08-02 Ontwerp Regionaal beleidsplan incl. visie CB en RRP GR VRG
Tekst van het document
De VRG heeft daar de afgelopen jaren al een ontwikkeling in doorgemaakt, door breder naar de eigen rolinvulling te kijken in de context en effecten van een crisis. Voorbeeld daarvan is dat de VRG zag dat het belangrijk is om inwoners te ondersteunen en voor te lichten over wat te doen bij een aardbeving en hoe je je daarop kunt voorbereiden. Bij (dreiging van) een crisis zijn de inwoners immers zelf degene die als eerste ter plaatse zijn en voor zichzelf en elkaar een belangrijke rol kunnen vervullen. Met het programma Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ) is in die bewustwording een belangrijke stap gezet. Rondom vluchtelingen en ontheemden hebben we verschillende rollen vervuld. Voortdurend laait de crisis in het aanmeldcentrum Ter Apel op. In 2015 was al sprake van tenten op het terrein wegens gebrek aan slaapplaatsen. In 2021 kwam de crisis opnieuw op ons bord en bleef een landelijke crisisaanpak uit. In afstemming met het Groninger Bestuur is een bestuursovereenkomst gesloten met het ministerie van Justitie en Veiligheid over de opvangactiviteiten. Om zo de draagkracht van de regio te bewaken met een reële opgave. Ook nam de VRG de coördinatie op zich rondom de huisvesting van Oekraïense ontheemden. En ondertussen blijven de traditionele, reguliere incidenten zich ook voordoen.
De veranderingen in crisisbeheersing die de VRG de afgelopen jaren heeft ervaren, sluiten aan bij de inzichten uit de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s. De (hoofd)conclusie luidt dat crisisbeheersing en brandweerzorg in Nederland de afgelopen tien jaar sterk zijn geprofessionaliseerd maar dat er ook noodzaak is om aan de voorkant van veiligheid te komen, te prepareren op rampen en crises van de toekomst en de mate van ontoereikendheid van de huidige wet en organisatie. Hedendaagse en toekomstige rampen en crises zijn vaker complex, grensoverschrijdend en niet altijd plaatsgebonden. Het is daarom noodzakelijk om de samenwerking tussen regio’s, crisispartners en de Rijkscrisisstructuur te verbeteren, informatiemanagement naar een passend niveau te brengen en de (nood)bevoegdheden te borgen met begrip voor (lokale) democratische legitimatie. In haar vergadering van juni 2022 heeft het Algemeen Bestuur van de VRG de organisatie opdracht gegeven een visie op toekomstbestendige crisisbeheersing te ontwikkelen. Deze dient binnen bestaande financiële kaders, inclusief de structurele extra middelen (Brede doeluitkering Rampenbestrijding – BduR – ter versterking van crisisbeheersing en het oprichten van een informatieknooppunt), realiseerbaar te zijn. Voor de visie op crisisbeheersing zijn de volgende vraagstukken leidend: • • •
Wat zijn de wettelijke taken van de VRG? Wat is het gewenste toekomstbeeld van de VRG als het gaat over het vakgebied crisisbeheersing? Welke accenten brengt de VRG daarin aan en hoe wordt de (crisis-)organisatie daar op ingericht?
Uitgangspunt is dat de visie toekomstbestendig is tot 2030. De voorliggende visie vormt de strategische basis voor het Regionaal Beleidsplan en de onderbouwing van het organisatieplan crisisbeheersing waarin de (crisis)organisatie de komende jaren wordt ingericht naar de gestelde ambities. 28
29
1.1
Proces
Deze visie is opgesteld binnen de context van wettelijke taken en huidige financiële kaders. Het is tot stand gekomen met de inzet van een kwartiermaker en een interne projectgroep, samengesteld vanuit de sectoren crisisbeheersing, risicobeheersing, personeel & organisatie en communicatie. Ook de kwartiermakers voor multi-risicobeheersing en informatiegestuurde veiligheid zijn nauw betrokken. De resultaten van deze trajecten zijn in de visie opgenomen. Op meerdere momenten zijn werk- en inspiratiesessies georganiseerd met bijdragen van verschillende externe experts van onder meer het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) en de Rijksuniversiteit Groningen (RuG). De omgevingsanalyse is opgesteld in samenwerking met CMO-STAMM. De traditionele crisispartners van de VRG (brandweer, politie, Openbaar Ministerie, defensie, waterschappen, provincie, bevolkingszorg, GHOR en ook Rijkswaterstaat) zijn betrokken door middel van bijeenkomsten op operationeel, tactisch en strategisch niveau.
30
2 Perspectief op crisisbeheersing 2.1 Ideaalbeeld crisisbeheersing
De risico’s en mogelijke effecten ervan die een bedreiging kunnen vormen voor de veiligheid in de regio zijn te allen tijde in beeld. Alle relevante informatie wordt centraal en 24/7 verzameld, geanalyseerd en gedeeld tussen de juiste betrokken partijen op lokaal, regionaal en landelijk niveau. (Crisis)functionarissen en (crisis)partners kennen haarscherp hun rollen, taken en verantwoordelijkheden en weet hoe die zich tot elkaar verhouden in de verschillende fasen (koud, lauw en warm) van de veiligheidsketen, ook ten tijde van sluimerende crises. Snel en gericht evalueren van inzetten is vanzelfsprekend en draagt bij aan een voortdurende scherpte op en ontwikkeling van prestaties. Kennis en ontwikkeling van (crisis)functionarissen wordt nauwgezet en volgens hoge kwaliteitsnormen altijd actueel gehouden. Samenwerking tussen (crisis)partners en verschillende regio’s (en het Rijk) is vanzelfsprekend en veiligheidsregio’s vervullen daarin een rol als netwerkregisseur. Werkprocessen zijn zo ingericht dat er een vloeiende cyclus van crisisbeheersing - risico-inventarisatie, risicoanalyse, preparatie, respons, nafase en herstel, evaluatie – bestaat bij ieder type risico of crisis en ieder taakveld (brandweer, risicobeheersing en crisisbeheersing inclusief GHOR en bevolkingszorg) en betrokken (crisis)partner daarin een vanzelfsprekende rol vervult.
De samenleving is weerbaar en voorbereid op noodsituaties en crises en weet wat ze daarin kan verwachten van de VRG; de risico’s worden naar de samenleving goed gecommuniceerd en inwoners weten wat ze zelf kunnen doen.
Op basis van de wettelijke kaders en (landelijke) ontwikkelingen zoals beschreven op pagina 24 en de landelijke opdracht aan de Veiligheidsregio’s om crisisbeheersing te versterken, kunnen we een ideaalbeeld van toekomstbestendige crisisbeheersing als volgt schetsen: Het beheersen van risico’s en crises doen we met elkaar. Het is een samenspel tussen vele partijen en (crisis)partners, waaronder gemeenten, politie, brandweer, GHOR, waterschappen, defensie en openbaar ministerie, ieder met eigen taken en verantwoordelijkheden. De ambities van de VRG en opgaven om onze rol en taak gericht op het voorkomen, prepareren en bestrijden van incidenten, crises en gevolgen te versterken, beschrijven we in deel 2: het Regionaal Beleidsplan. In onderstaande paragraaf verwoorden wij onze visie op toekomstbestendige crisisbeheersing in de Groningse context. Daarbij borduren we voort op wat we de afgelopen jaren hebben opgebouwd, kijken we naar wat realistisch en haalbaar is tot 2030 en houden we rekening met de gestelde financiële kaders.
