tot het aspect luchtkwaliteit Ook zal de loods verder onverwarmd zijn, er is geen uitstoot via stookinstallaties te verwachten. 4.7
Milieuhinder Nieuwe functies kunnen milieuhinderlijk zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieuhygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt.
NL.IMRO.0047.01BPKammingak8-0301 Toelichting
Werkorganisatie De Kompanjie Bestemmingsplan Wildervank, J. Kammingakade 8
Blad 30 van 38 Januari 2022 Versie 01
De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van de richtafstanden wordt uitgegaan van de volgende uitgangspunten: het betreft gemiddeld moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; de richtafstanden hebben betrekking op de omgevingstypen ‘rustige woonwijk’ en ‘rustig buitengebied’; de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten; bij activiteiten met ruimtelijk duidelijk te onderscheiden deelactiviteiten kunnen deze activiteiten desgewenst als afzonderlijk te zoneren activiteiten worden beschouwd, bijvoorbeeld bij de ligging van de activiteit binnen zones met een verschillende milieucategorie. De gegeven richtafstanden zijn in het algemeen richtafstanden en geen harde afstandseisen. Ze moeten daarom gemotiveerd worden toegepast. Dit betekent dat geringe afwijkingen in de lokale situatie mogelijk zijn. Het is aan te bevelen deze afwijkingen te benoemen en te motiveren.