07-05-04 bijlage-2-stationsagenda
Tekst van het document
Stationsagenda Visie voor 2040
Stationsagenda Visie voor 2040
Stationsagenda | 2
Inhoudsopgave
3 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Samenvatting Stationsagenda
Leeswijzer
1. 2.
Introductie
11
Visie op het station in 2040
19
Algemene visie op het station in 2040 Visie op het station als begin- en eindpunt voor een treinreis Visie op het station als multimodaal knooppunt Visie op het station als bestemming Visie op het station als visitekaartje voor duurzaamheid, gezondheid en innovatie Visie op het station als verbinder in zijn omgeving
3.
Uitvoering
38
Governance Sturingsinstrumenten Financiering
Bijlage 1
Rollen en verantwoordelijkheden op stations
Bijlage 2
Selectie 10 prioritaire thema’s
Bijlage 3
Voorwaarden voor de uitvoering van de Stationsagenda
Bijlage 4
Juridisch kader
Bijlage 5
Totstandkoming Stationsagenda
Stationsagenda | 4
Samenvatting Stationsagenda
5 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
In 2014 formuleerde de landelijke Lange Termijn Spooragenda doelstellingen voor de gehele spoorsector, waaronder ook voor stations. Sinds het verschijnen van de Lange Termijn Spooragenda hebben het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), ProRail en NS Stations in samenwerking met omgevingspartijen meerdere activiteiten ontplooid en verbeteringen doorgevoerd om deze doelstellingen te realiseren. De stations spelen inmiddels een steeds belangrijkere rol in de verstedelijkingsopgave en mobili teitstransitie en nieuwe ontwikkelingen maken dat de vraag om regie steeds groter wordt. Daarom hernieuwt het ministerie van IenW met deze Stations agenda het rijksbeleid voor stations. Hierbij staan de gebruikers van het station en publieke belangen op stations centraal. De Stationsagenda bevat een visie voor 2040 en beschrijft de governance, sturing en financiering rondom stations. Daarnaast is er een uitvoeringsagenda voor de komende jaren die beschrijft welke stappen worden gezet om de ambities waar te maken. Beide documenten zijn in nauwe samenspraak met ProRail en NS Stations en in afstemming met een bredere groep belanghebbenden (o.a. decentrale overheden en reizigers- en belangenorganisaties) tot stand gekomen. Gebruikers van zowel de grote als de kleine stations in Nederland waarderen de kwaliteit van deze stations steeds hoger.
Dit is terug te zien in de stijging van het gemiddeld rapportcijfer van de Stations belevingsmonitor van 6,9 in 2016 naar 7,3 in 2022. Deze stijging komt niet vanzelf. In de afgelopen jaren hebben IenW, ProRail en NS Stations samen met decentrale overheden en andere partners veel geïnves teerd, gerealiseerd en in gang gezet om de kwaliteit van stations te verbeteren ten behoeve van de OV-reiziger en andere gebruikers. Met deze Stationsagenda spreekt IenW de ambitie uit om samen met ProRail en NS Stations continu te blijven zoeken naar grote en kleine verbetermogelijkheden op de stations. Daarbij wordt gestreefd naar een verbetering in de kwaliteit en een stijging van het gemiddelde reizigersoordeel. De ambitie is daarnaast dat ondanks de verwachte toename van het aantal gebruikers van stations in de komende decennia het reizigersoordeel van stations tenminste net zo hoog blijft als in 2022. In de Stationsagenda staan de visie en de ambities voor de lange termijn beschreven. De agenda onder scheidt daarbij de volgende vijf functies van een station: 1. het station als begin- en eindpunt van een treinreis; 2. het station als multimodaal knooppunt; 3. het station als bestemming; 4. het station als visitekaartje voor duurzaamheid, gezondheid en innovatie; 5. het station als verbinder in zijn omgeving.
De visie in de Stationsagenda richt zich op het station van over ongeveer 20 jaar, gebaseerd op de inzichten die er nu zijn. Er gaan de komende tijd ontwikkelingen op ons af komen die nu nog ongewis zijn en die aanscherping van de visie, ambities en/of afspraken noodzakelijk maken. Daarom is de publicatie van de Stationsagenda het begin van een adaptief proces waarin IenW met ProRail en NS Stations monitort of de ambities en afspraken nog passend zijn bij de ontwikkelingen van dat moment en of aanpassingen nodig zijn.
Stationsagenda | 6
Naast de Stationsagenda brengen we ook een uitvoeringsagenda uit. Dit is een dynamisch document, dat steeds voor twee jaar vooruit vastgesteld wordt. Voor de eerste editie van de Stationsagenda en bijbehorende uitvoeringsagenda is gekozen om te starten met tien prioritaire thema’s, zoals onder andere sociale veiligheid, toegankelijkheid, fietsparkeren en duurzaamheid. De tien thema’s dragen sterk bij aan de publieke belangen op stations en behoeften van gebruikers en dragen bij aan het oplossen van enkele verbeterpunten die de afgelopen jaren in onderzoeken zijn geconstateerd. Rond veel van de tien thema’s lopen al acties; deze zijn in de Uitvoeringsagenda herbevestigd, aangepast of aangevuld. Rond enkele thema’s is in het kader van de Stationsagenda voor het eerst in de driehoek IenW, ProRail en NS Stations gesproken en zijn acties vastgelegd. De Uitvoeringsagenda biedt daarmee een goed totaaloverzicht over het totaal aan acties in de komende jaren en daarnaast ook afspraken over hoe we de voortgang op de thema’s monitoren. Hiermee hebben we als drie partijen meer dan voorheen regie op de stappen om belangrijke maatschappelijke ambities rondom stations te behalen. Hoewel de tien thema’s divers zijn en een groot deel van de opgaven rond stations afdekken, vertellen ze niet het hele verhaal.
De Stationsagenda richt zich in eerste instantie namelijk op ambities en acties in het publieke domein die binnen de invloedssfeer van IenW, ProRail en NS Stations liggen en waarbij een gezamenlijke aanpak en een gezamenlijke besturing door deze drie partijen van toegevoegde waarde is. Een aantal andere onderwerpen is hiermee uitgesloten, zoals de (commerciële) exploitatie van het station en stationsvastgoed, maar ook de middelen van vervoerders en de diensten en services die zij op stations aanbieden. Ook rond de ketenreis en de stationsomgeving zijn in de eerste versie van de Uitvoeringsagenda minder acties geformuleerd. Hiervoor zijn veel andere partijen nodig om ambities te realiseren. Dit maakt dat het niet zinvol is om dit enkel in de driehoek IenW, ProRail en NS Stations aan te pakken. Per thema hebben we in de Uitvoeringsagenda aangegeven hoe we de komende jaren gaan verbreden en de samenwerking met andere partijen gaan intensiveren. In andere trajecten, zoals bijvoor beeld bij de uitvoering van de Actie-agenda OV-knooppunten, werken we bovendien ook intensief samen als Rijk, decentrale overheden en de OV-sector om het functioneren van stations als multimodale knooppunten in relatie tot hun omgeving te verbeteren. De Stationsagenda beschrijft ook de governance waarbinnen de ambities en acties gerealiseerd worden.
De bestaande rollen, verantwoordelijkheden en (juridische) kaders zijn daarbij het uitgangspunt. Ook worden bestaande stuurgroepen rond thema's en projecten in stand gehouden. Op strategisch niveau houdt een Directeurenoverleg Stations, waarin IenW, ProRail en NS Stations vertegenwoordigd zijn, het overzicht over de landelijke voortgang rond het totaal aan ambities. Via een jaarlijkse rapportage rapporteert IenW ook aan de Tweede Kamer hierover. De operationele uitwerking van de afspraken en acties ligt bij ProRail en NS Stations. De samenwerking tussen deze partijen is geborgd in een PubliekPublieke Samenwerking (PPS). IenW, ProRail en NS Stations kunnen de uitvoeringsagenda uiteraard niet alleen realiseren. Een succesvolle uitvoering kan alleen plaatsvinden via een constructieve samenwerking met de betrokken partijen, zoals vervoerders en decentrale overheden. Voor elk thema wordt daarom gezocht naar een passende samenwerkingsconstructie. Daarnaast organiseren we voorafgaand aan de vaststelling van de nieuwe uitvoeringsagenda (elke twee jaar) telkens een proces om stakeholders te raadplegen over de richting, prioriteiten en invulling ervan. Per thema vindt deze afstemming ook tussentijds plaats, maar met deze raadpleging bieden we partijen de ruimte ook om op het geheel te reageren.
