06-05 Concept Begroting 2026 Wedeka Bedrijven
Tekst van het document
Begroting 2026
Wedeka Bedrijven Electronicaweg 29 9503 GA Stadskanaal Postbus 194 9500 AD Stadskanaal Telefoon E-mail Internet
0599-692000 info@wedeka.nl www.wedeka.nl
BEGROTING EN MEERJARENRAMING 2026 Inhoud
blz.
Hoofdstuk 1 Bericht van het Dagelijks Bestuur
3
Hoofdstuk 2 Programmaplan
4
Hoofdstuk 3 Verplichte paragrafen 3.1 Weerstandsvermogen
6
3.2 Onderhoud kapitaalgoederen
8
3.3 Financiering
8
3.4 Verbonden partijen
11
3.5 Bedrijfsvoering (inclusief investeringsoverzicht)
11
3.6 Wet Open Overheid
15
Hoofdstuk 4 Begroting en meerjarenraming 4.1 Financiële positie
18
4.2 Overzicht van baten en lasten
19
4.3 Toelichting op de financiële positie
20
4.4 Toelichting op het overzicht van baten en lasten
24
4.5 Meerjarenraming
31
4.6 Vaststelling
32
Bijlage 1: Geprognosticeerde balans
33
Bijlage 2: EMU-saldo
34
Bijlage 3: Overzicht van baten en lasten naar taakveld
35
2 Begroting 2026
HOOFDSTUK 1 BERICHT VAN HET DAGELIJKS BESTUUR Als voorzitter van het bestuur presenteer ik graag onze begroting 2026. Vergeleken met de meerjarenramingen die betrekking hadden op het jaar 2026 uit eerdere begrotingen laat de echte begroting over 2026 een aanmerkelijk beter resultaat zien. Hierin zit de vertaling van de inspanningen van de eerdere jaren. Het is goed om dat hier te constateren. Vanuit deze stevige basis wordt door Wedeka en gemeenten hard gewerkt om het sociaal ontwikkelbedrijf van de toekomst voor een brede doelgroep vorm te geven. Daarvoor worden gezamenlijk de plannen ontwikkeld en inhoud en vorm gegeven. En daarbij wordt rekening gehouden met de eigenheid van elke gemeente en het lokale netwerk van inwoners, ondernemers en samenwerkingspartners. En deze omslag willen we binnen de kaders van de begroting realiseren met behoud van het goede en voor een bredere doelgroep in ons werkgebied van de vijf gemeenten. Het is heel belangrijk dat we zekerheid en continuïteit bieden voor onze werknemers (bestaanszekerheid) en de organisatie openstellen voor andere inwoners die behoefte hebben aan verdere ontwikkeling. Het ontwikkelen van eigen werknemers en inwoners is goed voor de mensen zelf, maar kan ook een antwoord zijn op de groeiende vraag op de arbeidsmarkt. Het sociaal ontwikkelbedrijf Wedeka kan en wil daar een bijdrage aan leveren.
Daarom is het motto: Wedeka, voor elkaar!
M. Verschuren Voorzitter Wedeka
3 Begroting 2026
HOOFDSTUK 2 PROGRAMMAPLAN Met de uitvoering en realisatie van het ombouwplan is een fundament gelegd voor het toekomstig sociaal ontwikkelbedrijf voor de brede doelgroep. We zijn nu in een volgende fase beland, waarin we stap voor stap samen met onze gemeenten gaan werken aan de verdere invulling van het sociaal ontwikkelbedrijf. Daarin zal de gezamenlijke dienstverlening aan inwoners en werkgevers uit verschillende vestigingen een belangrijke rol vervullen. Voor elke vestiging en gemeente wordt de vorm gezocht die het beste past binnen de lokale afspraken en binnen het lokale netwerk en samenwerkingsverband. Het sociaal ontwikkelbedrijf is er voor de ontwikkeling van de eigen werknemers en wil een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van andere inwoners. We hebben op de arbeidsmarkt iedereen nodig. Het organiseren van werk in een beschutte werkomgeving is en blijft een kerntaak. De verscheidenheid aan werksoorten zijn nodig voor de eigen werknemers, maar de werksoorten zijn ook een middel voor het opleiden en ontwikkelen van nieuwe kandidaten in een praktische omgeving. Het creëren van ontwikkelcentra in samenwerking met gemeenten, werkgevers en maatschappelijke organisaties op verschillende locaties is noodzakelijk om zoveel mogelijk inwoners te ontwikkelen, mee te laten doen in de samenleving en toe te leiden naar de arbeidsmarkt.
Het sociaal ontwikkelbedrijf is hierin één van de samenwerkingspartners en verricht werkzaamheden ten behoeve van het ontwikkelvraagstuk van de inwoner. Op verschillende locaties in ons werkgebied zijn al stappen gezet in deze richting:
Stadskanaal: Samen met de gemeente, waarbij vanuit de gemeente invulling wordt gegeven aan het projectleiderschap, wordt het ontwikkelcentrum aan de Electronicaweg 5 gerealiseerd. Werksoorten van Wedeka rondom kringloop, groen, horeca, post en opleiding en dienstverlening van de gemeente in het kader van trajecten en werkgeversadvies en overige dienstverlening van andere samenwerkingspartners komen op die locatie samen. Voor de verdere toekomst (3 tot 5 jaar) wordt in Stadskanaal met ondersteuning vanuit de economische agenda gewerkt aan de planvorming om op een volgende locatie een volgende stap te maken in de dienstverlening aan inwoners en organisaties. Veendam: Ook in Veendam zetten we in op een verdere samenwerking en maken we stappen om te komen tot een volwaardig ontwikkelcentrum op de huidige locatie. Samen met de samenwerkingspartners in het pand worden de plannen voorbereid. In de loop van dit jaar zal meer duidelijk worden over de voorstellen. De dienstverlening van de gemeente en het aanbod van Wedeka worden gezamenlijk ingezet voor de dienstverlening aan inwoners. Westerwolde: De samenvoeging van alle onderdelen op één locatie in Ter Apel is/wordt in de loop van 2025 gerealiseerd. Het gebiedsteam van de gemeente, industrie, kringloop, groen, circulair ambachtscentrum, horeca en de dienstverlening van samenwerkende partners, o.a.
onderwijs, vindt vanuit één nieuwe en duurzame locatie plaats. Dat is voor het sociaal ontwikkelbedrijf wat we willen worden een soort proeftuin. Hier gaan we leren samen met de samenwerkingspartners hoe we de dienstverlening aan inwoners en ondernemers optimaal samen kunnen vormgeven, inclusief de samenwerking met Afeer. 4 Begroting 2026
Borger–Odoorn en Midden-Groningen: In deze gemeenten heeft Wedeka geen dienstverleningslocatie, maar ook voor de inwoners en ondernemers van deze gemeenten is de inzet om te komen tot optimale dienstverlening binnen de lokale afspraken, het netwerk en het samenwerkingsverband. Uiteraard zijn werknemers van deze gemeenten bij Wedeka aan het werk, inwoners maken gebruik van de dienstverlening vanuit onze locaties en we zijn met onze werkzaamheden (o.a. groen en grijs) ook binnen deze gemeenten zichtbaar aan de slag. En dat doen we in goede afstemming met Emco en BWRI (Midden-Werk), de beide andere sociaalontwikkelbedrijven van deze gemeenten.
Voorgaande laat zien waar we stap voor stap naar willen toewerken, maar daar zit een hele belangrijke voorwaarde aan. Als we een sociaal ontwikkelbedrijf voor een brede doelgroep van onze vijf gemeenten willen zijn dan is het noodzaak dat we het huidige werk en activiteiten kwalitatief en kwantitatief op een hoog niveau blijven organiseren binnen de kaders van de begroting. De opdracht om werk in een beschutte werkomgeving te organiseren voor de werknemers en inwoners blijft de komende decennia een kerntaak. De inhoud van de begroting 2026 gaat vooral daarover en dat laat zien dat het ons lukt om voor 2026 en verder het tekort verder te laten dalen ten opzichte van de eerdere meerjarenramingen. Dit fundament is essentieel voor het sociaal ontwikkelbedrijf. We breken het huis niet af, maar verbeteren het stap voor stap in samenwerking met de gemeenten en samenwerkingspartners om een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf te bouwen voor werknemers, inwoners en ondernemers. Voor de invulling van het sociaal ontwikkelbedrijf maken we gebruik van de impulsgelden en ondersteuning vanuit VNG. En daar waar het kan, zetten we ook in op extra financiering vanuit de budgetten die beschikbaar komen voor arbeidsmarktregio Groningen (JTF, Nationaal Programma Groningen en Nij Begun). Wij zijn er voor elkaar!
