06-02 Jaarverslag jaarrekening 2020
Tekst van het document
De Raad heeft besloten ook deze Code over te nemen en deze wordt door de Raad van Toezicht wederom onderschreven en hanteert deze als uitgangspunt voor zijn handelen. De Raad houdt zich aan de lidmaatschapseisen uit de Code en ziet erop toe dat ook Winkler Prins dat doet. De Raad volgt de richtlijnen uit de Code in beginsel ook op; het daarvan afwijken behoort een uitzondering te zijn, waarbij de Raad zich houdt aan het beginsel ‘pas toe of leg uit’. De Raad zal de in de nieuwe Code opgenomen wijzigingen doorvoeren in haar Toezichtskader en zal in dat kader ook zorgen voor de opstelling van een opleidingsplan voor de Raad ter bevordering van de deskundigheid van zijn leden. Voor het overige wordt de Code integraal toegepast. Algemene beschouwing op het beleid van Winkler Prins De Raad constateert dat Winkler Prins de op basis van het vastgestelde en goedgekeurde beleidsplan 2020 al ingezette lijn om de kwaliteit van onderwijs, met oog voor de eigen talenten, capaciteiten en eigenschappen van de individuele leerlingen, nog verder weet te verbeteren. Daarbij behoort uiteraard ook aandacht te zijn voor professionele ruimte voor medewerkers en hun continue ontwikkelingen bij werken in professionele leernetwerken. Dit alles in een gezonde organisatie. De organisatie is op orde.
Er is sprake van professioneel HR beleid, een goede staforganisatie en adequate communicatie met alle stakeholders. Ook financieel is de organisatie in balans en is er goed zicht op de verplichtingen op toekomstige inkomsten en uitgaven. De in 2020 gestelde jaardoelen zijn alle bereikt. Dat is bijzonder te noemen in een jaar waarin er zoveel aan de hand is geweest als gevolg van de Covid-19-pandemie. De Raad heeft zich met de nodige regelmaat op de hoogte laten stellen door de bestuurder over alle relevante ontwikkelingen rond de maatregelen en de impact van die maatregelen op leerlingen en medewerkers. Ook ontving de Raad alle communicatie-uitingen die de bestuurder aan personeel en ouders het afgelopen jaar gedaan heeft om hen op de hoogte te houden van alle maatregelen rond de Covid-19-pandemie. Het jaarlijkse Beleidsplan & begroting, het Jaarverslag & jaarrekening met daarin de continuïteitsparagraaf laten zien dat de bedrijfsvoering ook in 2021 gericht is op het besteden van onderwijsgeld op een doelmatige en rechtmatige manier, gericht op goed onderwijs voor leerlingen. De vereiste doelmatigheid uit zich in de samenkomst van de zorg voor de onderwijskwaliteit, een verantwoorde en op onderwijskwaliteit gerichte inzet van middelen. De financiële huishouding van Winkler Prins is op orde en de continuïteit op lange termijn is eveneens gewaarborgd.
Het relatief omvangrijke eigen vermogen wordt gelegitimeerd door de op korte termijn voorziene investeringen. Verder wordt de doelmatigheid en rechtmatigheid door de Raad van Toezicht getoetst aan de hand van de rapportages van en in de gesprekken met de accountant en de controller van Winkler Prins, veelal in vooroverleg door de Auditcommissie van de Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht maakt hierbij ook gebruik van bestuurs- en benchmarkrapportages bijvoorbeeld vanuit Vensters (het informatiesysteem van de sectororganisatie VO-raad) en VOION (arbeidsmarkt- en opleidingsfonds voor het onderwijs). Daarin wordt het beeld van een doelmatige en rechtmatige besteding van de beschikbaar gestelde middelen bevestigd. De doelmatigheid van de ingezette middelen wordt ook onderstreept door de resultaten die door de leerlingen van de school zijn bereikt.
42
Jaarverslag en jaarrekening 2020
Specificatie bezoldiging bestuur Voor de bezoldiging verwijzen wij naar de jaarrekening. Voor de bestuurder geldt dat de Bestuurders cao vo op hem van toepassing is en dat zijn beloning passend is binnen deze cao en de nu geldende WNT-normen. Tenslotte De Raad van Toezicht heeft gezien en vastgesteld dat er het afgelopen jaar een ongelooflijke inspanning is geleverd door al het personeel om ondanks de Covid-19-pandemie toch zoveel en zo goed mogelijk onderwijs te geven aan de leerlingen van Winkler Prins. De Raad heeft ook geconstateerd dat dat soms niet meeviel en dat een ieder zijn dan wel haar schouders eronder heeft gezet om onderwijs toch mogelijk te maken. De Raad wil een ieder complimenteren met hun buitengewone inzet voor Winkler Prins. 4.3 Beloningsbeleid Raad van Toezicht De leden van de Raad van Toezicht ontvingen voor hun werkzaamheden een vaste jaarlijkse bruto vacatie- en onkostenvergoeding. Voor de aan de leden van de Raad van Toezicht uitgekeerde bedragen verwijzen wij u naar de jaarrekening in de bijlage. Beroep en nevenfuncties toezichthouders Termijn
Aftredend/ herbenoembaar
Naam
Commissie(s)
Benoemd
Herbenoemd
Dhr. R. Schilt
Remuneratie
01-06-2015
-
Eerste
2021
-
Eerste
2021
Te vermelden (neven)functies 2020: • Voorzitter Aequor Services BV, Ede • Voorzitter Aequor Fonds Dhr. J.B. Rijpkema
Remuneratie
01-06-2015
Te vermelden (neven)functies 2020: • Advocaat • Voorzitter RvC woningcorporatie Stichting De Huismeesters te Groningen • Voorzitter RvT woningcorporatie stichting Woongroep Marenland te Appingedam • Lid College van Deskundigen WatersportVerbond • Lid RvT Stichting Talent Westerveld Dhr. J. Cooijmans, plv. voorzitter
Audit
01-06-2015
-
Eerste
2021
Te vermelden (neven)functies 2020: • Adviespraktijk J. Cooijmans Consulting, advisering, interim management en boardroom counseling in de publieke en private sector • Vicevoorzitter Raad van Commissarissen Elkien Wooncorporatie • Vicevoorzitter Raad van Commissarissen Rabobank Stad en Midden Groningen (t/m 12-09-2020) • Voorzitter Stichting st. Joriskerk Westerlee • Lid bestuur en penningmeester Stichting Revolverend Fonds Groningen • Lid Raad van Toezicht Ambion (Openbaar primair onderwijs in Joure en Heerenveen) • Lid Raad van Toezicht Mee Noord (vanaf 01-04-2020 in de rol van voorzitter) • Lid Raad van Toezicht Amaryllis (vanaf 01-01-2020) • Voorzitter Raad van Toezicht Centrum voor Beeldende kunst Groningen (vanaf 01-03-2020) Dhr. F. Disch
Audit
01-06-2015
-
Eerste
2021
Te vermelden (neven)functies 2020: • Voorzitter Raad van Toezicht Stichting PrimAH
Jaarverslag en jaarrekening 2020
43
Dhr. F. Thomassen
Kwaliteit, Onderwijs & Personeel
01-06-2015
-
Tweede
2021
Te vermelden (neven)functies 2020: • Partner BMC, senior adviseur Beroep en Nevenfunctie Bestuurder Naam
Functie
Leeftijd
Datum in dienst
Start in functie
Uit dienst
Dhr. F. Vinke
Bestuurder
62
01-06-2005
Sectordirecteur vmbo
N.v.t.
Te vermelden (neven)functies 2020: • Lid Raad van Toezicht Stichting Openbaar Onderwijs Marenland
44
Jaarverslag en jaarrekening 2020
5. Medezeggenschap De geledingen van de MR zijn in 2020 vier keer bijeen geweest. Naast de bijzondere onderwerpen, zoals de ontwikkeltijd, het Leer- en Sportpark en het Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen, is de MR in 2020 betrokken geweest bij jaarlijks terugkerende onderwerpen. Dit zijn onder andere de lessentabellen, bevorderingsnormen, doorstroomeisen, de vakantieregeling en de schoolgids. Vanuit de MR waren enkele leden afgevaardigd in werkgroepen en (benoemingsadvies)commissies. In overleg met elk van de drie geledingen zijn beleidsvoorstellen door de bestuurder steeds uitgebreid toegelicht. Ook werden regelmatig deelschool- of stafdirecteuren uitgenodigd voor een extra toelichting. De verschillende geledingen hebben in onderling overleg uitgebreid over de voorstellen gesproken. Uiteindelijk is, na zorgvuldig beraad, geadviseerd of instemming verleend. In 2020 was er voor de MR ook een rol weggelegd met betrekking tot de gevolgen van de coronamaatregelen. Staand beleid en afspraken moesten soms herzien worden. De MR is daarvan voortdurend op de hoogte gehouden en heeft haar formele bevoegdheid pragmatisch ingezet opdat er slagvaardig op veel ontwikkelingen gereageerd kon worden. Zo is de beoordeling van wijzigingen in het PTA bijvoorbeeld door de MR gemandateerd aan haar dagelijks bestuur.
