06-02 Bestemmingsplan Veendam Sorghvliet
Tekst van het document
Dit bestemmingsplan is in hoofdzaak conserverend van aard en voorziet niet in ontwikkelingen die zouden kunnen stuiten op milieutechnische belemmeringen. Bestaande bedrijven zijn bestemd conform de indeling van de publicatie Bedrijven en milieuzonering. Middels een ontheffing kan onder voorwaarden een hogere categorie worden gerealiseerd. Vestiging van Bevi-inrichtingen is niet toegelaten. Overige bestaande bedrijven zijn inbestemd met een passende bestemming ofwel met een aanduiding op de verbeelding weergegeven.
4.2
Luchtkwaliteit
In de Wet milieubeheer zijn de grenswaarden op het gebied van de luchtkwaliteit vastgelegd. Daarbij zijn in de ruimtelijke ordeningspraktijk vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijnstof (PM10) van belang. In het kader hiervan dient in een bestemmingsplan beoordeeld te worden of er zich in het plangebied nieuwe ontwikkelingen voordoen die in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van luchtkwaliteit. De waarden liggen in Sorghvliet ver onder de grenswaarden en de luchtkwaliteit is dan ook goed te noemen. Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (2020) geldt in de directe omgeving van het plangebied een gemiddelde fijn stof concentratie (PM10) van minder dan 18 µg/m³ en een gemiddelde concentratie stikstofdioxide (NO2) van 11 µg/m³. De norm voor beide stoffen ligt op 40 µg/m³ (jaargemiddelde concentratie vanaf 2015). Er is dus geen sprake van een dreigende overschrijding van de grenswaarden. In het plangebied is op dit moment sprake van lage achtergrondwaarden. De verwachting is dat dit in de toekomst niet wijzigt. In het bestemmingsplan worden immers, behalve kleinschalige perceelsgebonden ontwikkelingen, geen ontwikkelingen mogelijk gemaakt die de luchtkwaliteit in betekenende mate kunnen verslechteren.
28/207
De bijdrage van ontwikkelingen aan luchtkwaliteit komt voort uit de verkeersaantrekkende werking van een functie. In het Besluit "niet in betekenende mate bijdragen" (luchtkwaliteitseisen) is aangegeven dat alleen grote projecten zoals woningbouwprojecten met meer dan 1.500 woningen of kantoorlocaties met een vloeroppervlak van meer dan 100.000 m 2 in betekenende mate bijdragen aan de luchtvervuiling. Concluderend kan gesteld worden dat het bestemmingsplan vooral voorziet in een actualisering van het huidige planologische regiem en dit leidt niet tot aanpassing van de toelichting over de luchtkwaliteit binnen het plangebied. Binnen het plangebied van het geactualiseerde bestemmingsplan voldoet de luchtkwaliteit ruimschoots aan de wettelijke bepalingen aangaande de luchtkwaliteit. De omgevingsdienst bevestigt deze analyse in hun advies, die is toegevoegd als Bijlage 3.
4.3
Water
Water is een belangrijke drager voor een goed woon- en leefklimaat. Daarnaast is de waterstructuur medebepalend voor het groene of parkachtige karakter van Veendam. Ook draagt een aantal cultuurhistorische waterstructuren bij aan de identiteit van Veendam. De huidige waterstructuur is samen met het waterschap vastgelegd in de waterkaart. Mede omdat het klimaat verandert, is het van belang dat op een verantwoorde manier wordt omgegaan met water in het plangebied. De effecten zoals temperatuurstijging, droogte, meer extreme neerslag en wateroverlast proberen we met een goede inrichting en aanpassing van de openbare ruimte op te vangen. Hiermee hopen we de huidige waterkwaliteit en waterkwantiteit te borgen en daar waar mogelijk te verbeteren. Een belangrijk aspect daarbij is de gemeentelijke zorgplicht voor het afval-, hemel-, en grondwater zoals die verwoord zijn in het gemeentelijke (afval)waterbeleidsplan. Ook de tritsen schoonhouden- scheiden- zuiveren (waterkwaliteit) en vasthouden- bergen- afvoeren (waterkwantiteit) zijn opgenomen in het waterbeleid. Het grootste deel van de neerslag stroomt via een hemelwater (HWA) riool af. De hemelwateroverstorten op oppervlaktewater bevinden zich op diverse plaatsen in het plangebied. Het overgrote deel van het afvalwater wordt afgevoerd naar de rioolzuivering. Aan de randen van het gebied bevinden zich nog vuilwateroverstorten.
Aan de bestemming water is het doel 'waterberging' toegevoegd en er zijn waterhuishoudkundige bouwwerken toegestaan. Ook zijn in alle relevante gebiedsbestemmingen water en waterpartijen en daarmee de berging van water toegelaten. Door het zodanig bestemmen van belangrijke groenstructuren in het plangebied, wordt voorkomen dat deze groenstructuren worden verhard. Voor het overige geldt dat bij nieuwe ontwikkelingen aandacht wordt besteed aan het verbeteren van het watersysteem, het daar waar mogelijk verbeteren van de ecologie en aan klimaatadaptatie. Voor dergelijke maatregelen geldt overigens wel dat zij buiten het bereik van het onderhavige bestemmingsplan vallen, behalve wanneer het gaat om ingrepen waarvoor een herziening van het bestemmingsplan is vereist.
29/207
4.4
Kabels en Leidingen
Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In en rondom het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.
4.5
Ecologie
Wet natuurbescherming Met de Wet Natuurbescherming (2017) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wet Natuurbescherming implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De Wet Natuurbescherming kent diverse soorten natuurgebieden, te weten: Natura-2000 gebieden; Natuurnetwerk Nederland (NNN). Natura-2000 gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: 1. alternatieve oplossingen zijn niet voor handen; 2.
het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard, en 3. de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk bewaard blijft. De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats.
30/207
Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wet Natuurbescherming wordt een onderscheid gemaakt tussen: soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; overige soorten. De Wet Natuurbescherming bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wet Natuurbescherming en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren.
Gedeputeerde Staten van Groningen kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten van Groningen vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wet Natuurbescherming en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen. Betreffende het plangebied Het plangebied behoort niet tot en grenst niet aan een gebied dat wordt beschermd in het kader van de Wet Natuurbescherming. Het dichtstbijzijnde beschermde gebied betreft het Vogelrichtlijngebied Zuidlaardermeergebied op ongeveer 10 km ten westen van het plangebied. Het dichtstbijzijnde gebied uit de Ecologische Hoofdstructuur ligt op ongeveer 8 km ten zuiden van het plangebied. Het betreft het Hunzedal in de provincie Drenthe. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelig gebied ligt op ongeveer 13 kilometer. Het betreft een stikstofgevoelig gebied gelegen tussen Tynaarlo en Annen. Het voorliggende bestemmingsplan is een conserverend bestemmingsplan.
De enige ontwikkeling betreft het Wilkensterrein. Hiervoor is een nader uit te werken bestemming opgenomen. Een eventueel stikstofberekening dient uitgevoerd te worden bij het op te stellen uitwerkingsplan. Gelet op het conserverend karakter van dit bestemmingsplan en de ruimteligging ten opzichte van het dichtsbijzijnde stikstofgevoelig gebied is er geen sprake van een significant effect. Indien er toch nieuwe
31/207
(verbouw)initiatieven gaan plaatsvinden moet dan afgewogen worden of er significante effecten zijn. Er bestaan geen duidelijke ecologische relaties tussen het bebouwde deel van het plangebied en de speciale beschermingszones of de Ecologische Hoofdstructuur. De mogelijke ontwikkelingen binnen het bestemmingsplan zijn van dusdanige geringe omvang dat negatieve effecten van deze activiteiten op de beschermde gebieden niet zijn te verwachten. De realisering van het bestemmingsplan stuit niet op bezwaren in het kader van een van de richtlijnen of de Wet Natuurbescherming.
