06-02 Bijlage 1 - Bestuursverslag 2023 Scholengroep OPRON
Tekst van het document
Met name de pro-activiteit, laagdrempeligheid en afspraken nakomen door de HR-afdeling werden op prijs gesteld.
Toekomstige ontwikkelingen Het bestuur verwacht in de toekomst de volgende ontwikkelingen die mogelijk leiden tot het aanpassen van het gevoerde personeelsbeleid:
Geheel nieuwe HR afdeling
Voor de HR-adviseurs bleek 2023 het jaar van de mobiliteit, maar liefst vier HR-medewerkers hebben in het voorjaar de organisatie verlaten. Door het aanstellen van twee nieuwe HR-adviseurs heeft de afdeling weer een nieuwe bezetting, en kan de afdeling voortbouwen op het voorgaande personeelsbeleid en waar nodig vernieuwen. Er is een start gemaakt met de strategische personeelsplanning en de doelen voor de volgende strategische beleidsperiode zijn bepaald. Te weten: binden en boeien (motivering en ontwikkeling van medewerkers), amplitie (gericht op vitaliteit, verzuim en duurzame inzetbaarheid) en de arbeidsmarkt van de toekomst. Deze thema’s sluiten aan bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en behoefte van OPRON.
Krapte op de arbeidsmarkt (lerarentekort)
De situatie op de arbeidsmarkt blijft krap, het lerarentekort blijft aanhouden. Hoewel in het noorden de problemen minder groot zijn dan in de rest van het land, beginnen wij de krapte ook duidelijk te merken in onze regio. In 2023 hebben we de reguliere formatie op onze scholen (nog) kunnen invullen.
24
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Het lerarentekort raakt ons met name als het gaat om (tijdelijke) invallers. Om de krapte op het gebied van invallers op te vullen en het onderwijs in de scholen te kunnen continueren, is er in 2020 een samenwerking gestart met Stichting Katholiek Onderwijs Centrale Groningen, Stichting Baasis, Stichting Ultiem en Primenius, namelijk een gezamenlijke Flexpool. Middels deze samenwerking wordt er geprobeerd te voorzien in de behoefte van invalleerkrachten bij de aangesloten besturen. De krapte op de arbeidsmarkt geeft nog meer noodzaak om in te zetten op loopbaanontwikkeling. Dit doen wij onder andere door onderwijsassistenten om te scholen tot leraarondersteuner en/of leerkracht. Leerkrachten bieden we de kans om zich te laten omscholen tot schoolleider (kweekvijver). En een managementassistente om te scholen tot HR adviseur. Dit onderwerp heeft binnen de hele stichting onze aandacht. Tevens hebben we ons aangesloten bij de Onderwijsregio Noord Nederland Po bestaande uit 60 schoolbesturen. Ook heb we voor onze VSO school ons aangesloten bij de onderwijsregio vo/vso. Hierbij slaan we samen de handen ineen ten aanzien van de uitdagingen die personeelskrapte ons geeft.
Zaken in het afgelopen jaar met personele betekenis Nieuwe CAO
In het najaar van 2023 is het cao-akkoord voor primair onderwijs voor 2023-2024 ondertekend. Met de nieuwe cao krijgen de medewerkers in het primair onderwijs een loonstijging van 10% vanaf juli 2023. Daarnaast krijgen medewerkers een eenmalige uitkering en stijgt de vergoeding voor woonwerkverkeer. Verder zijn er nog veel andere afspraken gemaakt die het werken in het primair onderwijs aantrekkelijker zullen maken. De cao loopt van 1 mei 2023 tot en met 30 september 2024.
Personeelsbeleid
In 2023 hebben we de volgende regelingen en/of beleidsstukken geactualiseerd of vastgesteld: Mobiliteitsbeleid; Fietsplan; Vergoeding woon-werkverkeer; Telefoonvergoeding; Vergoeding beeldschermbril. Voor 2024 staat de herziening van het flexpoolbeleid en het verzuimbeleid gepland. Ook ligt er de wens om een stagebeleid in het leven te roepen. Da arnaast willen we een start maken met het beleid voor strategische personeelsplanning en zal de RI&E worden uitgevoerd.
Personeelssterkte
In 2023 zijn 47 medewerkers in dienst gekomen en 62 medewerkers uitgestroomd. Van de uitgestroomde medewerkers zijn 21 op eigen verzoek uitgestroomd, 5 met wederzijds goedvinden, 27 vanwege het niet verlengen van het tijdelijke contract en 9 door het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd of keuzepensioen. In 2023 waren er gemiddeld 345 medewerkers in dienst. Van deze medewerkers werkten 212 medewerkers parttime (een wtf lager dan 1,0) en 133 medewerkers fulltime. In totaal gaven deze 345 medewerkers aan 250,81 wtf invulling. Van onze medewerkers is ongeveer 14 procent man en 86 procent vrouw. Van de medewerkers heeft ongeveer 21 procent een leeftijd van 55 jaar en ouder.
25
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Jaar 2020
Medewerkers gemiddeld 340
FTE gemiddeld 240,75
FTE OP 182,04
FTE OOP 45,40
FTE DIR 13,31
Parttime ratio 67,02%
2021
351
251,85
184,33
53,79
13,73
65,24%
2022
349
257,14
187,89
55,51
13,75
60,86%
2023
345
250,81
182,57
54,05
14,19
61,78%
Bij de start van schooljaar 2023/2024 hadden we geen tekort voor de basisformatie, als het gaat om onderwijzend en ondersteunend personeel. Er is wel een tekort aan invallers voor incidenteel onvoorziene vervangingen.
Uitkeringen na ontslag
In 2023 waren de kosten voor uitkeringen na ontslag € 91.315. Een nieuw strategisch beleid aangaande personeel helpt om meerdere (school)jaren vooruit te kijken, met als gewenst resultaat om deze kosten te verminderen. Vanaf 1 augustus 2022 betalen werkgevers in het primair onderwijs voortaan standaard 50 procent van de werkloosheidskosten van hun ex-werknemers. Dat geldt voor alle gevallen waarbij de laatste contractdag op of na 1-8-2022 ligt. Het Participatiefonds vergoedt dus standaard 50 procent. In sommige gevallen kan de eigen bijdrage verlaagd worden naar 10 procent als aan de diverse voorwaarden wordt voldaan. Het vertrek van medewerkers, dan wel beëindiging van het dienstverband, heeft in 2023 niet geleid tot langdurige uitkeringen. De arbeidsongeschiktheid van 2 medewerkers leidt wel tot een hogere WGA-premie.
Aanpak werkdruk
In het regeerakkoord stelt het kabinet structureel gelden beschikbaar voor de vermindering van werkdruk in het primair onderwijs. Dit akkoord bevat afspraken tussen de minister en het PO-front over de aanpak van werkdruk in het po, de besteding van de middelen die het kabinet beschikbaar heeft gesteld, de verantwoording, evaluatie en mogelijke bijsturing. De extra middelen die het kabinet ter beschikking stelt voor de beheersing van werkdruk komen ter beschikking van teams in scholen. Zij kiezen zelf welke maatregelen er in hun school worden genomen om de werkdruk te verminderen. Om te garanderen dat het geld daadwerkelijk wordt ingezet om de werkdruk te verminderen, wordt op iedere school het gesprek gevoerd over de knelpunten die werknemers ervaren en de oplossingen die zij hiervoor voorzien en bepalen. Dit gesprek vindt plaats in het gehele team van leraren, schoolleider en overig personeel. Op basis van dit gesprek wordt door de schoolleider een bestedingsplan opgesteld voor de inzet van de werkdrukmiddelen dat ter instemming wordt voorgelegd aan de personeelsgeleding van de MR (hierna genoemd: P-MR). Het bestedingsplan bevat naast de bestedingsdoelen de verwachtingen met betrekking tot de vermindering van de werkdruk alsmede de wijze waarop de P-MR zal toezien op de inzet en de besteding van deze werkdrukmiddelen en het gevolgde proces.
Er zijn geen niet-financiële maatregelen genomen om de werkdruk te verminderen.
