CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

07-05-04 bijlage-2-stationsagenda

Gemeenteraad 6 maart 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Ingekomen stukken week 23-0716.541 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Het stationsgebied wordt integraal en in participatie ontwikkeld Het station vloeit soepel over in de omgeving en het hele gebied kent een grote verbondenheid. Beide zijden van het spoor worden door aantrekkelijke routes verbonden voor reizigers en soms ook voor passanten. Onderdoorgangen en traverses zijn breed, goed toegankelijk, (sociaal) veilig en hoogwaardig ingericht. Je weg vinden binnen het station, maar ook tussen station en omgeving is zo intuïtief mogelijk. Aanwijzingen om je looproute te vinden zijn eenduidig en eenvoudig. Vanuit het station vind je informatie over de stad, het dorp en de omgeving. Andersom is het station vanuit de omgeving ook herkenbaar als baken en zijn de vertrouwde middelen horend bij de reis duidelijk te vinden in binnen- en/of buitenruimte. Dit zorgt voor een vertrouwd gevoel en gebruiksgemak. De openbare ruimte in het stationsgebied is aantrekkelijk ingericht. Het gebied is schoon, verzorgd en voelt veilig, ook in de avonduren. Men komt er graag of reist er met plezier doorheen.

35 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

We houden regie op de schaarse ruimte op en rondom het station De claims op de ruimte op en rondom het station worden steeds groter. Het is belangrijk dat de beschikbare ruimte toekomstvast is en past bij de wensen en opgaven. Zo moet er voldoende capaciteit zijn om naast transities in mobiliteit ook uitbreidingen te doen om de groei van gebruikers en verstede­ lijking te faciliteren. Door middel van slimme ontwerpen en innovaties, benutten we de schaarse ruimte steeds efficiënter. Bij het maken van keuzes over de benutting van de beschikbare ruimte, wordt een maatschappelijk evenwicht gevonden tussen publieke en commerciële functies en belangen. Hierbij gaan we strategisch met ruimte om, op basis van een duidelijke prioritering in functies. Primaire functies gerelateerd aan de OV-reis zijn direct ter plaatse in het station of bij de stationsentree(s) en secundaire functies (bijvoorbeeld parkeren of het bufferen en opladen van elektrische bussen) zijn doorgaans op meer afstand van de stationsentree(s) ondergebracht. Ondersteunende functies zoals logistiek en vuilafvoer zijn integraal meegenomen in het ontwerp, waarbij de gebruiker er zo min mogelijk last van heeft.

Stationsagenda | 36

Onze ambities rond prioritaire thema’s voor 2030 Verbeteringen op de 10 gekozen prioritaire thema’s zijn veelal pas effectief als de verbinding met de omgeving wordt gelegd. De wijze waarop dat voor de prioritaire thema’s gebeurt en waarop ook de omgeving betrokken wordt, is per thema beschreven in de Uitvoeringsagenda. ProRail en NS Stations zijn bovendien continu in gesprek met gemeenten over specifieke stations­ omgevingen. De ambitie hierbij is altijd dat de stationsomgeving divers en mooi is, met een herkenbare identiteit en aangenaam om te ervaren. Ook is het belangrijk dat er een functionele samenhang is en dat de ruimte duurzaam, aanpasbaar en beheersbaar is ingericht, zodat deze doorgegeven kan worden aan toekomstige generaties. > We werken aan de ambities die wij hebben voor het station als verbinder in zijn omgeving via trajecten zoals de Actie-agenda OV-knooppunten en het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT), waarin juist ook het station in zijn bredere context wordt bekeken samen met alle stakeholders die hier voor nodig zijn. Dit is gezien de grote woningbouwopgave rond stations extra actueel geworden. > Omdat het station als verbinder in zijn omgeving zo centraal staat in het traject van de Actieagenda OV-knooppunten is gekozen om dit in de Stationsagenda een kleinere rol te geven en niet te herhalen.

37 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

3. Uitvoering

38 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bij de uitvoering van de Stationsagenda als rijksbeleid blijft de nu geldende verdeling van verantwoordelijkheden en taken op stations in stand. Deze is vastgelegd in wet- en regelgeving, concessies, overeenkomsten en beleids­ documenten. Een beknopte beschrijving hiervan staat in bijlage 1 en 4. Hoewel de huidige ordening volstaat, is om de ambities en doelstellingen (zie hoofdstuk 2) te bereiken aanvullend een intensieve samenwerking in de driehoek ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), ProRail en NS Stations nodig. Deze tripartite samenwerking bestaat momenteel enkel op informeel niveau, maar wordt met het verschijnen van de Stationsagenda ook vastgelegd. Dit vormt een aanvulling op de bestaande sturingsrelatie tussen IenW en ProRail via de Beheerconcessie. De uitgangspunten voor het nieuwe sturingskader dat we met de Stationsagenda introduceren zijn als volgt: • Scheiding strategie en operatie: De betrokkenheid vanuit IenW op de publieke belangen op stations (zie H1) en op de uitvoering van de Stationsagenda richt zich met name op de strategische aspecten en landelijke vraagstukken. Daarnaast kan IenW waar nodig de eigen instrumenten inzetten, zoals weten regelgeving of interdepartementaal overleg.

De operationele uitvoering krijgt zijn beslag binnen de opdrachtgever- opdrachtnemer relatie tussen IenW en ProRail en de publiek-publieke samen­ werkingsconstructie tussen ProRail en NS Stations (zie Bijlage 1). • Focus op publieke belangen: De publieke belangen worden door de introductie van de Stations­ agenda transparant en voorspelbaar geborgd. In de samenwerking IenW-ProRail- NS Stations vormen de publieke belangen (zie overzicht in Hoofdstuk 1) het uitgangspunt voor gezamenlijke en integraal afgewogen keuzes. • Terughoudendheid met administratieve lasten en overleggremia: We rapporteren niet om het rapporteren en overleggen niet om het overleggen. We introduceren slechts sturingsmiddelen zoals wet- en regelgeving als behartiging van landelijke publieke belangen daartoe noodzaakt. We sluiten zo veel mogelijk aan bij bestaande gremia en sturingslijnen. Deze uitgangspunten sluiten aan bij een quickscan van Ronald Berger naar sturing door ministeries en uitvoeringsorganisaties in vergelijkbare sectoren (energie, luchthaven, haven).8 Daaruit blijkt dat, zo lang de publieke belangen en kaders duidelijk zijn, lichte vormen van aansturing het beste passend zijn.

Governance Overleg IenW-ProRail-NS Stations De Stationsagenda en bijbehorende uitvoeringsagenda worden vastgesteld door de Staatssecretaris IenW in het reguliere bestuurlijk tripartite overleg met ProRail en NS. Hierna wordt de voortgang op de Stationsagenda jaarlijks geagendeerd in dit overleg. Op het niveau van Raad van Bestuur bij ProRail en NS op het niveau van directie bij IenW nemen de drie partijen elk kwartaal plaats in een zogenoemd Directeuren Overleg Stations (DO Stations). Het DO Stations neemt geen taken over van bestaande stuurgroepen voor projecten of thema’s, maar behoudt op strategisch niveau het integrale overzicht over de landelijke ontwikkelingen op visie en ambities en afspraken uit de Stationsagenda en stuurt bij in de eigen organisatie indien nodig. Het DO Stations stelt de gezamenlijke uitvoeringsagenda vast en bewaakt de randvoorwaarden (processen, samenwerking) waarbinnen deze effectief gerealiseerd kan worden.