2.2 Visie op crisisbeheersing bij de VRG De VRG is er als gemeenschappelijke regeling voor alle Groninger gemeenten en hun inwoners. Wat wij doen als VRG baseren wij dan ook op onze Groningse context en onze regionale 31
ervaringen met incidenten en crises in de afgelopen jaren. Wij werken pragmatisch, nuchter en rolvast en hebben korte lijnen met ons bestuur en (crisis)partners. Dit past bij de Groningers, met een cultuur waarin je met elkaar de schouders eronder zet. Waar wij ons op voorbereiden baseren wij op het Regionaal Risicoprofiel. Samen met onze (crisis)partners hebben we daarvoor in kaart gebracht welke mogelijke risico’s en/of dreigingen de vitale belangen van Groningen kunnen aantasten. Zo brengen we onze kennis van de Groningse situatie samen met die van onze (crisis)partners. Om de effecten van risico’s en crises te verminderen, te bestrijden en ervan te herstellen is het belangrijk om in alle fasen van de veiligheidsketen (crisisbeheersing als cyclisch proces; zie Afbeelding 1) een passende rol te vervullen. In de koude fase brengt de VRG samen met (crisis)partners risico’s en effecten in kaart, adviseren wij gemeenten en netwerkpartners, worden crisisfunctionarissen voorbereid en getraind en na een crisis evalueren we onze inzetten. Zo brengen we geleerde lessen uit de praktijk direct terug in beleid, in onze werkprocessen en leggen we verantwoording af over onze prestaties. In de lauwe en warme fase staat een compacte crisisorganisatie flexibel en professioneel paraat om passend bij de situatie adequaat te handelen bij ieder type ramp, incident of crisis. Ook ondersteunen we
gemeenten in de nafase en herstel. Afbeelding 1: Cyclisch proces risico- en crisisbeheersing in alle fasen van de veiligheidsketen
Bij langer durende en/of complexere crises met een stapeling van effecten lopen al deze fasen vaak in elkaar over of wisselen elkaar af. De VRG zorgt voor een integrale afstemming van processen en samenhang daartussen. Het centraal bijeen brengen en duiden van 32
verschillende informatiebronnen (netcentrisch werken) is daarvoor een belangrijke basis die we verder ontwikkelen. Zo kunnen we anticiperen op actuele of veranderende risico’s in iedere fase van de veiligheidsketen. Als zich een dreiging voordoet die niet in ons risicoprofiel staat, kijken we in die situatie samen met het bestuur naar de aard van onze mogelijke rol. Voorop staat dat onze rol tijdelijk van aard is en een noodzakelijke aanvulling is op de rollen en taken van (crisis)partners. Bijvoorbeeld als regisseur, verbinder, coördinator of adviseur. De VRG kan daarmee van iedere dreiging of crisis zijn, maar altijd onder de voorwaarde van een bij de context passende rol. Flexibiliteit in de aanpak van crises en de beheersing van risico’s is dus nodig, omdat de context en de effecten ervan zich moeilijker laten voorspellen. Scenariodenken en netwerkmanagement zijn daarom onmisbare aspecten van crisisbeheersing waar wij onze (crisis)functionarissen verder in gaan bekwamen. Risico’s blijven echter altijd bestaan. We zijn samen met ons bestuur en crisispartners verantwoordelijk voor het wekken van realistische verwachtingen. Risico’s en crises kunnen we niet altijd voorkomen en effecten zijn niet altijd beheersbaar. (Rest-)risico’s blijven bestaan.
De bewustwording en acceptatie daarvan zijn belangrijke uitgangspunten voor de focus van onze werkzaamheden die gebaseerd zijn op het Regionaal Risicoprofiel. Wij zien het als onze taak de inwoners van Groningen over de risico’s te informeren en hun zelf- en samenredzaamheid te vergroten met passende risico- en crisiscommunicatie.
"Wij bestrijden de effecten van branden, rampen en crises, daar zijn we goed in. We proberen onveiligheid ook te voorkomen. Maar risico's zullen er altijd blijven, hoe goed we ons ook voorbereiden. En er zullen altijd restrisico's blijven bestaan. We maken keuzes in onze voorbereiding op basis van ons Regionaal Risicoprofiel dat we samen met onze (crisis)partners opstellen. Overigens zijn hulpdiensten vaak niet als eerste ter plaatse bij een incident, dat zijn de inwoners zelf. Het is onze verantwoordelijkheid om inwoners daarvan bewust te maken en ze een handelingsperspectief aan te reiken wat ze zelf kunnen doen in een noodsituatie." Roelf Knoop
Brandweercommandant Groningen
33
3
De ambities voor crisisbeheersing
De inzet van de crisisorganisatie in een opgeschaalde (flits)crisis met een duidelijke kop en een staart blijft onverminderd onze aandacht en inspanning houden. De effecten van langer durende en complexere risico’s en crises zorgen daarnaast voor nieuwe uitdagingen voor de VRG rondom vereiste vaardigheden, kwaliteitseisen, vakbekwaamheid en een breder perspectief op veiligheid en kennis van het vakgebied crisisbeheersing. De VRG doet al heel veel op het gebied van crisisbeheersing. Crisisfunctionarissen worden opgeleid, inwoners worden voorbereid op een crisis. De VRG kent haar netwerk, analyseert ontwikkelingen en geeft advies op plannen zodat een crises hopelijk voorkomen kan worden of effecten beperkt kunnen worden. Met de drie noordelijke Veiligheidsregio’s werken we intensief samen in de meldkamer Noord-Nederland, een platform crisisbeheersing en werken we aan verbinding op het gebied van informatiemanagement. Op dit fundament bouwen we verder naar een breed veiligheidsperspectief met een compacte organisatie. In dit hoofdstuk beschrijven wij daarom de acht ambities die wij tot 2030 hebben voor de versterking van crisisbeheersing. In het Regionaal Beleidsplan 20242028 volgt een concrete uitwerking van de stappen die wij moeten zetten om onze ambities te verwezenlijken.
34
Afbeelding 2 Samenwerking
3.1.1 Versterken van de crisisorganisatie Versterking van de crisisorganisatie begint bij een goede voorbereiding. De risico’s in onze regio –samengebracht in ons Regionaal Risicoprofiel (strategisch) en het actueel veiligheidsbeeld (operationeel) – zijn de basis van wat de VRG doet. Onze inwoners moeten erop kunnen vertrouwen dat wij zijn toegerust om voor verschillende soorten incidenten en crises een adequate crisisaanpak te kunnen bieden. Ook als crises ingewikkeld, onvoorspelbaar, grootschalig en langdurig zijn. Het is belangrijk dat niet alleen binnen de GRIP-structuur kan worden gewerkt, maar ook breder geanticipeerd kan worden op wat er nodig is in een bepaalde (dreigende) crisiscontext. Naast het activeren van operationele en bestuurlijke opschaling zal, bij incidenten en crises met hoog maatschappelijke impact en/of politieke betekenis, de veiligheidsdirectie worden geactiveerd. Zij dragen gezamenlijk bij aan advies voor het bestuur en bij langdurige crisis borgen zij de continuïteit van de operaties. Binnen de crisisaanpak zijn de GHOR-taken evenals de ondersteuning en diens advisering van de Directeur Publieke Gezondheid (DPG) geborgd en voorzien van een heldere positie.
35
"Met het oog op mogelijke crises brengen wij knelpunten en afhankelijkheden in de zorgketen in Noord Nederland in kaart. Dat doen wij samen met zorgpartijen en met GHOR-collega's van Fryslân en Drenthe in een Noord-Nederlands zorgrisicoprofiel. Als DPG bevorder en bewaak ik dat wij samen zo goed mogelijk voorbereid zijn. Goede samenwerking is daarvoor cruciaal!"
Jaap Koopman
DPG Groningen
Bevolkingszorg is nauw verbonden met gemeenten, onder meer omdat bevolkingszorg gemeentelijke crisistaken uitvoert die naadloos moeten aansluiten op de gemeentelijke taken zowel tijdens als na een incident, ramp of crisis. "Om in de crisisorganisatie een professionaliseringsslag te kunnen maken bij bevolkingszorg ben ik voorstander van een meer compacte organisatie met hardpiket als uitgangspunt." Arend Castelein
Directie Gemeentelijke Kolom Groningen (GKG)
Wat we daar onder andere voor gaan doen, leest u hier.
