08-02-01 ontwerpwijzigingsplan Van Beresteijnstraat 12-20
Tekst van het document
• Deelname aan RWLP/Regio Deal, waaronder Rotte kiezenaanpak en GGA (gebiedsgerichte aanpak). • Regie voeren over nieuwbouw, waarbij aandacht voor nieuwe woonconcepten, zoals Knarrenhoven, tiny houses en patiowoningen.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtdfijKe ordening & bouw
RooBeekAdvies
Blad 19 van 39
Gemeente Veendam
September 2021
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Versie 01
Het gaat ook bij dit wijzigingsplan voor de Van Beresteijnstraat 12 - 20 te Veendam om een vorm van herstructurering waarbij bestaand vastgoed in het bestaand stedelijk gebied wordt getransformeerd naar wonen toe, hetgeen als passend kan worden beschouwd binnen de uitgangspunten van deelprogramma 2.5.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
<
ruimteMjk« ordening & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam
Blad 20 van 39
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
4
Hoofdstuk 4 Omgevingsfactoren Ruimtelijke plannen kunnen van invloed zijn op de omgeving. Anderzijds kan ook de zichtbare en soms niet zichtbare omgeving van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van de voorgenomen plannen. In dit hoofdstuk worden de omgevingsfactoren beschreven. Daarnaast wordt per omgevingsfactor beoordeeld wat de invloed op het plan kan zijn.
4.1
Archeologie In de toelichting moet worden aangegeven hoe het cultureel erfgoed wordt beschermd in relatie tot de wettelijke bepalingen (Wet op de archeologische monumentenzorg) en hoe met het oog op het noodzakelijk onderzoek met het aspect archeologie is omgegaan. Het perceel is opgenomen in het geldende bestemmingsplan ‘Veendam Centrum’. In het bestemmingsplan heeft een gedeelte van het perceel een archeologische dubbelbestemming Waarde - Archeologie 2. Het juridisch-planologisch wijzigen naar een woonbestemming alsmede de (interne) verbouwing ten behoeve van de 20 woningen gaat op zich niet gepaard met een bodemingreep en/of -verstoring. Een archeologisch onderzoek is niet vereist. Ook vinden binnen het gebied met de dubbelbestemming geen bouwkundige ingrepen plaats. Zorgplicht Ten behoeve van de uitvoering van het bouwplan is geen nader archeologisch onderzoek nodig. Indien bij toekomstige graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische grondsporen worden aangetroffen en/of vondsten worden gedaan, dan dient hiervan direct melding te worden gemaakt conform de Erfgoedwet (2016). Dat kan bij de gemeente Veendam en/of bij de provinciaal archeoloog.
4.2
Bodem In het plan dient aangegeven te worden wat de kwaliteit van de bodem ter plaatse van het plangebied is. Hieronder het plangebied weergegeven in het bodemloket (www.bodemloket.nl). Het bodemloket heeft recente gegevens en nadere informatie over de aanwezige bodemkwaliteit.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteiinl2-0301 Toelichting
<
ruimtelijka ordening & bouw
RooBeek/dvies
Gemeente Veendam
Blad 21 van 39
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
Fig. 4.1: Weergave van www. bodem loket, nl met het plangebied ter hoogte van de aanduiding.
Daarin is de volgende statusinformatie te lezen: “De resultaten van het uitgevoerde (historische) bodemonderzoek geven aan dat de (voormalige) activiteiten en/of de onderzoekslocatie voldoende zijn onderzocht in het kader van de Wet bodembescherming. ”
Het bodemloket geeft ook geen aanleiding tot nader (bodem)onderzoek. Het juridischplanologisch wijzigen naar een woonbestemming alsmede de (interne) verbouwing ten behoeve van de 20 woningen gaat op zich niet gepaard met een bodemingreep en/of verstoring. Daarbij kan gesteld worden dat het bestaande pand al voorzag in de aanwezigheid van bestaande verblijfsruimten (kantoorgebouw). Er is zodoende geen sprake van het toevoegen van nieuwe verblijfsruimten ten opzichte van de bestaande situatie. Geconcludeerd kan worden dat een (verkennend) bodemonderzoek voor deze functiewijziging niet is vereist. Ecologie De Wet natuurbescherming (Wnb) is in werking getreden op 1 januari 2017. De provincie is bij de Wnb het bevoegd gezag voor de toetsing van werkzaamheden en handelingen bij Natura 2000-gebieden en dier- en plantensoorten. Het Rijk blijft bevoegd gezag bij ruimtelijke ingrepen met grote nationale belangen. Voor gemeenten geldt dat zij het bevoegd gezag zijn voor omgevingsvergunningen. In het wijzigingsplan dient rekening te worden gehouden met Europese en nationale wetgeving en beleid ten aanzien van de natuurbescherming. Hierin wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming In de Wnb is de bescherming van specifieke natuurgebieden geregeld. Het betreft de Natura 2000-gebieden, die een internationale bescherming genieten.
Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent.
NL.II\/IR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
■|r
ruimtelijka ordening & bouw
iC RooBeekAdvies
Blad 22 van 39
Gemeente Veendam
September 2021
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Versie 01
Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. 4.3.1.1 Natura 2000
Het plangebied is geen onderdeel van het netwerk Natura 2000. Het dichtstbij zijnde Natura 2000-gebied is het Natura 2000-gebied Zuidlaardermeergebied op ruim 11 kilometer afstand. Door de afstand tussen het project gebied, de kwaliteit van het tussenliggende gebied, (agrarische landschep doorsneden door wegen en kernen zoals Veendam zelf en 2 provinciale wegen) en de kleinschaligheid van de geplande ingrepen (transformatie bestaand gebouw) zijn geen effecten te verwachten op het Natura 2000gebied Zuidlaardermeer.