Ernst Ottens Algemeen directeur
5 Begroting 2026
HOOFDSTUK 3 VERPLICHTE PARAGRAFEN 3.1 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING Het weerstandsvermogen bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden om onverwachte, niet begrote kosten te kunnen dekken. Tot het weerstandsvermogen wordt de algemene reserve gerekend. Zoals uit de financiële positie blijkt, beschikt Wedeka over een algemene reserve van ruim € 1,8 miljoen. Op grond van de Gemeenschappelijke Regeling en de Wet Gemeenschappelijke Regelingen, mede in combinatie met eisen van de Bank Nederlandse Gemeenten worden tekorten van Wedeka gedekt door de deelnemende gemeenten. De deelnemende gemeenten zijn verantwoordelijk voor de continuïteit. Daarmee is de continuïteit van de organisatie gewaarborgd. Om voorliggende begroting goed te kunnen beoordelen, volgend onderstaand alle bekende risico’s, die in de begroting besloten liggen: Netto opbrengsten Van de totale netto opbrengsten is slechts een gedeelte vastgelegd in meerjarige contracten. Dit geldt hoofdzakelijk voor de groepsdetacheringen Groen, groepsdetachering Businesspost, groepsdetachering Schoonmaak en een beperkt aantal contracten bij de Industrie en Dienstverlening. De resterende opbrengsten hebben betrekking op kortlopende orders waarvoor telkens opnieuw acquisitie wordt gepleegd.
Loonkosten Wsw personeel Per 1 januari 2026 zullen de sociale premies opnieuw worden vastgesteld, waardoor de werkgeverslasten kunnen stijgen. In de begroting 2026 is gerekend met de premies over het jaar 2025. Daarnaast zijn de loonkosten gebaseerd op het te verwachten aantal fte’s. Dit aantal wordt ingeschat door het werkelijk aantal fte’s van heden te verminderen met de bekende gepensioneerden. Daar bovenop komen de medewerkers die om andere redenen Wedeka verlaten. Indien de werkelijkheid afwijkt van de gemaakte inschatting zullen de loonkosten ook gaan afwijken. Loonkosten ambtelijk personeel De huidige cao heeft een looptijd tot en met 31 maart 2025. In de begroting is rekening gehouden met een loonstijging van 2%. Indien er voor 2026 en de volgende jaren een andere loonsverhoging wordt overeengekomen zal dit een voor- of nadeel ten opzichte van de begroting en meerjarenraming met zich mee brengen. Daarnaast geldt dat, net als bij de Wsw-loonkosten, er geen rekening is gehouden met veranderde sociale wetgeving per 1 januari 2026. In de begroting is rekening gehouden met vervanging i.v.m. pensionering van Wsw-werkleiding door ambtelijk personeel. Indien er door overige redenen Wsw-werkleiding vervangen dient te worden dan betekent dit een stijging van de loonkosten, aangezien er voor deze medewerkers geen subsidie wordt ontvangen.
6 Begroting 2026
Rijksbijdragen De Rijksbijdrage is niet beïnvloedbaar door Wedeka. Bij het bepalen van de rijksbijdrage houdt het Ministerie rekening met een taakstellende daling van het landelijk aantal se’s. De werkelijke ontwikkeling van se’s kan anders zijn dan deze landelijke ontwikkeling. Er bestaat dus onzekerheid over het exacte tempo (en daarmee het bedrag) waarin de Rijksbijdrage daadwerkelijk wordt afgebouwd. De hoogte van de Rijksbijdrage voor het begrotingsjaar wordt in de meicirculaire 2026 bekend waarna deze pas in de septembercirculaire 2026 definitief wordt vastgesteld. Overige risico’s De verplichting uit hoofde van huur- en leaseovereenkomsten betreft met name de huur van de Kringloopvestigingen in Veendam en buitenlocaties voor de Groen. De totaal resterende contractduur van de overeenkomsten betekend nog een totale verplichting van € 702.000,-. Andere dan genoemde risico’s zijn ons op dit moment niet bekend. Regeling financiële kengetallen begroting en jaarverslag Begroting 2026 Verloop van de kengetallen Begroting Boekjaar Kengetallen: 2026 2025 2024 Netto schuldquote
7,5%
10,7%
- 1,8%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen deelnemingen
7,5%
10,7%
-1,8%
Solvabiliteitsratio
53,6%
46,8%
64,2%
Structurele exploitatieruimte
-30,6%
- 26,8%
- 23,3%
Grondexploitatie
nvt
nvt
nvt
Belastingcapaciteit
nvt
nvt
nvt
Als gevolg van de verbondenheid met de deelnemende gemeenten zijn de kengetallen alleen in relatie met de financiële ratio’s van de deelnemende gemeenten te beoordelen. Toelichting kengetallen: De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. De hoogte van de schuld die Wedeka kan dragen hangt in belangrijke mate af van de hoogte van de inkomsten. Het kengetal geeft de netto schuld als aandeel van de inkomsten uitgedrukt in procenten. Het kengetal wordt zowel inclusief als exclusief alle verstrekte geldleningen berekend. Hiermee wordt in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte geldleningen is en betekent voor de schuldenlast. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% wordt als normaal beschouwd, boven 100% is er weinig leencapaciteit over.
7 Begroting 2026
De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin Wedeka in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het kengetal drukt het eigen vermogen uit als percentage van het balanstotaal. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid. Voor de beoordeling van het structurele en reële evenwicht van de begroting wordt onderscheid gemaakt tussen structurele en incidentele baten en lasten. De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves, gedeeld door de totale baten (exclusief mutaties reserves) en uitgedrukt in een percentage. Het kengetal geeft aan welke structurele ruimte Wedeka heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. 3.2 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN Het onderhoud aan de kapitaalgoederen van Wedeka wordt door de onderhoudsdienst deels in eigen beheer uitgevoerd en deels uitbesteed aan externe bedrijven of specialisten. Het onderhoud kan worden uitgesplitst naar diverse vormen: werktuigbouwkundig onderhoud; elektrotechnisch onderhoud; bouwkundig onderhoud.
Voor registratie en herkenning van productiemiddelen wordt een middelenbeheerssysteem gehanteerd. Middels dit systeem worden onder meer onderhoudsfrequenties, wettelijke keuringen, inspecties en machinegegevens geregistreerd. 3.3 FINANCIERING Algemene ontwikkelingen Via de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) is de treasury van gemeenten en overheidslichamen geregeld. Treasury is het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. Ingevolge de wet heeft Wedeka een treasurystatuut opgesteld en is in de begroting en jaarrekening een financieringsparagraaf opgenomen, waarin verantwoording over het treasurybeleid wordt afgelegd. Treasurybeheer Wedeka heeft een laag risicoprofiel doordat de rentepercentages van de langlopende leningen voor langere tijd vastliggen, er geen gebruik wordt gemaakt van derivaten en de gelduitzettingen gering zijn.
8 Begroting 2026
In deze begroting zijn opgenomen: a. een toetsing van de wettelijk toegestane kasgeldlimiet aan de netto vlottende schuld; b. toetsing van de vastgestelde renterisiconorm aan de renterisico’s van de vaste schuld; c. een weergave van de kredietrisico’s; d. een financieringsoverzicht van de opgenomen geldleningen en de rentegevoeligheid hiervan. Ad a. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van een (vastgesteld) percentage van het totaal van de jaarbegroting van Wedeka. Deze wordt getoetst aan de netto vlottende schuld. De netto vlottende schuld per kwartaal is het gemiddelde van de netto vlottende schuld op de eerste dag van iedere maand in het desbetreffende kwartaal. In het volgende overzicht wordt de omvang van de vlottende schuld getoetst aan de wettelijke norm overeenkomstig de Wet Fido.
Omschrijving Omvang van de begroting per 1 januari (= grondslag) 1.
2.
3.
4.
