06-02 Bestemmingsplan Veendam Sorghvliet
Tekst van het document
Legenda AMK-terreinen (WR-a1) Oude kerken, pastorieën, synagoge en begraafplaatsen (WR-a1) Veenborgen en buitenplaatsen (WR-a1) Historische boerderijplaatsen (WR-a2) Historische kernen, industrie en vallaten (WR-a2) Cultuurhistorisch en -landschappelijk waardevolle wegen en dijken (WR-a2) Cultuurhistorisch en -landschappelijk waardevolle waterlopen (WR-a2) - gedempt Cultuurhistorisch en -landschappelijk waardevolle waterlopen (WR-a2) Hoge verwachting (WR-a3) Lage verwachting (geen dubbelbestemming) Buitenplaats Woellust (aandachtspunt) Molens (aandachtspunt) Overige aandachtspunten: fabrieksterreinen en overige objecten Semslinie (aandachtspunt) Spoorlijnen van paardentram en NOLS (aandachtspunt)
28 februari 2022
Bijlage 5
67/207
Advies externe veiligheid Omgevingsdienst Groningen
Advies externe veiligheid Extern Advies Datum
09-08-2019
Aan
Dhr. P. Keemink
Zaaknummer
Z2019-00006519
Opsteller
Patrick van Lennep
Bevoegd gezag
Veendam
Collegiale toetser
Alfred Drenth
Kenmerk BG
Onderwerp
Advies externe veiligheid bestemmingsplan Sorghvliet te Veendam
1. Inleiding De gemeente Veendam heeft de Omgevingsdienst Groningen gevraagd om voor het bestemmingsplan Sorghvliet te Veendam de situatie voor het aspect externe veiligheid inzichtelijk te maken.
1.1 Ligging plangebied De begrenzing van het plangebied is aangegeven in onderstaande figuur.
Figuur 1: Plangebied Sorghvliet te Veendam In hoofdstuk 2 worden de achtergronden van het externe veiligheidsbeleid besproken. Hierin worden onder andere de begrippen plaatsgebonden risico (PR), groepsrisico (GR) en de verantwoordingsplicht toegelicht. Hoofdstuk 3 bevat het beleidskader. In hoofdstuk 4 worden de relevante risicobronnen voor het bestemmingsplan beschreven en in hoofdstuk 5 wordt de groepsrisico verantwoording beschreven. En als laatste wordt in hoofdstuk 6 de conclusie opgenomen.
Advies externe veiligheid
2. Externe Veiligheid Externe veiligheid beschrijft de risico's die ontstaan als gevolg van opslag of handelingen met gevaarlijke stoffen. Dit kan betrekking hebben op inrichtingen (bedrijven) of transportroutes. Op beide categorieën is verschillende wet- en regelgeving van toepassing. Voor inrichtingen is dit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), voor transportroutes het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en voor hogedruk aardgastransportleidingen het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Hoewel beide begrippen onderlinge samenhang vertonen zijn er belangrijke verschillen. Hieronder worden beide begrippen verder uitgewerkt.
2.1
Plaatsgebonden risico (PR)
Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Binnen de 10 -6/jaarcontour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare objecten geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt de 10-6/jaarcontour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde. Dit betekent dat beperkt kwetsbare objecten alleen zijn toegestaan als daarvoor voldoende motivatie is gegeven.
2.2
Groepsrisico (GR)
Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans dat bij een ongeval een groep slachtoffers valt met een bepaalde omvang. Het GR is daarmee een maat voor de maatschappelijke ontwrichting bij een calamiteit. Het GR wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicovolle activiteit. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1%-letaliteitsgrens (tenzij anders bepaald): de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden bij een calamiteit met gevaarlijke stoffen. Het GR kan niet grafisch op een kaart worden weergegeven, maar wordt weergegeven in een grafiek waar de kans (f) afgezet wordt tegen het aantal slachtoffers (N): de z.g. fN-curve.
Figuur 2: Weergave plaatsgebonden risico (PR) en groepsrisico
2.3
Verantwoordingsplicht
In de wet -en regelgeving is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Aandacht aan de verantwoording moet worden gegeven wanneer het groepsrisico boven de oriëntatiewaarde ligt of wanneer het groepsrisico (significant) toeneemt. De oriëntatiewaarde is een richtwaarde waar het bevoegd gezag zich zoveel mogelijk aan moet houden, maar men mag hiervan wel goed onderbouwd afwijken. Bij de verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. De verantwoordingsplicht van het groepsrisico dient naast de rekenkundige hoogte van het groepsrisico, dat berekend wordt door middel van deze kwantitatieve risicoanalyse (QRA), tevens rekening te houden met een aantal kwalitatieve aspecten zoals
Zaaknummer Z2019-00006519
Pagina: 2/7
Advies externe veiligheid
mogelijke bronmaatregelen, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. De eindafweging (vertaald in een ruimtelijke onderbouwing) kan pas worden gemaakt wanneer ook het advies van de Veiligheidsregio Groningen is ingewonnen.
Figuur 3: Elementen verantwoordingsplicht groepsrisico
3. Beleidskader Om de externe veiligheidsrisico’s te beheersen heeft de rijksoverheid een aantal besluiten opgesteld die leidend zijn voor externe veiligheidstaken van de provincie en gemeenten. Het gaat daarbij om wet- en regelgeving waarin risiconormen zijn gesteld voor respectievelijk inrichtingen, transport van gevaarlijke stoffen en buisleidingen.
3.1
Risicobedrijven
Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) bevat veiligheidsnormen voor bedrijven die een risico vormen voor personen buiten het bedrijfsterrein. Het Bevi verplicht gemeenten en provincies rekening te houden met de externe veiligheid als ze een milieuvergunning verlenen of een bestemmingsplan maken.
3.2
Vervoer gevaarlijke stoffen
Het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is vergelijkbaar met het Bevi en bevat risiconormen voor transportroutes (spoor, weg en waterwegen). Op basis van het Bevt moet rekening worden gehouden met het Landelijk Basisnet (verder: Basisnet) voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Uitgangspunt van het Basisnet is dat door het vastleggen van veiligheidszones de gebruiksruimte voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en ruimtelijke ontwikkelingen op elkaar kunnen worden afgestemd. Provincies kunnen een eigen Basisnet vastleggen; dat is ook binnen de provincie Groningen het geval. 3.2.1
Basisnet vervoer gevaarlijke stoffen
Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt plaats via het spoor, over de weg en het water. Met het Basisnet water, weg en spoor worden risicoplafonds vastgesteld voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en worden randvoorwaarden aan de ruimtelijke ordening gesteld. In het Basisnet wordt een maximum opgelegd aan de PR 10-6. Deze PR 10-6 kan daarmee niet meer ongelimiteerd groeien. De plaatsgebonden risico contour vormt de grens van de gebruiksruimte voor het vervoer en tevens de grens van de veiligheidszone. Een veiligheidszone is een zone langs wegen, hoofdspoorwegen en/of binnenwateren waarbinnen geen nieuwe kwetsbare objecten zijn toegestaan. Nieuwe beperkt kwetsbare objecten zijn hier alleen in uitzonderingsgevallen toegestaan. De veiligheidszone wordt gemeten vanaf het hart van de spoorbundel, het midden van de weg of op de referentiepunten gelegen op de begrenzingslijnen van de vaarweg. In het kader van de ruimtelijke ordening dient de afstand die voor de veiligheidszone in het Basisnet is vastgesteld te worden gehanteerd en wordt niet meer berekend. Het groepsrisico daarentegen dient wel te worden berekend en wordt daarbij de maximale benutting van groeiruimte voor het vervoer toegepast die in de bijlage van het Basisnet is vastgelegd.
