08-02-04 ontwerp WP VanBeresteijn12-20 - toelichting
Tekst van het document
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12-20
Ontwerp
Opdrachtgever: Rapportnummer: Datum vrijgave: Opsteller: Goedkeuring:
RB 30.207 September 2021 Dhr. M. Beek Dhr. H. de Roo
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 2 van 39 September 2021 Versie 01
Inhoudsopgave .......................................................................................................................................... 1 1 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
HOOFDSTUK 1 INLEIDEND HOOFDSTUK ......................................................... 4 Inleiding .................................................................................................................. 4 Aanleiding .............................................................................................................. 4 Planologisch kader ................................................................................................ 6 Doel ........................................................................................................................ 7 Verantwoording ...................................................................................................... 7 Leeswijzer .............................................................................................................. 7
2 2.1
HISTORIE EN LIGGING VAN HET PLANGEBIED ............................................... 8 Het plangebied ....................................................................................................... 8 2.1.1 Planbeschrijving ........................................................................................ 10
3 3.1
HOOFDSTUK 3 BELEIDSKADER ...................................................................... 13 Rijksbeleid............................................................................................................ 13 3.1.1 Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte ................................. 13 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking ...................................................... 13 Provinciaal beleid ................................................................................................. 14 3.2.1 Omgevingsvisie provincie Groningen (versie februari 2021) .................... 14 3.2.2 Provinciale Omgevingsverordening (POV) ............................................... 15 Gemeentelijk beleid ............................................................................................. 16 3.3.1 Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan Veendam Centrum ................. 16 3.3.2 Woonvisie .................................................................................................. 16 3.3.3 Programmabegroting 2021 ....................................................................... 18
3.2
3.3
4 4.1 4.2 4.3
4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9
HOOFDSTUK 4 OMGEVINGSFACTOREN ........................................................ 20 Archeologie .......................................................................................................... 20 Bodem .................................................................................................................. 20 Ecologie ............................................................................................................... 21 4.3.1 Gebiedsbescherming ................................................................................ 21 4.3.2 Soortenbescherming ................................................................................. 23 4.3.3 Stikstofdepositie ........................................................................................ 23 Fysieke veiligheid ................................................................................................ 24 Geluid ................................................................................................................... 28 Luchtkwaliteit ....................................................................................................... 28 Milieuhinder..........................................................................................................
29 Watertoets............................................................................................................ 30 M.e.r-beoordeling ................................................................................................. 31
5
HOOFDSTUK 5 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................... 32
6 6.1
6.2 6.3
HOOFDSTUK 6 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID ........................ 33 Vooroverleg.......................................................................................................... 33 6.1.1 Provincie Groningen .................................................................................. 33 6.1.2 Veiligheidsregio Groningen ....................................................................... 33 Omgevingsparticipatie ......................................................................................... 35 Ontwerp wijzigingsplan ........................................................................................ 35
7 7.1 7.2 7.3
HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE TOELICHTING ................................................... 36 Algemeen ............................................................................................................. 36 Toelichting op de Verbeelding ............................................................................. 36 Toelichting op de planregels ................................................................................ 36
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 3 van 39 September 2021 Versie 01
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 4 van 39 September 2021 Versie 01
1
Hoofdstuk 1 Inleidend hoofdstuk
1.1
Inleiding Voorliggend wijzigingsplan is bedoeld om het juridisch kader te bieden voor het kunnen uitvoeren van een ruimtelijk initiatief. Tevens biedt voorliggend wijzigingsplan de onderbouwing waarom het gewenste ruimtelijk initiatief inpasbaar is op het door initiatiefnemer gewenste project. Het project voorziet in een functiewijziging van een bestaand leegstaand kantoorgebouw naar een woongebouw. Het plangebied bevindt zich op het perceel Van Beresteijnstraat 12-20 te Veendam. De bestemming wordt daarbij gewijzigd van een bestemming ‘Gemengd – 1’ naar een bestemming Woongebied. In het bestaande pand zullen vervolgens 20 huurappartementen worden gerealiseerd. Op deze wijze wordt langdurige leegstand en verpaupering voorkomen.
1.2
Aanleiding Het pand aan de Van Beresteijnstraat 12 – 20 te Veendam staat al geruime tijd leeg. Het was voorheen in gebruik als kantoorverzamelgebouw. Het pand ligt aan een straat met veel allure. In het verleden zijn vaker initiatieven geweest om het pand te gaan herbestemmen. Die plannen waren er vooral op gebaseerd om zo veel mogelijk appartementen te realiseren in het gebouw. De huidige initiatiefnemers hebben hier een andere kijk op. Het plan voorziet nu in het realiseren van 20 levensloopbestendige appartementen van circa 100 m2. De appartementen krijgen 2 slaapkamers en gaan in de vrije verhuur, voor de doelgroep ‘vitale jongere ouderen (50/50+)’. Het plan is beoordeeld door de gemeente Veendam in de Omgevingskamer. De Omgevingskamer heeft het college geadviseerd om in principe medewerking te verlenen voor het toevoegen van maximaal 20 appartementen op het perceel Van Beresteijnstraat 12 - 20 te Veendam. De voorgestelde plannen passen niet binnen het huidige bestemmingsplan (zie daartoe ook paragraaf 1.3). Om de plannen mogelijk te maken wordt een nieuw planologisch kader gecreëerd met toepassing van voorliggend wijzigingsplan. Op onderliggende luchtfoto is het plangebied bij benadering weergegeven binnen het oranje kader.