4.6
Externe veiligheid
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen als vuurwerk, lpg en munitie over weg, water en spoor en door buisleidingen. De Omgevingsdienst Groningen heeft een externe veiligheidsonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het bestemmingsplan Sorghvliet te Veendam. (Advies externe veiligheid, d.d. 09-08 2019). Hiervoor is het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van risicovolle inrichtingen, risicovolle transportassen en risicovolle transportleidingen beoordeeld. Het advies is opgenomen als bijlage 5 bij de toelichting. De belangrijkste constateringen en te nemen maatregelen voor de verantwoording van het groepsrisico kunnen als volgt worden samengevat: In en in de nabijheid van het plangebied zijn geen risicovolle inrichtingen en geen risicovolle transportleidingen gelegen waarvan het invloedsgebied reikt tot over het plangebied; De spoorlijn Route 250, Veendam aansl. - Veendam kent ter hoogte van het plangebied, volgens het Basisnet een plaatsgebonden risicocontour 10-6 van 0 meter. De afstand van het spoortraject tot het plangebied is 525 meter. De plaatsgebonden risicocontour reikt niet tot het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant; De spoorlijn heeft volgens het landelijk Basisnet geen plasbrandaandachtsgebied.
Hierdoor is dit aspect niet relevant; In de geconsolideerde Omgevingsverordening februari 2019 is aangegeven dat de veiligheidszone 3 transport van de spoorlijn is gelegen op een afstand van 1500 meter afstand van het plangebied. Hierdoor is dit aspect niet relevant; De spoorlijn Veendam aansl. - Veendam heeft een invloedsgebied van 4000 meter en ligt over het plangebied. De gemeente Veendam zal voor de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid advies vragen bij de Veiligheidsregio Groningen. Geadviseerd wordt om de geformuleerde bevindingen en adviezen op te nemen in de verantwoording van het groepsrisico. Ongeacht de inzet van de gemeente Veendam en de hulpverleningsdiensten om de situatie zo veilig mogelijk te maken zal er altijd sprake zijn van een restrisico. Immers, de kans op een ongeval, hoe klein dan ook, blijft altijd aanwezig. Alles overwegende wordt geconcludeerd dat vanuit oogpunt van externe veiligheid het verantwoord is om het bestemmingsplan Sorghvliet te Veendam vast te stellen. Het restrisico is in dit kader aanvaardbaar. De Veiligheidsregio Groningen heeft in haar mail van 4 december 2018 (zie bijlage 11) een beoordeling gedaan op de aanwezigheid van externe risicobronnen en de bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid voor het schaalniveau
32/207
van het bestemmingsplan. Daarbij zijn zij tot de volgende conclusies gekomen: Op de planontwikkeling zijn geen relevante externe veiligheidsrisico's van invloed; op het schaalniveau van het bestemmingsplan wordt geen aanleiding gezien voor maatregelen ten behoeve van de bluswatervoorziening en de bereikbaarheid. Op basis van deze beoordeling ziet de Veiligheidsregio Groningen geen aanleiding om verder inhoudelijk advies te geven ten behoeve van het voorliggende ruimtelijke besluit. Toetsing Bouwbesluit Het bestemmingsplan gaat wel ontwikkelingen voor mantelzorg/zorgwonen, functieverandering, kamerverhuur, maatschappelijke voorzieningen (functieveranderingen/verbredingen en uitbreidingen), bedrijvigheid en plaatselijk nieuwe woningbouw mogelijk maken. Deze nieuwe ontwikkelingen kunnen in het kader van de omgevingsvergunning later nog door de Veiligheidsregio beoordeeld moeten worden op de activiteit 'Bouwen'. Deze beoordeling vindt plaats op andere veiligheidsaspecten zoals brandcompartimentering, vluchtroutes, bluswater, bereikbaarheid en overige brandpreventieve voorzieningen.
4.7
Archeologie en cultuurhistorie
Op 22 september 2014 heeft de gemeente Veendam de Beleidsnota Archeologie en Cultuurhistorie vastgesteld. In 2021 is de Beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorie Veendam geactualiseerd (Bijlage 4).De nieuwe beleidskaart is in juni 2022 vastgesteld.
33/207
Figuur 4.1:Uitsnede Beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorie gemeente Veendam (d.d. 28 februari 2022, bijgewerkt t/m 31 december 2021) In de Beleidsnota Archeologie en Cultuurhistorie is verwoord hoe de gemeente Veendam omgaat met archeologische, cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden binnen haar grondgebied. In de nota komen de volgende zaken aan de orde: wettelijke en beleidsmatige kaders, landschaps- en bewoningsgeschiedenis, archeologische waarden en verwachtingen, archeologie en cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening, het archeologiebeleid van de gemeente Veendam, bevoegdheden van de verschillende overheden en bestemmingsplanregels. De nota dient als onderbouwing van de Beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorie. De ‘Beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorie’ geeft een overzicht van de bekende en te verwachten archeologische waarden, en van cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke terreinen en elementen. Deze waarden zijn gekoppeld aan bestemmingsplanregels. De beleidskaart kent qua archeologie ook ‘witte’ gebieden:
34/207
gebieden met een dermate geringe kans op (gave) archeologische resten dat ruimtelijke ingrepen in deze gebieden zonder archeologisch voorbehoud kunnen worden uitgevoerd. Beschermd stadsgezicht Het gebied Oosterdiep is aangewezen als beschermd stadsgezicht in de zin van artikel 1, onder g van de Monumentenwet 1988. Het grootste deel van het beschermd stadgezicht Oosterdiep is vastgelegd in de bestemmingsplannen Veendam Centrum (vigerend) en Wildervank. Het resterende gedeelte (van Julianalaan tot en met het Boven Dwarsdiep) is in dit bestemmingsplan opgenomen. Het beschermd stadsgezicht wordt begrensd door de bebouwing aan weerszijden van het kanaal Oosterdiep tussen de Hazepadbrug in Veendam en de Meihuizenbrug in Wildervank, inclusief het noordelijk deel van het Westerdiep in Wildervank. Op het bijgaande kaartje is de exacte begrenzing van het gebied aangegeven.
Figuur 4.2: Ligging en begrenzing Beschermd dorpsgezicht Oosterdiep Het beschermd stadsgezicht wordt gekenmerkt door een hechte relatie tussen de ruimtelijke structuur, het kanalenstelsel en de bebouwing die typerend is voor verstedelijkte Veenkoloniale nederzettingen. Het planmatig aangelegde kanalenstelsel vormt de ruggengraat van de bebouwing, die voor het grootste deel zeer dicht is, maar wat karakter betreft, varieert. Archeologie Het gehele plangebied van het bestemmingsplan heeft een lage archeologische verwachtingswaarde. Uit de nota Archeologiebeleid blijkt dat geen bureauonderzoek noodzakelijk is in gebieden met een lage verwachting. Ook zijn er in het plangebied geen AMK - terreinen. Cultuurhistorie In het plangebied zijn enkele historische boerderijplaatsen gelegen aan het Ooster- en Westerdiep. Ook bevinden zich in het plangebied cultuurhistorisch waardevolle objecten uit de categorieën kerken, veenborgen, buitenplaatsen, begraafplaatsen, verlaten en waterlopen, waarvan restanten in het bodemarchief
35/207
teruggevonden zouden kunnen worden. In het plangebied zijn vier rijksmomumenten en zeven gemeentelijke monumenten aanwezig. Veenborgen zijn grote buitenhuizen van de welgestelden, ontstaan vanaf de 17e eeuw . Verlaten zijn oude sluiscomplexen. In het bestemmingsplan zijn een aantal dubbelbestemmingen opgenomen om de archeologische en cultuurhistorische (verwachtings) waarden te beschermen. Veenborgen en buitenplaatsen, oude kerken, pastorieën en begraafplaatsen zijn onder de bestemming Waarde - Archeologie 1 gebracht. Boerderijplaatsen, historische bebouwing en verlaten zijn onder de bestemming Waarde - Archeologie 2 gebracht. Het beschermd stadsgezicht Oosterdiep (van Julianalaan tot en met het Boven Dwarsdiep) is onder de bestemming Waarde - Beschermd stadsgezicht Oosterdiep gebracht.