Toegestane kasgeldlimiet In procenten van de grondslag In een bedrag
Bedragen per kwartaal (x € 1.000,-) 1 kw 2e kw 3e kw 4e kw 62.690 62.690 62.690 62.690 e
8,20% 5.141
8,20% 5.141
8,20% 5.141
8,20% 5.141
Omvang vlottende korte schuld Opgenomen gelden korter dan 1 jaar Schuld in rekening-courant Gestorte gelden door derden korter dan 1 jaar Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
0 0 0 0
Vlottende middelen Contante gelden in kas Tegoeden in rekening-courant Overige uitstaande gelden korter dan 1 jaar
7 300 0
6 300 0
8 300 0
7 300 0
- 307 5.141 5.448
- 306 5.141 5.447
- 308 5.141 5.449
- 307 5.141 5.448
Toets kasgeldlimiet a. Totaal netto vlottende schuld b. Toegestane kasgeldlimiet c. Ruimte (+) c.q. overschrijding (-)
(2-3) (1) (b-a)
9 Begroting 2026
Ad b. Renterisiconorm Het overzicht hierna brengt de renterisico’s voor de vaste schuld in relatie tot de renterisiconorm in beeld. De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het totaal van de begroting voor het komende jaar. Deze wordt getoetst aan de verwachte vaste schuldpositie bij Wedeka, waarbij telkens de situatie aan het begin van het jaar wordt genomen. Omschrijving Basisgegevens 1. Renteherzieningen 2. Betaalde aflossingen 3. Renterisico 4. Renterisiconorm 5a. Ruimte onder renterisiconorm 5b. Overschrijding renterisiconorm
Bedragen per jaar (x € 1.000,-) 2026 2027 2028 2029
(4>3) (3>4)
0 300 300 12.142 11.842 0
Berekening renterisiconorm 4a. Omvang begroting van het komende jaar 4b. Het bij Min. regeling vastgestelde % 4. Renterisiconorm (4bx4a)
60.712 20,0% 12.142
(1+2)
0 300 300 12.142 11.842 0
0 300 300 12.142 11.842 0
0 100 100 12.142 12.042 0
Ad c. Kredietrisico Wedeka kent geen risico’s die voortvloeien uit de mogelijkheid op een waardedaling van de vorderingspositie ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichting van de tegenpartij als gevolg van insolvabiliteit of deficit. Ad d. Financiering Door middel van onderstaand overzicht wordt inzicht gegeven in de samenstelling, de grootte en de rentegevoeligheid van de opgenomen lening.
Omschrijving
bedrag
Stand per 1 januari Reguliere aflossingen Vervroegde aflossingen Stand per 31 december
1.700 300 1.400
10 Begroting 2026
(Bedragen x € 1.000,-) gemiddelde invloed op rente rente 1,47% - 0,25% 1,54%
3.4 VERBONDEN PARTIJEN Wedeka B.V. Wedeka Bedrijven is enig aandeelhouder van de besloten vennootschap Wedeka B.V. In deze B.V. wordt in het kader van beschut werk ten behoeve van de gemeenten aan inwoners met een Beschut Werk indicatie een arbeidsovereenkomst aangeboden. Daarnaast worden in de B.V. afspraakbanen verloond. De loonkosten van zowel beschut werk als afspraakbanen worden aan Wedeka Bedrijven doorbelast aangezien Wedeka Bedrijven daadwerkelijk de werkzaamheden voor de B.V. uitvoert. De vergoedingen hiervoor worden vervolgens door Wedeka Bedrijven bij de gemeenten in rekening gebracht. Wedeka Baanderij (Stichting Baanderij) De directie en het Dagelijks Bestuur van Wedeka vormen ook de Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen van Stichting Baanderij. De samensmelting van de stichting met Wedeka Bedrijven blijkt ook uit de jaarstukken van de stichting; de lasten en baten van de stichting worden niet voor de stichting afzonderlijk begroot maar zijn geïntegreerd in de begroting en jaarstukken van Wedeka Bedrijven. 3.5 BEDRIJFSVOERING Wedeka Bedrijven kent sinds 2005 de controleverordening ex artikel 213 van de Gemeentewet waarin richtlijnen zijn opgenomen voor de accountantscontrole op het financieel beheer en de inrichting van de financiële organisatie.
De accountant toetst onder meer of Wedeka Bedrijven zich conformeert aan de geldende in- en externe regelgeving zoals bedoeld in het Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden. In onderstaande tabel is een niet-limitatief overzicht opgenomen van de voor Wedeka Bedrijven relevante regelgeving. Interne regelgeving Financiële verordening Wedeka Bedrijven (ex artikel 212 Gemeentewet) Treasurystatuut
Externe regelgeving (vervolg) Coördinatiewet Sociale Verzekeringen (Europese) regelgeving inzake aanbesteding
Gemeenschappelijke Regeling Wedeka Bedrijven (GR)
Energiebesparingsplicht
Controleverordening Wedeka Bedrijven (ex artikel 213 Gemeentewet)
Fiscale wetgeving (omzet-, loon- en vennootschapsbelasting)
Mandatering bestuur - directie - medewerkers Wedeka Bedrijven
Gemeentewet Grondwet
Externe regelgeving
Informatieplicht energiebesparing
Aanbestedingsreglement werken (ARW)
Participatiewet inclusief overgangsbepalingen Wsw oud
Aanbestedingswet
Pensioenwetgeving
Activiteitenbesluit milieubeheer ADR (vervoer en handling gevaarlijke stoffen) Ambtenarenwet Arbobesluit Arbeidstijdenwet
Besluit Accountantscontrole Decentrale Overheden
PGs15 Richtlijnen Provinciewet Werk- en Rusttijden Wet aanpak schijnconstructies (WAS) Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) / Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido)
Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV)
Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr)
Besluit uitvoering Sociale werkvoorziening en begeleid werken (Buswbw)
Wet Markt en Overheid
Burgerlijk Wetboek CAO Aan de Slag (Beschut Werk)
Wet Milieubeheer Wet normering topinkomens (WNT) Wet open overheid (WOO) Zorgverzekeringswet
Arbowet
CAO SGO CAO Wsw
11 Begroting 2026
Human Resource Management (HRM) en Activering & Participatie Ontwikkeling, duurzame inzetbaarheid en professionalisering zijn belangrijke thema’s in 2026. Ontwikkeling door scholing, training, activering, individuele begeleiding en communicatie met en voor medewerkers en inwoners in de regio. Professionalisering door het inrichten van ontwikkelcentra samen met gemeenten, het verder vormgeven en positioneren van het sociaal ontwikkelbedrijf, en het uitbouwen van Wedeka Leert! Duurzame inzetbaarheid met als doel het vergroten van de vitaliteit van onze medewerkers. Deze ontwikkelingen worden ondersteund en gefaciliteerd door HRM en Activering & Participatie. HRM faciliteert dit door het begeleiden van veranderprocessen in de organisatie, het adviseren van het management, leidinggevenden en medewerkers, deelname in projectgroepen, beleidsontwikkeling en -implementatie en het verzorgen van uitvoerende taken zoals het organiseren van opleidingen en coaching, het verzorgen van administratie en het ondersteunen bij de communicatie naar medewerkers. Activering & Participatie richt zich op de inrichting van ontwikkelcentra waarbij de drempel wordt verlaagd voor mensen met ontwikkelvraagstukken op het gebied van werk en participatie.
Daarnaast draagt Activering & Participatie zorg voor ontwikkeling en uitvoering van re-integratietrajecten, leerwerkactiviteiten en stages voor personen met grote begeleidingsbehoefte of voor wie de arbeidsmarktkansen momenteel laag zijn. Alles in nauwe verbinding met de gemeenten en andere samenwerkingspartners. Wedeka Leert! is de omgeving waarin medewerkers en trajectdeelnemers zich kunnen ontwikkelen. In 2024 en 2025 zijn de leerlijnen uitgerold en het ontwikkelaanbod verder uitgebouwd. Voor medewerkers en trajectdeelnemers zijn er diverse mogelijkheden om zich te ontwikkelen doordat er diverse trajecten, werksoorten en scholingsmogelijkheden beschikbaar zijn. Dit aanbod is beschikbaar voor deelnemers van de afdeling Activering & Participatie en voor onze eigen medewerkers. Keuzes worden gemaakt in goed overleg met de deelnemer of medewerker. Het uiteindelijke doel kan verschillen afhankelijk van de mogelijkheden van de deelnemer of medewerker. Duurzame uitstroom staat voorop maar ontwikkeling kan ook gericht zijn op het verbeteren van algemene vaardigheden en zelfredzaamheid. De opdrachtgever, leidinggevende, de praktijkbegeleider, personeelsconsulent en trajectbegeleider zijn betrokken bij het proces. Het leren zal steeds meer tijdens het werken gaan plaatsvinden. Dit vraagt andere vaardigheden van de leidinggevenden, voorlieden en begeleiders.
