06-03 Was-wordt vergelijking Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs 2015-2023 Veendam def
Tekst van het document
99 DEEL B – NORMBEDRAGEN .............................................................................................................................................. 99 VERGOEDING VOORBEREIDINGSKREDIET .............................................................................................................................. 99 A en B. Nieuwbouw en uitbreiding met permanente bouwaard ........................................................................... 99 A.2. Kosten voor terreinen ................................................................................................................................... 100 C. Tijdelijke voorziening ....................................................................................................................................... 100 D. Eerste inrichting .............................................................................................................................................. 101 E. Lokalen bewegingsonderwijs ........................................................................................................................... 101 F. Vergoeding feitelijke kosten ............................................................................................................................ 101 G.1.
Huur sportvelden.......................................................................................................................................... 101
10 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvraag - Aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening of om het bekostigen van een voorbereidingskrediet; -
aanvragerAanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;
-
adviesAdvies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs; artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
bevoegdBevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich bevindt op het grondgebied van de gemeente;
-
lokaalIntegraal huisvestingsplan (IHP): het door de raad vierjaarlijks vast te stellen plan als
bedoeld in artikel 6, waarin de strategische kaders van het gemeentelijke onderwijshuisvestingsbeleid zijn beschreven en waarin een overzicht is opgenomen van de over een periode van 16 jaar voorgenomen huisvestingsprojecten. Het plan omvat een afzonderlijk meerjaren uitvoeringsplan voor het eerstvolgende vierjarige tijdvak; -
Lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het bewegingsonderwijs; of een bad voor watergewenning of bewegingstherapie
-
medegebruik: Medegebruik: van medegebruik van een schoolgebouw is sprake als een andere school of organisatie voor educatie en/of culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden (na toestemming van het college) ook gebruik maakt van in dat gebouw aanwezige ruimten. Dit medegebruik geschiedt conform artikel 108 WPO minister Meerjaren uitvoeringsplan: het door de raad ingevolge artikel 6, tweede lid vast te stellen meerjaren plan ter uitvoering van het integraal huisvestingsplan met daarin opgenomen de voorgenomen huisvestingsprojecten voor het eerstvolgende vierjarig tijdvak;
-
-
Meerjaren uitvoeringsprogramma: het door het college ingevolge artikel 6, derde lid, vast te stellen meerjarig programma dat uitvoering geeft aan het IHP, waarin de voorzieningen in de huisvesting zijn opgenomen, die in aanmerking komen voor een vergoeding en dat ziet op een periode van vier jaar;
-
Landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting: het door de landelijk belangenorganisaties voor gemeenten en voor onderwijsinstellingen uitgebrachte overzicht van kwaliteitseisen voor onderwijsgebouwen;
-
Minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap; 11
Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
-
overzichtNevenvestiging: deel van een school dat door de minister op grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel 16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voor bekostiging in aanmerking is gebracht;]
-
Overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 Wet op het primair onderwijs, artikel 94 Wet op de expertisecentra en artikel 76g van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
permanentPermanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
-
programmaProgramma: programma als bedoeld in artikel 95 Wet op het primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
schoolSchool:
-
1°. school voor basisonderwijs: basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs; 2°. school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een instelling voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra; 3°. school voor voortgezet onderwijs: school of scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5 van de Wet op het voortgezet onderwijs; tijdelijk Tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan functioneren;
-
verhuurTijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
-
Verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve doeleinden;
-
voorVoor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II minimaal 15 jaar noodzakelijk is;
-
voorVoor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II tenminste 4 jaar en maximaal 15 jaar noodzakelijk is;
-
voorzieningVoorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in artikel 2.
12 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Artikel 2. Omschrijving van de voorzieningen in de huisvesting Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen onderscheiden: a. voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen, bestaande uit: 1°. nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op dezelfde locatie; 2°. uitbreiding van een gebouw waarin een school is gehuisvest; 3°. het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een bestaand gebouw voor het huisvesten van een school; 4°. verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke gebouwen voor het huisvesten van een school; 5°. terrein voor zover nodig voor het realiseren van een voorziening als bedoeld in 1° t/m 4°; 6°. inrichting met onderwijsleerpakket of met leer- en hulpmiddelen voor zover deze nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd; 7°. inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder door het rijk of de gemeente is bekostigd; 8°. medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een gebouw dat al bij een andere school in gebruik is of van een lokaal bewegingsonderwijs; en een bad voor watergewenning of bewegingstherapie b.
herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten, uitvoeringsfouten of wanprestatie; c. herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen of meubilair ingeval van bijzondere omstandigheden; d. huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor het onderwijs in lichamelijke oefening.