8 Rapport Sturingskader stations (Roland Berger, 2022). Stationsagenda | 39

Overleg aandeelhouders De Staat is als aandeelhouder en beleidsmaker betrokken bij de Stationsagenda, deze rollen zijn operati­ oneel gescheiden van elkaar. Het ministerie van Financiën is 100% aandeelhouder van NS en IenW is aandeelhouder van ProRail.9 Bij IenW is het aandeelhouderschap los belegd van de beleidsdirectie. De aandeelhouder/eigenaar kan wanneer nodig ProRail en NS Stations aanspreken op hun verantwoorde­ lijkheden. Bovendien denkt de aandeelhouder/eigenaar mee bij belangrijke vraagstukken/strategie en keurt het investeringsvoorstellen en benoemingen (al dan niet) goed. In dit verband zal wanneer nodig overleg plaatsvinden tussen het beleidsdepartement en de aandeel­ houder/eigenaar. Overleg stakeholders IenW, ProRail en NS Stations betrekken stakeholders (zoals decentrale overheden, vervoerders, mobili­ teitsaanbieders, maatschappelijke organisaties en burgers) intensief bij de landelijke doorontwikkeling van de Stationsagenda via reguliere (vaak themaspecifieke) stakeholderoverleggen en -onderzoeken. Bij de uitwerking van prioritaire thema’s werken we daarnaast samen met de relevante stakeholders op landelijk niveau. Ook in de uitvoering werken we altijd samen met de relevante lokale partijen die een medeverantwoordelijkheid hebben (bijvoorbeeld de gemeente en/of provincie) of een belang hebben als omgevingspartij.

Voorafgaand aan de vaststelling van de dynamische uitvoeringsagenda (elke twee jaar) raadplegen we stakeholders over de richting, prioriteiten en invulling hiervan.

Sturingsinstrumenten De beschrijving van de publieke belangen op stations (H1), de visie op stations richting 2040 (H2), de bijbehorende ambities en de dynamische uitvoeringsagenda vormen het uitgangspunt voor de gezamen­ lijke sturing. Wanneer afspraken met een formeel karakter gemaakt dienen te worden, dan maken we gebruik van bestaande juridische kaders en procedures. Zie een overzicht hiervan in bijlage 4. Uitvoeringagenda Om de ambities in de Stationsagenda te realiseren gebruiken we een dynamische uitvoeringsagenda. Deze uitvoeringsagenda geeft een generiek overzicht van prioritaire acties in de komende jaren. Op basis van deze uitvoeringsagenda maken ProRail en NS Stations op operationeel niveau nadere afspraken per thema over de planning en verantwoordelijkheden in meer detail. De uitvoeringsagenda vereist een periodieke actualisatie, in elk geval elke twee jaar. Enerzijds omdat het beleid aangepast kan worden of het doelbereik nieuwe of aanvullende acties kan vereisen. Anderzijds omdat thema’s afgerond worden of juist nieuwe thema’s toegevoegd worden om invulling te geven aan de publieke belangen.

Monitoring Monitoring voortgang afspraken en acties Uitvoeringsagenda De betrokken medewerkers van IenW, ProRail en NS Stations bespreken bij de voorbereiding van het DO Stations de voortgang van de afspraken en acties uit de Uitvoeringsagenda. Knelpunten of strategische keuzes uit dit overleg, die niet op operationeel niveau beslecht kunnen worden, worden geagendeerd op het periodieke Directeurenoverleg Stations. 9 Indien gekozen wordt voor zbo-vorming van ProRail krijgt IenW de rol van eigenaar. 40 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Monitoring ambities en publieke belangen Eén keer per jaar bespreekt het DO Stations een voortgangsrapportage, die door de drie partijen gezamenlijk is opgesteld. Deze rapportage laat zien wat de belangrijkste ontwikkelingen zijn op de prioritaire thema’s en bevat ook een aantal monitoringsindicatoren die deze ontwikkeling kwantificeren (zie Uitvoeringsagenda voor het overzicht van de op dat moment geldende indicatoren). Indien vastgesteld wordt dat de prestaties landelijk of op bepaalde groepen stations ondermaats zijn of indien verbeteringen stagneren dan vraagt het DO Stations aan ProRail en NS Stations om voorstellen te doen voor verbetermaatregelen. De Staatssecretaris IenW besluit op basis van advies van het DO Stations en in afstemming met de CEO’s van ProRail en NS over te nemen maatregelen en een mogelijke financiële bijdrage van het Rijk daarin. Dit besluit is afhankelijk van de financiële middelen en de samenhang met andere lopende projecten/programma’s. Als uitvoerende partijen zorgen ProRail en NS Stations voor realisatie van deze maatregelen. De sturingsrol voor het DO ligt in het vaststellen of de uitvoering van de maatregelen op schema ligt en of met die maatregelen de beoogde ambities wél gehaald worden.

Op basis van de gezamenlijke voortgangsrapportage rapporteert IenW de uitkomsten van dit jaarlijkse gesprek aan de Tweede Kamer, om te verantwoorden tot welke resultaten de inzet van publieke middelen op stations leidt en of de publieke belangen hierin voldoende geborgd zijn. Daar waar relevant neemt ProRail de voortgang en resultaten van de Stationsagenda op in de kwartaal­ rapportages, het beheerplan en de jaarverantwoording.

Stationsagenda | 41

Financiering De Stationsagenda gaat in principe uit van bestaande budgettaire kaders en financieringsstromen. Een deel van de ambities kan binnen bestaande middelen en bestaande projecten en programma’s opgevangen worden. Ingrijpende fysieke veranderingen aan een station, zoals bijvoorbeeld het vergroten van de transfercapaciteit, vragen een investering die niet binnen reguliere beheer- en onderhouds­ middelen past en doorgaans via het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) verloopt. Middelen voor beheer en onderhoud, maar ook voor de meer grootschalige herontwikkeling van stations zijn schaars. Met het publiceren van de Stationsagenda spreken IenW, ProRail en NS Stations af om zich in te zetten om in de komende decennia te blijven zoeken naar aanvullende middelen rond de thema’s waar qua publiek belang de grootste meerwaarde te realiseren is. Uiteraard met inachtneming van bestaande rollen en verantwoordelijkheden ten aanzien van de financiering van stations en de benutting van kansen voor cofinanciering. Voor de thema’s waar dit niet voor lukt, zal het realisatiejaar van de afspraken en ambities soms bijgesteld moeten worden. De focus ligt er voor die thema’s op de korte termijn dan vooral op om binnen de bestaande middelen de goede dingen te doen (effectiviteit) en de dingen goed te doen (efficiëntie).