Bdse I ayoT
“
9 OpenSt reetHdp O(.oo(|le maps Satdlitr nwps maps Hyferid ^Gooqile maps PhrvKdi
Overiays
Q Natura ^OOO (v«pleinbrr ■ NatM>naic Pariten (700/) ■ WrtUnds (700S)
Fig. 4.2: Een weergave van www.svnbiosvs.alterra.nl/natura2000 waaruit blijkt de omliggende Natura 2000gebieden.
4.3.1.2 NatuurNetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) - voorheen Ecologische Hoofdstructuur - is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Ten aanzien van ontwikkelingen binnen het NNN geldt het 'nee, tenzij-principe'. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. Het plangebied zelf bevindt zich niet binnen het NNN. Op circa 8,2 kilometer afstand bevinden zich NNN-gebieden (figuur 4.3). Het juridisch-planologisch wijzigen van een bestemming Dienstverlening naar een woonbestemming gaat op zich niet gepaard met een ecologische verstoring. Omdat het plangebied zelf ook niet binnen het NNNnatuurgebied valt is nader onderzoek naar de gebiedsbescherming niet nodig.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
<
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 23 van 39 September 2021 Versie 01
Figuur 4.3: Uitsnede van de Provinciaie Omgevingsverordening waaruit blijkt de NNN-natuurgebieden rondom het plangebied.
4.3.2 Soortenbescherming Het uitgangspunt van de Wnb is dat er geen (opzettelijke) schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. De soortenbescherming binnen de Wnb is daarbij opgedeeld in drie beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Bij beoordeling van de toelaatbaarheid van bouwwerken en/of andere activiteiten moet rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen dier- en plantensoorten. Voor het overtreden van verbodsartikelen bij ruimtelijke ingrepen is het noodzakelijk om ontheffing aan te vragen bij bevoegd gezag (veelal de provincie waarbinnen de ingreep of activiteit plaatsvindt). Voor het verkrijgen van een ontheffing dient een uitgebreide rapportage opgesteld te worden waarin o.a. wordt aangegeven hoe gezorgd wordt dat schade tot een minimum beperkt blijft en of compenserende maatregelen aan de orde zijn. Van belang is om na te gaan of één of meerdere van de genoemde Verboden’ ten behoeve van voorliggend initiatief aan de orde is of kan zijn. Er worden geen gebouwen gesloopt, bomen gekapt of sloten gedempt. Het bestaande gebouw wordt getransformeerd naar een woongebouw. Er vindt geen aantasting van ecologische waarden plaats. Er is geen ecologische quickscan nodig.
4.3.3 Stikstofdepositie Woningbouwplannen of vergelijkbare projecten kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in een Natura 2000gebied. Deze toename van de stikstofdepositie kan het gevolg zijn van bouwwerkzaamheden in de aanlegfase (bijvoorbeeld als gevolg van de aanvoer van bouwmaterialen naar en grondverzet op de bouwplaats) en de gebruiksfase. Voor de woningbouw zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. > Gasloos (conform het bouwbesluit) en baardloos wonen;
NL.ilVIR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtelijke orderting & bouw
RooBeekAdvies
Blad 24 van 39
Gemeente Veendam
September 2021
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Versie 01
>
Ammoniakemissies als gevolg van menselijk gebruik, huisdieren e.d. worden niet aan woningbouw toegerekend en blijven conform het document “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2019” buiten beschouwing.
Onder deze aannames is de mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van de aanlegfase in vrijwel alle omstandigheden dominant. De onderstaande tabel geeft inzicht in het verloop van deze depositie, uitgaande van een gemiddelde situatie en de daarbij behorende afstand. Samengevat: bij maximaal 50 laagbouwwoningen, gebouwd op zandgrond op minimaal 7 km afstand van een Natura 2000-gebied, is de stikstofdepositie onder gemiddelde omstandigheden 0,00 mol/ha/jaar.