Fig. 1.1: Weergave van de ligging van het perceel met bebouwing Van Beresteijnstraat 12-20 te Veendam.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 5 van 39 September 2021 Versie 01
Fig. 1.2: Weergave van het bestaande gebouw
Vanuit de gemeente zijn bij de beoordeling van het verzoek de volgende aspecten meegegeven voor medewerking: - Het initiatief past bij de kwalitatieve woningbehoefte uit de indicatieve PMCbenadering van het Regionaal Prestatiekader RWLP Oost-Groningen; - Uit het woningmarktonderzoek blijkt enige behoefte in gemeente Veendam aan middeldure en dure huur- en koopappartementen; - Gezien de doelgroep is een levensloopbestendige bouwprogramma van de woningen (o.a. drempelloos,brede deuropeningen, etc.) en een goede toegankelijkheid van het gebouw aan de orde. Verzocht wordt om bij de verdere uitwerking van dit plan hier invulling aan te geven. Verder is verduurzaming een aandachtspunt; - Het betreft een belangrijke plek in het centrum van Veendam, nabij het cultuurhistorische centrum. Omzetten naar ‘wonen’ vraagt om een daarbij passende gevelarchitectuur; - Als er ook woningen worden gerealiseerd op het maaiveld dient er rekening te worden gehouden met een goede overgang naar de openbare ruimte; - Wel dient er nog extra aandacht te worden besteed aan de achterzijde van het pand. Wat voor woonkwaliteit wordt daar geleverd kijkend op het parkeerdek van het ABC complex; - Tevens dient er nagedacht te worden over een plek voor de noodzakelijke bergingen; - Parkeren dient zoveel mogelijk plaats te vinden op eigen terrein. De gemeente Veendam gebruikt als richtlijn Crow brochure 381. i.
Voor “huurappartement – duur” geldt een minimum van 1,0 en een maximum van 1,8 parkeerplaats per appartement. Gemiddeld dus 1,4 parkeerplaats per appartement. Dit komt neer op 28 parkeerplaatsen.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 6 van 39 September 2021 Versie 01
ii. appartement – midden/goedkoop” geldt een minimum van 0,7 en een maximum van 1,5 parkeerplaats per appartement. Gemiddeld dus 1,1 parkeerplaats per appartement wat neerkomt op 23 parkeerplaatsen. - Vanwege de specifieke locatie dient er minimaal 1 parkeerplaats per appartement op eigen terrein te worden gerealiseerd. 1.3
Planologisch kader Het perceel is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Veendam Centrum’. De gronden hebben een enkelbestemming ‘Gemengd-1’, met een bouwaanduiding ‘bouwvlak’ en ‘maatvoeringaanduiding voor een maximale bouwhoogte van 15 meter’. De gronden hebben verder deels een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’. Op het perceel ligt verder nog een gebiedsaanduiding ‘geluidzone - industrie’ en ‘horeca van categorie 1’.
Fig. 1.3: Een uitsnede van het bestemmingsplan met in het zwarte kader het plangebied.
De voor 'Gemengd - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: • wonen, met dien verstande dat: o met uitzondering van bestaand wonen op de begane grond wonen uitsluitend op de eerste verdieping en de verdiepingen daarboven is toegestaan; o het aantal (dienst)woningen per bouwperceel en op de eerste verdieping en de verdiepingen daarboven niet meer mag bedragen dan het bestaande aantal, dan wel niet meer dan het ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden’ aangeduide aantal; • kantoren; • dienstverlenend bedrijf; • maatschappelijke voorzieningen; • bedrijven behorende tot categorie 1 van de in de bijlagen opgenomen Staat van bedrijven, alsmede bestaande bedrijven; • horeca, met dien verstande dat: (…) • verkeer en verblijf; • openbare nutsvoorzieningen;
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 7 van 39 September 2021 Versie 01
• •
groenvoorzieningen en water; evenementen.
Volgens de bestemmingsomschrijving zijn slechts bestaande woningen toegestaan. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan werd het pand als kantoorgebouw gebruikt en waren er geen bestaande woningen aanwezig. De voorgenomen functiewijziging en toevoegen van 20 woningen is in strijd met artikel 6.1 onder a. van het bestemmingsplan. Voor het plan dient dan ook een planologische procedure te worden gevolgd. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid in artikel 26.1 onder c. opgenomen. Hiermee kunnen burgemeester en wethouders het plan, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, onder voorwaarden, wijzigen ten behoeve van de herinrichting en de verbetering van de woningkwaliteit. Hiervan wordt gebruik gemaakt. Paragraaf 3.3.1. gaat hier nader op in en worden de voorwaarden van de wijziging nader uitgewerkt en gemotiveerd. 1.4
Doel In dit wijzigingsplan wordt ingegaan op de (ruimtelijke) gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling van het betreffende gebied. Ook wordt een beschrijving gegeven van het relevante ruimtelijk beleid. De wijziging van de bestemming dient niet in strijd te zijn met een goede ruimtelijke ordening.
1.5
Verantwoording Bij het opstellen van voorliggend wijzigingsplan is gebruik gemaakt van diverse (beleids)documenten en websites. Sommige (beleids)documenten en beeldbeschrijvende documenten zijn in voorkomende gevallen integraal overgenomen om de inhoud zoveel mogelijk te waarborgen. Daar waar bronnen zijn gebruikt is dat in de tekst weergegeven.
1.6
Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 een weergave gegeven van de historie en ligging van het plangebied. In hoofdstuk 3 komen de verschillende relevante beleidsstukken voorbij die van toepassing zijn op het plan en uitgewerkt van provinciaal niveau tot gemeentelijk niveau. Hoofdstuk 4 geeft de invloed weer van het plan tot de verschillende omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 staat de economische uitvoerbaarheid centraal. Hoofdstuk 6 doet verslag van de inspraak- en overlegreacties, waarna hoofdstuk 7 ingaat op de juridische vertaling van het plan en vervolgens volgen nog de regels en de verbeelding.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 8 van 39 September 2021 Versie 01
2
Historie en ligging van het plangebied
2.1
Het plangebied Het perceel ligt nabij het centrum van Veendam. Hieronder een weergave van de ligging van het plangebied vanuit een hoger gebiedsperspectief.