Artikel 3. Haalbaarheidsonderzoek en voorbereidingskrediet 1. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2° en 3° kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor een haalbaarheidsonderzoek worden ingediend. 2. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2° en 3° kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor het opstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend. Artikel 4. Het vaststellen van de vergoeding voor voorzieningen 1. Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° en 2°, 6°en 7° wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig de in bijlage IV opgenomen normbedragen.
2. Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten inclusief eventueel noodzakelijke kosten van een architect en/of andere . adviseurs (zie bijlage IV lid 3 t/m 8 en deel F van bijlage IV).
Artikel 45. Informatieverstrekking door het bevoegd gezag 1. Het bevoegd gezag verstrekt aan het college gegevens die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het
13 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
bepaalde in deze verordening. 2. Het college kan nadere regels stellen aan de gegevensverstrekking.
14 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Artikel 5a. Overleg voorafgaand aan indienen aanvraag Een bevoegd gezag kan bij het college zes maanden vóór het indienen van een huisvestingsaanvraag verzoeken om een vooroverleg. Het vooroverleg is een overleg met het bevoegd gezag en de gemeente om vooraf de haalbaarheid van een aanvraag te toetsen, de benodigde informatie voor een complete aanvraag te bespreken en vervolgafspraken te maken.
Hoofdstuk 2. Programma en overzicht
PARAGRAAF 2.1 PLAN, AANVRAGEN PROGRAMMA Artikel 56 Integraal huisvestingsplan, meerjaren uitvoeringsprogramma 1. Op voorstel van het college en na op overeenstemming gericht overleg met de gezamenlijke bevoegde gezagen stelt de raad een integraal huisvestingsplan vast. Dit plan beschrijft, op basis van de onderwijskundige en maatschappelijke beleidsdoelstellingen voor een periode van tenminste 16 jaar, de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen. Bij de opstelling van het plan fungeert het landelijk Kwaliteitskader Onderwijshuisvesting als hulpmiddel. 2. Onderdeel van het integraal huisvestingsplan vormt een meerjaren uitvoeringsplan voor een periode van tenminste vier jaren, waarin de voorgenomen onderwijshuisvestingsvoorzieningen per jaar en per school zijn beschreven. 3. Op basis van individuele business cases per schoollocatie en de op grond van artikel 6a ingediende aanvragen stelt het college een meerjaren uitvoeringsprogramma vast, waarin zijn opgenomen de voorzieningen, die voor een vergoeding in aanmerking komen en die in de drie jaren volgend op het jaar van vaststelling in uitvoering kunnen worden gebracht. Het meerjaren huisvestingsprogramma omvat tevens het programma in de zin van artikel 95 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 93 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76f van de Wet op het voortgezet onderwijs. 4.
Mogelijk jaarlijks, maar uiterlijk in het laatste kalenderjaar van het 4-jarig tijdvak van het integraal huisvestingsplan evalueert het college samen met de vertegenwoordigers van de bevoegde gezagen van de in de gemeente gevestigde scholen het integrale huisvestingsplan. Afhankelijk van de uitkomsten van de evaluatie legt het college na op overeenstemming gericht overleg met de gezamenlijke bevoegde gezagen een voorstel van een integraal huisvestingsplan en meerjaren uitvoeringsplan, ter vaststelling voor aan de raad. Artikel 6a. Het indienen van aanvragen 1. Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma wordt door het bevoegd gezag schriftelijk bij het college ingediend en moet uiterlijk op 1 februari van het jaar waarin van het betreffende programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Indien het college een inhoudelijk oordeel heeft gegeven naar aanleiding van een ingediend vooroverleg als bedoeld in artikel 5a krijgt het schoolbestuur uitstel tot 1 juli van het jaar van vaststelling van het betreffende programma. 2. Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college niet in behandeling. 3.
In afwijking van het eerste lid, wordt een aanvraag voor een voorziening geacht te zijn ingediend, indien deze voorziening is opgenomen op het eerstvolgende jaar van het meerjarig uitvoeringsplan. Voor de aanvragen als bedoeld in dit lid, blijven de artikelen 7 tot en met 12 buiten toepassing.