4.8
Bodem
Het plangebied kent van nature een redelijk homogene bodemopbouw. Toch zijn er verschillen als gevolg van de rivier de Oude Ae. In het stroomgebied van de Oude Ae heeft minder veenvorming plaatsgevonden dan in het gebied daarbuiten. De Oude Ae stroomde ten noorden van het Boven Dwarsdiep tussen Ooster- en Westerdiep in. Binnen de diepen is door bebouwing de oorspronkelijke bodemopbouw grootschalig verstoord en zo goed als niet meer aanwezig. Buiten de diepen heeft eerst vervening plaatsgevonden en is daarna sprake van bebouwing. Van de oorspronkelijke bodemopbouw is in dit gebied eveneens weinig bewaard gebleven. De menselijke aanwezigheid heeft sporen achtergelaten in de bodem, in de vorm van zowel archeologische waarden als bodemverontreiniging. Om een indruk te krijgen van de globale bodemkwaliteit heeft de gemeente Veendam een bodemkwaliteitskaart laten opstellen. De laatste versie dateert van 2018. Een bodemkwaliteitskaart geeft de te verwachten bodemkwaliteit weer als gevolg van diffuse antropogene belasting van de bodem. Dit bestemmingsplan valt in meerdere gebieden van de bodemkwaliteitskaart. Voor het gebied wonen, industrie en wegen zijn verhoogde achtergrondgehalten vastgesteld. Voor de gebieden landbouw/natuur zijn eveneens achtergrondgehalten berekend, deze bevinden zich op of onder het niveau van de streefwaarde.
Van een negatieve invloed van menselijk handelen op de bodemkwaliteit is in deze gebieden nauwelijks sprake. Dé bodemkwaliteitskaart is eigenlijk een begrip. De bodemkwaliteitskaart bestaat uit 5 afzonderlijke kaarten: Een bodemfunctiekaart Ontgravingskaart bovengrond 0 - 0.5 meter minus maaiveld (m-mv) Ontgravingskaart ondergrond 0.5 – 2 m-mv Toepassingskaart bovengrond 0 - 0.5 meter minus maaiveld (m-mv) Toepassingskaart ondergrond 0.5 – 2 m-mv
36/207
Figuur 4.3 Uitsnede bodemfunctiekaart gemeente Veendam Heel kort samengevat de verschillende kwaliteiten mogen niet verslechteren. Met uitzondering van de functie industrie. Voor de functie industrie is beleidsmatig bepaald dat de bodemkwaliteit hier mag verslechteren tot en met de bodemkwaliteitsklasse industrie. Dit mag alleen door toepassing van grond en bovendien moet die grond zijn vrijgekomen uit de gemeente Veendam. Het Veendammer bodeminformatiesysteem (BIS) is in meerdere projecten (bijvoorbeeld Landsdekkend beeld) gevuld. Het BIS wordt bijna dagelijks bijgewerkt en zodoende actueel gehouden. Uit de bijgehouden data kunnen meerdere kaartlagen worden gegenereerd. Twee voorbeelden:
37/207
Binnen het plangebied zullen de dynamische locaties geschikt worden gemaakt voor de beoogde functie. Een duurzaam gebruik van de bodem staat hierbij voorop. Afhankelijk van de uitkomst van het historische onderzoek en/of bodemonderzoek wordt bepaald of verder onderzoek c.q. sanering noodzakelijk is. Een geval van ernstige bodemverontreiniging wordt gesaneerd indien een locatie dynamisch wordt. Als de dynamische ontwikkeling niet voor het verstrijken van de milieuhygiënische urgentie plaatsvindt, zullen (tijdelijke) maatregelen moeten worden genomen om de risico's van de bodemverontreiniging weg te nemen. Nota bene: voldoende afdekken van verontreiniging is ook een geschikte sanerende handeling. Wilkensterrein Ter plaatse van de woonpercelen voldoet de bodemkwaliteit niet aan de bodemkwaliteitsklasse wonen. Gezorgd wordt voor een afdoende leeflaag ter plaatse van de woonpercelen. Er wordt een op de bodemfunctie gerichte sanering uitgevoerd.
38/207
Hoofdstuk 5 5.1
Planbeschrijving
Hoofdstructuur
Het plangebied bestaat uit het zuidelijke deel van het oude Veendam en de wijk Sorghvliet. Sorghvliet bestaat uit vijf buurten met ieder een eigen karakter doordat de wijk niet in één keer, maar gefaseerd is ontwikkeld. Oorspronkelijk werd elke fase met een nummer aangeduid: Sorghvliet 1 tot en met 5. Na de herstructurering in Scheepskwartier is aan elke van deze buurten een eigen naam gegeven, te weten: Scheepskwartier (1), Zeestratenwijk (2), Borgerspark (3), Provinciehoek (4) en Rivierenbuurt (5).
Figuur 5.1: Indeling in buurten Het stratenpatroon in het Scheepskwartier en de Zeestratenwijk is over het algemeen een eenvoudig raster waar de huizen in rijen werden gebouwd. Er is openbaar groen aanwezig, soms in autoluwe hofjes. In het Scheepskwartier is na herstructurering meer open ruimte en gevarieerdere bebouwing gecreëerd.
39/207
Het stratenpatroon in de overige buurten is onregelmatig, waarbij ook hofjes en doodlopende straatjes voorkomen. Er is redelijk veel openbaar groen aanwezig, wat bijdraagt aan het beeld van een ruime opzet. Ook de ligging nabij het recreatiegebied Borgerswold draagt bij aan de aantrekkelijkheid van de woonwijk Sorghvliet. Scheepskwartier Het Scheepskwartier ligt in de noordwesthoek van Sorghvliet, grenzend aan de Veendammerweg en het Borgerswold. Er heeft inmiddels een herstructurering plaatsgevonden waarbij veel aandacht is geweest voor herinrichting van de openbare ruimte. Sommige rijenwoningen zijn omgebouwd tot twee-onder-een-kapwoningen. Op de plaats van een aantal rijenwoningen is het wooncomplex Nautilus gebouwd. Dit betreft gestapelde senioren huurwoningen. Aan de Oostlaan staat de senioren huurflat De Meerpaal, alsmede een aantal aanleunwoningen van het A.G. Wildervanckhuis. De Barkstraat, Kofstraat, Fregatstraat en de Galjootstraat bestaan vooral uit huurwoningen, terwijl in de rest van de straten vooral koopwoningen staan. Aan de randen van de buurt is vooral sprake van koopwoningen. Zeestratenwijk De Zeestratenwijk ligt in de noordoosthoek van Sorghvliet, ten oosten van de Sorghvlietlaan en ten noorden van het Skager Rak.