36
3.1.2 Inrichting risicogericht werken Risico- en incidentmanagement is een primaire taak van de VRG. De afgelopen jaren hebben we een breder perspectief op veiligheid ontwikkeld, mede door de risico’s en crises waar we in Groningen mee te maken hebben (gehad) zoals aardbevingen. We geven verdere uitvoering aan ons verbreedde veiligheidsperspectief waarbij we werken volgens de veiligheidscyclus van risico- en crisisbeheersing. Bij crises of incidenten waarbij wordt opgeschaald zijn verantwoordelijkheden duidelijk en functioneel belegd en de samenwerking met crisispartners verloopt goed. Bij complexe en langdurige crises zijn fasen en verantwoordelijkheden vaak niet scherp afgebakend. De omstandigheden van de crisis en effecten kunnen bijvoorbeeld veranderen, waardoor in iedere fase van het cyclische proces andere partijen betrokken raken. Continue afstemming rondom rollen, taken en bevoegdheden is daarom erg belangrijk. De VRG bewaakt te allen tijde welke rol past bij de eigen -wettelijke- taken en opvattingen, wat de maatschappelijke noodzaak is, wat haalbaar is in capaciteit en deskundigheid en legt daar verantwoording over af aan het Algemeen Bestuur. Multi risico- en crisisbeheersing 'De gerichtheid op risico's die ertoe doen en deze risico's op een adequate wijze beïnvloeden.
Dat vergt niet alleen het toepassen van regels, maar vooral risicogerichtheid: oog hebben voor risico's, het scherp in beeld brengen en afwegen van risico's en risicobeïnvloeding: het zoeken naar maatregelen die de veiligheid bevorderen, het motiveren van anderen, het beïnvloeden van gedrag en een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen burgers, bedrijven en overheden.'
Wanneer er in de voorbereiding of respons op een crisis of incident meerdere (crisis)partners betrokken zijn spreken we over multi risico- en crisisbeheersing. Op basis van het Regionaal Risicoprofiel maken wij per risico een plan om risico’s in de fysieke leefomgeving waar mogelijk te voorkomen, effecten te beperken, te beheersen en zo snel als mogelijk te bestrijden. Dit doen we risicogericht, we zetten capaciteiten in op de grootste risico’s.
Brandweer Nederland.nl, versie maart 2023
De implementatie van de Omgevingswet speelt een belangrijke rol in de ambitie om aan de voorkant van de veiligheidsketen intensief betrokken te zijn. Uit de Omgevingswet volgen ook nieuwe wettelijke taken, zoals advisering op milieubelastende activiteiten, verbreding van de adviesrol in het adviseren over branden, rampen en crises. Zo zorgen we ervoor dat we in elke fase van de veiligheidsketen (zie Afbeelding 2.1, verwerkt in het vlinderdasmodel) weten wat we daarin kunnen doen en met wie we dat doen zowel in regionaal, bovenregionaal als landelijk verband. Dit is een cyclisch proces waarin processen in alle fasen met elkaar samenhangen en vloeiend in elkaar over kunnen gaan. Voor ieder type risico en crisis wordt dezelfde cyclus doorlopen of het nu gaat om kortdurende flitsrampen, sluimerende crises, of het anticiperen op mogelijke risico’s en effecten in de toekomst. Wat we daar onder andere voor gaan doen, leest u hier. 37
3.1.3 Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven Crises zijn in toenemende mate complex, grensoverschrijdend en meer dan alleen plaatsgebonden. Om adequaat te kunnen handelen bij rampen en crises, risico’s te beïnvloeden en de juiste maatregelen te kunnen treffen, zijn een goed, breed netwerk en afspraken met (crisis)partners essentieel. Ook rondom nog onbekende mogelijke effecten van crises is een brede blik op het netwerk nodig. Bijvoorbeeld met maatschappelijk betrokken partijen, bedrijven, vrijwilligersorganisaties en inwoners. Wat we daar concreet voor gaan doen, leest u hier.
"De samenwerking tussen de VRG en Defensie is zonder meer goed te noemen. De lijnen zijn kort en de betrokkenheid is groot. Door geopolitieke ontwikkelingen heeft Defensie zijn aandacht de laatste jaren vooral gericht op internationaal optreden, maar het belang van Nationale Inzet en de samenwerking met lokale en regionale overheden blijft onverminderd groot. Defensie wil daarbij ook in de toekomst een betrouwbare partner blijven om samen te beschermen wat ons Nederlanders dierbaar is." Kolonel Huub Klein Schaarsberg
Regionaal Militair Commandant-Noord, Defensie
3.1.4 Vergroten zelf- en samenredzaamheid Inwoners maken een belangrijk onderdeel uit van onze voorbereiding op een crisis én zijn van wezenlijk belang ten tijde van een crisis. Met veranderende omstandigheden en effecten van crises, de diversiteit en sociaal-maatschappelijke context van de Groninger samenleving en de druk op voorzieningen wordt de kans groter dat mensen in tijden van crises vaker enige tijd zelf- en samenredzaam moeten kunnen zijn of een bijdrage kunnen leveren in de crisis. De capaciteit en snelheid van zorg en hulpdiensten zullen door een krappere arbeidsmarkt en stijgende zorgvraag verder onder druk komen te staan, wat een uitdaging kan gaan vormen voor bijvoorbeeld opkomsttijden. De VRG wil de veerkracht en weerbaarheid van haar inwoners voor noodsituaties daarom vergroten, zodat inwoners weten wat ze zelf en met elkaar kunnen doen. Waar mogelijk en nodig worden kennis, kunde en capaciteiten van de hele samenleving benut bij de aanpak van (dreigende) crises. De VRG werkt daarvoor samen met gemeenten en sluit aan bij initiatieven en activiteiten die dicht bij de Groningers staan. Wat we daar concreet voor gaan doen, leest u hier.
3.1.5 Altijd vakbekwaam Crisisfunctionarissen vakbekwaam maken en houden is een essentiële taak van de VRG. In een omgeving waarin crises onverwachte, onbekende en complexe situaties met zich meebrengen wordt van crisisfunctionarissen veerkracht en creativiteit gevraagd. De VRG houdt crisisfunctionarissen op hoog niveau vakbekwaam en mentaal veerkrachtig, zodat ze in 38
ieder scenario volgens traditionele procedures én met flexibiliteit en creativiteit effectief kunnen handelen. De VRG heeft daarvoor een sterke keten van Opleiden, Trainen, Oefenen, Testen, Evalueren en Leren (OTOTEL). Leervragen van crisisfunctionarissen, actuele kennisontwikkelingen en evaluaties geven richting aan onze trainingen en oefeningen. Evaluaties van oefeningen en incidenten zijn er om te leren in een veilige omgeving. Daarnaast dienen evaluaties om verantwoording af te leggen over onze prestaties en om onze werkwijzen, procedures en vaardigheden continu te blijven verbeteren. Wat we daar concreet voor gaan doen, leest u hier.
Afbeelding 3: Vakbekwame en wendbare crisisorganisatie
3.1.6 Realisatie van Informatiegestuurde Veiligheid In snel tempo is er steeds meer informatie beschikbaar en bereikbaar. Digitale ontwikkelingen lijken soms verre toekomst maar bijvoorbeeld ChatGPT vindt al zijn weg wat laat zien dat deze ontwikkelingen al behoorlijk verweven zijn in de samenleving. Om tijdig op te treden en effectief te kunnen zijn in het bestrijden van de gevolgen van een incident of crisis moeten we in onze voorbereiding kunnen anticiperen op verschillende scenario’s en snel kunnen handelen. Daarom is het belangrijk om de juiste en voldoende informatie te verzamelen, te duiden en te delen. Dit doen we met de oprichting van een Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) en door netcentrisch te werken. Dit betekent dat we informatie gaan combineren en analyseren. Wij maken daarvoor gebruik van bestaande informatiebronnen; openbaar en niet openbaar. Zoals sociale media, data over verkeer van Rijkswaterstaat, evenementen via de gemeenten en weersvoorspelling van het KNMI. De 39
duiding van deze combinatie van informatie delen wij in ons netwerk. Op deze wijze kunnen we anticiperen op risico’s en veranderingen in het veiligheidsbeeld, kunnen prioriteiten worden gesteld en kan betere afstemming met partners worden bereikt. Bij informatiegestuurde veiligheid hoort ook een goed en veilig ingericht ICT-landschap. Daarbij wordt aangesloten op de landelijke ontwikkelingen omtrent KCR2 10. De VRG werkt samen in 3-Noord verband (met de Veiligheidsregio’s Fryslân en Drenthe) en met de Meldkamer Noord-Nederland. Wat we daar concreet voor gaan doen, leest u hier.