Fig. 2.1: Het plangebied gezien vanuit een hoger perspectief
Veendam Veendam is gelegen in de provincie Groningen, gelegen aan rijksweg N33, de weg van de Eemshaven naar Assen. Veendam wordt ook wel Parkstad genoemd en is tegenwoordig de op twee na grootste plaats van de provincie Groningen. In 2020 telde de plaats Veendam inclusief buitengebied 21.545 inwoners In de 19e eeuw ontwikkelde Veendam zich tot het centrum van de Groninger Veenkoloniën. De plaats is ontstaan vanaf 1655 als veenkolonie. De voor deze streken zo karakteristieke lintbebouwing heeft in Veendam een aangepaste vorm. In het centrum van de plaats vormden de beide diepen, het Oosteren het Westerdiep.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 9 van 39 September 2021 Versie 01
Het pand en perceel is gelegen aan de Van Beresteijnstraat en in het centrumgebied van Veendam. Rondom het pand is een hoog voorzieningenniveau qua winkels, parkeren en het pand ligt aan een straat met veel allure.
Fig. 2.2: Een weergave van het centrumgebied met de ligging van het plangebied.
Fig. 2.2: Een straatimpressie met rechts het leegstaande pand
De Van Beresteijnstraat alhier vormt de grens tussen het centrum van Veendam en het aanliggende woongebied ten noorden van deze straat. De entree naar het centrum ligt letterlijk om de hoek in de vorm van de Veenlustpassage. Aan de noordzijde van de straat bevinden zich veelal woonfuncties. De zuidzijde is veel meer gefragmenteerd bebouwd tussen Oosterdiep en Museumplein en bevat zowel woon- als kantoorfuncties. Het oostelijk naastgelegen pand betreft een portiekflat met alleen op de hoek, aan het Oosterdiep een makelaar op maaiveld. Ten westen van het pand bevindt zich een
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 10 van 39 September 2021 Versie 01
appartementencomplex uit de jaren 1990 met wederom op maaiveld een makelaarskantoor. De invulling van het onderhavige pand met een woonfunctie verdraagt zich goed in deze ruimtelijke context. Bovendien levert het een kwalitatieve en duurzame invulling van anders moeizaam te vullen kantoorruimte. Er bestaat in Veendam weinig behoefte aan dergelijk grote objecten in de kantorenmarkt, waarmee langdurige leegstand een reëel risico is met het gevaar van verpaupering daarbij. 2.1.1
Planbeschrijving Het pand staat al geruime tijd leeg en is vooral in gebruik geweest als kantoorverzamelgebouw. Het plan van de initiatiefnemers voorziet in het realiseren van 20 levensloopbestendige appartementen van circa 100 m2. De appartementen krijgen 2 slaapkamers en gaan in de vrije verhuur, voor de vitale “jongere” ouderen (50/50+). Gezien de huidige staat van het pand en het duurzaamheidslabel G is het de bedoeling om de bovenste laag, en mogelijk, ook de gevels volledig te vervangen en in lijn te brengen met de huidige normen op het gebied van duurzaamheid. Voor maximale woonkwaliteit en om aan te sluiten bij de hedendaagse woonbeleving van de consument wordt de bestaande bovenste laag deels vervangen door een nieuwe opbouw. Vanwege de constructie is gekozen voor een rechte dakrand met terug liggende gevels waarmee deze appartementen een aanzienlijk dakterras krijgen. Zie voor een impressie, figuur 2.4. Verder wordt de bestaande lichtkoepel uitgebreid met een opbouw over alle appartementen waardoor intern ruimte ontstaat om een entresol (tussenvloer) toe te voegen die de mogelijkheid biedt tot een extra verblijfsruimte in elk appartement op deze bovenste laag. Door de toepassing van de opbouw zal de bouwhoogte op dat deel maximaal 18 meter bedragen. Zie figuur 2.5. Er worden 20 parkeerplaatsen gerealiseerd op eigen terrein.
Dat betekent dat elk appartement 1 parkeerplaats tot beschikking heeft. Bij de grondgebonden woningen wordt er rekening gehouden met een goede overgang naar de openbare ruimte. Voor de overgang naar de openbare ruimte is circa 3 meter voor het pand beschikbaar. Zie figuur 2.5. Hierna volgen nog, zoals genoemd, enkele impressies van het gewenste bouwplan.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 11 van 39 September 2021 Versie 01
Fig. 2.4: Een impressie van het plan en de nieuwe uitstraling van het pand.
Fig. 2.5: Een weergave van de gewijzigde voorgevel.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 12 van 39 September 2021 Versie 01
Fig. 2.6: Een weergave van de gewijzigde zijgevel.
Hierna volgt nog een weergave van de dwarsdoorsnede van het gebouw.
Figuur 2.7 dwarsdoorsnede van het nieuwe woongebouw
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 13 van 39 September 2021 Versie 01
3
Hoofdstuk 3 Beleidskader Binnen het ruimtelijk werkveld is door de verschillende overheidslagen veel beleid opgesteld. Middels dit beleid is getracht richting te geven aan de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Getoetst wordt of het plan past binnen het vigerende planologisch kader en binnen het ruimtelijk beleid van de verschillende overheidslagen. In dit hoofdstuk staat een overzicht van het van toepassing zijnde beleid in relatie tot de gewenste ontwikkelingen van de initiatiefnemer.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Ruimtelijk – Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen en 13 maart 2012 vastgesteld. Onderdeel van deze structuurvisie is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Met de structuurvisie kiest het rijk voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Voor het plangebied zijn in de SVIR geen onderwerpen opgenomen die aangemerkt worden als nationaal belang waarmee rekening gehouden dient te worden zodat het ruimtelijk Rijksbeleid als zodanig niet van invloed is op voorliggend ruimtelijk plan.
