CConstaterende datVeendam
Koppel je AI →
Document · PDF

06-02 Beleidsplan en begroting 2023

Commissie Sociaal Domein 2 mei 2023, gemeente VeendamBij agendapunt: Raadsvoorstel: Begroting Winkler Prins.15.697 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Scholing De cao vo kent een jaarlijks geldbedrag toe aan alle medewerkers t.b.v. hun professionalisering. Hiervan worden individuele scholingswensen gefinancierd als ook centrale scholingsactiviteiten. Het scholingsbudget voor 2023 bedraagt € 177.000. Uitgangspunt is dat iedere medewerker zijn/haar individuele scholingsbudget kan opnemen. Hierbij wordt geen correctie gedaan naar werktijdfactor (i.t.t. hetgeen in de cao staat). Daarnaast biedt het NPO-budget aanvullend voldoende ruimte voor aanvullende scholingswensen, individueel dan wel voor teamscholing. De WP-academie vervult een spilfunctie tussen scholingsvragen van en -aanbod voor medewerkers.

20

Beleidsplan en begroting 2023

Ontwikkeling leerlingenaantallen Nagenoeg alle Nederlandse vo-scholen hebben te maken met krimp. De verwachting is dat het leerlingaantal voor onze school tot ongeveer 2025 min of meer stabiel zal blijven. Voor de periode 2026 tot 2032 is een daling van het leerlingaantal voorzien van ongeveer 15 - 20%. Leerlingprognose Winkler Prins per 1 oktober

2022

2023

2024

2025

2026

Regulier PRO Totaal

1.850 101 1.951

1.826 97 1.923

1.845 98 1.943

1.806 96 1.902

1.789 95 1.884

Mutatie in aantal t.o.v. t-1 Cumulatieve mutatie in aantal t.o.v. 2020 Mutatie in % t.o.v. 2020 Cumulatieve Mutatie in % t.o.v. 2020

0 0 0% 0%

-28 -28 -1% -1%

20 -8 1% 0%

-41 -49 -2% -3%

-18 -67 -1% -3%

N.B. leerlingaantallen op 1-10-2022 zijn de basis voor de bekostiging in 2023; 1-10-2023 dus voor 2024 enz.

Historisch overzicht aantallen leerlingen, medewerkers en leerling-leraarratio Onderstaand overzicht geeft een beeld van de ontwikkeling van de aantallen leerlingen, medewerkers (onderverdeeld naar categorie) en de leerling-leraarratio over de afgelopen jaren. De leerling-leraarratio is een indicatie van het aantal leerlingen per leerkracht. De leerling-leraarratio is niet hetzelfde als de gemiddelde groepsgrootte. Er is immers ook onderwijsondersteunend personeel op school aanwezig dat niet direct voor de klas staat, maar andere belangrijke onderwijstaken in en rond de klas vervult, zoals onderwijsassistenten en praktijkassistenten. De leerling-leraarratio van Winkler Prins wordt vergeleken met de landelijke leerling-leraarratio zoals deze te vinden is bij het ministerie van OCW/ DUO. Hieruit is af te leiden dat de leerling-leraarratio het afgelopen jaar is gedaald t.o.v. het jaar daarvoor: van 13,6 naar 13,3 Ten opzichte van de benchmark (14,6) is dat gunstig. Datum

Leerling aantal incl vavo

Leerling aantal excl vavo

Fte totaal

Fte directie

Fte OOP

Fte OP

Leerlingen/ fte totaal

Leerlingen/ fte OP

Benchmark leerlingen/ fte OP

Okt. 2010

2.022

2.011

219,9

12,0

49,2

158,7

9,1

12,7

14,4

Okt. 2011

1.980

1.972

202,9

12,0

45,8

145,1

9,7

13,6

14,9

Okt. 2012

2.023

2.017

202,4

8,0

42,7

151,7

10,0

13,3

15,3

Okt. 2013

2.068

2.061

197,0

9,0

42,3

145,7

10,5

14,1

15,4

Okt. 2014

2.079

2.074

201,0

9,0

44,0

148,0

10,3

14,0

15,4

Okt. 2015

2.138

2.131

201,6

8,0

42,1

151,5

10,6

14,1

15,4

Okt. 2016

2.061

2.057

197,6

8,0

42,9

146,8

10,4

14,0

15,4

Okt. 2017

1.975

1.970

195,0

9,2

41,4

144,4

10,1

13,6

15,4

Okt. 2018

2.018

2.011

197,3

10,0

43,3

144,0

10,2

14,0

15,3

Okt. 2019

2.053

2.050

194,4

10,0

42,1

142,3

10,5

14,4

15,2

Okt. 2020

1.969

1.968

187,0

10,0

40,1

136,9

10,5

14,4

15,1

Okt. 2021

1.962

1.960

196,8

9,5

43,4

144,0

10,0

13,6

14,6

Okt. 2022

1.951

1.951

199,5

10,1

43,1

146,5

9,8

13,3

nnb

Bron landelijke benchmark: https://www.onderwijsincijfers.nl/kengetallen/onderwijs-algemeen/personeel/leerling-leraar-ratio

Beleidsplan en begroting 2023

21

Schoolkosten en vrijwillige ouderbijdrage Het voortgezet onderwijs in Nederlands is bijna geheel kosteloos voor leerlingen en hun ouders. Wij doen ons best zo weinig mogelijk kosten bij ouders in rekening te brengen door veel kosten voor rekening van de school te laten vallen. De volgende soorten schoolkosten worden onderscheiden: 1. Kosten voor school: het gaat om lesmateriaal dat een leerling gedurende het schooljaar nodig heeft, waaronder leerboeken, werkboeken, digitaal lesmateriaal, examentrainingen en examenbundels. 2. Kosten voor ouders: het gaat hierbij om kosten voor voorgeschreven persoonsgebonden materiaal dat langer dan een jaar meegaat, waaronder rekenmachine, schrift, multomap, pennen en dergelijke, gereedschap, sportkleding, praktijkkleding. De kosten verschillen per deelschool/leerjaar. 3. Elektronische informatiedragers: scholen kunnen ouders vragen een device (laptop of iPad) aan te schaffen. Als ouders dit niet (kunnen) doen, moet de school voor een volwaardig alternatief zorgen. 4. Vrijwillige ouderbijdrage: scholen kunnen ouders een vrijwillige ouderbijdrage vragen voor extra activiteiten. Als ouders deze bijdrage niet voldoen, dan mag de school een leerling niet uitsluiten van deelname. De kosten voor activiteiten binnen het verplichte programma moeten door de school worden betaald.