40
3.1.7 Versterken van risico- en crisiscommunicatie Risicocommunicatie De VRG zet risicocommunicatie in om inwoners bewust te maken van risico’s in hun leefomgeving om hierop te anticiperen en het accepteren ervan. Ook bereiden we de samenleving met risicocommunicatie beter voor op noodsituaties. Daardoor zijn inwoners in staat om zelf maatregelen te nemen en weten ze wat ze zelf kunnen doen in de eerste fase van een crisis, waardoor zij veerkrachtiger zijn bij noodsituaties. Het aardbevingsdossier (specifiek de driedaagse oefening in 2018 en het onderzoek van Gronings Perspectief) heeft ons geleerd dat inwoners behoefte hebben aan handelingsperspectief: wat kunnen zij zelf doen als de hulpdiensten nog niet ter plaatse kunnen komen? De lessen uit dit dossier hebben het programma EHBJ (Eerste Hulp Ben Jij) opgeleverd, waarmee de VRG invulling geeft aan een deel van de risicocommunicatie. De behoefte is echter breder. Samen met de sector Brandweerzorg (en Risicobeheersing) geeft de sector Crisisbeheersing invulling aan de risicocommunicatie van de toekomst op basis van ons eigen Regionaal Risicoprofiel en de behoeften van inwoners, gemeenten en bedrijven.
Daarbij zoeken we nadrukkelijk de verbinding met de initiatieven van het Rijk, dat met het programma Denk Vooruit inspeelt op risico’s op het gebied van landelijke en internationale thema’s als cyberveiligheid, energietransitie, energieschaarste en maatschappelijke onrust (polarisatie). Hierbij hoort ook de inhoudelijke verbinding met de ontwikkelingen rond NL Alert en de NL Alert-app. Ook werken we nauw samen in 3-Noord verband om bij risico’s die over provinciegrenzen heen gaan inwoners en de Meldkamer Noord-Nederland optimaal te kunnen bedienen. Crisiscommunicatie Gerichte crisiscommunicatie maakt een belangrijk verschil bij incidenten die de samenleving raken. Op basis van de omstandigheden kan daarin een flexibele werkwijze nodig zijn. De afgelopen periode heeft het crisiscommunicatieteam ervaring opgedaan met diverse crises en incidenten. De VRG legt de geleerde lessen daarin vast. Hierbij wordt onder meer geput uit de werkwijzen tijdens de coronapandemie, de buitengewone toestroom van asielzoekers in Ter Apel, het aardbevingsdossier, de komst van de Fremantle Highway, de brand in het Holland Casino en andere flitsincidenten. De VRG organiseert crisiscommunicatie in een compact communicatieteam, waarin de betrokken (hulp)diensten zijn vertegenwoordigd. Zij geven samen de communicatie naar inwoners en andere stakeholders vorm.
Deze samenwerking bevordert eenduidige en duidelijke communicatie. De VRG is verantwoordelijk voor het (gezamenlijk) realiseren van een bekwaam, gefaciliteerd en toegerust crisiscommunicatieteam met de juiste randvoorwaarden om de crisiscommunicatietaken uit te voeren. Ook staan we in nauw contact met gemeenten en crisispartners en maken met hen afspraken over wie wanneer verantwoordelijk is. Wat we daar concreet voor gaan doen, leest u hier.
41
3.1.8 Versterken van evenementenveiligheid Onze inwoners moeten zorgeloos van alle mooie evenementen in onze regio kunnen genieten. Net als in de rest van Nederland zien we ook in Groningen het aantal evenementen toenemen. Wij zijn er als VRG voor om bij te dragen aan een veilig verloop ervan. Zowel vanuit de GHOR als samen met andere hulpdiensten adviseren we daarom onze gemeenten tijdig over publieke veiligheids- en gezondheidsaspecten in het traject van vergunningverlening. Steeds vaker vinden er meerdere evenementen tegelijk plaats. We moeten dan rekening houden met meerdere factoren om deze veilig te laten verlopen. Het koppelen van verschillende informatiebronnen rondom bijvoorbeeld weersomstandigheden, een evenementenkalender en capaciteit van hulpdiensten helpt ons om te kunnen anticiperen op veranderende veiligheidssituaties. Dat doen we in ons informatieknooppunt, waarbinnen we ook met onze buurregio’s informatie uitwisselen. Wat we daar concreet voor gaan doen, leest u hier.
"Het aantal evenementen neemt toe en vaker zijn ze gemeente-overstijgend georganiseerd. Als politie organiseren we onze capaciteit op Noord-Nederlandse schaal. De VRG krijgt in haar coördinerende rol daarom ruim vantevoren al te maken met capaciteitsvraagstukken op noordelijke schaal. Met een noordelijke evenementenkalender en onderlinge informatie uitwisseling in één systeem kan er betere afstemming plaatsvinden." Cor de Lange
Sectorhoofd bij Politie Noord-Nederland
42
Deel 2 - Regionaal Beleidsplan 2024 - 2028
Afbeelding 4: Wonen in de regio Groningen
43
1
Voorkomen, beperken en bestrijden
Het Regionaal Risicoprofiel beschrijft de veiligheidsrisico’s in de regio Groningen en hoe we deze risico’s kwalificeren. Het Regionaal Beleidsplan borduurt hier, ook in het licht van de Visie op Crisisbeheersing, op verder.
1.1 Beleidsambities In de Visie op Crisisbeheersing zijn acht ambities beschreven. Om deze te kunnen realiseren, kennen we onze omgeving, evenals de risico’s die daarvoor een bedreiging vormen. We weten wie wanneer wordt geïnformeerd en met welke partners de risico’s kunnen worden voorkomen, gemitigeerd of geprepareerd. Samenwerken doen wij vanuit een netcentrisch besef samen met onze crisispartners en andere partijen. We werken daarom risicogericht en informatiegestuurd met beschikbaarheid van relevante data en informatie binnen het regionale informatieknooppunt. Het cyclische proces van multidisciplinaire risico- en crisisbeheersing vormt binnen de VRG een vanzelfsprekende en fluïde keten in de werkprocessen en aanpak. We werken als lerende organisatie met als doel continu de geleerde lessen en ervaringen uit de praktijk en theorie te vertalen naar beleid en uitvoering. In deze paragraaf worden de ambities uitgewerkt in de beleidsdoelstellingen. Deze zijn omkaderd. Onder de beleidsdoelstellingen volgen opgaven waaraan de sector Crisisbeheersing de komende jaren, samen met andere sectoren en (netwerk)partners gaat werken. In het organisatieplan crisisbeheersing wordt een meerjarenplanning en -begroting voor de jaren 2024 – 2028 verwerkt. Hier worden de opgaven weggezet in tijd, capaciteit en budget. Met daarbij ook de rollen en verantwoordelijkheden.
Deze meerjarenplanning en -begroting vormen de basis voor de jaarplannen van crisisbeheersing.
1.1.1 Ambitie 1: Versterken van de crisisorganisatie De crisisorganisatie wordt dusdanig vormgegeven dat zij voorbereid is op zowel flitsrampen als langdurige, sluimerende crises. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Naar een meer compacte crisisorganisatie met hardpiket als uitgangspunt; 2. Verbreden van de mate van vakbekwaamheid naar een combinatie van protocol, flexibiliteit en improvisatie; 3. Opstellen zorgrisicoprofiel; 4. Versterken verbinding met het zorgdomein op Noord-Nederlandse schaal; 5. Uitwerken en bestuurlijk vastleggen van de rol van de veiligheidsdirectie en de verhouding tot de Operationeel Leider en het bestuur.