Daarnaast moet voor bepaalde transportmodaliteiten met veel vervoer van zeer brandbare en toxische vloeistoffen in het Basisnet rekening worden gehouden met een plasbrandaandachtsgebied (PAG). Een PAG is een gebied tot 30 meter aan weerszijden van de spoorbaan (en erboven) en 30 meter gemeten vanaf de rechter rand van de rijstrook van de (rijks)weg of het spoor waarbinnen, bij realisatie van kwetsbare
Zaaknummer Z2019-00006519
Pagina: 3/7
Advies externe veiligheid
objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. Plasbranden kunnen ontstaan wanneer brandbare vloeistoffen ten gevolge van een ongeluk of calamiteit kunnen weglekken uit een tankwagen/wagon en tot ontbranding kunnen komen. 3.2.2
Provinciaal basisnet voor het vervoer van gevaarlijke stoffen
Het provinciaal basisnet Groningen is het antwoord op de Nota Vervoer gevaarlijke stoffen waarin een borging van risicoafstanden als gevolg van transporten van gevaarlijke stoffen wordt aangekondigd. Het doel is om deze transportroutes vast te leggen en een systeem te creëren waarbij rekening kan worden gehouden met de dynamiek van transport en toekomstige groei. Om dit te bereiken zijn in de Geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 (hierna Omgevingsverordening genoemd) rondom een aantal aangewezen transportroutes (de grotere weg-, spoor- en waterinfrastructuur) veiligheidszones opgenomen. Onderstaand worden de zones weergegeven: Veiligheidszone 1 provinciale wegen: Zone langs wegen in verband met plaatsgebonden risico (PR
•
max) provinciale wegen. Gemeten vanaf het midden van de buitenste weg kanten; Veiligheidszone 2 invloedsgebied provinciaal basisnet Groningen: Bevat een nadere verantwoording
•
van het groepsrisico en biedt inzicht in de manier waarop rekening is gehouden met het advies van de Veiligheidsregio Groningen. Wordt gemeten vanaf de buitenrand van de transportroute; Veiligheidszone 3 transport: Veiligheidszone rondom wegen en spoorwegen in verband met de
•
bescherming van minder zelfredzame personen. Deze zone is bepaald op 30 meter gemeten vanaf de buitenste wegkanten van de wegen vanaf de buitenste spoorstaven van de spoorbundel voor het doorgaand verkeer.
3.3
Buisleidingen
Voor het transport van gevaarlijke stoffen via buisleidingen zijn de normen voor externe veiligheid in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) vastgelegd. De regels voor buisleidingen zijn op basis van het Bevb uitgewerkt in de Ministeriële regeling externe veiligheid buisleidingen (Revb). Ook het Bevb is op dezelfde wijze opgesteld als het Bevi. Het Bevb stelt verplicht om bij onder andere het vaststellen van een bestemmingsplan rekening te houden met de externe veiligheidsaspecten. 3.3.1
Belemmeringenstrook
In elk bestemmingsplan wordt ruimte gereserveerd voor onderhoud aan de leiding door middel van een belemmeringenstrook van minimaal 4 of 5 meter aan weerszijden van de leiding met een bouwverbod en een aanlegvergunningenstelsel. De afstand wordt gemeten vanuit het hart van de leiding. Voor een hogedrukaardgasleiding die valt onder de werkingssfeer van het Bevb (inwendige diameter ≥ 50 mm, druk 16 bar tot en met 40 bar) geldt een belemmeringenstrook van 4 meter. Voor aardgasleidingen met een druk > 40 bar bedraagt de belemmeringenstrook 5 meter.
4. Ruimtelijke inventarisatie 4.1
Risicovolle inrichtingen
Binnen/nabij het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen gelegen waarvan het invloedsgebied is gelegen over het plangebied.
4.2
Risicovolle transportroutes
In de nabijheid van het plangebied is de volgende risicobron, alsmede de bron die invloed heeft op het plangebied, geïnventariseerd. Soort
Risicobron
Wet- en regelgeving
Transport
Spoorlijn Route 250, Veendam
Basisnet
aansl. - Veendam Tabel 1: Risicobronnen
Zaaknummer Z2019-00006519
Pagina: 4/7
Advies externe veiligheid
4.3.1
Plaatsgebonden risico transport
De spoorlijn Veendam aansl. - Veendam kent, ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 0 meter. De afstand van het spoortraject tot het plangebied is circa 525 meter. De plaatsgebonden risicocontour 10-6 van de spoorlijn reikt niet tot het plangebied en daarmee wordt voldaan aan de grens- en richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. 4.3.2
Plasbrandaandachtsgebied Basisnet
In het Basisnet is een plasbrandaandachtsgebied (PAG) van 30 meter aangegeven (gemeten vanaf de rand van de infrastructuur). Het bevoegd gezag vermeldt de redenen die ertoe hebben geleid om in dat gebied nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toe te laten, gelet op de mogelijke gevolgen van een ongeval met brandbare vloeistoffen. In de regeling Basisnet is voor de spoorlijn Veendam aansl. - Veendam aangegeven dat hier geen plasbrandaandachtsgebied aanwezig is. 4.3.3
Veiligheidszone 3 transport geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019
In de Omgevingsverordening is opgenomen dat voor de spoorlijn Veendam aansl. - Veendam een veiligheidszone 3 transport geldt. Voor deze zone geldt een afstand van 30 meter. Een plan voorziet niet in de bouw van nieuwe objecten of het gebruik van bestaande objecten voor minder zelfredzame personen binnen deze 30 meter. De spoorlijn Veendam aansl. - Veendam is gelegen buiten het plangebied op een afstand van circa 1500 meter. De veiligheidszone 3 transport reikt niet tot in het plangebied. De veiligheidszone 3 transport van het spoor vormt geen belemmering voor onderhavig plan. 4.3.4
Groepsrisico transport
Algemeen In de Handleiding risicoanalyse transport (HART, versie 1.2, 11 januari 2017, Rijkswaterstaat) is bepaald tot welke afstand bevolking invloed kan hebben op het resultaat van het groepsrisico. Dit invloedsgebied wordt begrensd door de 1% letaliteitsgrens. Volgens de handleiding is voor de berekening van het groepsrisico inzicht nodig in de personendichtheden binnen het invloedsgebied van de maatgevende stof ter hoogte van het plangebied. In onderstaande tabel is de maatgevende stof, het invloedsgebied en de afstand van het onderhavige plangebied tot de spoorlijn Veendam aansl. - Veendam weergegeven: Traject
Maatgevende stof
Invloedsgebied (m)
Afstand tot locatie in m
Spoorlijn Route 250,
D4
4000
circa 525
Veendam aansl. Veendam Tabel 2: Maatgevende stof, invloedsgebied en afstand tot plangebied Het plangebied ligt buiten 200 meter van de spoorlijn Veendam aansl. - Veendam en binnen het invloedsgebied van de spoorlijn. Gelet hierop geldt een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
4.3
Risicovolle transportleidingen
In en in de nabijheid van het plangebied bevinden zich geen risicovolle transportleidingen met een werkdruk van 40 bar of hoger, van de Gasunie en/of NAM, welke relevant zijn voor externe veiligheid.