Indicatieve depositie (mol/ha/jaar) als functie van de afstand tussen de woningen en het natuurgebied Aantid WDrungen
100
50
j
1l_
250
1
500 Gebruik
Aanleg
0.44
0.08
0,89
0.01
0.14
0,02
0,28
0,03
0.01
0.08
0,01
0,15
0,00
0.02
0.00
0,05
0,01
0,10
0,01
0,00
0,02
0.00
0.04
0.01
0.08
6
0.00
0.01
0.00
0,01
0,00
0.03
0.00
0.05
7
OfiO
0.00
0.00
0,01
0.00
0.02
0.00
0,04
8
0.00
0.00
0,00
0.01
0.00
0.02
0.00
0,04
9
0.00
0.00
0.00
0.01
0.00
0.01
0,00
0.03
10
0.00
0.00
0,00
0,01
0.00
0,01
0.00
0,03
Afstand (km)
Gebruik
Aanleg
Gebruik
1
0.01
0.09
2
0,00
3
j
Aanleg
Gebruik
0,02
0.18
0.04
0.03
0,00
0.06
0.00
0.02
0.00
4
0.00
0,01
S
0.00
Aanleg
|
In dit geval bedraagt de afstand tot een Natura 2000 gebied circa 11 kilometer. Het gaat bij dit plan niet om het plegen van nieuwbouw van 20 woningen, maar om een transformatie van een bestaand gebouw naar 20 woonappartementen. De realisatie van de woningen zal niet leiden tot een stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol/ha/jaar. Er is voor voorliggend wijzigingsplan geen vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Fysieke veiligheid Het aspect externe veiligheid bestaat uit verschillende onderdelen. Externe veiligheid gaat onder andere over buisleidingen (geregeld in het Besluit externe veiligheid buisleidingen), het transport van gevaarlijke stoffen over bepaalde transportassen (geregeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes), de opslag van explosieven (geregeld in het Bestluit algemene regels ruimtelijke ordening) en het Bevi. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen richt zich primair op inrichtingen zoals bedoeld in de Wet milieubeheer. In artikel 2, lid 1 van het Bevi staan de inrichtingen genoemd waarop het besluit van toepassing is. Woningen niet zijn niet aan te merken als een Bevi-inrichting. Wel zijn woningen aan te merken als (beperkt) kwetsbare objecten, zodat er beoordeeld dient te worden of zich in de nabijheid van het plangebied Bevi-inrichtingen aanwezig zijn. Daartoe is gebruik gemaakt van de risicokaart Nederland.
Hierna is weergave gedaan van de risicokaart.
NL.lMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam
Blad 25 van 39
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
Geconsolideerde Omgevingsverordening februari
2021 provincie Groningen provinciale verordening geconsolideerd (2021-02-03)
PLiKINFO
DOCUMENTEN
KENMERKEN
254988.4, 569833.5 Kaart i: Kaart 3: Vaitighcki «n miiiau
■
Veiligheidszone 2 invloedsg^ied provinciale wegen Thema: milieu, veiligheid Gebiedsbegrenzing: exaa V6fwlj2ing 1 Verwljring 2
Algemeen Thema: algemeen Gebiedsbegrenzing: exaa VervMjzing 1 Verwijzing 2
Op grond van de risicokaart en vervolgens de kaart met de provinciale veiligheidszones rondom provinciale wegen zijn de volgende risicobronnen in de (ruime) omgeving aanwezig: • Kisuma Chemicals; • Stinoil; • Spoorlijn; • N33; • N366; • 2 hogedruk aardgastransportleidingen; • Twee LPG tankstations; • Gasdruk meet-en regelstation. In de directe omgeving van het perceel Van Beresteijnstraat 12-20 te Veendam (ca. 350 meter) ligt de spoorweg van de aansluiting Veendam naar Veendam die is opgenomen in het nationaal basisnet als route 250. Iets verder van de locatie liggen bedrijven als Kisuma Chemicals en Stinoil (Brzo bedrijven), twee LPG tankstations, een tweetal hogedruk aardgastransportleidingen en op vergelijkbare afstand ligt de N33, een rijksweg die in het Nationaal basisnet is opgenomen (trajecten GR9 en Dl 5).
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
<
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 26 van 39 September 2021 Versie 01
De invloedsgebieden van de LPG tankstations, de hogedruk aardgastransportleidingen, het gasdruk meet- en regelstation en de twee Brzo bedrijven reiken niet tot het plangebied en kunnen daarmee buiten beschouwing blijven. Het invloedsgebied van de spoorlijn is op basis van de in het Basisnet genoemde vervoersaantallen (stofcategorie A 1080, B2 360 en C3 1620 en ook basisnet D4 (toxisch) maximaal 4000 meter en daarmee ligt de locatie formeel binnen het effectgebied en is een nadere verantwoording van het groepsrisico nodig. Ook ligt het plangebied binnen de veiligheidszone 2 van de N366. Aangezien de afstand tot deze weg meer dan 200 meter bedraagt (de afstand is circa 600 meter) mag, overeenkomstig artikel 2.23.3 onder 2 worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico indien er sprake is van een toename van het groepsrisico. Het plan omvat de functiewijziging van een kantoorgebouw naar een woongebouw. Daarbij zal de bevolkingsdichtheid binnen het gebouw - ten opzichte van de planologische bestemming - niet toenemen. Echter is er bij een woongebouw wel sprake van het overnachten in het gebouw en is dat bij een kantoorgebouw minder voor de hand liggend. In de avond- en nachtperiode is daarom sprake van een hogere groepsdichtheid dan ten opzichte van het gebruik als kantoorgebouw.