7 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
De Stationsagenda gaat in principe uit van bestaande budgettaire kaders en financieringsstromen. Een deel van de ambities kan binnen bestaande middelen en bestaande projecten en programma’s opgevangen worden. Eventuele versnellingen en uitbreidingen met nieuwe acties en investeringen vereisen aanvullende middelen. Ingrijpende fysieke veranderingen aan een station, zoals bijvoorbeeld het vergroten van de transfercapaciteit, vragen een investering die niet binnen reguliere beheer- en onderhoudsmiddelen past en doorgaans via het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT) verloopt. De focus op publieke belangen en prioritering van thema’s in de Stations agenda helpt om de benodigde financiering te vinden en/of middelen zo effectief mogelijk in te zetten. De Stationsagenda vormt de komende jaren de landelijke basis voor beleidskeuzes rond stations. Met het verschijnen van deze agenda is weer een volgende stap gezet op weg naar stations die klaar zijn voor de toekomst.
Stationsagenda | 8
Leeswijzer
9 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
De visie in de Stationsagenda richt zich op het station van over ongeveer 20 jaar, gebaseerd op de inzichten die we nu hebben. Hierbij realiseren we ons dat het toekomstbeeld onzekerheden kent. Er gaan de komende tijd ontwikke lingen op ons af komen, die we nu nog niet kennen en die aanscherping van de visie, ambities en/of afspraken noodzakelijk maken. Kortom, we starten met elkaar een adaptief proces waarbij we telkens weer zullen verifiëren of de ambities en afspraken nog passend zijn bij de ontwikkelingen van dat moment en of aanpassingen nodig zijn. ProRail, NS Stations en steeds vaker ook gemeenten zorgen gezamenlijk voor de ontwikkeling, vernieuwbouw, beheer en exploitatie van de stations en hun omgeving, ieder met zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. De Stationsagenda focust zich daarbij op de publieke belangen van het station, zoals veiligheid, toegankelijkheid en duurzaamheid. De focus op publieke belangen betekent ook dat een aantal andere onderwerpen zijn uitgesloten, zoals de exploitatie van het station en stations vastgoed maar ook de middelen van vervoerders en de diensten en services die zij aanbieden. Deze thema’s vallen niet binnen de invloedssfeer van de stationspartijen of liggen slechts bij 1 van de partijen, waarmee gezamenlijke besturing niet aan de orde is.
Deze focus maakt het mogelijk de aandacht te richten op die onderwerpen die van algemeen belang zijn, waar de uitdagingen voor de toekomst groot zijn en waar juist een gezamenlijke aanpak kan helpen om onze visie te realiseren. Hiernaast richt de Stationsagenda zich in eerste instantie ook op de ambities en acties die binnen de invloedssfeer van het ministerie van IenW, ProRail en NS Stations liggen. Het belang van het station als multimodaal knooppunt en als verbinder in zijn omgeving wordt wel degelijk erkend. Deze functies hebben daarom een belangrijke plek in de visie op het station. Daar waar het gaat om acties om deze visie te realiseren, vraagt dat zoveel betrokkenheid van andere partijen dat dat niet zinvol is om in de driehoek IenW, ProRail en NS Stations aan te pakken. We werken daarom intensief samen met decentrale overheden en de OV-sector in het programma Toekomstbeeld OV aan de realisatie van de gezamenlijke Actie-agenda OV-knooppunten, waarin juist de integrale aanpak van stations en hun omgeving centraal staat. De Stationsagenda heeft een landelijk karakter. De Actie-agenda bevat een programmatische aanpak om individuele OV-knooppunten, waaronder stations, en hun omgeving te verbeteren en zo nodig locaties voor nieuwe stations te verkennen. De relatie tussen beide agenda’s en de raakvlakken met andere trajecten zijn in dit document nader beschreven.
De Stationsagenda gaat in eerste instantie uit van bestaande middelen. Daarbinnen kunnen we veel stappen zetten om verbeteringen te realiseren voor de gebruiker. Wij zijn ons ervan bewust dat het kunnen financieren van onze ambities in de huidige tijd niet vanzelfsprekend is. Dat betekent dat we de komende jaren continu met elkaar zullen zoeken naar de prioritering van bestaande middelen en in gevallen van mogelijke ingrijpende fysieke veranderingen aan stations ook naar aanvullende middelen via de cyclus van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). De focus op publieke belangen en prioritering van thema’s in de Stationsagenda helpt om de benodigde financiering te vinden en/of middelen zo effectief mogelijk in te zetten. Desalniettemin zullen we keuzes moeten maken waarbij ook de financiële haalbaarheid een belangrijke rol speelt. De Stationsagenda is tot stand gekomen in de periode vanaf medio 2021 tot eind 2022. Naast ProRail en NS Stations zijn ook vele andere partijen die te maken hebben met stations (vervoerders, decentrale overheden, reizigers- en belangenorganisaties, onafhankelijke deskundigen) betrokken door middel van plenaire bijeenkomsten, werkateliers en verschillende bilaterale gesprekken. Bovendien zijn voor een aantal thema’s ook multidisciplinaire werkgroepen ingericht.
De eindversie is tot stand gekomen na schriftelijke raadpleging van belanghebbenden. Stationsagenda | 10
1. Introductie
11 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Het gaat goed met de vierhonderd treinstations in Nederland Reizigers waarderen onze stations. Iconische sleutelprojecten zoals Rotterdam Centraal en Arnhem Centraal hebben een enorme ruimtelijk-economische impuls gegeven aan deze stationsgebieden. Veel andere grotere stations, zoals Delft, Tilburg, Driebergen-Zeist en Assen, zijn ook aangepakt en uitgegroeid tot favorieten van reizigers en bewoners. En ook op veel kleine stations zijn de wacht voorzieningen en de toegankelijkheid ook voor mensen met een beperking verbeterd. Dat wordt door reizigers gezien en gewaardeerd. De reizigerswaardering van stations is in de afgelopen jaren voortdurend gestegen. Reizigers gaven stations in 2021 gemiddeld een rapportcijfer van 7,3. In 2016 was dat nog een 6,9.
Nieuwe ontwikkelingen vragen om een nieuwe integrale visie Het OV-netwerk levert een belangrijke bijdrage aan de maatschappelijke opgaven waar Nederland in de komende decennia voor staat op het gebied van bereikbaarheid, duurzaamheid en leefbaarheid. Waar in de afgelopen jaren vanuit het Rijk veel sturing is geweest op de prestaties op het spoor, vragen vele ontwikkelingen nu ook om een integrale visie en een grotere betrokkenheid van het Rijk bij stations. Stations spelen in toenemende mate een rol in de verstedelijkingsopgave en de mobiliteitstransitie. Tot 2030 komen er 900.000 nieuwe woningen bij, waarvan een belangrijk deel rondom de stations. Terwijl uit analyses blijkt dat momenteel al op 130 stations één of meerdere capaciteitsknelpunten zijn, neemt het aantal reizigers de komende decennia naar verwachting alleen maar verder toe.1 Ook aan de aanbodkant wordt het drukker. Er komen meer spoorvervoerders via decentralisatie en de invoering van open toegang op het spoor. Daarnaast maakt een toenemend aantal aanbieders van deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS) nieuwe soorten ketenreizen mogelijk voor de reiziger. De ruimte voor al deze aanbieders en samen werking tussen de verschillende partijen vraagt daarmee ook de aandacht. De verschillende opgaven en partijen zoeken allemaal een plek in de beperkte ruimte op en rond het station.