Zaaknummer Z2019-00006519
Pagina: 5/7
Advies externe veiligheid
5. Verantwoording groepsrisico 5.1 Risicovolle transportroutes In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) is in artikel 8 eerste lid opgenomen dat indien een bestemmingsplan of omgevingsvergunning betrekking heeft op een gebied dat geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, wordt in de toelichting bij dat plan onderscheidenlijk in de ruimtelijke onderbouwing van die vergunning tevens ingegaan op: a.
1°.
de dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en
2°.
de als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft;
b.
het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde;
c.
de maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de inrichting van de openbare ruimte, en
d.
de mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan.
Het eerste lid, van artikel 8, kan buiten toepassing blijven indien bij de vaststelling van het besluit, bedoeld in het eerste lid, wordt aangetoond dat: a.
het groepsrisico, gelet op de dichtheid van personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, niet hoger is dan 0,1 maal de oriëntatiewaarde, of
b.
1°.
het groepsrisico, gelet op de redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, met niet meer dan tien procent toeneemt, en
2°.
de oriëntatiewaarde, gelet op de dichtheid van personen, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1° en 2°, niet wordt overschreden.
Indien toepassing wordt gegeven aan het hierboven weergegeven tweede lid van artikel 8, bevat de toelichting bij het besluit de onderbouwing daarvan. In artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes is opgenomen dat in de toelichting bij een bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning wordt, voor zover het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg, spoorweg of binnenwater waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval ingegaan op: a.
de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, spoorweg of dat binnenwater, en
b.
voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg, spoorweg of dat binnenwater een ramp voordoet.
Zaaknummer Z2019-00006519
Pagina: 6/7
Advies externe veiligheid
De spoorlijn Veendam aansl. - Veendam is gelegen buiten het plangebied op een afstand van circa 525 meter afstand. Het plangebied is gelegen buiten 200 meter van de spoorlijn en het invloedsgebied van de transportroute is gelegen over het plangebied. Gezien bovenstaande artikelen 7 en 8 uit het Besluit externe veiligheid transportroutes kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
5.2 Advies Veiligheidsregio Groningen In het kader van externe veiligheid zal de Veiligheidsregio Groningen verzocht worden om advies uit te brengen op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Het advies is om de door Veiligheidsregio Groningen geformuleerde bevindingen en adviezen op te nemen in de verantwoording van het groepsrisico.
6. Conclusie De Omgevingsdienst Groningen heeft een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan Sorghvliet te Veendam. Hiervoor is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van risicovolle inrichtingen, risicovolle transportassen en risicovolle transportleidingen beoordeelt. De belangrijkste constateringen en te nemen maatregelen voor de verantwoording van het groepsrisico kunnen als volgt worden samengevat. •
In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en geen risicovolle transportleidingen gelegen waarvan het invloedsgebied reikt tot over het plangebied;
•
De spoorlijn Route 250, Veendam aansl. - Veendam kent ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 0 meter. De afstand van het spoortraject tot het plangebied is 525 meter. De plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;
•
De spoorlijn heeft volgens het landelijk Basisnet geen plasbrandaandachtsgebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;
•
In de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 is aangegeven dat de veiligheidszone 3 transport van de spoorlijn is gelegen op een afstand van 1500 meter afstand van het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant;
•
De spoorlijn Veendam aansl. - Veendam heeft een invloedsgebied van 4000 meter en ligt over het plangebied;
De gemeente Veendam zal voor de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid advies vragen bij de Veiligheidsregio Groningen. Geadviseerd wordt om de geformuleerde bevindingen en adviezen op te nemen in de verantwoording van het groepsrisico. Ongeacht de inzet van de gemeente Veendam en de hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein dan ook, blijft altijd aanwezig. Alles overwegende wordt geconcludeerd dat vanuit oogpunt van externe veiligheid het verantwoord is om het bestemmingsplan Sorghvliet te Veendam vast te stellen. Het restrisico is in dit kader aanvaardbaar.
Zaaknummer Z2019-00006519
Pagina: 7/7
Bijlage 6
75/207
Advies Bodem Omgevingsdienst Groningen
Advies bodem Intern Advies Bevoegd gezag
: Veendam
Datum
: 07-07-2017
Kenmerk VTH/DMS
:
Zaaknummer
: Z2017-00006607003
Aan
: Nynke Jager
Van
: Ivo Veldscholten
Onderwerp / Locatie
: Bodemadvies Bestemmingsplan Sorghvliet
Collegiale toetser
:
Inleiding Bodem – beschrijving bestemmingsplan Sorghvliet
Het plangebied kent van nature een redelijk homogene bodemopbouw. Toch zijn er verschillen als gevolg van de rivier de Oude AE. In het stroomgebied van de oude AE heeft minder veenvorming plaatsgevonden dan in het gebied daarbuiten. De oude AE stroomde ten noorden van het Boven Dwarsdiep tussen Ooster- en Westerdiep in.
Binnen de diepen is door bebouwing de oorspronkelijke bodemopbouw grootschalig verstoord en zo goed als niet meer aanwezig. Buiten de diepen heeft eerst vervening plaatsgevonden en is daarna na ophoging sprake van bebouwing. Om het veen te ontwateren is buiten de diepen om de ca. 140 tot 160 meter een zogenaamde wijk gegraven, met daartussen sloten. Van het wijken (en sloten) patroon is in het bestemmingsplangebied Sorghvliet weinig bewaard gebleven. In de oude linten langs Ooster- en Westerdiep zijn de wijken in de loop van de tijd gedempt met alle voor handen zijnde materialen. Bij de ontwikkeling van de wijk Sorghvliet in de periode 1960 - 1990 zijn de wijken tijdens het bouwrijp maken gedempt met zand. Voorafgaand aan het dempen is op plaatsen waar over wijken heen gebouwd is de waterbodem uit de wijken verwijderd. Op plekken die onbebouwd zijn gebleven is dit niet consequent gebeurd. De periode waarin de woonwijk is gerealiseerd is een periode waarin het toepassen van asbest in bouwwerken nog was toegestaan. Van de oorspronkelijke bodemopbouw is in dit gebied eveneens weinig bewaard gebleven.