26
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Inzet werkdrukmiddelen bao
Aantal leerlingen 2373
Kalenderjaar 2023 €
652.062,80
sbao
148
€
63.501,90
(v)so
139
€
76.422,20
Totalen
2660
€
791.986,90
Bestedingscategorie
Bestedingspercentage
Personeel
100,00%
Materieel
0%
Professionalisering
0%
Overig
0%
Strategisch personeelsbeleid
Ook in 2023 zijn we volop bezig geweest het huidige beleid te evalueren en, daar waar nodig, aan te passen. Hierin is met name gekeken op welke wijze er vanuit HR bijgedragen kan worden aan onderwijskwaliteit en de doelstellingen en hoe personeelsbeleid en de instrumenten daarop ingezet kunnen worden binnen Scholengroep OPRON. Alle beleidsstukken zijn in lijn met het strategisch beleid van Scholengroep OPRON opgesteld en voor alle beleidsstukken is een evaluatiecyclus vastgesteld. Omdat het huidige strategische beleid van Scholengroep OPRON verlengd is diende er kritisch gekeken te worden welke aanscherping er nodig was in de huidige stukken en qua in te zetten instrumenten en welke aanvullende stukken en instrumenten er nog dienden te komen, passend ook in de RCO cyclus van OPRON. Hiermee gaan we komend jaar bezig. Te denken valt aan het aanpassen van de RI&E cyclus, inzet van scholing en daarbij behorend beleid. In de tweede helft van 2023 zijn we begonnen met de voorbereidingen voor het nieuwe strategische beleidsplan, voor de planperiode 2024 tot en met 2028.
In deze planperiode bouwen we voort op de onderwerpen uit de vorige strategische periode, te weten: alle medewerkers streven een professionele cultuur na, zijn betrokken en nemen initiatieven; we streven een vitale toekomstbestendige organisatie na en medewerkers zijn tevreden over hun werkplek (tevredenheidsonderzoek). We zullen de voorgenoemde onderwerpen onderverdelen in drie nieuwe hoofdonderwerpen, te weten: binden en boeien (motivering en ontwikkeling van medewerkers), amplitie (gericht op vitaliteit, verzuim en duurzame inzetbaarheid) en de arbeidsmarkt van de toekomst.
27
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
2.3
HUISVESTING & FACILITAIRE ZAKEN
In 2023 heeft Scholengroep OPRON de overstap gemaakt naar een nieuwe onderhoudspartij. Tevens is 2023 het jaar dat er een bouwtechnische (her)inspectie heeft plaatsgevonden bij de scholen die in beheer en onderhoud zijn van Scholengroep OPRON. De (her)inspectie geeft ons een goed beeld van de werkzaamheden voor de komende 20 jaar. D.m.v. deze inspecties en in combinatie met de uitgewerkte integrale huisvestingplannen (IHP’s) hebben we een goed beeld gekregen van onze locaties qua onderhoud, maar ook wanneer we rekening moeten houden met welke kosten. We gaan ervan uit daarmee meer in te zetten op preventief onderhoud en door te bundelen efficiënter en effectiever te kunnen werken. Vastgoedplannen O.b.s. de Menterhorn Inmiddels is er een ruimtelijk Programma van Eisen (PvE) opgeleverd voor de realisatie van een nieuw kindcentrum voor De Menterhorn plus een basisschool, kinderopvang en gymzaal. Daarnaast ligt er een eerste opzet voor het technisch PvE. Ook is er met omwonenden gepraat over de eerste opzet van het gebouw qua locatie, verkeer e.d. O.b.s. de Meester Neuteboomschool De Meester Neuteboomschool staat ook in de planning voor nieuwbouw. Er is gestart met het opstellen van het technisch PvE. Zodra de locatie bekend is kan ook hier het gesprek plaatsvinden over het ruimtelijk PvE. O.b.s.
de Ommewending Naar aanleiding van het onderzoek van ICS en de gesprekken met het dorpshuis heeft de gemeente besloten om het dorpshuis apart te vernieuwen. De gesprekken betreft de renovatie, nieuwbouw of vernieuwbouw gaan verder in het nieuwe jaar.
28
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
2.4
FINANCIEEL BELEID
Doelen en resultaten Het financiële beleid dat gevoerd wordt door Scholengroep OPRON is een belangrijke voorwaarde voor het behalen van de benoemde ambities, doelstellingen en beoogde resultaten, zoals vastgelegd in het strategisch beleidsplan. Een gezonde ontwikkeling van de baten en lasten en een adequaat weerstandsvermogen in meerjarig perspectief, zijn belangrijke uitgangspunten van het beleid. Het adequaat beheren van de financiële positie van het bestuur en de scholen en het op een verantwoorde manier verdelen van de baten over de organisatieonderdelen, zijn belangrijk voor het behoud en verdere ontwikkeling van de kwaliteit van het onderwijs. Essentieel hierbij is een goede planning en controlcyclus en een betrouwbare informatievoorziening. Opstellen beleidsrijke meerjarenbegroting Het strategisch beleidsplan is leidend voor de meerjarenbegroting. Begin september wordt de conceptschoolbegroting beschikbaar gesteld voor de schooldirecteur middels het managementinformatiesysteem. Met behulp van een toelichting en het schooljaarplan muteert de schooldirecteur in de schoolbegroting. Vervolgens vindt er een begrotingsgesprek plaats, waarin de schooldirecteur, de HR adviseur en de adviseur planning & control de schoolbegroting voorlopig vaststellen.
Alle schoolbegrotingen en de bovenschoolse beleidskeuzes vanuit het strategisch meerjarenplan worden samengevoegd in de meerjarenbegroting. Toekomstige ontwikkelingen Er worden geen bijzondere toekomstige ontwikkelingen verwacht, die mogelijk kunnen leiden tot aanpassingen van het gevoerde beleid. Investeringsbeleid De investeringsplannen van de scholen worden in de schoolbegrotingen opgenomen. Hierin staan de vervangingsinvesteringen opgenomen, maar ook de nieuwe investeringen die volgen uit het schooljaarplan. Tevens worden de bovenschoolse investeringen hieraan toegevoegd om zo te komen tot een volledig meerjaren-investeringsplan. Treasury In een treasurystatuut zijn de spelregels voor het treasury management en het financieringsbeleid vastgelegd. Sturing, beheersing en bewaking van (toekomstige) geldstromen, met het behalen van een optimaal rendement, is hierbij het doel. In de uitgangspunten van het statuut wordt een koppeling gemaakt met de “Regeling beleggen en lenen en derivaten OCW 2016” en wordt er voldaan aan deze regeling. Het bestuur van Scholengroep OPRON heeft een treasurystatuut vastgesteld waarin wordt voldaan aan deze regeling. Zo risicoloos mogelijk omgaan met het uitzetten van de financiële middelen is hierbij het uitgangspunt. Liquide middelen
31-12-2023
31-12-2022
857
727
Schatkistbankieren
9.900.001
7.212.708
Totaal
9.900.858
7.213.435
Rabobank
Het treasurybeleid wordt jaarlijks in de bestuursvergadering geëvalueerd. De financiële middelen van Scholengroep OPRON hebben in 2023 uitgestaan bij het schatkistbankieren van het ministerie en bij de Rabobank.
29
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Allocatie van middelen De verdeling van de rijksbijdragen over de scholen vindt plaats op basis van de zogenaamde T-systematiek. De scholen krijgen daardoor budget voor het aantal leerlingen dat op dat moment op school aanwezig is. Er zijn normen vastgesteld in het directieberaad en goedgekeurd door de GMR. Daarbij wordt er aan de kleinste scholen een maatwerkbudget verstrekt. De bekostiging gaat via deze allocatie naar de scholen. De doorbetaling van het SWV vindt deels plaats aan de scholen middels de volgende verdeelsleutel: € 15.000 per school en € 109 per leerling. Het resterende budget wordt ingezet ter dekking van het OPRON expertise team en de verstrekking van zorgarrangementen naar de scholen. De huisvestingslasten zijn budgetneutraal in de schoolexploitatie opgenomen. Hierdoor ondervindt de school geen voor- of nadeel van de gebouwkosten. De gezamenlijke kosten worden bovenschools gedragen zoals vervangingskosten, Arbo-kosten, scholing, kosten administratiekantoor, juridische kosten, bezetting van het bestuurskantoor en verzekeringskosten. In 2023 waren deze kosten € 3.300.841 (kostenplaatsen Algemeen en bestuur management). Onderwijsachterstandsmiddelen De onderwijsachterstandsmiddelen (OAB-middelen) worden op basis van de schoolscores van het CBS deels aan de scholen toebedeeld.