Er is een verantwoording nodig van deze toename van het groepsrisico waarbij wordt ingegaan op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Zelfredzaamheid
Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij kunnen vluchten of schuilen zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten. De zelfredzaamheid van de aanwezige personen is beoordeeld op de aspecten zelfredzaam vermogen, de mogelijkheden tot vluchten of schuilen en de alarmeringsmogelijkheden. Zelfredzaam vermogen
Het voorgenomen ruimtelijke besluit kent geen bestemmingen voor het langdurig verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen in het invloedsgebied van de risicobronnen. De toekomstige gebruikers van het plangebied vormen een gemiddelde bevolkingsgroep uit de samenleving, die over het algemeen als zelfredzaam wordt beschouwd. Mogelijkheden tot vluchten of schuilen
De mogelijkheden tot zelfredzaamheid worden bepaald door het type incident. Bij een incident met toxische stoffen kan schuilen in een adequate afsluitbare ruimte de beste optie zijn. Om goed te schuilen dient, indien aanwezig, de automatische ventilatie uitgezet te worden. Verder moeten deuren en ramen gesloten worden. Alarmeringsmogelijkheden
Het plangebied ligt buiten het sirenebereik van het bestaande Waarschuwing en Alarmering. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft bekendgemaakt, vanaf 2017 in fases met de WAS-sirenes te willen stoppen. Eind 2012 is NL-Alert geïntroduceerd. Met NL-Alert kan de overheid mensen in het rampgebied en in de directe omgeving van een (dreigende) noodsituatie met een tekstbericht informeren via de eigen mobiele
NL.IIVIR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtaiijke ordenlnQ & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 27 van 39 September 2021 Versie 01
telefoon. Daarnaast wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer caiamiteitenzenders, geluidswagens en sociale media. Hierdoor is een snelle alarmering in het plangebied mogelijk. Veiligheidsregio Groningen adviseert om de toekomstige gebruikers bij een ramp ook op een andere wijze te alarmeren dan met de WAS-sirenes, bijvoorbeeld via calamiteitenzenders, NL-Alert, geluidswagens, social media enz. In voorliggend plan gaat het om de realisatie van een bestaand gebouw waar voorheen een kantoorfunctie in aanwezig was en waar in de beoogde situatie mensen gaan wonen. Het gaat daarbij om reguliere bewoning met personen waarvan kan worden aangenomen dat deze zelfredzaam zijn. De zelfredzaamheid is niet in het geding bij voorliggend plan.
Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun taken. Om de bestrijdbaarheid goed te kunnen beoordelen is eerst gekeken naar de bereikbaarheid. Daarnaast is in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling een beoordeling gedaan op de aanwezigheid en beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Om te bepalen of voldoende bluswater beschikbaar is, zijn zowel de aanwezigheid van primaire (brandkranen) als secundaire (open water) bluswatervoorzieningen beoordeeld. De handleiding ‘Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B' (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) geldt als uitgangspunt voor de beoordeling van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening.
Bereikbaarheid van het plangebied Het plangebied is meerzijdig bereikbaar en daarmee voldoet het aan de handleiding Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B’ (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) enerzijds via het Beneden Oosterdiep anderzijds via de Ubbo Wilkensstraat.
Bluswatervoorzieningen van het plangebied In de buurt van het plangebied bevinden zich diverse bluswatervoorzieningen. • Aan de van Beresteijnstraat op een afstand van 10 meter van het plangebied bevindt zich een brandkraan met een diameter van 105 mm. Deze brandkraan levert circa 30m3 bluswater per uur; • Aan de van Beresteijnstraat op een afstand van 50 meter bevindt zich een brandkraan met een diameter van 105 mm. Deze brandkranen levert daarmee circa 30m3 bluswater per uur. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan, er zal met de gegeven adviezen rekening worden gehouden.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
■fRooBeekAdvies ruimtelijke ordening & bouw
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 28 van 39 September 2021 Versie 01
Geluid Geluid kan hinderlijk en schadelijk voor de gezondheid zijn. Zo kunnen hoge geluidsniveaus het gehoor beschadigen. Maar ook verstoring van de slaap kan op de lange duur slecht zijn voor de gezondheid. In Nederland zijn afspraken gemaakt over wat acceptabele geluidsniveaus zijn en wat niet (de geluidsnormen). De verplichting tot uitvoering van een akoestisch onderzoek is vastgelegd in de Wet geluidhinder (Wgh). De Wgh bevat geluidnormen en richtlijnen over de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. De Wgh geeft aan dat een akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij het voorbereiden van de vaststelling van een wijzigingsplan, indien het plan een geluidgevoelig object mogelijk maakt binnen een geluidszone van een bestaande geluidsbron of indien het plan een nieuwe geluidsbron mogeiijk maakt. Een eventueel akoestisch onderzoek moet uitwijzen of de wettelijke voorkeursgrenswaarde bij geluidgevoelige objecten wordt overschreden en zo ja, welke maatregelen nodig zijn om aan de voorkeursgrenswaarde te voldoen. Op het perceel ligt een gebiedsaanduiding: geluidzone-industrie. Er dient daarom een akoestisch onderzoek te worden gedaan. Uit de onderzoeken moet blijken dat er wordt voldaan aan artikel 45 van de Wet geluidhinder.
Als hier niet aan kan worden voldaan dient worden omschreven welke maatregelen er worden genomen. Door de Omgevingsdienst Groningen (ODG) is vervolgens een akoestisch onderzoek uitgevoerd. De onderzoeksrapportage is als bijlage bij dit wijzigingsplan gevoegd. Onderstaand volgen de resultaten van het uitgevoerde onderzoek. Uit de geluidsberekening komt naar voren dat de geluidsbelasting op de maatgevende gevel 49 dB(A) bedraagt. Hiermee wordt aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) voldaan. Om die reden is een hogere waarden procedure voor het realiseren van de appartementen in het bestaand kantoorgebouw niet noodzakelijk. Conclusie en advies Geconcludeerd kan worden dat met het realiseren van de 20 appartementen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde. Het volgen van een hogere waarden procedure industrielawaai is niet noodzakelijk. Luchtkwaliteit Vanuit de regelgeving voor luchtkwaliteit dienen ruimtelijke plannen te worden getoetst op de gevolgen voor de luchtkwaliteit. De Wet milieubeheer bevat in titel 5.2, die als 'Wet Luchtkwaliteit' bekend staat, regels over luchtkwaliteit. In een uitwerking van deze wet, de Algemene Maatregel van Bestuur (hierna; AMvB), het 'Besluit niet in betekenende mate bijdragen' wordt verwezen naar de Ministeriële regeling "Regeling niet in betekenende mate bijdragen".