De vraag om regie wordt daarmee steeds groter.
Hierbij staat het publieke belang voor een diverse groep gebruikers centraal De Stationsagenda draagt bij aan een integrale afweging van alle belangen op stations en speelt daarmee in op de toenemende maatschappelijke rol van stations als knooppunten waar gebiedsontwikkeling, trein- stad-, streekvervoer en deelmobiliteit samenkomen.2 De agenda is de stimulans om de stijgende kwaliteit van stations en de prestaties voor de gebruiker ook in de toekomst vast te kunnen houden. Stations vormen een cruciaal onderdeel van de drempelloze reis van deur tot deur en zijn unieke publiek toegankelijke ruimten in onze steden en dorpen. Publieke belangen zoals veiligheid, toegankelijkheid en duurzaamheid (voor volledig overzicht, zie schema op pagina 18) zijn essentieel op deze locaties en staan centraal bij elke ontwikkeling. Door publieke belangen in beleid, organisatie en uitvoering centraal te stellen ontstaat uiteindelijk ook de meeste waarde voor de gebruikers van stations. De visie en ambities (hoofdstuk 2) voor stations zijn gericht op de gebruiker in de breedste zin van het woord. Dit zijn uiteraard de trein-, en OV-reizigers, maar bijvoorbeeld ook bezoekers, omwonenden, vervoerders of andere ondernemers op en rondom het station (voor volledig overzicht, zie kader pagina 16). 1 2
Integrale Mobiliteitsanalyse – Deelrapportage Spoor en BTM (2021). Daarmee helpt de agenda om invulling te geven aan de ambitie rondom hubs uit het Coalitieakkoord 2021-2025 (15 dec 2021), ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’. Stationsagenda | 12
De Stationsagenda bevat landelijke en overkoepelende ambities voor stations De Stationsagenda biedt een landelijke visie en ambitie voor het continu verbeteren van de kwaliteit van alle bestaande (en eventuele toekomstige) stations voor alle gebruikers ervan. Ook bevat de agenda acties om de ambities stap voor stap te bereiken en een focus aan te brengen waar dit het meest nodig is. Daarbij houden we rekening met wat er al loopt en goed gaat en intensiveren we onze inzet op een aantal thema’s die gezien toekomstige ontwikkelingen belangrijker worden. De agenda zorgt er voor dat we op stations de goede dingen doen en de dingen goed doen; dat publieke belangen goed geborgd zijn en blijven. Dit doen we door vooruit te kijken naar het station over circa 20 jaar, als middel om te bepalen welke acties nu nodig zijn om daar te komen. Daarbij houden we er rekening mee dat veel ontwikkelingen moeilijk te voorspellen zijn en ook de financiële middelen door de tijd heen zullen fluctueren. Dit vraagt om een duurzame en toekomstvaste basiskwaliteit en voldoende adaptief vermogen om in te spelen op toekomstige ontwikkelingen.
13 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Vanuit de huidige stationsordening pakken het ministerie van IenW, ProRail en NS Stations knelpunten en kansen op stations aan ProRail en NS Stations hebben een belangrijke rol gehad bij de totstandkoming van deze Stationsagenda. ProRail is immers verantwoordelijk voor de uitvoering van de beheerconcessie, waar stations een onderdeel van zijn. Daarnaast staan ProRail en NS Stations aan de lat voor de uitvoering op stations als eigenaren en verantwoordelijken voor de ontwikkeling, de bouw, het beheer, onderhoud en de exploitatie. In bijlage 1 worden de rollen en verantwoordelijkheden van de belangrijkste partijen op stations nader toegelicht. De samenwerking tussen ProRail en NS Stations heeft geleid tot het huidige hoge kwaliteitsniveau van stations en biedt geen reden om de huidige eigendom- of zeggenschaps verhoudingen te wijzigen. Dit is in 2020 door het kabinet geconcludeerd en door de Tweede Kamer onderschreven.3 Uit het achterliggende onderzoek is naar voren gekomen dat de beheertaak van ProRail en de huidige eigendoms- en zeggenschapsverhoudingen op stations goed functioneren, maar dat er ook enkele resterende aandachtspunten zijn.4 Deze Stationsagenda biedt het kader om hier aan te werken. Het is een integrale visie en beleidsagenda met concrete afspraken rond belangrijke thema’s.
Een goed functio nerende driehoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) met ProRail en NS Stations is hier een belangrijke randvoorwaarde voor. Daarbij dienen we rekening te houden met de mogelijke toekomstige zbo-vorming van ProRail en de nieuwe concessie voor het Hoofdrailnet, waar IenW momenteel aan werkt. In hoofdstuk 3 wordt de samenwerking in de driehoek IenW-ProRail-NS Stations verder uitgewerkt. Daarin is ook oog voor de rol van andere stakeholders, zoals decentrale overheden, vervoerders, maatschappelijke organisaties en burgers.
De Stationsagenda is het begin van een gezamenlijk proces dat leidt tot verdere kwaliteitsverbetering De visie en ambities uit dit document vormen de basis voor een meerjarige agenda. Niet alles kan tegelijkertijd. Sommige zaken kennen een lange doorlooptijd of vragen investeringen. Voor de eerste fase van realisatie (2023-2024) van de Stationsagenda heeft IenW daarom in samenspraak met ProRail, NS Stations en een brede groep stakeholders tien prioritaire thema’s geselecteerd om mee te starten (zie bijlage 2). Deze thema’s raken allen sterk aan de publieke belangen op stations. De ambities voor deze thema’s zijn in hoofdstuk 2 uitgewerkt en vormen de basis voor de acties in de uitvoeringsagenda. De uitvoeringsagenda is dynamisch. We leren, stellen bij en ronden gaandeweg thema’s af of voegen nieuwe thema’s toe. Dit proces wordt ook in de uitvoeringsagenda nader beschreven. De publicatie van de Stationsagenda en eerste versie van de uitvoeringsagenda is daarmee een eerste stap in een meerjarig proces, waarin IenW, ProRail en NS Stations intensief samen verder werken aan stations van de toekomst. Uiteraard zijn ook andere partijen, zoals gemeenten en vervoerders, nodig om deze visie op stations te bereiken. Dit document laat zien waar dit het geval is en benoemt acties om de samenwerking met deze partijen rond de genoemde ambities vorm te geven.
3 Kamerstukken II 2019/20, 29984, nr. 899. 4 Rapport Onderzoek ordening stations: eigendoms-, exploitatie en verantwoordelijkheidsverdeling op stations (RHDHV, 2020). Stationsagenda | 14
Stations in Nederland in 2022 VERDELING IN STATIONSKLASSEN
396 TOTAAL excl. enkele evenementenstations
< 1.000
in- en uitstappers per dag
1.000 - 10.000 in- en uitstappers per dag
110 haltes
230 basis
10.000 - 25.000
75.000+
25.000 - 75.000
in- en uitstappers per dag
in- en uitstappers per dag
in- en uitstappers per dag
27 plus
7 kathedralen 21mega
REIZIGERSAANTALLEN OP EEN GEMIDDELDE WERKDAG (2019)
200.000 Hoogste: Utrecht Centraal
GEBOUW
222 174 stations met een stationsgebouw
Laagste: Eemshave, Enschede de Eschmarke, Eygelshoven Markt, Glanerbrug
50
FIETS PARKEERPLEKKEN
515.000
stations zonder een stationsgebouw
SPOORVERVOERDER
225 stations met alleen NS
15 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
27
stations met NS en regionale vervoerder
142 stations met alleen regionale vervoerder
Gebruikers van station
Diverse groepen maken gebruik van het station en/of de stationsomgeving. Sommigen dagelijks, anderen slechts sporadisch. De inrichting dient te passen bij de behoeften van deze groepen en de variëteit binnen deze groepen.
Reiziger
Bezoeker
Maakt op of rondom het station gebruik van het mobiliteitsaanbod, zoals het OV, deelmobiliteit en/of de fiets.