De school kan besluiten een activiteit niet door te laten gaan als er onvoldoende financiering voor is. Het gaat hierbij om schoolreizen, kampeerweken en internationale uitwisselingsactiviteiten. Onze school kent een rijke cultuur van schoolreizen, internationale uitwisselingsactiviteiten en kampeerweken. In het voorjaar van 2022 zijn deze activiteiten weer opgepakt. Elke leerling kan aan deze activiteiten deelnemen, ongeacht of zijn/haar ouders de kosten hiervan willen of kunnen betalen. De kosten hiervoor zijn afhankelijk van de reis en verschillen per deelschool. Ouders ontvangen per activiteit een betalingsverzoek. De school kan besluiten een activiteit niet door te laten gaan als er onvoldoende financiering voor is. Binnen onze school is een aantal financiële coaches actief die ouders kunnen ondersteunen bij kosten voor ouders (categorie 2), het onderzoeken van betalingsregelingen en financieringsmogelijkheden bij de aanschaf van een elektronische informatiedragers (categorie 3) en de schoolreizen, kampeerwerken en internationale uitwisselingsactiviteiten (categorie 4). Huisvesting Ooit, in januari 2006 aan de vooravond van een grote renovatie, brandde de techniekvleugel van de locatie Pinksterstraat af. Op deze plek bevindt zich nu een supermarkt en parkeerterrein.

Deze brand was de aanleiding voor het toenmalige schoolbestuur en gemeentebestuur om te besluiten de techniekvleugel niet op dezelfde plek te herbouwen, maar over te gaan op een compleet nieuwe huisvesting op het gebied bij de hoofdlocatie aan de Raadsgildenlaan. The rest is history. In januari 2023 vinden de laatste activiteiten in het kader van deze huisvestingstransitie plaats met de verhuizing van de deelscholen mavo, havo en vwo naar de volledig gerenoveerde hoofdlocatie en de ingebruikname van de nieuwe sporthal. We rekenen er op dat het voorjaar 2023 nog wel nodig zal zijn voor het afronden en het inregelen van de verhuizing en verbouwde locatie maar na 17 lange jaren zetten we in 2023 dan toch een punt achter deze grote transitie. Winkler Prins en Veendam beschikken dan over een prachtig leer- en sportpark waar de komende generaties leerlingen voortgezet onderwijs kunnen volgen. Daarmee komt voor m.n. directie en stafdiensten een einde aan de grote inzet van menskracht die de afgelopen jaren nodig waren om dit proces tot een goed einde te brengen. Huisvestingslasten De nieuwe huisvesting brengt ook een vermindering van de brutovloeroppervlakte met zich mee. De verwachting was dat deze vermindering een positief effect zou hebben op de exploitatielast van de schoolgebouwen. In 2022 is als gevolg van de oorlog in Oekraïne alles anders geworden.

Beschikbaarheid van menskracht en materialen is niet meer vanzelfsprekend en alles is vaak veel duurder. De energiemarkt staat volledig op de kop: de prijzen voor gas en elektriciteit zijn een zware last voor iedereen geworden. Gelukkig kunnen we als school profiteren van een aantal in het verleden gemaakte keuzen. Zo hebben we enige jaren geleden tot en met 2025 een prijsafspraak voor energie via een centrale inkoop gesloten. Wel loopt het percentage vast/variabel de komende jaren af. Daarnaast hebben we de afgelopen jaren steeds geïnvesteerd in zonnepanelen. We genereren hiermee ondertussen zo’n 280.000 kwu per jaar, ongeveer 35% van ons geschatte elektriciteitsgebruik. Daartegenover staat dat aanbestedingsvoordelen bijna niet meer te behalen zijn. Vaak mogen we al blij zijn dat het werk uitgevoerd wordt. We moeten afwachten of en zo ja, welke invloed deze ontwikkelingen

22

Beleidsplan en begroting 2023

hebben op de meerjarenbegrotingen van onze school. Gelukkig beschikken we over grotendeels nieuwe, eigentijdse huisvesting. Voor 2023 is voor de huisvestingslasten (en dan m.n. de energie) een inschatting gemaakt. De komende jaren moeten we ervaringscijfers opdoen met onze nieuwe huisvesting om daarna te komen tot meer voorspelbare huisvestingslasten. Onderhoud gebouwen Zoals gesteld, beschikken we nu over moderne huisvesting en daarmee is de lange periode van nieuwbouw en renovatie aan gebouwen voorbij. 2023 zal nog wel veel inzet vragen van de afdelingen facilitair/ict voor het inregelen van de installaties maar het einde is toch in zicht. De locaties Jan Salwaplein en Parallelweg behoeven de komende jaren nog wel steeds aandacht. Ook zou koeling en ventilatie op deze locaties op termijn nodig zijn in verband met de eisen aan frisse lucht in de gebouwen. Op den duur zal ook de nieuwe huisvesting onderhoud behoeven. Om daar tijdig op voorbereid te zijn, zullen we in 2023 een nieuwe meerjarenonderhoudsplanning laten maken. Investeringen De afgelopen jaren hebben we fors geïnvesteerd in de nieuwe huisvesting en de daarbij horende voorzieningen. Daarmee is een einde gekomen aan het grote investeringsprogramma van de afgelopen jaren. Dit programma hebben we kunnen uitvoeren met behoud van een goede financiële positie voor de school.

Alle financiële ratio’s van het ministerie zijn in orde. De energiezuinige gebouwen zijn voorbereid op de toekomst. De komende jaren zullen we het investeringsniveau terugbrengen naar een structureel lager niveau per jaar om de daarmee samenhangende afschrijvingslast niet te veel te laten oplopen. Liquiditeit De liquiditeit in 2022 zal licht stijgen. In 2024 daalt de liquiditeit dan fors als gevolg van het opnemen van de door de overheid vooruitbetaalde subsidie NPO. De jaren daarna loopt de liquiditeit dan weer langzaam op, bij ongewijzigd beleid (zie hiervoor ook hoofdstuk 6 met de Meerjarenbegroting) Verwachte ontwikkeling liquiditeit in 2023 Verwachte eindstand 31-12-2022 Resultaat 2023 exclusief afschrijvingen/egalisatie/rente

€

612.000

Investeringen

€

-355.000

Aflossing lening Noorderpoort

€

-30.000

Verwachte eindstand 31-12-2023

Beleidsplan en begroting 2023

€

6.061.000

€

6.288.000

23

6. BEGROTING 2023: TOTAALOVERZICHT EN TOELICHTING Begroting 2023: totaaloverzicht Hieronder volgt het totaaloverzicht van de begroting 2023, afgezet ten opzichte van een aantal jaren daarvoor, inclusief een toelichting op de baten en de lasten. De integrale begroting 2023 is in een apart document beschikbaar. Begrotingsonderdelen