In de Zeestratenwijk is een aantal belangrijke voorzieningen gehuisvest, zoals de Zorggroep Meander met verpleeghuis Veenkade, het multifunctionele centrum De Breehorn, een voormalig dependance van de OBS De Viermaster, een kinderdagverblijf, een apotheek en een huisartsenpraktijk. Provinciehoek De Provinciehoek ligt aan de zuidzijde van de wijk. Er staan zowel huurwoningen als koopwoningen: van rijenwoningen en twee-onder-een-kapwoningen tot aan enkele vrijstaande woningen. In deze buurt zijn het winkel- en wijkcentrum Sorghvliet en het kantoor van de Rijksdienst voor het Wegverkeer van grote economische en/of sociale betekenis. Rivierenbuurt De Rivierenbuurt ligt in de zuidwesthoek van Sorghvliet en wordt in het noorden begrensd door de Woldlaan en in het oosten door de Sorghvlietlaan. In de Rivierenbuurt vallen met name de in de jaren zeventig van de twintigste eeuw gerealiseerde 'drive in'-woningen op. De buurt is ruim opgezet met veel groen. Centraal ligt de hoofdlocatie van de OBS De Viermaster met een wijkontmoetingsplek. Borgerspark Ten noorden van de Rivierenbuurt ligt het Borgerspark. Deze buurt ligt ten westen van de Sorghvlietlaan en ten zuiden van de Briklaan. Deze buurt bestaat uit bungalows in het duurdere koopsegment. Ook staan er veel seniorenwoningen. Belangrijk in deze buurt is de functie van het A.G.
Wildervanckhuis dat medio 2007 is omgevormd tot multifunctioneel centrum. Deze omvorming draagt bij aan het langer zelfstandig wonen van de bewoners van deze buurt. Veendam-Zuid De woonbuurt tussen Boven Westerdiep en Boven Oosterdiep (voorheen ook Veendam-Zuid genoemd) maakt ook deel uit van het plangebied. Zoals reeds staat vermeld in hoofdstuk 2, is het gebied tussen de oorspronkelijke bebouwingslinten voor de Tweede Wereldoorlog ontworpen, maar is de meeste bebouwing na
40/207
de oorlog opgericht. Het gebied is ontworpen rondom de Wilhelminasingel langs twee hoofdassen, die elkaar in het zuidelijk gedeelte raken en naar het noorden toe uit elkaar lopen: de Prins Bernhardlaan (doorlopend in de J. Kazemierstraat) en de Burg. Bosscherstraat. De Prins Bernhardlaan kent een ruim laanprofiel, de overige straten zijn wat smaller. Binnen deze wijk ligt het beschermd stadsgezicht Oosterdiep.
5.2
Wonen
In het plangebied is wonen de belangrijkste functie. De meeste woningen zijn eengezinshuizen. In sommige gevallen is het wonen gecombineerd met een andere functie. De gemiddelde leeftijd van de bevolking in Veendam neemt toe, waardoor de behoefte aan woningen en voorzieningen voor ouderen zal toenemen. Bij de wat oudere jeugd is sprake van een vertrekoverschot van circa 10%. Dit vertrekoverschot wordt nauwelijks gecompenseerd door een vestigingsoverschot in de hogere leeftijdsgroepen. Het aandeel van de actieve groep in het arbeidsproces neemt af. Bijna de helft van alle zelfstandig wonende huishoudens behoort tot de middengroep 30-59 jaar. Gemiddeld genomen, bedraagt het aandeel 65-plussers in de gemeente Veendam 21,5% per 1 januari 2017. Dit plan continueert het bestaande bestemmingsplan maar verlegt enkele accenten. Omwille van de wijzigingen ten aanzien van de zorg en de grotere mate van zelfstandigheid zijn de eerder als maatschappelijk bestemde gemeenschappelijke verzorgingstehuizen nu gedefinieerd als woningen. Hiermee is overeenstemming tussen het feitelijke gebruik en de functie. Omwille van de verzorgingsfuncties blijft de aanduiding Maatschappelijk gehandhaafd waardoor dit gebruik niet onmogelijk wordt gemaakt. Daarnaast is er sprake van verschuivingen in plancapaciteit.
Specifiek komt dit neer op het schrappen van mogelijke woningen boven het winkelcentrum Sorghvliet. Daartegenover staat een toevoeging van het aantal woningen door de kwalitatieve nieuwbouw op het Wilkensterrein.
5.3
Leefbaarheid
Sorghvliet beschikt over voorzieningen zoals een buurthuis, een wijkcentrum en een kinderopvang. Op het gebied van gezondheidszorg zijn de dagelijkse voorzieningen aanwezig: huisartsenpraktijk en apotheek. Voorts zijn in de wijk twee zorggerelateerde multifunctionele centra (MFC): het Adriaan Geerts Wildervanckcentrum aan het Borgerspark en de Breehorn aan het Beneden Westerdiep. Beide hebben een taak voor de oudere en zorgbehoeftige inwoners. In het plangebied van dit bestemmingsplan is een aantal verzorgingshuizen waar extramurale zorg voor ouderen voorzien wordt. Veranderende inzichten met betrekking tot de zorg en ouderenhuisvesting nopen tot een verbrede visie op dergelijke functies. Wat betreft onderwijs zijn er in Sorghvliet diverse scholen gehuisvest: openbare basisschool De Viermaster, protestants-christelijke basisschool 't Haimstee en de rooms-katholieke Mgr. Bekkersschool. Voorts is er in deze wijk gelegen een school voor speciaal onderwijs: de Margaretha Hardenbergschool. Deze school fungeert als voorziening voor leerlingen uit zowel de gehele gemeente als de regio. De jongere leerlingen zijn gehuisvest in
41/207
het gebouw aan het Jan Salwaplein en de leerlingen tot circa 20 jaar in de hoofdlocatie aan de Schoolstraat. Scholen voor voortgezet onderwijs en de Wim Monnereau school voor speciaal basisonderwijs zijn gelegen in andere delen van Veendam.
5.4
Ruimtelijke kwaliteit
Duidelijk herkenbare kwaliteiten binnen het plangebied zijn: de lintbebouwing langs Boven Westerdiep en Boven Oosterdiep, in het bijzonder het beschermde stadsgezicht; de ruimtelijke opbouw en inrichting van het gebied tussen Boven Westerdiep en Boven Oosterdiep en de (gevarieerde) uiterlijke verschijningsvorm van de bebouwing ter plaatse; de ruime en groene opzet van de buurten. Er zijn vier rijksmonumenten binnen het plangebied aanwezig, te weten: Boven Oosterdiep 79 (rooms-katholieke kerk) Boven Oosterdiep 85 en 87 (voormalige smederij, werkplaatsen, kantoor en directeurswoning) Boven Oosterdiep 120 (woonhuis) Boven Oosterdiep, bij 138, K.J. Wilkensbrug (ophaalbrug) Daarnaast zijn binnen het plangebied zeven gemeentelijke monumenten aanwezig, te weten: Boven Oosterdiep 50/52/54 Boven Oosterdiep 119 Boven Oosterdiep 127/129/129A/131/131A Boven Oosterdiep 142 Boven Oosterdiep 144/146 Boven Oosterdiep 148 Boven Oosterdiep 150 Aspecten zoals materiaal- en kleurgebruik van de overige beeldbepalende panden zijn geregeld in de gemeentelijke welstandsbeleidsnota. Zoals hiervoor al is aangegeven, is een deel van het plangebied aangewezen als beschermd stadsgezicht. De bescherming van het stadsgezicht beoogt het treffen van zodanige stedenbouwkundige maatregelen als noodzakelijk om het behoud en het voortbestaan van de karakteristieke gebieden te waarborgen.