Zo spreken we af altijd de ambities uit de Stationsagenda mee te nemen in de stationsprojecten die de komende jaren worden uitgevoerd.

42 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Hieronder is een overzicht opgenomen van de bestaande financiële stromen van het Rijk, NS Stations en overige partijen: Financiële bijdrage Rijk Mobiliteitsfonds • ProRail programma Exploitatie, Onderhoud en Vervanging (EOV) • Lopende MIRT projecten: In het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport zijn rijks­ projecten en rijksprogramma’s opgenomen, waarmee wordt gewerkt aan de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland. Een deel daarvan betreft ook stations. - Verbeteraanpak Stations (VAS) - Fietsparkeren bij stations - Aanleg kleine stations - Toegankelijkheid stations - Infraprojecten waar stations onderdeel van uit kunnen maken: - Kleine functiewijzigingen - Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) - MIRT projecten t.b.v. specifieke stations, zoals Zuidasdok, Den Bosch, Zwolle, Eindhoven, etc. • Middelen vanuit het coalitieakkoord t.b.v. ontsluiting nieuwe woningbouw Overige Rijksprogramma’s, waar stations mogelijk aan gekoppeld kunnen worden. Financiële bijdrage NS Stations NS Stations draagt op verschillende manieren reeds (financieel) bij aan de ambities uit de Stationsagenda en daarmee aan publieke belangen op stations. Denk hierbij aan stationsverbouwingen waar commerciële voorzieningen kunnen worden toegevoegd, zoals extra toiletvoorzieningen, fietsservices, watertappunten en wachttijdbeleving.

De hoogte en bestemming van deze bijdragen varieert. Zo wordt er een keuze gemaakt tussen verschillende prioriteiten en projecten op stations, dienen de investeringen de rendementseisen te halen die het ministerie van Financiën als aandeelhouder verlangt en moet de financiële positie van NS toereikend zijn. Financiële bijdrage overige partijen Ook gemeenten en provincies kunnen een bijdrage leveren aan de ambities uit de Stationsagenda, bijvoorbeeld door investeringen in het station en/of de stationsomgeving. Gesprekken hierover worden ook in het kader van het MIRT gevoerd. Hiernaast dragen deze partijen ook bij aan de kosten van bijvoor­ beeld de exploitatie van fietsenstalling en handhaving in de stationsomgeving. Het is ook denkbaar dat in gevallen financiering uit andere hoeken kan komen, zoals EU- subsidies of van private partijen. Financiële transparantie Omdat de meeste investeringen in stations afkomstig zijn uit publieke middelen, dienen deze doeltreffend, doelmatig en rechtmatig te worden besteed. Dit vraagt dat investeringen expliciet uitgaan van (maatschappelijke) kosten en baten, met een goede afweging tussen publieke en commerciële belangen. Daarnaast is het van belang dat er transparante kaders zijn over wie wat betaalt, in relatie tot rollen en verantwoordelijkheden.

Daar waar hier onduidelijkheid over bestaat, zetten IenW, ProRail en NS Stations zich er voor in om dit op te helderen en transparant te maken.

Stationsagenda | 43

Impact Stationsagenda op investeringen in individuele stations De Stationsagenda heeft in eerste instantie een landelijk karakter en richt zich op de landelijke ontwikkeling in de stationskwaliteit, maar kan ook impact hebben op investeringen in individuele stations. > Op basis van de Stationsagenda kunnen vanuit bestaande middelen (zie bovenstaand overzicht) kleine aanpassingen op stations worden gerealiseerd. > Hiernaast helpt de Stationsagenda om te bepalen welke stations met meer urgentie vragen om een grootschalige investering, bijvoorbeeld omdat er op diverse prioritaire thema’s opgaven spelen. Dit verloopt via het proces van de Actie-agenda OV- knooppunten, een gezamenlijk proces van Rijk, regio en OV-sector. De Actie-agenda beschrijft de opgaven en de benodigde investering op meer dan 700 bestaande en nieuwe OV-knooppunten, waaronder stations. Ook bevat de Actie-agenda afspraken over een gezamenlijke werkwijze: het Handelingsperspectief OV-knooppunten. Het volgen van deze werkwijze leidt tot een gezamenlijk beeld van de ambities en opgaven op een specifiek OV-knooppunt onder alle betrokken stakeholders. Als vervolgstap op het toepassen van het Handelingsperspectief kan besloten worden om (nu) even niets te doen of om het bij kleine aanpassingen binnen bestaande middelen te houden.

Indien partijen het eens zijn dat er een meer grootschalige aanpak van de locatie noodzakelijk is, kan deze meegenomen worden in de prioritering. > De komende jaren wordt vanuit de Actie-agenda aan de OV- en Spoortafels nader geprioriteerd welke locaties als eerste aangepakt moeten worden. Op basis van de landelijke afspraken uit deze Stationsagenda kunnen IenW, ProRail en NS Stations gezamenlijk stations voordragen voor deze prioritering. Deze zullen daarna geagendeerd worden op bestuurlijke tafels zoals het BO MIRT. Tot slot helpt de Stationsagenda om bij reeds geplande of lopende stationsprojecten inrichtingsen vormgevingskeuzes te maken die bijdragen aan het bereiken van de landelijke visie en ambities. Deze manieren waarop de Stationsagenda impact heeft op individuele stations zijn in onderstaand diagram gevisualiseerd.

Landelijke impact Realiseren landelijke verbeteringen in processen, informatie, data, samenwerking, sturing, etc.

Impact op individuele stations Stationsagenda Landelijke visie, ambities, afspraken en acties

Uitvoeren kleine aanpassingen op stations binnen bestaande middelen Herprioriteren te verbouwen stations in Actie-agenda OVknooppunten

Inbrengen meest urgente stationsverbouwingen in BO MIRT cyclus

Meenemen ambities in specificaties geplande verbouwingen stations

44 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bijlage 1 Rollen en verantwoor­ delijk­heden op stations

Stationsagenda | 45

Een van de doelen van de Stationsagenda is om ieders rol op stations beter te verduidelijken en de samenwerking tussen alle betrokken partijen op de stations verder te optimaliseren. Uit onderzoek blijkt dat behoefte is aan duidelijkheid over de taken, verantwoordelijkheden, bevoegdheden en onderlinge afstemming.10 In de eerste plaats volgen deze taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden uit wetgeving en zijn deze nader vastgelegd in concessies en overeenkomsten. In 1995 vond de ontvlechting van NS in een marktgerichte- en taakorganisatie plaats met zorg voor de infrastructuur. Daarbij werden afspraken gemaakt over eigendom, beheer en rechten over stations. Deze afspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst tussen de Staat en de toenmalige NS: de ‘intentienotitie Definitie Zeggenschap Infrastructuur (DZI). Deze overeenkomst is nog steeds een belangrijke basis voor de manier waarop ProRail, NS Stations en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) in Nederland samenwerken op stations. Deze ordening blijft ook in de nabije toekomst gehandhaafd. Voor goede prestaties op stations blijft een goede samenwerking tussen ProRail, NS Stations en IenW cruciaal. Elke organisatie levert een bijdrage passend bij de rol. Daarnaast zijn ook meerdere andere partijen betrokken bij stations als beleidsmaker, financier etc.