15 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Artikel 67. Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet behandelen onvolledige aanvraag 1. Een aanvraag vermeldt in ieder geval: a. de naam en het adres van de aanvrager; b. de dagtekening; c. de naam van de school en, als dit van toepassing is, het gebouw waarvoor de voorziening is bestemd; d. de voorziening die wordt aangevraagd; e. de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de gewenste voorziening, bestaande uit: i. een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de school voor basisonderwijs, de speciale school voor basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs, als het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, 2°, 3°, 4° of 8°, onder de voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door het bevoegd gezag wordt onderschreven; ii.
als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1°, een bouwkundige rapportage die voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden vastgesteld; of indien het herstel van een constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, betreft een specifieke bouwkundige rapportage van een onafhankelijke derde ten einde de noodzaak te kunnen vaststellen. iii. als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten voor het bekostigen van de voorziening. of, als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel 3, een kostenbegroting f. de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de voorziening, en g. als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° tot en met 5°, de aanduiding van de gewenste plaats waar de voorziening moet worden gerealiseerd. 2. Het college stelt de aanvrager voor 15 maart schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste of tweede lid ontbreken. De aanvrager heeft tot 1 mei (de hersteldatum) de gelegenheid de ontbrekende gegevens aan te vullen.
Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. 3. Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1 oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen de gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet tijdig is verstrekt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling. Artikel 78. Opgave ingediende aanvragen Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen voor 1 september een opgave van de aanvragen die overeenkomstig artikel 56 en 6a zijn ingediend en geeft daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen. 16 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
PARAGRAAF 2.2
OVERLEG VOORAFGAAND AAN VASTSTELLEN PROGRAMMA EN OVERZICHT
Artikel 89. Toelichting aanvraag; overleg over ingediende begroting 1. Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen 3 maanden na de hersteldatum, bedoeld in artikel 6, tweede lid. 2. Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet worden aangepast. 3. Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in paragraaf 2.3: a. de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en b. als dit van toepassing is, de redenen waarom in het overleg geen overeenstemming is bereikt over de hoogte van het geraamde bedrag. Artikel 910. Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad 1. Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud van dat voorstel naar voren te brengen. 2. Dit overleg vindt plaats uiterlijk 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen programma betrekking heeft.
De bevoegde gezagsorganen worden tenminste twee weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de voorgenomen inhoud van het voorstel. 3. De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg van deze zienswijzen in kennis. 4. Het college maakt een verslag van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag. Het verslag wordt binnen een maand na het overleg toegezonden aan alle bevoegde gezagsorganen. 5. Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma. Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid. 6. Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad.
Het college zorgt ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in het vierde lid. 7. Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het college bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het toezenden van het afschrift van het advies. 17 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
8. Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen vier weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde lid. 9. Het college kan voorstellen het overleg over het programma te laten vervallen, indien geen andere aanvragen zijn ingediend dan op basis van het integraal huisvestingsplan. PARAGRAAF 2.3 VASTSTELLEN BEKOSTIGINGSPLAFOND, PROGRAMMA EN OVERZICHT
Artikel 1011. Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht 1. Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per voorziening. 2. Het programma en het overzicht worden vastgesteld op uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop het programma betrekking heeft. Artikel 1112. Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond, programma en overzicht 1. De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond, het programma en het overzicht worden door het college binnen vier weken na de datum waarop het besluit is genomen bekend gemaakt door het toezenden of uitreiken van het besluit aan de aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige bevoegde gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen besluiten. 2. De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage gelegd.
PARAGRAAF 2.4
UITVOEREN PROGRAMMA
Artikel 1213. Overleg wijze van uitvoering 1. Nadat het programma is vastgesteld treedt het college zo nodig in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over: a. het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het voortgezet onderwijs; b. het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de aanvrager worden ingediend; c. als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag; d. de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting toetst, en of het naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien; e. de controle op en het afleggen van verantwoording over het besteden van de beschikbaar te stellen middelen; f. de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt. g.
de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan 18 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
2.
3.
4.
5.
De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet tot overeenstemming heeft geleid legt het college schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen zes weken na het overleg. Als de aanvrager niet binnen vier weken nadat het verslag is ontvangen schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen overeenstemming te zijn bereikt. Bij het toepassen van artikel 13, tweede lid, neemt het college binnen 6 weken nadat overeenstemming is bereikt een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde in artikel 14 is daarbij van overeenkomstige toepassing. Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het college dit binnen 6 weken nadat het verslag is vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt opgeschort.