44
1.1.2 Ambitie 2: Inrichting risicogericht werken We hebben inzicht in wat de risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel voor onze regio en organisatie betekenen, op welke wordt ingezet en hoe wij hierop het beste kunnen anticiperen. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Per risico(type) uit het Regionaal Risicoprofiel uitwerken van de activiteiten en maatregelen in iedere fase van de veiligheidsketen. De komende beleidsperiode doen we dat voor de thema’s Klimaatontwikkeling, Energietransitie, Cyberdreiging en Ondermijning; 2. In kaart brengen van de rollen en taken van de VRG op basis van het Regionaal Risicoprofiel; 3. Updaten van het organisatie- en crisisplan; 4. Inrichten van de eigen organisatie om de expertise en activiteiten in cyclische multi risico- en crisisbeheersing (koud, lauw en warm) krachtiger samen te brengen; 5. Ontwikkelen tot dé professionele partner voor ondersteuning, expertise en advies in de voorbereiding op, tijdens en in de nafase van een crisis. Daarbij sluiten we aan bij de ontwikkelingen rondom de Omgevingswet; 6. Inzichtelijk maken hoe de crisisorganisatie functioneert bij flitscrises en bij langer durende sluimercrises; 7.
Oprichten van een Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) waarin ten behoeve van risico-inventarisatie, preparatie en respons informatie beschikbaar komt op drie werkniveaus: i. Strategisch (Regionaal Risicoprofiel), ii. Tactisch (zorgrisicoprofiel en brandrisicoprofiel) iii. Operationeel (actueel en dynamisch beeld op risico’s).
1.1.3 Ambitie 3: Duurzame netwerksamenwerking met crisispartners, maatschappelijk middenveld en bedrijven Wij herijken onze afspraken en convenanten op basis van het geactualiseerde Regionaal Risicoprofiel. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Op basis van de uitwerking van het Regionaal Risicoprofiel: versterken banden met de Groningse gemeenten, (crisis)partners, realiseren nieuwe netwerkverbindingen en allianties. Daarbij wordt ook gekeken naar maatschappelijk betrokken partijen, bedrijven en inwoners; 2. Versterken regionale, bovenregionale en internationale samenwerking met 3-Noord, maritieme partners, het Rijk, en o.a. Duitse grensregio’s met grensliaisons.
45
1.1.4 Ambitie 4: Vergroten zelf- en samenredzaamheid
Afbeelding 5: VRG werkt samen met inwoners op het vergroten van zelf- en samenredzaamheid
De inwoners van Groningen zijn zich bewust van de regionale risico’s. De Groningers weten wat zij kunnen doen in geval van een incident, ramp of crisis en wat zij van ons mogen en kunnen verwachten. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Een meerjarenprogramma ontwikkelen ter vergroting van de zelf- en samenredzaamheid: a. Doorontwikkelen programma Eerste Hulp Ben Jij (EHBJ) om inwoners beter voor te bereiden op noodsituaties, inclusief het opzetten van communicatie rondom bewustwording en acceptatie van risico’s; b. Betrokkenheid bij veiligheidsvraagstukken vergroten via onder meer panels van gemeenteraadsleden, inwoners en jongeren, onderwijs en dialoog. 2. We borgen burgerhulp en burgerparticipatie in onze crisisorganisatie.
1.1.5 Ambitie 5: Altijd vakbekwaam Als (crisis)organisatie zijn en voelen wij ons altijd vakbekwaam. We blijven onszelf continu verbeteren en versterken, zodat we in de koude, lauwe en warme fase voldoende voorbereid zijn op bekende en onbekende crises. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Versterken en verbreden van de vakbekwaamheid van crisisfunctionarissen en medewerkers: a. Stapsgewijze invoering van uniformering in de kwaliteitsnormen en in de doctrine van opleiden, trainen en oefenen, evalueren en leren om crisisfunctionarissen vakbekwaam te houden voor flits- en sluimercrises; 46
b. Aansluiten op landelijke ontwikkelingen rondom het crisisonderwijsstelsel en werken met kwaliteitsprofielen en basisvaardigheden; c. Verbeteren politiek-bestuurlijke sensitiviteit; d. Verbreden van competenties die nodig zijn aan de voorkant van de veiligheidsketen (onder meer risico-inventarisatie en -analyse, advisering, scenariodenken, netwerksamenwerking); 2. Passend en tijdig evalueren na activering van de (crisis)organisatie.
1.1.6 Ambitie 6: Realisatie informatiegestuurde veiligheid In de koude, lauwe en warme fase werken wij informatiegestuurd9. Dit doen wij zowel regionaal als bovenregionaal. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Stapsgewijze oprichting van een Veiligheids Informatie Knooppunt (VIK) die aansluit op het landelijk netwerk; 2. Samen met Veiligheidsregio’s Fryslân en Drenthe wordt bovenregionale informatiemanagement opgezet KCR2; 3. Verkennen en leren van innovaties, nieuwe technieken en ontwikkelingen, zoals kunstmatige intelligentie (AI).
1.1.7 Ambitie 7: Versterken risico- en crisiscommunicatie We hebben inzichtelijk welke informatie over regionale risico’s gedeeld moet worden, zowel met de 10 Groninger gemeenten als hun inwoners. De informatie gaat zowel over bewustwording als over voorbereiding op eventuele crises. Hierbij houden we rekening met de verschillende doelgroepen in de samenleving. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties: 1. Versterken van beleid rondom risicocommunicatie; 2. Uitwerken van vormen van (digitale) communicatie naar verschillende doelgroepen in de samenleving (zoals ouderen, studenten, migranten); 3. Inrichten van een compact en vakbekwaam (crisis)communicatieteam.
1.1.8 Ambitie 8: Versterken evenementenveiligheid Samen met de Groninger gemeenten en andere (crisis)partners zorgen we voor veilige evenementen in onze regio. We geven invulling aan deze beleidsdoelstelling door middel van de volgende opgaven en acties:
9
Onderdeel van de beoogde operationele prestaties zoals beschreven in Art. 14, lid 2a Wvr
47
1. Het versterken van de rol van de VRG en het ondersteunen van de rol van de gemeenten en evenementen-organisatoren in het vergunningsverleningsproces, in de uitvoering van de evenementen (daar waar mogelijk) en in het evaluatieproces na afloop; 2. Koppelen van (digitale) informatiebronnen rondom evenementen in het informatieknooppunt.
48
1.2 Wettelijke verplichtingen Naast onze eigen ambities, hebben we ook te voldoen aan de wettelijke verplichtingen zoals deze zijn omschreven in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr). In deze paragraaf wordt ingegaan op de taken en bevoegdheden die conform artikel 10 Wvr zijn overgedragen aan het bestuur van de Veiligheidsregio. Daarnaast worden vanuit artikel 25 Wvr taken toegewezen aan de Veiligheidsregio voor advisering op het gebied van brandpreventie, brandbestrijding en het voorkomen, beperken en bestrijden van ongevallen met gevaarlijke stoffen. Artikel 31 Wvr beschrijft daarnaast onze wettelijke taak tot bedrijfsbrandweeraanwijzingen. In paragraaf 1.4 wordt ingegaan op de borging van overige wettelijke verplichtingen. Artikel 10 Wet veiligheidsregio’s De bevoegdheden die in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s zijn opgenomen en waar wij als Veiligheidsregio direct of indirect uitvoering aan geven, zijn: a. Het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; b. Het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het Regionaal Beleidsplan zijn bepaald; c. Het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid; d.
Het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; e. Het instellen en in stand houden van een brandweer; f. Het instellen en in stand houden van een GHOR; g. Het voorzien in de meldkamerfunctie; h. Het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; i. Het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de Veiligheidsregio en tussen andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij risico- en/of crisisbeheersing. Als Veiligheidsregio hebben we daarnaast vanuit artikel 25 Wvr de taak om gevraagd en ongevraagd te adviseren over het voorkomen, beperken en bestrijden van branden, rampen en crises. In artikel 14 Wvr is een omschrijving opgenomen van deze adviesfuncties.