Hieronder staan de rollen per partij op hoofdlijnen beschreven. Voor de achterliggende juridische documenten zie bijlage 4. Ministerie van IenW: is verantwoordelijk voor de wettelijke kaders en het landelijke beleid op het gebied van stations. Daarnaast is IenW is momenteel aandeelhouder van Railinfratrust B.V. die aandeelhouder is van ProRail B.V. en schrijft de taken voor die ProRail op stations uitvoert via de beheerconcessie (die ProRail vertaalt naar het jaarlijkse beheerplan). IenW is de financier van de wettelijke taken van ProRail vanuit de begroting en draagt bij aan de aanleg van nieuwe stationsinfrastructuur via het Meerjaren­ programma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Ook geeft IenW ProRail de opdracht voor meerdere programma’s, zoals fietsparkeren en toegankelijkheid voor mensen met een beperking.11 Ministerie van Financiën: vervult de aandeelhoudersrol van de Nederlandse Spoorwegen, waar NS Stations, net als de vervoerder NSR, als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder valt. ProRail: is beheerder van de hoofdspoorweginfrastructuur en diens transferfunctie waartoe ook de transfervoorzieningen behoren: de voor reizigers bestemde perrons, tunnels, trappen, liften, helling­ banen, loopbruggen en looproutes (artikel 1 beheerconcessie 2015-2025).

De beheerverantwoordelijk­ heden en taken van ProRail zijn vastgelegd in de beheerconcessie en vormen de basis voor de subsidieverlening van IenW aan ProRail. ProRail is naast beheerder ook eigenaar van de infrastructuur in de DZI aangeduid als RVVI. ProRail is op grond van de beheerconcessie verantwoordelijk voor de ontwikkeling, het beheer en onderhoud van deze infrastructuur en diens transferfunctie. Ook is ProRail verantwoordelijk voor de (ver)nieuwbouw van stations.

10 Rapport Onderzoek ordening stations: eigendoms-, exploitatie en verantwoordelijkheidsverdeling op stations (RHDHV, 2020). 11 Na een eventuele omvorming van ProRail tot zelfstandig bestuursorgaan zal ProRail onder het ministerie vallen en zal de aansturing van ProRail aansluiten bij de sturing op andere zbo’s en de bijbehorende sturingscyclus. 46 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Het dagelijks beheer van de transfervoorziening (onderhoud, schoonmaak) wordt zoals afgesproken in de Publiek-Publieke Samenwerking (zie hieronder) uitgevoerd door NS Stations. ProRail heeft een actieve rol in ketenvoorzieningen zoals fietsenstallingen en toiletten. Daarnaast is ProRail verantwoordelijk voor een deel van de dienstvoorzieningen en diensten, waar alle vervoerders toegang toe krijgen. Tot slot draagt ProRail vanuit de beheerconcessie bij aan de totstandkoming en de uitvoering van Rijksbeleid. NS Stations: is verantwoordelijk voor de uitvoering van het dagelijks beheer op alle stations in Nederland. Hieronder valt het onderhoud en de dagelijkse operatie van het gehele station. NS Stations is eigenaar van de gemengde infrastructuur (GI), zoals de stationsgebouwen, combi-perrongebouwen en fietsenstallingen. Een en ander zoals beschreven in de DZI. Verder is NS Stations verantwoordelijk voor een deel van de dienstvoorzieningen en diensten op de stations, waar alle vervoerders -waaronder ook de vervoerder NSR- non-discriminatoir toegang toe krijgen. NS Stations is daarnaast verantwoordelijk voor de commerciële exploitatie op de stations en de exploitatie van de fietsenstallingen. Tenslotte draagt zij bij aan de ontwikkeling van stations en stationsgebieden. Op meer dan 200 stations heeft NS Stations gebouwen in eigendom.

NS Stations valt, net als de vervoerder NSR, als zelfstandig bedrijfs­ onderdeel onder de Nederlandse Spoorwegen, waar het ministerie Financiën 100% aandeelhouder van is.

Stationsagenda | 47

Publiek-Publieke Samenwerking ProRail-NS Stations Om de samenwerking tussen ProRail en NS Stations te verbeteren hebben partijen in februari 2022 een Publiek Publieke Samenwerking (PPS) gesloten waarin de rollen, taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van ontwikkeling, beheer en onderhoud van stations zijn verduidelijkt. Dit met als doel om in gezamenlijkheid de prestaties op stations ordentelijk te kunnen besturen. Hiernaast leveren ook meerdere andere stakeholders een belangrijke bijdrage aan het realiseren van de ambities voor de gebruiker: Gemeenten: ontwikkelen en beheren de wegen, fietspaden en openbare ruimte om het station heen. Ook zijn ze verantwoordelijk voor de veiligheid en handhaving in de stationsomgeving, in samenwerking met de veiligheidsdiensten. Ze zijn verantwoordelijk voor het beleid rond parkeren en deelmobiliteit rond stations en de handhaving daarvan. De gemeente kan daarnaast (mede-)opdrachtgever zijn van de (ver) nieuwbouw en stationsontwikkeling. De grotere gemeenten zijn (soms vanuit de vervoerregio) ook concessieverlener voor het stadsvervoer en kunnen met stadsvervoerders afspraken maken over bijvoor­ beeld de bediening, maar ook de inrichting van haltes voor bus, tram en metro. In uitzonderlijke gevallen is de gemeente mede-eigenaar van het station en soms ook van fietsenstallingen.

Ook in de (mede) exploitatie van fietsenstallingen kan de gemeente een rol hebben. Met keuzes in ruimtelijke ontwikkeling en woonruimteverdeling en mogelijke afspraken met werkgevers en vakbonden kan de gemeente het gebruik van het OV en de spreiding van reizigers over de stations beïnvloeden. Tot slot heeft de gemeente een rol in de ruimtelijke kwaliteit en inrichting van het stationsgebied, daarmee heeft de gemeente een sterke invloed op het functioneren van het station als bestemming en als verbinder in zijn omgeving. Provincies: beheren eventuele provinciale wegen om het station en maken samen met gemeenten afspraken over ruimtelijke ordening en mobiliteit, waaronder knooppuntontwikkeling. Conform de Actieagenda OV-knooppunten heeft elke provincie een aanspreekpunt voor OV-knooppunten, waaronder de stations: de knooppuntenregisseur. Deze rol houdt het overzicht over alle ontwikkelingen in de provincie op het gebied van OV- knooppunten en legt de link met het landelijk programma. De provincie maakt als concessieverlener daarnaast ook afspraken met decentrale vervoerders over het streekvervoer, waar bijvoorbeeld ook de inrichting van bushaltes op en rond stations en knooppunt­ voorzieningen onder kunnen vallen. In bovenstaande beschrijving ligt de focus op de partijen die betrokken zijn bij beleid- en besluitvorming op en rond stations.