3.1.2
Ladder voor duurzame verstedelijking Op 1 oktober 2012 is het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd (nationaal belang 13). De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. De Minister van Infrastructuur en Milieu heeft een handreiking beschikbaar gesteld als hulpmiddel bij de toepassing van de ladder. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: “De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied“. De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 14 van 39 September 2021 Versie 01
De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Voorliggend project voorziet in de transformatie van een bestaand leegstaand pand waarbij 20 nieuwe woningen aan de bestaande woningvoorraad in Veendam worden toegevoegd. Geen stedelijke ontwikkeling In onderhavig project is geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De ontwikkeling vindt namelijk plaats op een perceel waar in de huidige situatie een (leegstaand) gebouw staat. De voorgenomen herontwikkeling leidt niet tot nieuw ruimtebeslag. Er is sprake van een juridisch-planologisch herbestemming van een leegstaand gebouw naar een woongebouw zonder toename van bebouwd oppervlakte. Jurisprudentie laat als algemene lijn zien, dat bij herbestemming c.q. functiewijziging van bestaande gebouwen “geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij functiewijziging sec”, zonder toename van bebouwd oppervlakte. Daarvan is hier sprake. Er is geen sprake is van een ladderplichtige activiteit. In het kader van goede ruimtelijke ordening is getoetst aan de ‘behoefte’-vraag. In de volgende paragrafen wordt gemotiveerd dat het plan aan Provinciale en gemeentelijke beleidsuitgangspunten voldoet. Het project draagt bij aan een kwantitatieve en kwalitatieve woningbehoefte in Veendam. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie provincie Groningen (versie februari 2021) De Omgevingsvisie provincie Groningen 2016-2020 (vastgesteld op 1 juni 2016) vormt de basis voor de meeste plannen die de provincie Groningen de komende jaren wil maken. Hierin staat het provinciale omgevingsbeleid rondom milieu, verkeer en vervoer, water en ruimtelijke ordening. Er zijn zes grote opgaven waar de provincie de komende jaren in het bijzonder aan gaat werken, dat zijn de thema’s : Leefbaarheid, Circulaire Economie, Gaswinning, Waddengebied, Energietransitie en Erfgoed en als laatste ruimtelijke kwaliteit en landschap. Voorliggend project gaat over wonen. Over wonen staat het volgende verwoord in de omgevingsvisie. Woningvoorraad De kwaliteit van het wonen levert een belangrijke bijdrage aan de leefbaarheid van de provincie. Een hoge woonkwaliteit kan worden bereikt door het woningaanbod optimaal te laten aansluiten bij de wens van de inwoners; ook als het gaat om het soort kern waar men wil wonen: van een kleine kern tot een grote stad. Het is mogelijk om kleine kernen kleinschalig uit te breiden. Hiervoor worden primair de inbreidingsmogelijkheden benut. Door iedereen de mogelijkheid te bieden om daar te blijven of te komen wonen, wordt ook in de kleinere kernen een bijdrage geleverd aan het behoud van de sociale verbanden.
Buiten de stad Groningen staat het beleid op het gebied van wonen primair in het teken van de vernieuwing van de bestaande woningvoorraad. De provincie wil samen met de
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 15 van 39 September 2021 Versie 01
gemeenten komen tot op de reële woningbehoefte afgestemde plannen voor nieuwbouw en sloop. Zo kan worden voorkomen dat er teveel nieuwbouwplannen ontwikkeld worden of dat er in bepaalde deelsegmenten (bijvoorbeeld ouderenhuisvesting) een tekort, dan wel leegstand ontstaat. De provincie wil dat gemeenten daarvoor in regionaal verband samen een visie opstellen over de ontwikkeling van de woningvoorraad binnen de betrokken gemeenten. Gemeentelijke bestemmingsplannen moeten met de visie in overeenstemming zijn. Die visie maakt bij voorkeur deel uit van een regionale integrale visie over wonen, bedrijventerreinen en detailhandel, maar de gemeenten kunnen ervoor kiezen om in regionaal verband een separate woonvisie of woon-en leefbaarheidsplan op te stellen. De provincie ziet hierbij voor haarzelf een rol weggelegd als facilitator van de totstandkoming van de visie en stelt daartoe eens in de twee jaar - of vaker indien daar aanleiding voor is - demografische gegevens en prognoses ter beschikking. Als de totstandkoming van de regionale visievorming stagneert, dan is zij bereid om op verzoek van één of meer gemeenten regels over de ‘nieuwbouwruimte’ vast te stellen. 3.2.2
Provinciale Omgevingsverordening (POV) Tegelijkertijd met de Omgevingsvisie heeft de provincie Groningen de Provinciale Omgevingsverordening vastgesteld. In deze verordening zijn regels vastgelegd om het beleid van de provincie te waarborgen. Voor dit bestemmingsplan is de geconsolideerde versie van februari 2021 toegepast. Over woningbouw is daarin het volgende verwoord in artikel 2.15.1 Onderstaand een weergave daarvan. Artikel 2.15.1 Woningbouw 1. Onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan alleen voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal overeenstemmen met een regionale woonvisie die rekening houdt met regionale woningbehoefteprognoses die de provincie elke twee jaar uitbrengt, of met nadereregels als bedoeld in het tweede lid. 2. Wanneer niet binnen twee jaar na de inwerkingtreding van deze verordening een regionale woonvisie is vastgesteld, kunnen Gedeputeerde Staten op verzoek van de betrokken gemeenten nadere regels over de nieuwbouwruimte vaststellen. 3. In afwijking van het eerste lid kan een bestemmingsplan - onverminderd artikel 3.1.6, tweede lid van het Besluit ruimtelijke ordening - voorzien in de bouw van nieuwe woningen, voor zover deze woningbouwmogelijkheden naar aard, locatie en aantal in overeenstemming zijn met: a.