Begroting 2023

Begroting 2022

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Baten € 20.830.000

€ 19.026.000

€ 21.479.004

Overige rijksbijdragen-/subsidies €

Rijksbijdragen € 22.359.000 -

€

-

€

9.000

€

14.338

Overige baten €

472.000

€

407.000

€

511.000

€

504.549

Totaal baten

€ 22.831.000

€ 21.237.000

€ 19.546.000

€ 21.997.891

Lasten Personele lasten € 18.690.000

€ 17.212.000

€ 16.104.000

€ 16.575.626

Afschrijvingen €

870.000

€

770.000

€

696.000

€

Huisvestingslasten €

1.065.000

€

1.011.000

€

1.078.000

€

897.040

Overige instellingslasten €

2.408.000

€

2.570.000

€

2.091.000

€

1.898.030

770.115

Totaal lasten

€ 23.033.000

€ 21.563.000

€ 19.969.000

€ 20.140.811

Saldo baten en lasten

€

€

€

€

1.857.080

-202.000

-326.000

-423.000

Financiële baten en lasten Financiële baten €

-

€

-

€

-

€

188

Financiële lasten €

-

€

-

€

-

€

-

Saldo financiële baten en lasten

€

-

€

-

€

-

€

188

Nettoresultaat

€

-202.000

€

-326.000

€

-423.000

€

1.857.268

€

91.000

€

169.489

€

48.000

€

63.000

€

22.825

€

-58.000

Bestemmingsreserve aanvullende bekostiging Bestemmingsreserve maatwerktrajecten Vorming bestemmingsreserve NPO

€ -1.150.473 €

Vorming bestemmingsreserve EHK Vorming bestemmingsreserve Capaciteitstesten Vorming bestemmingsreserve verlenging aanvullende bekostiging

Nettoresultaat na bestemmingsreserves Rentabiliteit na bestemmingsreserve

€

-212.000 -0,9%

€

59.000

€

-113.000 -0,5%

€

-423.000 -2,2%

-80.381

€

-44.462

€

-147.000

€

627.266 2,9%

Toelichting baten Rijksbijdragen De Rijksbijdragen (van € 22.359.000) zijn het totaal van onder andere vereenvoudigde bekostiging, Subsidie Sterk Techniek Onderwijs, lerarenbeurzen, bijdragen Samenwerkingsverband GO 20.02, de Prestatiebox en de Nationaal Programma Onderwijs gelden. De inkomstenberekeningen 2023 zijn gemaakt op basis van de leerlingenaantallen per 1 oktober 2022. Bij het berekenen van de lumpsum is rekening gehouden met de laatste informatie vanuit de rijksoverheid (Staatscourant), informatie vanuit de VO-raad en het samenwerkingsverband GO 20.02. In tegenstelling tot voorgaande begrotingsjaren is een extra bedrag ad € 239.000 opgenomen als verwachte baten in 2023 ter dekking van de indexatie van de CAO-stijging 2022. Overige overheidsbijdragen en -subsidies De Overige overheidsbijdragen en -subsidies betreffen een deel van de in het verleden ontvangen doelsubsidies, waarmee een deel van de afschrijvingslasten wordt gedekt. Overige baten In totaal wordt € 472.000 aan Overige baten begroot. Het betreft hier onder andere: • de bijdragen aan werkweken en excursies, • uit de balans vrijvallende bedragen van in het verleden ontvangen doelsubsidies. Hiermee wordt een deel van de afschrijvingslasten gedekt.

24

Beleidsplan en begroting 2023

Toelichting lasten Personele lasten De lonen en salarissen zijn gebaseerd op de formatieplanning voor het schooljaar 2022 - 2023. Deze kosten zijn gebaseerd op de uitgegeven formatie in de salarismaand september 2022. De berekeningssystematiek maakt gebruik van de actuele gegevens van de database met personeelsgegevens, gebaseerd op de meest actuele salaristabellen en secundaire arbeidsvoorwaarden. In de begroting 2023 is tevens rekening gehouden met de verhogingen en overige afspraken (zoals werkdrukvermindering en professionalisering) uit het Cao-akkoord van 2022. In de begroting is geen rekening gehouden met mogelijke premiewijzigingen in 2023 in de sociale lasten en/of in de pensioenen. Bij de baten voor 2023 is daar ook geen rekening mee gehouden. In de begroting 2023 is uitgegaan van een gelijkblijvend aantal medewerkers gedurende het gehele jaar. Naast de lonen en salarissen zijn er nog aanvullende personele lasten. Hierbij gaat het onder andere om uitgaven voor vervanging, het uitbesteden van bepaalde werkzaamheden, scholing en overige personele kosten. Afschrijvingen De Afschrijvingen zijn het totaal van de lasten van de huidige activa plus de afschrijvingslasten van de verwachte investeringen voor 2023. In het aanschafjaar wordt een halve afschrijvingstermijn gehanteerd.

De afschrijvingslasten hebben als kenmerk dat de lasten van reeds geïnvesteerde activa in de toekomst niet meer te beïnvloeden zijn. In de begroting is rekening gehouden met de bijdrage aan de renovatie van Raadsgildenlaan 1, de eerste inrichting daarvan en de bouwkosten van een sporthal, welke beide eind 2022 worden opgeleverd. De afschrijvingslast voor 2022 is als volgt onderverdeeld: Verdeling afschrijvingslast Afschrijvingslast investeringen t/m 2022 Afschrijvingslast investeringen 2023

€ €

843.000 27.000

Totale afschrijvingslast

€

870.000

Huisvestingslasten De Huisvestingslasten bedragen € 1.065.000. De voornaamste kosten die hier zijn begroot zijn Huren, Onderhoud, Schoonmaakkosten, Aanschaf klein inventaris, Gas, water, elektra en Heffingen. In tegenstelling tot voorgaande jaren is ook een bedrag ad € 134.000 opgenomen voor de kosten van de WOZ-belasting. Dit bedrag is ook opgenomen in de baten, omdat we dit bedrag weer terug kunnen factureren aan de gemeente Veendam. Overige instellingslasten De Overige instellingslasten bedragen € 2.408.000 en bestaan onder andere uit de uitgaven van Vakgroepen, Leermiddelen, Administratie beheer en bestuur, Uitgaven werkweken en excursies en Overige instellingslasten. Toelichting Financiële baten en lasten Het Saldo financiële baten en lasten is begroot op € 0. Om te vermijden dat we rente moesten betalen over onze financiële middelen zijn we in 2020 overgestapt op Schatkistbankieren. Dat houdt in dat we onze financiële middelen aanhouden bij het ministerie van Financiën (de schatkist). Toelichting saldo exploitatie Het nettoresultaat bedraagt - € 202.000. Er zijn echter € 48.000 aan loon- en personeelskosten begroot, die worden besteed uit de extra bekostiging Samenwerkingsverband in 2020. In deze begroting is ook voor € 58.000 meer baten opgenomen dan kosten. Dit bedrag wordt dan toegevoegd aan de bestemmingsreserve.