Hierin zijn ondergrenzen gesteld aan de omvang van een ruimtelijk project, waarvoor een luchtkwaliteitsonderzoek nodig is. Projecten die ‘niet in betekende mate’ (nibm) van invloed zijn op de luchtkwaliteit hoeven niet meer getoetst te worden aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. In de AMvB-nibm zijn de criteria vastgelegd om te kunnen beoordelen of voor een project sprake is van nibm.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtslijkd ordening & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 29 van 39 September 2021 Versie 01
Zo is een project waarbij in totaal 1.500 woningen aan één ontsluitingsweg worden gebouwd nog aangemerkt als een Nibm-project. Voorliggend project blijft ruimschoots onder deze drempelnomn, immers er is sprake van het toevoegen van 20 nieuwe woningen binnen een gebouw dat voorheen dienst deed als kantoorgebouw. Het juridisch-planologisch wijzigen naar een woonbestemming heeft geen invloed op de luchtkwaliteit. Er is geen strijd met artikel 5.19 Wet milieubeheer (ook wel de Wet luchtkwaliteit genaamd). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet nodig. Milieuhinder Vanuit milieuhygiënisch oogpunt vergt het inpassen van nieuwe functies in het plangebied een goede afstemming met de andere, in de omgeving aanwezige functies. Nieuwe functies kunnen van invloed zijn voor omringende woningen dan wel bedrijven. Er dient een beoordeling plaats te vinden of de nieuwe functie wel milieuhygiënisch inpasbaar is. Er dient daarom beoordeeld te worden of in de omgeving van het plangebied functies voorkomen die gehinderd kunnen worden door onderhavig project of waarvan het project juist hinder ondervindt. De (indicatieve) lijst “Bedrijven en Milieuzonering 2009”, uitgegeven door de Vereniging van Nederlandse gemeenten, geeft weer wat de richtafstanden zijn voor milieubelastende activiteiten.
In deze publicatie worden de indicatieve richtafstanden gegeven voor de vier ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Tussen bedrijfsactiviteiten en hindergevoelige functies (waaronder wonen) is een goede afstemming nodig. Het doei daarbij is het voorkomen van onacceptabele hinder ter plaatse van woningen, maar ook om te zorgen dat bedrijven niet worden beperkt in de bedrijfsvoering en ontwikkelingsmogelijkheden. Bij de afstemming wordt gebruik gemaakt van de richtafstanden uit de VNG-brochure 'Bedrijven en milieuzonering'. Een richtafstand wordt beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder redelijkerwijs is uitgesloten. Bedrijfsactiviteiten zijn daarvoor ingedeeld in een aantal milieucategorieën. De mate van aanvaardbaarheid van hinder is mede afhankelijk van het type gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Het gebied waarin de ontwikkeling plaatsvindt kan worden aangemerkt als ‘gemengd gebied', waarin naast woonbestemmingen ook andere gemengde voorzieningen en functies rondom het plangebied zijn gelegen.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
Gemeente Veendam
Blad 30 van 39
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
Fig. 4.5: Een weergave van de verbeelding van het geldend bestemmingsplan waaruit blijkt de functiemenging in het centrumgebied.
Rondom het plangebied is sprake van een sterke functiemening met verschillende bestemmingen (Gemengd en Centrum) in combinatie met andere woonbestemmingen (Woongebied). Er is sprake van het omgevingstype ‘gemengd gebied’ hetgeen rechtvaardigt dat de normafstanden een trede naar beneden kunnen worden bijgesteld. Daarbij is het ook zo dat vanuit planologisch oogpunt het gebouw binnen het plangebied reeds is aan te merken als een bestaand geluidsgevoelig object omdat wonen op de verdiepingen bij binnenplanse afwijking reeds is toegestaan. Daarbij was het gebouw vanuit de verschillende toegestane functies vanuit de bestemming Gemengd ook reeds aan te merken als een bestaand milieugevoelig object. Dat wijzigt niet als gevolg van voorliggende herbestemming. Er is geen milieuhinder te verwachten. Watertoets Het doel van de watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. De meerwaarde van de watertoets is dat zij zorgt voor een vroegtijdige systematische aandacht voor het meewegen van wateraspecten in ruimtelijke plannen en besluiten.
De watertoets is wettelijk verankerd met het Besluit van 3 juli 2003 tot wijziging van het Besluit op de ruimtelijke ordening 1985 in verband met gevolgen van ruimtelijke plannen voor de waterhuishouding (watertoets). Op 18 maart 2021 is via het online instrument via www.dewatertoets.nl de zogeheten watertoets uitgevoerd. Op basis hiervan blijkt dat het plangebied zich bevindt binnen het beheersgebied van het Waterschap Hunze en Aa’s.