een woonvisie of een woon- en leefbaarheidsplan waarover ten tijde van de inwerkingtreding van deze verordening overeenstemming bestaat met de gemeenten in het regionaal samenwerkingsverband waar de betreffende gemeente deel van uitmaakt, of bij het ontbreken vaneen dergelijk samenwerkingsverband, met de Groninger buurgemeenten van de betreffendegemeente, of; b. de in het kader van de Regio Groningen-Assen tot stand gekomen regionale planningslijsten voor woningbouw. Het initiatief past bij de kwalitatieve woningbehoefte uit de indicatieve PMC-benadering van het Regionaal Prestatiekader RWLP Oost-Groningen.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 16 van 39 September 2021 Versie 01
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Wijzigingsbevoegdheid bestemmingsplan Veendam Centrum In het geldend bestemmingsplan is in artikel 26.1 onder c. een wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Burgemeester en Wethouders kunnen het plan, mits dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, wijzigen ten behoeve van de herinrichting en de verbetering van de woningkwaliteit, mits: ▪ van het hoofdbouwvolume het aantal bouwlagen met niet meer dan één toeneemt; ▪ het bebouwde oppervlak per door wegen omsloten gebied met niet meer dan 10% toeneemt; ▪ van de ontsluiting voor motorvoertuigen de begrenzing van de rijbaan, behoudens bij aansluiting op andere wegen, met niet meer dan 2 m wordt verlegd ▪ de herstructurering past binnen het provinciaal en gemeentelijk volkshuisvestingsbeleid; ▪ deze wijziging niet kan worden toegepast op ter plaatse van de bestemming Waarde - Beschermd stadsgezicht Oosterdiep of Waarde – Beschermd stadsgezicht Tusschendiepen. Aan de genoemde voorwaarden wordt voldaan. Er komt een extra bouwlaag, deze wordt voorzien van een lichtkoepel. Het bebouwde oppervlakte (l x b) neemt niet toe. De ontsluiting wordt niet verlegd. Verder past het verzoek binnen het gemeentelijk woonbeleid en is er geen sprake van de ligging in één van de genoemde beschermde gebieden.
Er wordt voldaan aan de uitgangspunten van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 26.1 onder c. van het geldend bestemmingsplan.
3.3.2
Woonvisie Woonbeleid Het pand leent zich goed voor wonen. Het initiatief past goed in de woonvisie (qua indicatieve PMC-strategie, levensloopbestendig bouwprogramma) en in het bestemmingsplan is de mogelijkheid om middels een afwijkingsmogelijkheid woningen toe te voegen. Daarbij mogen niet meer dan 96 woningen in het totale bestemmingsplangebied worden gerealiseerd. Bij medewerking wordt dit aantal niet overschreden. Onderstaand volgen enkele passages uit de woonvisie die het plan beleidsmatig gezien ondersteunen.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 17 van 39 September 2021 Versie 01
Ook vanuit de Omgevingskamer zijn argumenten aangegeven waarom het plan als passend en wenselijk is geacht, deze zijn: ▪ Het initiatief past bij de kwalitatieve woningbehoefte uit de indicatieve PMCbenadering van het Regionaal Prestatiekader RWLP Oost-Groningen ▪ Uit het woningmarktonderzoek blijkt enige behoefte in gemeente Veendam aan middeldure en dure huur- en koopappartementen. ▪ Gezien de doelgroep is een levensloopbestendige bouwprogramma van de woningen (o.a. drempelloos,brede deuropeningen, etc.) en een goede toegankelijkheid van het gebouw aan de orde. Verzocht wordt om bij de verdere uitwerking van dit plan hier invulling aan te geven. Verder is verduurzaming een aandachtspunt. ▪ Het betreft een belangrijke plek in het centrum van Veendam, nabij het cultuurhistorische centrum. Omzetten naar ‘wonen’ vraagt om een daarbij passende gevelarchitectuur.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 18 van 39 September 2021 Versie 01
Verruimde woningbouwmogelijkheden als gevolg van prognose In het regionaal prestatiekader is onder andere afgesproken dat de Oost Groninger gemeenten hun woningmarktbeleid vormgeven met de regionale bevolkingsprognoses als basis. Het opstellen van deze prognoses (elke 4 jaar) is daarnaast een verplichting die is opgenomen in de Provinciale Omgevingsverordening. Voor het bepalen van de ‘eigen woningbehoefte’ voor de gemeente Veendam gaan we uit van de meest recente regionale prognose uit 2020. In de gemeentelijke Woonvisie 2019-2023 is nog uitgegaan van de regionale prognose uit 2016. In de meest recente prognose uit 2020 is de verwachte huishoudensontwikkeling in diverse scenario’s doorgerekend. Om rekening te houden met alle onzekerheden die zich binnen deze bandbreedte van verschillende scenario’s voordoen gaan we uit van het midden (trend)scenario. In dit scenario groeit het aantal huishoudens in de gemeente Veendam tot 2030 met +640 huishoudens. De verschuivingen in de prognoses worden veroorzaakt door veel positievere binnenlandse en buitenlandse migratie. Om voldoende ruimte te bieden aan de vernieuwingsopgave en rekening te houden met planuitval, accepteren we hier bovenop een overcapaciteit 20%. Hiermee komt de totale ‘eigen woningbehoefte’ tot 2030 uit op +770 woningen. 3.3.3
Programmabegroting 2021 In de genoemde programmabegroting 2021 staat onder ‘Programma 2.5 Bruisend centrum en levendige woonwijken’ het volgende genoemd dat een relatie heeft met voorliggend bestemmingsplan. Het deelprogramma 2.5. betreft de advisering en ontwikkeling op het gebied van de ruimtelijke ordening en volkshuisvesting binnen de gemeente. Het betreft advisering over rijksplannen, provinciale plannen en nota’s op het gebied van ruimtelijke ordening en volkshuisvesting en in het bijzonder het vertalen van deze veelal strategische visies naar gemeentelijk niveau. Wat willen we bereiken? Wat gaan we daarvoor doen? Woonwijken Het beleid gaat uit van geschikte en passende woonruimte voor iedereen, aansluitend bij de eigen behoefte en op vraag. Dit kan worden bereikt door regie te voeren over de realisatie van nieuwbouw met als motto de juiste woning op de juiste plek. Dit kan door middel van: • Uitvoeren actiepunten woonvisie (2020), met nadruk op vernieuwing en investering in bestaande woningvoorraad. En op stimulering marktgestuurde nieuwbouw door woningcorporaties en ontwikkelaars met aandacht voor doelgroepen. Het inspelen op vergrijzing en ambulantisering, inzetten op leefbare wijken en 'up to date' houden van woningmarktprognoses door monitoring en evaluatie. • Uitvoering prestatieafspraken met woningcorporaties.