Het nettoresultaat na bestemmingsreserve wordt dan - € 212.000. De rentabiliteit komt daarmee uit op - 0,9%.

Beleidsplan en begroting 2023

25

7. RISICOMANAGEMENT EN MEERJARENBEGROTING Risicomanagement helpt de organisatie om succesvol haar doelen te realiseren door de belangrijkste risico’s te beheersen die doelstellingen of processen kunnen bedreigen. In september 2020 is een risicoanalyse uitgevoerd waarbij aan een divers aantal medewerkers binnen de school is gevraagd om de belangrijkste risico’s, zoals deze kunnen gelden voor een school voor voortgezet onderwijs onafhankelijk van elkaar te beoordelen. Deze risicoanalyse heeft geleid tot een rangschikking van de belangrijkste risico’s voor onze school en een herberekening van het weerstandsvermogen. Het weerstandsvermogen geeft inzicht in hoeveel risico’s de school kan hebben in relatie tot haar vermogenspositie. Onze inschatting is, dat de beschreven risico’s en beheersingsmaatregelen nog actueel zijn. In onderstaand schema zijn de belangrijkste risico’s weergeven en geclusterd naar gebied. 1. Passend onderwijs VO-scholen hebben de zorgplicht voor alle aangemelde leerlingen. Binnen het samenwerkingsverband zijn scholen verplicht te zorgen voor een dekkend netwerk van passend onderwijs. De hulpvragen waarmee leerlingen de school binnen komen, nemen toe in intensiteit en complexiteit. Daarnaast is de financiering door de rijksoverheid aan het samenwerkingsverband en daarmee aan de school onzeker.

De aangekondigde landelijke herverdeling van de lwoo-/promiddelen zien er voor onze provincie niet goed uit. Het VSO in de provincie Groningen heeft een volverklaring afgegeven. We kunnen daardoor geen leerlingen meer doorverwijzen naar het VSO. Deze leerlingen moeten we nu zelf opvangen. Tot slot heeft de minister van OCW een verbeteragenda passend onderwijs aangekondigd waarbij de insteek is dat meer leerlingen de komende jaren binnen het regulier onderwijs blijven. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Meer leerlingen met specifieke • Opzetten en continueren diverse arrangementen ondersteuningsbehoeften verhogen de voor leerlingen werkdruk voor medewerkers • Maatwerktrajecten continueren t.b.v. • Onzekere financiering passend onderwijs ondersteuning leerlingen en medewerkers • Onvoldoende aandacht voor leerlingen • Continueren landelijke lobby t.b.v. de • Medewerkers zijn onvoldoende geëquipeerd om verevening lwoo-/pro middelen passende leertrajecten waar te maken waardoor • Blijven investeren in professionalisering leerlingen niet goed geholpen worden medewerkers 2. Krimp Winkler Prins bevindt zich in een regio die te maken heeft met krimp van de bevolking. Deze krimp is de komende jaren van grote invloed op het leerlingaantal van Winkler Prins. De verwachte afname van het leerlingaantal tot 2030 ligt rond de 15%.

Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Minder leerlingen betekent minder bekostiging • Bestuurlijke samenwerking binnen de provincie • Minder leerlingen betekent dat de huidige onderzoeken stafondersteuning niet houdbaar is • Strategische personeelsplanning continueren • Verschraling onderwijsaanbod: een lager • Flexibilisering deel personeelsformatie leerlingaantal kan betekenen dat het huidige • Optie shared services voor OOP open houden pallet van het onderwijsaanbod niet houdbaar is om kosten te delen 3. ICT Het grootste risico van ICT is dat derden zich toegang verschaffen tot de systemen van de organisatie. Dit kunnen criminelen zijn die bijvoorbeeld ransomware installeren, dan wel leerlingen die data in systemen manipuleren. Het platleggen van de ICT structuur heeft grote consequenties voor de continuïteit en kan veel geld kosten. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Afhankelijkheid van digitale systemen en internet • Investeren in kennis van medewerkers ICT kunnen ervoor zorgen dat het onderwijs en het • Opstellen disaster recovery handboek secundaire proces stil komen te liggen door crim- • Continue monitoring op beveiliging netwerk inele manipulaties • Inzet ethical hacking

26

Beleidsplan en begroting 2023

4. Huisvesting De huisvestingtransitie is afgerond. De ervaring leert dat vernieuwde onderwijskundige inzichten kunnen leiden tot nieuwe interne huisvestingsbehoeften. Daarnaast brengt de coronacrisis ook extra kosten met zich mee om te voldoen aan de voorwaarden op het gebied van bijvoorbeeld ventilatie. Dat kan zorgen voor extra kosten aan gebouwen. De kosten van energie zijn in 2022 enorm gestegen. Hoewel de nieuwe huisvesting energiezuinig is, kunnen we nu niet goed inschatten met welke energiekosten we moeten rekenen, ook omdat we geen referentiecijfers hebben voor de nieuwe panden. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Extra kosten als gevolg van nieuwe • Balans zoeken tussen nut en noodzaak van onderwijskundige inzichten kosten a.g.v. onderwijskundige inzichten • Extra kosten in verband met de coronacrisis, • Onderzoek naar subsidiemogelijkheden waaronder kosten vervanging medewerkers, • Goede monitoring energieverbruik en inregelen verbetering ventilatie, extra energiekosten i.v.m. installaties nieuwbouw ventileren in de winter, beschermingsmiddelen • Oplopende energiekosten 5. Personeel en organisatie Het grootste risico met betrekking tot personeel is een lagere inzetbaarheid dan gepland door ziekteverzuim en burn-out. Daarnaast speelt de moeilijkheid van het aantrekken van medewerkers in een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.

Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Prestaties van medewerkers lijden onder hoge • Strategische personeelsplanning werkdruk • Inzetten op tijd voor ontwikkeling en • Een hoog ziekteverzuim werkdrukvermindering voor medewerkers • Door toegenomen werkdruk is er onvoldoende tijd • Medewerkertevredenheid blijven monitoren en voor scholing van medewerkers en ontwikkeling a.d.h.v. rapport oplossingen afspreken van het onderwijs • Inzetten op ondersteuning van het primaire • Hogere kosten aan bijdragen school aan kosten proces WIA of WW • Actieve ondersteuning van medewerkers • Door een krappere arbeidsmarkt kan de voordat de werkdruk te hoog wordt school onvoldoende bevoegde en/of bekwame • Inzetten op vitaliteit medewerkers medewerkers aantrekken • Deelname aan de Opleidingsschool • Wisselingen in het personeelsbestand hebben Ommelanden een negatief effect op de kwaliteit van de school • Deelname aan Regionale aanpak lerarentekort • Wetgeving staat in de weg bij het vasthouden van • Bij- en omscholing zittende medewerkers bevoegde en bekwame medewerkers waardoor • Profilering Winkler Prins als goede werkgever deze moeten vertrekken • Samenwerking met regionale schoolbesturen bij het transitievraagstukken van medewerkers 6. Financiën De bekostiging van het voorgezet onderwijs door de rijksoverheid is grillig.

De afgelopen jaren is de materiële bekostiging onvoldoende geïndexeerd. Structurele middelen worden vervangen door incidentele middelen waarmee structurele verplichtingen moeten worden aangegaan. De verantwoordingverplichtingen leggen een grote druk binnen de deelscholen en stafafdelingen (subsidieconfetti en verantwoordingspaghetti). Er is een risico op terugvordering van (te) ontvangen subsidiegelden. Wat kunnen de gevolgen zijn? Beheersingsmaatregelen • Grillige financiering van het onderwijs door de • Invloed uitoefenen op landelijk beleid overheid kan impact hebben op de exploitatie en • Ondersteuning medewerkers bij verantwoorhet vermogen van Winkler Prins ding mogelijk maken • Afwegen nut en noodzaak subsidies • Actualisatie jaarlijkse meerjarenbegroting en huidig financieel beheer continueren

Beleidsplan en begroting 2023

27

WEERSTANDSVERMOGEN Het weerstandsvermogen is de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit (o.b.v. het risicoprofiel) en de beschikbare weerstandscapaciteit (vermogenspositie). Inzicht in het weerstandsvermogen helpt om verantwoorde keuzes te maken met betrekking tot het aangaan van nieuwe risico’s in de toekomst. Uitgangspunt is dat de benodigde weerstandscapaciteit niet groter mag zijn dan de beschikbare weerstandscapaciteit. In voorgaande begrotingen en jaarrekeningen rapporteerden we de ratio weerstandsvermogen, zoals deze door de overheid wordt aangegeven. Het weerstandsvermogen is dan het eigen vermogen uitgedrukt in een percentage van alle baten in een jaar, inclusief de financiële baten en exclusief de buitengewone baten. Het eigen vermogen van onze school bestaat uit een algemene reserve en een bestemmingsreserve. Deze reserves zijn vooral bedoeld voor het afdekken van (toekomstige) risico’s in de financiële bedrijfsvoering en als financieringsbron voor nieuwe activiteiten en investeringen. Door het ministerie wordt een bandbreedte voor het weerstandsvermogen voorgeschreven van ten minste 5%. Het weerstandsvermogen van Winkler Prins eind 2022 bedraagt 42,8%. Uit de meerjarenbegroting 2022 - 2026 blijft het weerstandsvermogen voor de jaren daarna circa tussen de 40% - 42%.

Uit het bovenstaande zou de conclusie kunnen worden getrokken dat het minimale weerstandsvermogen ruimschoots wordt overschreden en Winkler Prins (te) veel geld in kas zou laten liggen. In deze benadering worden de begrippen eigen vermogen en liquide middelen met elkaar verward. Het eigen vermogen bestaat zowel uit een deel liquide middelen, maar ook een groot deel van het eigen vermogen is vastgelegd in materiële vaste activa, als de nieuwe huisvesting die dagelijks wordt gebruikt in het primair proces. In 2020 is opnieuw onderzoek gedaan naar de relatie tussen de benodigde weerstandscapaciteit o.b.v. het risicoprofiel en de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van een groot aantal voor het voortgezet onderwijs bekende risico’s is een Monte-Carlosimulatie (een model dat gebruikt kan worden bij de bepaling van waarschijnlijkheden van uitkomsten) uitgevoerd waarmee de benodigde weerstandscapaciteit is bepaald. De uitkomst van deze simulatie is dat Winkler Prins met 90% zekerheid voldoende heeft aan € 3,2 miljoen benodigde weerstandscapaciteit. Een ratio > 2 is financieel uitstekend maar maatschappelijk ongewenst omdat er teveel kapitaal onbenut blijft. De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. De tabel geeft een waardering bij de berekende ratio.

In het voorjaar 2023 zal de risicoanalyse en de berekening van het benodigde weerstandsvermogen opnieuw worden bekeken en berekend. Waardering

Ratio

Betekenis

A

> 2,0

Uitstekend

B

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

C

1,0 – 1,4

Voldoende

D

0,8 – 1,0

Matig

E

0,6 – 0,8

Onvoldoende

F

< 0,6

Ruim onvoldoende

De afgelopen jaren was het weerstandsvermogen van Winkler Prins te hoog. In de landelijke politiek is daar jaarlijks veel discussie over. Een te hoog weerstandsvermogen mag wel als er maar een motivatie en een plan onder liggen. In 2021 en 2022 is fors geïnvesteerd in de nieuwbouw/verbouw van onze huisvesting. Daarbij zijn ook de didactisch/pedagogische wensen van de gebruikers meegenomen. De uitkomst van de simulatie laat zien dat het weerstandsvermogen zich dan binnen acceptabele grenzen bevindt, zowel vanuit maatschappelijk perspectief als ook vanuit het risicoprofiel van onze school. Na de grote investeringen van de afgelopen jaren zal op basis van de meerjarenbegroting gekeken kunnen worden welke mogelijkheden er dan zijn om een deel van de weerstandscapaciteit in te zetten binnen de school. Vooralsnog blijkt de afgelopen jaren dat het nog niet altijd eenvoudig is om nog meer middelen effectief in te zetten. Dit vooral vanwege de vele tussentijdse subsidies en onderbesteding van de diverse budgetten. Op basis van de meerjarenbegroting zijn de verwachte waardering en bijbehorende ratio’s als volgt: Ratio en waardering weerstandsvermogen Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit Ratio weerstandsvermogen Waardering ratio