Voor voorzieningen, die zijn opgenomen in het meerjarig uitvoeringsprogramma blijft het bepaalde in de vorige leden van dit artikel buiten toepassing. Het college voert overleg met het schoolbestuur van een school dat is opgenomen in het uitvoeringsprogramma. De afspraken over bouwheerschap, goedkeuring bouwplan en begroting en overige voorwaarden worden vastgelegd in een uitvoeringsovereenkomst (‘afsprakenbrief’). Voor de voorzieningen als bedoeld in dit lid blijven de artikelen 14, 15 en 16 buiten toepassing.
Artikel 1314. Instemmen bouw-of uitvoeringsplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overleggen offertes 1. Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 12, tweede lid, is bereikt dient het bevoegd gezag het bouw- of uitvoeringsplan in bij het college. Vindt bekostiging plaats op basis van normbedragen dient het bouwplan vergezeld te gaan van een begroting. Vindt bekostiging plaats op basis van de werkelijke kosten dan dienen het uitvoeringsplan, gunningsadvies en de bij behorende offertes aan het college ter beoordeling overgelegd te worden. Het bevoegd gezag houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken, bedoeld in artikel 12, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten. Het college moet instemmen met de te overleggen documenten, voordat een bouwopdracht wordt verleend. 2.
Het college beslist binnen zes weken nadat de onder lid genoemde documenten zijn ontvangen of hiermee ingestemd kan worden en het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met vier weken. Als niet binnen de gestelde termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de begroting en start de bekostiging op het door de aanvrager aangegeven tijdstip. Het college stelt de aanvrager binnen vier weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging start respectievelijk na de datum waarop de instemming geacht wordt te zijn verleend hiervan schriftelijk in kennis.
3.
De hoogte van de vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt vastgesteld op basis van het goedgekeurde bouwplan en gunningsadvies. De hoogte van de vergoeding wordt gebaseerd op de werkelijke te maken kosten.
a.3. De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige inschrijving. b. Per “werk” is ontheffing mogelijk als voldoende gemotiveerd kan worden waarom hiervoor als criterium de laagste aanbieding als uitzondering zou moeten gelden. 19 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
c. Voor toegekende voorzieningen is de aanvrager verplicht een aanbestedingsprocedure te volgen. Uitgangspunt is dat wordt voldaan aan het bepaalde in de Aanbestedingswet 2012 en aan de relevante Europese regelgeving. d. Een schoolbestuur kan bij aanbesteding ook het gemeentelijk inkoopbeleid toepassen.
Artikel 1415. Aanvang bekostiging Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden. Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het programma geplaatste voorziening. Artikel 1516. Vervallen aanspraak op bekostiging 1. Uiterlijk 1 oktober van het jaar volgend waarop het programma betrekking heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit hij een koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij binnen 2 weken een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt voldaan. 2. De in het eerste lid bedoelde: a. bouwopdrachten en overeenkomsten zijn onherroepelijk; b. bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen, waarbinnen het werk wordt opgeleverd; c. huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van inwerkingtreding, alsmede de duur van de overeenkomst; d. koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop. 3. De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt door: a. bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn toe te rekenen, en b.
de aanvrager voor 1 oktober een schriftelijk gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn heeft ingediend bij het college. 4. Het college beslist voor 1 november op een verzoek tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van het verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de termijn wordt verlengd.
20 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Hoofdstuk 3. Aanvragen met spoedeisend karakter PARAGRAAF 3.1 AANVRAAG
Artikel 1617. Indienen aanvraag Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt zo spoedig mogelijk na het ontstaan van de calamiteit ingediend bij het college. Een eerste melding van een calamiteit dient direct na het ontdekken van de calamiteit aan het college gemeld te worden. Artikel 1718. Inhoud aanvraag 1. Een aanvraag als bedoeld in artikel 16 vermeldt naast de gegevens genoemd in artikel 67, eerste lid, de omstandigheden waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. 2. Het college stelt de aanvrager binnen vier weken na de datum waarop de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft vervolgens twee weken om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in behandeling.
PARAGRAAF 3.2 BEOORDELEN AANVRAAG; UITVOEREN BESLUIT
ARTIKEL 1819. TIJDSTIP BESLISSING 1. 2.
3.
Het college beslist binnen zes weken nadat de aanvraag is ontvangen of, binnen vier weken nadat de aanvullende gegevens zijn verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wel tegemoet kan worden gezien. Het college stelt de aanvrager binnen twee weken na de datum van de beslissing schriftelijk van de beslissing in kennis.