Aangezien met de komst van de OAB-middelen, de rijksvergoeding impulsregeling is komen te vervallen, is deze op een zelfde wijze gealloceerd. De OAB-middelen waren € 1.046.578 in 2023. Deze middelen worden ingezet voor o.a. het formeren van kleinere groepen en de inzet van ondersteuning voor de kinderen met een achterstand. Planning- en controlecyclus Om beleidskeuzes, met de daaraan gekoppelde budgetten en de verantwoording van de besteding van deze budgetten inzichtelijk te maken, is er een zogenaamde 'planning en controlcyclus' vastgesteld, met bijbehorende verantwoordingsdocumenten: het jaarplan, tussenrapportages en het bestuursverslag. Deze documenten worden tevens gebruikt voor de verantwoording richting de GMR. Met het opstellen van de meerjarenbegroting begint de planning- en controlcyclus. De meerjarenbegroting wordt opgesteld vanuit de afzonderlijke schoolbegrotingen en de bovenschoolse begrotingen, van waaruit de gezamenlijke activiteiten worden gedaan. Middels de managementrapportage, die per kwartaal wordt opgesteld, wordt er gerapporteerd aan de bestuurder en aan de RvT. De managementrapportage bevat tevens een prognose voor het hele kalenderjaar. Deze rapportages worden besproken met de bestuurder en auditcommissie van de RvT.
Vanuit deze besprekingen kan er een adequate bijsturing plaatsvinden indien er een afwijking wordt geconstateerd dan wel verwacht ten opzichte van de begroting. In deze beoordeling worden de geïdentificeerde risico’s meegenomen.
30
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
2.5
CONTINUÏTEITSPARAGRAAF
In deze paragraaf richten wij onze blik op de financiële toekomst. Inhoudelijk is hiervoor al een beeld van de toekomst geschetst. Hieronder wordt ingegaan op de voornaamste risico´s die Scholengroep OPRON loopt en hoe wij hierop anticiperen. Interne risicobeheersings- en controlesysteem In het treasurybeleid is primair als doel vastgesteld het beheren van financiële risico's en secundair het reduceren van financieringskosten. Ook de verantwoordelijkheden, wie mag verplichtingen aangaan en wie is tekenbevoegd, is in dit beleid vastgelegd. Er is een splitsing aangebracht in het verwerken van rekeningen en het accorderen van rekeningen. Hiermee is een duidelijke functiescheiding bereikt. Periodiek wordt de financiële rapportage besproken vanuit de planning- en controlcyclus. Hierdoor wordt er aan risicobeheersing gedaan en kan er zo nodig tijdig ingegrepen worden. Dit heeft geleid tot een betere risicobeheersing. In de komende jaren zal er gekeken worden of de schoolrapportages op een andere manier opgesteld kunnen worden, zodat er naast een financiële rapportage, ook over andere onderwerpen gerapporteerd kan worden in één integrale verantwoording. Belangrijkste risico’s en onzekerheden Onderwijskwaliteit: De afgelopen jaren is fors geïnvesteerd in de verbetering van de onderwijskwaliteit.
Onderwijskwaliteit is de belangrijkste pijler van een schoolbestuur en heeft continue de aandacht bij Scholengroep OPRON. Onderhoud: Op het gebied van onderhoud wordt Scholengroep OPRON de komende tien jaren met grote investeringen geconfronteerd. De investeringen zijn opgenomen in de onderhoudsvoorziening. De onderhoudsvoorziening is toereikend. Bij dit risico wordt tevens de aankomende stelselwijziging voorziening onderhoud genoemd. Dit zal per 1-1-2024 ingevoerd worden. Weerstandsvermogen: Op dit moment heeft Scholengroep OPRON een financiële positie, waarbij het kengetal weerstandsvermogen (0,29; zie ook paragraaf 3.3 financiële positie) binnen de signaleringsgrenzen ( grens < 0,05) valt, die door de PO-raad en de Onderwijsinspectie worden gehanteerd. Het weerstandsvermogen zegt iets over de reservepositie van de stichting en over de mogelijkheden om financiële tegenvallers te kunnen opvangen. Inmiddels wordt een stijging van de financiële ruimte weer zichtbaar, wat betekent dat er meer ruimte ontstaat voor extra investeringen. Dit is in de volgende tabel weergegeven. Berekening financiële ruimte Stand algemene reserve OPRON op 31-12-2023
+
€
6.623.274
- bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs
+
€
1.564.286
Minimale financiële buffer (5% van de totale baten, afgerond)
-
€
1.459.654
Financiële ruimte vanaf 2024
€
6.727.906
Financiële ruimte vanaf 2024 excl. bestemmingsreserves
€
5.163.620
Stand bestemmingsreserves OPRON op 31-12-2023
31
Daling leerlingaantal: de krimp in de verzorgingsgebieden van OPRON leiden tot een lagere bekostiging, waardoor een terugloop in formatie noodzakelijk is. Deze daling is in de meerjarenbegroting verwerkt en meegenomen in het bestuursformatieplan. In- en uitstroom asielzoekers en overige vreemdelingen: de toename van de instroom als gevolg van de oorlog in Oekraïne en de onvoorspelbaarheid van deze instroom zorgen voor fluctuaties in de bekostiging (rijksvergoeding asielzoekers). Om deze reden worden de tellingen op peildata gekoppeld aan te verwachten bedragen zodat de begrote bekostiging
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
goed kan worden gevolgd. Daarbij is er sprake van een voldoende flexibele schil in de aanstellingen om tijdig te kunnen reageren op de ontwikkelingen. Uitkeringskosten participatiefonds (Pf): bij ontslagverlening bestaat het risico dat het Pf de claim van het UWV niet overneemt en OPRON de aanvulling op de uitkeringskosten moet betalen. Om dit risico te ondervangen is er een budget gereserveerd in de meerjarenbegroting en een voorziening gevormd. Ziekteverzuim: het ziekteverzuimpercentage blijft hoog, waardoor OPRON geconfronteerd wordt met hoge vervangingskosten. Tevens is in de meerjarenbegroting rekening gehouden met een malus van het vervangingsfonds als gevolg van een hogere declaratie in relatie tot de betaalde premie. Een verdere toelichting is opgenomen onder de paragraaf Personeel & Professionalisering.
Informatiebeveiliging en privacy (IBP) Het afgelopen jaar heeft digitale veiligheid onze aandacht gekregen. We hebben vanuit onze actiegroep ICT diverse acties ondernomen, onder andere een update van ons AVG beleid. Tevens zijn we aangesloten bij PICTO waarbij we in afstemming met onze functionaris gegevensbescherming (FG) zaken op orde hebben gekregen. Onze FG houdt zich intensief bezig met de bewustwording bij alle medewerkers hoe om te gaan met privacygevoelige gegevens om o.a. datalekken te voorkomen. Er hebben geen datalekken plaatsgevonden in 2023. Visie en ethiek op het gebied van privacy. We willen alleen informatie van onze leerlingen en ouders als we die echt nodig hebben (conform ons beleid). Wat betekent dat we heel zorgvuldig met de informatie omgaan, want die is immers niet van ons maar van de klant/ouder of collega. Natuurlijk gaan we even netjes om met de persoonsgegevens van onze medewerkers. Al moeten we van hen wat zaken verplicht registreren, bijvoorbeeld voor de afdracht van belastingen. Dit doen we zorgvuldig. Privacyontwikkelingen van buitenaf. We zien dat onze klanten steeds privacybewuster worden. Bij zaken die we vragen betrekken we naast de directie onze medezeggenschapsraad proactief en vragen we instemming ten aanzien van het beleid zodat we privacyvragen goed kunnen beantwoorden. Indien er nieuwe ontwikkelingen zijn dan implementeren we deze.
Vooruitkijkend: We gaan verder met onze professionalisering op privacygebied. Risico’s en bedreigingen: We merken dat sommige van onze verwerkers het lastig vinden om aan onze eisen te voldoen. We blijven daarom extra aandacht besteden aan het vinden van goede verwerkers en zijn daarbij scherp op de beoordeling van de verwerkersovereenkomsten.