NL.II\/tR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
■f
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Blad 31 van 39
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat
12 - 20
September 2021 Versie 01
Omdat er sprake is van een ruimtelijk plan waarbij uitsluitend sprake is van een functiewijziging van bestaande gebouwen zonder toename van het verharde oppervlakte geldt er geen waterschapbelang. Het ontvangen document van het waterschap is als bijlage bijgevoegd. M.e.r-beoordeling Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is een algemene maatregel van bestuur (AMvB). Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. In het Besluit m.e.r., bijlage D, onder artikel 11 (Woningbouw, Stedelijke ontwikkeling. Industrieterreinen) staat onder artikel 11.2 genoemd dat een m.e.r-beoordeling moet plaatsvinden in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op de aanleg, wijziging of uitbreiding van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ (met inbegrip van winkelcentra of parkeerterreinen). De term 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van het Besluit m.e.r. is een term die niet gemakkelijk valt te definiëren. In een recente uitspraak (31 januari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:348) van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zijn aanknopingspunten te vinden over wat moet worden verstaan onder een (wijziging van een) 'stedelijk ontwikkelingsproject'.
De afdeling overweegt dat, of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van het Besluit m.e.r., het afhangt van de concrete omstandigheden van het geval. Hierbij spelen onder meer de aard en omvang van de voorziene wijziging van de stedelijke ontwikkeling een rol. Of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan, is niet van (doorslaggevende) betekenis. Wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro, kunnen worden aangemerkt, kan deze ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling worden aangemerkt. Daarbij wordt in de uitspraak overwogen dat wanneer er sprake is van een gedeeltelijke functiewijziging, en de bebouwde oppervlakte hetzelfde blijft, er geen sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. In voorliggend plan is echter sprake van een volledige functiewijziging. Ten behoeve van de wijziging van de bestemming van het perceel zal een volledige functiewijziging plaatsvinden. Daar waar nu de functie ‘Gemengd’ geldt, zal deze gewijzigd dienen te worden naar de functie 'wonen' om bewoning (juridischplanologisch) mogelijk te kunnen maken voor het ‘regulier’ wonen. Daar komt bij dat de bebouwde oppervlakte niet toeneemt.
De beoogde functiewijziging van het plan kan niet worden beschouwd als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' in de zin van categorie 11.2 van bijlage D van het Besluit m.e.r. Een (vormvrije) m.e.r.- beoordeling is voor dit plan dan ook niet aan de orde.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 32 van 39 September 2021 Versie 01
Hoofdstuk 5 Economische uitvoerbaarheid De kosten die gemoeid zijn met het opstellen van het wijzigingsplan zijn voor rekening van initiatiefnemers. Tevens is tussen de gemeente en de initiatiefnemers een planschadeovereenkomst aangegaan.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 33 van 39 September 2021 Versie 01
6
Hoofdstuk 6 Maatschappelijke uitvoerbaarheid In deze paragraaf worden, wanneer deze beschikbaar zijn en indien noodzakelijk, de resultaten van het overleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening uiteengezet. Ook de resultaten van de inspraak dan wel ter visie legging worden hier uiteengezet wanneer deze beschikbaar is.
6.1
Vooroverleg Vanuit de gemeente is het plan ter advisering voorgelegd aan de provincie Groningen, de Omgevingsdienst Groningen (als zijnde een interne adviseur) en aan de Veiligheidsregio Groningen. De gewenste aanvullingen die vanuit de ODG zijn aangegeven aan de gemeente zijn verwerkt in de paragraaf over externe veiligheid. De andere 2 organisaties hebben schriftelijk op het plan gereageerd. Deze 2 overlegreacties zijn als bijlage bij het wijzigingsplan gevoegd.
6.1.1 Provincie Groningen Vanuit de provincie Groningen is aangegeven dat ingestemd kan worden met het wijzigingsplan. 6.1.2 Veiiigheidsregio Groningen Vanuit de veiligheidsregio is het plan beoordeeld op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Daar is het volgende over aangegeven. Bestrijdbaarheid Bij bestrijdbaarheid gaat het om de mogelijkheden tot voorbereiding van de bestrijding en beperking van de omvang van een calamiteit. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken, is het van belang dat de hulpverleningsdiensten niet worden belemmerd in de uitvoering van hun taken. Om de bestrijdbaarheid goed te kunnen beoordelen is eerst gekeken naar de bereikbaarheid. Daarnaast is in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling een beoordeling gedaan op de aanwezigheid en beschikbaarheid van bluswatervoorzieningen. Om te bepalen of voldoende bluswater beschikbaar is, zijn zowel de aanwezigheid van primaire (brandkranen) als secundaire (open water) bluswatervoorzieningen beoordeeld. De handleiding 'Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B’ (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) geldt als uitgangspunt voor de beoordeling van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening.
Bereikbaarheid van het plangebied Het plangebied is meerzijdig bereikbaar en daarmee voldoet het aan de handleiding Bereikbaarheid en bluswatervoorziening regio Groningen B&B’ (Veiligheidsregio Groningen, juli 2013) enerzijds via het Beneden Oosterdiep anderzijds via de UIbo Wilkensstraat.