De inbreng van gebruikers (zie overzicht in Hoofdstuk 1) is hierbij van groot belang. Gebruikers: Een overzicht van gebruikers van stations is opgenomen in Hoofdstuk 1. Gebruikers en andere stakeholders rond een station kunnen op verschillende manieren in contact treden met de verantwoordelijke partijen op stations. Via de reguliere klantenservice kanalen hebben stakeholders de mogelijkheid om vragen en opmerkingen over stations te maken. De inbreng van vervoerders is georganiseerd via de Netverklaring en het Stationsportfolio (hiervoor kunnen zij terecht op www.stations.nl). Bij bouwprojecten om en nabij stations volgen ProRail en NS Stations de processen conform Omgevingswet, zodra deze in werking treedt.

48 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bijlage 2 Selectie 10 prioritaire thema’s

Stationsagenda | 49

De volgende 10 thema’s zijn uit de eerste selectie naar voren gekomen om in de komende jaren (t/m 2024) op te focussen: • Transferveiligheid • Sociale veiligheid • Toegankelijkheid • Fietsparkeren • Deelmobiliteit • Reisinformatie • Profilering van vervoerders • Wachten, verblijven en ontmoeten • Maatschappelijke initiatieven • Duurzaamheid Deze 10 thema’s zijn uitgewerkt en vertaald naar ambities en bijbehorende acties en afspraken voor 2023 en 2024. De selectie van de thema’s is gebaseerd op: • Publieke belangen op stations. De geselecteerde thema’s vloeien stuk voor stuk voort uit de maatschappelijke functie van het station en hebben voor de gebruiker en maatschappij de grootste toegevoegde waarde. • Behoeften van stakeholders. In het kader van de Stationsagenda zijn meerdere bijeenkomsten en werkateliers met stakeholders georganiseerd en is een enquête uitgevoerd om te achterhalen wat stakeholders de belangrijkste thema’s vinden. Bij de selectie van de thema’s is hier rekening mee gehouden. • Verbeterpunten vanuit onderzoek. Uit het onderzoek van RHDHV naar de ordening op stations is een aantal verbeterpunten gekomen. Meerdere van de geselecteerde thema’s maken deze verbeteringen mogelijk.

50 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

• Aansluiting bij prioriteiten van het ministerie van IenW, ProRail en NS Stations. De geselecteerde thema’s sluiten aan bij de motivatie van IenW om met de Stationsagenda aan de slag te gaan en de ambities rondom hubs in het coalitieakkoord.12 Ook sluiten de thema’s aan bij de prioriteiten van ProRail en NS Stations o.a. gebaseerd op meerjarig klanttevredenheidsonderzoek en praktijkervaring. • Programma Toekomstbeeld OV 2040. In de Actie-agenda OV-knooppunten uit dit programma is een aantal thema’s naar voren gekomen waar behoefte is aan meer visie, op basis waarvan IenW, ProRail en NS Stations keuzes kunnen maken en kunnen samenwerken met andere partijen. De geselecteerde thema’s geven hier invulling aan. Thema’s die ook belangrijk zijn, maar niet bij de eerste selectie zitten, kunnen in een later stadium uitgewerkt worden. Mogelijke ideeën hiervoor zijn: • Cultureel erfgoed: - Cultureel erfgoed op stations, zoals monumentale gebouwen, collectiestations, kunst en monumentale perronkappen, wordt gekoesterd, onderhouden en toegankelijk gemaakt. - Toelichting voor bezoekers over de architectuur en de ontstaansgeschiedenis van het station. • Verbinding tussen station en (voorzieningen in) omgeving: - Informatie op station over de omgeving, waaronder voorzieningen, trekpleisters en lokale ondernemers. - Het station als plek om spoorbarrières te slechten.

• Internationalisering stations: - Kansen voor ontwerpprincipes van luchthavens (loopbanden, bagagebanden, etc.) voor grote stations met een sterk internationaal karakter. - Positionering van en voorzieningen voor (internationale) langeafstandsbussen (bijv. Flixbus). • Gezondheid/station als blue zone: - Bijdrage stations aan doelstellingen in het Nationaal Preventieakkoord: - Gezond voedingsaanbod. - Gebruiker te verleiden om te lopen en aanbod om (kort) te bewegen op een station. - Rookvrije haltes en stationsomgevingen. • Auto/P+R functie: - Rol van P+R stations in de mobiliteitstransitie en het verminderen van de congestie op het hoofd­ wegennet en in de stad. - Onderscheid stations met wel/niet P+R functie en hanteren verschillende ontwerpprincipes en eisen voor beide. - Het station als focuspunt voor autoarme/autovrije ruimtelijke verdichting. • Vergrijzing en eenzaamheid. • Light electric vehicles. • Smart mobility / autonome voertuigen in stationsgebieden. • … Rond deze thema’s vinden weliswaar al acties plaats, maar niet in gezamenlijkheid tussen IenW, ProRail en NS Stations. Bij het opstellen van de volgende Uitvoeringsagenda kan gekozen worden om deze thema’s ook bij de prioritaire thema’s op te nemen en hier gezamenlijke acties en monitoring voor in te richten.

12 Coalitieakkoord 2021-2025 (15 dec 2021), ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. “We ontwikkelen ‘hubs’ waar reizigers eenvoudig kunnen overstappen naar een (deel)auto, (deel)fiets, trein of metro via multimodaal reisadvies op maat. Ook zetten we in op het sociaal veiliger maken en het toegankelijker maken voor mensen met een beperking van het openbaar vervoer. We investeren in fietsenstallingen bij OV-knooppunten en fietssnelwegen.” Stationsagenda | 51

Bijlage 3 Voorwaarden voor de uitvoering van de Stationsagenda

52 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

1.

Integrale werkwijze

De afspraken en acties in deze Stationsagenda richten zich weliswaar in eerste instantie op het station zelf, maar uiteraard is een bredere blik nodig. Op het station komen veel beleidsterreinen bij elkaar: mobiliteit, ruimte, verstede­ lijking, economie, maatschappij, etc. Bij de ontwikkeling en inrichting van stations(gebieden) dient met al deze aspecten rekening te worden gehouden. Dit dient te leiden tot een resultaat met de gewenste ruimtelijke kwaliteit. Diverse documenten bieden principes aan die hiervoor behulpzaam zijn, onder andere vanuit het Spoorbeeld.13 In andere programma’s, waaronder het programma Toekomstbeeld OV 2040 werken IenW, ProRail en NS Stations vanuit dit bredere perspectief, samen met decentrale overheden, vervoerders en kennispartners. Stations worden hier bekeken als OV-knooppunten en in relatie gebracht met netwerkontwikkeling, corridorontwikkeling en gebiedsontwikkeling. In dit programma wordt ook ingezoomd op de opgaven van individuele stationslocaties en de benodigde investering hierin gezien de regionale context en prioriteiten. Dit is een mooie aanvulling op het generieke beleid dat in deze Stations­ agenda is geformuleerd. Daarom blijven IenW, ProRail en NS Stations zich voor het programma Toekomstbeeld OV 2040 en de integrale aanpak inzetten.