Bebouwingsgeschiedenis. De eerste bebouwing in het gebied ontstond langs het Boven Oosterdiep, Boven Dwarsdiep, Schipperstraat, Molenwijk en Boven Westerdiep en heeft zich later uitgebreid langs de Bendikstraat en de Schoolstraat. Het gebied tussen Boven Oosterdiep, Boven Dwarsdiep, Boven Westerdiep en de Julianalaan is vanaf 1950 ingericht en bebouwd als woongebied.
Advies bodem
Tussen 1960 en 1990 is de woonwijk Sorghvliet ontwikkeld.
De menselijke aanwezigheid heeft haar sporen achtergelaten in de bodem. Ook zonder dat daarbij sprake is van een duidelijke bron van verontreiniging, is de bodemkwaliteit beïnvloedt. Om een indruk te krijgen van de globale bodemkwaliteit heeft de gemeente Veendam een bodemkwaliteitskaart laten opstellen. Een bodemkwaliteitskaart geeft de te verwachten bodemkwaliteit weer als gevolg van diffuse antropogene belasting van de bodem. De bodemkwaliteitskaart is geldig tot en met 2014. De gemeente Veendam is bezig een nieuwe bodemkwaliteitskaart op te stellen. Voor het actuele geldt dat contact opgenomen dient te worden met de gemeente Veendam.
Het bestemmingsplan Sorghvliet valt in meerdere deelgebieden van de bodemkwaliteitskaart.
figuur: Ontgravingskaart Bodemkwaliteitskaart gemeente Veendam
De diffuse bodemkwaliteit van de oude woon- en industrieterrein in Veendam wijkt af van de gebieden die na de Tweede Wereld Oorlog zijn ontwikkeld. Dit beeld is in het plangebied terug te vinden. De lintbebouwing langs het Westerdiep gebieden ten oosten van het Westerdiep die tot het plangebied behoren voldoen aan de bodemkwaliteit Industrie.
Veendam Pag 2 van 5
Advies bodem
Naast een ontgravingskaart kent de Bodemkwaliteitskaart ook een toepassingskaart. Op de toepassingskaart is aangegeven welke kwaliteit grond mag worden toegepast. De gemeente Veendam kent gebiedsspecifiek beleid, dat houdt in dat gekeken worden naar de (toekomstige) functie van een gebied. Voor het bestemmingsplangebied Sorghvliet is de functie Wonen vastgesteld.
figuur: Toepassingskaart Bodemkwaliteitskaart gemeente Veendam
Met name in het gebied lintbebouwing langs het Westerdiep gebieden ten oosten van het Westerdiep komt de functie van de gebieden niet overeen met de gewenste bodemkwaliteit. Tot actieve saneringsmaatregelen bij gelijkblijvend gebruik leidt dit niet. Indien een locatie wordt ontwikkeld worden de bodemkwaliteit onderzocht en waar dat nodig mocht blijken moet de bodemkwaliteit in overeenstemming worden gebracht met de functie.
Op een aantal locaties en verdachte activiteiten in het plan gebied zijn reeds bodemonderzoeken uitgevoerd. Hieronder is een kaart met onderzochte locaties weergegeven. In het gebied tussen Ooster- en Westerdiep en op de bedrijven en kantorenlocaties zijn relatief veel bodemonderzoeken uitgevoerd. Van de woonwijk Sorghvliet zijn nagenoeg geen bodemonderzoeken bekend. De lijnvormige elementen op de kaart zijn de gedempte wijken. De tussensloten zijn niet op kaart weergegeven.
Veendam Pag 3 van 5
Advies bodem
figuur: onderzochte locaties Bestemmingsplan Noord
Binnen het plangebied zullen de dynamische locaties geschikt gemaakt worden voor de beoogde functie. Een duurzaam gebruik van de bodem staat hierbij voorop. De toekomstige functie van de bodem bepaalt de uiteindelijke kwaliteit van de bodem. Het gevoeligste gebruik is daarbij bepalend, bijvoorbeeld in het geval van grondgebonden wonen op een industrieterrein moet de bodem wonen kwaliteit hebben.
Veendam Pag 4 van 5
Advies bodem
Veendam Pag 5 van 5
Bijlage 7
81/207
Advies bodem ODG Wilkensterrein
Advies bodem Extern Advies Bevoegd gezag
: Veendam
Datum
: 27-11-2014
Kenmerk VTH/DMS
:
Liza-nummer
: 15495
Aan
: Peter van Wingerden
Van
: Janke Schonewille
Collegiale toetser
: Ivo Veldscholten
Onderwerp / Locatie
: Wilkensterrein, Boven Oosterdiep 136, terreininrichting balkengat.
Inleiding Historisch overzicht Sedert 1823 werd de zaak gedreven op naam van Klaas en Jan Wilkens. Ze hadden een aardappelmeelen dextrinefabriek, een houthandel en zagerij en schaverij. De aanvoer van hout ging via het water van het Boven Oosterdiep en het balkengat. Dit balkengat werd omstreeks 1970 gedempt met puin/afval, mogelijk met restanten van gebouwen (gesloopt op het terrein). Het balkengat is op het moment niet aantrekkelijk ingericht. Vraag: Hoe kan het balkengat rekening houdend met de Wet Bodembescherming en Besluit Bodemkwaliteit worden heringericht? Het balkengat is aantal keren onderzocht: 1.
Oriënterend onderzoek Boven Oosterdiep 136 te Veendam, GR/106-03, auteur: Iwaco, kenmerk: 22.1938.0/110 concept, d.d. december 1994;
2.
Bodemonderzoek Outline Consultancy, Bodem- en saneringsonderzoek Wilkens-Stoitterrein te Veendam, rapportnr. 110311 dd. 4-12-2014. Deel van het onderzoek is het balkengat.
a.
Bodemopbouw balkengat: Bovengrond: 0 - 0,5 m-mv.: zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, zwak houthoudend, zwak kolengruishoudend en matig tot sterk puinhoudend. Ondergrond: 0,5 - 1,9 m-mv.: volledig puin, zwak houthoudend en sterk asfalthoudend. Ondergrond 2.:1,9 - 2,5 m-mv: slib, matig vast, zwak puinhoudend, zwakke olie-waterreactie, oude sliblaag. Ondergrond 3.: 2,5-3,5 m-mv.: zand, matig fijn en zwak siltig.
b.
Ter plaatse van het gedempte balkengat is het balkengat d.m.v. een proefsleuf onderzocht. Hieruit bleek dat de grond van maaiveld tot 0,8 m-mv matig tot sterk puinhoudend is. Van 0,8 - 1,8 m-mv is sprake van een puinstort waarin asbest is aangetroffen net als ijzer, glas en dakleer. In de grond is geen asbest aangetroffen.
c.
Op basis van de analyseresultaten kan worden geconcludeerd dat de sliblaag licht verontreinigd is met minerale olie, PAK, cadmium en lood. De sliblaag is matig vervuild met koper en zink.
d.
Het grondwater is analytisch niet verontreinigd.
Advies bodem
3.