Dit bestemmingsplan is mede bedoeld als beschermend plan ex artikel 36, lid 1 van de Monumentenwet. In de regels is rekening gehouden met het beschermde stadsgezicht. Voor dit gebied geldt dat in beginsel de bestaande verschijningsvorm in de zin van hoogte, dakhelling, dakvorm en plaatsing op het bouwperceel gehandhaafd moet blijven. Via een nadere eisenstelsel kan hieraan uitvoering worden gegeven. Tevens is een aanlegvergunningstelsel van toepassing en worden eisen gesteld aan het toetsen van de aanvraag voor een sloopvergunning. Voorts is de regeling gekoppeld aan een cultuurhistorische waarderingskaart voor het stadsgezicht.
42/207
De regeling voor het beschermde stadsgezicht is in de vorm van een dubbelbestemming opgenomen.
5.5
Bedrijven
Veendam heeft veel werkgelegenheid in de industrie, de handel en reparatie, de gezondheids- en welzijnszorg en de zakelijke dienstverlening. Een (kleine) daling is te constateren in bijvoorbeeld industrie, bouwnijverheid, handel en reparatie. De werkgelegenheid in de zakelijke dienstverlening en gezondheids- en welzijnszorg blijkt daarentegen sterk te zijn gegroeid. Uitoefening van bepaalde beroepen aan huis is een algemeen aanvaarde activiteit (huisarts, tandarts et cetera). Het gaat om beroepsuitoefeningen die door hun aard en omvang aanvaardbaar moeten worden geacht binnen het woonmilieu en waarvan mag worden aangenomen dat daarvan geen negatieve invloed uitgaat. Aan huis verbonden bedrijvigheid is niet bij recht mogelijk in het plangebied. Via ontheffing is het onder voorwaarden mogelijk bedrijvigheid te realiseren. Hierbij kan worden gedacht aan kleinschalige, in hoofdzaak dienstverlenende bedrijven. Uitgangspunt is dat de activiteit qua aard en omvang passend moet zijn binnen de woonomgeving. Het centrum van Veendam fungeert als het hoofdwinkelgebied van de gemeente. In vergelijking met steden van vergelijkbare omvang heeft het centrum van Veendam een groter detailhandelsaanbod dan gemiddeld. Dit verschil wordt met name veroorzaakt door een ruimer aanbod in de modisch recreatieve branche. Van de overige branches bevindt zich een vergelijkbaar aanbod in de centra.
5.6
Detailhandel
In het plangebied is detailhandel geconcentreerd in het wijkwinkelcentrum aan de Sorghvlietlaan. Naast inwoners van Sorghvliet maken ook inwoners van het noordelijk deel van Wildervank gebruik van dit winkelcentrum. Wat betreft zakelijke dienstverlening is Sorghvliet in hoofdzaak aangewezen op het centrum van Veendam. In het vigerende bestemmingsplan Sorghvliet (vastgesteld 28-09 2009) zijn de betreffende gronden voor het winkelcentrum bestemd voor Centrum. De gronden zijn onder meer bestemd voor ‘detailhandel’. Onder het doel detailhandel is geen detailhandel in volumineuze goederen begrepen indien de verkoopvloeroppervlakte meer dan 1.500 m² bedraagt. In de bestemming zijn maximaal twee supermarkten begrepen. Op 11 maart 2013 heeft de gemeenteraad een voorbereidingsbesluit genomen waarmee het verboden is het gebruik van de gronden of bouwwerken in het winkelcentrum ‘Sorghvliet’ te wijzigen, indien en voor zover door deze wijzigingen in gebruik het aantal supermarkten meer zal gaan bedragen dan één, dan wel het aantal vierkante meters verkoop verkoopvloeroppervlakte van de bestaande supermarkt zal worden vermeerderd met meer dan 200 m². Met het nemen van het voorbereidingsbesluit wordt voorkomen dat zich in de winkelcentra buiten het kernwinkelgebied ongewenste ontwikkelingen kunnen voordoen.
Na het nemen van een voorbereidingsbesluit moet binnen één jaar het detailhandelsbeleid worden uitgewerkt en vastgelegd door middel van het ter inzage leggen van een ontwerpbestemmingsplan. Het facetbestemmingsplan
43/207
Supermarktlocaties (vastgesteld op 3 maart 2014) voorziet in deze herziening. In de algemene gebruiksregels van het facetbestemmingsplan wordt de nieuwvestiging van supermarkten expliciet uitgesloten en worden nadere gebruiksregels voor de diverse locaties, welke expliciet onderdeel uitmaken van het facetplan, voorgeschreven. De hoofdregel is dat op de gronden in de van toepassing verklaarde bestemmingsplannen geen supermarkten zijn toegestaan, waarop vervolgens middels de daarop volgende gebruiksregels een uitzondering wordt gegeven per locatie. Per locatie wordt het maximum aantal toegestane supermarkten en de maximale winkelvloeroppervlakte van supermarkten voorgeschreven. In onderhavig bestemmingsplan wordt de in het facetplan opgenomen regeling voor winkelcentrum Sorghvliet overgenomen: voor winkelcentrum ‘Sorghvliet’ geldt dat ter plaatse maximaal één supermarkt is toegestaan met een maximaal winkelvloeroppervlak van 1.600 m2. Deze regeling betekent een beperking in de planologsiche mogelijkheden in vergelijking met de regeling als opgenomen in het plan uit 2009. Deze beperking vloeit voort uit uit de detailhandelsstructuurvisie Veendam van juni 2013, ( zie paragraaf 3.3.6) de actualisatie van de gemeentelijke detailhandelsvisie ( zie paragraaf 3.3.7) en is reeds vastgelegd in het factbestemmingsplan Supermarktlocaties.
Figuur: uitsnede voorbereidingsbesluit en uitsnede bestemmingsplan Sorghvliet vastgesteld 28-09 2009
44/207
5.7
Infrastructuur
Sorghvliet wordt via Woortmanslaan - C.W. Lubbersstraat - Dalweg en Sorghvlietlaan - centrumring verbonden met de N33. De N33 zorgt voor de verbinding van de gemeente met de A7 in noordelijke richting en richting Assen in zuidelijke richting. Voor de interne ontsluitingstructuur van Sorghvliet zijn van belang de Sorghvlietlaan, het Skager Rak en de Woortmanslaan en in het oostelijk plangebied de Prins Bernhardlaan en het Boven Oosterdiep. Er is gekozen de wegen (gelegen binnen de bebouwde kom) die op grond van het Mobiliteitsplan zijn aangegeven als Gebiedsontsluitingsweg II (GOW II, 50 km/uur) en Erftoegangsweg I (ETW I, 50 km/uur) te bestemmen als Verkeer. Aan de overige wegen is de categorie Erftoegangsweg II (ETW II, 30 km/uur) toegekend. De verblijfsfunctie staat hier voorop. Deze wegen zijn meegenomen in de diverse gebiedsbestemmingen. Van deze wegen wordt het bestaande systeem van ontsluiting door middel van wegen en paden gehandhaafd behoudens verbetering met het oog op de verkeersveiligheid en/of vermindering van geluidsoverlast. De beoogde verbinding tussen Industrieweg en Bendiksstraat is in het bestemmingsplan als een wijzigingsbevoegdheid opgenomen om dit op termijn te kunnen realiseren. Gebiedsontsluitingswegen II en Erftoegangswegen I in het plangebied zijn: Sorghvlietlaan, Skager Rak, Prins Bernhardlaan, Boven Oosterdiep, Schoolstraat en Bendiksstraat.