De MR heeft tevens twee keer een positief gesprek gehad met de leden van de Raad van Toezicht over een aantal lopende onderwerpen. De MR ziet ernaar uit om ook het komende jaar als proactieve en kritische gesprekspartner actief betrokken te zijn bij beleidsontwikkelingen binnen Winkler Prins.
6.
Toekomst
Sinds het voorjaar van 2020 is de wereld in de ban van de Covid-19-pandemie. Deze pandemie maakt dat we te maken hebben met onzekerheden over zaken die anders vanzelfsprekend waren. De verwachting is dat we gedurende het hele jaar 2021 te maken zullen hebben met het virus en alles wat daarmee samenhangt. De onzekerheden en beperkingen van 2020 gelden dus ook in 2021. Het virus brengt beperkingen met zich mee maar biedt ook kansen voor ontwikkelingen en innovaties die anders minder vanzelfsprekend van de grond zouden komen. Hierbij kan gedacht worden aan de flexibilisering van het onderwijs, het inrichten van het afstandsonderwijs, het verlenen van maatwerk aan leerlingen op afstand, het omgaan met achterstanden bij leerlingen. Deze thema’s zijn allen onderdeel van onze strategische ambitie. We maken zo als het ware van de nood een deugd. Zo werken we in 2021 verder aan de vormgeving van ons SBP waarbij we ons moeten realiseren dat de uitdagende omstandigheden veel vragen van iedereen. Meer dan andere jaren moeten we waken voor overbelasting bij medewerkers en leerlingen en overladenheid van het programma voorkomen. Dat kan betekenen dat we in 2021 minder doelstellingen kunnen realiseren dan in de jaren daarvoor. De primaire inzet blijft erop gericht dat leerlingen goed onderwijs en begeleiding krijgen en dat iedereen gezond aan het werk kan blijven.
In het coronajaar 2020 is andermaal duidelijk geworden dat de ware kracht van onze school zit in de bereidheid van onze medewerkers om elke dag het beste in zichzelf naar boven te halen zodat onze leerlingen een succesvolle en plezierige schooltijd hebben. Met hun inzet en betrokkenheid kunnen we 2021 en daarna met vertrouwen tegemoet zien, ook onder moeilijke omstandigheden zoals deze er waren in 2020.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
45
7. Financiële situatie op balansdatum Exploitatie
Begroting
Exploitatie
2020
2020
2019
Baten Rijksbijdragen
19.725.566
19.099.000
19.374.870
Overige overheidsbijdragen en -subsidies
14.743
17.000
22.043
Overige baten
382.214
515.000
656.625
Totaal baten
20.122.523
19.631.000
20.053.537
Lasten Personele lasten
16.130.168
16.034.000
16.278.720
Afschrijvingen
862.501
642.000
760.054
Huisvestingslasten Overige instellingslasten
877.178
936.000
764.028
1.884.930
2.115.000
2.138.660
Totaal lasten Saldo baten en lasten
19.754.777
19.727.000
19.941.462
367.746
96.000-
112.076
Financiële baten en lasten Financiële baten
-
Financiële lasten
16.238
Saldo financiele baten en lasten
-
47.061
16.238-
-
47.061
Ten laste van bestemmingsreserve - Bestemmingsreserve aanvullende bekostiging - Bestemmingsreserve uitkering loon 2019 Nettoresultaat Rentabiliteit
150.000 351.508
105.000 159.000
159.137
1,75%
0,81%
0,79%
Saldo exploitatie 2020 is afgesloten met een positief resultaat van € 351.598, een rentabiliteit van 1,75%. Het resultaat is in 2020 gevormd door uitzonderlijke éénmalige zaken en vormingen van en onttrekkingen uit diverse bestemmingsreserves. Eenmalige zaken ● Halverwege 2021 wordt een start gemaakt met de revitalisering van de Raadsgildenlaan 1 als onderdeel van het Leer- en Sportpark. Dat betekent dat we alle activa hebben beoordeeld of deze na revitalisering nog aanwezig zijn. Indien dit niet geval is, is een schattingswijziging op de boekwaarde berekend. Dit betekent een extra afschrijvingslast in 2020 ad € 207.768. ● In de Personele voorzieningen is een vrijval ad € 263.000 opgenomen. Dit betreft de voorziening pensioenverplichtingen in relatie tot de wachtgeldvoorziening. In 2020 is definitief gebleken dat deze niet meer voor rekening van Winkler Prins zal komen. ● In de jaarrekening is een bedrag opgenomen voor een verplichting voor niet genoten vakantiedagen bij zwangerschappen ad € 68.018. ● In de jaarrekening is per saldo (saldo vrijval en dotatie) een extra last ad € 65.886 opgenomen met betrekking tot de verplichting langdurig ziek. ● Een correctie betreffende voorgaande jaren op de egalisatierekening betekent een extra bate ad € 28.093.
46
Jaarverslag en jaarrekening 2020
Bestemmingsreserves. ● Er is voor € 171.738 uit reeds gevormde bestemminsreserves onttrokken. Dit betreft de kosten met betrekking tot de eenmalige uitkering, werkdrukverlagingsmiddelen en uitgestelde BAPO. ● Eind 2020 hebben we een aanvullende uitkering ontvangen voor een totaal bedrag ad € 124.842 van het Samenwerkingsverband Groningen Ommelanden. Wij zijn verplicht om deze ontvangst in de jaarrekening 2020 op te nemen als baten. De uitgaven en kosten zullen in 2021 en later plaats gaan vinden op het gebied van het ontwikkelen van maatwerktrajecten. Er is een bestemmingsreserve gevormd voor dit bedrag. Het resultaat inclusief alle hierboven genoemde eenmalige zaken en boekingen vanuit de bestemmingsreserves wordt dan € 448.983, een rentabiliteit van 2.25%. Hieronder worden de verschillen tussen de realisatie 2020, de begroting 2020 en de realisatie 2019 nader beschreven. De beschreven verschillen betreffen de meest significante verschillen. Baten: analyse t.o.v. de begroting 2020 De totale baten zijn € 492.000 meer dan begroot. De Rijksbijdrage sector VO personeel bedraagt € 472.000 meer dan begroot. Er is meer geld ontvangen dan verwacht in verband met de bekostiging van de loonruimte en de ontwikkeling sociale lasten en van de pensioenpremies. De Rijksbijdrage sector VO materieel is € 41.000 meer dan begroot door verhoging van de bedagen per leerling.