28

2023

2024

2025

2026

6.288.000 5.107.000 5.561.000 5.924.000 3.200.000 3.200.000 3.200.000 3.200.000 1,97 1,60 1,74 1,85 ruim voldoende ruim voldoende ruim voldoende ruim voldoende Beleidsplan en begroting 2023

Het financieel meerjarenperspectief Een belangrijk onderdeel van de risicoanalyse is de meerjarenbegroting. Het doel van de meerjarenbegroting is de werkelijkheid te presenteren die zal ontstaan bij ongewijzigd beleid. Deze werkwijze heeft ons in staat gesteld passende maatregelen te nemen met als doel een gezonde financiële huishouding voor onze school. De meerjarenbegroting 2023 - 2026 (november 2022) laat zien dat de komende jaren de verwachte resultaten na bestemmingsreserve licht negatief zullen zijn, met als uitzondering 2024. Dit grotere tekort wordt met name veroorzaakt vanwege het wegvallen van de baten Sterk Techniek Onderwijs, terwijl een deel van de kosten wel blijven. De verwachting is dat het resultaat in 2025 ten opzichte van 2024 weer stijgt door meer baten (vanwege meer leerlingen) en dalende loonkosten door vervanging door nieuwe collega’s van hoger ingeschaalde, met pensioen gaande medewerkers. De daling van de baten in 2026 (vanwege minder leerlingen) wordt gecompenseerd door verder dalende loonkosten, wederom met name door vervanging door nieuwe collega’s van met pensioen gaande medewerkers. Op basis van onze ervaring weten we dat we goed in staat zijn deze meerjarenbegroting tijdig bij te sturen. In onderstaande meerjarenbegroting is rekening gehouden met onveranderde systematieken.

Daarom blijft een periodieke actualisatie van de meerjarenbegroting van belang.

Beleidsplan en begroting 2023

29

Meerjaren begroting Winkler Prins

versie november 2022 Baten

22.359.000

20.341.000

20.472.000

20.138.000

472.000 22.831.000

472.000 20.813.000

472.000 20.944.000

472.000 20.610.000

Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige instellingslasten

18.690.000 870.000 1.065.000 2.408.000 23.033.000

17.637.000 854.000 1.085.000 2.311.000 21.887.000

16.879.000 852.000 1.085.000 2.235.000 21.051.000

16.574.000 810.000 1.085.000 2.257.000 20.726.000

-202.000

-1.074.000

-107.000

-116.000

-

-

Totaal lasten Saldo baten en lasten Financiële baten en lasten

2026

Rijksbijdragen Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten

Totaal baten Lasten

Meerjaren Begroting 2024 2025

2023

Rente baten & lasten

Exploitatieresultaat

-

-

-202.000

-1.074.000

-107.000

-116.000

Resultaat na bestemmingsreserve

48.000 -58.000 -212.000

644.000 -430.000

-107.000

-116.000

Investering

355.000

395.000

205.000

245.000

6.288.000

5.107.000

5.561.000

5.924.000

Ten laste van bestemmingsreserve

Maatwerktrajecten SWV Nationaal Programma Onderwijs

Liquide middelen (ultimo jaar) Balans ratio's

signaleringswaarde Inspectie

Weerstandsvermogen

< 5%

41,9%

40,9%

40,2%

40,3%

Solvabiliteit

< 30%

75,9%

77,3%

77,7%

78,1%

Current ratio

< 0,75

1,93

1,88

2,10

2,29

Rentabiliteit voor bestemmingsreserve Rentabiliteit (cumulatief laatste drie jaar)

< 0%

10,3%

-3,3%

-6,6%

-6,2%

Rentabiliteit (cumulatief laatste twee jaar)

< -5%

1,8%

-6,0%

-5,7%

-1,1%

Rentabiliteit (cumulatief laatste jaar)

< -10%

-0,9%

-5,2%

-0,5%

-0,6%

Rentabiliteit na bestemmingsreserve Rentabiliteit (cumulatief laatste jaar)

< -10%

-0,9%

-2,1%

-0,5%

-0,6%

Normatief Eigen Vermogen x € 1.000 Verwacht Eigen Vermogen x € 1.000 Verschil x € 1.000

8.768 9.580 811

8.514 8.515 1

8.183 8.417 234

7.915 8.310 395

Leerlingaantallen

1.951

1.923

1.943

1.902

30

Beleidsplan en begroting 2023

8.

Tot slot

Het komend jaar 2023 zal vooral in het teken staan van het ontwerp van de nieuwe strategische agenda 2024-2028. Dit beleidsplan is dan ook de laatste in de reeks van het SBP 2018-2024. Deze strategische agenda kon de afgelopen jaren rekenen op veel draagvlak binnen en buiten de school. Het was tevens een goed kader waarlangs we ons onderwijs op een hoger niveau wisten te brengen. Verder staan het uitvoeren van het Nationaal Programma Onderwijs, de versterking van de kwaliteitscultuur en de basisvaardigheden dit jaar op de agenda. Uitdagende thema’s waarmee we de kwaliteit van ons onderwijs kunnen verhogen. Daarnaast moeten we ons realiseren dat we leven in tijden van grote onzekerheden. De oorlog in Oekraïne en de vraag of het beperkt blijft tot Oekraïne, de vraag of corona weer een grote rol gaat spelen, de financiële druk op de gezinnen en onze maatschappij en ga zo maar door. Deze onzekerheden hebben effect op ieders gevoel van welzijn. Dat alles maakt 2023 tot een jaar met mogelijkheden en met uitdagingen. Ik wens iedereen daarbij veel succes toe, vooral in goede gezondheid.

Beleidsplan en begroting 2023

31

Begroting 2023 Winkler Prins d.d. 22 december 2022

32

Beleidsplan en begroting 2023

EXPLOITATIEREKENING Begrotingsonderdelen

Begroting 2023

Begroting 2022

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Baten € 20.830.000

€ 19.026.000

€ 21.479.004

Overige rijksbijdragen-/subsidies €

Rijksbijdragen € 22.359.000 -

€

-

€

9.000

€

14.338

Overige baten €

472.000

€

407.000

€

511.000

€

504.549

Totaal baten

€ 22.831.000

€ 21.237.000

€ 19.546.000

€ 21.997.891

Lasten Personele lasten € 18.690.000

€ 17.212.000

€ 16.104.000

€ 16.575.626

Afschrijvingen €

870.000

€

770.000

€

696.000

€

Huisvestingslasten €

1.065.000

€

1.011.000

€

1.078.000

€

897.040

Overige instellingslasten €

2.408.000

€

2.570.000

€

2.091.000

€

1.898.030

770.115

Totaal lasten

€ 23.033.000

€ 21.563.000

€ 19.969.000

€ 20.140.811

Saldo baten en lasten

€

€

€

€

1.857.080

-202.000

-326.000

-423.000

Financiële baten en lasten Financiële baten €

-

€

-

€

-

€

188

Financiële lasten €

-

€

-

€

-

€

-

Saldo financiële baten en lasten

€

-

€

-

€

-

€

188

Nettoresultaat

€

-202.000

€

-326.000

€

-423.000

€

1.857.268

€

91.000

€

169.489

€

48.000

€

63.000

€

22.825

€

-58.000

Bestemmingsreserve aanvullende bekostiging Bestemmingsreserve maatwerktrajecten Vorming bestemmingsreserve NPO