De Sorghvlietlaan en het Boven Westerdiep doen dienst als primaire fietsroute. De Woortmanslaan maakt deel uit van het hoofdfietsroutenetwerk van de provincie Groningen. Voor wandelaars en fietsers is het belangrijk dat Borgerswold goed ontsloten is vanuit alle delen van Sorghvliet. Daarvoor zijn doorgaande fiets-/wandelroutes, al dan niet deel uitmakend van een overkoepelende routestructuur, noodzakelijk. Meerdere buslijnen doen het plangebied aan.
45/207
Hoofdstuk 6 6.1
Bestemmingen
Systematiek
Voor het plangebied is gekozen voor een overwegend gebiedsgerichte bestemming. Daarbij zijn de op de verbeelding aan te geven juridisch harde begrenzingen tussen de verschillende functies beperkt tot een aantal essentiële onderdelen. Ten aanzien van de bebouwing is sprake van een vrij grote mate van detaillering in de regels. Hierbij is het bestaande bebouwingsbeeld uitgangspunt. Ten aanzien van de afmetingen van de gebouwen zijn regels gegeven met betrekking tot het bebouwingsoppervlak, de goot- en bouwhoogte, de afstand tot de erfscheiding en dergelijke. Gekozen is om via functieaanduidingen binnen de bestemming woongebieden niet woonbestemmingen toe te voegen. Hiermee wordt het bestemmingsplan flexibeler en na beëindiging van een bedrijfsactiviteit wordt voorkomen dat er een procedure gevoerd moet worden om de bedrijfswoning te wijzigen in een 'reguliere' woning. Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten kennen geen regeling in het plan, aangezien zij reeds een wettelijke bescherming genieten op grond van de Erfgoedwet. Daarnaast zijn rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten vergunningplichtig in de Wabo. Wel is een ontheffingsbevoegdheid voor bijbouwen bij woningen waar niet vergunningsvrij mag worden gebouwd opgenomen. Het gaat hierbij om rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten en gebouwen in het beschermde stadsgezicht.
Indien geen afbreuk wordt gedaan aan de karakteristieke verschijningsvorm van de woningen, kan ontheffing worden verleend voor de bouw van 30 m² extra aan bijbouwen of overkappingen.
6.2
Bestemmingen
De afweging, met betrekking tot de toelaatbaarheid van functies en de omvang en de plaats, is gemaakt bij de voorbereiding van het plan. Dit heeft geresulteerd in de volgende bestemmingen: Bedrijf - Openbaar nut; Bedrijf - Verkooppunt motorbrandstoffen; Centrum; Detailhandel; Gemengd; Groen; Kantoor; Maatschappelijk; Maatschappelijk - Begraafplaats; Recreatie; Verkeer; Water; Woongebied; Woongebied - Uit te werken;
46/207
Waarde - Archeologie 1; Waarde - Archeologie 2; Waarde - Beschermd stadsgezicht. Alvorens wordt ingegaan op een aantal flexibiliteitsbepalingen, worden allereerst ter verduidelijking de algemene bebouwingsbepalingen voor het woongebied opgesomd. De hoofdgebouwen dienen binnen het op de verbeelding aangegeven bouwvlak te worden gebouwd. De diepte van het hoofdgebouw is beperkt tot 15 m, gemeten vanuit de naar de weg gekeerde bouwgrens. Wat betreft de goot- en bouwhoogte zijn op de verbeelding de bijbehorende bouwklassen aangeduid en in de regels zijn de daarbij behorende maximale goot- en bouwhoogte in een bouwschema weergegeven. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens bedraagt minimaal 3 m en de dakhelling bedraagt niet minder dan 30°. Tevens mag niet meer dan 50% van het bouwperceel worden bebouwd. Ten aanzien van bijgebouwen en uitbouwen geldt dat deze ook binnen het bouwvlak dienen te worden gebouwd. Voorts dienen zij te worden geplaatst op een afstand van ten minste 3 m achter de voorgevel van het hoofdgebouw. De maximale goot- en bouwhoogte bedragen respectievelijk 3 m en 6 m. De afstand tot de zijdelingse perceelsgrens is minimaal 1 m (uitgezonderd aaneen gebouwde zijden van woningen). De gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen en uitbouwen bedraagt maximaal 50 m², mits niet meer dan 50% van het bouwperceel wordt bebouwd.
Binnen de woonfunctie zijn aan huis verbonden beroepen toegelaten voorzover de woonfunctie in overwegende mate blijft gehandhaafd. Als voorwaarden gelden onder andere dat de aan huis verbonden activiteiten uitsluitend inpandig mogen worden verricht, maximaal 30% van de oppervlakte van hoofd- en bijgebouwen mag worden gebruikt voor de aan huis verbonden activiteiten met een maximum van 45 m² en dat degene die het aan huis verbonden beroep uitoefent ook bewoner van de woning dient te zijn. Het gebruik mag voorts geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren, dan wel mag geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omringende woonomgeving. De toepassing van de ontheffingsbevoegdheid is beperkt tot incidentele gevallen, waarbij het functioneren van de in de bestemming begrepen doeleinden niet wezenlijk wordt aangetast. In de afweging staat het voorkomen van een onevenredige aantasting van het bebouwingsbeeld, de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en de verkeersveiligheid centraal. Gelet op deze belangen, dient het verlenen van een ontheffing beperkt te blijven tot die situaties waarbij een strikte toepassing van de regel leidt tot een beperking van een doelmatig gebruik overeenkomstig de bestemming die niet door dringende redenen wordt gerechtvaardigd.
Het gebruik mag voorts geen ernstige hinder voor het woonmilieu opleveren, dan wel mag geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omringende woonomgeving. Voor de meeste bestemmingen geldt een algemene regeling zoals ook in andere bestemmingsplannen in de gemeente Veendam is opgenomen. Een viertal bestemmingen wordt hieronder nader toegelicht.
47/207
Woongebied - Uit te werken (Artikel 16) Een gedeelte van het Wilkensterrein heeft de bestemming Woongebied - Uit te werken gekregen. De gemeente Veendam is voornemens om hier woningbouw toe te staan. In het huidige bestemmingsplan Bedrijventerrein (vastgesteld 7 november 2011) heeft dit perceel de bestemming Bedrijventerrein - Industrie. Bedrijven tot milieucategorie 2 mogen zich op dit perceel vestigen. Ook ligt op het perceel een geluidszone waarin bepaald is dat de geluidsruimte 50 dB/m² mag bedragen. Ten slotte geldt er een dubbelbestemming Waarde - Archeologie 1 wat betekent dat eerst via archeologisch bureauonderzoek aangetoond moet worden of de bodem dieper dan 40 cm en meer dan 50 m² verstoord mag worden. Waarde - Archeologie 1 en 2 Op de beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorie zijn meerdere gebieden in het plangebied aangewezen als cultureel waardevol. In de beleidsnotitie worden deze objecten beschreven en is er een voorstel opgenomen hoe deze objecten planologisch te beschermen. De op de ‘Beleidskaart Archeologie en Cultuurhistorie’ aangegeven archeologische (verwachtings)waarden en cultuurhistorische en cultuurlandschappelijke waarden krijgen een planologische bescherming in ruimtelijke plannen.