De baten van de Geoormerkte OCW-subsidies zijn € 317.000. Dit zijn baten vanuit “Sterk Techniek Onderwijs” ad € 317.000. De Niet-geoormerkte OCW-subsidies bedragen € 99.000 meer dan begroot. Er zijn € 30.000 meer baten van de Prestatiebox door een hoger tarief per leerling dan verwacht en de baten VSV-gelden zijn € 14.000 meer dan begroot. In 2020 is voor € 11.000 baten ontvangen van Visio en € 15.000 subsidie voor het traject “Doorstroom vmbo-havo”. Deze waren niet begroot. De bekostiging voor Nieuwkomers was € 14.000 minder dan begroot. De baten vanuit de subsidie “Inhaal- en ondersteuningsprogramma’s bedroegen € 44.000 De ontvangsten van het Samenwerkingsverband zijn € 130.000 meer dan begroot. Eind 2020 hebben we extra gelden ad € 125.000 ontvangen van het Samenwerkingsverband. We hebben een bestemmingsreservere voor dit bedrag gevormd voor het ontwikkelen en implementeren van maatwerktrajecten de komende jaren. De rubriek Overige baten bedraagt € 133.000 minder dan begroot. Door de Covid-19-pandemie zijn de excursies en reizen niet doorgegaan. Dit betreft € 238.000 minder baten. Naast overige vele plussen zijn er meer baten betreffende diverse detacheringen ad € 36.000. Ook is er meer vrijval vanuit de egalisatie subsidies. Dit betreft voor € 28.000 een correctie van voorgaande jaren. Personele lasten: analyse t.o.v.
de begroting 2020 De totale Personele lasten bedragen € 96.000 meer dan begroot. Er waren (exclusief vervanging) gemiddeld 192,03 fte’s werkzaam in 2020 (begroot 196,97). De gemiddelde last per fte is gestegen met 3,1%. Voor vervanging zijn € 80.000 meer kosten besteed dan begroot. In maart 2020 is er een loonsverhoging doorgevoerd ad 2,75%, is er een eenmalige uitkering verstrekt in juni ad € 750 per fte en is de eindejaarsuitkering in december verhoogd met 0,6%-punt. In de loonkosten is per saldo een dotatie van € 66.000 verantwoord uit de voorziening langdurig zieken. Ook is er een verplichting opgenomen ad € 68.000 ter compensatie aan medewerkers die nog recht hebben op niet genoten vakantie tijdens zwangerschapsverloven. In de Personele voorzieningen is een vrijval ad € 263.000 verantwoord. Dit betreft de voorziening pensioenverplichtingen in relatie tot de wachtgeldvoorziening. In 2020 is definitief gebleken dat deze niet meer voor rekening van Winkler Prins zal komen. Winkler Prins heeft het beleid om de uitkeringen na ontslag op een minimaal niveau te houden en daardoor de afdracht uitkeringskosten te minimaliseren. Er is circa € 21.000 meer kosten aan Personeel niet in loondienst.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
47
De Overige kosten zijn € 70.000 lager dan begroot. Door de lockdown als gevolg van Covid-19 pandemie zijn er minder reis-en verblijfskosten geweest (€ 36.000) en is er minder scholing genoten (€ 13.000). Er is € 41.000 meer ontvangen voor uitkeringen voor onder andere zwangerschapsgelden. Afschrijvingen: analyse t.o.v. de begroting 2020 De Afschrijvingslasten zijn € 221.000 meer dan begroot. In 2020 is de gehele activa onder de loep genomen omdat de Raadsgildenlaan 1 in het schooljaar 2021/2022 wordt gerevitaliseerd. Iedere investering is beoordeeld op de aanwezigheid en in hoeverre deze onderhavig is aan een schattingswijziging van de nog lopende afschrijvingstermijn. De extra lasten van deze actie bedraagen€ 208.000. Dit betekent dat genormaliseerd de afschrijvingen € 13.000 hoger zijn dan begroot. Om het thuisonderwijs voor medewerkers goed mogelijk te maken is er in 2020 een uitrol van circa 150 laptops geweest. Deze investering was niet begroot. Huisvestingslasten: analyse t.o.v. de begroting 2020 De totale Huisvestingskosten zijn € 59.000 minder dan begroot. Behalve voor energie en water geldt voor alle posten een lagere besteding dan begroot. Overige lasten: analyse t.o.v. de begroting 2020 De totale Overige lasten bedragen € 230.000 minder dan begroot. De Administratie- en beheerslasten zijn € 124.000 meer dan begroot.
Mede doordat er een nieuw Wifi netwerk is aangelegd, zijn de kosten van automatisering € 144.000 meer dan begroot. Door het aflopen van het contract zijn de reprokosten € 38.000 minder dan begroot. De advieskosten zijn € 37.000 (waaronder € 18.000 nieuwbouw gerelateerde kosten) meer dan begroot. Het overige is een saldo van vele plussen en minnen. De kosten voor Inventaris, apparatuur en leermiddelen zijn per saldo € 108.000 minder dan begroot. De kosten voor de leermiddelen zijn € 54.000 minder dan begroot op deze post. De vakgroepkosten zijn € 61.000 minder dan begroot. Op deze post waren alle uitgaven voor Sterk Techniekonderwijs ad € 46.000 begroot, daar waar de werkelijke uitgaven (€ 6.300) op diverse posten zijn verantwoord. De kosten van de post Overige bedragen per saldo € 246.000 minder dan begroot. Er is voor € 214.000 minder kosten gemaakt voor de reizen en excursies. Deze zijn als gevolg van de Covid-19-pandemie niet doorgegaan. Financiële baten en lasten: analyse t.o.v. de begroting 2020 In 2020 is de wereld qua rente veranderd. In dit jaar moest worden betaald voor het geld op deposito’s. De lasten zijn € 16.000. Om rentelasten in de komende jaren te voorkomen, zijn we over gestapt op schatkistbankieren. Baten: analyse t.o.v. de exploitatie 2019 De totale baten van 2020 zijn € 69.000 meer dan vorig jaar.
De Rijksbijdrage sector VO personeel en de Rijksbijdrage sector VO leermiddelen stijgen respectievelijk € 306.000 en € 21.000 ten opzichte van vorig jaar. De Rijksbijdrage sector VO materieel stijgt met € 8.000. In 2019 waren er geen Geoormerkte OCW-subsidies; in 2020 zijn deze baten € 317.000. De Niet-geoormerkte OCW-subsidies dalen ten opzichte van het voorgaande jaar met € 652.000. In 2019 waren er een tweetal baten die in 2020 niet meer zijn verstrekt. Het gaat om de aanvullende bekostiging ad € 311.000 en de vernieuwing vmbo techniek ad € 377.000. De ontvangsten van het Samenwerkingsverband bedragen € 307.000 meer, dit is inclusief de éénmalige uitkering ad € 125.000. De rubriek Overige baten bedraagt € 274.000 minder dan het voorgaand jaar. Naast vele plussen en minnen wordt deze daling met name veroorzaakt door het niet doorgaan van reizen en excursies door de Covid19-pandemie; dit voor een bedrag ad € 229.000 lagere inkomsten. Personele lasten: analyse t.o.v. de exploitatie 2019 De totale Personele lasten bedragen € 149.000 minder dan in 2019. De totale loonkosten per fte zijn 1,8 % gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. De dotatie aan de Personele voorzieningen is € 161.000 minder dan in 2019 (onder andere door de vrijval
48
Jaarverslag en jaarrekening 2020
pensioenverplichting) en de kosten voor Personeel niet in loondienst zijn € 37.000 minder dan het voorgaand jaar. De post Overige is € 208.000 lager dan in 2019, door de Covid-19-pandemie zijn meerdere kosten lager dan het voorgaand jaar, zoals scholing (€ 86.000), reis- en verblijfkosten (€ 29.000) en activiteiten personeel (€ 25.000). Afschrijvingen: analyse t.o.v. de exploitatie 2019 De Afschrijvingslast is € 102.000 hoger dan het voorgaand jaar. In 2020 zijn door een schattingswijziging de afschrijvingslasten met € 208.000 verhoogd. Huisvestingslasten: analyse t.o.v. de exploitatie 2019 De totale Huisvestingslasten zijn € 113.000 meer dan in 2019. Naast dat de kosten voor Gas € 29.000 hoger zijn, is in 2019 is het laatste deel van de verplichting in verband met de condensschade aan het vmbo-gebouw ad € 107.000 vrijgevallen. Overige lasten: analyse t.o.v. de exploitatie 2019 De totale Overige lasten bedragen € 254.000 minder dan in 2019. Dit wordt met name verzoorzaakt door lagere kosten in verband met het niet doorgaan van reizen en excursies (€ 216.000). Ook de kosten van leermiddelen zijn lager (€ 43.000), alsmede de reprokosten (€ 40.000). Kosten die zijn gestegen zijn de algemene automatiseringskosten (€ 90.000) en de advieskosten (€ 35.000). Personele lasten t.o.v. de totale lasten Het aandeel personele lasten t.o.v.
de totale lasten bedraagt in 2020 81,65% (genormaliseerd (82,79 %). In 2019 was dit 81,63% van de totale lasten. Genormaliseerd voor de verplichting langdurig ziek in 2019 is dit 81,4%.