In 2026 zal veel aandacht worden besteed aan het leren in de praktijk, op de werkvloer. Een organisatie die ontwikkeling hoog in het vaandel heeft staan kan dit alleen als zij zelf ook in ontwikkeling is en blijft. Professionaliseren van leidinggevenden en andere professionals blijft een belangrijk speerpunt in 2026. Hiermee wordt de basis gevormd om zo het sociaal ontwikkelbedrijf stevig te positioneren en het speerpunt Aandacht handen en voeten te geven. Professionalisering wordt vormgegeven door middel van programma’s voor leidinggevenden en andere professionals in de organisatie. Iedere leidinggevende dient aandacht te hebben voor ontwikkeling van de medewerkers en trajectdeelnemers. Meer aandacht voor het leren in de praktijk en de rol van de leidinggevende daarin vraagt ook om herijking van de leerlijn voor leidinggevenden. Communicatie en duidelijkheid over de verschillende rollen in het proces is van belang. Dit veranderingsproces wordt ondersteund en begeleid door HRM. 12 Begroting 2026
Duurzame inzetbaarheid blijft een belangrijk aandachtspunt. Ziekteverzuim voorkomen is beter dan ziekteverzuim aanpakken. Voorkomen van ziekteverzuim wordt vormgegeven door de training “voel je goed”, aandacht voor bewegen, de gezonde kantine, aandacht voor fysiek en mentaal welzijn, preventief medisch onderzoek en het aanbieden van trainingsmogelijkheden die gericht zijn op algemene vaardigheden en zelfredzaamheid. In 2026 zal aandacht worden besteed aan belangrijke thema’s om hiermee het besef bij de medewerkers te vergroten om te werken aan vitaliteit. Informatisering en automatisering De missie van de afdeling ICT is het continue verbeteren van de efficiëntie door digitalisering van bedrijfsprocessen, het tegelijk voldoende beveiligen van de bedrijfsinformatie en het zorgen voor continuïteit van de digitale informatievoorziening. In het kader van de BIO2 zijn maatregelen voorzien voor het verder vergroten van de digitale weerbaarheid, van de digitale beschikbaarheid en van de bedrijfscontinuïteit. Het inrichten en verbeteren van uitvoerings- en verantwoordingsprocessen is hier bij inbegrepen. Dit is een continu proces die ook in 2026 doorloopt, zoals de BIO2 dat ook vereist. Verder overwegen we om sommige delen van administratieve processen om te zetten naar een digitale werkstroom, middels het in ons Exact ERP-systeem geïntegreerde Synergy systeem.
In 2025 is begonnen met het inventariseren waarbij de implementatie zal starten in 2025 en doorloopt in 2026. Ook verwachten we dat administratieve processen rond verzekeringen en wagenparkbeheer meer gedigitaliseerd zullen worden in het Facilitair Management Systeem Facilitor. Ten slotte gaan we enkele kleinschalige experimenten begeleiden rond het toepassen van kunstmatige intelligentie (AI), met als doel te onderzoeken of en waar deze techniek zinvol kan worden ingezet en onder welke randvoorwaarden. Milieu en Duurzaamheid Energie besparen en reductie CO2-uitstoot Tot en met 2024 is er al een reductie van 62% van de CO₂-uitstoot gerealiseerd. In januari 2025 is in de vestiging Wedeka Industrie Veendam de oude gas-CV ketel vervangen door een modern hybride warmtepompsysteem. Eind 2024 zijn de activiteiten in de industrievestiging in Ter Apel beëindigd en is het gebouw verkocht. Dit gebouw was oud, slecht geïsoleerd en had daardoor een erg hoog energieverbruik. Per 1 januari 2025 zijn activiteiten industrie en groenvoorziening in Ter Apel ondergebracht in één vestiging aan de Drenthweg. Deze vestiging is gerenoveerd en gemoderniseerd, is voorzien van een warmtepomp verwarmingssysteem en zal nog worden voorzien van een PV-systeem. Deze samenvoeging plus modernisering zal leiden tot een aanzienlijk lager energieverbruik en daarmee eveneens lagere CO₂-uitstoot.
Verbeterplannen voor 2026 worden uitgevoerd indien de tussentijdse uitkomsten in 2025 daar aanleiding toe geven. Elektrische gereedschappen voor groenonderhoud 13 Begroting 2026
Oorspronkelijk werden bijna alle gereedschappen voor groenonderhoud (heggenscharen, bladblazers, kettingzagen enz.) aangedreven door verbrandingsmotoren. Door over te stappen op elektrische gereedschappen kunnen forse voordelen worden behaald, deze gereedschappen zijn lichter, stiller, hebben geen uitlaatgassen, vragen minder onderhoud en zijn in het gebruik dus 100% duurzaam (Wedeka gebruikt uitsluitend groene stroom). De kosten voor de energie (alkylaat benzine versus groene elektriciteit) gaan van € 70.000,- naar € 3.500,- op jaarbasis (een reductie van 95%!!). Gereedschappen met verbrandingsmotor zullen aan het einde van hun levensduur daar waar mogelijk door elektrische gereedschappen worden vervangen. Informatieplicht energiebesparing en energiebesparingsplicht Wedeka moet voldoen aan de “Informatieplicht energiebesparing” en de “Energiebesparings-plicht” en moet hierover rapporteren aan de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) en het bevoegd gezag. Dit houdt o.a. in dat het verplicht is om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd < vijf jaar, uit te voeren. Wedeka heeft voor alle grotere locaties de energiebesparingsonderzoeken uitgevoerd en de uitkomsten daarvan aan het bevoegd gezag gemeld. Genoemde onderzoeken waren voornamelijk een eerste inventarisatie op basis van op de verplichte maatregelenlijst gebaseerde vragenlijsten.
Verschillende maatregelen zijn al genomen maar er zijn ook nog een groot aantal te gaan. In 2025 en 2026 zal verder worden gewerkt aan de implementatie van verplichte maatregelen. Reductie (plastic) afval Om het klimaat en het milieu te ontlasten is het ook belangrijk dat bedrijven hun afvalstromen reduceren en werken aan het verbeteren van afvalscheiding t.b.v. hergebruik (circulariteit). Omdat de meeste plasticsoorten nog altijd van (fossiele) aardolie worden gemaakt is het terugbrengen van het gebruik hiervan ook een belangrijke uitdaging. De aandachtspunten zijn dus: 1. Reductie hoeveelheid afval 2. Afval scheiden t.b.v. hergebruik 3. Reductie gebruik “fossiel” plastic Veel afvalsoorten worden reeds gescheiden en er is een uitgebreide registratie van de hoeveelheden en soorten afval. Verdere reductie van het plasticverbruik is in onderzoek (wikkelfolies). Voor 2025 en 2026 geldt dat verdere verbeterstappen vooral afhankelijk zijn van ontwikkelingen op dit vlak en daarmee het beschikbaar komen van duurzamere plasticsoorten en/of alternatieven.
Investeringsbeleid Naast de normale investeringen in gebouwen, installaties, inventarissen etc. worden de investeringen bepaald door de eisen die de markt stelt aan Wedeka Bedrijven. Dit betreft zowel wijzigingen van werkzaamheden als efficiency- en kwaliteitsverbeteringen bij bestaande werkzaamheden. Het is daarom in de begroting niet mogelijk om alle voorgenomen investeringen per actief te benoemen, omdat veelal de ontwikkeling van de markt wordt gevolgd en een aantal keren per jaar Wedeka wordt geconfronteerd met niet voorziene vervangingsinvesteringen. 14 Begroting 2026
In de begroting wordt dan ook volstaan met het noemen van de geraamde totaal benodigde investeringsbedragen per soort investering, omdat per soort investering verschillende afschrijvingstermijnen worden toegepast. Voorafgaand aan een investering dient een investeringsvoorstel te worden opgesteld. Aan de hand van dit voorstel wordt door de directeur beoordeeld of de geplande investering kan worden goedgekeurd. Hierbij wordt ook beoordeeld of de investering past binnen de in de goedgekeurde begroting geraamde investeringsbedragen. Aan de begroting ligt dan ook een reële meerjarenplanning ten behoeve van alle investeringen ten grondslag. Daarnaast wordt bij investeringen gekeken naar de efficiency uitwerking op de reguliere productie om deze op peil te houden en zodoende voldoende opbrengsten te garanderen om het financiële tekort terug te dringen. In de begroting 2026 wordt het resterende investeringsprogramma 2025 niet weer vermeld, maar de effecten van deze investeringen zijn wel meegenomen bij de afschrijvingskosten. Activa Industrie Gebouwen Installaties Machines Inventarissen
Levensduur in jaren 30 jaar 15 jaar 10 jaar 10 jaar
Investeringsbedrag € 529.500 150.000 60.000 11.000 € 750.500
Dienstverlening Installaties Machines Inventarissen Vervoermiddelen
15 jaar 10 jaar 10 jaar 7 jaar
150.000 518.500 810.000 229.000 € 1.707.500
Bedrijfsvoering Computerapparatuur Inventarissen Vervoermiddelen
5 jaar 10 jaar 7 jaar
84.000 10.000 50.000 €
Totaal
144.000
€ 2.602.000
3.6 Wet Open Overheid (WOO) De verplichting tot actieve openbaarmaking van informatie, de plannen ter verbetering van de informatiehuishouding bij de overheid op grond van de Wet open overheid (hierna: Woo) bepaalt dat een bestuursorgaan jaarlijks aandacht besteedt aan de beleidsvoornemens en uitvoering van de Woo. Na de invoering van de wet Woo is een inventarisatie gemaakt wat de nieuwe wetgeving betekent voor Wedeka bedrijven en zijn een aantal thema’s benoemd. 15 Begroting 2026
Binnen Wedeka richten wij ons op de belangrijkste thema’s van de Woo: -
De informatiehuishouding Actieve openbaarmaking Passieve openbaarmaking.