Reist niet, maar maakt gebruik van de voorzieningen op het station, bijvoorbeeld voor een winkelbezoek of een ontmoeting.
Passant
Vervoerder/Mobiliteitsaanbieder
Gebruikt het station als verbinding om van de ene kant van het spoor naar de andere kant van het spoor te komen.
Aanbieder van (commerciële) diensten Gebruikt een ruimte op of rondom het station om daar (commerciële) diensten aan te bieden voor reizigers en bezoekers van het station(sgebied). Kan een retaildochter zijn van NS Stations, maar ook een andere onderneming.
Biedt op of rondom de stations mobiliteitsdiensten (OV, taxi, deelmobiliteit) aan en eventueel bijbehorende kaartverkoop, in- en uitcheckvoorzieningen en reisinformatie. Huurt mogelijk ook een ruimte op het station voor personeel.
Maatschappelijk initiatief Ontplooit maatschappelijke activiteiten op of rondom het station, vaak gerund door een groep actieve vrijwilligers, die bijdragen aan de levendigheid van het gebied.
Exploitant Exploiteert de bewaakte fietsenstallingen of P+R faciliteiten op of rondom het station. Vaak gebeurt dit door NS Stations, en in sommige gevallen door gemeenten.
+ P+R
Uiteraard zijn er veel meer partijen betrokken bij stations. Niet als gebruiker, maar wel als bijvoorbeeld beleidsmaker, financier of verantwoordelijke voor het beheer en onderhoud of de dagelijkse operatie. De rollen en verantwoordelijkheden van deze partijen zijn weergegeven in bijlage 1.
Stationsagenda | 16
De beleving van reizigers op stations
Wachtende reizigers op het perron wordt gevraagd een vragenlijst in te vullen over hoe men het station op dat moment ervaart.
SBM De StationsBelevingsMonitor (SBM) meet de reizigerstevredenheid over alle stations in Nederland.
2013 80.000
veiligheid nd uitnodige
Sinds
e oriëntati ming doorstro beleving wachttijd reinheid sfeervol
Onderzoekbureau I&O Research voert het onderzoek uit in opdracht van ProRail en NS Stations
elk kwartaal uitgevoerd waardoor het mogelijk is trends te identificeren.
mgeving stationso emeen perron alg station &
reizigers doen mee met de steekproef
Score SBM op thema's
Grootste stijgers
8,0
1 doorstroming 2 oriëntatie
7,5
1
3 veilig
2
4 uitnodigend
3
7,0
4
5 schoon
5
2016
6 wachttijdbeleving
6,5
7 sfeervol 6
6,0
7
algemeen oordeel station
5,5 5,0
5,6
2014
2014
2014
2014
2014
2014
2014
2014
Assen volledig verbouwd
Driebergen-Zeist volledig verbouwd
85%
2021
6,3 2016
% Reizigers dat een 7 of hoger geeft in SBM
7,6
8,0 2021
75%
5,6
65%
2016
55%
alle stations
ca. 50 grootste stations
21Q4
21Q2
20Q4
20Q1
19Q3
19Q1
18Q3
18Q1
17Q3
17Q1
16Q3
16Q1
15Q3
15Q1
14Q3
14Q1
45%
Bergen op Zoom deels verbouwd
overige stations
De SBM is niet de enige relevante manier om de ontwikkeling van stations te meten. Andere klanttevredenheidsonderzoeken zoals de Ketenbelevingsmonitor, Retailonderzoek, Vervoerdersonderzoek belichten andere aspecten en zijn ook zeer waardevol. Ook het gebruik van meer objectieve maatstaven is hierop aanvullend altijd nodig.
17 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
7,1 2021
Publieke belangen op stations Stations vervullen een essentiële maatschappelijke functie. De meeste investeringen in de ontwikkeling, (ver)bouw, beheer en onderhoud van stations worden dan ook gedaan met publieke middelen vanuit het Rijk. Het is daarom van groot belang dat het publieke belang goed wordt meegewogen bij de besluitvorming over stations en dat investeringen vanuit publieke middelen goed verantwoord kunnen worden. Sturing vanuit de Stationsagenda is dan ook gerechtvaardigd en richt zich op de volgende publieke belangen op stations.
Capaciteit en kwaliteit Stations met een hoge capaciteit en kwaliteit zorgen voor een goede in-, uit- en overstap en de ontsluiting van wonen, werken en recreatie.
Bereikbaarheid
Veiligheid
Stations als multimodaal knooppunt dienen goed bereikbaar te zijn en voldoende adequate overstapmogelijkheden op verschillende vormen van mobiliteit te bieden. Zo faciliteren ze een optimale reis van deur tot deur met verschillende (openbare) vervoersmodaliteiten.
Elke gebruiker van het station dient zich veilig door het station te kunnen verplaatsen (fysieke veiligheid: veilige transfer en looproutes). Ook dienen reizigers zich veilig te voelen op het station (sociale veiligheid).
Toegankelijkheid
Comfort
Iedereen dient van het OV gebruik te kunnen maken. Het station dient hiervoor toegankelijk ingericht te zijn voor mensen met een beperking (ook tijdens een verbouwing).
Goed onderhouden stations met voldoende voorzieningen dragen bij aan het ervaren comfort van het station en daarmee aan de beleving van de reiziger van de reis van deur tot deur.
Duurzaamheid
Gelijk speelveld
Stations bundelen duurzame mobiliteitsvormen en dienen tijdens alle levensfases bij te dragen aan de doelstellingen van het Rijk rond duurzaamheid, circulariteit en klimaat.
OV-vervoerders (spoor, stads- en streekvervoer) en andere aanbieders van mobiliteit en diensten worden ten aanzien van vergelijkbare partijen gelijk behandeld en krijgen waar mogelijk toegang tot het station en de stationsomgeving, zodat aan alle reizigers een kwalitatief hoogwaardige reiservaring geboden wordt. Vervoerders dienen daarbij de mogelijkheid te krijgen zich te profileren op stations waar zij halteren.
Adequate reisinformatie
Verbinding met omgeving
Reisinformatie van verschillende vervoerders dient op een goede manier bij elkaar te komen op een station, onder andere via bewegwijzering. De reiziger wordt daarmee optimaal gefaciliteerd in de reis van deur tot deur.
Stations dienen goed ingebed te zijn in hun omgeving, ze vormen zowel een fysieke schakel in de openbare ruimte, als een sociale schakel voor de lokale gemeenschap.
Stationsagenda | 18
2. Visie op het station in 2040
19 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), ProRail en NS Stations werken dagelijks - in samenspraak met belanghebbenden zoals reizigers, vervoerders, decentrale overheden en belangenorganisaties - aan het verbeteren van de kwaliteit van de circa 400 treinstations in Nederland. Dit hoofdstuk bevat een wenkend toekomstperspectief voor het station in 2040 en ambities voor 2030 voor een eerste set prioritaire thema’s. De uitvoeringsagenda bevat korte termijn afspraken die bijdragen aan het behalen van de ambities in dit hoofdstuk.
Visie op het station in 2040
Ambities voor 2030
Uitvoeringsagenda
Een wenkend toekomstperspectief voor stations
Concrete doelen voor een set prioritaire thema’s
Afspraken over landelijke maatregelen op de korte termijn
Algemene visie op het station in 2040 Stations zijn belangrijke schakels in de OV-reis en vervullen een cruciale maatschappelijke functie door mensen toegang te geven tot mobiliteit. Door de stijgende kwaliteit worden mensen verleid van het station en duurzame vormen van mobiliteit gebruik te maken voor binnenlandse en internationale reizen. Zo helpen stations bij te dragen aan de bereikbaarheid en leefbaarheid in onze steden en dorpen. In de komende decennia werken we aan een zo comfortabel mogelijke in-, uit- en overstap voor alle vormen van mobiliteit die op stations samenkomen. We willen stations waar gebruikers graag komen en waar merkbaar gedacht is vanuit hun beleving en belangen. De gebruiker ervaart geen drempels, maar gemak, keuzemogelijk heden en gastvrijheid. We streven er naar dat de kwaliteit van alle stations hoog is, terwijl elk station een uniek en herkenbaar karakter en functioneren heeft. Kleinere stations hebben een hoogwaardige basiskwaliteit, grotere stations en hun omgeving functioneren ook steeds meer als bestemming, bijvoorbeeld om af te spreken of te vergaderen. De zakelijke en recreatieve voorzieningen op stations zijn er als deze van toegevoegde waarde zijn en maken deze stations gebieden tot aantrekkelijke vestigings- en verblijfsplaatsen.