Royal Haskoning DHV, Bodemonderzoek Boven Oosterdiep / Wilkensterrein te Veendam, rapportnr. BC9377-101-100 dd. 28-4-2014.
a.
E zijn 5 sleuven gegraven en de grond is geanalyseerd op asbest en het standaardpakket grond.
b.
In de bovengrond in de demping is asbest aangetroffen, maar ruimschoots beneden de hergebruiksnorm van 100mg/kg/ds.
c.
In het grondwater zijn licht verhoogde gehalten aan barium, xylenen en naftaleen aangetoond.
d.
In de bovengrond in sleuf 02 is een gehalte aan lood boven de interventiewaarde aangetoond.
e.
In de ondergrond in sleuf 03 en sleuf 05 zijn lood en zink boven de interventiewaarde aangetoond.
f.
Boringen 076, 078 en 079 zijn eveneens in het balkengat gezet. Boring 076: is vanaf 0,6 m-mv: volledig puin, boring gestaakt op 0,9 m-mv, geen asbest; Boring 078: is vanaf 0,4 m-mv: volledig puin, boring gestaakt op 0,9 m-mv, geen asbest; Boring 079: volledige puin laag is niet aangetroffen. Wel dempingsmateriaal
4.
Terra bodemonderzoek BV, aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep, rapportnr. 14170 dd. 21-10-2014.
a.
In het gebied rondom sleuf 05 is extra bodemonderzoek gedaan. In boring 108 0,4 - 0,7m-mv is zink boven de interventiewaarde aangetroffen. Conclusie en aanbeveling. Bij grondverzet moet ondanks dat dit analytisch niet is aangetoond, rekening gehouden worden met de aanwezigheid van asbeststortjes in het dempingsmateriaal. In het balkengat is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging, niet spoedeisend. De verontreiniging is niet afgeperkt. De aangetoonde verontreiniging is niet-mobiel, verspreid zich niet (zware metalen lood en zink). De bodem is niet geschikt voor de functie wonen. De verontreiniging valt in de categorie immobiel uit de Regeling Uniforme Saneringen. Bij de inrichting van het gebied naast het balkengat wordt extra grond opgebracht ca. 50 cm. om te komen tot het geschikte peil. Wanneer er ook een laag grond ter plaatse van het balkengat wordt opgebracht van een kwaliteit maximaal wonen kan dit gedeelte naast de woningbouw ingericht worden als park, groenvoorziening. Het balkengat is een historische locatie hetgeen geaccentueerd kan worden door de inrichting van deze strook. Met de provincie Groningen moet worden afgestemd of er sprake is van een sanerende handeling in het kader van de Wet Bodembescherming. Op brengen van 50 cm. grond is een geaccepteerde saneringsmaatregel waarvoor een saneringsplan bij het bevoegd gezag kan worden ingediend.
Veendam Pag 2 van 3
Advies bodem
Veendam Pag 3 van 3
Bijlage 8
85/207
Aanvullend bodemonderzoek
1/37
Rapportage
:
Aanvullend bodemonderzoek
Locatie
:
Boven Oosterdiep Veendam (voormalig Wilkensterrein)
Rapportnummer :
14170
Dit rapport is gedrukt op papier voorzien van het FSC-keurmerk
2/37
TERRA bodemonderzoek bv
Colofon
Status
:
Definitief
Rapportnummer
:
14170
Datum rapport
:
21 oktober 2014
Auteur
:
Ing. Hans Peeters
Handtekening
:
Opdrachtgever
:
Bruinsma advies & ontwikkeling
Contactpersoon opdrachtgever
:
Dhr. A. Bruinsma
Datum opdracht
:
22 september 2014
Onafhankelijkheid en certificering Terra bodemonderzoek B.V. Terra Bodemonderzoek bv is een onafhankelijk adviesbureau en heeft geen organisatorische en/of juridische relatie met de opdrachtgever en is geen eigenaar van de onderzoekslocatie. Wij werken op basis van een ISO 9001 gecertificeerd kwaliteitsbeheerssysteem. Verder zijn wij door de overheid erkend voor het uitvoeren van onderstaande werkzaamheden:
BRL SIKB 1000 (Monsterneming voor partijkeuringen): VKB-protocol 1001 Monsterneming grond voor partijkeuringen grond en baggerspecie.
BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek): VKB-protocol 2001 Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen. VKB-protocol 2002 Het nemen van grondwatermonsters. VKB-protocol 2003 Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek. VKB-protocol 2018 Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem.
BRL SIKB 6000 (Milieukundige begeleiding en evaluatie van bodemsanering): VKB-protocol 6001 Milieukundige begeleiding en evaluatie landbodemsanering met conventionele methoden.
3/37
TERRA bodemonderzoek bv
Inhoudsopgave 1.
Inleiding............................................................................................................... 4
2.
Vooronderzoek .................................................................................................... 5 2.1 2.2 2.3
3.
Onderzoeksopzet ................................................................................................. 7 3.1 3.2
4.
Onderzoeksstrategie ................................................................................................. 7 Chemische analyses.................................................................................................. 7
Resultaten............................................................................................................ 8 4.1 4.2
5.
Kadaster ................................................................................................................... 5 Uitgevoerd bodemonderzoek .................................................................................... 5 Aanvullende gegevens.............................................................................................. 6
Veldwerkgegevens en samenstelling mengmonsters ................................................. 8 Analyseresultaten en toetsing ................................................................................... 9
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen ..................................................... 10 5.1 5.2 5.3
Samenvatting onderzoeksresultaten ........................................................................ 10 Conclusies en aanbevelingen .................................................................................. 11 Toelichting bodemonderzoek.................................................................................. 12
Bijlage I Bijlage II Bijlage III Bijlage IV Bijlage V Bijlage VI Bijlage VII Bijlage VIII Bijlage IX
Regionale ligging en uittreksel kadastrale kaart Ligging monsternamepunten Profielbeschrijvingen en zintuiglijke waarnemingen Analysecertificaten laboratorium Toetsingstabellen analyseresultaten: Va Toetsing Wet bodembescherming Vb Indicatieve toetsing Besluit bodemkwaliteit Foto('s) onderzoekslocatie Toelichting analyses en toetsingskader Werken in of met verontreinigde grond Certificaten Terra bodemonderzoek
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
Pagina 3 van 12
4/37
TERRA bodemonderzoek bv
1.
Inleiding In opdracht van Bruinsma advies & ontwikkeling is een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het voormalig Wilkensterrein aan het Boven Oosterdiep te Veendam. Het veldwerk is onder certificaat uitgevoerd op grond van beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000. VKB-protocol 2001 is van toepassing. In bijlage IX zijn de certificaten van Terra Bodemonderzoek BV weergegeven. Aanleiding voor het onderzoek vormt de geplande bestemmingswijziging van een deel van het voormalige Wilkensterrein tot wonen met tuin. Doel van dit onderzoek is het vaststellen of het gedempte balkengat deels aanwezig is ter plaatse van de geplande woonpercelen en in hoeverre hierdoor de leeflaag verontreinigd is geraakt. De bemonsteringsstrategie is opgesteld op basis van het vooronderzoek en de veldwaarnemingen ter plaatse. In dit rapport komen de gekozen onderzoeksopzet en de onderzoeksresultaten aan de orde. Het rapport wordt afgesloten met een samenvatting, conclusies en aanbevelingen.