De informatiehuishouding Voor het realiseren van een transparante informatiehuishouding t.a.v. bestuurlijke aangelegenheden zijn een aantal maatregelen genomen. Informatie wordt overzichtelijk gearchiveerd, is toegankelijk en beschikbaar voor actieve en passieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking De Woo noemt 17 informatiecategorieën die op termijn verplicht actief openbaar gemaakt moeten worden. Deze verplichting wordt gefaseerd (bij koninklijk besluit), per categorie, ingevoerd. Per 1 november 2024 zijn de eerste 5 Informatiecategorieën verplicht openbaar gemaakt via de Wooindex. Wedeka is aangesloten bij de Woo-index en voldoet aan deze verplichting. Passieve openbaarmaking Onder passieve openbaarmaking wordt verstaan het openbaar maken van informatie naar aanleiding van een verzoek (Woo-verzoek) uit de samenleving. Voor het indienen van een Woo-verzoek wordt de mogelijkheid geboden op de website van Wedeka. Een Woo-verzoek kan digitaal of per post ingediend worden. Een Woo-verzoek wordt in behandeling genomen en afgehandeld door de contactpersoon.
16 Begroting 2026
Organisatiestructuur
Hoofdstructuur Wedeka
17 Begroting 2026
HOOFDSTUK 4 BEGROTING EN MEERJARENRAMING 4.1 FINANCIËLE POSITIE
1-1-2026 31-12-2026
1-1-2026
31-12-2026
1.815
1.815
501
451
5.261
5.111
1.389 8.966
1.389 8.766
Voorzieningen Voorziening spaarverlof en RVU ambtelijk
673
673
Vaste schulden Lening O/G
1.700
1.400
1.602 1.569 1.123 4.294
1.577 1.419 1.500 1.017 5.513
15.633
16.352
Activa
Passiva
Vaste Activa
Eigen Vermogen
Materiële vaste activa
12.546
13.543
Financiële vaste activa
69
64
12.615
13.607
Vlottende activa
Algemene Reserve Bestemmingsreserve KL Stadskanaal Bestemmingsreserve verbouw/verduurzaming Bestemmingsreserve sociaal ontwikkelbedrijf
Kortlopende schulden
Voorraden Uitzettingen Rekening-courant Liquide middelen Overlopende activa
228 1.942 268 316 264 3.018
188 1.869 178 306 204 2.745
Totaal
15.633
16.352
Crediteuren Overige schulden Banken Overlopende passiva
18 Begroting 2026
4.2 OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (x € 1.000,-) Omschrijving
Begroting 2026
Omzet Kosten grondstoffen e.d. Totaal netto opbrengsten
13.712 - 1.091
Overige pers.kosten Wsw Salariskosten ambtelijk personeel Kosten dienstverlening derden Afschrijvingskosten Overige bedrijfskosten Rentekosten Diverse lasten Diverse baten Bedrijfs- en financieringslasten
- 1.166 - 9.482 - 302 - 1.605 - 4.276 5 15 15
Rijksbijdragen Loonkosten Wsw-personeel Kosten Begeleid Werken Totaal kosten Wsw Subsidieresultaat (- = verlies)
13.895 - 1.106 12.621
Bedrijfsresultaat (+ = winst) Loonkosten Beschut Werk Bijdragen Beschut Werk Resultaat Beschut Werk (+ = winst)
Begroting 2025
Boekjaar 2024
14.222 - 1.132 12.789
- 1.223 - 9.332 - 359 - 1.420 - 4.213 16 15 15
13.090 - 1.324 - 8.759 - 260 - 1.123 - 4.306 133 - 257 559
- 16.836
- 16.531
- 15.337
- 4.215
- 3.742
- 2.247
- 3.658 3.540
- 3.401 3.306 -
118
-
39.293 - 38.672 - 440
- 2.932 2.967 95
35
41.333
42.332
- 41.202 - 435
- 41.206 - 454
- 39.112 181
- 41.637 304
- 41.660 672
Totaal Resultaat - 4.152 Onttrekking bestemmingsreserve KL Stadskanaal 50 Onttrekking bestemmingsres. verbouw/verduurzaming 150 Gemeentelijke bijdragen 3.952
- 4.141 50 113 3.978
- 1.540 50 0 5.963
0
4.473
Resultaat (+ = winst)
0
19 Begroting 2026
4.3
TOELICHTING OP DE FINANCIËLE POSITIE (x € 1.000,-) Begroting 2026
Materiële vaste activa Boekwaarde 1 januari Saldo investeringen / desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde 31 december
12.546 2.602 - 1.605 13.543
Voor een overzicht van de investeringen zie de paragraaf bedrijfsvoering op pagina 11 van deze begroting. Financiële vaste activa Boekwaarde 1 januari Saldo investeringen / desinvesteringen Aflossingen Boekwaarde 31 december
-
69 65 70 64
De (des-)investeringen en aflossingen betreffen de leningen aan het personeel in het kader van de fietsen fitnessprojecten. VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Grondstoffen Halffabricaten Gereed product Totaal omvang voorraden per 31 december
155 17 16 188
De omvang van de voorraden is sterk afhankelijk van het feit of Wedeka of de opdrachtgever inkoopt. De aanwezige voorraden hebben voornamelijk betrekking op reeds geplaatste orders. Uitzettingen Debiteuren Vorderingen op openbare lichamen Subtotaal debiteuren Rijksschatkist Totaal uitzettingen per 31 december
1.040 549 1.589 280 1.869
Decentrale overheden zijn verplicht om hun tijdelijke overtollige middelen in de schatkist aan te houden. Bij een tegoed in rekening-courant bij de banken dat hoger is dan het drempelbedrag (zijnde een percentage van het totaal van de begroting), wordt het meerdere naar de schatkist afgeroomd. 20 Begroting 2026
Begroting 2026 Rekening-courant niet financiële instellingen Wedeka B.V. POC Noord-Nederland Saldo per 31 december
194 - 16 178
De wederzijdse vorderingen en schulden tussen Wedeka Bedrijven en Wedeka B.V. worden in rekeningcourant verrekend. Het Provinciaal Ondernemingsraad Contact Noord-Nederland is een platform voor ondernemingsraden van sw-bedrijven uit de drie noordelijke provincies. Sinds 2017 verzorgd Wedeka hiervoor het geldverkeer. Liquide middelen Banken Kassen Totaal liquide middelen per 31 december
300 6 306
De liquide middelen staan vrij ter beschikking. Overlopende activa Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal overlopende activa per 31 december
64 140 204
Nog te ontvangen bedragen betreft betaalde transitievergoedingen die nog door het UWV moeten worden gecompenseerd. Bij de vooruitbetaalde bedragen gaat het om verzekeringspremies, motorrijtuigenbelasting, huren en kosten voor onderhoudscontracten. Algemene reserve Saldo 1 januari Toevoeging/onttrekking Saldo per 31 december
1.815 0 1.815
Bestemmingsreserve Kringloop Stadskanaal Saldo 1 januari Onttrekking Saldo per 31 december
501 - 50 451
De bestemmingsreserve is gevormd uit de kapitaaluitkering na liquidatie van Werkstad B.V. Sinds 2013 wordt jaarlijks een bedrag van € 50.000,- aan de reserve onttrokken ten behoeve van de exploitatie van de (ver-) nieuwbouw van de Kringloop Stadskanaal. 21 Begroting 2026
Begroting 2026 Bestemmingsreserve verbouw/verduurzaming Saldo 1 januari Onttrekking Saldo per 31 december
5.261 - 150 5.111
De bestemmingsreserve is gevormd uit het resultaat boekjaar 2023. Sinds 2025 wordt jaarlijks een bedrag aan de reserve onttrokken ten behoeve van de exploitatie van de verbouw en verduurzaming van de panden die eigendom zijn van Wedeka. Bestemmingsreserve infrastructuur sociaal ontwikkelbedrijf Saldo 1 januari Onttrekking Saldo per 31 december
1.389 0 1.389
De bestemmingsreserve is gevormd uit het resultaat boekjaar 2024, uit de door het Rijk verstrekte impulsbudget om te komen tot een duurzame infrastructuur van het sociaal ontwikkelbedrijf. Voorziening spaarverlof en RVU ambtelijk Saldo 1 januari Toevoeging/onttrekking Saldo per 31 december
673 0 673
Conform de cao SGO mogen ambtenaren van het bovenwettelijk verlof jaarlijks uren in het spaarverlof storten. Voor deze verplichting is een voorziening getroffen. Daarnaast is een voorziening getroffen voor die ambtenaren die gebruik maken van de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU). Leningen bank Saldo 1 januari Nieuwe leningen Aflossingen Saldo per 31 december
1.700 0 - 300 1.400
Vervroegd aflosbare leningen zullen, indien volgens de leningsvoorwaarden mogelijk, bij een gunstige rentestand en bij voldoende liquiditeit, worden afgelost, hetgeen (op termijn) een lager bedrag aan te betalen rente oplevert. Voor een nadere toelichting zie de paragraaf financiering op pagina 8 van deze begroting. Crediteuren Omvang per 31 december
1.577 22 Begroting 2026
Overige schulden Omzetbelasting Loonheffing Overige schulden Totaal overige schulden per 31 december
117 1.290 12 1.419
Dit betreft de premies en belastingen over de laatste maanden van het vorig boekjaar, dat in het begrotingsjaar in de maand januari aan de belastingdienst zal worden betaald. Banken Saldo per 31 december
1.500
Dit betreft een kasgeldlening met een looptijd van maximaal zes maanden die, zolang het rentepercentage gunstiger uitvalt dan een langlopende lening, na looptijd opnieuw voor een zelfde periode wordt afgesloten. Overlopende passiva Nog te betalen bedragen Diversen Totaal overlopende passiva per 31 december
974 70 1.017
Nog te betalen bedragen heeft betrekking op aangegane verplichtingen respectievelijk lasten die aan het begrotingsjaar zijn toe te rekenen. Het betreft onder meer nog te ontvangen facturen energiekosten en belastingen.