Door goed te begrijpen wat de functie van het station in het netwerk en in de plaats is en wat de behoeften van de gebruiker zijn, kan per station bepaald worden wat de benodigde functionaliteit, voorzieningen en mogelijke extra’s zijn. Als het station primair een forensenstation is en als opstaphalte fungeert, stellen we de basis voorop (een goede transfer, voldoende ruimte voor voetganger en fietser en voldoende veiligheid in de avonduren). Voor een ander station kan dat een uitgebreider pakket zijn; het is maatwerk. Stations vormen ook steeds meer de toegangspoorten tot steden en dorpen. Ze hebben hoogwaardig ingerichte entrees en worden daardoor steeds minder als barrière ervaren. Via ruimtelijke vormgeving, een goede inpassing en een nauwe samenwerking met omgevingspartijen dragen stations bij aan de kwaliteit van en toegang tot het stationsgebied en verder.
Stationsagenda | 20
21 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Algemene ambities 2030 > We sluiten aan bij het programma Toekomstbeeld OV 2040 en streven er naar dat de reiziger het hele OV met een 8 of hoger waardeert. De stations leveren hier een belangrijke bijdrage aan. > We blijven continu zoeken naar grote, maar ook kleine verbetermogelijkheden voor de kwaliteit van de stations. Een van de graadmeters hiervoor is het oordeel van de reiziger in de Stations belevingsmonitor. Ook bij de verwachte toename van het aantal gebruikers van stations in de komende decennia streven we naar een verbetering in het reizigersoordeel en ambieren we dat dit in elk geval niet leidt tot een lagere gemiddelde waardering over alle stations dan bij het opstellen van dit document (7,3 in 2021). > Wanneer de publieke belangen in het geding zijn, de positieve ontwikkeling van het reizigers oordeel stagneert of bepaalde (categorieën) stations er negatief uitspringen, gaan we met IenW, ProRail en NS Stations gezamenlijk – ieder vanuit de eigen verantwoordelijkheid – op zoek naar verbeteropties.
Functies van een station Stations vervullen vijf hoofdfuncties. 1. Het station als begin- en eindpunt van een treinreis 2. Het station als multimodaal knooppunt 3. Het station als bestemming 4. Het station als visitekaartje voor duurzaamheid, gezondheid en innovatie 5. Het station als verbinder in zijn omgeving
Naarmate de cirkel groter wordt, is de geografische scope groter en ook het aantal partijen dat nodig is om onderstaande visie en ambities te bereiken. De functie van het station als begin- en eindpunt van een treinreis richt zich op in- uit- en overstappers en speelt zich met name af in het reisdomein (op het perron en de looproutes daar naar toe) en in het ontvangstdomein, waar bijvoorbeeld de vervoerbewijzen worden verkocht en de reisinformatie te vinden is. Onderstaand staat een visuele weergave van deze domeinen, zoals vastgelegd in het landelijke Stationsconcept. De andere vier functies worden weer meer in de andere stationsdomeinen, bijvoorbeeld in de stationsomgeving, gerealiseerd. Voor elk van de functies hebben wij in onderstaande tekst een langetermijnvisie opgesteld.
Stationsagenda | 22
Schematische weergave stationsdomeinen, Het Stationsconcept (2012), wordt momenteel geupdatet.
Niet alles kan tegelijkertijd. Sommige zaken kennen een lange doorlooptijd of vragen investeringen. Bovendien is niet op alle stations direct ruimte voor alle aspecten uit de visie. Voor de eerste fase van realisatie van de Stationsagenda hebben we daarom in samenspraak met stakeholders de publieke belangen op stations geconcretiseerd naar een eerste set van prioritaire thema’s om mee te starten, zie ook bijlage 2. Meerwaarde voor de gebruiker was daarbij een belangrijk criterium, Deze thema’s vormen bij elkaar een mooie, brede weergave van thema’s die op een station spelen. Voor deze thema’s zijn in onderstaande tekst ook concrete ambities geformuleerd. Om praktische redenen is in het proces van de totstandkoming van de Stationsagenda gekozen om de thema-ambities steeds te plaatsen bij de functie waar deze het meeste aan relateren en niet te herhalen bij de andere functies waar ze ook deels bij passen. De ambities voor sociale veiligheid en toegankelijkheid gelden bijvoorbeeld ook voor de stationsomgeving. De volgorde van de thema’s zegt daarnaast ook niets over de prioriteit.
hoofdfuncties van een station
eerste 10 prioritaire thema’s
1.
Het station als begin- en eindpunt van een treinreis
Transfercapaciteit Sociale veiligheid Toegankelijkheid
2.
Het station als multimodaal knooppunt
Fietsparkeren Deelmobiliteit Reisinformatie Profilering van vervoerders
3.
Het station als bestemming
Wachten, verblijven en ontmoeten Maatschappelijke initiatieven
4.
Het station als visitekaartje voor duurzaamheid, gezondheid en innovatie
Duurzaamheid
5.
Het station als verbinder in zijn omgeving
Voorlopig geen thema aan gekoppeld. Wordt opgepakt in Actie-agenda OV-knooppunten
23 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Visie op het station als begin- en eindpunt voor een treinreis De kernfunctie van elk station is om de treinreis te faciliteren voor in- uit- en overstappers. Deze functie wordt primair gefaciliteerd door het ministerie van IenW, ProRail en NS Stations, elk vanuit de eigen rol en verant woordelijkheid. Deze functie wordt ingevuld in het reisdomein en het ontvangstdomein van het station.
Het station is er voor elke gebruiker Alle stations zijn zowel fysiek als digitaal inclusief en de gebruiker staat er centraal. Bij het ontwerp, de bouw, de exploitatie en de doorontwikkeling van stations wordt rekening gehouden met alle doelgroepen en hun verschillende behoeften: jongeren, ouderen, doorgewinterde gebruikers, incidentele gebruikers, internationale gebruikers, etc. Ook gebruikers met een motorische, auditieve, visuele of verstandelijke beperking ervaren het station als toegankelijk en uitnodigend. De primaire gebruiker voor het station is de OV- reiziger. Voor niet-reizigers zijn er bij de locatie passende (maatwerk)voorzieningen voor een winkelbezoek of een ontmoeting. Mensen die in de omgeving van een station werken of studeren, omwonenden, bezoekers en passanten voelen zich thuis op en rond het station en komen er graag, onafhankelijk van het weer of het tijdstip van de dag. De drempel om van het station en het OV gebruik te maken is laag en daarmee wordt duurzaam reizen gestimuleerd.
Het station faciliteert een snelle en gemakkelijke treinreis Het in- uit- of overstappen op een station is eenvoudig. De inrichting van stations is overzichtelijk, robuust en toekomstbestendig met brede obstakelvrije looproutes en perrons. Looproutes zijn kort en overzichtelijk, de gebruiker vindt intuïtief de weg. De capaciteit is voldoende om pieken in reizigersaantallen veilig af te vangen en voor de reiziger om de trein veilig, snel en ongehinderd te bereiken. De toekomstvaste bereikbaarheid van het station als OV-knooppunt en de vloeiende transfer zijn de basis voor een goed functionerend station en vormen het uitgangspunt voor keuzes binnen programma’s, inrichting en beheer. Het consistent toepassen van een uniform Stationsconcept vergroot de voorspelbaarheid.5 De beweg wijzering en informatievoorziening zijn zodanig goed dat het gebruik van het station gemakkelijk is. Ook voor internationale reizigers is de overstap en wachttijd op het station comfortabel en is de informatie voorziening over de reis, route en voorzieningen er op orde. Dit geldt zowel op de grotere intercitystations waar internationale treinen halteren, als de kleinere stations aan de landsgrenzen. Hiermee leveren stations een bijdrage aan het aantrekkelijker maken van internationale treinreizen als alternatief voor vliegverkeer.