32
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
3. Verantwoording van de financiën 3.1
ONTWIKKELINGEN IN MEERJARIG PERSPECTIEF
De onderstaande prognose ligt ten grondslag aan de begroting en het meerjarenperspectief. De gegevens voor deze prognose komen vanuit de schooldirecteur en vanuit de prognoses van de gemeentes. Verder is het aantal leerlingen per school en per leeftijd per 1 februari 2022 meegenomen. Hier zijn de aantallen per 1 februari 2023 aan toegevoegd om vervolgens de trend door te trekken voor de komende jaren. Leerlingen Vorig jaar (T-1)
Verslagjaar (T)
T+1
T+2
T+3
T+4
T+5
Basisonderwijs
2.372
2.378
2.355
2.285
2.191
2.136
2.091
SBO
154
148
142
138
136
136
136
(V)SO
141
139
137
124
124
124
124
2.667
2.665
2.634
2.547
2.451
2.396
2.351
De verwachting is dat het leerlingaantal vanaf 2024 verder zal dalen als gevolg van de krimp over alle onderwijssectoren. FTE Aantal FTE
Vorig jaar (T-1)
Verslagjaar (T)
T+1
T+2
T+3
T+4
T+5
Bestuur / management
13,75
14,19
14,78
15,20
15,20
15,20
15,20
Onderwijzend personeel
187,90
182,57
178,42
164,97
154,73
147,24
142,57
Ondersteunend personeel
55,51
54,05
42,79
34,88
33,23
33,23
33,23
Totaal
257,16
250,81
235,99
215,05
203,16
195,67
191,00
OPRON kent formatie toe op basis van het werkelijk aantal te verwachten leerlingen in het betreffende schooljaar (t=0). Verder wordt bij de formatieplanning aangesloten bij de systematiek van de reguliere (meerjaren)begroting. De (meerjaren)begroting is leidend voor de formatieplanning. De formatie zal de komende jaren mee moeten krimpen met de ontwikkeling van het aantal leerlingen. Uitgangspunt is binnen het budget te blijven met het zoveel mogelijk intact houden van de ratio’s. Bovenstaand is een indicatie van de ontwikkeling van de formatie de komende jaren (exclusief verzuim). Over de exact beschikbare formatie voor de komende jaren wordt door OPRON jaarlijks uitgebreid verslag gedaan in de meerjarenbegroting.
33
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
3.2
STAAT VAN BATEN EN LASTEN EN BALANS
( x € 1.000)
Begroting Realisatie verslagjaar verslagjaar (T) (T)
(T-1)
T+1
T+2
T+3
T+4
T+5
Verschil Verschil verslagjaar verslagjaar t.o.v. t.o.v. vorig begroting jaar
BATEN Rijksbijdragen
27.162
25.904
28.343
26.791
25.954
24.934
24.340
24.016
2.440
1.181
Overige overheidsbijdragen en subsidies
316
210
482
672
130
31
31
31
272
166
Baten werk in opdracht van derden
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
Overige baten
301
172
368
206
179
179
179
179
196
67
27.779
26.285
29.193
27.669
26.263
25.144
24.550
24.225
2.908
1.414
Personeelslasten
21.673
22.315
23.110
23.552
21.971
21.061
20.437
20.167
795
1.437
Afschrijvingen
452
529
569
458
496
469
499
495
40
117
1.559
1.494
1.904
2.024
2.004
2.004
2.004
2.004
410
345
2.264
1.863
2.391
2.412
1.754
1.578
1.610
1.558
528
127
25.948
26.202
27.974
28.445
26.225
25.111
24.550
24.224
1.772
2.026
1.831
84
1.220
-776
38
33
0
2
1.136
-611
5
0
287
30
5
5
5
5
287
282
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
1.836
84
1.506
-746
43
38
5
7
1.422
-330
TOTAAL BATEN LASTEN
Huisvestingslasten Overige lasten TOTAAL LASTEN SALDO Saldo baten en lasten Saldo financiële baten en lasten Saldo buitengewone baten en lasten TOTAAL RESULTAAT
Het resultaat is fors positiever dan begroot (€1.422k). Hierin is het resultaat op de NPO-middelen verwerkt van € 515k. Het resultaat zonder deze middelen is € 1.181k positiever dan begroot. Dit wordt vooral veroorzaakt door de hogere rijksbijdragen en hogere overige overheidsbijdragen en – subsidies. Het positieve resultaat wordt met name veroorzaakt door opbrengsten die gedurende het jaar zijn toegewezen en qua tijd niet effectief ingezet konden worden in 2023. We zullen deze middelen in de toekomst inzetten ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs en via de resultatenrekening in het vermogen in de toekomst verwerken.
34
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Analyse verschillen begroting – jaarrekening 2023 ( x € 1.000) BATEN Rijksbijdragen Het saldo rijksbijdragen is 2.440k hoger dan begroot. De voornaamste oorzaken zijn: De rijksbijdragen OCW vallen hoger uit dan begroot door normaanpassingen, gerealiseerde groeibekostiging en de NPO-middelen (1.382k). Daarbij is de ontvangen rijksvergoeding asielzoekers 615k hoger dan begroot. Tevens ligt de verantwoording van de subsidie Academische Opleidingsschool boven begrotingsniveau 178k. Hier staan evenhoge kosten tegenover. De doorbetalingen vanuit het samenwerkingsverband passend onderwijs zijn hoger dan begroot door afgegeven beschikkingen (o.a. ten behoeve van Dekkend Netwerk) en resultaatsuitkeringen (259k). Het verschil met 2022 wordt voornamelijk veroorzaakt door de ontvangen normaanpassingen lumpsum. Hierdoor zijn de baten in 2023 fors hoger dan voorgaand jaar. Hiertegenover staat voor een klein deel een daling van de ontvangen NPO-middelen (tot augustus 2023) ten opzichte van voorgaand jaar (heel kalenderjaar ontvangen). Overige overheidsbijdragen De overige overheidsbijdragen vallen per saldo 272k hoger uit dan begroot. Onder de gemeentelijke bijdragen is ontvangen een subsidie uit het fonds Kansrijk Opgroeien 45k, de vergoeding Avondschool en de afrekening van ESF 21-22 81k. De ontvangen overige subsidie heeft o.a.
betrekking op de subsidie Kunst en Cultuur, Muziekonderwijs, RVO duurzame stroom en de verantwoording van de subsidie Tijd voor Toekomst. In 2022 is hieronder de subsidie OK werkplaats verantwoord en verklaart het verschil met huidig jaar. Overige baten Deze baten vallen 196k hoger uit door hogere huurbaten 104k, meer detacheringsopbrengsten 25k, de ontvangen compensatie DVEP inzake energielasten 43k en een hogere overige vergoeding voor onder andere de personele inzet PICTO 24k. LASTEN Personele lasten De personeelslasten zijn 3,7% hoger dan begroot en 6,6% hoger dan voorgaand jaar. De personeelslasten bestaan uit salariskosten en uit de overige personele lasten en kunnen uitgesplitst worden in een aantal onderdelen. Salariskosten Salarissen Uitkeringen VF UWV Saldo salariskosten
Begroting 23.222 -2.119 21.103
Realisatie 22.959 -1.537 21.422
Verschil 263 -582 -319
De salariskosten in combinatie met de uitkeringen zijn hoger dan begroot vooral als gevolg van de CAO-stijging vanaf juni 2023, uitbetaling van de bindingstoelage en de salariskosten ten laste van de Arbeidsmarkttoelage NPO. Daarbij is er sprake van een hogere inzet dan begroot, 2,58 fte. Dit is vooral het gevolg van meer leerlingen Wereldwijs (ook meer bekostiging). De salariskosten vervanging en overig zijn lager dan begroot door lagere salariskosten ontslaguitkering en een lagere inzet van poolers. De dotaties aan de personele voorzieningen is 44k hoger uitgevallen dan begroot. De jubileumvoorziening is berekend op basis van het huidige personeelsbestand en de blijfkans (15k). Hier is meer aan gedoteerd dan begroot. Daarbij heeft er aan de voorziening uitkeringsgerechtigden een dotatie plaatsgevonden (74k), welke betrekking heeft op de verrekening van uitkeringen aan personen die niet door de instroomtoets van het participatiefonds komen. De inhuurkosten zijn fors hoger dan begroot (465k) door mutaties op de scholen en op het bestuurskantoor (personeel niet in loondienst o.a. bestuurder t/m maart, secretaresse t/m juli en schooldirecteuren).