23 Begroting 2026
4.4
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (x € 1.000,-)
BEDRIJFSRESULTAAT
Netto-opbrengsten Industrie Dienstverlening Totaal netto opbrengsten
Begroting 2026
Begroting 2025
Boekjaar 2024
3.030 9.591 12.621
3.185 9.604 12.789
3.170 9.920 13.090
De netto-opbrengsten laten ten opzichte van de begroting 2025 een daling zien van € 168.000,-. Ten opzichte van de jaarrekening 2024 is er een daling van € 469.000,-. Ondanks een bijstelling van de verbeterde opbrengsten aan de hand van de resultaten van het meest recente boekjaar zien we de opbrengsten dalen. Deze daling wordt volledig veroorzaakt door het dalen van het aantal medewerkers. Waar er in 2024 nog gemiddeld 1.020 fte sw-medewerkers waren, is de verwachting dat er in 2026 nog gemiddeld over het jaar 895 fte’s zijn. Een daling van 125 fte’s over een periode van 2 jaar. Daarnaast stromen er wel Nieuw Beschut medewerkers in, echter deze instroom, 93 fte’s gemiddeld in 2024 naar een verwachting van 104 in 2026, is lager dan de uitstroom van sw-medewerkers. De geraamde opbrengsten voor de Industrie-vestigingen zijn ten opzichte van de begroting 2025 € 155.000,- lager begroot. De verlaging wordt veroorzaakt door het teruglopen van het aantal sw-medewerkers werkzaam binnen de industrie. Waar in 2025 de verwachting is dat er totaal 423 fte’s werkzaam zullen zijn is de verwachting dat dit in 2026 gemiddeld 391 fte’s zullen zijn. Voor de activiteiten vallend onder Dienstverlening, die bestaan uit de afdelingen Kringloop & circulariteit, Groen, Detacheringen, Schoonmaak en Activering & participatie, zijn de opbrengsten € 13.000,- lager begroot dan voorgaand begrotingsjaar.
Ook binnen dienstverlening lopen de aantallen sw-medewerkers terug van gemiddeld 567 fte’s in 2025 naar een verwachting van 536 fte’s in 2026. In de loop van 2025 staat de verhuizing van de kringloopwinkel in Ter Apel gepland, van een huurlocatie naar onze eigen locatie in Ter Apel. Voor 2026 is voor deze locatie een verwachte stijging van de opbrengsten voorzien van € 75.000,-. De opbrengsten in de kringloopwinkels in Veendam en Stadskanaal zijn voor 2026 op hetzelfde niveau gehouden als voorgaande begroting. Voor Groen zijn de opbrengsten voor 2026 € 153.000,- lager begroot dan in 2025. Dit wordt volledig veroorzaakt door een afname van het personeelsbestand. Ook binnen de afdeling Schoonmaak en de afdeling Detacheringen lopen de personeelsaantallen terug waardoor ook binnen deze afdelingen de opbrengsten teruglopen. Voor Schoonmaak is de verwachting dat de opbrengsten € 12.000,- lager zullen zijn en voor Detacheringen € 50.000,-. Voor Activering & participatie zijn de opbrengsten met € 127.000,- verhoogd door de verwachting van een toename van het aantal deelnemers binnen de activeringstrajecten van Wedeka. 24 Begroting 2026
Overige personeelskosten Wsw
Begroting 2026
Begroting 2025
1.166
1.223
Boekjaar 2024 1.324
Hieronder vallen o.a. de reiskosten woon-werkverkeer, bedrijfsgeneeskundige zorg, opleidingskosten, kosten voor werkkleding, kosten voor kerstpakketten, vakbondsbijdrage en kosten voor jubilea. Door afname van het aantal sw-medewerkers nemen de Overige personeelskosten ten opzichte van de begroting 2025 af. Salariskosten c.a. ambtelijk personeel Salariskosten ambtelijk personeel Overige personele kosten ambt. personeel Totaal salariskosten ambt. personeel Aantal fte’s (gemiddeld gedurende het jaar) Gedetacheerde ambtenaren
9.297 185 9.482
9.140 192 9.332
8.578 181 8.759
101,7 - 0,3 101,4
99,7 - 0,3 99,4
93,6 - 1,7 91,9
De huidige cao van het ambtelijk personeel loopt tot en met 31 maart 2025. In de begrote salariskosten voor 2026 is rekening gehouden met een structurele loonstijging van 2% en een stijging van de formatie met 2 fte’s door vervanging van sw-werkleiding i.v.m. pensionering door ambtelijke werkleiding. Gedurende het boekjaar 2024 was het lastig om de ambtelijke formatieruimte op tijd in te vullen. Door het later invullen van de benodigde ruimte zijn de kosten over 2024 lager uitgevallen dan normaal gesproken het geval was geweest. Kosten dienstverlening derden
302
359
260
Naast de kosten van externe ondersteuning, worden onder ‘kosten dienstverlening derden’ onder andere begrepen de kosten van uitbesteding salarisadministratie, juridische expertise en de kosten welke samenhangen met VCA-certificering. Afschrijvingskosten
1.605
1.420
1.123
De afschrijvingskosten zijn gebaseerd op de investeringsmeerjarenplanning waarin ook de benodigde investeringen zijn meegenomen voor verduurzaming van eigen locaties. Daarnaast is binnen de investeringsmeerjarenplanning rekening gehouden met duurzaamheid waarbij tijdens vervanging gekeken wordt naar elektrificeren van voertuigen en gereedschappen. Een deel van de afschrijvingskosten is gelijk aan de vrijval van de bestemmingsreserves, zie pagina 29.