Artikel 1920. Uitvoeren beslissing Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 18, eerste lid, waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. 1. Het bepaalde in de artikelen 12, 13, 14 en 15, tweede tot en met vierde lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing. 2. In de beschikking als bedoeld in het eerste lid wordt, in overleg, vermeld binnen welke termijn een bouwopdracht moet worden verleend en/of koop- huur-, of erfpachtovereenkomst moet zijn afgesloten. De aanvrager zendt binnen een termijn van vier weken na het verlenen van een bouwopdrachten en/of het afsluiten van een koop- huur-, of erfpachtovereenkomst hiervan een afschrift aan het college. De aanspraak op bekostiging en/of vergoeding vervalt als niet aan deze verplichting is voldaan, tenzij het college via een aangetekend schrijven voor afloop van de vastgestelde termijn een gemotiveerd verzoek heeft ontvangen voor het opschorten van deze verplichtenverplichting; het college kan dan een nieuw besluit nemen. 21 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
22 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Hoofdstuk 4. Medegebruik en verhuur PARAGRAAF 4.1
MEDEGEBRUIK VOOR ONDERWIJS OF EDUCATIE
Artikel 2021. Aanduiden omstandigheden Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een voor een school bestemd gebouw of terrein als: a. door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III, deel C, een tekort aan huisvestingscapaciteit is vastgesteld en het bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de artikelen 56, 6a of 1617 heeft ingediend; b. sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een andere school of een instelling als bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de voor die school of instelling gangbare berekeningswijze; c. leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een school; d. leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs van een school, of ; d.e. een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs niet volledig wordt benut, wat blijkt uit het lesrooster van de school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs gebruiken. Artikel 2122. Omschrijving leegstand 1. Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de vastgestelde ruimtebehoefte. 2. Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als: a.
het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en de som van het aantal klokuren gebruik dat door het college is vastgesteld minder is dan 40 klokuren; b. het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het lokaal minder dan 40 lesurenklokuren wordt gebruikt, tenzij het bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar aantoont dat dit niet het geval is; c. het lokaal wordt gebruikt door één of meer scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs, en de som van de berekeningswijzen, bedoeld onder a en b, minder is dan 40 klokuren. Artikel 2223. Nalaten vordering; volgorde van vorderen 1. Het college gaat niet over tot vordering ten behoeve van medegebruik indien het bevoegd gezag de leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik dient plaats te vinden in gebruik heeft gegeven aan een andere school of scholen ten behoeve van het onderwijs aan die school of scholen. 2.
Het gestelde in het eerste lid is niet van toepassing indien het gebruik van die andere school of scholen kan plaatsvinden in de aan die scholen reeds ter beschikking staande huisvestingscapaciteit. 3. Indien er zich in meerdere gebouwen leegstand voordoet wordt: a. als eerste de leegstand gevorderd in het gebouw dat in gebruik is bij een school van hetzelfde bevoegd gezag, tenzij uit oogpunt van doelmatigheid het vorderen van leegstand in een ander gebouw een betere oplossing biedt; b. vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw waarin een school van dezelfde richting is gehuisvest en 23 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
4.
c. vervolgens de leegstand gevorderd in het gebouw dat het dichtst gelegen is bij het hoofdgebouw van de school ten behoeve waarvan de vordering plaatsvindt. Het college kan, indien de bij de vordering betrokken bevoegde gezagsorganen daarmee instemmen, in een individueel geval van de in het derde lid opgenomen volgorde afwijken.
Artikel 2324. Overleg en mededeling 1. Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 56 overlegt het daarover met de betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld in artikel 910. 2. Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een aanvraag als bedoeld in artikel 1617, overlegt het daarover zo spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen. 3. Binnen zes weken nadat het programma is vastgesteld of binnen twee weken na het overleg, bedoeld in het vorige lid, deelt het college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt schriftelijk mede dat gevorderd wordt. 4. De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder geval: a. de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor wordt gevorderd; b. een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor gevorderd wordt of, als het betreft het bewegingsonderwijsonderwijs, het aantal klokuren dat gevorderd wordt; c. het gebouw waarop de vordering betrekking heeft; d. het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat gevorderd wordt; e. de periode waarvoor gevorderd wordt, en de ingangsdatum van het medegebruik.; f. de ingangsdatum van het medegebruik.
Artikel 2425. Vergoeding De betrokken bevoegde gezagsorganen die het betreft stellen in onderling overleg, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, een de vergoeding voor het medegebruik vast. Als het overleg niet tot overeenstemming leidtHierbij wordt dezeals uitgangspunt genomen dat de vergoeding gebaseerd op het bedrag dat voor elke groep basisonderwijs bij meer dan zes groepen jaarlijks door het ministerie van O, C & W beschikbaar kostendekkend dient te zijn. Als geen overeenstemming wordt gesteld binnen de groepsafhankelijke programma’s van eisenbereikt stellen partijen in onderling overleg vast welke handelswijze wordt gevolgd.