verhouding overige lasten 35% 30% 25% 20% 15% 10% 5% 0%
afschrijvingen
huisvestingslasten
administratie- en beheerslasten
invent., app. en leermiddelen
exploitatie 2019
begroting 2020
exploitatie 2020
overige instellingslasten
Verhouding overige lasten De verhoudingen van de overige lasten verschuiven. De afschrijvingslasten stijgen relatief, de overige instellingslasten dalen. Financiële baten en lasten: analyse t.o.v. de exploitatie 2019 De financiële baten en lasten zijn € 63.000 minder dan het voorgaande jaar. Daar waar vorig jaar nog rente werd ontvangen over depositogelden, moest er in 2020 voor worden betaald. Door het geld te verdelen over meerdere rekeningen zijn deze lasten wel tot het minimum beperkt. Bestemmingsreserves gevormd in 2019 In 2019 is een aanvullende éénmalige subsidie ontvangen ad € 311.000. Deze subsidie wordt besteed in de schooljaren 2020/2021 en 2021/2022, waarmee activiteiten worden bekostigd in het kader van de werkdrukvermindering. Door extra aanvullende formatie toe te kennen en inzet van externen zijn de kosten in 2020 € 54.170 en is dit bedrag onttrokken uit de bestemmingsreserve. Jaarverslag en jaarrekening 2020
49
Op de tweede plaats zijn extra gelden ontvangen om diverse loonstijgingen in 2019 te compenseren. Er is echter voor circa € 104.000 meer geld ontvangen dat er loonstijgingen zijn. Het lag in de verwachting dat bij een cao-akkoord in 2020 er een éénmalige uitkering zou plaatsvinden en dit is ook geëffectueerd. De bruto kosten van deze eenmalige uitkering in juni 2020 bedragen € 143.000. Alle gelden uit bestemmingsreserve zijn dan ook onttrokken en het saldo ultimo 2020 is € 0. Vorming bestemmingsreserves 2020 Op basis van de tussentijdse rapportage van het Samenwerkingsverband GO 20.02 werd in de forecast 2020 een significante toename van de liquide middelen verwacht door een hoger resultaat dan het begrote resultaat. Daardoor was de verwachting, dat ook een hoger eigen vermogen zou ontstaan dan gewenst volgens de meerjarenbegroting en in relatie tot de gewenste opbouw van het weerstandsvermogen. De minister had eerder al aangekondigd dat de middelen boven de signaleringswaarde mogelijk teruggehaald zouden worden. De Algemene Ledenvergadering heeft dan ook besloten om eind 2020 nog een extra eenmalige uitkering te verstrekken aan de scholen. Winkler Prins heeft in november 2020 € 124.842 ontvangen. Wij zijn verplicht om deze ontvangst in de jaarrekening 2020 op te nemen als baten. De uitgaven en kosten zullen in 2021 en later plaats gaan vinden.
Deze eenmalige uitkering willen wij de komende schooljaren besteden voor uitbreiding van ons ondersteuningsaanbod en wel op een drietal gebieden nl.: • Ontwikkelen maatwerktrajecten binnen Winkler Prins voor leerlingen van Winkler Prins (bb, kb, mavo, havo en vwo) die nu richting VSO verwezen worden (zo thuis nabij mogelijk onderwijs) • Ontwikkelen maatwerktrajecten VSO-Pro waarbij meer VSO leerlingen dan voorheen niet meer worden geplaatst binnen het VSO, maar binnen het praktijkonderwijs met een intensiever ondersteuningsaanbod; • Ontwikkelen maatwerktrajecten voor hoogbegaafdheid en talentontwikkeling In 2020 is voor bovenstaande een bestemmingsreserve gevormd ad € 124.842. Stelselwijziging 2010 uitgestelde BAPO-voorziening Vanaf het boekjaar 2010 is het niet meer toegestaan om een voorziening voor de uitgestelde BAPO op te nemen. De lasten voor het opnemen van deze uitgestelde BAPO worden vanaf 2010 gezien als periodelasten en komen ten laste van de exploitatierekening. Dit was een stelselwijziging ten opzichte van voorgaande jaren. De voorziening was daarom ten gunste van het Eigen Vermogen gebracht. Omdat we deze verplichting per medewerker op detailniveau kunnen berekenen en toewijzen, is hiervoor een bestemmingsreserve opgenomen.
In 2020 is € 12.400 vrijgevallen en € 1.600 onttrokken aan de bestemmingsreserve, waardoor het saldo bestemmingsreserve ultimo 2020 € 16.000 bedraagt. Schattingswijziging verbouwingen & inventaris gebouwen Pinksterstraat en Raadsgildenlaan In 2016 is het raadsbesluit genomen tot nieuwbouw voor het brugjaar en uitbreiding van het vmbo-huis en de revitalisering van de Raadsgildenlaan 1. Op termijn zal het pand aan de Pinksterstraat worden verlaten. De boekwaarde van de activa wordt daarom versneld afgeschreven. In het schooljaar 2020/2021 wordt het gebouw aan de Raadsgildenlaan gerevatiliseerd. In 2020 is een complete inventarisatie geweest van de activa in bovenstaande panden. Dit heeft geresulteerd in een schattingswijziging van de afschrijvingen voor de jaren 2020 en 2021. Prestatiebox In 2020 is het geld van de prestatiebox ingezet ten behoeve van het realiseren van de doelen van het strategisch beleidsplan 2018-2022. Het sectorakkoord vo is verwerkt in de doelstellingen van ons strategisch beleidsplan. Er zijn daarnaast middelen ingezet op de kwaliteitsverbetering van het onderwijs door middel van een audittraject voor alle deelscholen, de verdere invoering van de PLG’s in de deelscholen havo en vwo en extra budget voor professionaliseringsvragen van medewerkers.
De afgelopen jaren hebben de leden van het MT en de HR-adviseur deelgenomen aan de leergang SHRM van de VO-academie, hoogbegaafdheidbeleid voor het talentbeleid. Een lid van het managementteam studeerde in 2020 voor schoolleider en zal in 2021 afstuderen. De overige leden van het managementteam scholen zich met regelmaat en zorgen voor professionalisering via netwerken en visitaties. Medewerkers volgen verschillende bachelor- en masteropleidingen waaronder HRM, kwaliteitsbeleid en schoolopleider. Professionalisering is een vast onderwerp in functioneringsgesprekken en beoordelingsgesprekken.
50
Jaarverslag en jaarrekening 2020
A.1.3 Kasstroomoverzicht over 2020 Liquiditeitspositie 2020
2019
Kasstroom uit operationele activiteiten Saldo baten en lasten
367.746
112.076
Aanpassingen voor: - Afschrijvingen
862.501
- Mutaties Voorzieningen
65.000-
760.054 162.700 797.501
922.754
Veranderingen in vlottende middelen: - Vorderingen - Schulden
41.395 259.233
Kasstroom uit bedrijfsoperaties - Ontvangen interest - Betaalde interest
105.846-
1.465.875
928.984 47.061 -
16.238-
47.061
1.449.637
976.045
468.240-
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten Kasstroom uit financieringsactiviteiten - Nieuw opgenomen leningen - Aflossing langlopende schulden
300.628
16.238
Totaal kasstroom uit operationele activiteiten Kasstroom uit investeringsactiviteiten - Investeringen in materiële activa - Desinvesteringen
222.266 328.111-
581.659135.485 468.240-
446.175-
468.240-
446.175-
30.000-
30.00030.000-
30.000-
Totaal kasstroom uit financieringsactiviteiten
30.000-
30.000-
Mutaties liquide middelen
951.397
499.871
Beginstand liquide middelen Mutatie liquide middelen Eindstand liquide middelen
7.686.433 951.397
7.186.562 499.871 8.637.830
7.686.433
Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode. Bij deze methode wordt het nettoresultaat aangepast voor posten van de Staat van Baten en Lasten die geen invloed hebben op ontvangsten en uitgaven in het verslagjaar, mutaties in de balansposten en posten van de Staat van Baten en Lasten waarvan de ontvangsten en uitgaven niet worden beschouwd als behorende tot de operationele activiteiten. In het kasstroomoverzicht wordt onderscheid gemaakt tussen operationele, investerings- en financieringsactiviteiten.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
51
De liquiditeit is met € 951.000 gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar. De liquiditeitspositie is als aandeel van de totale activa ten opzichte van 2019 gestegen van 64,6% naar 69,6%. Voor de volledigheid moet worden vermeld dat in het eindsaldo gelden zitten voor toekomstige uitgaven die nu nog in de bestemmingsrerseves en geoormerkte subsidies ad € 857.000 zijn verantwoord. In 2020 heeft Winkler Prins als penvoerder van het Sterk Techniekonderwijs € 846.000 ontvangen. Het betaalritme van de overheid is niet gelijk aan de verwachte besteding tot en met 2023. Uit de subsidie is € 524.000 onttrokken (saldo nog te besteden € 323.000). Ook zijn er nog gelden aanwezig voor activiteiten in het kader van subsidie Inhaal- en en ondersteuningsprogramma’s ad € 141.000. De nog niet bestede gelden zullen in de komende jaren worden besteed. De toekomstige uitgaven betreffende bestemmingsreserves bedragen € 393.000. In totaal is dus voor € 856.000 aan liquide middelen gereserveerd voor activiteiten die nog uitgevoerd moeten worden. In 2010 heeft het Noorderpoort aan Winkler Prins een 20-jarige renteloze lening ad € 600.000 verstrekt ten behoeve van de financiering van het vmbo-huis. De aflossing bedraagt € 30.000 per jaar. De eerste aflossing heeft in 2011 plaatsgevonden. Bij deze lening zijn geen garanties afgegeven.