25 Begroting 2026
Overige bedrijfskosten Huur- en leasekosten Onderhoudskosten Energiekosten Belastingen en verzekeringen Indirecte productiekosten Algemene kosten Totaal overige bedrijfskosten
Begroting 2026
Begroting 2025
321 1.600 929 531 185 710 4.276
335 1.569 911 521 181 696 4.213
Boekjaar 2024 479 1.681 1.060 455 29 602 4.306
De overige bedrijfskosten zijn begroot op basis van het werkelijke niveau over 2024 en het verwachte niveau voor 2026, waarbij rekening is gehouden met een algemene prijsindexering in 2026 van 2%. Ten opzichte van het boekjaar 2024 dalen de kosten met € 30.000,-. De besparing in de kosten, van huur-, onderhouds- en energiekosten, worden gerealiseerd door de samenvoeging van de locaties in Ter Apel en Stadskanaal en daarnaast de verduurzaming van de locaties. Rentekosten
5
- 16
- 133
De begrote rentekosten zijn voor 2026 gebaseerd op de lasten van de vaste geldleningen van Wedeka en een bedrag voor rentekosten, verband houdend met rekeningcourantkrediet. Daarnaast financiert Wedeka al enkele jaren haar liquiditeitstekort, veroorzaakt door aflossing van langlopende leningen, door het aantrekken van kasgelden via de BNG-bank. De laatste kasgeldlening is in de loop van 2024 beëindigd i.v.m. verbeterde liquiditeit door het omzetten van het behaalde resultaat in 2023 en een deel van 2024 in een bestemmingsreserve. In de loop van 2026 is de verwachting dat er wederom de behoefte zal zijn voor een kasgeldlening van totaal € 1.500.000,-. Diverse lasten
15
15
257
In deze post worden de incidentele lasten, zoals onder andere voorraadverschillen, afboekingen op debiteuren en schades verantwoord. Diverse baten
15
15
559
In deze post worden de incidentele baten zoals o.a. voordelige herwaarderingsverschillen van voorraden, schade-uitkeringen en boekwinsten bij verkoop van activa verantwoord.
26 Begroting 2026
RESULTAAT BESCHUT WERK
Begroting 2026
Begroting 2025
Boekjaar 2024
Loonkosten Beschut Werk
3.658
3.401
2.932
Loonkostensubsidie Begeleidingssubsidie Totaal Bijdragen Beschut Werk
2.091 1.449 3.540
1.944 1.362 3.306
1.663 1.304 2.967
Jaarlijks legt het ministerie iedere gemeente een quotum op, met bijbehorende financiële middelen, voor het aantal mensen dat via Nieuw Beschut Werken aan een baan geholpen moet worden. Het quotum loopt jaarlijks op en zal op termijn landelijk voor 30.000 banen Beschut Werk moeten zorgen. De deelnemende gemeenten van Wedeka, met uitzondering van de gemeente Midden-Groningen, hebben met Wedeka een overeenkomst afgesloten waarbij ze de mensen die hiervoor in aanmerking komen bij Wedeka zullen plaatsen. De loonkosten Beschut Werk bestaan uit de kosten van de uitbetaalde lonen die gebaseerd zijn op het minimumloon voor maximaal 31 uur per week, waarbij voor het aantal te realiseren plekken in het begrotingsjaar 127 personen als taakstelling is opgenomen. Om de kosten te dekken betaalt de gemeente waar de werknemer uit afkomstig is, aan Wedeka een loonkostensubsidie ter hoogte van het percentage dat de werknemer conform de loonwaardemeting van het UWV zelf niet kan verdienen. Daarnaast betaalt de gemeente een begeleidingsvergoeding, die door het Ministerie jaarlijks wordt bepaald, naar evenredigheid van het aantal maanden dat er is gewerkt. Voor de begroting 2026 is gerekend met een bedrag aan begeleidingsvergoeding van € 11.400,- per medewerker.
In 2024 bedroeg de begeleidingsvergoeding nog € 10.757,-, echter door het beschikbaar stellen van extra middelen vanuit het Rijk is de vergoeding vanaf 2026 met € 643,- verhoogd. Sinds 2021 hebben ook de medewerkers die onder Beschut Werk vallen een eigen cao (cao Aan de Slag), waarbij de medewerkers conform cao zijn ingeschaald in 1 van de 3 loon-/functieschalen die onderdeel uitmaken van de cao Aan de Slag. De huidige cao loopt t/m 31 december 2024. Op dit moment zijn er voor het begrotingsjaar nog geen nieuwe afspraken bekend. Voor zowel de loonkosten als de loonkostensubsidie is in de begroting rekening gehouden met een indexering van 2%. De medewerkers werken mee en genereren voor Wedeka toegevoegde waarde. Deze marge is opgenomen onder de post Netto opbrengsten. SUBSIDIERESULTAAT Rijksbijdrage
39.293
41.333
42.332
Aantal se’s (incl. Begeleid Werken) Aantal se’s Begeleid Werken Subsidie per se
965 34 40.718
1.035 34 39.935
1.097,4 36,1 38.575
27 Begroting 2026
De Rijksbijdrage wordt ontvangen via de aangesloten gemeenten middels het participatiebudget. Voor de medewerkers die werkzaam zijn bij Wedeka maar niet wonen binnen de schapsgrenzen, fungeert de gemeente Stadskanaal hierbij als centrumgemeente waardoor zij de subsidie ontvangen voor deze medewerkers en deze daarna weer beschikbaar stelt aan Wedeka. Vanaf 2015 is er geen nieuwe instroom meer in de SW, waardoor het aantal se’s jaarlijks terugloopt. Het budget per gemeente wordt berekend door het macrobudget te delen door het aantal geïndiceerden in Nederland. Vervolgens krijgt iedere gemeente op basis van het aantal geïndiceerden uit het vorige jaar (T-1) dat vermenigvuldigd wordt met een door het ministerie berekende blijfkans voor het huidige jaar een evenredig deel van het totale budget. De subsidie wordt eerst in de meicirculaire voorlopig vastgesteld, waarna het in de septembercirculaire definitief wordt vastgesteld. Bij het opmaken van de begroting is de definitieve rijksbijdrage voor het lopende jaar nog niet bekend. Ook is niet bekend hoeveel arbeidsjaren er in 2026 nog zijn. Het berekenen van de subsidie voor 2026 is hierdoor een schatting die is gebaseerd op de cijfers uit de laatst bekende septembercirculaire van 2024.
Op basis van het macrobudget en de door het Ministerie in de septembercirculaire van 2024 afgegeven gemiddelde blijfkans wordt er voor Wedeka in 2026 een rijksbijdrage van € 40.718,- per se verwacht. In mei 2021 is er voor de sw-sector een nieuwe cao afgesloten. In deze cao, die loopt tot en met december 2025, is afgesproken dat de sw-lonen jaarlijks zullen stijgen gelijk aan de Wettelijk Minimum Loon (WML) indexatie. Deze indexatie wordt gefinancierd door de compensatie voor loon- en prijsontwikkeling (LPO) die gemeenten van het Rijk ontvangen middels de Rijksbijdragen voor de Wsw. Over het jaar 2024 is dit percentage uitgekomen op 3,31%. Met een kostenstijging is, door het ontbreken van de indexatie voor het begrotingsjaar, bij de berekening van de rijkssubsidie in 2026 geen rekening gehouden (zie ook loonkosten WSW). Begroting 2026
Begroting 2025
Boekjaar 2024
Loonkosten Wsw-personeel
38.672
41.202
41.206
Aantal fte (exclusief Begeleid Werken) Loonkosten per fte (in euro’s)
895 43.209
961 42.874
1.019,7 40.410
De post Wsw-loonkosten is ten opzichte van de begroting 2025 salderend met € 2.530.000,- gedaald. Deze daling aan loonkosten is volledig toe te schrijven aan de daling van het begrote aantal fte met 66. De huidige cao SW loopt nog door tot en met 31 december 2025. Doordat, op moment van opmaken van deze begroting, er geen loonindexering voor het begrotingsjaar bekend is, is voor de begroting van 2026 bij zowel de Rijksbijdragen als de loonkosten Wsw geen indexering meegenomen. De loonkosten per fte laten, ondanks dat er geen indexering is meegenomen, een stijging zien. Dit wordt veroorzaakt door de afschaffing van de compensatie transitievergoeding per 1 juli 2026. Over het boekjaar 2024 is hiervoor nog een compensatie van € 725.000,- ontvangen. 28 Begroting 2026
Kosten Begeleid Werken
Begroting 2026
Begroting 2025
440
435
Boekjaar 2024 454
Wedeka voert het Begeleid Werken zelfstandig uit. Het kabinet heeft als beleid om zoveel mogelijk werknemers bij reguliere werknemers te plaatsen. Op dit moment (maart 2025) zijn er 34 se’s in Begeleid Werken geplaatst. De doelstelling is om in 2026 dit aantal vast te houden. De kosten hiervan zijn gebaseerd op de te betalen loonkostensubsidie aan externe werkgevers en incidentele externe ondersteuning. Onttrekking bestemmingsreserve Kringloop Stadskanaal
50
50
50
Met ingang van 2013 wordt er jaarlijks een bedrag van € 50.000,- ten gunste van het resultaat en ten laste van de bestemmingsreserve geboekt. Deze bestemmingsreserve is gevormd uit de algemene reserve die bij de overname van Baanderij is meegekomen. Een deel van deze reserve, een bedrag van € 1.140.788,- moest volgens afspraak gebruikt worden voor nieuwe huisvesting, waardoor het op de balans als bestemmingsreserve is opgenomen. In de loop van 2013 is de bouw van de nieuwe kringloopwinkel afgerond waarna het nieuwe gebouw in gebruik is genomen. De vrijval van de bestemmingsreserve is gelijk aan de afschrijvingskosten. Onttrekking bestemmingsreserve Verbouwing / verduurzaming
150
113
0
Met ingang van 2023 is er een bestemmingsreserve gevormd uit het resultaat van het boekjaar 2023. Jaarlijks zal er een bedrag ten gunste van het resultaat en ten laste van de bestemmingsreserve wordt geboekt op het moment dat de investeringen, betrekking hebbende op de verbouwing en verduurzaming van de panden die eigendom zijn van Wedeka, zijn geactiveerd. In de loop van 2025 is de verbouwing in Ter Apel afgerond en zijn 3 locaties samengegaan. De vrijval van de bestemmingsreserve is gelijk aan de afschrijvingskosten. Gemeentelijke bijdragen
3.952
3.978
5.963
Het begroot tekort wordt door de gemeenten gedurende het begrotingsjaar aangevuld. Als de jaarrekening is vastgesteld worden de voorschotten verrekend met het exploitatieresultaat, waarna aan de aangesloten gemeenten een afrekening wordt gestuurd. Teveel betaalde voorschotten worden terugbetaald of er wordt een aanvullende nota gestuurd als de voorschotten niet toereikend zijn gebleken. Dit bedrag zal verdeeld worden op basis van het aantal ingezetenen van die gemeente dat als werknemer bij Wedeka werkzaam is op basis van fte.