35
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
De overige personele lasten onderschrijden het budget (62k) door lagere kosten integraal personeelsbeleid. De verwachte malus van het Vervangingsfonds over 2023 is 99k hoger uitgevallen dan begroot. Afschrijvingen De post afschrijvingen is 40k hoger dan begroot. Door de wijziging van de afschrijvingstermijn van ICT kort van 5 naar 4 jaar zijn de afschrijvingen in 2023 hoger en hoger dan voorgaand jaar. Huisvestingslasten De huisvestingslasten vallen 410k hoger uit dan begroot en zijn 345k hoger dan voorgaand jaar. De huurkosten van KC Westerwinde waren niet begroot (32k). De kosten energie en de kosten schoonmaakbedrijven zijn hoger dan begroot, vooral door prijsstijgingen (249k). Daarentegen blijven de onderhoudskosten ruim onder begrotingsniveau door lagere kosten klachtenonderhoud (24k) en is op basis van de laatste MJOP de dotatie aan de onderhoudsvoorziening naar beneden bijgesteld (5k). De gestegen prijzen met betrekking tot energie en schoonmaak verklaart ook het verschil met voorgaand jaar. Overige lasten Het saldo overige lasten is 528k hoger dan begroot en 127k ten opzichte van voorgaand jaar. De administratie- en beheerslasten overschrijden per saldo het budget door hogere reproductiekosten, hogere wervingskosten (RvT) en hogere administratiekosten. De kosten leermiddelen overschrijden het budget met 49k, vooral door hogere licentiekosten methoden.
De overige lasten zijn 446k hoger dan begroot door een hogere verantwoording van de subsidie Academische Opleidingsschool, NPO-middelen, subsidie Basisvaardigheden en Tijd voor Toekomst (452k). De contributies zijn daarentegen hoger dan begroot waaronder schoolleidersregister, PO-raad en de doorbetaling van de GO-vak en arbeidsmiddelen. Financiële baten en lasten De rentebaten zijn hoger dan begroot. Bij het opstellen van de begroting is uitgegaan van een zeer klein rendement, op basis van de uitstaande middelen en het toen geldende rentepercentage. De rentebaten bedragen 298k vanuit het schatkistbankieren. Het koersverlies van 12k heeft betrekking op de deelneming in Picto. De ontvangen rentebaten verklaren het verschil met voorgaand jaar. Toekomstige ontwikkelingen De daling van de verwachte baten is direct gerelateerd aan de geprognosticeerde daling van het leerlingaantal in de komende jaren. Als gevolg hiervan zal er in de komende jaren ook een terugloop in het aantal in te zetten fte’s terug te zien zijn. In de meerjarenbegroting is dit uitgebreid toegelicht. Er worden geen grote fluctuaties verwacht in de afschrijvingskosten en de huisvestingslasten. Er zijn geen specifieke ontwikkelingen rondom de contractactiviteiten van de Scholengroep Opron. Dit betreft de detacheringen naar andere organisaties. Dit was in 2023 € 49.668.
Balans in meerjarig perspectief Waar de exploitatierekening de baten en lasten van een kalenderjaar laat zien, geeft de balans aan welke waarden aan het begin en aan het eind van een kalenderjaar in een organisatie aanwezig zijn. In bovenstaande tabel is de balans in meerjarig perspectief weergegeven van Scholengroep OPRON.
(x € 1.000)
36
Realisatie vorig jaar (T-1)
Realisatie verslagjaar (T)
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Begroting T+1
Begroting T+2
Begroting T+3
Begroting T+4
Begroting T+5
ACTIVA VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa Materiële vaste activa
0
0
0
0
0
0
0
2.898
2.655
2.282
2.334
2.135
1.976
2.002
90
78
78
78
78
78
78
2.987
2.733
2.360
2.412
2.213
2.054
2.080
0
0
0
0
0
0
0
1.273
1.378
1.246
1.224
1.174
1.172
1.171
0
0
0
0
0
0
0
Liquide middelen
7.213
9.901
9.237
8.945
9.083
9.235
9.051
Totaal vlottende activa
8.486
11.279
10.482
10.169
10.257
10.407
10.222
TOTAAL ACTIVA
11.473
14.012
12.842
12.581
12.470
12.461
12.302
Financiële vaste activa Totaal vaste activa VLOTTENDE ACTIVA Voorraden Vorderingen Kortlopende effecten
Aan de activakant zien we dat de vaste activa lager zijn dan vorig jaar. Er is minder geïnvesteerd dan is afgeschreven. De daling van de activa in 2024 is het gevolg van het verwerken van de voorziening groot onderhoud waarbij de technische investeringen deel afgeboekt dienen te worden. De financiële vaste activa is net lager dan voorgaand jaar en heeft betrekking op de deelname in Picto. Per 31 december 2023 stond voor ruim 1,3 miljoen euro aan vorderingen open. Hierin worden geen grote veranderingen verwacht in de komende jaren. Het saldo liquide middelen bedraagt ruim 9,9 miljoen euro. Dit is gestegen ten opzichte van voorgaand jaar vooral door het behaalde positieve resultaat. Realisatie vorig jaar (T-1)
Realisatie verslagjaar (T)
Begroting T+1
Begroting T+2
Begroting T+3
Begroting T+4
Begroting T+5
Algemene reserve
5.632
6.623
1.404
2.690
2.728
2.733
2.740
Bestemmingsreserves
1.049
1.564
1.242
-
-
-
-
0
0
0
0
0
0
0
6.681
8.188
2.646
2.690
2.728
2.733
2.740
1.525
1.646
6.115
6.285
6.273
6.254
6.135
0
0
0
0
0
0
0
3.267
4.178
4.081
3.605
3.469
3.474
3.427
11.473
14.012
12.842
12.581
12.470
12.461
12.302
(x € 1.000) PASSIVA EIGEN VERMOGEN
Overige reserves en fondsen Totaal eigen vermogen VOORZIENINGEN LANGLOPENDE SCHULDEN KORTLOPENDE SCHULDEN TOTAAL PASSIVA
Aan de passivakant valt het hogere eigen vermogen op. Het eigen vermogen is gemuteerd met het resultaat over 2023. Per 2024 is de verwachte verwerking van de voorziening groot onderhoud in de balans opgenomen. Dit betekent een grote verschuiving van eigen vermogen naar de voorziening (vreemd vermogen). De bestemmingsreserve bestaat vooral uit NPO-middelen en zal in 2025 volledig zijn besteed. De voorzieningen zijn hoger dan in 2022 door een hogere personele voorziening en een
37
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
hogere onderhoudsvoorziening (bepaald o.b.v. MJOP). De stand van de voorzieningen muteert in de komende jaren tevens door de verwachte onttrekkingen o.b.v. het MJOP. De kortlopende schulden zijn hoger dan vorig jaar. De komende jaren worden hier geen grote mutaties in verwacht.
Investeringen en onttrekkingen
Begrote investeringen per jaar
2024
2025
2026
2027
2028
Gebouwen en Technische installatie
5.000
0
0
0
0
ICT
136.470
280.403
120.430
185.600
234.030
Inventaris
127.725
175.792
72.350
76.200
128.200
OLP
111.420
41.600
77.085
79.050
158.250
Vervoer
15.000
50.000
0
0
0
Totaal
395.615
547.795
269.865
340.850
520.480
2024
2025
2026
2027
2028
512.496
326.136
509.002
515.593
615.037
Onttrekking uit Onderhoudsvoorziening
Huisvestingsbeleid
In de MJOP is rekening gehouden met de doordecentralisatie van het buitenonderhoud van de gemeentes naar de Scholengroep. In 2.3. is ingegaan op beheer en onderhoud en de toekomstige ontwikkelingen op het gebied van huisvesting.
38
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
3.3
FINANCIËLE POSITIE
Kengetal Solvabiliteit (Eigen vermogen + voorzieningen) / Balanstotaal Weerstandsvermogen Eigen vermogen / totale baten (incl. financiële baten) Liquiditeit Vlottende activa / Kortlopende schulden
Realisatie Vorig jaar (T-1)
Realisatie Verslagjaar (T)
Begroting T+1
Begroting T+2
Begroting T+3
Begroting T+4
Begroting T+5
Signaleringswaarde
0,72
0,70
0,68
0,71
0,72
0,72
0,72
Ondergrens: < 0,3
0,24
0,28
0,10
0,10
0,11
0,11
0,11
Ondergrens: < 0,05
2,98
Ondergrens: 0,75 (bij totale baten > €12 mln)
2,60
2,70
2,57
2,82
2,96
3,00
Rentabiliteit Resultaat / totale baten (incl. financiële baten) * 100%
6,6%
5,7%
-2,7%
0,2%
0,2%
0,02%
0,03%
Afhankelijk van de financiële positie
Signaleringswaarde normatief vermogen (Feitelijk publiek eigen vermogen / Normatief vermogen
1,6
2,0
0,8
1,1
1,2
1,2
1,2
Bovengrens: >1
Toelichting op de financiële positie Alle kengetallen zijn boven de ondergrens, waardoor de financiële positie van OPRON als gezond kan worden beschouwd. De signaleringswaarde normatief eigen vermogen ligt bij Scholengroep OPRON boven de 1. Hierin is de bestemmingsreserve NPO-middelen opgenomen. Indien deze buiten beschouwing gelaten wordt, dan is er nog sprake van bovenmatig vermogen. Hiervoor is geen bestedingsplan opgesteld, omdat in de beoordeling van dit vermogen rekening is gehouden met wijzigingen m.b.t. onderhoudsvoorziening als gevolg van de componenten-methode, de modernisering van het Participatiefonds en de gevolgen van de krimp in leerlingaantallen.