Gemeenten en provincies hebben daar ook een cruciale rol in, evenals professionals en organisaties uit alle domeinen die op een station bij elkaar komen. Vanuit het programma Toekomstbeeld OV is het Handelingsperspectief OV-knooppunten ontwikkeld. Ook de toepassing van het Handelingsperspectief, de landelijk geaccepteerde werkwijze om de opgaven op OV-knooppunten in kaart te brengen, helpt om de integrale opgave op een station te bekijken en alle relevante stakeholders aan tafel te krijgen. Zo komt de focus niet op 1 deelaspect of programma te liggen, zoals fietsparkeren of toegankelijkheid, maar wordt het station in zijn geheel bekeken. Een station is namelijk het meest succesvol als de knoopwaarde (mobiliteitsfunctie), plaatswaarde (ruimtelijke functie) en belevingswaarde (ervaring van de gebruiker) in balans zijn. Eerder genoemde leidraden en methoden helpen om deze balans te bereiken.

2.

Goed beheer en onderhoud als basis

Om de kwaliteit van stations te kunnen doorontwikkelen moet de basis van stations eerst op orde zijn. Stations dienen daarvoor schoon, heel en veilig te zijn. Die basis krijgt invulling door het dagelijkse beheer, het dagelijkse en periodieke onderhoud en de tijdige vervanging/vernieuwing van onderdelen van stations zoals perrons, liften, roltrappen etc.

3.

Stations als onderdeel van het netwerk

Stations maken deel uit van een netwerk: landelijk, per gebied, per corridor. Strategische keuzes moeten in samenhang gemaakt worden. Zo kunnen veranderingen in bijvoorbeeld frequentieverhoging van treinen, hogere snelheden van treinen en nieuwe (internationale) vervoerders ook investeringen vragen van stations voor bijvoorbeeld extra capaciteit, veiligheidsmaatregelen en voorzieningen.

13 Zoals o.a. de publicaties van Bureau Spoorbouwmeester – Het Nieuwe Stationskwartier (2021) en Hartelijk welkom (2018). Stationsagenda | 53

4.

Gelijk speelveld voor aanbieders van mobiliteit en diensten

Met het toenemend aantal vervoerders is het belangrijk dat zij op een station eerlijke kansen en ruimte toebedeeld krijgen en consequent volgens gelijke regels behandeld worden. De juridische kaders hiervoor zijn vastgelegd in de Spoorwegwet. ProRail, NS Stations en andere exploitanten dienen spoor­ vervoerders volgens Europese richtlijnen, vertaald naar de Spoorwegwet, toegang te verlenen tot dienst­ voorzieningen tegen redelijke tarieven en voorwaarden. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) ziet hierop toe. Uit onderzoek van ACM blijkt dat het gelijke speelveld ten aanzien van de meeste aspecten binnen de bestaande beheersmaatregelen is geborgd.14 Het aanbod van diensten en voorzieningen van ProRail en NS Stations is gecategoriseerd en gereguleerd in de spoorwegwetgeving en ook transparant gemaakt in de Netverklaring en op www.stations.nl (de zogenaamde stationsportfolio). Bij aanbesteding van regionale concessies stellen ProRail en NS Stations in een boekje een aanbod op met daarin informatie over de mogelijk af te nemen gereguleerde diensten en dienstvoorzieningen op en rond alle stations langs de desbetreffende verbinding(en).

5.

Datagedreven werken

Om de ambities uit de Stationsagenda te bereiken en de ontwikkeling te monitoren, is het nodig dat de data-uitwisseling tussen ProRail, NS Stations en IenW op orde is. Keuzes rond stations komen zo veel mogelijk voort uit datagedreven analyses. ProRail, NS Stations en IenW stellen indien nodig data beschikbaar om de gebruikersbeleving te vergroten en/of schaarse ruimte op en rondom het station en de schaarse middelen te verdelen. Daarnaast is het belangrijk dat bepaalde informatie over stations en hun prestaties ook openbaar beschikbaar is, zodat transparant is hoe stations zich ontwikkelen en in hoeverre de publieke middelen daar aan bijdragen.

6.

Gezamenlijke (ontwerp)principes en kaders

Het Spoorbeeld en de gezamenlijke ontwerpprincipes uit o.a. het Stationsconcept blijven een centrale rol spelen in de uitvoering, waarbij de Spoorbouwmeester een belangrijke adviesrol speelt. Op stations waar ontwikkelingen plaatsvinden zijn deze ontwerpprincipes hét uitgangspunt.

14 ACM – Eerlijke kansen bij aanbestedingen van regionale spoorvervoer (2019). 54 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bijlage 4 Juridisch kader

Stationsagenda | 55

Diverse wetten, concessies, overeenkomsten (waaronder visies en handboeken) en beleidsdocumenten zijn relevant voor de stations in Nederland. Hierna volgt een korte beschrijving van de meest relevante hiervan voor de Stationsagenda. Dit overzicht is niet uitputtend. Wetgeving en Europese Regelgeving Spoorwegwet In de Spoorwegwet staat een aantal bepalingen die relevant zijn voor stations, met name artikel 19 (vergunningplicht voor het bouwen in de nabijheid van het spoor) en artikel 26 (sociale) veiligheid, toegankelijkheid en overzichtelijkheid). Daarnaast is er een regeling voor het aanbieden van gereguleerde diensten en dienstvoorzieningen op de stations, verder uitgewerkt in het Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU. Wet Mobiliteitsfonds Op grond van deze wet krijgt ProRail uit het mobiliteitsfonds jaarlijks een subsidie voor beheer, onderhoud en vervanging van de hoofdspoorweginfrastructuur alsmede een vergoeding voor het beheer en onderhoud van stationsgebouwen en (on)bewaakte fietsenstallingen.

Wet en besluit Personenvervoer 2000 Deze wet (uitgewerkt in het besluit) bevat regels voor het openbaar vervoer waaronder het verlenen van concessies, het in- en uit laten stappen van passagiers op stations (art 19a), orde, rust en veiligheid (artikel 72 en 73), het op stations aan reizigers aangeboden serviceniveau (art 32) en het ontzeggen van toegang tot een station (art 98). Passagiersrechtenverordening 1371/200715 Deze verordening bevat regels over de rechten en verplichtingen van treinreizigers en de samenwerking tussen infrastructuurbeheerder, spoorwegonderneming en stationsbeheerder. TSI Persons with reduced mobility (PRM) De Europese regelgeving voor toegankelijkheid het spoorwegsysteem, waaronder ook perrons en stations, is vastgelegd in de TSI PRM die in 2015 is ingegaan. Deze regelgeving bevat technische specifi­ caties met als doel om het reizen per trein voor mensen met een beperking te vergemakkelijken en de interoperabiliteit op dit onderwerp in de Europese Unie te bevorderen. Besluit en regeling Toegankelijkheid van het Openbaar Vervoer Hierin wordt op basis van het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap een aantal eisen uitgewerkt waar o.a. haltes, stations en reisinformatie aan moeten voldoen opdat personen met een functiebeperking onbelemmerd gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer.