• Deelname aan RWLP/Regio Deal, waaronder Rotte kiezenaanpak en GGA (gebiedsgerichte aanpak). • Regie voeren over nieuwbouw, waarbij aandacht voor nieuwe woonconcepten, zoals Knarrenhoven, tiny houses en patiowoningen.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 19 van 39 September 2021 Versie 01
Het gaat ook bij dit wijzigingsplan voor de Van Beresteijnstraat 12 – 20 te Veendam om een vorm van herstructurering waarbij bestaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied wordt getransformeerd naar wonen toe, hetgeen als passend kan worden beschouwd binnen de uitgangspunten van deelprogramma 2.5.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 20 van 39 September 2021 Versie 01
4
Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.
4.1
Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Wet op de archeologische monumentenzorg) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Het perceel is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Veendam Centrum’. In het bestemmingsplan heeft een gedeelte van het perceel een archeologische dubbelbestemming Waarde – Archeologie 2. Het juridisch-planologisch wijzigen naar een woonbestemming alsmede de (interne) verbouwing ten behoeve van de 20 woningen gaat op zich niet gepaard met een bodemingreep en/of –verstoring. Een archeologisch onderzoek is niet vereist. Ook vinden binnen het gebied met de dubbelbestemming geen bouwkundige ingrepen plaats. Zorgplicht Ten behoeve van de uitvoering van het bouwplan is geen nader archeologisch onderzoek nodig. Indien bij toekomstige graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet (2016). Dat kan bij de gemeente Veendam en/of bij de provinciaal archeoloog.
4.2
Bodem In het plan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Hieronder het plangebied weergegeven in het bodemloket (www.bodemloket.nl). Het bodemloket heeft recente gegevens en nadere informatie over de aanwezige bodemkwaliteit.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 21 van 39 September 2021 Versie 01
Fig. 4.1: Weergave van www.bodemloket.nl met het plangebied ter hoogte van de aanduiding.
Daarin is de volgende statusinformatie te lezen: “De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming.” Het bodemloket geeft ook geen aanleiding tot nader (bodem)onderzoek. Het juridischplanologisch wijzigen naar een woonbestemming alsmede de (interne) verbouwing ten behoeve van de 20 woningen gaat op zich niet gepaard met een bodemingreep en/of – verstoring. Daarbij kan gesteld worden dat het bestaande pand al voorzag in de aanwezigheid van bestaande verblijfsruimten (kantoorgebouw). Er is zodoende geen sprake van het toevoegen van nieuwe verblijfsruimten ten opzichte van de bestaande situatie. Geconcludeerd kan worden dat een (verkennend) bodemonderzoek voor deze functiewijziging niet is vereist. 4.3
Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. In het wijzigingsplan dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming.
4.3.1
Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 22 van 39 September 2021 Versie 01
Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. 4.3.1.1
Natura 2000 Het plangebied is geen onderdeel van het netwerk Natura 2000. Het dichtstbij zijnde Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied Zuidlaardermeergebied op ruim 11 kilometer afstand. Door de afstand tussen het project gebied, de kwaliteit van het tussenliggende gebied, (agrarische landschap doorsneden door wegen en kernen zoals Veendam zelf en 2 provinciale wegen) en de kleinschaligheid van de geplande ingrepen (transformatie bestaand gebouw) zijn geen effecten te verwachten op het Natura 2000gebied Zuidlaardermeer.
Fig. 4.2: Een weergave van www.synbiosys.alterra.nl/natura2000 waaruit blijkt de omliggende Natura 2000gebieden.
4.3.1.2
NatuurNetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. Het plangebied zelf bevindt zich niet binnen het NNN. Op circa 8,2 kilometer afstand bevinden zich NNN-gebieden (figuur 4.3). Het juridisch-planologisch wijzigen van een bestemming Dienstverlening naar een woonbestemming gaat op zich niet gepaard met een ecologische verstoring. Omdat het plangebied zelf ook niet binnen het NNNnatuurgebied valt is nader onderzoek naar de gebiedsbescherming niet nodig.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 23 van 39 September 2021 Versie 01
Figuur 4.3: Uitsnede van de Provinciale Omgevingsverordening waaruit blijkt de NNN-natuurgebieden rondom het plangebied.
4.3.2
Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde ‘verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Er worden geen gebouwen gesloopt, bomen gekapt of sloten gedempt. Het bestaande gebouw wordt getransformeerd naar een woongebouw. Er vindt geen aantasting van ecologische waarden plaats. Er is geen ecologische quickscan nodig.
4.3.3
Stikstofdepositie Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats) en de gebruiksfase. Voor de woningbouw zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. ➢ Gasloos (conform het bouwbesluit) en haardloos wonen;
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 24 van 39 September 2021 Versie 01
➢
Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing.
Onder deze aannames is de mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase in vrijwel alle omstandigheden dominant. De onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van deze depositie, uitgaande van een gemiddelde situatie en de daarbij behorende afstand. Samengevat: bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar.