Ondertekening door bestuur
Mevrouw P.A. Hietbrink
Voorzitter College van Bestuur
28-03-2024
39
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Verslag intern toezicht Via dit verslag legt de Raad van Toezicht verantwoording af van zijn handelen in 2023 en van de resultaten die dat handelen heeft opgeleverd.
SAMENSTELLING INTERN TOEZICHT De Raad van Toezicht bestaat uit vijf leden. Zij onderschrijven de grondslag van de stichting en zijn zich in hun maatschappelijk handelen bewust van hun voorbeeldfunctie voor de gehele stichting. In 2023 kent de raad de volgende leden: Naam
Functie
De heer H. Drenth Mevrouw M. de Visser De heer H. Bouman Mevrouw F.G.H. Mulder Mevrouw E.M. Rodenburg De heer G. Hidding De heer A. Boelen
Voorzitter Lid tot 1 oktober 2023 Lid tot 1 oktober 2023 Lid Lid Lid vanaf 1 oktober 2023 Lid vanaf 1 oktober 2023
Daarnaast is in 2023 besloten dat de heer J. van der Heide per 1 februari 2024 wordt benoemd als lid van de raad. Mevrouw Mulder neemt per die datum het voorzitterschap over van de heer Drenth wiens termijn op die datum is verstreken.
Naam
Functie
De heer H. Drenth
Voorzitter
Nevenfuncties betaald / onbetaald Functie: Directeur vestiging Assen Verstegen accountants en adviseurs Nevenfuncties: - Docent en examinator Rijksuniversiteit Groningen en NBA - Lid bestuur stichting Theater over de Noord - Toezichthouder praktijkopleidingen NBA - Lid Raad van Commissarissen Woonborg - Lid Raad van Toezicht Speciaal Onderwijs Friesland - Lid Raad van Commissarissen Zorg innovatie forum - Lid Raad van Toezicht Het Oversticht - Lid bestuur Veenkoloniaal museum (sinds april 2023)
40
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Aandachtsgebied en / of commissies* Auditcommissie Remuneratiecommissie
Naam
Functie
Mevrouw F.G.H. Mulder Lid
Nevenfuncties betaald / onbetaald Functie: - Dean International Business School Hanzehogeschool Groningen
Aandachtsgebied en / of commissies* Auditcommissie
Nevenfuncties: - Lid Raad van Toezicht VCPO Noord-Groningen (tot 1-8-2023) Mevrouw E.M. Rodenburg
Lid
Functie: - Senior Adviseur, programmaleider burger- en overheidskracht CMO STAMM
De heer H. Bouman
Lid tot 01-102023
- Geen
Mevrouw M. de Visser
Lid tot 01-102023
Functie: - Wethouder gemeente Hogeland
De heer A. Boelen
Lid vanaf 01-102023
Functie: - Zelfstandig adviseur ‘Onderwijs-Jeugd’
Remuneratiecommissie
Auditcommissie
Nevenfuncties: - Lid Raad van Toezicht Roelof van Echten College, Hoogeveen (VO) - Sparringpartner, lid kerngroep Stichting Gedragswerk, Amsterdam - Penningmeester bestuur Stichting CominBeeld, Rotterdam - Lid Raad van Advies Janneke Waalkens Foundation, Groningen - Lid Raad van Advies Stichting Levenslang Ontwikkelen, Assen De heer G. Hidding
Lid vanaf 01-102023
Nevenfuncties: - Adviseur Toegankelijkheid - Lid Raad van Toezicht Esdal College, Emmen - Voorzitter SC Angelslo
Auditcommissie
Toewijzen accountant
Jaarlijks dient de Raad van Toezicht een accountant te benoemen. Flynth Adviseurs en accountants is vanaf het verslagjaar 2018 accountant van Scholengroep OPRON. De samenwerking tussen OPRON en Flynth Adviseurs en accountants is als positief ervaren. Besloten is het contract met Flynth Adviseurs en accountants te continueren in 2023 onder de reeds geldende voorwaarden en condities.
Vergoedingsregeling Raad van Toezicht.
Naar aanleiding van het verzoek van de Raad van Toezicht van Scholengroep OPRON is er in september 2020 een memo opgesteld over de vergoeding van de Raad en de beloning van de bestuurder. Bij het opstellen van dit memo is er gebruik gemaakt van de handreiking van de VTOINVTK, de CAO-bestuurders en de reeds bestaande notitie ‘vergoeding RvT’ zoals deze binnen OPRON was opgesteld in 2015. Tevens is advies ingewonnen bij VOS/ABB.
41
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
De vergoeding is gerelateerd aan: - De verantwoordelijkheid en bevoegdheden van de leden van de Raad van Toezicht; - Het werkelijke aansprakelijkheidsrisico dat een toezichthouder loopt; - De reële inzet en tijd die de toezichthouder besteedt aan de onderwijsinstelling; - De mate van professionaliteit die men van de Raad van Toezicht verwacht conform de wet- en regelgeving en governance codes. Over 2023 was de vergoeding voor leden van de Raad van Toezicht € 5.686,34 per jaar en voor de voorzitter € 8.318,91. In 2023 is besloten de vergoeding per 1 januari 2024 te herijken.
WERKZAAMHEDEN RAAD VAN TOEZICHT De Raad van Toezicht heeft in 2023 vijf keer regulier vergaderd in aanwezigheid van de voorzitter van het College van Bestuur. Er was in 2023 twee keer gezamenlijk overleg tussen de GMR en de Raad van Toezicht. Daarnaast was er een overleg tussen de gemeenten en de Raad van Toezicht. Ook hebben de leden van de Raad van Toezicht in 2023 vier OPRON-scholen bezocht. Tevens heeft de Raad van Toezicht actief geparticipeerd in de werving- en selectieprocedures van de vacatures voor drie nieuwe leden van de Raad van Toezicht en de nieuwe bestuurder van Scholengroep OPRON. Tijdens de reguliere vergaderingen tussen de Raad van Toezicht met het College van Bestuur kwamen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde: Voortgangs- en managementrapportages
Financiën
Onderwijs en Kwaliteitszorg
42
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Onderwijskwaliteit
Marap
Voortgang strategisch beleidsplan en het besluit van het CvB de looptijd van het bestaande plan over 2023 te continueren
Voortgangsrapportages
Jaarverslag 2022
Bestuursverslag 2022/Jaarrekening 2022
Meerjarenramingen
Accountantsverslag
(Meerjaren-).begroting 2024
Rechtmatige verwerving en doelmatige besteding van middelen
Verslagen auditcommissie
Passend Onderwijs
Onderwijskwaliteit
Kwaliteitsverbetering en inzet OET
Nationaal Programma Onderwijs
Prestatiemonitor
Organisatie
Governance
HRM
Contacten met en rapportages van de inspectie inclusief mede naar aanleiding daarvan te ondernemen acties
Einde werkzaamheden interim bestuurder / start nieuw CvB
100-dagen observaties CvB
Toekomst OPRON (samenwerking met andere besturen)
Vergaderplanning
Jaarverslag GMR
Herbenoeming accountant
Rooster van aftreden Rvt
Vacatures RvT
Vergoeding RvT
Gezamenlijk overleg GMR/RvT
Overleg gemeenten/RvT
Bezetting commissies RvT
Code Goed Toezicht
Schoolbezoeken RvT
Zelfevaluatie RvT
Ziekteverzuim
Vacatures
Formatie
Risico’s HR
Twee leden van de Raad van Toezicht vormen de remuneratiecommissie. Deze commissie is in 2023 drie keer bijeengeweest. Belangrijk onderwerp was de bestuurswisseling. De auditcommissie financiën bestaande uit de bestuurder, de controller, de medewerker financiën en twee leden van de Raad van Toezicht heeft in 2023 vier keer vergaderd. De Raad van Toezicht evalueert jaarlijks het eigen functioneren. Er is hierbij gekozen om een zelfevaluatie af te wisselen met een evaluatie door een externe partij. In 2023 heeft de raad de evaluatie zelf uitgevoerd. De leden van de Raad van Toezicht zijn allen lid van VTOI-NVTK. Wij zijn zowel in de auditcommissie als in de Raad van Toezicht in gesprek met het bestuur over het bereiken van de gestelde doelen, waaronder de inzet en het beheer van de (financiële) middelen voor het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijsproces, het schoolklimaat en de resultaten. Daarnaast is er een meerjarenbegroting opgesteld door het bestuur waarin de relatie met het beleid en de doelen duidelijk zijn toegelicht. Ook bij de scholenbezoeken door de Raad van Toezicht wordt in gesprekken met directeuren ingezoomd op het schoolklimaat en de te behalen doelen. De rechtmatige en doelmatige besteding van de financiële middelen komt hierbij ook aan de orde.