52
Jaarverslag en jaarrekening 2020
Financiële kengetallen Vermogensbeheer Bij de beoordeling van het vermogensbeheer gaat het om de vraag of de instelling het beschikbare kapitaal optimaal inzet voor het onderwijs. Voor de beoordeling van het vermogensbeheer wordt een kengetal gehanteerd: solvabiliteit. Het kengetal solvabiliteit brengt tot uitdrukking in welke mate tegenover alle bezittingen geen schulden staan. Met andere woorden: de mate waarin een organisatie in staat is om op langere termijn aan haar verplichtingen te voldoen. Solvabiliteit wordt bepaald volgens de volgende formule: (Eigen vermogen + Voorzieningen) / Balanstotaal. Door het positieve resultaat van 2020, is het Eigen Vermogen met 5,1% gestegen. De personeelsvoorziening is met 4,1% gedaald, de kortlopende passiva zijn met 8,6% gestegen. Het totale balanstotaal is daarentegen slechts met 4,3% gestegen. Als gevolg hiervan is de solvabiliteit licht gedaald. De waarde is ruim boven de signaleringswaarde. Ontwikkeling van de kengetallen Kengetal
Signaleringswaarde Inspectie
2020
2019
Solvabiliteit
<30%
71,1%
71,8%
Budgetbeheer Bij de beoordeling van het budgetbeheer gaat het om de vraag wat de capaciteit van de instelling is om tegenvallers op korte of middellange termijn op te vangen. Bij de beoordeling van het budgetbeheer worden twee kengetallen gehanteerd. Deze zijn de current ratio en de rentabiliteit. Met het eerste kengetal current ratio wordt de liquiditeitspositie beoordeeld. De ratio brengt eventuele overliquiditeit in beeld. De formule van de current ratio is: Vlottende Activa / Vlottende Passiva. De current ratio is gedaald. De vlottende activa zijn meer gestegen (€ 910.000) dan de kortlopende schulden (€ 259.000). Hierdoor verbetert de verhouding. Met het tweede kengetal rentabiliteit wordt beoordeeld in welke mate de baten en lasten van de instelling met elkaar in evenwicht zijn. De rentabiliteit wordt bepaald door de formule: Exploitatieresultaat / Totale Baten. De rentabiliteit is in 2020 op 1,75% uitgekomen. Het positieve resultaat in 2020 is hiervan de oorzaak. Signaleringswaarde Inspectie
2020
2019
< 0.75
2,66
2,59
Rentabiliteit (cumulatief laatste drie jaar)
< 0%
1,57%
0,82%
Rentabiliteit (cumulatief laatste twee jaar)
< -5%
2,54%
-0,18%
< -10%
1,75%
0,79%
Kengetal Current ratio
Rentabiliteit (laatste jaar)
Jaarverslag en jaarrekening 2020
53
Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is het Eigen Vermogen uitgedrukt in een percentage van alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten en exclusief de buitengewone baten. Het Eigen Vermogen van onze school bestaat uit Algemene Reserves. Deze Algemene Reserve is vooral bedoeld voor het afdekken van (toekomstige) risico’s in de financiële bedrijfsvoering en als financieringsbron voor nieuwe activiteiten en investeringen. Het Ministerie van OCW hanteert de volgende vuistregels ter beoordeling van het weerstandsvermogen: • < 10% - mogelijk te weinig eigen vermogen, kan duiden op een risicovolle situatie; • > 10% en < 40% - waarschijnlijk voldoende eigen vermogen, maar hoeft niet zo te zijn; • > 40% - de kans is groot dat de financiële reserves te hoog zijn. Het weerstandsvermogen is in 2020 gestegen en bevindt zich op een acceptabel niveau. Het Eigen Vermogen is met 5,1% gestegen als gevolg van het positieve resultaat; de baten zijn met 0,3% gestegen. Ontwikkeling van het weerstandsvermogen Jaar Weerstandsvermogen
Signaleringswaarde Inspectie
2020
2019
<5%
36,3%
34,6%
Normatief Eigen Vermogen Vanaf verslagjaar 2020 moeten besturen zich over de hoogte van de reserves (eigen vermogen) verantwoorden in het jaarverslag. Dit gebeurt aan de hand van de signaleringwaarde. Alleen indien de reserves hoger zijn dan de signaleringswaarde moet dit toegelicht worden. Het betreft overigens alleen de publieke reserves, de private reserves kunnen buiten beschouwing laten. Winkler Prins heeft alleen publieke reserves. De berekening is als volgt: + 0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,27 + boekwaarde resterende materiele vaste activa + 0,05 x totale baten = Normatief publiek Eigen Vermogen Uit bovenstaande blijkt dat het Normatief Eigen Vermogen € 7.313.345 bedraagt. Het Eigen Vermogen eind 2020 bedraagt werkelijk € 7.298.354. We hebben dus niet een bovenmatig Eigen Vermogen. Voor de volledigheid voor wat betreft het vermogen het volgende: • In het Eigen Vermogen is voor € 408.731 aan bestemmingsreserves opgenomen. De baten moesten in voorgaande jaarrekeningen worden opgenomen, waardoor het Eigen Vermogen is verhoogd. De uitgaven en kosten worden verantwoord in latere jaren, hetgeen het Eigen Vermogen weer verlaagd. • In 2021 en 2020 vindt de oplevering van een tweetal nieuwe panden en de revitalisering van het hoofgebouw plaats. Hiervoor is in het verleden gespaard.
Door bijvoorbeeld een stringent investeringsbeleid en begrotingsdiscipline te voeren, is geld en vermogen gespaard om dit te kunnen bekostigen. In de meerjarenbegroting is het verloop van de liquide middelen na diverse aankopen en investeringen opgenomen.
54
Jaarverslag en jaarrekening 2020
Toelichting op berekening van de kengetallen
Solvabiliteit
Eigen Vermogen + Voorzieningen
x 100%
Balanstotaal
Current ratio
Rentabiliteit
Vlottende Activa
8.751.867
Vlottende Passiva
3.286.152
Exploitatieresultaat
x 100%
Totale baten
Weerstandsvermogen
Eigen Vermogen Totale baten + Financiele baten
0,5 x aanschafwaarde gebouwen x 1,27 Normatief Eigen Vermogen
7.298.354 + 1.535.000 12.419.507
+ boekwaarde resterende materiele vaste activa + 0,05 x totale baten
x 100%
=
351.508 20.122.523
+
2,66
x 100% = 1,75%
7.298.354 20.122.523
x 100% = 71,1%
x 100% = 36,3% 0
+
4.920.297
+
1.386.922
+
1.006.126
=
7.313.345
Egalisatierekening Met ingang van 2008 is de egalisatierekening in verband met nieuwe regelgeving voor investeringssubsidies niet langer toegestaan. Twee opties waren vanaf dat jaar mogelijk: 1. investeringssubsidies te salderen met de investeringen, of 2. investeringssubsidies te rubriceren onder de kortlopende schulden Winkler Prins heeft destijds voor optie twee gekozen. Deze keuze heeft met name invloed op de current ratio (Vlottende Activa / Vlottende Passiva) en op de aanschaf- en boekwaarde van de activa. Treasury Vanaf juni 2016 is de Regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016 van toepassing. Eind 2016 is het treasurystatuut aangepast aan de nieuwe regeling en begin 2017 goedgekeurd en vastgesteld. In 2018 en 2019 is de regeling aangevuld met de wijzigingen die vanuit het ministerie zijn aangegeven. De regeling is vervolgens goedgekeurd en vastgesteld.