29 Begroting 2026
Op basis van de huidige personeelsstand zou dit voor de gemeentelijke bijdragen het volgende beeld geven:
Gemeente Borger-Odoorn Gemeente Midden-Groningen Gemeente Stadskanaal Gemeente Veendam Gemeente Westerwolde Totaal Resultaat na bestemming
Percentage
2026
2025
2024
9,1% 6,7% 42,5% 24,2% 17,5% 100,0%
360 265 1.680 955 692 3.952
378 274 1.695 907 724 3.978
541 400 2.536 1.442 1.045 5.963
0
0
4.473
30 Begroting 2026
4.5
MEERJARENRAMING (x € 1.000,-)
Exploitatierekening
Begroting 2026
Netto-opbrengsten
12.621
12.289
12.080
11.825
Overige personele kosten Wsw Salariskosten c.a. ambtenaren Kosten dienstverlening derden Afschrijvingskosten Overige bedrijfskosten Rentekosten Diverse lasten Diverse baten Bedrijfs- en financieringslasten
- 1.166 - 9.482 - 302 - 1.605 - 4.276 5 15 15 - 16.836
- 1.128 - 9.743 - 308 - 1.605 - 4.361 5 15 15 - 17.150
- 1.155 - 9.962 - 254 - 1.605 - 4.448 5 15 15 - 17.429
- 1.224 - 10.242 - 259 - 1.605 - 4.537 5 15 15 - 17.872
Bedrijfsresultaat
- 4.215
- 4.861
- 5.349
- 6.047
Loonkosten Beschut Werk Bijdragen Beschut Werk Resultaat Beschut Werk
- 3.658 3.540 - 118
- 3.923 3.766 - 157
- 4.226 4.025 - 201
- 4.542 4.306 - 236
Rijksbijdragen
39.293
37.713
36.459
35.437
Loonkosten Wsw-personeel Kosten Begeleid Werken Totaal loonkosten Wsw
- 38.672 - 440 - 39.112
- 36.450 - 444 - 36.894
- 34.649 448 - 35.097
- 32.891 - 453 - 33.344
181
819
1.362
2.093
- 4.152 50 150 3.952 0
- 4.199 50 222 3.927 0
- 4.188 50 222 3.916 0
- 4.190 50 222 3.918 0
895 33 104
842 33 109
800 33 116
759 33 122
Aantal SE Rijkssubsidie per SE
965 40.718
910 41.443
866 42.100
824 43.006
Loonkosten Wsw per FTE Netto toegevoegde waarde per FTE
43.209 14.102
43.290 14.595
43.311 15.100
43.335 15.580
Subsidieresultaat Totaal exploitatieresultaat Onttrekking bestemmingsreserve KL Stadskanaal Onttrekking bestemmingsres. verbouw/verduurzaming Gemeentelijke bijdragen Resultaat na bestemming Per FTE / SE (bedragen in euro’s) Aantal FTE (excl. Begeleid Werken) FTE in Begeleid Werken FTE in Beschut Werken
31 Begroting 2026
Meerjarenraming 2027 2028 2029
Verdeling meerjarenraming Op basis van de huidige fte-verdeling zouden de gemeenten de volgende bedragen moeten bijdragen:
Gemeente Borger-Odoorn Gemeente Midden-Groningen Gemeente Stadskanaal Gemeente Veendam Gemeente Westerwolde Totaal
Percentage 9,1% 6,7% 42,5% 24,2% 17,5% 100,0%
2026 360 265 1.680 955 692 3.952
2027 357 263 1.669 951 687 3.927
(bedragen x € 1.000,-) 2028 2029 356 357 262 263 1.664 1.665 948 948 686 685 3.916 3.918
4.6 VASTSTELLING Aldus vastgesteld en goedgekeurd in de vergadering van het Algemeen Bestuur van Wedeka Bedrijven te Stadskanaal, gehouden op 9 juli 2025.
M. Verschuren, voorzitter
E. Ottens, secretaris
32 Begroting 2026
Bijlage 1: Geprognosticeerde balans Begrotingsjaar T = 2026 Activa (im) Materiële vaste activa Financiële vaste activa: Kapitaalverstrekkingen Financiële vaste activa: Leningen Financiële vaste activa: Uitzettingen > 1 jaar Totaal Vaste Activa
T-2
T-1
T
T+1
T+2
T+3
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
10.759
13.557
13.543
13.543
13.543
13.543
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
55
50
64
64
64
64 +
10.814
13.607
13.607
13.607
13.607
13.607
208
221
155
155
155
155
50
49
33
33
33
33
Voorraden: Onderhanden werk & Overige grond- en hulpstoffen Voorraden: Gereed product en handelsgoederen & vooruitbetalingen Uitzettingen <1 jaar Liquide middelen Overlopende activa Totaal Vlottende Activa
4.638 457 656
1.704 367 66
2.047 306 204
1.775 306 204
1.503 306 204
1.231 306 204 +
6.009
2.407
2.745
2.473
2.201
1.929
Totaal Activa
16.823
16.014
16.352
16.080
15.808
15.536
31-12-2024
31-12-2025
31-12-2026
31-12-2027
31-12-2028
31-12-2029
7.740 0 2.000
7.491 0 1.700
8.766 673 1.400
8.494 673 1.100
8.222 673 800
7.950 673 500 +
9.740
9.191
10.839
10.267
9.695
9.123
Passiva Eigen vermogen Voorzieningen Vaste schuld Totaal Vaste Passiva Vlottende schuld Overlopende passiva Totaal Vlottende Passiva
5.813 1.270
6.063 760
4.496 1.017
4.796 1.017
5.096 1.017
5.396 1.017 +
7.083
6.823
5.513
5.813
6.113
6.413
Totaal Passiva
16.823
16.014
16.352
16.080
15.808
15.536
Toelichting geprognosticeerde balans In deze begroting is ook een balansprognose opgenomen tot en met het jaar 2029. In de weergegeven saldi is rekening gehouden met de aflossingen op de langlopende leningen, waardoor de vaste schuld daalt. Jaarlijks is het af te lossen bedrag € 300.000,-. Deze aflossing wordt gefinancierd middels een kasgeldlening, waardoor de vlottende schuld met hetzelfde bedrag stijgt. In de begroting 2026 (€ 200.000,-) en de ramingen 2027-2029 (€ 272.000,-) is rekening gehouden met een jaarlijkse onttrekking uit de bestemmingsreserves ten behoeve van de exploitatie van de (ver)nieuwbouw van de Kringloopwinkel Stadskanaal en de verbouw/verduurzaming van panden die eigendom zijn van Wedeka (zie verder de toelichting in paragraaf 4.3). De overige saldi zijn benaderd vanuit het huidige begrotingsjaar. Deze saldi zijn op voorhand niet exact te bepalen. Het aldus ontstane verschil in saldi tussen de activa en passiva is verdisconteerd in het saldo liquide middelen. 33 Begroting 2026