PARAGRAAF 4.2 MEDEGEBRUIK VOOR CULTURELE, MAATSCHAPPELIJKE OF RECREATIEVE DOELEINDEN Artikel 2526. Overleg en mededeling 1. Voordat het college overgaat tot vorderen overlegt het college met de betrokken bevoegde gezagsorganen. 2. In het overleg komt in ieder geval aan de orde: a. voor welke activiteit of activiteiten gevorderd wordt; b. of die activiteit of activiteiten zich verdragen met het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school; c. of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school hinder van het medegebruik ondervindt; d. wat naar oordeel van het college en het bevoegd gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik is; e. de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs aanvang kan nemen.
24 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
3.
4.
Binnen zes weken na het overleg deelt het college het bevoegd gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke mededeling. Als het overleg niet tot volledige overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de beslissing van het college over de punten waarover geen overeenstemming was bereikt. Als geen overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg vast welke handelwijze wordt gevolgd.
PARAGRAAF 4.3 VERHUUR
ARTIKEL 2627. VERZOEK TOESTEMMING COLLEGE 1.
2. 3.
Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet op het primair onderwijs, artikel 106, eerste lid, van de Wet op de expertisecentra of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt gesloten. Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de bestemming van de te verhuren ruimte. Het college kan aan de toestemming de voorwaarde verbinden dat voor de verhuur een huur is verschuldigd.
Hoofdstuk 5. Einde gebruik gebouwen en terreinen Artikel 2728. Staat van onderhoud 1. Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein. 2. Er is sprake van achterstallig onderhoud als de conditie lager dan 3 is volgens de NEN 2767 norm. 2.3. Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat van onderhoud opgemaakt. 3.4. De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag opgemaakt in opdracht van het college. 4.5. Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd gezag. 5.6. Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt. 6.7. Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit naar het oordeel van het college niet nodig is.
25 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Hoofdstuk 6. Gebruik lokaal bewegingsonderwijs door het basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs en het speciaal en (voortgezet) speciaal onderwijs Artikel 2829. Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit, inroosteren en gebruik 1. Het college stelt jaarlijks voor 31 december voorlopig vast het aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt. 2. Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school staat ingeschreven. 3. Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 1 juni van het daarop volgende jaar een rooster op voor het aankomende schooljaar met het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs, waarbij het college rekening houdt met de afstanden in relatie tot de omvang van het onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld in bijlage I, deel B; 4. Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig is vastgesteld in kennis van het rooster. Hierbij worden per school de volgende gegevens vermeld: a. het aantal klokuren waarvoor de school wordt ingeroosterd; b.
het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het bewegingsonderwijs is toegewezen, en c. de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik plaatsvindt. 5. De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 1 september reageren op het voorstel; er kan gemotiveerd een verzoek om meer klokuren in te roosteren bij een groter aantal groepen dan de normberekening. 6. Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg over het voorstel plannen. 7. Het college stelt het rooster voor 15 september definitief vast en houdt hierbij rekening met de eventuele reacties van de bevoegde gezagsorganen. 8. Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is vastgesteld. 9. Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar is. Het aantal klokuren dat door het college extra wordt ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school. 10. De ruimten voor bewegingsonderwijs primair onderwijs hebben een maximale capaciteit van 26 klokuren per week, die voor het voortgezet onderwijs 40 klokuren.
Hoofdstuk 7. Slotbepalingen
Artikel 2930. Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet voorziet 1. In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin deze verordening niet voorziet beslist het college. 2. Het college kan, in afwijking van de verordening, beslissen maatwerk toe te passen. Dit vindt plaats in overleg en met behoud van de eigen verantwoordelijkheid van de gemeente en de schoolbesturen, maar wel met de wil om op basis van consensus te werken.
26 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Artikel 3031. Indexering DeHet college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen worden jaarlijks bij op basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van prijsbijstelling geïndexeerd. Artikel 3132. Intrekken oude verordening De Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Veendam 20112015 wordt ingetrokken.
Artikel 3233. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015februari 2023. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs gemeente Veendam 20152023.
27 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
28 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
Bijlage I – Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen DEEL A - LESGEBOUWEN De voorzieningen genoemd onder A.2 (vervangende bouw), A.3.1 (uitbreiding met één of meer leslokalen) en A.3.2 (uitbreiding met een speellokaal) worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een permanente bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden kan dit, na overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college plaatsvinden.