Uitgangspunten van het treausurybeleid zijn: ● Beschikbaarheid: het zorgdragen voor de tijdige beschikbaarheid van de benodigde geldmiddelen tegen acceptabele condities; ● Kostenminimalisatie: het minimaliseren van de kosten van leningen; ● Rentemaximalisatie: het optimaliseren van het rendement van de overtollige liquide middelen binnen het kader van het treasurystatuut en ● Risicominimalisatie: het beheersen en bewaken van de financiële risico’s die aan de financiële posities en geldstromen van de instelling zijn verbonden. In 2020 had Winkler Prins alleen gelden op bankrekeningen en deposito’s staan en werd er niet belegd. Winkler Prins maximaliseert de rente door automatische afroming. Hierbij wordt renteverlies voorkomen door iedere maand het overschot op de rekening-courant af te romen en over te maken naar de spaarrekening. Op deze wijze wordt geen renteverlies geleden betreffende gelden op de rekening-courant. In 2020 is de wereld van de liquiditeit veranderd. In plaats van rente te ontvangen over spaartegoeden, is hierover in 2020 rente betaald. In 2020 hebben we € 16.000 betaald. Om de kosten te minimaliseren is onderzoek gedaan naar schatkistbankieren.
Dit is een systeem waarbij overtollige middelen worden aangehouden in de schatkist bij het ministerie van Financiën, waarbij we de bankrekeningen van onze huisbankier wel gebruiken voor onze financiële processen (betalingen en ontvangsten). De overgang naar het schatkistbankieren is in december 2020 gerealiseerd en daarmee verwachten we geen rente meer te hoeven betalen. Om verder overbodige kosten te voorkomen, houden we alleen de noodzakelijke bankrekeningen aan.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
55
Het Noorderpoort heeft Winkler Prins een 20-jarige renteloze lening verstrekt ten behoeve van de financiering van het vmbo-huis. In 2011 heeft de eerste aflossing ad € 30.000 plaatsgevonden. Bij deze lening zijn geen garanties door de Winkler Prins afgegeven. Maandelijks wordt het verloop van de bankstanden gerapporteerd en gemonitord ten opzichte van de begroting. In deze rapportage worden grote en/of opmerkelijke ontvangsten en uitgaven vermeld. Belasting over de toegevoegde waarde (btw) Het geven van onderwijs is in beginsel vrijgesteld van btw. De exploitatie van de kantines, het verhuren van kluisjes (via de ouderbijdragen) en gymzalen zijn btw-belast. Deze activiteiten worden ook door Winkler Prins verricht. In 2012 is de btw-positie van Winkler Prins besproken met de Belastingdienst. Winkler Prins kon met terugwerkende kracht gebruik maken van de oude (Pro Rata) systematiek, waarbij de overheidsbijdragen niet worden meegenomen in de berekening van het Pro Rata percentage, waardoor de teruggave aanzienlijk was. Vanaf 2012 wordt een nieuwe btw-berekeningsmethodiek voor de btw-aangifte gehanteerd voor deze belaste prestaties. Naast de reguliere kwartaalteruggave is in 2020 de Pro Rata teruggave over 2019 € 7.986. Aanbestedingen In 2020 zijn diverse aanbestedingen uitgevoerd. In onderstaande tabel staan de relevante gegevens.
Alle leveringen en werken hebben in 2020 plaatsgevonden en zijn afgerond. Onderwerp
Gegund aan
Verwachte jaarbesteding
Einddatum
Optiejaren
Dienst/werk/ levering
Vervangen vloer Jan Salwaplein
Van der Ploeg
€ 37.000
n.v.t.
-
Werken
Inrichting lokalen
Heutink
€ 18.000
n.v.t.
-
Levering
Inrichting lokalen
Interoffice
€ 30.000
n.v.t.
-
Levering
Birza
€ 14.000
n.v.t.
-
Werken
Rodenburg
€ 15.000
n.v.t.
-
Levering
Wlan netwerk
Brite
€ 149.000
n.v.t.
-
Levering
Koop 50 laptops
Paradigit
€ 37.000
n.v.t.
-
Levering
Koop 150 laptops
KBV Paradigit
€ 143.000
n.v.t.
-
Levering
Herstofferen stoelen en banken Koop tafelbladen
(1 aanbesteding maar is in delen geleverd)
56
Jaarverslag en jaarrekening 2020
8. Continuïteitsparagraaf (incl. risicoparagraaf) In deze paragraaf worden verwachte ontwikkelingen van de financiële positie, de werking van het intern risicobeheersingssysteem en de bestaande risico’s en onzekerheden beschreven. Deze paragraaf beoogt inzicht te geven in de te nemen stappen voor de komende jaren. Sinds 2010 wordt jaarlijks een meerjarenbegroting opgesteld. In deze meerjarenbegroting wordt een meerjarig financieel perspectief (ontwikkeling van het exploitatieresultaat en de vermogenspositie) gegeven op basis van de op dat moment bekende feiten, verwachtingen, ongewijzigd beleid en diverse overige aannames. Winkler Prins hanteert intern een meerjarenbegroting die één jaar verder gaat dan in de continuïteitsparagraaf wordt gevraagd. De meerjarenbegroting 2021-2024 (versie oktober 2020) is goedgekeurd door de Raad van Toezicht en vastgesteld door de bestuurder in het najaar 2020. In de continuïteitsparagraaf zijn de modellen gevuld met de cijfers voor de jaren 2020-2023. In de in oktober 2020 goedgekeurde Meerjarenbegroting is nog geen rekening gehouden met de nieuwe systematiek van bekostiging: de vereenvoudigde bekostiging. Rond april van 2021 komt nieuwe en up-todate informatie beschikbaar. Op basis van de rekentool van 2019, was de uitkomst, dat Winkler Prins geen negatieve gevolgen zou ondervinden van de bekostigingswijziging.