1.2.1 Artikel 10 lid b Wvr: adviesfunctie Veiligheidsregio Artikel 10 lid b gaat over de wettelijk aangewezen adviestaken én de in het beleidsplan bepaalde adviestaken. Met de in het beleidsplan bepaalde taken geven we invulling aan onze kerntaak om een veilige leefomgeving te bereiken en in stand te houden en borgen we, gezamenlijk met andere partijen, een maximaal veiligheidsrendement. De inwerkingtreding van de Omgevingswet heeft invloed op de taken die wij als Veiligheidsregio uit moeten voeren om een veilige leefomgeving in stand te houden. Om deze doelstelling te bereiken borgen we daarom door middel van dit Regionaal Beleidsplan de volgende adviestaken: Leefomgeving (Omgevingswet) 49
•
•
Participeren in de ontwikkeling van, en adviseren over omgevingsvisies, gebiedsvisies, beleidsvisies en -plannen, programma’s, omgevingsplannen, provinciale verordeningen, binnen- en buitenplanse omgevingsactiviteiten, projectbesluiten en andere besluiten in het kader van de fysieke leefomgeving. Onderdeel daarvan is deelname aan (gemeentelijke) omgevingstafels. Gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen aan gemeenten, provincie en Rijksoverheid over ontwikkelingen en situaties die van invloed zijn op de risico’s uit het Regionaal Risicoprofiel van veiligheidsregio Groningen, zoals klimaatadaptatie, circulair bouwen en energietransitie.
Milieubelastende activiteiten •
•
•
Het adviseren van het bevoegd gezag: gemeenten, provincie, waterschappen en het rijk (waaronder bijv. het ministerie van Economische zaken (mijnbouw) en de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming) ten aanzien van milieubelastende activiteiten (zowel vergunningplichtig, meldingsplichtig, als ambtshalve besluit) op (brand)veiligheidsaspecten voor zover de veiligheidsregio daar niet voor is aangewezen als wettelijk adviseur op grond van artikel 4.33 van het Omgevingsbesluit. Het adviseren van het bevoegd gezag over de (brand)veiligheidsaspecten die voortvloeien uit de voorschriften van de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten (bijvoorbeeld beoordeling van UPD’S en brandveiligheidsplannen). Opslagen buiten
Evenementen • Evenementen worden geadviseerd conform de Regionale leidraad multidisciplinaire proces veiligheid van publieksevenementen Veiligheidsregio Groningen. Daarnaast wordt er in het kader van de Omgevingswet geadviseerd over de fysieke en externe veiligheid in relatie tot evenemententerreinen waar grootschalige evenementen plaatsvinden (>5000 bezoekers). Hierbij wordt er ook rekening gehouden met rekening houden met de thema’s als bereikbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Bluswater en bereikbaarheid • •
Het adviseren van het bevoegd gezag op aspecten van de basisbrandweerzorg, waaronder bluswatervoorziening, bereikbaarheid voor de hulpdiensten. Het beoordelen van en adviseren op ontwerpplannen voor het aanleggen, wijzigen en saneren van waterleiding tracés van het waterbedrijf Groningen over. Daarbij kijken we naar de positionering en capaciteit van brandkranen.
Brandveiligheid • •
Het adviseren van het bevoegd gezag op bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen in het kader van brandveiligheid bij bouwactiviteiten. Het adviseren van het bevoegd gezag op bouwkundige, installatietechnische en organisatorische maatregelen in het kader van brandveiligheid bij meldingen brandveilig gebruik. 50
• •
Het adviseren van (repressieve) maatregelen in het kader van brandveiligheid bij andere voorkomende vraagstukken ten behoeve van de beheersbaarheid van risico’s. Het adviseren over en toetsen van brandveiligheidsinstallaties en -plannen en de daarvoor geldende normen. (bijvoorbeeld beoordeling van UPD’s en PVE’s).
Vervoer gevaarlijke stoffen •
Het adviseren over vervoer van gevaarlijke stoffen zoals bedoeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen.
51
Toezicht •
Het uitvoeren van toezicht op de naleving van onder andere de volgende (brand)veiligheidsaspecten: o Opgenomen in de omgevingsvergunning voor milieubelastende activiteiten, zoals gesteld in paragraaf 4.2 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). o Bouwactiviteiten, o Omgevingsplanactiviteiten, o Evenementen, en o Meldingen brandveilig gebruik.
1.2.2 Participatie en integraliteit Als Veiligheidsregio Groningen vinden wij het belangrijk om vroegtijdig te worden betrokken bij ontwikkelingen in de leefomgeving in onze regio. Immers is het onze kerntaak om een gezonde en veilige leefomgeving te bereiken en in stand te houden. Door vroegtijdig te worden betrokken kunnen wij onze wettelijke en niet-wettelijke adviestaak beter en efficiënter uitvoeren. Daarbij richten we ons op de prioritaire risico’s uit het regionale risicoprofiel, wat past bij onze ambitie om als VRG risicogericht te werken. Bij relevante ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving gaan we intern voor de advisering meer integraal (samen)werken als sectoren. Bij deze ontwikkelingen neemt risicobeheersing het voortouw. Andere sectoren worden betrokken op basis van gezamenlijk vastgestelde drempelwaarden voor de noodzaak bij een aanvraag de andere sectoren te betrekken. Afhankelijk van de voorgenomen ontwikkeling kan dit betekenen dat risicobeheersing, brandweerzorg, crisisbeheersing bijdragen aan een uitgaand advies. Hiermee borgen we als Veiligheidsregio de integraliteit op alle facetten van onze adviestaken. Extern betekent het dat we ons bewust zijn van ons netwerk. Denk onder andere aan partners als Veiligheidsregio Fryslân en Drenthe, grensregio Duitsland, andere overheden, waterschappen, de omgevingsdienst, politie, defensie en Rijkswaterstaat.
Als Veiligheidsregio Groningen willen we ons de komende jaren verder ontwikkelen als een risicogerichte en betrouwbare integrale adviseur op het gebied van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. Onze focus verbreedt onder andere door onze adviezen ook te richten op (geneeskundige) hulpverleningsvraagstukken.
1.2.3 Niet-wettelijke adviestaken artikel 14 Wvr Artikel 14 lid e van de Wvr verplicht ons om een beschrijving op te nemen van onze nietwettelijke adviesfunctie. Dit valt onder artikel 10, lid b. In par 5.2.1 beschrijven wij de manier waarop gemeenten het bestuur van de Veiligheidsregio in de gelegenheid te stellen om haar adviesfunctie uit te oefenen met betrekking tot omgevingsplannen. 1.2.3.1 Omgevingsplan en -vergunning Op grond van artikel 5.2 van het Besluit kwalitatief leefomgeving (bkl) wordt in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises rekening gehouden met het 52
belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van deze incidenten. Daarnaast moeten mogelijkheden in kaart worden gebracht hoe personen zich in veiligheid kunnen brengen in geval van een incident. Ook moet de geneeskundige hulpverlening een plek krijgen in ons advies. Op basis van Bkl hoofdstuk 8 moeten deze aspecten ook bij omgevingsvergunningen betrokken worden. Om een deskundig en volledig advies te kunnen geven aan gemeenten, is het van belang dat: 1. Het bevoegd gezag het bestuur van de Veiligheidsregio vroegtijdig betrekt bij het opstellen van het omgevingsplan. 2. Het bestuur van de Veiligheidsregio door het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om advies uit te brengen voorafgaand aan de vaststelling van het ontwerp en definitieve omgevingsplan. 3. Het bevoegd gezag het bestuur van de Veiligheidsregio informeert indien wijzigingen worden doorgevoerd in het omgevingsplan. Het bestuur van de Veiligheidsregio wordt tevens in de gelegenheid gesteld om advies uit te brengen. 4. Het bevoegd gezag het bestuur van de Veiligheidsregio vroegtijdig bij een binnen- of buitenplanse omgevingsplanactiviteit betrekt. Als Veiligheidsregio brengen wij schriftelijke adviezen uit voorafgaand aan de vaststelling van een (ontwerp) omgevingsplan en de omgevingsplanactiviteiten.
In ons advies richten wij ons op aanwezige relevante risico’s, zoals die zijn beschreven in of in relatie staan tot ons Regionaal Risicoprofiel. Hieronder vallen onder andere vervoer en opslag van gevaarlijke stoffen, brand-, externe en waterveiligheid. Ook richten wij onze adviezen op andere thema’s zoals klimaatverandering, energietransitie en aardbevingen. Daarnaast zorgen we voor kennisdeling en communicatie over (rest)risico’s.