Het wachten op een station is comfortabel en veilig Als reizigers moeten wachten op een station, dan is dit zo aangenaam en comfortabel mogelijk. Stations bieden comfortabele faciliteiten om op of nabij het perron overdekt en beschut tegen regen, wind en zon te wachten met voldoende zitplaatsen. Op de grotere stations zijn er mogelijkheden om de wachttijd vermakelijk en/of nuttig door te brengen. Wachten wordt hierdoor niet meer ervaren als tijdverlies, maar als toevoeging aan de reis. Het station voelt sfeervol aan door kwalitatief hoogwaardige vormgeving, 5
Spoorbeeld – Het Stationsconcept (2012). Stationsagenda | 24
25 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
het koesteren en onderhouden van cultuurhistorisch erfgoed, de toepassing van inspirerende kunst en door passend gebruik van verlichting en planten. Stations worden goed onderhouden en zijn schoon. Dit stimuleert gebruikers onbewust om er ook zorgvuldig mee om te gaan. Het station is sociaal veilig ingericht en het risico op (cybersecurity)aanvallen en aanslagen is beperkt. De gebruiker kan zich goed oriënteren, heeft goede zichtlijnen en er zijn zo min mogelijk obstakels of donkere hoeken. De voorzieningen op en rondom het station zijn zodanig dat er vaak ogen en oren aanwezig zijn en het levendig aanvoelt. Op tijdstippen dat dit minder is, zijn er voorzieningen aanwezig om de veiligheid te verhogen, zoals licht- en geluidssystemen of mogelijk camerabewaking. Vanwege de grote invloed van de omgeving van het station op sociale veiligheid, spelen hier partijen zoals de vervoerder, de gemeente, de politie en andere lokale instanties ook een belangrijke rol in.
Onze ambities rond prioritaire thema’s voor 2030 Transfercapaciteit > We streven naar de continue verbetering in het beperken van fysieke risico’s op de perrons en in de transfer. > Op basis van een gezamenlijk begrip van veiligheidsrisico’s pakken we knelpunten in de transfercapaciteit aan. > We beperken de kans op incidenten tot zo laag als redelijkerwijs uitvoerbaar is. Voldoen aan weten regelgeving is daarbij het vertrekpunt. > Fysieke veiligheid is integraal onderdeel van alle beslissingen op en rond stations. > Er is sprake van lerend vermogen: we leren van incidenten, delen kennis en werken samen met stakeholders.
Sociale veiligheid > We zorgen er samen met onze partners voor dat het behaalde niveau van sociale veiligheid op stations behouden blijft en waar mogelijk verbetert.6 > We monitoren de reizigersbeleving van sociale veiligheid met de Stationsbelevingsmonitor om te zien of we de juiste acties ondernemen. We breiden positieve trends tijdig uit en signaleren negatieve trends om bij te kunnen sturen. > We streven naar een voldoende voor elk station als het gaat om de sociale veiligheidsbeleving van de reiziger.
Toegankelijkheid > We streven er naar dat alle schakels in een ketenreis met het openbaar vervoer kloppen, waaronder ook het treinstation. Daarom streven we naar de continue verbetering van de toegankelijkheid van stations voor alle gebruikers. > In 2030 zijn alle stations zelfstandig toegankelijk voor reizigers met een beperkte mobiliteit. Het Programma Toegankelijkheid is dan afgerond en alle stations voldoen aan de technische eisen van de Europese Unie en worden ook op dat niveau gehouden.7 > Trappen zijn goed vindbaar en toegankelijk voor blinden en slechtzienden. Ook liften, hellingbanen en roltrappen zijn goed vindbaar, toegankelijk voor iedereen en kennen zo min mogelijk uitval.
6 Conform de ambitie in het Landelijk Convenant Sociale Veiligheid 2020-2025. 7 EU verordening betreffende de technische specificatie inzake interoperabiliteit betreffende toegankelijkheid van het spoorwegsysteem in de Unie voor gehandicapte personen met beperkte mobiliteit (Technical Specifications for Interoperability Persons with Reduced Mobility, version 2014). Stationsagenda | 26
27 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Visie op het station als multimodaal knooppunt In bredere zin vervullen de meeste stations ook de rol van multimodaal knooppunt, waarin de in-, uit- en overstap op andere duurzame vormen van mobiliteit wordt gefaciliteerd. Deze functie wordt ingevuld in het ontvangstdomein maar ook het omgevingsdomein van het station. Daarom zijn voor het succesvol realiseren van deze functie meer partijen nodig, waaronder ook concessieverleners, gemeenten, vervoerders en mobili teitsaanbieders.
Het station verknoopt een rijk mobiliteitsaanbod Alle modaliteiten op een station (trein, stads- en streekvervoer, langeafstandsbussen, taxi, auto, deelmobiliteit) zijn goed op elkaar en op de voetganger en fietser aangesloten. Het mobiliteitsaanbod op het station is breed, goed afgestemd op de lokale behoefte en fysiek goed geïntegreerd voor een snelle overstap. Reizigers worden optimaal van deur tot deur bediend met goede aansluitingen op alle vormen van voor- en natransport, ook bij eventuele verstoringen. Fietsenstallingen en stations lopen soepel in elkaar over en maken de keuze voor het OV aantrekkelijk. De combinatie (deel)fiets-OV blijft populair en draagt sterk bij aan de bereikbaarheid van centrumgebieden. Bovendien draagt de grote hoeveelheid fietsers bij aan de gezondheid en luchtkwaliteit. Ook faciliteren stations de automobilist om gemakkelijk en comfortabel op de trein over te stappen. Op een overzichtelijke en eenvoudige wijze wordt de reiziger in staat gesteld een optimale keuze te maken voor zijn of haar reis op basis van de bestemming en onafhankelijk van de modaliteit. Door middel van integrale en persoonlijke reisinformatie en een goede bewegwijzering en inrichting (met zo min mogelijk fysieke scheidingen) wordt de reiziger begeleid naar de modaliteit die op dat moment het beste past.
De diverse deelmobiliteitsconcepten (deelfiets, deelauto en micromobiliteit) zijn maximaal gekoppeld. Het aanbod van deelmobiliteit is afgestemd op de lokale behoeften en die van de reizigers en sluit aan op de positie van het station in het netwerk. In stedelijk gebied is het aanbod gericht op kortere afstanden en een hoogstedelijke omgeving, in landelijker gebied is het aanbod geschikt voor het afleggen van langere afstanden als aanvulling op het OV- aanbod. Ondanks de verschillende aanbieders is het aanbod wel landelijk herkenbaar. Lichte elektrische voertuigen, zoals elektrische (bak)fietsen, zijn volledig geïnte greerd in het aanbod van voorzieningen.