Pagina 4 van 12
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
5/37
TERRA bodemonderzoek bv
2.
Vooronderzoek Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725 en heeft betrekking op de onderzoekslocatie en de hieraan grenzende percelen tot een afstand van maximaal circa 25 m. Het onderzoek is uitgevoerd op standaard niveau. In dit hoofdstuk staan de bevindingen beschreven en in bijlage II is op tekening de situatie weergegeven. De informatie is verkregen middels het raadplegen van onderstaande bronnen:
2.1
Kadaster: o regionale ligging en kadastrale kaart o grootschalige basiskaart van Nederland o kadastraal bericht object
Opdrachtgever/eigenaar: o info voormalig/huidig/toekomstig gebruik o bodemonderzoek Royal Haskoning 2014
Provincie en gemeente: o informatie milieuambtenaar o luchtfoto
Overige bronnen: o terreininspectie
Kadaster In bijlage I is de regionale ligging van de onderzoekslocatie weergegeven en is een uittreksel uit de kadastrale kaart opgenomen. De grootschalige basiskaart van Nederland en de kadastrale kaart zijn als ondergrond gebruikt voor de situatietekening zoals weergegeven in bijlage II. Adres onderzoekslocatie Oppervlak onderzoekslocatie Gemeente RD-coördinaten
: : : :
Boven Oosterdiep Veendam ±350 m2 Veendam X= 254743 Y= 569127
TABEL 1: K ADASTRALE GEGEVENS
2.2
Gemeente
Sectie
Nummer
Oppervlak
Eigenaar
Volledig onderzocht?
Veendam
I
2554
5.963
Gemeente Veendam
nee, alleen hoekpunten geplande bouwpercelen
Uitgevoerd bodemonderzoek Door Royal HaskoningDHV is recent onderstaand (verkennend) bodemonderzoek uitgevoerd: Bodemonderzoek Boven Oosterdiep / Wilkensterrein te Veendam, projectnummer BC9377-101-100 d.d. 19 mei 2014. Hieronder volgt een samenvatting van de bevindingen. Voor een volledig overzicht wordt verwezen naar bovenstaande rapportage.
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
Pagina 5 van 12
6/37
TERRA bodemonderzoek bv Het onderzoeksgebied maakt deel uit van een voormalig bedrijfsterrein waar houtzaag/verwerkings- en aardappelverwerkingsindustrie aanwezig waren. Ter plaatse van de locatie zijn eerder een oriënterend bodemonderzoek (Iwaco, 1994) en een bodem- en saneringsonderzoek (Arcadis, 2006) uitgevoerd. Een deel van de onderzoekslocatie overlapt met een demping. Uit de eerdere onderzoeken blijkt dat niet alleen ter plaatse van de demping, maar ook ruim daarbuiten puin aanwezig is. In het onderzoek van Royal HaskoningDHV wordt de bodem ter plaatse en in de omgeving van de geplande nieuwbouwpercelen als volgt beoordeeld: Ter plaatse van het gedempte balkengat zijn lood en zink in gehalten groter dan de interventiewaarde aangetoond. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Buiten de demping zijn geen gehalten groter dan de interventiewaarde aangetroffen. De kwaliteit van de bovengrond (0-0,5 m-mv) buiten de demping voldoet aan kwaliteitsklasse wonen. De kwaliteit van den ondergrond (dieper dan 0,5 m-mv) voldoet aan kwaliteitsklasse industrie.
2.3
Aanvullende gegevens Op basis van een luchtfoto uit 1968 van de gemeente Veendam lijkt het balkengat enkele meters zuidelijker te hebben gelegen dan op de tekening van voorgaand bodemonderzoek aangegeven. De aangepaste vermoedelijke ligging van het gedempte balkengat is weergegeven in bijlage II.
Pagina 6 van 12
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
7/37
TERRA bodemonderzoek bv
3.
Onderzoeksopzet
3.1
Onderzoeksstrategie Op basis van het voorgaande onderzoek van Royal Haskoning DHV bevindt het gedempte balken gat zich voor een klein gedeelte ter plaatse van de west- en zuidhoek van de geplande woonpercelen. De situering van de woonpercelen is enigszins gewijzigd. Daarnaast ligt de demping vermoedelijk iets zuidelijker dan in het voorgaande onderzoek aangegeven. Vastgesteld dient te worden wat de kwaliteit van de leeflaag is ter plaatse van deze hoeken en of er sprake is van dempingsmateriaal. Verder zal er aan de oostzijde van de woonpercelen een weg worden aangelegd. In verband met de aanleg van een wegfundatie dient de kwaliteit van de bovengrond te worden vastgesteld. De bodemkwaliteit wordt bepaald door verhoogde gehalten aan zware metalen. Het onderhavige onderzoek beperkt zich derhalve tot analyses op zware metalen, lutum en humus. Voorafgaand aan het bodemonderzoek zijn de hoekpunten van de woonpercelen in opdracht van de opdrachtgever door een landmeetkundig bureau ingemeten en in het veld uitgezet. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is de onderzoeksstrategie in tabel 2 uitgewerkt. TABEL 2: ONDERZOEKSSTRATEGIE Monsternamepunten 4 boringen tot ±0,5 m-mv 8 boringen tot ±1,0 m-mv
Analyses grond 9x metalenpakket 9x lutum en humus
1) Toelichting chemische analyses (zie ook bijlage VII): metalenpakket : zware metalen (Ba, Co, Mo, Pb, Ni, Zn, Cd, Cu en Hg); standaard water : zware metalen, BTEXSN, chloorkoolwaterstoffen en minerale olie; BTEXSN : benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, styreen en naftaleen.
Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op milieuhygiënische aspecten. Hierbij is ook gekeken naar de aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem.
3.2
Chemische analyses De analyses zijn verricht door het NEN-EN-ISO/IEC 17025 en AS 3000 geaccrediteerd milieulaboratorium Envirocontrol te Nazareth (B).
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
Pagina 7 van 12
8/37
TERRA bodemonderzoek bv
4.
Resultaten De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 9 oktober 2014. De werkzaamheden zijn uitgevoerd door erkend veldwerker dhr. Hans Peeters.