Derhalve zijn we ervan uitgegaan dat we geen rekening hoeven houden met negatieve effecten. In het schooljaar 2020-2021 wordt het gebouw aan de Raadsgildenlaan gerevitaliseerd. Aan het eind van het schooljaar 2021-2022 wordt het pand aan de Pinksterstraat verlaten. Vanaf het schooljaar 2022-2023 is het Leer- en Sportpark volledig in gebruik. Daarom is eind 2020 een complete inventarisatie geweest van de activa in bovenstaande panden. Dit heeft geresulteerd in een schattingswijziging van de afschrijvingen van de activa voor de jaren 2020 en 2021. Dat houdt in dat door deze schattingswijziging de afschrijvingslasten in 2020 en 2021 hoger zullen uitvallen dan in bijgaande Meerjarenbegroting is opgenomen. Daarna zullen de afschrijvingslasten ceterus paribus lager uitvallen. Het is de bedoeling dat een deel van de prestatiebox wordt geintegreerd in de Lumpsum en dat het resterend bedrag via aanvullende bekostiging beschikbaar wordt gesteld. Gezien op dit moment niet duidelijk is welk deel via de LumpSum wordt bekostigd, is uitgegaan van de huidige systematiek van een bedrag per leerling. Gegevensset continuïteitsparagraaf Kengetal
2020
2021
2022
2023
Personele bezetting in FTE - Bestuur / Management
9,8
10
9
9
- Personeel primair proces
140,5
137
136
137
- Ondersteunend Personeel
41,8
41
41
41
Totaal
192,0
187
186
187
Leerling aantallen per 1-10
2.044
1.969
1.980
2.001
De formatie voor het schooljaar 2019-2020 is opgesteld met behulp van het intern formatietoedelingsmodel. Met dit model wordt - met behulp van transparante parameters - het aantal leerlingen en aantal klassen de benodigde formatie toebedeeld. Hier wordt dan wel rekening gehouden met de financiële (on)mogelijkheden en een veiligheidsmarge. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor de begroting 2021. Het aantal leerlingen is de basis voor het aantal in te zetten fte’s. In de prognose wordt rekening gehouden met een verwachte instroom van de basisscholen. Deze scholen geven het aantal kinderen door die in de groepen 1 tot en met 8 zitten. Dit, vermenigvuldigd met de te verwachten instroompercentage, geeft de instroom weer per jaar. Op basis van historische in-, door- en uitstroomcijfers wordt het aantal leerlingen per leerjaar bepaald.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
57
Balans 2020-2023 Balans
2020
2021
2021
2023
Vaste Activa Materiele VA
3.667.640
7.015.000
8.249.000
7.744.000
Totaal Vaste Activa
3.667.640
7.015.000
8.249.000
7.744.000
114.037
114.000
114.000
114.000
Vorderingen Liquide middelen
8.637.830
4.892.000
3.332.000
3.720.000
Totaal Vlottende activa
8.751.867
5.006.000
3.446.000
3.834.000
Totaal Activa
12.419.507
12.021.000
11.695.000
11.578.000
6.889.623
6.680.000
6.527.000
6.643.000
408.731
195.000
140.000
Passiva Eigen Vermogen Algemene Reserve Bestemmingsreserve publiek
-
1.535.000
1.535.000
1.535.000
1.535.000
Langlopende schulden
300.000
270.000
240.000
210.000
Kortlopende schulden
3.286.152
3.341.000
3.253.000
3.190.000
Totaal Passiva
12.419.507
12.021.000
11.695.000
11.578.000
2020
2021
2022
2023
Voorzieningen
Ratio's Weerstandsvermogen
36,3%
35,2%
34,1%
33,8%
Solvabiliteit
71,1%
69,9%
70,1%
70,6%
Current Ratio
2,66
1,50
1,06
1,20
Rentabiliteit
1,75%
-2,16%
-1,07%
-0,12%
Winkler Prins is een financieel gezonde school. De ratio’s liggen binnen de bandbreedtes of boven de signaleringswaarde. Vanaf 2010 is het financieel beleid gericht geweest op een sluitende begroting of waarbij een klein tekort wordt geaccepteerd. Het tekort verwacht in de komende jaren past ook bij het maatschappelijk en politiek debat over de vermogenspositie van schoolbesturen dat over het algemeen als te groot wordt ervaren. Winkler Prins zal aanvullend investeren in de nieuwbouw en revitalisering, met name op het gebied van duurzaamheid. De bedragen voor te verwachten investeringen en overname zijn opgenomen in de Meerjarenbegroting. De voorzieningen betreffen een voorziening ter dekking van de verwachte uitgaven voor gratificaties van personeel dat 25 en/of 40 jaar in overheidsdienst is, en een voorziening in het kader van het levensfasebewust personeelsbeleid. Het betreft het saldo van de niet-opgenomen toegekende flexibel in te zetten verlofuren. De derde voorziening heeft betrekking op het risico dat de school loopt ten aanzien van ex-werknemers die op de balansdatum een uitkering genieten. De langlopende lening betreft een lening ten behoeve van de financiering van in het vmbo-huis. De rentevoet is 0%. Hierop wordt jaarlijks € 30.000 afgelost. De kortlopende schulden zullen dalen als gevolg van een dalend saldo ‘Vooruit ontvangen investeringssubsidies’.
58
Jaarverslag en jaarrekening 2020
Staat van baten en lasten 2020-2023 Staat van baten & lasten
2020
2021
2022
2023
19.725.566
19.026.000
19.058.019
19.137.123
14.743
9.000
2.000
2.000
Baten Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten
382.214
511.000
466.981
523.877
Totaal baten
20.122.523
19.546.000
19.527.000
19.663.000
Personeelslasten
16.130.168
16.104.000
15.960.000
15.880.000
Afschrijvingslasten
862.501
696.000
811.000
845.000
Huisvestingslasten
877.178
1.078.000
836.000
836.000
Lasten
Overige lasten
1.884.930
2.091.000
2.128.000
2.126.000
Totaal Lasten
19.754.777
19.969.000
19.735.000
19.687.000
Saldo baten en lasten
367.746
-423.000
-208.000
-24.000
Saldo financiele bedrijfsvoering
-16.238
Totaal resultaat
351.508
-423.000
-208.000
-24.000
Het aantal leerlingen is ook de basis voor de baten. In de prognose wordt rekening gehouden met een verwachte instroom van de basisscholen. Deze scholen geven het aantal kinderen door die in de groepen 1 tot en met 8 zitten. Dit vermenigvuldigd met de te verwachten instroompercentage, geeft de instroom weer per jaar. Op basis van historische in-, door- en uitstroomcijfers wordt het aantal leerlingen per leerjaar bepaald. Het aantal fte’s is de basis voor de loonkosten, waarbij we rekening houden met een autonome loonstijging. De verwachte afschrijvingslast is de resultante van de vaste afschrijvingslasten tezamen met de afschrijvingslasten van toekomstige investeringen Rapportage aanwezigheid en werking van het interne risicobeheersings- en controle-systeem Ieder jaar wordt een begroting voor het kalenderjaar en een meerjarenbegroting opgesteld. Op basis van zowel interne als externe gegevens worden de baten en lasten ingeschat. Externe gegevens komen onder andere vanuit de overheid, VO-raad en basisscholen. Interne gegevens zijn de verwachte marktaandelen (instroom) van de basisscholen, door- en uitstroompercentages en overige aspecten die significante mutaties tot gevolg kunnen hebben. Vanuit centrale registraties, genereren we maandelijks formatiebewakingsoverzichten, waarin we begrote en werkelijke formatie en loonkosten met elkaar vergelijken en verschillen analyseren.
Periodiek worden uitputtingsrapportages opgesteld en naar de diverse budgethouders gezonden. Zo behouden zij het overzicht over de bestedingen en afwijkingen ten opzichte van het budget. Deze rapportages worden periodiek besproken in de diverse werkoverleggen. Twee keer per jaar wordt een Eindejaarsverwachting opgesteld, in mei en in oktober. Deze rapportages geven inzicht in de te verwachten baten en kosten van het betreffende begrotingsjaar. Ook worden in deze rapportages de verschillen tussen de begroting en verwachting nader verklaard. Deze rapportages worden besproken met het MT, de MR en de Raad van Toezicht.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
59
Strategische risicoanalyse en meerjarenbegroting Strategische risicoanalyse De strategische risicoanalyse (risicomanagement) is bedoeld om de buitenwereld te laten zien dat we onze organisatie in control hebben en dat wij goed zicht hebben op toekomstige ontwikkelingen en mogelijke risico’s die deze ontwikkelingen met zich meebrengen. Risicomanagement is geen doel op zich maar een middel dat ons helpt in het verwezenlijken van de doelstellingen uit ons meerjarenbeleid. Risicomanagement is daarom ook niet een louter financiële exercitie, maar een schoolbreed aandachtspunt dat betrokkenheid vereist vanuit alle onderdelen van de school. Daarnaast biedt risicomanagement de mogelijkheid een onderbouwing van het weerstandsvermogen te geven. Het weerstandsvermogen dient te worden aangehouden om potentiële risico’s te kunnen afdekken en om toekomstige activiteiten te financieren. Risicomanagement helpt de organisatie om succesvol haar doelen te realiseren door de belangrijkste risico’s te beheersen die doelstellingen of processen kunnen bedreigen. In september 2020 is een nieuwe risicoanalyse uitgevoerd waarbij aan een divers aantal medewerkers binnen de school is gevraagd om de 40 belangrijkste risico’s, zoals deze kunnen gelden voor een school voor voortgezet onderwijs onafhankelijk van elkaar te beoordelen.
Deze risicoanalyse heeft geleid tot een rangschikking van de belangrijkste risico’s voor onze school en een herberekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeveel risico’s de school kan hebben in relatie tot haar vermogenspositie. In onderstaand schema zijn de belangrijkste risico’s weergeven en geclusterd naar gebied. 1. Passend onderwijs VO-scholen hebben de zorgplicht voor alle aangemelde leerlingen. Binnen het samenwerkingsverband zijn scholen verplicht te zorgen voor een dekkend netwerk van passend onderwijs. De hulpvragen waarmee leerlingen de school binnen komen, nemen toe in intensiteit en complexiteit. Daarnaast is de financiering door de rijksoverheid aan het samenwerkingsverband en daarmee aan de school onzeker. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Meer leerlingen met specifieke ondersteunings- • Opzetten en continueren diverse arrangementen behoeften verhogen de werkdruk voor medevoor leerlingen werkers • Maatwerktrajecten continueren t.b.v. ondersteu• Onzekere financiering passend onderwijs ning leerlingen en medewerkers • Toename uitstroom leerlingen naar het VSO • Continueren landelijke lobby t.b.v.
de verevening • Onvoldoende aandacht voor leerlingen LWOO/PRO middelen • Medewerkers zijn onvoldoende geëquipeerd om • Blijven investeren in professionalisering medewerpassende leertrajecten waar te maken waardoor kers middels leergang Passend Onderwijs leerlingen niet goed geholpen kunnen worden 2. Krimp Winkler Prins bevindt zich in een regio die te maken heeft met krimp van de bevolking. Deze krimp is de komende jaren van grote invloed op het leerlingaantal van Winkler Prins. De verwachte afname van het leerlingaantal tussen 2020-2030 ligt rond de 20%.