Het station is adaptief en faciliteert nieuwe ontwikkelingen op het gebied van mobiliteit De toekomst van mobiliteit kent veel onzekerheden. De groei van internationaal treinvervoer, lange afstandsbusvervoer, deelmobiliteit en Mobility as a Service (MaaS), of de introductie van nieuwe vervoer middelen is moeilijk te voorspellen. Evenals de snelheid waarmee technologieën zoals rijtaak ondersteunende systemen in de komende decennia in het OV en het verkeer rondom stations ingeburgerd zijn. Stations en stationsgebieden worden daarom adaptief vormgegeven en houden voldoende ruimtelijke reserveringen om toekomstbestendige mobiliteitsinnovaties in te passen. In de fysieke ruimte en in de planvorming wordt rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen zoals benodigde routes en voorzieningen voor autonome voertuigen en deelmobiliteit. Stationsagenda | 28
Onze ambities rond prioritaire thema’s voor 2030 Fietsparkeren > We werken continu aan het verbeteren van de kwaliteit van het aanbod aan fietsparkeerplekken. Hierbij zorgen we voor intuïtief vindbare locaties met een korte zoektijd naar een plek, korte looproutes naar de perrons, een goede aansluiting op fietsroutes, veiligheid en een goede dienstverlening. > De toenemende beschikbaarheid en kwaliteit van het aantal fietsparkeerplekken zorgt voor de toenemende aantrekkingskracht van de combinatie fiets-OV voor zowel het voor- als het natransport. Dit draagt bij aan de ambitie uit het Nationaal Toekomstbeeld Fiets dat de Nederlandse bevolking in 2027 20% meer fietskilometers aflegt. > We streven naar het vergroten van de hoeveelheid fietsparkeerplekken bij stations voor fietsen van verschillende soorten en maten, waarbij we uitgaan van gezamenlijke prognoses van de vraag en daar bouwen waar de behoefte voor uitbreiding het grootst is. Tot 2030 is de realisatie van ruim 600.000 beschikbare fietsparkeerplekken voorzien.Daarmee is beschikbaarheid in lijn met de prognose van de Integrale Mobiliteitsanalyse 2021. > Voor bewaakte, overdekte fietsenstallingen verbeteren we in samenwerking met decentrale overheden de (financiële) processen, zodat deze stallingen vlot gerealiseerd en duurzaam geëxploiteerd en beheerd kunnen worden.
Hierbij kijken we onder andere naar het beter benutten van investeringen en het beperken van de kosten, maar ook naar openstaande vragen rond kostenverdeling, BTW, aanbesteden en rollen en verantwoordelijkheden.
Deelmobiliteit > Het station is een katalysator voor het gebruik van deelmobiliteit. Een toenemend deelmobiliteits aanbod op stations zorgt voor meer keuzemogelijkheden voor de reiziger in de reis van deur tot deur. > Op ieder station is tenminste 1 deelfietsaanbieder (zoals de OV-fiets, Arriva Deelfiets of een andere aanbieder) actief zodat reizigers altijd de keuze voor de deelfiets als voor- of natransportmiddel kunnen maken. > Door slim ontwerp sluiten de modaliteiten naadloos op elkaar aan en ontstaat geen verrommeling rond het station door het groeiende deelmobiliteitsaanbod. De diverse deelmodaliteiten worden gefaciliteerd en zijn goed geïntegreerd in stallingen of de openbare ruimte waarbij de verbinding tussen station en omgeving blijft bestaan. > Op steeds meer locaties heeft de voetganger prioriteit, dan de fietser, dan het openbaar een collectief vervoer, dan deelmobiliteit en als laatst pas de privéauto (STOMP-principe). Op die manier blijft het station voor iedereen bereikbaar.
Reisinformatie > We streven naar de continue verbetering van het aanbod van (realtime) reisinformatie op het station van de verschillende vervoerders en mobiliteitsaanbieders. > De bewegwijzering bestaat uit simpele pictogrammen en kleuren. We blijven deze verbeteren en updaten deze periodiek aan de hand van nieuwe (digitale) ontwikkelingen en signalen van gebruikers. > Plattegronden, looproutes en eigenschappen van stations worden zo veel mogelijk (ook in 3D) via open data ontsloten om het potentiële aanbod van gepersonaliseerde reisadviezen te verrijken.
Profilering van vervoerders > Gebruikers van een station weten de diensten van verschillende OV-vervoerders en OV-concessie verleners op het station goed te vinden, de verschillende manieren van betalen zijn helder. Ook is voor de gebruiker altijd duidelijk wie de dienstverlenende partij is tot wie die zich kan richten voor meer informatie of contact over de dienstverlening. > Het aanbod en de presentatie van OV-vervoerders en OV-concessieverleners op het station is eenduidig, herkenbaar en afgestemd op de behoefte van de gebruiker. > We hanteren duidelijke uniforme ontwerpprincipes en updaten deze wanneer daar aanleiding voor is en dit van toegevoegde waarde is vanuit het perspectief van de gebruiker.
29 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Stationsagenda | 30
Visie op het station als bestemming Een deel van de stations fungeert ook als bestemming om te bezoeken en samen af te spreken voor nietreizigers. Deze functie wordt ingevuld in het verblijfdomein van het station, maar ook in het omgevings domein. Daarom zijn voor deze functie meer partijen nodig, waaronder gemeenten en ondernemers in de omgeving van het station.
Het station vervult een belangrijke functie als levendig middelpunt van een stad of dorp In de grote steden heeft het stationsgebied de kenmerken en kwaliteit van een hoogstedelijk centrum gebied met volop voorzieningen en diensten en plaats voor wonen, werken, recreëren en winkelen. In de kleine steden, dorpen en wijken biedt het station en zijn directe omgeving ruimte voor lokaal relevante functies en stimuleert het het ontstaan van sociaal contact en netwerken. Op landelijk gelegen stations is het station landschappelijk ingebed en zo mogelijk een buitenpoort: een vertrekpunt voor recreatie in het omliggende landschap en de natuur. Het station functioneert als een centrale en levendige plek in de omgeving die naast mobiliteit ook andersoortige activiteiten stimuleert en faciliteert. Omgevingspartijen en burgers voelen zich betrokken bij het station en dragen hun steentje bij. Op en rondom het station is een aantrekkelijk programmering, waarbij culturele organisaties en sociale ondernemers de ruimte krijgen om activiteiten uit te rollen. Stationsruimtes worden goed benut en zorgen voor levendigheid in de stationsomgeving. De positieve bijdrage aan het station en de omgeving en het gewenste inclusieve en verbindende karakter staan voorop bij het bepalen van een geschikte invulling voor de ruimtes.
Steeds meer mensen gebruiken het station als plek om elkaar te ontmoeten en er langer te verblijven Afhankelijk van de functie, schaal en ligging van een station komen er naast de basisvoorzieningen voor een goede transfer aanvullende voorzieningen bij die het station en zijn omgeving ook een interessante plek maken om elkaar te ontmoeten en er te verblijven. Zowel reizigers als bewoners vinden ruimte op en rondom deze verblijfsstations voor ontmoeting en voor recreatie. Ook voor werken en vergaderen zijn deze stations een steeds aantrekkelijkere locatie. Het aanbod van voorzieningen op stations is maatwerk en lokaal in te vullen: breed en divers aanbod, verrassend en onderscheidend (van de omgeving). De voorzieningen zijn een goede mix van commercieel en maatschappelijk en zijn toegankelijk en betaalbaar voor mensen uit diverse doelgroepen.
Het ontwerp van stations weerspiegelt de lokale identiteit, met generieke kenmerken voor landelijke herkenbaarheid We hanteren op elk station de landelijke ontwerpprincipes uit het Spoorbeeld. Hierdoor herkent de gebruiker steeds weer vertrouwde elementen. Tegelijkertijd worden stations locatiespecifiek ontworpen, met een ontwerp dat past bij de omgeving en de functie van het station. Stationsgebouwen zijn aantrekkelijk, hoogwaardig en duurzaam vormgegeven en ingericht en kennen een grote diversiteit in architectuur, waarbij de gebruiker ook steeds ervaart dat hij op een unieke plek aankomt. 31 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Stations worden mooi oud. Op en rondom het station is aandacht voor de geschiedenis van de locatie, het spoor en het station en bijzondere cultuurhistorische waarden en karaktervolle oude elementen.