4.1
Veldwerkgegevens en samenstelling mengmonsters Een situatieschets met de plaats van de boringen is opgenomen als bijlage II. Tijdens de veldwerkzaamheden is het opgeboorde materiaal zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige samenstelling waaruit de lokale bodemopbouw is afgeleid. De boorbeschrijvingen zijn als bijlage III opgenomen. De globale bodemopbouw is weergegeven in tabel 3. TABEL 3: GLOBALE BODEMOPBOUW
Traject (cm-mv) 000 - 100
Bodemtype
Kleur
Opmerking
zand, matig fijn, zwak tot matig humeus
grijsbruin
geroerde bodem
Naast de bodemkundige samenstelling is het opgeboorde materiaal zintuiglijk op milieuhygiënische aspecten beoordeeld. De zintuiglijke waarnemingen zijn weergegeven in tabel 4. TABEL 4: ZINTUIGLIJKE WAARNEMINGEN
Boring 101 102 103 104 105 106 107 108 109 110 111 112
Traject (cm-mv) 000-040 060-100 040-080 000-100 000-070 000-050 050-100 000-050 050-100 000-040 040-070 000-020 020-050 000-050 000-030 030-050 000-050
Toelichting puin: sporen puin zwak puinhoudend matig puinhoudend
Waarneming puinlaag zwak baksteenhoudend zwak puinhoudend zwak puinhoudend sporen puin sporen puin uiterst puinhoudend sporen puin matig puinhoudend sporen puin matig puinhoudend, zwak kolengruishoudend sporen puin matig puinhoudend zwak puinhoudend sporen puin zwak puinhoudend zwak puinhoudend < ±1% (W/W) puin ±1-5% puin ±5-10% puin
sterk puinhoudend ±10-20% puin uiterst puinhoudend ±20-50% puin volledig puin/puinverharding > ±50% puin
Er is in de bodem geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Op basis van de bodemopbouw en de zintuiglijke waarnemingen zijn grondmengmonsters samengesteld en zijn (meng-)monsters geselecteerd voor chemische analyse. Bij het samenstellen van grondmengmonsters wordt als uitgangspunt gehanteerd dat de deelmonsters min of meer dezelfde samenstelling dienen te hebben. De samenstelling van de grondmengmonsters is vermeld in tabel 5.
Pagina 8 van 12
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
9/37
TERRA bodemonderzoek bv TABEL 5: SAMENSTELLING GROND(MENG)MONSTERS
(Meng-)monster
Boring
MM1
102 103 101 102 103 104 104 108
Traject (cm-mv) 000 - 050 000 - 040 050 - 100 060 - 100 080 - 100 000 - 050 050 - 100 040 - 070
105 106 107 108 106 107 109 110 111 112
000 - 050 000 - 050 000 - 050 000 - 040 050 - 100 050 - 100 000 - 050 000 - 050 000 - 050 000 - 050
MM2 104-A 104-B 108-B MM3 MM4 MM5 MM6
4.2
Toelichting westhoek geplande woonpercelen
zuidhoek geplande woonpercelen
geplande weg
Analyseresultaten en toetsing De analysecertificaten van de monsters zijn opgenomen in bijlage IV. Voor de toetsing van de aangetroffen concentraties aan verontreinigende stoffen is gebruik gemaakt van de toetsingswaarden uit geldende Circulaire bodemsanering (1 juli 2013) en uit de geldende Regeling bodemkwaliteit (13 december 2007) . De toetsingswaarden van grondmonsters zijn afhankelijk gesteld van de percentages lutum en organische stof. Daarom zijn van de boven- en ondergrond deze percentages bepaald. In bijlage V zijn de getoetste analyseresultaten weergegeven. In bijlage VII worden de toetsingswaarden toegelicht.
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
Pagina 9 van 12
10/37
TERRA bodemonderzoek bv
5.
Samenvatting, conclusies en aanbevelingen
5.1
Samenvatting onderzoeksresultaten In opdracht van Bruinsma advies & ontwikkeling heeft Terra Bodemonderzoek bv een aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van het voormalig Wilkensterrein aan het Boven Oosterdiep te Veendam. In tabel 6 zijn de onderzoeksresultaten van de grond samengevat. TABEL 6: SAMENVATTING ONDERZOEKSRESULTATEN (OVERSCHRIJDINGEN TOETSINGSWAARDEN) ToetsingsIndicatie Besluit > Interventiewaarde > Achtergrondwaarde > Tussenwaarde waarde bodemkwaliteit Index 0 0,25 0,5 0,75 1,0 2,0 Hoek westzijde MM1 Klasse Industrie kwik lood 102, 103 (0,0-0,5) MM2 Altijd toepasbaar kwik, lood 101-103 (0,5-1,0) Hoek zuidzijde 104 (0,0-0,5) Altijd toepasbaar kwik, lood 104 (0,5-1,0) 108 (0,4-0,7) MM3 105, 106 (0,0-0,5) MM4 107, 108 (0,0-0,5) MM5 106, 107 (0,5-1,0) MM6 109-112 (0,0-0,5)
`koper, kwik, lood cadmium
-
-
-
-
-
Klasse Wonen
-
lood
-
zink
-
Niet toepasbaar
kwik, lood
-
-
-
-
-
Altijd toepasbaar
kwik, lood
-
-
-
-
-
Klasse Wonen
kobalt, koper, molybdeen, cadmium, kwik zink, kwik, lood
zink, lood
-
-
-
-
Klasse Industrie
-
-
-
-
-
Klasse Wonen
Toelichting: - Achtergrondwaarden grond - Streefwaarden grondwater - Interventiewaarden grond en grondwater - Tussenwaarden grond en grondwater - Index
- Indicatie Besluit bodemkwaliteit
Pagina 10 van 12
Gehalten voor een goede bodemkwaliteit. Verwaarloosbaar risico voor het ecosysteem. De functionele eigenschappen van de bodem worden ernstig verminderd. Mogelijk is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Informeel gehalte tussen achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde. Overschrijding van de tussenwaarde is veelal een indicatie dat er nader onderzoek nodig is. Informele waarde welke de mate van overschrijding van de streef/achtergrondwaarde (index > 0) en de interventiewaarde (index > 1) aangeeft. Bij een index > 0,5 wordt de tussenwaarde overschreden. Indicatie of grond altijd herbruikbaar, onder restricties herbruikbaar (Wonen/Industrie) of niet herbruikbaar is. De beoordeling is alleen gebaseerd op zware metalen. Op basis van voorgaand onderzoek is bekend dat zware metalen de meest kritische parameters zijn.
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
11/37
TERRA bodemonderzoek bv 5.2
Conclusies en aanbevelingen Hoek westzijde Ter plaatse van boring 101 is sprake van een puinverharding in het traject van 0-0,4 m-mv. Verder bevat de onderzochte grond (boringen 101 t/m 103) geen puin. Analytisch zijn in de grond ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehalten aan kwik en lood aangetoond. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) voldoet de onderzochte bovengrond (MM1; 0-0,5 m-mv) aan kwaliteitsklasse industrie. De onderzochte ondergrond (MM2; 0,5-1,0 m-mv) voldoen aan de (Toetsingsregel) achtergrondwaarden. Hoek zuidzijde Zintuiglijk is ter plaatse van boring 108 in het traject van 0,4 tot 0,7 m-mv een afwijkende laag waargenomen welke naast puin ook enig kolengruis bevat. De bovengrond is verder over het algemeen zwak puinhoudend en de ondergrond (traject 0,5-1,0 m-mv) is over het algemeen matig puinhoudend. Analytisch is ter plaatse van boring 108 (0,4-0,7 m-mv) een ten opzichte van de interventiewaarde verhoogd gehalte aan zink aangetoond. Het gehalte aan lood is verhoogd ten opzichte van de tussenwaarde en het cadmiumgehalte is licht verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. De overige onderzochte (meng-)monsters bevatten ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehalten aan zware metalen.
Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) is de afwijkende laag ter plaatse van boring 108 (0,4-0,7) niet geschikt voor hergebruik. De onderzochte bovengrond (0-0,5 m-mv) voldoet aan de (Toetsingsregel) achtergrondwaarden (104-A, MM3) of aan kwaliteitsklasse wonen (MM4). De overige onderzochte ondergrond (0,5-1,0 m-mv) voldoet aan kwaliteitsklasse wonen (104B) of aan kwaliteitsklasse industrie (MM5) In de omgeving van boring 108 zijn tijdens voorgaand bodemonderzoek (boring 11; 0,0-0,5 en 0,5-1,0 m-mv) en onderhavig onderzoek (MM3 t/m MM5) alleen lichte verontreinigingen met zware metalen aangetoond. Vermoedelijk is er ter plaatse van boring 8 sprake van een zeer lokale verontreiniging samenhangend met het aanwezige kolengruis. Geplande weg Zintuiglijk is de bovengrond zwak tot matig puinhoudend. Analytisch zijn ten opzichte van de achtergrondwaarde verhoogde gehalten aan zink, kwik en lood aangetoond. Op basis van de indicatieve toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit (generiek beleid) voldoet de onderzochte bovengrond (MM6; 0-0,5 m-mv) aan kwaliteitsklasse wonen. Algemene conclusie De aangetroffen bodemopbouw en bodemkwaliteit is vergelijkbaar met de bodemkwaliteit buiten de demping zoals vastgesteld tijdens voorgaand onderzoek (Royal HaskoningDHV, 2014). Specifiek dempingsmateriaal is in de onderzochte leeflaag niet aangetroffen.
De gemiddelde bodemkwaliteit variëert van schone grond tot klasse industrie. De hoeveelheid bijmenging met puin lijkt in de bovengrond (0,0-0,5 m-mv) iets minder dan in de ondergrond (0,5-1,0 m-mv). Ook de gemiddelde bodemkwaliteit van de bovengrond is iets beter. Uit het analyseresultaat van boring 108 blijkt dat, als gevolg van de heterogene geroerde bodemopbouw, zeer lokaal sterkere verontreinigingen niet zijn uit te sluiten. Ons inziens is het
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
Pagina 11 van 12
12/37
TERRA bodemonderzoek bv niet zinvol om de geconstateerde verontreiniging ter plaatse van boring 108 separaat te gaan saneren. De aangetroffen verontreinigingen hangen vermoedelijk samen met het voormalige bedrijfsmatige gebruik van het terrein. Er is vermoedelijk geen directe relatie met het geval van ernstige bodemverontreiniging ter plaatse van het gedempte balkengat.
5.3
Toelichting bodemonderzoek Betrouwbaarheid Bodemonderzoek is gebaseerd op een steekproef en betreft een momentopname. Hierdoor kan de bodemkwaliteit (plaatselijk) afwijken van de onderzoeksresultaten. In de Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit wordt geen maximale geldigheidstermijn gesteld voor bodemonderzoek. Veelal wordt, afhankelijk van het bodemgebruik, een geldigheidstermijn van circa 5 jaar gehanteerd. Partijkeuring Het bodemonderzoek betreft geen partijkeuring conform de eisen van het Besluit bodemkwaliteit. Voor het definitief vaststellen van de hergebruiksmogelijkheden van vrijkomende grond en bouwstoffen is mogelijk een partijkeuring conform BRL SIKB 1000 (of een gelijkwaardige milieuhygiënische verklaring) noodzakelijk.
Pagina 12 van 12
14170 Aanvullend bodemonderzoek Boven Oosterdiep te Veendam
13/37 ѳ¹»ª·²¹µ¿¿®¬
Bijlage I: Regionale ligging en kadastrale kaart
Õ´¿²¬®»º»®»²¬·»æ ïìïéð
ð³
ïîë ³
êîë ³
Ü»¦» µ¿¿®¬ · ²±±®¼¹»®·½¸¬ò Ø·»® ¾»ª·²¼¬ ¦·½¸ Õ¿¼¿¬®¿¿´ ±¾¶»½¬ ÊÛÛÒÜßÓ × îëëì Þ±ª»² ѱ¬»®¼·»° ô ÊÛÛÒÜßÓ ÝÝóÞÇ Õ¿¼¿¬»®ò
ͽ¸¿¿´ ïæ ïîëðð
14/37 Ë·¬¬®»µ»´ Õ¿¼¿¬®¿´» Õ¿¿®¬
Ë© ®»º»®»²¬·»æ ïìïéð
êîèí ïèèé îìðî
ëçïï
êîèì
îïèð
ïìèè îìðï
ïìèç
îïçí ïìçð
ïìçï ïìçì ïìçí
îëëí îïçê
îëëì
îððè îðïð ëïëí ëéçî ïèçî
ïèçí îðïï
ïççð
îîîð
ïèçé ð³
Ü»¦» µ¿¿®¬ · ²±±®¼¹»®·½¸¬ л®½»»´²«³³»® îë Ø«·²«³³»® Ê¿¬¹»¬»´¼» µ¿¼¿¬®¿´» ¹®»² ʱ±®´±°·¹» µ¿¼¿¬®¿´» ¹®»² ß¼³·²·¬®¿¬·»ª» µ¿¼¿¬®¿´» ¹®»² Þ»¾±«©·²¹ Ѫ»®·¹» ¬±°±¹®¿º·» ʱ±® »»² »»²´«·¼»²¼ «·¬¬®»µ»´ô ß°»´¼±±®²ô îï ±µ¬±¾»® îðïì Ü» ¾»©¿¿®¼»® ª¿² ¸»¬ µ¿¼¿¬»® »² ¼» ±°»²¾¿®» ®»¹·¬»®
ïîíìë
ïð ³
ëð ³
ͽ¸¿¿´ ïæïððð Õ¿¼¿¬®¿´» ¹»³»»²¬» Í»½¬·» л®½»»´
ÊÛÛÒÜßÓ × îëëì
ß¿² ¼·¬ «·¬¬®»µ»´ µ«²²»² ¹»»² ¾»¬®±«©¾¿®» ³¿¬»² ©±®¼»² ±²¬´»»²¼ò Ü» Ü·»²¬ ª±±® ¸»¬ µ¿¼¿¬»® »² ¼» ±°»²¾¿®» ®»¹·¬»® ¾»¸±«¼¬ ¦·½¸ ¼» ·²¬»´´»½¬«»´» »·¹»²¼±³®»½¸¬»² ª±±®ô ©¿¿®±²¼»® ¸»¬ ¿«¬»«®®»½¸¬ »² ¸»¬ ¼¿¬¿¾¿²µ»²®»½¸¬ò