In bestemmingsplannen worden deze waarden en verwachtingen gekoppeld aan de volgende dubbelbestemmingen: Waarde – archeologie 1 (WR - A1): gebieden van archeologische en cultuurhistorische waarde (AMK-terreinen, veenborgen en buitenplaatsen; oude kerken, pastorieën, synagoge en begraafplaatsen); Waarde – archeologie 2 (WR - A2): gebieden van archeologisch belang (historische kernen en bebouwing en vallaten; boerderijplaatsen; cultuurhistorisch en landschappelijk waardevolle waterlopen; oude wegen). Waarde - Archeologie 1 (Artikel 17) Bij deze terreinen dient gestreefd te worden naar behoud van de archeologische en cultuurhistorische waarden. Bij terreinen die grotendeels bebouwd zijn, zijn bodemingrepen (bijvoorbeeld wegreconstructies, de aanleg van nieuwe riolering en aan- en herbouw) niet of nauwelijks te voorkomen. In dergelijke gevallen dienen de bodemingrepen tot een minimum te worden beperkt. Voor verstoring van de bodem groter dan 50 m² dient een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd te worden. In alle gevallen geldt tevens dat bij ingrepen dieper dan 40 cm onder maaiveld (-Mv) op deze terreinen archeologisch bureauonderzoek noodzakelijk is. Waarde - Archeologie 2 (Artikel 18) Binnen deze bestemmingen vallen ook de historische kernen, bebouwing en vallaten, waaronder het beschermd stadsgezicht.
Het bodemarchief van het beschermd stadsgezicht wordt deels via de dubbelbestemming Waarde Archeologie 2 beschermd. De bebouwing wordt beschermd via de dubbelbestemming Waarde - Beschermd stadsgezicht Oosterdiep. In ruimtelijke plannen dient voor cultuurlandschappelijk waardevolle lijnelementen en cultuurhistorische en landschappelijk waardevolle waterlopen een breedte van 7 m aangehouden te worden. Bij ingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 40 cm -Mv dient in deze gebieden een bureauonderzoek te worden uitgevoerd. Waarde - Beschermd stadsgezicht Oostdiep (Artikel 19) Het beschermde stadsgezicht is opgenomen in een dubbelbestemming Waarde - Beschermd stadsgezicht
48/207
Oosterdiep. Hierin zijn de specifieke kenmerken van het gebied opgesomd en worden naast de reeds genoemde nadere eisen door middel van een aanlegvergunning en eisen voor een sloopvergunning instrumenten voor bescherming van de karakteristieke waarden van het gebied geboden.
49/207
Hoofdstuk 7 7.1
Uitvoerbaarheid
Uitvoering
7.1.1 Maatschappelijk In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft. Inspraak en overleg Het voorontwerpbestemmingsplan 'Sorghvliet' heeft vanaf 6 december 2018 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen. Ook is in het kader van het Overleg ex artikel 3.1.1. van het Bro het voorontwerp van het bestemmingsplan verzonden naar de wettelijke overleginstanties, te weten de Provincie Groningen, het Waterschap Hunze en Aa's en de Veiligheidsregio Groningen. In totaal zijn er 3 overlegreactie en 3 inspraakreacties ingediend. In de 'Reactienota Inspraak en Overleg bestemmingsplan Veendam Sorghvliet' zijn de reacties kort samengevat en van een gemeentelijke reactie voorzien. Wanneer de inspraak- of overlegreacties aanleiding gaven tot aanpassing van het plan, zijn deze aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan doorgevoerd. De reactienota Inspraak en Overleg is opgenomen als bijlage 9 bij de toelichting. Het bestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg op 27 september 2023 opnieuw naar de provincie toegestuurd. De inhoud van het plan geeft de provincie geen aanleiding opmerkingen te maken. De vooroverlegreactie van de provincie (dd. 19 oktober 2023) is als bijlage 10 opgenomen bij de toelichting.
Zienswijze Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt 6 weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te stellen tegen het besluit en het plan. 7.1.2 Economisch en Financieel Het onderhavige plan is een conserverend plan. Uitvoeringskosten zijn daarom niet aan de orde. Een exploitatieplan is voor dit bestemmingsplan dan ook niet nodig. Mochten zich in de toekomst toch ontwikkelingen voordoen waarbij de gemeente kosten moet maken, dan zullen die uitsluitend onder de uitwerkingsplicht of wijzigingsbevoegdheden vallen. Er zal dan eerst worden bezien of een kostenverhaalsovereenkomst kan worden gesloten. In het uiterste geval kan worden overwogen om bij wijzigingsbevoegdheden een exploitatieplan vast te stellen. Dat is geen uitgangspunt en gezien de ontwikkelingsmogelijkheden niet de verwachting.
50/207
7.2
Handhaving
Ten aanzien van het onderwerp handhaving is in de gemeente Veendam een Handhavingsnota opgesteld. Hierin wordt ingegaan op de wijze waarop wordt toegezien op naleving van de binnen de gemeente geldende regels. Op basis van deze nota zal een uitvoeringsprogramma worden opgesteld op basis waarvan de handhaving in de praktijk wordt vormgegeven. Voor de inhoud van het beleid met betrekking tot de handhaving van het bestemmingsplan wordt op deze plaats dan ook volstaan met een verwijzing naar deze nota.
51/207
52/207
Bijlagen toelichting
53/207
54/207
Bijlage 1
55/207
Advies geluid Omgevingsdienst Groningen
Advies geluid Intern Advies Bevoegd gezag
: Gemeente Veendam
Datum
: 15-06-2017
Kenmerk VTH/DMS
:
LOS-nummer
: Z2017-00006607-001
Aan
: Nynke Jager
Van
: Robert Laan
Collegiale toetser
: Oebele Kunnen
Onderwerp / Locatie
: Bestemmingsplan Veendam - Sorghvliet
Inleiding De gemeente Veendam stelt het bestemmingsplan Sorghvliet vast. Het bestemmingsplan voorziet in hoofdzaak in een conserverende regeling voor de bestaande situatie. Daarnaast wordt een aantal nieuwe
(perceelsgebonden)
ontwikkelingen
die
zich
hebben
voorgedaan
(of
nóg
voordoen)
meegenomen in het bestemmingsplan. Bij het aspect geluid in het bestemmingsplan gaat het om het ruimtelijk mogelijk maken van aan de ene kant bronnen van geluid en aan de andere kant geluidsgevoelige bestemmingen. De bronnen van geluid die in dit bestemmingsplan van belang zijn, zijn volgens de toelichting: wegverkeer en industrie.
Beoordeling Wegverkeer Via hoofdstuk 'VI Zones langs wegen' biedt de Wet geluidhinder (Wgh) in het ruimtelijk spoor bescherming tegen wegverkeerslawaai aan geluidsgevoelige bestemmingen. Bij de bouw van geluidsgevoelige bestemmingen binnen deze zone dient akoestisch onderzoek plaats te vinden. Dit geldt niet voor wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied en wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of burgemeester en wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor woningen binnen een zone als hoogst toelaatbare geluidsbelasting van de gevel 48 dB (Wet geluidhinder 2006). Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijke betrekking heeft op grond behorende bij een zone,
moet
een
akoestisch
onderzoek
worden
uitgevoerd.
Indien
de
geluidsbelasting
de
voorkeursgrenswaarde van 48 dB te boven gaat, kunnen burgemeester en wethouders, mits gemotiveerd,
een hogere waarde
vaststellen
(artikel
83 van
de
Wet
geluidhinder). In
dit
bestemmingsplan zijn geen nieuwe ontwikkelingen opgenomen die betrekking hebben op de realisatie van geluidsgevoelige bestemmingen binnen de zones langs wegen.