In dit geval bedraagt de afstand tot een Natura 2000 gebied circa 11 kilometer. Het gaat bij dit plan niet om het plegen van nieuwbouw van 20 woningen, maar om een transformatie van een bestaand gebouw naar 20 woonappartementen. De realisatie van de woningen zal niet leiden tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is voor voorliggend wijzigingsplan geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. 4.4
Fysieke veiligheid Het aspect externe veiligheid bestaat uit verschillende onderdelen. Externe veiligheid gaat onder andere over buisleidingen (geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen), het transport van gevaarlijke stoffen over bepaalde transportassen (geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes), de opslag van explosieven (geregeld in het Bestluit algemene regels ruimtelijke ordening) en het Bevi. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Woningen niet zijn niet aan te merken als een Bevi-inrichting. Wel zijn woningen aan te merken als (beperkt) kwetsbare objecten, zodat er beoordeeld dient te worden of zich in de nabijheid van het plangebied Bevi-inrichtingen aanwezig zijn. Daartoe is gebruik gemaakt van de risicokaart Nederland. Hierna is weergave gedaan van de risicokaart.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 25 van 39 September 2021 Versie 01
Op grond van de risicokaart en vervolgens de kaart met de provinciale veiligheidszones rondom provinciale wegen zijn de volgende risicobronnen in de (ruime) omgeving aanwezig: • Kisuma Chemicals; • Stinoil; • Spoorlijn; • N33; • N366; • 2 hogedruk aardgastransportleidingen; • Twee LPG tankstations; • Gasdruk meet-en regelstation. In de directe omgeving van het perceel Van Beresteijnstraat 12-20 te Veendam (ca. 350 meter) ligt de spoorweg van de aansluiting Veendam naar Veendam die is opgenomen in het nationaal basisnet als route 250. Iets verder van de locatie liggen bedrijven als Kisuma Chemicals en Stinoil (Brzo bedrijven), twee LPG tankstations, een tweetal hogedruk aardgastransportleidingen en op vergelijkbare afstand ligt de N33, een rijksweg die in het Nationaal basisnet is opgenomen (trajecten GR9 en D15).
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 26 van 39 September 2021 Versie 01
De invloedsgebieden van de LPG tankstations, de hogedruk aardgastransportleidingen, het gasdruk meet- en regelstation en de twee Brzo bedrijven reiken niet tot het plangebied en kunnen daarmee buiten beschouwing blijven. Het invloedsgebied van de spoorlijn is op basis van de in het Basisnet genoemde vervoersaantallen (stofcategorie A 1080, B2 360 en C3 1620 en ook basisnet D4 (toxisch) maximaal 4000 meter en daarmee ligt de locatie formeel binnen het effectgebied en is een nadere verantwoording van het groepsrisico nodig. Ook ligt het plangebied binnen de veiligheidszone 2 van de N366. Aangezien de afstand tot deze weg meer dan 200 meter bedraagt (de afstand is circa 600 meter) mag, overeenkomstig artikel 2.23.3 onder 2 worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien er sprake is van een toename van het groepsrisico. Het plan omvat de functiewijziging van een kantoorgebouw naar een woongebouw. Daarbij zal de bevolkingsdichtheid binnen het gebouw – ten opzichte van de planologische bestemming - niet toenemen. Echter is er bij een woongebouw wel sprake van het overnachten in het gebouw en is dat bij een kantoorgebouw minder voor de hand liggend. In de avond- en nachtperiode is daarom sprake van een hogere groepsdichtheid dan ten opzichte van het gebruik als kantoorgebouw.
Er is een verantwoording nodig van deze toename van het groepsrisico waarbij wordt ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij kunnen vluchten of schuilen zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten. De zelfredzaamheid van de aanwezige personen is beoordeeld op de aspecten zelfredzaam vermogen, de mogelijkheden tot vluchten of schuilen en de alarmeringsmogelijkheden. Zelfredzaam vermogen Het voorgenomen ruimtelijke besluit kent geen bestemmingen voor het langdurig verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen in het invloedsgebied van de risicobronnen. De toekomstige gebruikers van het plangebied vormen een gemiddelde bevolkingsgroep uit de samenleving, die over het algemeen als zelfredzaam wordt beschouwd. Mogelijkheden tot vluchten of schuilen De mogelijkheden tot zelfredzaamheid worden bepaald door het type incident. Bij een incident met toxische stoffen kan schuilen in een adequate afsluitbare ruimte de beste optie zijn. Om goed te schuilen dient, indien aanwezig, de automatische ventilatie uitgezet te worden. Verder moeten deuren en ramen gesloten worden. Alarmeringsmogelijkheden Het plangebied ligt buiten het sirenebereik van het bestaande Waarschuwing en Alarmering.
Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft bekendgemaakt, vanaf 2017 in fases met de WAS-sirenes te willen stoppen. Eind 2012 is NL-Alert geïntroduceerd. Met NL-Alert kan de overheid mensen in het rampgebied en in de directe omgeving van een (dreigende) noodsituatie met een tekstbericht informeren via de eigen mobiele
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 27 van 39 September 2021 Versie 01
telefoon. Daarnaast wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens en sociale media. Hierdoor is een snelle alarmering in het plangebied mogelijk. Veiligheidsregio Groningen adviseert om de toekomstige gebruikers bij een ramp ook op een andere wijze te alarmeren dan met de WAS-sirenes, bijvoorbeeld via calamiteitenzenders, NL-Alert, geluidswagens, social media enz. In voorliggend plan gaat het om de realisatie van een bestaand gebouw waar voorheen een kantoorfunctie in aanwezig was en waar in de beoogde situatie mensen gaan wonen. Het gaat daarbij om reguliere bewoning met personen waarvan kan worden aangenomen dat deze zelfredzaam zijn. De zelfredzaamheid is niet in het geding bij voorliggend plan. Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun taken. Om de bestrijdbaarheid goed te kunnen beoordelen is eerst gekeken naar de bereikbaarheid. Daarnaast is in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling een beoordeling gedaan op de aanwezigheid en beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen.