43
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Werkgeverschap
In de statuten van Scholengroep OPRON is in artikel 6 vastgelegd hoe de samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag, belet en ontstentenis van het College van Bestuur is geregeld. De Raad van Toezicht:
Benoemt het College van Bestuur
Kan bij een vacature besluiten tot aanvulling dan wel een nadere detaillering van de vereiste kwaliteiten en eigenschappen voor de betreffende zetel in het College van Bestuur
Kan overgaan tot schorsing van een lid van het College van Bestuur met inachtneming van het bepaalde in de CAO-PO
Kan een lid van het College van Bestuur ontslaan
Kan overgaan tot aanwijzing van een waarnemer voor het College van Bestuur indien er sprake is van ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur
Is belast met het vaststellen van de arbeidsvoorwaarden, bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het College van Bestuur
Inzicht in het toezicht
De taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de Raad van Toezicht zijn vastgelegd in het Handboek Governance. In dit handboek zijn ook de overkoepelende doelstellingen benoemd: 1. De leerlingen van Scholengroep OPRON beschikken over een positief-kritische houding vanuit algemeen erkende maatschappelijke waarden en normen, om met vertrouwen in de toekomstige samenleving hun weg te vinden. 2. Scholengroep OPRON realiseert een veilig schoolklimaat met kwalitatief hoogwaardig en innovatief onderwijs in goed onderhouden en goed geoutilleerde schoolgebouwen 3. Het onderwijs op alle scholen van Scholengroep OPRON voldoet ruimschoots aan de door het externe toezicht gestelde eisen. 4. Het marktaandeel van het openbaar onderwijs in het voedingsgebied is stabiel of stijgend.
Financiën
De financiële huishouding van Scholengroep OPRON is op orde en de continuïteit op lange termijn is eveneens gewaarborgd. Verder werd de rechtmatigheid van de verwerving en de doelmatigheid en rechtmatigheid van de besteding van de middelen door de Raad van Toezicht getoetst aan de hand van de rapportages van en in het gesprek met de accountant en de controller. De managementrapportages bieden adequaat gereedschap om de begroting en exploitatie te volgen.
Genomen besluiten
De Raad van Toezicht laat zich middels periodieke voortgangsrapportages informeren over de risico’s van de organisatie. Deze rapportages worden besproken met het College van Bestuur. De Raad van Toezicht heeft in 2023 de volgende besluiten genomen: - Goedkeuring Jaarrekening en Jaarverslag 2022; - Vaststelling vergaderplanning RvT voor het schooljaar 2023-2024; - Goedkeuring van de begroting van 2024, inclusief meerjarenbegroting 2024-2028; - Vastelling bestuursverslag 2022; - Verlenen decharge aan bestuurder voor boekjaar 2022; - Benoeming 2 nieuwe leden Raad van Toezicht per 01-10-2023;
44
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
-
Goedkeuring memo consequenties nieuwe interpretatie groot onderhoud; Vaststelling indeling WNT klasseindeling 2023 (E).
Ondertekening door toezichthouder
Mevr. F.G.H. Mulder Voorzitter Raad van Toezicht
Datum
45
Bestuursverslag Scholengroep OPRON 2023
Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs
Financieel jaarverslag 2023
18-6-2024
Pagina PagPagina 50 van 29ina] van Pagina 50 van 2929
Inhoudsopgave Toelichting op onderdelen van het jaarverslag
Pagina
Bestuursverslag
1
Financiële kengetallen
48
Jaarrekening
Balans per 31 december 2023
49
Staat van baten en lasten over 2023
51
Kasstroomoverzicht
52
Toelichting behorende bij de jaarrekening
53
Grondslagen
53
Toelichting op de balans per 31 december 2023
57
Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen
61
Gebeurtenissen na balansdatum
61
Model G. Overzicht doelsubsidies OCW
62
Toelichting op de staat van baten en lasten over 2023
63
Overzicht verbonden partijen
66
Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector
67
Gegevens over de rechtspersoon
70
Bestemming van het resultaat
71
Overige gegevens Controleverklaring
72
Pagina PagPagina 50 van 29ina] van Pagina 50 van 2929
Financiële kengetallen Aan de hand van de jaarrekening kunnen een aantal kengetallen en ratio's worden berekend die verder inzicht kunnen geven in de gevolgen van het gevoerde beleid over het boekjaar en waardoor het beeld uit de jaarrekening kan worden verduidelijkt. Kengetallen
2023
2022
Rentabiliteit
5%
7%
2,70
2,60
Exploitatieresultaat in een percentage van de totale baten. De rentabiliteit geeft aan in hoeverre de inkomsten en uitgaven van een instelling elkaar in evenwicht houden. Current ratio Verhouding vlottende activa en kortlopend vreemd vermogen. Deze verhouding geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar korte termijnverplichtingen te voldoen. De signaleringswaarde die de inspectie voor het onderwijs hanteert is afhankelijk van de totale baten. Totale baten kleiner dan 3 miljoen, signaleringswaarde minder dan 1,5. Totale baten groter dan 3 miljoen maar kleiner dan 12 miljoen, signaleringswaarde minder dan 1. Totale baten groter dan 12 miljoen, maar kleiner dan 25 miljoen, signaleringswaarde minder dan 0,75. Totale baten groter dan 25 miljoen, signaleringswaarde minder dan 0,5. Solvabiliteit 1
58,4%
58,2%
70,2%
71,5%
28,0%
24,1%
2.667
2.596
Gemiddeld aantal FTE
250,81
257,14
Personeelskosten per FTE
92.143
84.284
Eigen vermogen in percentage van het totale vermogen Solvabiliteit 2 Eigen vermogen plus voorzieningen / totale passiva De solvabiliteit geeft aan in hoeverre de organisatie in staat is aan haar lange termijnverplichtingen te voldoen. 25% a 50% wordt als goed aangemerkt. Is de waarde hoger dan 25% (solvabiliteit 1) dan is de organisatie in staat om aan haar lange termijn verplichtingen te voldoen. Bij solvabiliteit 2 wordt door het ministerie van OCW een signaleringswaarde gehanteerd van 30%. Weerstandsvermogen Eigen vermogen / Totale baten Het weerstandsvermogen geeft de vrije vermogensbuffer aan voor het opvangen van calamiteiten. Een percentage tussen de 5 en 20 procent wordt gezien als voldoende buffer. Aantal leerlingen per teldatum (t-1)
41780 jaarrekening 2023
Pagina: 48
A.1.1 Balans per 31 december 2023 (na verwerking resultaatbestemming)
1.
Activa
1.2
Materiële vaste activa
2.654.788
2.897.659
1.3
Financiële vaste activa
77.810
89.556
Totaal vaste activa
2.732.598
2.987.215
1.5
Vorderingen
1.378.228
1.272.652
1.7
Liquide middelen
9.900.858
7.213.436
Totaal vlottende activa
11.279.086
8.486.088
Totaal activa
14.011.684
11.473.303
41780 jaarrekening 2023
31 december 2023
31 december 2022
Pagina: 49
2.
Passiva
2.1
Eigen vermogen
8.187.561
6.681.371
2.2
Voorzieningen
1.645.729
1.524.541
2.4
Kortlopende schulden
4.178.395
3.267.391
14.011.684
11.473.303
Totaal passiva
41780 jaarrekening 2023
31 december 2023
31 december 2022
Pagina: 50
A.1.2 Staat van baten en lasten over 2023 Realisatie
Begroting
Realisatie
2023
2023
2022
3.
Baten
3.1
Rijksbijdrage OCW
28.343.291
25.903.575
27.162.259
3.2
Overige overheidsbijdragen
481.815
209.637
316.239
3.5
Overige baten
367.966
172.162
300.596
Totaal baten
29.193.073
26.285.373
27.779.093
23.109.901
22.315.371
21.673.075
568.762
529.106
451.883
4.