Bluswatervoorzieningen van het plangebied In de buurt van het plangebied bevinden zich diverse bluswatervoorzieningen.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Blad 34 van 39
Gemeente Veendam
September 2021
Wtjzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Versie 01
• Aan de van Beresteijnstraat op een afstand van 10 meter van het plangebied bevindt zich een brandkraan met een diameter van 105 mm. Deze brandkraan levert circa 30m3 bluswater per uur; • Aan de van Beresteijnstraat op een afstand van 50 meter bevindt zich een brandkraan met een diameter van 105 mm. Deze brandkranen levert daarmee circa 30m3 bluswater per uur. Zelfredzaamheid Bij zelfredzaamheid gaat het om de mogelijkheden voor personen om zichzelf in veiligheid te brengen. Belangrijk aspect hierbij is, dat zij kunnen vluchten of schuilen zonder daadwerkelijke hulp van de hulpverleningsdiensten. De zelfredzaamheid van de aanwezige personen is beoordeeld op de aspecten zelfredzaam vermogen, de mogelijkheden tot vluchten of schuilen en de alarmeringsmogelijkheden.
Zelfredzaam vermogen Het voorgenomen ruimtelijke besluit kent geen bestemmingen voor het langdurig verblijf van groepen verminderd zelfredzame personen in het invloedsgebied van de risicobronnen. De toekomstige gebruikers van het plangebied vormen een gemiddelde bevolkingsgroep uit de samenleving, die over het algemeen als zelfredzaam wordt beschouwd.
Mogelijkheden tot vluchten of schuilen De mogelijkheden tot zelfredzaamheid worden bepaald door het type incident. Bij een incident met toxische stoffen kan schuilen in een adequate afsluitbare ruimte de beste optie zijn. Om goed te schuilen dient, indien aanwezig, de automatische ventilatie uitgezet te worden. Verder moeten deuren en ramen gesloten worden.
Alarmeringsmogelijkheden Het plangebied ligt buiten het sirenebereik van het bestaande Waarschuwing en Alarmering. Het Ministerie van Justitie en Veiligheid heeft bekendgemaakt, vanaf 2017 in fases met de WAS-sirenes te willen stoppen. Eind 2012 is NL-Alert geïntroduceerd. Met NL-Alert kan de overheid mensen in het rampgebied en in de directe omgeving van een (dreigende) noodsituatie met een tekstbericht informeren via de eigen mobiele telefoon. Daarnaast wordt bij grote rampen alarm geslagen via onder meer calamiteitenzenders, geluidswagens en sociale media. Hierdoor is een snelle alarmering in het plangebied mogelijk. Veiligheidsregio Groningen adviseert om de toekomstige gebruikers bij een ramp ook op een andere wijze te alarmeren dan met de WAS-sirenes, bijvoorbeeld via calamiteitenzenders, NL-Alert, geluidswagens, social media enz.
Advies Veiligheidsregio Groningen Veiligheidsregio Groningen heeft de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid met betrekking tot de locatie van het bestemmingsplan van Beresteijestraat 12-20 beoordeeld. • De bevolking bij een ramp ook op een andere wijze te alarmeren dan met de WASsirenes, bijvoorbeeld via calamiteitenzenders, NL-Alert, geluidswagens, social media enz. • De mogelijkheid om mechanische ventilatie uit te schakelen.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
■r
fuimtellik» ordening & bouw
E RooBeekAdvies
Blad 35 van 39
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
6.2
Omgevingsparticipatie Vanuit de initiatiefnemer zijn de omwonenden van de planontwikkeling over de plannen geïnformeerd door het rondsturen van een brief. De door de initiatiefnemer opgestelde informatiebrief is als bijlage bij het wijzigingsplan gevoegd.
6.3
Ontwerp wijzigingsplan Aanvullen nadat ontwerp-wijzigingsplan ter inzage heeft gelegen.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
rulmttlijkd ordening & bouw
^ RooBeekAdvies
Gemeente Veendam Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Blad 36 van 39 September 2021 Versie 01
7
Hoofdstuk 7 Juridische Toelichting
7.1
Aigemeen Het wijzigingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden binnen het plangebied. De wijze waarop deze regeling juridisch kan worden vormgegeven, wordt in grote lijnen bepaald door de op 1 juli 2008 in werking getreden Wet ruimtelijke ordening, en door het daarbij behorende Besluit ruimtelijke ordening en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012, zoals deze per 1 oktober 2012 in werking is getreden. De verbeelding dient in samenhang met de planregels te worden gelezen. In de Wet ruimtelijke ordening (hierna Wro) met bijbehorend Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) heeft het wijzigingsplan een belangrijke rol als normstellend instrument voor het ruimtelijk beleid van gemeenten, provincies en het rijk. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening (hierna Rsro) is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Wijzigingsplannen (hierna SVBP2012) de norm is voor de vergelijkbaarheid van wijzigingsplannen. Naast de SVBP2012 zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (hierna IMRO2012) en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten (hierna STRI2012) normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van wijzigingsplannen. De SVBP2012 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het wijzigingsplan. De verbeelding en planregels van dit wijzigingsplan zijn opgesteld conform deze standaarden.
7.2
Toelichting op de Verbeelding De informatie die is vastgelegd in het plan moet in elektronische vorm volledig toegankelijk en raadpleegbaar zijn. Dit wordt de digitale verbeelding genoemd. De digitale verbeelding is de verbeelding van het wijzigingsplan in een interactieve raadpleegomgeving, waarin alle relevante wijzigingsplaninformatie wordt getoond: de combinatie van (plan)kaart en regels met de toelichting. Een raadpleger van het wijzigingsplan moet alle relevante wijzigingsplaninformatie op eenvoudige wijze voor ogen kunnen krijgen. De relevante wijzigingsplaninformatie heeft betrekking op de bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen met bijbehorende regels in het wijzigingsplan. Voor zowel bestemmingen als aanduidingen geldt, dat deze zonder interactie zichtbaar moeten zijn in de digitale verbeelding. Uit interactie met de digitale verbeelding blijkt dan de inhoud van de bestemming en/of aanduiding.