Concessies Beheerconcessie ProRail 2015-2025 Dit betreft verlening van de concessie voor het beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur aan ProRail. Deze concessie heeft ook betrekking op toegankelijkheid van bestaande en nieuwe stations voor mensen 15 Per 7 juni 2023 wordt verordening 1371/2007 ingetrokken en treedt VERORDENING (EU) 2021/782 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 29 april 2021 betreffende de rechten en verplichtingen van treinreizigers in werking. 56 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

met een functiebeperking (actualisatierapport 2010 toegankelijkheid spoor) (bijlage 2 onder 8) en fiets­ parkeren bij stations (bijlage 2 onder 9). Hoofdrailnet Concessie 2015-2025 (HRN-concessie) met wijzigingsbesluiten Dit betreft verlening van de concessie voor het hoofdrailnet aan NS. De bestaande HRN- Concessie bevat enkele bepalingen m.b.t. stations (comfort voor reizigers, reinheid (o.a. toiletten), (sociale) veiligheid, fietsparkeren, autoparkeren, bewegwijzering, reizigersinformatie, reizigersvoorzieningen, samenwerking met de infrastructuurbeheerder en transparantie). Momenteel wordt gewerkt aan een nieuwe concessie voor het HRN, waar het Programma van Eisen van is gepubliceerd. In de nieuwe concessie speelt een aantal thema’s rond stations een kleinere rol.

Overeenkomsten Overeenkomst op hoofdlijnen 'Over de wissel tussen markt en overheid' Overeenkomst d.d. 29 juni 1995 met bijlagen I t/m X tussen de Staat en de N.V. Nederlandse Spoorwegen. In deze overeenkomst liggen de basisafspraken m.b.t. de verzelfstandiging van NS en de nieuwe relatie tussen NS en de Staat vast. Intentienotitie definitie en zeggenschap infrastructuur (DZI) De DZI is bijlage II bij de hiervoor genoemde overeenkomst op hoofdlijnen. In de DZI zijn in 1995 de definitie van het begrip infrastructuur ten behoeve van het railvervoer in de stations, de inhoud en de waarborging van de zeggenschap van de Staat over deze infrastructuur, respectievelijk de mogelijkheden van commerciële benutting daarvan door NS, en de bekostiging van deze infrastructuur vastgelegd. • Eindrapportage, Uitwerking van de Aanbevelingen van de Evaluatie van de DZI Dit betreft een rapportage van het Ministerie I&W, NS en ProRail d.d. 22-5-2008. Bij de evaluatie van de DZI in 2006 zijn aanbevelingen gedaan, die in deze eindrapportage zijn uitgewerkt. RIT overeenkomst Dit is een overeenkomst tussen NV Nederlandse Spoorwegen (mede namens haar dochtervennoot­ schappen i.o., waaronder NS Railinfrabeheer B.V. i.o. en NS Railinfratrust B.V. i.o.) en NS Vastgoed d.d. 31-5-1995, gewijzigd op 23-9-1996.

In deze overeenkomst worden (onder andere) de eigendommen van NS voor 1995 in economische zin verdeeld tussen o.a. de toenmalige dochterondernemingen NS Railinfrabeheer, NS Railinfratrust, Railned, NS Stations, en verkrijgt NS een exclusief exploitatierecht in (delen van het) station. Algemene voorwaarden Stations NS JOI 1997 Dit zijn de algemene voorwaarden die van toepassing zijn verklaard bij de overdracht van met name de stationsgebouwen en fietsenstallingen aan NS Vastgoed/NS Stations in het kader van de verzelf­ standiging van NS. Eindrapportage Werkgroep Operationele Knelpunten NS-ProRail (WOK) 2005 Nadere afspraken tussen ProRail en NS, o.a. over (eigendom van) fietsenstallingen na 1995. Publiek publieke samenwerkingsovereenkomst Dit betreft een overeenkomst tussen ProRail en NS Stations d.d. februari 2022. In deze overeenkomst worden nadere samenwerkingsafspraken gemaakt over verdeling van taken, rollen en verantwoordelijk­ heden ten aanzien van de ontwikkeling, vernieuwbouw en de operatie en dagelijks onderhoud van stations.

Stationsagenda | 57

Bestuursakkoord Fietsparkeren bij stations Dit betreft een overeenkomst tussen de Staat, NS Groep, ProRail, Rover, VNG en andere partijen met een looptijd van 12-12-2016 tot 1-1-2030. Deze overeenkomst n.a.v. de tussentijdse evaluatie Actieplan Fietsparkeren bij Stations heeft als doel om het tekort aan fietsparkeerplekken aan te pakken en een route uit te zetten om het tekort aan fietsparkeerplekken en de dekking van de integrale kosten het hoofd te bieden. Landelijk convenant Sociale Veiligheid in het OV 2020-2025 Het convenant richt zich op bevordering van samenwerking, kennisuitwisseling, informatiedeling en innovatie rond sociale veiligheid in het openbaar vervoer. Bestuursakkoord Toegankelijkheid 2022-2032 In dit bestuursakkoord hebben het ministerie van IenW, regionale bestuurders, OV- bedrijven en ProRail afspraken gemaakt om er voor te zorgen dat in 2040 het openbaar vervoer toegankelijk is voor iedereen. Een aantal thema’s betreft ook de stations, waaronder de toegankelijkheid van perrons, toiletten en stationsomgevingen. Convenant routegeleiding 2013-2023 Dit convenant bevat richtlijnen betreft de routegeleiding op stations en afspraken tussen ProRail en de Oogvereniging om deze ontwerprichtlijnen te bevriezen tussen 2013 en 2023 om de eenduidigheid en voorspelbaarheid te garanderen.

Spoorbeeld Door Bureau Spoorbouwmeester is in opdracht van ProRail en NS Stations het Spoorbeeld opgesteld, het vormgevingsbeleid voor het spoor, waaraan ProRail en NS Stations zich hebben gecommitteerd (Protocol Spoorbouwmeester). Dit betreft o.a. de hierna genoemde visies en handboeken: • Stationsconcept (visie en toepassing) beschrijft de gewenste beleving, uitstraling en inrichting van stations. Dient als vertrekpunt voor alle nieuwbouw en verbouw en inrichting en beheer van stations met als doel het comfort, de beleving en het reisplezier van de reiziger te vergroten. • Visie op informatie bevat de algemene ontwerpprincipes voor alle uitingen op stations, waarbij gestreefd wordt naar continuïteit en coherentie in de ervaring van de totale reis van de reiziger. Deze visie is op verschillende onderdelen uitgewerkt in zes handboeken. • Handboek Bewegwijzering is gericht op een consequente uitvoering, een goede ruimtelijke inpassing en een herkenbaar, rustig en samenhangend beeld op stations. • Het Handboek Routing Signing Branding, ook bekend als de Toolkit RSB, is gericht op een uniforme toepassing van alle ov-chipkaartvoorzieningen in stations. • Visie op Stationsoutillage levert de uitgangspunten voor het ontwerp en plaatsing van de stations­ outillage, het meubilair voor alle bestaande, te verbouwen en nieuw te bouwen Nederlandse stations.