Lasten
4.1
Personeelslasten
4.2
Afschrijvingen
4.3
Huisvestingslasten
1.903.738
1.493.865
1.558.532
4.4
Overige lasten
2.391.122
1.863.289
2.264.076
Totaal lasten
27.973.524
26.201.631
25.947.566
Saldo baten en lasten
1.219.550
83.742
1.831.528
Financiële baten
286.641
-
5.465
Netto resultaat
1.506.190
83.742
1.836.993
5
41780 jaarrekening 2023
Pagina: 51
A.1.3 Kasstroomoverzicht 2023
2022
Kasstroom uit operationele activiteiten Resultaat voor financiële baten en lasten
1.219.550
1.831.528
- Afschrijvingen
568.762
451.883
- Mutaties voorzieningen
121.188
175.911
- Vorderingen
105.576-
1.172.184
- Kortlopende schulden
911.003
3.666
2.714.927
3.635.171
298.387
26.110
0-
2-
Aanpassingen voor:
Veranderingen in vlottende middelen:
Totaal kasstroom uit bedrijfoperaties Ontvangen interest Betaalde interest Totaal kasstroom uit operationele activiteiten
3.013.313
3.661.280
Kasstroom uit investeringsactiviteiten (Des)investeringen materiële vaste activa
325.891-
Totaal kasstroom uit investeringsactiviteiten
Mutatie liquide middelen
749.585325.891-
749.585-
2.687.422
2.911.694
Beginstand liquide middelen
7.213.436
4.301.741
Mutatie liquide middelen
2.687.422
2.911.694
Eindstand liquide middelen
41780 jaarrekening 2023
9.900.858
7.213.435
Pagina: 52
Toelichting behorende tot de jaarrekening:
Grondslagen De activiteiten van Scholengroep OPRON, stichting voor openbaar primair onderwijs bestaan uit het geven van primair onderwijs. Algemeen
De jaarrekening is opgesteld volgens de Regeling jaarverslaggeving onderwijs. In deze regeling is vastgesteld dat de wettelijke bepalingen van Titel 9 Boek 2 BW en de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (in het bijzonder RJ 660 Onderwijsinstellingen) van toepassing zijn, met inachtneming van de daarin aangeduide uitzonderingen. De jaarrekening is opgesteld uitgaande van een verslaggevingsperiode gelijk aan het betreffende kalenderjaar.
De jaarrekening is opgesteld op basis van continuïteit.
Voor zover niet anders is vermeld worden activa, voorzieningen en schulden opgenomen tegen de nominale waarde. Vergelijking met voorgaand jaar: De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaande jaar. De vergelijkende cijfers van het voorgaande boekjaar zijn, waar nodig, slechts qua rubricering voor vergelijkingsdoeleinden aangepast. Schattingen: De opstelling van de jaarrekening vereist dat het bestuur oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen, de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen alsmede van baten en lasten. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden voortdurend beoordeeld. Schattingswijziging: Er heeft een schattingswijziging plaats gevonden op de afschrijvingstermijn van de investeringen in ICT kort. Deze termijn is aangepast van 5 jaar naar 4 jaar. De impact op het resultaat van 2023 is € 75.947.
De genoemde bedragen, voorzover niet anders vermeld, zijn opgenomen in hele euro's.
Het kasstroomoverzicht is opgenomen volgens de indirecte methode. De toelichting vloeit voort uit de toelichting op de afzonderlijke posten in de jaarrekening en is daarom niet apart opgenomen.
41780 jaarrekening 2023
Pagina: 53
Grondslagen voor waardering van activa en passiva Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingsprijs, verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikname van het materieel vast actief. De kosten van groot onderhoud worden in de jaarrekening verwerkt middels een voorziening groot onderhoud. De grondslagen zijn opgenomen onder de grondslagbeschrijving van voorzieningen. De activeringsgrens is: € 500,Het systeem van afschrijvingen is als volgt: Gebouwen, bestaande uit: -Gebouwen 2,5% van de aanschafwaarde -Technische installaties 7% van de aanschafwaarde Inventaris en apparatuur, bestaande uit: -Inventaris 6,7% en 20% van de aanschafwaarde -ICT 12,5% en 25% van de aanschafwaarde Overige vaste bedrijfsmiddelen, bestaande uit: -Onderwijsleerpakket 12,5% van de aanschafwaarde -Vervoermiddelen 20% van de aanschafwaarde Financiële vaste activa
Bij eerste verwerking worden de leningen en vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De onder de financiële vaste activa opgenomen obligaties worden, voorzover ze worden aangehouden tot het einde van de looptijd, gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs of lagere marktwaarde. Obligaties die niet tot het einde van de looptijd worden aangehouden, worden gewaardeerd tegen marktwaarde. Aandelen worden gewaardeerd tegen marktwaarde.
Vorderingen
Bij eerste verwerking worden de vorderingen opgenomen tegen de reële waarde en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs. De reële waarde en de geamortiseerde kostprijs zijn gelijk aan de nominale waarde. De vorderingen worden verminderd met de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid. Deze voorzieningen worden bepaald op basis van individuele beoordeling van vorderingen.
Liquide middelen
De liquide middelen staan, voor zover niet anders vermeld, ter vrije beschikking van het bestuur. De liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
41780 jaarrekening 2023
Pagina: 54
Algemene reserve De Algemene reserve betreft een buffer ter waarborging van de continuïteit van het bevoegd gezag en wordt opgebouwd uit resultaatbestemming van overschotten die ontstaan uit het verschil tussen werkelijke baten en lasten. Bestemmingsreserves Het Ministerie van OCW heeft onder de noemer Nationaal Programma Onderwijs een subsidie beschikbaar gesteld voor het herstel van het onderwijs en het compenseren van onderwijsachterstanden als gevolg van de coronacrisis. De bekostiging wordt als lumpsum bekostiging ontvangen en verantwoord. De bestemmingsreserve Nationaal Programma Onderwijs is gevormd uit de nog niet bestede middelen van deze subsidie. Voorzieningen
Voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde, met uitzondering van voorzieningen ter zake van personeel en soortgelijke verplichtingen. Deze worden opgenomen tegen de berekende contante waarde. Een voorziening wordt eerst gevormd als voldaan is aan de vereisten terzake van het vormen van voorzieningen.
De voorziening jubilea is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitbetalingen en is afhankelijk van de ingeschatte blijfkans, gemiddelde salarisstijging en disconteringsvoet. De werkelijke jubileauitkeringen worden ten laste van deze voorziening gebracht.
De voorziening duurzame inzetbaarheid wordt gevormd op basis van de ingediende verlofplanning van een personeelslid. Op basis van deze planning wordt het verlofsaldo bepaald. Dit saldo wordt contant gemaakt tegen het geldende discontopercentage. Tot op heden worden er nog maar zeer beperkt verlofplanningen gemaakt op basis van de regeling duurzame inzetbaarheid. De voorziening wordt pas opgenomen als de verplichting betrouwbaar is te schatten.
De voorziening onderhoud is gebaseerd op de onderhoudsplanning van de komende jaren. De dotatie is op basis van de planning berekend en gelijkmatig verdeeld over de jaren. Periodiek wordt de planning geactualiseerd. Jaarlijks wordt bekeken of de dotatie toereikend is. In de Regeling jaarverslaggeving onderwijs is een tijdelijke overgangsregeling opgenomen voor het toepassen van de methode van kostenegalisatie voor de voorziening groot onderhoud. Van deze tijdelijke overgangsregeling is gebruikt gemaakt bij het berekenen van de voorziening groot onderhoud.
Voorziening werkloosheidsuitkering: per 1 augustus 2022 is het Participatiefonds gemoderniseerd. Dit leidt ertoe dat het bevoegd gezag verplicht is tot het doen van een eigen bijdrage in de werkloosheidskosten van medewerkers waarvan de arbeidsovereenkomst op of na 1 augustus 2022 is beëindigd. De voorziening werkloosheidsuitkeringen is opgenomen tegen de contante waarde van de toekomstige uitkeringen aan voormalig medewerkers die een werkloosheidsuitkering of bovenwettelijke uitkering ontvangen. De voorziening wordt opgenomen voor het deel van de uitkering dat voor rekening komt van het bevoegd gezag. De hoogte van de voorziening is bepaald op basis van gegevens van het Participatiefonds. Hierbij wordt ingeschat in welke mate de medewerker de gehele looptijd van de uitkering gebruik zal maken van de uitkering.