Industrie In 1991 is voor Veendam ten gevolge van het industriegeluid van het oostelijk gelegen industrieterrein waar A-inrichtingen werden toegestaan, een 50 dB(A)-geluidszone vastgesteld. De zone ligt om alle gezoneerde terreinen. De geluidszone is vastgelegd in het facetbestemmingsplan 'Zone industrielawaai Veendam en Menterwolde'. Het plangebied ligt deels binnen de geluidszone. De ligging van de geluidszone is op de verbeelding aangegeven. Nieuwbouw van woningen binnen deze zone dient
Advies geluid
vergezeld te worden van een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting die door woningen binnen de zone door het industrielawaai wordt ondervonden. Voor het gebied aangeduid als Wilkensterrein is een ontwikkeling voorzien die resulteert in de bouw van woningen binnen deze 50 dB(A)-geluidszone. Hiervoor is een uitwerkingsverplichting opgenomen waarmee woningbouw mogelijk gemaakt wordt. De toetsing van deze woningen aan de grenswaarden uit de Wgh en de boordeling van akoestisch woon- en leefklimaat heeft onlangs, op 16 mei 2017, plaatsgevonden door collega Erik Halsema. Dit heeft ook voor het onderdeel wegverkeer plaatsgevonden. De conclusie van de beoordeling is dat op de maatgevende gevels van de geprojecteerde woningen de geluidsbelasting als gevolg van het industrieterrein ten hoogste 53 dB(A) bedraagt en als gevolg van het wegverkeer en hoogste 57 dB Lden en dat wordt geadviseerd hogere geluidsbelastingen toe te staan met een hogere waarden procedure. De beoordeling en het advies zijn weergeven in de notitie met LOS nummer Z201700004595, d.d. 16 mei 2017. Tot slot. In de toelichting is niets vermeld over de invloed van het railverkeer op het plangebied; het geluid afkomstig van het railverkeer over het traject Stadskanaal - Zuidbroek aan de oostzijde van het plangebied. Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de zonekaart wordt in art.
1.4 Bgh de omvang van de geluidzone geregeld. De zone strekt zich uit vanaf de as van de spoorweg tot de breedte aan weerszijden van de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven op die kaart. Deze afstand is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond op het betrokken referentiepunt. Uit het geluidregister blijkt dat deze kleiner is dan 56 dB Lden, zodat de breedte van de zone 100 meter is. Het plangebied is niet binnen deze zone gelegen, zodat het geluid van railverkeer geen rol speelt.
Advies De voorliggende notitie geeft geen aanleiding tot het bijstellen van het bestemmingsplan.
Gemeente veendam Pag 2 van 2
58/207
Bijlage 2
59/207
Advies milieuzonering Omgevingsdienst Groningen
Advies
Onderwerp:
een adviesvraag voor het actualiseren van een bestemmingsplan
Opsteller:
N. Jager
Datum:
22-05-2017
zaaknummer:
Z2017-00006607
bevoegd gezag:
Gemeente Veendam
zaaknummer BG:
Adviesaanvraag m.b.t. ruimtelijk plan
Inleiding. De gemeente Veendam wil het bestemmingsplan Sorghvliet actualiseren. Hierbij moet de goede kwaliteit van het leefmilieu worden gehandhaafd en bevorderd. Dit gebeurt onder andere door middel van milieuzonering. Onder milieuzonering wordt verstaan het aanbrengen van een voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen en recreëren anderzijds. De ruimtelijke scheiding bestaat doorgaans uit het aanhouden van een bepaalde afstand tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Milieuzonering heeft twee doelen: •het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van hinder en gevaar bij woningen en andere gevoelige functies; •het bieden van voldoende zekerheid aan bedrijven dat zij hun activiteiten duurzaam onder aanvaardbare voorwaarden kunnen uitoefenen. Het bepalen van de aan te houden afstanden wordt gedaan aan de hand van de VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBI-code gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar.
De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie en daarmee ook voor de uiteindelijke richtafstand. De afstanden worden gemeten tussen enerzijds de grens van de bestemming die de milieubelastende functie(s) toelaat en anderzijds de uiterste situering van de gevel van een milieugevoelige functie die op grond van het bestemmingsplan mogelijk is. De lijst geeft echter enkel richtafstanden. Omdat bedrijven onderling verschillen en ook de milieubelasting van elkaar verschillen, kan in de praktijk van deze afstanden worden afgeweken zonder dat sprake hoeft te zijn van overlast. Milieuzonering Er is sprake van een conserverend bestemmingsplan, de percelen houden over het algemeen de bestemming die ze al hadden. De afstanden tussen aanwezige bedrijven en woningen zijn over het algemeen zodanig dat er bij de woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat en dat de bedrijven niet in hun activiteiten worden belemmerd. In de praktijk blijkt echter dat in een aantal gevallen percelen met een woonbestemming niet langer in gebruik zijn als woning (zoals in het bestemmingsplan) maar (deels) als detailhandel
of horeacagelegenheid. Dit geldt onder andere voor het gebied aan het Boven Oosterdiep. Hier is mogelijk sprake van een illegale situatie. In de toelichting bij het bestemmingsplan wordt niet aangegeven hoe hier mee wordt omgegaan. Advies: De bestemmingen die zijn opgenomen op de bestemmingsplankaart blijken op een aantal percelen niet meer overeen te komen met de feitelijke situatie. Geadviseerd wordt de situaties waar het feitelijke gebruik afwijkt van het bestemmingsplan in kaart te brengen en aan te geven hoe hier mee zal worden omgegaan.
62/207
Bijlage 3
63/207
Advies Lucht Omgevingsdienst Groningen
Advies Onderwerp:
Advies lucht iz bestemmingsplan Sorgvliet
Opsteller:
H. Brinkman
Datum:
18 mei 2017
zaaknummer:
Z2017-00008583
bevoegd gezag:
Gemeente Veendam
Inleiding. De gemeente Veendam stelt het bestemmingsplan Sorgvliet vast. Voor wat betreft de luchtkwaliteit dient een besluit, genoemd in art 5.16 lid 2 Wm, conform art 16 lid 1 te worden onderbouwd. Beoordeling. Dit bestemmingsplan betreft hoofdzakelijk een conserverend bestemmingsplan. Dat betekent dat de consequenties voor de luchtkwaliteit beperkt zijn. Daarom kan betoogd worden dat deze wijziging in ieder geval geen invloed heeft op de luchtkwaliteit. Als daar echter aan voorbij wordt gegaan en een formele beoordeling wordt gevolgd (zoals de ruimtelijke onderbouwing doet) kan het volgende geconcludeerd worden. Terecht stelt de ruimtelijke onderbouwing dat de omvang van het plan zo klein is dat in ieder geval voldaan wordt aan de eisen voor NIBM. Daarom hoeft ten aanzien van de componenten NO2 en fijn stof PM10 geen nader onderzoek te worden uitgevoerd. Voor zeer fijn stof PM2,5 bestaat geen standaard NIBM-benadering. Echter, de achtergrondconcentratie PM2,5 ter plaatse is zo gering dat als aangenomen wordt dat de gehele PM10-belasting (op NIBM-niveau) van de omgeving bestaat uit PM2,5, nog steeds voldaan wordt aan de luchtkwaliteitseis ten aanzien van PM2,5. Voor andere componenten bestaat geen aanleiding om een belasting van de omgeving door de realisatie van dit plan te verwachten.
Verder is, omdat er in de omgeving al bewoning mogelijk is, het ook niet mogelijk dat nabijgelegen bedrijven geconfronteerd worden met strengere luchtkwaliteitseisen, ook nu moet al aan de eisen worden voldaan. Hiermee is aannemelijk gemaakt dat de luchtkwaliteit geen belemmering vormt voor de besluitvorming. Advies: De voorliggende notitie geeft geen aanleiding tot het bijstellen van het bestemmingsplan.
Bijlage 4
65/207
Beleidskaart archeologie en cultuurhistorie Veendam (2022)
Beleidskaart archeologie gemeente Veendam (bijgewerkt t/m 31 december 2021)