Onze ambities rond prioritaire thema’s voor 2030 Wachten, verblijven en ontmoeten > We verbeteren het wachtmoment op stations, opdat de waardering van het wachten als primair onderdeel van de OV-reis stijgt en het reizen met het OV steeds aantrekkelijker wordt. > Op basis van gebruikersbehoeften werken we aan het continu verbeteren van de wachttijdbeleving op stations. De beleving op stations die op basis van de Stationsbelevingsmonitor laag scoren op wachttijdbeleving wordt op basis van onderzoek systematisch verbeterd. > De basis van een goede wachttijdbeleving op het station zijn zitplaatsen en goede beschutting. Op elk station bieden we een passend aanbod van functionele en prettige wachtvoorzieningen aan, die beschutting bieden tegen hinderlijke weersinvloeden (wind/tocht, neerslag en zon). Op stations met lage reizigersaantallen en/of zeer smalle perrons zoeken we naar nieuwe, kosten effectieve wijzen om hier invulling aan te geven, eventueel in samenwerking met gemeenten. > Steeds meer grotere stations(omgevingen) hebben hiernaast ook de mogelijkheid om comfortabel langere tijd op het station te verblijven en elkaar te ontmoeten.
Maatschappelijke initiatieven > Op steeds meer stations krijgen sociale, culturele en maatschappelijke initiatieven, die passen bij de locatie, de mogelijkheid om hun activiteiten te ontplooien. > Deze aanpak past in een brede trend van actieve betrokkenheid van gemeenschappen (communities) bij publieke taken en plekken en wordt daardoor steeds meer gemeengoed in Nederland. Initiatieven in de omgeving worden in samenspraak met o.a. gemeenten gefaciliteerd en gestimuleerd. > Hiermee vergroten we de inzet en betrokkenheid van mensen voor het station en de stations omgeving. Maatschappelijke initiatieven dragen bij aan levendigere en prettigere (regionale) stations en vergroten de publieke waarde van het station.
Stationsagenda | 32
Visie op het station als visitekaartje voor duurzaamheid, gezondheid en innovatie Elk station kan ook een functie vervullen op het gebied van duurzaamheid, gezondheid en innovatie. Deze functie kan in alle domeinen worden vervuld: het reisdomein, ontvangstdomein, verblijfdomein en omgevingsdomein. Alle partijen met een rol op en rondom het station kunnen hier een bijdrage aan leveren.
Het station en de omgeving zijn groen, duurzaam en klimaatbestendig ingericht Stations dragen bij aan de duurzame mobiliteitstransitie en zijn daarnaast ook zelf een koploper op het gebied van duurzaamheid. Door toekomstbestendig te ontwerpen, ruimtes goed te benutten en functies te combineren, wordt de behoefte aan verbouw en nieuwbouw zo veel mogelijk beperkt. Bijvoorbeeld door samenwerkingen aan te gaan voor dubbelgebruik (van bijvoorbeeld parkeerplekken) met omliggend vastgoed. Het energiegebruik van het station wordt beperkt, onder andere door zuinige verlichting, liften en roltrappen. De gebruikte energie wordt duurzaam op, bij en door het station opgewekt en voorziet in de behoefte van het station zelf, en soms zelfs van de omgeving. De toegepaste materialen en constructies in en rond het station zijn maximaal circulair, demontabel, hebben een lage CO2 voetafdruk en zijn waar mogelijk bio-based. Ook op andere vlakken wordt de CO2 uitstoot beperkt, bijvoorbeeld tijdens de bouw.
33 | Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat
Zowel het station als de omgeving zijn natuurinclusief en biodivers ontworpen en ingericht met aandacht voor klimaatadaptatie. Dit draagt bij aan een aantrekkelijke en maximaal groene openbare ruimte en helpt hittestress en wateroverlast te voorkomen.
Gebruikers van het station worden gestimuleerd tot een gezonde en duurzame levensstijl Stations functioneren als "blue zones" in hun omgeving: plekken waar een gezonde levensstijl centraal staat. Ze worden steeds meer een visitekaartje voor gezond, duurzaam en inclusief (samen)leven. De bezoeker van het station of de omgeving wordt gestimuleerd tot een gezonde levensstijl. Het voedings aanbod is gezond en gevarieerd, zowel in de winkels en horeca als in de automaten. Via subtiele duwtjes en beloningen wordt de gebruiker gefaciliteerd om een gezonde keuze te maken. In het station en in de omgeving zijn er diverse mogelijkheden voor sport en beweging en is alles rookvrij ingericht. Ondernemers reduceren en scheiden hun afval en de gebruikers worden hier ook toe gestimuleerd.
Het station functioneert beter door slim gebruik van (open) data en technologie Het station van de toekomst kent (binnen de grenzen van de privacywetgeving) technologie in alle toepassingsmogelijkheden. Technologie helpt om het gebruiksgemak te vergroten; zo ondersteunen intelligente apps en artificial intelligence reizigers met begeleiding, snel instappen, sfeer, reisinformatie en services. Het station biedt (experimenteer)ruimte voor innovaties op basis van de nieuwste inzichten. Hierbij staat inclusiviteit en gebruiksgemak altijd voorop en is design for all altijd het uitgangspunt. Waar nodig is naast technologie ook menselijke ondersteuning voor de kwetsbare gebruikers. Technologie draagt daarnaast ook bij aan het beheer en onderhoud van het station en aan het monitoren van de drukte en veiligheid. Met sensoren, camera’s en drones wordt bijvoorbeeld het gebruik en de staat van assets, loopstromen of luchtkwaliteit gemonitord om processen efficiënter te maken en tijdig bij te kunnen sturen.
Onze ambities rond prioritaire thema’s voor 2030 Duurzaamheid > We streven er naar dat de stations steeds duurzamer worden en bijdragen aan de landelijke en internationale doelstellingen rond duurzaamheid. Stations worden energiezuinig en waar mogelijk energieneutraal en gasloos, zijn steeds meer circulair, hebben een positieve impact op de natuurlijke omgeving en zijn toekomstbestendig gebouwd. Elektrische mobiliteit krijgt in de stationsomgeving een steeds grotere rol. > Stations zijn steeds meer klimaatrobuust en weerbaar voor de gevolgen van wateroverlast, droogte, hitte en wind. > Duurzaamheid en biodiversiteit zijn integraal onderdeel van alle projecten die op en rondom stations worden uitgevoerd. Projecten leiden tot behoud of toename hiervan. Ook ondernemers en opdrachtnemers op stations worden gestimuleerd om duurzaam te ondernemen.
Stationsagenda | 34
Visie op het station als verbinder in zijn omgeving Elk station kan ook een functie vervullen in het richten en ordenen van ruimtelijke ontwikkelingen. Stations gebieden vormen interessante locaties voor woningbouw en verstedelijking. De stations zelf kunnen daarbij belangrijke verbindingen vormen tussen de verschillende wijken aan weerszijden van het spoor. Deze functie kan in het ontvangstdomein, verblijfdomein en omgevingsdomein worden vervuld. Alle partijen met een rol op en rondom het station kunnen hier een bijdrage aan leveren.
Het station en de omgeving zijn toegankelijk en de voetganger en fietser krijgen er ruim baan Iemand die zich door het station en de stationsomgeving begeeft ervaart zo min mogelijk drempels. Er zijn overal begaanbare toegangsmogelijkheden zonder onnodige belemmeringen of barrières, en de entrees van het station zijn makkelijk te vinden. De toegang tot bus, tram en metro op het station is breed opgezet, toegankelijk voor mensen met een beperking, conflictvrij te bereiken en biedt snel overzicht. In de omgeving van het station staan de voetganger en fietser centraal. Op en rond grotere stations zijn vervoersstromen zoveel mogelijk ontvlochten en fysiek gescheiden zodat stromen elkaar niet in de weg zitten en er maximaal ruimte is voor voetganger en fietser. Op kleinere stations zijn de verkeersstromen ook veilig en gescheiden ingericht maar wel gebundeld, zodat langs die stromen reuring ontstaat en gebruikers voelen dat ze niet alleen zijn. Steeds meer reizigers die een korte afstand tot een station afleggen, doen dit te voet. Een voetganger heeft weinig ruimte nodig; alles wat hij nodig heeft is een aantrekkelijke en veilige route van en naar het station.