Om te bepalen of voldoende bluswater beschikbaar is, zijn zowel de aanwezigheid van primaire (brandkranen) als secundaire (open water) bluswatervoorzieningen beoordeeld. De handleiding ‘Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B’ (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) geldt als uitgangspunt voor de beoordeling van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Bereikbaarheid van het plangebied Het plangebied is meerzijdig bereikbaar en daarmee voldoet het aan de handleiding Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B’ (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) enerzijds via het Beneden Oosterdiep anderzijds via de Ubbo Wilkensstraat. Bluswatervoorzieningen van het plangebied In de buurt van het plangebied bevinden zich diverse bluswatervoorzieningen. • Aan de van Beresteijnstraat op een afstand van 10 meter van het plangebied bevindt zich een brandkraan met een diameter van 105 mm. Deze brandkraan levert circa 30m3 bluswater per uur; • Aan de van Beresteijnstraat op een afstand van 50 meter bevindt zich een brandkraan met een diameter van 105 mm. Deze brandkranen levert daarmee circa 30m3 bluswater per uur. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan, er zal met de gegeven adviezen rekening worden gehouden.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 28 van 39 September 2021 Versie 01
4.5
Geluid Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een wijzigingsplan, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogelijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Op het perceel ligt een gebiedsaanduiding: geluidzone-industrie. Er dient daarom een akoestisch onderzoek te worden gedaan. Uit de onderzoeken moet blijken dat er wordt voldaan aan artikel 45 van de Wet geluidhinder.
Als hier niet aan kan worden voldaan dient worden omschreven welke maatregelen er worden genomen. Door de Omgevingsdienst Groningen (ODG) is vervolgens een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij dit wijzigingsplan gevoegd. Onderstaand volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Uit de geluidsberekening komt naar voren dat de geluidsbelasting op de maatgevende gevel 49 dB(A) bedraagt. Hiermee wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voldaan. Om die reden is een hogere waarden procedure voor het realiseren van de appartementen in het bestaand kantoorgebouw niet noodzakelijk. Conclusie en advies Geconcludeerd kan worden dat met het realiseren van de 20 appartementen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Het volgen van een hogere waarden procedure industrielawaai is niet noodzakelijk.
4.6
Luchtkwaliteit Vanuit de regelgeving voor luchtkwaliteit dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst op de gevolgen voor de luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer bevat in titel 5.2, die als 'Wet Luchtkwaliteit' bekend staat, regels over luchtkwaliteit. In een uitwerking van deze wet, de Algemene Maatregel van Bestuur (hierna: AMvB), het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen' wordt verwezen naar de Ministeriële regeling "Regeling niet in betekenende mate bijdragen". Hierin zijn ondergrenzen gesteld aan de omvang van een ruimtelijk project, waarvoor een luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 29 van 39 September 2021 Versie 01
Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project. Voorliggend project blijft ruimschoots onder deze drempelnorm, immers er is sprake van het toevoegen van 20 nieuwe woningen binnen een gebouw dat voorheen dienst deed als kantoorgebouw. Het juridisch-planologisch wijzigen naar een woonbestemming heeft geen invloed op de luchtkwaliteit. Er is geen strijd met artikel 5.19 Wet milieubeheer (ook wel de Wet luchtkwaliteit genaamd). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. 4.7
Milieuhinder Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Nieuwe functies kunnen van invloed zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieuhygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten. In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doel daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG‐brochure 'Bedrijven en milieuzonering'.
Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. De mate van aanvaardbaarheid van hinder is mede afhankelijk van het type gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt kan worden aangemerkt als ‘gemengd gebied’, waarin naast woonbestemmingen ook andere gemengde voorzieningen en functies rondom het plangebied zijn gelegen.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 30 van 39 September 2021 Versie 01
Fig. 4.5: Een weergave van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan waaruit blijkt de functiemenging in het centrumgebied.
Rondom het plangebied is sprake van een sterke functiemening met verschillende bestemmingen (Gemengd en Centrum) in combinatie met andere woonbestemmingen (Woongebied). Er is sprake van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ hetgeen rechtvaardigt dat de normafstanden een trede naar beneden kunnen worden bijgesteld. Daarbij is het ook zo dat vanuit planologisch oogpunt het gebouw binnen het plangebied reeds is aan te merken als een bestaand geluidsgevoelig object omdat wonen op de verdiepingen bij binnenplanse afwijking reeds is toegestaan. Daarbij was het gebouw vanuit de verschillende toegestane functies vanuit de bestemming Gemengd ook reeds aan te merken als een bestaand milieugevoelig object. Dat wijzigt niet als gevolg van voorliggende herbestemming. Er is geen milieuhinder te verwachten. 4.8
Watertoets Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten. De watertoets is wettelijk verankerd met het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 in verband met gevolgen van ruimtelijke plannen voor de waterhuishouding (watertoets). Op 18 maart 2021 is via het online instrument via www.dewatertoets.nl de zogeheten watertoets uitgevoerd. Op basis hiervan blijkt dat het plangebied zich bevindt binnen het beheersgebied van het Waterschap Hunze en Aa’s.
NL.IMRO.0047.04WPBeresteijn12-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 – 20
Blad 31 van 39 September 2021 Versie 01
Omdat er sprake is van een ruimtelijk plan waarbij uitsluitend sprake is van een functiewijziging van bestaande gebouwen zonder toename van het verharde oppervlakte geldt er geen waterschapbelang. Het ontvangen document van het waterschap is als bijlage bijgevoegd. 4.9