€ -1.150.473 €

Vorming bestemmingsreserve EHK Vorming bestemmingsreserve Capaciteitstesten Vorming bestemmingsreserve verlenging aanvullende bekostiging

Nettoresultaat na bestemmingsreserves Rentabiliteit na bestemmingsreserve

Beleidsplan en begroting 2023

€

-212.000 -0,9%

€

59.000

€

-113.000 -0,5%

€

-423.000 -2,2%

-80.381

€

-44.462

€

-147.000

€

627.266 2,9%

33

TOELICHTING BATEN Toelichting baten

Begroting 2023

Begroting 2022

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Rijksbaten Rijksbijdrage vereenvoudigde bekostiging € 17.828.000

€ 16.851.000

Rijksbijdrage sector VO personeel

€ 13.582.000

Rijksbijdrage sector VO materieel

€

1.888.000

€

1.934.997

Rijksbijdrage sector VO leermiddelen

€

634.000

€

645.550

Totaal Rijksbijdrage OCW

€ 17.828.000

€ 16.851.000

€ 14.389.708

€ 16.104.000

€ 16.970.254

Overige rijksbijdragen-/subsidies Geoormerkte OCW-subsidies €

538.000

€

523.000

€

426.000

€

469.003

Niet-geoormerkte OCW-subsidies €

2.318.000

€

1.648.000

€

774.000

€

2.308.170

Vrijval niet-geoormerkte OCW-subsidies €

47.000

€

40.000

€

42.000

€

42.000

Totaal overige rijksbijdragen-/subsidies

€

2.903.000

Totaal ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV

€

1.628.000

Totaal Rijksbaten

€ 22.359.000

€

2.211.000

€

1.768.000

€

1.242.000

€

1.680.000

€

2.819.174

€

1.689.576

Ontvangen doorbetalingen Rijksbijdrage SWV Vergoeding SWV GO 20.02 €

Toelichting baten

1.628.000

€

Begroting 2023

1.768.000

€

1.680.000

€ 20.830.000

€

1.689.576

€ 19.026.000

Begroting 2022

€ 21.479.004

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Overige overheidsbijdragen Overige bijdragen Vrijval subsidies

€

€ €

9.000

5.338 9.000

Totaal overige overheidsbijdragen

€

-

€

-

€

9.000

€

14.338

Totaal overige overheidsbijdragen

€

-

€

-

€

9.000

€

14.338

Toelichting baten

Begroting 2023

Begroting 2022

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Overige baten Verhuur Detachering personeel Sponsoring Vrijwillige ouderbijdrage Kantine Bijdragen excursies en activiteiten

€ €

€

79.000

€

91.000

€

90.000

€ € € € € €

Bijdragen werkweken en internationalisering

€

97.000

€

164.000

€

158.000

€

5.390

Vrijval egalisatie subsidies

€

9.000

€

8.000

€

18.000

€

18.362

Overige overige baten

€

234.000

€

110.000

€

116.000

€

412.346

€

472.000

€

407.000

€

511.000

€

504.549

Totaal overige baten

34

33.000 20.000

€ €

25.000 9.000

€ €

28.000 25.000

€

76.000

28.704 8.908 10.000 13.415 882 6.542

Beleidsplan en begroting 2023

TOELICHTING LASTEN Begroting 2023

Personele lasten

Begroting 2022

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Brutolonen en salarissen € 13.623.000 € 12.367.000 € 11.724.000 € 12.257.281 Sociale lasten € 1.816.000 € 1.730.000 € 1.573.000 € 1.653.871 Pensioenpremies € 2.229.000 € 2.125.000 € 1.993.000 € 2.063.312 Totaal lonen, lasten en premies € 17.668.000 € 16.222.000 € 15.290.000 € 15.974.465 Dotatie personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Afdracht uitkeringskosten Overig Overige personele lasten

€ € € €

230.000 368.000 170.000 374.000

€ € € €

220.000 363.000 220.000 287.000

€ € € €

220.000 186.000 228.000 280.000

€ € € €

67.440 366.286 179.435 268.028

€

1.142.000

€

1.090.000

€

914.000

€

881.188

Af: uitkeringen

€

-120.000

€

-100.000

€

-100.000

€

-280.027

Totaal Personele lasten

€ 18.690.000

Afschrijvingen op materiële vaste activa

€ 17.212.000

Begroting 2023

€ 16.104.000

Begroting 2022

€ 16.575.626

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Gebouwen en terreinen €

392.000

€

308.000

€

303.000

€

377.731

Inventaris en apparatuur € Leermiddelen € Overig €

453.000 8.000 17.000

€

452.000

384.220

10.000

387.000 6.000

€

€

€ € €

€

8.164

Totaal

€

870.000

€

770.000

€

696.000

€

770.115

Totaal afschrijvingen

€

870.000

€

770.000

€

696.000

€

770.115

Begroting 2023

Huisvestingslasten Huur Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige

€ € € € € €

Begroting 2022

20.000 242.000 201.000 360.000 160.000 82.000

€ € € € € €

Totaal

€

Totaal huisvestingslasten

€ 1.065.000

Administratie- en beheerslasten € Inventaris, apparatuur en leermiddelen € Overige €