1.2.4 Wettelijke taken In de tabel zoals beschreven in de inleiding, hebben wij onze wettelijke taken conform artikel 14 Wvr uiteengezet. In de volgende paragrafen beschrijven we kort onze wettelijke taken voor bevolkingszorg, GHOR en de Meldkamer Noord-Nederland. 1.2.4.1 Bevolkingszorg Bevolkingszorg zorgt minimaal voor uitvoering van haar wettelijke taken: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
het verzorgen van crisiscommunicatie11; het voorzien in opvang en verzorging van de bevolking; het verzorgen van nazorg voor de bevolking; het registreren van slachtoffers; het registreren van schadegevallen; het adviseren van het regionaal operationeel team.
Daarnaast is het de taak van bevolkingszorg/GKG binnen crisisbeheersing om te zorgen voor een goede voorbereiding van de gemeentelijke taken ten tijde van een incident, ramp of crisis. Dit gebeurt op basis van het Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg en door middel van 53
planvorming, advisering en afstemming, inrichten en beheren crisisorganisatie en vakbekwaamheid. 1.2.4.2 GHOR De GHOR is: 1. Een 24/7 parate crisisorganisatie met crisisfunctionarissen die zijn toegerust voor het werk. 2. Een mono- en multidisciplinaire betrouwbare partner in de ketensamenwerking. Zowel tijdens incidenten, rampen en crises als in de voorbereiding daarop. 3. Een ter zake kundige vertegenwoordiging van de geneeskundige en publieke gezondheidsprocessen in de multidisciplinaire crisisorganisatie. 4. Een deskundig adviseur voor het openbaar bestuur in de regio bij vraagstukken op het snijvlak van zorg en veiligheid. 1.2.4.3Meldkamer Noord-Nederland De Meldkamer Noord-Nederland (MkNN) is sinds 2023 onderdeel van de Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS). Deze meldkamerfunctie wordt beheerd en gecoördineerd door veiligheidsregio Drenthe.
1.3 Randvoorwaarden In deel 1 – Visie op crisisbeheersing 2030 en deel 2 – het Regionaal Beleidsplan is beschreven hoe de VRG kijkt naar verschillen in context en effecten van risico’s en crises en wat dit betekent voor crisisbeheersing in onze regio. Daarin is duidelijk dat van de (crisis-)organisatie nieuwe en aanvullende competenties, vaardigheden en kwaliteitsnormen worden gevraagd in een breed perspectief op crisisbeheersing. Het ‘werken vanuit de bedoeling’ staat voorop, vanuit onze kernwaarden: professioneel, daadkrachtig, betrouwbaar en verbonden. Met de acht ambities geeft de VRG richting aan continue verbetering van onze activiteiten in alle fasen van crisisbeheersing. Zo blijft onze blik gericht op een veilig Groningen, waar inwoners zich veilig voelen in alledaagse bezigheden maar ook in tijden van een crisis. Organisatieplan crisisbeheersing Voor de realisatie van de acht ambities is het noodzakelijk de (crisis)organisatie daarop in te richten. Daarom volgt na vaststelling van het beleidsplan een organisatieplan crisisbeheersing. Om beleidsontwikkeling en de praktische uitvoering parallel te laten verlopen, wordt het organisatieplan in verschillende delen en op verschillende momenten opgesteld en volgens de wettelijke vereisten vastgesteld. Uitgangspunten voor het organisatieplan De VRG werkt zo compact en effectief mogelijk.
(Crisis-)functionarissen zijn als betrokken professionals experts in hun rol en taak.
54
Naast dat de kernwaarden van de VRG als uitgangspunt gelden, sturen we bij onze huidige en nieuwe medewerkers op competentiewaarden die van belang zijn om onze opgaven te realiseren. Denk hierbij aan competenties als besluitvaardigheid, netwerkend vermogen, wendbaarheid en veerkracht. De realisatie van onze ambities voltrekt zich in een dynamische arbeidsmarkt met veel concurrentie en steeds veranderende behoeften van medewerkers. Dat betekent dat het niet altijd gemakkelijk is om vacatures (duurzaam) in te vullen. Financiën De huidige financiële kaders, inclusief de extra BDuR (Brede Doeluitkering Rampenbestrijding)-gelden voor de versterking van crisisbeheersing, zijn leidend voor de uitwerking van de voorgenomen ambities. De uitvoering en fasering van de ambities wordt uitgewerkt in een meerjarenplanning en -begroting. Deze worden verder gespecificeerd in jaarplannen en -begrotingen. Wanneer geformuleerde ambities niet behaald kunnen worden, wordt bestuurlijke afstemming georganiseerd teneinde te bepalen hoe de uitvoerbaarheid van de ambities wordt opgepakt. Hiermee zorgen we voor een haalbare en realistische planning. Convenanten en contracten op orde Alle contracten en convenanten worden in kaart gebracht inclusief de implicaties en benodigde acties. Hierdoor ontstaat overzicht in de bestaande (samenwerkings)afspraken.
Deze bestaande (samenwerkings)afspraken worden geprioriteerd waarna een werkwijze volgt hoe we om willen gaan met contracten en convenanten. Waar nodig implementeren en borgen we reeds gemaakte afspraken (beter) in onze organisatie. In een actueel overzicht wordt duidelijk welke contracten en convenanten we hebben maar wordt ook duidelijk wie inhoudelijk verantwoordelijk is. Dit is een actie die in samenwerking met financiën uitgewerkt moet worden. Convenanten die in het overzicht minimaal opgenomen moeten worden zijn: • • • • • • • •
GGB GGD OVGD GHOR4ALL SIS GEO4OOV Convenanten met vitale partners Convenant met de crisispartners
Uitvoering wettelijke en niet-wettelijke taken De ambities die de VRG heeft ten aanzien van wettelijke maar ook de niet-wettelijke taken, worden begrensd door de mensen en middelen die ons ter beschikking staan. Dat betekent dat wij risicogerichte keuzes maken als het gaat over de manier waarop wij uitvoering geven aan onze taken. 55
56
Bijlagen Bijlage
Document
Bijlage 1
Verklarende woordenlijst
Bijlage 2
Dreigingsthema’s
Bijlage 3
Regionaal Risicoprofiel Groningen
Bijlage 4
Matrix wettelijke taken art. 14 Wvr
57
Bijlage 1: Verklarende woordenlijst Afkortingen AB AI DPG DESTEP EHBJ GHOR GKG GRIP KCR2
KNMI
LCMS NCTV NIPV MIC MNN MOTO OTOTEL P&OO RCDV VIK
Algemeen Bestuur Artificiële Intelligentie (of kunstmatige intelligentie) Directeur Publieke Gezondheid Demografie, Economie, Sociaal-cultureel, Technologisch, Ecologisch, Politiek Eerste Hulp Ben Jij Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio Gemeentelijke Kolom Groningen Gezamenlijke Regionale Incidentmanagement Procedure Knooppunt Coördinatie Regio's-Rijk Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut Landelijk Crisis Management Systeem Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid Nederlands Instituut Publieke Veiligheid Multidisciplinair Informatie Centrum Meldkamer Noord-Nederland Multidisciplinair Optreden Trainen en Oefenen Opleiding, Training, Oefenen, Testen, Evalueren en Leren Personeel Organisatie en Ontwikkeling Raad van Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio Veiligheidsinformatieknooppunt
58
Bijlage 2: Dreigingsthema’s In deze bijlage beschrijven we de risico’s voor onze regio volgend uit de dreigingsthema’s van het risicoprofiel. Dit doen we aan de hand van de landelijke methodiek (Handreiking Regionaal Risicoprofiel 2009). Volgens deze methodiek categoriseren we de bedreigingen volgens onderstaande indeling10: -
Zware ongevallen Natuurrampen Bedreigingen gezondheid en milieu Verstoring vitale infrastructuur Grootschalige openbare ordeproblematiek
Gebeurtenissen of dreigingen daarvan in deze thema’s kunnen een bedreiging vormen voor een of meerdere vitale belangen van de samenleving. De vitale belangen zijn: -
Internationale rechtsorde Nationale rechtsorde Openbare veiligheid Economische veiligheid
Zoals in de inleiding is beschreven, sluit de landelijke werkwijze voor het ontwikkelen van een risicoprofiel niet langer aan bij de samenleving. De dynamiek van trends en ontwikkelingen en de verwevenheid van risico’s maken dat risico’s niet slechts in een categorie van bovenstaande indeling te vatten zijn. Als we bijvoorbeeld naar het risico ‘gaswinning en aardbevingen’ kijken, dan delen we dit risico in onder het dreigingsthema ‘natuurrampen’. Het risico ‘gaswinning en aardbevingen’ is echter in Groningen veel breder dan de risico’s van seismiciteit en de effecten daarvan (fysieke schade). Zo hebben we in het kader van de gaswinning en aardbevingen te maken gezondheidseffecten en effecten voor sociale veiligheid en maatschappelijke onrust die een directe relatie hebben met gaswinning. Het risico gaswinning en aardbevingen is dus niet alleen te vatten in het thema natuurrampen, maar onder meer ook in het thema bedreigingen voor gezondheid en milieu. Bovendien hebben steeds meer risico’s niet alleen een direct effect op bijvoorbeeld een verstoring van de vitale infrastructuur, maar ook een meer indirect effect op maatschappelijke onrust als effect van een ander risico.