A.1 Nieuwbouw Noodzaak van nieuwbouw is aanwezig als: a. de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt; b. de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en: 1° als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 15 jaar kunnen worden verwacht, of 2° als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft en een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende ten minste 4 jaar kunnen worden verwacht, en c. geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en d. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.
A.2 Vervangende bouw De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als: a. op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud of aanpassing niet zal leiden tot een levensduurverlenging van tenminste 20 jaar; of b. dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie; en/of c. er geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en d. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te e. realiseren; f.c. dit het gevolg is van ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening en: 1° 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, of 2° 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende ten minste 4 jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht. , en d. geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en
29 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
e. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren. A.3 Uitbreiding A.3.1 Uitbreiding schoolgebouw De noodzaak van het uitbreiden van een schoolgebouw is aanwezig als: a. de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit van een schoolgebouw van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs kleiner is dan de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte en het verschil tussen de capaciteit en de ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, of een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of een voortgezet onderwijs gelijk of groter is dan de drempelwaarde, bedoeld in bijlage III, deel C, en b.
daarnaast: 1° als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht, 2°1° als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal leerlingen gedurende minstens vier jaar aanwezig zijn of kunnen worden verwacht, of 3°2° de prognose op basis van de laatste teldatum voor het indienen van de aanvraag aantoont dat het aantal leerlingen dat aanwezig is niet voor ten hoogste vier jaar binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden gehuisvest, en c. geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school, en d. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren.
A.3.2. Uitbreiding met een speellokaal vanvoor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal onderwijs De noodzaak van het uitbreiden met een speellokaal is aanwezig als: a. tot een speciale school voor speciaal basisonderwijs minstens twaalf kinderen jonger dan zes jaar of tot een school of afdeling van een school voor speciaal onderwijs minstens 6 kinderen jonger dan zes jaar worden toegelaten; b. de school volgens een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat de school minstens vijftien jaar zal blijven bestaan; c. in het schoolgebouw geen speellokaal aanwezig is; d.e. medegebruik van een speellokaal of lokaal bewegingsonderwijs binnen 500 meter (hemelsbreed) onmogelijk is, en e.f. het naar oordeel van het college onmogelijk is om tegen redelijke kosten inpandig een speellokaal te realiseren door gebruik te maken van een bestaand verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte. A.4 In gebruik nemen van een bestaand gebouw De noodzaak van het in gebruik nemen van een gebouw is aanwezig als: a. de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt of als het huidige gebouw moet worden vervangen of uitgebreid;
30 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
b. de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden verwacht en: 1° 1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht, of 2° 2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze leerlingen gedurende minstens vier jaar kunnen wordenworden verwacht, en
c. geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school; d. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en e. de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van vervangende bouw of uitbreiding. A.5 Verplaatsen tijdelijk gebouw De noodzaak van het verplaatsen van een tijdelijk gebouw is aanwezig als: a. er op basis van een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor minstens vier jaar is, waarin een beschikbaar leeg of leegkomend tijdelijk gebouw kan voorzien; b. geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt te maken is als passende huisvesting voor de school; c. het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting voor de school te realiseren, en d. de kosten van het verplaatsen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van een nieuwe tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en voor dezelfde tijdsduur.
A.6 Terrein De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel daarvan is aanwezig als het college heeft ingestemd met een voorziening als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, en de oppervlakte van het bestaande terrein niet voldoende is om deze voorziening te realiseren. De oppervlakte van het terrein moet voldoen aan de minimumnormen, bedoeld in bijlage III, deel D.
A.7 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair (inventaris) 11. De noodzaak van de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en meubilair of leerenhulpmiddelen ontstaat en hulpmiddelen ontstaat wanneer deze niet eerder voor 1 januari 2015 is bekostigd.
a. wanneer een voorziening wordt toegekend nieuwbouw niet zijnde vervangende nieuwbouw, die uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de school tot gevolg heeft, en/ of
22.
33.
b.a.wanneerWanneer een school groeit met minimaal één groep (op basis van de gemiddelde groepsgrootte) leerlingen o.g.v. het gestelde in Bijlage III, deel C, 3.3 en voor de eerste inrichting vóór 1 januari 2015 nog niet eerder bekostiging heeft plaatsgevonden. De noodzaak van eerste inrichting met onderwijsleerpakket en meubilair van een speellokaal is aanwezig als een speciale school voor basisonderwijs of een speciale school wordt uitgebreid met een speellokaal. Bij fusie van scholen wordt uitsluitend uitbreiding van eerste aanschaf van onderwijsleerpakket, meubilair toegekend als het aantal leerlingen na de fusie groter is dan het totaaltotale aantal leerlingen van de afzonderlijk aan de fusie deelnemende scholen.