• Handboek zonnepanelen stations vormt tezamen met het Handboek Zonnepanelen langs het spoor de basis voor een kwalitatief hoogwaardige en goed ingepaste toepassing van zonne-energiesystemen op de gebouwen en terreinen rondom het spoor. • Handboek Kunst op stations heeft als doel om richting te geven aan de inhoudelijke en formele kaders waarbinnen kunst op stations tot stand komen. Het vormt de basis voor zorgvuldig collectiebeheer en goed opdrachtgeverschap. Uitgangspunt: behouden, beheren en versterken van de kunstcollectie op stations. • Handboek maatschappelijke initiatieven omschrijft de visie, kaders en ontwerpuitgangspunten die een rol spelen bij het inpassen van maatschappelijke initiatieven in stations. NS Stations, ProRail en Bureau Spoorbouwmeester willen door maatschappelijke initiatieven te verwelkomen de publieke waarde van stations versterken.

58 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Stationsagenda | 59

• Hartelijk welkom, Samenwerken aan een prettige ontvangst in de stationsomgeving betreft een uitnodiging aan provincies, gemeenten, vervoerders, ProRail en NS Stations om hun krachten te bundelen teneinde de gezamenlijke ambitie om reizigers een prettige ontvangst te geven in een vitale stationsomgeving waar te maken. • Circulaire stations is een essay dat de kansen en mogelijkheid met betrekking tot circulariteit onderzoekt, waarbij de ontwikkelings- en beheersopgaven van stations centraal staan. • Het Nieuwe Stationskwartier is een publicatie van Bureau Spoorbouwmeester en betreft een oproep aan lokale en regionale overheden, vervoerders, eigenaren, beheerders en vastgoedpartijen om bij de planvorming en investeringen rond stations de handen ineen te slaan. Zij hebben een gezamenlijk belang en een gedeelde verantwoordelijkheid om van deze snelle transformatie een ruimtelijk succes te maken. Het streven naar ruimtelijke kwaliteit verdient daarbij een stevige plek op de agenda.

Beleid Nota Basisstation 2005 Dit betreft een advies van ProRail aan het ministerie van I&W en bevat minimale eisen (functionele normen en richtlijnen) van ProRail bij nieuwbouw en grootschalige vernieuwbouw van stations, specifiek gericht op de transfercapaciteit en -kwaliteit van stations. Hoofdlijnen van het integrale besluit marktordening op het spoor na 2024 Dit betreft een brief van de staatssecretaris I&W aan de Tweede Kamer d.d. 11-6-2020 met daarin voorstellen m.b.t. de marktordening op het spoor na 2024, waaronder het voorstel voor de Stations­ agenda, waarmee de staatssecretaris binnen de huidige ordening wil toewerken naar een meer integrale afweging van publieke (en andere) belangen. Contourennota Toekomstbeeld OV In deze contourennota beschrijven de partners van het programma Toekomstbeeld OV (Rijk, regio’s en OV-sector) doelen en ontwikkelrichtingen voor het openbaar vervoer in 2040. Een drempelloze reis van deur tot deur, met knooppunten als onmisbare schakels in de mobiliteitsketen, is hier een belangrijke pijler in. Later is deze contourennota verder uitgewerkt in een Ontwikkelagenda die, ook voor OV-knoop­ punten, laat zien welke stappen tot 2040 te zetten zijn en welke kosten hiermee gemoeid zijn. Actie-agenda OV-Knooppunten Dit betreft een verzameling acties en afspraken tussen alle bij OV-knooppunten betrokken partijen.

Het doel van deze Actie-agenda is om te zorgen voor OV-knooppunten van wereldklasse door de integrale aanpak van OV-knooppunten te versnellen en besluitvorming op regionaal en nationaal niveau te verbeteren. Nationaal Toekomstbeeld fiets Dit betreft een publicatie van Tour de Force partners d.d. juli 2022. Het Rijk, provincies, vervoerregio’s en gemeenten hebben als doel om samen met de maatschappelijke partners, waaronder ProRail en NS, het fietsverkeer in Nederland een impuls te geven, alsmede een beeld te schetsen hoe de samenwerking eruit moet zien. Hier staan ook ambities in rond de fiets (routes, stallingen) op stations.

60 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Bijlage 5 Totstandkoming Stationsagenda

Stationsagenda | 61

De Stationsagenda is tot stand gekomen in de periode vanaf medio 2021 tot eind 2022. Het ministerie van IenW was penvoerder in afstemming met een kernteam van ProRail en NS Stations. Naast ProRail en NS Stations zijn ook vele andere partijen die te maken hebben met stations (vervoerders, decentrale overheden, reizigers- en belangenorganisaties, onafhankelijke deskundigen) betrokken door middel van plenaire bijeenkomsten, thema-ateliers en verschillende bilaterale gesprekken. Bovendien zijn voor een aantal thema’s ook multidisciplinaire werkgroepen ingericht. De eindversie is tot stand gekomen na schriftelijke raadpleging van belanghebbenden. De belangrijkste stappen in het proces: • April 2021: Enquête georganiseerd onder stakeholders om belangrijkste thema’s en opgaven op te halen. • Mei 2021: Startconferentie georganiseerd met stakeholders om proces toe te lichten en aandachts­ punten op te halen. • September 2021: Werkateliers georganiseerd om met stakeholders invulling te geven aan de visie op stations vanuit verschillende invalshoeken. • November 2021: Feedback opgehaald bij stakeholders op de opbrengsten van de ateliers. • December – Maart 2022: Thema’s in brede werkgroepen uitgewerkt. • April 2022: Richting werkgroepen in conferentie met stakeholders besproken. • Mei – Oktober 2022: Uitvoeringsagenda met input van werkgroepen in concept afgerond.

• November 2022: Feedback opgehaald bij stakeholders op concept Stationsagenda en Uitvoeringsagenda. • December 2022: Inhoud Stationsagenda en Uitvoeringsagenda ondersteund door bestuurlijk tripartite overleg IenW, ProRail en NS Stations.

62 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

Colofon Definitieve versie, januari 2023 Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) - Directie Openbaar Vervoer en Spoor, in samenwerking met ProRail en NS Stations Visualisaties bij visie: Urhahn Fotoverantwoording; Omslag, pagina’s 8, 13, 25, 30, 41, 42, 47 • ProRail / Stefan Verkerk Pagina 27 • ProRail / Kees Stuip Pagina 36 • ProRail / Rob van Esch - Ruimtes in beeld.nl Pagina 50 • Tineke Dijkstra Pagina 59 • Gerard Serne

Stationsagenda | 63

Dit is een uitgave van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat Postbus 20901 | 2500 ex Den Haag www.rijksoverheid.nl/ienw Januari 2023 64 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12445202/1