Om aan te tonen dat de bestaande methodiek volgens de landelijke handreiking niet langer volstaat en risico’s niet geïsoleerd beschouwd kunnen worden, geven we bij een aantal risico’s in deze bijlage kruisverbanden aan tussen risico’s. Deze bijlage bevat het huidige risicoprofiel volgens de landelijke werkwijze. Aangezien deze werkwijze niet meer aansluit bij de dynamiek van risico’s in onze regio, vullen we de werkwijze In dit risicoprofiel wordt aansluiting gezocht bij de ANV (2022), Rijksbrede Risicoanalyse Nationale Veiligheid, Analistennetwerk Nationale Veiligheid. 10
59
aan waar nodig en leggen we kruisverbanden tussen de dreigingsthema’s. Ten eerste beschrijven we de risico’s en vervolgens kwalificeren we deze risico’s aan de hand van hun impact.
1.1 Kaart provincie Groningen Onderstaande kaart geeft een blik op de (geografische) situatie van de provincie Groningen.
Niedersachsen
Oppervlakte: 2960 km2, waarvan ruim 635 km2 water Inwoners: 596075 (2022) Bevolkingsdichtheid: 257 inwoners/km2 Gemeenten: 10 Chemiecluster: 1 (Delfzijl) Waddeneilanden: 2 (Rottumerplaat en Rottumeroog, beide onbewoond) Zeehavens: 4 (Delfzijl, Eemshaven, Lauwersoog en Noordpolderzijl) Buurregio’s: Fryslân, Drenthe en de Duitse deelstaat
1.2 Zware ongevallen Bij zware ongevallen wordt onderscheid gemaakt in vijf typen ongevallen: -
Transportongevallen Chemische ongevallen Stralingsongevallen Grote branden Instortingen
1.2.1 Transportongevallen Binnen het transport van goederen en personen worden meerdere vervoersmodaliteiten onderscheiden: luchtvaart, zeevaart, binnenvaart, spoor en weg. Binnen de regio Groningen komen alle modaliteiten in meer of mindere mate voor. Modaliteit 60
Weg
213 km rijksweg; 573 km provinciale weg en 5922 km gemeentelijke weg
Spoor
200 km spoor, waarvan 15 km elektrisch
Binnenvaart
533 km vaarweg
Zeevaart
4 zeehavens: Delfzijl, Eemshaven, Lauwersoog en Noordpolderzijl
Luchtvaart
2 vliegvelden, Oostwold en Stadskanaal. Groningen Airport Eelde (Drenthe)
Tabel 2: Omvang transport regio Groningen Groningen grenst aan de Wadden- en Noordzee en kent vier havens, elk met hun eigen karakteristiek. Lauwersoog bestaat voornamelijk uit een visserijvloot en is de vertrekhaven van de veerboot naar Schiermonnikoog. Noordpolderzijl is Nederlands kleinste getijdenhaven en wordt bezocht door relatief kleine schepen met een geringe diepgang en is een belangrijk start- en eindpunt voor wadlooptochten. De zeehavens Eemshaven en Delfzijl hebben een industrieel karakter en kunnen aangewezen worden als ‘Port of Refugee’. Dit betekent dat zij beschikbaar zijn voor schepen in nood. Op het gebied van waterongevallenbeheersing is de landelijke visie geïmplementeerd waarin de duiktaak, de oppervlaktereddingstaak en de grijpreddingstaak zijn belegd bij de verschillende brandweerposten in het verzorgingsgebied. Transportongevallen leiden in veel gevallen tot doden en gewonden, waarnaast het ongeval in vrijwel alle gevallen leidt tot stremming van de getroffen locatie. Uit de Themarapportage Zware Ongevallen blijkt tevens dat het aantal slachtoffers en gewonden bij een transportongeval met de jaren afneemt, dankzij de toename van kennis, de techniek en het veiligheidsbesef. In sommige gevallen is er sprake van aantasting van het milieu (niet met gevaarlijke stoffen).
Transportongevallen zullen een grote kans van voorkomen hebben, waarop bijvoorbeeld extreem weer een negatief effect kan hebben. Modaliteit Weg
Kettingbotsing provinciale weg
Spoor
Ontsporing trein door aanrijding (Winsum, 18 november 2016)
Binnenvaart
Aanvaring binnenvaartschip (met gevaarlijke stoffen) met brug
Zeevaart
Ongeval containerschip op verkeersscheidingsstelsel (MSC Zoë, 2 januari 2019; MV Fremantle Highway, 25 juli 2023) 61
Luchtvaart
Botsing twee vliegtuigen (Sellingen, 24 april 2002)
Tabel 3: karakteristiek incident transport regio Groningen Toekomst Een belangrijke ontwikkeling in transport is de toepassing van alternatieve brandstoffen (aardgas en waterstof), drones en elektrisch rijden. Dit kan onder andere nog onbekende risico’s voor de hulpverlening met zich meebrengen. In het kader van verkeersveiligheid zijn er meerdere infrastructurele ontwikkelingen, zoals de verdiepte ligging van de zuidelijke ringweg van de stad Groningen (gereed 2024/2025) en het verdubbelen van de N33 richting de Eemshaven (traject Zuidbroek – Appingedam gereed in 2025). Ook tijdens de realisatiefase van dergelijke projecten (afsluitingen, beperkte bereikbaarheid) wordt aandacht van de veiligheidsregio gevraagd.
1.2.2 Chemische ongevallen De regio Groningen kent in meerdere gemeenten chemisch gerelateerde bedrijven. In Delfzijl bevindt zich een concentratie van chemische bedrijven. Bijzonder aan deze locatie is dat deze grenst aan de rivier de Eems en daarmee aan Duitsland. Een andere locatie waar meerdere grote bedrijven zijn gevestigd is de Eemshaven, grenzend aan de Waddenzee, opgenomen op de Unesco Werelderfgoedlijst. Naast Delfzijl hebben ook gemeenten als Stadskanaal, Oldambt, Veendam en MiddenGroningen meerdere bedrijven die gebruik maken van gevaarlijke stoffen. Toekomst De chemische industrie is sterk afhankelijk van de wereldeconomie. Lagelonenlanden, olieprijs en handelsverdragen hebben invloed op het succes van de chemische industrie en daarmee ook op de veiligheid van deze industrie. Bedrijven steken veel tijd en energie in veiligheid van hun processen, maar hebben ook te maken met veroudering van procesinstallaties, ageing genoemd. Bij bedrijven die vallen onder het Besluit risico’s en zware ongevallen wordt voldoende toezicht gehouden door de overheid (bevoegd gezag, veiligheidsregio’s en Inspectie SZW (Sociale Zaken en Werkgelegenheid)). Incidentbestrijding Het gebruik van fluorhoudend schuim (PFAS) is verboden. Daar zijn andere schuimen voor ontwikkeld.