€ € € € € € €

687.000 1.140.000 581.000 €

Totaal overige lasten

€ 2.408.000

€ € € €

897.040

€ 1.078.000

€

897.040

Exploitatie 2021 € € €

€

€ 2.570.000

Begroting 2023

€

603.000 1.123.000 365.000

2.570.000

10.530 228.445 271.408 298.266 -9.540 97.932

1.078.000

Begroting 2021

641.000 1.129.000 800.000

2.408.000

€ € € € € € €

€ 1.011.000

€ € €

Exploitatie 2021

35.000 292.000 251.000 335.000 50.000 115.000

1.011.000

Begroting 2022

Totaal

Financiële baten en lasten

15.000 300.000 249.000 320.000 25.000 102.000

1.065.000

Begroting 2023

Overige lasten

Begroting 2021

641.037 1.055.289 201.703

2.091.000

€

€ 2.091.000

Begroting 2022

1.898.030

€ 1.898.030

Begroting 2021

Exploitatie 2021

Rentebaten €

-

€

-

€

-

€

188

Rentelasten €

-

€

-

€

-

€

-

Totaal

€

-

€

-

€

-

€

188

Totaal financiële baten en lasten

€

-

€

-

€

-

€

188

Beleidsplan en begroting 2023

35

Bijlage 1: Verklarende woorden- en begrippenlijst Arrangement

Extra onderwijsondersteuning op maat, met inzet van bovenschoolse voorzieningen, expertise en financiën. Een arrangement kan variëren van licht curatief en tijdelijk van aard tot intensief en langdurend of structureel van aard. Een onderwijsondersteuningsarrangment beperkt zich tot het domein van het onderwijs. Een onderwijs- en ondersteuningsarrangment betreft altijd een samenwerking tussen onderwijs en jeugdzorg.

AVG

Algemene verordening gegevensbescherming

BAPO

Bevordering ArbeidsParticipatie Ouderen (regeling is per 1/8/14 aangepast naar Levensfasbewust personeelsbeleid)

Basisondersteuning

Het door het samenwerkingsverband afgesproken geheel van preventieve en licht curatieve interventies die binnen de onderwijsondersteuningsstructuur van de school planmatig en op een overeengekomen kwaliteitsniveau worden uitgevoerd.

BTW

Belasting toegevoegde waarde

Cao

Collectieve arbeidsovereenkomst

HBO

Hoger Beroepsonderwijs

IOP

Individueel ontwikkelingsplan

LHBTI

Lesbische vrouwen, homoseksuele mannen, biseksuelen, transgender- en intersekse personen

LKC

Landelijke Klachtencommissie

LOB

Loopbaanoriëntatie en –begeleiding

LSP

Leer- en Sportpark

LWOO

Leerwegondersteunend onderwijs

MBO

Middelbaar Beroepsonderwijs

MJOP

Meerjaren onderhoudsplanning

MR

Medezeggenschapsraad

MT

Managementteam

NPO

Nationaal Programma Onderwijs

OCW

Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap

Ondersteuningsplan

De combinatie van alle schoolondersteuningsprofielen die wordt vastgesteld door het samenwerkingsverband.

OP

Onderwijzend personeel

OPP

Ontwikkelingsperspectief. De inschatting van de ontwikkelingsmogelijkheden van een leerling voor een bepaalde, langere periode. Met een ontwikkelingsperspectief maakt de school een voorspelling over het verwachte uitstroomniveau in het voortgezet onderwijs. Het ontwikkelingsperspectief is sturend voor het aanbod dat de school de leerling biedt en bevat handvatten voor de planning van het onderwijs. De school stelt een ontwikkelingsperspectief op voor leerlingen die extra ondersteuning op school nodig hebben in het reguliere onderwijs en voor alle leerlingen in het speciaal onderwijs. Voor het reguliere onderwijs worden ook de afwijkingen van het reguliere onderwijsprogramma en de te bieden begeleiding en ondersteuning beschreven. De school heeft hierover overleg met de ouders. Dit overleg is erop gericht dat ouders en school en samen eens zijn over het ontwikkelingsperspectief. In het nieuwe onderwijsstelsel (passend onderwijs) vervangt het ontwikkelingsperspectief het handelingsplan.

OOP

Onderwijsondersteunend personeel

PLG

Professionele Leergemeenschap

PMR

Personeelsgeleding Medezeggenschapsraad

PO

Primair onderwijs

36

Beleidsplan en begroting 2023

POP

Persoonlijk Ontwikkelingsplan

RIE

Risico-inventarisatie en –evaluatie

RPO

Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen

Samenwerkingsverband

Er bestaan ongeveer 83 samenwerkingsverbanden voor voortgezet onderwijs. Ook scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs werken samen, in 34 regionale expertisecentra (REC’s). Na de inwerkingtreding van de Wet passend onderwijs m.i.v. 1 augustus 2014 verdwijnen de huidige samenwerkingsverbanden en komen er nieuwe, grotere samenwerkingsverbanden, voor zowel primair als voortgezet onderwijs. ook scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs (met uitzondering van cluster 1 en 2) gaan hier deel van uitmaken. In totaal zullen het ongeveer 150 samenwerkingsverbanden worden. Doel van deze verplichte samenwerking is het bieden van passend onderwijs aan alle leerlingen, met en zonder ontwikkelingsproblemen bij leren en/of gedrag. Binnen een samenwerkingsverband moet dan ook een dekkend aanbod van onderwijszorg geleverd worden. In een samenwerkingsverband worden afspraken gemaakt over welke begeleiding de reguliere scholen moeten kunnen bieden en over de verdeling van de ondersteuningsgelden. Door de samenwerking kunnen scholen zich specialiseren en onderling afspraken maken wie welke kinderen het beste onderwijs kan geven. Als een school een leerling geen passend onderwijs kan geven, dan zoekt de school binnen het samenwerkingsverband naar een andere passende onderwijsplek.

SBP

Strategisch Beleidsplan

Schoolondersteuningsprofiel

De door de school vastgestelde omschrijving van de basisondersteuning en de eventuele extra ondersteuning die een individuele school biedt.

SWV

Samenwerkingsverband Groningen Ommelanden 20.02

VNG

Vereniging van Nederlandse Gemeenten

VO

Voortgezet Onderwijs

VSV

Voortijdig schoolverlaten

WMS

Wet Medezeggenschap op scholen

ZAT

Zorg Advies Team

Beleidsplan en begroting 2023

37

38

Beleidsplan en begroting 2023

Beleidsplan en begroting 2023

39

Postadres Postbus 190 9640 AD Veendam Tel. (0598) 36 46 56 info@winklerprins.nl | www.winklerprins.nl facebook.com/wpveendam Hoofdlocatie Raadsgildenlaan 1 9646 AA Veendam ••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••••

Locaties Raadsgildenlaan 7 Raadsgildenlaan 9 9646 AA Veendam 9646 AA Veendam Raadsgildenlaan 11 Jan Salwaplein 2 9646 AA Veendam 9641 LA Veendam Tel. (0598) 61 23 11 J.G. Pinksterstraat 26 9641 AX Veendam

Parallelweg 25 9641 KG Veendam Tel. (0598) 38 31 38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12642274/1