60
Jaarverslag en jaarrekening 2020
Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Minder leerlingen betekent minder bekostiging • Bestuurlijke samenwerking binnen de provincie • Minder leerlingen betekent dat de huidige stafononderzoeken dersteuning niet houdbaar is • Bestuurlijke samenwerking Platform schoolbestu• Het flexibele deel van de personeelsformatie is ren V(S)O-MBO provincie Groningen te klein om het dalend leerlingaantal op te van- • Strategische personeelsplanning continueren gen • Flexibilisering deel personeelsformatie • Verschraling onderwijsaanbod: een lager leer- • Optie shared services voor OOP open houden om lingaantal kan betekenen dat het huidige pallet kosten te delen van het onderwijsaanbod niet houdbaar is 3. ICT Het grootste risico van ICT is dat derden zich toegang verschaffen tot de systemen van de organisatie. Dit kunnen criminelen zijn die bijvoorbeeld ransomware installeren, dan wel leerlingen die data in systemen manipuleren. Het platleggen van de ICT structuur heeft grote consequenties voor de continuïteit en kan veel geld kosten.
Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Afhankelijkheid van digitale systemen en internet • Investeren in kennis van medewerkers ICT kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs en het • Verbinding zoeken met andere professionele netsecundaire proces stil komen te liggen door criwerken ICT minele manipulaties • Continue monitoring op beveiliging netwerk • Inzet ethical hacking 4. Huisvesting Naar verwachting zal de huisvestingtransitie medio 2022 zijn afgerond. Het grootste deel hiervan wordt betaald door de gemeente Veendam. Winkler Prins draagt zelf ook bij in de kosten van nieuwbouw/verbouw en door investeringen t.b.v. duurzaamheid, gebouwgebonden inrichting en inventaris, mogelijkerwijs een sportvoorziening op het Leer- en Sportpark. De ervaring leert dat vernieuwde onderwijskundige inzichten kunnen leiden tot nieuwe interne huisvestingsbehoeften. Daarnaast brengt de coronacrisis ook extra kosten met zich mee om te voldoen aan de voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld ventilatie. Ook kunnen bodemdalingen zorgen voor extra kosten aan gebouwen. Wat kunnen de gevolgen zijn? • Overschrijding kosten nieuwbouw/verbouw • Extra kosten in verband met de coronacrisis, waaronder kosten vervanging medewerkers, verbetering ventilatie, extra energiekosten i.v.m. ventileren in de winter, beschermingsmiddelen • Door bodemdaling kan beschadiging aan gebouwen optreden
Beheersingsmaatregelen • Monitoren projectvoortgang en kostenontwikkeling • Investeringen Winkler Prins t.b.v. huisvesting moeten proportioneel zijn en bijdragen aan lagere exploitatielast • Afstemming met de gemeente Veendam over ieders rol en verantwoordelijkheid bij het oplossen van het ventilatievraagstuk • Onderzoek naar subsidiemogelijkheden
5. Personeel en organisatie Het grootste risico met betrekking tot personeel is een lagere inzetbaarheid dan gepland door ziekteverzuim en burnout. Daarnaast speelt de moeilijkheid van het aantrekken van medewerkers.
Jaarverslag en jaarrekening 2020
61
Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Prestaties van medewerkers lijden onder hoge • Strategische personeelsplanning werkdruk • Inzetten op tijd voor ontwikkeling en werkdrukver• Ongelukkige medewerkers mindering voor medewerkers • Een hoog ziekteverzuim • Medewerkertevredenheid blijven monitoren en • Door toegenomen werkdruk is er onvoldoende a.d.h.v. rapport oplossingen afspreken tijd voor scholing van medewerkers en ontwikke- • Inzetten op ondersteuning van het primaire proling van het onderwijs ces • Hogere kosten aan bijdragen school aan kosten • Actieve ondersteuning van medewerkers voordat WIA of WW de werkdruk te hoog wordt • Door een verslechterende arbeidsmarkt kan de • Inzetten op vitaliteit medewerkers school onvoldoende bevoegde en/of bekwame • Deelname aan de Opleidingsschool Ommelanden medewerkers aantrekken • Deelname aan Regionale aanpak lerarentekort • Wisselingen in het personeelsbestand hebben • Bij- en omscholing zittende medewerkers een negatief effect op de kwaliteit van de school • Profilering Winkler Prins als goede werkgever • Wetgeving staat in de weg bij het vasthouden • Samenwerking met regionale schoolbesturen bij van bevoegde en bekwame medewerkers waarhet opnemen van elkaars medewerkers die vandoor deze moeten vertrekken wege wetgeving geen vaste aanstelling kunnen krijgen 6.
Financiën De bekostiging van het voorgezet onderwijs door de rijksoverheid is grillig. De afgelopen jaren is de materiële bekostiging onvoldoende geïndexeerd, worden structurele middelen vervangen door incidentele middelen waarmee structurele verplichtingen moeten worden aangegaan. Er is een risico op terugvordering van (te) ontvangen subsidiegelden. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Grillige financiering van het onderwijs door de • Invloed uitoefenen op landelijk beleid via regiooverheid kan impact hebben op de exploitatie en nale en landelijke gremia het vermogen van Winkler Prins • Actualisatie jaarlijkse meerjarenbegroting en hui• Winkler Prins investeert te veel in de huisvesting dig financieel beheer continueren dat ten koste gaat van het eigen vermogen
62
Jaarverslag en jaarrekening 2020
WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. het risicoprofiel) en de beschikbare weerstandscapaciteit (vermogenspositie). Inzicht in het weerstandsvermogen helpt om verantwoorde keuzes te maken met betrekking tot het aangaan van nieuwe risico’s in de toekomst. Uitgangspunt is dat de benodigde weerstandscapaciteit niet groter mag zijn dan de beschikbare weerstandscapaciteit. In voorgaande begrotingen en jaarrekeningen rapporteerden we de ratio weerstandsvermogen, zoals deze door de overheid wordt aangegeven. Het weerstandsvermogen is dan het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten en exclusief de buitengewone baten. Het eigen vermogen van onze school bestaat uit een algemene reserve en een bestemmingsreserve. Deze reserves zijn vooral bedoeld voor het afdekken van (toekomstige) risico’s in de financiële bedrijfsvoering en als financieringsbron voor nieuwe activiteiten en investeringen. Door het ministerie wordt een bandbreedte voor het weerstandsvermogen voorgeschreven van ten minste 5%. Het weerstandsvermogen van Winkler Prins eind 2020 bedraagt 36,5%. Uit de meerjarenbegroting 20212024 blijkt dat het weerstandsvermogen voor de jaren daarna licht daalt. Dit na de verwachte aanschaf en investeringen de komende jaren in de ver-/nieuwbouw.
Uit het bovenstaande zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het minimale weerstandsvermogen ruimschoots wordt overschreden en Winkler Prins (te) veel geld in kas zou laten liggen. In deze benadering worden de begrippen eigen vermogen en liquide middelen met elkaar verward. Het eigen vermogen bestaat zowel uit een deel liquide middelen, maar ook een groot deel van het eigen vermogen is vastgelegd in materiële vaste activa, zoals de nieuwe huisvesting die dagelijks wordt gebruikt in het primair proces. In 2020 is opnieuw onderzoek gedaan naar de relatie is tussen de benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een groot aantal voor het voortgezet onderwijs bekende risico’s is een Monte Carlo simulatie (een model dat gebruikt kan worden bij de bepaling van waarschijnlijkheden van uitkomsten) uitgevoerd waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De uitkomst van deze simulatie is dat Winkler Prins met 90% zekerheid voldoende heeft aan € 3,2 miljoen benodigde weerstandscapaciteit. Een ratio > 2 is financieel uitstekend maar maatschappelijk ongewenst omdat er teveel kapitaal onbenut blijft. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. De tabel geeft een waardering bij de berekende ratio.