31 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
A.8 Medegebruik 1 De noodzaak van medegebruik van een school voor basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of een school voortgezet onderwijs, is aanwezig als het verschil tussen de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte: a. gelijkGelijk of groter is dan de drempelwaarde, bedoeld in bijlage III, deel C, en b. eenEen overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat de overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte voor minimaal vier jaar noodzakelijk is. 2 Bepalend bij het beoordelen van de beschikbaarheid van een gebouw of ruimte voor medegebruik is een afstand van ten hoogste 2 kilometer hemelsbreed. 3 Medegebruik blijft beperkt tot ten hoogste twee gebouwen.
A.9 Herstel van constructiefouten De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die hersteld moeten worden.
32 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
A.10 Vervangen of herstel van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair en leeren hulpmiddelen in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair en leer- en hulpmiddelen als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.
DEEL B - VOORZIENINGEN VOOR LOKALEN BEWEGINGSONDERWIJS
B.1 Nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming. De noodzaak van: a. nieuwbouw is aanwezig als de minister de desbetreffende school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt; b. vervangende nieuwbouw is aanwezig op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud en aanpassing niet zal leiden tot een levensduurverlenging van minstens 20 jaar of dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie; c. uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs is aanwezig als de oppervlakte van de zaal kleiner is dan 140 vierkante meters en het effectief gebruik van het lokaal daardoor belemmerd wordt, of d. het in gebruik nemen van een lokaal bewegingsonderwijs is aanwezig als: 1° de minister de school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking brengt; 2° het huidige gebouw overeenkomstig onderdeel b voor vervanging in aanmerking komt; of a. de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van vervangende bouw, en e. het onmogelijk is gebruik te maken van één of meer lokalen bewegingsonderwijs of van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende lokalen bewegingsonderwijs voor: 1° een school voor basisonderwijs of speciaal basisonderwijs, bij noodzakelijk gebruik van a. ten minste 20 klokuren , 1 km hemelsbreed of b.
ten minste 15 klokuren binnen 3,5 km hemelsbreed of c. ten minste 5 klokuren binnen 7,5 km hemelsbreed of 2° een school voor speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, bij noodzakelijk gebruik van: a. 1 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen speciaal onderwijs, b. 2 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs, c. 3,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 6 groepen speciaal onderwijs of d. 7,5 km hemelsbreed bij noodzakelijk gebruik door ten minste 3 groepen speciaal onderwijs gebruik te maken van een of meer gymnastiekruimten dan wel van binnen een redelijke termijn beschikbaar komende gymnastiekruimten e. een school voor voortgezet onderwijs 2 km hemelsbreed en een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat gedurende ten minste vijftien jaar de groepen leerlingen waarvoor het door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is, aanwezig zijn of verwacht kunnen worden. B.2 Terrein 33 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023
De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel daarvan is aanwezig als voor het realiseren van de nieuwbouw of de uitbreiding geen of onvoldoende terrein aanwezig is. B.3 Eerste inrichting De noodzaak van eerste inrichting bewegingsonderwijs is aanwezig als: a. nieuwbouw, uitbreiding of ingebruikneming bestaand lokaal bewegingsonderwijs voor de school is goedgekeurd, en b. voor de desbetreffende groepen leerlingen van het basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs nog niet eerder bekostiging eerste inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt of voor de desbetreffende leerlingen van het voortgezet onderwijs nog niet eerder bekostiging eerste inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt. B.4 Huur van een sportterrein school voor voortgezet onderwijs De noodzaak van huur van een sportveld is aanwezig als het lesrooster buitensport vermeldt, het bevoegd gezag niet beschikt over een eigen sportveld en medegebruik van een sportveld van een ander bevoegd gezag onmogelijk is. B.5 Medegebruik De noodzaak van medegebruik is aanwezig als het door de gemeente vastgestelde aantal klokuren bewegingsonderwijs zodanig is dat daarvoor binnen de op dat moment in gebruik zijnde lokalen bewegingsonderwijs geen plaats is.
B.6 Herstel constructiefouten De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die hersteld moeten worden. B.7 Herstel of vervanging van schade aan gebouw, onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere omstandigheden De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket of meubilair als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende gebouw wordt gehinderd.
34 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Veendam 20152023