7.3
Toelichting op de planregels De inrichting van de planregels is deels voorgeschreven door de SVBP2012. De groepering van de planregels, de naamgeving van een aantal planregels en zelf de inrichting van bestemmingen is deels bepaald door de ministeriële regeling. Een aantal planregels is zelfs geheel voorgeschreven; het overgangsrecht, de anti-dubbeltelregel en de slotregel. De regels zijn standaard ingedeeld in vier hoofdstukken. Bij elke planregel (elk artikel) wordt hieronder een nadere toelichting gegeven.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
Gemeente Veendam
Blad 37 van 39
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
Toelichting Hoofdstuk 11nleidende regels Artikel 1 : Begrippen De begripsbepalingen in artikel 1 zijn noodzakelijk bij de interpretatie van de regels. In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. De begrippen die hierin zijn opgenomen zijn terug te vinden in de bestemmingsbepalingen. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik. Met uitzondering van de eerste twee begrippen (plan en bestemmingsplan) zijn de begrippen alfabetisch gerangschikt. De begrippen zijn zoveel mogelijk gebaseerd op vaste jurisprudentie. In de loop der tijd hebben de meeste begrippen zich ontwikkeld tot een standaard, waarvan ook in dit bestemmingsplan gebruik is gemaakt. Artikel 2 : Wijze van meten De bepalingen over de wijze van meten zijn in artikel 2 opgenomen. Dit artikel geeft aan hoe de hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden, gemeten moeten worden.
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3: Woongebied Binnen deze bestemming zijn de regels opgenomen binnen welke voorwaarden (hoogten, maatvoeringen e.d.) de woningen mogen worden gebouwd. Artikel 4 : Waarde - Archeologie 2 De aanwezige archeologische waarden zijn op de verbeelding weergegeven middels een dubbelbestemming (Waarde -Archeologie 2 in dit geval) en voorzien van een passende regeling die aangeeft hoe omgegaan dient te worden met archeologische waarden.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 5: Anti-dubbeltelreael Deze regel is geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (in artikel 3.2.4 Bro). Deze standaardbepaling strekt ertoe te voorkomen dat van ruimte die in een bestemmingsplan voor de realisering van een bepaald gebruik of functie mogelijk is gemaakt, na realisering daarvan, ten gevolge van feitelijke functie- of gebruiksverandering van het gerealiseerde, nogmaals zou kunnen worden gebruik gemaakt. Artikel 6 : Algemene gebruiksregels In deze regels wordt expliciet weergegeven welk gebruik van gronden en gebouwen in strijd is met het wijzigingsplan. Artikel 7 : Algemene aanduidinqsreaels De aanduiding Geluidzone - industrie is een geluidzone afkomstig van het bedrijventerrein. In afwijking van het bepaalde in de overige bestemmingsregels mogen ter plaatse van deze aanduiding 'geluidzone - industrie' geen geluidsgevoelige objecten worden opgericht waarvoor geen hogere waarde als bedoeld in artikel 45 van de Wet geluidhinder is vastgesteld.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
lijn
ruimtelijke ordening & bouw
iC RooBeekAdvies
Gemeente Veendam
Blad 38 van 39
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
September 2021 Versie 01
Artikel 8 : Algemene afwiikinasreaels In dit artikel zijn de algemene afwijkingsregels geformuleerd en is zichtbaar met welke afwijkingen binnen het plan het bevoegd gezag, onder genoemde voorwaarden, mee wenst te werken aan (kleinschalige) afwijkingen van het wijzigingsplan.
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 9: Overaanasreoels Deze regels zijn geheel voorgeschreven door het Besluit ruimtelijke ordening (artikelen 3.2.1 en 3.2.2 Bro). Omdat een bestemmingsplan elke tien jaar moet worden herzien, betreffen de meeste bestemmingsplannen gebieden die reeds in gebruik en ingericht zijn. Een bestemmingsplan kan ruimte bieden voor ontwikkelingen en daarom soms ander gebruik en/of bebouwing toelaten dan er in werkelijkheid in het gebied aanwezig is. Bestaande rechten worden beschermd met overgangsrecht. Er is overgangsrecht voor bouwwerken en overgangsrecht voor gebruik van de gronden en bouwwerken. Artikel 10 : Slotregel Deze regel is geheel voorgeschreven door de Ministeriële regeling Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen. Deze regel geeft aan hoe de planregels van dit plan kunnen worden aangehaald. Hiermee wordt de naam van het wijzigingsplan vastgelegd. Voor de digitale uitwisseling van plannen krijgt elk plan ook een unieke code van letters en cijfers.
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
<
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies
Blad 39 van 39
Gemeente Veendam
September 2021
Wijzigingsplan Veendam, Van Beresteijnstraat 12 - 20
Versie 01
Projectgegevens Project IMRO Projectnummer Versie Datum
Van Beresteijnstraat 12-20 te Veendam NL.IMR0.0047.04WPBeresteijn12-0301 RB 30.207 01 September 2021
RooBeek Advies Nautilusstraat 7b 7821 AG Emmen WWW, roobeek-ad vies. n I
NL.IMR0.0047.04WPBeresteijnl2-0301 Toelichting
<
ruimtelijke ordening & bouw
RooBeekAdvies